A - 59 Zuidas en Marineterrein (19) 8. Zuidas-Woonbuurt Ravel vastgesteld 1
Tekst van het document
V.
In het gesprek met Kindercampus Zuidas is de zorg geuit dat de school en bijbehorende buitenruimte misschien niet groot genoeg zijn om aan de vraag uit de buurt te voldoen. De school gaat in het nieuwe plan de mogelijkheid krijgen om te groeien. De groei wordt echter beperkt door de maximaal mogelijke buitenruimte voor de onderbouw en de nabijheid van de A10 en de Beethovenstraat en de De Boelelaan in verband met regelgeving op het gebied van fijnstof. De school en de buitenruimte van de onderbouw dienen namelijk op voldoende afstand van de genoemde autowegen gebouwd te worden en dat maakt de zoekmogelijkheden zeer beperkt. Bovendien is Ravel een buurt waarin verschillende functies in hoge dichtheid samenkomen. Door die hoge dichtheid is de druk op de openbare ruimte erg groot. De inzet is dat we het binnengebied tussen de blokken zoveel mogelijk inrichten voor algemeen gebruik. Hoe meer ruimte we daar van afsnoepen voor exclusieve functies (zoals een buitenruimte voor de onderbouw en/of het kinderdagverblijf) hoe groter de druk op de dan nog resterende ruimte wordt. Ook al is het bouwvolume van de school toereikend voor extra groepen, de mogelijkheden voor een grotere buitenruimte in het gebied zijn (helaas) beperkt. De gesprekken hierover met OJZ en het schoolbestuur zijn op dit moment nog gaande.
Het schoolplein van de bovenbouw bevindt zich op het centrale buurtplein en voldoet in ruime mate aan het benodigd aantal vierkante meters buitenruimte voor de school.
VI.
Tijdens de informatiebijeenkomst is de verbinding met Buitenveldert aan de orde geweest. Sommigen vrezen dat daar onvoldoende rekening mee is gehouden. Aan de ene kant hoopt men op een zichtlijn het gebied Ravel in vanuit bijvoorbeeld het Rotterdamsepad in Buitenveldert en aan de andere kant ziet men graag een logische positie van de brug over de De Boelegracht naar het vlonderpad. Beiden zijn nog te realiseren in de volgende fasen en de verdere uitwerking van het plan.
3. Complimenten en aanbevelingen Tenslotte zijn er veel complimenten geuit en is een aantal aanbevelingen gedaan. Een deel van de aanbevelingen is bij de vragen, zorgen en aandachtspunten al naar voren gekomen. Hieronder wordt aangegeven of en zo ja hoe we daaraan gehoor kunnen geven.
Zuidas
Datum 20 mei 2020 Omgevingsdocument Ontwikkelplan Ravel, Zuidas Pagina 6 van 7
I.
Een aantal mensen zou graag zien dat er voldoende ruimte in de buurt komt voor levendigheid. Daarbij werd o.a. gedacht aan horeca (met ruimte voor terras) en winkels. In beide gevallen wordt daarin voorzien in het ontwikkelplan. Horeca en winkels (rekening houdend met de detailhandelsfunctie van het nabijgelegen Gelderlandplein) zullen hoofdzakelijk terug te vinden zijn op het centrale buurtplein, langs de Ravellaan en de Beethovenstraat. Bovendien is er ruimte voor een kleine supermarkt.
II.
Daarnaast adviseert een aantal mensen goede ruimtelijke pleinen in het plan op te nemen, waar ook gespeeld kan worden. Bovendien is de wens uitgesproken dat de huidige natuurspeeltuin van de Kindercampus Zuidas ergens in de buurt een nieuwe plek krijgt. Zowel het centrale buurtplein als het waterplein zijn ruim van opzet en bieden de ruimte voor veel verschillende soorten gebruik: spelen, ontmoeten, recreëren, ontspannen, etc. Langs het vlonderpad en de noordelijke waterlijn van de De Boelegracht zien we mogelijkheden om de wens voor natuurlijk spelen een plek te geven.
III.
Over het woningbouwprogramma geeft een aantal betrokkenen mee dat het bouwen van studentenhuisvesting wenselijk is. Er is in het woningbouwprogramma ruimte om kleinere (sociale huur)woningen voor bijvoorbeeld studenten en starters te realiseren. Het accent van de te ontwikkelen buurt ligt echter bij gezinnen. In andere nabijgelegen deelgebieden van Zuidas (nabij de VU in Kenniskwartier o.a.) ligt het accent wel meer op het huisvesten van jongeren, starters en studenten.
IV.
Een deel van de belanghebbenden geeft complimenten over de stedenbouwkundige inpassing van het plan. Zij geven aan dat de bebouwing en de straten goed aansluiten op de bestaande buurten Vivaldi, Gershwin en Mahler. Ravel vormt voor de medewerkers van de kantoren in Vivaldi straks ook een prettige verbinding met de rest van Zuidas. Daarnaast waardeert AFC dat het groene parkachtige binnengebied van Ravel een relatie aangaat met de groene uitstraling van het nieuwe sportpark Goed Genoeg. Bovendien vindt AFC het prettig dat er rekening is gehouden met windhinder: de gebouwen van Ravel zorgen samen met Valley voor een beschut sportpark.
V.
De groene parkachtige uitstraling van de dichtbebouwde en stedelijke woonbuurt oogst veel lof. Het feit dat de auto’s onder de grond verdwijnen hoort daarbij. In het verlengde daarvan wordt het beperkt aantal autoparkeerplaatsen van 500 begrepen: de eerstkomende 10-15 jaar zijn die plekken nog nodig maar langzamerhand zullen bewoners en kantoormedewerkers wennen aan andere vormen van mobiliteit in de stad. De nabijheid van het centrum (fiets) en stations RAI en Zuid (OV) dragen daaraan bij.
VI.
Tenslotte is door belanghebbenden waardering uitgesproken voor de wijze waarop men op de hoogte wordt gehouden door Zuidas. De digitale één op één gesprekken en de online informatiebijeenkomst deden daar niets aan af. Sterker nog; die hebben het succes van de informatieoverdracht wellicht bevorderd. De deelnemers vonden het een prettige en dienstverlenende manier van presenteren. Men hoefde de deur er niet voor uit.
Zuidas
Datum 20 mei 2020 Omgevingsdocument Ontwikkelplan Ravel, Zuidas Pagina 7 van 7
Conclusie: in hoeverre heeft dit proces aanleiding gegeven om het ontwikkelplan te wijzigen? Terugkijkend op het doorlopen informatie- en consultatieproces kan geconcludeerd worden dat zowel in de één op één gesprekken als tijdens de digitale informatiebijeenkomst men over het algemeen opvallend positief was over het ontwikkelplan Ravel. Met name de groene parkachtige setting wordt gewaardeerd, evenals het feit dat de buurt Vivaldi en het centrumgebied van Zuidas met elkaar verbonden worden. Een deel van de belanghebbenden is echter wel huiverig voor de mogelijke impact die onderdelen van dit plan hebben op de omliggende buurten. Met name als het gaat om parkeerproblematiek en de autobereikbaarheid van dit deel van Zuidas en Buitenveldert. Vanuit het project wordt echter gedacht dat de negatieve effecten hiervan gedeeltelijk door het plan zelf worden opgelost en deels acceptabel zijn. Bovendien is twee jaar geleden met de vernieuwing en verbreding van de De Boelelaan Oost al rekening gehouden met het ontwikkelplan Ravel. Al met al zien wij geen noodzaak om het ontwikkelplan Ravel aan te passen naar aanleiding van de reacties van belanghebbenden en geïnteresseerden. Wel is het van belang om de genoemde zorgen en aandachtspunten te blijven monitoren en in de verdere uitwerking en realisatie van het plan te blijven adresseren.
blz. 89
Bijlage 3
MER Zuidas - de Flanken, Deel A, 25 januari 2011
Gemeente Amsterdam
Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport
projectnr. 231932 versie 4.1 25 januari 2011
Opdrachtgever Gemeente Amsterdam Zuidas Amsterdam Postbus 79092 1070 NC Amsterdam
datum vrijgave
beschrijving revisie 4.1
goedkeuring
vrijgave
25-01-2011
Definitief rapport
drs. T. Artz dr. ir. L.T. Runia
ir. H.A.M. van de Wetering
projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1
Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport
Inhoud
Blz.
Samenvatting
4
1 1.1 1.2
Inleiding De Zuidasontwikkeling De Zuidas - Flanken
16 16 19
2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6
De m.e.r.-procedure Doel van milieueffectrapportage De voorgenomen activiteiten in de Zuidas zijn m.e.r.-plichtig Bevoegd gezag Doel en stappen in deze milieueffectrapportage Koppeling van het MER aan een ruimtelijk besluit Gebruik maken van adviezen en zienswijzen uit het voortraject
23 23 23 24 24 26 26
3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
Voorgenomen activiteiten, referentiesituatie en alternatieven Referentiesituatie Voorgenomen activiteiten bij de Zuidas - Flanken Alternatieven en varianten Begrenzing studiegebied en plangebied Beoordelingsschaal
27 27 28 29 31 31
4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6
Samenvatting effecten verkeer, luchtkwaliteit, geluid, externe veiligheid en water Inleiding Samenvatting effecten verkeer Samenvatting effecten luchtkwaliteit Samenvatting effecten geluid Samenvatting effecten externe veiligheid Samenvatting effecten water
32 32 32 38 39 44 46
5 5.1 5.2 5.3 5.4
Duurzaamheid Duurzaamheid en stedelijke ontwikkeling Duurzaamheid in de plannen voor de Flanken Effectbeoordeling Doorkijk naar "Het Dok"
49 49 53 55 56
6 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5
Bodem Referentiesituatie Effectbeschrijving Effectbeoordeling Gevoeligheidsanalyse volledige ontwikkeling van voorgenomen plannen VU/VUmc Doorkijk naar "Het Dok"
58 58 60 61 61 61
7 7.1 7.2 7.3 7.4 7.5
Ecologie Referentiesituatie Effectbeschrijving Effectbeoordeling Gevoeligheidsanalyse volledige ontwikkeling van voorgenomen plannen VU/VUmc Gevoeligheidsanalyse "Het Dok"
62 62 66 68 68 68
blad 1 van 126
projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1
Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport
8 8.1 8.2 8.3 8.4 8.5
Cultuurhistorie, archeologie en landschap Referentiesituatie Effectbeschrijving Effectbeoordeling Gevoeligheidsanalyse volledige ontwikkeling van voorgenomen plannen VU/VUmc Doorkijk naar "Het Dok"
70 70 74 79 81 81
9 9.1 9.2 9.3 9.4 9.5
Ruimtelijke ordening en economie Referentiesituatie Effectbeschrijving Effectbeoordeling Gevoeligheidsanalyse volledige ontwikkeling van voorgenomen plannen VU/VUmc Doorkijk naar "Het Dok"
82 82 84 86 87 87
10 10.1 10.2 10.3 10.4 10.5
Overige hinderaspecten en hinder tijdens bouwwerkzaamheden Referentiesituatie Effectbeschrijving Effectbeoordeling Gevoeligheidsanalyse volledige ontwikkeling van voorgenomen plannen VU/VUmc Doorkijk naar "Het Dok"
89 89 91 93 94 95
11 11.1 11.2 11.3 11.4 11.5 11.6 11.7
Conclusies en optimalisaties Aanpak varianten en optimalisaties Conclusies Mogelijkheden tot optimalisatie Gevoeligheidanalyse alternatief: alleen 100% ontwikkeling Flanken Gevoeligheidsanalyse fasering van de ontwikkelingen bij de Flanken Gevoeligheidanalyse anders betalen voor mobiliteit Relatie met het project ZuidasDok
96 96 96 100 103 105 105 106
12 12.1 12.2
Leemten in kennis en aanzet tot evaluatie Leemten in kennis Aanzet tot evaluatieprogramma
107 107 107
Literatuurlijst
109
Colofon
112
Bijlage I
blad 2 van 126
Beleidskader
projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1
Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport
Verklaring van veelgebruikte woorden en afkortingen In dit milieueffectrapport voor de Zuidas - Flanken worden enkele woorden en afkortingen veelvuldig gebruikt. In het onderstaand overzicht zijn deze veelgebruikte woorden en afkortingen kort toegelicht.
blad 3 van 126
projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1
Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport
Samenvatting Inleiding Aanleiding De Zuidas, gelegen rondom de Ringweg A10-Zuid van Amsterdam, is een gebied dat al een aantal jaren sterk in ontwikkeling is. De gemeente Amsterdam is in 1994 begonnen met integrale planvorming om het gebied een impuls te geven en het Rijk heeft het belang van de Zuidas in 1997 bevestigd door het tot Nieuw Sleutel Project (NSP) aan te wijzen. Sinds 1998 wordt er aan de Zuidas gebouwd. Doel van de ontwikkeling van de Zuidas is enerzijds de internationale concurrentiepositie van Nederland, Amsterdam en de Zuidas verder te versterken en anderzijds het unieke gemengde stedelijke gebied met een zeer gunstige ligging ten opzichte van diverse transportassen en met enkele bijzondere functies te behouden en te versterken. De gemeente Amsterdam heeft concrete plannen het gebied verder te ontwikkelen en te intensiveren. Een deel van deze ontwikkelingen is reeds in ruimtelijke besluiten vastgelegd. Voor het overige moet dit nog gebeuren. Dit MER heeft betrekking op die delen van de Flanken van de Zuidas die nog ontwikkeld moeten worden. Aanleidingen om de Zuidas verder te ontwikkelen zijn de wens de marktpositie op de Europese kantorenmarkt te vergroten en deel uit te maken van de groep van Europa's toonaangevende kantorensteden. De werkgelegenheid wordt hierdoor zowel direct als indirect positief beïnvloed.
De Zuidas biedt een aantal gunstige vestigingsfactoren, zoals de goede bereikbaarheid (nabijheid Schiphol, NS-station en ander OV), de nabijheid van Amsterdam als belangrijk centrum voor internationale financiën, zaken, distributie, media, opleidingen , congressen, cultuur en toerisme.
Plangebied De ontwikkeling van de Zuidas valt uiteen in twee delen, waarvoor separaat een m.e.r.procedure wordt doorlopen. Dit MER heeft betrekking op de Flanken van de Zuidas, de gebieden aan weerszijde van de infrastructuurbundel van de A10 en de spoor- en metrolijnen. Later zal een m.e.r.-procedure worden doorlopen voor het realiseren van Zuidas Dok, waarbij ingrepen in de infrastructuurbundel zelf worden beoordeeld. Daarbij is het voorstel de infrastructuurbundel geheel of gedeeltelijk ondergronds te brengen en daarboven een verdere ontwikkeling met kantoren, voorzieningen en woningen te realiseren. In 2003 en 2007 zijn reeds m.e.r.-beoordelingen uitgevoerd, waarbij de conclusie was dat niet van m.e.r.-plichtige activiteiten sprake was. Wijzigingen in het programma leiden wel tot een m.e.r.-plicht. In de Flanken van de Zuidas wordt in de komende jaren op grote schaal de bouw van woningen, kantoren en voorzieningen mogelijk gemaakt. Er zijn meerdere deelgebieden aangewezen (zie figuur op de volgende pagina) in de Flanken van de Zuidas, die ieder een eigen programma kennen. Er blijft enige flexibiliteit bestaan om een beperkte programmatische herverdeling tussen de deelgebieden mogelijk te maken.
blad 4 van 126
projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1
Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport
In onderstaande tabel is opgenomen welke activiteiten ontplooid worden in de flanken van de Zuidas. Dit zijn de activiteiten die op milieueffecten zijn beoordeeld .
MER
Aantal bvo woningen (m2)
Kantoren bvo m2
Voorzieningen bvo m2
Totaal m2
ca. 697.000 m2
ca. 635.000 m2
ca. 237.000 m2
ca. 1.569.000 m2
Verplichting tot milieueffectrapportage De ruimtelijke besluiten die genomen zullen worden, maken een m.e.r.-plichtige activiteit mogelijk, namelijk een 'activiteit, die betrekking heeft op een aaneengesloten gebied en 4.000 of meer woningen omvat binnen de bebouwde kom' (Besluit m.e.r., bijlage C, activiteit 11.21). Daarnaast geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht , vanwege: • de uitvoering dan wel de wijziging of uitbreiding van een stadsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen met een oppervlakte van 100 hectare of meer of een bedrijfsvloeroppervlak van 200.000 m2 of meer (Besluit m.e.r., bijlage D, activiteit 11.2); en • de aanleg van één of meer recreatieve of toeristische voorzieningen, die op zichzelf of gezamenlijk 250.000 bezoekers of meer per jaar aantrekken (Besluit m.e.r., bijlage D, activiteit 10.1).
1.
blad 5 van 126
1
Opgemerkt zij dat het Besluit m.e.r. in de loop van 2011 opnieuw zal worden gewijzigd en dat bijlage C, onderdeel 11 alsdan zal komen te vervallen. De activiteit wordt vanaf dat moment waarschijnlijk m.e.r.-beoordelingsplichtig.
projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1
Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport
Aangezien reeds een m.e.r.-plicht bestaat vanwege de hoeveelheid woningen, en de recreatieve of toeristische voorzieningen hierin reeds meegenomen zijn, is een aparte m.e.r.-beoordeling voor deze laatste activiteiten niet meer noodzakelijk. De m.e.r.-procedure wordt gekoppeld aan het eerste te nemen ruimtelijke besluit voor een deelgebied van de Flanken van de Zuidas.
Samenhang met VU/VUmc De Flanken grenzen aan de terreinen van de Vrije Universiteit (de VU) en het medisch centrum van de VU (het Vumc), deze terreinen worden in de komende jaren, in opdracht van de VU en Vumc, vernieuwd. Voor die activiteit wordt een aparte m.e.r-procedure doorlopen. Beide ontwikkelingen vertonen een zekere samenhang, maar staan ook grotendeels op zichzelf. Er is dan ook gekozen voor afzonderlijke m.e.r.-procedures voor beide projecten. Reden hiervoor is dat er sprake is van verschillende initiatiefnemers (respectievelijk de gemeente Amsterdam en VU/Vumc). De terreinen van VU en Vumc vormen geen integraal onderdeel van de Zuidas.Er is sprake van een ander type ontwikkeling; waar de Flanken betrekking hebben op verdichting met kantoren, woningen en voorzieningen, gaat het bij VU/VUmc om herinrichting, uitbreiding van de campus en het ziekenhuis en de bouw van studenteneenheden Er zijn echter wel aspecten die in samenhang kunnen worden beoordeeld. Zo hebben beide ontwikkelingen te maken met dezelfde wegenstructuur en verkeersstromen.. Het is logisch en wenselijk dit in één verkeersmodel en -rapport mee te nemen. Ook de afgeleide milieueffecten (geluid en luchtkwaliteit) zijn gezamenlijk beoordeeld, evenals de effecten voor water en externe veiligheid.
Voor deze aspecten is één achtergronddocument opgesteld (deel B), dat zowel bij het MER voor VU/VUmc als voor de Flanken geldt. Het MER bestaat uit een deel A, waarin de beoordeling is toegespitst op de Flanken en een deel B, waarin voor een aantal milieuthema's een gezamenlijke beoordeling voor de ontwikkeling van zowel de Flanken als van VU en VUmc is opgenomen. De in deel B beschreven milieueffecten zijn overigens in deel A samengevat en beoordeeld.
Referentiesituatie en alternatieven Referentiesituatie De referentiesituatie heeft betrekking op het jaar 2020 en bestaat uit de huidige situatie met de autonome ontwikkelingen. De autonome ontwikkelingen zijn die ontwikkelingen of voornemens die bestuurlijk zijn vastgelegd door middel van vastgestelde ruimtelijke plannen of vrijstellingen ex artikel 17 en 19 WRO (oude procedure). In het MER wordt uitgegaan van volledige realisatie van alle plannen in 2020, waarmee een worst-case benadering wordt gehanteerd, omdat de werkelijke realisatie naar verwachting ook na 2020 zal plaatsvinden.
Drie alternatieven In een MER moeten alle 'redelijkerwijs te beschouwen' alternatieven aan de orde komen. De alternatieven die voor de Flanken worden beschouwd , gaan uit van de ruimtelijke hoofdstructuur zoals die in de Visie Zuidas (2009) is beschreven. De locatie van de ontwikkeling en de (stedenbouwkundige) uitgangspunten voor het gebied liggen hiermee
blad 6 van 126
projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1
Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport
vast. Hiernaast zijn twee alternatieven beoordeeld in het MER, namelijk een alternatief met 85% van het voorgestelde programma en een met 115% van het voorgestelde programma. Hiermee wordt een bandbreedte van gevolgen van een grotere en kleinere ontwikkeling inzichtelijk gemaakt. Beide percentages bevinden zich in de redelijk te verwachten ontwikkeling van de Zuidas in de komende decennia. De drie alternatieven zijn dus als volgt te karakteriseren: • alternatief 1 (basisalternatief): realisatie van het totale programma (conform de vastgestelde uitgangspunten); • alternatief 2 (alternatief minimaal): een verlaging met een factor 0.85 van het totale programma; • alternatief 3 (alternatief maximaal): een verhoging met een factor 1.15 van het totale programma.
VU/VUmc en het Dok Bij de beoordeling van de alternatieven is steeds uitgegaan van realisatie van 100% van het programma voor VU en VUmc (zie MER VU/VUmc). Per milieuthema is een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd met betrekking tot de ontwikkeling van VU en VUmc. De alternatieven houden geen rekening met de realisatie van het Dok. Wel wordt per milieuthema een kwalitatieve doorkijk gegeven naar de situatie met het Dok.
Optimalisaties In de startnotitie voor het MER is opgemerkt dat een aantal varianten aan de orde zouden komen. Het gaat om optimalisaties rond drie thema's: • Duurzaamheid, • Mobiliteit, • Positionering van functies binnen deelgebieden. Bij het opstellen van het MER is gebleken dat het meer zinvol was voor deze thema's mogelijke optimalisaties in beeld te brengen dan deze uit te werken tot volledige varianten.
Beoordelingsschaal Voor de beoordeling is gebruik gemaakt van een zevenpuntsschaal (zie onderstaande tabel). Bij de diverse milieuaspecten is een onderbouwing gegeven voor de gekozen effectbeoordeling. Effectbeoordeling +++ ++ + 0 ----
Omschrijving zeer positief positief enigszins positief neutraal enigszins negatief negatief zeer negatief
Effecten De tabel met de effectvergelijking laat zien dat op diverse milieuaspecten en criteria de alternatieven niet verschillen van de referentiesituatie (score neutraal) en dat op een
blad 7 van 126
projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1
Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport
aantal criteria de milieueffecten van de alternatieven weliswaar verschillen van die in de referentiesituatie, maar onderling geen verschil in effectbeoordeling laten zien. Voor de criteria waarvoor een verschil optreedt ten opzichte van de referentiesituatie wordt hierna een onderbouwing van de beoordeling gegeven. aspect
Verkeer en vervoer
Alternatief 1 100%
Alternatief 2 85%
Alternatief 3 115%
toename automobiliteit modal split
+
+
+
A10
0
0
0
stedelijk wegennet Amsterdam en Amstelveen aantal ongevallen en slachtoffers
-
-
-
0
0
0
Toename concentratie NO2 Toename concentratie PM10
-0
-0
-0
Toe- afname Lden bestaande omgeving Wegverkeerlawaai ruimtelijk niveau Wegverkeerslawaai Woningniveau Spoorweglawaai ruimtelijk niveau Spoorweglawaai woning niveau
0
0
-
---
---
---
-
-
--
-
-
-
-
-
-
Hoge druk aardgasleiding Toename groepsrisico A10
0 --
0 -
0 --
Watersysteem en waterberging Waterkwaliteit Grondwater Waterkering
0 0 0 0
0 0 0 0
0 0 0 0
Bodemopbouw Bodemkwaliteit
0 0
0 0
0 0
Zoogdieren en amfibieën Vleermuizen Vogels Vissen Reptielen, vlinders, libellen en overige ongewervelde dieren
0 0
0 0
0 0
Archeologie
bekende archeologische waarden archeologische trefkans
0 -
0 -
0 -
Cultuurhistorie
historisch-geografische waarden historisch-bouwkundige waarden
0 -
0 -
0 --
Luchtkwaliteit
Geluid
Externe veiligheid
Water Bodem
Ecologie
Landschap Duurzaamheid
Ruimtelijke ordening en economie
Overige hinderaspecten
blad 8 van 126
criterium
landschappelijke waarden
0
0
0
bijdrage aan duurzame ontwikkeling
+++
+++
+++
Sociale veiligheid Barrièrewerking Ruimtelijke kwaliteit
+ 0 +++
+ 0 +++
+ 0 +++
Trillingen Licht Hitte Wind Schaduw Zichtlijnen Kabels en leidingen Obstakelvrije zone
0 0 0
0 0 0
----0 0 0
projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1
Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport
Verkeer en vervoer De automobiliteit op en rondom de Zuidas is reeds groot. De verdere ontwikkeling van de Flanken leidt in de drie alternatieven tot slechts een beperkte toename. Hier is een enigszins negatieve beoordeling voor gegeven.Ondanks de toename van de automobiliteit geldt voor de modal split een licht positieve beoordeling. Deze komt voort uit de afname van het aandeel autoverplaatsingen ten gunste van het gebruik van het openbaar vervoer. Een groter aandeel van de verplaatsingen vindt plaats per fiets of openbaar vervoer. Op de reeds zware belasting van de A10 in de referentiesituatie heeft de ontwikkeling van de Flanken slechts een zeer beperkte impact. Hoewel de effecten op de A10 bij het alternatief maximaal groter zijn dan bij het alternatief minimaal zijn deze verschillen te verwaarlozen. Daardoor zijn alle drie de alternatieven als neutraal beoordeeld. Voor het onderliggend wegennet leiden de drie alternatieven tot een enigszins negatieve score, omdat in beide alternatieven de doorstroming op het stedelijke wegennet van Amsterdam en Amstelveen verslechtert. Hierdoor zijn in de onderzochte periode aanpassingen aan kruispunten noodzakelijk teneinde de capaciteit te vergroten. Het moment van de aanpassingen is afhankelijk van de daarvoor relevante ontwikkelingen.
Luchtkwaliteit De toename van NO2 (stikstof?) scoort in alle alternatieven negatief ten opzichte van de referentiesituatie. De concentraties liggen echter ruim onder de grenswaarden. Voor PM10 (fijn stof)zijn geen significante wijzigingen berekend.Fijn stof scoort neutraal in alle alternatieven. Geluid Door de nieuwe ontwikkeling zal een groter gebied te maken hebben met hoge geluidsniveaus. Het geluid in de Flanken is vooral afkomstig van het verkeer op de A10 en (in mindere mate) van de grotere wegen in en rond het plangebied. De ontwikkeling van de Flanken leidt tot een beperkte toename van de bronsterkte van het wegverkeerslawaai, maar -als gevolg van de nieuwbouw- wel tot een toename van het aantal geluidgevoelige bestemmingen. Op woningniveau is het effect beperkter dan op gebiedsniveau. Dit wordt veroorzaakt door de omstandigheid dat niet in elk gebouw een geluidgevoelige functie, zoals wonen, gerealiseerd zal worden. Gebouwen met een niet-geluidgevoelige bestemming fungeren voorts als afschermende objecten waardoor het geluidniveau achter de gebouwen afneemt. Het aantal geluidgehinderden in het plangebied neemt dus wel toe (als gevolg van de nieuw te realiseren woningen in het gebied), maar minder sterk dan het geluidbelaste oppervlak.
Vandaar ook de verschillen in beoordeling tussen het ruimtelijk niveau (geluidbelast oppervlak) en het woningniveau (geluidsgevoelige objecten). Het spoorweglawaai neemt ook toe, maar de score hiervoor slechts gering negatief., . Het alternatief maximaal scoort voor de toe-/afname van geluid, uitgedrukt in Lden, op de bestaande omgeving en op het wegverkeerslawaai op woningniveau slechter dan de andere alternatieven. Dit komt doordat het verkeer meer toeneemt op het onderliggend wegennet bij het alternatief maximaal dan bij de andere twee alternatieven.
blad 9 van 126
projectnr. 231932 25 januari 2011, versie 4.1
Zuidas - de Flanken Milieueffectrapportage deel A - hoofdrapport
Externe veiligheid Voor de Flanken is alleen de A10 een relevante risicobron. Door de toevoeging van het programma aanwoningen, kantoren en voorzieningen is sprake van een stijging van het groepsrisico. Bij het alternatief minimaal (85%) is deze stijging enigszins negatief, voor het basisalternatief (100%) en het alternatief maximaal (115%) is de stijging negatief. Ecologie Voor vleermuizen, vogels en vissen vindt door de voorgestelde ingrepen verstoring plaats, die als enigszins negatief wordt beoordeeld. Redenen hiervoor zijn het verdwijnen van groen en nestplaatsen voor vogels, het beperken van foerageermogelijkheden voor vleermuizen en het dempen van bestaande sloten, waarin de Bittervoorn en de Rivierdonderpad kunnen voorkomen. De gunstige staat van instandhouding wordt door deze ingrepen niet negatief beïnvloed. Archeologie, cultuurhistorie en landschap In een klein deel van het plangebied is de kans op het aantreffen van archeologische waarden hoog en in een aantal delen is deze kans laag. Daarnaast is een deel van het gebied vrijgesteld van verder archeologisch onderzoek op basis van de bureauonderzoeken die reeds uitgevoerd zijn. Het plangebied wordt grootschalig bebouwd. Dit betekent dat er een kans bestaat dat archeologische waarden worden aangetast.
Deze is als enigszins negatief beoordeeld, omdat het grotendeels om gebieden met een lage trefkans gaat en gebieden die zijn vrijgesteld van archeologisch onderzoek. Voor de historische bouwkundige waarden geldt een enigszins negatieve beoordeling voor het basisalternatief en het alternatief minimaal, omdat de verdichting van het gebied enerzijds effect heeft op de monumenten die in het gebied voorkomen en anderzijds een effect hebben op monumenten en het aan te wijzen beschermd stadsgezicht Plan Berlage Zuid. Het alternatief maximaal scoort hier negatief, omdat bij een groter programma de mogelijkheid om rekening te houden met monumenten en het aan te wijzen stadsgezicht minder groot is dan bij het basisalternatief en het alternatief minimaal. Duurzaamheid In de Flanken gebeurt veel op het gebied van duurzaamheid. De voorgenomen activiteiten worden conform de uitgedragen principes in de Duurzaamheidsvisie gerealiseerd waardoor er op dit aspect geen onderscheid is tussen de drie alternatieven. Wel kan geconcludeerd worden dat de grootschaligheid van de intensivering ervoor zorgt dat op andere plaatsen in Amsterdam en omgeving niet extra gebouwd hoeft te worden. Zeker in combinatie met een hoogwaardige OV-knooppunt zorgt dat voor een extra duurzaam karakter. Ruimtelijke ordening en economie Sociale veiligheid scoort enigszins positief.
Het programma leidt tot meer functiemenging, waardoor het gebied zeven dagen per week intensief gebruikt zal worden. Het plaatsen van voorzieningen in de plint leidt tot extra levendigheid en verhoogt de sociale veiligheid. Het effect van de ontwikkelingen op de ruimtelijke kwaliteit is beoordeeld als zeer positief. Hierbij zijn de gebruiks-, belevings- en toekomstwaarde betrokken. De nieuwe ontwikkelingen hebben een positief effect door de menging van functies. Uitgangspunt bij de beoordeling is geweest dat deze waarden ook worden betrokken bij de verdere stedenbouwkundige en architectonische ontwerpen.
blad 10 van 126