CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

aebholdingnv_jaarrekening2024_kvk.pdf

Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit 4 december 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Bespreken van het Jaarverslag AEB 2024 en PwC-rapport ‘Gevolgen van fiscale maatregelen voor concurrentiepositie afvalverwerkingssector’ (VN2025-016781)33.407 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

AEB Holding N.V. Amsterdam

AEB Holding N.V. Rapport inzake de jaarstukken 2024 2 juli 2025

Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 3 juli 2025

AEB Holding N.V. Amsterdam

Inhoud Verslag van de Raad van Commissarissen Bestuursverslag Jaarrekening Geconsolideerde jaarrekening Enkelvoudige jaarrekening Overige gegevens Controleverklaring van de onafhankelijke accountant

3 6 24 25 69 86 87

Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 3 juli 2025

2

AEB Holding N.V. Amsterdam

Verslag van de Raad van Commissarissen

Positie Raad van Commissarissen AEB Holding NV is een structuurvennootschap met een onafhankelijke Raad van Commissarissen. Samenstelling en werkzaamheden In 2024 bestond de Raad van Commissarissen (RvC) uit Gerard Boot, Huub Cuijpers en Marlies Mulder. De RvC heeft in het verslagjaar zes keer vergaderd. Daarin zijn onder andere de operationele en financiële maand- en kwartaalrapportages behandeld. Ook het veiligheidsbeleid en -incidenten en de follow-up daarvan waren een vast bespreekpunt. Terugkerend aandachtspunt was ook de situatie rond de ontploffende lachgascilinders, wat forse negatieve gevolgen heeft gehad voor de operatie, het onderhoud en de financiën van AEB. Een van de vergaderingen was gewijd aan de voortgang van het omvangrijke investeringsproject voor CO2-afvang. De situatie bij de bio-energiecentrale (incl. lopende juridische procedures) vereiste eveneens aandacht. Naast besluiten in vergaderingen heeft de RvC ook een aantal afzonderlijke schriftelijke besluiten genomen en adviezen gegeven, binnen de kaders van de statutaire bepalingen daarover. Dit betrof in 2024:

• • • • • • • • • • • • • • •

goedkeuring van het budget voor de AEB Bio-energiecentrale BV; afspraken over de arbeidsvoorwaarden van de statutaire directieleden; opdrachtverlening aan de nieuwe onafhankelijk accountant; de arbeidsovereenkomst van de algemeen directeur (van interim naar vast); aanpassing van het budget en prognoses n.a.v. lachgasproblematiek; aanbesteding voor de verwerking van bodemas; de overbruggingsovereenkomst nascheiding en verwerking afval van de gemeente Amsterdam; het onderzoeksrapport inzake het veiligheidsincident gritstraal goedkeuring op de aanpassing van de financiering van AEB; goedkeuring op de aanpassingen van de financiering van de AEB Bio-energiecentrale BV; beter betrekken van de ondernemingsraad bij het verkoopproces van AEB; aanpassing van de property damage & business interruption verzekering; opinie van de RvC richting de aandeelhouder over borging van publieke belangen na de verkoop van AEB; goedkeuring voor de inschrijving door AEB op aanbesteding van stedelijk afval (tweemaal); goedkeuring op de budgetwijziging voor de investering trommelzeven.

De RvC sprak met de controlerend accountant over de jaarrekening van 2023, onder andere over de financiële risico’s en materiële onzekerheden. De jaarrekening over dat jaar is vastgesteld inclusief een goedkeurende accountantsverklaring. Ook heeft de RvC enkele malen overlegd met de Ondernemingsraad over de algemene gang van zaken in de onderneming.

Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 3 juli 2025

3

AEB Holding N.V. Amsterdam Belangrijke gebeurtenissen in 2024 Ook in 2024 waren er nog forse operationele problemen door ontploffende lachgascilinders. Dit leidde tot het vaak stilvallen van de operatie en ingrijpende herstelwerkzaamheden. Samen met de dalende energieprijzen leidde dit tot sterk dalende resultaten van de onderneming. Er moeten vanuit de RvC complimenten uitgedeeld worden aan de voortvarende aanpak van deze problematiek door de directie. Afval met lachgascilinders is aan de poort geweigerd, afval is geshredderd of de ontdoener is met klem verzocht dat zelf te doen en er zijn versterkte verbrandingsroosters aangebracht die beter bestand zijn tegen explosies. Tegelijkertijd is ook steeds de politiek om aandacht gevraagd over dit onderwerp. Het lachgasprobleem toont hoe kwetsbaar de huidige afvalstroom is. AEB zal al zijn innovatiekracht nodig hebben om nog meer “bijzondere” stromen goed te kunnen blijven verwerken. Deze ontwikkelingen hebben veel druk gelegd op de leiding en medewerkers van AEB. In de loop van het jaar begonnen de door AEB genomen preventieve maatregelen hun uitwerking te krijgen. Hierdoor nam het aantal incidenten gelukkig af. De acties die richting rijksoverheid zijn ondernomen om dit landelijke probleem aan te pakken of financieel te compenseren hebben helaas nog niet geleid tot een afdoende oplossing.

Een tweede belangrijke ontwikkeling was het traject vanuit de aandeelhouder om AEB te verkopen. De RvC heeft de directie en de aandeelhouder geadviseerd over een aantal aspecten hiervan. Benadrukt is het belang voor AEB van een zo snel mogelijk besluit over het eigendom. Gedurende het verkooptraject zijn er immers veel grote onzekerheden over de toekomst van het bedrijf ontstaan (beschikbaarheid van afval, fiscale maatregelen etc.), die uitdagingen vormen voor onder andere een slagvaardige strategie, financiering en personeelsbeleid. Helaas heeft ook dit verkooptraject een lange doorlooptijd gehad: pas in het begin van 2025 is een besluit hierover gevallen. Een derde niet aflatende zorg was het op orde krijgen van de financiën van de AEB Bioenergiecentrale BV (BEC). Aanvankelijk gestart als een interessant project, bleek alras dat de inkoop van grondstoffen anders liep dan gedacht. Ook op dit punt is voortgang geboekt in dit kalenderjaar. De noodzaak om alternatieve scenario’s nader te onderzoeken ontbrak, BEC was immers onderdeel van de verkoop. In 2025 is vooralsnog sprake van een verwachte positieve liquiditeitsontwikkeling (hervatting SDE-subsidie). De veiligheidssituatie binnen het bedrijf is in het afgelopen jaar licht verbeterd. Voor elke vergadering van de directie en RvC is veiligheid als een apart item geagendeerd. Er is in elke vergadering aandacht voor geweest.

De indruk bestaat dat – omdat het verkoopproces twee keer kort achter elkaar veel aandacht gevergd heeft – veiligheid niet altijd de aandacht kon krijgen die het verdiende. Veiligheidsincidenten en de opvolging daarvan zijn besproken tussen de RvC en de directie. Dit blijft wel aanhoudende intensieve aandacht vragen: ieder ongeval is er immers één te veel. De meest recente SEVESO-inspectie in februari 2025 bracht geen belangrijke opmerkingen naar voren, dat is een opsteker. Governance en directie Het verkooptraject betekende ook in 2024 een belemmering voor structurele vervulling van een aantal posities. De afspraken met een mogelijk nieuwe eigenaar hielden namelijk in dat zowel directie als RvC bij overname direct zouden terugtreden. Dat betekende dat nieuwe functionarissen zich niet en zeker niet voor langere tijd aan AEB konden verbinden, hetgeen de invulling van de werkgeversrol van de RvC heeft bemoeilijkt.

Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 3 juli 2025

4

AEB Holding N.V. Amsterdam Gelukkig kon in de directie voldoende continuïteit verzekerd worden door afspraken met de zittende bestuurders en door het omzetten van het aflopende interim-dienstverband van de algemeen directeur, Wim van Lieshout, naar een arbeidsovereenkomst (binnen de kaders van het Amsterdamse deelnemingenbeleid). In de bezetting van de RvC waren geen wijzigingen, gelet op bovenstaande onzekerheden heeft de RvC in 2024 de bestaande vacature niet vervuld. Inmiddels heeft de aandeelhouder het verkooptraject beëindigd: AEB wordt niet verkocht en Amsterdam blijft enig aandeelhouder. Dit maakt nieuwe afspraken nodig over de governance, waarbij de RvC zal benoemen dat er behoefte is aan duurzame bestuurlijke consensus over de positie van AEB, omdat incidentele politieke bijsturing van het bedrijf doorgaans niet bijdraagt aan een goede structurele positie. In het verslagjaar heeft de Raad van Commissarissen vier keer formeel met de Ondernemingsraad gesproken. Veiligheid, het verkoopproces en de algemene gang van zaken binnen AEB waren de belangrijkste onderwerpen. Vooruitblik Afgelopen jaar was opnieuw uitdagend voor alle AEB-medewerkers. Zij hebben met veel inventiviteit verbeteringen bedacht en ingevoerd om de operatie blijvend te verbeteren.

Het besluit van de gemeente Amsterdam begin 2025 om voor langere tijd eigenaar te blijven, na verschillende verkooppogingen gedurende de afgelopen vijf jaar, zorgt op dat vlak voor welkome duidelijkheid. Het maakt wel noodzakelijk om snel te komen tot nieuwe afspraken over de invulling van het aandeelhouderschap en de financiering van de onderneming. Tegelijkertijd werpen nieuwe externe ontwikkelingen in de afvalsector hun schaduw al vooruit. Met name het beleid van de rijksoverheid om te komen tot verdere vergroting van de duurzaamheid en tot vermindering van de verbrandingscapaciteit in Nederland betekent dat AEB nog meer dan afgelopen jaren zal moeten investeren in zijn operatie en organisatie om ook meerjarig financieel gezond te blijven. De Raad van Commissarissen van AEB Holding N.V.

G.J. (Gerard) Boot

H.S.A.G. (Huub) Cuijpers

Mw. M. E. N. (Marlies) Mulder

Het origineel is ondertekend op 2 juli 2025 te Amsterdam. Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 3 juli 2025

5

AEB Holding N.V. Amsterdam

Bestuursverslag De directie van de onderneming biedt hierbij het bestuursverslag aan voor het boekjaar dat is geëindigd op 31 december 2024.

Algemene informatie AEB Holding N.V. (hierna AEB of “de vennootschap”), gevestigd aan de Australiëhavenweg 21 te Amsterdam, is een naamloze vennootschap, waarvan de aandelen voor 100% in het bezit zijn van de gemeente Amsterdam. De juridische structuur van de groep is op 31 december 2024 als volgt:

De statutaire directie van AEB bestond in 2024 uit een algemeen directeur, een financieel directeur en een operationeel directeur. Deze directie verzorgt de dagelijkse aansturing van AEB. De directie wordt bijgestaan door de Raad van Commissarissen die in 2024 eveneens bestond uit drie leden, inclusief de voorzitter. Missie, visie en strategie De missie van AEB is: AEB draagt nu en in de toekomst bij aan een duurzame, circulaire economie door slimme verwerking van restafval. AEB heeft de visie dat afval de bron is voor grondstoffen en energie. AEB is onderdeel van een keten van afvalpreventie tot betere inzameling, van slimmer hergebruik en recycling tot het benutten van energie uit niet-recyclebaar materiaal. AEB draagt bij aan het sluiten van de circulaire cirkel door nascheiding van ingezameld afval, het omzetten van restafval naar energie en het winnen van grondstoffen uit bodemassen. AEB streeft naar maximale waarde uit afval. Dat wordt vertaald naar een drietal pijlers die gezamenlijk de strategie tot en met 2030 vormen. Centraal staat daarbij dat zo veel mogelijk waardevolle materialen uit het afval gehaald wordt. Deze focus op grondstoffen vormt de eerste pijler van de strategie van AEB. Tegelijkertijd zal een vorm van eindverwerking altijd noodzakelijk zijn, zeker op de korte termijn. Hiervoor is een verbetering van de (huidige) processen door te maken.

De tweede pijler staat daarom in het teken van het creëren van de rust, stabiliteit en efficiëntie die horen bij die Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 3 juli 2025

6

AEB Holding N.V. Amsterdam verbetering. Pro-activiteit, prioriteiten stellen en risico gestuurd denken zijn daarvoor de belangrijkste ingrediënten. Dat wat niet als grondstof kan worden gebruikt, wordt zo efficiënt en schoon mogelijk verwerkt. Deze pijler biedt (financiële) ruimte en is voorwaardelijk voor de inzet op grondstoffen, de eerste pijler. Maximale waarde uit afval betekent ook dat aan de achterkant het maximale uit het verbrandingsproces gehaald wordt. De energie die bij het verbranden vrijkomt, zal slimmer worden ingezet. Het maximaliseren en optimaliseren van de energielevering vormt de derde pijler van de strategie. Daar de transitie van energie momenteel verder is dan die van grondstoffen – ook bij AEB – is het niet vreemd dat ook in deze pijler een sleutel ligt voor het creëren van financiële ruimte voor de eerste pijler, meer grondstoffen uit afval. Voor het realiseren van het strategisch plan ziet AEB mogelijkheden in het leveren van industriële warmte, naast en zelfs in plaats van de verdere optimalisatie van de warmtelevering aan Westpoort Warmte B.V. Ook het geplande afvangen van CO2 en deze op termijn toepassen als grondstof voor andere producten is onderdeel van de ambitie. AEB sluit hiermee aan op de doelstellingen van de Amsterdamse haven. Deze streeft naar meer circulaire bedrijven.

Deze bedrijven kunnen hun stoom, warmte en elektriciteit van AEB betrekken. Een aantal van deze bedrijven kan ook andere grondstoffen van AEB betrekken voor verdere verwerking in de circulaire keten. Dit leidt de komende jaren tot de volgende speerpunten:

• • •

•

uitbreiding van omvang en scope van sorteercapaciteit en inzet op een hoogwaardige verwerking van uitgesorteerde stromen; een optimaal bedreven installatie die top of class is qua veiligheid en performance met een daarbij horend gevuld afvalportfolio; het uitbouwen van het energieportfolio door het leveren van warmte, stoom en elektriciteit aan zowel Westpoort Warmte B.V. als industriële klanten, inclusief de daarbij horende inzet van energiebronnen op afzetkanalen; het afvangen van CO2 om zo de footprint verder te verkleinen.

AEB beschikt over sterke punten om deze speerpunten te realiseren:

• • • •

een knooppunt in het warmtenetwerk en grote warmteleverancier; een fysieke locatie in de Amsterdamse haven die de potentie heeft om transportkosten en CO2 footprint per ton afval te verlagen; de mogelijkheid om in de toekomst CO2 af te vangen; de mogelijkheid om co-siting activiteiten op het gebied van warmte en stoom verder te ontwikkelen.

Activiteiten per organisatorische eenheid Een stabiele, voorspelbare productie is de basis om uitvoering te geven aan de strategie van AEB. De focus ligt op de afvalverbrandingslijnen en energie-opwekking van de volgende installaties die AEB in het westelijk havengebied van Amsterdam bedrijft: de Afvalenergiecentrale (AEC) en Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 3 juli 2025

7

AEB Holding N.V. Amsterdam Hoogrendement Centrale (HRC), de scheidingsinstallatie (SI) en de bio-energiecentrale (BEC). De organisatie van AEB sluit hierbij aan. Directie algemeen Directie algemeen bestaat uit de onderdelen Sales & Customerservice, SH & EQ (Safety, Health en Environment, Quality), Human Resources, Bestuurszaken, Business development en Aurora. -

Sales & Customerservice richt zich met name op het aantrekken van kwantitatief en kwalitatief voldoende afval voor de korte en lange termijn, ter verwerking in de AEBinstallaties.

-

SH & EQ richt zich met name op het adviseren over en beheersen van de (proces)veiligheid, de bewaking en rapportage ten aanzien van wettelijke eisen op het vlak van milieu.

-

Human Resources richt zich op duurzame en gezonde groei van de organisatie, correcte uitvoering van arbeidsvoorwaarden en communicatie van het werkgeversprofiel.

-

Bestuurlijke zaken richt zich op de ondersteuning van de directie en de Raad van Commissarissen en adviseert de organisatie op juridisch gebied.

-

Business development & Strategy richt zich op het identificeren en benutten van groeimogelijkheden voor AEB, zowel op korte als lange termijn en rekening houdend met maatschappelijke ontwikkelingen.

-

Aurora is de naam van het project waarin de bouw van de CO2-afvanginstallatie wordt voorbereid en uitgevoerd zal worden.

Operations Operations bestaat uit de afdelingen Energie uit Afval, Bio-energiecentrale, Scheidingsinstallatie, Asset management, Sourcing Logistics & Fuelplanning, Projects Performance & Risk en New Energy Services. -

Energie uit Afval bedrijft de Afvalenergiecentrale (AEC) en de Hoogrendement Centrale (HRC). De AEC heeft in totaal vier afvalverbrandingslijnen met een totale capaciteit van ruim 850 kton afval per jaar. In de AEC wordt huishoudelijk- en bedrijfsafval verbrand. De energie die daarbij in de vorm van stoom vrijkomt wordt omgezet in duurzame elektriciteit en warmte voor het stadswarmte netwerk van Westpoort Warmte B.V. De HRC is een innovatieve installatie met een hoog netto energetisch rendement van meer dan 30%, uniek in de wereld. In de twee afvalverbrandingslijnen met een capaciteit van ruim 450 kton afval per jaar wordt met name bedrijfsafval verbrand. Net zoals in de AEC wordt in de HRCelektriciteit en warmte opgewekt met het verbranden van afval.

-

De bio-energiecentrale (BEC) is gevestigd aan de Petroleumhavenweg in Amsterdam. Deze installatie zet laagwaardig snoei- en afvalhout om in duurzame elektriciteit en stadswarmte voor Amsterdam en levert daarmee een bijdrage aan de ambitie van de gemeente Amsterdam om volledig aardgasloos te zijn in 2040. De geproduceerde warmte is voldoende voor ongeveer 40.000 huishoudens. De productie van energie voldoet aan de voorwaarden voor subsidieverlening door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). De inkomsten uit deze SDE+ subsidie zijn tot medio 2033 verzekerd.

-

Scheidingsinstallatie exploiteert die installatie (SI) waarmee gemengd huishoudelijk afval afkomstig van gemeenten, wordt gescheiden in recyclebare stromen zoals plastics, glas, metaal, oud papier, karton, drankenkartons, groente- en tuinafval. Het daarna resterende afval wordt verwerkt in de installaties van Energie uit Afval.

-

Assetmanagement is verantwoordelijk voor de inrichting en het uitvoeren van de onderhouds- en beheerprogramma’s van AEB die gericht zijn op het borgen van de Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 3 juli 2025

8

AEB Holding N.V. Amsterdam bedrijfscontinuïteit van de installaties. Deze programma’s bestaan onder meer uit een lange termijn onderhoudsstrategie, een meerjarig onderhoudsplan, incidentmanagement, management of change, inspecties en monitoring. -

Sourcing, Logistics & Fuelplanning (SLFP) is verantwoordelijk voor de logistiek van AEB, met name de planning en inspectie van te ontvangen afvalstromen. Daarnaast is SLFP verantwoordelijk voor het doen op- en verwerken van ruwe bodemas dat resteert na verbranding van afval en waaruit recyclebare metalen worden teruggewonnen.

-

Projects, Performance & Risk is verantwoordelijk voor het uitvoeren van en het beheer op fysieke investeringsprojecten, het procestechnologische beheer en de verbetering van het risicoprofiel van de afvalverwerking.

-

New Energy Services is verantwoordelijk voor het optimaliseren van de afzet van de energieproductie door de beschikbare capaciteit optimaal te verdelen over het leveren van elektriciteit, stads- en proceswarmte.

Bedrijfsvoering De ondersteunende bedrijfsfuncties zijn ondergebracht binnen Bedrijfsvoering: -

Facilities & inkoop, ICT, Juridische zaken, Finance & Control.

Deze afdelingen zijn ondersteunend aan de core-business van AEB, werkend vanuit hun professionele expertise. Bovenstaande bedrijfsonderdelen zijn ondergebracht in AEB Exploitatie B.V. en AEB Bioenergiecentrale B.V. Daarnaast kent AEB nog een tweetal deelnemingen; de 100% deelneming White Rock Insurance Netherlands PCC Ltd Cell 4 en een 40% deelneming in Recycling Service Centrum B.V. White Rock Insurance Netherlands PCC Ltd Cell 4 Deze entiteit betreft een captive in de vorm van een ‘protected cell company’ (PCC) en is gevestigd op Malta. Een captive is een verzekeringsmaatschappij die volledig eigendom is van en gecontroleerd wordt door haar verzekerde, in dit geval AEB. De PCC vorm is binnen de EU alleen op Malta beschikbaar en borgt voor AEB de compliance die voor verzekeringsmaatschappijen binnen de EU verplicht is. Het doel van deze captive is het leveren van toegang tot (her-)verzekeraars voor het ‘property damage & business interruption’ risico (brand, machinebreuk en omzetderving). De daadwerkelijke dekking wordt geleverd door een groep van externe (her-)verzekeraars. Recycling Service Centrum B.V. In de Recycling Service Centrum B.V. wordt onder andere afgedankte elektrische en elektronische apparatuur ingezameld en gesorteerd. Ook vinden veel uitpakwerkzaamheden plaats van overtollige producten.

Eenvoudige demontage vindt plaats waarbij waardevolle metalen en andere grondstoffen worden teruggewonnen voor hergebruik. Deze demontage wordt uitgevoerd door mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, die op deze manier worden begeleid naar een vaste baan.

Maatschappelijk verantwoord ondernemen AEB zet zich in voor het optimaliseren van de verduurzaming van de verwerking van afval en de productie van energie. Al sinds de oprichting van de rechtsvoorganger in de 19e eeuw is AEB doordrongen van deze maatschappelijke verantwoordelijkheid. In samenspraak met de Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 3 juli 2025

9

AEB Holding N.V. Amsterdam aandeelhouder, de gemeente Amsterdam, andere klanten en marktpartijen is AEB voortdurend bezig met het aanscherpen van processen waarmee grondstoffen uit afval worden teruggewonnen en waarmee zoveel mogelijk energie uit het restafval kan worden teruggewonnen. In 2023 is de strategie van AEB herijkt, daarin zijn nog ambitieuzere doelstellingen voor de terugwinning van grondstoffen opgenomen. In de strategie staat ook dat de verbranding zo duurzaam en emissie-arm mogelijk moet plaatsvinden en dat energie zo hoogwaardig mogelijk moet worden vermarkt. Samen met onder andere de recycling- en verpakkingsindustrie, het nabijgelegen stadwarmtenetwerk van Westpoort Warmte B.V. en industriële partijen, die behoefte hebben aan processtoom, worden steeds verdere stappen gezet om deze doelstellingen te realiseren. AEB heeft in 2023 de eerste stappen gezet en in 2024 verder gebouwd aan invulling van de Europese richtlijn voor duurzaamheidsrapportage, de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD). Deze Europese richtlijn verplicht bedrijven om hun impact op het klimaat, het milieu, en de maatschappij te rapporteren, daarnaast aan te geven hoe en waarmee sturing aan die processen wordt gegeven en welke doelen worden nagestreefd.

Eind februari 2025 heeft de Europese Commissie (EC) de verplichting te rapporteren conform de CSRD, voor de groep bedrijven waar AEB toe behoort, met twee jaar uitgesteld. Daarnaast is voorgesteld deze groep helemaal van deze rapportageverplichting te ontheffen. In het geval dat deze rapportageverplichting voor AEB definitief vervalt, is AEB voornemens rapportage voor te bereiden conform de Voluntary Sustainability Reporting Standard for Micro and Small Enterprises (VSME). In tegenstelling tot de CSRD is de VSME een vrijwillig kader voor duurzaamheidsrapportage, specifiek ontworpen voor micro-, kleine en middelgrote ondernemingen die niet beursgenoteerd zijn en niet onder de nieuw voorgestelde reikwijdte van de CSRD vallen. De VSME-rapportagestandaarden zijn in opdracht van de EC opgesteld door dezelfde organisatie die de standaarden voor de CSRD heeft opgesteld. Hoewel minder omvangrijk dan de CSRD en daarnaast meer passend voor het MKB wordt met de VSME ook invulling gegeven aan rapportage op de gebieden van Environment, Social en Governance (ESG). Voor elk van deze drie thema’s is een lijst met deelonderwerpen vastgesteld, waarvoor bedrijven in kaart kunnen brengen welke op hen van toepassing zijn en waarover dus gerapporteerd kan worden.

In 2024 heeft AEB met de AEC, HRC en de scheidingsinstallatie 1.271 kton huishoudelijk- en bedrijfsafval verwerkt, waaruit 295 kton ruwe bodemas is overgebleven. Uit de scheidingsinstallatie én de voorraad bodemas, over meerdere jaren opgebouwd, is ruim 39 kton grondstoffen (met name metalen) voor hergebruik teruggewonnen. In de AEC, HRC en de bio-energiecentrale is 790 GWh elektriciteit en 1.673 TJ warmte geproduceerd. Het afval, waarmee het grootste gedeelte van de elektriciteit en warmte door AEB wordt geproduceerd, kwalificeert in 2024 als 54% biogeen. Op basis daarvan is een evenredig deel van de energie die AEB opwekt te kwalificeren als duurzaam. Ten opzichte van energie opgewekt met fossiele brandstof bespaart AEB op die manier vele tonnen uitgestoten CO2.

Klimaat en milieu Het klimaat en het milieu is gebaat bij de meer dan 50% duurzaam door AEB geproduceerde energie en de door AEB uit afval teruggewonnen grondstoffen. Daarnaast streeft AEB naar zo min mogelijk schadelijke stoffen in de uitgestoten rookgassen. Door een uitgebreid proces voor het reinigen van de rookgassen blijft de uitstoot bij stabiele operatie van de afvalverbrandingslijnen onder de betreffende normen van bevoegd gezag. Om het effect van de uitstoot op klimaat en milieu verder terug te dringen en de toekomst van AEB te borgen op z'n minst tot en met 2042, heeft AEB met Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 3 juli 2025

10

AEB Holding N.V. Amsterdam succes een SDE++ subsidie aangevraagd om een CO2-afvanginstallatie te bouwen en in bedrijf te nemen. Naar verwachting zal deze installatie op z'n vroegst in 2030 in gebruik genomen worden. Ook de locatie van AEB draagt bij aan het klimaat en het milieu. Afval kan per trein en per boot via diep water worden aangevoerd en via dezelfde weg kunnen reststoffen worden afgevoerd. In 2023 is afval voor het eerst sinds jaren weer per trein aangevoerd en in 2024 is dat voortgezet. Een ander voordeel van de locatie van AEB is dat er mogelijkheden zijn om processtoom, als vervanging van stoom opgewekt met fossiele brandstoffen, te leveren aan procesindustrie in de buurt. Ook deze mogelijkheden worden onderzocht. De nabijheid van dicht bevolkt, stedelijk gebied, een groot aantal bedrijven en cruciale infrastructuur, zoals de haven van Amsterdam, is voor AEB geborgd dat overheden alle middelen zullen inzetten om te voorkomen dat het gebied door bijvoorbeeld wateroverlast (bijvoorbeeld als gevolg van een mogelijk stijgende zeespiegel) onbereikbaar wordt.

Algemene ontwikkelingen in 2024 Verkoop AEB Holding N.V. Op 22 mei 2023 heeft de ACM besloten geen vergunning te verstrekken voor de verkoop van AEB Holding N.V. aan AVR. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam heeft daarna het voornemen kenbaar gemaakt om AEB opnieuw te verkopen. Op 23 april 2024 is de daadwerkelijke start van het tweede verkoopproces van AEB Holding N.V. aangekondigd. De verkoop verliep via een competitief verkoopproces (‘controlled auction process’), maar heeft geen overeenkomst tot verkoop opgeleverd. Uiteindelijk heeft de gemeente op 11 februari 2025 besloten dat zij voor tenminste tien jaar aandeelhouder van AEB blijft. Five lines of defence en veiligheid Ook in 2024 bouwde AEB verder aan de ingezette verbeteringen met de five lines of defence. Het framework van de five lines of defence bestaat uit: Installaties, Systemen, Processen, Organisatie en Cultuur. AEB heeft verschillende audits en inspecties ondergaan van o.a. de Internationale Organisatie voor Standaardisatie (ISO), de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied en Rijkswaterstaat. De opmerkingen en aanbevelingen zijn adequaat opgepakt door de betrokken afdelingen dan wel meegenomen in de overige continue verbeteracties. •

Installaties Ook 2024 kenmerkte zich hoofdzakelijk door de problematiek met lachgascilinders. De enorme toename van deze cilinders in veel afvalstromen hebben geleid tot veel schade aan de ketels en gerelateerd daaraan een grote toename van ongeplande stilstanden. Daarnaast creëert de exploderende cilinders gevaar voor de medewerkers. Hiermee is een enorme druk komen te staan op operationele afdelingen. Gaande het jaar is de situatie steeds beter onder controle gekomen. Verbrandingsroosters in de installaties zijn verzwaard en klanten dienen risicovolle afvalstromen geshredderd aan te leveren.

•

Systemen In 2023 is besloten om voor het work clearance managementproces over te stappen van een in eigen beheer geproduceerde applicatie naar een gestandaardiseerde applicatie van een marktpartij. Dit is einde 2024 met goede resultaten geïmplementeerd.

Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 3 juli 2025

11

AEB Holding N.V. Amsterdam •

Processen Voor een complexe productielocatie als AEB is assetmanagement het belangrijkste gereedschap om te komen tot een optimale afweging tussen prestaties, kosten en risico’s en het borgen van continuïteit van de beschikbaarheid van installaties. In 2024 is het gelukt om dit proces te laten certificeren via het ISO 55001 certificaat.

•

Organisatie In 2024 was de bezetting van de directie stabiel. Dat geldt ook voor het kernteam, de managementlaag onder de directie, dat sinds eind 2023 o.a. afdelingoverstijgend handelen bevordert.

•

Cultuur De ontwikkeling van de bedrijfscultuur is voorwaardelijk voor een effectieve executie van de strategie. De focus wordt gelegd op aandacht voor de mens, het verbeteren van de onderlinge samenwerking en de ontwikkeling van (persoonlijk)leiderschap en slagkracht. Deze ontwikkeling zal worden ondersteund met interventies op het vlak van cultuur, gedrag en leiderschapsontwikkeling. Onder andere in het voornoemde kernteam wordt hier aandacht aan besteed. In 2024 zijn de eerste voorbereidingen voor een AEB-breed programma hierover getroffen.

Scheidingsinstallatie Net als in eerdere jaren zijn voor 2024 met Verpact (v.h. Nedvang) afspraken gemaakt. Het uitgangspunt dat Verpact de vermarkting doet, is gehandhaafd. In 2024 zijn voorbereidingen getroffen voor de plaatsing van trommelzeven en windshifters. Dat project is in april 2025 opgeleverd en in productie genomen. Hiermee is de capaciteit van de installatie uitgebreid met 10% - 15% bij gelijkblijvende omstandigheden (o.a. het soort afval) en de continuïteit is met dit type zeven beter geborgd dan met de vervangen schudzeven. Bio-energiecentrale De inkoopprijzen voor houtige biomassa kenden in 2024 een lichte daling ten opzichte van 2023. Die prijzen zijn in 2024 echter nog steeds hoger dan waarmee rekening was gehouden in de oorspronkelijke businesscase. De hoge prijs voor de houtige biomassa, de prijsontwikkelingen op de energiemarkt en de resulterende impact op de SDE+ subsidie hebben ertoe geleid dat AEB Bio-energiecentrale B.V. (BEC) niet in staat was om in 2024 alle verschuldigde rente- en aflossingsverplichtingen volledig zelfstandig te voldoen. Voor de betaling van rente en aflossing en het in 2024 en 2025 verschaffen van liquiditeit aan BEC heeft de financier inmiddels de garantie, gesteld door AEB Holding N.V., volledig afgeroepen.

De directie van BEC is in gesprek met diverse stakeholders over de gerezen financieringsproblematiek, waaronder de financier en de RVO (subsidieverstrekker). Daarnaast wordt een juridische procedure gevoerd/voorbereid tegen de belangrijkste leverancier van houtige biomassa met structureel lagere prijzen voor de toekomst als doel en verrekening van de te hoge prijzen tot nu toe. Het bereiken van een duurzame oplossing voor de financiering en inkoopprijzen is noodzakelijk om de continuïteit van BEC te kunnen waarborgen. CO2 afvang In december 2022 heeft AEB een SDE++ subsidie toegewezen gekregen door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) ten behoeve van het realiseren van een CO2-afvanginstallatie. Hiermee heeft AEB de gelegenheid de toekomst als een van de meest duurzame afvalverwerkers te borgen. In 2023 is door een projectteam onder leiding van een projectdirecteur gewerkt aan de business case, de voorbereiding van de final investment decision, het technisch ontwerp voor de installatie, Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 3 juli 2025

12

AEB Holding N.V. Amsterdam de afvoer en opslag van de C02, de aanbesteding van de diverse onderdelen en de bouw van de installatie. Verwacht wordt dat de installatie in 2028 in bedrijf genomen kan worden. Lachgascilinders Doordat lachgas begin 2023 verboden werd onder de Opiumwet, zijn lachgascilinders met ingang van die periode in het afval terechtgekomen. Die cilinders hebben veel schade aangericht, doordat ze ontploffen in de afvalverbrandingsinstallaties. De lachgasproblematiek is sinds medio 2024 door diverse maateregelen inmiddels onder controle, dit betreft onder meer sorteer- en shredderactiviteiten door ketenpartners, opgevoerde inspecties op kwaliteit van het ontvangen afval door AEB en het aanbrengen van aangepaste, zwaardere roostervloeren in de verbrandingsinstallaties. Daarmee is de gerealiseerde ongeplande onbeschikbaarheid van de afvalverwerkingsinstallaties ten opzichte van 2023 fors verlaagd.

Marktontwikkelingen 2024 Afval nationaal De problematiek van de in de installaties exploderende lachgascilinders heeft in 2024, net zoals in 2023, een rol gespeeld in de beschikbaarheid van de installaties, maar de impact was minder dan in 2023. Dit is mede het gevolg van de voorwaarde die AEB heeft gesteld ten aanzien van de aanvoer van afval zonder lachgascilinders. De markt heeft dit geaccepteerd hoewel zij de kosten van het uitsorteren of shredderen van het afval voor hun rekening hebben moeten nemen. AEB is hierin strikter geweest dan concurrenten hetgeen tot vele discussies heeft geleid. De aanvoer bleef echter op niveau met name omdat AVR Rotterdam na een grote schade pas eind 2024 weer mondjesmaat afval is gaan verbranden en er daardoor druk op de markt bleef in 2024, met als gevolg een positief effect op de verwerkingstarieven van AEB. Hofleverancier van huishoudelijk afval blijft de gemeente Amsterdam. Dit afval wordt in eerste instantie verwerkt door de scheidingsinstallatie. Daar worden met name plastic, metaal en drankenkartons uit gesorteerd waarna het residu naar de AEC gaat. In 2024 zijn er voor AEB geen interessante openbare aanbestedingen voor huishoudelijk afval uitgeschreven. Hierdoor is de aanvoer van na te scheiden huishoudelijk afval in 2024 op een vergelijkbaar niveau gebleven als in 2023.

Met name in 2025 volgen meerdere aanbestedingen die voor AEB van belang zijn. Vanwege het nog niet operationeel zijn van AVR in Rotterdam is er in 2024 veel bedrijfsafval aangeboden aan AEB. Omdat de import vanuit Rome van huishoudelijk voorbewerkt afval minder was dan voorzien, heeft AEB de markt kunnen helpen door meer Nederlands bedrijfsafval te verwerken, waardoor de tijdelijke opslag van afval door het uitvallen van AVR beperkter is geweest. Het vergunde volume van 25 kton voor het verwerken van gevaarlijk afval is door AEB nagenoeg volledig ingevuld. Ook hier speelt het wegvallen van capaciteit bij AVR een rol, maar over het algemeen is de markt voor de verwerking van gevaarlijk in Nederland positief. Export is noodzakelijk om al het Nederlands, gevaarlijk afval te verwerken. AEB heeft mogelijkheden om de capaciteit voor de verwerking van gevaarlijk afval verder uit te breiden, daardoor is een uitbreiding van het volume op de vergunning hiervoor een interessante optie voor AEB. Hoewel al eerder ingevoerd, begint de Nederlandse CO₂ heffing in 2024 tot discussie te leiden. AEB is vanwege drempels nog niet in een betalende positie gekomen in 2024, maar klanten zien wel de mogelijke implicaties in de toekomst. Hoe deze heffing toegedeeld gaat worden aan leveranciers van afval, is voor een deel van de klanten reden om in gesprek te gaan met AEB.

In 2025 zal AEB duidelijkheid moeten geven hoe zij deze heffing gaat toepassen in de toekomst.

Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 3 juli 2025

13

AEB Holding N.V. Amsterdam Afval internationaal Internationaal zijn ook de markten in beweging, die mogelijk interessant zijn voor AEB. Scandinavië heeft midden vorig jaar o.b.v. lage tarieven grote voorraden afval aangelegd, om afval te gebruiken als bron voor warmte en elektriciteit in de wintermaanden. De relatief zachte winter heeft ertoe geleid dat deze voorraden niet zijn gebruikt, waardoor de vraag uit deze landen relatief laag is. Dit geeft meer rust op de internationale markt, zeker nu in het Verenigd Koninkrijk een forse stijging van de afvalbelasting is doorgevoerd. Enigszins gecompenseerd door uitbreidingen van de eigen verwerkingscapaciteit heeft dit geleid tot een vraag naar verwerkingscapaciteit in andere landen. Mogelijk zal AEB dit effect in 2025 zien door een toenemende vraag vanuit het Verenigd Koninkrijk. In Duitsland heeft de invoering van de nationale CO₂ heffing geleid tot hogere tarieven. Dit maakt het voor Nederlandse verwerkers zoals AEB interessant om zich op de Duitse markt te begeven. Vanwege het aanbod van Nederlands afval in 2024 is dit nog niet geëffectueerd. Dit zal echter in 2025 zeker het geval zijn. De aanvragen daarvoor zijn door AEB al ontvangen. Ook Italië blijft voor Nederlandse verwerkers van afval interessant. Ook hier is vanwege een hoog aanbod van afval binnen Nederland een vertraging opgetreden.

Na ingebruikname van de installatie van AVR in Rotterdam wordt verwacht dat leveringen vanuit Italië weer zullen toenemen. Via AMA in Rome krijgt AEB huishoudelijk afval per trein en bedrijfs- en gevaarlijk afval vanuit enkele andere leveranciers. Daarnaast hebben meerdere leveranciers van afval uit Italië zich gemeld bij AEB. Verdere groei van afvalleveringen vanuit dit land behoren dus tot de mogelijkheid. Met een onderneming uit Slovenië heeft AEB eind 2024 een akkoord bereikt voor de levering van afval aan AEB via de trein. Verwacht wordt dat levering midden 2025 kan starten. In 2024 zijn ook contacten met Franse, Griekse en Ierse leveranciers van afval gelegd. De kansen op meer aanvoer van afval uit het buitenland nemen duidelijk toe. Verwacht wordt dat een flink deel van deze kansen in 2025 gerealiseerd kan gaan worden. Energie Dankzij ontwikkelingen op geopolitiek vlak en in combinatie met economische ontwikkelingen ten aanzien van de industriële vraag in Noordwest-Europa, tendeerde de markt voor gas sterk opwaarts en stroom relatief neutraal gedurende het jaar. De prijs van aardgas voor levering in 2025 sloot eind 2024 39% hoger, op EUR 46,6 per MWh. Hieraan lag een aantal ontwikkelingen ten grondslag. Ten eerste was er de invloed van de opbouw van voorraden door speculanten.

Daarnaast is de verwachting in geprijsd dat het gastransport vanuit Rusland door Oekraïne per 1 januari 2025 gestaakt zou worden. Als laatste bleek dat in Q4 de consumptie van gas uit de voorraden sneller verliep dan verwacht. Op 1 december 2024 was de vulgraad 85%, tegenover 95% op 1 december 2023. De hogere gasprijs heeft geen één op één effect gehad op de prijs voor elektriciteit. Dat komt voornamelijk door een daling in industriële consumptie, met name in Duitsland. De prijzen voor levering van elektriciteit ontwikkelden zich in 2024 van EUR 90,50 per MWh begin januari naar EUR 94,2 per MWh eind december 2024 met een piek net boven de EUR 100 per MWh op 21 november2024. AEB volgt vastgelegde strategieën om de impact van prijsfluctuaties en -schokken te beperken. Zo wordt op voorhand een groot deel van de verwachte totale energieproductie (zowel stadswarmte als elektriciteit) verkocht of gecontracteerd. Op deze manier wordt de blootstelling aan de volatiliteit van de dagprijzen beperkt en de betrouwbaarheid van de verwachte omzet vergroot. Voor het leveringsjaar 2024 had AEB het prijsrisico voor 75% van de verwachte energieproductie afgedekt met hedges, conform het treasury statuut.

Klanten en leveranciers De belangrijkste klanten van AEB zijn enerzijds gemeenten en bedrijven, nationaal en internationaal, die tegen betaling huishoudelijk, bedrijfs- en gevaarlijk afval leveren aan AEB en anderzijds bedrijven Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 3 juli 2025

14

AEB Holding N.V. Amsterdam die energie van AEB afnemen in de vorm van elektriciteit en warmte. De belangrijkste leveranciers van AEB zijn bedrijven die gespecialiseerd zijn in het onderhoud van installaties als die van AEB en bedrijven die gespecialiseerd zijn in het verwerken van reststoffen en het terugwinnen van grondstoffen uit reststromen van AEB.

Financiële ontwikkelingen 2024 Som der bedrijfsopbrengsten De som der bedrijfsopbrengsten over 2024 bedraagt EUR 203,7 miljoen (2023: EUR 190,0 miljoen). De netto omzet over 2024 bedraagt EUR 197,7 miljoen (2023: EUR 189,5 miljoen). Deze toename is het gevolg van een hogere beschikbaarheid van de afvalverwerkingsinstallaties vanwege een brand in de Hoogrendement Centrale (HRC) in mei 2023 en een lagere impact in 2024 van herhaalde ontploffingen van lachgascilinders in de installaties. De omzet afvalverwerking is daarom toegenomen met EUR 9,2 miljoen tot EUR 101,1 miljoen in 2024. Daarnaast waren de tarieven voor energie in 2023 hoger dan in 2024. De omzet energie is vanwege die lagere prijzen in 2024 (ondanks een hogere beschikbaarheid in 2024) gedaald van EUR 90,7 miljoen in 2023 naar EUR 89,0 miljoen in 2024. De omzet recyclematerialen is met EUR 7,6 miljoen nagenoeg gelijk gebleven aan de EUR 7,7 miljoen in 2023. De kleine daling is het gevolg van lagere opbrengst uit drankenkartons en kunststoffen vanwege omgeleid afval dat zonder recyclematerialen aan AEB is terug geleverd. De slibverwerking is begin 2023 geheel en definitief gestaakt (2023: EUR 0,1 miljoen en nihil in 2024). De overige bedrijfsopbrengsten zijn in 2024 uitgekomen op EUR 5,2 miljoen terwijl deze in 2023 vrijwel nihil waren.

Dit is met name het gevolg van hoge energieprijzen in 2023 waardoor vrijwel geen SDE+ subsidie is ontvangen in dat jaar voor de energieproductie van de bio-energiecentrale, terwijl als gevolg van lagere energieprijzen dat in 2024 wel het geval is geweest. Som der bedrijfslasten De som der bedrijfslasten bedraagt in 2024 EUR 212,2 miljoen en is daarmee EUR 19,2 miljoen hoger dan de EUR 193,0 miljoen in 2023. De kosten van grond- en hulstoffen bedragen in 2024 EUR 31,6 miljoen (2023: EUR 38,7 miljoen). De kosten voor de omzet afvalverwerking zijn in 2024 marginaal gestegen naar EUR 8,1 miljoen (2023: EUR 7,9 miljoen) door het beëindigen van een overeenkomst waardoor een zogenaamde ‘take or pay’ clausule werd geactiveerd. De kosten van de omzet energie zijn gedaald van EUR 10,3 miljoen in 2023 naar EUR 6,4 miljoen in 2024 met name vanwege een lagere prijs voor de ingekochte biomassa en een geschil met de netbeheerder dat in het voordeel van AEB is uitgevallen. De kosten voor recyclematerialen en bodemas bedragen in 2024 EUR 2,8 miljoen, EUR 4,0 miljoen lager dan in 2023 vanwege gedaalde tarieven voor het opwerken en afzetten van bodemas en hoger dan verwachte opbrengsten voor recyclemetalen. De kosten voor de verwerking van reststoffen zijn met EUR 0,7 miljoen gestegen tot EUR 7,7 miljoen in 2024 doordat de afvoer van vliegas en rookgasreinigingsresidu is toegenomen.

De kosten van chemicaliën en hulpstoffen zijn in beide jaren uitgekomen op EUR 6,6 miljoen, omdat enerzijds de prijzen zijn gedaald en anderzijds het verbruik is toegenomen. De kosten van uitbesteed werk en andere externe kosten stegen in 2024 naar EUR 51,2 miljoen (2023: EUR 43,9 miljoen). De stijging is veroorzaakt door (1) met EUR 2,1 miljoen gestegen preventieve- en correctieve onderhoudskosten als gevolg van lachgasincidenten, correctieve onderhoudskosten aan onderdelen van de bio-energiecentrale en (2) met EUR 5,2 miljoen stijging vanwege meer inzet van en hogere tarieven voor personeel van derden. De kosten voor lonen en salarissen zijn mede vanwege een toename van fte’s en verhoging van de CAO lonen gestegen van EUR 33,3 miljoen in 2023 naar EUR 36,5 miljoen in 2024. Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 3 juli 2025

15

AEB Holding N.V. Amsterdam De afschrijvingslasten bedragen EUR 56,4 miljoen in 2024 (2023: EUR 41,2 miljoen). De stijging is met name het gevolg van hogere afschrijvingen op activiteiten in het meerjarig onderhoudsplan en in gebruik genomen projecten. Daarnaast is in 2023 een bijzondere waardevermindering van EUR 1,7 miljoen inzake de bio-energiecentrale teruggenomen en heeft iets dergelijks in 2024 niet plaatsgevonden. De overige bedrijfskosten zijn in 2024 tot EUR 36,5 miljoen gestegen ten opzichte van de EUR 36,0 miljoen in 2023. De verzekeringskosten zijn met EUR 0,8 miljoen gestegen vanwege een hogere nieuwbouwwaarde o.b.v. inflatie en een hoger maximaal uit te keren schadebedrag (van EUR 200 miljoen naar EUR 400 miljoen vanaf de prolongatiedatum 1 augustus 2024). De onderzoek- en advieskosten zijn gestegen met EUR 0,3 miljoen vanwege de voorbereidingen op de bouw van de CO2-afvanginstallatie en hogere accountantskosten inzake de jaarrekening 2023 dan verwacht. De kosten voor voertuigen zijn EUR 0,6 miljoen hoger vanwege meer inhuur van materieel voor het uitladen van de trein met afval uit Italië en vanwege prijsindexaties. De overige bedrijfslasten zijn EUR 1,2 miljoen lager vanwege een lagere dotaties aan de voorziening milieu en aan de voorziening dubieuze debiteuren (vanwege een afgenomen risicoprofiel).

Netto financieringslasten De netto financieringslasten in 2024 bedragen EUR 23,1 miljoen (2023: EUR 17,1 miljoen). De stijging van de rentelasten is het gevolg van een gestegen Euribor tarief en van hogere rentepercentages op met name de aanvullende ‘stand-by’ faciliteit die in 2024 aan AEB is verstrekt. Belastingen De post belastingen in de winst- en verliesrekening over 2024 is een bate van EUR 3,5 miljoen (2023: EUR 6,4 miljoen last). De belastinglatentie uit hoofde van beschikbare compensabele verliezen is afgenomen met EUR 3,3 miljoen, de belastinglatentie uit hoofde van tijdelijke waarderingsverschillen is toegenomen met EUR 6,8 miljoen. Ultimo 2024 bedragen de fiscale verliezen beschikbaar voor toekomstige verliesverrekening EUR 201,2 miljoen (2023: EUR 173,3 miljoen), welke overwegend niet zijn gewaardeerd op de balans. Resultaat Het resultaat 2024 van EUR 28,3 miljoen negatief is ten opzichte van 2023 met name beïnvloed enerzijds door EUR 13,8 miljoen meer bedrijfsopbrengsten en anderzijds door EUR 19,3 miljoen meer bedrijfslasten en door EUR 6,0 miljoen hogere financiële lasten. De opbrengsten zijn hoger met name vanwege een betere beschikbaarheid van de installaties in 2024 dan in 2023 o.a. vanwege de brand in de elektriciteitsruimte in de Hoogrendement Centrale in mei 2023 en ontploffingen van lachgascilinders met meer impact in 2023 dan in 2024.

De bedrijfslasten zijn hoger met name vanwege EUR 15,2 miljoen meer afschrijvingslasten uit het meerjarig onderhoudsplan en uit opgeleverde projecten. Daarnaast zijn de kosten voor extern ingehuurd personeel en personeel in dienst respectievelijk EUR 5,2 miljoen en EUR 3,2 miljoen hoger dan in 2023. Daartegenover zijn de kosten van grond- en hulpstoffen EUR 7,1 miljoen lager door lagere tarieven voor de inkoop van biomassa en voor het opwerken en afzetten van bodemas. De financiële lasten zijn hoger vanwege nagenoeg gelijkblijvend schulden (weliswaar verdeeld over kort- en langlopend vanwege aflopende financiering) tegen een gemiddeld hoger rentepercentage. Eigen vermogen Het groepsvermogen van AEB Holding N.V. bedraagt na de toevoeging van het resultaat over 2024 EUR 33,5 miljoen positief per 31 december 2024 (2023: EUR 61,8 miljoen). De solvabiliteit komt per 31 december 2024 uit op 5,8% (2023: 11,0%). Wanneer de achtergestelde lening van de gemeente Amsterdam als onderdeel van het ‘garantievermogen’ wordt meegerekend komt de solvabiliteit ultimo 2024 uit op 36,9% (2023: 41,5%) Op basis van de gewijzigde financieringsovereenkomsten met de gemeente Amsterdam en het consortium van banken is in 2024 geen dividend uitgekeerd. Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 3 juli 2025

16

AEB Holding N.V. Amsterdam Financiering De afspraken met het bankenconsortium en met de gemeente Amsterdam zijn aangepast met ingang van 17 juli 2024. De wijzigingen in de financieringsafspraken met het consortium behelsden op hoofdlijnen het volgende: (1) verlenging van Facility A en de Revolving Credit Facility tot eind juni 2025 waarbij er geen sprake zal zijn van aflossingen tot het einde van de looptijd en (2) een aanpassing van de financiële convenanten zoals nader toegelicht in de jaarrekening. De wijzigingen in de financieringsafspraken met de aandeelhouder behelsden op hoofdlijnen het volgende: (1) een verhoging van de beschikbare lening onder de Stand-by Facility Agreement met EUR 50 miljoen, (2) de per kwartaal verschuldigde rente wordt tot en met 30 september 2025 niet betaald, maar toegevoegd aan de door de aandeelhouder verstrekte faciliteiten en (3) verlenging van de Stand-by Facility tot 30 september 2025. Op basis van het bovenstaande zijn de leningen van het bankconsortium als kortlopend gepresenteerd. De banklening aan AEB Bio-energiecentrale B.V. is als kortlopend geclassificeerd, omdat per 31 december 2024 niet aan alle leningsvoorwaarden is voldaan. Middels een herfinanciering door de gemeente Amsterdam wordt de door het bankconsortium verstrekte financiering per 30 juni 2025 afgelost. Deze herfinanciering behelst onder meer het volgende: 1.

Conversie van de door de aandeelhouder verstrekte Stand-by Facility en langlopende lening in eigen vermogen voor een totaalbedrag van EUR 222,3 miljoen. De conversie van deze financiering is inclusief de tot 30 juni 2025 verschuldigde rente. Het resterende saldo van de per jaareinde door de aandeelhouder verstrekte financiering bedraagt daarmee EUR 28,1 miljoen per 30 juni 2025. 2. Verstrekking van een rekening-courantfaciliteit met een looptijd van 5 jaar en met een maximale omvang van EUR 21,5 miljoen in 2025. De benodigde omvang van de faciliteit wordt jaarlijks in overleg met de aandeelhouder bepaald. 3. Verstrekking van een lening met een looptijd van 5 jaar ten bedrage van EUR 158,4 miljoen. Deze lening wordt met name aangewend om de door het bankconsortium verstrekte financiering af te lossen en zekerheid te stellen voor de aan de Staat der Nederlanden verstrekte bankgarantie die strekt tot zekerheid voor de nakoming van de verplichting tot het tijdig in gebruik nemen van een CO2-afvanginstallatie. De herfinanciering resulteert in een forse versterking van het eigen vermogen en wordt nader toegelicht in de Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening 2024 onder “9. Langlopende schulden”.

Op basis van de opgestelde financiële projecties verwacht de directie dat de vennootschap de komende jaren over voldoende liquiditeitsruimte en financiering zal beschikken en zal kunnen voldoen aan de voorwaarden van de gerealiseerde financieringsoplossing. Cashflow De netto kasstroom bedroeg in 2024 EUR 15,3 miljoen negatief (2023: EUR 12,8 miljoen negatief) en is met name het gevolg van de kasstroom uit investeringsactiviteiten die uitgekomen is op EUR 86,5 miljoen (2023: EUR 74,9 miljoen). De kasstroom uit operationele activiteiten was in 2024 met EUR 41,5 miljoen wel beter dan de EUR 39,6 miljoen in 2023. De kasstroom uit financieringsactiviteiten is in 2024 uitgekomen op EUR 29,7 miljoen positief (2023: EUR 22,5 miljoen positief), zie de toelichting hierboven onder Financiering. Investeringen De gerealiseerde investeringen betreffen met name investeringen in veiligheid en groot onderhoud in de Afvalenergiecentrale (AEC) en de Hoogrendement Centrale (HRC) en zijn onder andere hoger dan in 2023 omdat in 2024 een revisie op vier lijnen is uitgevoerd in plaats van twee in 2022.

Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 3 juli 2025

17

AEB Holding N.V. Amsterdam

Personeel en organisatie Ontwikkelingen Voor 2024 gold qua organisatieontwikkeling min of meer hetzelfde als in 2023. Er was in 2024 echter een verschil merkbaar in de manier waarop binnen AEB is omgegaan met de onzekerheid die een slepend verkoopproces met zich meebrengt. Er is duidelijk gekozen in deze fase als organisatie om door te ontwikkelen en niet “stil te blijven staan in afwachting van …”. In- door en uitstroom Zo is er vol ingezet op het verbeteren van de kansen op de arbeidsmarkt profilering teneinde het toegenomen verloop in 2023 en de vervanging van personeel ingehuurd van derden met mensen in loondienst een “boost” te geven. En met succes! De gecombineerde inzet van social media, deelname aan arbeidsmarktevenementen, het verhogen van de zogenaamde aanbreng fee tot EUR 2.500 en de werving van een buitengewoon toegewijde recruiter hebben er toe geleid dat de werving van nieuwe personeelsleden steeds beter verliep en steeds minder afhankelijk was van externe recruitment- en detacheringsbureaus. Belonen & waarderen In 2024 is ook een verbetering van het arbeidsvoorwaardenpakket doorgevoerd waarbij de balans tussen de verschillende salarisschalen in overleg met de ondernemingsraad is hersteld.

Dit heeft geleid tot een andere opbouw van de boven-CAO schalen in het loongebouw gecombineerd met een verruiming van de persoonlijke doorgroeimogelijkheid bij goed functioneren in geval het schaalmaximum is bereikt. Daarnaast zijn ook de verschillende functionerings- en aanmoedigingsbonussen verruimd. Al met al een pakket arbeidsvoorwaarden dat werkelijk onderscheidend is. In 2024 is een start gemaakt met een nieuwe PVE (planning, voortgang evaluatie) cyclus waarin bij de start van elk gesprek éérst aandacht is voor de medewerker zelf, zijn of haar ontwikkeling en groei en er duidelijk verbinding wordt gemaakt met de ontwikkeling van gedragscompetenties. Organisatiecultuur De belangrijkste vraag die voor de toekomst beantwoord dient te worden, is of AEB als organisatie in deze vorm met de huidige cultuur en samenstelling een interessante werkgever is die medewerkers blijvend boeit en bindt en toekomstige medewerkers aantrekt. Daarnaast is de vraag of AEB de organisatie is die haar interne processen onder controle krijgt, waar veilig gewerkt wordt omdat AEB het gewoon als organisatie beter is gaan doen en niet alleen vanwege wet- en regelgeving. Onderzoek naar de bedrijfscultuur, theoretische en praktische inzichten met betrekking tot organisatie ontwikkeling verklaren welke stappen AEB te zetten heeft om een duurzame organisatiekwaliteit en -cultuur te kunnen ontwikkelen.

De AEB organisatie behoeft aandacht en de uitdaging is om de oorzaken daarvan te onderkennen en een proces in gang te zetten dat helpt om als organisatie te herstellen. Het feit alleen al dat dit door de organisatie wordt gezien is een positieve ontwikkeling. AEB heeft een managementcultuur nodig waarin aandacht voor de mensen en afdeling overstijgende samenwerking centraal staat. Leidinggevenden die sturen op competenties, voorbeeldgedrag laten zien, richtinggevend en normstellend, stevig op de inhoud en zacht op de relatie. Opleiding & training De organisatie en inrichting van het AEB Opleidingscentrum is ook in 2024 verder geprofessionaliseerd. In 2024 is de verbinding met het O&O fonds verder geïntensiveerd, onder andere door samenwerking in expertisegroepen en het oppakken van een bestuursfunctie is meer zicht verkregen over de mogelijkheden tot samenwerking en ontwikkeling van het opleidingsaanbod. Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 3 juli 2025

18

AEB Holding N.V. Amsterdam Ook in 2024 is stevig geïnvesteerd in de ontwikkeling van de operationele leiderschapskwaliteiten en de samenwerking binnen en tussen teams door middel van meerdere team ontwikkelprogramma’s, leiderschapstrainingen en coaching van (beginnend) leidinggevenden door een “huis-coach”. Gezondheid & vitaliteit In 2024 is de samenwerking met de ARBO dienstverlener verder geprofessionaliseerd. De samenwerking is nog steeds buitengewoon goed te noemen. Er is een gezonde dialoog over de verzuimbegeleiding, verzuim-coaching en de inzet van derden voor mediation en individuele begeleiding. Er wordt veel aandacht gegeven aan de individuele verzuimer, re-integratie vraagstukken en tijdelijke functies. De dienstverlener hanteert een moderne vorm van verzuimbegeleiding en beschikt over een palet aan deskundige diensten, zodat in bepaalde situaties snel de juiste ondersteuning kan worden gegeven. Medezeggenschap Er is sprake van vertrouwen, een open en stevige dialoog tussen de ondernemingsraad en de directie. Dit heeft geleid tot een andere, minder formele vorm van afstemming en overleg. Directie en Raad van Commissarissen In 2024 heeft geen wijziging in het bestuur van AEB plaatsgevonden.

De directie bestond tot eind 2024 uit drie statutaire bestuurders, Wim van Lieshout als algemeen directeur, René Klaassen als financieel directeur en Albert den Hartog als operationeel directeur. De samenstelling van de RvC is in 2024 eveneens niet gewijzigd. De RvC bestaat uit de heer Boot (voorzitter), de heer Cuijpers en mevrouw Mulder. Bij een evenwichtige verdeling van de zetels van de directie wordt gestreefd naar ten minste 30% bezetting door vrouwen en ten minste 30% door mannen, voor zover deze zetels worden verdeeld over natuurlijke personen. Gedurende het boekjaar 2024 bestond de voltallige statutaire directie (drie leden) van AEB uit mannelijke leden. Dit is enerzijds veroorzaakt door de geringe omvang van de directie. Om in de toekomst toch te komen tot een evenwichtige(re) verdeling zal, zodra er weer een vacature ontstaat, bij gelijke geschiktheid van kandidaten de voorkeur uitgaan naar een vrouw. De bezoldiging van de directie en de leden van de Raad van Commissarissen voldoet over 2024 aan de normen van de Wet Normering Topinkomens, hoewel wettelijk gezien AEB niet verplicht is daaraan te voldoen.

Interne risicobeheersings- en controlesysteem Het interne risicobeheersings- en controlesysteem moet de realisatie van doelstellingen bewaken, betrouwbare financiële verslaggeving waarborgen en zorgen voor de naleving van wet- en regelgeving. De directie is verantwoordelijk voor de ontwikkeling en uitbouw van dit systeem en voor de beoordeling van de effectiviteit ervan. De onderneming hanteert diverse instrumenten om te zorgen voor een goed werkend intern risicobeheersings-en controlesysteem. Dit betreft onder meer een adequate opzet en inrichting van de organisatie, het handhaven van een systeem van monitoring inclusief periodieke rapportages en de implementatie en handhaving van procedures en reglementen (zoals bijvoorbeeld autorisatieregelingen, treasurystatuut en een inkoopbeleid) en het handhaven van gedragsregels. In de toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening wordt het beleid inzake het gebruik van financiële instrumenten nader toegelicht.

Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 3 juli 2025

19

AEB Holding N.V. Amsterdam AEB heeft een risicomanagementbeleid dat zich uitstrekt over alle onderdelen van de bedrijfsvoering. Dit beleid is in 2020 geëvalueerd. Zo is er een risicoregister opgesteld dat actief wordt gemanaged en periodiek met de directie wordt besproken. Daarnaast heeft de directie voor zichzelf een vijftal overkoepelende risicogebieden (“five lines of defence”) vastgesteld waarvoor mitigerende maatregelen zijn en worden vastgesteld en doorgevoerd. AEB is niet wettelijk verplicht de Nederlandse Corporate Governance Code toe te passen. Niettemin onderschrijft de vennootschap de code integraal en heeft zij besloten waar mogelijk en/of zinvol de principes en best practices van de code grotendeels in te voeren. Nadere informatie over de naleving van de code is te vinden op de website van AEB.

Risico’s en onzekerheden De belangrijkste risico’s die AEB in relatie tot haar strategie heeft gedefinieerd worden hieronder benoemd en toegelicht. Veiligheid en milieu De bedrijfsprocessen en – installaties van AEB kennen materiële veiligheids- en milieurisico’s. Het niet beheersen van deze risico’s kan gevaren opleveren voor mens, milieu en maatschappij. Benodigde vergunningen kunnen worden ingetrokken waarmee de ‘license to operate’ voor AEB vervalt. Daarom werkt AEB doorlopend aan het veiligheidsbeheerssysteem dat dient te voldoen aan alle van toepassing zijnde wet- en regelgeving, waaronder BRZO, zodat de beheersing van deze risico’s geborgd is. Beschikbaarheid van de installaties De bedrijfsinstallaties van AEB zijn complex en gevoelig voor storingen of uitval. Dit kan grote gevolgen hebben voor de continuïteit van de bedrijfsvoering en daarmee voor de noodzakelijke inkomsten en resultaten van de onderneming. Daarom zijn de AEB onderhouds- en beheerprogramma’s gericht op het borgen van de bedrijfscontinuïteit van de installaties, onder meer bestaande uit een lange termijn onderhoudsstrategie, incidentmanagement, management of change, inspecties en monitoring. AEB werkt continue aan het evalueren en verder verbeteren van die programma’s. Marktontwikkelingen AEB opereert op de afval- en energiemarkt en ook op de grondstoffenmarkt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16263205/1