A - 4 Openbare Orde en Veiligheid (4) Getekende raadsbrief Amsterdamse aanpak mensenhandel.pdf
Tekst van het document
Bezoekadres Amstel 1 1011 PN Amsterdam Postbus 202 1000 AE Amsterdam Telefoon 14 020 amsterdam.nl
Retouradres: Postbus 202, 1000 AE Amsterdam
Aan de leden van de raad
Datum
24 november 2020
Ons kenmerk Uw kenmerk Behandeld door Kopie aan Bijlage(n)
Toelichting op aanpak mensenhandel
Onderwerp
Amsterdamse aanpak mensenhandel
Geachte leden van de raad, Alle vormen van mensenhandel – zowel seksuele, criminele als arbeidsuitbuiting en gedwongen orgaanverwijdering – grijpen diep in op de vrijheid van slachtoffers en bezorgen veel leed. Hierbij gaat het niet alleen om volwassenen, maar ook om minderjarigen. Het belang om specifiek aandacht te hebben voor deze kwetsbare groep blijkt te meer uit de recent verschenen slachtoffermonitor van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel.1 Amsterdam streeft er naar een uitbuitingsvrije stad te zijn. Een stad waarin eenieder een eerlijk loon krijgt voor arbeid, werkt in goede omstandigheden, vrij en autonoom is, goed wordt behandeld en niet hoeft te vrezen voor eigen veiligheid of die van naasten. De aandacht voor mensenhandel blijkt ook uit het Coalitieakkoord 2018-2022: “Daarnaast hebben we oog voor de duistere kanten van prostitutie. Mensenhandel, gedwongen prostitutie en uitbuiting bestrijden we stevig. We zetten in op een intensieve aanpak door een betere samenwerking tussen sekswerkers, hulpverlening, gemeente, politie en Openbaar Ministerie. We gaan door met het programma om slachtoffers van mensenhandel en uitbuiting een nieuw en veilig bestaan op te laten bouwen”.2 De gemeente is verantwoordelijk voor een effectief beleid en heeft haar beleid vormgegeven via de in de bijlage omschreven werkzaamheden en initiatieven.
Daarbij geldt dat (het risico op) mensenhandel regelmatig een (bescheiden) rol speelt binnen een variëteit aan dossiers; daardoor ontstaat het risico dat hier onvoldoende aandacht voor is. Het mensenhandelbeleid overstijgt dan ook de portefeuille Openbare Orde en Veiligheid, waar de primaire verantwoordelijkheid ligt, en moet tevens gezocht worden binnen andere dossiers of domeinen. Deze brief is bedoeld om u
1
https://www.nationaalrapporteur.nl/publicaties/rapporten/2020/10/16/slachtoffermonitormensenhandel-2015-2019 2 https://www.amsterdam.nl/bestuur-organisatie/volg-beleid/coalitieakkoord-uitvoeringsagenda/ (p.29)
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam
Datum: 24 november 2020 Kenmerk: Pagina 2 van 23
inzicht te verschaffen in het huidige beleid op het gebied van mensenhandel (zoals u toegezegd in december 2019 tijdens de commissie Algemene Zaken). In deze brief wordt eerst ingegaan op de vormen van mensenhandel en de aard en omvang van mensenhandel in Amsterdam. Vervolgens wordt het Amsterdamse beleid ter voorkoming en bestrijding van mensenhandel toegelicht. Dit wordt beschreven aan de hand van de vier rollen van de gemeente: beleidsmaker, signaleerder, regisseur en zorgverlener. Vervolgens is de aanpak voor de jaren 2021-2022 beschreven met de concrete inzet de komende jaren. In de bijlage bij deze brief treft u een verdere toelichting welke maatregelen, interventies, programma’s en voorzieningen er zijn ter voorkoming en bestrijding van mensenhandel. Daarnaast zal in de bijlage (onder het hoofdstuk ‘zorgverlener’) worden gereageerd op het op 4 februari 2020 door raadslid Ceder ingediende initiatiefvoorstel3 en de door hem op 18 augustus 2020 gestelde (vervolg)vragen inzake de bestuurlijke reactie op zijn initiatiefvoorstel. Samengevat, het college ziet geen meerwaarde in het oprichten van een Amsterdams multidisciplinair team.
Uit de evaluatie is namelijk niet gebleken dat een dergelijk team meerwaarde heeft én het college is niet bevoegd om regels te wijzigen omtrent het vaststellen van slachtofferschap, noch bevoegd om slachtofferschap vast te stellen op basis waarvan een (tijdelijke) verblijfsvergunning kan worden verstrekt. In de bijlage wordt ook ingegaan op onderwerpen die tijdens de op 8 september 2020 georganiseerde technische sessie arbeidsuitbuiting zijn behandeld. Ten slotte wordt aandacht besteed aan het initiatiefvoorstel ‘Week tegen Mensenhandel’ dat op 30 september 2020 is ingediend door raadsleden Ceder en Boutkan. Mensenhandel en haar verschijningsvormen Mensenhandel is een ernstig strafbaar feit (zie artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht). Het is het werven, vervoeren, overbrengen, opnemen of huisvesten van een persoon, met gebruik van dwang (zoals geweld, misleiding of misbruik makend van een kwetsbare positie) en met het doel die persoon uit te buiten. Met uitbuiten wordt gedoeld op het afnemen van iemands inkomsten of niet uitbetalen van inkomsten. Mensenhandel draait dus om uitbuiting. Daders gebruiken slachtoffers – door toepassing van bijvoorbeeld geweld, intimidatie of bedreiging – voor persoonlijk gewin. Dit is een ernstige schending van mensenrechten en van de menselijke waardigheid.
Naast het plegen van het (ernstige) strafbare feit en als gevolg daarvan ernstige benadeling en uitbuiting van het slachtoffer, is in veel gevallen ook sprake van vermenging tussen de boven- en de onderwereld. Daarom is het een vorm van ondermijnende criminaliteit. Mensenhandel treft zowel minderjarigen als meerderjarigen en kan zowel binnen de landsgrenzen als over de landsgrenzen plaats vinden. Mensenhandel kent vier verschillende verschijningsvormen: seksuele uitbuiting, arbeidsuitbuiting, criminele uitbuiting en overige uitbuiting (gedwongen orgaandonatie). Bij elke vorm zal een kort voorbeeld uit de media worden genoemd. 1.Seksuele uitbuiting Seksuele uitbuiting: De voor mensenhandel veroordeelde Saban B. moet de Nederlandse staat bijna 1,5 miljoen euro betalen. Het gaat om de opbrengsten van de mensenhandel. B. en zijn bende dwongen 3 Initiatiefvoorstel is getiteld:onder ‘Verbeter voor ongedocumenteerde slachtoffers vrouwen tot prostitutie, meervoorzieningen op de Amsterdamse Wallen. Daarbij gebruikten zevan veel mensenhandel die geen aangifte kunnen of wensen te doen.’ grof en sadistisch geweld. Ook ‘brandmerkte’ B. de vrouwen met tatoeages. (Het Parool, d.d. 28-01-2020) Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam
Datum: 24 november 2020 Kenmerk: Pagina 3 van 23
2. Arbeidsuitbuiting Arbeidsuitbuiting: Tegen twee Amsterdammers die hun neefje jarenlang onbetaald lieten werken op de Dappermarkt zijn in hoger beroep celstraffen van respectievelijk 31 maanden en 20 maanden geëist. Het slachtoffer moest vanaf zijn veertiende jarenlang onbetaald op de markt werken. Van 1999 tot medio 2008 deed hij het zware werk in de textielhandel. De ooms dreigden hem volgens justitie bij de politie aan te geven wegens illegaliteit als hij niet deed wat zij wilden. (Het Parool, d.d. 21-09-2016)
3.Criminele uitbuiting Criminele uitbuiting: ‘De zaak 13Ocean, waarin criminelen zijn veroordeeld omdat ze heel jonge kinderen aanzetten om criminaliteit te plegen, gebruikten we voor bewustwording. Die kinderen werden eerst als criminelen beschouwd: bedelaars en zakkenrollers. We hebben een aantal van die kinderen uit het criminele proces kunnen trekken en in de media veranderde de discussie: de kinderen zijn weliswaar daders, maar nog veel meer sláchtoffers, gedwongen om op het station te stelen. Gunnen we hen celstraf, of toch vooral rust, veiligheid en een fatsoenlijke opvoeding?’ (Opportuun, 2017-03)
4. Overige uitbuiting (gedwongen orgaandonatie) Gedwongen orgaandonatie: Alhoewel dit in Nederland vermoedelijk weinig lijkt voor te komen, wordt er de laatste jaren meer onderzoek naar gedaan en heeft de Nationaal Rapporteur Mensenhandel hier in 2014 naar aanleiding van een onderzoek uit het Erasmus MC het volgende over gezegd: ‘Een groot deel van de zorgprofessionals die nierpatiënten onder behandeling hebben, is bekend met patiënten die naar het buitenland zijn afgereisd voor het ondergaan van een niertransplantatie. Hoewel uit het onderzoek niets bekend wordt over de omstandigheden waaronder de orgaandonaties zouden hebben plaatsgevonden, blijkt uit andere onderzoeken dat binnen orgaanhandelnetwerken het risico op mensenhandel bestaat. Zo kunnen donoren worden gedwongen hun nier af te staan. ”Waar geld aan mensen kan worden verdiend, ligt mensenhandel op de loer”, zegt Corinne Dettmeijer-Vermeulen. Aard en omvang in Amsterdam De eerste drie vormen van mensenhandel zijn de meest bekende en zichtbare vormen die ook in Amsterdam voor komen. Seksuele uitbuiting is daarvan wellicht de meest bekende vorm. Hier valt niet alleen de uitbuiting van sekswerkers onder; ook kan worden gedacht aan de werkwijze van zogenaamde loverboys, seksuele uitbuiting van minderjarigen met een licht verstandelijke
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam
Datum: 24 november 2020 Kenmerk: Pagina 4 van 23
beperking en sextortion.4 Naast seksuele uitbuiting vindt er ook arbeidsuitbuiting plaats in Amsterdam. Dit is onder meer zichtbaar onder arbeidsmigranten en ongedocumenteerden, in sectoren als de bouw, horeca en schoonmaak. Een deel van de arbeidsuitbuiting is (nog) slecht(er) zichtbaar omdat het zich, bijvoorbeeld in het geval van uitbuiting van au pairs, achter de voordeur van woningen afspeelt. Ten slotte komt ook criminele uitbuiting – een soms nog wat onderbelichte vorm van mensenhandel – voor. Hierbij kan worden gedacht aan gedwongen mobiel banditisme en het onder dwang laten bedelen of zakkenrollen, maar ook aan het ronselen van jongeren om drugs te dealen of verdachte pakketjes te bezorgen. Cijfermatig beeld: meldingen en interventies Slachtoffers doen niet snel uit zichzelf aangifte omdat ze bijvoorbeeld bang zijn voor represailles of zichzelf helemaal niet als slachtoffer zien, ook al zijn ze dat wel volgens de letter van de wet. Er is bij mensenhandel dus sprake van een ‘haaldelict’: de aangifte moet als het ware ‘gehaald’ worden. Hierbij is het opbouwen van een vertrouwensband (door onder meer politie en zorgverleners) van groot belang, zeker om ook ‘ambtshalve’ tot vervolging over te kunnen gaan. Een relatief groot deel van mensenhandel blijft echter onder de radar (dark number) en dus zijn cijfers over de omvang van mensenhandel relatief.
Er zijn dus geen compleet betrouwbare cijfers over mensenhandel in Amsterdam en het totale aantal slachtoffers in de regio Amsterdam. Wel kunnen enige cijfers over 2019 een beeld geven van de omvang van het probleem. In 2019 zijn 36 anonieme meldingen binnengekomen via Meld Misdaad Anoniem (MMA) die mogelijk betrekking hadden op mensenhandel.5 Na een verdiepingsslag waren 11 meldingen te relateren aan mensenhandel en 2 meldingen aan mensensmokkel. Met behulp van het convenant ‘Zoeklicht’ zijn in 2019 40 meldingen gedaan van ‘prostitutie en/of mensenhandel’ in woningen. In 2019 zijn voorts via het emailadres ‘mensenhandel’ van de gemeente 21 signalen van mensenhandel binnengekomen die afkomstig waren van eigen medewerkers. Al deze meldingen worden onderzocht en zijn vervolgens gedeeld met interne partners, het RIEC, de Inspectie SZW, het OM en/of de politie. In de RIEC-werkgroep mensenhandel zijn dat jaar 31 meldingen in behandeling genomen. Naast een enkele melding van woonfraude en mensensmokkel had grofweg de helft van de meldingen betrekking op seksuele uitbuiting en de andere helft op arbeidsuitbuiting. Deze meldingen hebben geleid tot een vijftal fiscale, vier strafrechtelijke en zeven bestuurlijke interventies. Regelmatig zijn signalen of meldingen helaas te summier om te komen tot een daadwerkelijke interventie.
In 2019 heeft de opsporingstak van de Inspectie SZW 11 meldingen van arbeidsuitbuiting ontvangen, waarvan in 7 gevallen de ‘geringste aanwijzing van mensenhandel’ werd vastgesteld. Zes meldingen hebben geleid tot een onderzoek en er is vijf keer aangifte gedaan. Eén van de onderzoeken is stopgezet en vijf onderzoeken lopen nog (peildatum 18-08-2020). Het gaat om onderzoeken in de sectoren: schoonmaak, bouw, horeca, markt en een massagesalon. Ten slotte heeft het Openbaar Ministerie in 2019 een 19-tal zaken van mensenhandel voor de rechter gebracht. Op het gebied van zorg en opvang zijn in 2019 door het Amsterdams Coördinatiepunt Mensenhandel (ACM) 62 (waarvan 53 vrouwen en 9 mannen) volwassen slachtoffers van uitbuiting 4
Hieronder wordt verstaan afpersing met een seksueel getinte foto of video van het slachtoffer, waarbij de afperser vaak geld, meer pikante foto’s of video’s of andere seksuele diensten eist. 5 Het betrof 26 meldingen van illegale prostitutie, 5 meldingen van het tewerkstellen van illegalen, 2 meldingen van mensensmokkel en 2 meldingen van gedwongen prostitutie (eenmaal minderjarig) en 1 melding van uitbuiting.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam
Datum: 24 november 2020 Kenmerk: Pagina 5 van 23
(exclusief 9 meegebrachte minderjarige kinderen) opgevangen. Hierbij ging het in ongeveer 75% van de gevallen om seksuele uitbuiting. Een kleine 10% van de cliënten was jonger dan 21 jaar. Op het gebied van ambulante zorg voor slachtoffers ging het in 2019 om 39 slachtoffers (24 vrouwen en 15 mannen). In doorstroomwoningen van het ACM zaten 25 cliënten inclusief 5 kinderen. 3. Beleid gemeente Amsterdam De gemeente Amsterdam voert al lange tijd een actief beleid ter voorkoming en bestrijding van mensenhandel. Het Amsterdamse beleid bestaat uit de volgende kernpunten: goed signaleren en melden, brede bewustwording, het doen van onderzoek, samenwerking met (keten)partners, interne en externe regie en goede en effectieve zorg. Voorbeelden hiervan zijn het trainen van ambtenaren in het herkennen van signalen van mensenhandel, het Kernteam Prostitutie dat bijdraagt aan de bestrijding van seksuele uitbuiting, de deelname van de gemeente aan de subdriehoek mensenhandel en prostitutie en de RIEC-werkroep mensenhandel en de nauwe samenwerking met de zorgcoördinator die werkzaam is bij het ACM.
Reeds in 2008 is door het ministerie van Justitie & Veiligheid (J&V) de Taskforce Mensenhandel opgericht met als doel de integrale aanpak van mensenhandel te bevorderen.6 In 2018 heeft dit onder meer geleid tot het integrale programma ‘Samen tegen mensenhandel’7, waarbij één van de vijf actielijnen betrekking heeft op het versterken van de gemeentelijke aanpak van mensenhandel. Daarover zijn vervolgens (ook in 2018) in het Interbestuurlijk Programma concrete afspraken gemaakt. De gemeente Amsterdam voldoet reeds aan de landelijke afspraak dat elke gemeente in 2022 een duidelijke aanpak mensenhandel heeft die ook geborgd is.8 In het navolgende treft u een toelichting op hoofdlijnen van het beleid en hoe de gemeente dit invult via een viertal cruciale rollen: signaleerder, beleidsmaker, zorgverlener en regisseur. Bij elke rol is vermeld wat de gemeente momenteel doet, en wat de actie is voor volgende jaren. In de bijlage bij deze brief wordt daar in meer detail op ingegaan. 3.1 Beleidsmaker De gemeente is verantwoordelijk voor een daadkrachtig beleid dat op effectieve wijze wordt uitgevoerd. Mensenhandel dient in alle relevante domeinen op de agenda te staan en voldoende aandacht te krijgen.
Twee voorbeelden hiervan zijn de regionale bestuurlijke mensenhandeltafel onder leiding van de regionale portefeuillehouder mensenhandel en de leidende rol die de gemeente heeft in de werkgroep ‘Local roots & impacts of organised crime’ van het European Forum for Urban Security (EFUS), waarin het thema mensenhandel één van de drie pijlers is. Inzet: zie paragraaf 4
3.2 Signaleerder Het herkennen en erkennen van mensenhandel is cruciaal. Daartoe is het van belang te investeren in het creëren van bewustwording. Bewustwording wordt onder meer bereikt door het organiseren van trainingen op het herkennen van signalen van mensenhandel. Ook is onderzoek van belang. Signaleren betekent ook het verschaffen van inzicht in mensenhandel door onderzoek naar aard, omvang, fenomenen en ‘zachte signalen van mensenhandel’. Bovenal ligt de focus van de 6
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2018-2158.html https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2018/11/13/tk-bijlage-3-samen-tegenmensenhandel 8 https://vng.nl/nieuws/ondersteuning-voor-gemeenten-bij-aanpak-mensenhandel 7
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam
Datum: 24 november 2020 Kenmerk: Pagina 6 van 23
signaleerder op het vergroten van bewustwording onder professionals en Amsterdammers dat mensenhandel bestaat en ook in Amsterdam voor komt. Inzet: Deze trainingen zullen de komende jaren worden bestendigd en op onderdelen (zoals het uitbreiden van de doelgroep die trainingen ontvangt) geïntensiveerd. 3.3 Regisseur De gemeente zet volop in op samenwerking met de partners. De gemeente vindt het cruciaal dat zij daarin als regisseur een verbindende en aanjagende functie vervult. In haar rol van regisseur bestrijdt de gemeente mensenhandel door te zorgen voor (onder meer) goede meldroutes voor signalen mensenhandel en een gedegen samenwerkingsstructuur waarbinnen de gemeente samen met de relevante ketenpartners mensenhandel aanpakt en barrières opwerpt om mensenhandel te voorkomen. De gemeente heeft een sterk fundament gelegd voor haar rol als regisseur, maar er is ook ruimte voor intensivering en verbeteringen. Inzet: Een daadkrachtiger RIEC-werkgroep mensenhandel en (mede in dat verband) een intensievere samenwerking met de Inspectie SZW. 3.4 Zorgverlener Essentieel is ook de zorg voor slachtoffers. De gemeente organiseert specialistische zorg en opvang voor slachtoffers van mensenhandel via zorgpartners.
Ook heeft de gemeente een zorgcoördinator aangesteld die zorg draagt voor de inrichting van een samenhangend hulp- en ondersteuningsaanbod en contact onderhoudt met de politie, waaronder het team Mensenhandel. Daarnaast geeft de zorgcoördinator voorlichting aan zorgverleners en instanties, waaronder asielzoekerscentra en scholen. Door deze voorlichting kunnen zij helpen voorkomen dat kwetsbare personen slachtoffer worden en kan vermoedelijk slachtofferschap worden gesignaleerd. Inzet: Komende jaren zal nog meer worden ingezet op samenwerking tussen zorg en veiligheid. 4. Aanpak 2021-2022 Ik neem u mee in enkele concrete activiteiten die in de komende jaren (2021 en 2022) aandacht zullen krijgen. De eventuele (extra) kosten die hiermee gemoeid zijn, worden gedekt uit reguliere middelen van Openbare Orde en Veiligheid zoals het programma De Weerbare Stad. •
• •
Allereerst het intensiveren van de trainingen ‘Herkennen signalen mensenhandel’. Deze training wordt doorontwikkeld en beschikbaar voor een grotere doelgroep, waaronder (externe) partijen die zorg leveren in opdracht van de gemeente. De trainingen zijn zowel fysiek als digitaal mogelijk en kunnen dus doorgang vinden ten tijde van Coronamaatregelen. Hiertoe is contact gelegd tussen de adviseurs mensenhandel, de adviseurs Leren & Ontwikkelen en Fairwork. Inzet ten behoeve van de ‘Regionale bestuurlijke mensenhandeltafel’ onder leiding van de regionaal portefeuillehouder, de burgemeester van Aalsmeer. De tafel is op het moment van schrijven in oprichting. Het realiseren van een daadkrachtiger RIEC-werkgroep mensenhandel ten behoeve van meer controles en meer interventies. Er zijn in dat kader al vele stappen gezet en de komende periode zal hier verder op worden geïnvesteerd. In lijn hiermee wordt ook de samenwerking met de Inspectie SZW geïntensiveerd door hen aan te laten sluiten bij de subdriehoek mensenhandel en prostitutie.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam
•
• •
Datum: 24 november 2020 Kenmerk: Pagina 7 van 23
Het verbeteren van het gebruik van de mogelijkheden tot samenwerking tussen de domeinen zorg en veiligheid. Hiertoe worden vanuit het ministerie van J&V en het CCV (in samenwerking met de VNG en gemeenten zoals Amsterdam) verschillende handreikingen ontwikkeld die hierbij behulpzaam moeten zijn. Het voorzitterschap van de werkgroep ‘mensenhandel’ van het EFUS-project ‘Local roots and impacts on organised crime’ met in mei 2021 een internationale conferentie in Nice. Het intensiveren van maatschappelijke bewustwording van het bestaan van mensenhandel. Het is daarbij ook belangrijk dat Amsterdammers zich realiseren dat ze mogelijk onbedoeld en onbewust gebruik maken van de diensten van slachtoffers mensenhandel. Het creëren van bewustwording kan op verschillende manieren, waaronder door de expositie #OpenJeOgen van CoMensha die in oktober en november 2020 te zien is op het Museumplein. Hiermee wordt zowel ingezet op bewustwording als op het bewegen van mensen tot het doen van meldingen.
Conclusie Het is van groot belang dat er nadrukkelijke en continue aandacht is voor uitbuiting. De gemeente Amsterdam zet zich al vele jaren in voor het voorkomen en bestrijden van mensenhandel en zal dit blijven doen. In de komende jaren zal de gemeente Amsterdam de bewustwording over mensenhandel intensiveren omdat dit het startpunt is voor het melden van signalen, het aanpakken van daders, het beschermen van slachtoffers en het bewerkstelligen van zowel preventieve als reactieve maatregelen. Dat doet Amsterdam niet alleen; actief wordt ingezet op intensieve samenwerking met ketenpartners en het integraal aanpakken van signalen mensenhandel. Tevens onderzoekt de gemeente actief de mogelijkheden van samenwerking in internationaal verband. Tenslotte ligt er een initiatiefvoorstel van de raadsleden Ceder en Boutkan om een ‘Week tegen Mensenhandel’ te organiseren. Het college waardeert dit voorstel en wil daar gehoor aan geven. Hier wordt u separaat over geïnformeerd.
Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam,
Femke Halsema Burgemeester
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam
Datum: 24 november 2020 Kenmerk: Pagina 8 van 23
Bijlage: Toelichting op aanpak mensenhandel Rol 1: Beleidsmaker De eerste rol die voor de gemeente is weggelegd is die van beleidsmaker. De gemeente is verantwoordelijk voor een effectief beleid. De gemeente Amsterdam heeft haar beleid vormgegeven via de in deze bijlage omschreven werkzaamheden en initiatieven. Daarbij geldt dat (het risico op) mensenhandel regelmatig een (bescheiden) rol speelt binnen een variëteit aan dossiers; daardoor ontstaat het risico dat hier onvoldoende aandacht voor is. Het mensenhandelbeleid overstijgt derhalve de portefeuille Openbare Orde en Veiligheid en moet soms ook gezocht worden binnen andere dossiers of domeinen. Deze brief met bijlage is dan ook mede geschreven met het doel overzicht aan te brengen in al hetgeen gebeurt op het gebied van mensenhandel. 1.1 Bestuurlijke inzet Om de rol van beleidsmaker goed te kunnen uitvoeren is het van belang dat het onderwerp mensenhandel steeds goed op het netvlies staat van bestuurders en ambtenaren. Door het benoemen van een tweetal ambtenaren (ondergebracht bij OOV en OJZ) die verantwoordelijk zijn voor het mensenhandelbeleid en die fungeren als ‘aandachtsfunctionaris’, heeft de gemeente Amsterdam hier reeds een belangrijke stap in gezet.
Maar naast deze twee invalshoeken heeft het onderwerp ook raakvlakken met ander beleid waaronder jeugd, prostitutie, economische zaken, huisvesting en ongedocumenteerden. Een goed intern en extern netwerk is essentieel om beleid af te stemmen en waar mogelijk in gezamenlijkheid beleid te vormen. Voor het onderwerp mensenhandel bestaat al ruime bestuurlijke aandacht. Het is desalniettemin van belang dat die aandacht niet verslapt. De gemeente wil binnen de regio AmsterdamAmstelland meer optrekken met de Amstellandgemeentes. Er wordt een regionale bestuurlijke mensenhandeltafel opgericht onder leiding van de portefeuillehouder mensenhandel, de burgemeester van de gemeente Aalsmeer. Mogelijke onderwerpen die deze tafel zal behandelen zijn: regionale afstemming en regelgeving om de leeftijd voor sekswerkers te bepalen op 21+, afstemming en waar nodig aanpassingen van de APV (ter voorkoming waterbedeffect), afstemming op het gebied van trainingen in het herkennen van signalen mensenhandel en het optimaliseren van gegevensuitwisseling. Dat mensenhandel politiek bestuurlijk van groot belang is, bleek ook tijdens de, op 8 september 2020, voor de gemeenteraad georganiseerde technische sessie arbeidsuitbuiting. Hierbij was een aantal raadsleden aanwezig, alle relevante (keten)partners en beleidsambtenaren van verschillende directies.
Tijdens de sessie is eens te meer gebleken dat het van groot belang is dat er maatschappelijk bewustzijn wordt gecreëerd over het bestaan van mensenhandel en de signalen daarvan en het grote belang om ambtenaren die mogelijk in contact komen met slachtoffers van mensenhandel te trainen. Dit is des te meer relevant omdat mensenhandel niet altijd goed zichtbaar is (het speelt zich af achter de voordeur). Ook is gesproken over het belang van bestuurlijke interventies naast het strafrecht. Het sluiten van panden, het intrekken of niet verstrekken van vergunningen en het eventueel daartoe aanpassen van de APV kwam aan bod. Rol 2: Signaleerder Mensenhandel is in veel gevallen een ‘verborgen’ misdaad, wat betekent dat het moeilijk kan zijn om slachtoffers te signaleren en slachtoffers zelf ook niet snel aangifte zullen doen.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam
Datum: 24 november 2020 Kenmerk: Pagina 9 van 23
Mensenhandelaren doen hun uiterste best om de misdaad verborgen te houden. Slachtoffers zelf zitten niet zelden vast in een web van geweld, dwang, bedreiging en/of chantage. Daarnaast komen ze vaak uit een kwetsbare situatie waardoor er lange tijd overheen kan gaan voordat zij onderkennen dat ze slachtoffer zijn en dat durven te vertellen. Daarom is het in de bestrijding van mensenhandel belangrijk dat professionals en Amsterdammers die in aanraking komen met (potentiele) slachtoffers van mensenhandel zich hiervan bewust zijn en de signalen weten te herkennen. Mensenhandel vindt in allerlei sectoren plaats, zoals in de bouw, de horeca, retail, seksuele dienstverlening, schoonmaakbranche, nagelstudio’s en massagesalons. Het is daarom ook belangrijk dat Amsterdammers zich realiseren dat ze mogelijk onbedoeld en onbewust gebruik maken van de diensten van slachtoffers mensenhandel. Zolang professionals en Amsterdammers mensenhandel onvoldoende (h)erkennen en melden, kan hier niet effectief tegen worden opgetreden. Daarom zet de gemeente Amsterdam in op bewustwording en het bewegen van mensen tot het doen van meldingen. Daarnaast probeert de gemeente vanuit preventie mensenhandel te voorkomen. In paragraaf 2.1 zal worden ingegaan op de aard, omvang en fenomenen van mensenhandel.
In 2.2 staat het verhogen van bewustwording onder professionals centraal en dat van Amsterdammers, bezoekers en ondernemingen in paragraaf 2.3. Ten slotte wordt in paragraaf 2.4 ingegaan op het melden van signalen van mensenhandel. 2.1 Aard, omvang en fenomenen Om zo goed mogelijk bij te dragen aan de bestrijding van mensenhandel is het noodzakelijk om inzicht te krijgen in aard en omvang van het probleem en (actuele) fenomenen. De gemeente probeert waar mogelijk een zo goed mogelijk beeld te krijgen. Daarbij geldt (zoals ook in de brief toegelicht) dat het zeer lastig is om beschikking te krijgen over goede cijfers, omdat veel onder de radar blijft en we dus worden geconfronteerd met een ‘dark number’. De gemeente zet zich als volgt in: • • • •
•
•
De gemeente initieert onderzoeken, zoals in het vierde kwartaal van 2020 een onderzoek door de traineepool naar de onderbelichte vorm van mensenhandel ‘criminele uitbuiting’. De gemeente participeert in regionale, landelijke of internationale onderzoeken naar mensenhandel. Tevens neemt de gemeente deel aan enkele regionale, landelijke en internationale werk- of expertgroepen. Binnen het programma De Weerbare Stad – het programma dat zich richt op de bestrijding van ondermijning – is mensenhandel één van de onderwerpen. Binnen het programma Weerbare Mensen Weerbare Wijken wordt een kwalitatief onderzoek uitgevoerd naar zogenaamde ‘jonge aanwas’: hoe worden zij geronseld voor criminele uitbuiting in de drugscriminaliteit. Daarnaast wordt op gemeentelijk niveau meegewerkt aan innovatieve vormen van het herkennen van (slachtofferschap) mensenhandel. Zo zijn er medio 2020 verkennende gesprekken gestart met het project COMCRIM9 van de Universiteit van Amsterdam waarbij in een publiek-privaat samenwerkingsverband met financiële instellingen wordt samengewerkt om situaties van uitbuiting te signaleren en te traceren. In diezelfde periode zijn ontwikkelingen gaande binnen het project City Deal waarbij vanuit het ministerie van BZK samen met de Nationaal Rapporteur Mensenhandel (NRMH), het
9
Het project heet voluit ‘COMbating CRIMes that undermine the rule of law by following financial flows)’ en wordt geleid door het Institute of Advanced Study van de Universiteit van Amsterdam.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam
•
Datum: 24 november 2020 Kenmerk: Pagina 10 van 23
Centraal Bureau voor de Statistiek en 14 gemeentes datagestuurd onderzoek wordt gedaan naar indicatoren mensenhandel. Ten slotte wordt nauw samengewerkt met de politie die een webscraper in ontwikkeling heeft, waarmee met behulp van indicatoren op internet gezocht wordt naar signalen van mensenhandel en op die manier ook inzicht wordt verkregen in aard en omvang en fenomenen.
Op landelijk niveau wordt door verschillende organisaties zoals Comensha, het Centrum tegen Kinderhandel en Mensenhandel (CKM), de NRMH en wetenschappelijke instellingen onderzoek gedaan naar aard en omvang van (de verschillende vormen van) mensenhandel. Waar nodig of gewenst draagt de gemeente daar haar steentje aan bij. Binnen het ministerie van J&V is in 2020 gestart met een onderzoek naar de ‘Betrokkenheid van jongeren bij zware en georganiseerde criminaliteit: achtergronden, toetredingsmechanismen en handelingsperspectief voor interventies’. Vanuit de G4 is hierbij aandacht gevraagd voor het perspectief van de jongere die mogelijk als gevolg van uitbuiting of afpersing ook gezien kan worden als slachtoffer van criminele uitbuiting, in plaats van als dader. Ook neemt de gemeente deel aan de ‘Landelijke expertgroep criminele uitbuiting’, een groep die zich specifiek richt op deze vorm van mensenhandel. Op internationaal niveau is de gemeente betrokken bij het European Forum for Urban Security (EFUS), waarbij Amsterdam en Rotterdam de trekkers zijn van de in 2017 gestarte werkgroep ‘Local roots and impacts of organised crime’. Onderdeel daarvan is de sub werkgroep ‘mensenhandel’, onder voorzitterschap van Amsterdam, met als doel interstedelijke samenwerking en kennisdeling en het waar nodig agenderen van onderwerpen in EU-verband.
De komende twee jaar zullen Europese steden binnen deze werkgroep kennis delen en samenwerken op drie subthema’s of pijlers: georganiseerde misdaad in Europese havens, witwassen en illegale geldstromen en mensenhandel. Amsterdam zal de subwerkgroep over mensenhandel voorzitten. De eerste ‘kick-off’ bijeenkomst heeft reeds plaatsgevonden op 23 september 2020. EFUS organiseert in mei 2021 een grote conferentie, waar onder meer sprekers van de Europese Commissie en meerdere burgemeesters op het programma zullen staan. Tevens zal de subwerkgroep mensenhandel tijdens deze conferentie een plaats krijgen. De gemeente ambieert om ook in het kader van preventie en bewustwording de samenwerking te zoeken met internationale partners en bronlanden of bronsteden. Ook op deze wijze kan een bijdrage worden geleverd aan het voorkomen van en barrières opwerpen tegen mensenhandel en mensensmokkel. 2.2 Verhogen bewustwording professionals Voor wat betreft de bewustwording van professionals wordt ingezet op het trainen van ambtenaren en zorgaanbieders die in contact komen met potentiele slachtoffers mensenhandel. Zij worden getraind op het herkennen en melden van signalen mensenhandel. Verscheidene organisaties bieden trainingen aan op het gebied van mensenhandel.
De gemeente Amsterdam heeft een goed lopend en langdurig samenwerkingsverband met ‘Fairwork’ die de training ‘Herkennen signalen van mensenhandel’ verzorgt. In de jaren 2017 tot en met 2019 hebben 190 gemeenteambtenaren deze training gevolgd. Naast baliemedewerkers van de stadsloketten en de afdeling Werk, Participatie en Inkomen (WPI), zijn sinds 2019 de trainingen ook gegeven aan ambtenaren van de Directie Wonen en de afdeling Registratie Niet Ingezetenen (RNI). In de komende jaren zal – naast het continueren en intensiveren van de trainingen – de
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam
Datum: 24 november 2020 Kenmerk: Pagina 11 van 23
nadruk liggen op het doorontwikkelen van de training. Het is van belang dat de opgedane kennis goed beklijft en in de praktijk wordt toegepast en dat kan enkel worden bereikt door trainingen regelmatig te herhalen. Er wordt onderzoek gedaan naar verdieping en mogelijke andere vormen van training. Hierbij trekt de gemeente samen op met de G4, maar ook met de VNG, Comensha en het ministerie van J&V. Medio 2020 heeft de afdeling Dienstverlening (Leren en Ontwikkelen) eveneens een (gratis) e-learning verspreid onder de stadsloketten om snel en laagdrempelig het onderwerp mensenhandel weer op het netvlies te krijgen. Ten slotte verzorgt de Amsterdamse zorgcoördinator samen met team Mensenhandel van de politie ook zeer regelmatig voorlichting op het gebied van (het herkennen van signalen) mensenhandel, bijvoorbeeld bij (jeugd)zorginstellingen, op scholen en bij de politie. Daarnaast wil de gemeente inzetten op het aanbieden van trainingen aan (externe) partijen die zorg leveren in opdracht van de gemeente. Denk hierbij aan jeugdzorginstellingen, medewerkers van de winteropvang en medewerkers van Veilig Thuis. Ook worden door onder meer Qpido trainingen gegeven op scholen die gericht zijn op seksuele weerbaarheid, om daarmee seksuele uitbuiting te voorkomen.
2.3 Bewustwordingscampagnes gericht op Amsterdammers, bezoekers en ondernemingen Er zijn veel verschillende manieren om bewustwording te creëren onder Amsterdammers, bezoekers en ondernemingen. Het streven is om hier de komende jaren nog meer op in te zetten en naast aandacht voor seksuele uitbuiting en arbeidsuitbuiting ook bewustwording te creëren op de derde vorm van mensenhandel: ‘criminele uitbuiting’. •
Een van de manieren om dat bewustzijn te creëren is de beeldenexpositie ‘Open je ogen’ van Comensha die in het laatste kwartaal van 2020 naar Amsterdam wordt gehaald. De expositie zal drie weken te zien zijn waaronder op de Europese Dag tegen Mensenhandel op 18 oktober 2020. Als gevolg van Corona zal digitaal ruchtbaarheid worden gegeven aan deze expositie.
•
In het laatste kwartaal van 2020 voert de traineepool een groepsopdracht uit op het gebied van criminele uitbuiting. Hierbij worden jongeren (voornamelijk meisjes) benaderd en worden gesprekken aangegaan over deze vorm van mensenhandel. De opdracht heeft als voornaamste doel om met de jongeren over dit onderwerp in gesprek te gaan, samen met de jongeren een (bewustwordings)product te realiseren inclusief een afsluitende debatavond. Bijkomend voordeel is dat door de gesprekken meer bekend wordt over (fenomenen binnen) deze vorm van mensenhandel.
•
In de Coronaperiode ontstond er landelijk extra aandacht voor de kwetsbare positie van arbeidsmigranten. Dit leidde onder meer tot aanbevelingen van het ‘Aanjaagteam arbeidsmigranten’ en tot een ‘infographic arbeidsmigranten’. De aanbevelingen zijn belegd bij en opgepakt door de relevante onderdelen van de gemeente, waaronder Wonen en Basisinformatie. De door het Landelijk Informatie- en Expertise Centrum (LIEC) ontwikkelde infographic is door de gemeente onder het (regionale) ketennetwerk verspreid.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam
Datum: 24 november 2020 Kenmerk: Pagina 12 van 23
•
De gemeente zet zich in om de arbeidsomstandigheden voor werknemers op riviercruises te verbeteren. Hiertoe is bij het Havenbedrijf extra aandacht gevraagd voor het thema ‘goed werkgeverschap’ en is hen verzocht dit in de gesprekken die zij hebben met de rederijen blijvend te agenderen. Vakbond Nautilus heeft vorig jaar (met een CAO vergelijkbare) afspraken met River Advice Cruise gemaakt ter versteviging van de positie van de werknemer. Ook heeft stichting Fairwork samen met het ACM het project ‘Achter de voordeur’ opgezet dat zich tussen 2017 en 2020 richtte op het in beeld krijgen van kwetsbare en geïsoleerde slachtoffers van mensenhandel ‘achter de voordeur’ in Amsterdam. De werkbare principes uit de pilot zijn geïntegreerd in de reguliere werkzaamheden. Denk hierbij aan het draaien van spreekuren bij migrantenorganisaties en het trainen van hun personeel. Op het gebied van misstanden in de schoonmaak (in de horeca) is ook van belang de ‘Code Verantwoord Marktgedrag’ die de gemeente actief heeft geagendeerd bij de branchevereniging.
•
In een samenwerkingsverband tussen Defence for Children en het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) is een e-learning ontwikkeld voor horecapersoneel in het herkennen van signalen mensenhandel. In 2020 hebben in Amsterdam reeds 500 medewerkers de e-learning gevolgd; 415 maal personeel van de receptie, 57 maal housekeeping en 29 maal technische dienst. Ook komt er een e-learning speciaal voor beveiligers van hotels en wordt de e-learning vertaald naar het Engels, Spaans en Pools.
•
Ten slotte is op het gebied van seksuele uitbuiting (als initiatief van het OM en het Ministerie van J&V) een certificeringssysteem genaamd ‘No Place for Sex Trafficking’ ontwikkeld. Dit systeem is bedoeld voor diverse bedrijven in de hospitalitybranche, zoals hotels, vakantieparken, restaurants en taxi’s. Hier wordt bij het personeel middels onlinetrainingen bewustzijn op en het handelingsrepertoire rondom signalen van seksuele uitbuiting vergroot. Als het bedrijf 60% van het personeel heeft getraind, ontvangt het een certificaat. Er wordt gestart met een aantal hotels in Amsterdam en gaandeweg uitgebreid.
2.4 Melden Natuurlijk is het doel van bewustwording dat professionals en Amsterdammers signalen van mensenhandel gaan melden. Voor wat betreft het intern melden van signalen is een proces ingericht dat doorgaans goed loopt. Dergelijke meldingen worden onderzocht, verrijkt en geanalyseerd. Afhankelijk van de melding en de verrijking kan het zijn dat de melding wordt doorgezet aan een opsporingsinstantie, aan gemeentelijke toezichthouders of als mogelijke casus ingediend in de RIEC-werkgroep Mensenhandel. Een adequate terugkoppeling richting melder is essentieel en daar wordt dan ook in voorzien. Extern zijn er verschillende, goed functionerende, mogelijkheden tot het doen van meldingen waaronder bij de politie, de Inspectie SZW, de gemeente en Meld Misdaad Anoniem. In de RIEC-werkgroep mensenhandel en in bilaterale contacten komt de informatie vervolgens samen. In 2020 zijn in een samenwerking tussen Fairwork en Economische Zaken stappen gezet om te komen tot een tweejarige pilot ‘positieverbetering arbeidsmigranten’ (ter uitvoering van motie 1258 Meldpunt misstanden buitenlandse werknemers). De opdracht behelst het versterken van de positie van arbeidsmigranten in Amsterdam door middel van informatievoorziening, outreach, ondersteuning en het aankaarten van systemische knelpunten. Het doen van meldingen en
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam
Datum: 24 november 2020 Kenmerk: Pagina 13 van 23
indienen van klachten maakt eveneens onderdeel uit van de opdracht. De pilot gaat in 2021 van start.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam
Datum: 24 november 2020 Kenmerk: Pagina 14 van 23
Rol 3: Ketenregisseur en ketensamenwerking De rol van regisseur houdt onder meer in dat deze bij de bestrijding van mensenhandel zorg draagt voor een gedegen samenwerkingsstructuur waarbinnen de gemeente samen met de relevante ketenpartners mensenhandel aanpakt en barrières opwerpt om mensenhandel te voorkomen. De gemeente Amsterdam heeft (mede) in dat kader een aandachtsfunctionaris mensenhandel aangesteld. Een voorbeeld van een goede ketensamenwerking betreft de riviercruises. Naar aanleiding van een signaal dat het OM heeft ingebracht in de werkgroep Mensenhandel heeft het RIEC-bureau een analyse uitgevoerd naar riviercruises. Uit dat signaal bleek dat er vermoedens waren dat op verschillende riviercruiseschepen sprake was van arbeidsuitbuiting. In de analyse zijn elf riviercruises betrokken: bij twee hiervan is de eigenaar/exploitant van het schip de officiële werkgever van de vermeende slachtoffers. Vaak neemt een uitzendbureau de werknemers in dienst en plaatst hen vervolgens op een schip. De werknemers hebben een overeenkomst bij het uitzendbureau en ontvangen hun salaris van dit bureau. Deze constructie neemt niet weg dat zowel de eigenaar van het schip als het uitzendbureau verantwoordelijk kan worden gehouden voor eventuele misstanden.
Bij een deel van de onderzochte gevallen heeft Inspectie SZW dan ook een boete opgelegd aan zowel het uitzendbureau als de eigenaar van het schip. De gemeente Amsterdam verkent samen met het Havenbedrijf hoe de naleving van de arbeidsomstandigheden op rivierscruiseschepen beter kan worden gewaarborgd. Daarbij wordt gekeken naar welke instrumenten de gemeente heeft die de bevoegdheden van de Inspectie SZW en Aquapol (internationale samenwerking politie te water) kunnen versterken. Maar ook of en hoe analoog aan de Green Award (www.greenaward.org) goed werkgeverschap kan worden gestimuleerd.
3.1 (Ketenbrede) samenwerkingsverbanden Mensenhandel is een delict dat vele facetten kent. Naast het plegen van het (ernstige) strafbare feit en daarmee de uitbuiting van het slachtoffer, is in veel gevallen ook sprake van vermenging tussen de boven- en de onderwereld en (vormen van) ondermijning. Denk hierbij aan het oneigenlijk gebruik van woningen, witwasconstructies, belastingontduiking en het sjoemelen met verblijfsrecht. De gemeente heeft bij de bestrijding van mensenhandel een rol op het gebied van ‘Toezicht en Handhaving’, inclusief bestuurlijke interventies. Een integrale aanpak met een goede ketensamenwerking lijkt echter de sleutel tot succes in de aanpak van mensenhandel. Er wordt in verschillende verbanden samengewerkt: In de Subdriehoek Mensenhandel en prostitutie komen de (gemandateerde) driehoekspartners periodiek samen met als doel het voorkomen en bestrijden van mensenhandel. Hierbij gaat onder meer om het: •
Realiseren van afstemming tussen subdriehoek en overige lokale, regionale en landelijke gremia;
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam
• • •
Datum: 24 november 2020 Kenmerk: Pagina 15 van 23
Het fungeren als adviesorgaan voor de driehoek, stuurgroep RIEC en regionale portefeuillehouder; Het signaleren van fenomenen; Het initiëren van vernieuwende aanpakken mensenhandel.
De Inspectie SZW zal intensiever worden betrokken bij de subdriehoek. Een voorbeeld van versterkte samenwerking met de Inspectie SZW is het volgende: Jaarverslag Inspectie SZW (2019, p. 59) Meer effect door convenant met de gemeente Amsterdam Met de gemeente Amsterdam is een convenant gesloten om resultaten van inspecties en andere bij de Inspectie SZW beschikbare data van horeca- en detailhandelondernemingen te delen. Zo kan de gemeente eventuele malafide bedrijven uit de stad weren door vergunningen in te trekken of de onderneming te sluiten. Alleen al voor de Zeedijk zijn in 2019 vier vergunningen ingetrokken en bij drie daarvan heeft dat geleid tot een sluiting. Een andere onderneming in het centrum was al gesloten in 2018 en is dat op basis van de informatie van de Inspectie SZW in 2019 nog steeds. Een straatmanager van de gemeente Amsterdam geeft aan dat ondernemers in de stad nu minder snel illegalen in dienst durven nemen, omdat ze het risico lopen dat de vergunning wordt ingetrokken. Als onderdeel van het convenant ontvangt de Inspectie meldingen van de gemeente Amsterdam.
Voor wat betreft seksuele uitbuiting wordt binnen de gemeente samengewerkt tussen OOV (portefeuilles mensenhandel en prostitutie), Zorg (portefeuille mensenhandel en prostitutie) en Vergunningen, Toezicht en Handhaving (VTH) vanuit het Kernteam Prostitutie (voorheen programma Prostitutie). In de RIEC-werkgroep Mensenhandel worden signalen en casus besproken om te komen tot integrale interventies waarmee barrières worden opgeworpen tegen mensenhandel en mensensmokkel in de regio. De interventies kunnen zowel bestaan uit financiële, bestuurlijke als strafrechtelijke interventies of een combinatie hiervan. Het cluster werkt aan het verscherpen van procedures en werkwijzen bij de deelnemende partners, zodat signalen van mensenhandel en/of mensensmokkel zo effectief mogelijk worden opgemerkt en opgepakt. In het cluster participeren OM, Inspectie SZW, gemeente, Belastingdienst, politie, IND en het UWV. Doordat deze partijen samenwerken kan een casus vanuit verschillende invalshoeken worden verrijkt en aangepakt. De werkgroep heeft bijzondere aandacht voor zogenaamde ‘overige uitbuiting’; mensenhandel zonder een seksueel component (arbeidsuitbuiting en criminele uitbuiting). Daarnaast wordt doorlopend nagedacht over het aanbrengen van (bepaalde) focus in de casuïstiek die het cluster oppakt.
Medio 2020 wordt er gewerkt aan een nieuwe (doorontwikkelde) structuur en werkwijze van het RIEC. Ook in deze nieuwe structuur blijft mensenhandel een prominent en landelijk geprioriteerd onderwerp. Ten slotte heeft de werkgroep ook bijzondere aandacht voor mensensmokkel. Volgens artikel 197a van het Wetboek van Strafrecht is ‘hij die een ander behulpzaam is bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland (…) of hem daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaft, terwijl hij weet of ernstige redenen heeft te vermoeden dat die toegang of doorreis
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam
Datum: 24 november 2020 Kenmerk: Pagina 16 van 23
wederrechtelijk is’ schuldig aan mensensmokkel. Dit is eveneens een ernstig strafbaar feit, maar heeft als voordeel dat het doorgaans eenvoudiger te bewijzen is dan mensenhandel.
3.2 Bestuursrechtelijk instrumentarium Naast het strafrechtelijk instrumentarium kunnen ook bestuursrechtelijke interventies worden ingezet. Hierbij kan worden gedacht aan het sluiten van panden/woningen, het intrekken of niet verlengen van vergunningen op basis van BIBOB-procedures en het opleggen van een ‘last onder dwangsom’. Wat betreft het bestuurlijk instrumentarium zijn er bijvoorbeeld sluitingsmogelijkheden op basis van de Wet Arbeid Vreemdelingen (WAV). De preventieve stillegging (door de Inspectie SZW) is een bestuurlijk handhavingsinstrument dat per 1 januari 2013 gebruikt kan worden. Daarnaast blijkt uit jurisprudentie van de Raad van State dat er bij het tewerkstellen van al dan niet illegaal in Nederland verblijvende vreemdelingen die niet beschikken over een vereiste tewerkstellingsvergunning, sprake is van een inbreuk op de openbare orde. Dit is relevant in verband met de sluitingsbevoegdheid van de burgemeester op basis van openbare orde (art. 2.10 lid 5 APV). Zo schreef landelijk officier van justitie mensenhandel Ten Kate in lijn hiermee: “Indien de gemeente weet heeft van mensenhandel en dat er mensen zich bevinden in een uitbuitingssituatie, dan is de gemeente gehouden daaraan een einde te maken. Het sluiten van een winkel is daartoe een effectief middel.” Verder is er samenwerking inzake toezicht en handhaving.
Bijvoorbeeld op het gebied van prostitutiecontroles wordt nauw samengewerkt tussen het gemeentelijke team prostitutie, de politie en het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). Door (deels gezamenlijk) te controleren komen misstanden in de prostitutie (waaronder signalen van mensenhandel) aan het licht en kan op een integrale wijze worden geïntervenieerd. Rol 4: Zorgverlener Naast de ‘aanpak’ van mensenhandel heeft de gemeente een belangrijke rol in de zorg aan en opvang van (vermoedelijke) slachtoffers mensenhandel. Zoals eerder benoemd is de groep slachtoffers zeer divers. Zowel in leeftijd, gender als in afkomst. Zo zijn er (minderjarige) Amsterdamse meiden die tot prostitutie gedwongen worden, Indiase mannen die uitgebuit worden in de horeca en Oost-Europese kinderen die worden aangezet tot het plegen van winkeldiefstallen en zakkenrollerij. In 2015 kwam het rapport ‘Gemeenten en de opvang van en zorg voor slachtoffers van mensenhandel’ uit van de commissie Lenferink.10 Volgens dit rapport dienen gemeenten specialistische opvang en specialistische ambulante begeleiding te bieden en te voorzien in een regionale coördinator mensenhandel. Deze vereisten zijn overgenomen in het landelijk programma ‘Samen tegen mensenhandel’ én het interbestuurlijk programma van de VNG. Aan deze voorwaarden voldoet Amsterdam al jaren.
Voor (vermoedelijk) slachtoffers van mensenhandel is er het Amsterdams Coördinatiepunt Mensenhandel (ACM). Binnen het ACM zijn er verschillende opvangmogelijkheden. Ook wordt er vanuit het ACM ambulante begeleiding geboden en zijn er doorstroomwoningen. Voor minderjarige slachtoffers zijn er MEISA en Pinq. Het ACM en MEISA verwijzen wanneer nodig slachtoffers door naar gespecialiseerde (psychosociale) hulp. Hieronder zal toegelicht worden welke rollen de Amsterdamse coördinator mensenhandel speelt in de ontsluiting en coördinatie van 10
https://vng.nl/sites/default/files/2019-11/20150409-gemeenten-en-opvang-slachtoffersmensenhandel-commissie-lenferink_0_0.pdf
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam
Datum: 24 november 2020 Kenmerk: Pagina 17 van 23
deze zorg, welke voorzieningen er zijn en wat de voorwaarden zijn om aanspraak te maken op deze voorzieningen.
4.1 Zorgcoördinator Om slachtoffers van mensenhandel veilige opvang, psychosociale en juridische ondersteuning en zinvolle dagbesteding te bieden, heeft de gemeente Amsterdam een zorgcoördinator mensenhandel aangesteld binnen het ACM. Deze coördinator draagt zorg voor het informeren en adviseren van hulpverleners en instanties die met slachtoffers van mensenhandel te maken krijgen. Ze geeft voorlichting zodat instanties zoals AZC’s, het Scharlaken Koord, P&G292 en jeugdzorginstellingen weten hoe ze de signalen van slachtofferschap mensenhandel kunnen herkennen en hoe zij cliënten kunnen voorlichten om mensenhandel te voorkomen. Als professionals vermoedens hebben van mensenhandel kunnen ze de casus voorleggen aan de coördinator mensenhandel. De coördinator mensenhandel gaat dan met de hulpverlener(s) en de cliënt in gesprek. Bij de minste of geringste signalen wordt direct hulpverlening, en indien nodig crisisopvang, aangeboden. De coördinator zorgt ook dat de processen na de crisisopname goed verlopen. Hierbij is zij samen met het team van ACM de spil in het web van instanties waar slachtoffers mee te maken krijgen zoals de politie, het OM, de IND, het COA en de gemeente. Als het team Mensenhandel van de afdeling AVIM van de politiecontroles uitvoert, gaat de coördinator mensenhandel ook vaak mee om direct het slachtoffer op te kunnen vangen.
Een grote meerwaarde hiervan is dat slachtoffers vaak in eerste instantie makkelijker met iemand vanuit zorg praten dan met de politie. Ook omdat slachtoffers zich vaak niet als slachtoffer zien. 4.2 Voorzieningen voor slachtoffers mensenhandel ACM Het ACM heeft zestien intramurale plekken, gefinancierd door de gemeente (maatschappelijke opvang). Dit zijn plekken voor Amsterdamse slachtoffers van mensenhandel. De intramurale plekken bestaan uit noodbedden (voor kortdurende opvang van maximaal 72 uur en ook toegankelijk voor ongedocumenteerden), reguliere en crisisopvang, doorstroomwoningen en ambulante ondersteuning. Het ACM biedt slachtoffers van mensenhandel veilige opvang, psychosociale en juridische ondersteuning en zinvolle dagbesteding. Daarnaast verwijst het ACM slachtoffers waar nodig door naar gespecialiseerde (psychosociale) hulp en kan het ACM onder andere juridische ondersteuning inschakelen om zo nodig te ondersteunen bij terugkeer naar het land van herkomst. Indien een slachtoffer één of meerdere kinderen heeft kunnen deze ook in de opvang verblijven. COSM Naast de opvang van het ACM zijn opvangplekken beschikbaar die vallen onder de Categorale Opvang voor Slachtoffers van Mensenhandel (COSM). Dit zijn landelijke plekken, gefinancierd door het Rijk, waar slachtoffers uit alle gemeenten kunnen worden opgevangen.
De COSM in Amsterdam is een van de drie landelijke opvangfuncties en CoMensha heeft een coördinatiefunctie bij het plaatsen van geïdentificeerde (vermoedelijke) slachtoffers voor het gehele land. Bovendien zijn op dezelfde locatie bedden beschikbaar voor (groepen) slachtoffers die worden aangetroffen door de Inspectie SZW. Naast opvang en coördinatie wordt zorg gedragen voor ketenaanpak, de overdracht van kennis en expertise, netwerkuitbreiding en circa 60 korte contacten met cliënten en/of hulpverleners. Er zijn op dit moment 22 plekken in de COSM.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam
Datum: 24 november 2020 Kenmerk: Pagina 18 van 23
OOM In het programma ‘Samen tegen mensenhandel’ dat in november 2018 is aangeboden aan de Tweede Kamer is opgenomen dat er opvangplaatsen komen voor slachtoffers van mensenhandel met multiproblematiek. Tien landelijke, intensieve zorgplekken zijn gerealiseerd binnen de 24uursvoorziening van het ACM in Amsterdam en 4 in de regio Amsterdam. Deze worden gefinancierd met landelijke gelden. Daarnaast zijn zes doorstroomplekken gerealiseerd in Almere en Alkmaar. Qpido Vanuit Qpido, het centrum voor seksuele weerbaarheid, wordt ook ingezet op preventie en het voorkomen van (herhaaldelijk) slachtofferschap door weerbaarheid van jongeren te vergroten. Om ervoor te zorgen dat jongeren, die zich in een kwetsbare situatie bevinden en daardoor vatbaarder zijn voor uitbuiting, vroeg in beeld komen, wordt er door de zorgcoördinator mensenhandel en vanuit Qpido voorlichting gegeven over het herkennen van kwetsbaarheden en signalen mensenhandel op scholen, zorginstellingen en aan ouders. Hieronder wordt kort stil gestaan bij een viertal activiteiten die vanuit Qpido worden georganiseerd met een duidelijke link naar mensenhandel: Meisa Meisa biedt crisishulp aan meisjes van 12 tot 18 jaar en hun ouders. Binnen Meisa is er een speciale crisisplek ingericht voor minderjarige slachtoffers mensenhandel.
Het betreft meisjes en soms ook jongens in de leeftijd van 12 tot 18 jaar voornamelijk afkomstig uit Nederland. Vaak komen slachtoffers binnen na ingrijpen door politie en justitie. Bij deze opvang is in veel gevallen bescherming noodzakelijk gezien het feit dat er sprake is van gevaar voor het meisje vanuit de dader(s). Meisa biedt een veilige, stabiele en rustige omgeving. Er wordt gewerkt aan herstel van het contact met ouders en opbouw van een sociaal netwerk. Er wordt waar nodig ook psychologische hulp ingeschakeld en begeleiding geboden bij het aangifte proces. Tevens is de hulp gericht op terugkeer naar school, werk of stage en zinvolle vrijetijdsbesteding. Na opname op de crisisplek (die vaak meerdere maanden duurt) wordt er een goede vervolg plek gezocht en ook ambulante begeleiding geboden. Meisa werkt intensief samen met het ACM. Pinq Pinq is een specialistisch behandelcentrum voor jongeren die vermoedelijk of daadwerkelijk slachtoffer zijn van mensenhandel (loverboys) of in een afhankelijkheidsrelatie verkeren. Pinq biedt specialistische hulp aan 27 jongeren. Bij jongeren die in aanmerking komen voor Pinq is er sprake van ernstige meervoudige problematiek. Ze kunnen (tijdelijk) niet thuis wonen omdat de gezinssituatie problematisch is of de veiligheid en ontwikkeling ernstig worden bedreigd.
Als de jongeren niet worden opgevangen of geen behandeling of begeleiding krijgen, is het risico op herhaling van slachtofferschap of terugval naar een verkeerd netwerk groot. Het doel van wonen bij Pinq is de jongeren veiligheid bieden, laten stabiliseren en hen stimuleren tot traumaverwerking. Als resultaat van de intensieve specialistische behandeling zullen de jongeren zich uiteindelijk (verder) losmaken van het loverboycircuit of andere vormen van afhankelijkheidsrelaties en hebben zij geleerd om gezonde en veilige keuzes te maken. Tevens is hun zelfredzaamheid vergroot en zijn ze gericht op een leven vrij van (seksueel) geweld of uitbuiting. NOVA Als een jongere vermoedelijk of daadwerkelijk slachtoffer is van loverboys of mensenhandel, of in een afhankelijkheidsrelatie verkeert, biedt Qpido de ambulante hulp ‘Nova’. De hulpverlener werkt ook hier één op één met de jongere aan onder meer het vergroten van de weerbaarheid en het
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam
Datum: 24 november 2020 Kenmerk: Pagina 19 van 23
aangeven of accepteren van seksuele grenzen. Samen wordt gewerkt aan een realistisch beeld over liefde, relaties en seksualiteit. De begeleiding richt zich op weerbaarheid en zelfredzaamheid met als doel het ontwikkelen van een toekomst zonder misbruik en risicovolle relaties. Romeo en Juliet Als een jongere seksueel risicogedrag vertoont, te maken heeft (gehad) met seksueel grensoverschrijdend gedrag of seksueel misbruik, biedt Qpido tevens de ambulante hulp ‘Romeo & Julia’. De hulpverlener werkt één op één met de jongere aan onder meer het vergroten van de weerbaarheid en het aangeven of accepteren van seksuele grenzen. Er wordt gewerkt aan een realistisch beeld over liefde, relaties en seksualiteit. De doelgroep betreft jongeren tussen de 12 en 23 jaar die kwetsbaar zijn in hun seksuele ontwikkeling, seksueel risicogedrag vertonen of die moeite hebben met het aangeven of accepteren van seksuele grenzen. Ook jongeren met vragen rond gender en/of geaardheid kunnen worden aangemeld. Het doel is om de jongere seksueel weerbaar te maken en een gezonde seksuele ontwikkeling staat centraal om (herhaling van) seksueel risicogedrag te voorkomen. 4.3 Toegang voorzieningen Definitie slachtofferschap en voorwaarden ondersteuning Om aanspraak te maken op mensenhandel voorzieningen dient men ‘vermoedelijk slachtoffer’ te zijn van mensenhandel.
Allereerst de definitie van slachtofferschap. Met een ‘vermoedelijk slachtoffer’ wordt iemand bedoeld die zich heeft gemeld als slachtoffer van mensenhandel, waarvan het slachtofferschap nog niet is vastgesteld door middel van vervolging van een dader op basis van een aangifte. Wanneer iemand aangifte heeft gedaan van mensenhandel en er een dader wordt vervolgd voor de uitbuiting van deze persoon, dan wordt iemand aangeduid als (daadwerkelijk) ‘slachtoffer mensenhandel’. Hieronder zal ook worden ingegaan op de situatie waarbij een aangifte niet leidt tot vervolging of waarbij een (niet rechtmatig in Nederland verblijvend) mogelijk slachtoffer van mensenhandel geen aangifte wil of kan doen. Zorg en opvang aan (vermoedelijk) slachtoffers mensenhandel worden geboden vanuit de wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en landelijke gelden. Voor zowel de Wmo als de landelijke plekken geldt dat om aanspraak te kunnen maken op voorzieningen men rechtmatig in Nederland dient te verblijven. Voor de eerste acute noodopvang (72 uur) van vermoedelijk slachtoffers mensenhandel wordt hierop in Amsterdam een uitzondering gemaakt. Bij het minst of geringste vermoeden van slachtofferschap wordt opvang geboden.
Tijdens de noodopvang wordt op verschillende vlakken hulp geboden en wordt het vermoedelijk slachtoffer voorbereid op het doen van een intake (als voorstadium van een aangifte) bij de politie. Deze intake vindt vervolgens plaats waarbij geïnventariseerd wordt er ‘minste of geringste’ signalen van mensenhandel zijn. Ook wordt het proces van aangifte en vervolging uitgelegd. Zodra is vastgesteld dat iemand vermoedelijk slachtoffer is, stromen ze (indien noodzakelijk) direct door naar de crisisopvang. Voor opvolgende opvang en ondersteuning dient men rechtmatig in Nederland te verblijven. B8-regeling Zoals eerder genoemd zijn er ook slachtoffers van mensenhandel in Amsterdam die niet rechtmatig in Nederland verblijven. Voor ongedocumenteerde (vermoedelijke) slachtoffers mensenhandel geldt dat zij via de zogenoemde B8-regeling op basis van hun slachtofferschap een (tijdelijke) verblijfsvergunning kunnen krijgen. De B8 heeft als doel om (vermoedelijke) slachtoffers beschikbaar te houden voor het strafproces. Daarom is het recht op de B8 gekoppeld aan aangifte. Na de intake met de politie start de B8. Een slachtoffer krijgt drie maanden bedenktijd om aangifte