CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

A - 7 Openbare Orde en Veiligheid (4) 02. Monitor Top600 2019.pdf

Raadscommissie Algemene Zaken 7 januari 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Monitoren Top600 en Top400, 2019 (ZD2020-014625)17.755 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Actiecentrum Veiligheid en Zorg Amsterdam-Amstelland

Top600 in beeld Ontwikkeling, inzet en resultaten van de Aanpak Top600 2019

Met bijdragen van: •

Politie Eenheid Amsterdam

•

Het Arrondissementsparket Amsterdam (OM)

•

Reclassering Nederland (RN), het Leger des Heils (LdH) en Inforsa

•

Geneeskundige en Gezondheidsdienst Amsterdam (GGD)

•

Werk, Participatie en Inkomen (WPI)

•

Openbare Orde en Veiligheid (00V)

•

Onderwijs Jeugd en Zorg (PIT en Bureau Leerplicht Plus)

•

Jeugdbescherming Regio Amsterdam (JBRA)

•

William Schrikker Stichting (WSS)

•

Stadsdelen Amsterdam

•

Raad voor de Kinderbescherming

•

Annstelland-gemeenten

Inhoud

Inleiding

3

Samenvatting en conclusie

5

1 Achtergrondkenmerken Top600

7

2 Vermindering van criminaliteit

10

3 Bijzondere voorwaarden en reclasseringstoezicht

18

4 Inzet op passende zorg door screening en diagnostiek

21

5 Opleiding, werk en inkomen

24

6 Detentie en terugkeer

28

7 Broertjes en zusjes Top600-personen

31

8 Openstaande vorderingen en boetes

33

Bijlage A. Achtergrondkenmerken

36

Bijlage B. Vermindering van criminaliteit

37

Bijlage C. Inzet op passende zorg door screening en diagnostiek

44

Bijlage D. Opleiding, Werk en Inkomen

47

Bijlage E. Detentie en Terugkeer

48

Inleiding

De Aanpak Top600 is de integrale persoonsgerichte aanpak van de circa 600 meest actieve veelplegers van 'High Impact Crime' (HIC) in de regio Amsterdam-Amstelland. Dit zijn overvallen, straatroven, woninginbraken, zware mishandeling, openlijke geweldpleging en moord/doodslag. Sinds 2019 richt de aanpak zich ook op plegers van drugsgerelateerde (gewelds)criminaliteit, hierbij gaat het o.a. om delicten als de handel in of productie van harddrugs, maar ook om geweld met of bezit van een vuurwapen. In de Aanpak Top600 werken onder regie van de Gemeente Amsterdam meer dan 40 verschillende partner-organisaties uit het veiligheidsdomein, zorgdomein en sociaal domein samen. Ieder persoon op de Top600-lijst krijgt een eigen regisseur. Deze regisseur is 'de smeerolie' tussen alle organisaties, maakt een plan van aanpak en stuurt op doorbraken voor de persoon die hij of zij in regie heeft. De Aanpak Top600 is onder gebracht bij het Actiecentrum Veiligheid en Zorg van de regio Amsterdam-Annstelland. In deze rapportage worden de resultaten en effecten van de aanpak weergegeven voor het jaar 2019. Door al deze hoofdstukken staan de drie doelstellingen van de aanpak centraal:

Opp

Het verminderen van (high impact) criminaliteit

Het verbeteren van het perspectief

Het verminderen en voorkomen van in- en doorstroom van de broertjes en zusjes

Actuele ontwikkelingen In 2019 is de Top600 verbreed naar drugsgerelateerde (gewelds)criminaliteit vanwege de toenemende impact van deze delicten op het leven van de inwoners van de regio Amsterdam-Amstelland. Dit vanwege het excessieve geweld in de openbare ruimte (schietpartijen, liquidaties etc.) en de aantrekkingskracht van het snelle drugsgeld op jongeren. Daarnaast zagen (en zien) we onder de personen in de Top600 een aanzienlijke groep die betrokken is bij drugscriminaliteit en excessief geweld. Een deel daarvan stroomde eerder uit de aanpak omdat drugscriminaliteit geen onderdeel uitmaakte van de Top600-criteria. De verbreding van de Top600-criteria naar drugsgerelateerde (gewelds)criminaliteit is onderdeel van de doorontwikkeling van de Top600 en is één van de maatregelen uit het programma "Weerbare Mensen, Weerbare Wijken" (m.a.w. het Programma Drugs). In 2019 zijn op basis van deze nieuwe Top600 Drugs- en Geweld (DG)-criteria 56 personen ingestroomd in de aanpak. Uit analyse is gebleken dat de DG-instromers goed aansluiten bij het opgestelde profiel van de beoogde doelgroep en dat er grote overlap is (in achtergrond en problematiek) met de HICinstromers.

In 2019 heeft een pilot gelopen (die ook in 2020 doorloopt) waarbij is ingezoomd op wat nodig is om effectief regie te kunnen voeren op de specifieke problematiek van drugscriminaliteit en geweld (gelet op de veelal onzichtbare vorm van deze delicten en de ongrijpbaarheid van een deel van de groep). Ook zijn we gestart met het ontwikkelen en uitproberen van nieuwe interventies. Hierover wordt gerapporteerd in het kader van het programma Drugs. Leeswijzer Voordat de rapportage daadwerkelijk begint, is op de volgende pagina een samenvatting te vinden. In totaal bestaat de rapportage uit zeven hoofdstukken. Hoofdstuk i geeft de kerncijfers van de huidige Top600-lijst weer. Daarna wordt in hoofdstuk 2 de achtergrond en omvang van de politie- en justitiecontacten van de Top600 geschetst. Vervolgens gaat hoofdstuk 3 in op het reclasseringstoezicht op bijzondere voorwaarden. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de screen ingen waarbij wordt gekeken wat 3

de zorgbehoeften van Top600-personen zijn. Hierna wordt in hoofdstuk 5 ingegaan op de situatie van Top600-personen rondom dagbesteding en financiën, zoals werk en opleiding. Hoe detentie wordt ingezet als belangrijk impactnnoment in het leven van Top600-personen, wordt beschreven in hoofdstuk 6. Vervolgens wordt er in hoofdstuk 7 gekeken naar de situatie van de broertjes en zusjes van Top600personen. Achteraan in deze rapportage staan enkele bijlagen. Hierin staat uitleg over de onderzoeksmethoden, uitgebreide tabellen en verdiepende analyses van enkele hoofdstukken.

Samenvatting en conclusie Top-600 monitor 2019

Hieronder volgt een samenvattende conclusie van de belangrijkste punten uit de rapportage.

In 2019 is de Top600 verbreed naar drugsgerelateerde (gewelds)criminaliteit vanwege de toenemende impact van deze delicten op het leven van de inwoners van de regio Amsterdam Annstelland. Dit als één van de maatregelen uit het programma "Weerbare Mensen, Weerbare Wijken". De Top600 bestaat begin 2020 Uit 461 personen, waarvan twee vrouwen, met een gemiddelde leeftijd van 28 jaari. Ongeveer driekwart is jonger dan 30 jaar. Doorgaans zit ongeveer een derde van de Top600 in detentie (voor lange of korte tijd). Van de huidige Top600 voldoen 389 personen aan de HIC-criteria, 55 aan de Drugs- en Geweld (DG)-criteria en 17 personen aan beide sets criteria. Voor de huidige Top600 is er in 2019 in totaal een recidivevermindering te zien van 45%. Ten opzichte van 2018 en 2017 is dit een lichte verbetering (2018: 41%, 2017: 35%). Deze wordt deels verklaard doordat de personen die nu op de Top600-lijst staan gemiddeld meer gedagvaarde zaken hadden in de twee jaar vóór regie, dan de personen die in 2018 en 2017 op de lijst stonden. Deze recidivemeting heeft als doel inzicht te geven in de geregistreerde recidive van alle personen in de Top600-aanpak en de personen die in de aanpak hebben gezeten. Het is geen strikt wetenschappelijke effectmeting van de aanpak2.

Voor de huidige Top600 is de recidivevermindering voor de HIC-delicten in 2019 gemiddeld 50% (in 2018 was dit ook 50%, in 2017 was dit 47%). Opvallend is dat er (anders dan voorgaande jaren) voor overvallen geen recidivevermindering is te zien, maar een lichte stijging van 4%. De meeste overvallen zijn gepleegd in het eerste jaar dat personen in de aanpak zitten (16x, 35%) en het vaakst in 2017 (12x, 25%) en 2018 (9x, 20%). Dit lijkt te verklaren uit het feit dat Amsterdam qua overvallen een andere (juist stijgende) trend heeft t.o.v. de rest van het land. Onderzocht wordt of eventuele aanvullende maatregelen mogelijk en nodig zijn. Voor de huidige Top600 is gemiddeld een recidivevermindering op de DG-delicten te zien van 36%, het gaat hier met name om een afname van geweld- en wapendelicten (respectievelijk 53% en 41%). Voor drugsdelicten is er een lichte afname te zien (4%). Met de recente verbreding van de focus van de Top600 naar drugsgerelateerde (gewelds)criminaliteit beogen we in de komende jaren een grotere afname van deze delicten te bereiken. Voor de uitgestroomde Top600 is de totale recidivevermindering 59%. Dit is ongeveer gelijk als de daling van de recidive in 2018 en 2017 (respectievelijk: 57% en 56%). Ook dit jaar is een flinke recidivevermindering specifiek voor de HIC-delicten van 81% te zien. Dit is nagenoeg gelijk aan 2018 en 2017 (2018: 81%, 2017: 82%).

De hardnekkigen, de so personen die sinds de start van de Top600 op de lijst staan, laten geen

afwijkend patroon zien in recidive. Positief is dat ook hier een daling te zien is in de recidive, maar wel een minder grote daling dan bij de niet-hardnekkigen, waardoor ze niet uitstromen (37% versus 47% daling). Het aantal hardnekkigen op de lijst is de afgelopen jaren gedaald (2017: 92, 2018: 70, 2019: 50). Met de partners wordt nog nader ingezoomd op deze groep waarbij o.a. wordt gekeken

naar het effect dat wordt bereikt op deze groep in relatie tot de gepleegde inspanningen. Het gemiddeld aantal politieregistraties per persoon is in 2019 ten opzichte van 2018 gedaald van 6,1 naar 5,2. Binnen de subgroepen van de Top600 is een verschil te zien in het soort 1 Vanwege de nieuwe instroom in de Top600 per i april 2020 staan er momenteel 503 personen op de lijst. 2

Het AcVZ werkt met het WODC aan een gezamenlijk onderzoek waarbij gebruik wordt gemaakt van een controlegroep,

aangezien dit de enige zuiver wetenschappelijke methode is die onomstotelijk het effect van de aanpak kan aantonen.

5

incidenten waarvoor Top600 personen in 2019 zijn geregistreerd. Bij de HIC-instroomgroep gaat het vooral om mishandeling, overlast en overige vermogensdelicten, terwijl DG-instromers vooral registraties hebben op het gebied van drugshandel, nepdope en mishandeling. Binnen Amsterdam vonden de meeste incidenten plaats in stadsdeel Centrum, terwijl de meeste Top600-personen wonen in stadsdeel Zuidoost of (Nieuw)-West. In 2019 is bij 45% van de eindvonnissen aan Top600-personen bijzondere voorwaarden opgelegd. Na een daling in de tweede helft van 2018 is dit weer terug op het oude niveau. Dit is 19 procentpunt hoger dan bij niet-Top600 personen, die kregen namelijk in 26% van de eindvonnissen bijzondere voorwaarden opgelegd. Dit positieve verschil is te verklaren doordat binnen de Top600 waar mogelijk gestuurd wordt op het opleggen van bijzondere voorwaarden omdat deze een belangrijke stok achter de deur vormen voor het plan van aanpak, bijvoorbeeld waar het gaat om het starten van behandeling of begeleiding. In 2019 zijn 92 pogingen tot screening door de GGD gedaan waarvan er 27 succesvol zijn afgerond. Van de huidige Top600-lijst was eind 2019 56% gescreend. Eind 2018 was dat 70%. Bekeken wordt hoe het percentage screen ingen weer verhoogd kan worden, aangezien het van groot belang is dat er goed zicht is op de zorgbehoefte van de personen in de aanpak.

De Top600-personen waren in het tweede halfjaar van 2019 het meest zelfredzaam op het leefgebied lichamelijke gezondheid. Het minst zelfredzaam is de Top600 op het leefgebied justitie, wat niet verassend is omdat ze instromen in de aanpak omdat ze veroordeeld zijn voor delicten. Daarnaast scoren ze (zoals voorafgaande jaren) slecht op de leefgebieden sociaal netwerk en dagbesteding (werk, opleiding, toeleiding naar werk). Veel Top600-personen hebben geen of een beperkt aantal personen om zich heen die steun kunnen geven of kunnen helpen zich te ontwikkelen. Hier wordt al veel aandacht aan besteed, maar met de partners wordt besproken of extra aandacht hiervoor nodig en mogelijk is. Daarnaast toont deze score dat intensieve inzet op de dagbesteding vanuit WPI van groot belang blijft. In 2019 had het interventieteam van WPI (dat zich bezighoudt met werk, inkomen, dagbesteding en schulden) gemiddeld 258 Top600-personen en 39 ex-Top600-personen actief in begeleiding. Eind 2019 heeft het Interventieteam van WPI 265 Top600- en 32 ex-Top600-personen actief in begeleiding. Dit is 58% van de huidige lijst. In totaal zijn er in 2019 37 begeleidingstrajecten positief, 73 begeleidingstrajecten neutraal en 12 begeleidingstrajecten negatief beëindigd. Alle personen met een leeftijd van 16 tot 23 jaar zijn in beeld bij het Topl000 Leerplichtteam en/of WPI.

Van de personen in de leeftijd van 23 jaar of ouder is 81% in begeleiding bij WPI. In 2019 is in totaal 337 keer een Top600-persoon uit detentie gekomen. Op basis van metingen bij 196 detenties zijn de leefgebieden voor en na detentie vergeleken: alle leefgebieden zijn tijdens detentie vooruit gegaan. Vooral dagbesteding, zorg en inzet op schulden zijn verbeterd door de inzet tijdens detentie. In 2019 had het PIT gemiddeld 43 gezinnen en 94 kinderen actief in begeleiding. Gemiddeld werden 72 gezinnen gemonitord in 2019 door het PIT. 8o% van de personen die op de huidige Top600-lijst staan, heeft een openstaande vordering of boete bij het CJIB. Dat is vergelijkbaar met het beeld in 2018. In de meeste gevallen gaat het om maximaal 2000 euro. Dit onderschrijft het belang van inzet op de schulden vanuit de aanpak. Bij de meeste (door de regisseur) aangedragen zaken is een betalingsregeling getroffen.

Achtergrondkenmerken Top600

Dit hoofdstuk gaat in op de achtergrondkenmerken van de huidige Top600 en enkele kerncijfers met betrekking tot in- en uitstroom. Dit om inzichtelijk te maken hoe de groep personen in de Top600 eruitziet. Sinds de start van de aanpak in 2011 hebben 1.496 personen op de Top600-lijst gestaan. leder half jaar (in april en oktober) wordt getoetst wie er aan de Top600-criteria voldoen. In figuur 1.1. is te zien hoeveel personen er op de lijst stonden vanaf oktober 2015. De groep Top600-personen die uit de aanpak zijn gestroomd (omdat ze niet meer aan de criteria voldoen), bestaat momenteel uit 1035 personen. Gemiddeld zaten zij 2,5 jaar in de aanpak. Figuur 1.1 Aantal personen op de Top600-lijst vanaf okt '153 586 578 562 553

52

5 5" 449 439 466 461

11 okt. 15 apr. '3.6'okt. '1.6' apr.'n 'okt. '17'apr. '18'okt. '18'apr. '1.9' juli '19 'okt.'19 l

1.1 Huidige Top600 Op de peildatum van deze rapportage (1 januari 2020, dus voor de instroom in april 2020) staan er 461 personen op de Top600-lijst, waarvan twee vrouwen. Van de eerste 600 personen die in 2011. en 2012 zijn ingestroomd, staan so personen nu nog op de lijst. In deze rapportage wordt deze groep aangeduid als de 'hardnekkigen'. In hoofdstuk 2 is een analyse van de recidive onder deze groep te vinden. De personen op de huidige Top600-lijst zitten gemiddeld 3,5 jaar in de aanpak. De gemiddelde leeftijd van een Top600-persoon is op dit moment 28 jaar, variërend van 1.6 tot en met 69 jaar. Qua leeftijdsopbouw is 5% jonger dan 18 jaar, 37% is tussen de 18 en 23 jaar, 32% is tussen de 24 en 30 jaar en 26% is ouder dan 30 jaar. In totaal hebben 256 personen een verblijfadres in Amsterdam, waarvan er 29 in een instelling wonen. Daarnaast staan 6o personen ingeschreven op een briefadres in Amsterdam, waarvan een aanzienlijk deel in stadsdeel Oost. Van de overige personen hebben 6 een adres in een Amstellandgemeente en 27 buiten de regio. 42 personen staan ingeschreven op hun detentielocatie, i persoon is geëmigreerd en van 69 personen is geen adres bekend in het systeem (maar bijvoorbeeld wel bij de regisseur)4. Voor zover bekend zitten 18 Top600-personen in een geprioriteerde jeugdgroep.

Het werkelijke aantal ligt vermoedelijk hoger, omdat de jeugdgroepen in stadsdeel Zuidoost in dat aantal niet zijn

3

In juli 2019 is het eerste (extra) instroommoment geweest van personen op basis van DG-criteria. Er vond geen instroom plaats

van personen op basis van HIC-criteria en ook geen uitstroom van personen. 41n de bijlage A is een tabel opgenomen van de woonplaats van Top600-personen en het aantal dat woont in een instelling of een postadres heeft.

7

meegenomen. Dat komt doordat stadsdeel Zuidoost momenteel bezig is de jeugdgroepen opnieuw in te delen. Figuur 1.2 Statistieken Top600-lijst Leeftijd op peildatum

Woonplaats op peildatum

t minder- meerderjarig jarig huidigeTop600 (lijst oktober o19)

aantal person en sinds start op Top600-lijst (hardnekkigen)

gemiddelde: '28 jaar jongste: 16 jaar oudste: 69 jaar

Geslacht

tot aal aantal personen dat ooit op de Top 600-lijst heeft gestaan sinds de start van de aanpak

Gedetineerd

aantal personen uitgestroomd sinds de start van de aanpak

man vrouw

Week a. 2020

Ore" dird.0111 aantal personen in jeugdgroepen Aantal Top600 personen in geprioriteerdejeugdgroep, maart 2020, CS( cl. Zuid-oost

1.2 Achtergrondkenmerken DG-instroom

Van de 461 personen op de huidige Top600-lijst, voldoen er 389 alleen aan de HIC-criteria. 72 personen voldoen aan de criteria voor Drugs en Geweld, waarvan er 17 ook voldoen aan de HIC-criteria. Alle 72 personen die aan de DG-criteria voldoen zijn man. De gemiddelde leeftijd van deze personen is 23 jaar, variërend van 16 tot en met 30 jaar. Qua leeftijdsopbouw is a% (één persoon) jonger dan 18 jaar, 58% is tussen de 18 en 23 jaar en 40% is tussen de 24 en 30 jaar.5 De meerderheid (47 van de 72, 65%) heeft een verblijfadres in Amsterdam. In Bijlage A is een tabel opgenomen met de verdeling naar woonplaats en stadsdeel van de personen die voldoen aan de DG-criteria.

Drugs & Geweld

voldoen aan beide criteria

5 Door afronding komt het totaal hier uit op 99%.

Verdiepend onderzoek: de DG-instromer en de HIC-instromer vergeleken Er is vanuit de politie een vergelijking gemaakt tussen 35 personen die per april 2019 op basis van de HIC-criteria zijn ingestroomd en 28 personen die per juli 2019 op basis van de DG-criteria zijn ingestroomd. Daarvoor zijn de basisdossiers van deze personen in VEHAA en het antecedentenoverzicht in politiesysteem Bluespot Monitor bestudeerd. Daarbij is gekeken naar de criminele carrière, criminogene factoren en context. Er zijn weinig verschillen gevonden tussen beide groepen. De DG-groep en de HIC-groep hebben ongeveer evenveel verdenkingen, antecedenten, geweldsdelicten en verkeersovertredingen op hun naam staan. Zoals te verwachten heeft de HIC-groep wel meer HIC-delicten en de DG-groep meer drugsdelicten gepleegd. Ook verschillen de twee groepen niet in leeftijd bij hun eerste antecedent: de gemiddelde startleeftijd is 15 jaar. Als het gaat om criminogene factoren, is te zien dat DG-instromers vaker schoolverlater

zonder startkwalificatie zijn en vaker drugs gebruiken, terwijl HIC-instromers vaker ouders hebben met zwakke pedagogische eigenschappen en vaker een vader of broer hebben met een strafblad. Voor beide groepen geldt dat de meeste problematiek zit in de sociale omgeving: vrienden met een strafblad en veel buiten hangen. Bron: Iris van Veen (2020). Samen staan we sterker: Een vergelijking van High Impact Criminaliteit veelplegers & Drugscriminaliteit- (en Excessief Geweld)plegers uit de Top600 in Amsterdam. Scriptie voor de Master Forensische Criminologie, Universiteit Leiden.

r-

Samenvatting -

De Top600 bestaat begin 2020 UK 461 personen, waarvan twee vrouwen, met een gemiddelde leeftijd van 28 jaar. Ongeveer driekwart is jonger dan 30 jaar. Doorgaans zit ongeveer een derde van de Top600 in detentie (voor lange of korte tijd).

-

Van de huidige Top600 voldoen 389 personen alleen aan de HIC-criteria, 72 personen voldoen aan de Drugs- en Geweldcriteria, waarvan 17 ook voldoen aan de HICcriteria.

-

Sinds de start van de aanpak hebben 1.496 personen op de Top600-lijst gestaan, 1035 personen voldoen niet meer aan de criteria en zijn uit de aanpak gestroomd.

9

2 Vermindering van criminaliteit

Doelstelling ivan de Top600 is het voorkomen en verminderen van criminaliteit. Om de resultaten op deze doelstelling in kaart te brengen, wordt in paragraaf 2.1 eerst gekeken naar het (gemiddeld) aantal gedagvaarde zaken vóór regie in vergelijking met het (gemiddeld) aantal zaken sinds de start van regie. Maar niet alle criminaliteit eindigt in een dagvaarding. Daarom wordt in paragraaf 2.2 gekeken naar de recidive aan de voorkant: de politie registraties van incidenten voor de huidige Top600 in 2019.

2.1 Recidive De Top600 loopt inmiddels g jaar. Voor de berekening van de recidive onder personen die in regie zijn (geweest) van de Top600, maken we gebruik van gedagvaarde zaken afkomstig van het Openbaar Ministerie. Dit gaat om strafzaken met een 'geldige' afdoening: door het OM gedagvaarde zaken. We sluiten hiermee aan bij de definities in de recidivennonitor van het WODC. Werken met geregistreerde misdrijven betekent dat het alleen de criminaliteit in kaart brengt die onder aandacht komt van het Openbaar Ministerie. Dit wordt wel 'strafrechtelijke recidive genoemd. Methode In de analyse worden alleen personen meegenomen die op de peildatum januari 2020) minimaal ijaar in regie zijn. Omdat de periode dat iemand in regie is binnen de Top600 varieert, en daarmee het aantal personen per jaar verschilt, is het gemiddeld aantal dagvaardingen per persoon per jaar berekend. Vervolgens wordt een vergelijking gemaakt tussen het gewogen gemiddelde van de gehele groep sinds start regie en het gemiddelde in de twee jaar voorafgaand aan de regie (de voormeting). Zie bijlage Bi voor meer gedetailleerde informatie over de methode. Om de recidive goed te kunnen duiden, is in de analyses onderscheid gemaakt tussen de personen die op de peildatum op de Top600-lijst staan (huidige Top600) en personen die niet meer in regie zijn en uit de aanpak zijn gestroomd (Top600 uitstroom).

Daarnaast wordt er gekeken naar de recidive op alle feiten, maar ook naar de recidive op twee belangrijke delictgroepen: High Impact Crime (afgekort: HIC)6 en Drugs- en Geweldsdelicten (DG)7.

Verdiepend onderzoek: effectmeting Deze recidivemeting heeft als doel inzicht te geven in de geregistreerde recidive van alle personen in de Top600-aanpak en de personen die in de aanpak hebben gezeten. Het is geen strikt wetenschappelijke effectmeting van de aanpak. Aanvullend is het AcVZ met het WODC in gesprek om te kijken of er in de toekomst een gezamenlijk onderzoek uitgevoerd kan worden waarbij gebruik wordt gemaakt van een controlegroep.

6

Woninginbraak, straatroof, overval, zware mishandeling, openlijk geweld en doodslag/moord.

7

Drugs-, wapen- en ernstige geweldsdelicten.

Huidige Top600

De huidige Top600 bestaat uit 461 personen. Van hen zijn 329 personen al minstens een jaar in regie en daarmee de onderzoeksgroep voor deze analyse. Figuur 2.1 Gemiddeld aantal gedagvaarde zaken per persoon per jaar, huidige Top600 (n=329) L voor start regie

is sinds start regie

0,78 0,25 0,16

DG

HIC

Overige

Totaal

Vanaf het moment dat de regie van start gaat, neemt de totale recidive af van gemiddeld 2,28 delicten naar gemiddeld 1,25 delicten per persoon per jaar (dit is een afname van 45%). In absolute aantallen gaat dit in de twee jaar voor regie om een totaal van 1.497 dagvaardingen. In de acht jaren die de nameting inmiddels beslaat, gaat dit om een totaal van 1.726 dagvaardingen. Een klein deel van de huidige Top600 (3.0%, 33 personen) is sinds de start van regie helemaal niet meer gedagvaard, lets meer dan een derde is sinds de start van regie niet meer gedagvaard voor een HIC delict (37%, 122 personen). Meer dan de helft is sinds start regie niet (meer) gedagvaard voor een DGdelict (59%, 194 personen) en 22% niet (meer) voor een overig delict (73 personen). Recidivevermindering vergeleken met 2018 en 2017

Wanneer de recidivevermindering van de huidige Top600 wordt vergeleken met de toenmalige Top600 van 2018 en 2017 is er in totaal een lichte stijging te zien van de recidivevermindering (2019: 45% versus 41% in 2018 en 35% in 2017). Deze toename is vooral terug te zien in een stijging van het gemiddeld aantal gedagvaarde zaken in de twee jaar vóór regie. In 2019 is dat 2,28 zaken terwijl dit in 2018 2,12 zaken waren en in 2017 1,95. Een duidelijke verklaring hiervoor is (nog) niet te geven. De recidivevermindering voor de HIC-delicten is percentueel ongeveer hetzelfde als in 2018 (ook 50%) en 2017 (47%). Voor de DG-delicten is er nog geen vergelijking met voorgaande jaren mogelijk. Dit is het eerste jaar dat deze uitsplitsing gemaakt wordt. In bijlage B2 is een gedetailleerde tabel opgenomen met alle cijfers voor 2017, 2018 en 2019. Ontwikkeling recidive per HIC- en DG-delict

De grootste afname van de recidive is te zien bij de HIC-delicten: tijdens de regie neemt dit al af met 5o%: van gemiddeld 0,74 HIC-delicten naar 0,37 HIC-delicten per persoon per jaar. HIC-delicten zijn zware delicten en hebben een grote impact op slachtoffers, die vaak nog lang de gevolgen met zich mee dragen. De Top600 beoogt in te zetten op de vermindering van dit type delicten. De recidivevermindering per HIC-delict varieert tussen de 32% (woninginbraak) en 68% (straatroof). Opvallend is dat er (anders dan voorgaande jaren) voor overvallen geen afname, maar een lichte stijging te zien is (4%). Concreet gaat het daarbij om 21 overvallen in de twee jaar voor regie (gepleegd door 3.8 personen) en 46 overvallen in de periode vanaf start regie (gepleegd door 38 personen). De meeste overvallen in de nameting zijn gepleegd in het eerste regiejaar (16x, 35%) en het vaakst in 2017 (12x, 25%) en 2018 (9x, 20%). Kijkend naar de stedelijke trend in de afgelopen jaren, zien we ook een lichte

11

stijging in het aantal overvallen in 2017 en 2018 in Amsterdam (zie bijlage B2). Onderzocht wordt of eventuele aanvullende maatregelen mogelijk en nodig zijn. Voor de DG-delicten is een afname te zien van 36%: van gemiddeld 0,25 DG-delicten naar 0,16 DGdelicten per persoon per jaar. Deze afname is het grootst bij dagvaardingen voor geweld- en wapendelicten (respectievelijk 53% en 41%). Bij drugsdelicten is slechts een zeer lichte afname te zien (4%). Met de recente verbreding van de focus van de Top600 naar drugsgerelateerde (gewelds)criminaliteit beogen we in de komende jaren een grotere afname van deze delicten te bereiken. Te zien is dat de Top600 relatief weinig wordt gedagvaard voor DG-delicten ten opzichte van HIC- en overige delicten. Vermoedelijk komt dit omdat DG-delicten veel minder zichtbaar zijn dan HICdelicten en daarmee minder snel in beeld komen bij politie en justitie. Dit komt o.a. omdat van drugscriminaliteit in tegenstelling tot HIC-delicten vaak geen aangifte wordt gedaan. Als een Top600persoon zich bezighoudt met drugscriminaliteit zal dit dikwijls zichtbaar gemaakt moeten worden door de inzet van opsporingsbevoegdheden door de politie. Het is dan ook van groot belang dat hiervoor opsporingscapaciteit wordt vrijgemaakt. Deze capaciteit staat echter zoals bekend onder grote druk.

In bijlage B2 is voor de specifieke HIC- en DG-delicten een gedetailleerd overzicht opgenomen met de ruwe aantallen, het gemiddeld aantal dagvaardingen per persoon per jaar en de percentuele verschillen. Ook is hier een verdiepende analyse terug te vinden met het gemiddeld aantal gedagvaarde zaken per persoon per regiejaar. In deze analyse is zichtbaar dat het gemiddelde tijdens alle jaren van regie lager is dan in de twee jaar voordat de regie is gestart. Deze daling is direct na de start van de aanpak al te zien. Uitstroom Top600 De groep Top600-personen die inmiddels uit de aanpak is gestroomd, omdat de personen niet meer voldoen aan de Top600-criteria, bestaat momenteel uit 899 personen. Dat zijn beduidend meer personen dan de 329 huidige Top600-personen en de groep 'uitstroom' groeit bovendien elk halfjaar, omdat er dan weer nieuwe personen uitstromen. Voor die groep wordt de recidive sinds de start van de regie en verder doorlopend na uitstroom gemeten. Figuur 2.2 Gemiddeld aantal gedagvaarde zaken per persoon, Top600 uitstroom (n=899) n voor start regie

• sinds start regie 1,35

0,56 0,42 0,16

0,07

DG

0,09 HIC

Overige

Totaal

Als de gemiddelde recidive sinds de start van de regie wordt vergeleken met de voormeting, neemt de recidive van HIC-delicten onder deze groep af met 81%: van gemiddeld 0,47 HIC-delicten in de twee jaar voor regie naar 0,09 HIC-delicten per jaar per persoon. De recidive voor de uitstroomde Top600personen ligt fors lager dan bij de huidige Top600 (zie figuur 2.1). Dit is logisch, aangezien een vermindering in recidive tijdens regie de reden is dat deze personen konden uitstromen en deze groep ook na uitstroom nog wordt gevolgd. Een op de vijf uitstronners (22%, 2.99 personen) is sinds de start van regie helemaal niet meer gedagvaard. De meerderheid (70%, 619 personen) is niet meer gedagvaard

12

voor een HIC-delict en ook niet (meer) voor een DG-delict (70%, 640 personen). Tot slot is 29% (264 personen) sinds de start van regie niet meer gedagvaard voor een overig delict. Recidivevermindering vergeleken met 2018 en 2017 De totale recidivevermindering in 2019 van 59% is niet opvallend anders dan de daling in 2018 en 2017 (respectievelijk 57% en 56%). De daling van HIC-delicten waarbij in 2019 een recidivevermindering te zien is van 81% is nagenoeg gelijk aan 2018 en 2017 (respectievelijk: 81% en 82%). Ook hier is er voor de DG-delicten geen vergelijking met voorgaande jaren te maken (dit is het eerste jaar dat deze uitsplitsing gemaakt wordt). Zie bijlage B3 voor een overzicht met alle cijfers voor 2017 Urn 2019. Ontwikkeling per HIC- en DG-delict Binnen de HIC-delicten varieert de recidivevermindering tussen de 69% (voor moord en doodslag) en 88% (voor straatroof). Binnen de DG-delicten is de recidivevermindering het grootst voor geweld- en wapenfeiten (74% en 54%). Net als bij de huidige Top600 is de recidivevermindering voor drugsdelicten het kleinst (17%). Ook voor de uitgestroomde personen is in bijlage B3 een gedetailleerd recidiveoverzicht opgenomen met daarnaast een analyse van de recidive per regiejaar. Uitgelicht: analyse hardnekkigen De hardnekkigen zijn de eerste 600 personen die in 2011 en 2012 in regie zijn gekomen en nog steeds op de Top600-lijst staan.

Het aantal is de afgelopen jaren gedaald en eind 2019 staan er nog so hardnekkigen op de lijst (waarvan 25 personen in hun 8e regiejaar en 25 personen in hun 9e regiejaar). Figuur 2.3 laat zien dat in de twee jaar voor regie het gemiddeld aantal gedagvaarde zaken per jaar voor de hardnekkigen iets lager is (2,12 keer) dan de niet-hardnekkigen (2,3 keer). Sinds start regie zijn de hardnekkigen juist iets vaker gedagvaard (1,34 vs. 1,22 keer). Ook is er net als bij de niet-hardnekkigen een daling te zien in de recidive, maar wel minder, waardoor ze niet uitstromen (37% vs 47%). Uit de in 2017 en 2018 uitgevoerde analyse op de hardnekkigen weten we dat het grofweg gaat om personen die bewust (lijken te) kiezen voor een carrière in de (zware) criminaliteit, personen die langdurig zorgbehoevend zijn (bijv. vanwege zeer complexe psychiatrische problematiek) of personen die volharden in de criminaliteit bijv. vanwege een verstandelijke beperking, verslaving, hersenletsel, familieomstandigheden of schulden. Met de partners wordt nog nader ingezoomd op deze groep waarbij o.a. wordt gekeken naar het effect dat wordt bereikt op deze groep in relatie tot de gepleegde inspanningen. Figuur 2.3 daling aantal hardnekkigen en recidivecijfers hardnekkigen vs. niet-hardnekkigen .• • voor start regie • sinds start regie 2,30

2,12

1,34 o,89 F; 1 0,45

0,70 0,52

HIC/DG

2017 2018 2019

totaal

hardnekkigen (n=o)

HIC/DG

1,22

totaal

niet-hardnekkingen (n=279)

13

Totale aanpak In bijlage B4 is de recidivevernnindering weergegeven voor de gehele aanpak, bestaande uit personen in de huidige Top600 én de personen die inmiddels uit de aanpak zijn gestroomd. Met dit totaalcijfer kan een beeld worden geschetst over de ontwikkeling van de recidivevermindering sinds de eerste recidivemeting in 2012. In 2019 is de totale recidive afgenomen met 56%. Bij de HIC-delicten gaat dit zelfs om 73%. Dit totaalcijfer moet gelezen worden als een gemiddelde van een (in omvang grote) tpositievei groep uitgestroomde personen en een (in omvang beperkte) groep van personen die op dit moment nog op de Top600-lijst staan (en dus nog aan de Top600-criteria voldoet).

2.2 Recidive aan de voorkant: politieregistraties van incidenten

Naast recidive wordt in deze monitor een algemeen beeld gegeven in hoeverre de huidige Top600 in het afgelopen jaar in aanraking is gekomen met de politie. Hierbij wordt gekeken naar de geregistreerde incidenten van de Top600-personen die eind 2019 op de Top600-lijst stonden (de huidige Top600). Voor deze analyse is een selectie8 van alle incidenten (incl. pogingen) met een pleegdatum in 2019 en met de rol als verdachte, betrokkene9 of slachtoffer meegenomen.

Top 3 type politieregistraties In 2019 zijn er in totaal 2385 politieregistraties van Top600-personen als verdachte, betrokkene of slachtoffer. In vergelijking met 2018 is het totaal aantal registraties in 2019 afgenomen van 2880 registraties in 2018 naar 2.385 in 20191011. Rekening houdend met het aantal personen op de Top600lijst, komt dit neer op een afname van 6,1 registraties per persoon in 2018 naar 5,2 registraties per persoon in 2019. Als nader wordt gekeken naar de rol waarmee Top600-personen voorkomen in de politieregistraties, dan is te zien dat het percentuele aandeel van registraties voor de rol van betrokkene in 2019 iets is gestegen van 39% naar 43%. Het percentuele aandeel van de rol van verdachte is daarentegen iets gedaald van 59% naar 55% in 2019. Het aandeel voor de rol van slachtoffer komt in 2019 overeen met het beeld van 2018. Tabel 2.4 Politieregistraties per rol 2019

2018

Betrokkene

slachtoffer

verdachte

totaal

1026

39

1320

23135

43%

2%

55%

1131

53

1696

39%

2%

59%

< 2880

8 1n deze analyse zijn specifieke 'lichtere' typen registraties achterwege gelaten (zoveel mogelijk conform de standaard indeling

van Gemeente Amsterdam). Bijv. incidenten met betrekking tot verkeersveiligheid of registraties van een 'aandachtsvestiging'. Het totaal aantal incidenten zonder selectie op type delict betreft 2.880 incidenten. 9 'Verdachte': de persoon over wie (door feiten of omstandigheden) een redelijk vermoeden van schuld aan enig strafbaar feit

voortvloeit of tegen wie de vervolging is gericht (Artikel 27 W.v.5v). In het geval dat de omstandigheden wel verdacht zijn, maar er (nog) geen feiten zijn gepleegd, en op een persoon die wel met een voorval te maken heeft niet een meer specifieke rol van toepassing is (zoa Is verdachte, aangever, getuige, melder of slachtoffer), wordt een persoon als betrokkene geregistreerd. 10 In de effectmonitor van 2018 zijn alleen de politieregistraties meegenomen die binnen de zogenaamde 00V-indeling van politieregistraties vielen. Dit jaar is ervoor gekozen om alle politieregistraties mee te nemen. De politieregistraties data uit 2018 is voor deze monitor opnieuw geanalyseerd met behulp van de nieuwe analysemethode. Daarom verschillen de politieregistratiecijfers die in de monitor van 2018 zijn weergegeven met die in de huidige monitor. 11 De cijfers over 2018 gaan over de Top600-personen die eind 2018 in de aanpak zaten (469 personen), de cijfers over 2019 gaan

over Top600-personen die eind 2019 in de Top600 aanpak zaten: 461 personen.

Meest voorkomende registraties In figuur 2.5 is een overzicht gegeven van de 15 meest voorkomende delict-categorieën12. Mishandeling, overlast en overige vermogensdelicten komen het vaakst voor. In meer dan 70% van de gevallen gaat het bij mishandeling om de rol van betrokkene. In 2018 was dit in iets meer dan so% van het aantal registraties voor mishandeling het geval. Dit kan bijvoorbeeld gaan om een situatie waarbij het (nog) niet is gelukt om een verdachte aan te wijzen. Bij mishandeling zijn de rollen in het begin, ten tijde van de eerste registratie van het incident, vaak nog niet meteen duidelijk. Bij drugscriminaliteit en geweld, valt op dat 79 registraties (6%) registraties als verdachte van drugshandel betreffen en 16 registraties ) van (poging) moord/doodslag. In bijlage B5 zijn drie extra figuren terug te vinden met de meest voorkomende registraties, uitgesplitst naar personen die onder de HIC-, DG- of HIC/DG-variant op de lijst staan. Figuur 2.5 Huidige Top600: meest voorkomende registraties naar type en rol. Pleegjaar 2019 (N=461) Mishandeling

130

~NM

Overlast

135

1.

Overige vermogensdelicten Drugs/drankoverlast

i-, Betrokkene

Diefstal/inbraak woning

• Slachtoffer

Drugshandel

• Verdachte

Bedreiging Nepdope (APV) Straatroof Diefstal/inbraak bedrijven en instellingen Wapenhandel Vernieling cq. zaakbeschadiging Winkeldiefstal Overval , Moord, doodslag

Meest voorkomende registraties als verdachte Wanneer gekeken wordt naar de rol van verdachte zijn de meeste registraties voor misdrijven voor Top600-personen voor de categorie 'overige vermogensdelicten'. In 2018 werden Top600 personen nog het vaakst als verdachte geregistreerd voor diefstal/inbraak woning. Meer dan de helft (56%) van de registraties binnen de categorie overige vermogensdelicten bestaat uit registraties voor heling, gevolgd door overige eenvoudige diefstal (18%). De andere categorie waarvoor Top600-personen in 2019 vaak worden geregistreerd, is diefstal/inbraak woning gevolgd door drugshandel. Binnen de categorie drugshandel worden Top600-personen het vaakst als verdachte geregistreerd voor bezit harddrugs (47%) en handel in harddrugs (eveneens 47%). In bijlage B5 is een verdiepende analyse terug te vinden met een Top3 van registraties als verdachte. Dit voor de huidige Top600 als geheel en apart voor de personen die onder de HIC-, DG- of HIC/DG-variant op de lijst staan.

12 Deze grafiek betreft een weergave van de vijftien meest voorkomende delictscategorieën (zoals de politie ze gebruikt in hun registraties) waarbij er voor is gekozen om alleen de misdrijven, en de voor deze doelgroep relevante APV overtreding voor nepdope, te laten zien. In bijlage B is een tabel te vinden met een overzicht van alle delictscategorieën van de 1458 incidenten in deze analyse, zoals zedenmisdrijven, openlijk geweld of overvallen.

15

Geografische spreiding politieregistraties Van het totaal van 1320 incidenten, waarbij Top600-personen als verdachte zijn geregistreerd, heeft een ruime meerderheid (88%) een pleeglocatie binnen Amsterdam of één van de Amstelland-gemeenten. Van de overige incidenten (12%) betreft het een pleeglocatie buiten Amsterdam, overwegend in de gemeenten Groningen (12 registraties), Almere en Haarlem (ieder 9 registraties). Van alle Top600personen die in 2019 een registratie als verdachte hadden, woont 70% in Amsterdam en is 18% woonachtig in een instelling in Amsterdam of heeft een postadres in Amsterdam. In figuur 2.6 zijn specifiek de woon- en pleeglocaties weergegeven binnen Amsterdam. Uit deze figuur blijkt dat er een verschil is tussen de locatie van een incident en de woonplaats van de verdachte. Hierbij moet opgemerkt worden dat niet elke registratie van een persoon zowel een incidentlocatie als een woonlocatie bevat. De meeste incidenten worden geregistreerd in stadsdeel Centrum terwijl de meeste geregistreerde personen in stadsdeel Nieuw-West wonen. Veel incidenten spelen zich dus af in het Centrum terwijl hier verhoudingsgewijs niet veel Top600-personen wonen. Figuur 2.6 Registraties naar incidentlocatie en woonlocatiei3 per stadsdeel in 2019 • pleeglocate • woonlocatie Centrum

326

5

Nieuw-West

90

22

42 Noord 1111 .2 Oost

9

67

West Westpoort Zuid Zuidoost

75

3 9 13

81 90

Overigens is het nog niet mogelijk een goede vergelijking te maken tussen de analyses in dit hoofdstuk en landelijke cijfers, met name vanwege het verschil in analysemethoden. In bijlage B6 is een paragraaf opgenomen met het aantal geregistreerde misdrijven in Nederland de afgelopen jaren en de trends binnen de G4. Dit geeft aanvullend een beeld van de criminaliteitscijfers in Nederland. In deze analyse is o.a. te zien dat sinds 2012 er landelijk een dalende trend is van het aantal geregistreerde misdrijven (landelijk: 29% en Amsterdam: 19%). Hetzelfde geldt voor het aantal geregistreerde HIC-delicten (landelijk: 45%; Amsterdam: 32%).

13

De variabele woonlocatie is gebaseerd op de bij het ACVZ bekende woonadressen van Top600-personen

Samenvatting 2.1 Recidive

Voor de huidige Top600 is er in totaal een lichte stijging te zien in de recidivevermindering ten opzichte van 2018 en 2017 (2019: 45%, 2918: 41%, 2017: 35%). Deze toename is vooral terug te zien in een zeer lichte stijging van het gemiddeld aantal gedagvaarde zaken in de twee jaar voor regie. Voor de huidige Top600 is de recidivevermindering voor de HIC-delicten gemiddeld so%. Opvallend is dat er (anders dan voorgaande jaren) voor overvallen geen recidivevermindering te zien is, maar een lichte stijging van 4% (voornamelijk gepleegd in het eerste jaar na in regie name). Dit lijkt te komen doordat Amsterdam qua overvallen een andere (juist stijgende) trend heeft t.o.v. de rest van het land. Voor de huidige Top600 is gemiddeld een recidivevermindering op de DG-delicten te zien van 36%, het gaat hier met name om een afname van geweld- en wapendelicten (respectievelijk 53% en 41%). Voor drugsdelicten is er een lichte afname te zien (4%). -

Voor de uitgestroomde Top600 is de totale recidivevermindering (59%) ongeveer gelijk aan de daling in 2018 en 2017 (respectievelijk: 57% en 56%). Dit geldt ook voor de HIC-delicten (2019 en 2018: 81%, 2017: 82%).

-

De Top600 wordt relatief weinig gedagvaard voor DG-delicten ten opzichte van HICen overige delicten.

-

De hardnekkigen, de 50 personen die sinds de start van de Top600 op de lijst staan, laten geen afwijkend patroon zien in recidive.

2.2 Recidive aan de voorkant: politieregistraties van incidenten -

Top600-personen komen in politieregistraties vooral voor in de rol van verdachte of betrokkenen (bij 98% van de registraties in 2019 was dit het geval).

-

Het gemiddeld aantal registraties per persoon is in 2019 ten opzichte van 2018 gedaald van 6,1 naar 5,2. De meeste incidenten vonden plaats in Amsterdam of in één van de Amstellandgemeenten. Binnen Amsterdam vonden de meeste incidenten plaats in stadsdeel Centrum terwijl de meeste verdachte Top600-personen woonachtig waren in stadsdeel Zuidoost of (Nieuw-)West.

17

3 Bijzondere voorwaarden en reclasseringstoezicht

Binnen de Aanpak Top600 is er veel aandacht voor de zorg die nodig is om een Top600-persoon aan te zetten tot duurzame gedragsverandering. Een belangrijk onderdeel hiervan is de inzet op het verbeteren van het perspectief van Top600-personen. Daar waar nodig en mogelijk worden interventies ingezet vanuit een justitieel kader, zoals het opnemen van gedragsinterventies, begeleiding of behandeling in de bijzondere voorwaarden bij een OM-beschikking, schorsing, toezicht detentiefasering, of toezicht bij een vonnis. Dit justitieel kader biedt zo een 'stok achter de deur' en is daarmee een belangrijk middel bij het voorkomen van recidive. Op verzoek van het Openbaar Ministerie adviseren de drie reclasseringsorganisaties (3R0: Reclassering Inforsa, Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering Nederland) het OM, de rechter en de Dienst Justitiële Inrichtingen over de invulling van deze bijzondere voorwaarden, en houden toezicht op de uitvoering hiervan. In dit hoofdstuk worden de eindvonnissen met bijzondere voorwaarden en de reclasseringstoezichten bij de drie reclasseringsorganisaties weergegeven. Eindvonnissen met bijzondere voorwaarden In 2019 is bij 45% van de eindvonnissen aan Top600-personen bijzondere voorwaarden opgelegd14. Zoals te zien is in figuur 3.1, daalt het percentage opleggingen van bijzondere voorwaarden bij Top600personen in de tweede helft van 2018.

Vanaf de eerste helft van 2019 is er weer sprake van een stijging waarbij het percentage in de tweede helft van 2019 (48%) nagenoeg vergelijkbaar is met 2017 (2017146%; 2017-2: 45%) en de eerste helft van 2018(46%).

Bij Top600-personen worden naar verhouding vaker bijzondere voorwaarden opgelegd dan bij niet Top600-personen. Zo werd in 2019 bij niet Top600-personen in 26% van de gevallen bijzondere voorwaarden opgelegd bij het eindvonnis, dit is 19 procentpunten minder dan bij personen in de Top600 aanpak (45%). Dat er bij Top600-personen (veel) vaker bijzondere voorwaarden worden opgelegd is positief te noemen, omdat de bijzondere voorwaarden een belangrijke stok achter de deur zijn bij het Top600 plan van aanpak.

14 Eindvonnissen waarbij een gevangenisstraf tot 720 dagen is opgelegd. De gevangenisstraf kan onvoorwaardelijk of deels

voorwaardelijk opgelegd zijn.

Figuur 3.1 Percentage Top600-zaken met bijzondere voorwaarden bij eindvonnis

53%

2015-1

so% 42%

41%

2015-2

2016-1

46%

45%

46% 36%

2016-2

2017-1

2017-2

2018-1

2018-2

42%

2019-1

48%

2019-2

Doorlooptijden Top600-zaken Samen met het Openbaar Ministerie, de Rechtbank, het Gerechtshof en het Ressortsparket zijn bij de start van de Aanpak Top600 afspraken gemaakt over de snelheid waarmee Top600hoger beroepzaken op zitting komen. Dit om hoger beroepzaken van Top600-personen binnen zes maanden op zitting te kunnen afdoen. Momenteel kunnen geen concrete cijfers worden geleverd op basis waarvan we kunnen zien of Top600-zaken uiteindelijk sneller worden afgedaan dan reguliere zaken. Vanaf 17 februari 2020 worden, op basis van hernieuwde afspraken, de looptijden gemonitord. In een volgende monitor zullen we daar concreter op terugkomen.

Inzet van reclasseringstoezicht Indien er bijzondere voorwaarden worden opgelegd, zijn voor volwassenen de drie reclasseringsorganisaties verantwoordelijk voor het toezicht op de uitvoering van de voorwaarden. De inzet van reclasseringstoezicht (met of zonder elektronische monitoring) is een belangrijk instrument voor de combinatie van straf en zorg. Het toezicht op bijzondere voorwaarden kan in verschillende vormen plaatsvinden. De belangrijkste is toezicht op voorwaarden bij een (deels) voorwaardelijke straf. Daarnaast houdt de reclassering bijvoorbeeld toezicht op voorwaarden bij een schorsing, het penitentiair programma, een voorwaardelijke invrijheidsstelling of in het kader van een maatregel. In 2019 stonden er gemiddeld 193 Top600-personen onder toezicht van één van de drie reclasseringsorganisaties (3R0). Het valt op dat er in juli een daling van het aantal lopende toezichten zichtbaar is, waarna het in de maanden erop stabiliseert. Indien er sprake is van een verdere daling in 2020, wordt er onderzoek gedaan naar verklaringen hiervoor. Mogelijke verklaringen zijn bijvoorbeeld dat het OM bij aangehouden personen geen advies aan de reclassering heeft gevraagd, de reclasseringsadviseur het niet nodig achtte om bijzondere voorwaarden te adviseren of dat het OM of de rechter het reclasseringsadvies niet nodig achtte.

19

Figuur 3.2 Aantal voltooide, lopende en voortijdig beëindigde toezichten van 3R0 op de Top600-personen in zomg voltooide toezichten —~lopend toezicht

voortijdig negatief beëindigde toezichten , aantal personen op de lijst

50

461

449 45

450

40

400

35

350

30

- 300

25 20

- 217

15 10

213

209

212

212

250

200 173

10 "0-

ii ii ii i 12

12

17

,

jan

feb

,

mrt

.

apr

mei

1i

4 3

.

jun

L Ea jul

In 2019 is het toezicht van 114 Top600-personen positief en van 61 Top600-personen negatief afgesloten. Er is sprake van een positieve afsluiting bijvoorbeeld als een persoon zich aan de bijzondere voorwaarden heeft gehouden of als de toezichtstermijn is afgelopen. Van een negatieve afsluiting is sprake als iemand zich niet aan de bijzondere voorwaarden heeft gehouden en het toezicht na een besluit van de rechter is opgeheven.

178

175

•

•

aug

,

6 6

sep

okt

8 - 100 im6

.1E

• ,

200 - 150

9

8

ii, ,

175 11

8

,

5

176

11

8

7 7

175

nov

- 50

dec

Samenvatting In 2019 stonden er gemiddeld 193 Top600-personen onder toezicht van één van de drie reclasseringsorganisaties (3R0). In juli is er een daling van het aantal lopende toezichten zichtbaar. In 2019 is bij 45% van de eindvonnissen aan Top600-personen bijzondere voorwaarden opgelegd. Na een daling in de tweede helft van 2018 is dit weer terug op het oude niveau. Dit is 19 procentpunt hoger dan bij niet-Top600 personen, die kregen in 26% van de eindvonnissen bijzondere voorwaarden opgelegd.

20

4 Inzet op passende zorg door screening en diagnostiek

4.1 Screening Vanuit de Aanpak Top600 wordt ingezet op het screenen van alle Top600-personen na instroom om inzicht te krijgen in hun problematiek en om daarop aansluitend passende hulpverlening of begeleiding in te kunnen zetten. Voor de Top600 verzorgt de GGD de screening. Tijdens de screening neemt een verpleegkundige, psycholoog en/of psychiater van de GGD een sociaal psychiatrisch interview af. De uitkomsten daarvan worden vervolgens besproken in een breder, stedelijk indicatieoverleg. Het doel daarvan is het in kaart brengen van (mogelijke) psychische problemen en, indien van toepassing, het stellen van een voorlopige diagnose. Ook levert het een bejegeningsadvies op dat de regisseur kan gebruiken bij de bejegening van de Top600-persoon. In 2oig zijn 92 pogingen tot screening gedaan waarvan er 27 succesvol zijn afgerond. In deze periode werden gemiddeld twee personen per maand gescreend. Van de huidige Top600-lijst was eind 2019 56% gescreend. Dit is minder dan eind 2018: toen was 70% van de toenmalige lijst gescreend. Dit valt onder meer te verklaren doordat er in 2019 veel verloop van personeel is geweest binnen het screeningsteam. Inmiddels is het screeningsteam weer compleet. Figuur 4.1 GGD-screeningen, 2019 afgeronde screening

5°

poging tot screening (incl. gelukt) - 600

totaal gescreend van de huidige Top600-lijst ~.totaal aantal Top600-lijst

45 40

- 449

449

449

466 439

439

466

466

461

461

461

35 30

- 500

439 - 400

- 317

317

318 277

25

277

286 286 288 255

20

258

3.6 13

15

- 300

- 200

11

10

7

6

i oz r l

im T1 ri [ a

feb

apr

3

2 I

jan

2

mrt

7

6

mei

4

jun

3

jul

aug

- 100

3I 3I

3 II

19

i 11

7

2

r

sep

okt ' nov

0

dec

21

4.2 Zelfredzaamheid Om Top600-personen te helpen om tot duurzame gedragsverandering te komen, en daarmee hun toekomstperspectief te verbeteren, is zicht nodig op alle leefgebieden van een persoon. Bij de Top600 wordt dat bekeken met behulp van de Zelfredzaamheid-matrix (ZRM)15 die elk halfjaar wordt ingevuld door de regisseur. De ZRM bekijkt hoe zelfredzaam een persoon is op 3.1 leefgebieden (versie 2013) of 13 leefgebieden (versie 2017)16. Op elk leefgebied kan een score van i (acute problematiek) tot en met 5 (volledig zelfredzaam) worden gegeven. Iemand is zelfredzaam op een leefgebied indien de persoon voldoende of volledig zelfredzaam is. Onvoldoende zelfredzaam Acute problematiek of niet zelfredzaam of be serkt zelfredzaam

Zelfredzaam Voldoende zelfredzaam of volledig zelfredzaam

Voor deze monitor is onderzocht wat de huidige zelfredzaamheid is van de Top600-personen op de 11 leefgebieden van de ZRM17. Om een betrouwbaar beeld te geven, zijn enkel de ZRM's in de analyse meegenomen waarvan negen of meer domeinen zijn ingevuld en die zijn ingevuld in de tweede helft van 2019. De ZRM's van 241 Top600-personen voldeden aan deze criteria, dat is 52% van de personen op de huidige Top600-lijst. Top600-personen zijn verreweg het meest zelfredzaam op het leefgebied lichamelijke gezondheid. Negen op de tien onderzochte Top600-personen zijn hier volgens zijn/haar regisseur voldoende of volledig zelfredzaam op, wat in houdt dat het overgrote deel geen medische problemen of chronische ziekte heeft. Daarna zijn Top600-personen het meest zelfredzaam op het gebied van activiteiten dagelijks leven (ADL), 126 personen zijn zelfredzaam op dit leefgebied (52%). De zelfredzaamheid is het laagst op het leefgebied justitie. In totaal zijn 219 personen (91%) van de totale onderzochte groep niet of beperkt zelfredzaam of heeft acute problematiek op dit leefgebied. Na justitie zijn de Top600-personen het minst zelfredzaam op de leefgebieden sociaal netwerk (194 personen) en dagbesteding (193 personen). Vier op de vijf onderzochte Top600-personen heeft geen of een beperkt aantal personen om zich heen die hem/haar steun kunnen geven of hem/haar kunnen helpen zich te ontwikkelen.

Een even grote groep heeft geen opleiding, geen tijdelijk of vast werk, en heeft volgens de regisseur geen hoogwaardige dagbesteding18. Een deel van de personen heeft problemen op het gebied van financiën en van dagbesteding. In samenwerking met WPI is hier een aanvullend onderzoek naar gedaan. Deze analyse is te vinden in bijlage C.

'5 De Zelfredzaamheid-Matrix is een meetinstrument dat is ontwikkeld door GGD Amsterdam en Gemeente Rotterdam om het functioneren van personen op de belangrijkste leefgebieden van het dagelijks leven in kaart te brengen. Op dit moment wordt de 2017-versie nog geïmplementeerd bij de Top600, daarom volgt hieronder een analyse op enkel de 2013-versie. '7 De 11 leefgebieden van de ZRM-2013 zijn: financiën, dagbesteding, huisvesting, huiselijke relaties, geestelijke gezondheid, lichamelijke gezondheid, verslaving, activiteiten dagelijks leven, sociaal netwerk, maatschappelijke participatie en justitie. 18 Met hoogwaardige dagbesteding wordt arbeidstoeleiding bedoeld, zoals opdoen van werkervaring door middel van een stage

of begeleiding. Iemand die op deze manier wordt toegeleid naar arbeid wordt gezien als voldoende zelfredzaam. Er bestaat ook laagdrempelige dagbesteding, dit wordt arbeidsactivering genoemd. Arbeidsactivering focust meer op de ontwikkeling in vaardigheden die een persoon nog heeft om een werk te krijgen en te houden, zoals discipline en op tijd komen. Personen die laagdrempelige dagbesteding hebben worden gezien als beperkt zelfredzaam.

22

Figuur 4.2 Zelfredzaamheid van huidige Top600-personen volgens regisseurs, tweede halfjaar 201919 onbekend

iE acute problematiek

n niet zelfredzaam

beperkt zelfredzaam

ri voldoende zelfredzaam

zi volledig zelfredzaam

250

200 70

63 150

99

100

128

84

100

110

94

5

77 96

50

is 12

12

16

0;09 çc ,,\6èll • sjes>9'cv .‘.e.e\ax..\e5 est k\r‘a ei-Ou •\(e9e \‘.0 • gqda9 steegg `c\05 9ee V-\C`e'

_- -3

\\20

"n9 . \e‘ler‘ c:02, r\etso ex\( d„age‘‘r e*ev 5° •*-tè-e° \ 02't5c J jes\?••‘

\\ 30e

Samenvatting In 2019 zijn 92 pogingen tot screening door de GGD gedaan waarvan er 27 succesvol zijn afgerond. Van de huidige Top600-lijst was eind 2019 56% gescreend. Eind 2018 was dat 7o%. De Top600-personen waren in het tweede halfjaar van 2019 het meest zelfredzaam op de leefgebieden lichamelijke gezondheid en activiteiten dagelijks leven. (Meer dan) vier op de vijf onderzochte Top600-personen komt regelmatig in aanraking met de politie, heeft geen of een beperkt steunend sociaal netwerk en heeft geen (hoogwaardige toeleiding) naar werk of opleiding.

Voor de overzichtelijkheid van het figuur is gekozen om getallen onder de io niet visueel weer te geven. 23

5 Opleiding, werk en inkomen

Een belangrijk middel om te voorkomen dat iemand (verder) afglijdt in de criminaliteit is het bieden van maatschappelijk perspectief. Om het perspectief van Top600-personen te verbeteren, wordt actief ingezet op het verkrijgen van een startkwalificatie, een geschikte dagbesteding en inkomen vanuit het idee dat personen die in bezit zijn van deze zaken minder snel in aanraking zullen komen met de politie of ander problematisch gedrag zullen vertonen. Voor een aantal leerlingen uit het praktijkonderwijs en het speciaal voortgezet onderwijs is het overigens niet haalbaar om uiteindelijk een startkwalificatie te behalen, hetzij omdat ze cognitief het opleidingsniveau niet aan kunnen, hetzij omdat ze dusdanige problemen hebben dat dit een succesvolle schoolcarrière belemmert. Als een startkwalificatie niet haalbaar is, richt de aanpak zich op het verkrijgen van werknemersvaardigheden en eventueel het halen van deelcertificaten zodat de jongeren de beste kansen hebben op een (al dan niet beschermde) plek op de arbeidsmarkt. Een goede samenwerking door de betrokken partners is een belangrijke succesfactor voor de begeleiding naar werk of dagbesteding. Op deze gebieden werken de afdeling Werk, Participatie en Inkomen (WPI) en Onderwijs en Leerplicht (OLP) samen aan een sluitende aanpak voor personen in de Top600-aanpak, zodat iemand te allen tijde in beeld is.

In dit hoofdstuk wordt een beeld gegeven van de inzet van Leerplicht en WPI voor de Top600.

5.1 Inzet Topi000-leerplichtteam Het Topi000-leerplichtteam is verantwoordelijk voor het volgen van de schoolgang van Top600jongeren tot 18 jaar. Binnen de Top600-aanpak is de leerplichtambtenaar een belangrijke partner in het netwerk dat preventief samenwerkt om schoolverzuim en voortijdig schooluitval te voorkomen. De schoolgang van Top600-jongeren wordt intensief door het Leerplichtteam gemonitord. Bij zorgen over verzuim, probleemgedrag op school of tegenvallende schoolprestaties, wordt gezocht naar een maatwerkoplossing in overleg met de regisseur en overige betrokken partners. In geval van aanhoudend ongeoorloofd verzuim kan worden besloten tot het opmaken van proces-verbaal. Dit met het doel om waar mogelijk jongeren weer naar school te krijgen. Gemiddeld genomen20 ging het in 2019 met 39% van de leerplichtigen die ingeschreven stonden goed (geen verzuim) en met 24% niet goed (regelmatig verzuim) op school. Verder zat al% in detentie en volgde binnen onderwijs, 8% zat in detentie maar volgde binnen geen onderwijs, had 14% een vrijstelling of volgde een traject, was 4% buiten beeld21. In bijlage D is per peilmoment een weergave van de verschillende situaties op school bij de leerplichtige Top600-personen.

2 ° Dit is een gemiddelde van het gemiddelde per peilmoment. Er waren drie peilmomenten, te weten: 1januari 2019, lid 2019 en 31 december 2019. " Deze personen zaten in het buitenland of waren een buitenleerling waar geen zicht meer op was.

5.2 Toeleiding naar werk of opleiding Voor de personen in de Top600 en Top400 is er het speciaal daartoe ingerichte Interventieteam van Werk, Participatie en Inkomen (WPI), dat zich bezighoudt met werk, inkomen, dagbesteding en schulden. Eind 2019 heeft WPI 297 (ex-)Top600-personen actief in begeleiding, waarvan 265 personen van de huidige Top600-lijst (58%). Dit is vergelijkbaar met het gemiddelde van 2019: 297 (ex-)Top600-personen actief in begeleiding, waarvan 258 personen van de huidige Top600-lijst. Na een daling van het aantal Top600-personen in begeleiding in juli is tot het einde van 2019 weer een stijgende trend waarneembaar (zie figuur 5.1). De daling in juli valt te verklaren door de uitstroom van Top600-personen in april waarbij een groot deel van de caseload van WPI was uitgestroomd. Er kan besloten worden om de begeleiding van WPI drie maanden na uitstroom te continueren, daardoor is in juli de daling pas zichtbaar. Een groot deel van deze uitgestroomde personen blijft ook na deze periode nog in begeleiding bij WPI, maar niet meer met het kenmerk Top600. In totaal zijn er in 2019 37 (30%) begeleidingstrajecten positief, 12 (3.0%) begeleidingstrajecten negatief en 73 (6o%) begeleidingstrajecten neutraal afgesloten. In 2018 waren er 49 (30%) begeleidingstrajecten positief, 32 (19%) begeleidingstrajecten negatief en 84 (51%) begeleidingstrajecten neutraal afgerond.

Een positief afgerond begeleidingstraject betekent dat een persoon naar school of werk wordt begeleid. Indien een persoon niet meewerkt of geen inlichtingen verstrekt, vindt een negatief afgerond begeleidingstraject plaats en een neutraal afgerond begeleidingstraject vindt plaats in geval van detentie, verhuizing naar een andere gemeente of overlijden. Figuur 5.1 Aantal Top600-personen in begeleiding bij WPI totale caseload (incl. ex-top600-personen)

294

293

298

• caseload huidige lijst

[297

290

Jul

aug

298

260

jan

feb

mrt

apr

mei

jun

sep

okt

nov

dec

5.3 Sluitende aanpak OLP en WPI In deze paragraaf volgt een beeld van de inzet van WPI en Leerplicht voor de Top600, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen leerplichtigen onder de 18 jaar, de bovenleerplichtigen in de leeftijdscategorie 18 tot 23 jaar en de leeftijdscategorie 23 jaar en ouder. Onderwijs en Leerplicht (OLP) is verantwoordelijk voor leerplichtige en kwalificatieplichtige jongeren2223. OLP kan in sommige gevallen

" De leerplicht bestaat uit 2 onderdelen: 1) volledig leerplicht (tot en met het schooljaar waarin een jongere i6 jaar wordt) en 2) kwalificatieplicht (van 16-18 jaar). Dit laatste betekent dat een jongere naar school moet gaan totdat hij of zij een startkwalificatie heeft behaald. Een startkwalificatie: (minimaal) een havo, vwo of mbo (niveau 2 of hoger) diploma. 25

ook WPI inschakelen als een jongere nog leerplichtig of kwalificatieplichtig is om bijvoorbeeld schooluitval te voorkomen of een jongere te begeleiden naar een andere vorm van dagbesteding. Indien jongeren uitvallen en geen startkwalificatie hebben, vallen ze onder verantwoordelijkheid van WPI. In het kader van de RMC-plicht (RMC staat voor Regionaal Meld- en Coördinatiepunt) worden deze jongeren alsnog gestimuleerd en begeleid om een startkwalificatie te behalen of begeleid richting werk. Figuur 5.2 Personen van 26 tot 28 jaar (n=22)

m6 tot 18 jaar Zoals in figuur 5.2 te zien is, gaan 20 van de 22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9560585/1