A - 68A Ruimtelijke Ordening (30) 2. Uitvoeringsagenda Omgevingsvisie Amsterd
Tekst van het document
Uitvoeringsagenda Omgevingsvisie 2050 14 december 2021
Introductie Op 8 juli 2021 heeft Amsterdam de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 vastgesteld als kaderstellend product voor ontwikkeling van de fysieke leefomgeving in de stad. De Omgevingsvisie schetst de contouren waarbinnen de stad zich verder kan ontwikkelen en biedt tegelijkertijd ruimte aan Amsterdammers om de stad verder vorm te geven. Met de agenda Samen Stadmaken nodigt de gemeente bewoners, bezoekers, bedrijven, instellingen, buurgemeenten en andere overheden uit om gezamenlijk de stad verder te brengen. De omgevingsvisie geeft aan hoe Amsterdam om wil gaan met de grote opgaven van deze tijd: de woningmarkt, klimaatverandering en toenemende ongelijkheid bijvoorbeeld. De afgelopen jaren zagen we de druk op de stad toenemen. In de openbare ruimte en ondergrond begint het op veel plaatsen te knellen. Het wordt steeds lastiger plekken te vinden voor bedrijfsruimte en voor de stad noodzakelijke functies in bijvoorbeeld de afvalverwerking, logistiek en energievoorziening. De strategische keuzes uit de omgevingsvisie geven richting in dit soort dilemma’s maar vragen ook nog meer ruimte in de stad en aanpassingsvermogen van Amsterdammers als er weer een straat openligt. Daarnaast zien we een steeds grotere druk op de financierbaarheid van investeringen in de stad. Inkomsten blijven achter bij toenemende investeringsvraag voor onderhoud en groei van de stad.
Meer regie op het gebruik van de ruimte, middelen en coördinatie van het werk in de stad is nodig. Hoe de stad zich daadwerkelijk zal ontwikkelen is door middel van beleid en
2
projecten te beïnvloeden maar van veel diverse en externe factoren afhankelijk. Daarom is de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 een visie op hoofdlijnen die ruimte biedt om in te spelen op veranderende omstandigheden en nieuwe ontwikkelingen in technologie en maatschappij.
Uitvoeringsagenda Met deze Uitvoeringsagenda geeft Amsterdam aan hoe ze voor de korte termijn verder invulling wil geven aan de in de omgevingsvisie genoemde ambities. Hiertoe worden uitwerkingsopgaven benoemd die de vijf strategische keuzes uit de omgevingsvisie verder concretiseren. Met de uitvoeringsagenda wordt eveneens een verbinding gelegd met de ontwikkelingen, projecten en programma’s over de gemeentegrens heen, zoals in de agglomeratie, in de Metropoolregio Amsterdam (MRA) en met het Rijk. Voor de gemeente Weesp is de afgelopen periode ook een Omgevingsvisie opgesteld. Vooruitlopend op de fusie van 24 maart 2022 wordt Weesp, waar relevant, ook meegenomen in de uitwerkingen (zie kader). Zo biedt de uitvoeringsagenda overzicht.
Kader: Omgevingsvisie Weesp Op 14-10-2021 is de Omgevingsvisie Weesp vastgesteld. Na de bestuurlijke fusie op 24 maart 2022 ontstaat daarmee een situatie met twee Omgevingsvisies voor verschillende delen van Amsterdam. Bij het eerste moment van herijking worden de visies samengevoegd. Vooruitlopend hierop wordt, waar relevant, ook Weesp bij de uitwerkingsopgaven uit deze Uitvoeringsagenda betrokken. Daar waar dit juridisch noodzakelijk is, is dit expliciet benoemd. Bij uitwerkingsopgaven dient rekening gehouden te worden met dat vraagstukken in Weesp een vergelijkbare structuur hebben maar een andere dynamiek en andere schaalgrootte kennen dan in Amsterdam. De meeste uitwerkingsopgaven uit de omgevingsvisie Weesp kunnen worden betrokken worden bij de uitwerkingsopgaven van de omgevingsvisie Amsterdam die in deze uitvoeringsagenda zijn genoemd. Aanvullend zijn er voor Weesp nog vier uitwerkingsopgaven benoemd: 1. Onderzoek voorzieningen in relatie tot groei aantal inwoners 2. Omgevingsvisiekwaliteiten Weesp identificeren, herwaarderen en versterken 3. Onderzoek aanpassing welstandsbeleid Weesp 4. Problematiek veenweidegebied
3
De lijst van uitwerkingsopgaven vindt zijn oorsprong in de omgevingsvisie en de gesprekken die bij het opstellen van de visie zijn gevoerd. Veel van de uitwerkingsopgaven zijn aangedragen door bewoners en partners uit de stad. Dit geldt voor de verdere uitwerking van het samen stadmaken maar ook voor onderwerpen als betaalbare bedrijfsruimte, kenniskwartieren en vergroening. De Uitvoeringsagenda bouwt voort op bestaande coalities maar is ook een oproep aan nieuwe partijen om zich hierbij aan te sluiten. Zo nodigt de Uitvoeringsagenda uit. In het werken aan de stad zijn we begrensd door de beschikbare financiële middelen en ambtelijke capaciteit. We kunnen niet alle opgaven direct oppakken. Dat is ook geen noodzaak, de omgevingsvisie kent een planhorizon van 30 jaar. Daarom brengt de Uitvoeringsagenda een fasering aan voor de komende vijf jaar. In concrete projecten en verkenningen zijn we het afgelopen halfjaar begonnen met het verder invulling geven aan de omgevingsvisie. Voor een aantal andere vormt deze Uitvoeringsagenda het startpunt. Daarnaast schetst het de mogelijkheden om aan specifieke onderdelen verder te werken. Daarmee geeft dit document ook keuzeopties voor de nieuwe bestuursperiode. Zo helpt de Uitvoeringsagenda keuzes maken.
programma’s en projecten in de fysieke leefomgeving. De nieuwe sturingsfilosofie sluit aan op maatschappelijke ontwikkelingen en past in de geest van de omgevingswet. Samen stadmaken wordt het uitgangspunt. De samenwerking met verschillende partijen en het mede-eigenaarschap over de toekomst van de buurt, stad en regio, staat centraal. De gemeente wil meer richting geven op hoofdlijnen, met een transparante beleidscyclus en meer ruimte bieden aan samenwerking en maatschappelijk initiatief. Die transparante beleidscyclus maakt het mogelijk de samenhang tussen beleidsontwikkeling, beleidsdoorwerking, uitvoering en terugkoppeling te verbeteren. En ook om de samenhang tussen thematisch beleid, programma’s en gebiedsgerichte afwegingen en programma’s te verbeteren.
Sturingsfilosofie
De omgevingsvisie geeft uiting aan die sturingsfilosofie door samen stadmaken als strategische keuze te benoemen en richting te geven op hoofdlijnen. Die richting krijgt vorm in onder andere de vijf strategische keuzes en een ruimtelijk vertaling daarvan in de ruimtelijk programmatische hoofdstructuur. Tegelijkertijd biedt die ruimtelijk programmatische hoofdstructuur juist ook veel ruimte voor nadere invulling. De agenda samen stadmaken laat zien hoe samenwerking tussen gemeente en samenleving verbeterd kan worden en hoe maatschappelijk initiatief beter ondersteund kan worden.
De Omgevingsvisie Amsterdam 2050 geeft de basis voor een nieuwe sturingsfilosofie voor de gemeente als het gaat om beleid,
Met de Uitvoeringsagenda wordt deze sturingsfilosofie verder uitgewerkt door transparant te zijn over hoe de vijf strategische keuzes worden uitgewerkt
4
met aanknopingspunten voor huidige en nieuwe Amsterdammers, maatschappelijke organisaties en investerende partijen. In de uitwerking van de vijfde strategische keuze ‘Samen stadmaken’ klinkt de nieuwe sturingsfilosofie het meeste door. Aan deze paragraaf is actief door Amsterdamse stadmakers meegewerkt. Maar ook de bij de ander strategische keuzes opgenomen uitwerkingsopgaven zijn het resultaat van de gesprekken die in het kader van de omgevingsvisie en tijdens het opstellen van de uitvoeringsagenda zijn gevoerd. De sturingsfilosofie vraagt een zekere discipline als het gaat om nieuw beleid en nieuwe programma’s. Noodzakelijke vernieuwing van beleid betekent niet automatisch uitbreiding van het beleid. Het kan juist ook betekenen dat we er op punten voor kiezen meer ruimte te bieden voor invulling vanuit de stad door zaken open te laten.
5
Kader: Producten in de beleidscyclus
In deze Uitvoeringsagenda wordt bewust de brede term “uitwerkingsopgave” Kader: Producten de beleidscyclus kan op verschillende abstractieniveaus invulling gehanteerd. Dein “uitwerking” In deze Uitvoeringsagenda wordt bewust de brede termtot “uitwerkingsopgave” gehanteerd. De In krijgen, van nadere verkenning van een thema concrete projectvoorstellen. kan oporganisatie verschillende gebruiken abstractieniveaus invulling krijgen, van nadere verkenning de“uitwerking” gemeentelijke we hier diverse benamingen voor: visie, van een thema tot concrete projectvoorstellen. In de gemeentelijke organisatie gebruiken we kader, uitwerking, strategisch plan, (actie)programma, etc. diverse benamingen voor: visie, kader, uitwerking, strategisch plan, (actie)programma, Dehier Uitvoeringsagenda probeert hier zoveel mogelijk eenduidigheid in aan te etc. brengen langs de lijnen van de beleidscyclus waarbij elke stap van de cyclus een De Uitvoeringsagenda probeert hier zoveel mogelijk eenduidigheid in aan te brengen langs de verder concretisering betekent. In de tabel hieronder worden de verschillende lijnen van de beleidscyclus waarbij elke stap van de cyclus een verder concretisering betekent. producten geduid aan de hand van de stappen in de beleidscyclus. In de tabel hieronder worden de verschillende producten geduid aan de hand van de stappen in de beleidscyclus.
Fase beleidscyclus Beleidsontwikkeling
Beleidsdoorwerking
Beleidsrealisatie Terugkoppeling
6
Type product Verkenning
Gericht op Duiden van een trend, ontwikkeling of opgave en agenderen van vervolgstappen Visie Gericht op vanuit ambities plaatsen van stip op de horizon voor een thema of gebied Beleidskader/-nota Formuleren van ambities en (of vernieuwing of harde uitgangspunten voor actualisatie daarvan) thema of gebied Programma Vertaling van beleidsambities naar concreet handelingsperspectief Omgevingsprogramma Vertaling van beleidsambities naar concreet handelingsperspectief zoals bedoeld met het niet verplichte programma uit de Omgevingswet. Strategisch plan/kader Voorstel voor concrete maatregelen om beleidsdoelen te bereiken De Uitvoeringsagenda bevat geen concrete voorstellen voor het realiseren van projecten Monitoring Registratie van inspanningen en/of doelbereik
1 Concretisering van de vijf strategische keuzes
Er wordt al hard gewerkt aan de toekomst van de stad. Toch is er in het licht van de omgevingsvisie op een aantal punten meer nodig. De belangrijkste accentverschuivingen ten opzichte van haar voorganger, de Structuurvisie, zijn in de omgevingsvisie samengevat in vijf strategische keuzes. De geagendeerde beleidsuitwerkingen en verkenningen zijn langs deze vijf lijnen gestructureerd. In werkelijkheid is de indeling dynamischer en dragen uitwerkingen vaak aan meerdere keuzes bij. Een overzicht van deze bredere raakvlakken per uitwerkingsopgave is te vinden in bijlagen 1. Met een aantal van deze uitwerkingen is parallel aan het opstellen en de besluitvorming van de omgevingsvisie al een begin gemaakt. Voor een aantal andere trajecten vormt de Uitvoeringsagenda het startpunt. De strategische keuzes worden hieronder inhoudelijk nader toegelicht. Daarbij wordt benoemd hoe hier vanuit ruimtelijk beleid reeds invulling aan wordt gegeven. Met een groot deel van de in de omgevingsvisie benoemde uitwerkingsopgaven is de afgelopen periode vanuit verschillende organisatieonderdelen een start gemaakt. Deze staan in de Uitvoeringsagenda benoemd als “lopend”. In aanvulling daarop stelt de Uitvoeringsagenda voor een aantal uitwerkingen op korte termijn te starten. Voor een aantal uitwerkingsopgaven stelt de Uitvoeringsagenda voor om deze op een later moment op te pakken.
Voor veel van de lopende of te starten trajecten geldt dat deze noodzakelijk zijn
om het sectorale beleid in lijn te brengen met de omgevingsvisie en straks met de Omgevingswet. Dit geldt voor diverse beleidsactualisaties bijvoorbeeld op het gebied van de hoofdgroenstructuur, externe veiligheid of hoogbouw. Deze basis moet zo snel mogelijk op orde gebracht. Voor een aantal andere lopende of te starten uitwerkingen geldt dat deze door partners in de stad benoemd zijn als cruciale opgaven. Bijvoorbeeld om richting te kunnen geven in complexe vraagstukken ten aanzien van inpassing van functies en de ordening van de ondergrond. Of om perspectief te bieden op nieuwe ontwikkelmogelijkheden in stationskwartieren of innovatiedistricten. Zo brengt de uitvoeringsagenda een nadere prioritering in de in de Omgevingsvisie benoemde uitwerkingsopgaven. Daarbij is het belangrijk te beseffen dat de capaciteit om opgaven op te pakken beperkt is en dat het de invulling van bepaalde opgaven afhankelijk is van keuzes die hierover in een nieuwe bestuursperiode worden gemaakt.
Groeien binnen grenzen Met de keuze groeien binnen grenzen zet Amsterdam in op het verder verdichten van het bestaand stedelijk gebied door de ontwikkeling van complete, duurzame wijken. De omgevingsvisie voorziet in ruimte voor de toevoeging van 150.000 nieuwe woningen en 200.000 arbeidsplaatsen binnen bestaand stedelijk gebied. Dit betekent verdichting van bestaande buurten en transformatie van plekken die nu voor bedrijvigheid of infrastructuur worden gebruikt. Ook in de
7
Metropoolregio wordt ingezet op verdere verdichting tot compacte steden met een zwaartepunt van ontwikkeling rondom knooppunten. Parallel aan deze groei willen we de ecologische voetafdruk beperken. Compacte stedelijke ontwikkeling biedt daarvoor een goed uitgangspunt maar betekent wel dat een aantal veranderingen in het gebruik van de stad noodzakelijk zijn: minder afhankelijkheid van fossiele brandstoffen en een efficiënter gebruik van grondstoffen bijvoorbeeld. De ontwikkeling van de stad mag de ontwikkeling van haar inwoners niet beperken: in hun opleiding of carrière, op de woningmarkt en in sociaal opzicht. Niet alleen moet de stad kunnen groeien, haar inwoners moeten kunnen meegroeien. Complete stadsontwikkeling biedt hiervoor de basis. Het verbeteren van kansengelijkheid in de stad is hierbij het uitgangspunt. Juist in de delen van de stad waar het minder gaat moeten we de mogelijkheden voor Amsterdammers om zich te ontplooien versterken. Huidige Inzet De voorraad aan lopende plannen biedt een gunstig vertrekpunt voor de groei van de stad en de toevoeging van 150.000 woningen tot 2050. Het tempo waarin en de locaties waarop hieraan invulling wordt gegeven kan worden uitgewerkt in het Integraal Stedelijk Programmeren (zie Hoofdstuk 2). Momenteel richt de gemeente zich op het in aanbouw nemen van 7.500 woningen per jaar.
Gevolg van deze ontwikkelportefeuille is dat veel bedrijventerreinen de
8
komende jaren worden getransformeerd waardoor ruimte voor bedrijvigheid in de stad onder druk komt te staan. Daartoe lopen in gezamenlijkheid met ondernemers en belangenverenigingen als de ORAM en VEBAN verkenningen voor de mogelijkheden om ruimte voor bedrijvigheid te behouden in de nieuw te ontwikkelen wijken en voor intensivering van te behouden bedrijventerreinen. Op het hogere schaalniveau van de Metropoolregio Amsterdam kijken Amsterdam en de samenwerkingspartners naar een evenwichtige ontwikkeling van bedrijventerreinen. Voor hoogbouw ziet de omgevingsvisie mogelijkheden op goed bereikbare plekken, terwijl zorgvuldig wordt omgegaan met beschermde stadsgezichten. De huidige Hoogbouwvisie volstaat niet meer om te sturen op de huidige ontwikkeling van de stad, onder andere in het kader van de nieuwe manier van toetsen en adviseren. Daarom wordt het hoogbouwbeleid vernieuwd. De duurzaamheidsdoelstellingen van de stad zijn vastgelegd in de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal, de Transitievisie Warmte, Amsterdam Circulair, de Strategie Klimaatadaptatie en de Regionale Energiestrategie . Met de acties volgende uit de geformuleerde doelstellingen gaat Amsterdam onverminderd door. Deze zullen de komende jaren van grote invloed zijn op de ontwikkeling van de stad.
De Gemeentelijke Visie Haven 2020-2040 vormt een goede basis waarbinnen de ambities voor het Havengebied op het gebied van circulariteit en duurzaamheid verder
invulling krijgen. Hierin wordt nadrukkelijk de samenwerking en afstemming gezocht met het duurzaamheidsprogramma en de Verstedelijkingsstrategie van de Metropoolregio, waar de afstemming plaatsvindt tussen rijk en regio over de energietransitie. Ook zijn, parallel aan het opstellen van de omgevingsvisie, stappen gezet in het borgen van complete stedelijke ontwikkeling. Met onder andere de Referentienormen Maatschappelijke Voorzieningen, Groen en Spelen, het Programma Vrije Ruimte, de Nachtvisie Amsterdam en de Bestuursopdracht Erfgoed, Plan van aanpak Ontwikkelbuurten, Masterplan Zuidoost en Masterplan Nieuw West wordt zorggedragen voor complete buurtontwikkeling. Daarbij geven de buurttyperingen uit de omgevingsvisie aanleiding de Referentienormen Maatschappelijke Voorzieningen, Spelen en Groen te actualiseren. De in de ruimtelijke hoofdstructuur omschreven stadsstraten en –lanen bieden een integraal netwerk van openbare ruimte routes die deze buurten samenhangend aan elkaar rijgt. Deze ambities worden weerspiegeld op regionaal niveau waar de Verstedelijkingsstrategie eveneens de ambitie heeft om tot een evenwichtigere ontwikkeling van voorzieningen en werkgelegenheid in een meerkernige en diverse Metropoolregio Amsterdam. Wel constateren we dat bewoners van bepaalde wijken in de stad nog altijd minder kansen hebben dan bewoners van andere delen van de stad. Met een verdere
uitwerking van ruimte voor kansengelijkheid komen we tot concrete maatregelen om vanuit ruimtelijke ontwikkeling bij te dragen aan kansengelijkheid en om te gaan met onevenredig verdeelde negatieve effecten ervan, voor specifieke groepen of gebieden. Sinds 2020 bestaat de aanpak Amsterdam Vitaal en Gezond 2040, het samenwerkingsverband van Zilveren Kruis, Sigra, Cliëntenbelang en Gemeente met de ambitie om in 2040 elke Amsterdammer 10 gezonde levensjaren extra te geven. De toegankelijkheid van de stad en de mogelijkheid voor een wooncarrière zijn de afgelopen periode afgenomen, de roltrapregio Amsterdam hapert hierdoor. Dit vergt continu aandacht voor een eerlijke verdeling van de woonruimte in Amsterdam. De Amsterdamse ambitie richt zich daarnaast op duurzaam, van goede kwaliteit én betaalbaar. Deze ambitie is momenteel vastgelegd in de Woonagenda 2025 en de Huisvestingsverordening. De huidige staat van de woningmarkt vraagt om een vernieuwing van het onderliggende woonbeleid met aandacht voor specifieke doelgroepen en woonruimteverdeling. Speciale aandacht hierbij vraagt het onderwerp wonen en zorg. Het groeien binnen grenzen brengt dillema’s met zich mee ten aanzien van optimaal gebruik van de schaarse ruimte (zie H2 Samenhangende stedelijke ontwikkeling). De optelsom van ruimteclaims is groter dan de beschikbare en te transformeren ruimte.
Daarom moet worden gezocht naar optimalisaties en synergie en samenhang. Dit geldt specifiek voor de ondergrond en het gebruik van de daken in de stad. Ook
9
de druk op het water neemt toe, met name vanuit recreatie en logistiek. Lopend • Verkenning naar mogelijkheden voor intensivering bedrijventerreinen. In gezamenlijkheid met ondernemers en belangenverenigingen concretisering van de mogelijkheden voor intensivering van voor de stad te behouden bedrijventerreinen, onder andere in afstemming met het regionale programma PLABEKA (Platform bedrijven en kantoren) en Novi Noordzeekanaalgebied. • Vernieuwing hoogbouwbeleid: Vernieuwing van het bestaande hoogbouwbeleid uit de Structuurvisie Amsterdam 2040, met een nadere bepaling van de mogelijkheden, locaties en voorwaarden voor hoogbouw. • Integraal dakenplan. Een integraal dakenplan voor de bestaande stad, met ruimte voor groene en blauwe daken en gebruik ten behoeve van duurzame energievoorziening. Met het dakenplan wordt invulling gegeven aan de motie 613.21. Een aanpak om te komen tot het dakenplan wordt in Q1 2022 aan de gemeenteraad voorgelegd. • Bestuursopdracht Erfgoed. Erfgoed gebruiken bij de groei van de stad om de stad nieuwe betekenisvolle plekken te geven, mooi te laten groeien en om zorgvuldig om te springen met erfgoed. De afwegingen van de verschillende belangen en ambitie, waaronder erfgoed tijdig, transparant en expliciet maken. • Omgevingsprogramma riolering. Een uitvoeringsgericht beleidskader voor de uitvoering van gemeentelijke watertaken
10
•
rond stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater als opvolger van het Gemeentelijk Rioleringsplan Uitvoeringsprogramma Drinkwater. In het verlengde van de toekomstvisie drinkwater wordt een uitvoeringsprogramma drinkwater opgesteld.
Nu starten • Actualisatie Referentienormen Maatschappelijke Voorzieningen, Groen en Spelen. De omgevingsvisie gaat uit van vier buurttypen waar de basis voor de referentienormen ligt in een onderverdeling in drie stedelijke milieus. Dit is aanleiding de referentienormen maatschappelijke voorzieningen en groen uit 2018 in lijn te brengen met de buurttypen uit de omgevingsvisie. Daarnaast liggen er kansen om op buurtniveau nadrukkelijker de verbinding te leggen tussen de normen voor sport en spelen in de openbare ruimte en de rigoureuze vergroeningsopgave van de stad. • Uitwerking ruimte voor kansengelijkheid. Hiertoe wordt een handreiking opgesteld die zich richt op hoe bij maatregelen in de fysieke leefomgeving rekening kan worden gehouden met condities die kansenongelijkheid tegengaan. De handreiking stellen we op vanuit bestaande kennis en inzichten vanuit de onderzoeken van onder andere het Kenniscentrum Ongelijkheid. De uitwerking vindt plaats in samenwerking met een netwerk van kennisinstellingen en sociale en fysieke partners in de
•
•
•
stad waarvoor in het kader van de Uitvoeringsagenda de basis is gelegd. Het thema kansengelijkheid wordt op regionaal niveau nader uitgewerkt in de verstedelijkingsstrategie MRA. Omgevingsprogramma Duurzame energie. Gericht op de ruimtelijke inpassing van duurzame energiebronnen en transformatie en opbouw van energie infrastructuren, zoals elektriciteits- en warmte-infrastructuur, maar ook infrastructuren die nodig zijn voor de verduurzaming van de haven & industrie en uitstootvrije mobiliteit. In het programma is ook aandacht voor het borgen van de ruimtelijke randvoorwaarden die nodig zijn voor het behalen van de duurzaamheidsdoelstellingen. Het programma kijkt zowel naar de inpassing in de onder- als bovengrond. Dit programma staat in nadrukkelijke relatie met het omgevingsprogramma Ondergrond, de Transitievisie Warmte en de Regionale EnergieStrategie (RES). Actualisatie beleid Omgevingsveiligheid Havengebied. Actualisatie van het verouderde beleid ten aanzien van externe veiligheid voor het havengebied, vooruitlopend op inwerkingtreding Omgevingswet om ontwikkelingen in en rond het havengebied niet te belemmeren. Omgevingsprogramma ondergrond: Een afwegingsproces/kader dat het mogelijk maakt om te sturen en te toetsen op de inpassing van alle benodigde functies in de ondergrond vanuit integraal perspectief: 1) 3D-ordening, dus ondergrond in relatie met de
•
•
bovengrond 2) alle functies/thema’s, zoals kabels en leidingen voor warmte en (duurzame) energie, maar ook fietsenstallingen, kelders en tunnels en 3) gehele keten van ontwerp – planvorming - realisatie – beheer en onderhoud. Hierbij is nadrukkelijk aandacht voor de doorwerking van dit kader richting Omgevingsplan. Middels een verkenning wordt uitgezocht in hoeverre een omgevingsprogramma ondergrond toegevoegde waarde heeft ten opzichte van alle al lopende processen rondom het thema ondergrond Actualisatie Woonagenda 2025: actualisatie van de Woonagenda 2025 en voorbereiden gemeentelijke inzet voor nieuwe prestatieafspraken tussen gemeente, AFWC en FAH. Dit gekoppeld aan strategische keuzes in de omgevingsvisie, Omgevingswet en veranderend rijksbeleid. Woon-zorgvisie: een visie op het mogelijk maken van woonzorgcombinaties in de toekomst en wat daarvoor nodig is. De visie draagt bij aan samenhang tussen de initiatieven die voor specifieke doelgroepen zijn of worden ontwikkeld en geeft vandaaruit sturing aan de manier waarop de gemeente wonen en zorg wil invullen. Vanuit de Coalitie Groei van de Stad worden bouwstenen ontwikkeld voor wijken waar wonen, welzijn en zorg gecombineerd kunnen worden welke kunnen dienen als vertrekpunt voor het ontwikkelen van beleid.
11
Later • Watervisie: Een uitwerking van de Watervisie Amsterdam 2040 gericht op een aantal opgaven, die raakvlak hebben met de ruimtelijke opgaven uit de omgevingsvisie. Voorbeelden zijn de uitwerking van (meer legale) zwemmogelijkheden in de stad en de zoektocht naar meer tijdelijke ligplaatsen voor woonboten die nodig zijn voor de uitvoering van het programma bruggen en kademuren.Vanwege de inhoudelijke relaties met de herijking van de Nota Varen wordt de planning van beide trajecten op elkaar afgestemd. • Uitwerking stadsstraten en wijkcentra. In eerste instantie wordt binnen ruimtelijke ontwikkelingsprojecten invulling gegeven aan de opgave stadsstraten en wijkcentra verder te ontwikkelen. Op termijn blijkt of hier behoefte is aan een stedelijke regie, gericht op het verder uitwerken van de ruimtelijke hoofdstructuur in relatie tot stedelijk voorzieningenen detailhandelsprogramma en het doortrekken deze structuur van langere openbare ruimte routes richting de agglomeratie. • Verkenning naar een Geurbeleidskader: Verkenning naar een nieuw beleidskader gericht op het terugdringen van geuroverlast met gebiedsspecifieke basisnormen voor geuroverlast, die sturing en handhaving mogelijk maken.
Het geurbeleidskader vormt een aanvulling op het Programma Luchtkwaliteit dat zich richt op het behalen van de gezondheidskundige advieswaarden van de WHO voor luchtkwaliteit en niet op overlast door geur. De Omgevingsdienst (OD) is de
12
•
handhavende instantie van verleende vergunningen en de daarin opgenomen voorschriften en werkt vaak samen met stadsdelen bij afhandeling van geurklachten. De OD wil graag toewerken naar een uniform geurbeleid voor de gehele regio. Er lopen discussies over de vraag of en in hoeverre de OD beleidsrijke taken (zoals het formuleren van regionaal geurbeleid) kan en mag combineren met handhavende werkzaamheden. Actualisatie Beleid omgevingsveiligheid. Omdat de regelgeving betreffende externe veiligheid onder de Omgevingswet verandert (er is geen sprake van een beleidsneutrale overgang) zal het externe veiligheidsbeleid hierop moeten worden aangepast. Er wordt gekozen om twee documenten – één voor het havenindustriegebied (zie onder nu starten) en één voor de rest van de stad - op te stellen. In Westpoort zijn namelijk veel risicovolle bedrijven aanwezig en juist weinig kwetsbare functies zoals wonen. Actualisatie van het beleid dient vanwege de wijziging in de wet ook zo spoedig mogelijk plaats te vinden na inwerkingtreding van de Omgevingswet. Dit is tevens aanleiding te kijken of nieuwe inzichten uit bijvoorbeeld de energietransitie en opslag, transport en verwerking van gevaarlijke stoffen aanleiding geven tot vernieuwing en verbreding van het beleid voor een veilige fysieke leefomgeving. Tevens wordt het beleid op externe veiligheid vanuit Weesp geharmoniseerd.
Meerkernige ontwikkeling Met deze keuze zet Amsterdam in op verdere ontwikkeling van zelfstandige kernen met eigen dynamiek en kwaliteiten in de buitenste delen van de stad en de metropool. Het gaat hierbij om de inclusieve ontwikkeling van (nieuwe) stedelijke centra rond stationskwartieren, stadsdeelcentra en kennisen innovatiedistricten met behoud van identiteit en sociale structuren. Meer dan in het verleden op basis van gebiedsspecifieke kwaliteiten en lokale identiteiten. Die kernen staan daarbij niet op zichzelf, maar hebben een relatie met omliggende buurten, buurgemeenten en met elkaar. Specifiek verdient de ontwikkeling van complete buurten buiten de ring aandacht. Hier liggen mogelijkheden voor verdere verdichting, vooral langs stadsstraten en –lanen. In het verlengde daarvan ligt verbreding van het voorzieningenaanbod en het verbeteren van de bereikbaarheid en de leefbaarheid van buurten voor de hand. De ontwikkeling van nieuwe kernen betekent ook dat de druk op het historische centrum van de stad kan worden verminderd. Het biedt mogelijkheden voor betere spreiding van toerisme, werkgelegenheid en hoger onderwijs over de stad en de metropool. Zo biedt meerkernige ontwikkeling zowel op stedelijke als regionale schaal kansen voor ontwikkeling en versterken van eigen identiteiten en specialismes.
Dit geldt voor nieuwe en bestaande centra maar juist ook voor nieuw te ontwikkelen stadsbuurten door bijvoorbeeld in te zetten op een betere verbinding met het landschap of lokale identiteiten.
Huidige Inzet Vanuit de gebiedsontwikkeling wordt momenteel invulling gegeven aan de ontwikkeling van een aantal stationsgebieden (oa. Zuidas, ArenA-Poort, Sloterdijk Centrum), inzet op kenniskwartieren (oa. VU-campus en het Sciencepark) en de ontwikkeling van stadsdeelcentra (Osdorpplein, Buikslotermeerplein en ArenA-poort). Ook wordt gewerkt aan noodzakelijke investeringen in de bereikbaarheid van deze kernen door inzet op Oeververbindingen over het IJ, het metropakket westflank en diverse kleinere bereikbaarheidsinvesteringen gelieerd aan de gebiedsontwikkeling. Veel van deze ontwikkelingen zijn echter geïnitieerd vanuit de logica van vergroting van het centrumgebied. Met het oog op toekomstige ontwikkeling vragen in de omgevingsvisie geagendeerde concepten als stationskwartieren en kennis- en innovatiedistricten om nadere duiding. Uit gesprekken met partijen in de stad kwam de ontwikkeling van deze gebieden naar voren als zeer kansrijk. Daarom worden vervolggesprekken gevoerd met kennisinstellingen over versterking van de kennisinfrastructuur in de stad en wordt een voorstel ontwikkeld om de kansen rondom stations beter te benutten.
Daarnaast wordt in verschillende richtingen de samenwerking over de gemeentegrens heen opgezocht, zoals in de gezamenlijke ontwikkeling van de ZaanIJ-oevers met Zaanstad, de corridorontwikkeling Amsterdam Zuidwest- Schiphol - Hoofddorp en de stedelijke ontwikkeling in Amsterdam Zuidoost- Nieuwe kern (Ouder-Amstel) en Diemen.
13
Voor de lange termijn vraagt dit onder andere om aanvullende inzet op de regionale spreiding van voorzieningen en werkgelegenheid en onderscheidende ontwikkeling in Nieuw-West, Zuidoost en Noord. Onder andere via de Marktvisie is hieraan recent invullinggegeven. In de ontwikkelbuurten werkt de gemeente sinds 2017 samen met corporaties en externe partijen in 32 buurten in Nieuw West, Zuidoost en Noord om de problematiek in deze buurten aan te pakken door o.a. in te zetten op betere en toekomstbestendigere woonbuurten en maatschappelijke accommodaties, een aantrekkelijkere en veiligere leefomgeving en sociale maatregelen waarmee de sociaaleconomische status van de buurt en de bewoners wordt verbeterd. Buurten dus waarin de bewoners óók mee profiteren van de groei en ambities in Amsterdam. In de masterplannen voor Zuidoost en Nieuw West wordt voor de periode 20212040 in samenwerking met het Rijk en externe partijen fors geïnvesteerd op een integrale aanpak van deze wijken om de veiligheid, leefbaarheid, kansengelijkheid, verduurzaming en economische ontwikkeling te verbeteren. Urgent, mede vanuit de terugloop van (betaalbare) bedrijfsruimte in de stad en het perspectief van ontwikkeling van werkgelegenheid in de sociaaleconomisch zwakkere delen, is een onderzoek naar de mogelijkheden voor economische activiteiten in naoorlogse wijken.
Op die manier creëren we een logische en doorlopende structuur aan stedelijke centra tussen de centrale stadsdelen, de naoorlogse delen van de stad en de centra in de stedelijke buurgemeenten.
14
Ten slotte wordt verkend in hoeverre het huidige detailhandelsbeleid aansluit op deze ambities uit de omgevingsvisie en ontwikkelingen in de markt. Naast versterken van nieuwe kernen heeft deze strategische keuze ook tot doel de druk op de Amsterdamse binnenstad te verlichten. Dit krijgt momentele vorm in de Aanpak Binnenstad. Momenteel wordt een bouwsteen ontwikkeld die richting moet geven aan een verder gesprek over de toekomst van het toerisme in verschillende delen van de stad. Lopend • Strategie innovatiedistricten. Gericht op het in de toekomst ruimte kunnen bieden in de stad aan kennisintensieve economie. De strategie op innovatiedistricten benadrukt het belang van deze plekken voor de stad en presenteert een middellange termijnstrategie om deze te versterken vanuit ruimtelijk, programmatisch, economisch en governance perspectief. Strategie wordt ontwikkeld in samenwerking met universiteiten en andere partijen in de stad. • Onderzoek ruimte voor economische voorziening in naoorlogse wijken. Gericht op het in beeld brengen van het (toekomstig) economisch profiel van naoorlogse wijken, versterken van de buurteconomie en bijpassende ontwikkelmethoden. Inzicht geven in hoe we bestaande beleidsambities kunnen realiseren in deze wijken. • Verkenning detailhandelsbeleid. Momenteel loopt een verkenning naar de
•
•
•
ontwikkeling van de detailhandelssector in het licht van de omgevingsvisie. Eventueel zou dit aanleiding kunnen zijn voor een herziening of nadere invulling van het huidige beleid op dit terrein. Bouwsteen toerisme. Op het gebied van toerisme wordt in MRA-verband gewerkt aan een nieuw kader. Binnen Amsterdam wordt gewerkt aan een bouwsteen toerisme die het vertrekpunt biedt voor het gesprek met stakeholders over de toekomst en ruimtelijke weerslag van het bezoekerseconomie in Amsterdam. Horecabeleid. Een nieuw beleidskader horeca, met onder meer aandacht voor horecacategorieën, instrumentarium en gezonde voedselomgeving Uitwerking Stationskwartieren. Uitwerking van basisprincipes en instrumenten voor gebiedsontwikkeling rondom diverse typen metro- en treinstations. Gericht op het in samenhang versterken van de kwaliteiten en benutten van de potentie rondom stationslocaties in de stad en in de agglomeratiegemeenten Zaanstad en Diemen, en Hoofddorp.
Nu Starten • Verkenning Agglomeratie. Nadere verkenning van samenwerking met buurgemeenten om op termijn te komen tot een samenhangende en evenwichtige (gebieds)ontwikkeling ten aanzien van o.a. wonen, werken, bereikbaarheid en landschap, waarbij voortgebouwd kan worden op de lopende samenwerkingen zoals in de groene scheggen.
Later • Verkenning herprofilering en verdichting Gooiseweg en Lelylaan (zie ook duurzaam en gezond bewegen). Verkenning van de potentie om langs deze lijnen bij te dragen aan de strategische keuzes. Centraal staan toekomstige verkeersfunctie, verdichtingspotentieel, inbedding in de omgeving en stedelijke context en betekenis en inrichting van de openbare ruimte. Voor aanpak Gooiseweg wordt samengewerkt met gemeente Diemen.
Duurzaam en gezond bewegen Amsterdam wordt nog meer dan nu het geval is een wandel- en fietsstad. Het dagelijks leven in onze eigen buurt is in de drukke stad en sinds de coronacrisis belangrijker geworden dan ooit. Dit vraagt om een openbare ruimte die uitnodigt om te ontmoeten en bewegen, gezonde lucht, plekken met reuring en plekken waar je rust vindt. Om meer ruimte voor fietsers en voetgangers te kunnen bieden, gaan we verder met autoluw. Dit draagt bij aan een gezondere leefstijl, minder uitstoot en geluidhinder, biedt kansen om te vergroenen en het vergroot de verblijfskwaliteit op straat. Daarnaast zetten we in op het versterken van het fijnmazig fiets- en OV-netwerk in de stad en richting de agglomeratie. Groeien binnen grenzen maakt dit noodzakelijk en een reële ambitie. Immers, door verdichting neemt het draagvlak voor- en daarmee de nabijheid van voorzieningen toe. Tot nu toe lag de focus van autoluw vooral op de binnenstad. Parallel aan de inzet
15
op meerkernige ontwikkeling ontstaan er mogelijkheden om ook daarbuiten de ruimte voor de auto terug te dringen. De ontwikkeling van nieuwe kernen zal leiden tot meer kris-krasbewegingen door de agglomeratie en daaruit voortkomende behoefte aan tangentiële ov-verbindingen en groene fiets- en recreatieve routes. Bijvoorbeeld tussen nieuwe stedelijke centra en groen en sportparken. Tegelijkertijd moet de stad vanuit de regio bereikbaar blijven. Hier blijft de auto een belangrijke rol spelen maar de bedoeling is wel dat auto’s zoveel mogelijk buiten de stad parkeren en mensen en goederen via hubs hun weg vinden op het fijnmazige Amsterdamse netwerk. Dit is een gezamenlijke opgave met de buurgemeenten. Dit biedt kansen om het OV- en fietsnetwerk op schaalniveau van de agglomeratie te versterken. Als stad worden we ons steeds bewuster van de impact van logistiek op de stad. Vanuit de grote opgaven stellen we eisen aan hoe we de goederenstromen in de stad inrichten: duurzamer om uitstoot te beperken; lichter om de druk op kades- en bruggen te verminderen; kleiner en vaker over water om de doorstroming op gang te houden. Dit vraagt om samenhang tussen deze opgaven en afstemming met logistieke partijen.
Huidige inzet Met onder andere de Agenda Amsterdam Autoluw zijn de afgelopen jaren flinke stappen in gezet naar een betere verblijfskwaliteit en meer ruimte voor fietsers en voetgangers. Vanuit het Platform Logisitek020 is door gemeente, logistieke bedrijven en kennisinstellingen gewerkt
16
aan een logistieke strategie voor de stad. Daarnaast wordt gewerkt aan een bredere mobiliteitsvisie voor de stad en is er specifieke aandacht voor de ontwikkeling van mobiliteitshubs als dragers voor een andere inrichting van het mobiliteitssysteem voor forenzen en goederen. Ook de inzet op versterking van het metronetwerk aan de westkant van de stad past hierbij. Deze mobiliteitsvisie sluit aan bij het regionale “Multimodaal toekomstbeeld 2040 MRA”. Hierin wordt de samenhang tussen de modaliteiten van fiets, OV en auto en de transitie naar een slim, duurzaam en veilig mobiliteitssysteem in de MRA verder uitgewerkt. In de grotere en kleinere gebiedsontwikkelingen en ingrepen in de openbare ruimte is duurzaam en gezond bewegen en ruimte voor fiets en OV het uitgangspunt. Het Programma Gezonde Stad zet zich in voor een gezonde stedelijke omgeving in bredere zin, met aandacht voor een beweegvriendelijke, gezonde inrichting van openbare ruimte aan de hand van de 12 principes uit de Amsterdamse Gezondheidslogica. Dit vertalen we door naar een sport- en beweegstructuur voor de gehele stad, inzet op een gezonde voedselomgeving, geluidbewust bouwen met meer aandacht voor leefkwaliteit en gezondheid. Vanuit de omgevingsvisie wordt in dit kader ook aandacht gevraagd voor de gevolgen van houtstook voor een gezonde luchtkwaliteit.
Met het programma ‘Metropolitane Fietsroutes’ van de Vervoerregio Amsterdam worden fietsroutes van hoge kwaliteit
ontwikkeld die ritten over langere afstanden in de Amsterdamse regio op een snelle, prettige en veilige manier mogelijk maken. Doel is om de bereikbaarheid en toegankelijkheid van stedelijke gebieden en het metropolitane landschap te verbeteren, door het realiseren van één aantrekkelijk en eenduidig Metropolitaan netwerk van fietsroutes. Lopend • Uitwerking sport- en beweegstructuur. Ontwikkeling van een stedelijke structuur van grote en kleinere sporten beweegplekken en routes in de stad, die Amsterdammers uitnodigt buiten te bewegen en te sporten. Zowel georganiseerde als openbare sport- en speelruimte, maar ook het netwerk van watersport maken hier onderdeel van uit. Soms raakt deze structuur de Hoofdgroenstructuur en gaan ze samen op (denk aan de parken en groene verbindingen hierbinnen). De sport- en beweegstructuur is echter breder: er wordt aandacht besteed aan sociale veiligheid, klimaatadaptatie en groenopgaven en aan de samenhang met het regionale sport- en beweegnetwerk. De sport- en beweegstructuur biedt Amsterdammers ruimte om op een veilige, laagdrempelige manier te bewegen en te sporten en maakt plekken waar gesport en bewogen kan worden bereikbaar. Het biedt aantrekkelijke, meer recreatieve alternatieven voor verplaatsingen te voet of per fiets.
Door in te zetten op een samenhangende structuur zorgen we voor een ononderbroken netwerk van gezonde, sportieve en groene plekken in de stad.
•
•
De uitwerking doet nadere voorstellen voor borging en versterking van de structuur. Verkenning Geluidbeleid. Verkenning naar een betere toepassing van het geluidbeleid naar aanleiding van veranderingen in normering en toename van woningbouw op geluidbelaste plekken. Met ingang van de Omgevingswet veranderen een aantal regels rondom geluid. Het maximaal toegestane geluidniveau voor wegverkeer gaat bijvoorbeeld omhoog en de mogelijkheid om hogere waarden vast te stellen (hogere waardenbeleid) vervalt. Tegelijkertijd krijgen gemeenten meer vrijheid om eigen beleid te maken (bv. over stille zijdes of andere geluidsmaatregelen). De eerste fase van verkenning is binnengemeentelijk. Mobiliteitsvisie. Mobiliteit is een belangrijke voorwaarde voor de ontwikkeling van regio en stad, maar het is tegelijkertijd ook een grote ruimtegebruiker. Daarbij komt dat de komende jaren extra ruimte nodig is voor klimaatadaptatie en de energietransitie. De vraag hoe we met deze spanning omgaan, staat centraal in de visie. Onderdeel van het traject zijn gesprekken met Amsterdammers, bedrijven, reizigersorganisaties, vervoerders en ondernemers op het gebied van logistiek en mobiliteit over de toekomst van de Amsterdamse mobiliteit. De opgaven van de stad en regio zijn groot en de druk op de openbare ruimte en het mobiliteitsnetwerk nemen toe.
De mobiliteitsvisie moet daarmee een bijdrage leveren in de zoektocht hoe we
17
•
•
de ruimte in de stad gaan verdelen en hoe deze kan blijven functioneren. Hubsvisie. Een analyse van het onderwerp, een beschrijving van de verschillende beleidsdoelen per categorie hub en gaat in op de rol van de overheid. De verwachting is dat de hub van de toekomst, veel meer dan nu, een onderdeel vormt van onze reis en de bevoorrading van de stad. Hierdoor kunnen hubs een belangrijke bijdrage leveren aan verschillende beleidsdoelen van de gemeente, zoals de autoluwe stad, leefbaarheid en duurzaamheid en het versterken van regionaal openbaar vervoer. Logistieke Strategie. Vanuit het Platform Logisitek020 wordt een strategie opgesteld die richting geeft aan slimmere, veiligere, lichtere en schonere logistiek in Amsterdam. De strategie verankert de samenwerking tussen gemeente, logistieke bedrijven en kennisinstellingen op dit onderwerp.
Nu starten • Handelingsperspectief Sport in een groeiende stad. In een groeiende stad groeit de behoefte aan sportgelegenheid. Daarom is ruimte voor georganiseerde veldsport opgenomen in de referentienormen maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen. In de Omgevingsvisie is daarom de zogenaamde 1,2,3-aanpak opgenomen die uitgaat van het allereerst zoeken van ruimte voor sport in de gebiedsontwikkeling, vervolgens in het intensiever gebruik van bestaande sportvoorzieningen en pas daarna in het
18
•
– – –
creëren van nieuwe sportparken buiten gebiedsontwikkeling. Deze aanpak levert echter in de uitvoering dilemma’s op met andere gemeentelijke kaders en ambities. Bijvoorbeeld wanneer er voor nieuwe sportparken ruimte wordt gezocht in de Hoofdgroenstructuur. De komende periode wordt inzicht gegeven in hoe de sportnorm gehaald wordt binnen de 1-2-3-methodiek en hoe dit ruimtelijk uitpakt. Daarbij wordt de link gelegd met het Strategisch Huisvestingsplan Groen, het beleidskader hoofdgroenstructuur, het opstellen van een Sport- en beweegstructuur, de actualisatie van de normen maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen en de in de Integrale Stadsdeelprogramma’s. Bekeken wordt of dit leidt tot een apart traject of dat voldoende ruimte voor sport geborgd kan worden binnen bovengenoemde trajecten. Beleidskader gezonde voedselomgeving. Amsterdam wil voorwaarden voor een gezonde voedselomgeving ontwikkelen en vertalen naar ruimtelijke criteria en het stimuleren van meer gezond aanbod. Dit doen we in de vorm van pilots in de verschillende stadsdelen. We gaan o.a.: Lange en korte termijn projecten uitvoeren: ruimtelijke en samenwerkingstrajecten Een enthousiasmerend beeld creëren van hoe een gezonde voedselomgeving eruit ziet Onderscheid maken tussen verschillende gebieden. Gezamenlijk kijken welke governance bij welk gebied past. Op
–
–
basis hiervan ambitie en bijbehorende kenmerken bepalen. In gesprek met stakeholders in de gebieden. Wat zijn de wensen van het publiek en ondernemers? Hoe kunnen we hen motiveren mee te doen? Een instrument ontwikkelen om de voedselomgeving effectief te meten, zodat deze ook juridisch als omgevingsfactor kan worden gereguleerd.
Later • Versterken recreatieve infrastructuur in MRA. In MRA verband stellen we een verkenning, visie en (in latere fase) programma op over de (met de groei van de metropoolregio samenhangende noodzakelijke) uitbouw van de structuur aan fiets-, wandel- en vaarwegen, Buitenpoorten, overstappunten en rustpunten, recreatiegebieden en evenwichtige spreiding van openbare recreatieve voorzieningen als zwemplekken, strandjes, ligweides, speelplekken, enz.
19
Rigoureus vergroenen Een verdichtende stad kan alleen als de stad ook groener wordt. Met de strategisch keuze om rigoureus te vergroenen draagt Amsterdam bij aan een gezonde en klimaatbestendige leefomgeving voor mens en dier. Het vergroenen van de stad is een antwoord op diverse uitdagingen waar we als stad voor staan: het omgaan met klimaatverandering, het verlies aan biodiversiteit en de toegenomen behoefte aan rust en recreatie in de stad. Daarom zet Amsterdam in op een zo groen mogelijke inrichting van de openbare ruimte (“groen, tenzij”) en worden nieuwe parken, groene routes en ecologische verbindingen ontwikkeld. De inzet op meerkernige ontwikkeling maakt ook dat het metropolitane landschap centraler komt te liggen. Als tegenhanger van de verdichting van de stad is verdere versterking van de kwaliteiten van het metropolitane landschap noodzakelijk. Hier liggen de grootste kansen voor het toevoegen van nieuwe groengebieden voor de bewoners van Amsterdam en omliggende gemeenten. Verdere ontwikkeling van de stadsranden en de scheggen tot beter beleefbare landschapsparken biedt kansen om de drukte van de stad te verlichten en de natuur te versterken.
Er liggen daarnaast goede kansen voor een meer duurzame, natuurinclusieve landbouw in de veenweidegebieden ten noorden (Waterland, aansluitend op aanpak stikstofproblematiek) en ten zuidoosten (omgeving Weesp) van de stad, waar de bodem daalt.
20
Huidige inzet Met de Groenvisie, Watervisie en de Nota Duurzaam Landschap heeft Amsterdam de inzet op groen en ecologie de afgelopen jaren al versterkt. De ontwikkeling van een “Groene Puccinimethode” geeft richting aan de ambitie de openbare ruimte zo groen mogelijk in te richten. De Structuurvisie was met de Hoofdgroenstructuur als basis vooral gericht op het beschermen van bestaande groenwaarden. Door rigoureus vergroenen centraal te stellen is de ambitie op het groen in de omgevingsvisie meer ontwikkelgericht. Daarom werken we aan een vernieuwing van de Hoofdgroenstructuur die hieraan ruimte biedt. Voor verschillende delen van het landschap om de stad, de groene scheggen, lopen regionale samenwerkingen om tot afgestemd gezamenlijk beheer en ontwikkeling van deze gebieden te komen. In de gebiedsontwikkeling dragen de Referentienormen voor Maatschappelijke Voorzieningen, spelen en groen, zorg voor het groen, evenals groene sport en speelruimte, in de nieuwe woonbuurten. De afgelopen jaren heeft dit geleid tot vergroening van veel plannen en (voorstellen voor) diverse nieuwe parken. Onderdeel van de al genoemde uitwerking van een sporten beweegstructuur voor de stad is het versterken van de recreatieve en gezonde waarde van groene ruimte en routes in de stad.
Amsterdam neemt deel aan drie gemeenschappelijke regelingen voor instandhouding en doorontwikkeling van recreatiegebieden (Groengebied Amstelland, Spaarnwoude en Twiske-Waterland).
Op agglomeratieschaal werken we al enige jaren aan de groen-recreatieve doorontwikkeling van de Amstelscheg, Diemerscheg en Westeinderscheg. In Waterland werkt Amsterdam mee aan het regionale programma Laag Holland, waarin onder andere wordt gewerkt aan het tegengaan van bodemdaling en het versterken van de biodiversiteit. Amsterdam trekt daarbinnen het voorbeeldproject vernatting Burkmeer. Lopend • Beleidskader Hoofdgroenstructuur. Ontwikkeling van een beleidskader ter vervanging van de Hoofdgroenstructuur uit de Structuurvisie 2040. Inzet is de hoofdgroenstructuur hiermee te vergroten, ontwikkelgerichter te maken en meer als een netwerk te laten fungeren. • Uitwerkingen scheggen. Op het schaalniveau van de agglomeratie werken we verder aan visies, beleidskaders en programma’s voor Laag Holland, de Diemerscheg, de Amstelscheg en de Westeinderscheg. In Waterland ronden we het voorbeeldproject Burkmeer af en nemen we deel aan het gebiedsproces waarin de bodemdalingsmaatregelen worden opgeschaald. In de Diemerscheg start in 2022 realisatie van een eerste gezamenlijk uitvoeringsprogramma. We sluiten hierbij steeds aan op de regionale Veenweidestrategie Noord-Holland, de gebiedsgerichte aanpak stikstof NoordHolland en de opgave om het Natuur Netwerk Nederland af te ronden. • Uitwerking metropolitaan landschap. De opgaven en mogelijkheden voor
•
versterking van de (ecologische, cultuurhistorische, recreatieve en andere) kwaliteiten van de verschillende landschappen zijn in MRA verband in beeld gebracht en zijn geprioriteerd in het MRA programma landschap. De komende twee jaar ligt de prioriteit onder andere bij het Oer-IJ gebied en (de eerder genoemde) versterking van de recreatieve infrastructuur. Hierbij wordt aangesloten op het Verstedelijkingsconcept uit de Verstedelijkingsstrategie en gepoogd landschapsafspraken onderdeel te maken van het Rijk-regio programma Noordwest en de MIRT afspraken Actieagenda Groenvisie. Gericht op het tot uitvoering brengen van projecten uit de groenvisie en creëren van randvoorwaarden en wegenemen van knelpunten daarbij. In samenwerking met het Van Eesterenmuseum wordt een dialoog met de stad georganiseerd over co-creatie en nieuwe samenwerkingsvormen voor groene initiatieven.
Later • Uitwerking Ontwikkelgerichte Hoofdgroenstructuur. Ontwikkeling van een opgavekaart groen die richting geeft aan de ambitie voor een ontwikkelgerichte Hoofdgroenstructuur. Onderdeel van deze uitwerking is ook toevoeging van het Weesper groen aan de Hoofdgroenstructuur. • Omgevingsprogramma Groenvisie. Mogelijkheid om diverse vervolgacties uit Beleidskader hoofdgroenstructuur en Actieagenda Groenvisie te bundelen in samenhangend programma.
21
Samen stadmaken De ambities uit de omgevingsvisie zijn groot. De visie is opgesteld vanuit het idee dat alleen door samen aan de stad te werken deze ambities gerealiseerd kunnen worden. De gemeente Amsterdam realiseert zich dat dit vraagt om een opener houding naar bewoners, bezoekers, bedrijven, investeerders, non-profit organisaties, en natuurlijk andere overheden zoals haar directe buren en MRA- en Rijkspartners. Met de omgevingsvisie geeft Amsterdam op hoofdlijnen richting aan de ontwikkeling van de stad maar biedt zij ook ruimte aan initiatief van Amsterdammers om vorm te geven aan hun eigen leefomgeving en die van toekomstige generaties. Dit betekent dat Amsterdam inzet op een gelijkwaardige informatiepositie bij planvorming en een grotere rol voor Amsterdammers bij beheer en ontwikkeling van buurten centraal stelt. De Agenda Samen Stadmaken uit de omgevingsvisie concretiseert dit. De stad is groter dan de gemeente, en ontwikkelingen in de stad zelf werken door bij de buren en vice versa. De grote ontwikkelingen stemmen we onderling af, en daar waar nodig worden samen initiatieven opgestart. Ook op de schaal van de regio maken we samen stad. Door met buurgemeenten samen de stad te ontwikkelen kunnen we systemen en voorzieningen effectiever realiseren, met meer draagvlak en samenhang. Hierdoor benutten we de beperkte ruimte in de agglomeratie optimaal.
22
In de Verstedelijkingsstrategie zijn samen met rijks- en regiopartners afspraken gemaakt over de ruimtelijk-economische ontwikkeling van de metropoolregio. Deze afspraken zijn in lijn met de omgevingsvisie van Amsterdam. Nadere uitwerking zal tot nieuwe vragen en te maken afspraken leiden. De uitwerking en uitvoering vraagt daarom om een gezamenlijke aanpak en goede onderlinge afstemming. Huidige inzet Samen stadmaken is volgens velen de belangrijkste strategische keuze van de Omgevingsvisie. Op 2 november jongstleden vond de Buurtenconferentie over samen stadmaken plaats, waar burgers, ambtenaren en bestuurders gezamenlijk hebben bepaald waar zij de komende tijd vooral op willen inzetten. Deze paragraaf is hiervan het resultaat. Het afgelopen jaar is er een belangrijke stap gezet op het gebied van samen stadmaken, en nu is een nieuwe fase aangebroken. Daarom stellen we voor om in de volgende fase een aantal instrumenten op te schalen, nieuwe instrumenten op te pakken en hier ook middelen aan te verbinden. Aan de basis van samen stadmaken ligt een goede samenwerking tussen burgers, ondernemers en gemeente. Daarvoor is vertrouwen nodig in elkaar en transparantie in het proces van plannen maken. Dat gebeurt niet vanzelf. Daarvoor is ruimte, tijd en geld nodig.
Deze fase vraagt ook iets van de gemeente, de wijze waarop we zijn georganiseerd en ons werk doen en de mate waarin maatwerk mogelijk is.
Hiermee kunnen we de drie doelen van samen stadmaken dienen: • Toerusting van buurten: het versterken van de positie en rechten van buurten en burgers in de stad. Het gaat ook om het goed gebruik maken van wat er al aan ontwikkelingen en initiatieven loopt in een buurt. • Nieuwe ontwikkelmodellen: innovatieve vormen van gebieds- en stadsontwikkeling met meer diversiteit aan kleinere partijen, waarbij samen gezocht wordt naar andere vormen van waardecreatie • Samen leren: ambtenaren, bestuurders, raadsleden en burgers en ondernemers werken en leren samen. Gemeentelijke organisatie Voor goed samen stadmaken is aandacht nodig binnen en voor de gemeentelijke organisatie. • Ten eerste vraagt het om een structurele en continue aandacht voor samenwerken, bijvoorbeeld in de vorm van een programmabureau met een aantal mensen die actief samen stadmaken in de gemeentelijke organisatie blijven bevorderen, samen met de stad. • Daarnaast zijn vele ambtenaren zeer vakkundig en bereidwillig om samen stad te maken. De praktijk leert dat veel gemeentelijke regels in planprocessen elkaar gelijktijdig in de weg zitten. Dat maakt de praktijk van samen stadmaken weerbarstig. Hierop is inzet nodig De Expeditie Vrije Ruimte zoekt al naar fysieke ruimte en ruimte in regelgeving voor initiatieven. Daaruit is o.a. de
regelbrigade ontstaan. Dit vraagt om continuering, uitbreiding en opschaling. Lopende initiatieven verder brengen Dat doen we door voort te bouwen op bewezen effectieve praktijken, waarin het draait om het samenspel tussen burgers, ondernemers en de gemeente: • Ontwikkeltraject Amsterdams Stadmaken dat focust op samenwerken. We willen dit uitbouwen voor burgers, mensen van de gemeente, kenniscentra, ondernemers en andere partijen. We maken gebruik van elkaars kennis en kunde: op gelijkwaardige basis nieuw vakmanschap ontwikkelen. • Buurtomgevingsvisies. We willen dat ze worden gestimuleerd, en er meer mogelijk maken met middelen, met meer status. Voorbeeld: buurtomgevingsvisie Sierpleinbuurt. • Buurtrechten. Hier loop nu al een parallel traject voor (beleidskader Buurtrechten). Hierin worden het uitdaagrecht, het biedingsrecht en het buurtplanrecht uitgewerkt. Na vaststelling waken we ervoor dat hier middelen voor komen om ze in de praktijk te brengen. • Burgercoöperaties , zoals woon- en energiecoöperaties. We willen ze ondersteunen met grond, geld en kennis, om te zorgen dat ze gaan bloeien en dat er meer komen. Zie ook de Bestuursopdracht Nieuwe Ontwikkelmodellen. • Inzet van de Women Make The City raad. Er is structurele ondersteuning en positie nodig, voor meer ogen en oren in de stad. • Burgerforum voor complexe thema’s.
23
•
•
Een mini-burgerberaad voor het halenvan de klimaatdoelstellingen ging al van start. Bij positieve evaluatie willen we meer burgerfora. Buurtbatenovereenkomsten. In de Venserpolder is hiermee gestart. Bij positieve evaluatie willen we dit een vast onderdeel maken van overeenkomsten met ontwikkelaars. Dit jaar heeft een buurtconferentie plaatsgevonden, met bestuurders, burgers en ambtenaren. Dat willen we in 2022 weer doen om de stad van zaken van het samen stadmaken door te nemen en te kijken waar nieuwe actie op nodig is.
Nu starten • Informatieborden bij bouwprojecten. We gaan organiseren dat er borden komen met heldere en vroegtijdige informatie ter plekke, over wat er te gebeuren staat in een buurt of met een pand, met contactgegevens erbij. • Onderzoek naar meer ruimte voor lokaal ondernemerschap in buurtplinten, met het oog op het welzijn en de werkgelegenheid in buurten. • Reken- en ontwerptools. Onderzoeken hoe we onze reken- en ontwerptools kunnen delen met burgers, om vanuit een gelijke informatiepositie te kunnen samenwerken. • Onderzoeken buurtplatformrecht: structurele ondersteuning en middelen voor buurtorganisaties, inclusief een nog uit te werken formele positie. • Uitwerking methode Maatschappelijke visie. In deze uitwerking worden concrete handvatten ontwikkeld om bij de ontwikkeling van gebieden de
24
sociaal-maatschappelijke structuren en belangrijkste ‘zachte’, waarden en opgaven in een gebied te identificeren en te vertalen naar ruimtelijke en programmatische ingrepen. Met dit instrument kan concreet worden gemaakt op welke manier bestaande en nieuwe gebieden niet alleen fysiek, maar ook sociaal aan elkaar gekoppeld kunnen worden en welke concrete maatregelen daarbij passen op welk moment in de ontwikkeling van het gebied. Deze uitwerking is een vervolg op de Maatschappelijke visie HavenStad en een aanvulling op de richtingen die verkend zijn in de bestuursopdracht nieuwe ontwikkelmodellen. De methode maatschappelijke visie kan vervolgens worden geïncorporeerd in de Integrale Stadsdeel Omgevingsprogramma’s, om te worden meegenomen in gebiedsontwikkelingen en in integrale afwegingen bij projectoverstijgende en gebiedsgerichte opgaven. Later • Transparantieportaal: contracten tussen de derden op te zoeken.
Daarin zijn gemeente en
25
2 Samenhangende Stedelijke Ontwikkeling
Een levende omgevingsvisie met nieuwe instrumenten Met de omgevingsvisie willen we op een adaptieve en open manier sturen op een samenhangende stedelijke ontwikkeling. De afgelopen periode hebben we gezien dat investeringen in groen, bereikbaarheid en diverse voorzieningen achterbleven bij de woningbouw. Dat zachtere waarden soms moeilijk waren te objectiveren in de projectenlogica van gebiedsontwikkeling en dat zo de ambitie voor een complete stad onder druk komt te staan. Uit zowel de beraadslaging van de gemeenteraad bij de vaststelling van de omgevingsvisie, het advies van de Commissie MER op de OER als diverse gesprekken met partners in de stad werd hiervoor aandacht gevraagd. Ook is er behoefte aan een betere monitoring en aanpasbaarheid van de visie. De omgevingsvisie krijgt daarom een dynamisch karakter. We gaan van het incidenteel maken van een structuurplan/ structuurvisie (ongeveer één keer in de tien jaar) naar een omgevingsvisie als levend verhaal in een continu proces. Levend in de zin van dat de visie actief gebruikt wordt in verschillende praktijken, en ook in de zin dat het verhaal zich verder ontwikkelt. We houden doorlopend vinger aan de pols op de ontwikkeling van de hoofdlijnen van de omgevingsvisie en rapporteren hier om de twee jaar op aan de gemeenteraad. Hieraan koppelen we een mogelijkheid tot herijking.
En we gaan werken met nieuwe instrumenten en activiteiten die het mogelijk maken om beter te sturen op een samenhangende
26
stedelijke ontwikkeling. Om betere afwegingen te maken bij conflicterende ruimteclaims en prioriteringsvraagstukken op stedelijk niveau. En om de betrokkenheid van Amsterdammers en organisatie daarbij te vergroten. Uitgangspunt voor deze voorstellen zijn de Omgevingswet en de eerder geformuleerde sturingsfilosofie die samen stadmaken centraal stelt en het beleid met een transparante beleidscyclus daaraan ondersteunend maakt. Kern van de beleidscyclus is dat beleid niet statisch is maar via uitvoering en monitoring telkens weer kan worden bijgesteld. Niet enkel op basis van feiten en cijfers maar ook op naar aanleiding van signalen van bewoners en partners in de ontwikkeling van de stad. Samen stadmaken is niet enkel samen bouwen maar ook samen duiden van ontwikkelingen. Op basis hiervan snel kunnen schakelen past bij de complexiteit en afhankelijkheden in de ontwikkeling van de stad. Gaan ontwikkelingen te snel of juist te langzaam? Welke effecten hebben onvoorziene ontwikkelingen? Worden de vijf strategische keuzes voldoende zichtbaar in het werk aan de stad? Dit stelt de gemeentelijke organisatie in staat bij te sturen en nieuwe opgaven te agenderen als daar aanleiding voor is. Concreet stellen we daarom voor: – Continue monitoring met een tweejaarlijkse rapportage aan gemeenteraad. Deze rapportage kan aanleiding zijn voor herijking van de omgevingsvisie.