A - 46 Openbare Ruimte en Groen (33) bijlage 2 Integraal Beheerplan Openbar
Tekst van het document
n De fietsparkeervoorzieningen houden het tempo van het toenemende fietsgebruik in de stad amper bij. n Nieuwe zwemwaterwetgeving zorgt voor strengere eisen aan installaties en onderhoud.
3.4 Toekomstbestendig beheer en de openbare ruimte - Versterken De focus verschuift naar het behoud van de bestaande stad. Bij het werken aan de openbare nemen we de juiste maatregel op het juiste moment en de juiste plek. Op die manier doen we langer met onze spullen. Levensduurverlenging is financieel aantrekkelijk en ook uit het oogpunt van duurzaamheid moeten we de levensduur van verhardingen, groen en al ‘onze’ andere spullen verlengen. Door geen materialen weg te gooien waarvan de technische levensduur nog niet bereikt is. Niet alleen nu, maar ook de komende 10, 20 en 50 jaar. Hier staat tegenover dat de indeling van veel straten niet voldoet aan de eisen van de toekomst. De stad zet een transitie in. De balans tussen ontmoeten, verblijven en verplaatsen verschuift naar ontmoeten en verblijven. Daarvoor moeten we anders naar de openbare ruimte kijken. Dit hangt ook stevig samen met de groei van de stad, die zorgt voor meer voetgangers en fietsers, en andere mobiliteitsvormen en -opgaven. Ook de (beleids)ambities op het gebied van klimaatadaptatie en circulair behoren bij deze opgaven. Alleen als het vanwege belangrijke maatschappelijke opgaven echt nodig is, passen we de openbare ruimte aan. Dit betekent: minder herinrichten, maar waar het kan de openbare ruimte ‘versterken’ met noodzakelijke ambities.
Bijvoorbeeld klimaatadaptatie: de stad krijgt te maken met steeds meer extreme weersomstandig heden: hitte, droogte en neerslag. Om in de nabije toekomst zowel schade voor bewoners, ondernemers en bezoekers als schade aan de kapitaalgoederen te voorkomen, moeten we hiervoor maatregelen nemen in het onderhoud. We moeten noodzakelijke verbeteringen doorvoeren om de stad klaar te maken voor de toekomst. In veel projecten komen deze punten samen (werk-met-werk). In de afgelopen periode is de ‘Uitvoeringsstandaard toekomstbestendig werken in de openbare ruimte’ (april 2023) opgesteld. De uitvoeringsstandaard beschrijft het raamwerk waarbinnen alle werkzaam heden in de openbare ruimte worden uitgevoerd: losse verbetermaatregelen, groot onderhoud, vervan ging en herinrichting. Door ons te committeren aan deze standaard committeren we ons aan duurzamer, slimmer en effectiever werken aan een toekomst bestendige stad.
Beheerplan Openbare Ruimte
|
25
4. Een afgewogen aanpak De opgaven voor het behouden, koesteren en verster ken van de openbare ruimte hebben gevolgen voor de benodigde organisatie en middelen. In dit hoofdstuk geven we meer inzicht in een haalbaar en afgewogen programma. Werken met assetmanagement: meer transparantie en slimmer programmeren In de Amsterdamse uitvoeringsorganisatie passen we assetmanagement toe. In het voorgaande hoofdstuk werd gesproken over onze spullen of kapitaal goederen. Binnen het assetmanagement spreken we over ‘assets’. In het beleidskader 1Amsterdam Heel & Schoon (2017) wordt in deel 2 uitgebreid ingegaan op de systematiek. Bij assetmanagement gaat het over het duurzaam beheersen van prestaties, risico’s en kosten, gedurende de gehele levenscyclus van de assets. Voorop staat een kundig beheer en onderhoud van de wegen, straten, pleinen en parken. Met alle informatie op orde kunnen de werkzaamheden slimmer en effectiever worden ingepland, kan sneller worden ingespeeld op de behoeftes van de gebruikers en is er meer transparantie in de keuzes en uitgaven. Daarmee wordt expliciet tegen welke kosten de prestaties worden geleverd en de risico’s worden beheerst. De beheerder werkt aan de opgave om, met als uitgangspunt de principes van hoogwaardig beheer, de prestaties met de optimale mix aan maatregelen te realiseren.
4.1 Kloof tussen de onderhouds opgave en de beschikbare middelen De jaarlijkse middelen die besteed worden aan de onderhoudswerkzaamheden aan de openbare ruimte zijn opgebouwd uit een afweging van de normkosten, de begroting, het programma en de realisatie. Op deze wijze dragen de beschikbare middelen zo doelmatig mogelijk bij aan de opgave voor beheer en onderhoud in de openbare ruimte. Om tot een afgewogen aanpak te komen hebben we in het programma een aantal keuzes gemaakt. Deze keuzes bepalen samen de aan pak van de uitvoering van het beheer en onderhoud in de openbare ruimte in de periode 2023-2026. In december 2021 zijn de resultaten van de be stuursopdracht Normkosten met de raad gedeeld. Normkosten zijn de jaarlijks gemiddelde (eeuwig durende) theoretische kosten om de openbare ruimte op het ambitieniveau (Sober) te kunnen beheren en onderhouden. Er is onderzocht wat het minimale kwaliteitsniveau is en welke middelen tenminste nodig
zijn om dit kwaliteitsniveau van de openbare ruimte te behouden. In het onderzoek is aangetoond dat er op dit moment te weinig onderhoud wordt uitgevoerd om de stad op een kostenefficiënte manier in stand te houden en dat er financiële knelpunten zijn om de openbare ruimte op niveau Sober te onderhouden. Er is sprake van een kloof tussen de onderhoudsopgave en de beschikbare middelen. En deze kloof is groot (jaarlijks tientallen miljoenen). In dit hoofdstuk worden zes stappen aangedragen om de kloof te verkleinen en of beheersbaar te houden om zo de stad zo leefbaar mogelijk te houden.
Normkosten
Begroting
Programma
Realisatie
Oplopende achterstalligheid Onderhoud dat niet op tijd is uitgevoerd wordt aangemerkt als achterstallig onderhoud. Achterstallig onderhoud omdat het niet tijdig is uitgevoerd, kan leiden tot schade (hogere herstelkosten = kapitaal vernietiging) en/of onveilige situaties. De afgelopen jaren hebben we geïnvesteerd in het inlopen van het achterstallig onderhoud door werkzaamheden aan groen en verhardingen. Achterstallig onderhoud aan bruggen en kademuren pakken we programmatisch aan. Op dit moment is er in de openbare ruimte’ nog substantiële achterstalligheid in het groene fundament; de water- en vaarwegenstructuur; en het netwerk van pleinen, fietspaden, stoepen en wegen (zie hoofdstuk 3). We hebben eerder gerapporteerd dat er een meerjarige aanpak nodig is om deze achterstalligheid weg te werken. Met het huidige programma kunnen we het achterstallig onderhoud niet verkleinen, en neemt het zelfs toe, bijvoorbeeld bij het netwerk van pleinen, fietspaden, stoepen en wegen (zie paragraaf 3.2.3). Extra middelen voor de onderhoudswerkzaamheden aan de openbare ruimte De komende jaren zijn er incidentele middelen (80 miljoen euro in de periode 2022-2025) en Beheerplan Openbare Ruimte
|
26
structurele middelen (20 miljoen euro per jaar vanaf 2026) vrijgemaakt om het onderhoud van de bestaande stad een impuls te geven. Met oog voor de toekomstbestendigheid van de stad worden deze middelen ingezet voor het uitvoeren van achterstallig onderhoud. Daarbij hebben we de keuze gemaakt voor het uitvoeren van de wettelijke taken/werkzaamheden aan het groen en water.
De extra middelen zorgen voor enige verlichting, maar zijn nog onvoldoende om alle kapitaalgoederen op het niveau sober te onderhouden. Voor de realisatie van de totale stadsbehoud opgave komen we ruim €200 miljoen tekort. De vervangingsinvesteringen worden - binnen het investeringsplafond – op peil gehouden, waar een verdere groei nodig is om niet een boeggolf aan vervangingen in de toekomst te creëren.
Tabel: Bestedingsvolume voor het programma Stadsbehoud
netwerk
Kapitaalgoederen
2022 (realisatie)
2023
€ 23,00
€ 29,00
€ 23,00
€ 29,00
€ 33,50
€ 44,00
Water
€ 1,60
€ 4,80
Beweegbare bruggen, sluizen, steigers en oevers**
€ 31,90
€ 39,20
€ 61,20
€ 66,35
Verhardingen
€ 57,20
€ 55,60
Wegtunnels
€ 2,90
€ 9,50
Busstations
€ 1,10
€ 1,20
€ 42,80
€ 57,80
Straatmeubilair en speelvoorzieningen
€ 2,80
€ 5,00
Verkeerssystemen
€ 19,00
€ 21,10
Openbare verlichting
€ 21,00
€ 31,70
€ 6,40
€ 7,20
€ 6,40
€ 7,20
€ 166,90
€ 204,35
Het groene fundament Groen* De water- en vaarwegenstructuur
Het netwerk van pleinen, fietspaden, stoepen en wegen
Het meubilair
Algemeen IV, Ondergrond, Klimaatadaptatie Totaal*** (Bedragen in miljoenen) * Exclusief Amsterdamse Bos ** Exclusief het Programma Bruggen en Kademuren *** De bedragen in de bovenstaande tabel worden gedekt uit: reserve SB, reserve AO, Algemene middelen en de investeringskredieten.
Het huidige programma gaat uit van een beheersbare groei die is afgestemd op de krapte van de arbeids markt en het feit dat we onvoldoende materialen beschikbaar hebben. Als gevolg van gelimiteerde beschikbare middelen zal de ingezette groei van de afgelopen jaren afvlakken tot een gelijkblijvend volume en realiseerbaar programma voor beheer en onderhoud van de openbare ruimte. In de bovenstaan de tabel is het bestedingsvolume voor het programma Stadsbehoud aangegeven. Inmiddels wordt invulling gegeven aan de bestuursopdracht uit het Coalitie
akkoord: we werken, uitgaande van de onderhouds opgave, toe naar een toekomstbestendige openbare ruimte en creëren daarnaast een extra verschuiving van een deel van de middelen van Stadsverbetering naar Stadsbehoud. Beide programma’s zijn in een gezamenlijk proces geprioriteerd. Bij de begroting 2024 volgt hiervoor het voorstel welke, op basis van de opgaven voor zowel stadsbehoud als stadsverbetering en beschikbare financiële middelen, de benodigde (onderhouds-)werkzaamheden voor de komende jaren weergeeft. Beheerplan Openbare Ruimte
|
27
4.2 Bijdrage aan de vier prioritaire opgaven In hoeverre besteden we de middelen aan de uit voering van de ambities van het coalitieakkoord en beleid; en de vier prioritaire opgaven? We hebben een groot deel van de beschikbare middelen nodig om aan de wettelijke taken en veiligheid te voldoen. Uit de inspecties blijkt dat de opgave in de stadsdelen Nieuw-West en Noord groot is. In stadsdeel Zuidoost blijken de achterstanden op basis van techniek en veiligheid minder groot. Deze drie gebieden krijgen, vanuit het coalitieakkoord meer aandacht om het perspectief van bewoners, en vooral jongeren, struc tureel te verbeteren. In de toekomst zal het beheer en onderhoud op bepaalde plekken mogelijk vermin deren om elders in de stad met de inzet van beheer en onderhoud waarde aan de openbare ruimte toe te voegen om daar veilige en leefbare openbare ruimtes te creëren. Zo dragen we bij aan de ‘solidaire stad’; aan het ongelijk investeren voor gelijke kansen. De ‘Uitvoeringsstandaard toekomstbestendig werken aan de openbare ruimte’ levert een belangrijke bijdra ge aan de ‘duurzame toekomst’. Met het toepassen van de uitvoeringsstandaard bij de onderhoudswerk zaamheden aan de openbare ruimte voorkomen we het vroegtijdig vervangen van materiaal en zetten we in op zo veel mogelijk hergebruik.
Levensduurverlenging staat voorop; geen onderhoudswerkzaamheden zonder aantoonbare essentiële technische noodzaak. En waar we toch aan de slag gaan plaatsen we zoveel mogelijk de bestaande materialen en spullen terug. Door de levensduur te verlengen en het hergebruik van spullen, verlagen we de ecologische voetafdruk. Immers met minder inzet en minder gebruik van nieuw materiaal komen er minder milieuvervuilende stoffen vrij en verlagen we de uitstoot van stikstof en CO2 en neemt het energieverbruik af. Met gebruikmaking van de ‘Standaard voor het Amsterdamse straatbeeld’ (Puccinimethode) en ook de ‘Uitvoeringsstandaard toekomstbestendig werken aan de openbare ruimte’ leveren we een bijdrage aan ‘verantwoorde groei’. Het noodzakelijke onderhouds werk wordt gekoppeld aan het wegnemen van risico's, zoals knelpunten op het vlak van klimaatadaptatie en verkeersveiligheid. In aanvulling daarop wordt onder houdswerk waar mogelijk (binnen scope en budget) ‘opgeplust’ met afgebakende verbeteringen die bijdragen aan de realisatie van beleidsdoelen. Bijvoor beeld vergroening, het opheffen van parkeerplaatsen en ruimte maken voor voetgangers en fietsers. Het is wel belangrijk om hier en pas op de plaats te maken, gelet op de grote kloof tussen de onderhoudsopgave en de beschikbare middelen. Er kan maar beperkt worden meegewerkt aan de genoemde overstijgende beleidsopgaven in de stad.
En gewenste plussen in het
onderhoud hebben altijd dekking nodig uit andere dekkingsbronnen (vooral stadsverbetering), omdat deze extra kosten niet vanuit stadsbehoud gedekt kunnen worden. Investeren in de ‘samenwerking en organisatie’ blijft belangrijk voor begrip en draagvlak. Bij het maken van afwegingen voor beheer en onderhoud in de openbare ruimte zijn vaak belangen betrokken die bestuurlijk of vanuit de omgeving zijn ingegeven. Deze rationele benadering van de opgaven in de openbare ruimte staat in de praktijk vaak haaks op de technische en financiële benadering van het beheer en onder houd van de openbare ruimte. Zo kan uitstel van groot onderhoud leiden tot hogere kosten voor dagelijks onderhoud, en te weinig middelen voor dagelijks onderhoud kan leiden tot eerdere behoefte aan groot onderhoud of vervanging. Met deze rationele keuzes, waarbij we met elkaar de afweging zo integraal moge lijk maken, accepteren we suboptimale bestedingen. Daardoor neemt de kwaliteit van de openbare ruimte af en moeten we constateren dat niet alle belangen met elkaar verenigd kunnen worden.
4.3 Hoe de kloof in stappen te verkleinen? De kloof tussen de onderhoudsopgave en de beschik bare middelen is groot. Hoe zorgen we ervoor dat we een leefbare stad behouden? We onderscheiden zes te ondernemen stappen om de kloof te verkleinen en of beheersbaar te houden. Bepaalde kapitaalgoederen zoals openbare verlichting, verkeersinformatiesystemen, verkeersregelinstallaties, bomen, stedelijk busstations en tunnels zijn zo belangrijk voor de stad (veiligheid, doorstroming, toegankelijkheid) dat er ongewenste gevaarlijke situaties ontstaan in de openbare ruimte als ze niet functioneren. Het volume/ de onderhoudswerkzaam heden op deze kapitaalgoederen wordt daarom op niveau gelaten. Beheerplan Openbare Ruimte
|
28
Voor andere kapitaalgoederen zijn of worden keuzes gemaakt op basis van een of meerdere van de onder staande zes stappen. 1. Lange termijnperspectieven en scenario’s opstellen De schaarste in financiële middelen zijn aanleiding om voor de kapitaalgoederen van de openbare ruimte meer inzicht te genereren in de benodigde investeringen en kapitaallasten om deze op de lange termijn op tijd te vervangen. Dit moet ertoe leiden dat een betere inschatting kan worden gemaakt van de daadwerkelijk benodigde behee rinspanning voor de middellange en lange termijn. Wanneer zijn welke vervangingen en groot onder houd te voorzien? Hoe vallen deze in de tijd? Het combineren van groot onderhoud en vervangin gen met andere opgaven in de stad is aantrekkelijk en waar dat past maken we werk-met-werk. Het is hiervoor waardevol om een langetermijnperspectief te hebben, om de opgave voor de stad scherper te krijgen en daar toekomstbestendige keuzes in te kunnen maken. Met een langetermijnplanning (5-15 jaar en verder vooruit) kunnen we het groot onderhoud nog beter combineren met de opgaven in de stad. 2. Risico’s beheersbaar houden We zullen meer risico’s moeten accepteren en dan voornamelijk de risico’s met een beperkte impact. Bijvoorbeeld risico’s ten aanzien van de fysieke en sociale uitstraling. Denk aan onfraai straatwerk in parkeervakken en onaantrekkelijke groen.
Binnen de huidige begroting verwachten we ook dat er vaker oneffenheden in het straatwerk door boomwortelopdruk, losliggende tegels en scheuren in asfalt voorkomen. Hierdoor kan mogelijk letsel ontstaan. Dit risico is beperkt en te beheersen vanuit het dagelijks onderhoud, mits de werkvoor raad niet te veel oploopt. Ook waterbeheersing in parken en het onderhoud aan beschoeiingen krijgt geen prioriteit, omdat hier de veiligheidsrisico’s het laagst zijn. 3. Functieveranderingen in de openbare ruimte Binnen de huidige begroting wordt niet alle onderhoud bij straatmeubilair (denk aan bankjes, kunst en fonteinen) volledig uitgevoerd. Als er toch onderhoud nodig is en er geen middelen beschik baar zijn, sluiten we het object af, of verwijderen we het. Dit heeft invloed op de aantrekkelijkheid van de openbare ruimte. Vanwege de waarde van het spelen voor de stad blijft het volume aan onder houd aan de speeltoestellen gelijk, met name ook in de masterplan gebieden Zuidoost en Nieuw-West en bij de Aanpak Noord.
4. Uitvoeringsstandaard om de openbare ruimte tóekomstbestendig te ‘versterken’ Bij het werken aan de openbare nemen we de juiste maatregel op het juiste moment en de juiste plek. Op die manier doen we langer met onze spullen en dat is financieel aantrekkelijk en met het oog op duurzaamheid noodzakelijk. De indeling van de straten voldoet in veel gevallen (nog) niet aan de eisen van de toekomst. Hier ontstaat een dilemma. We moeten gehoor geven aan de groei, de verschuiving in het gebruik en de klimaatadaptie. Alleen waar het echt noodzakelijk is, gelet op belangrijke maatschappelijke opgaven, passen we de openbare ruimte aan. Dit betekent: minder herinrichten, maar waar het kan de openbare ruimte ‘versterken’ met noodzakelijke ambities. De ‘Uit voeringsstandaard toekomstbestendig werken aan de openbare ruimte’ geeft het raamwerk. Door te werken volgens deze uitvoeringsstandaard kunnen we jaarlijks meer vierkante meters openbare ruimte op het gewenste niveau brengen. 5. Bestendigen middelen bij areaaluitbreiding Amsterdam heeft de opgave jaarlijks duizenden woningen te bouwen, grotendeels binnen de bestaande stad. Deze productie zorgt voor een vergrote druk op de openbare ruimte en bereik baarheidsmogelijkheden. In de mobiliteitsplannen staat op welke manier de woningbouw gefaciliteerd kan worden.
Aanvullende of betere infrastructuur is randvoorwaardelijk voor de ontwikkeling van bepaalde gebieden. Het rijk draagt bij aan deze opgave. De toekenning van het Rijk vraagt voor een grote cofinanciering waarvoor een afweging moet worden gemaakt uit welke budgetten deze cofinan ciering wordt betaald. De uitbreidingen van de stad leggen een grote weerslag op de financiën. Hierbij vraagt de uitbreiding van areaal om structurele toekenning van budget voor beheer. Een Systematiek is nodig waarbij de beschikbare middelen voor beheer en onderhoud 1-op-1 of met een vast percentage meegroeien met de ontwikke ling en het gebruik van het areaal. 6. Jaarlijks blijven informeren over de middelen voor het onderhoud van de openbare ruimte Het vraagt een substantiële extra (financiële) inspanning om de kloof tussen de onderhouds opgave en de beschikbare middelen te blijven overbruggen. Vanuit het coalitieakkoord is € 80 mln. incidenteel en € 20 mln. structureel beschikbaar gesteld. En bij de begroting 2024 volgt het voorstel voor een extra verschuiving van een deel van de middelen van stadsverbetering naar stadsbehoud.
Beheerplan Openbare Ruimte
|
29
Enerzijds is het streven om een bijdrage te leveren aan het versterken van de openbare ruimte en alle maatschappelijke opgaven die daar om vragen. We wensen een openbare ruimte die ecologisch veilig (‘duurzame toekomst’) en sociaal rechtvaardig (‘solidaire stad’) is. Het moet voor iedereen mogelijk zijn om te participeren aan de maat schappij (‘samenwerking en organisatie’), een gezond leven te hebben, ontmoeting en interactie te hebben en te leven in een omgeving met een menselijke maat, waar ruimte, groen en gezondheid (‘verantwoorde groei’) centraal staan. Iedereen moet zich in Amsterdam thuis kunnen voelen: de openbare ruimte moet de huiskamer zijn van alle Amsterdammers. Anderzijds is er een financiële werkelijkheid met een tekort aan financiële middelen om de openbare ruimte op het gewenste kwaliteitsniveau te krijgen en te houden. We blijven werken aan de kwaliteit en het verster ken we de openbare ruimte. De financiële situatie dwingt ons om keuzes te maken, want niet alles kan. We kiezen er daarbij nu voor om de veiligheid en technische noodzaak en toekomstbestendigheid als vertrekpunt te nemen. Hiermee zorgen we ervoor dat we duurzaam zijn door materialen zo lang mogelijk mee te laten gaan. Ook betekent dit dat we op meer plekken onderhoud kunnen doen, omdat we terughoudend zijn in grote (en kostbare) aanpassingen van de openbare ruimte.
Jaarlijks blijven we op bestuurlijk niveau informeren over de noodzakelijke middelen voor het onderhoud van de openbare ruimte.
Beheerplan Openbare Ruimte
|
30
5. Uitvoering van het plan; organisatie, monitor en planning 5.1 Organisatie - Stad, stadsdelen én gebieden Jaarcyclus en stadsdelen In de afgelopen collegeperiode gewerkt met een jaarcyclus waarbij we in het voorjaar en in het najaar bestuurlijk rapporteerden over de voortgang op de uitvoering van Stadsbehoud. In het najaar presenteer den we de uitvoeringsplannen voor het volgend jaar en in het voorjaar de financiële opgave voor de begroting. Dit bood de mogelijkheid om minimaal twee keer per jaar bestuurlijk aandacht te vragen voor de forse opgaven binnen Stadsbehoud.
In de komende periode werken we, als gevolg van de verordening stadsdelen en stadsgebied Amsterdam 2022, in de stad en stadsdelen meer samen. Het opstellen van de uitvoeringsplannen vindt op stads deelniveau plaats. Jaarlijks rapporteren we over de voortgang onder andere via de P&C-cyclus. Daarnaast informeren we de stadsdeelbesturen parallel aan het opstellen van de begroting gedetailleerder over de specifieke opgave per stadsdeel, in samenhang met het programma Stadsverbetering.
Kaart: Verdeling van het werkpakket per stadsdeel voor het beheer en onderhoud van de Amsterdamse openbare ruimte
Integraal en gebieden Het beheerplan geeft een beeld van de opgave en uitvoering van beheer en onderhoud. Een belangrijk onderdeel vormt de jaarlijkse voortgangsrapportage, met aandacht voor de financiën, waarin we een inte grale afweging maken tussen de (technische) opgave
in de gebieden en de inzet van middelen. De opgave in de openbare ruimte zal ook in deze bestuursperiode groter blijven dan het financieel kader. Het maken van keuzes blijft onvermijdelijk. Daarnaast is er een wisselwerking tussen het type werkzaamheden en de dekkingsbronnen. Het uitstellen van groot onderhoud Beheerplan Openbare Ruimte
|
31
leidt tot achterstanden op termijn en door het uitblij ven van herinrichtingen moet de bestaande openbare ruimte langer worden onderhouden. De behoefte om integrale afwegingen te maken groeit; een doelmatige uitvoering gericht op toekomst bestendig beheer en onderhoud wordt de standaard en ongelijk investeren voor gelijke kansen geeft een impuls aan een gebiedsgerichte aanpak. Een ver schuiving van dekkingsbronnen, een gebiedsgerichte afweging voor werkzaamheden in de openbare ruimte maakt het beheer en onderhoud de komende periode integraler. Dit beheerplan geeft een totaalbeeld van de middelen die besteed worden aan het beheer en onderhoud van de openbare ruimte.
5.2 Informatiepositie en Monitor Informatiepositie Er is veel uitvoeringsinformatie over de kapitaal goederen beschikbaar. Door deze kwantitatieve informatie te koppelen aan kwalitatieve informatie over het (sociale) gebruik van de openbare ruimte, inzicht in de ecologische voetafdruk, toekomstbestendigheid en de (lange termijn) financiën, kunnen we meer maatschappelijke waarde voor een plek creëren. De aanleiding om in de openbare ruimte in te grijpen is een risicoanalyse aan de hand van de vier prioriteiten (zie paragraaf 2.2). Zo kan het gevoel van onveiligheid in een tunnel ook een aanleiding zijn om in te grijpen. Op die manier opent de beheerwereld zich naar het sociale domein en worden kwalitatieve onderdelen deel van de kwantitatieve operationele wereld van beheer. Het koppelen van de vier prioriteiten aan de beheer inzet en dit in de tijd, locatie en geld uiteenzetten vraagt analytische kracht in de complexe koppeling van kwantitatieve en kwalitatieve informatie. Infor matie over de intensiteit van het gebruik van bruggen (bv aantallen en typen voertuigen) koppelen aan informatie over de toestand van de bruggen (‘het areaal'), de technische kwaliteit van het areaal, de CO2 uitstoot van materieel en materialen, circulaire keuzes en normkosten. En dit verwerken in scenario’s op basis waarvan we (bestuurlijke) keuzes kunnen maken.
Het vertrekpunt hierbij is de beschikbaarheid van informatie; de informatiepositie. Vanuit die informatie positie kan je sturen op efficiëntie, op de opgaven, op de programmering, op het beheer. Een bijkomende stap om hier gericht mee te werken en overzicht te creëren is de verdere ontwikkeling en uitbreiding van ‘kaartgericht werken’. Hiermee krijgen we zicht op de (overlappende) werkzaamheden.
De afgelopen periode hebben we de informatie positie stap voor stap verbeterd. We werken onder andere met verkeersmodellen, inzicht in normkosten, kwaliteitsniveaus en een risicomatrix voor veiligheid en beschikbaarheid. Een schakel in de informatie keten die kan worden verbeterd, is het inzicht in de ecologische voetafdruk. Hiervoor ontwikkelen we een duurzaamheidsmodel. Monitor – Meten is weten Een wezenlijk onderdeel van beheer is om het effect van de aanpak ook meetbaar en inzichtelijk te maken. Hiervoor moeten we voortdurend de ontwikkelingen binnen en buiten de organisatie monitoren. Om grip te houden op de kwaliteit van de openbare ruimte en om bij te kunnen sturen waar dat nodig en wenselijk is, moeten we inzicht hebben in de kwaliteit. De afgelo pen jaren hebben we het monitoren en rapporteren verbeterd, zoals we terugzien in de vorige stadsbe houdcyclus. In de komende periode investeren we in het lerend vermogen en de informatiepositie door een standaard ‘resultaten’- monitor te ontwikkelen, passend bij de begroting en die is gericht op de vier prioriteiten: solidaire stad, duurzame toekomst, ver antwoorde groei en samenwerking & organisatie. Het is belangrijk om deze vier prioriteiten voor het beheer van de openbare ruimte op een werkbare manier te vertalen naar de uitvoeringsteams die er in de operatie mee aan de slag moeten.
En voor de uitvoering is het van belang om de informatie over resultaten periodiek op bestuurlijk niveau te presenteren. Op periodieke basis rapporteren, zorgdragen voor open en trans parante resultaten, en toetsen aan een set simpele reële strategische kernresultaten moeten de basis gaan vormen om op bestuurlijk niveau inzicht te geven in de gemaakte keuzes. Het onderstaande overzicht dient hierbij als hulpmiddel.
Beheerplan Openbare Ruimte
|
32
Overzicht – Hulpmiddel/gedachtesteun voor de ontwikkeling van een monitor
Opgave
Thema’s
Kern
Impact op Beheer 2023 -2026
1. Solidaire stad
n Inclusiviteit n Kansengelijkheid Private tevredenheid, Publieke luxe n Bereikbaarheid n Publieke gezondheid n Gebruikerstevredenheid n Sociale cohesie
Private tevredenheid, Publieke luxe
Analyse/duiding: n Beleving/waardering van de openbare ruimte per gebied (i.r.t. ongelijk investeren) n Beeldkwaliteit per gebied n Veiligheid (sociaal) en gebruik van de or. n Verdeling voorzieningen in or, groen en beweegmogelijkheden
2. Duurzame toekomst
n Klimaatneutraal (w.o. energiegebruik) n Circulair n Uitstootvrij n Milieuvriendelijk n Biodiversiteit n Levensduur verlenging
Anders, Minder, Schoner
Analyse/duiding: n Bebouwde kom uitstootvrij voor alle soorten verkeer in 2030 (AP Schone Lucht) n 50% stikstof reductie in 2030 (Landelijk) n Overall: 55% CO2 reductie in 2030 (RK Adam Klimaatneutraal 2050) n Grondstoffen: 50% reductie primaire grondstoffen in 2030 (Adam circulair ’20-’25) n Grondstoffen: 50% materiaal hergebruik in 2030 n Producten: stad zonder plastic zwerfafval in 2030 (Adam plastic smart city) n Flora & fauna: ecologische beheer, zonder chemische middelen (gedragscode F&F/ 1Amsterdam Heel & Schoon
3. Verantwoorde groei
n Verstedelijking n Klimaatadaptatie n (verkeers)veiligheid n Toekomstbestendige Infrastructuur n Uitstraling n Vergroenen
Essentiele voorzieningen
Analyse/duiding: n Klimaatadaptatie overall (hitte, droogte, zeespiegelstijging, binnenwater effecten en neerslag) n Warmtenet waar mogelijk n Geluidreductie n Mobiliteit: doorstroming voetganger en fiets n Kwalitatief groen toevoegen aan de stad
4. Samenwerking
n Samenwerken & verbinden n Standaardisering n Betrokkenheid
Van Groei naar Bloei
Analyse/duiding: n Per gebied samenwerking tussen stad, stadsdelen en partners n Eén programmering voor beheer, onderhoud en ontwikkeling n Informatiepositie: rapporteren en monitoren
Beheerplan Openbare Ruimte
|
33
5.3 Planning 2023
2024
Algemene ontwikkelingen 1e helft
2e helft
1e helft
2e helft
1. Vier prioritaire lijnen doorontwikkelen in de operatie.
2. Duurzaamheidsmodel (voetprint) ontwikkelen.
3. Ontwikkelen van een standaard ‘resultaten’ monitor gericht op de vier prioritaire opgaven
4. Overzicht (5 - 15 jaar en verder vooruit) ontwikkelen van alle vervangings-, en renovatieopgaven
Beheerplan Openbare Ruimte
|
34
Bijlagen Zonder daarin compleet te zijn geeft het overzicht hieronder de strategische opgave (vanuit de omgevingsvisie) en de structuur van het beschikbare
tactische en operationele instrumentarium voor de ‘beheercyclus’ (o.a. Puccini, IBOR, IHP, UP, USTOR, PBI ).
Omgevingsvisie 2050
Visie Openbare Ruimte / Groenvisie / Watervisie
1Amsterdam Heel & Schoon Routekaart Klimaatneutraal 2050
Agenda Circulair
De stadaard voor het A'damse straatbeeld / 'Puccini'
Strategisch: Waar willen we naartoe?
Tactisch: Wat gaan we doen om ons doel te bereiken? Welke kaders stellen we?
Het Bosplan Agenda Amsterdam Autoluw
Integraal Beheer plan Openbare Ruimte (IBOR)
Beleidskader Buitenreclame
Actieplan bruggen en kademuren 2023 - 2026
P&C cyclus / Programmabegroting
Instandhoudingsplannen Assets
Plan en Besluitsvormingsproces (PBI)
Uitvoeringsstandaard Toekomstb. werken aan de OR (USTOR)
Operationeel: Hoe voeren we dat uit?
Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR)
Uitvoeringsplannen (stadsdelen/gebieden)
Beheerplan Openbare Ruimte
|
35
COLOFON
Uitgave Gemeente Amsterdam Tekst en redactie Verkeer & Openbare Ruimte, Gemeente Amsterdam Vormgeving LassooyDesign BNO Fotografie & Afbeeldingen Fotobank Gemeente Amsterdam Meer informatie amsterdam.nl
LAS23260
Copyright Gemeente Amsterdam