A - 7 Openbare Orde en Veiligheid (4) 03. Monitor Top400 2019.pdf
Tekst van het document
^
Actiecentrum Veiligheid en Zorg Amsterdam-Amstelland
Top400 in beeld Ontwikkeling, inzet en resultaten van de Aanpak Top400 2019
Met bijdragen van: • Politie Eenheid Amsterdam • Het Arrondissementsparket Amsterdam (OM) • Reclassering Nederland (RN), het Leger des Heils (LdH) en Inforsa • •
Geneeskundige en Gezondheidsdienst Amsterdam (GGD) Werk, Participatie en Inkomen (WPI)
• •
Openbare Orde en Veiligheid (00V)
•
Onderwijs Jeugd en Zorg (Preventief Interventieteam (PIT) en Bureau Leerplicht Plus) Jeugdbescherming Regio Amsterdam (JBRA) Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) William Schrikker Stichting (WSS)
• •
Stadsdelen Amsterdam Amstelland-gemeenten
• •
Top400 in beeld: monitor over 2019
1
Inhoud
Inleiding
3
Samenvatting en conclusie
4
1 Achtergrondkenmerken Top400
6
2 Vermindering van criminaliteit
8
3 Bijzondere voorwaarden en reclasseringstoezicht
26
4 Inzet op passende zorg door screening en diagnostiek
19
5 Opleiding, werk en inkomen
22
6 Detentie en terugkeer
27
7 Broertjes en zusjes Top400-personen
29
Bijlage A. Achtergrondkenmerken
31
Bijlage B. Vermindering van criminaliteit
32
Bijlage C. Inzet op passende zorg door screening en diagnostiek
41
Bijlage D. Detentie en Terugkeer
42
Inleiding
De Top400 is een groep jongeren en jongvolwassenen die het risico loopt in de toekomst (opnieuw) in aanraking te komen met politie voor een misdrijf. De personen worden geselecteerd op basis van informatie van onder andere politie, jeugdbescherming en leerplicht. Onder regie van de Gemeente Amsterdam werken meer dan 40 verschillende partnerorganisaties uit het veiligheidsdomein, zorgdonnein en sociaal domein samen. leder persoon op de Top400-lijst krijgt een eigen regisseur, afkomstig van een van de 15 kernpartners van het AcVZ. Deze regisseur is 'de smeerolie' tussen alle organisaties, maakt een plan van aanpak en stuurt op doorbraken voor de persoon die hij of zij in regie heeft. Drie doelstellingen staan bij de Top4o-aanpak centraal. In deze rapportage wordt gekeken naar de behaalde voortgang op deze doelen in het jaar 2019.
O gir Het verminderen van (high impact) criminaliteit
Het verbeteren van het perspectief
Het verminderen en voorkomen van in- en doorstroom van de broertjes en zusjes
Actuele ontwikkelingen Met het in 2019 gestarte programma 'Positief Perspectief: weerbaar opgroeien in Amsterdam' zet het college van B&W in op de preventie van jeugdproblematiek. Een van de doelstellingen van dit programma is om de effectiviteit van de Top400 aanpak verder te vergroten. Dit door in de Top400 meer wijkgericht te gaan werken, de aanpak in te zetten voor een bredere groep jongeren en de aanpak nog sterker te richten op de gezinssituatie van de jongeren. In 2020 starten twee pilots waarbij Top400-regisseurs ingezet worden in de stadsdelen, wijkteams en op scholen. Ook voor jongeren die niet aan de huidige Top400-criteria voldoen. Op deze manier kan er breder gebruik gemaakt worden van de expertise die binnen de Top400 is opgebouwd. Leeswijzer Voordat de rapportage daadwerkelijk begint, is op de volgende pagina een samenvatting te vinden. In totaal bestaat de rapportage uit zeven hoofdstukken. Hoofdstuk i geeft de kerncijfers van de huidige Topoo-lijst weer. Daarna wordt in hoofdstuk 2 de achtergrond en omvang van politie- en justitiecontacten geschetst. Vervolgens gaat hoofdstuk 3 in op het reclasseringstoezicht op bijzondere voorwaarden. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de screeningen waarin wordt gekeken wat de (zorg)behoeften van Top400-personen zijn.
Hierna wordt in hoofdstuk 5 ingegaan op de situatie van Top400-personen rondom dagbesteding en financiën, zoals werk en opleiding. Hoe detentie wordt ingezet als belangrijk innpactnnonnent in het leven van Top400-personen wordt beschreven in hoofdstuk 6. Vervolgens wordt er in hoofdstuk 7 gekeken naar de situatie van de broertjes en zusjes van Top400personen. Achteraan in deze rapportage staan enkele bijlagen. Hierin staat uitleg over de onderzoeksmethoden en uitgebreide tabellen van enkele hoofdstukken.
Top400 in beeld: monitor over 2019
3
Samenvatting en conclusie
Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste punten van deze rapportage. -
Sinds de start van de Top400 in 2015 hebben 575 personen op de Top400-lijst gestaan. Begin 2020 bestaat de Top400 uit 264 personen, waarvan 3.8 vrouwen, met een gemiddelde leeftijd van 19 jaar. Top400-personen zitten momenteel in een jeugdgroep. In 2019 zaten er 82 minderjarigen in de aanpak Top400. Dit aantal is lager dan in 2018 (93 minderjarigen). Afgezet tegen het aantal personen in de aanpak is dat in beide jaren echter
-
gelijk: 31% minderjarigen ten opzichte van het totaal aantal personen in de aanpak. Het gemiddeld aantal aanhoudingen per persoon per jaar van de huidige Top400 is na de start van de regie lager dan ervoor. De aanhoudingen voor Drugs- & Geweldsdelicten (DG) dalen met 35%, de aanhoudingen voor High Impact Crime (HIC)-delicten dalen met 51%, dat is een stuk sterker dan in 2018 (27%) of 2017 (29%). Overige delicten dalen minder sterk, namelijk met 13.%, waarmee het totaal komt op een daling van het aantal aanhoudingen van 19% (na start regie
-
versus voor de start van regie). Het gemiddeld aantal aanhoudingen per persoon daalt sterk in het eerste jaar na regie, maar stijgt daarna ook weer (in het tweede jaar na regie). Het gaat dan vooral om de categorie "overige delicten", in het bijzonder winkeldiefstal, nepdope en heling. De stijging in en na het tweede jaar kan enigszins vertekend zijn omdat de absolute aantallen variëren. Zo bestaat het tweede jaar na regie nog maar uit 39 personen (versus 185 in het eerste jaar), en het derde jaar nog maar uit 12 personen. Het gaat hierbij om een kleine groep personen van wie de regieperiode (na de standaardregieperiode van 2 jaar) al minstens i keer met een jaar is verlengd omdat zij recent nog meermalen zijn aangehouden. Deze groep is kleiner dan voorgaande jaren. De daling van het gemiddelde aantal aanhoudingen per persoon per jaar is, uiteraard, het sterkst in de groep die uit de Top400 is uitgestroomd: 54% daling voor DG, 63% voor HIC, 58%
-
voor overige delicten en dat maakt een daling van 57% in totaal. Sinds de start van de Top400 zijn 89 personen doorgestroomd naar de Top600. 72 op basis van de HIC-criteria, 3.2 op basis van de DG-criteria en 5 op basis van beiden. Voor de Top400 is een recidivevernnindering te zien: het aantal dagvaardingen voor de Top400 daalt (voor start regie versus na start regie), met name bij HIC (37%). Het aantal dagvaardingen voor DG-delicten daalt met 27%, voor overige delicten met 17% en de totale daling is dan 21%. Het aantal dagvaardingen van de groep die reeds is uitgestroomd uit de Top400, daalt uiteraard sterker: een daling van 6o% voor HIC, een daling van 45% in totaal. Opvallend genoeg daalt het aantal dagvaardingen van DG-delicten bij de uitstromers juist nauwelijks: 2%. In 2019 zijn er door de politie 1431 incidenten geregistreerd met een Top400-persoon (gemiddeld 5,4 per persoon). Het gemiddeld aantal registraties per persoon is in 2019 (5,4) lager dan in 2018 (6,2 per persoon). In 53% van de incidenten in 2019 was de Top400-persoon verdachte, in 44% betrokkene, en in 3% was de Top400-persoon slachtoffer. De top 3 van politieregistraties bestaat uit: mishandeling (9%), overlast (7%) en overige vermogensdelicten (5%). Gekeken naar incidenten waarin Top400-personen verdachte zijn, dan komen (overige) vermogensdelicten, drugshandel en straatroof naar voren.
Met name de incidenten drugshandel zijn toegenomen sinds 2018. De verwachting is dat het in april 2019 door het college van B&W vastgestelde uitvoeringsplan programma Weerbare Mensen, Weerbare wijken, dat is gericht op het verminderen van de sociale ontwrichting door drugshandel van buurten en (kwetsbare
jonge) mensen en op het weerbaarder maken van wijken en jongeren tegen de aantrekkingskracht van drugs, ook een positieve invloed gaat hebben op de drugshandel door Top400-personen. In de herijking Top400 wordt tevens ingezet op jongeren die het risico lopen af te glijden in de drugscriminaliteit. Aangezien Topoo-personen bij de DG-delicten voornamelijk voor delicten op het gebied van geweld en wapens worden aangehouden, worden wapendelicten eveneens als aandachtspunt meegenomen in de herijking van de Tow°. -
Hoewel Topoo-personen vooral woonachtig zijn in Nieuw-west en Zuidoost, plegen zij vooral delicten in stadsdeel Centrum. In 2019 zijn bij 70% van de eindvonnissen aan Topoo-personen bijzondere voorwaarden verbonden aan het eindvonnis (76 zaken). Dit is veel meer dan bij niet-Topoo personen, waar dit bij 25% van de eindvonnissen is. In 2018 was dit (bij Topoo-personen) gemiddeld 63%. Dit is een positieve ontwikkeling omdat de bijzondere voorwaarden een belangrijke stok achter de deur vormen voor het Topoo-plan van aanpak. Van de personen ouder dan 3.6 jaar is eind 2019 23% van de Topoo lijst gescreend door de GGD (eind 2018 was dit 21%). De GGD heeft in 2019 67 pogingen tot een screening gedaan, waarvan 25 succesvol zijn afgerond. De Topoo-personen waren in het tweede halfjaar van 2019 het meest zelfredzaam op het leefgebied lichamelijke gezondheid. Ver daarachter volgt het leefgebied 'activiteiten dagelijks leven'. Het minst zelfredzaam is de Tow° op het leefgebied justitie. Daarnaast scoort (bijna) driekwart slecht op de leefgebieden sociaal netwerk en maatschappelijke participatie. Dit zijn belangrijke aandachtspunten voor de aanpak. In de herijking Topoo krijgen regisseurs daarom een duidelijke rol bij bijvoorbeeld de toeleiding van Topoo-personen naar het laagdrempelig aanbod van activiteiten en ondersteuning in de eigen buurt of wijk (sociale basis) en jongerenwerk.
De scores van de ZRM van de Tow° vertonen sterke gelijkenis met die van de Top600.
-
Vanuit het Topl000-leerplichtteam wordt ingezet om verzuim tegen te gaan. Op drie peilmomenten gaat het in 2019 gemiddeld met 41% van de Top400 goed op school (geen verzuim), en met 27% gaat het niet goed op school (regelmatig verzuim).
-
Vanuit Werk Participatie en Inkomen (WPI) wordt met een speciaal interventieteam inzet gepleegd op de leefgebieden werk, inkomen, dagbesteding en schulden. Gemiddeld zijn in 2019 139 Top400-personen in begeleiding bij WPI. Alle Top400-personen in de leeftijd van 13 tot 23 jaar en woonachtig/ ingeschreven in Amsterdam zijn in beeld bij Leerplicht en/of WPI. In 2019 is in totaal 79 keer een Top400-persoon uit detentie gekomen. Op basis van metingen bij 52 detenties zijn de leefgebieden voor en na detentie vergeleken: alle leefgebieden zijn tijdens detentie vooruit gegaan. Vooral inkomen, zorg en dagbesteding zijn verbeterd door de inzet tijdens detentie. Dit komt overeen met het beeld van eerdere jaren. Huisvesting is iets verbeterd, maar in het algemeen is de huisvestingsituatie van (ex-) gedetineerde Top400personen slechter dan eerdere jaren. In 2019 had het PIT gemiddeld 52 gezinnen en i6o kinderen actief in begeleiding.
Top400 in beeld: monitor over 2019
5
Achtergrondkenmerken Top400
Dit hoofdstuk gaat in op de achtergrondkenmerken van de huidige Top400 en enkele kerncijfers met betrekking tot in- en uitstroom. Dit om inzichtelijk te maken hoe de groep personen in de Topcoo eruit ziet. Sinds de start van de aanpak in 2015 hebben 575 personen op de Topoo-lijst gestaan. De groep Topoopersonen die uit de aanpak zijn gestroomd omdat ze niet meer voldoen aan de Topoo-criteria, bestaat momenteel uit 222 personen. Gemiddeld hebben zij bijna twee jaar in regie gezeten. Daarnaast zijn in totaal 89 personen doorgestroomd van de Top400 naar de Top600. Op de peildatum van deze rapportage (1 januari 2020) staan er 264 personen op de lijst, waarvan 2.8 vrouwen. Gemiddeld zitten zij ruim een jaar in de aanpak (15 maanden). De gemiddelde leeftijd van deze personen is momenteel 19 jaar (de jongste persoon is 13 jaar, de oudste persoon is 26 jaar). Voor zover bekend zitten 51 Top400-personen in een geprioriteerde jeugdgroep. In totaal staan 229 van de personen op de Top400-lijst ingeschreven op een adres in Amsterdam. Voor zover bekend wonen 9 van hen in een instelling en hebben 11 van hen een briefadres in Oost of West (een adres van bijvoorbeeld Werk Participatie en Inkomen (WPI) waar personen niet verblijven maar enkel hun post ontvangen). Verder wonen er 14 van de personen in een Amstellandgemeente en 13 buiten de regio (waarvan 4 in een instelling).
Eén persoon staat ingeschreven op zijn detentielocatiel en van 7 personen is geen adres bekend.
Figuur Li Kerncijfers huidige Top400-lijst Woonplaats
Leeftijd
•
•
T?
Huidige Tow° (lijst januari 2020)
minder- meerderjarig jarig Doorgestroomd naar Top600
gemiddelde: 29 jaar jongste: 23 jaar oudste: 26 jaar
Geslacht
totaal aantal personen dat ooit op de Topoo-lijst heeft gestaan sinds de start van de aanpak
aantal personen uitgestroomd sinds de start van de Aanpak Topyoo (excl. doorstroom naar de Top600)
Gedetineerd
drám lI aantal personen in jeugdgroepen
WOUW
Peildatum anuari 2020
Aantal Topcoo personen in geprioriteerde jeugdgroep
1 0p de peil atum zijn zs Top400-personen gedetineerd, één daarvan is ook op zijn detentielocatie ingeschreven.
6 40,
Samenvatting De Top400 bestaat begin 2020 uit 264 personen, waarvan 18 vrouwen, met een gemiddelde leeftijd van 19 jaar. Sinds de start van de aanpak hebben 575 personen op de Top400-lijst gestaan. o
89 personen zijn doorgestroomd naar de Top600.
0
222 personen voldoen niet meer aan de criteria en zijn uit de aanpak
gestroomd. 51 Top400-personen zitten momenteel in een jeugdgroep.
Top400 in beeld: monitor over 2019
7
2 Vermindering van criminaliteit
Doelstelling a van de Topoo aanpak is het verminderen en voorkomen van criminaliteit van personen die in de aanpak zitten. De effectiviteit van de aanpak zou daarom zichtbaar moeten zijn in een afname van het aantal gepleegde delicten vanaf het moment dat personen in de Top400 aanpak zitten. In dit hoofdstuk wordt op verschillende manieren bekeken of deze doelstelling wordt behaald. Gezien de meer op preventie gerichte instroonncriteria voor de Tow°, is de aanname dat deze groep minder vaak (dan bijvoorbeeld Top600 personen) gedagvaard zal worden voor gepleegde delicten, maar wel relatief vaak met de politie in aanraking komt. Niet iedereen op de Top400-lijst is immers al een keer veroordeeld. Dit hoofdstuk richt zich daarom allereerst op het in kaart brengen van de ontwikkeling van het aantal aanhoudingen. Vervolgens wordt de recidive op basis van informatie afkomstig van het Openbaar Ministerie (OM) in kaart gebracht. Tot slot, wordt een beeld gegeven van de politieregistraties van personen die momenteel in de Top400 aanpak zitten.
2.1
Politie aanhoudingen
Niet elke aanhouding leidt tot een ingezonden proces-verbaal aan het OM en tot een dagvaarding. Gelet op de doelgroep wordt er verwacht dat de aanpak, voor wat betreft de recidive, het meeste zichtbare effect heeft op de aanhoudingen. Voor ieder persoon die eind 2019 minimaal ijaar in regie is, wordt per jaar dat ze in regie zijn de recidive berekend. Omdat de periode dat iemand in regie is binnen de Tow() varieert, en daarmee het aantal personen per jaar verschilt, wordt gebruik gemaakt van gemiddelden per persoon per jaar. De gemiddelden van de gehele groep over de jaren sinds start van de regie (de nameting) worden vervolgens vergeleken met het gemiddelde in de twee jaar voorafgaand aan de regie (de voormeting). Huidige Top400 In figuur 2.1 is de percentuele afname te zien van het gemiddeld aantal politie aanhoudingen per persoon per delictsgroep: Drugs- en Geweldsdelicten (DG-delicten)2, High Impact Crimes (HIC-delicten)3 en de overige delicten4. Voor alle delict typen zien we dat het gemiddeld aantal aanhoudingen na start van de regie afneemt in vergelijking met de periode daarvoor. De totale afname van het gemiddeld aantal aanhoudingen per persoon in de periode na start van de regie in vergelijking met de periode daarvoor is 19%. De afname is het sterkst bij de HIC-delicten (-51%), gevolgd door DG-delicten (-35%).
Bij de overige delicten is de afname minder sterk dan bij de HIC- en DG-delicten, namelijk 11%.
2
De categorie DG-delicten bestaat uit de volgende delicten: handel in harddrugs, openlijke geweldpleging tegen personen,
bedreiging, doodslag/moord, zware mishandeling, bezit vuurwapens, bezit overige wapens en alle maatschappelijke klassen beginnend met een B, vermogensdelicten met geweld. 3 HIC-delicten bestaan uit: overval, inbraak woning, moord/ doodslag, straatroof, zware mishandeling en openlijke geweldpleging
tegen personen. 4 In figuur 2.1 verschilt de periode voor regie in jaren met de periode na regie. De voormeting gaat over 2 jaar voor regie, de
nameting
8
- 2 of 3 jaar na start regie.
Figuur 2.1 Aanhoudingen vóór versus ná start van de regieperiode, huidige Top400, gemiddeld aantal per persoon _ voormeting (2 jaar voorafgaande start regie)
• nameting (sinds start regie tot peildatum)
2,6
o,6 0,4
1,4
0,5 - - — , , 0,2
DG
HIC
overige
totaal
Een derde van de huidige Top400 (33%), 62 personen, is sinds start van de regie helemaal niet meer aangehouden. Een ruime meerderheid (77%, 142 personen) is sinds start van de regie niet meer aangehouden voor een HIC-delict. Eveneens een ruime meerderheid (69%, 127 personen) is niet meer aangehouden voor een DG-delict en iets minder dan de helft (42%, 77 personen) is niet meer aangehouden voor een overig delict. Aantal aanhoudingen huidige Top400 vergeleken met 2018 en 2017
Er is gekeken in hoeverre het gemiddeld aantal aanhoudingen per persoon in de periode na start van de regie is veranderd in vergelijking met de periode voor regie. In 2o29 was het gemiddeld aantal aanhoudingen gedaald met 19% in vergelijking met de periode voor aanvang van de regie. De afname van het gemiddeld aantal aanhoudingen is iets minder groot dan in 2018 toen de afname na regie nog 21% was in vergelijking met de periode daarvoor. Hierbij moet worden opgemerkt dat het gemiddeld aantal aanhoudingen per persoon in 2019 wel iets is gedaald, van gemiddeld 2,41 aanhoudingen per persoon in 2018 tot 2,25 in 2019. Opmerkelijk is dat het gemiddeld aantal aanhoudingen voor HICdelicten in 2019 na start van de regie in 2019 is flink gedaald met 51% terwijl deze daling in 2018 nog 27% betrof (zie bijlage B si). Uitgestroomde Top400
In figuur 2.2 is de afname te zien van het aantal politieregistraties per delictsgroep (DG, HIC en de overige delicten). Over de gehele linie is bij alle delict typen een afname te zien van meer dan so% in de periode na start van de regieperiode in vergelijking met de periode daarvoor. Deze afname is het sterkst zichtbaar bij de aanhoudingen voor HIC-delicten. Figuur 2.2 Aanhoudingen vóár versus na start van de regieperiode, uitstromers, in procenten o voormeting (2 jaar voor start regie)
• nameting (sinds start regie tot peildatum) 2,6
1,2
0,7 0,5 0,4
0,3 -
DG
Top400 in beeld: monitor over 2019
HIC
0,1
overige
totaal
9
Iets meer dan de helft van de uitgestroomde Top400-personen (52%, 119 personen) is sinds de start van de regie helemaal niet meer aangehouden. Een ruime meerderheid (75%, 172 personen) is niet meer aangehouden voor een HIC delict en 65% (149 personen) is niet meer aangehouden voor een DG-delict. lets minder dan 40% (39%, 89 personen) is niet meer aangehouden voor een overig delict. Aantal aanhoudingen uitgestroomde Top400 vergeleken met 2018 en 2017 In 2019 daalt het gemiddeld aantal aanhoudingen per persoon na start van de regie met 57% in vergelijking met de periode voor regie. Deze daling is hoger dan in 2018 toen het gemiddeld aantal aanhoudingen na start van de regie nog daalde met 42%. De afname van het gemiddeld aantal aanhoudingen voor HIC-delicten is in 2019 (-63%) percentueel ongeveer hetzelfde ten opzichte van 2018 (-64%) (zie bijlage B §1 voor de tabel met daarin alle cijfers voor 2017, 2018 en 2019). Doorstroom naar de Top600 Vanaf de start van de Top400 aanpak zijn in totaal 89 personen doorgestroomd van de Top400 naar de Top6005. Daarvan zijn 72 personen ingestroomd omdat ze aan de Top600 HIC-criteria voldeden, 12 personen zijn ingestroomd op basis van de DG-criteria en 5 personen voldeden aan de criteria van zowel HIC als de DG.
Zie voor de analyse naar de delictsgeschiedenis van de doorstromers in de twee jaar voordat zij in regie kwamen in vergelijking met de delictsgeschiedenis van inmiddels uitgestroomde Top400-personen en Top400-personen die momenteel nog in de aanpak zitten bijlage B §2. Hieruit blijkt dat doorgestroomde Top400-personen in de twee jaar voordat zij in de aanpak kwamen, gemiddeld per persoon meer werden aangehouden dan inmiddels uitgestroomde Top400-personen of personen die momenteel nog in de Top400 aanpak zitten.
2.2
Recidive
Voor de berekening van de recidive onder personen die in regie zijn (geweest) van de Top400, maken we gebruik van gedagvaarde zaken afkomstig van het OM. Dit gaat om strafzaken met een `geldige' afdoening. We sluiten hiermee aan bij de definitie van de recidivemonitor van het WODC. Werken met geregistreerde misdrijven• betekent dat het alleen de criminaliteit in kaart brengt die onder aandacht komt van het OM. Dit wordt wel 'strafrechtelijke' recidive genoemd. Methode In de analyse worden alleen personen meegenomen die op de peildatum (ijanuari 2020) minimaal ijaar in regie zijn. Omdat de periode dat iemand in regie is binnen de Top400 varieert, en daarmee het aantal personen per jaar verschilt, is het gemiddeld aantal dagvaardingen per jaar per persoon berekend. De gemiddelden van de gehele groep over de jaren na start van de regie (de nameting) worden vervolgens vergeleken met het gemiddelde in de twee jaar voorafgaand aan de regie (de voormeting). Zie bijlage B §3 voor nog meer gedetailleerde informatie over de methode. Om de recidive goed te kunnen duiden, is er in de analyses onderscheid gemaakt tussen de personen die op de peildatum op de Top400-lijst staan (huidige Top400) en personen die niet meer in regie zijn en uit de aanpak zijn gestroomd (Top400 uitstroom).
Daarnaast wordt er gekeken naar de recidive op alle feiten, maar ook naar de recidive op twee belangrijke delictgroepen: HIC-delicten en DG -delicten. De onderzoeksgroep voor de recidiveberekening onder de huidige Top400 bestaat uit 189 personen (net als bij de aanhoudingsanalyse). Zoals verwacht heeft de groep uitstromers gemiddeld per persoon het minst aantal gedagvaarde zaken. Ook is bij deze groep de grootste recidive afname te zien bij alle
5 Er zijn in totaal 89 doorstromers. Één persoon is echter nog geen jaar in regie en wordt daarom niet meegenomen in de analyses
van de poli 'e aanhoudingen (paragraaf 2.1) en de recidivecijfers (paragraaf 2.2).
io
40,
delictgroepen. Tegelijkertijd is er bij de DG-delicten een daling van 'maw' 2% te zien sinds de start van de regie in vergelijking met de periode daarvoor. Het vaakst recidiveert deze groep bij HIC-delicten en overige delicten. Bij personen die momenteel nog in de Top400 aanpak zitten (huidige lijst), is de voornaamste afname ook bij HIC-delicten te zien, gevolgd door de DG-delicten. Opmerkelijk genoeg is ook bij de groep doorstromers van de Topoo naar de Top600 bij alle delict typen een afname te zien in recidive. Wat het patroon betreft, lijkt deze groep het meest op de groep uitstromers: de grootste afname is te zien bij de HIC-delicten gevolgd door de overige delicten. De afname van de recidive bij deze groep is echter niet groot genoeg om uit te kunnen stromen. Figuur 2.3 Gemiddeld aantal gedagvaarde zaken per
Figuur 2.4 Gemiddeld aantal gedagvaarde zaken per
persoon, huidige Top400 (n=3.89)
persoon, uitstromers (n=229)6
voormeting
IN nameting
0,9
voormeting
• nameting
0,7
- 0,7 0,5
0,3 0,2 0,1
DG
0,2
HIC
0,1 0,1 overige
totaal
DG
0,2
0,4
0,1
HIC
overige
totaal
Figuur 2.5 Gemiddeld aantal gedagvaarde zaken per persoon, Top400 doorstromers (n=88) voormeting • nameting
0,7 0,5 0,3
0,2
DG
HIC
overige
totaal
6 Voor deze analyse is uitgegaan van een aantal van 229 uitstromers i.p.v. 222 uitstromers zoals in hoofdstuk i vermeld staat. De
berekening die is gemaakt is als volgt: van de 222 personen die zijn uitgestroomd is i persoon overleden (deze is niet meegenomen in de analyses). Daarnaast zijn er 8 personen die in de Top400 hebben gezeten en in 2019 zijn her ingestroomd in de Top600. Deze personen zitten echter te kort in de Top600 om mee te doen met de Top600 analyses maar zijn wel meegenomen voor de analyses van de TopzFoo uitstomers. Uitgaande van het aantal van 222 uitstromers minus de persoon die is overleden + de 8 personen die zijn meegenomen in de Top400 uitstroom groep maakt een totaal van 229 personen.
Top400 in beeld: monitor over 2019
4‘V
11
2.3
Politieregistraties
Naast een analyse van de recidivecijfers en een analyse van aanhoudingen, kunnen politieregistraties van incidenten een aanvullend beeld geven van de recidive 'aan de voorkant': lichtere vormen van betrokkenheid bij criminaliteit, waar een Top400-persoon als verdachte, betrokkene of als slachtoffer is geregistreerc17. In deze paragraaf wordt een beeld gegeven van de politieregistraties in 2019 van personen die in 2019 in de Top400 aanpak zaten (huidige lijst). Er wordt een beeld gegeven van het type politieregistraties in 2019. In figuur 2.6 is een top 3 weergegeven van de drie meest voorkomende politieregistraties met een pleegdatum in 2019. De specifieke 'lichtere' registratie typen zijn achterwege gelaten. Denk aan incidenten met betrekking tot verkeersveiligheid of bijvoorbeeld registraties van een 'aandachtsvestiging'. In bijlage B §5 is een volledig overzicht te vinden van de top 15 politieregistraties van Top400-personen in 2019. Figuur 2.6 Politieregistraties naar type Top 3 type politieregistraties •mishandeling
9% 7% 5%
•overlast •overige vermogensdelicten
Van januari tot en met december 2019 zijn er in totaal 1431 incidenten geregistreerd waar een Top400persoon met één van deze drie rollen bij betrokken was. In meer dan de helft (53%) van de incidenten gaat het om een registratie als verdachte, in 44% om de rol als betrokkene en in 3% om een incident waarbij de Top400-persoon als slachtoffer is geregistreerd. De analyses zijn gebaseerd op politieregistraties van de 264 personen die op peildatum a januari 2020 in regie waren. Deze registraties zijn vergeleken met de registraties uit 2018 van de 301 personen die eind 2018 op de Top400-lijst stonden. Het totaal aantal registraties van Top400-personen ligt in 2019 (1431) lager dan in 2018 (1852 registraties)89. In 2018 kwam dit neer op 6,2 registraties per persoon in de Top400 aanpak en in 2019 op 5,4 registraties per persoon. Als nader wordt gekeken naar de rol waarmee Top400-personen voorkomen in de politieregistraties dan is te zien dat het percentuele aandeel van registraties voor de rol van betrokkene in 2019 is gestegen van 37% naar 44% terwijl het percentueel aandeel van de rol van verdachte is gedaald van 6o% naar 53% in 2019. Het aandeel voor de rol van slachtoffer komt in 2019 overeen met het beeld van 2018.
7 Verdachte: de persoon over wie (door feiten of omstandigheden) een redelijk vermoeden van schuld aan enig strafbaar feit
voortvloeit of tegen wie de vervolging is gericht (Artikel 27 W.v.Sv). In het geval dat de omstandigheden wel verdacht zijn, maar er (nog) geen feiten zijn gepleegd, en op een persoon die wel met een voorval te maken heeft niet een meer specifieke rol van toepassing is (zoals verdachte, aangever, getuige, melder of slachtoffer), wordt een persoon als betrokkene geregistreerd. 8 1n de effectmonitor van 2018 zijn alleen de politieregistraties meegenomen die binnen de zogenaamde 00V-indeling van
politieregistraties vielen. Dit jaar is ervoor gekozen om alle politieregistraties mee te nemen. De politieregistraties data uit 2018 is voor deze monitor opnieuw geanalyseerd met behulp van de nieuwe analysemethode. Daarom verschillen de politieregistratiecijfers die in de monitor van 2018 zijn weergegeven met die in de huidige monitor. 9 De cijfers over 2018 gaan over de Top400-personen die eind 2018 in de aanpak zaten (301 personen) de cijfers over 2019 gaan
over Top4o -personen die eind 2019 in de Top600 aanpak zaten: 264 personen. 12
#4V
Tabel 2.7 Politieregistraties per rol betrokkene
slachtoffer
verdachte
totaal
2019
626
41
764
1431
44%
3%
53%
2'32.8
694
51
1107
37%
3%
60%
1852
Top400-personen worden in 2019 het vaakst geregistreerd voor mishandeling. Daarvan is overigens 66% van de gevallen geregistreerd als betrokkene en 28% van de gevallen als verdachte. Dit betekent niet dat betrokkenen geen verdachte kunnen worden, of er per definitie niks mee te maken hebben. Bij dergelijke incidenten is het soms moeilijk om aan het begin, ten tijde van de registratie, de rollen direct duidelijk te hebben. Voor de zekerheid kiest de politie daarom relatief vaak voor de rol betrokkene. De overige 6% van de groep zijn Top400-personen geregistreerd als slachtoffer van mishandeling. In figuur 2.8 is een overzicht weergegeven van de meest voorkomende categorieën. Figuur 2.8 De io meest voorkomende categorieën registraties in 2019 uitgesplitst naar roll° • Verdachte Mishandeling
Betrokkene • Slachtoffer 8o
34
Overlast
102
Overige vermogensdelicten
65
Straatroof
47
Drugshandel
48
4 3
Nepdope (APV) Drugs/drankoverlast
30
Diefstal/inbraak woning
29
Bedreiging
26
3
Wapenhandel
25
2
2
Meest voorkomende registraties als verdachte Wanneer gekeken wordt naar de rol van verdachte zijn de meeste registraties voor Top400-personen voor de categorie 'overige vermogensdelicten'. Dit komt overeen met het beeld in 2018. In figuur 2.9 hieronder is te zien waar deze categorie uit bestaat. De andere categorie waarop Top400-personen in 2019 vaak worden geregistreerd is drugshandel, gevolgd door straatroof. Dit wijkt af van het beeld in 2018 toen Top400-personen nog (na overige vermogensdelicten) het vaakst voor APV-overtredingen werden geregistreerdll. Binnen de categorie drugshandel (figuur 2.10) worden Topoo-personen het vaakst als verdachte geregistreerd voor bezit harddrugs (60,4%) en handel in harddrugs (27%).
10
Dit jaar is de MK-indeling van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) gebruikt. Deze CBS-indeling komt overeen met de
indeling die de Politie momenteel hanteert: het Informatiemodel Nationale Politie, versie 2013 ( INP 2013). In voorgaande jaren is voor de indeling in maatschappelijke klassen de indeling gebruikt zoals die binnen 00V wordt gebruikt. 11
Overigens bestond ruim de helft van de APV-overtredingen in 2018 uit registraties voor nepdope.
Tow° in beeld: monitor over 2019
13
Figuur 2.9 Registraties als verdachte in de
Figuur 2.10 Registraties als verdachte in de
categorie 'overige vermogensdelicten', in 2019
categorie 'drugshandel', in 2019 • Bezit harddrugs (lijst i)
• Gekwal. diefstal in/ uit andere gebouwen Verduistering (evt. in dienstbetrekking) • Heling
• Bezit softdrugs (lijst ii) • Handel e.d. harddrugs (lijst i)
• Chantage / Afpersing
Handel e.d. softdrugs (lijst ii)
• Overige (eenvoudige) diefstal _ Overige gekwal. diefstal
Geografische spreiding politieregistraties In figuur 2.11. is te zien dat er een verschil is tussen de locatie van een incident en de woonplaats van de
verdachte, betrokkene of slachtoffer. Hierbij moet wel opgemerkt worden dat niet elke registratie van een persoon zowel een incidentlocatie als een woonlocatie bevat. De meeste incidenten worden geregistreerd in stadsdeel Centrum en stadsdeel Nieuw-West, terwijl de meeste geregistreerde personen wonen in Zuidoost en Nieuw-West. Veel incidenten spelen zich dus af in het Centrum terwijl hier verhoudingsgewijs niet veel Top400-personen wonen. Mogelijke verklaring hiervoor is dat de afzet van o.a. drugs, winkeldiefstal, zakkenrollerij en straatroof in het Centrum meer oplevert dan in de eigen woonomgeving. Figuur 2.11 Registraties naar incidentlocatie en woonlocatiel2 per stadsdeel in 2019 Zuidoost
88
Noord
J3_
Oost Zuid
• Incidentlocatie : ; Woonlocatie
83 2
Nieuw-West
165
West Westpoort Centrum
Van het totaal van 764 incidenten waarbij Top400-personen als verdachte zijn geregistreerd, heeft een ruime meerderheid (88%) een pleeglocatie binnen Amsterdam of één van de Amstelland gemeenten. Van de overige 94 incidenten (12%) is de pleeglocatie onbekend of betreft het een pleeglocatie buiten Amsterdam, meestal in de gemeenten Zaandann (8 registraties), Almere (7 registraties) en Hoofddorp (6 registraties). Van alle Top400-personen die in 2019 een registratie als verdachte hadden, woont 84% in Amsterdam. De top4 van buurten waar Top400-personen het vaakst als verdachte voor een incident worden geregistreerd, zijn alle buurten in stadsdeel Centrum (Burgwallen Oost, Stationsplein, Oude Kerk en het Rembrandtplein). Op de 5'e plek staat de Amsterdamse Poort, een buurt in stadsdeel Zuidoost. Het is overigens nog niet mogelijk een goede vergelijking te maken tussen de analyses in dit hoofdstuk en landelijke cijfers, vooral vanwege het verschil in analysemethoden. In bijlage B is een paragraaf opgenomen met het aantal geregistreerde misdrijven in Nederland in de afgelopen jaren en de trends binnen de G4 (§6). Dit geeft aanvullend een extra beeld van de criminaliteitscijfers in Nederland.
12
De woon catie is gebaseerd op de bij het ACVZ bekende woonadressen van Top400-personen
1444
Samenvatting Een derde van de huidige Top400 (33%), 62 personen) is sinds start van de regie helemaal niet meer aangehouden. -
Het gemiddeld aantal aanhoudingen per persoon per jaar is na de start van de regie lager dan ervoor. De aanhoudingen voor DG-delicten dalen met 35%, aanhoudingen voor HIC-delicten met 51%. Overige delicten dalen minder sterk, namelijk met 22%, waarmee het totaal komt op een daling van het aantal aanhoudingen van 19% (na start regie versus voor de start van regie). Het gemiddeld aantal aanhoudingen per persoon daalt sterk in het eerste jaar na regie. In het tweede en derde regiejaar lijkt het gemiddeld aantal aanhoudingen weer te stijgen maar dit is een vertekend beeld omdat deze stijging in het tweede en derde regiejaar wordt veroorzaakt door een veel kleinere groep personen (in vergelijking met de jaren ervoor) van wie de regieperiode (na de standaardregieperiode van 2 jaar) al minstens i keer met een jaar is verlengd omdat zij delicten bleven plegen.
-
Vooral de daling in HIC-delicten (52%) is een stuk sterker dan in 2018 (27%) of 2017 (29%). De daling in overige delicten is minder sterk (11% versus 20% in 2018), maar dit is een vertekend beeld want dit jaar worden voor het eerst de DG-delicten apart geteld. Deze DG-delicten dalen dit jaar met 35%. De daling van de gemiddelde aanhoudingen per persoon per jaar is, uiteraard, het sterkst in de groep die inmiddels uit de Top400 is uitgestroomd: 54% daling voor DG, 63% voor HIC, 58% overig en dat maakt een daling van 57% in totaal. In de Top400 stromen personen automatisch uit na twee jaar, behalve als ze nog recent meerdere keren zijn aangehouden. Dit zorgt ervoor dat in het derde jaar na regie alleen de personen overblijven die recent nog meermalen zijn aangehouden. Daardoor stopt de daling in aanhoudingen, of stijgt zelfs. Sinds de start van de Top400 zijn 89 personen doorgestroomd naar de Top600. 72 op basis van de HIC-criteria, 12 op basis van de DG-criteria en 5 op basis van beiden. Het aantal dagvaardingen voor de Top400 daalt (voor start regie versus na start regie), vooral bij HIC (37%). DG daalt met 27%, overig met 17% en de totale daling is dan 21%. Het aantal dagvaardingen van de groep die al is uitgestroomd uit de Top400, daalt uiteraard sterker: 60% voor HIC, 45% in totaal. Opvallend genoeg daalt DG bij de uitstromers juist nauwelijks: 2%.
In 2019 zijn er door de politie 1432 incidenten geregistreerd met een Top400persoon (gemiddeld 5,4 per Top400 persoon). Dit is minder dan in 2018 toen er nog 1852 registraties waren (gemiddeld 6,2 registraties per Top400-persoon). In 53% van de incidenten was de Top400-persoon verdachte, in 44% betrokkene, en in 3% was de Top400-persoon slachtoffer. De top 3 van politieregistraties bestaat in 2019 uit: mishandeling (9%), overlast (7%) en overige vermogensdelicten (5%).1
-
Gekeken naar incidenten waarin Top400-personen verdachte zijn, dan komen (overige) vermogensdelicten, drugshandel en straatroof naar voren. Vooral de registraties met betrekking tot drugshandel zijn toegenomen sinds 2018. Hoewel Top400-personen voornamelijk woonachtig zijn in Nieuw-west en Zuidoost, plegen zij vooral delicten in stadsdeel Centrum.
Top400 in beeld: monitor over 2019
15
3 Bijzondere voorwaarden en reclasseringstoezicht
Binnen de Top400 is er veel aandacht voor de zorg die nodig is om een Top400-persoon aan te zetten tot duurzame gedragsverandering. Een belangrijk onderdeel hiervan is de inzet op het verbeteren van het perspectief van Top400-personen. Daar waar nodig en mogelijk wordt dit ondersteund vanuit een justitieel kader, bijvoorbeeld door gedragsinterventies, begeleiding of behandeling op te nemen in de bijzondere voorwaarden bij een OM beschikking, schorsing, toezicht detentiefasering of toezicht bij vonnis. Dit kader biedt een 'stok achter de deur' en is daarmee een belangrijk middel bij het voorkomen van recidive en het motiveren van een Top400-persoon om mee te werken aan het opgestelde Top400 plan van aanpak. Op verzoek van het Openbaar Ministerie adviseren de drie reclasseringsorganisaties (3R0: Reclassering Inforsa, Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering Nederland) het OM, de rechter en de Dienst Justitiële Inrichtingen over de invulling van deze bijzondere voorwaarden, en houden toezicht op de uitvoering hiervan. In dit hoofdstuk worden de eindvonnissen met bijzondere voorwaarden en de reclasseringstoezichten bij 3R0 en de gecertificeerde instellingen13 weergegeven.
3.1
Eindvonnissen met bijzondere voorwaarden
In 2019 zijn bij 76 van de eindvonnissen aan Top400-personen bijzondere voorwaarden verbonden aan het eindvonnis (7o%)14. Zoals te zien is in figuur 3.3., is er na een daling van het aandeel Top400-zaken met bijzondere voorwaarden bij het eindvonnis in 2018 weer een stijging in 2019 zichtbaar. In vergelijking met 2018 (64%) is het aandeel eindvonnissen met bijzondere voorwaarden toegenomen. Bij Top400-personen worden naar verhouding vaker bijzondere voorwaarden opgelegd dan bij niet Top400-personen. Zo werd in 2019 bij niet Top400-personen in 25% van de gevallen bijzondere voorwaarden opgelegd bij een eindvonnis, dit is 45 procentpunten minder dan bij personen in de Top400 aanpak (70%). Figuur 3.1 Percentage Top400-zaken met bijzondere voorwaarden bij eindvonnis
84% 75%
69%
2016-1
2016-2
2017-1
71%
2017-2
64%
63%
2018-1
2018-2
70%
70%
2019-1
2019-2
13 De gecertificeerde instellingen (de GI's) bestaan uit Leger des Neils Jeugdbescherming en Reclassering (LJ&R), Jeugdbescherming regio Amsterdam (JBRA) en William Schrikker Stichting (WS5). 14 Eindvonnissen waarbij een gevangenisstraf tot 720 dagen is opgelegd. De gevangenisstraf kan onvoorwaardelijk of deels
voorwaardelijk opgelegd zijn. Naast eindvonnis, kan men ook bijzondere voorwaarden opgelegd krijgen bij bijvoorbeeld een schorsing van preventieve hechtenis, een voorwaardelijke invrijheidstelling en een penitentiair programma. Het is niet bekend
4‘,
hoeveel Toj400-personen wel of geen bijzondere voorwaarden opgelegd krijgen bij die typen.
3.2
Reclasseringstoezichten
Indien er bijzondere voorwaarden worden opgelegd, houden 3R0 en de GI's toezicht op de uitvoering van die voorwaarden door de betreffende persoon. De inzet van reclasseringstoezicht (met of zonder elektronische monitoring) is een belangrijk instrument voor de combinatie van straf en zorg. Het toezicht op bijzondere voorwaarden kan op verschillende manieren plaatsvinden. De belangrijkste vorm is toezicht op voorwaarden bij een (deels) voorwaardelijke straf. Daarnaast houdt de reclassering bijvoorbeeld ook toezicht op voorwaarden bij een schorsing, een penitentiair programma, een voorwaardelijke invrijheidsstelling of in het kader van een maatregel. In 2019 stonden er gemiddeld 48 Top400-personen (gemiddeld zo% van de Top400-lijst) onder toezicht van één van de drie volwassen reclasseringsorganisaties. In augustus is er een opvallende daling zichtbaar, waarna het in de maanden erop stabiliseert. Indien er sprake is van een verdere daling in 2020 wordt er onderzoek gedaan naar verklaringen hiervoor. Mogelijke verklaringen hiervoor zijn dan bijvoorbeeld dat het OM bij aangehouden personen geen advies aan de reclassering heeft gevraagd, de reclasseringsadviseur het niet nodig achtte om bijzondere voorwaarden te adviseren of dat het OM of de rechter het reclasseringsadvies niet nodig achtte.
Figuur 3.2 Aantal voltooide, lopende en voortijdig beëindigde toezichten van 3R0 op de Topoo-personen voltooide toezichten
voortijdig negatief beëindigde toezichten —•—•personen met een lopend toezicht
0-0
2 4 r
2 o
~M am
3o
MI
J vS0\ . {e0°.‘ 02,2,`
5
2 1 r
4 1
2 2
?, (°
<<\ \
\‘3'(‘
2
0
3
2 1
, imi
r 1111L1 r ..''' r
V\\
0
, MI
“5,05 ,k0 0\k x..0 sot
40
40
1 1
00
r
\leo
c‘0
e0\p'a
de'
Bij de GI's stonden er eind 2019 86 Top400-personen (33%) onder toezicht van een GI, waarvan 43 Top400-personen bij JBRA (50%), 35 Top400-personen bij WSS (41%) en tot slot 8 Top400-personen bij LJ&R (9%). In tabel 3.3 staan de overige vormen van begeleiding van de GI's weergegeven. Tabel 3.3 Aantal Topoo-personen onder toezicht van een GI, eind 2019 JBRA WSS LdH
8
3
35 6
o
1
o
0
o
4
o
o
Jeugdreclassering (Toezicht & Begeleiding)
43
Jeugdreclassering en Ondertoezichtstelling Jeugdreclassering en Voogdij Voogdij
2
Ondertoezichtstelling
o
Jeugdhulpverlening (drang, geen maatregel)
4
o
Gedragsbeïnvloedende maatregel
o
o
Totaal
56
42.
Top400 in beeld: monitor over 2019
o
17
Samenvatting -
In 2019 zijn bij 70% van de eindvonnissen aan Top400-personen bijzondere voorwaarden verbonden aan het eindvonnis (76 zaken). Dit is veel meer dan bij nietTop400 personen, waar dit bij 25% van de eindvonnissen is. In 2018 was dit (bij Top400-personen) gemiddeld 63%. In 2019 stonden er gemiddeld 48 Top400-personen (gemiddeld 20% van de Top400lijst) onder toezicht van één van de drie volwassen reclasseringsorganisaties. Eind 2019 stonden 86 Top400-personen (33%) onder toezicht van een gecertificeerde instelling.
1
4 Inzet op passende zorg door screening en diagnostiek
Vanuit de Top400 wordt ingezet op het screenen van Top400-personen om inzicht te krijgen in hun problematiek en daarop aansluitend passende hulpverlening te kunnen inzetten, al dan niet in combinatie met een strafrechtelijk kader. Dit gebeurt vanaf het moment dat een regisseur is aangesteld of als er sprake is van een verdenking van het plegen van een misdrijf. Voor personen die in de Top400 aanpak zitten, screent het PIT de personen onder de 16 jaar en screent de GGD personen ouder dan 16 jaar.
4.1
Screening Top400-personen tot 16 jaar
Het Preventief Interventie Team (PIT) heeft eerder voor de Top400 aanpak personen onder de 16 jaar gescreend. De screening van het PIT betreft een verdiepend onderzoek naar de sociale leerbaarheid van de jongere. Uit de screening volgt een profiel van de sterke en zwakke punten van een jongere op sociaal gebied en van de onderliggende mechanismen van (probleem-) gedrag. Dit biedt concrete aanknopingspunten voor de wijze waarop het (sociaal) leren bij het jongere kind bevorderd kan worden. Het steunen van de jongeren bij het ontwikkelen van de sociale leerbaarheid vermindert het problematische gedrag en gaat negatieve ontwikkelingen tegen. In 2019 heeft het PIT geen screeningen bij Top400-personen uitgevoerd. Aangezien het screenen van Tomoo-personen inzicht geeft in hun zorgbehoeften en zodoende helpt bij het inzetten van passende hulpverlening, wordt met de partners nog gekeken of hiermee dit jaar weer gestart kan worden.
4.2
Screeningen Top400-personen vanaf 16 jaar
De GGD screent alle Tomoo-personen van 16 jaar en ouder middels een sociaalpsychiatrisch onderzoek. Tijdens de screening neemt een verpleegkundige, psycholoog en/of psychiater van de GGD een sociaal psychiatrisch interview af. Het doel hiervan is het in kaart brengen van (mogelijke) psychische problemen en, indien van toepassing, het stellen van een voorlopige diagnose. Ook wordt er een bejegeningsadvies opgesteld voor de regisseur, zodat de regisseur weet wat belangrijk is in het contact met de persoon. In 2019 zijn er door de GGD 26 screeningen afgerond en zijn er 41 screeningen niet gelukt waarvoor een poging is gedaan15. In deze periode werden gemiddeld twee Top400-personen per maand gescreend. Van de huidige Top400-lijst was eind 2019 23% door de GGD gescreend. Dit is vergelijkbaar met eind 2018: toen was 21% van de toenmalige lijst gescreend.
15 Dit komt bijvoorbeeld doordat het niet lukt om een persoon te bereiken, personen (ondanks herhaalde pogingen) niet te
motiveren zijn om deel te nemen aan screeningen of niet op komen dagen bij de screening.
Top400 in beeld: monitor over 2019
19
Figuur 4.1 GGD-screeningen, 2019
• afgeronde screening
poging tot screening (incl. gelukt)
12 11
8 7 5
5
5
4 2
2 ir
2
1 1
\
'ø y0e,<.\
4.3
oe".‘
.)`3\
e,k5
tx3s seP
-1e.
v,to‘-,e<'nojero\e0 .sece0
Zelfredzaamheid Top400-personen
Om de Top400-personen te helpen om tot duurzame gedragsverandering te komen en hun toekomstperspectief te verbeteren is zicht nodig op alle leefgebieden van een persoon. Bij de Tow° wordt dat bekeken met behulp van de Zelfredzaamheid-matrix (ZRM)16 die elk halfjaar wordt ingevuld door de regisseur. De ZRM bekijkt hoe zelfredzaam een persoon is op 11 leefgebieden (versie 2013) of 13 leefgebieden (versie 2017)17. Op elk leefgebied kan een score tussen de i (acute problematiek) en de 5 (volledig zelfredzaam) worden gegeven. Iemand is zelfredzaam op een leefgebied indien de persoon voldoende of volledig zelfredzaam is. Onvoldoende zelfredzaam Acute problematiek of niet zelfredzaam of
Zelfredzaam Voldoende zelfredzaam of volledig zelfredzaam
be serkt zelfredzaam Voor deze monitor is onderzocht wat de huidige zelfredzaamheid is van de Tomoo-personen op de 11 leefgebieden van de ZRM18. Om een betrouwbaar beeld te geven, zijn enkel de ZRM's in de analyse meegenomen waarvan 9 of meer domeinen zijn ingevuld en die zijn ingevuld in de tweede helft van 2019. De ZRM's van 149 Topoo-personen voldeden aan deze criteria, dat is 56% van de personen op de huidige Topoo-lijst. Op het leefgebied lichamelijke gezondheid zijn de huidige Topoo-personen het meest zelfredzaam. Dit houdt in dat het overgrote deel geen medische problemen of chronische ziekte heeft. Daarnaast zijn ze het meest zelfredzaam op het gebied van activiteiten dagelijks leven (ADL): 86 personen zijn voldoende of volledig zelfredzaam op dit leefgebied. Hoewel verslaving ook het leefgebied is dat het vaakst niet is ingevuld (22 keer), is het na lichamelijke gezondheid en ADL het leefgebied waarop de meeste Topoopersonen zelfredzaam zijn (79 personen).
18 De Zelfredzaamheid-Matrix is een meetinstrument dat is ontwikkeld door GGD Amsterdam en Gemeente Rotterdam om het
functioneren van personen op de belangrijkste leefgebieden van het dagelijks leven in kaart te brengen. 17 Op dit moment wordt de 2017-versie geïmplementeerd bij de Top600, daarom volgt hieronder een analyse op enkel de 2013-
versie. 18
Deli leefgebieden van de ZRM-2013 zijn: financiën, dagbesteding, huisvesting, huiselijke relaties, geestelijke gezondheid,
lichamelijk gezondheid, verslaving, activiteiten dagelijks leven, sociaal netwerk, maatschappelijke participatie en justitie. ‘
20#4
Wat verder opvalt, is dat de personen het minst zelfredzaam zijn op het leefgebied justitie (112 personen), sociaal netwerk (no personen) en maatschappelijke participatie (102 personen), zie ook figuur 4.2. Dat betekent dat drie op de vier Top400-personen van de onderzochte groep een beperkt aantal personen om zich heen heeft die hem/haar steun kunnen geven, dat bij bijna drie op de vier sprake is van maatschappelijk isolement en een kwart maar zelden in aanraking komt met de politie aldus de regisseur. Een deel van de personen heeft problemen op het gebied van financiën en van dagbesteding. In samenwerking met WPI is hier een aanvullend onderzoek naar gedaan. Deze analyse is te vinden in bijlage C. Figuur 4.2 Zelfredzaamheid van huidige Top400-personen volgens regisseurs, laatste halfjaar 201919
i6o
onbekend
• acute problematiek
i niet zelfredzaam
beperkt zelfredzaam
n voldoende zelfredzaam
• volledig zelfredzaam
140 120 100
46 52
41
8o 6o —
52
40 --20
20 7 i
6
V06" ted.Pg „\jesX:X0C1 c\agbe5
6 ‘2,,e\es ,e-/.00CW‘ teV • ‘,r(\e\ 2' ees
‘309 ts1,0- • • ax:‘e \e`ier\ •cx.c•`? ve"(5` ‘ • \ socSO eW9 .,ite:kteS\ dage"\ 0,?;c,s 99
,0`c\è\6
ot\tke•
Samenvatting
In 2019 heeft het PIT geen screeningen bij Top400-personen tot 16 jaar uitgevoerd. -
Van de personen ouder dan 16 jaar is eind 2019 23% van de Top400 lijst gescreend door de GGD (eind 2018 was dit 21%). Zij hebben in 2019 67 pogingen tot een screening
gedaan, waarvan 26 succesvol zijn afgerond. Van de onderzochte Top400-personen heeft (bijna) drie op de vier personen een beperkt steunend sociaal netwerk en/of kan niet goed meekomen met de maatschappij. -
De Top400-personen zijn het meest zelfredzaam op de leefgebieden 1. Lichamelijke gezondheid, 2. Activiteiten dagelijks leven en 3. Verslaving. Ongeveer één op de vijf onderzochte Top400-personen (25 personen) had acute problematiek of was niet zelfredzaam op het gebied van financiën én dagbesteding.
19 Voor de overzichtelijkheid van het figuur is gekozen om getallen a tot en met 5 niet visueel weer te geven.
Top400 in beeld: monitor over 2019
21
5 Opleiding, werk en inkomen
Om het perspectief van Top400-personen te verbeteren, wordt actief ingezet op dagbesteding en inkomen. Leerplicht en WPI spelen hierin een belangrijke rol. Voor de minderjarige leerplichtige Top400personen heeft Leerplicht (OJZ) een speciaal Topwoo-Leerplichtteam ingericht dat inzet op het behalen van een startkwalificatie. WPI biedt, middels een speciaal daartoe ingericht interventieteann, maatwerk aan om Top400-personen te begeleiden op de leefgebieden werk, inkomen, dagbesteding en schulden. Naast het organiseren van de basisbehoeftes is motivatie standaard onderdeel van de aanpak voor alle Top400-personen. Intrinsieke motivatie speelt een cruciale rol bij gedragsverandering. Eén van de trajecten die onder dit leefgebied vallen, is het vechtsporttraject. Op aanvraag van de regisseur kan een vechtsporttraject, als positieve interventie, in het kader van vrijetijdsbesteding, worden ingezet bij personen op de Top400-lijst. Rik is zeventien als hij instroomt in de Top400 aanpak. Op school gaat het niet goed met Rik, hij is onvoldoende gemotiveerd en kent weinig tot geen succesverhalen. Rik is een vriendelijke jongen, netjes en gemanierd maar weinig spraakzaam. Voor Rik was het belangrijk om een positieve stap te maken. Gelet hierop zijn hem kickbokslessen aangeboden.
Het kostte Rik wat tijd om het aanbod daadwerkelijk te accepteren en naar de lessen te komen maar hij heeft het gedaan! Rik had een klik met de trainer en heeft de coaching ter harte aangegrepen. Gaandeweg was er daadwerkelijk een (kleine) gedragsverandering te zien. Het heeft Rik geholpen bij een beter zelfbeeld, het verkrijgen van meer zelfvertrouwen en een actievere houding. Bij tegenslag gaat hij nu niet meteen bij de pakken neerzitten, maar pakt het de volgende dag weer op. Rik volgt op dit moment een opleiding en loopt -een door hem zelf geregelde- stage bij een sportschool in Noord.
5.1
Schoolgang Top400-personen
Het Topi000-leerplichtteam is verantwoordelijk voor het volgen van de schoolgang van Top400personen tot 18 jaar. Binnen de Top400 aanpak is de leerplichtambtenaar een belangrijke partner in het netwerk dat preventief samenwerkt om schoolverzuim en voortijdig schooluitval te voorkomen. De schoolgang van Top400-personen wordt intensief door het Leerplichtteam gemonitord. Bij zorgen over verzuim, probleemgedrag op school of tegenvallende schoolprestaties, wordt gezocht naar een maatwerkoplossing in overleg met de regisseur en overige betrokken partners. In geval van aanhoudend ongeoorloofd verzuim kan worden besloten tot het opmaken van een proces-verbaal.
gaat goed op school (geen verzuim)
22
40,
gaat niet goed op school (regelmatig verzuim)
Over drie peilmomenten genomen ging het in 2019 gemiddeld met 41% van de leerplichtigen goed. Bij hen was er geen sprake van verzuim. Daarnaast ging het bij ruim een kwart (27%) van de leerplichtigen niet goed op school, er was sprake van regelmatig verzuim. In tabel 5.1 is per peilmoment een weergave van de verschillende situaties op school bij de leerplichtige Top400-personen. Tabel 5.1 Schoolsituatie van Top400-personen van huidige lijst, over 2019 januari
juli
december
jongere staat ingeschreven en het gaat goed
40
21
29
jongere staat ingeschreven en het gaat niet goed
26
14
19
jongere zit vast/gesloten en volgt binnen onderwijs.
14
10
4
jongere heeft een vrijstelling/volgt een traject.
3
7
3
jongere is buiten beeld, by. buitenland
o
o
1
4
8
jongere zit vast/gesloten en volgt binnen geen onderwijs.
9
jongere staat niet ingeschreven op een school totaal aantal leerplichtigen
94
1
3
57
67
Eduard is 15 jaar als hij na een geweldsincident met een medeleerling wordt geschorst van school. Hij volgt praktijkonderwijs en is zeer moeilijk lerend. Na verblijf in de Kleinschalige Voorziening van een aantal weken wordt met de regisseur, school, leerplicht, de moeder en Eduard gesproken over vervolgonderwijs. Vanwege de ernst van het incident en het feit dat er geen zicht is op het behalen van een diploma op het praktijkonderwijs, wordt besloten dat Eduard niet terugkomt op school. Positief is dat hij een baantje heeft gevonden bij een verhuurbedrijf. Hij heeft een goede klik met zijn begeleider en komt elke dag op tijd. De regisseur wil aansluiten bij de motivatie van Eduard. Het WPI-interventieteam wordt door de leerplichtambtenaar betrokken om te onderzoeken of de bijbaan van Eduard als basis kan dienen voor een leer-werktraject op maat. Uiteindelijk wordt door alle betrokken partners een constructie bedacht waarin het verhuurbedrijf een officiële leer-werkplek wordt, met ondersteuning vanuit het WPIinterventieteam en onder verantwoordelijkheid van de school waar hij ingeschreven blijft.
5.2
Organiseren van werk, inkomen en/of dagbesteding
Om het perspectief van Top400-personen te verbeteren, wordt actief ingezet op het organiseren van werk, inkomen, dagbesteding en/of het behalen van een startkwalificatie. Voor de personen in de Top400 is er het speciaal daartoe ingerichte Interventieteam van WPI, dat zich bezighoudt met werk, inkomen, dagbesteding en schulden. Eind 2019 heeft WPI 115 Top400-personen actief in begeleiding (44% van de Top400-lijst), waarvan 5 personen in de leeftijdscategorie 13 tot en met 17 jaar en ilo personen vanaf 18 jaar. Het gemiddeld aantal personen in de caseload van WPI in 2019 is 139 Top400-personen. In figuur 5.2 is te zien dat er vanaf april 2019 een dalende trend zichtbaar is van het aantal Top400-personen in begeleiding. Dit valt te verklaren door de uitstroom van Top400-personen. In totaal zijn er in 2019 43 (61%) begeleidingstrajecten positief, 4(6%) begeleidingstrajecten negatief en 23 (33%) begeleidingstrajecten neutraal afgesloten. In 2018 waren er 51 (61%) begeleidingstrajecten positief, 9 (11%) begeleidingstrajecten negatief en 24 (29%) begeleidingstrajecten neutraal afgerond. Een positief afgerond begeleidingstraject betekent dat een persoon naar school of werk wordt begeleid.
Indien een persoon niet meewerkt of geen inlichtingen verstrekt vindt een negatief afgerond begeleidingstraject plaats en een neutraal afgerond begeleidingstraject vindt plaats in geval van detentie, verhuizing naar een andere gemeente of overlijden.
Top400 in beeld: monitor over 2019
23
Figuur 5.2 Aantal Top400-personen in begeleiding bij WPI is caseload 18 jaar en ouder
caseload 13- 17 jaar
4 2
—r-
'KO
5.3
&.\
ke`00
02'2'
2,s0
02\
0‘\
3\\ 2,k)g x305 M\D'e" ‘ segte
o\(to\De0.1e
dgce0'0e
Sluitende aanpak Leerplicht en WPI
Op het gebied van opleiding, werk en inkomen werken de afdelingen WPI en Onderwijs en Leerplicht (OLP) samen aan een sluitende aanpak voor personen in de Top400-aanpak, zodat een Top400-persoon te allen tijde in beeld is. In deze paragraaf volgt een beeld van de inzet van WPI en Leerplicht voor de Top400, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen leerplichtigen onder de 3.8 jaar (grotendeels de doelgroep van Onderwijs en Leerplicht), de bovenleerplichtigen in de leeftijdscategorie 3.8 tot 23 jaar en de leeftijdscategorie 23 jaar en ouder20. Onderwijs en Leerplicht (OLP) is verantwoordelijk voor leerplichtige en kwalificatieplichtige jongeren21. OLP kan in sommige gevallen ook WPI inschakelen als een jongere nog leerplichtig of kwalificatieplichtig is om bijvoorbeeld schooluitval te voorkomen of een jongere te begeleiden naar een andere vorm van dagbesteding. Indien jongeren uitvallen en geen startkwalificatie hebben, vallen ze onder verantwoordelijkheid van WPI. In kader van de RMC-plicht (RMC staat voor Regionaal Meld- en Coördinatiepunt) worden deze jongeren alsnog gestimuleerd en begeleid om een startkwalificatie te behalen of begeleid richting werk.
2°0p peildatum 30 januari 2020 stonden 206 Top400-personen ingeschreven op een adres in Amsterdam. De analyse is
gebaseerd op deze 206 Topy.00-personen. De peildatum 3o januari 2020 is aangehouden omdat de helft van het schooljaar op 1 februari 2020 is. In de periode voor a februari vinden er veel wisselingen plaats die wenselijk zijn om mee te nemen in de analyse. 21 De leerplicht bestaat uit 2 onderdelen: a) volledig leerplicht, tot en met het schooljaar waarin een jongere
16 jaar wordt. 2) kwalificatieplicht, van 16-18 jaar. Kwalificatieplicht betekent dat een jongere naar school moet gaan totdat hij of zij een startkwalificatie heeft behaald. Een startkwalificatie is minimaal een havo, vwo of mbj ‘ niveau 2 of hoger diploma. 24 4W
13 tot 18 jaar Figuur 5.3 Top400-personen in de leeftijdscategorie 13 tot 28 jaar (n=65)
Zoals hiernaast te zien is, zitten 6o van de 65 Top400-
• Op school
personen op school (93%) en heeft i Top400-persoon (iM) een startkwalificatie behaald. De overige 4 personen (6%) vallen niet binnen de doelgroep van OLP, omdat ze bijvoorbeeld vrijgesteld zijn van
L2 Op school maar verzuim • Geen doelgroep OLP • Startkwalificatie behaald
onderwijs, uitgesloten van kwalificatieplicht (vanwege hun niveau) of mogelijk een voortijdig schoolverlater zijn. Deze 4 personen, die niet binnen de doelgroep van OLP vallen, zijn wél in begeleiding bij WPI. Dat betekent dat alle Top400-personen in de leeftijd van 13 tot 18 jaar en woonachtig/ ingeschreven in Amsterdam in de in beeld is bij OLP en/of WPI.
18 tot 23 jaar Figuur 5.4 Personen in de leeftijdscategorie 28 tot 23 jaar (n=112)
Van de 112 Top400-personen staan 34 personen (30%) ingeschreven op een school, zie ook figuur 5.4. Verder
lo Op school
zijn io Top400-personen (9%) in het bezit van een startkwalificatie. Het deel dat niet ingeschreven staat
Op school maar verzuim
op een school of geen startkwalificatie heeft behaald, is in begeleiding bij WPI (61%). Dat betekent dat alle
• Startkwalificatie behaald
Top400-personen in de leeftijd van 1.8 tot 23 jaar en woonachtig/ingeschreven in Amsterdam in beeld zijn bij OLP en/of WPI.
• In begeleiding bij WPI
23 jaar en ouder Figuur 5.5 Personen in de leeftijdscategorie 23 jaar en ouder (n=29)
Van Top400-personen die 23 jaar en ouder zijn is te zien dat van de 29 personen er 4 personen (14%) een startkwalificatie hebben behaald en 16 personen (55%) in begeleiding zijn bij WPI. Negen personen (31%) zijn niet in begeleiding bij WPI en daarvan is de dagbesteding dus onbekend.
Top400 in beeld: monitor over 2019
• Startkwalificatie behaald • In begeleiding bij WPI • Dagbesteding onbekend
25
Samenvatting
Vanuit het Topwoo-leerplichtteam wordt ingezet om verzuim tegen te gaan. Op drie pij momenten gaat het in 2019 gemiddeld met 41% van de Topoo goed op school (geen verzuim), en met 27% gaat het niet goed op school (regelmatig verzuim). Vanuit WPI wordt met een speciaal interventieteam inzet gepleegd op de leefgebieden werk, inkomen, dagbesteding en schulden. Gemiddeld zijn in 2019 139 Topoo-personen in begeleiding bij WPI.
Alle Top400-personen in de leeftijd van 13 tot 23 jaar en woonachtig/ ingeschreven in Amsterdam zijn in beeld bij OLP en/of WPI. Van de Top400-personen met een leeftijd van 23 jaar of ouder is van 9 personen de dagbesteding onbekend, de overige 20 personen uit deze leeftijdscategorie hebben een startkwalifactie behaald of zijn in begeleiding bij WPI.