ABA Bereikbaarheid - hoofdrapportage.pdf
Tekst van het document
SEG’s Almere 180.000
160.000 140.000 120.000 100.000 80.000 60.000 40.000 20.000 0 WLO 2040 Laag WLO 2040 Hoog (v2020) (v2020)
Polycentrisch 2040 (35K)
Huishoudens
SEG’s WLO 2040 Laag (v2020) WLO 2040 Hoog (v2020) Polycentrisch 2040 (35K) Polycentrisch 2050 (60K) Polycentrisch 2050 OWP (80K)
Polycentrisch 2050 (60K)
Polycentrisch 2050 OWP (80K)
Arbeidsplaatsen
Huishoudens Arbeidsplaatsen Arb/Huish 113.275 111.387 0,98 135.595 130.536 0,96 123.775 108.040 0,87 149.601 122.471 0,82 166.168 123.584 0,74
Tabel en figuur: Het aantal huishoudens en arbeidsplaatsen in Almere per ROEZ-variant
90
Bijlagen
91
Bijlage 1: Referentienetwerk In deze bijlage is het referentienetwerk opgenomen wat als basis is gebruikt voor deze studie. VENOM 2018 Er is gerekend met de meest recente versie van VENOM, VENOM2018, vastgesteld mei 2020. Deze bestaat uit matrices, netwerken en toedelingen voor het basisjaar 2014 en de toekomstjaren 2030 en 2040 gebaseerd op de WLO2-scenario’s Hoog en Laag. De aanwezige modaliteiten zijn, voor het WEG-project, personenauto en vrachtverkeer en voor het OVproject bus, tram, metro (BTM) en trein. Hoofdspoor Voor zowel 2030 als 2040 is het geactualiseerde 6-basis model wat is gebruikt als referentie voor het spoornetwerk in deze studie. Overig BTM We sluiten aan bij de uitgangspunten van de vorige fase: • Uitgangspunt is het 2040 BTM-netwerk (gelijk aan 0+-alternatief in Netwerkperspectievenstudie SBaB). • Los van IJmeerverbinding is het metronetwerk Amsterdam ongewijzigd, dus geen doorgetrokken Noord/Zuid-lijn, geen sluiten Kleine Ring en geen ontvlochten metronetwerk. De Metrolijn naar Gaasperplas eindigt wel op v/d Madeweg. • In het VENOM 2040 BTM netwerk zit al een hoogfrequente HOVbuslijn Almere Centrum – Almere Poort via Pampus. In de varianten met IJmeerverbinding wordt deze aangepast, zodat deze een meer ontsluitend karakter heeft en een aanvulling vormt voor de IJmeerverbinding in plaats van een alternatief.
Wegen Voor de wegen zijn de uitgangspunten van ZWASH overgenomen, die ook in het MTB worden toegepast. Dit betekent dat voor 2030 ten opzichte van de VENOM-referentie de volgende wijzigingen zijn doorgevoerd: • Duinpolderweg: enkel de opwaardering van de Bennebroekerweg en niet het gehele traject. • ZuidasDok: Alleen aanpassing knopen Amstel en Nieuwe Meer en nog geen uitbreiding A10 Zuid (tunnels). • A8-A9: opgeleverd conform het Golfbaanalternatief. • Rottepolderplein: conform modelinvoer Netwerkstrategie 2040. Voor 2040 zijn, conform ZWASH, een aantal extra infrastructurele maatregelen opgenomen. Dit zijn: • Verbreding A7-A8 conform het voorkeursperspectief bij besluitvorming afronding MIRT-verkenning 2019. • Aanpassingen ring A10-Noord. • ZuidasDok: volledige realisatie. Ten opzichte van ZWASH zijn er een aantal kleine aanpassingen doorgevoerd, die voor ZWASH beperkte impact hebben (buiten invloedsgebied) maar voor ABA relevant waren om te corrigeren: • 3 rijstroken (1 extra) A27 tussen Eemnes en Almere Haven (alleen in 2040 en 2050). • Doorsteek parallelstructuur A6 t.er hoogte van Almere Poort weggehaald (is vanwege niet voldoen aan de veiligheidsnormen afgesloten). • Kleine aanpassingen in OWN in Pampus om Pampus goed aan te takken.
92
Knelpuntanalyses OV op de volgende pagina’s Op de volgende pagina’s zijn per verstedelijkingsvariant de OVknelpunten weergegeven.
25k
6 ✔️
(2030)
35k
60k
80k
8 ✔️
5 ✔️
✔️
Δ 2&1
Δ 10&1
toepassen op 6
toepassen op 6
Δ 2&1
Δ 10&1
toepassen op 8
toepassen op 8
Δ 2&1
Δ 10&1
toepassen op 5
toepassen op 5
2✔️
0✔️
Δ 10&1 en Δ 2&1
Δ 10&1 en 9 ✔️ Δ 2&1 toepassen op 8
Δ 10&1 en 7 ✔️ Δ 2&1 toepassen op 5 toepassen op 10
IJ3. Metro + IJmeerweg
IJmeerverbinding nog niet aan de orde in 2030
toepassen op 6
Δ 2&1
IJ2. Metro + A6/A1
IJ1. Metro
H2. Spoor + A6/A1
H1. Spoor
A1. Verbreding A6/A1
Combinaties van verstedelijkingsvarianten en mobiliteitsinvesteringen doorgerekend Er zijn meerdere combinaties doorgerekend qua verstedelijkingsvarianten en mobiliteitsinvesteringen. Zie hiervoor de tabel rechts. • Op de X-as staan de netwerkvarianten: de eigenschappen van zowel het spoor-, BTM- en autonetwerk. • Op de Y-as staan aantallen extra huishoudens in Almere Om zo veel mogelijk inzichten te verkrijgen en tegelijkertijd zo efficiënt mogelijk om te gaan met modelberekeningen, zijn er 10 afzonderlijke modelberekeningen uitgevoerd. De vakjes in de matrix die geen modelberekening bevatten zijn afgeleid uit de verschillen tussen de doorgerekende varianten.
0. Referentie
Bijlage 2: Doorgerekende knelpuntanalyses
3✔️
Δ 2&1
Δ 3&4
toepassen op 9
toepassen op 9
Δ 2&1
Δ 3&4
toepassen op 7
toepassen op 7
Δ 2&1
4✔️
toepasse n op 3
93
3
Knelpuntenanalyse OV 25k (2030) Spoor
• Verlichting van enkele knelpunten op het hoofdspoor, waaronder de Hollandse Brug. • Tussen Bijlmer ArenA en Utrecht CS blijft er voor intercity’s een knelpunt bestaan. • De IJtram blijft een verwacht knelpunt. • Busverbindingen hebben een doorstromingsknelpunt vanwege files op de snelwegen.
BTM
Kleurindicatie
Categorie Geen knelpunt 80% tot 100% zitplaatsen bezet
IC
Weinig staanplaatsen bezet
SPR
Veel staanplaatsen bezet (+/- 2 pers/m2)
BTM
Zeer veel staanplaatsen bezet Past niet (+/- 4 pers/m2, reizigers blijven achter op station)
94
2
3
Knelpuntenanalyse OV 35k Spoor
• Verlichting van enkele knelpunten op het hoofdspoor, waaronder verlichting van knelpunt intercity’s op de Hollandse Brug. • Tussen Bijlmer ArenA en Utrecht CS blijft er voor intercity’s een knelpunt bestaan. • De IJtram blijft een verwacht knelpunt. • Weinig verschillen tussen de varianten voor BTM, behalve busverbinding over de Hollandse Brug: capaciteitsknelpunt bij de netwerkvariant IJmeerverbinding (IJ1) opgelost.
BTM
Kleurindicatie
Categorie Geen knelpunt 80% tot 100% zitplaatsen bezet
IC
Weinig staanplaatsen bezet
SPR
Veel staanplaatsen bezet (+/- 2 pers/m2)
BTM
Zeer veel staanplaatsen bezet Past niet (+/- 4 pers/m2, reizigers blijven achter op station)
95
3
Knelpuntenanalyse OV 55k Spoor
• Verlichting van enkele knelpunten op het hoofdspoor, waaronder verlichting van knelpunt intercity’s op de Hollandse Brug. • Tussen Bijlmer ArenA en Utrecht CS blijft er voor intercity’s en voor sprinters een knelpunt bestaan. • Ook knelpunten intercity’s tussen Weesp en Amsterdam Zuid, IJmeerverbinding brengt daar enige verlichting. • De IJtram blijft een verwacht knelpunt. • Busverbinding over de Hollandse Brug: capaciteitsknelpunt bij IJ1 opgelost.
BTM
Kleurindicatie
Categorie Geen knelpunt 80% tot 100% zitplaatsen bezet
IC
Weinig staanplaatsen bezet
SPR
Veel staanplaatsen bezet (+/- 2 pers/m2)
BTM
Zeer veel staanplaatsen bezet Past niet (+/- 4 pers/m2, reizigers blijven achter op station)
96
2 3
Knelpuntenanalyse OV 80k Spoor
• Verlichting van enkele knelpunten op het hoofdspoor: wel verlichting van knelpunt intercity’s op de Hollandse Brug, maar nog steeds een knelpunt. • Tussen Bijlmer ArenA en Utrecht CS blijft er voor Intercity’s en voor sprinters een knelpunt bestaan. • Ook knelpunten intercity’s tussen Weesp en Amsterdam Zuid, IJmeerverbinding brengt daar enige verlichting. • De IJtram blijft een verwacht knelpunt. • Busverbinding over de Hollandse Brug: verlichting van capaciteitsknelpunt bij netwerkvariant IJmeerverbinding (IJ1).
BTM
Kleurindicatie
Categorie Geen knelpunt 80% tot 100% zitplaatsen bezet
IC
Weinig staanplaatsen bezet
SPR
Veel staanplaatsen bezet (+/- 2 pers/m2)
BTM
Zeer veel staanplaatsen bezet Past niet (+/- 4 pers/m2, reizigers blijven achter op station)
97
Bijlage 3. SEG’s - Amsterdam Doordenken en doorrekenen mogelijkheden aantakken IJmeerlijn • Het aantal arbeidsplaatsen per huishouden in Amsterdam ligt een stuk hoger in Polycentrisch dan in WLO-scenario’s. • Huishoudens in WLO 2040 Hoog is hoger dan ABA 80K. • Arbeidsplaatsen in WLO 2040 Hoog ligt dichter in de buurt van ABA 35K. • Dus veel sterkere spitspendel van omliggende plekken naar Amsterdam.
SEG’s Amsterdam 900.000 800.000
700.000 600.000 500.000 400.000 300.000 200.000 100.000 0 WLO 2040 Laag (v2020)
WLO 2040 Hoog (v2020)
Polycentrisch 2040 Polycentrisch 2050 Polycentrisch 2050 (35K) (60K) OWP (80K)
Huishoudens
SEG’s WLO 2040 Laag (v2020) WLO 2040 Hoog (v2020) Polycentrisch 2040 (35K) Polycentrisch 2050 (60K) Polycentrisch 2050 OWP (80K)
Arbeidsplaatsen
Huishoudens Arbeidsplaatsen Arb/Huish 555.023 675.482 1,22 647.099 787.998 1,22 598.644 773.052 1,29 625.591 827.798 1,32 633.717 827.798 1,31 98
Bijlage 4: Toelichting reistijden kantelpunt 3 Realistische ketenreistijden voor kantelpunten Voor kantelpunt 3 worden reistijden gebruikt om een indicatie te geven hoe de ruimtelijke ontwikkeling effect heeft op de bereikbaarheid van de ABA. Een voorbeeld van de uitwerking van deze reistijden staat op de figuur rechts. Autoreistijden bestaan uit drie componenten: de free flow reistijd, de vertraging en het natransport naar de bestemming. Voor de free flow en vertraging wordt modeldata gebruikt, voor het natransport wordt zes minuten aangehouden. Dit is het gemiddelde natransport in de MRA volgens het MIRT-onderzoek ‘Stedelijke Bereikbaarheid MRA’.
24
x
30 Zonder file, inclusief voor- en natransport
OV-reistijden zijn per relatie bekeken. Hier is voortransport naar een halte, wachttijd bij een halte, de rijtijd en het natransport meegenomen.
3
99
12
Bijlage 4: Extra relaties kantelpunt 3 Reistijd Almere Centrum - Amsterdam Zuidas 0
10.000
20.000
30.000
40.000
50.000
60.000
20
70.000
80.000
Reistijd Almere Centrum - Amsterdam Amstel Perfecte reistijd (Freeflow) Vertraagde reistijd
Reistijd Almere - Amsterdam (inc 6 min natransport)
25
Zeer vertraagd
30
10.000
20.000
30.000
40.000
50.000
60.000
70.000
20
25
80.000
Vertraagde reistijd
Zeer vertraagd
30
Referentie
35
IJmeermetro
40
45
IJmeerweg
50
4-sporige Hollandse Brug
55
60
Aantal extra huishoudens Almere
0
Reistijd Almere - Reistijd Almere - Amsterdam (inc 6 min natransport)
Aantal extra huishoudens Almere
Perfecte reistijd (Freeflow)
1.
2.
3.
Gevoeligheidsa nalyse Wegverbreding A1 en A6
Referentie
35
IJmeermetro
40
IJmeerweg
45
4-sporige Hollandse Brug
50
55
1. 60
2.
3.
Gevoeligheidsa nalyse Wegverbreding A1 en A6
100