Aanvulling Omgevingseffectrapportage Ontwikkelstrategie
Tekst van het document
Aanvulling OER Ontwikkelstrategie
projectnummer 0489194.100 definitief 15 januari 2024
www.anteagroup.nl
Aanvulling OER Ontwikkelstrategie projectnummer 0489194.100 definitief 25 januari 2024
Auteurs T. Artz P. Verhoeven C. van Dam N. Hagen
Opdrachtgever Gemeente Amsterdam Postbus 2602 1000 CP AMSTERDAM
datum 15 januari 2024
beschrijving Definitief
vrijgave drs. T. Artz
datum 15 januari 2024 projectnummer 0489194.100 betreft Aanvulling OER
Inhoudsopgave Inhoudsopgave
3
1.
Inleiding
5
1.1 1.2 1.3
Waarom een aanvulling op het OER bij de Omgevingsvisie Het doel van deze aanvulling Werkstappen en methodologie
5 6 6
2.
Overzicht van relevante aanscherpingen en toevoegingen in de ontwikkelstrategie
7
2.1 2.2 2.2.1 2.2.2 2.2.3 2.2.4 2.2.5 2.2.6 2.2.7 2.2.8
Essentie van de ontwikkelstrategie Ontwikkelingen per stadsdeel Noord Oost Zuidoost Weesp Zuid Ringzone West/Nieuw-West Haven-Stad Zuid Binnenstad
7 8 8 9 10 10 11 11 12 12
3.
Impact van de aanvullende ingrepen/opgaven
13
3.1 3.2 3.3 3.3.1 3.3.2 3.3.3 3.3.4 3.3.5 3.3.6 3.3.7 3.3.8
Startpunt: overzicht van de impact van de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving Gebiedsontwikkelingen Nadere detaillering verdichtingsopgave Noord Oost Weesp Zuidoost Zuid West/Nieuw-West Haven-Stad Zuid Binnenstad
13 15 16 17 18 19 20 20 21 23 23
4.
Overzicht van de impact van de ontwikkelstrategie op de thema’s van de fysieke leefomgeving 25
4.1 4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.1.4 4.1.5 4.1.6 4.1.7 4.1.8 4.1.9 4.1.10 4.1.11 4.1.12 4.1.13 4.1.14 4.1.15
Effecten van de ontwikkelstrategie op de kernwaarden van het beoordelingskader Inclusief en betaalbaar Leefbaar Bereikbaar Milieukwaliteit sociaal fundament: Geluid Milieukwaliteit sociaal fundament: Geur en stof Milieukwaliteit sociaal fundament: Luchtkwaliteit Gezond Veilig Klimaatbestendig Ruimtelijke kwaliteit Economisch vitaal Klimaatneutraal Natuurlijk Milieukwaliteit ecologisch plafond: lucht, bodem en water Circulair
25 25 26 28 29 30 31 32 33 36 37 38 39 40 42 43
datum 15 januari 2024 projectnummer 0489194.100 betreft Aanvulling OER
5.
Conclusies en aanbevelingen
45
5.1 5.2
Samenvattend overzicht Aanbevelingen
45 45
blad 4 van 46
datum 15 januari 2024 projectnummer 0489194.100 betreft Aanvulling OER
1.
Inleiding
1.1
Waarom een aanvulling op het OER bij de Omgevingsvisie Van Omgevingsvisie naar ontwikkelstrategie De gemeente heeft in juli 2021 in de Omgevingsvisie 2050 (OVA) haar visie op de ruimtelijke ontwikkeling van de stad vastgelegd. De voormalige gemeente Weesp heeft in oktober 2021 haar Omgevingsvisie voor 2050 gepresenteerd. Naast de algemene visie worden duidelijke doelen en kaders gegeven voor de nieuwe ontwikkelingen en de bestaande stad. Met de ontwikkelstrategie concretiseert de gemeente de stip op de horizon vanuit de Omgevingsvisie naar een inzet in gebiedsontwikkelingsprojecten voor de middellange termijn. Concreet betekent dit: waar gaat de stad zich in de periode vanaf 2030 ontwikkelen en wat zijn de uitdagingen die daarmee aangepakt worden?
figuur 1-1 Overzichtskaart Omgevingsvisie 2050
De rol van m.e.r. bij de concretisering van de Omgevingsvisie Voor de Omgevingsvisie van Amsterdam 1 is een m.e.r.-procedure doorlopen die heeft geresulteerd in een Omgevingseffectrapportage (OER) die samen met de visie is vastgesteld door de gemeenteraad. In dit OER staan diverse zaken: • Staat van de leefomgeving in en om de stad voor de gehele fysieke leefomgeving in de huidige situatie en 2050 zonder toepassing van de Omgevingsvisie • Inzicht in alternatieve groeimodellen voor de stad • Beoordeling van de het voorkeursalternatief dat vastgelegd is in de Omgevingsvisie • Aanbevelingen en aanzet tot het monitoringsprogramma De ontwikkelstrategie is geen planfiguur waar formeel een m.e.r.-procedure op van toepassing is. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet in 2024 zijn deze kaders overigens wel ruimer geworden dan thans het geval is. Echter, de aard van deze ontwikkelstrategie als logische concretisering van de Omgevingsvisie, maakt dat het wenselijk is om ook te beschouwen wat eventuele nieuwe of andere effecten zijn dan voorspeld in de 1
De omgevingsvisies van Amsterdam en Weesp zijn geschreven in 2021, toen Weesp nog een zelfstandige gemeente was. De twee gemeentes hebben voor het opstellen van de omgevingsvisie verschillende trajecten doorlopen. Voor de omgevingsvisie van Amsterdam is wel een OER opgesteld; de gemeente Weesp heeft ervoor gekozen dit niet te doen.
blad 5 van 46
datum 15 januari 2024 projectnummer 0489194.100 betreft Aanvulling OER
Omgevingsvisie. Daarnaast is het ook logisch om dit als aanvullende informatie te beschouwen op het OER dat twee jaar geleden is vastgesteld.
1.2
Het doel van deze aanvulling In deze aanvulling op het OER bij de Omgevingsvisie staat de volgende vraag centraal:
In hoeverre is sprake van aanvullende of significant andere effecten door de concretiseringslag in de ontwikkelstrategie ten opzichte van de Omgevingsvisie?
Het doel is dan ook om in beeld te brengen wat de effecten zijn van de ontwikkelstrategie. Hierbij is het nadrukkelijk niet de bedoeling om het werk van de Omgevingsvisie opnieuw tegen het licht te houden of te herijken. Het gaat hierbij om de aanvullingen/aanscherpingen ten opzichte van de Omgevingsvisie.
1.3
Werkstappen en methodologie Voor deze aanvulling op het OER zijn de volgende werkstappen gedefinieerd: Inzicht in concretisering en aanscherping •Overzicht van nieuwe en aangescherpte elementen in ontwikkelstrategie t.o.v. Omgevingsvisie •Koppeling nieuwe elementen aan mogelijke impact fysieke leefomgeving
Impact •Impact van mogelijke aanvullende ingrepen/woningbouw op de fysieke leefomgeving
Beoordeling en aanbeveling •Beoordeling concept Ontwikkelstrategie •Opstellen Aanvullingsdocument •Aanbevelingen voor doorwerking
Stap 1 – Inzicht in concretisering en aanscherping vanuit de ontwikkelstrategie De ontwikkelstrategie spreekt onder andere over een versnelling van de woningbouw tot 2035 ten opzichte van de cijfers uit de Omgevingsvisie 2050 van 5000 woningen per jaar naar 7500 woningen per jaar. Ook worden nog diverse andere aanscherpingen en toevoegingen ten opzichte van de Omgevingsvisie gemaakt. Stap 1 gaat over een samenvattend overzicht te creëren op hoofdlijnen. Daarin wordt direct de koppeling gelegd wat nu nog extra informatie ‘vraagt’ over de impact op de fysieke leefomgeving. Zo heeft de nadere invulling van Samen Stadmaken weinig directe impact op de fysieke leefomgeving op dit schaalniveau, in tegenstelling tot het lokale schaalniveau waar deze invulling wel directe impact heeft. In hoofdstuk twee is hier nader op ingegaan. Stap 2 – Impact In de tweede stap geven we op basis van het overzicht en de concept ontwikkelstrategie inzicht in de impact van deze ‘aanvullende/nieuwe’ elementen op de fysieke leefomgeving. Hierbij zoomen we nader in op deze locaties en geven we aan wat aandachtspunten en kansen zijn. Dit is in hoofdstuk drie beschreven. Hierbij is ook specifiek ingegaan op de twee kernwaarden die een belangrijk aandachtspunt bleken na de analyses in het OER: ‘inclusief en betaalbaar’ en ‘veilig-risico’s’.
Stap 3 - Beoordeling en aanbevelingen De laatste stap betreft de integrale beoordeling van de ontwikkelstrategie. Dit doen we door te reflecteren op de al eerder opgestelde OER met beoordelingen en in hoeverre de ontwikkelstrategie de kans op positieve effecten vergroot of juist verkleint. Deze samenvattende conclusies en aanbevelingen zijn in hoofdstuk vier opgenomen.
blad 6 van 46
datum 15 januari 2024 projectnummer 0489194.100 betreft Aanvulling OER
2.
Overzicht van relevante aanscherpingen toevoegingen in de ontwikkelstrategie
2.1
Essentie van de ontwikkelstrategie
en
De Ontwikkelstrategie 2035 vormt het vervolg op de Omgevingsvisie voor Amsterdam. In deze stap concretiseert de gemeente Amsterdam haar ambities uit de Omgevingsvisie. Keuzes die in de Omgevingsvisie zijn gemaakt worden in dit document gespecificeerd, gefaseerd en gebonden aan een locatie. De ontwikkelstrategie presenteert daarmee nadrukkelijk geen nieuwe plannen ten opzichte van de Omgevingsvisie, maar werkt de bestaande ideeën verder uit. Toch kent de Ontwikkelstrategie één groot verschil met de Omgevingsvisie. Rekening houdend met de wooncrisis en de bevolkingsgroei in en rondom Amsterdam kiest de stad er in de Ontwikkelstrategie voor om 7500 woningen per jaar te realiseren. Deze groei is gelijk aan de bouwproductie van de afgelopen jaren maar een versnelling ten opzichte van het bouwtempo van 5000 woningen per jaar uit de Omgevingsvisie. Dit betekent dat er tot 2035 ca. 90.000 woningen gebouwd moeten kunnen worden. Voor de korte termijn werkt de stad aan veel plannen die tot ongeveer 2030 een goede basis bieden voor het halen van deze ambitie. Na 2030 neemt de jaarlijkse planvoorraad echter snel af. Om ook in de periode 2030-2035 voldoende woningen te kunnen bouwen dient de planvoorraad aangevuld te worden met ca 20.000 woningen. Voor de periode na 2035 zal verdere aanvulling noodzakelijk zijn.
Om de groei van de stad in goede banen te leiden, heeft de gemeente in de Omgevingsvisie een aantal uitgangspunten gedefinieerd voor de ontwikkeling van de stad. De Ontwikkelstrategie sluit aan bij deze uitgangspunten, die hieronder in een overzicht worden weergegeven: Complete stad De ontwikkelstrategie is bedacht vanuit de filosofie van de complete stad. In de complete stad wordt niet slechts aandacht besteed aan de bouw van woningen, maar ook aan het completer maken van bestaande stadsdelen. Naar behoefte worden in verschillende wijken vervoerssystemen en nutsvoorzieningen uitgebreid, ruimtes voor verblijf en recreatie aangelegd en geïnvesteerd in nieuwe voorzieningen en winkelaanbod. Wanneer in de Ontwikkelstrategie gesproken wordt van ontwikkelen en verdichten, refereert dit dus niet slechts aan woningbouw, maar ook aan het realiseren van de complete stad. Meerkernige ontwikkeling De Ontwikkelstrategie zet in op het verder ontwikkelen van verschillende stadskernen. Waar bewoners van stadsdelen in de huidige situatie nog veel op en neer reizen naar het centrum van Amsterdam, wordt met de Ontwikkelstrategie ingezet op clusters van hoogwaardige voorzieningen rondom OV-knooppunten in de wijken. Nieuwe stadskernen worden onder andere ontwikkeld rondom de Zuidas-Gelderlandplein en de Amsterdamse Poort.
Vitale buurten Bij de (her)ontwikkeling van buurten zet de gemeente in op vitale buurten. Een vitale buurt is een buurt waar wordt gewoond, gewerkt, gerecreëerd en verbleven. Verbinding staat hierbij centraal, zowel fysiek (binnen en tussen buurten) als sociaal. Vitale buurten dragen bij aan de gezondheid, economische ontplooiing en leefkwaliteit van bewoners en ondernemers. De omgeving nodigt uit tot gezond bewegen en het aangaan van sociale interacties. Een vitale buurt biedt bewoners en ondernemers de mogelijkheid mee te draaien in de emancipatiemotor die de stad is, en maakt het mogelijk dat ze zich sociaal en economisch kunnen ontplooien. Beter benutten van wat er al is Het startpunt voor de ontwikkeling van Amsterdam is het beter benutten van de bestaande stad. Dit uitgangspunt komt in de Ontwikkelstrategie nog nadrukkelijker tot uiting dan in de Omgevingsvisie. Dit is nodig om ambities op het gebied van duurzaamheid te kunnen halen, om effectief investeringen te kunnen doen en om alles wat goed is, in termen van identiteit, woningen en voorzieningen te kunnen behouden. Specifiek geldt dit ook voor de
blad 7 van 46
datum 15 januari 2024 projectnummer 0489194.100 betreft Aanvulling OER
bereikbaarheid van de stad. Door autogebruik te ontmoedigen, te ontwikkelen rondom OV-assen en het OVnetwerk te versterken, kan bestaande infrastructuur efficiënter benut worden. Verdichten als middel voor verbeteren leefbaarheid Verdichting door nieuwbouw is een krachtig ruimtelijk instrument. Door te ontwikkelen ontstaat draagvlak voor voorzieningen, kan de openbare ruimte en het groen worden verbeterd en kan eenzijdigheid in bijvoorbeeld het woning- of winkelaanbod worden aangepakt. De komende periode wil Amsterdam deze dynamiek vooral ten goede laten komen aan die buurten die dit het hardst nodig hebben en waar dit het grootste effect kan hebben. Samen Stadmaken De ontwikkeling van Amsterdam wordt gedaan in samenwerking met bewoners, ondernemers en andere gebruikers van de stad. Deze manier van werken staat bekend als Samen Stadmaken. Met Samen Stadmaken wil de gemeente meer ruimte voor diversiteit en eigenheid in de manier waarop aan de stad wordt gebouwd. In het kader van deze strategie wordt naast de samenwerking met professionele partijen ook de samenwerking met lokale gemeenschappen gezocht. De komende jaren ligt de focus van de gemeente op het afmaken van de lopende projecten. Tot 2035 worden er nog ca. 90.000 woningen gerealiseerd, welke vooral liggen in de ringzone, Amstel III en IJburg.
Bij de realisatie hiervan is aandacht voor randvoorwaardelijke investeringen in bereikbaarheid, groen en voorzieningen. Ook wordt tijdens deze periode een vervolg gegeven aan de ontwikkeling van Haven-Stad. De ontwikkeling van dit nieuwe stadsdeel loopt gefaseerd volgens een tempo dat bepaald wordt door investeringen in bereikbaarheid en de aanpassing van milieucontouren. Tijdens deze periode zal de focus echter steeds meer verschuiven van de ontwikkeling van nieuwe wijken en transformaties naar het versterken van de bestaande wijken. Stedelijke kernen worden versterkt door een hoge dichtheid aan woningen, werkgelegenheid, cultuur, onderwijs en stedelijk groen aan te leggen rondom OVknooppunten. Concreet wordt langs deze lijn ingezet op het verdere ontwikkelen van de omgeving van het Buikslotermeerplein-station Noord, Amsterdamse Poort, Zuidas-Gelderlandplein, Sloterdijk-Hemknoop, Osdorpplein-station Lelylaan en Amsterdam Amstel. In de omgeving van deze stedelijke kernen wordt, in samenspraak met bewoners, ingezet op buurtverbetering. Dit moet voornamelijk plaatsvinden in buurten waar dit de grootste maatschappelijke meerwaarde heeft. Uitgangspunten voor deze buurtverbetering zijn de ontwikkeling van gemengde, stedelijke milieus en vitale buurten. Verdichting wordt gezien als kans om deze verbetering te bewerkstelligen.
2.2
Ontwikkelingen per stadsdeel In de ontwikkelstrategie is per stadsdeel opgenomen welke ruimtelijke ontwikkelingen er spelen en welke er nog voorzien zijn voor de komende periode. In dit deel is voornamelijk de concretiseringsslag gemaakt ten opzichte van de Omgevingsvisie. Deze concretiseringsslag is gemaakt op twee manieren: enerzijds is de verdichtingsopgave uit de Omgevingsvisie verder gespecificeerd binnen (en soms ook buiten) de eerder gedefinieerde zones; anderzijds is de ontwikkelopgave gefaseerd door aan te geven welke gebieden uit de omgevingsvisie ontwikkeld worden tot 2035 en welke pas erna weer in zicht komen. Hieronder wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste specificeringen en faseringen per stadsdeel.
2.2.1
Noord Huidige ontwikkelingen In Noord is de afgelopen periode veel gebouwd en staat nog veel gepland, waardoor de woningvoorraad in het stadsdeel sterk groeit. Daarmee zijn er nieuwe voorzieningen gekomen, aantrekkelijke woonmilieus gerealiseerd en de verbinding met het Centrum en Zuid verbeterd. Bij deze ontwikkelingen is een aantal buurten, voornamelijk uit de jaren ’60 en ’70, in het stadsdeel achtergebleven. Hier zijn dringend investeringen in openbare ruimte en groen, verbetering van de woningvoorraad, het voorzieningenniveau en de bereikbaarheid nodig.
blad 8 van 46
datum 15 januari 2024 projectnummer 0489194.100 betreft Aanvulling OER
Verdichten en ontwikkelen Met de Aanpak Noord verlegt de gemeente Amsterdam de focus naar de bestaande wijken. Er worden gerichte investeringen gedaan in de openbare ruimte, maar ook naar de mogelijkheden die verdichting kan bieden voor de verbetering van een aantal buurten. De focus daarbij ligt op de omgeving van het Buikslotermeerplein. In De Kleine Wereld kan de verbetering van de woonkwaliteit gekoppeld worden aan de transformatie van het winkelcentrum en bereikbaarheid. Verder ontstaan ook in de Banne, de Rode Kruisstraat en op de Cordaanlocatie mogelijk kansen door verdichting om verduurzaming, sportvoorzieningen, groen en transformaties van bestaande bebouwing aan elkaar te koppelen. Voordat concreet zicht is op investeringen in de bereikbaarheid van Noord worden geen nieuwe plannen opgesteld voor transformaties langs het IJ. Uitzondering hierop is de Shipdock locatie waarover met ontwikkelende partijen reeds bindende afspraken zijn gemaakt. Voor de locatie Cornelis Douwes 0-1 wordt transformatie uitgesloten tot na 2040. Dit biedt bedrijven de kans hier te investeren en het gebied te intensiveren.
De locaties Groene Veld en Melkweg/Oostzanerwerf worden verder onderzocht als locatie voor stadsverzorgende functies op het gebied van sport, cultuur/recreatie en vitale infrastructuur Verbetering van de verbinding tussen de kernen in Amsterdam en Zaanstad is cruciaal voor de sociaaleconomische opgave. Hiervoor wordt gekeken naar een HOV-lijn, de Westbrug en de Dam-tot-Dam fietsroute. Specifieke aandacht is voor het schakelpunt tussen het NDSM-gebied, de Shiplocklocatie en de tuindorpen. Door de ontwikkeling van Haven-Stad en de Achtersluispolder ontstaat hier een hoogwaardig woon- en werkgebied. Een verbetering van de verbindingen biedt zo mogelijkheden voor de huidige inwoners en voor toekomstige inwoners. Verder wordt er ingezet op een versterking van de groengebieden- en structuren. Ontwikkelingen worden daarom o.a. gekoppeld aan een verbetering van de Waterlandse Zeedijk en de aangrenzende sport- en groengebieden. Klimaatrobuustheid vormt een aandachtspunt. Er dient rekening gehouden te worden met de slappe (veen)bodems, hoge grondwaterstanden en het toekomstig hoger calamiteitenpeil in he IJ/Noordzeekanaal.
2.2.2
Oost Huidige ontwikkelingen Belangrijke ontwikkellocaties in Oost zijn IJburg II, het Zeeburgereiland en het Amstelkwartier. Deze projecten worden de komende periode uitgevoerd waarbij de investeringen in de Cruciale Mijl en bereikbaarheid van het Zeeburgereiland randvoorwaardelijk zijn. Verdichten en ontwikkelen Op het Sciencepark is de afgelopen periode een nieuw innovatiedistrict verrezen. Voor verdere ontwikkeling wordt gekeken of het aandeel woningbouw in de plannen kan worden verhoogd. Hierbij gaat het specifiek om doelgroepen gerelateerd aan het innovatiedistrict: studenten en academisch personeel met als doel de levendigheid en aanhaking op de omliggende buurten en de stad te vergroten. De stations in Oost lenen zich voor verdere ontwikkeling tot stationskwartieren. Rondom Muiderpoort wordt voor de middellange termijn ingezet op verbetering van de openbare ruimte en het vergroten van de levendigheid in de directe stationsomgeving. Rondom Amstelstation liggen vanuit bereikbaarheid kansen voor verdere verdichting. Hier wordt verkend in hoeverre verdere verdichting bij kan dragen aan het vergroten van het voorzieningenaanbod in dit deel van de stad en in hoeverre onderhoud en verduurzaming van de woningen hiermee kan worden gecombineerd.
Verspreid door stadsdeel Oost ligt een aantal kleinschaliger locaties die zich lenen voor verdichting middels bijbouwen, optoppen of kleinschalige sloop-nieuwbouw. Hier werkt de gemeente mee aan initiatieven vanuit bewoners en marktpartijen. In Oost wordt in de periode tot 2035 het laatste deel van het Zeeburgereiland ontwikkeld: de Baaibuurt Oost. Hier wordt pas mee aangevangen wanneer de bereikbaarheid van het gebied op orde is.
blad 9 van 46
datum 15 januari 2024 projectnummer 0489194.100 betreft Aanvulling OER
2.2.3
Zuidoost Huidige ontwikkelingen Veen buurten in de Bijlmermeer zijn in de afgelopen decennia ingrijpend vernieuwd. Momenteel vindt grootschalige transformatie plaats van de kantorenstrook Amstel III en worden plannen gemaakt voor de intensivering van de bedrijvenstrook. Daarnaast wordt vanuit het Masterplan Zuidoost gewerkt aan het verbeteren van diverse buurten in het stadsdeel. Op dit moment worden delen van de K-buurt, Reigersbos en Holendrecht herontwikkeld. Verdichten en ontwikkelen Voor de middellange termijn wordt ingezet op de ontwikkeling van stationskwartieren. Daarbij wordt de oostkant van het spoor belangrijker. Hier ligt een aantal buurten met grote sociaaleconomische opgaven. Voor de hele zone geldt dat het voorzieningenaanbod te wensen overlaat en dat maatregelen voor klimaatadaptatie nodig zijn. In een aantal buurten is verduurzaming en renovatie van de woningvoorraad nodig. Rondom Duivendrecht wordt de ontwikkeling tot een stationskwartier gekoppeld aan de verbeteringsopgave voor Venserpolder en de ontwikkeling van de D-buurt. In die laatste wordt gezocht naar ruimte om te voorzien in de groeiende sportbehoefte in Zuidoost. Rondom station Holendrecht wordt gekeken hoe vanuit de huidige plannen kan worden aangesloten op de ontwikkelingen rondom het innovatiedistrict van het AMC. Ook de mogelijkheden voor verbetering van Hoptille worden met de buurt verkend.
Op kleinere schaal bestaan er mogelijkheden om rondom metrostations door verdichting sociaaleconomische opgaven op te pakken, openbaar vervoer te versterken en het voorzieningenniveau te verbeteren. Concrete locaties zijn de garages Groenhoven/Goudenleeuw nabij station Ganzenhoef. Rondom station Gaasperplas kunnen ontwikkeling gekoppeld worden aan een bredere kwaliteitsimpuls van het groen. Focus op de ontwikkeling rondom stations betekent ook dat voor de termijn van de ontwikkelstrategie afgezien wordt van integrale planvorming voor het tracé van de Gooiseweg. De Gooiseweg blijft op de middellange termijn belangrijk voor de ontsluiting van het stadsdeel en de opvang van pieken bij evenementen. De huidige woningbouwontwikkelingen en vergroening langs het tracé worden wel doorgezet. De ambitie om duurzaam en gezond bewegen te bevorderen en de auto een minder prominente plek te geven biedt aanleiding om te kijken naar enkele dreven in het stadsdeel. Met name de kortere noord-zuiddreven zouden voor alternatieve functies gebruikt kunnen worden. Samen met de buurt wil de gemeente verkennen welk gebruik gewenst is. Momenteel wordt de afwaardering van de verkeersfunctie van de A2 binnen de ring onderzocht. Hier ligt ruimte voor ontwikkeling. De wateropgave die volgt uit verdichting in stadsdeel Zuidoost biedt kansen om de waterkwaliteit te verbeteren.
Hoge grondwaterstanden, hoge kweldruk en zettingsgevoeligheid zijn aspecten die meegenomen worden bij de inrichting van het stadsdeel.
2.2.4
Weesp Huidige ontwikkelingen Met de ontwikkeling van de nieuwe wijk Weespersluis wordt het stedelijk gebied van Weesp momenteel nagenoeg verdubbeld in oppervlak. Dit brengt opgaven met zich mee op het gebied van bereikbaarheid en voorzieningen, met name voor jonge gezinnen. Verdichten en ontwikkelen Voor de middellange termijn kan de ontwikkeling van de spoorzone zorgen voor een betere verbinding tussen de nieuwe en oude delen van Weesp en ruimte bieden voor een uitbreiding van het voorzieningenniveau. Voor de zuidkant van Weesp ontwikkelen we een perspectief op het landelijk gebied en de opgaven die hier vanuit natuur, recreatie, water en de energietransitie op afkomen.
blad 10 van 46
datum 15 januari 2024 projectnummer 0489194.100 betreft Aanvulling OER
2.2.5
Zuid Huidige ontwikkelingen De Zuidas heeft zich de afgelopen drie decennia ontwikkeld tot de belangrijkste kantorenlocatie van het land en een nieuw centrum voor de stad. De afgelopen jaren is door de toevoeging van meer wonen, maatschappelijke functies en horeca een levendig stadscentrum aan het ontstaan. Met het Zuidasdok en de ontwikkeling van station Zuid tot knoop in het internationale treinverkeer krijgt het gebied de komende tijd een nieuwe impuls. Verdichten en ontwikkelen De komende periode ligt de focus op het verder versterken van de Zuid-as als gemengd hoogstedelijk milieu en het verbinden met de omliggende gebieden. De omgeving van het station Zuid krijgt door de ontwikkeling van de verschillende deelgebieden (met name Kenniskwartier, Ravel en Vivaldi) en de transformatie van grootschalige kantoorcomplexen (ABN-AMRO en WTC) steeds meer een fijnmazige mix van functies voor diverse doelgroepen. Aandachtspunt vormt het watersysteem. Verdichting levert extra druk op. Er is ruimte nodig voor het vasthouden van regenwater op eigen terrein en meer oppervlaktewater. Kansen voor verdichting worden vooral voorzien rondom rondom de winkelcentra (Gelderlandplein), langs de noord-zuidroutes tussen Zuid-Zuidas-Buitenveldert-Amstelveen, de voormalige A3-zone in Buitenveldert en de Europaboulevard langs het Amstelpark.
De mogelijkheden om verdichting langs deze assen en in deze gebieden hand in hand te laten gaan met verbetering van de woningvoorraad, diversifiëring van het woningaanbod en versterking van het voorzieningenniveau worden verder onderzocht. Het gaat hierbij in eerste instantie vooral om het verkennen van verdichting door optoppen, transformeren, bijbouwen of kleinschalige sloop-nieuwbouw. Dit biedt kansen op het gebied van duurzaamheid en kan bijdragen aan doorstroming. Door deze ontwikkelingen komen de kop van de Amstelscheg en de Nieuwe Meer centraler te liggen. Hier ontwikkelen we een perspectief op verdere versterking van het groen en versterking van de groene entrees naar het landschap. Dit biedt ook de mogelijkheid de fietsverbindingen vanuit Zuid naar Nieuw-West en Zuidoost te versterken.
2.2.6
Ringzone West/Nieuw-West Huidige ontwikkelingen De afgelopen periode zijn in Nieuw-West een flink aantal projecten opgeleverd en opgestart. Met de ontwikkeling van de Ringzone is door een mengeling van transformatie en stedelijke vernieuwingsprojecten de verbinding gelegd tussen Oud-West en Nieuw-West. Dit heeft Nieuw-West voor een grotere groep Amsterdammers op de kaart gezet als aantrekkelijk woonmilieu. De afgelopen periode zijn in Nieuw-West een flink aantal projecten opgeleverd en opgestart. Momenteel ligt het zwaartepunt op de buurten rond de Burgemeester Röellstraat en het Schinkelkwartier. Het Osdorpplein keert zich meer naar de Sloterplas en ontwikkelt zich verder tot een volwaardige stedelijke kern en centrum voor het gehele stadsdeel. Verdichten en ontwikkelen In de komende jaren wordt het Osdorpplein verder ontwikkeld tot een volwaardige stedelijke kern en centrum voor het gehele stadsdeel. Het richt zich meer naar de Sloterplas. Opwaardering van het tracé van de Westtangent kan enerzijds de positie van het Osdorpplein als centrum voor heel het stadsdeel versterken én Nieuw-West beter verbinden met voorzieningen en werkgelegenheid in Zaanstad en het Havengebied aan de noordkant en Schiphol aan de zuidkant. Verder is het belangrijk voor dit stadsdeel om de positie van station Lelylaan als stationskwartier verder uit te bouwen o.a.
door een grotere diversiteit van functies te bieden. Op de korte termijn wordt daarom een begin gemaakt met planvorming voor de Pieter Calandlaan. Hier liggen mogelijkheden om met verdichting ook het voorzieningenniveau te versterken. De Lelylaan wordt vergroend met behoud van de verkeerskundige functie. De ontwikkeling van het Osdorpplein biedt kansen om de omliggende buurten te ontwikkelen. Hierbij kan verdichting gebruikt worden om de sociaal-economische positie van de buurten te verbeteren en het draagvlak voor bereikbaarheid en voorzieningen te verbeteren. Verder liggen verspreid over Nieuw-West locaties waar kleinschalig ingezet kan worden op verbetering en verdichting. Afwegingen o.a. op cultuurhistorisch vlak worden gemaakt in het Gebiedsgerichte programma Nieuw-West.
blad 11 van 46
datum 15 januari 2024 projectnummer 0489194.100 betreft Aanvulling OER
Verdichting in Nieuw-West gaat hand-in-hand met vergroening. Bestaande groenstructuren worden versterkt, de Lelylaan wordt vergroend, en de Kop van Scheg krijgt een groen karakter. Nieuwe ontwikkelingen in Nieuw-West bieden kansen om de waterkwaliteit in de polders te verbeteren, onder andere door in te zetten op zuiverende, natuurvriendelijke grachten.
2.2.7
Haven-Stad Zuid Huidige ontwikkelingen Aan de hand van de Ontwikkelstrategie Haven-Stad is in de afgelopen jaren begonnen met de ontwikkeling van het stationsgebied Sloterdijk-Centrum en de transformatie van Sloterdijk I Zuid. Verdichten en ontwikkelen Het stationsgebied kan zich naar de toekomst toe verder ontwikkelen tot kern in het noordwestelijk deel van de stad. Doortrekken van de ringlijn kan bijdragen aan de centrale positie van station Sloterdijk. Voor de ontwikkeling van Haven-Stad Zuid zijn de afspraken met Rijk en regio over investeringen in de bereikbaarheid van deze nieuwe wijk randvoorwaardelijk. Dit geldt ook voor het verplaatsen van de functies van het emplacement Zaanstraat. Daarmee ontstaan, na het aflopen van het pas-op-de-plaats convenant in 2029 mogelijkheden voor de ontwikkeling van Minervahaven Zuid. Het gebied rondom de Hemknoop zelf wordt pas in een later stadium ontwikkeld. Het gebied Hemknoop, waar we het gelijknamige metrostation van de Ringlijn gaan inpassen, ontwikkelen we pas later tot gemengd hoogstedelijk gebied. Dit wordt gedaan zodra duidelijk is hoe de onderdelen van het metrosysteem kunnen inpassen en welke ruimte daarvoor nodig is. De stationsomgeving biedt naast woningbouw ook potentieel ruimte voor kantoren en een grootstedelijk georiënteerd programma. De ontwikkeling van het Zaanstraatemplacement is hiervan afhankelijk.
In de periode tot 2035 liggen er mogelijkheden om te starten met de ontwikkeling van de noordelijke omgeving van metrostation Hemknoop; het deelgebied Minervahaven Zuid. Op de middellange termijn biedt ook de ontwikkeling van Sloterdijk I Noord, aansluitend op de ontwikkelingen in het zuidelijk deel van Sloterdijk I kansen. Planvorming hiervoor wordt opgestart op het moment dat het zuidelijk deel daadwerkelijk tot ontwikkeling wordt gebracht.
2.2.8
Binnenstad Huidige ontwikkelingen De binnenstad kent een intensief gebruik en hoge cultuurhistorische waarde. Er spelen uitdagingen op het vlak van leefbaarheid, verduurzaming, mobiliteit en onderhoud in veel buurten van de binnenstad. Verdichten en ontwikkelen In de ontwikkelstrategie wordt de blik voor nieuwe, grootschalige ontwikkellocatie gericht op de stadsdelen buiten de binnenstad. Door inzet op meerkernige ontwikkeling worden Amsterdammers en bezoekers minder aangewezen op de binnenstad. Daarmee wordt de binnenstad ontlast. Momenteel wordt gewerkt aan een plan voor ontwikkeling van het Marineterrein. In aanvulling daarop zijn kleinschalige verdichting en intensiveringsprojecten mogelijk.
blad 12 van 46
datum 15 januari 2024 projectnummer 0489194.100 betreft Aanvulling OER
3.
Impact van de aanvullende ingrepen/opgaven
3.1
Startpunt: overzicht van de impact van de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving In de Omgevingseffectrapportage (OER) bij de Omgevingsvisie is per kernthema een analyse uitgevoerd op strategisch niveau van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving voor een zestien kernwaarden in de huidige situatie en referentiesituatie (2050). De kwaliteit per kernwaarde is vervolgens gevisualiseerd in een ‘trendgrafiek’. Hiervan zijn in figuur 3-1 voor twee kernwaarden voorbeelden opgenomen: ‘inclusief en betaalbaar’ en ‘ruimtelijke kwaliteit’. De kwaliteit voor de kernwaarden is vanaf de huidige situatie naar de toekomst toe met een bandbreedte weergegeven, omdat uiteraard een (soms grote) mate van onzekerheid bestaat over de toekomstige situatie.
figuur 3-1 Twee trendgrafieken voor de kernwaarden ‘inclusief en betaalbaar’ en ‘ruimtelijke kwaliteit’ uit het OER
Vervolgens is de impact van de voornemens, plannen en beleidsuitspraken uit de Omgevingsvisie ook per kernwaarde in beeld gebracht. Deze impactbeoordeling is ook in de trendgrafieken toegevoegd (zie de voorbeelden voor dezelfde kernwaarden in figuur 3-2).
figuur 3-2 Twee trendgrafieken voor de kernwaarden ‘inclusief en betaalbaar’ en ‘ruimtelijke kwaliteit’ uit het OER, inclusief impact van de Omgevingsvisie
Alle trendgrafieken zijn vervolgens samengevat in één figuur, zie figuur 3-3.
figuur 3-3 Samenvattende figuur met de informatie uit de trendgrafieken gebundeld
blad 13 van 46
datum 15 januari 2024 projectnummer 0489194.100 betreft Aanvulling OER
Uit deze analyse komt naar voren dat voor diverse kernwaarden de kwaliteit (sterk) vergroot wordt door de beleidsvoornemens uit de Omgevingsvisie ten opzichte van de huidige situatie en referentiesituatie, zie ook in de volgende tekstblokken:
Bereikbaar Milieukwaliteit Geur & Stof Milieukwaliteit Luchtkwaliteit Ruimtelijke kwaliteit Economisch Vitaal Klimaatneutraal Milieukwaliteit Verontreiniging Circulair
Leefbaar
Gezond Natuurlijk
Kernwaarden waar de ambities vrijwel zeker gehaald worden door de stevige inzet op OV-vergroting, autoluw ontwikkelen, snelheidsverlaging en de mobliteitstransitie (modal shift en verduurzaming mobiliteit) steviger in te zetten, is het behalen van deze ambitie door het Voorkeursalternatief realistisch. door het verdwijnen (na 2040) van de grotere industrie op de Coen- en Vlothaven verbetert de geursituatie voor een groot deel van de omliggende buurten. deze ambitie zou autonoom ook in een zekere mate behaald worden, maar door de mobiliteitstransitie te versnellen in het Voorkeursalternatief gebeurt dit nu sneller. door transformatie van de Noordelijke IJ-oevers, delen van Haven-Stad en de werkgebieden in Zuidoost treedt een significante verbetering van de ruimtelijke kwaliteit op. Ook wordt door een meerkernige stad de druk op het centrum verlicht, wat de beleefbaarheid daar ten goede komt het Voorkeursalternatief creëert ruimte voor 200.000 banen. Maar ook evenwichtige en inclusieve spreiding van werkgelegenheid heeft de voorkeur gekregen en draagt bij aan de ambities door de versterking en versnelling van de mobiliteitstransitie en de nadruk op autoluw ontwikkelen wordt aan de energietransitie een boost gegeven.
Dit geldt ook voor het transformeren van de IJ-oevers het transformeren van de industrieterreinen langs de IJ-oevers leidt tot minder uitstoot de transformatiegebieden bieden kansen om niet-circulaire processen en bedrijven te ‘vervangen’ door volledig circulaire gebieden Kernwaarden waar de ambities mogelijk gehaald worden door de situering van de verdichtings- en transformatiegebieden in het Voorkeursalternatief in of nabij buurten die nu slecht scoren op leefbaarheid, wordt de kans vergroot deze buurten mee te laten profiteren van nieuwe voorzieningen. Ook kunnen delen mee aangepakt worden. Dit vergroot de kans op een positievere score op leefbaarheid in Nieuw-West, Zuidoost en Noord. hiervoor geldt dezelfde redeneerlijn als bij ‘leefbaar’, maar dan gaat het om kansen op vergroening, stimuleren van bewegen (sport & spel) en gezondere voeding door ander aanbod. door de radicale vergroening van het Voorkeursalternatief en het transformeren van de Noordelijke IJ-oevers treden positievere effecten op voor biodiversiteit en minder stikstofdepositie
Er zijn ook enkele kernwaarde waar de ambities nog niet gehaald worden, maar wel een positieve verschuiving optreedt én de score op z’n minst als positief beoordeeld is.
Geluid
Klimaatbestendig
Veilig Verkeer
Kernwaarden waar een positieve verschuiving in het behalen van de ambities optreedt door de snelheidsverlaging van vrijwel alle stedelijke wegen, de mobiliteitstransitie (sneller duurzaam en dus stil) en het transformeren van de industrieterreinen langs de IJ-oevers ontstaat een positieve impuls richting het behalen van de ambities. Dit wordt enigszins gedempt door ontwikkeling langs het spoor met daardoor op deze plekken meer geluidgehinderden. Afhankelijk van hoe dit vormgegeven wordt kan mogelijk op relatief grote schaal aan de ambities voor geluid voldaan worden. de transformatie van industrie- en bedrijventerreinen die een groot percentage verhard oppervlakte hebben in combinatie met de radicale vergroening maakt dat de stad beter toegerust is voor hittestress en wateropvang bij hevige buien en droogte. Voor deze kernwaarde geldt echter nog een grote bandbreedte vanwege de onzekerheid over de versnelling en hevigheid van klimaatverandering. de snelheidsverlaging en de herpositionering van de A10 hebben een positieve impuls op de verkeersveiligheid. Gezien de hoge ambities van de gemeente zal voorlopig het daadwerkelijk behalen hiervan niet aan de orde zijn
blad 14 van 46
datum 15 januari 2024 projectnummer 0489194.100 betreft Aanvulling OER
Desalniettemin blijven diverse aandachtspunten over, in het bijzonder voor de kernwaarden ‘inclusief en betaalbaar’ en ‘veilig-risico’s’, waarbij de verwachting is dat de kwaliteit op het best als ‘redelijk’ is geclassificeerd. Kernwaarden die een aandachtspunt blijven Het Voorkeursalternatief draagt sterk bij aan de verbetering van de kwaliteit van deze kernwaarde. Onder andere door situering van de grote verdichtingslocaties in stadsdelen waar nu ook belangrijke aandachtspunten zijn. Ook de vervoersarmoede wordt verbeterd door verbeterde OV-mogelijkheden naar de regiogemeenten. De betaalbaarheid blijft echter een belangrijk aandachtspunt in Amsterdam. Ongeacht de grote hoeveelheid betaalbare woningen die toegevoegd worden, zorgt de waardeontwikkeling van de bestaande woningen dat de betaalbaarheid sterk onder druk staat. Dit is de enige kernwaarde waarbij een verslechtering optreedt door het Voorkeursalternatief. Dit komt doordat verdichting langs stations plaatsvindt. Met name in Zuidoost leidt dit tot aandachtspunten met betrekking tot het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor. Hier zijn echter wel maatregelen mogelijk. Inzet op energietransitie in de haven (en dus gebruik van nieuwe energiedragers) kan leiden tot grotere veiligheidsrisico’s en daarbij behorende risicocontouren.
Inclusief & betaalbaar
Veilig Risico’s
In deze aanvulling op het OER is naast de verdere detaillering van de verdichtingsopgave (zie volgende paragraaf) daarom ook in de inleiding benoemd dat op de kernwaarden ‘inclusief en betaalbaar’ en ‘veilig-risico’s’ nader is ingegaan, zie paragraaf 3.4 en 3.5.
3.2
Gebiedsontwikkelingen Gelet op de aard van de ontwikkelstrategie (concretisering op twee manieren: verder specificeren van de verdichtingsopgave en de fasering voor gebieden) kan geconcludeerd worden dat de effectbeschrijvingen in het OER bij de Amsterdamse Omgevingsvisie op hoofdlijnen de bandbreedte van de ontwikkelstrategie ook dekken. De ontwikkelstrategie bevat hier bijvoorbeeld de volgende zinsnede over: “Met de Ontwikkelstrategie 2035 geeft Amsterdam, binnen de kaders die in de Omgevingsvisie zijn gesteld, verdere richting aan deze opgaven.”. Er kunnen op de twee genoemde onderdelen effectnuances aangebracht worden. Dit betreft: 1.
2.
Fasering van gebieden: Omdat de effectbeschrijvingen in het OER bij de omgevingsvisie afgezet zijn tegen een referentiesituatie in 2050, vallen de effecten van fasering in principe altijd binnen de bandbreedte van de effectbeschrijving van het OER bij de omgevingsvisie, ook als verdichtingsopgaven in de ontwikkelstrategie worden uitgesteld tot na 2040. Hierbij geldt wel dat bepaalde positieve (of negatieve) effecten van verdichting eerder (of juist later) optreden. Dit kan effect hebben op het verloop van de trendgrafieken uit het OER bij de omgevingsvisie. Zo is het vanuit het perspectief van de kernwaarde “leefbaarheid” nodig dat de verdichtingsopgave in Nieuw-West gerealiseerd wordt. Zo kan het positieve effect van verdichting op leefbaarheid zo vroeg mogelijk gerealiseerd worden. Het toekennen van een latere plek in de fasering aan deze gebieden beïnvloedt de eindscore voor kernwaarden, doordat in de eindscore in het OER OVA géén onderscheid is gemaakt in fasering. Deze effecten zijn nader uitgewerkt in paragraaf 3.3. Verder specificeren van de verdichtingsopgave: veranderingen van aangewezen gebieden kunnen, afhankelijk van de in de veranderde gebieden aanwezige waarden, andere effecten hebben. Een theoretisch voorbeeld: verschuiving (t.o.v.
zones in de omgevingsvisie) van verdichting in de richting van de A10 kan grotere veiligheidsrisico’s in de hand werken (en andersom). Deze effecten staan centraal in deze aanvulling en zijn onderdeel van de beoordelingen in hoofdstuk 4.
blad 15 van 46
datum 15 januari 2024 projectnummer 0489194.100 betreft Aanvulling OER
In de omgevingsvisie was nog geen sprake van een wezenlijke fasering. Voor sommige gebieden werd beschreven dat ontwikkeling ‘op termijn’ plaats zou vinden. In de effectbeschrijving in het OER is vervolgens rekening gehouden met die beschrijving. Voorbeeld van effect fasering: Cornelis Douwes In de ontwikkelstrategie komt nadere fasering het meest nadrukkelijk naar voren bij het Cornelis Douwesterrein (stadsdeel Noord). Voor transformaties langs het IJ is eerst zicht nodig op benodigde investeringen in bereikbaarheid van Noord. Dit betekent dat de effecten van in de omgevingsvisie aangekondigde verdichtingslocaties voorlopig nog niet optreden. De volgende nuances horen daardoor bij Cornelis Douwes: -
-
-
3.3
Cornelis Douwes is een locatie waar nu nog een gezoneerd industrieterrein aanwezig is. Ontwikkeling van Cornelis Douwes zou een forse afname van het aantal gehinderden door industrielawaai betekenen. Dit positieve effect treedt pas na 2040 op. In de omgevingsvisie worden mogelijkheden geboden voor zowel windturbines als woningbouw. Deze negatieve onderlinge relatie komt pas na 2040 aan de orde (waarbij van beide ontwikkelingen onzeker is of ze doorgang vinden). In de omgevingsvisie wordt rekening gehouden met een positief effect op de luchtkwaliteit door verdwijnen van de bedrijvigheid. Dit positief effect treedt pas na 2040 op. Als risico van deze locatie wordt in het OER OVA benoemd dat de ontwikkeling van de IJ-oevers kan leiden tot uitplaatsing van bedrijvigheid en het afnemen van werkgelegenheid voor praktisch geschoolde Amsterdammers. Dit risico treedt pas na 2040 op.
Nadere detaillering verdichtingsopgave De gemeente kiest op de middellange termijn voor locaties waar verdichting de grootste sociaal-maatschappelijke meerwaarde heeft en voor locaties waar het mobiliteitsnetwerk van de stad optimaal benut kan worden. Zo zijn er in Amsterdam circa vijftig buurten die sociaal kwetsbaar zijn. Hier speelt ook de fysieke omgeving een rol in. De huizen zelf, maar ook de directe omgeving. In de OER is hierover geschreven: “Uit onderzoek van Rigo Research en Advies (2020) blijkt dat in corporatiebuurten het aantal kwetsbare groepen sterk toeneemt en dus ook de problemen die daarmee samenhangen, terwijl dat elders niet speelt. In Amsterdam zijn clusteringen van groepen mensen met een hoge Sociaaleconomische Status (SES) en groepen met een lage SES zichtbaar”. In figuur 3-4 is de SES voor 2020 te zien.
figuur 3-4 Sociaal-economische status (SES): rood = laag, geel = hoog
blad 16 van 46
datum 15 januari 2024 projectnummer 0489194.100 betreft Aanvulling OER
De relatie tussen het sociaal domein en de fysieke leefomgeving speelt hier nadrukkelijk een rol om verandering te kunnen bewerkstelligen. Daarbij is de kanttekening dat het kansenbelemmerend werkt als de gehele fysieke ruimte (woning en omgeving) niet uitnodigt om te bewegen of een gezonde leefstijl te creëren. Een aantrekkelijke, fijne en veilige leefomgeving is randvoorwaardelijk, maar niet alles oplossend. Hier spelen diepere sociaal-economische omstandigheden een grote rol in. Maar nieuwe ontwikkelingen, zoals woningbouw, geven kansen voor het aanpakken van de openbare ruimte en groen. De focus van de gemeente is dan ook in de Omgevingsvisie (en in de Ontwikkelstrategie nader gedetailleerd) op de ontwikkeling van complete, vitale buurten, woningbouw die zoveel mogelijk complementair is aan de bestaande woningvoorraad en vergroening op buurt-, stads- en metropolitaan niveau. In de volgende subparagrafen is per stadsdeel beschouwd welke detaillering en aanpassing is aangebracht in de Ontwikkelstrategie ten opzichte van de Omgevingsvisie en wat de impact is op de diverse kernwaarden. Hiervoor is onder andere de meest actuele versie van de SES-scores vanuit het CBS gebruikt, zie figuur 3-5. Hierbij geldt dat des te roder de bol, des te hoger is de score.
figuur 3-5 Sociaal-economische status, scores voor Amsterdamse buurt voor 2021, CBS (2023)
3.3.1
Noord In Amsterdam Noord is de afgelopen periode veel gebouwd en staat, met name langs het IJ en het Buikslotermeerplein nog veel gepland. Deze ontwikkelingen betekenen dat het stadsdeel qua inwoners zal verdubbelen. De gemeente werkt al via de Aanpak Noord aan investeringen in de openbare ruimte. Maar ook door te verdichten kan de kwaliteit van diverse buurten verbeteren. In de Omgevingsvisie werden voor een groot deel van Noord kleinschalige ontwikkeling en transformatie voorzien. In de Ontwikkelstrategie is dit nader gedetailleerd. Dit is op onderstaande kaart te zien met ‘puntjes’ in de gekleurde vlakken.
blad 17 van 46
datum 15 januari 2024 projectnummer 0489194.100 betreft Aanvulling OER
figuur 3-6 Uitsnede projectenkaart Ontwikkelstrategie - Noord
Omdat het in deze Aanvulling op het OER gaat over de verschillen (immers anders geldt dezelfde beoordeling) ten opzichte van de Omgevingsvisie valt vooral het ‘wegvallen’ van de arcering rondom de Vogelbuurt, de Bloemenbuurt en de Van der Pekbuurt op. Deze gebieden scoren vrij laag op de SES-score. Uit CBS-cijfers van 2021 is de negatieve afwijking ten opzichte van het landelijk gemiddelde 0,36 – 0,45. Om deze gebieden aan te pakken, is gekozen voor een andere strategie dan ontwikkelen. Omdat er geen sprake is van verdichting, is er geen aanleiding voor de verbetering van de sociale en fysieke omgeving. Een gebied dat nu specifieker is aangeduid is De Kleine Wereld, waar ook sprake is van een lagere SES-score (0,32). Hetzelfde geldt voor de Banne. Echter, in meer algemene zin geldt voor Noord dat er in ieder geval geen nieuwe gebieden zijn aangewezen ten opzichte van de Omgevingsvisie. Dit betekent dat de scores niet wezenlijk anders zijn voor Noord op de diverse kernwaarden. In de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 zijn bovenstaande ontwikkelingen voorzien voor de periode 2031-2040. In de ontwikkelstrategie wordt afgezien van de ontwikkeling van Cornelis Douwes tot een gemengd stedelijk gebied tot na 2040.
Ten aanzien van de ontwikkelingen geldt dat het nu (grotendeels) nog niet transformeren van de Noordelijke IJ-oevers, buiten de al lopende plaberum-trajecten, tot een latere reductie van geluidsproductie (industriegeluid) en stikstofuitstoot leidt.
3.3.2
Oost In Amsterdam Oost is de afgelopen jaren veel bijgebouwd op locaties in IJburg, het Zeeburgereiland en het Amstelkwartier. Verdichting werd in de Omgevingsvisie voor Oost, in tegenstelling tot de meeste andere delen van de stad, niet voorzien. In de Ontwikkelstrategie is hier echter toch voor gekozen (zie de gekleurde stippen op onderstaande kaart).
blad 18 van 46
datum 15 januari 2024 projectnummer 0489194.100 betreft Aanvulling OER
figuur 3-7 Uitsnede projectenkaart Ontwikkelstrategie - Oost
Mogelijke verdichting vindt plaats in de buurten ten oosten van het Amstelstation (Tuindorp/Amstelstation en de Wetbuurt) en op het Science Park. De mogelijke verdichting op het Science Park krijgt daarbij de voorkeur boven de verdichting nabij het Amstelstation. Al deze buurten hebben een relatief lage SES-score. Uitzondering hierop is de Wetbuurt, welke een relatief hoge SES-score heeft (-0,017). De verdichting kan daarom op het Science Park en in de buurt Tuindorp/Amstelstation van meerwaarde zijn voor de leefbaarheid van de buurt. De meerwaarde voor de Wetbuurt is daarentegen relatief klein. De gekozen gebieden voor verdichten liggen allemaal dicht bij stations. De verdichting op het Science Park vindt plaats nabij het gelijknamige station; de verdichting in Tuindorp en de Wetbuurt vindt plaats in de nabijheid van het Amstelstation. De ontwikkeling van deze zogenaamde ‘stationsbuurten’ in stadsdeel Oost zijn nieuw ten opzichte van de Omgevingsvisie. Er wordt dan ook een licht positief effect verwacht op de bereikbaarheid.
3.3.3
Weesp Weesp is de afgelopen jaren flink uitgebreid met de ontwikkeling van de wijk Weespersluis, aan de noordzijde van het spoor. In de periode tot 2040 kent Weesp, naast de verdere ontwikkeling van deze nieuwe wijk, alleen de verdere ontwikkeling van de spoorzone.
figuur 3-8 Uitsnede projectenkaart Ontwikkelstrategie - Weesp
blad 19 van 46
datum 15 januari 2024 projectnummer 0489194.100 betreft Aanvulling OER
De gebieden die aangewezen zijn voor verdichting en ontwikkeling komen overeen met de vastgestelde omgevingsvisie voor Weesp. Er is hier dus geen sprake van verdere specificering of ontwikkeling. Er vinden geen nieuwe effecten plaats.
3.3.4
Zuidoost In Amsterdam Zuidoost wordt momenteel de kantorenstrook van Amstel III getransformeerd naar een woonwijk. In de overige delen van het stadsdeel werkt de gemeente aan verbetering van de openbare ruimte met het Masterplan Zuidoost. In aanvulling hierop wordt in bepaalde buurten gekozen voor verdichten (zie figuur 3-9).
figuur 3-9 Uitsnede projectenkaart Ontwikkelstrategie - Zuidoost
Wat opvalt in Zuidoost is dat er gekozen is voor (grootschalige) verdichting langs de OV-assen. Hierdoor ontstaan stationskwartieren nabij de NS stations Duivendrecht, Bijlmer ArenA en Holendrecht. Dit heeft een positief effect op de bereikbaarheid. Gezien de lagere SES scores in deze buurten, komt dit mogelijk ook de leefbaarheid van de buurten ten goede. Deze verdichting vindt op alle locaties in Zuidoost plaats op de middellange termijn. Er is geen nadere fasering gemaakt tussen gebieden in Zuidoost. De verdichting in deze gebieden is een specificering van eerder gemaakte keuzes in de Omgevingsvisie. Dit betekent dat de scores niet wezenlijk anders zijn voor Zuidoost wat betreft de diverse kernwaarden.
3.3.5
Zuid De Zuidas heeft zich de afgelopen drie decennia ontwikkeld tot de belangrijkste kantorenlocatie van het land en een nieuw centrum voor de stad. Deze functie zal worden versterkt door de ontwikkeling van het Zuidasdok en de ontwikkeling van station Zuid. Ook in dit stadsdeel zijn locaties aangewezen voor verdichting.
blad 20 van 46
datum 15 januari 2024 projectnummer 0489194.100 betreft Aanvulling OER
figuur 3-3-10 Uitsnede projectenkaart Ontwikkelstrategie - Zuid
In Zuid is er in de Ontwikkelstrategie voor gekozen om de verdichting plaats te laten vinden rondom het Gelderlandplein. Hierdoor is er enigszins overlap met de Omgevingsvisie, maar is een deel ook nieuw. De buurt rondom het Gelderlandplein kent een relatief hoge SES-score (0,046), waardoor verdichting aan de leefbaarheid weinig toe zal voegen. Wel kunnen door de verdichting en het verbeteren van verbindingen waarschijnlijk meer bewoners gebruik maken van de bestaande voorzieningen in het gebied. Gezien de nabije ligging van de nieuwe verdichtingsgebieden ten opzichte van de oude verdichtingsgebieden, blijven de effecten nagenoeg gelijk aan die in de Omgevingsvisie.
3.3.6
West/Nieuw-West In de afgelopen jaren is het Osdorpplein ontwikkeld tot stadskern voor het stadsdeel Nieuw-West. De komende jaren zal deze functie worden versterkt. Op onderstaande kaart zijn de verdichtingslocaties voor stadsdeel NieuwWest weergegeven.
blad 21 van 46
datum 15 januari 2024 projectnummer 0489194.100 betreft Aanvulling OER
figuur 3-11 Uitsnede projectenkaart Ontwikkelstrategie – West/Nieuw West (zuid)
figuur 3-12 Uitsnede projectenkaart Ontwikkelstrategie –West/Nieuw-west (noord)
In Nieuw-West en West komen de verdichtingslocaties uit de Ontwikkelstrategie grotendeels overeen met de verdichtingslocaties uit de Omgevingsvisie. In aanvulling op deze locaties wordt verdicht in de Botteskerkbuurt en het Zuidwestkwadrant-Noord. Deze buurten hebben een relatief lage SES-score. Verdichting kan ook in deze buurten zorgen voor een verbetering van de leefbaarheid. Wat opvalt is dat er in de Omgevingsvisie voor gekozen is om te zoeken naar verdichtingslocaties in Geuzenveld, een deel van de stad met een aantal buurten met lage SES-scores. In de Ontwikkelstrategie is ervoor gekozen om hier, in ieder geval tot 2035, niet verder te verdichten of te ontwikkelen. De kans bestaat dat door deze keuze,
blad 22 van 46
datum 15 januari 2024 projectnummer 0489194.100 betreft Aanvulling OER
buurten in Geuzenveld achter blijven ten opzichte van andere buurten in Nieuw-West en de gemeente, ondanks inzet op het Geuzenveld buiten de ontwikkelstrategie om.
3.3.7
Haven-Stad Zuid De afgelopen jaren is op basis van de Ontwikkelstrategie Haven-Stad een begin gemaakt met de ontwikkeling van het stationsgebied Sloterdijk Centrum en de transformatie van Sloterdijk I Zuid. De komende jaren ligt de focus op de verdere ontwikkeling van de Centrale Zone Haven-Stad, door aan te sluiten op lopende gebiedsontwikkelingen in de Houthavens en Sloterdijk I Zuid. Vanaf 2029 ontstaan er mogelijkheden om de gebieden Sloterdijk I Noord, Minervahaven Zuid en een aantal aanliggende velden te ontwikkelen tot een gemengd, hoogstedelijk woon-werkgebied. Deze verdichtingslocaties zijn weergegeven in figuur 3-13.
figuur 3-13: Uitsnede projectenkaart Ontwikkelstrategie – Haven-stad – Zuid
In Haven-Stad zuid is in mindere mate sprake van verdichting van bestaande (woon)wijken en in meerdere mate van transformatie van bedrijven- en industrieterreinen. In de Ontwikkelstrategie is de fasering van de ontwikkeling van dit nieuwe stadsdeel opgenomen. De keuze is gemaakt om tot 2035 te focussen op de centrale zone van Haven-Stad en Sloterdijk I. Het gaat in deze fase voornamelijk om de transformatie van bedrijventerreinen. De industrie is meer te vinden in de gebieden die mogelijk na 2035 verder ontwikkeld worden. Dit kan betekenen dat de grootste positieve effecten met betrekking tot luchtkwaliteit en geluid in dit gebied pas na 2035 verwacht worden.
3.3.8
Binnenstad In de Ontwikkelstrategie wordt ingezet op het verder ontwikkelen van kernen buiten de binnenstad. Doel hiervan is om bewoners minder afhankelijk te maken van de faciliteiten in de Binnenstad en de druk van woningbouw op dit deel van de stad te verlichten. Deze meerkernige ontwikkeling van wijken buiten de binnenstad wordt dan ook gezien als kans om bij te dragen aan de opgaven die spelen in de binnenstad (bijvoorbeeld met betrekking tot leefbaarheid, verduurzaming en mobiliteit). Bovendien zijn de mogelijkheden voor verdere verdichting in de binnenstad beperkt door het reeds zeer intensieve gebruik en de cultuurhistorische waarden.
blad 23 van 46
datum 15 januari 2024 projectnummer 0489194.100 betreft Aanvulling OER
figuur 3-14: Uitsnede projectenkaart Ontwikkelstrategie – Binnenstad
In de Ontwikkelstrategie is ervoor gekozen geen grote ontwikkellocaties aan te wijzen in de binnenstad. Lokaal worden kleinschalige verdichtingslocaties onderzocht. De ontwikkelstrategie volgt hiermee de koers die uitgezet is in de Omgevingsvisie.
blad 24 van 46
datum 15 januari 2024 projectnummer 0489194.100 betreft Aanvulling OER
4.
Overzicht van de impact van de ontwikkelstrategie op de thema’s van de fysieke leefomgeving
4.1
Effecten van de ontwikkelstrategie op de kernwaarden van het beoordelingskader In het OER voor de omgevingsvisie Amsterdam 2050 zijn verschillende kernwaarden beschreven en beoordeeld. In dit hoofdstuk is ingegaan op dezelfde kernwaarden. Op gemeentebreed niveau is zo in beeld gebracht wat de impact is van de ontwikkelstrategie op de fysieke leefomgeving. Hiervoor is hetzelfde beoordelingskader en ambitieniveau gebruikt als bij de effectbeoordeling voor de Omgevingsvisie (het OER). Voor verreweg de meeste kernwaarden geldt dat de beoordeling niet wezenlijk anders is dan bij de Omgevingsvisie. Dit is logisch, omdat de ontwikkelstrategie voortborduurt op de visie en vooral een nadere invulling geeft.
4.1.1
Inclusief en betaalbaar Definitie kernwaarde Binnen de kernwaarde Inclusief en betaalbaar is aandacht voor de mate van segregatie, vervoersarmoede en ontmoeten. Kernwaarde
Inclusief en betaalbaar
Criterium
Mate van segregatie
Streefwaarde/Ambitie Een stad waar de plek waar je opgroeit niet bepalend is voor je ontplooiingskansen
Vervoersarmoede
Een 30-minutenmetropool voor kwetsbaren, praktisch en middelbaar geschoolden
• •
• •
Ontmoeten
Een stad waarin ontmoetingen met anderen aangemoedigd wordt door de inrichting van de ruimte
• •
Gewenste beweging Meer koopwoningen dan nu op plekken waar dat betaalbaar kan Relevant werk en hoge kwaliteit van voorzieningen naar (of in bereik van) kwetsbare wijken brengen Meer knooppunten waar clusters van midden- en praktisch opgeleide banen en werknemers samen komen Middenbanen naar de perifierie, ontsluiten centraal gelegen praktische en middenbanenclusters Beter bereikbaar maken groene gebieden rondom stedelijk gebied. Groene plekken voor ontmoeting en spelen vergroten sociale interactie en verminderen eenzaamheid.
Beschrijving OER De betaalbaarheid van de woningvoorraad in de gemeente Amsterdam staat onder druk. De betaalbaarheid is in de afgelopen jaren verminderd. Met name in de ring A10 is de woningdiversiteit verslechterd. Al is er in een grote stad als Amsterdam altijd een diversiteit aan woonmilieus aanwezig. Geconcludeerd kan worden dat de segregatie sinds 2000 is toegenomen. In de gemeente Amsterdam speelt vervoersarmoede minder. Er bestaan verschillende manieren om de afstanden binnen de stad af te leggen. Met name voor praktisch opgeleiden van buiten Amsterdam die in Amsterdam werken is de afstand relatief groot. In de gemeente is er relatief veel groen aanwezig. Al bestaat er wel druk op deze groene plekken. Ook is er op verschillende nieuwbouwlocaties relatief weinig groen aanwezig. Met de plannen die de gemeente adresseert in de Omgevingsvisie verbetert de kernwaarde sterk. Ook omdat verdichtingslocaties een plek vinden in stadsdelen waar nu belangrijke aandachtspunten bestaan. Een verbetering van de vervoersarmoede wordt bereikt door verbeterde OV-mogelijkheden naar regiogemeenten. Betaalbaarheid is en blijft een belangrijk aandachtspunt. De waardeontwikkeling van de bestaande woningen wijst erop dat ook bij nieuwe woningen die gerealiseerd worden de betaalbaarheid onder druk kan komen te staan.
blad 25 van 46
datum 15 januari 2024 projectnummer 0489194.100 betreft Aanvulling OER
Effecten Ontwikkelstrategie In het OER werd het aspect ‘inclusief en betaalbaar’ aangemerkt als een aspect dat een aandachtspunt blijft in de beoordeling van de Omgevingsvisie Amsterdam 2050. De conclusie wordt getrokken dat door implementatie van het Voorkeursalternatief (VKA) er verbeteringen worden verwacht voor de kwaliteit van wijken en een afname van vervoersarmoede door verdichting bij OV-knooppunten (de ontwikkeling van stationskwartieren). Het grootste aandachtspunt vanuit het OER is de betaalbaarheid van woningen. Gezien de vergelijking van verdichtingslocaties met de SES-scores van de buurten waar verdicht wordt (zie hoofdstuk 3.2), kan worden gesteld dat de kwaliteit op veel locaties die verdicht worden verbetert. Opvallend is dat er in deze ontwikkelstrategie geen plannen voor verdichting worden beschreven in alle buurten met een lage SES-score, ondanks dat ze hiervoor wel worden aangemerkt. Hierdoor neemt de kwaliteit van de buurten niet toe als gevolg van deze verdichting. Tegelijkertijd zet de gemeente Amsterdam via andere beleidssporen in op verbetering van de kwaliteit van deze gebieden. Met deze ontwikkelstrategie wordt een duidelijke voorkeur gegeven aan de ontwikkeling van stationskwartieren, door buurten in de omgeving van OV-knooppunten te verdichten.
Hierdoor neemt de kans op transportarmoede af, wat een licht positief effect heeft op de inclusiviteit van de stad. Een risico daarbij is wel dat verschillen tussen stationsbuurten en niet-stationsbuurten toenemen. Op het gebied van betaalbaarheid is er ook een licht positief effect te verwachten door de aanscherpingen in de Ontwikkelstrategie. Dit komt door de expliciete keuze voor het versnellen van de woningbouw tot 2035. Hoewel het bouwen van meer woningen alleen geen complete oplossing zal zijn voor de relatief hoge woningprijzen in Amsterdam, zal het de druk op de woningmarkt wel verlichten. Al deze effecten beschouwend wordt daarom verwacht dat door de aanscherpingen in de Ontwikkelstrategie, er een licht positief effect is op het aspect ‘inclusief en betaalbaar’ ten opzichte van de Omgevingsvisie. Gelet op bovenstaande effectbeschrijving kan geconcludeerd worden dat de situatie ten opzichte van de beschrijving in het OER OVA positiever uitpakt. Dit komt tot uiting in onderstaande figuur.