A - 9 Vluchtelingen en Ongedocumenteerden (14) Bijlage 1a. Vluchtelingenmonitor 2020 def 15-10-2020.pdf
Tekst van het document
-
Vluchtelingenmonitor 2020 Hoe gaat het met de statushouders in Amsterdam? Peildatum januari 2020 en indien nog niet beschikbaar juli 2019
Onderzoek, Informatie en Statistiek
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Vluchtelingenmonitor 2020
In opdracht van: WPI Projectnummer: 20047 Auteru:
Laura de Graaff
Renske Hoedemaker
Lisanne Zethof
Idske de Jong
Sara Rubingh
Bezoekadres: Weesperstraat 113-117
Telefoon 06 3900 0446
Postbus 658, 1000 AR Amsterdam
data.amsterdam.nl
Laura.de.Graaff@amsterdam.nl
Amsterdam, september 2020
Foto voorzijde: Statushouder aan het werk bij ABN AMRO, fotograaf onbekend, 2018
2
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Vluchtelingenmonitor 2020
Inhoud
Inleiding
5
Deel 1: De statushouders in Amsterdam
8
1 Demografie statushouders in Amsterdam
9
1.1 Circa 7.300 statushouders gevestigd in Amsterdam 1.2 Instroom statushouders lager dan voorgaande jaren 1.3 Een derde is als nareiziger naar Nederland gekomen 1.4 Meeste statushouders tussen de 27 en 44 jaar oud 1.5 Meerderheid statushouders is alleenstaand 1.6 Relatief weinig statushouders in Centrum en Zuid
9 10 11 12 13 14
2 Werk en bijstandsafhankelijkheid
16
2.1 Zevenendertig procent van de statushouders werkt 2.2 Bijstandsafhankelijkheid gedaald de afgelopen jaren 2.3 Aanzienlijke uitstroom uit de bijstand 2.3.1 92% nog werkzaam na zes maanden 2.3.2 Statushouders vaker een flexcontract, maar meer contracturen
17 19 21 21 22
3 Voorzieningengebruik
24
3.1 Twee derde van de statushouders maakt gebruik van een voorziening binnen het sociale domein 25 3.2 Eritrese/Ethiopische statushouders maken vaker gebruik van voorzieningen dan Syrische statushouders 27 3.3 Jonge statushouders gebruiken vaker voorzieningen binnen meerdere domeinen, oudere statushouders binnen één domein 28
4 Inburgering en onderwijs
31
4.1 Meerderheid nog bezig met inburgering 4.2 Meer statushouders volgen mbo-opleiding 4.3 Van groot deel statushouders is opleidingsniveau niet bekend
31 33 35
Deel 2: Groepen statushouders uitgelicht
36
5 Kinderen en jongeren (0-17 jaar)
37
5.1 Aantal statushouders jonger dan 18 jaar sterk gestegen sinds 2016 37 5.2 Relatief veel jonge statushouders in Lutkemeer/Ookmeer en Zeeburgereiland/Nieuwe Diep 39 5.3 Vaker gebruik van voorzieningen in twee domeinen dan in Amsterdam 40
3
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Vluchtelingenmonitor 2020
5.4 Klein deel statushouders volgt onderwijs op havo- of vwo-niveau 5.5 Een derde heeft een (bij)baan
41 41
6 Eritrese statushouders in Amsterdam
42
6.1 Ruim 1.500 statushouders met Eritrese achtergrond 6.2 Zeven van de tien afhankelijk van een bijstandsuitkering 6.3 15% gebruikt voorzieningen in meerdere domeinen
42 43 44
7 Vrouwen
46
Deel 3: Draagvlak en context Nederland
47
8 Vergelijking G5-steden
48
8.1 Demografie statushouders G5 8.1.1 Na Amsterdam wonen in Rotterdam de meeste statushouders 8.1.2 Amsterdam telt relatief veel mannelijke statushouders 8.1.3 In Amsterdam en Den Haag laagste aandeel Syrische statushouders 8.1.4 Aandeel 0 tot 17-jarigen in Amsterdam wat lager dan gemiddeld 8.1.5 Aandeel nareizigers ligt wat lager in Amsterdam 8.1.6 Amsterdamse statushouders relatief vaak alleenstaand 8.2 Inburgering 8.3 Onderwijs 8.4 Werk
48 48 50 50 51 52 52 53 54 56
9 Context: instroom in Nederland
58
9.1 Aantal asielvragen lager door COVID-19 pandemie 58 9.2 Meeste eerste aanvragen door Syriërs, aandeel eerste aanvragen Eritreeërs afgenomen 59 9.3 Aanvragen voor familiehereniging diverser geworden qua nationaliteit 59
10 Draagvlak voor opvang en huisvesting in Amsterdam
61
10.1 Twee derde Amsterdammers staat achter opvang 10.2 Ervaringen Amsterdammers met opvang in de buurt zijn veelal positief of neutraal 10.3 Meerderheid omwonenden opvang ongedocumenteerden voor opvang 10.4 Context: Draagvlak opvang in Nederland
61 62 63 63
11 Bijlage Voorzieningengebruik
65
4
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Vluchtelingenmonitor 2020
Inleiding
De instroom van vluchtelingen is na een piek in 2015 en 2016 weer gestabiliseerd en ook het aantal nareizigers neemt af. Toch blijft de gemeente voor een grote uitdaging staan om de vluchtelingen die naar Amsterdam komen zo snel mogelijk te laten integreren en participeren. De ‘Amsterdamse Aanpak Statushouders’ is daartoe ontwikkeld. Sinds 2016 is OIS intensief bezig het beleid te voorzien van informatie en onderzoek over de groep asielzoekers en statushouders in Amsterdam. Een van deze producten is de vluchtelingenmonitor. De ‘Vluchtelingenmonitor 2020’ is de vijfde monitor op rij en beschrijft de situatie van begin 2020, effecten van de corona-crisis zijn hierin dus nog niet zichtbaar. Voor een aantal gegevens zijn de gegevens nog niet beschikbaar voor deze peildatum, dan wordt juli 2019 als peildatum gehanteerd. De vluchtelingenmonitor gaat elke keer in op de situatie van Amsterdamse statushouders op het terrein van demografie, werk en inkomen, onderwijs en het draagvlak voor de opvang van vluchtelingen in de stad. In deze editie van de vluchtelingenmonitor zijn er drie groepen statushouders uitgelicht: kinderen en jongeren; Eritrese statushouders en vrouwen. Daarnaast wordt er op een aantal thema’s een vergelijking gemaakt met statushouders in Rotterdam, Utrecht, Den Haag en Eindhoven (G5). De ‘Amsterdamse Aanpak Statushouders’ loopt vier jaar in 2020.
In deze monitor is er daarom uitgebreider aandacht voor de duurzaamheid van de bemiddelingen (duurzaam en structureel) die in het kader van de aanpak hebben plaatsgevonden. Daarbij wordt duurzaam gedefinieerd als minimaal zes maanden onafgebroken werkzaam en structureel minimaal een jaar onafgebroken werkzaam. Dataselectie: Basisregistratie Personen en CBS De vluchtelingenmonitor is gebaseerd op registerdata die onderling gekoppeld is. In de Vluchtelingenmonitor 2020 gaat het over de statushouders die op 1 januari 2020 in Amsterdam wonen. De huidige statushouders zijn de personen die op 1 januari 2020 een verblijfsvergunning voor bepaalde of onbepaalde tijd hebben. Binnen de selectie van huidige statushouders is er ook nog een selectie van recente statushouders gemaakt (2015 of later in Nederland). Bij sommige onderwerpen wordt er op de groep recente statushouders ingezoomd. Figuur 1 geeft de selectie van statushouders schematisch weer. 1 1
De BRP registreert alleen de huidige verblijfstitel van Amsterdammers. Of men eerder een asielvergunning heeft gehad is daarom alleen te achterhalen op basis van BRP registraties uit voorgaande jaren. Mensen die als statushouder ergens anders in Nederland hebben gewoond en ná het verkrijgen van een andere verblijfsstatus naar Amsterdam zijn verhuisd worden daarom noodzakelijkerwijs niet meegenomen in de analyse.
5
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Vluchtelingenmonitor 2020
Het selecteren van deze onderzoeksgroep wordt gedaan op basis van de Basisregistratie Personen (BRP) van Amsterdam. In de BRP wordt aangegeven wat de wettelijke verblijfstitel is van inwoners van Amsterdam met een niet-Nederlandse nationaliteit. Voor vluchtelingen met een verblijfsstatus is dit ‘asielvergunning voor bepaalde of onbepaalde tijd’ (code verblijfstitel 26 of 27 of 32). De gegevens over de statushouders uit de BRP zijn vervolgens gebruikt om (door middel van koppelingen) in andere bronnen de statushouders te selecteren. Via het CBS is door koppeling met de polisadministratie (gegevens over werk in loondienst) informatie verkregen over het aandeel werkzame statushouders en het aandeel statushouders met een uitkering. Het koppelen van persoonsgegevens uit databronnen van de gemeente en het CBS gebeurt binnen de beveiligde digitale werkomgeving van het CBS zodat er zorgvuldig wordt omgegaan met privacygevoelige informatie (CBS Microdata). Figuur 1: uitleg van de selectie van huidige statushouders en de selectie van recente statushouders
Huidige statushouders
Recente statushouders statushouders
Verblijfsvergunning
Verblijfsvergunning
in 2001 of later
in 2015 of later
Woonachtig in Amsterdam
Woonachtig in Amsterdam
en (nog) statushouder op
en (nog) statushouder op
1 januari 2020
1 januari 2020
Moment van instroom In de BRP wordt het moment van instroom in Nederland geregistreerd op basis van de toekenning van de asielvergunning. De periode dat men in Nederland verblijft in afwachting van een asielvergunning wordt hierdoor niet meegerekend bij het bepalen van de periode dat men in Nederland gevestigd is. Om de leesbaarheid te bevorderen gebruikt deze monitor desondanks de termen ‘gevestigd in Nederland’ of ‘instroom in Nederland’ voor het moment dat men een asielvergunning heeft ontvangen. De datum van vestiging in Nederland is het moment dat een persoon met een Nederlandse asielvergunning wordt ingeschreven bij in de BRP en een BSNnummer krijgt. Land van herkomst In de monitor worden verschillende statushouders ingedeeld naar land van herkomst, zoals Syriërs of Eritreeërs. Tenzij anders aangegeven wordt hiervoor de herkomstdefinitie van het CBS gebruikt. Daarbij bepalen het geboorteland van de persoon en/of het geboorteland van de ouders het land van herkomst. Deze methode zorgt ervoor dat, in tegenstelling tot wanneer er gekeken zou worden naar nationaliteit, de groep die recent uit Eritrea is gevlucht deels wordt aangemerkt als zijnde van Ethiopische herkomst. Uit nadere analyse blijkt dat een groot deel van
6
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Vluchtelingenmonitor 2020
de recente vluchtelingen van Ethiopische herkomst de Eritrese nationaliteit heeft. Om deze reden worden in sommige analyses de Eritrese en Ethiopische statushouders samengevoegd. Peildatum De peildatum voor de meeste gebruikte gegevens is 1 januari 2020. Voor sommige onderwerpen is er echter nog geen data beschikbaar voor de peildatum 1 januari 2020. In zo’n geval is er gekozen voor de meest recente peildatum waarbij wel data beschikbaar is. Om die reden is bij de onderwerpen nareizigers, inburgering en onderwijs de peildatum 1 juli 2019. Dit geldt ook voor de vergelijking van de G5 steden. In elk hoofdstuk staat steeds vermeld wat de peildatum van de gebruikte data is en over welke selectie van statushouders uitspraken worden gedaan. De huidige corona-crisis heeft ook impact op statushouders. Hoe dit doorwerkt is op dit moment nog niet duidelijk en nog niet uit de data te halen. De (her)instroom in de bijstand is een van de eerste indicatoren die een indruk hierover kunnen geven. Daarom wordt er in hoofdstuk 2 kort gekeken naar de instroom in de bijstand in juni 2020.
Leeswijzer De Vluchtelingenmonitor 2020 is in drie delen opgedeeld. Deel 1: De statushouders in Amsterdam Het eerste deel omschrijft de demografie van de statushouders in Amsterdam en bespreekt de positie van deze statushouders op het vlak van werk en inkomen en het gebruik van voorzieningen. Daarnaast wordt gekeken naar inburgering en onderwijsdeelname. Deel 2: Groepen statushouders uitgelicht In dit deel worden kinderen en jongeren, Eritrese statushouders en vrouwen uitgelicht. Deel 3: Draagvlak en context Nederland Dit laatste deel gaat in op het maatschappelijk draagvlak voor de opvang van vluchtelingen. Er wordt daarnaast gekeken hoe de asielstroom naar Nederland zich ontwikkelt en de situatie van statushouders wordt vergeleken met die in andere grote steden in Nederland (G5). Samenvatting De samenvatting van het rapport is in een aparte bijlage opgenomen.
7
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Vluchtelingenmonitor 2020
Deel 1: De statushouders in Amsterdam
Hoofdstukken: 1 Demografie statushouders in Amsterdam 2 Werk en bijstandsafhankelijkheid 3 Voorzieningengebruik 4 Inburgering en onderwijs
foto: Jong en Baas, fotograaf onbekend, 2016
8
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Vluchtelingenmonitor 2020
1 Demografie statushouders in Amsterdam
Dit hoofdstuk beschrijft de demografische kenmerken van de statushouders in Amsterdam naar herkomst, leeftijd en geslacht. Naast deze kenmerken komen ook de ontwikkelingen in het aandeel nareizigers, de samenstelling van hun huishoudens en de verdeling over de stad van de statushouders aan de orde. Hierbij is ook aandacht voor de opvallendste ontwikkelingen sinds 2004. Aangezien de meeste statushouders een Nederlandse verblijfsvergunning krijgen voor vijf jaar, zijn de meeste huidige statushouders sinds 2015 in Nederland. De groep die sinds 2015 in Nederland is, noemen we recente statushouders. Omdat er veel overlap is tussen de recente en huidige statushouders, gaan we niet bij elk aspect in op recente statushouders in het rapport.
Kernpunten demografie
Op 1 januari 2020 telde Amsterdam 7.299 statushouders. Van de huidige statushouders zijn er 6.256 in 2015 of later naar Nederland gekomen. Deze groep noemen we de recente statushouders.
De totale groep statushouders is zeer divers qua herkomstlanden. Recente statushouders zijn voor een groot deel afkomstig uit Syrië (43%) gevolgd door Eritrea/Ethiopië (21%).
27 tot 44-jarigen vormen de grootste groep onder zowel de statushouder als onder de recente statushouders, onder de recente statushouders is het aandeel 18 tot 26-jarigen ook relatief hoog.
Een derde van de recente statushouders is nareiziger. Afgezet tegen het totaal aantal inwoners per wijk wonen er relatief veel statushouders in wijken in Nieuw-West, Noord en Zuidoost. In absolute zin wonen de meeste statushouders in de wijk BijlmerCentrum.
1.1 Circa 7.300 statushouders gevestigd in Amsterdam Figuur 1.0 toont het totale aantal statushouders in Amsterdam per jaar (peildatum 1 januari), onderverdeeld naar land van herkomst. Tussen 2004 en 2006 daalt het totale aantal statushouders licht, om vervolgens tot 2015 langzaam te stijgen. In 2015 zorgt de internationale vluchtelingencrisis voor een sterke toename in het aantal statushouders in Amsterdam, en ook in de jaren daarop stijgt het aantal statushouders sneller dan voor 2015. Op 1 januari 2020 telt Amsterdam 7.299 statushouders die in 2001 of later zijn ingestroomd in Nederland. Onder de huidige statushouders zijn in totaal 6.256 mensen die in 2015 of later zijn ingestroomd in Nederland.
9
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Vluchtelingenmonitor 2020
Figuur 1.0 Statushouders in Amsterdam naar herkomst 2004-2020 (aantallen, peildatum 1 januari van elk jaar)
8.000
Syrië 7.000
Eritrea
6.000
Ethiopië Iran
5.000
Irak
4.000
Somalië Afghanistan
3.000
China/Tibet 2.000
Soedan
Sovjet-Unie
1.000
overig*
0
2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020
*De categorie ‘overig’ bestaat uit diverse landen met elk minder dan ~2% van het totale aantal statushouders in de populatie.
bron: BRP, bewerking OIS
1.2 Instroom statushouders lager dan voorgaande jaren De instroom van statushouders in Amsterdam was het hoogst in 2015 en 2016 waarbij de piek in 2016 lag. Na 2016 is de instroom elk jaar minder geworden. Van de groep recente statushouders in Amsterdam wonen 1.419 statushouders sinds in 2015 in Nederland en 2.065 statushouders zijn sinds 2016 in Nederland. 707 statushouders in Amsterdam zijn sinds 2019 in Nederland gevestigd. Ook in de rest van Nederland is er een afname van de instroom van asielmigranten sinds 2017.2 Figuur 1.1 Recente statushouders in Amsterdam naar herkomst en instroomjaar in Nederland, januari 2020 (aantallen) Syrië
Ethiopië/Eritrea
Iran
Irak
overig
2015 2016 2017
2018 2019 0
500
1.000
1.500
2.000
2.500
Bron: CBS, bewerking OIS 2
Voor meer informatie over de asielinstroom in Nederland zie hoofdstuk 9.
10
|
Onderzoek, Informatie en Statistiek
Vluchtelingenmonitor 2020
1.3 Een derde is als nareiziger naar Nederland gekomen Statushouders kunnen een verzoek indienen om hun partner, kind(eren) of ouder(s) naar Nederland te laten overkomen. Hiervoor gelden strikte regels: nadat iemand een asielvergunning voor bepaalde tijd heeft gekregen is er drie maanden de tijd om een aanvraag voor gezinshereniging in te dienen. Het huwelijk of partnerschap moet al zijn gesloten voordat de vergunninghouder naar Nederland kwam en de gezinsleden moeten al voor de vlucht in het land van herkomst of een buurland een gezin hebben gevormd. Familieleden die volgens deze voorwaarden naar Nederland komen worden nareizigers genoemd. Daarnaast kunnen alle migranten, en dus ook statushouders, familie laten overkomen via reguliere gezinshereniging. Het kan hierbij gaan om een partner of kinderen waar zij al een gezin mee vormden (gezinshereniging) maar ook om een nieuwe partner (gezinsvorming). Bij reguliere gezinshereniging gelden strengere eisen dan bij nareizigers. 3 Figuur 1.2 laat per instroomjaar zien hoe groot het aandeel nareizigers is. De figuur is gemaakt op basis van gegevens van het CBS. Figuur 1.2 Aandeel statushouders dat als nareiziger naar Nederland is gekomen per instroomjaar, 20152019 uitgesplitst naar geslacht en naar nationaliteit (statushouders uit Syrië en Eritrea/Ethiopië), procenten
47
totaal
42
44
2018
2019 (jan-jun)
25 27
2015
2016
2017
68
Syrië Eritrea
46
52
67
60 50
34
28
27
8
2015
2016
2017
2018
67
man 51
vrouw
2019 (jan-jun)
60
53
50 33
13
17
2015
2016
2017
31
2018
35
2019 (jan-jun)
bron: CBS, bewerking OIS
3
CBS 2018, Uit de startblokken – cohortstudie naar recente asielmigratie
11
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Vluchtelingenmonitor 2020
Na de grote instroom van asielmigranten in 2015, is het aandeel nareizigers in de jaren daarna sterk toegenomen. Bij de instroom in 2015 en 2016 lag het aandeel nareizigers rond een kwart en bij de instroom van 2017 bedroeg dit aandeel de helft. Ook bij statushouders die in 2019 (janjun) instroomden was rond de helft nareiziger. In totaal is van de groep statushouders die in 2015 of daarna een verblijfsvergunning kregen 32% als nareiziger naar Nederland gekomen. Vrouwen zijn vaker nareiziger dan mannen. Van de vrouwelijke statushouders die in 2015 of daarna naar Nederland zijn gekomen, is 57% nareiziger (mannen: 22%). Het aandeel nareizigers onder vrouwen lijkt weer wat te dalen. Na een piek bij de instroom van 2017 toen 67% van de vrouwen als nareiziger naar Nederland kwam, is dat aandeel bij de instroom van 2019 (jan-jun) gezakt naar 53%. Dezelfde ontwikkeling zien we bij Syrische statushouders; ook hier zien we na een piek in 2017 het aandeel nareizigers per instroomjaar weer dalen. Bij statushouders uit Eritrea neemt elk instroomjaar het aandeel nareizigers juist toe. Bij de instroom in 2019 (jan-jun) kwam twee derde van de Eritrese statushouders als nareiziger naar Nederland. Kinderen (0-17 jaar) komen veelal als nareiziger naar Nederland.
Van de totale groep statushouderkinderen die in 2015 of daarna een verblijfsvergunning kregen, is 82% als nareiziger naar Nederland gekomen.
1.4 Meeste statushouders tussen de 27 en 44 jaar oud In de gehele periode tussen 2004 en 2020 vormen 27 tot 44-jarigen de grootste groep statushouders. Vanaf 2016 zien we dat ook het aandeel 18 tot 26-jarige statushouders toeneemt. Op 1 januari 2020 was ruim de helft (51%) van de statushouders in Amsterdam tussen de 27 en 44 jaar oud; ruim een vijfde (22%) was tussen 18 tot 27 jaar. Zestien procent van de statushouders is jonger dan 18 jaar. In hoofdstuk 5 wordt de groep statushouders jonger dan 18 jaar verder beschreven. Figuur 1.3 Statushouders in Amsterdam naar leeftijd, 2004 – 2020 (aantallen, op 1 januari van elk jaar)
8.000 65 jaar en ouder
7.000
45-64 jaar
6.000 5.000
27-44 jaar
4.000
18-26 jaar
3.000
12-17 jaar
2.000
4-11 jaar
1.000 0-3 jaar
0
2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020
bron: BRP, bewerking OIS
12
|
Onderzoek, Informatie en Statistiek
Vluchtelingenmonitor 2020
Als we kijken naar de groep statushouders zien we dat de meesten van hen man zijn (66%) Vooral onder statushouders in de leeftijdscategorieën 18-26 jaar en 27-44 jaar zijn meer mannen (>65 %) dan vrouwen (zie figuur 1.4). Van de statushouders onder de 3 jaar is het merendeel vrouw (57%). Figuur 1.4 Statushouders in Amsterdam naar leeftijd en geslacht, januari 2020 (aantallen) 250
man
aantal
vrouw
200 150 100 50 0
bron: BRP, bewerking OIS
Wanneer we kijken naar de herkomstlanden van statushouders van 18 jaar en ouder zien we weinig verschil in herkomstlanden tussen de geslachten. Zowel mannelijke als vrouwelijke statushouders komen het vaakst uit Syrië (38% en 37%). Figuur 1.5 Statushouders ouder dan 18 jaar in Amsterdam naar geslacht en herkomstland, januari 2020 (aantallen) Man
Vrouw
10%
13% 9%
19%
Syrië
10% 8%
overig Ethiopië
17%
8%
4%
3%
4%
2%
Eritrea Iran Afganistan 1%
5%
2%
38%
Soedan
China/Tibet
3% 2% 1%
Irak
37%
3% 1%
Somalië
Sovjet-Unie
bron: BRP, bewerking OIS
1.5 Meerderheid statushouders is alleenstaand Ruim de helft (57%) van de statushouders komt als alleenstaande naar Nederland. Vrouwelijke statushouders zijn vaker dan mannen onderdeel van een gezin (71% tegenover 29%). Syrische
13
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Vluchtelingenmonitor 2020
statushouders zijn vaker onderdeel van een gezin (51%) dan statushouders uit andere landen. Irakese statushouders zijn het vaakst alleenstaand (72%). De meeste alleenstaande statushouders vallen in de leeftijdsgroep tussen 27 en 44 jaar (60%). Figuur 1.6 Statushouders in Amsterdam naar geslacht, herkomstgroepering, instroomjaar 2016-2020 en gezinssamenstelling, januari 2020 (procenten) totaal 1 vrouw 1 man 1
56
28
71
Iran Irak 1 Eritrea en Ethiopië 1 Syrië 1 overig 2
70
29
70 71
30 28
53
46 51
48 62
2016 1 2017 0 2018 1 2019 4 0
43
36
57
42
45
55 52
47 55
20 alleenstaand <18
41 40
60
alleenstaand 18 en ouder
80
% 100
gezin
bron: BRP, bewerking OIS
Als gevolg van gezinshereniging en gezinsvorming daalt het aandeel alleenstaande statushouders met de jaren. De grootste groep recente statushouders in 2019 is alleenstaand (59%).
1.6 Relatief weinig statushouders in Centrum en Zuid Figuur 1.7 geeft een overzicht van het aantal statushouders per 1.000 inwoners per wijk in Amsterdam op 1 januari 2020. Zoals te zien, wonen er relatief weinig statushouders in stadsdelen Zuid en Centrum. Wijken met de meeste statushouders per 1.000 inwoners hebben allemaal een huisvestingslocatie voor statushouders: Lutkemeer/Ookmeer (azc Willinklaan), Elzenhagen (Startblok Elzenhagen), bedrijventerrein Sloterdijk (Wasa Village), en Westlandgracht (Riekerhaven). Behalve in Westlandgracht (circa 11.000 inwoners) is het totale aantal inwoners in deze wijken echter vrij klein, waardoor het aantal statushouder naar verhouding hoog is. In absolute zin wonen de grootste aantallen statushouders in Bijlmer Centrum (375 statushouders), Westlandgracht (346 statushouders) en Middenmeer (265 statushouders).
14
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Vluchtelingenmonitor 2020
Figuur 1.7 Aantal statushouders per 1.000 inwoners per wijk, januari 2020
bron: BRP, bewerking OIS
De spreiding van recente statushouders komt in grote mate overeen met de spreiding van alle statushouders. Wijken met de grootste absolute aantallen recente statushouders zijn Lutkemeer/Ookmeer (246 recente statushouders) en Middenmeer (240 recente statushouders). Figuur 1.8 Aantal recente statushouders per 1.000 inwoners per wijk, januari 2020
bron: BRP, bewerking OIS
15
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Vluchtelingenmonitor 2020
2 Werk en bijstandsafhankelijkheid
Dit hoofdstuk gaat over de situatie van statushouders in Amsterdam op de arbeidsmarkt en kijkt naar werk in loondienst en bijstandsafhankelijkheid. De Amsterdamse Aanpak Statushouders loopt inmiddels vier jaar. In die periode zijn veel statushouders bemiddeld naar werk. Daarover wordt gerapporteerd in het jaarverslag van de aanpak. In deze vluchtelingenmonitor wordt dit jaar voor het eerst gekeken naar de duurzaamheid van de uitstroom naar werk. Dit wordt gedaan door te kijken hoeveel statushouders zes maanden (duurzaam) en een jaar (structureel) na bemiddeling nog steeds werken. De cijfers in deze monitor zijn van voor de uitbraak van de COVID-19 pandemie. Hoewel op dit moment nog niet duidelijk is wat de gevolgen zijn van deze crisis, zal het de situatie van statushouders raken. De cijfers tot 1 januari 2020 laten een lichte verbetering zien wat betreft de bijstandsafhankelijkheid van statushouders. Deze monitor gaat niet over de periode na 1 januari 2020 maar vanwege de speciale coronasituatie is toch even kort gekeken naar recentere data over de bijstandsuitkeringen: het blijkt dat ook de data van juni 2020 een lichte daling in bijstandsuitkeringen laten zien. Het is echter te verwachten dat deze verbetering stokt of zelfs teruggedraaid wordt, gezien de stijging van de werkeloosheid van de afgelopen maanden.4
Kernpunten
37% van de statushouders is aan het werk. Een deel hiervan ontvangt daarnaast een bijstandsuitkering.
Mannen werken veel vaker (45%) dan vrouwen (19%), voor alle groepen die sinds 2015 hier zijn gekomen geldt dat hoe langer zij hier zijn des te vaker zij werken.
Een derde van de banen betreft werk in de horeca. Aangezien juist dit werkt deze periode onder druk staat, vergroot dit de kwetsbaarheid van statushouders.
62% van de Amsterdamse statushouders is afhankelijk van een bijstandsuitkering; dit is hoog in vergelijking met het gemiddelde in Amsterdam.
Bijstandsafhankelijkheid daalt naarmate men langer in Nederland is.
Ouderen en vrouwen hebben vaker een bijstandsuitkering.
1.900 statushouders zijn uitgestroomd uit de bijstand de afgelopen vijf jaar; hiervan zijn er 1.010 uitgestroomd naar een baan.
92% van de uitgestroomde statushouders die zijn gaan werken is na zes maanden nog werkzaam. Ze hebben wel relatief vaak een flexcontract.
Na zes maanden daalt het aandeel dat onafgebroken blijft werken snel. Het betreft dus veelal tijdelijke banen en geen structurele banen.
4
CBS. Aantal werklozen in juni gestegen tot 404 duizend. 2020 Geraadpleegd via https://www.cbs.nl/nlnl/nieuws/2020/29/aantal-werklozen-in-juni-gestegen-tot-404-duizend
16
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Vluchtelingenmonitor 2020
2.1 Zevenendertig procent van de statushouders werkt Van de 15 tot en met 66 jarige statushouders waren er begin 2020 in totaal 2.300 werkzaam in loondienst voor minimaal één uur per week. Dit komt neer op 37%. Hoe ouder, hoe lager het aandeel werkende statushouders. De mannen (45%) werken veel vaker dan vrouwen (19%). In alle leeftijdsgroepen is het aandeel dat werkt hoger onder de mannelijke statushouders dan onder de vrouwelijke statushouders (zie figuur 2.0). Het grootste aandeel werkenden bij de mannen is tussen de 25 en 34 jaar (51% werkt; 1.000 statushouders), dit is bij de vrouwen tussen de 15 en 24 jaar (30% werkt; 130 statushouders). Hoe langer men in Nederland is des te hoger het aandeel dat werkt. Dit effect is sterker bij mannen dan bij vrouwen. Wanneer er naar herkomst wordt gekeken, zijn er nauwelijks verschillen. Van de Eritrese/Ethiopische- en de Syrische statushouders werkt gemiddeld 37%, dit is 36% bij de overige groep statushouders. Echter, de verschillen tussen mannen en vrouwen zijn groot. Van de mannelijke statushouders met een Eritrese/Ethiopische migratieachtergrond werkt gemiddeld de helft, dit is 15% bij de vrouwen. Bij de Syrische mannelijke statushouders is dit 47% tegenover 15% onder de vrouwen. In de overige groep liggen de verschillen iets dichter bij elkaar, respectievelijk 42% van de mannen werkt, en 24% van de vrouwen.
Van veel statushouders is het opleidingsniveau niet bekend (zie hoofdstuk 4). Statushouders waar we het opleidingsniveau wel van weten werken vaker dan de statushouders waarvan het opleidingsniveau nog niet terug te vinden is in registers. Bij alle opleidingsniveaus is het aandeel dat werkt hoger bij de mannen dan bij de vrouwen (zie figuur 2.0).
Amsterdamse aanpak statushouders De gemeente Amsterdam is in juli 2016 gestart met de Amsterdamse aanpak statushouders. In de aanpak begeleidt Amsterdam statushouders intensief naar werk, opleiding en participatie. Vanaf het begin van de aanpak loopt deze begeleiding parallel aan de inburgering, conform de aanbeveling van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). De Amsterdamse aanpak statushouders wordt gekenmerkt door vier kernwaarden: Snelle start: statushouders worden al zo vroeg mogelijk begeleid, waar mogelijk al in het azc. Maatwerk: de ambities, talenten, beperkingen, behoeften en zorgen van statushouders worden in beeld gebracht. Op basis hiervan wordt statushouders maatwerk aangeboden. Duaal: toeleiding naar werk, ondernemerschap, opleiding of participatie loopt parallel aan de inburgering en wordt met de nieuwe wet inburgering een integraal traject. Intensief: statushouders worden intensief door klantmanagers en jobhunters begeleid met behulp van diverse instrumenten. Bron: gemeente Amsterdam, jaarverslag 2019 Amsterdamse Aanpak Statushouders en inburgering.
17
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Vluchtelingenmonitor 2020
Figuur 2.0 Aandeel statushouders dat werkt in loondienst naar geslacht, januari 2020 (procenten) instroomjaar: 2019 2018 2017 2016 2015 2014 en eerder mannen leeftijd: 15-24 jaar 25-34 jaar 35-44 jaar 45-54 jaar 55 jaar en ouder
vrouwen totaal
herkomst: Syrië Eritrea/Ethiopië overig
opleidingsniveau: laag middelbaar hoog onbekend
%
0
10
20
30
40
50
60
70
bron: CBS, bewerking OIS
Veruit de meeste statushouders (1.920) hebben een contract voor bepaalde tijd (84%). Het aandeel dat een contract voor bepaalde tijd heeft is tamelijk gelijk onder de herkomstgroepen. De verschillen worden kleiner bij de oudere leeftijdsgroepen in vergelijking met de jongeren. Oudere werknemers hebben vaker een contract voor onbepaalde tijd. Hoe hoger het opleidingsniveau, hoe vaker een contract voor onbepaalde tijd. Figuur 2.1 Aandeel statushouders dat werkt in loondienst naar type contract, jan 2020 (procenten) herkomst: Syrië Eritrea/Ethiopië overig leeftijd: 15-24 jaar 25-34 jaar 35-44 jaar 45-54 jaar 55 jaar en ouder
onbepaalde tijd
opleidingsniveau: laag middelbaar hoog onbekend
bepaalde tijd
huishoudenstype: alleenstaande paar zonder kinderen paar met kinderen eenoudergezin overig
totaal
%
0
20
40
60
80
100
bron: CBS, bewerking OIS
18
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Vluchtelingenmonitor 2020
Van de hele groep werkende statushouders, werkt het grootste gedeelte of 35 uur en meer of minder dan 12 uur. Dit is terug te zien onder alle herkomstgroepen. Jonge statushouders tussen de 15 en 24 jaar werken vaker minder dan 12 uur (40%) dan oudere statushouders (gemiddeld 29%). Hoe hoger het opleidingsniveau, hoe vaker er meer uren worden gewerkt. Er wordt voornamelijk binnen de horeca gewerkt, namelijk gemiddeld 39%. Daarnaast wordt er veel gewerkt in de detailhandel (10%) en in grootwinkelbedrijven (9%). Deze cijfers gaan over januari 2020, in hoeverre deze banen van statushouders geraakt zijn door de COVID-19 pandemie is nog onduidelijk. Omdat het veel horecabanen betreft en die op de tocht staan, is de verwachting dat de crisis ook de statushouders raakt. Tabel 2.2 Top vijf van sectoren waarin statushouders werkzaam zijn, naar geslacht, januari 2020 mannen
vrouwen
1
horeca (38%)
horeca (31%)
2
detailhandel (9%)
grootwinkelbedrijven (18%)
3
uitleenbedrijven (9%)
detailhandel (12%)
4
grootwinkelbedrijven (7%)
gezondheid en welzijn (12%)
5
reiniging (4%)
reiniging (5%)
2.2 Bijstandsafhankelijkheid gedaald de afgelopen jaren Van de 18 tot en met 66-jarige statushouders die in januari 2020 in Amsterdam woonden ontving 62% een bijstandsuitkering. Ter vergelijking, van alle Amsterdammers in die leeftijdsgroep had toen ongeveer 6% een bijstandsuitkering. Van de statushouders met deze uitkering heeft 13% parttime betaald werk in loondienst (425 mensen).5 Eind 2017 had 81% van de statushouders een uitkering.6 Het aandeel met een uitkering is dus sterk gedaald. Met name statushouders van 27 tot en met 34 jaar zijn minder vaak bijstandsafhankelijk geworden de afgelopen twee jaar (van 83% naar 56%). Het aandeel statushouders met een bijstandsuitkering neemt af naarmate men langer in Nederland is. Onder de groep die in 2018 naar Nederland kwam is de bijstandsafhankelijkheid het hoogst (80%) daarna daalt het tot 49% voor de groep die in 2015 naar Nederland is gekomen (en nu tussen de 18 en 66 jaar is). Van de groep die in 2019 naar Nederland en Amsterdam kwam is de bijstandsafhankelijkheid (61%) lager dan onder de groep die in 2018 kwam (80%). Dit komt
5
Hoewel steeds meer statushouders een (deeltijd) baan hebben, leveren die banen vaak onvoldoende inkomsten op. Hierdoor kan een uitkering ook voor deze groep de voornaamste inkomstenbron zijn. Bron: Cohortonderzoek asielzoekers en statushouders. Asiel en integratie, 2020. SCP 6 Dit cijfer wijkt af van het cijfer wat in de Vluchtelingenmonitor 2018 genoemd staat omdat in de Vluchtelingenmonitor 2020 een andere selectie is toegepast dan bij de Vluchtelingenmonitor 2018. In 2018 zijn statushouders geselecteerd die vanaf 2015 in Nederland gevestigd zijn en sinds 2017 in Amsterdam. In 2020 is alleen geselecteerd op vestiging in Nederland, namelijk vanaf 2015.
19
|
Onderzoek, Informatie en Statistiek
Vluchtelingenmonitor 2020
omdat een deel van de mensen die eind 2019 naar Nederland kwamen nog geen uitkering ontvangen omdat zij nog op het azc verblijven. 7 Figuur 2.3 Aandeel 18-66 jarige statushouders Amsterdam met bijstandsuitkering naar instroomjaar in Nederland 2015-2019, januari 2020 (procenten) % 100 90 80 70 60 50 40 30 20 10 0
80
73
61
62
2019
totaal
58 49
2015
2016
2017
2018
bron: CBS en OIS, bewerking OIS
Vrouwelijke statushouders zijn minder vaak werkzaam dan mannelijke statushouders. Dit verschil is terug te zien in de bijstandsafhankelijkheid. Zo is 70% van de vrouwen bijstandsafhankelijk tegenover 58% van de mannen. Deze cijfers zijn niet één op één met de werkcijfers te vergelijken, omdat vrouwen met een werkzame partner niet bijstandsafhankelijk zijn maar ook niet werken. Figuur 2.4 Aandeel 18-66 jarige statushouders Amsterdam met bijstandsuitkering naar leeftijd en geslacht, januari 2020 (procenten) % 100 90 80 70 60 50 40 30 20 10 0
87
83
75
74
75
27-34 jaar
35-44 jaar
74
66 58
56 48
18-26 jaar
27-34 jaar
35-44 jaar
45-54 jaar
mannen
55+ jaar totaal
70
55
18-26 jaar
45-54 jaar
55+ jaar totaal
vrouwen
bron: CBS en OIS, bewerking OIS
7
Veel statushouders verblijven de eerste maanden nog in de asielopvang, waar zij geen uitkering ontvangen, maar leefgeld. Pas wanneer statushouders zelfstandig zijn gehuisvest in een gemeente, komen ze in aanmerking voor een bijstandsuitkering. Bron: Cohortonderzoek asielzoekers en statushouders. Asiel en integratie, 2020. SCP
20
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Vluchtelingenmonitor 2020
Als we kijken naar de leeftijd van de statushouders die bijstandsafhankelijk zijn, is te zien dat oudere statushouders vaker een uitkering hebben dan jongere statushouders. Statushouders in de leeftijdscategorie 55-66 jaar hebben het vaakst een uitkering, namelijk 82% van deze groep. Dit is tevens de enige leeftijdscategorie waar mannen vaker een bijstandsuitkering hebben dan vrouwen (zie figuur 2.4).
2.3 Aanzienlijke uitstroom uit de bijstand In de periode januari 2016-augustus 2019 zijn er 1.900 statushouders uitgestroomd uit de bijstand. De helft daarvan is uitgestroomd uit de bijstand omdat zij zijn gaan werken (940 statushouders), 14% van de statushouders werd bemiddeld naar onderwijs. De overige statushouders ontvangen geen uitkering meer doordat zij bijvoorbeeld gepensioneerd zijn, hun partner werk heeft gevonden of omdat ze verhuisd zijn uit Amsterdam. Voornamelijk mannelijke statushouders zijn uitgestroomd: 77% is man, 23% is vrouw. Daarnaast stromen voornamelijk jonge statushouders (35% is onder de 26 jaar), alleenstaanden (50%) en lager opgeleiden (51%) uit. Alleen jongere statushouders (18 tot en met 31 jaar) stromen uit naar een opleiding. Bij ongeveer een kwart van statushouders in deze leeftijdsgroep is dat het geval.
2.3.1 92% nog werkzaam na zes maanden Val alle uitgestroomde statushouders is nagegaan aan de hand van bestandskoppelingen in hoeverre zij op het moment van uitstroom aan het werk zijn gegaan. Daaruit blijkt dat sommige statushouders uitstromen uit de bijstand uit om een andere reden dan werk, maar wel zijn gaan werken. Van de 1.010 uitgestroomde statushouders die zijn gaan werken op het moment van uitstroom, is 92% na zes maanden nog werkzaam. Dit noemen we duurzame uitstroom. Dit percentage is ongeveer gelijk aan andere Amsterdammers die uitstroomden uit de bijstand (91%). Mannelijke statushouders zijn na zes maanden gemiddeld iets vaker nog werkzaam (zie figuur 2.5). Ook lager opgeleiden zijn gemiddeld iets vaker duurzaam aan het werk.
21
|
Onderzoek, Informatie en Statistiek
Vluchtelingenmonitor 2020
Figuur 2.5 Aandeel werkzaam 6 maanden na uitstroom bijstand naar geslacht, leeftijd, huishoudsamenstelling en opleiding, uitstroom januari 2016 – augustus 2019 (procenten) man
92
vrouw
91
18-26
89
27-31
96
32-39
93
40-49
88
50-59
100
gezin
94
alleenstaand
93
hoog opgeleid
91
middelbaar opgeleid
89
laag opgeleid
94
totaal
92 80
85
90
% 95
100
bron: WPI en CBS, bewerking OIS
Na twaalf maanden is 67% van de bemiddelde statushouders nog werkzaam en na 24 maanden is 21% van de bemiddelde statushouders werkzaam geweest gedurende de twee jaar na uitstroom. Er is daarbij een klein verschil tussen mannen (21%) en vrouwen (18%). Ook zijn hoger opgeleiden (22%) vaker duurzaam aan het werk dan lager opgeleiden (18%).
2.3.2 Statushouders vaker een flexcontract, maar meer contracturen Statushouders gaan na uitstroom vooral aan het werk in flexcontracten (95%). Dit is uitzend- of oproepwerk. Vijf procent heeft direct een contract voor onbepaalde tijd. Dit is lager dan gemiddeld in Amsterdam: 18% van de Amsterdammers die uitstromen uit de bijstand heeft een vast contract. Jongere statushouders (tot 39 jaar) krijgen vaker een baan met een vast contract. Ook statushouders die onderdeel zijn van een gezin krijgen vaker een vast contract. Figuur 2.6 Aantal uren en soort contract van bemiddelde statushouders, januari 2016 – augustus 2019 (procenten) <12 uur
23
12-24 uur
25
24-34 uur
20
35 uur of meer
32
flex (uitzend of oproepwerk)
95
vast (stagiair, bepaalde of onbepaalde tijd)
5 0
% 20
40
60
80
100
bron: WPI en CBS, bewerking OIS
22
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Vluchtelingenmonitor 2020
Een derde (32%) van de statushouders die gaat werken vanuit de bijstand begint aan een fulltimebaan (35 uur of meer), 23% begint in een kleine baan (<12 uur). Statushouders hebben ongeveer even vaak een fulltimebaan als andere Amsterdammers die uitstromen uit de bijstand (32% tegenover 31%). Vrouwelijke statushouders werken daarnaast vaker parttime (36% werkt tussen de 12 en 25 uur) dan mannelijke statushouders. Na zes maanden werkt een groter aandeel fulltime, namelijk 45%. Met name vrouwen zijn vaker fulltime gaan werken (van 18% naar 40%). Bij duurzame bemiddeling naar werk hebben statushouders vaker een fulltimebaan dan andere Amsterdammers (45% tegenover 41%). Het gemiddelde uurloon bij statushouders op het moment van uitstroom is €12,79.8 Dit is lager dan andere Amsterdammers. Zij ontvangen gemiddeld: €13,59. Thuiswonende kinderen krijgen gemiddeld een lager uurloon. Na zes maanden is het uurloon gemiddeld gestegen: het gemiddelde uurloon is dan €13,22. Hoger opgeleide statushouders zijn flink wat meer gaan verdienen, namelijk €15,35. Nog steeds verdienen de statushouders gemiddeld minder dan andere Amsterdammers, die zitten na zes maanden werken op €14,29.
8
Het gaat hierbij om het bruto-uurloon exclusief bijzondere beloningen, toeslagen en overwerkloon.
23
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Vluchtelingenmonitor 2020
3 Voorzieningengebruik
In dit hoofdstuk gaan we in op het voorzieningengebruik van statushouders. De statushouders kunnen net als andere Amsterdammers een beroep doen op ondersteuning vanuit het inkomens-, jeugd- en/of zorgdomein. Zicht en Grip op Sociaal is een project dat alle individueel geregistreerde voorzieningen binnen het Amsterdamse sociale domein (inkomen, jeugd en zorg) in beeld brengt. In tabel 11.0 in de bijlage staat welke voorzieningen onder deze drie domeinen vallen. Aan de hand van Zicht en Grip op Sociaal is bekeken hoeveel en welke groepen statushouders die in januari 2020 woonachtig waren in Amsterdam gebruik hebben gemaakt van een voorziening binnen het sociale domein. Daarbij kan gedacht worden aan voorzieningen zoals levensonderhoud (lees: bijstand), jeugdbescherming- en reclassering en ambulante zorg. Na koppeling van de Burgerservicenummers (BSN) van de statushouders uit de BRP aan de Zicht en Grip op Sociaal dataset, zijn er 5.430 statushouders teruggevonden in de dataset van 2019. In onderstaande analyses is het voorzieningengebruik op individueel niveau gerapporteerd. De gemeente Amsterdam voert actief beleid om armoede te bestrijden. Onderdeel daarvan is om het bereik van armoedevoorzieningen zo hoog mogelijk te maken.
De gebruikscijfers weerspiegelen enerzijds de problematieken die voorkomen onder de groepen, en anderzijds het bereik van de aangeboden voorzieningen, hoewel die twee onderdelen hier niet uiteengerafeld kunnen worden. Statushouders zijn bij de gemeente goed in beeld (met name door het contact met de klantmanager) waardoor het zo kan zijn dat het bereik onder statushouders hoger is dan onder andere Amsterdammers.
Kernpunten
66% van de statushouders maakt gebruik van een jeugd-, zorg- of inkomensvoorziening, onder alle Amsterdammers is dit 13%, dit komt vooral doordat statushouders veel vaker gebruik maken van bijstand.
Onder statushouders is vaker sprake van gebruik van één of meerdere voorzieningen onder alle leeftijdsgroepen dan gemiddeld in Amsterdam.
Een op de drie statushouders gebruikt meerdere voorzieningen. Vaak is dit een stapeling van inkomensvoorzieningen (87%); meestal een combinatie van levensonderhoud met een andere inkomensvoorziening.
Eritrese/Ethiopische statushouder gebruiken vaker voorzieningen binnen twee of meer domeinen (16%) dan de Syrische en overige statushouders (beide 10%). Dit is onder alle groepen het vaakst een combinatie van inkomen met zorg.
Jonge statushouders gebruiken vaker een combinatie van voorzieningen in meerdere domeinen (20%) dan gemiddeld in Amsterdam (16%). Dit is altijd een combinatie van een jeugd- met een zorgvoorziening. Het tegenovergestelde geldt voor statushouders tussen de 18 en 69 jaar. Zij gebruiken vaker een voorziening binnen één domein in vergelijking met hun leeftijdgenoten (bijstand).
24
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Vluchtelingenmonitor 2020
3.1 Twee derde van de statushouders maakt gebruik van een voorziening binnen het sociale domein Van de 5.430 statushouders heeft 66% (3.560 statushouders) in 2019 gebruik gemaakt van een voorziening, in totaal maakten zij gedurende dit jaar gebruik van 6.140 voorzieningen. Het merendeel van de gebruikers is alleenstaand (60%) of onderdeel van een paar met kind(eren) (24%). Het percentage alleenstaanden ligt daarmee hoger dan gemiddeld in Amsterdam (46%). Ondanks de relatief grote uitstroom uit de bijstand (zie hoofdstuk 2.3), wordt er nog bijna twee keer zo vaak gebruik gemaakt van levensonderhoud door de statushouders met een voorziening ten opzichte van alle Amsterdammers met een voorziening (respectievelijk 81% en 41%). Naast levensonderhoud maken statushouders voornamelijk gebruik van armoedebestrijding (30%) en bijzondere bijstand (27%). Het aandeel statushouders dat gebruik maakt van armoedebestrijding ligt daarmee lager dan onder Amsterdammers, het tegenovergestelde geldt voor bijzondere bijstand (zie figuur 3.0). Figuur 3.0 Gebruik voorzieningen binnen het sociale domein onder statushouders (n=3.560) en alle Amsterdammers (n=107.450) met een voorziening, 2019 (procenten) levensonderhoud
41
armoedebestrijding
30
bijzondere bijstand
27
stimuleringsregelingen
14 2
levensonderhoud baten schuldhulpverlening
6 4 4
(hoog)specialistische jeugdhulp
2
samen doen
2 3 1
wonen en vervoer jeugdbescherming en reclassering vervoersdiensten onderwijs verblijf overige specialistische jeugdhulp
1 2 <1 2 <1 4 <1 <1
42
9 9
ambulante zorg
81
25
10
statushouders
10
Amsterdam
12
%
bron: Zicht en Grip op Sociaal, bewerking OIS
Van de statushouders maakt 35% geen gebruik van een voorziening. Dit zijn ook voornamelijk paren met kinderen (57%), of alleenstaanden (21%). Twaalf procent is een paar zonder kind(eren) en 10% een eenoudergezin. Wanneer gekeken wordt naar voorzieningen per domein (inkomen, jeugd, zorg) maken 3.400 statushouders (63%) gebruik van een inkomensvoorziening. Zeven procent maakt gebruik van een zorgvoorziening en twee procent van een jeugdvoorziening. Net zoals andere Amsterdammers kunnen statushouders gebruik maken van een of meerdere voorzieningen in een tot drie domeinen binnen het sociale domein. Het gebruik van verschillende voorzieningen, of voorzieningen in meerdere domeinen kan duiden op grotere problematiek maar ook op een hoger bereik van de voorzieningen. Statushouders zijn goed in beeld bij de gemeente met name door het contact met de klantmanager. Van de statushouders die gebruik
25
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Vluchtelingenmonitor 2020
maken van een voorziening, maakt 87% gebruik van alleen inkomensvoorziening(en) (3.080 statushouders). Dit is de helft onder Amsterdammers. Vaker dan gemiddeld in Amsterdam wordt er door statushouders gebruik gemaakt van meerdere voorzieningen (zie figuur 3.1). Er wordt voornamelijk gestapeld binnen het inkomensdomein als gevolg van de grote afhankelijkheid van levensonderhoud. Daarnaast maakt 10% gebruik van voorzieningen in twee of meer domeinen. Het aandeel dat voorzieningen uit verschillende domeinen combineert ligt daarmee lager dan gemiddeld in Amsterdam (16%). Wanneer er gestapeld wordt met voorzieningen uit een ander domein, is de combinatie inkomen en zorg (9%) het meest voorkomend (320 statushouders) (zie figuur 3.2). Figuur 3.1 Aandeel statushouders (n=5.430) en Amsterdammers (n=835.100) naar het aantal voorzieningen, 2019 (procenten) % 100
87
90 80 70 60
statushouders
50 40
Amsterdam
35
32
30
23
20
7
10
4
9 2
1
1
0
geen voorziening
1
2
3
4+
bron: Zicht en Grip op Sociaal, bewerking OIS
Figuur 3.2 Voorzieningengebruik statushouders en alle Amsterdammers per stapeling van domein(en), 2019 (procenten) statushouders (n=3.560)
Amsterdammers (n=107.450)
2% 1%1%
1%
9% 22%
51%
11%
87%
Inkomen Inkomen en Zorg Jeugd Zorg Jeugd en Zorg
15%
bron: Zicht en Grip op Sociaal, bewerking OIS
26
|
Onderzoek, Informatie en Statistiek
Vluchtelingenmonitor 2020
3.2 Eritrese/Ethiopische statushouders maken vaker gebruik van voorzieningen dan Syrische statushouders Binnen de groep Amsterdamse statushouders heeft de meerderheid een Syrische (44%) of Eritrese/Ethiopische (22%) migratieachtergrond. Van de statushouders met een Syrische migratieachtergrond maakt 61% gebruik van een voorziening (1.480 statushouders), dit is 71% onder de Eritrese/ Ethiopische statushouders (840). Dit zijn bij beide groepen voornamelijk alleenstaanden of paren met kinderen, maar binnen de groepen zijn wel verschillen. Een derde van de Syrische statushouders valt onder het huishoudentype paar met kind, dit is 19% onder de Eritrese/ Ethiopische en 15% onder de overige statushouders (zie figuur 3.3). Figuur3.3 Aantal statushouders met een voorziening naar herkomst en huishoudentype, 2019 (aantallen) 900
840
780
800 700 600
520
Eritrea/Ethiopië
490
500
Syrië 400
overig
300 200
160
190 140
120 100
100
80 70
80
eenoudergezin
paar zonder kinderen
0
alleenstaand
paar met kinderen
bron: Zicht en Grip op Sociaal, bewerking OIS
Verschillen zijn ook terug te zien in het voorzieningengebruik. Statushouders met een Eritrese/ Ethiopische migratieachtergrond maken vaker gebruik van levensonderhoud, stimuleringsregelingen en ambulante zorg dan Syrische en overige statushouders (zie figuur 3.4). Zij maken twee keer zo vaak gebruik van een zorgvoorziening (13%) als Syrische en overige statushouders (beide 6%). Ook het gebruik van inkomensvoorzieningen ligt gemiddeld hoger (68%) ten opzichte van de statushouders met een Syrische of overige migratieachtergrond (respectievelijk 59% en 64%). Er wordt vaker gestapeld onder de Eritrese/Ethiopische statushouders dan onder de andere statushouders. Zestien procent maakt gebruik van drie of meer voorzieningen, dit is 10% onder de Syrische of overige statushouders. Hoewel onder alle groepen voornamelijk gebruik wordt gemaakt van voorzieningen uit één domein, gebruikt 15% van de Eritrese statushouders voorzieningen in twee domeinen (129 statushouders). Dit is 8% onder de Syrische statushouders, en 7% onder de overige groep. De combinatie is dan het vaakst een inkomen- met een zorgvoorziening (zie figuur 3.5)
27
|
Onderzoek, Informatie en Statistiek
Vluchtelingenmonitor 2020
Figuur 3.4 Aandeel statushouders naar herkomst en het voorzieningengebruik binnen het sociale domein naar soort voorziening (voorzieningen met aantallen kleiner dan tien zijn buiten beschouwing gelaten), 2019 (procenten) armoedebestrijding bijzondere bijstand levensonderhoud baten
levensonderhoud
Eritrea/Ethiopië Syrië
schuldhulpverlening
overig stimuleringsregelingen
(hoog)specialistische jeugdhulp ambulante zorg samen doen
% 0
20
40
60
80
100
bron: Zicht en Grip op Sociaal, bewerking OIS Figuur 3.5 Voorzieningengebruik van statushouders en overige statushouders met een voorziening per stapeling van domein(en) (stapelingen met aantallen kleiner dan tien staan vermeld als ‘overig’), 2019 (procenten) Eritrea/Ethiopië (n=850)
Syrië (n=1.480) 1%
2% < 1% 2%
8%
overige statushouders (n=1.240) 2%2% 7%
3%
1% Inkomen
14%
Inkomen en Zorg Zorg Jeugd 81%
88%
88%
overig
bron: Zicht en Grip op Sociaal, bewerking OIS
3.3 Jonge statushouders gebruiken vaker voorzieningen binnen meerdere domeinen, oudere statushouders binnen één domein In deze paragraaf worden de statushouders en Amsterdammers in drie leeftijdsgroepen ingedeeld: 0-17 jaar, 18-44 jaar en 45-69 jaar. Individuen van 70 jaar of ouder zijn in onderstaande analyses niet meegenomen, de groep statushouders van deze leeftijd is erg klein.
28
|
Onderzoek, Informatie en Statistiek
Vluchtelingenmonitor 2020
Het aandeel statushouders dat gebruik maakt van een voorziening binnen het sociale domein (jeugd, zorg en/of inkomen) ligt onder alle leeftijdsgroepen hoger dan gemiddeld in Amsterdam. De verschillen zijn het grootst onder de leeftijdsgroepen 18 tot en met 44 jaar en 45 tot en met 69 jaar. Ongeveer acht op de tien statushouders in de leeftijd tussen 18 en 69 maken gebruik van een voorziening. Dit is nog geen twintig procent onder de Amsterdammers in dezelfde leeftijdscategorie (zie tabel 3.7). Tabel 3.7 Aandeel statushouders en Amsterdammers met een voorziening naar leeftijd - 2019 statushouders aantal met een % met een voorziening voorziening 120 13%
0 tot 17 jaar 18 tot 44 jaar
3.070
77%
32.620
9%
360
81%
44.270
18%
45 tot 69 jaar totaal
Amsterdam aantal met een % met een voorziening voorziening 14.200 10%
3.550
91.090 bron: Zicht en Grip op Sociaal, bewerking OIS
Binnen alle leeftijdsgroepen wordt vaker gebruik gemaakt van een of meerdere voorzieningen onder statushouders dan gemiddeld in Amsterdam. Ruim driekwart van de statushouders tussen 18 en 69 jaar maakt gebruik van een inkomensvoorziening (3.380 statushouders). Dat is respectievelijk 8% onder de Amsterdammers tussen 18 en 44 jaar, en 16% onder de 45 tot 69jarige Amsterdammers (zie figuur 3.8). Ook worden binnen alle leeftijdsgroepen vaker zorgvoorzieningen gebruikt. Figuur 3.8 Aandeel statushouders naar leeftijd en het voorzieningengebruik per domein, 2019 (procenten) % 100
90 79
76
80 70 60
inkomen
50
jeugd
40
zorg
30 20 10 0
11 1
4
0-17 jaar
8
<1 18-44 jaar statushouders
12 <1 45-69 jaar
16
9
8 2
2
<1 0-17 jaar
<1 18-44 jaar
6 <1 45-69 jaar
Amsterdam
bron: Zicht en Grip op Sociaal, bewerking OIS
Jonge statushouders (0-17 jaar) die een voorziening gebruiken, hebben vaker voorzieningen in twee domeinen (20%) dan jonge Amsterdammers (16%). Dit betreft dan een combinatie van een jeugd- en zorgvoorziening. Het tegenovergestelde geldt voor de statushouders tussen de 18 en 69 jaar. Zij gebruiken juist vaker een voorziening in één domein ten opzichte van
29
|
Onderzoek, Informatie en Statistiek
Vluchtelingenmonitor 2020
Amsterdammers gemiddeld. Het merendeel maakt gebruik van alleen een inkomensvoorziening. Wanneer er gebruik wordt gemaakt van voorzieningen in meerdere domeinen, is dit een combinatie van een inkomens- en zorgvoorziening (zie figuur 3.9). Figuur 3.9 Aandeel statushouders en Amsterdammers met een voorziening naar leeftijdsgroepen en stapeling* van domein(en), 2019 (procenten) statushouders (n=120) 0-17 jaar
Amsterdammers (n=14.200) 0-17 jaar 11%
15%
1%
7% Jeugd Jeugd en Zorg Zorg overig
17%
68%
81%
18-44 jaar (n=3.070)
18-44 jaar (n=32.620)
9%
11%
1%
1%
1%
Inkomen Inkomen en Zorg Jeugd Zorg overig
15%
72%
90%
45-69 jaar (n=360)
45-69 jaar (n=44.270)
3%
15%
12%
Inkomen Inkomen en Zorg Zorg
18%
67%
86%
*stapelingen met aantallen kleiner dan tien staan vermeld als ‘overig.
bron: Zicht en Grip op Sociaal, bewerking OIS
30
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Vluchtelingenmonitor 2020
4 Inburgering en onderwijs
Dit hoofdstuk beschrijft in hoeverre de statushouders het inburgeringsexamen hebben afgelegd en hoe de onderwijsdeelname onder statushouders is. Er wordt in dit hoofdstuk gebruik gemaakt van CBS microdata, de meest recente peildatum daarvan is juli 2019. Daarom is er hierbij gekeken naar de statushouders die tussen 2014 en juni 2019 een verblijfsvergunning hebben gekregen en op 1 juli 2019 in Amsterdam woonden.
Kernpunten
Drie op de tien statushouders die tussen 2014 en 2019 naar Nederland kwamen hebben inmiddels het inburgeringsexamen afgelegd.
65% is nog bezig met het inburgeringstraject.
Ruim 1.600 statushouders volgen onderwijs; daarvan is 36% achttien jaar of ouder.
De meeste volwassen statushouders die onderwijs volgen, doen een opleiding op mbo-niveau.
4.1 Meerderheid nog bezig met inburgering Mensen die langdurig in Nederland komen wonen en van de buiten de Europese Economische Ruimte (EER), Turkije of Zwitserland komen en tussen de 18 jaar en de pensioengerechtigde leeftijd zijn, moeten een inburgeringsexamen doen. Het inburgeringsexamen moet binnen drie jaar behaald worden. Migranten kunnen een lening afsluiten bij de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) voor het volgen van inburgeringscursussen en het afleggen van het examen. DUO informeert mensen wanneer hun inburgeringsplicht ingaat. Asielmigranten die binnen de inburgeringstermijn slagen voor hun examen hoeven de lening niet terug te betalen.9 Door het uitbreken van de COVID-19 pandemie, konden er geen klassikale lessen worden gegeven en is het afnemen van examens vertraagd. De inburgeringstermijn is voor alle inburgeringsplichtigen sinds maart 2020 daarom verlengd met zes maanden.10 Drie op de tien Amsterdamse statushouders die in 2014 of daarna naar Nederland zijn gekomen, heeft het inburgeringsexamen gehaald en 65% is nog bezig met het inburgeringstraject (zie figuur 4.0).
9
www.inburgeren.nl/u-gaat-inburgeren/index.jsp www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/immigratie-naar-nederland/vraag-en-antwoord/moet-ik-als-nieuwkomerinburgeren 10 https://duo.nl/zakelijk/inburgeren/nieuws/tot-6-maanden-extra-om-in-te-burgeren.jsp
31
|
Onderzoek, Informatie en Statistiek
Vluchtelingenmonitor 2020
De wettelijke termijn van 3 jaar is inmiddels verstreken voor de statushouders bij wie de inburgeringsplicht in 2016 of eerder inging. Van de statushouders die in 2014 inburgeringsplichtig werden, heeft 64% op dit moment het inburgeringsexamen gehaald en 4% heeft de termijn overschreden. Een kwart is niet inburgeringsplichtig.11 Bij de statushouders die in 2015 inburgeringsplichtig werden heeft een vergelijkbaar deel het inburgeringsexamen gehaald (59%) en de termijn overschreden (4%). Onder statushouders bij wie in 2016 de inburgeringsplicht inging, heeft een veel kleinere groep (28%) het examen al gehaald. Een klein deel (4%) van deze cohort zal het inburgeringexamen ook niet meer doen omdat zij op dit moment niet meer inburgeringsplichtig zijn. De rest (66%) heeft de termijn nog niet overschreden of heeft verlenging gekregen en zal langer dan 3 jaar over de inburgering doen. Verlenging is mogelijk bij bijvoorbeeld het volgen van een alfabetiseringscursus, bij zwangerschap of als de aanmelding van het examen is vertraagd.12 Van de cohorten die na 2016 inburgeringsplichtig werden, is de overgrote meerderheid nog bezig met de inburgering. De verschillen tussen mannen en vrouwen in het aandeel dat het examen inmiddels gehaald heeft, zijn gering. Er is verder geen verschil tussen het niveau waarop vrouwen en mannen examen doen.
Bij beide groepen doet de overgrote meerderheid het inburgeringsexamen (97%), een klein deel (3%) doet ‘Nederlands als Tweede taal’ examen (wat op een hoger taalniveau is). Figuur 4.0 Aandeel 18-66 jarige inburgeringsplichtige statushouders Amsterdam naar jaar van ingang inburgeringsplicht , 1 juli 2019 (procenten) 2014
64
2015 2016
28
2017
4
59
4
1
66
4
7
25 26
11 4
95
2018
1
99
2019
1
92
totaal
28
2
8 65
6 %
0
20
40
60
80
100
Inburgeringsexamen behaald Overschrijding (en nog geen examen behaald)
(nog) Geen examen gedaan, maar geen overschrijding Niet inburgeringsplichtig op peilmoment* *inclusief: inburgeringsplicht vervallen, ontheffing of vrijstelling van inburgerings-
plicht.
bron: CBS, bewerking OIS
11
Men kan bijvoorbeeld een ontheffing krijgen bij psychische of lichamelijke beperkingen die het afleggen met het examen in de weg staan. Vrijstelling krijgt men na het behalen van een Nederlands schooldiploma. 12 https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2019/16/6-op-10-statushouders-uit-2014-heeft-inburgeringsdiploma
32
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Vluchtelingenmonitor 2020
4.2 Meer statushouders volgen mbo-opleiding Net als alle andere Nederlanders vallen asielzoekers en statushouders onder de leerplichtwet. Asielzoekerskinderen moeten binnen 3 maanden onderwijs ontvangen. Omdat asielzoekerskinderen bij aankomst in Nederland de Nederlandse taal vaak nog niet goed beheersen, volgen ze het eerste jaar meestal onderwijs in taalklassen/nieuwkomersonderwijs (primair onderwijs) of internationale schakelklassen (voortgezet onderwijs). Voor kinderen in het primair onderwijs duurt dit meestal enkele weken tot één en maximaal twee jaar, voor leerlingen in het voortgezet onderwijs duurt dit één tot twee jaar. Zij stromen daarna door naar regulier onderwijs. Van de statushouders die in 2014 een verblijfsvergunning hebben ontvangen, volgen er op 1 januari 2019 ongeveer 1.600 statushouders onderwijs. Daarvan is 36% achttien jaar of ouder. Er gaan 800 kinderen naar de basisschool en 290 statushouders gaan naar het voortgezet onderwijs. Op het mbo zitten in totaal 370 statushouders,90 statushouders studeren aan het hbo en 80 statushouders volgen een universitaire studie. Figuur 4.1 Onderwijsdeelname statushouders naar onderwijssoort, juli 2019 (aantallen) 1.000 800
%
800
600 370
400 290
200
0
po
vo
mbo
90
80
hbo
wo
bron: CBS, bewerking OIS
Van de 4 tot 11-jarigen volgt 96% onderwijs en van de 12-17-jarigen volgt 97% onderwijs. Van de jongvolwassenen (18-26 jaar) volgt 21% een opleiding. Het grootste deel gaat naar het mbo (13%). Een klein deel studeert aan het hbo (3%) of aan de universiteit (2%). Van de statushouders tussen de 27 en 34 jaar volgt 10% onderwijs, met name op mbo-niveau. Van de statushouders ouders dan 35 jaar studeert 4%, ook voornamelijk aan het mbo. In vergelijking met juni 2017 is het aandeel statushouders dat aan het mbo studeert licht toegenomen (zie figuur 4.2). Dat is vooral het geval bij de statushouders ouder dan 18 jaar. Van de volwassen statushouders die onderwijs volgen, gaan zes van de tien naar het mbo.
33
|
Onderzoek, Informatie en Statistiek
Vluchtelingenmonitor 2020
Figuur 4.2 Onderwijsdeelname naar leeftijd en onderwijssoort, juni 2017 en juli 2019 (procenten) po 100
vo
mbo
hbo
wo
(nog) geen reguliere onderwijsinschrijving bekend
%
80
60
40
20
0
jun-17 jul-19 jun-17 jul-19 jun-17 jul-19 jun-17 jul-19 jun-17 jul-19 jun-17 jul-19 jun-17 jul-19 0 tot 3 jaar
4 tot 11 jaar
12 tot 17 jaar
18 tot 26 jaar
27 tot 34 jaar
35 jaar en ouder
totaal
bron: CBS, bewerking OIS
Onder de statushouders zijn er 410 jongens die naar het basisonderwijs gaan en 380 meisjes. Er gaan meer mannen dan vrouwen naar het mbo, hbo en het wo maar onder de 18 plussers zijn er dan ook meer mannelijke dan vrouwelijke statushouders. Figuur 4.3 Aantallen statushouders die onderwijs volgen naar onderwijssoort en geslacht, juli 2019 Man 410
Vrouw
380 260 160
130
110 60
po
vo
mbo
30
hbo
60 20
wo
bron: CBS, bewerking OIS
34
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Vluchtelingenmonitor 2020
4.3 Van groot deel statushouders is opleidingsniveau niet bekend Van een groot deel (74%) van de statushouders tussen de 15 en 66 jaar is het hoogst behaalde diploma niet bekend. Twintig procent van de statushouders is laagopgeleid en een klein deel (4%) heeft een middelbaar opleidingsniveau of hoger (2%). Figuur 4.4 Hoogst behaalde diploma van statushouders (15-66 jaar), januari 2020 (procenten) 20% laag 4% 2%