CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

A - 46 Openbare Ruimte en Groen (33) bijlage 2 Integraal Beheerplan Openbar

RAAD 9 november 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van het Integraal Beheerplan Openbare Ruimte 2023-2026 VN2023-02224513.626 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Behouden, koesteren en versterken Integraal beheerplan openbare ruimte 2023 - 2026 juli 2023

Inhoudsopgave

Introductie3 Leeswijzer4

1. Eén openbare ruimte 

5

2. Ambitie beheer en ontwikkeling van de openbare ruimte in 2023 - 2026 

6

2.1 De keuzes die we maken 

6

2.2 Vier prioritaire opgaven 

6

3. De openbare ruimte - Behouden, koesteren en versterken

9

3.1 Spullen, ruimte en gebruik; en de onderhoudsbehoefte

11

3.2 Onderhoudswerkzaamheden aan de openbare ruimte in het afgelopen jaar. 

12

3.3 De onderhoudswerkzaam­heden aan de openbare ruimte, in de periode 2023 - 2026 

16

3.4 Toekomstbestendig beheer en de openbare ruimte - Versterken 

25

4. Een afgewogen aanpak

26

4.1 Kloof tussen de onderhouds­opgave en de beschikbare middelen

26

4.2 Bijdrage aan de vier prioritaire opgaven

28

4.3 Hoe de kloof in stappen te verkleinen?

28

5. Uitvoering van het plan; organisatie, monitor en planning 

31

5.1 Organisatie - Stad, stadsdelen én gebieden 

31

5.2 Informatiepositie en Monitor 

32

5.3 Planning

34

Bijlagen 

35

Introductie Dit beheerplan beschrijft hoe de stad en stadsdelen de komende jaren de openbare ruimte willen behouden, koesteren en versterken. In dit plan is de aanpak uitgewerkt hoe (technische) maatregelen voor beheer en onderhoud kunnen bijdragen aan de belangrijkste maatschappelijke opgaven van de stad zodat ook beheer en onderhoud bijdragen aan een toekomst­bestendige openbare ruimte. Bij de maatschappelijke opgaven denken we aan de energie­ transitie, verduurzaming, vergroening, rioolvervanging, klimaatadaptatie en de groei van de stad met aandacht voor toegankelijk­heid, inclusiviteit en veiligheid. Het beheer en onderhoud van de openbare ruimte krijgt veel aandacht in het coalitieakkoord. ‘De open­ bare ruimte is de huiskamer van de stad’. Om deze rol goed te kunnen vervullen, moeten we ervoor zorgen dat de inrichting, het gebruik en het beheer van groen, water, straten, pleinen en meubilair aansluiten bij de behoeftes van de gebruikers. Nu én in de toekomst. Een kwalitatieve levendige openbare ruimte nodigt mensen uit om elkaar te ontmoeten, te spelen en te sporten. Maar de Amsterdamse openbare ruimte heeft te lijden onder het intensief gebruik door (zwaar) verkeer, achterstanden in het onderhoud, het veranderend klimaat en een groeiend aantal Amsterdammers en bezoekers.

Dit dwingt ons, ook vanwege de financiële krapte, om meer nadruk te leggen op versoberde en doelmatige inzet om de bestaande stad te behouden en te koesteren. En waar het noodzakelijk is blijven we werken aan de kwaliteit en versterken we de openbare ruimte. Vakkundig beheer en onderhoud is daarbij onmisbaar! In het coalitieakkoord wordt de koppeling met stadsverbetering gemaakt. Er is geld vrijgemaakt vanuit stadsverbetering voor de beheeropgave. Er treedt een verschuiving van focus op van verbetering naar behoud. Een beweging van nieuwe projecten naar instand­ houding en daarmee het vrij spelen van capaciteit voor instandhouding.

Beheerplan Openbare Ruimte

|

3

Leeswijzer In hoofdstuk 1 geven we aan wat we verstaan onder (het beheer van) de openbare ruimte en het doel van het integraal beheerplan openbare ruimte. In hoofdstuk 2 verwoorden we de ambitie voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte voor 2023 -2026. In hoofdstuk 3 kijken we terug op het afgelopen jaar met een paar voorbeelden van gerealiseerde projecten. Vervolgens geven we op basis van de inrichting van de stad een inkijk in de onderhouds­opgaven voor de periode 2023 -2026. In hoofdstuk 4 geven we inzicht in de financiën voor de komende periode. De over­wegingen en inzicht in de kloof tussen de onderhoudsopgave en beschikbare middelen zijn hier uitgewerkt. In hoofdstuk 5 gaan we in op de organisatorische randvoorwaarden voor een succesvol vervolg van de aanpak.

Beheerplan Openbare Ruimte

|

4

1. Eén openbare ruimte Behouden, koesteren en versterken Behouden Sinds 2017 is er in de gemeenteraad veel gesproken over het belang van beheer en onderhoud. Onder­ werpen die ter sprake kwamen, waren: het inlopen van achterstallig onderhoud, het ecologisch beheer, de inzet op klimaat­adaptatie en ruimte voor medebeheer door bewoners. In de coronatijd hebben we gezien dat Amsterdammers onze pleinen, parken en kades goed weten te vinden om te sporten, te spelen en te ontspannen. In vrijheid en veilig naar buiten kunnen bleek van groot sociaalmaatschappelijk en economisch belang. In de afgelopen periode hebben we met het programma Stadsbehoud de financiën verder op orde gebracht en de beheeropgave steeds beter in beeld. Hiermee is de koers ingezet naar een steeds beter beheer en onderhoud. Koesteren Amsterdam is een plek waar iedereen wil zijn en dat willen we koesteren. Met het Westerpark, Rokin, Holysloot, Plein 40 –45, Vondelpark, Arenaboulevard en Sloterplas is het een stad met een zeer grote verscheidenheid aan plekken. Met ruim 600 km aan kades en oevers, 1851 bruggen, ruim 3000 hectare verhardingen, meer dan 3000 hectare groen en 29.000 hectare aan waterlopen en watervlakten heeft Amsterdam een enorme beheer-, onderhouds- en vervangingsopgave. Versterken Het beheren en onderhouden van de openbare ruimte is een kernverantwoordelijkheid van de gemeente.

Uit het oogpunt van duurzaamheid moeten we de levensduur van verhardingen, groen en al ‘onze’ andere spullen verbeteren. En waar we toch aan de slag gaan plaatsen we zoveel mogelijk de bestaande materialen en spullen terug. Hiermee voorkomen we kapitaal­ vernietiging en gaan we zorgvuldig om met schaarse middelen. Niet alleen nu, maar ook over 10, 20 en 50 jaar. Alleen waar het echt noodzakelijk is, gelet op belangrijke maatschappelijke opgaven, versterken we de openbare ruimte. Zo maken we werk van een toekomstbestendige openbare ruimte. Een veelvoud aan taaie vraagstukken Het behouden, koesteren en versterken van de openbare ruimte gebeurt in een veranderde context waarin de opgaven stapelen en waarbij het maken van keuzes onvermijdelijk is. De stad van morgen kent een veelvoud aan taaie vraagstukken op het gebied van biodiversiteit, groei, klimaatadaptatie, schaarste, mobiliteit, ecologische voetafdruk, inclusiviteit, onder­

grond, leefbaarheid, energietransitie, smart city, demo­ cratisering, toegankelijkheid, klimaatmitigatie, gezond­ heid, veiligheid, circulariteit, groen en ga zo maar door. Hoe dit allemaal in te passen in de openbare ruimte en vervolgens te beheren en onderhouden? Uitdaging genoeg. Dit vraagt om anders kijken, denken en doen. Dit beheerplan is een eerste stap in het vinden van balans in alle opgaven en volgende stappen zetten we in komende jaarlijkse voortgangsrapportages. Waarom een integraal beheerplan openbare ruimte? Met het integraal beheerplan informeren we over het beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Het plan geeft inzicht in hoe de openbare ruimte van de stad erbij ligt, wat de belangrijkste opgaven zijn voor het beheren en onderhouden en wat leidende principes zijn bij te maken keuzes over kwaliteit en kosten. We verbinden de kernactiviteiten van beheer en onderhoud, daar waar mogelijk (binnen scope en budget) met de bijdrage aan de stedelijke soci­ aal-maatschappelijke opgaven. Het plan is daarmee richtinggevend voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte in de huidige coalitieperiode, de periode 2023 -2026. Het plan is het vervolg op de stadsbehoud rapportages van de afgelopen jaren. Waarbij in de komende jaren nadrukkelijker de harmonisatie met stadsverbetering wordt opgezocht.

Het samenspel van behoud en verbetering is een samenspel van ontwerp, inrichting en beheer. Dit is nooit klaar. Want steeds als we denken er te zijn zullen nieuwe problemen, uitdagingen en inzichten om verandering vragen en moeten we terug naar de tekentafel. Het is belangrijk om jaarlijks te informeren over de kwaliteit van onze openbare ruimte en de beheeropgave waar we de komende jaren voor staan. Waar het niet over gaat De gemeente heeft naast de beheer- en onderhouds­ opgave in de openbare ruimte nog meer bezittingen, waaronder kantoor-, sport- en schoolgebouwen, riolering en ondergrondse afvalcontainers. Deze vallen onder andere vanwege verschillende financierings­ wijze (denk aan de afvalstoffenheffing en rioolheffing) buiten de scope van deze rapportage. Schoon wordt wel als onderdeel van het beheer en onderhoud gezien. Het schoonmaken (de reiniging) van onder andere wegen en groenvoorzieningen is onderdeel van het vigerende beleidskader 1Amsterdam Heel & Schoon. Over schoon wordt apart gerapporteerd. Voor de bruggen en kademuren is een apart program­ ma met ook een eigen rapportagelijn ingericht. Het vormt daarom verder geen volledig onderdeel van dit integraal beheerplan openbare ruimte. Beheerplan Openbare Ruimte

|

5

2. Ambitie beheer en ontwikkeling van de openbare ruimte in 2023 - 2026 Amsterdam wil een groene, gezonde, welvarende en toekomstbestendige stad zijn waarin iedereen de kansen die dit met zich meebrengt zo goed mogelijk benut. Amsterdam ontwikkelt in rap tempo en het lukt, vanwege geldgebruik niet overal in de uitbreidende stad om voldoende voorzieningen te creëren en te beheren. Daarbij komt dat in de openbare ruimte sprake is van achterstallig onderhoud. De krapte op de arbeidsmarkt en de stijgende bouwen brandstofprijzen drukken zwaar op het beheer en onderhoud. Het gevolg is minder projecten en uitvoering. Deze ontwikkelingen ondersteunen de initiatieven om het bestaande areaal duurzaam circulair (her) te gebruiken. Maar ook om te kiezen tussen welke onderhouds-en vervangingswerkzaamheden we wel en welke we niet uitvoeren.

2.1 De keuzes die we maken De openbare ruimte is het bindmiddel in onze samenleving. In een stad als Amsterdam vormt het de essentiële basis voor het openbare leven. De openbare ruimte is de plek voor interactie, waar mensen elkaar ontmoeten, spelen, sporten, naar hun werk gaan en ontspannen. Coalitieakkoord 2022-2026 Het beheer en onderhoud van de bestaande stad heeft een prominente plek gekregen in het coalitieakkoord. ‘We gaan een impuls geven aan het onderhoud van de bestaande stad’. In de komende periode zijn er extra middelen vrijge­ maakt voor het beheer en onderhoud van de bestaan­ de stad: 80 miljoen euro incidenteel en vanaf 2026 jaarlijks 20 miljoen euro. Een goede stap voorwaarts. Echter is de structurele opgave nog steeds groter en zullen in samenhang met het programma Stadsverbe­ tering keuzes gemaakt moeten worden waar we de komende jaren de openbare ruimte onderhouden en versterken. Beleidskader 1Amsterdam Heel & Schoon In 2017 is het beleidskader ‘1Amsterdam Heel & Schoon’ (1AHS) vastgesteld, en hiermee een stads­ brede systematiek voor het beheer van de openbare ruimte. In de praktijk is stadsbehoud de realisatie van dit beleidskader: we houden onze verhardingen, civiele constructies, installaties, groen en water functioneel, aantrekkelijk, duurzaam, participatief en

kostenefficiënt. Op basis van de ambities uit 1AHS en het Coalitieakkoord maken we de keuzes voor het beheren en onderhouden van de openbare ruimte.

2.2 Vier prioritaire opgaven Het is belangrijk om een stip op de horizon te houden. Ons vertrekpunt is de ambitie om de hele Amsterdam­ se openbare ruimte op het gewenste beheerniveau te beheren en onderhouden. In het beleidskader 1Amsterdam Heel en Schoon stond de ambitie om het ‘uiterlijke’ kwaliteitsniveau ‘verzorgd’ te bereiken. In de praktijk bleek het behouden van kwaliteitsniveau ‘sober’ vaak al niet haalbaar. De openbare ruimte speelt een cruciale rol bij talloze sociaal-maatschap­ pelijke uitdagingen. Ook bij het “sober” beheren van de openbare ruimte kunnen deze uitdagingen mee worden genomen bij de afweging. Het coalitieakkoord geeft de focus op deze sociaal-maatschappelijke opga­ ven (waarden) aan. Deze waarden worden betrokken bij de aanpak van het beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Op basis van een analyse van het Beheerplan Openbare Ruimte

|

6

Coalitieakkoord en bestaande beleidskaders (waar­ onder 1Amsterdam Heel & Schoon) onderscheiden we vier prioriteiten in de opgaven: 1 De solidaire stad (achterstallig onderhoud wegwerken) Bewoners, ondernemers en bezoekers, iedereen heeft verwachtingen ten aanzien van de openbare ruimte. Eén beheerniveau in de gehele stad, die kwaliteit biedt aan al haar bewoners, bezoekers en ondernemers, staat voorop. Hier staat tegenover dat het tempo waarin Amsterdam groeit en verdicht hoger ligt dan de mogelijkheden om voldoende voorzieningen te financieren, te maken en te onderhouden. In de openbare ruimte ontstaat achterstallig onder­ houd. Bij onder meer kades, bruggen en verhardin­ gen voldoet het verouderd areaal onvoldoende aan de veiligheidswetgeving. We moeten deze achterstand eerst inhalen, voordat we naar het minimale kwaliteitsniveau ‘sober’ kunnen toegroeien. Voor de bruggen en kademuren is vanwege de omvang van die opgave een apart programma ingericht. Keuzes in mobiliteit en openbare ruimte kunnen bijdragen aan gelijke toegang voor iedereen in de stad. Omdat we willen dat het met alle Amsterdammers goed gaat, nu en in de toekomst, wordt er in het coalitieakkoord gekozen om vooral te investeren op die plekken en in die opgaven waar de steun het hardste nodig is en waar het grootste verschil kan worden gemaakt.

We investeren ongelijk voor gelijke kansen en voor een duurzame toekomst voor ons allemaal. De Masterplannen Nieuw-West, Zuidoost en Aanpak Noord zijn om het perspectief van bewoners, en vooral jongeren, structureel te verbeteren. In deze Masterplannen wordt de verbinding gemaakt tussen het fysieke en sociale domein. Het beheer en onderhoud (en waar moge­ lijk verbetering) van de openbare ruimte helpt de vitaliteit in deze drie gebieden en heeft prioriteit. Principes: n We pakken allereerst het achterstallig onderhoud aan en maken hierbij geografisch de verbinding tussen het fysieke en sociale domein (inzet in de Masterplan gebieden). n Onderhoudswerkzaamheden leveren, daar waar mogelijk (binnen scope en budget) een bijdrage aan de maatschappelijke opgaven voor inclusiviteit, kansengelijkheid, publieke gezondheid, gebruikerstevredenheid en sociale cohesie.

2 Duurzame toekomst (verlagen van de ecologische voetafdruk) De effecten van klimaat- en milieuverandering merken we in onze eigen stad. Als we niet ingrijpen zal de leefbaarheid verslechteren. Dat mogen we niet uit het oog verliezen. Waar het kan moeten we de openbare ruimte ‘versterken’ met noodzakelijke duurzaamheidsambities. En hiernaast moeten we de keuzes die voortkomen uit het duurzaamheids­ beleid (onder andere ‘De Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050’ en de komende Agenda Circulair), versneld door laten werken in het beheer en onderhoud, omdat deze sector een grote voetafdruk heeft en er tegelijkertijd veel kansen liggen om te verduurzamen. Het minimaliseren van de impact van de beheeropgave op mens en milieu behoeft een expliciet stevigere plek in de balans tussen de vijf aspecten van hoogwaardig beheer. We willen een groene, klimaatneutrale stad zijn. Krapte op de arbeidsmarkt en stijgende bouw- en brandstofprijzen drukken zwaar op het beheer en onderhoud. En tegelijkertijd ondersteund het om het bestaande areaal duurzaam circulair (her) te gebruiken. Maar ook om te kiezen tussen welke onderhouds-en vervangingswerkzaamheden we wel en welke we niet uitvoeren. Het wijzigen van een inrichting of het vervangen van materiaal kost immers energie. Er worden grondstoffen verbruikt en mogelijk komen er milieuvervuilende stoffen vrij, zoals uitlaatgassen.

Hier liggen mogelijkheden. Door de levensduur te verlengen, verlagen we de ecologische voetafdruk. Denk aan het verlagen van de uitstoot van stikstof en CO2, energieverbruik en het hergebruiken en minder gebruiken van materiaal. Principes: n Niets doen, tenzij... is het principe. Levens­ duur­verlenging staat voorop; geen onder­ houdswerkzaamheden zonder aantoonbare essentiële technische noodzaak. n Onderhoudswerkzaamheden voldoen aan de gestelde gemeentelijke doelen en wet­ geving voor klimaatneutraal (CO2 en energeti­ sche balans), circulair (hergebruik materiaal), uitstootvrij (elektrisch), milieuvriendelijk (stikstof, chemische middelen, plasticvrij) en natuur­inclusief (flora en fauna).

Beheerplan Openbare Ruimte

|

7

3 Verantwoorde groei (synergie tussen beheer en ontwikkeling) Het beleidskader 1Amsterdam Heel & Schoon heeft de eerste fase ingeleid naar een stedelijke strategische aanpak van het beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Het Coalitieakkoord brengt de focus aan voor een volgende fase. In deze fase dragen het beheer en onderhoud van de openbare ruimte bij aan de sociaal maatschappelijke opgaven. Amsterdam groeit, verdicht en vergrijst. De infra­ structuur wordt steeds intensiever gebruikt. De groei zorgt voor meer reuring in parken, pleinen en straten. Het gebruik wordt intensiever en de ruimte beperkter. Dit vraagt om meer aandacht voor het wegnemen van obstakels, toegankelijk houden, sanitair en oog voor het creëren van prettige plekken. Hiernaast moeten de civiele constructies de toenemende verkeersdruk kunnen blijven opvangen. En boven op deze fysieke groei komt ook een ‘groei’ in opgaven als de energietransitie, vergroening, rioolvervanging en klimaatadaptatie. Verantwoorde groei moet zorgen voor een reëel tempo en verbinding met het beheer en onderhoud. De groei in opgaven gaat onderdeel uitmaken van de programmering van beheer, onderhoud en ontwikkelingen. De beschikbare middelen voor beheer en onderhoud moeten 1-op-1 meegroeien met de ontwikkeling en het gebruik van het areaal.

We moeten zorgen voor een goede verbinding, afstemming en samenwerking met betrokkenen die werken aan stadsverbetering, maar ook met partners als Waternet. We ontwikkelen een uitvoerings­ standaard om ook in de toekomst onder­houd te doen binnen de beschikbare budgetten en de beschikbare capaciteit. Een striktere afbakening van de scope van onderhoudsprojecten en een meer gestandaardiseerde werkwijze. Enerzijds moeten we beheer-, en onderhouds­werkzaamheden koesteren, anderzijds zorgen dat we kleine verbe­ teringen aan de openbare ruimte meenemen als we toch bezig zijn. Groot onderhoud met oog voor de toekomst en de ambities van de stad.

4. Samenwerking & organisatie (verbinden stad, stadsdelen en gebieden) Het coalitieakkoord ‘Amsterdams Akkoord 2022 -2026’ gaat uit van een verschuiving van budgetten voor herinrichtingen van de openbare ruimte naar groot onderhoud van de openbare ruimte. Hiermee ontstaat er meer aandacht voor onderhoud van het bestaande en minder voor aanpassingen van de openbare ruimte. Dat onderhoud moet wel ”toekomst­bestendig” worden uitgevoerd. De open­ bare ruimte geven we samen vorm: met bewoners, ondernemers, bezoekers en de gemeente. Lokale informatie komt uit de gebieden. Daar vindt de daadwerkelijke uitvoering plaats. De herziening van het bestuurlijk stelsel geeft de verbinding en samenwerking in de stad, stadsdelen en gebieden vorm. Door gebiedsgericht te werken, werken we op die plekken in de stad waar de onderhouds­ opgave groot is. De samenwerking moet zorgen voor een reëel tempo en uitvoering (‘toekomstbestendig’) van het beheer en onderhoud. Een striktere afbakening van de scope van onderhouds­ projecten, een meer gestandaardiseerde werkwijze geeft duidelijkheid over aspecten zoals participatie en besluitvorming. Principes: n Een integraal samenwerkingsproces voor het beheer, onderhoud en de ontwikkeling van de openbare ruimte. n Gebiedsgerichte samenwerking en uitvoering met gebruikmaking van de ‘Uitvoerings­ standaard toekomstbestendig werken aan de openbare ruimte’.

Principes: n De stap zetten naar een integrale programme­ ring van beheer, onderhoud en ontwikkelingen. En hierover breed communiceren met oog voor de herkenbaarheid, betrouwbaarheid en effectiviteit. n Werken aan de toekomstbestendige stad met toepassing van de ‘Uitvoeringsstandaard toekomstbestendig werken aan de openbare ruimte’; waarin we maatregelen in het kader van verkeersveiligheid en klimaatadaptatie standaard verbeteringen noemen, omdat ze kunnen worden meegenomen als dat nodig is.

Beheerplan Openbare Ruimte

|

8

3. De openbare ruimte Behouden, koesteren en versterken De inrichting en het gebruik van de openbare ruimte is door de jaren heen sterk veranderd. Amsterdam wordt ieder jaar drukker, voller, hectischer. De bevolking groeide van 675.570 in 1985 naar 882.633 in 2022. Het aantal arbeidsplaatsen groeide in dezelfde periode van circa 300.000 naar ruim 500.000. En dan zijn er nog de bezoekers, zowel nationaal als internationaal die in steeds grotere getalen de stad aandoen. Het is logisch dat door deze stijging het gebruik van de openbare ruimte intensiever is geworden. In de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 is de koers van de stad vastgelegd. Belangrijke vertrekpunten zijn een meerkernige groei, met verdichting in meerdere centra in de stad, waar­ onder Noord, Nieuw-West en Zuidoost, het ‘rigoureus vergroenen’ van de openbare ruimte en duurzaam en gezond bewegen. Met dit laatste wordt bedoeld dat de voetganger, de fietser en het openbaar vervoer de basis vormen voor stedelijke verplaatsingen. Met deze stip op de horizon richten wij ons vanuit de vier prioritaire opgaven op onze openbare ruimte en mobiliteit en de structuren die daaronder liggen. We streven naar een openbare ruimte die ecologisch veilig (‘duurzame toekomst’) en sociaal rechtvaardig (‘solidaire stad’) is.

Het moet voor iedereen mogelijk zijn om te participeren aan de maatschappij (‘samen­ werking en organisatie’), een gezond leven te hebben, ontmoeting en interactie te hebben en te leven in een omgeving met een menselijke maat, waar ruimte, groen en gezondheid (‘verantwoorde groei’) centraal staan. Iedereen moet zich in Amsterdam thuis kunnen voelen: de openbare ruimte moet de huiskamer zijn van alle Amsterdammers. De inrichting van de stad bestaat uit: n het groene fundament; n de water- en vaarwegenstructuur; n het netwerk van pleinen, fietspaden, stoepen en wegen; n en al ons meubilair.

Beheerplan Openbare Ruimte

|

9

De openbare ruimte Het groene fundament n n n n

260.000 bomen 1.600 hectare gras 1.000 hectare beplanting 200 hectare ruigte en oevers

De water- en vaarwegenstructuur

n n n n

29.000 hectare waterlopen en watervlakten 3.000 woonbootligplaatsen 16.000 brandkranen 2.000 km (natuurvriendelijke) oevers

n n n n n

1851 bruggen 501 steigers 38 sluizen 620 km kades en oevers 19,5 km geluidsschermen

n n

5 wegtunnels 1 verkeerscentrale

Het netwerk van pleinen, fietspaden, stoepen en wegen

n n

3000 hectare verhardingen 11 busstations

Het meubilair

n n n n n

400 verkeersregel­installaties 3200 statische bewegwijzering 106 verkeersregulerings­ systemen 61 stadsplattegronden 370 CCTV en ANPR camera’s

n n n n

n

128.000 lichtmasten 156.000 lichtarmaturen 129 stadsklokken 500 objecten: lichtkunst, stadsilluminatie en decoratiever verlichting 3.300 Laadpalen

n n n n n

7.400 speeltoestellen 14.000 zitbanken 100.000 fietsenrekken 500 watertappunten 800 kunstwerken

Beheerplan Openbare Ruimte

|

10

3.1 Spullen, ruimte en gebruik; en de onderhoudsbehoefte Alle spullen in de openbare ruimte hebben een levenscyclus; het wordt gebruikt, vervuilt, verweert en moet worden onderhouden, schoongemaakt en beheerd. Het grootste deel van die levenscyclus is de beheerfase. De spullen, het gebruik en de ruimte zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. We kunnen de beschikbare ruimte met uitbundig groen, grootse fonteinen en glanzend straatwerk inrichten, maar zonder voldoende beheerbudget is het binnen de kortste keren vuil en kapot. Goed beheer begint zodoende aan de ontwerptafel. Op basis van de Standaard voor het Amsterdamse straatbeeld wordt de openbare ruimte ingericht met robuuste, eenvoudige materialen, zoals onderhouds­ arm groen, betontegels, gebakken klinkers en klassiek houten bankjes. Afwijken, leidt vaak tot hoge(re) beheerkosten. Ambitieniveau

Metingen, inspecties en onderzoeken zijn bepalend voor de onderhoudsbehoefte. De kwaliteit waaraan onze kapitaalgoederen moeten voldoen, staat in de landelijke CROW-norm. Dat hebben we zo afgesproken in het beleidskader 1Amsterdam Heel & Schoon. Door eenduidige normen en definities te gebruiken, weten de beheerders wat de bestuurders verwachten. Het beheer van de stedelijke spullen in de openbare ruimte heeft 3 ambitieniveaus: sober, verzorgd en top. Omdat de middelen al niet voldoende waren om het achterstallig onderhoud weg te werken is bij de Voorjaarsnota 2019 besloten uit te gaan van het niveau ‘sober’ als streven. Bij de onderdelen waarvoor we al stappen hebben gezet naar ‘verzorgd’ proberen we dit niveau wel te behouden.

Toelichting

A+

Zo goed als nieuw / alles 100% schoon

A

Top

Heel goed in orde / prachtig straatbeeld, amper vervuiling

B

Verzorgd

Heel en functioneel / verzorgd straatbeeld, matige vervuiling

C

Sober

Verminderd comfort / romelig straatbeeld, behoorlijke vervuiling

D

Functieverlies / vuil

Het niveau ‘sober’ vormt de ondergrens. We hebben niet voldoende middelen om dit niveau structureel te verbeteren, en dat heeft invloed op de beleving en verwachting van inwoners en raad. Het onderhouds­ niveau wordt in de periode 2023 -2026 doorgezet. Kennis, ervaring en lerend vermogen vormen de basis voor de gemeentelijke informatiepositie. Informatie is een van de kernelementen voor de beheerder. Alleen met de juiste informatie kunnen we de onderhouds­ opgave inzichtelijk maken en waar nodig verbeteren. Met flexibiliteit kunnen we inspelen op wensen van gebruikers en kunnen we focus aanbrengen om ook te werken aan de beleving.

Beheerplan Openbare Ruimte

|

11

3.2 Onderhoudswerkzaamheden aan de openbare ruimte in het afgelopen jaar. In 2022 zijn er honderden projecten uitgevoerd bij alle kapitaalgoederen. n Voldoende en gevarieerd groen is essentieel voor de leefbaarheid, de biodiversiteit en een klimaat­ adaptieve stad. We hebben meer dan 2000 bomen vervangen, die in eerdere jaren vanwege ziekte of veiligheid moesten wijken. We hebben snoei- en onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd in het Amsterdamse Bos, in alle 22 parken en aan alle gras en beplanting in de stad. Een areaal van meer dan 4000 voetbalvelden groot. n We zijn begonnen met het uitvoeren van achter­ stallige baggeronderhoud in het Amsterdamse Bos. n Er is onderhoud uitgevoerd of voorbereid aan 90 vaste en 20 beweegbare bruggen én 3 sluizen. Dit betreft regulier onderhoud, buiten de herstel­ maatregelen van het programma Bruggen en Kademuren. n In aanvulling daarop zijn vanuit het programma Bruggen en Kademuren 2 bruggen en 420 meter kademuur hersteld. Zie ook de voortgangs­ rapportage van PBK (4 april 2023). n Bij Verhardingen zijn er, gelet op aspecten veilig en beschikbaar, 95 onderhoudsprojecten uitgevoerd waarmee mede mogelijk wordt gemaakt om mensen te stimuleren om elkaar op de verhardingen te ontmoeten, te verblijven, te spelen en sporten en om naar het werk, festival of sportschool te gaan.

n We hebben maatregelen genomen om de vluchtveiligheid in de Arenatunnel weer aan de veiligheidsvoorschriften te laten voldoen en de Piet Heintunnel is onlangs gerenoveerd en is 20 januari weer heropend. n Ook zetten we stappen om de openbare ruimte te verduurzamen, waarmee de ecologische voetafdruk wordt verlaagd. Zo is bij de Openbare Verlichting inmiddels 85% van het areaal voorzien van energiezuinige LED-verlichting. n Om de leefbaarheid en gezonde beweging te bevorderen en om prettige plekken te creëren, hebben we zo’n 380 speeltoestellen vervangen, 2 speelbadjes onderhouden en 6 fonteinen opgeknapt. En er is groot onderhoud uitgevoerd aan het Nationaal Monument op de Dam.

Het werk in de Amsterdamse openbare ruimte zorgt voor veel werkgelegenheid. Er werken duizenden mensen aan het beheer van de openbare ruimte, van dagelijks onderhoud tot grote projecten.

Beheerplan Openbare Ruimte

|

12

Intermezzo – een hele kleine greep uit enkele belangwekkende projecten uit het afgelopen jaar

Stiller en schoner asfalteren midden in Amsterdam Op 30 juni 2022 heeft BAM een elektrische asfaltspreidmachine ingezet bij de uitvoering van groot onderhoud: van begin april tot en met eind september 2022 zijn de Eerste Constantijn Huygensstraat/Van Baerlestraat tussen de Overtoom en de Jan Luijkenstraat vernieuwd. Daardoor is de verkeersveiligheid voor fietsers en auto’s verbeterd. De elektrische asfaltspreidmachine zorgt niet alleen voor minder geluidsoverlast. Ook heeft deze elektrische variant geen uitstoot. In de binnenstad is dat enorm belangrijk. De gemeente Amsterdam heeft samen met de SOK-aannemers (SamenwerkingsOvereenKomst verhardingen) de ambitie om te verduurzamen. Dit doen we onder andere door te investeren in duur­

zaam materieel. De elektrische asfaltspreidmachine zorgt voor een besparing van zo’n 150 liter diesel per draaidag van acht uur. Dit komt neer op een reductie van ruim 93.000 kilogram CO2 en 115.000 gram stikstofoxide op jaarbasis.

Hergebruik als meest duurzame oplossing voor vernieuwen brug Afgelopen periode is onderhoud uitgevoerd aan de witte houten ophaalbrug in Sportpark Kadoelen (stadsdeel Noord). Uit inspecties bleek dat de conditie van de 35 jaar oude brug erg slecht was en dat de hele brug eigenlijk vervangen moest worden, op de houten palen na. Hergebruik bleek de meest duurzame optie.

Er is een ontwerp gemaakt met een zo laag mogelijke mki-waarde (een zo laag mogelijke impact op het milieu, waarbij naar verschillende zaken gekeken wordt waaronder ook CO2). In dit

ontwerp is zoveel mogelijk hout uit de oude brug hergebruikt. De oude brugliggers zijn bijvoorbeeld gebruikt om de leuningen te maken. Verder is veel aandacht besteed aan ventilatie van het hout: op plekken waar sprake was van hout op hout zijn afstandhouders gebruikt, zodat er geen vocht in de brug komt. Een andere duurzame maatregel is dat de brug niet geschilderd is. De reden hiervoor is dat vocht door de verf niet goed uit het hout kan, dit zorgt voor houtrot. Door het hout te laten ademen gaat de brug langer mee: het verschil in levensduur tussen wel en niet verven was 15 jaar. Naar verwach­ ting gaat de nieuwe brug met al deze maatregelen 40 a 50 jaar mee.

Beheerplan Openbare Ruimte

|

13

Proef met coating op de Tegenhouderstraat In de Tegenhouderstraat hebben we een proef gedaan met hergebruikte tegels. De tegels zijn schoongemaakt en voorzien van een hybride coating, waardoor de tegels weer zo’n 30 tot 40 jaar langer mee kunnen. In de straat is duizenden m2 aan tegels neergelegd, waarvan 80% is hergebruikt. Dat scheelt 130 ton aan CO2 uitstoot, wat neerkomt op het jaarlijks energieverbruik van zo’n 35 huishoudens. In 2025 willen we in de hele stad bestratingsmaterialen gaan hergebruiken.

80 plekken vergroenen Vanuit de ‘klimaatadaptatiemotor’ (programma Duurzame Stad, Duurzame Banen) is er geld vrij­ gemaakt om 80 plekken in de stad te vergroenen, waaronder ook de hieronder genoemde locatie. Vergroening is nodig om bijvoorbeeld hittestress en wateroverlast te beperken. Deze locaties liggen door de hele stad, van Nieuw-West tot Zuidoost.

AMS Institute en TNO onderzoek de komende tijd de impact op het milieu (ook van de coating) van verschillende bestratingsmaterialen. Daardoor kunnen we nieuwe oplossingen meteen in praktijk brengen en kan er goed gekeken worden welk bestratingsmateriaal in een bepaald gebied nodig is. Van de pilot op de Tegenhouderstraat is een film gemaakt: nieuwamsterdamsklimaat.nl/actueel/ proef-met-coating-op-de-tegenhouderstraat-2

verblijven. Over een tijd geven de nieuwe bomen genoeg schaduw bij hoge temperaturen. In totaal hebben we hier 800 vierkante meter groen aan­ gelegd en 19 nieuwe bomen geplant.

Plein Ekingenstraat: Dit was een groot geasfalteerd plein in Nieuw-West waar het ’s zomers enorm heet kon worden. Door de nieuwe plantvakken met bomen is het op het plein een stuk fijner om te

Beheerplan Openbare Ruimte

|

14

Vliegenbos In het W.H. Vliegenbos hebben we slecht asfalt vervangen door halfverharding. Dit is uitgevoerd in afstemming met de Stichting Vliegenbos en Amsterdam Noord Toegankelijk. Door materiaal met een meer natuurlijke uitstraling te gebruiken, is een duidelijke scheiding gemaakt tussen de paden waar gefietst mag worden en de wandelpaden. Voor­

Strategisch vooruitzicht Hoe willen op langere termijn als stad functioneren? De belangrijkste vraag hierbij is: kunnen we blijven doen wat we nu doen, als je kijkt naar de beschik­ bare financiële middelen, de klimaatopgave, de leefbaarheid en sociale opgaven? Denk hierbij aan de vraag of we nog wel moeten investeren op piekdruktes, aan de vraag of we écht nog in moeten zetten op snel en comfortabel door de stad bewegen? Kortom: kan de openbare ruimte met al haar voorzieningen nog gebruikt worden zoals nu het geval is?

uitlopend op de werkzaamheden zijn maatregelen genomen om wateroverlast te verminderen in het W.H. Vliegenbos en op de camping Vliegenbos. De onderhoudswerkzaamheden zijn uitgevoerd in combinatie met een biodiversiteitsproject. Hierbij zijn bomen geplant en natuurvriendelijke oevers aangebracht om de waterkwaliteit en waterberging te verbeteren en om een goede habitat te maken voor salamanders, kikkers en jonge vis.

Minder autoverkeer zou de klimaat- en duur­ zaamheids­opgave, de ruimte-opgave in de stad en de verkeersveiligheidsopgave een grote stimulans kunnen geven. Bij het programma Bruggen en Kademuren is gekeken wat je met een brug kan doen waar het autoverkeer vanaf is gehaald. Dit geeft inspirerende beelden waarbij op de afgesloten (delen van) bruggen verrassende nieuwe plekken kunnen ontstaan om elkaar te ontmoeten, uit te rusten, te spelen of de stad en haar verhalen te ontdekken.

Afb. Levensduurverlenging. Wat doe je met een brug waar je het autoverkeer vanaf hebt gehaald?

Beheerplan Openbare Ruimte

|

15

3.3 De onderhoudswerkzaam­heden aan de openbare ruimte, in de periode 2023 - 2026 In de volgende paragrafen geven we voor kapitaal­ goederen een beknopt inzicht in de uitvoering in de periode 2023 –2026. Dit is deels afgeleid van de programmabegroting (zie Begroting 2023; paragraaf 5.5 ‘onderhoud kapitaalgoederen’). Er wordt een link gelegd met de vier prioriteiten uit hoofdstuk 2. En vanuit het onderhoudsniveau geven we de onderhouds­opgave in hoofdlijnen weer. Vanuit een nu- straks-later-perspectief noemen we de belangrijk­ ste ontwikkelingen, die van invloed kunnen zijn in de komende periode. 3.3.1

Het groene fundament

Een stad met meer en goed onderhouden groen op alle schaalniveaus, van geveltuinen en perkjes tot stadsparken en bossen zorgt voor een toegevoegde waarde voor zowel mensen als dieren. Het groen is er voor de solidaire stad en de (mentale) gezondheid; om te recreëren, activiteiten te organiseren, te sporten en te spelen. Het groen is er voor de duurzame toekomst en de biodiversiteit; meer flora en fauna waaronder insecten, vogels en kleine zoogdieren in de bebouwde omgeving. Het groen is er voor een verantwoorde

groei en klimaatadaptatie: groen om wateroverlast te beperken, om hitte te dempen en fijnstof op te vangen. We maken een onderscheid in het Amsterdamse groen tussen (straat)bomen, wijk- en buurtgroen en de hoofdgroenstructuur. We hebben in Amsterdam ruim 260.000 straatbomen, zeker 1.600 hectare gras en 1.200 hectare beplanting, ruigte en oevers die moeten worden onderhouden. Bij het groen voldoen we over de breedte aan het beheerniveau ‘sober’. Het ambitieniveau is niet overal in de stad gelijk. We streven overwegend naar ‘sober’ (niveau C). Bepaalde gebieden zitten boven het niveau ‘sober’ (niveau B, ‘verzorgd’). Binnen de huidige begroting kunnen we het groen beheren op wettelijke taken en gemeentelijke verplichtingen, maar het staat onder druk. Dat betekent dat werkzaamheden als het vervangen van bomen vanuit veiligheid, bestrijding van ziekten en plagen (behalve de Japanse Duizendknoop) en de verplichting om gekapte bomen te herplanten nu nog worden uitgevoerd. Naast de wettelijke taken en gemeentelijke verplichtingen zijn er in het program­ ma onvoldoende middelen beschikbaar om (volledig) uitvoering te gegeven aan de ambities in het Coalitie­ akkoord 2022-2026 en de Groenvisie 2020-2050. De onderhoudsopgave richt zich, naast de vaste snoeien onderhoudswerkzaamheden, waar het kan op: n Versterken stadsparken en Amsterdamse Bos.

n Verlengen levensduur bomen (koelen van de stad en om de biodiversiteit en ‘kracht’ CO2 -opname te vergroten). n Zieke bomen (snoei- of kapwerkzaamheden) en het bestrijden van de eikenprocessierups en de Japanse duizendknoop. n Ecologische beheer (binnen de Amsterdamse Ecologische Structuur; zie Hoofdgroenstructuur)

Beheerplan Openbare Ruimte

|

16

Belangrijke ontwikkelingen om straks rekening mee te houden: n Meer balans in stenen & groen. Het is de wens bij ingrepen aan verhardingen in te zetten op groe­ nere straten, meer bomen en ook meer ecologisch groen. n We verminderen de effecten van boomwortel­ opdruk en verbeteren de groeiplaatsen van bomen in verhardingen. Waar mogelijk vergroenen we. n We maken verhardingen toekomstbestendig door het beheerareaal klimaatadaptief te maken (vergroenen in de strijd tegen hitte, droogte en overtollig water). n Bij de houtwerf betrekken we steeds meer Amsterdams hout, dat we gebruiken voor nieuwe toepassingen bij circulair duurzaam gebruik in de Amsterdamse bebouwde kom en openbare ruimte.

Amsterdamse Bos In de context van het toegenomen belang van groen voor de leefbaarheid van de snel groeiende metropool Amsterdam is het Amsterdamse Bos van grote waarde. In het Bosplan 2020-2030 (B&W feb. 2021) is de onderhouds­opgave voor het Amsterdamse Bos op­genomen. Het plan kent drie lijnen: ten eerste wordt het beheer en onderhoud van het groen en water, bruggen en kunstwerken, wegen/paden en meubels duurzaam op orde gebracht; ten tweede worden er kaders opgesteld voor de ontwikkeling van het gebruik van en de natuur en ten derde wordt de publieks­functie ten volle benut en ontwikkeld. Het wegwerken van achterstallig onderhoud in het Amsterdamse Bos is van belang. Uitgangspunt hierbij is duurzaam en ecologisch beheer waarbij het beschermen van de natuur en de biodiversiteit voorop staat. Voor het dagelijks beheer en onderhoud worden vrijwilligers en bijzondere doelgroepen, zoals mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, ingezet. Daarmee heeft het Bos ook een belangrijke maatschappelijke en participatieve functie.

Beheerplan Openbare Ruimte

|

17

3.3.2

De water- en vaarwegenstructuur

Amsterdam is een waterstad: we leven met en aan het water. Het water is er voor de solidaire stad en de (mentale) gezondheid: om te recreëren, activiteiten te organiseren, te zwemmen en te varen. Het water is er voor de duurzame toekomst en de biodiversiteit: schoon water biedt een leefomgeving voor een grote verscheidenheid aan vissen en planten. Het water is er voor een verantwoorde groei en klimaatadaptatie: afvloeiing van water, demping van hitte en opvang van fijnstof. Civiele constructies zijn van groot belang voor de bereikbaarheid van de stad en dus ook voor de solidaire stad, voor de leefbaarheid. Als een brug of sluis technische problemen heeft, dan heeft dit meteen gevolgen voor het wegverkeer en de scheepvaart. Vanwege de duurzame toekomst en verantwoorde groei krijgt de verlenging van de levensduur van civiele constructies (eventueel met functieverandering) een steeds grotere nut en noodzaak. Water Het Amsterdamse waterareaal beslaat 29.000 hectare aan waterlopen en watervlakten (grachten, sloten, kanalen, rivieren, havens, meren, plassen en poelen). Er zijn 16.000 brandkranen, 3.000 woonbootligplaatsen, 2.000 duikers, 250 stuwen en 2.000 km aan (natuur­ vriendelijke) oevers in Amsterdam. We hebben ook 18 zwem­locaties in de gemeente. Er zijn nog onvol­ doende actuele inspectiegegevens maar duidelijk is wel dat er sprake is van achterstanden. Ons waterareaal

moet schoon, goed onderhouden en veilig zijn. Het beheer en onderhoud van water krijgt stap voor stap meer aandacht. Voor ‘het Water’ hebben we de opgave steeds beter in beeld maar er zijn nog diverse onderdelen die nader moeten worden uitgezocht. Niet alle wettelijke taken worden uitgevoerd, er is geen ruimte voor meer ambities en niet alle risico’s worden beheerst. We kunnen bijvoorbeeld het beheer van de grondwaterstand niet uitvoeren, waardoor er schade in het groen kan ontstaan. De onderhoudsopgave richt zich nu op: n de werkzaamheden aan het achterstallig onder­ houd. Deze vinden plaats in de gebieden waar dit is geconstateerd; n het verder ontwikkelen en realiseren van hulp­ middelen om de informatiepositie te versterken; n de samenhang met verhardingen en groen om zo bij te dragen aan het toekomstbestendig maken van de stad bijvoorbeeld om het beheerareaal klimaatadaptief te maken (wateropvang – zie normen in de Hemelwaterverordening Amsterdam en het Omgevingsprogramma Riolering 2022-2027). Beweegbare bruggen, sluizen, steigers en oevers De Amsterdamse openbare ruimte heeft veel civiele constructies, zoals 1851 vaste en beweegbare brug­ gen, 501 steigers, ruim 600 km aan kades en oevers, 38 sluizen, 19,5 km aan geluidsschermen, ruim 3000 meerpalen, een aantal hellingbanen en een paar histo­ rische havenkranen.

Aan de civiele constructies moeten tal van werkzaamheden worden uitgevoerd. In de zomer koelen we de bruggen, we plegen regel­matig onderhoud (bijvoorbeeld schilderen) en repareren defecten (bijvoorbeeld gaten en scheuren in kades). Werkzaamheden aan beschoeiingen, basaltglooiingen en bruggen en sluizen doen we veel in samenhang met de water- en groenopgave in de stad.

Beheerplan Openbare Ruimte

|

18

Door inspecties van de betrouwbaarheid, beschikbaar­ heid en veiligheid zorgen we voor het behoud en goed functioneren van de civiele constructies. Dit zijn visuele inspecties (de constructieve onderzoeken worden uitgevoerd door programma Bruggen en Kademuren). De standaard is dat 90 procent aan het gestelde niveau moet voldoen. We hebben nagenoeg het gehele areaal geïnspecteerd en hieruit blijkt dat meer dan 10 procent van de objecten een te laag niveau (onder niveau ‘sober’) heeft. En de werkvoorraad zal de komende jaren alleen maar toenemen, in de weten­ schap dat niet alle gebreken visueel zichtbaar worden. Zo is een flink aandeel van de werktuigbouwkundige installaties (aandrijving van beweegbare bruggen en sluizen) verouderd. In 12 van de 23 beheergebieden wordt het beheerniveau sober niet behaald en is spra­ ke van achterstallig onderhoud. Op dit moment zijn 23 van de ruim 100 beweegbare bruggen niet functioneel vanwege gebreken. We hebben steeds meer inzicht in de staat van het areaal en er zijn contracten afgesloten waarmee de opgave meerjarig gerealiseerd kan worden. Desondanks kan niet alles worden uitgevoerd gelet op de beschikbare middelen.

Op basis van deze inspectieresultaten richt de onderhoudsopgave zich nu op: n achterstallig onderhoud in de betreffende gebieden (zie kaart); n het verder ontwikkelen en realiseren van hulp­ middelen om de informatiepositie te versterken.

Kaart: locaties waar in de komende periode werkzaam­heden plaatsvinden (onder voorbehoud)

Belangrijke ontwikkelingen om straks rekening mee te houden: n Door civiele constructies zo lang mogelijk in stand te houden, vermijden we grootschalige emissies, energieverbruik en verbruik van materiaal. We kunnen ook levensverlengende of toekomst­ bestendige maatregelen nemen door een brug langer in werking te houden, maar dan alleen voor voetgangers en fietsverkeer. n Voor het areaal van de civiele constructies zijn met name de vervangingen van verkeersbruggen en gefundeerde kades de kostbaarste onderdelen. Dit areaal zorgt voor de grootste uitschieters in de beheerskosten. Van een groot deel van het areaal is de technische levensduur (circa 100 jaar) verstreken. Niet elk object hoeft gelijk vervangen te worden, maar een grootschalige vervangings­opgave (en dus het maken van keuzes) is aanstaande. Programma Bruggen en Kademuren (PBK) Een zeer grote opgave in Amsterdam is het achter­ stallig onderhoud aan en herstellen van bruggen en kademuren. In 2019 is hiervoor een apart programma ingericht. Het belangrijkste doel van het programma Bruggen en Kademuren is het veilig en functioneel houden van de circa 855 verkeersbruggen en ruim 212 kilometer gefundeerde kademuur, door deze con­ structief te onderzoeken en waar nodig te herstellen. De fiets-/voetgangersbruggen en overige kades en oevers vallen buiten de scope van het programma.

De aanpak voor de periode 2023 -2026 is vastgelegd in het Actieplan ‘Gefundeerd herstellen’ (dec 2022). De komende jaren (2023 - 2026) gaat de seriematige aanpak van het herstel door én wordt deze geoptima­ liseerd. Het herstellen van bruggen en kademuren moet - zowel in de voorbereiding als op straat - een­ voudiger, sneller en efficiënter om het achterstallig onderhoud structureel aan te kunnen pakken. Door onderzoek, kennisontwikkeling en monitoring is beter zicht op de staat van het areaal. Dat leidt onder andere tot een meer gerichte aanpak van het herstel, waarbij we meer vertrouwen op onze monitoring, vaker kiezen voor gedeeltelijke renovatie van wat stuk is en alleen gaan voor vervanging van de hele constructie als dat aan de orde is. Dankzij de investeringen in onderzoek en innovaties van de afgelopen jaren wordt het repertoire van mogelijke herstelmaatregelen steeds uitgebreider en specifieker inzetbaar. Ook bepalen we aan de hand van functietoetsen wat de consequenties zijn als we verkeersbruggen herwaarderen naar een fiets- of voetgangersbrug.

Beheerplan Openbare Ruimte

|

19

3.3.3 Het netwerk van pleinen, fietspaden, stoepen en wegen

Dankzij het netwerk van pleinen, fietspaden, stoepen en wegen komen de Amsterdammers en bezoekers van thuis naar werk, school en allerlei andere functies die de stad biedt. De wegtunnels zijn net als de meeste andere civiele constructies van groot belang voor de bereikbaarheid van de stad. Een (technische) stremming in een tunnel heeft meteen gevolgen voor het wegverkeer in de stad. De focus verschuift naar een duurzame toekomst: enerzijds naar maximaal hergebruik van materialen en levensduurverlenging; en anderzijds naar duurzaam en gezond bewegen. Met dit laatste bedoelen we dat de voetganger, de fietser en het OV de basis vormen voor stedelijke verplaatsingen. De auto houdt een plek in de stad, maar één die past bij een stedelijke omgeving (zie de Agenda Amsterdam Autoluw). Het aantal autoparkeerplaatsen op straat daalt ten gunste van andere ruimteclaims. Hier krijgt het areaal een functie­ verandering en de solidaire stad contour. De balans in de driehoek ontmoeten – verblijven – verplaatsen verschuift naar ontmoeten en verblijven. De uitdaging met de verhardingen zit bij verantwoorde groei. We moeten met de schaarse ruimte fietsers, automobilisten en voetgangers een goede bereikbaarheid bieden en blijven voldoen aan de eisen van de Wegenver­ keerswet. Niet alleen binnen Amsterdam, maar ook in de verbindingen met de omgeving.

En verantwoorde groei, om het areaal klimaat adaptief te maken.

Verhardingen De verhardingen bestaan uit asfalt, beton, elementen en half verharde en onverharde ondergronden. Asfalt­verharding treffen we vooral aan in de rijbanen en fietspaden van de plus- en hoofdnetten en in wijkontsluitings­wegen en industriewegen. Beton­ verharding wordt vooral toegepast in busbanen en in haltekommen van bussen. Elementenverharding bevindt zich hoofdzakelijk in woonstraten en verblijf­ gebieden zoals winkelcentra. Paden met half verharde ondergrond vinden we vooral in parken en plantsoe­ nen. Het beheerareaal verhardingen beslaat ruim 3000 hectare. De verhardingen in de hele stad worden in een cyclus van twee jaar geïnspecteerd. In 2022 was 85 procent van de verhardingen minimaal op beheerniveau sober. De standaard in de uitvoering is dat 90 procent aan het gestelde niveau moet voldoen. Het onderhoudsniveau staat dus onder druk. In de stadsdelen Nieuw-West, Noord, Oost, West, Zuid, stadsgebied Weesp en het Amsterdamse Bos voldoen deze niet aan de norm. De hoofd-, en plusnetten en fietspaden wel, maar vooral parkeervakken en voet­ paden kennen achterstallig onderhoud (> 10 procent van het areaal scoort D). De huidige beschikbare middelen zijn ontoereikend om te voldoen aan de totale opgave.

Dit betekent dat er vaker oneffenheden in het straatwerk door boom­ wortelopdruk, losliggende tegels en scheuren in asfalt voorkomen, waardoor letsel kan ontstaan.We verwach­ ten dat de achterstanden voor de verhardingen ieder jaar verder oploopt, waar we deze juist eerder hebben ingelopen. In de periode 2021-2022 is de achterstal­ ligheid al met zo’n 3 procent toegenomen.

Beheerplan Openbare Ruimte

|

20

Dat is een gebied zo groot als 1,5 keer stadsgebied Weesp. De onderhoudsopgave richt zich nu op: n Het inlopen van achterstallig onderhoud, met name op voetpaden en in parkeervakken in ontwikkelbuurten, op wegen, dijken en paden in het landelijk gebied, in stadsdelen waar de achterstalligheid hoger is dan gemiddeld (NieuwWest, Noord en Oost) en in stadsgebied Weesp. n De samenhang met groenopgave. Het vermin­ deren van effecten van boomwortelopdruk en het verbeteren van groeiplaatsen van bomen in verhardingen, in samenhang met kansen voor vergroening. n Toekomstbestendig maken van verhardingen: het inbedden van de duurzaamheidsopgave in alle beheeractiviteiten om het beheerareaal klimaat­ adaptief en circulair te maken. n Effectiever programmeren, voorbereiden en uitvoeren. Bij grote stedelijke opgaves zoals energietransitie en autoluw in combinatie met vervanging. En ook bij het inlopen van achterstallig onderhoud via planmatig klein onderhoud.

Belangrijke ontwikkelingen om straks rekening mee te houden: n Planmatig Klein Onderhoud De ‘juiste maatregel op de juiste plek en tijd’, gelet op duurzaamheid (levensduurverlenging, behoudt materialen en dergelijke), techniek (relatief eenvoudig) en bedrijfsvoering (kan 'solo’, goed­ koop en sneller plaatsvinden). De focus verschuift naar behouden en koesteren en geeft ruimte voor uitbreiding van het planmatige klein onderhoud, waardoor we achterstallig onderhoud kunnen inlopen.

PKO €30 / m2

O(+) €60 / m2

VV(+) €100- 150 / m2

HI Tot €300 / m2

Kosten per vierkante meter verharding

Planmatig Klein Onderhoud (PKO)/ Onderhoud (O)/ Vervanging (VV)/ Herinrichting (HI)

n

n

Combineren van grootschalige opgaven De afstemming van de programmering met energietransitie (warmtemotor) en vervanging van rioolstelsel en trambanen vraagt om (financiële) aandacht in de komende periode. De aanleg en vervanging van ondergrondse infrastructuur wordt buurtgericht aangepakt. Dit kan voor de onwenselijke situatie zorgen dat verhardingen (ruim) voor het einde van hun technische levensduur worden vervangen. Aan de andere kant moeten we soms juist vervangingen uitstellen en tijdelijke maatregelen nemen om te wachten op de energietransitie. In de besluitvorming moeten vervangingsinvesteringen voor langere tijd worden vastgelegd en moeten we dus langer vooruitplannen dan we nu doen. Een belangrijk aandachtspunt is dat de vervangingsopgave van de verhardingen wel op niveau moet blijven om grootschalige opgaves te kunnen combineren. Hoewel het qua risico's mogelijk is iets minder aan vervanging te doen, is deze opgave hard nodig om niet alle kosten voor de verhardingen af te wen­ telen op de rioolvervanging of energietransitie die daardoor in de problemen komen. In dit dilemma zal in het investeringsportfolio een keuze gemaakt moeten worden. Bodemdaling en drukte in de ondergrond Er komen steeds meer kabels en leidingen in de ondergrond (bijvoorbeeld laadpalen en glasvezel, maar ook voorzieningen voor slimme ontwikke­ lingen).

Hierdoor blijft er minder ruimte over voor goede groeiplaatsen voor bomen en planten. Ook hebben we te maken met bodemdaling. Er moeten regels en uitgangspunten komen om alle werkzaamheden integraal af te stemmen en in te plannen. Beheerplan Openbare Ruimte

|

21

Busstations In de stad zijn 11 stedelijke busstations in beheer. De stedelijke busstations zijn belangrijke schakels in het netwerk van openbaar vervoer in de gemeente Amsterdam. Dit netwerk met de daarop gelegen in- en uitstaphaltes verbindt de verschillende vormen van vervoer binnen de gemeente en verbindt de omlig­ gende gemeentes met de binnenstad van Amsterdam. Ze worden dagelijks gebruikt voor woon-werkverkeer, weekendverkeer, toeristenverkeer en recreatief verkeer. Bij stedelijke busstations is geen sprake van achter­ stallig onderhoud. Naast regulier onderhoud en reiniging van platforms, meubilair en voorzieningen op alle stedelijke busstations vinden er in 2023 op twee busstationsherstelwerkzaamheden aan de verhardin­ gen plaats. Het gaat om: n Busstation IJ-zijde: reparaties aan omvangrijke delen van de deklaag. n Busstation Noord: herstellen van schades en het versterken van koppen en randen van platforms. Wegtunnels In de Amsterdamse openbare ruimte hebben we 5 wegtunnels en een kabels&leidingen tunnel in beheer. De Verkeerscentrale Amsterdam zorgt voor de doorstroming van het verkeer.

De onderhoudsopgave richt zich op: n De vernieuwde verkeerscentrale komt op het LCM-terrein. De aanbesteding van het gebouw start in 2023 en het bouwen begint in 2024, met een verwachte oplevering eind 2025/begin 2026. n Het achterstallig onderhoud (renovatie) in de Amsterdam Arenatunnel en de IJ-tunnel is nood­ zakelijk gelet op de bereikbaarheid van de stad. n Het inbedden van de uitvoeringsorganisatie en het versterken van de taken in de bestaande gemeen­ telijke organisatie om de kosten van toekomstige projecten te verlagen.

Met inspecties van de beschikbaarheid, veiligheid en technische staat (bijv. storingen per tunnel) zorgen we voor het behoud en functioneren van de wegtunnels. De algehele kwaliteit van de tunnels is over het alge­ meen goed, behalve in de IJ-tunnel en Arenatunnel. De renovatie van de Piet Heintunnel is eind 2022 afgerond en in 2021 hebben we de Michiel de Ruijtertunnel veiliger gemaakt door brandwerende bekleding aan te brengen.

Beheerplan Openbare Ruimte

|

22

3.3.4 Het meubilair

Verkeerssystemen Het Amsterdamse areaal bestaat onder andere uit 400 verkeersregelinstallaties en meer dan 3200 bewegwijzeringsobjecten, 61 stadsplattegronden, zeker 200 parkeerverwijzingen, 106 verkeers­ reguleringssystemen, 42 dynamische informatie­ panelen, ruim 370 camera's (onder andere voor de milieuzones) en ICT-systemen.

De stad kent vele vormen van meubilair. Verkeers­ regelinstallaties en verkeersinformatiesystemen zijn van belang bij de duurzame toekomst; om de gewenste vormen van vervoer te faciliteren. Het zorgt voor het optimaal geleiden van alle verkeersstromen in en door de stad waarbij de bereikbaarheid en verkeersveiligheid gewaarborgd is en weggebruikers worden geïnformeerd ter optimalisatie van hun reis met als doel de leefbaarheid in de stad te bevorderen.

Bij de installaties en systemen wordt voldaan aan het beheerniveau sober. In 2022 zijn de inspecties, gelet op elektrische veiligheid en beeldkwaliteit, aan de verkeersregelinstallaties afgerond. Het is de verwach­ ting dat in het tweede kwartaal van 2023 de inspecties voor de verkeersinformatiesystemen zijn afgerond. Op basis van deze inspectieresultaten bepalen we waar herstelmaatregelen nodig zijn. Ook werken we aan het terugbrengen van het energieverbruik.

Met het verlichten van de openbare ruimte van de stad wordt een bijdrage geleverd aan de solidaire stad de verkeers- en sociale veiligheid, de sfeer en beleving van de openbare ruimte. De verlichting moet niet alleen goed functioneren en een verzorgde uitstraling hebben. De duurzame toekomst vraagt erom dat verlichting niet onnodig brandt als dat niet nodig is. In de afgelopen jaren is met de verledding een duurzame stap gezet en het energieverbruik verlaagd. Kwalitatief en voldoende meubilair draagt bij aan de solidaire stad, aan de leefbaarheid in de stad. Uitdagende speel­toestellen op de juiste plek, afgestemd op de juiste leeftijdscategorie, zorgen voor gezonde bewe­ ging en vermaak voor de jeugd. De verkeersborden, onderdeel vanuit verkeerswetgeving, dragen bij aan de veiligheid. De bankjes in de parken zijn om te rusten en te genieten van het stedelijk groen. De afvalbakken moeten vervuiling van de pleinen, parken en grachten voorkomen.

De onderhoudsopgave richt zich op: n De verschuiving naar meer 30-kilometerzones en de impact op de verkeersinformatiesystemen en de verkeersregelinstallaties. Het programma Autoluw zorgt voor een verandering van de verkeersstromen in de stad. Het verkeersaanbod op wegvakken en kruispunten verschuift van autoritten naar meer duurzame vormen van vervoer. We moeten de verkeerslichten en verkeersinformatiesystemen aanpassen om de duurzame vormen van vervoer te faciliteren. n Terugbrengen energieverbruik. n Het programma Autoluw verzamelt data van de verkeerslichten, detectielussen en signaalgevers om hiermee input (herkenning van fouten en storingen) te verkrijgen voor de verbetering van de bereikbaarheid. n Met de komst van het tweede datacenter in Noord is er meer serverruimte beschikbaar gekomen, en

Beheerplan Openbare Ruimte

|

23

zo bestendigheid, voor de verkeersinformatie­ systemen en de verkeersregelinstallaties. In 2022 zijn twee bestaande softwareapplicaties vervangen voor één geïntegreerde applicatie voor het inwinnen van data, passend binnen het vlak van de Archiefwet, Privacy en Security,en aan­ sturing van alle dynamische displays in de stad.

n

Het verder ontwikkelen en realiseren van hulp­ middelen om de informatiepositie te versterken; waar onder het monitoren van fiets- en voet­ gangersstromen, met behulp van het LVMA (Lang­ zaam Verkeer Monitoringssysteem Amsterdam).

Voorgestelde snelheidskaart. Bron: Beleidsdocument 30 km/u in de stad (november 2021)

Openbare verlichting en laadpalen De openbare verlichting bestaat uit circa 128.000 lichtmasten, zeker 156.000 verlichtingsarmaturen (op palen/masten, tunnels en aan overspanningen), 293 voeding- en verdeelkasten (eigen kasten), 688 km elektrakabel (onder en boven de grond), 3.300 regulie­ re openbare laadpalen met in totaal 6.600 laadpunten, 129 stadsklokken en ruim 5oo overige installaties. De beschikbaarheid van de verlichting is op orde. Bij inspecties en meldingen op lichtbronuitval wordt dit spoedig verholpen. Het energieverbruik van de openbare verlichting is in 2021 met circa 25 procent gedaald ten opzichte van 2018, ondanks uitbreiding van de stad. In 2018 was het energieverbruik (groene stroom) circa 38.000.000 kWh; in 2021 was dit terug­ gebracht tot 29.000.000 kWh.

De onderhoudsopgave richt zich nu op: n De beschikbaarheid van de verlichting heeft prioriteit; lichtbronnen moeten branden. n Het verder ontwikkelen en realiseren van hulpmid­ delen om de informatiepositie te versterken. We doen onder andere een proef om met de auto’s van parkeerbeheer, met een videocamera, de verlichting te controleren op uitval. Hiermee kan mogelijk de beschikbaarheid van de verlichting nog beter wordt geborgd. Belangrijke ontwikkelingen om rekening mee te houden: n De maatschappelijke (w.o. de verschuiving naar meer 30-kilometerzones) en technologische ontwikkelingen (communicatie apparatuur) vormen, naast de verdere verlaging van het Beheerplan Openbare Ruimte

|

24

n

n

energieverbruik, aanleiding tot een verkenning van nieuwe vormen van een duurzame verlichting in de openbare ruimte; Om het ‘toekomstbestendig’ maken van verlichting (zie hierboven en zie beleidskader verlichting) mogelijk te maken, wordt begonnen om nieuwe armaturen te voorzien van een connector (‘stek­ ker’) waarop toekomstige technologie kan worden aangesloten; De behoefte naar donkerte wordt groter. Steeds meer Amsterdammers vragen ons om het licht uit te zetten zodat ze de sterren wat beter kunnen zien, omdat donkerte gezonder is of om meer ruimte te geven aan nachtdieren zoals vleermui­ zen. De eerste pilots starten om in de nacht de verlichting uit te zetten bijvoorbeeld in het bos.

Straatmeubilair en speelvoorzieningen Er is veel ‘meubilair’ in de openbare ruimte. 14.000 zitbanken, 100.000 fietsenrekken, ruim 7.400 speel­ toestellen (waaronder fitness-toestellen) en bijna 300.000 m2 aan valondergronden. Maar ook 200 km aan hekwerken, ruim 500 watertappunten, 92 wildplak­ zuilen, 133.000 (RVV)borden, 67 toiletten, ruim 800 kunstwerken, 116 fonteinen en 15 waterspeelplaatsen. Op dit moment voldoen de speeltoestellen en waterspeelplaatsen aan het beheerniveau sober. Bij enkele fonteinen en stroomkasten is er achterstallig onderhoud (onder andere aan de elektrische instal­ laties). We hebben nog geen volledig zicht op het kwaliteitsniveau van het straatmeubilair en bebording ‘bulk’ (zitbanken, paaltjes, rekken, hekken). De onderhoudsopgave richt zich nu op: n We investeren in algemeen toegankelijk openbare toiletten in en rond parken. n Wegwerken van achterstallig onderhoud bij de stroomkasten en fonteinen. Organiseren van hergebruik van vrijgekomen meubilair dat nog niet de technische levensduur heeft bereikt. n Informatiepositie versterken: meer kwantitatief inzicht in de onderhoudsopgave ontwikkelen. Belangrijke ontwikkelingen om straks rekening mee te houden: n Door de focus te verschuiven naar behouden en koesteren, kan de werkvoorraad de komende jaren stijgen (nu nog veel bekostigd vanuit projecten).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13455914/1