A - 33 Zorg en Maatschappelijke Ontwikkeling (47) Integraal zorg akkoord
Tekst van het document
Daartoe verkent VWS met de NZa de route waarlangs deze vergoeding uitgekeerd kan worden. Per 1-1-2024 is deze verkenning afgerond. De benodigde middelen hiervoor zullen via een kostprijsonderzoek worden vastgesteld en bij een positieve uitkomst van de verkenning uit het budgettair kader afgezonderd. e. Om de bekendheid van studenten met verschillende werkvelden te vergroten zetten partijen zich in om medio 2023 vanuit gezamenlijk regionaal werkgeverschap met een plan te komen om bredere stages en co-schappen - ook in het extramurale domein - te stimuleren.
7.
Eén financieel arrangement vanuit TAZ
De arbeidsmarkt in de zorg is in hoofdzaak een regionale markt. Domeinoverstijgende samenwerking in de regio is dan ook essentieel voor een succesvolle aanpak van de arbeidsmarktuitdagingen waar we met zijn allen voor staan. Het beschikbare budget voor arbeidsmarktbeleid zal daartoe integraal worden bezien, opdat een generiek instrumentarium beschikbaar komt dat ondersteunend is aan de noodzakelijke transitie naar anders werken in de regio, behoud van werknemers en leven lang ontwikkelen. Nu is het zo dat er meerdere en soms ook sectorale subsidieregelingen zijn die voor een deel ook inhoudelijk overlappen. Denk aan het sectorplanplus, stagefonds en Kwaliteitsimpuls Ziekenhuizen (KIPZ).
Partijen spreken af dat er voor de sector zorg en welzijn één financieel arrangement komt vanuit het programma TAZ, gericht op regionale samenwerking op de terreinen van leven lang ontwikkelen, innovatieve werkvormen en behoud. VWS betrekt veldpartijen bij de vormgeving hiervan. Bijkomende winst van één financieel arrangement is dat de administratieve lasten beperkt kunnen worden. De regelingen en middelen van (opvolger van) sectorplanplus (circa € 100 miljoen per jaar), stagefonds (€ 116 miljoen per jaar) en KIPZ-middelen (€ 209 miljoen per jaar) zullen in dit ene financiële arrangement opgaan, waarbij de middelen vanuit KIPZ beschikbaar zullen blijven voor de medische specialistische zorg en de overige middelen ten goede komen aan de rest van de sector. Toevoeging van de KIPZ-middelen vindt per 1-1-24 plaats. Er vindt een verkenning plaats van een kostendekkende vergoeding voor stagebegeleiding via een beschikbaarheidsbijdrage. De overheveling van de middelen van het stagefonds hangt samen met de uitkomst van deze verkenning. Mocht deze verkenning uitwijzen dat een kostendekkende beschikbaarheidsbijdrage mogelijk is dan zal hiertoe worden overgegaan en zullen de Stagefonds middelen toegevoegd worden aan het financiële arrangement en primair voor de niet MSZ-sectoren beschikbaar komen.
8.
Ruimte voor arbeidsvoorwaardenontwikkeling in de tarieven
Waardering en de aantrekkelijkheid van werken in de zorg is van vele facetten afhankelijk, zoals voldoende zeggenschap en autonomie van een professional, voldoende scholings- en loopbaanmogelijkheden. Ook arbeidsvoorwaarden spelen hierin een belangrijke rol. Zie ook de passage over loon- en prijsbijstelling in onderdeel J contractering.
9.
Gelijkmatig verdelen werkdruk en optimaal inzetten personeel in de ggz
Doel Overal in de economie, en dus ook in de zorg, zien we (oplopende) arbeidsmarkttekorten en toenemende verschillen tussen zzp’ers en personeel in loondienst. Tegelijkertijd weten we dat zorgverleners een ding gemeenschappelijk hebben; de wens om de beste zorg aan mensen te geven. Daar horen ook bepaalde gedeelde taken en verantwoordelijkheden bij. We willen deze verschillen verkleinen en personeel (specifiek hbo en mbo geschoolden) effectiever inzetten, zodat: • Er voldoende beschikbaarheid van personeel is en blijft. • Onderscheid tussen zzp’ers en personeel in loondienst verminderd wordt.
Integraal Zorgakkoord 2022 | 89
Afspraken: • Vereenvoudiging, uniformering en flexibilisering van de beroepenstructuur (BIG) en opleidingenstructuur waardoor efficiënter wordt opgeleid en meer flexibiliteit komt in de inzet van behandelaren. De eventuele meerkosten als gevolg hiervan worden binnen het kader ggz opgevangen. • Commitment van het veld om serieus werk te gaan maken van taakherschikking, in de zin van dat taken worden toevertrouwd breed in de organisatie op basis van competenties en bekwaamheid in plaats van enkel het opleidingsniveau. • De toenemende zorgvraag kan niet blijvend worden opvangen met steeds meer mensen vanwege de krappe arbeidsmarkt: onderbenutting van de opleidingsplekken voor klinisch psychologen wordt aangepakt, er wordt voor de Gz-psychologen volgens de beschikbaarheidsbijdrage en niet boven de raming van het Capaciteitsorgaan opgeleid. • Wat betreft het realiseren van de ANW diensten geldt het volgende: • Het goed kunnen bemensen met psychiaters van de acute dienst is een cruciale functie in de GGZ. De situatie per regio is verschillend. • De organisatie van de crisisdienst is conform de GMAP neergelegd en een verantwoordelijkheid van de kern ggz instelling in een regio.
• Conform de GMAP (generieke module acute psychiatrie) zijn de aanbieders in een regio samen verantwoordelijk voor het organiseren van de uitvoering van de GMAP en neemt elke ketenpartij zijn rol en verantwoordelijkheid op zich zoals beschreven in de GMAP. • Het bureau Berenschot doet momenteel onderzoek naar mogelijkheden om de werkwijze te verbeteren ook in het licht van de schaarse beschikbaarheid van psychiaters. • We vragen de belastingdienst onderzoek te doen naar schijnzelfstandigheid van ZZP-ers; daarmee kan het zzpschap onder druk komen te staan. • Mede op basis van een onafhankelijk rapport zullen de NVvP en dNLggz via de kerninstellingen in de regio ervoor zorgen dat er duidelijke afspraken worden gemaakt die passen bij de regionale situatie. Deze afspraken leiden ertoe dat de groep psychiaters die in de betreffende regio werkzaam is zodanig kan worden ingezet dat de continuïteit van de ANW diensten te allen tijde is geborgd. Voor zover noodzakelijk worden ook de andere relevante beroepsbeoefenaren in dit proces betrokken. • In aanvulling hierop spreken partijen af dat, in geval er in een regio een langdurige onderbezetting bestaat in de bezetting van de ANW diensten er onverwijld gezocht wordt naar een oplossing. De kerninstelling
90 | Integraal Zorgakkoord 2022
•
• •
•
•
(GMAP aanbieder) zal alle beschikbare psychiaters in de desbetreffende regio bij elkaar brengen en een beroep op hen doen om het knelpunt in de bezetting op te lossen. • Hierbij wordt gebruik gemaakt voor de beschikbaarheid en verspreiding van regionale oplossingen en werkwijzen, zodat iedere regio binnen de brede IZA-afspraken m.b.t. ANW-diensten, passende maatregelen kan nemen gebaseerd op best practices. • De regionale maatregelen kunnen ook landelijk aanpassingen vragen (bijvoorbeeld CAO, regelgeving bezoldiging crisisdienst), indien dit het geval is zal dit tussen betrokken partijen besproken moeten worden. Natuurlijk rekening moet daarbij rekening worden gehouden met de afspraken in de cao en de situatie van zzp-ers en zgp-ers. Naast het zo aantrekkelijk mogelijk maken van werken in loondienst door goed werkgeverschap, spreken partijen af dat bij de inhuur van zzp’ers als voorwaarde wordt gesteld dat zij ook anw-diensten draaien wanneer dat gebruikelijk is bij eenzelfde functie in loondienst. Daarnaast verkent de NZa op korte termijn of tarieven voor inhuur van zzp’ers vastgesteld kunnen worden en zo ja, op het niveau van de prestaties van onderlinge dienstverlening. Als onderlinge afspraken niet lukt zullen wettelijke verankering of andere mogelijkheden worden verkend.
Via regionaal gezamenlijk werkgeverschap kan aan ondernemende werknemers meer ruimte worden gecreëerd voor flexibel en afwisselend werk. We vragen de belastingdienst om nadrukkelijk onderzoek te doen naar schijnzelfstandigheid in de ggz. Om de doelstellingen voor de GGZ genoemd in dit akkoord te kunnen realiseren is het noodzakelijk dat we beschikken over een zo breed mogelijk palet aan werknemers. Dit geldt voor de gecontracteerde instellingen met ook klinische voorzieningen. Verzekeraars, dNLggz de NZA beoordelen op basis van de weging van de onderzochte knelpunten, of en op welke wijze verbreding van het bestaande arbeidspotentieel kan worden vormgegeven. Hierin wordt meegenomen het in balans houden van voldoende capaciteit in het sociaal domein alsmede benodigde capaciteit in de GGZ. De inzet van deze medewerkers kan alleen plaatsvinden binnen multi-disciplinaire teams onder leiding van de regiebehandelaar om de kwaliteit voldoende te borgen. Hierbij zal er o.a. worden gekeken naar mogelijkheden in de beroepentabel en/of de contractering in combinatie met daarna verantwoording via horizontaal toezicht/gepast gebruik. Voor ervaringsdeskundigen niveau 3 en 4 wordt gekeken of dit versneld kan plaatsvinden op basis van bestaande beroepsprofielen.
Monitoring De effecten van de inzet op dit thema wordt gemeten via een aantal indicatoren. Hierbij geldt dat er geen één op één relatie te leggen is tussen een afzonderlijke afspraak en de uitkomst van een indicator. De ontwikkeling van deze set aan indicatoren geven echter wel een beeld van of de inzet van partijen voldoende resultaat oplevert of dat bijgestuurd moet worden. Wanneer de indicatoren aanleiding geven tot bijsturen treden partijen hierover in overleg. Daarbij zullen externe omstandigheden zoals een opleving van corona of andere omstandigheden die de ondertekenaars van dit akkoord niet kunnen beïnvloeden in ogenschouw worden genomen en zal veeleer naar relatieve ontwikkelingen op de indicatoren worden gekeken. Indicatoren: 1. Het uitstroompercentage uit de sector zorg en welzijn exclusief pensionering. 2. Ontwikkeling van het aandeel zzp’ers werkzaam in zorg en welzijn. 3. Ziekteverzuim. 4. Vacaturegraad. 5. Werktevredenheid. 6. Deeltijdfactor. 7. Indicatoren in het kader van de monitor zeggenschap. 8. Aansluiting opleidingsinspanningen op de ramingen van het Capaciteitsorgaan. Er is hierbij gekozen voor gegevens die reeds worden gemeten zodat dit niet tot extra administratieve lasten voor aanbieders/ professionals leidt. Naast de monitoring via de bovengenoemde indicatoren zal ook afspraak 8 (het volledig door vertalen van de ova in de tarieven) worden gemonitord.
Integraal Zorgakkoord 2022 | 91
Onderdeel I. Digitalisering en gegevensuitwisseling Het bieden van passende zorg en een focus op gezondheid vragen om het goed en veilig kunnen delen van informatie, in het gehele netwerk van zorgprofessionals en van de patiënt /cliënt. Passende zorg, arbeidsbesparing, betaalbaarheid, duurzame toegankelijkheid en verduurzaming van de zorgsector vragen om een versnelling in digitalisering. Actie is nodig om de (ICT-) basis op orde te brengen. In de uitwerking van het Integraal Zorgakkoord maken partijen een prioritering in urgentie, tijdsplanning en passend bij de beschikbare middelen, waaronder de incidentele middelen die het coalitieakkoord beschikbaar stelt. Gegevensuitwisseling27 draagt bij aan goede en veilige zorg voor de patiënt/cliënt en is een essentiële randvoorwaarde om andere doelen uit het IZA en het programma WOZO te kunnen behalen. Uiteraard zal het belang van gegevensbescherming niet uit het oog worden verloren. Standaardisatie van gegevensuitwisseling leidt tot passende zorg, zorgt voor minder administratieve lasten, minder fouten bij de overdracht en draagt bij aan secundair gebruik. Dit levert op termijn een besparing in de zorguitgaven op. Passende zorg betekent steeds vaker hybride zorg. In dit akkoord verstaan we onder hybride zorg: de waar mogelijk gepersonaliseerde maatwerk/mix van digitaal en fysiek aangeboden zorg en ondersteuning van gezondheid.
Uitgangspunten hierbij zijn: zelf als het kan, thuis als het kan en digitaal als het kan. Voor zowel de zorgverleners als de patiënt is dit in veel gevallen een efficiëntere manier van zorg verlenen die de kwaliteit van leven, de kwaliteit van zorg kan vergroten en bijdraagt aan het verduurzamen van de zorg (Green Deal Duurzame Zorg).
1.
Doelstellingen
We regelen dat alle zorgverleners en patiënten/cliënten digitaal kunnen beschikken over de juiste informatie op de juiste plek op het juiste moment zodat passende zorg op een veilige manier gegeven kan worden.
1. Elektronische gegevensuitwisseling is de standaard in de zorg. a. Om continuïteit van zorg aan de patiënt te kunnen borgen of te kunnen starten zijn in 2025 alle kerngegevens uiterlijk binnen 24 uur na registratie beschikbaar voor elke zorgverlener met een behandelrelatie, ongeacht het tijdstip en de plek waarop de patiënt geholpen moet worden. b. De kerngegevens betreffen de EU-patiëntsamenvatting (inclusief medicatiegegevens), labuitslagen, beelden, verslagen en (verpleegkundige) zorgplannen die nodig zijn voor het verlenen van netwerkzorg. Er is sprake van eenheid van taal: de gehanteerde kerngegevens betekenen in alle sectoren hetzelfde. 2. Inwoners van Nederland hebben in 2025 digitaal toegang tot en de beschikking over hun eigen zorggegevens. a. Zij kunnen zo desgewenst meer eigen regie nemen op hun gezondheid en zorg en invulling geven aan het samen beslissen met hun zorgverlener. Dit draagt bij aan goede toegankelijke zorg en kan zorgverleners ontlasten. b. In 2025 beschikken alle inwoners die dat willen over een gebruiksvriendelijke en goed gevulde persoonlijke gezondheidsomgeving (PGO) die van meerwaarde is in het zorgproces en voor iedereen begrijpelijke informatie bevat. 3. Om de zorg toegankelijk, kwalitatief en betaalbaar te houden is transformatie nodig naar hybride zorg. a.
In 2026 leidt de inzet van hybride zorg tot aantoonbaar anders werken en het verlagen van de werkdruk van de zorgverleners met toegankelijkheids- en kwaliteitsbehoud. b. Veldpartijen (her)ontwerpen de zorgpaden en -processen en zorgen voor afschaling en aanpassing van bestaande traditionele werkwijze en processen. Overheidspartijen faciliteren waar nodig deze transformatie ook bij implementatie. c. Sectoren onderzoeken welke zorgpaden geschikt zijn voor digitale en/of hybride zorg. Van deze geschikte zorg komt 70% digitaal of hybride beschikbaar. Van alle zorg die hybride wordt aangeboden, streven we naar een inclusie van c.q. het gebruik door minimaal 50% van de patiëntenpopulatie waarvoor de hybride zorgpaden geschikt zijn. Hiertoe worden sectorale afspraken gemaakt. d. Veldpartijen zorgen dat de hybride zorg toegankelijk is voor mensen en bevorderen inclusiviteit van deze zorg. Overheidspartijen faciliteren deze ontwikkeling. 4. Data wordt digitaal, eenduidig en gestandaardiseerd geregistreerd in het zorgproces en beschikbaar gesteld voor diverse secundaire doelen28.
28 27
Niet in het primaire proces van zorgverlening aan individuele patiënten.
In het wetsvoorstel elektronische gegevensuitwisseling in de zorg is ‘uitwisselen’
Secundaire doelen zijn o.a. wetenschappelijk toepast onderzoek, zorginkoop,
gedefinieerd als ‘delen of benaderen’ van gegevens.
zorgcoördinatie, kwaliteitsevaluatie, procesverbeteringen, gepersonaliseerde zorg, management- en stuurinformatie, (medtech) innovaties in de breedste zin van het woord (waaronder AI-toepassingen).
92 | Integraal Zorgakkoord 2022
a. Uitgangspunt is dat administratieve lasten in het operationele proces laag worden gehouden en op onderdelen zelfs verlaagd kunnen worden. b. Om hergebruik voor secundaire doelen van gegevens te ondersteunen, worden bestaande knelpunten waar mogelijk weggenomen, met behoud van bescherming van de data van de burger en de zeggenschap daarover en rekenend houdend met proportionaliteit en doelbinding.
2.
Afspraken
1. Elektronische gegevensuitwisseling is de standaard in de zorg Zorgdata landelijk en sectoroverstijgend elektronisch uitwisselen is de nieuwe standaard. Gegevens moeten op een eenvoudige en op een veilige wijze toegankelijk zijn voor zowel de behandelende zorgverlener(s) als de persoon op wie de informatie betrekking heeft. A. Regie op gegevensuitwisseling via een landelijk dekkend netwerk van ICT-infrastructuren en -systemen a. Onder regie van VWS komt er in 2022 een nationale visie en strategie over elektronische gegevensuitwisseling in de zorg voor primaire en secundaire processen met betrokkenheid van het veld. Relevante partijen29 buiten het Informatieberaad Zorg worden actief betrokken . b. Deze visie en strategie moet leiden tot databeschikbaarheid en eenheid van taal en techniek, middels landelijk interoperabel ict-infrastructuurnetwerken, invulling van generieke functies, een landelijke set aan interoperabele afsprakenstelsels en een landelijke ict-architectuur. Dit geldt voor zowel primair als secundair gebruik met oog voor de verschillen tussen zorgsectoren. c. In 2023 wordt gestart met de opzet van een landelijke organisatie30 onder verantwoordelijkheid van VWS gericht op de ondersteuning van zorgaanbieders en leveranciers bij de implementatie van landelijke infrastructuur en eenheid van taal voor zowel primair als secundair gebruik.
Het uitgangspunt is dat implementaties sectoraal georganiseerd worden met landelijke ondersteuning. De rol en taken van deze organisatie worden uitgewerkt in de nationale visie en strategie. d. In navolging van de “Meerjarenagenda elektronische gegevensuitwisseling in de zorg”, komt er een “Meerjarenagenda ICT-portfolio zorg”. Sectoren vertalen deze landelijke meerjarenagenda naar een sectorale ontwikkelkalender en organiseren sectorale vraagarticulatie richting leveranciers waar nodig gesteund door de landelijke organisatie. Onderdeel van deze vraagarticulatie is zorgen voor een gebruikersvriendelijk systeem dat het zorgproces ondersteunt. e. VWS onderzoekt in 2023 welke stappen het ministerie kan nemen indien implementatietermijnen zoals vastgesteld in
29
f.
de Meerjarenagenda ICT-portfolio zorg door de leveranciers of het veld niet worden behaald. VWS onderzoekt of zorgaanbieders en ICT-leveranciers verplicht kunnen worden om te werken met landelijke infrastructuurnetwerken, gemeenschappelijke voorzieningen, open en bevraagbare bronsystemen waarin de API-strategie en ZIB-compliance geborgd zijn en gebruik wordt gemaakt van de FAIR-dataprincipes. Dit onderzoek wordt uiterlijk in Q1 van 2023 opgeleverd. Het bijbehorende financieringsmodel volgt in Q2 2023. Dit vraagt mogelijk financiële compensatie van reeds gedane investeringen die niet (meer) in de doelarchitectuur passen.
B. Standaardisatie Gegevens kunnen enkel in het systeem van een andere zorgverlener hergebruikt worden wanneer de techniek gestandaardiseerd is en dezelfde taal gebruikt wordt om patiëntgegevens uit te wisselen. Het wetsvoorstel Elektronische gegevensuitwisseling in de zorg (Wegiz) stelt het elektronisch uitwisselen van gegevens tussen zorgverleners voor specifieke gegevensuitwisselingen onderling verplicht. Eerst maakt VWS samen met sector(en) en leveranciers de benodigde afspraken over standaarden voor taal en techniek, daarna gaat de wettelijke verplichting in. a. Gegevens worden eenmalig geregistreerd en sectoroverstijgend meervoudig gebruikt om administratieve lasten te verminderen. Dit vereist een verandering in de werkprocessen van zorgprofessionals en ondersteunende systemen. b. Bij het uitwisselen van gegevens en het ontwikkelen van nieuwe informatiestandaarden wordt, waar mogelijk, gebruik gemaakt van (open) internationale informatiestandaarden. Dit komt de interoperabiliteit en daarmee kwaliteit van zorg ten goede en helpt tegen verdere vendor lock-in. c. De gestandaardiseerde (open) API-strategie van Nictiz wordt in 2022 door VWS vastgesteld in samenspraak met het veld en leveranciers, en is leidend in de wijze van openstelling van systemen. d.
Het Informatieberaad Zorg laat in 2023 in kaart brengen welke gegevenssets aanpassing behoeven of aanvullend nodig zijn om de doelgroepen zoals benoemd in dit akkoord de juiste zorg op de juiste plaats op het juiste moment met de juiste informatie te bieden. VWS: e. Stimuleert de doorontwikkeling van informatiestandaarden en belegt gedurende de IZA-periode het houderschap van informatiestandaarden. Hiermee ontstaat een interoperabel stelsel van standaarden dat als basis dient voor het hergebruik van zorgdata voor zowel primair als secundair gebruik. f. Per prioritaire gegevensuitwisseling op de Meerjarenagenda Wegiz laat VWS de implementatiekosten in beeld brengen
Zoals en niet beperkt tot ict-leveranciers, Health-RI, het programma uitkomstgerichte zorg en gebruikersverenigingen.
30
In lijn met een ‘nationaal agentschap’ conform het OESO-rapport (2022): Naar een geïntegreerd Gezondheidsinformatiesysteem in Nederland. Integraal Zorgakkoord 2022 | 93
inclusief de incidentele en structurele kostenverdeling tussen sectoren. Vervolgens bepaalt VWS onder welke voorwaarden dit compensatie behoeft. Dit kan zijn in de vorm van stimuleringsregelingen, implementatieprogramma’s en/of financiering. g. De gegevensuitwisselingen medicatie- en toediengegevens; laboratoriumgegevens bijvoorbeeld voor medicatie; en contra-indicatie en overgevoeligheden worden door VWS prioritair gemaakt31. h. Een selectie van de gegevensuitwisselingen uit de Richtlijn Gegevensuitwisseling Acute zorg wordt door VWS in 2023 aan de Meerjarenagenda Wegiz toegevoegd en tevens prioritair gemaakt indien aan alle vereiste voorwaarden is voldaan. i. VWS onderzoekt op welke wijze de Wegiz kan bijdragen aan doelstelling 1, in het bijzonder voor de benodigde gegevensuitwisselingen voor de in doelstelling 1a en 1b benoemde kerngegevens. Het veld: j. Werkt aan het sectoroverstijgend bruikbaar maken en het ZIB-compliant implementeren van de overeengekomen kerngegevens. k. Om interoperabiliteit te bereiken moeten alle zorgaanbieders en leveranciers in 2025 minimaal de informatie in de onder de doelstelling 1 benoemde kerngegevens kunnen uitwisselen, waarbij uitwisseling van ZIBs via de FHIR-standaard plaatsvindt. l.
Het veld verbindt zich aan tijdige implementatie van de prioritaire gegevensuitwisselingen onder de Wegiz (Basisgegevensset zorg, beelduitwisseling, e-overdracht, alle uitwisselingen in relatie tot medicatieoverdracht en acute zorg) conform de planning in de Meerjarenagenda Wegiz. Onderdeel van deze afspraken is de uitwerking van kwaliteits- en informatiestandaarden, deelname aan specifieke normeringstrajecten en implementatie. m. Het veld voegt een informatieparagraaf toe aan de kwaliteitsstandaard spoedzorgketen. Dit is uiterlijk 2022 gereed en vormt het sluitstuk van de implementatie van het programma ‘Met spoed beschikbaar’. C. Generieke functies Uiterlijk in 2025 zijn de 6 generieke functies lokalisatie, identificatie, authenticatie, autorisatie, toestemming en adressering ingevuld met afsprakendiensten en/of voorzieningen. Deze zijn sectoroverstijgend beschikbaar en worden in de praktijk gebruikt. a. VWS neemt regie op de realisatie van de invulling van deze generieke functies en doet dit door: • Het in 2022 opleveren van een afwegingskader om te bepalen welke mate en vorm van overheidssturing op de invulling van generieke functies nodig is. Dit kader
31
De huidige geprioriteerde gegevensuitwisselingen zijn Beelduitwisseling, Basisgegevensset Zorg, E-overdracht en digitaal receptenverkeer.
94 | Integraal Zorgakkoord 2022
wordt vervolgens toegepast op de 6 voornoemde generieke functies. • Aan de hand van het afwegingskader per functie te bepalen of en in welke mate een wettelijke verplichting mogelijk en uitvoerbaar is. • Het standaardiseren van afspraken over de invulling van generieke functies tussen zorgaanbieders en tussen zorgaanbieders en leveranciers. Ten minste door het laten opstellen van NEN-normen voor specifieke generieke functies en eventueel te verankeren in weten regelgeving. Te starten met de functies identificatie, authenticatie, toestemming en lokalisatie. Deze NENnormen zijn in 2023 gereed. b. Zorgaanbieders verbinden zich aan de door VWS en in afstemming met het Informatieberaad Zorg vastgestelde oplossingen voor de 6 generieke functies (zoals Mitz en ZORG-AB32) en implementeren deze uiterlijk 2025 met hun leveranciers ter ondersteuning van hun zorgprocessen. Over de implementatietermijnen worden sectorale afspraken gemaakt, rekening houdend met de lopende landelijke programma’s. c. Er worden geen nieuwe of andere (sectorale, lokale of regionale) oplossingen en/of landelijke afspraken voor deze generieke functies door zorgaanbieders en leveranciers ontwikkeld of geïmplementeerd. d. Uiterlijk in de eerste helft van 2025 kan de zorgidentiteit van zorgverleners uit het UZI-register worden opgehaald met verschillende erkende inlogmiddelen.
Het register kan breed worden ingezet voor identificatie en authenticatie in de zorg, ook voor niet BIG-geregistreerde zorgprofessionals. D. Toestemming voor het delen van gegevens en privacy a. VWS bereidt een wetsaanpassing voor waardoor het mogelijk wordt om voor de acute zorg gegevens zonder toestemming beschikbaar te stellen via een elektronisch uitwisselingssysteem, tenzij de patiënt of cliënt bezwaar heeft (opt-out), De ambitie is om deze wetsaanpassing in 2023 aan de Tweede Kamer aan te bieden. b. Complete en goede elektronische overdracht van medicatiegegevens kan menselijk leed door vermijdbare medicatiefouten en ziekenhuisopnamen voorkomen. Partijen in het IZA spannen zich maximaal in om het delen van medicatiegegevens, conform de doelen van het programma medicatie-overdracht, voor 2025 te verbeteren. c. Mede daarom levert VWS begin 2023 een beleidsvisie op inzake de herijking van de grondslagen en voorwaarden die met het oog op gegevensbescherming worden gesteld aan gegevensuitwisseling in de zorg. Dit is inclusief de opties om de toestemming voor het delen van medicatiegegevens te vergemakkelijken, waaronder een opt-out. d. In 2024 is het faxgebruik van de zorginstellingen met 90% gereduceerd en in 2025 kan volledig afscheid worden
32
En voor Nuts kan gaan gelden.
genomen van het gebruik van de fax voor communicatie in de zorg. De zorgaanbieders worden hierbij ondersteund door het programma Faexit, dat wordt bekostigd door de Zorgverzekeraars Nederland. e. Om de informatiebeveiliging verder te verbeteren neemt VWS het initiatief om voor 2025: • Zorgaanbieders te ondersteunen bij de naleving van NEN7510 door implementatietools beschikbaar te maken. • Het veld, waaronder huisartsen, apotheken, tandartsen, ambulancezorg, VVT sector en gehandicaptensector te stimuleren met aansluiting op het expertisecentrum voor cybersecurity Z-CERT en hen daarbij (financieel) te ondersteunen. f. VWS ondersteunt zorgaanbieders die binnen het bereik van de NIB2-richtlijn33 vallen bij het implementeren, maakt hier financiële middelen voor beschikbaar en zal in samenspraak met het veld bijvoorbeeld actieplannen, implementatietools of kennisproducten ontwikkelen. g. Het veld voldoet voor 2025 aan de wettelijke eisen met betrekking tot de eigen informatieveiligheid en naleving van de geldende NEN-normen en overige wettelijke verplichtingen zoals die uit de Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen ten gevolge van de implementatie van de NIB2-richtlijn. 2.
Inwoners van Nederland hebben in 2025 digitaal toegang tot en de beschikking over hun eigen zorggegevens Toegankelijkheid en begrijpelijkheid van informatie voor de patiënt, cliënt of burger is, naast goede uitwisseling tussen zorgverleners, een vanzelfsprekend onderdeel van de verdere ontwikkeling van elektronische gegevensuitwisseling in de zorg. a. VWS ondersteunt de sectorale aansluiting op PGO’s en faciliteert de komende jaren de communicatie over PGO’s aan zowel patiënten als zorgverleners. b. VWS is voornemens om een deel van de middelen uit het coalitieakkoord vrij te maken voor PGO’s en om ook de komende jaren bij te dragen aan ondersteuning van burgers bij het gebruik van PGO’s, de verdere ontwikkeling van gegevensuitwisseling via het MedMij afsprakenstelsel en het op orde brengen van de basiszaken die geregeld moeten zijn voor goede gegevensuitwisseling en het creëren van meerwaarde voor burgers/patiënten. c. VWS bereidt aanpassing van wet- en regelgeving voor die nodig is om PGO’s gebruiksvriendelijk, kosteneffectief en conform een gezond business model te kunnen laten werken, waarmee ook rekening gehouden wordt met eventuele lidstaat-verplichtingen voortvloeiend uit de EHDS. Dit omvat minimaal het onderzoeken van de mogelijkheid om PGO’s toe te staan het BSN te verwerken, opdat de gebruiksvriendelijkheid geoptimaliseerd kan worden
33
De Europese Netwerk- en Informatiebeveiliging richtlijn (NIB2) wijst zestien
wanneer dat met alternatieve maatregelen niet mogelijk blijkt te zijn. d. Het veld committeert zich aan actieve deelname aan de uitwerking van de visie op PGO’s en hoe deze van meerwaarde kunnen zijn voor zorgverleners en patiënten in het zorgproces. Eind 2022 ligt er een door het veld en leveranciers gedragen visie, waaruit onder meer duidelijk wordt hoe PGO’s en portalen zo goed mogelijk op elkaar aansluiten. e. Het veld committeert zich aan ontsluiting naar en uitwisseling met PGO’s conform de gezamenlijk opgestelde visie. De PGO-alliantie participeert samen met leveranciers actief in optimalisatie, implementatie en doorontwikkeling van de uitwisseling met PGO’s via het MedMij afsprakenstelsel om de gewenste meerwaarde in het (netwerk)zorgproces te realiseren. f. Het veld maakt het delen van digitale gegevens en gebruik van toepassingen in de PGO’s onderdeel van het zorgproces daar waar patiënten en zorgverleners hiermee geholpen zijn. g. VWS brengt in 2022 kaart hoe de vrijblijvendheid van gegevensontsluiting naar PGO’s weggenomen kan worden, om (ook na afloop van de VIPP-subsidieprogramma’s) te komen tot goed gevulde PGO’s voor inwoners. 3. Om de zorg toegankelijk, kwalitatief en betaalbaar te houden is transformatie nodig naar hybride zorg a.
Partijen creëren een gelijkwaardige informatiepositie die een doelmatige inzet van zorg en schaars beschikbaar personeel bevordert, met behoud van kwaliteit. b. Partijen communiceren op basis van een communicatieplan/kalender doorlopend samen pro-actief naar patiënten/ burgers, mantelzorgers en zorgprofessionals over het gebruik van hybride zorg, met aandacht voor het bevorderen van eigen regie en zelfredzaamheid en het verminderen van beperkte gezondheidsvaardigheden. c. Partijen starten in de tweede helft van 2022 met het maken van afspraken voor de werkwijze van prioriteren, evalueren (passend bewijs) en implementeren van hybride zorg aan de hand van het zorgtransformatiemodel van het kenniscentrum digitale zorg (patiëntvertegenwoordigers, zorgprofessionals, zorgaanbieders en zorgverzekeraars). d. Partijen werken vanaf 2023 gezamenlijk aan praktische handvatten en afspraken die bijdragen aan een positief innovatie- en transformatie-ecosysteem, samen met kennisinstellingen en (andere) publieke en private partijen. Daarvoor benutten zij bestaande initiatieven en methodieken34 en brengen die onder een nog samen vorm te geven inclusieve governance structuur. e. Zorgaanbieders gebruiken bewezen telebegeleiding als vorm van hybride zorg, die de eigen regie van patiënten en/of de kwaliteit van leven verhoogt.
En onnodige fysieke bezoeken en/of opnames voorkomt in lijn met de doelstelling.
34
Zoals de Vliegwielcoalitie.
sectoren aan met essentiële en belangrijke entiteiten.
Integraal Zorgakkoord 2022 | 95
f.
Teneinde goede kwaliteit en efficiënte inzet van zorgprofessionals te realiseren maken zorgaanbieders in overleg met zorgprofessionals met zorgverzekeraars afspraken over het werken met (medische/verpleegkundige) servicecentra voor het leveren van (sectoroverstijgende) digitale zorg en diensten. Hierbij kunnen zorgverleners en patiënten inbreng leveren op zorginhoudelijke aspecten. Patiënten en hun vertegenwoordigers, zorgaanbieders, zorgverleners, zorgverzekeraars en andere partijen, identificeren de goede voorbeelden van hybride zorg en werken gezamenlijk mee aan de adoptie van deze zorg. g. Partijen ontwikkelen en gebruiken vanaf 2023 een gezamenlijke ondersteuningsstructuur aanvullend op het zorgtransformatiemodel (VWS, systeem- en veldpartijen). • De ondersteuningsstructuur is t.b.v. congruentie van landelijk beleid op het vlak van passende hybride zorg en bevordert ‘proudly copied from/by’ opschaling binnen zorgorganisaties en in netwerken en voor de sector logische (regionale) samenwerkingsverbanden. Er komt een vindplek, gebruik makend van wat er is, evt. per sector, van goede voorbeelden van hybride zorg om te kunnen worden hergebruikt.
• Onderdeel van de ondersteuningsstructuur is een in 2022 startende gezamenlijke verkenning van wat er nodig is om informatie te ontsluiten naar patiënten over welke vormen van digitale diensten bij welke zorgaanbieder beschikbaar zijn. Dit omvat zowel zorginhoudelijke (incl. de herontworpen zorgpaden; zie doelstelling 3b) als ondersteunende diensten. • Vanaf 2023 maken VWS, systeem- en veldpartijen jaarlijkse afspraken over transformatie van zorgprocessen die daarvoor geschikt zijn waarbij hybride zorg het uitgangspunt is. • De ondersteuningsstructuur zorgt voor het oplossen van systeemknelpunten, zoals aangedragen door het kenniscentrum digitale zorg. • Partijen werken mee aan tijdige herzieningen van bestaande toetsingskaders voor het borgen van kwaliteit veiligheid, privacy, toezicht en handhaving en gebruiken deze in de hybride zorgprocessen/toepassingen. A. Bekostiging/financiering van hybride zorg a. Het leveren van hybride zorg vraagt (voor)investeringen en daarnaast een passende financieringssystematiek doorvertaald in de contracten met zorgaanbieders, waarbij de prikkels gericht zijn op een zo efficiënt mogelijke zorgverlening. b. Per 2025 zijn er in de Zvw (en Wlz) daar waar mogelijk en wenselijk passende prikkels en meer ruimte voor inzet en gebruik van hybride zorg inclusief een stimulans voor samenwerking en coördinatie van domeinoverstijgende hybride zorg. c.
Zorgverzekeraars, zorgkantoren en gemeenten maken uiterlijk in 2025 in alle contracten met zorgaanbieders (individueel
96 | Integraal Zorgakkoord 2022
en/of gezamenlijk) inhoudelijke passende afspraken over aanbod en inzet van gebruiksvriendelijke hybride zorg. En maken afspraken hoe de benodigde transformatie te realiseren. d. Partijen zorgen ervoor dat de vraag wordt opgelost hoe om te gaan met toepassingen die gezondheid bevorderen maar die geen directe link met de Zvw hebben, bijvoorbeeld in het kader van preventie. Dit geldt ook voor PGO’s. e. Partijen zorgen voor passende financiering van evaluatie van passende hybride zorg. B. Hybride zorg en richtlijnen/kwaliteitsstandaarden a. Wetenschappelijke en beroepsverenigingen en andere partijen bevorderen dat professionals handvatten krijgen voor passende inzet van hybride zorg in lijn met bestaande kwaliteitstandaarden/richtlijnen. Hierbij wordt voortgebouwd op leidraden, informatiekaarten en andere ondersteuningsmateriaal die voor specifieke specialismen of in generieke zin reeds ontwikkeld zijn. b. Vanaf 2025 wordt de te ontwikkelen module digitale en hybride zorg, mits gedragen door partijen, gehanteerd door beroepsverenigingen bij herziening van bestaande, of ontwikkeling van nieuwe, richtlijnen en kwaliteitsstandaarden. C. Digitale en veranderkundige vaardigheden a. Veldpartijen zorgen dat de hybride zorg toegankelijk is voor mensen en bevorderen inclusiviteit van deze zorg.
Hierbij is het uitgangspunt ‘digitaal als het kan’ en beslissen patiënt en zorgverlener samen over of de zorg inderdaad digitaal/ hybride kan worden geleverd gegeven de specifieke situatie van de patiënt. b. Per 2025 vormen veranderkundige en digitale vaardigheden een integraal onderdeel van het onderwijs voor zorg en welzijn en zorgen werkgevers ervoor dat deze een integraal onderdeel van een leven lang ontwikkelen van medewerkers zijn. Het verhogen van de digitale vaardigheden kan gefinancierd worden uit de algemene transitiemiddelen. c. Partijen informeren burgers/patiënten/cliënten hierover en betrekken hen bij de communicatie, het aanbod en de inzet en hebben daarbij aandacht voor gebruikersvriendelijkheid in het algemeen en specifiek voor mensen met lage gezondheids- en digitale vaardigheden. Om te bevorderen dat burgers, cliënten, en patiënten mee kunnen gaan in de toenemende digitalisering van gezondheidszorg wordt voor hen ondersteuningsmateriaal ontwikkeld en vanaf 2025 aangeboden. 4. Data worden digitaal, eenduidig en gestandaardiseerd geregistreerd in het zorgproces en beschikbaar gesteld voor diverse secundaire doelen a. Afspraken over hergebruik van gegevens voor secundaire doelen, geregistreerd in het primair zorgproces worden expliciet meegenomen in de nationale visie en strategie
voor gegevensuitwisseling in de zorg. Een gedeelde definitie van secundair data gebruik is hier onderdeel van. Hierbij worden bestaande initiatieven en organisaties betrokken. • VWS borgt hierbij de aansluiting op de primaire gegevensuitwisselingstrajecten, door dit expliciet bij de nog in te stellen landelijke organisatie te beleggen. • Het veld implementeert zowel technisch en organisatorisch de gezamenlijke opgestelde strategie met inachtneming van bescherming van de data van de burger en diens zeggenschap hierover. • Zorgverzekeraars en -aanbieders stellen gegevens beschikbaar voor hergebruik door gelegitimeerde35 gebruikers die op hun beurt de conclusies geaggregeerd beschikbaar stellen. • Hiertoe worden uiterlijk in de eerste helft van 2023 sectoroverstijgend en per sector afspraken gemaakt zoals eenheid van taal en techniek ten behoeve van eenmalige registratie voor meervoudig gebruik. b. Voor hergebruik voor secundaire doeleinden geldt het uitgangspunt dat administratieve lasten in het operationele proces laag worden gehouden. • Er worden vooraf afspraken gemaakt om data te registreren op een effectieve en efficiënte manier ter voorkoming van extra / losse registraties.
• Het veld zorgt ervoor dat data beschikbaar is bij de bron waarop partijen data kunnen opvragen/ophalen om te voorzien in informatiebehoefte voor verschillende toepassingen volgens de afspraken die voor de zomer van 2023 daarvoor gemaakt moeten worden. Om data beschikbaar te stellen voor secundair gebruik zullen kosten gemaakt worden. Partijen zullen daarvoor nadere financiering afspreken. c. Om hergebruik voor secundaire doelen van gegevens te ondersteunen, tracht VWS bestaande knelpunten weg te nemen, o.a. door wettelijke grondslagen te creëren en/ of bestaande aan te passen of te verduidelijken. Hierbij is het uitgangspunt dat de bescherming van de data van de burger en de zeggenschap daarover voorop staat, rekenend houdend met proportionaliteit en doelbinding. • In 2023 wordt een start gemaakt met het weghalen van knelpunten voor het delen van de gegevens beginnend bij limieten in het gebruik van BSN. • Indien wetgeving noodzakelijk is, zet VWS zich in om maart 2023 de noodzakelijke inventarisaties en een plan van aanpak gereed te hebben voor de voorbereiding van het wetsvoorstel. • Kennis en bewustzijn over de waarde van gezondheidsdata en het delen ervan voor secundaire doeleinden is er nog nauwelijks bij burgers, patiënten en patiëntenorganisaties.
Ondertekende partijen hebben de inspanningsverplichting om het kennis- en bewustzijnsniveau te verhogen en leveren in 2023 een plan van aanpak op.
35
Gebruikers die voldoen aan alle internationale en nationale wettelijke verplichtingen.
Integraal Zorgakkoord 2022 | 97
•
Onderdeel J. Contractering Om de toegankelijkheid en betaalbaarheid van zorg duurzaam te borgen, maken zorgpartijen in het IZA afspraken over zowel de inhoudelijke transformatie naar passende zorg als de samenhangende financiële kaders. Afspraken in de overige themateksten vormen de basis voor deze transformatie. Deze tekst gaat over het vertalen van die afspraken in de contractering van zorg. Zorgaanbieders en zorgprofessionals (verder: de zorgaanbieders) en zorgverzekeraars nemen samen verantwoordelijkheid om deze transformatieopgave te realiseren, binnen de beschikbare financiële kaders. Daarbij zullen zij de ruimte binnen de bekostigingssystematiek benutten om afspraken te maken; deze krijgen hun uiteindelijke vorm in de contractering tussen zorgaanbieders en zorgverzekeraars. Landelijke afspraken over de maximaal beschikbare financiële ruimte laten onverlet dat contractering tussen zorgverzekeraar en zorgaanbieder erg belangrijk is in het streven naar passende zorg. Individuele contractafspraken worden gemaakt tussen zorgaanbieders en zorgverzekeraars; deze worden gemaakt op basis van passende zorg, de reële zorgvraag en andere aspecten van de lokale situatie. Dat houdt in dat contracterende partijen actief inzetten op kwaliteit, toegankelijkheid door beperken volumegroei, arbeidsbesparende maatregelen en passende zorg conform de doelstellingen van het IZA.
Dat betekent dat – via de contractering – de volumegroei in sommige gevallen hoger kan zijn dan het genoemde landelijke groeipercentage en in andere gevallen juist lager. Met zorgaanbieders die zich aan contractering onttrekken kunnen dergelijke afspraken niet worden gemaakt. Het samenspel tussen patiënten/verzekerden, zorgaanbieders en zorgverzekeraars is de kern van ons zorgstelsel, waarbij de overheid aan zet is om de juiste randvoorwaarden te creëren. In het Nederlandse zorgstelsel is er ruimte voor zowel competitie als gelijkgerichtheid: • Op een aantal onderwerpen is gelijkgerichtheid functioneel en noodzakelijk om de doelstellingen van het IZA te kunnen realiseren. Met gelijkgerichtheid wordt bedoeld dat zorgaanbieders en zorgverzekeraars in hun individuele handelen en in contractafspraken dezelfde beweging na-
98 | Integraal Zorgakkoord 2022
streven. Dit betreft met name de noodzakelijke impactvolle transformaties naar passende zorg. De afspraken over gelijkgerichte contractering zijn in dit hoofdstuk uitgewerkt. Zorgpartijen dienen ook binnen hun eigen organisatie gelijkgerichtheid te realiseren. Daarnaast zorgt competitie voor dynamiek, flexibiliteit en veranderkracht. Zorgaanbieders en zorgverzekeraars geven hier onder meer invulling aan in hun individuele contractafspraken. Zo kunnen zorgaanbieders en zorgverzekeraars aan patiënten respectievelijk verzekerden een onderscheidende keuze bieden, worden innovatie en verandering gestimuleerd en maatwerk mogelijk gemaakt.
Het grootste deel van de zorg binnen de Zorgverzekeringswet wordt concurrentieel ingekocht en individueel gecontracteerd. Dat is en blijft het uitgangspunt binnen ons zorgstelsel. In dit hoofdstuk ligt de nadruk echter op gelijkgerichtheid in contractering bij de impactvolle transformaties naar passende zorg, omdat hier in het kader van het IZA nieuwe afspraken over worden gemaakt. Passende zorg vraagt om een bijpassende wisselwerking tussen zorgaanbieders en zorgverzekeraars. Het gezamenlijk werken aan de totstandkoming van transformatieplannen en het realiseren van de noodzakelijke transformatie zal meer centraal staan. Dat heeft ook implicaties voor het contracteerproces en het inzetten van transformatiemiddelen. Zo zetten zorgverzekeraars als onderdeel van de IZA-afspraken een stap naar meer gelijkgerichtheid bij impactvolle transformaties. Ook zorgaanbieders zetten een stap; door zich te committeren aan de impactvolle transformaties en hierop aanspreekbaar te zijn in de contractering. De NZa heeft als toezichthouder een belangrijke rol om erop toe te zien dat voldoende zorg wordt ingekocht waarbij gestuurd wordt op passende zorg. De ACM kan als toezichthouder uit eigen beweging of op verzoek van derden gemaakte contractafspraken tegen het licht houden en toetsen aan de mededingingsregels.
1.
Verbetering contracteerproces
Een adequaat contracteerproces is een belangrijke voorwaarde voor goede afspraken over de transitie naar passende zorg. Het moet voor zowel zorgverzekeraars en zorgaanbieders de voorkeursoptie zijn om een contract met elkaar af te sluiten. Zorgverzekeraars en zorgaanbieders zetten zich daarom in op een continue verbetering van het contracteerproces. Zij zullen daarvoor de volgende verbeteringen doorvoeren: • Voor verzekerden is het van belang dat zij tijdig weten of aanbieders gecontracteerd zijn of niet. Zorgverzekeraars en zorgaanbieders zetten zich gezamenlijk in om het inkoopproces jaarlijks vóór 12 november af te ronden en om meer inzicht te geven in de kwaliteit van de geleverde zorg. • Zorgverzekeraars maken jaarlijks voor 12 november transparant met wie zij een contract hebben afgesloten.
•
•
•
•
•
•
2.
Zorgaanbieders maken jaarlijks voor 12 november transparant met welke zorgverzekeraars zij voor welke polissen een contract hebben. In IZA-verband wordt het initiatief genomen om dit tot stand te brengen. IZA-partijen organiseren samen een voorlichtingsprogramma dat er op gericht is verzekerden voor te lichten over de financiële risico’s van niet-gecontracteerde zorg. In de voorlichting wordt gefocust op situaties en locaties waar dit risico zich vooral voor kan doen, zoals bij verwijzers en tijdens het overstapseizoen. Zorgverzekeraars dragen door een verbetering van het contracteerproces bij aan een vermindering van administratieve lasten (vereenvoudigen van inkoopvoorwaarden) en een betere bereikbaarheid voor interactie over de inkoop(processen), ook voor kleinere zorgaanbieders. Hiertoe werken zij aan een verbeterplan dat zij in het tweede kwartaal van 2023 opleveren. Ook binnen het Programma Regeldruk zijn hierover afspraken gemaakt. Onderzocht wordt of wijkverpleging hierbij als prioriteit kan gelden. Daarnaast zijn zorgverzekeraars transparant over hun inkoopbeleid (waaronder de bereikbaarheid voor interactie over de inkoopprocessen) en hun inkoopprocedures. Voor zorgaanbieders geldt dat zij transparant zijn over hun gelijkgerichtheid binnen de hele zorgketen.
In het geval van ziekenhuizen geldt dat inclusief de afspraken met het Medisch Specialisten Bedrijf (MSB) in het ziekenhuis. Daarnaast committeren ook aanbieders zich aan een continue verbetering van hun rol in het contracteer-proces en de tijdlijnen die bij een zorgvuldig proces passen. Het Ministerie van VWS levert daarom in het tweede kwartaal van 2023, in samenspraak met zorgaanbieders en zorgverzekeraars, maar ook in overleg met ACM en NZa, een verkenning op welke mogelijkheden en noodzaak er momenteel zijn voor kleinere aanbieders (bijvoorbeeld wijkzorg, ggz, klinieken en huisartsen) om gezamenlijk op te trekken in het contracteerproces en hoe dit kan worden vereenvoudigd.
Contractering en wijkverpleging
Zorgverzekeraars bevestigen dat er geïnvesteerd moet worden in de wijkverpleging, ook om de doelstellingen van het IZA haalbaar te maken. Daarmee willen we ook het werken in de wijkverpleging aantrekkelijker maken. De inzet op doelmatigheid in de wijkverpleging heeft geleid tot een stijging van het aantal cliënten waaraan zorg is geleverd, de wijkverpleging zorgt er daarmee voor dat steeds meer mensen verantwoord thuis kunnen blijven tegen relatief lage kosten. Echter is de sector inmiddels kwetsbaar, mede door het grote personeelstekort wat potentieel alleen maar groter wordt. Alle partijen moeten daarom investeren in de wijkverpleging. Zorgverzekeraars, zorgaanbieders en professionals gaan samenwerken aan het versterkingsprogramma Passende Wijkverpleging en zetten hierbij gezamenlijk in op verplaatsing
van zorg, het zichtbaar slim organiseren van zorg en sociaal domein, professionele meetbare kwaliteit en arbeidsbesparende maatregelen. Samenwerking en focus op passende zorg stellen andere eisen aan de wijkverpleging. Dat kan alleen als daar in de contractering voldoende ruimte, middelen en randvoorwaarden voor zijn. Zorgverzekeraars gaan daar samen met de zorgaanbieders die dat willen en kunnen op in zetten en hen in deze beweging ondersteunen in de contractering. Waar nodig kunnen ook de transformatiegelden daartoe worden ingezet. Alleen zo kan de wijkverpleging haar essentiële rol in de enorme opgave in de zorg voor thuiswonende ouderen en chronisch zieken vervullen en de beweging van tweede- naar eerstelijnszorg en van eerstelijnszorg naar zelfzorg en sociaal domein goed vormgeven. De huidige personeelstekorten vragen om bredere maatschappelijke discussie over welke ondersteuning thuis mogelijk is, om toegang tot noodzakelijke zorg voor iedereen in Nederland beschikbaar te houden. Partijen spreken af bovenstaande punten nader uit te werken in een gezamenlijke werkagenda via een door externe partij begeleid proces. De agenda kent de hieronder genoemde onderwerpen die we gezamenlijk gaan uitwerken. Daarbij zullen we maximaal gebruik maken van lopende initiatieven en al bestaande rapporten.
Doelstelling is om deze zaken voortvarend op te pakken zodat tijdens de midtermreview op onderstaande punten significante voortgang zichtbaar is. De volgende onderwerpen maken in ieder geval deel uit van de werkagenda: • Inzetten op passende zorg (zelf als het kan, digitaal als het kan, doen wat nodig is, verplaatsen van zorg). • Werkplezier in de wijkverpleging vergroten door aantrekkelijk maken van het vak (goed werkgeverschap, tijd voor nascholing en intercollegiale toetsing). • Ontwikkeling van een systematiek en / of model om tot objectivering en onderbouwing van de kosten in de wijkverpleging te komen ter ondersteuning van de individuele contractering. • Andere financiering voor het opleiden van BBL’ers / zij-instromers (zie concept Berenschot rapport). • Aanpakken van de regeldruk. • Arbeidsbesparend werken stimuleren (goede voorbeelden delen, opschalen en versnellen). • Samenwerking en coördinatie in de wijk stimuleren (onplanbare nachtzorg en herkenbaar en aanspreekbaar team conform eerdere afspraken). • Meer aandacht voor preventie, ziekenhuis-verplaatste zorg, positieve gezondheid, re-ablement: meer tijd voor meer cliënten in de wijk.
Integraal Zorgakkoord 2022 | 99
3.
Gelijkgerichte contractering bij ‘impactvolle transformaties’
Om de zorg toegankelijk en van goede kwaliteit te krijgen en houden, ook naar de toekomst, is op specifieke onderdelen een transformatie nodig. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen ‘impactvolle transformaties’ en ‘overige transformaties’. De indeling in deze twee categorieën wordt bepaald door de bijdrage die de verandering levert aan het realiseren van passende zorg. Dit onderscheid is belangrijk, omdat zorgverzekeraars en zorgaanbieders afspreken ten aanzien van impactvolle transformaties gelijkgericht te handelen. • Criteria voor impactvolle transformaties: Een transformatie wordt aangemerkt als impactvol als er sprake is van een substantiële impact op: a. het zorggebruik in de Zorgverzekeringswet b. inzet van personeel c. regionale herverdelingsvraagstukken (profielkeuzes) en/of d. omvang van het zorgvastgoed, waarbij impact een relatief begrip is en in relatie staat tot de omvang van de zorgaanbieder Een impactvolle transformatie kan ook een totaalafspraak betreffen over een pakket van verschillende kleinere initiatieven en zorginnovaties, mits dit maar voldoende bijdraagt aan de IZA-doelen en in lijn is met de IZA-afspraken, en daarnaast van voldoende implementatiekracht is voorzien.
•
In het verlengde van het IZA ligt de focus bij impactvolle transformaties primair op de toegankelijkheid van kwalitatief goede zorg voor de patiënt– dus op passende zorg en arbeidsbesparende maatregelen, omdat het borgen van de kwaliteit en de mismatch tussen vraag en aanbod de belangrijkste opgaven zijn waar de zorg zich de komende jaren mee ziet geconfronteerd. Arbeidsbesparende maatregelen betreffen onder meer het voorkomen van (zwaardere) zorg, coördinatie en samenwerking binnen de basiszorg en acute zorg, digitalisering, een op het type zorgvraag afgestemde organisatie en concentratie van zorg. Het belang van de patiënt speelt daarmee een hoofdrol. Transformatieplannen: Voor een impactvolle transformatie wordt altijd een specifiek transformatieplan opgesteld; op de juiste schaal (individueel, lokaal, regionaal of landelijk) door de partijen die de zorgtransformatie daadwerkelijk gaan realiseren. Die schaal kan zijn: één zorgaanbieder, een groep van zorgaanbieders of een samenwerkingsverband. Hierbij wordt voortgebouwd op de goede initiatieven en ervaringen die de afgelopen jaren zijn ontstaan. Deze plannen zijn in lijn met de regio-beelden en -plannen voor zover die er al zijn, en houden rekening met andere partijen die door de desbetreffende zorgtransformatie worden geraakt.
De urgentie van de opgaven waar de zorg voor staat, maakt dat van vrijblijvendheid ten aanzien van de noodza-
•
•
•
36
kelijke zorgtransformaties geen sprake kan zijn. Zorgverzekeraars investeren de komende jaren nog nadrukkelijker capaciteit en financiële middelen in hun aanjagende rol bij het identificeren van knelpunten en mogelijkheden in het optimaal inzetten van zorgcapaciteit; de regio-beelden en -plannen vormen daarvoor de basis voor zover die reeds vorm hebben gekregen. Zorgverzekeraars zorgen voor het stimuleren en faciliteren van de totstandkoming en opschaling van transformatieplannen, in samenspraak met zorgpartijen (waaronder vaak de huisartsen). Gelijkgerichtheid: De IZA-partijen spreken af om verdergaande stappen te zetten om gelijkgerichtheid te creëren bij impactvolle transformaties, om de meeste impact te maken en hun gezamenlijke implementatiekracht daarop te richten. Zorgverzekeraars en zorgaanbieders handelen bij impactvolle transformaties gelijkgericht. Tegelijkertijd is en blijft individuele contractering het uitgangspunt van het zorgstelsel. Gelijkgerichtheid in de contractering houdt daarom in dat zorgverzekeraars en zorgaanbieders in hun individuele contracten dezelfde transformatiebeweging nastreven en dat ze daar tijdens het transformatieproces proactief op sturen. Deze verdergaande gelijkgerichtheid geldt niet voor overige transformaties.
Daarvoor blijft de reguliere werkwijze gelden, die uitgaat van het initiatief van zorgaanbieders en een vrijwillige individuele keuze van zorgverzekeraars om te volgen. Ook voor zorgaanbieders geldt dat zij waar nodig gelijkgericht werken aan impactvolle transformaties; zowel ten opzichte van andere zorgaanbieders als binnen hun eigen organisatie (bijvoorbeeld tussen het ziekenhuis en het MSB). Het is van belang dat wanneer zorgaanbieders over impactvolle transformaties afspraken maken met hun marktleider zorgverzekeraars, zij ook soortgelijke afspraken maken met de zorgverzekeraars met een kleiner marktaandeel. Mededinging: Bij het samen werken aan impactvolle transformaties geldt dat de afspraken tussen de betrokken zorgpartijen binnen de kaders van de bepalingen in de Mededingingswet moeten passen en dat zij zich hiervan rekenschap geven. VWS gaat in gesprek met de ACM en NZa om de ingezette beweging met het IZA zoveel mogelijk ruimte te geven binnen de wettelijke kaders. Zorgpartijen kunnen afhankelijk van hun eigen inschatting van de situatie ervoor kiezen om de procedureregels van de beleidsregel JZOJP 36 te volgen en/of een reguliere self-assessment uit te voeren. Beoordeling transformatieplannen: Transformatieplannen voor impactvolle transformaties voldoen aan de onderstaande voorwaarden: 1.
Er is sprake van een gedeelde urgentie bij de benodigde partijen (waaronder vaak de huisartsen); 2. Er is een positieve (maatschappelijke) businesscase waaruit blijkt op welke wijze de inspanningen gaan
ACM Beleidsregel over afspraken in het kader van de beweging “De juiste zorg op de juiste plek” (2019).
100 | Integraal Zorgakkoord 2022