CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

A- 29 Inburgering (21) onderzoek naar gezinsmigranten

RAAD 31 maart 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de uitkomsten van het onderzoek naar gezinsmigranten in Amsterdam. Nr. VN2021-00613822.450 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

-

Gezinsmigranten in Amsterdam Wie zijn de Amsterdamse gezinsmigranten, hoe gaat het met hun inburgering en hoe ervaren zij het leven in Amsterdam? Onderzoek, Informatie en Statistiek

Onderzoek, Informatie en Statistiek

|

Gezinsmigranten in Amsterdam

In opdracht van: WPI Projectnummer: 20072 Auteru: Renske Hoedemaker

Idske de Jong

Lieselotte Bicknese

Sara Rubingh

Lisanne Zethof

Sara de Wilde

Met medewerking van Kimo van de Berg, Kenny Wiesenekker, Lidwine van As en Annika Smits

Bezoekadres: Weesperstraat 113-117

Telefoon 020 251 0333

Postbus 658, 1000 AR Amsterdam

data.amsterdam.nl

r.hoedemaker@amsterdam.nl

Amsterdam, juli 2020

Foto voorzijde: Pas getrouwd, blikjes achter fietsen, fotograaf Cécile Obertop (2012)

2

Onderzoek, Informatie en Statistiek

|

Gezinsmigranten in Amsterdam

Inhoud

Samenvatting en conclusie

5

Inleiding

10

Deel I

13

1 Achtergrondkenmerken Amsterdamse gezinsmigranten

13

1.1 Meerderheid PVT-plichtige gezinsmigranten woont twee jaar of korter in Nederland 14 1.2 Bijna twee derde van de gezinsmigranten is vrouw 14 1.3 Marokkaans en Ghanees meest voorkomende nationaliteiten onder gezinsmigranten 15 1.4 Woonsituatie gezinsmigranten varieert 16 1.5 Meerderheid werkende gezinsmigranten heeft contract voor bepaalde tijd, helft van de banen is fulltime 17

2 Voortgang inburgering

19

2.1 Circa 6.000 inburgeringsplichtige gezinsmigranten in Amsterdam 20 2.2 Merendeel gezinsmigranten doet inburgeringsexamen op A2 niveau 20 2.3 Ruim 1.100 Amsterdamse gezinsmigranten hebben de participatieverklaring ondertekend 22 2.4 Groepen inburgeringsplichtige gezins- en asielmigranten in Amsterdam ongeveer even groot 23 2.5 Inburgeringstraject gezinsmigranten duurt gemiddeld ruim 2 jaar 25 2.6 Meerderheid gezinsmigranten cohort 2014-2016 kreeg verlenging inburgeringstermijn 26 2.7 Ruim een vijfde van de gezinsmigranten kreeg DUO-boete 27 2.8 Ruim een kwart van de gezinsmigranten sluit DUO-lening af 29

Deel II

30

3 Naar Nederland

31

3.1 Meeste gezinsmigranten vestigen zich vanuit het buitenland in Amsterdam 3.2 Administratieve zaken regelen meestal niet moeilijk tot heel makkelijk

31 33

4 Het leven in Amsterdam

34

4.1 Nederlands leren en een woning vinden het vaakst moeilijk 4.2 Meest gebruikte informatiebronnen: partner, bekenden en social media 4.3 Een op de vijf gezinsmigranten heeft meer hulp nodig

34 35 36

5 Contact met de gemeente Amsterdam

39

5.1 Helft gezinsmigranten vindt dingen regelen met de gemeente (heel) makkelijk 5.2 Suggesties voor betere dienstverlening

39 40

6 Werk

42

3

Onderzoek, Informatie en Statistiek

|

Gezinsmigranten in Amsterdam

6.1 Zes van de tien gezinsmigranten hebben betaald werk 6.2 Een op de drie gezinsmigranten die (willen) werken vindt (heel) moeilijk werk

42 43

7 Inburgeren

45

7.1 Bijna de helft start met inburgeren in het eerste halfjaar in Nederland 7.2 Einde inburgering in derde jaar vaak nog niet in zicht 7.3 Circa de helft bereidt zich voor op de examens met inburgeringscursus 7.4 Helft oefent inburgeringsexamen met vrienden en familie 7.5 Ruim een op de vijf vindt uitzoeken taalaanbieder (heel) moeilijk 7.6 Acht procent (heel) ontevreden over inburgeringscursus 7.7 Bijna drie van de tien gezinsmigranten sluiten een lening af bij DUO 7.8 De Nederlandse taal en de kosten vaak het moeilijkste aan inburgeren 7.9 Meerderheid wil na inburgering meer Nederlandse lessen nemen 7.10 Suggesties voor het beter of makkelijker maken van het inburgeringstraject

45 46 47 48 50 52 54 55 57 58

Bijlage 1 Resultaten uit eerder onderzoek

60

Bijlage 2 Werkwijze enquête en interviews

63

Bijlage 3 Samenstelling respondenten enquête

65

Bijlage 4 Aanvullende tabel enquête

69

Bijlage 5 Vragenlijst enquête

70

Bijlage 6 Topiclijst interviews

78

4

Onderzoek, Informatie en Statistiek

|

Gezinsmigranten in Amsterdam

Samenvatting en conclusie

In opdracht van WPI heeft OIS onderzoek gedaan naar de situatie van inburgeringsplichtige gezinsmigranten in Amsterdam. Doel van het onderzoek is om meer inzicht te krijgen in de samenstelling van deze groep Amsterdammers, hun ervaringen binnen het huidige inburgeringsstelsel en hun ondersteuningsbehoeften. Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van registraties (BRP, CBS en DUO), een enquête die is ingevuld door ruim 500 gezinsmigranten en zeven individuele interviews van een uur. Tenzij anders vermeld heeft de rapportage betrekking op Amsterdamse gezinsmigranten die op of na 1 oktober 2017 inburgeringsplichtig zijn geworden.

Wat zijn de achtergrondkenmerken van Amsterdamse gezinsmigranten? Meeste gezinsmigranten jonger dan 40 jaar, niet-westers en/of vrouw Er zijn in Amsterdam 2.265 gezinsmigranten die tussen oktober 2017 en februari 2020 in Amsterdam een participatieverklaringstraject (PVT) aangeboden hebben kregen. Hiervan is 76% jonger dan 40 jaar, 63% vrouw en 76% niet-westers. De meest voorkomende niet-westerse nationaliteiten zijn Marokkaans (16%), Ghanees (8%) en Surinaams (7%). De grootste groep westerse gezinsmigranten bestaat uit Amerikanen (7%). Tenminste een op de vijf gezinsmigranten maakt deel uit van een huishouden met kinderen. De helft is hoog opgeleid en ruim driekwart heeft een partner die goed Nederlands spreekt Van de respondenten aan de enquête geeft 50% aan hoog opgeleid te zijn, 27% is middelbaar opgeleid en 16% is laag opgeleid. Dit is vergelijkbaar met het opleidingsniveau van de partners. De partner spreekt in ruim driekwart van de gevallen goed Nederlands. Westerse gezinsmigranten en hun partners zijn relatief vaak hoog opgeleid; Marokkaanse migranten hebben vaker relatief weinig onderwijs gevolgd. Migranten uit de overige niet-westerse landen hebben het minst vaak een partner die goed Nederlands spreekt en vaker dan bij de andere groepen zijn er kinderen in het huishouden.

Hoe verloopt de inburgering van gezinsmigranten in Amsterdam? Inburgeringsdiploma vaak niet op tijd gehaald In de periode 2013-2019 werden circa 6.030 Amsterdamse gezinsmigranten inburgeringsplichtig. Van hen heeft 44% de inburgering inmiddels afgerond; 3% is ontheven van de plicht en 53% is nog inburgeringsplichtig. Hiermee telt Amsterdam begin 2020 naar schatting 3.180 gezinsmigranten die hun inburgeringsdiploma nog moeten halen. Veel gezinsmigranten lukt het niet om binnen de gestelde termijn van drie jaar de inburgering af te ronden. Na 2,5 jaar is het mogelijk om een verlenging te krijgen. Het aandeel dat hiervan gebruikt maakt, loopt uiteen van 40% (cohort 2013) tot bijna driekwart (cohort 2015). Personen die niet op tijd inburgeren, kunnen een boete krijgen van DUO van maximaal € 1.250. Van de inburgeraars die tussen 2013 en 2016 inburgeringsplichtig werden, kreeg 21% een boete.

5

Onderzoek, Informatie en Statistiek

|

Gezinsmigranten in Amsterdam

Nog bezig met inburgeren: ongeveer de helft volgt een cursus Van de deelnemers aan de enquête startte 49% met inburgeren in het eerste halfjaar dat ze in Nederland waren. Van de respondenten die langer dan twee jaar in Nederland wonen heeft 84% het participatieverklaringstraject afgerond, maar voor de andere onderdelen liggen deze percentages veel lager. Zo heeft 39% het onderdeel Nederlands lezen afgerond, 36% Nederlands luisteren en 25% oriëntatie op de Nederlandse arbeidsmarkt (ONA). Voor Nederlands spreken is het afrondingspercentage het laagst (12%). Bijna de helft (49%) bereidt zich voor op de examens door een inburgeringscursus te volgen bij een taalaanbieder of bijvoorbeeld bij UVA talen, een buurthuis of online. De groep die een cursus volgt is relatief vaak laagopgeleid. Een derde kiest voor zelfstudie. Dit zijn vaker hoogopgeleide gezinsmigranten zonder kinderen. Ongeveer de helft van de gezinsmigranten oefent Nederlands met familie en vrienden en 30% met klasgenoten van de inburgering. Laagopgeleide migranten hebben minder vaak familie of vrienden die goed Nederlands spreken en zijn meer aangewezen op de inburgeringsklas. Merendeel gezinsmigranten doet inburgeringsexamen op A2 niveau Van de Amsterdamse gezinsmigranten die tussen 2013 en 2019 inburgeringsplichtig werden en al aan de inburgeringsplicht hebben voldaan heeft 82% examen gedaan op A2 niveau.

Op dit niveau kan men gesprekken voeren over alledaagse zaken. Elf procent kreeg een vrijstelling op basis van een ander diploma en 8% doet examen op B1 of B2 niveau. Kwart gezinsmigranten sluit DUO-lening af Inburgeringsplichtigen met een laag inkomen kunnen bij DUO een lening afsluiten van maximaal €10.000 voor de inburgeringscursus en -examens. Van de Amsterdamse gezinsmigranten die tussen 2013 en 2019 inburgeringsplichtig werden, heeft 27% een lening afgesloten bij DUO. Uit de enquête blijkt dat acht van de tien keer dat er een lening wordt afgesloten, dit voor het hele bedrag is. De groep die een lening afsluit is relatief kwetsbaar. Het gaat vaker om laagopgeleiden, huishoudens met kinderen en migranten met een partner die niet goed Nederlands spreekt, maximaal middelbaar opgeleid is en /of (ook) een niet-Nederlandse nationaliteit heeft.

Hoe ervaren gezinsmigranten het leven in Amsterdam, de inburgering en aan welke ondersteuning heeft men behoefte? Nederlands leren en een woningvinden het vaakst moeilijk Verreweg de meeste gezinsmigranten vinden de diverse aspecten van het leven in Nederland niet moeilijk tot heel gemakkelijk. Dit geldt met name voor het regelen van administratieve zaken, informatie vinden over de regels in Nederland, je verplaatsen door de stad en leuke dingen doen in Amsterdam. De meerderheid (53%) heeft wel moeite met het leren van Nederlands. Dingen die meer dan een op de vijf gezinsmigranten (heel) moeilijk vindt, zijn een woning in Amsterdam vinden (43%), werk vinden (36%), de inburgeringscursus volgen en vrienden maken (beide 29%), belastingaangifte doen (24%) en een verblijfsvergunning regelen (22%).

6

Onderzoek, Informatie en Statistiek

|

Gezinsmigranten in Amsterdam

Helft gezinsmigranten vindt het gemakkelijk om dingen met de gemeente te regelen Gezinsmigranten hebben vooral contact met de gemeente in verband met identiteitsbewijzen en het bevolkingsregister. Van hen vindt 49% het (heel) gemakkelijk om dingen te regelen bij de gemeente en 10% (heel) moeilijk. Werk vinden op eigen niveau vaak moeilijk Van de gezinsmigranten heeft 60% betaald werk en 26% zou willen werken maar werkt nu niet. Het aandeel dat werkt loopt langzaam op naarmate men langer in Nederland woont. Van de gezinsmigranten met werk vond 75% voor het eerst betaald werk in het eerste halfjaar dat zij in Nederland waren. Werk vinden in Nederland is volgens 23% (heel) gemakkelijk. Zij zijn of goed opgeleid en kunnen bijvoorbeeld bij internationale bedrijven terecht, of werken in branches met veel werk, zoals horeca- of schoonmaakwerk. Als gevolg van de Covid-19-uitbraak zijn deze sectoren momenteel wel heel kwetsbaar. Gezinsmigranten die het moeilijk vinden om werk te vinden zijn vaker op zoek naar een baan die past bij hun opleidingsniveau en merken bijvoorbeeld dat de taal een barrière is, dat men geen internationale ervaring heeft of dat de eigen diploma’s hier niet dezelfde erkenning krijgen. Volgens 24% van de respondenten die werken is het dan ook (heel) moeilijk om werk te vinden in Nederland. Bij degenen die nog geen werk hebben gevonden gaat het zelfs om 54%.

Ruim een op de vijf gezinsmigranten vindt het (heel) moeilijk om een taalaanbieder uit te zoeken Het internet is de meeste gebruikte bron bij het zoeken van informatie over inburgeringscursussen (45%). Bijna een op de drie benadert hiervoor (ook) de gemeente en 27% wint informatie in bij familie en bekenden. Een groep van 21% vond het (heel) moeilijk om een inburgeringscursus uit te kiezen. Zij maakten hiervoor relatief vaak gebruik van het internet. De belangrijkste redenen om een bepaalde cursus te kiezen zijn: dichtbij (45%), goede lessen (34%), kleine klassen (18%) en de prijs (17%). Bijna de helft van de deelnemers is (heel) tevreden met hun cursus en 8% is (heel) ontevreden. Wanneer gevraagd wordt wat men het moeilijkst vindt aan inburgeren dan bestaat de top drie uit de taal leren, de kosten en de tijd die het vraagt. Partner belangrijke bron van hulp en informatie, maar 77% kan meer hulp gebruiken Van de gezinsmigranten vindt 69% dat ze genoeg (of zelfs teveel) hulp krijgen met het beginnen van hun nieuwe leven in Amsterdam. De partner blijkt in vrijwel alle gevallen degene te zijn die deze hulp biedt. Vaak heeft deze ook een netwerk van familie en vrienden waar de gezinsmigrant bij kan aansluiten. De partner is ook de meest genoemde bron van informatie over het leven in Amsterdam (82%).

Dit geldt vooral als de partner goed Nederlands spreekt en minstens een middelbare opleiding heeft. Een andere veelgebruikte hulp- en informatiebron is het internet, ook voor vertalingen. De helft van de gezinsmigranten haalt informatie over het leven in Amsterdam van social media en 29% raadpleegt hiervoor (ook) de site van de gemeente Amsterdam. De inburgeringscursus is voor 34% een bron van informatie over Amsterdam. Dit zijn relatief vaak migranten met een laag opleidingsniveau. Een op de vijf gezinsmigranten geeft aan in het algemeen meer hulp nodig te hebben en desgevraagd weet 77% van de respondenten wel een thema te noemen waarbij zij meer hulp kunnen gebruiken. Het vaakst genoemd zijn Nederlands leren, werk vinden en inburgeren.

7

Onderzoek, Informatie en Statistiek

|

Gezinsmigranten in Amsterdam

Opvallend is dat middelbaar en hoog opgeleiden vaker aangeven meer hulp te willen dan laagopgeleiden.

Conclusie: gezinsmigranten relatief kansrijk, maar inburgeren is voor veel mensen moeilijk Gemiddeld genomen zijn de gezinsmigranten een relatief kansrijke groep Amsterdammers. Een groot deel is jong, de helft is hoogopgeleid en het merendeel heeft een partner die goed Nederlands spreekt en veel ondersteuning biedt bij het opbouwen van hun leven in Nederland. We zien dan ook dat de meeste gezinsmigranten hun weg in de stad goed weten te vinden. Veel van de praktische kanten van het leven in Amsterdam vindt men niet moeilijk, waaronder het regelen van dingen bij de gemeente. Ook heeft meer dan de helft betaald werk en het vinden van werk lukt vaak snel na aankomst in Nederland. Tegelijkertijd vormen de gezinsmigranten een zeer diverse groep. Een deel kan zich vanaf de eerste periode in Nederland relatief zelfstandig redden. Vooral voor hoog opgeleide gezinsmigranten die goed Engels spreken lijkt dit het geval. Anderen zijn in het begin zo afhankelijk van hun partner dat zij een periode niet alleen naar buiten gaan. We zien ook verschillen in hoe gemakkelijk men de weg vindt naar zowel het formele als informele taalaanbod in de stad. Een deel van de gezinsmigranten heeft weinig moeite met het kiezen van een taalschool en is tevreden over het aanbod via buurthuizen en bibliotheken.

Anderen, met name hoogopgeleiden, zijn kritisch over het aanbod en lopen vast in de onduidelijkheid over de prijs-kwaliteit verhoudingen. Ondanks de relatief gunstige uitgangssituatie en de grote diversiteit binnen de groep zijn er aspecten van het leven in Amsterdam die voor veel gezinsmigranten (heel) moeilijk zijn. Het grootste struikelblok is de taal. Nederlands leren is moeilijk en kost tijd, waardoor alle andere aspecten van het leven in Nederland stroever verlopen. Voor een deel van de gezinsmigranten vormt de taal bijvoorbeeld een barrière bij het vinden van werk dat past bij hun opleidingsniveau. Ook het opbouwen van een eigen sociaal netwerk is voor sommige gezinsmigranten moeilijk. Tot slot is het voor veel gezinsmigranten niet gemakkelijk om te voldoen aan de inburgeringsplicht. Zoals genoemd is het moeilijk om de taal te leren, is er veel onduidelijkheid over het aanbod van taalscholen en zijn intensieve taallessen vaak duur. De verhuizing naar Nederland heeft ook geld gekost en het uitzicht op een baan die past bij het opleidingsniveau van de gezinsmigrant is onzeker. De meerderheid doet examen op A2 niveau, maar dit zal niet altijd voldoende zijn voor een baan op niveau. De kosten van het taalaanbod kunnen een goede voorbereiding op de examens daardoor in de weg staan, ondanks de mogelijkheid om geld te lenen bij DUO.

Daarbij is de gevraagde tijdsinvestering soms moeilijk te combineren met een baan en/of gezin. Een groot deel van de gezinsmigranten lukt het dan ook niet om binnen de termijn van drie jaar hun examens te halen.

8

Onderzoek, Informatie en Statistiek

|

Gezinsmigranten in Amsterdam

Samenvatting suggesties respondenten voor het inburgeringstraject en de gemeente Thema

inburgeren

gemeente

Prijs

-het is te duur

-lessen verzorgd door gemeente

-goedkopere / gratis lessen

-meer controle over de prijzen

-na intake indelen op niveau

-kijk naar de persoonlijke situatie

-niet (alles) verplicht

-ook aandacht voor expats, veel lijkt gericht op lage

-buiten reguliere werktijden

inkomens/vluchtelingen

-hulp bij het leren van de taal

-één startbijeenkomst waarin alles duidelijk wordt gemaakt

Maatwerk

Meer begeleiding

-één begeleider voor de eerste 3 maanden -waar moet je op letten, hoe regel je het? -welkomstpakket met informatie over dienstverlening Minder versnipperd

Informatie

-alle onderdelen bij dezelfde aanbieder

-één plek /persoon voor alle informatie

-niet heel veel kleine aanbieders

-website die het volledige proces beschrijft

-overal dezelfde leerlijn / boeken

-welk instituut bel je waarvoor?

-betere informatie voor zelfstudie, b.v. exacte

Zoveel mogelijk duidelijke info op website:

exameneisen

-Wat moet je meenemen bij afspraken?

-tijdspad, hoeveel tijd kost wat

-Waar kan je de documenten verkrijgen?

-checklist

-Wanneer maak je wel en wanneer niet een afspraak?

-alles online Informatie in meerdere talen

Aandacht voor ontmoeting

-opstartinstructies in het Engels

-site

-uitleg in eigen taal

-brieven

-vragen stellen in Engels, antwoorden in NL

-medewerkers

-nadruk op menselijke contacten i.p.v.

-plekken om vrienden te maken, mensen te ontmoeten

examens -activiteiten met Nederlanders Betere inhoud

-precies aansluiten bij de examens

- verschillende medewerkers geven verschillende informatie

-meer cultuur en praktijk Examens

-wel lessen, maar geen examens -bij spreken teveel geluid door elkaar -meer tijd

Participatieverklaringstraject

-levert te weinig op voor twee vrije dagen en kosten

Kennis NL Maatsch. (KNM)

-moet zonder cursus kunnen

Oriëntatie Arbeidsmarkt (ONA)

-niet nodig als je al een goede baan hebt

Proces

-betere afstemming informatie tussen DUO en gemeente -BSN meteen regelen bij aanvraag verblijfsvergunning -betere digitale interactie: makkelijk inloggen, chatbox, etc. -wachtduur verkorten, alles duurt lang -meer mogelijkheden voor afspraken bij stadsloket -minder documenten opvragen als gegevens al bekend zijn -herinneringsmail sturen bij afspraken -informatie over taallessen in een vroeg stadium sturen

Buitenlandse documenten

-hulp bij omzetten rijbewijs / diploma’s -gevraagde documenten niet altijd beschikbaar in land van herkomst

Wonen

-informatie over hoe je snel aan een woning kunt komen -hulp bij de woonsituatie

9

Onderzoek, Informatie en Statistiek

|

Gezinsmigranten in Amsterdam

Inleiding

Op 1 juli 2021 wordt het nieuwe inburgeringsstelsel van kracht. Gemeenten krijgen hiermee meer wettelijke verantwoordelijkheden als het gaat om de inburgering van hun inwoners. Niet alle migranten in Nederland zijn inburgeringsplichtig. Statushouders (asielmigranten) en een deel van de gezinsmigranten zijn wel verplicht om in te burgeren. Gezinsmigranten zijn personen met een niet-Nederlandse nationaliteit die naar Nederland verhuizen om bij hun partner of ouder(s) te komen wonen. Gezinsmigranten die afkomstig zijn van buiten de EU1, ouder zijn dan 18 en jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd zijn inburgeringsplichtig.2 De gemeente Amsterdam biedt statushouders intensieve begeleiding naar werk of opleiding.3 Gezinsmigranten krijgen deze begeleiding niet. De groep Amsterdamse gezinsmigranten is hierdoor minder goed in beeld bij de gemeente dan de statushouders. Er zijn signalen dat gezinsmigranten in het huidige inburgeringsstelsel tegen problemen aanlopen. In Amsterdam diende GroenLinks een motie in over een ‘passende inburgering voor gezinsmigranten’4 en in de media is in 2019 gerapporteerd over gezinsmigranten die ontevreden zijn met het huidige inburgeringsstelsel.5 In opdracht van WPI heeft OIS onderzoek gedaan naar de situatie van inburgeringsplichtige gezinsmigranten in Amsterdam.

Doel van het onderzoek is het in kaart brengen van de achtergrondkenmerken van deze groep Amsterdammers, hun ervaringen binnen het huidige inburgeringsstelsel en hun ondersteuningsbehoeften. In dit onderzoek komen de volgende onderzoeksvragen aan bod: 1. Wat zijn de achtergrondkenmerken van Amsterdamse inburgeringsplichtige gezinsmigranten? 2. Hoe verloopt de inburgering van gezinsmigranten in Amsterdam? 3. Hoe ervaren gezinsmigranten het leven in Amsterdam, de inburgering en aan welke ondersteuning heeft men behoefte? Doelgroep van het onderzoek Het merendeel van de gegevens in deze rapportage gaat over gezinsmigranten die op of na 1 oktober 2017 inburgeringsplichtig zijn geworden. De gegevens van deze mensen zijn bekend bij 1

Naast personen uit de EU hoeven migranten met de nationaliteit van Liechtenstein, Noorwegen, IJsland, Zwitserland of Turkije ook niet in te burgeren. 2 Hierop bestaan uitzonderingen. Voor een uitgebreider overzicht van wie inburgeringsplichtig is, zie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/immigratie-naar-nederland/vraag-en-antwoord/moet-ik-als-nieuwkomerinburgeren 3 https://www.amsterdam.nl/zorg-ondersteuning/ondersteuning/vluchtelingen/amsterdamse-aanpak/ 4 Motie inzake de Uitwerkingsagenda: 'Op weg naar de nieuwe Amsterdamse aanpak inburgering’ (passende inburgering voor gezinsmigranten), oktober 2019 5 https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/duizenden-buitenlandse-partners-van-nederlanders-dreigen-beboette-worden-door-trage-inburgering~b2d658e9/

10

Onderzoek, Informatie en Statistiek

|

Gezinsmigranten in Amsterdam

de gemeente, omdat de gemeente verantwoordelijk is voor het aanbieden van het verplichte participatieverklaringstraject (PVT). Personen die vóór oktober 2017 inburgeringsplichtig zijn geworden zijn niet PVT-plichtig. Gegevens over deze groep zijn dan ook niet bekend bij de gemeente en daarmee niet beschikbaar voor dit onderzoek. Uitzondering hierop is hoofdstuk 2, waarin is gekeken naar de voortgang van de inburgering van gezinsmigranten. De informatie in dit hoofdstuk is afkomstig van DUO en gaat over alle gezinsmigranten die in 2013 of later inburgeringsplichtig zijn geworden in Amsterdam. Leeswijzer Deze rapportage bestaat uit twee delen. De informatie in deel I is gebaseerd op bestaande bronnen, namelijk de Basisregistratie Personen (BRP), de polisadministratie (CBS) en openbare gegevens van DUO. Deel II beschrijft de resultaten van een enquête die OIS heeft verspreid onder Amsterdamse gezinsmigranten, aangevuld met informatie uit een aantal verdiepende interviews met mensen uit de doelgroep. Deel I: Achtergrondkenmerken en DUO-gegevens inburgering Hoofdstuk 1 bespreekt de samenstelling van de groep Amsterdamse gezinsmigranten naar leeftijd, nationaliteit en geslacht. Hiervoor is gebruik gemaakt van de basisregistratie personen (BRP) en de gegevens zijn in kaart gebracht voor de groep Amsterdamse gezinsmigranten die sinds oktober 2017 inburgeringsplichtig zijn geworden.

Naast persoonskenmerken bespreken we kort de arbeidsparticipatie van deze groep Amsterdammers. Hoofdstuk 2 beschrijft het verloop van de inburgering van gezinsmigranten in Amsterdam. Deze gegevens worden door DUO op gemeenteniveau gepubliceerd. In dit hoofdstuk beschrijven we de situatie van gezinsmigranten die tussen 2013 en 2019 in Amsterdam inburgeringsplichtig zijn geworden. Bijlage 1 is een samenvatting van eerder onderzoek naar gezinsmigranten en hun ervaringen met de inburgering en andere aspecten van de vestiging in Nederland. Deel II: Enquête en verdiepende interviews Ruim 500 Amsterdamse gezinsmigranten hebben een vragenlijst ingevuld over hun ervaringen als inburgeringsplichtige Amsterdammer. Met zeven van hen is daarnaast een verdiepend gesprek gevoerd. De resultaten in deel II van deze rapportage zijn gebaseerd op deze enquête en gesprekken. Hoofdstuk 3 beschrijft de redenen dat men naar Nederland is verhuisd en hoe lang men al in Nederland woont. Een deel van de gezinsmigranten moet voordat zij naar Nederland kunnen verhuizen in hun land van herkomst al een basisexamen inburgering afleggen. In dit hoofdstuk bespreken we ook hoe men dit ervaart.

In hoofdstuk 4 komen verschillende aspecten van het leven in Amsterdam aan bod: wat is moeilijk of juist gemakkelijk bij het beginnen van een nieuw leven in de stad? Hoofdstuk 5 bespreekt hoe gezinsmigranten het contact met de gemeente ervaren en aan welke ondersteuning vanuit de gemeente zij behoefte hebben. In Hoofdstuk 6 bespreken we de ervaringen van gezinsmigranten rondom (het vinden van) werk en hoofdstuk 7 beschrijft hoe men de inburgering ervaart. De bijlagen bij deel II van deze rapportage bevatten de volgende informatie: een beschrijving van de werkwijze van de enquête en de interviews (Bijlage 2), de samenstelling van de respondentengroep (Bijlage 3), aanvullende resultaten van de enquête (Bijlage 4), de vragenlijst van de enquête (Bijlage 5) en de topiclijst die is gebruikt voor de verdiepende interviews (Bijlage 6). De open antwoorden op de enquête zijn gebundeld in een losse bijlage.

11

Onderzoek, Informatie en Statistiek

|

Gezinsmigranten in Amsterdam

Invloed van de corona-crisis op dit onderzoek De enquête en verdiepende gesprekken vonden plaats in de periode april – juni 2020. Van 16 maart tot 15 juni was er vanwege de corona-maatregelen geen fysiek inburgeringsonderwijs en werden er geen inburgeringsexamens afgenomen. Vanaf 15 juni zijn de DUO toetslocaties weer geopend, maar door de coronamaatregelen kunnen er minder mensen tegelijk examen doen. Vanwege de corona-crisis krijgen alle inburgeraars vier maanden extra de tijd om in te burgeren (bron: DUO). De gegevens in deel I van de rapportage hebben vrijwel allemaal peildatum 1 januari 2020 of eerder. De gevolgen van de corona-crisis hebben hier dus geen invloed op. Het veldwerk voor de enquête en verdiepende interviews (deel II) vond plaats tijdens de lockdown. De interviews zijn daarom digitaal afgenomen, via (video)bellen. Op sommige punten zien we de gevolgen van de corona-maatregelen terug in de resultaten, respondenten merken bijvoorbeeld op dat hun taalcursus of andere activiteiten stil liggen, of dat hun inburgeringsexamen is uitgesteld.

12

Onderzoek, Informatie en Statistiek

|

Gezinsmigranten in Amsterdam

Deel I 1 Achtergrondkenmerken Amsterdamse gezinsmigranten Dit hoofdstuk bespreekt de samenstelling van de groep Amsterdamse gezinsmigranten naar leeftijd, geslacht, nationaliteit, huishoudsituatie en arbeidsparticipatie. Ook wordt beschreven sinds wanneer de gezinsmigranten in Nederland wonen en sinds wanneer in Amsterdam. Het gaat hierbij om Amsterdamse gezinsmigranten die sinds 1 oktober 2017 inburgeringsplichtig zijn geworden (zie kader).6

Over deze gegevens De gemeente heeft sinds 1 oktober 2017 de wettelijke opdracht om aan alle gezinsmigranten een traject aan te bieden waar ze de participatieverklaring kunnen ondertekenen (participatieverklaringstraject of PVT). Om te kunnen rapporteren aan wie dit traject is aangeboden en wie de participatieverklaring heeft ondertekend, houdt WPI een lijst bij met de BSN-nummers van PVT-plichtige gezinsmigranten in Amsterdam. Voor alle personen aan wie sinds de invoering van het PVT (oktober 2017) tot en met februari 2020 het PVT-traject is aangeboden zijn de achtergrondkenmerken gekoppeld op basis van de basisregistratie personen (BRP) van de gemeente Amsterdam. De koppeling vond plaats in maart 2020; de meest recente BRP-gegevens die op dat moment beschikbaar waren hebben de peildatum 1 januari 2020. Alle aantallen in dit hoofdstuk zijn afgerond op vijftallen (arbeidsparticipatie op tientallen). De percentages zijn gebaseerd op niet-afgeronde aantallen.

Tussen oktober 2017 en februari 2020 is het PVT aangeboden aan 2.635 Amsterdamse gezinsmigranten. Op het moment van de koppeling met de BRP (in maart 2020) zijn 2.350 van hen nog ingeschreven bij de gemeente Amsterdam. Van de personen die zich vóór 1 januari 2020 hebben ingeschreven zijn de leeftijd, nationaliteit en geslacht bekend in de BRP, dit zijn in totaal 2.265 personen. Een groep van 80 personen heeft zich na 1 januari 2020 ingeschreven in Amsterdam; van hen zijn ten tijde van het onderzoek, behalve de inschrijvingsdatum, nog geen verdere gegevens bekend.

6

Inclusief de gegevens van een kleine groep geestelijk bedienaren (bv. dominees of imams). Net als gezinsmigranten moet deze groep migranten inburgeren en het PVT volgen. Op basis van de beschikbare gegevens kunnen geestelijk bedienaren niet uit de data worden verwijderd. Hun gegevens zijn dus meegenomen in de resultaten in dit hoofdstuk. Omwille van de leesbaarheid verwijzen we naar de hele groep als gezinsmigranten.

13

|

Onderzoek, Informatie en Statistiek

Gezinsmigranten in Amsterdam

1.1 Meerderheid PVT-plichtige gezinsmigranten woont twee jaar of korter in Nederland Het PVT is verplicht voor migranten die op of na 1 oktober 2017 inburgeringsplichtig zijn geworden. De PVT-plicht gaat in op het moment dat een inburgeringsplichtige migrant zich inschrijft bij de gemeente. Logischerwijs woont het merendeel van de PVT-plichtige gezinsmigranten dus nog niet lang in Nederland en Amsterdam. Ruim driekwart heeft zich in 2018 of later inschreven in een Nederlandse gemeente (figuur 1.1). Er is echter ook een groep (12%) die al zich vijf of meer jaar geleden heeft ingeschreven in een Nederlandse gemeente. Dit zijn dus mensen die al langer in Nederland wonen maar pas na oktober 2017 inburgeringsplichtig zijn geworden, bijvoorbeeld omdat hun verblijfsstatus is veranderd.7 Figuur 1.1 Amsterdamse PVT-plichtige gezinsmigranten, naar jaar van de meest recente inschrijving in Amsterdam en Nederland, januari 2020 (n = 2.256).

Amsterdam

4

Nederland

6

5

10 6

39 10

42 38

40

% 0

20

40

2007-2014

2015-2016

60 2017

80 2018

100

2019

bron: WPI/BRP, bewerking OIS

1.2 Bijna twee derde van de gezinsmigranten is vrouw De grootste groep PVT-plichtige gezinsmigranten (42%) is tussen de 30 en 39 jaar oud, gevolgd door de groep 25 tot 29-jarigen (23%, zie figuur 1.2). Ruim zes op de tien gezinsmigranten (63%) zijn vrouw. De man-vrouwverhouding is in alle leeftijdscategorieën ongeveer hetzelfde.

7

Personen die tijdelijk in Nederland wonen, bijvoorbeeld om te werken of te studeren, hoeven niet in te burgeren.

14

Onderzoek, Informatie en Statistiek

|

Gezinsmigranten in Amsterdam

Figuur 1.2 Aantal Amsterdamse PVT-plichtige gezinsmigranten naar leeftijd en geslacht, januari 2020 (n = 2.265).

1.000

aantal mannen

900

vrouwen

800 375

700 600 500 175 400 300

570

200

85

100

165

0

145

360 240

60 80

13-17

18-24

25-29

30-39

40-49

50-64

65 of ouder

bron: WPI/afd. basisinformatie, bewerking OIS

1.3 Marokkaans en Ghanees meest voorkomende nationaliteiten onder gezinsmigranten De Amsterdamse PVT-plichtige gezinsmigranten vertegenwoordigen een groot aantal verschillende nationaliteiten. De grootste groep bestaat uit gezinsmigranten met de Marokkaanse nationaliteit (16%), gevolgd door personen met de Ghanese (8%), Surinaamse (7%) of Amerikaanse nationaliteit (7%, zie tabel 1.3). De groep overige niet-westerse nationaliteiten bestaat uit meer dan 50 verschillende nationaliteiten.

15

Onderzoek, Informatie en Statistiek

|

Gezinsmigranten in Amsterdam

Tabel 1.3 Amsterdamse PVT-plichtige gezinsmigranten naar nationaliteit, januari 2020 aantal

%

Marokkaanse

375

16

Ghanese

185

8

Surinaamse

170

7

Amerikaanse

170

7

Braziliaanse

110

5

Chinese

75

3

Pakistaanse

70

3

Filipijnse

70

3

Egyptische

70

3

Australische

65

3

Russische

65

3

Indonesische

60

3

Indiase

60

3

overig niet-westers

545

24

overig westers

160

7

nationaliteit onbekend, meer dan een vreemde nationaliteit of staatloos

25

1

2.265

100

Totaal

bron: WPI/afd. basisinformatie, bewerking OIS

1.4 Woonsituatie gezinsmigranten varieert In de BRP wordt per persoon geregistreerd wat de bewoningsvorm op het adres is (zie tabel 1.4). Voor de groep PVT-plichtige gezinsmigranten is dit gegeven betrouwbaarder dan het huishoudtype (zie kader). De meeste PVT-plichtige gezinsmigranten (34%) wonen op een adres met twee personen zonder kinderen, maar zijn niet getrouwd (of geregistreerd partners) met de andere bewoner.8 Ten minste 23% maakt deel uit van een huishouden met kinderen.9

8

Op basis van de BRP-gegevens is dus niet bekend of de bewoners elkaars partners zijn, maar omdat het gaat om gezinsmigranten is het aannemelijk dat dit in de meeste gevallen wel zo is. 9 Som van de categorieën ‘volwassene plus een eenoudergezin’ (hieronder vallen ook samengestelde gezinnen), ‘echtpaar met kinderen,’ en ‘eenoudergezin.’ Het gaat hierbij om minder- en/of meerderjarige kinderen. Daarnaast bestaat de categorie overig ook voor een deel uit huishoudens met kinderen.

16

Onderzoek, Informatie en Statistiek

|

Gezinsmigranten in Amsterdam

Tabel 1.4 Bewoningstype adres van Amsterdamse PVT-plichtige gezinsmigranten, januari 2020 aantal

%

twee volwassenen

765

34

volwassene + eenoudergezin*

265

12

echtpaar zonder kinderen

255

11

echtpaar met kinderen*

230

10

drie of meer volwassenen

200

9

Alleenwonende

35

2

eenoudergezin*

20

1

Overig

495

22

2.265

100

Totaal *met minder- en/of meerderjarige kinderen

bron: WPI/afd. basisinformatie, bewerking OIS

Huishoudstatistiek in de BRP In deze rapportage wordt het bewoningstype per adres weergegeven. Dit gegeven houdt alleen rekening met geregistreerde connecties tussen de bewoners van een adres en doet, geen verdere aannames over de relaties tussen de bewoners. In de categorieën ‘twee volwassenen’ en ‘volwassene + eenoudergezin’ zitten dus waarschijnlijk veel samenwonende stellen zonder huwelijk of geregistreerd partnerschap. De categorie ‘overig’ bevat een grote variatie aan andere combinaties van (echt)paren, alleenstaanden en kinderen op één adres.

1.5 Meerderheid werkende gezinsmigranten heeft contract voor bepaalde tijd, helft van de banen is fulltime Om de arbeidsparticipatie van deze groep gezinsmigranten in kaart te brengen is gebruik gemaakt van de polisadministratie.10 De meest recente beschikbare gegevens uit de polis op het moment van het onderzoek gaan over juni 2019. Van de 2.630 personen aan wie in Amsterdam tussen oktober 2017 en februari 2020 het PVT is aangeboden had 40% in juni 2019 betaald werk. Dit is waarschijnlijk een onderschatting van het aandeel gezinsmigranten met werk, omdat een deel van de doelgroep in juni 2019 nog niet in Nederland woonde. Daarnaast geeft de polisadministratie geen informatie over personen die werken als zelfstandige. Mannelijke gezinsmigranten hebben vaker betaald werk dan vrouwen (54% tegenover 35%) en gezinsmigranten tussen de 27 en 44 jaar hebben iets vaker betaald werk (44%) dan jongere of juist oudere gezinsmigranten.

10

Deze gegevens zijn afkomstig uit niet-openbare microdatabestanden van het CBS. De analyses vonden plaats in een beveiligde analyse-omgeving. De aantallen in deze paragraaf zijn afgerond op tientallen. De percentages zijn gebaseerd op afgeronde aantallen.

17

Onderzoek, Informatie en Statistiek

|

Gezinsmigranten in Amsterdam

Figuur 2.3 Aandeel Amsterdamse PVT-plichtige gezinsmigranten met betaald werk* naar leeftijd en geslacht, juni 2019

leeftijd

18-26

36

27-44

44

geslacht

vrouwen

.

45-64

totaal

39

mannen

54 35 40 0

10

20

30

40

% 50

60

*schatting, deel van de doelgroep woonde in juni 2019 nog niet in Nederland

70

80

90

100

bron: WPI / CBS, bewerking OIS

Ruim de helft (51%) van de gezinsmigranten met betaald werk werkt fulltime (35 uur per week of meer), een vijfde (21%) werkt minder dan 20 uur per week. De meerderheid van de gezinsmigranten met betaald werk heeft een contract voor bepaalde tijd (86%).

18

Onderzoek, Informatie en Statistiek

|

Gezinsmigranten in Amsterdam

2 Voortgang inburgering

Dit hoofdstuk bespreekt hoe de Amsterdamse gezinsmigranten er voor staan op het gebied van hun inburgering. Aan bod komen het aandeel gezinsmigranten dat aan de inburgeringsplicht heeft voldaan en het niveau waarop zij examen doen, de gemiddelde duur van het inburgeringstraject, het aantal boetes dat DUO heeft opgelegd en de voortgang van het participatieverklaringstraject.

Over deze gegevens De informatie in dit hoofdstuk is gebaseerd op de openbare voortgangscijfers inburgering. DUO publiceert deze gegevens elke vier maanden.1 De peildatum van de gegevens in dit hoofdstuk is 1-1-2020. In de voortgangscijfers wordt onderscheid gemaakt tussen asielmigranten (inclusief nareizende familieleden van asielmigranten) en gezinsmigranten. De gegevens over inburgering worden gepubliceerd op basis van het jaar dat men inburgeringsplichtig is geworden en de gemeente waar men op dat moment is ingeschreven. Het moment dat iemand inburgeringsplichtig wordt is de dag dat de persoon hierover officieel bericht krijgt van DUO (Kennisgeving Inburgeringsplicht). De beschikbare gegevens zijn inclusief personen die, na het behalen van het inburgeringsexamen of het verkrijgen van een ontheffing of vrijstelling genaturaliseerd zijn, naar het buitenland zijn vertrokken, hun verblijfsdoel hebben gewijzigd of zijn overleden. Personen die nog niet aan de inburgeringsplicht hebben voldaan en op de peildatum zijn genaturaliseerd, naar het buitenland zijn vertrokken, hun verblijfsdoel hebben gewijzigd of zijn overleden worden niet meegenomen in de rapportage. Er wordt geen rekening gehouden met verhuizingen die plaatsvinden nadat men inburgeringsplichtig is geworden.

Na een eventuele verhuizing worden mensen nog steeds meegeteld in de gemeente waar men stond ingeschreven op het moment dat de inburgeringsplichtig inging. DUO publiceert om privacyredenen niet over groepen van vijf personen of minder. In de huidige rapportage is in dat geval het totaal berekend over de groepen die wel beschikbaar zijn. De werkelijke aantallen kunnen dus iets afwijken. Alle aantallen in dit hoofdstuk zijn afgerond op vijftallen. De percentages zijn gebaseerd op de niet-afgeronde aantallen. 1

https://duo.nl/zakelijk/inburgeren/cijfers-over-inburgeren/cijfers-inburgeren.jsp

19

Onderzoek, Informatie en Statistiek

|

Gezinsmigranten in Amsterdam

2.1 Circa 6.000 inburgeringsplichtige gezinsmigranten in Amsterdam Van 2013 tot en met 2019 zijn in Amsterdam in totaal 6.030 gezinsmigranten inburgeringsplichtig geworden. In heel Nederland zijn dit er 44.120. Omdat de gegevens geen rekening houden met verhuizingen tussen gemeentes is niet precies bekend hoeveel inburgeringsplichtige gezinsmigranten op dit moment in Amsterdam wonen. Figuur 3.1 laat per jaar zien hoeveel Amsterdamse gezinsmigranten inburgeringsplichtig werden. In 2018 en 2019 ligt het aantal nieuwe inburgeringsplichtige gezinsmigranten hoger dan in de jaren daarvoor. Ook in heel Nederland zien we in deze periode een stijging in het aantal gezinsmigranten dat jaarlijks inburgeringsplichtig wordt.11 Figuur 3.1 Aantal inburgeringsplichtige gezinsmigranten in Amsterdam, naar jaar dat men inburgeringsplichtig is geworden, 2013-2019, januari 2020 (aantal) aantal 1.400 1.180

1.200

1.120

1.000 850

800

600

785

795

795

2015

2016

2017

505

400

200

0

2013

2014

2018

2019

bron: DUO/bewerking OIS

2.2 Merendeel gezinsmigranten doet inburgeringsexamen op A2 niveau Het inburgeringsresultaat verschilt op basis van het jaar dat men inburgeringsplichtig werd (zie figuur 3.2). Van de gezinsmigranten die tussen 2013 en 2016 inburgeringsplichtig werden heeft het merendeel inmiddels voldaan aan de inburgeringsplicht. Van de groepen die in latere jaren inburgeringsplichtig werden is 66% (2017) tot 97% (2019) nog inburgeringsplichtig.

11

Immigratie in het algemeen (ongeacht de reden van immigratie) in Nederland stijgt sinds 2005 (bron: CBS).

20

Onderzoek, Informatie en Statistiek

|

Gezinsmigranten in Amsterdam

Figuur 3.2 Inburgeringsresultaat van Amsterdamse gezinsmigranten, naar jaar dat men inburgeringsplichtig is geworden, januari 2020 (procenten) 100

%

8 8

80

6 5 5

11

20

8 6 3 4

60

32 5 6 3 3

nog inburgeringsplichtig 4 5

66 ontheven

86

97 voldaan: vrijstelling op basis van ander diploma

40 68

67

63

55

voldaan: B2

5

20

voldaan: B1 26

4 11

0

2013 (n=505)

2014 (n=850)

2015 (n=785)

2016 (n=795)

2

voldaan: A2 niveau

2017 2018 2019 (n=795) (n=1.120) (n=1.180)

bron: DUO/bewerking OIS

De meeste gezinsmigranten doen inburgeringsexamen op A2 niveau. Met dit taalniveau voldoet men aan de inburgeringsplicht (zie kader) en kan men gesprekken voeren over alledaagse zaken. Van de groep die in 2013-2016 inburgeringsplichtig is geworden en inmiddels voldaan heeft aan de inburgeringsplicht heeft een klein aandeel examen gedaan op niveau B1 of B2. Niveau B1 is nodig voor toegang tot een mbo 2, 3 of 4 opleiding; niveau B2 is een voorwaarde voor toelating op het hbo of de universiteit. Van de groep die na 2016 inburgeringsplichtig is geworden heeft nog bijna niemand voldaan op B1 of B2 niveau. Vrijstelling op basis van een ander diploma komt relatief vaak voor onder gezinsmigranten die recent (2017 of later) inburgeringsplichtig zijn geworden en dus binnen twee tot drie jaar hebben voldaan aan de inburgeringsplicht. Dit maakt het aannemelijk dat een deel van deze personen al in bezit was van een vrijstelling-gevend diploma (of al bezig met de opleiding) op het moment dat zij inburgeringsplichtig werden. Het zou hier onder andere kunnen gaan om personen met een diploma van het Nederlandstalig onderwijs in Suriname of mensen die al langer in Nederland een opleiding volgden.

21

Onderzoek, Informatie en Statistiek

|

Gezinsmigranten in Amsterdam

Wanneer is aan de inburgeringsplicht voldaan? Er zijn verschillende manieren om aan de inburgeringsplicht te voldoen, namelijk het behalen van het inburgeringsexamen (niveau A2), het behalen van het staatsexamen NT2 (niveau B1/B2) of een vrijstelling op basis van een ander diploma. Zo is men bij het behalen van een Nederlandstalig mbo, hbo of universitair diploma automatisch vrijgesteld van het inburgeringsdiploma. Vanaf 2015 zijn de onderdelen Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM) en Oriëntatie op de Nederlandse Arbeidsmarkt (ONA) verplicht onderdeel van de inburgering. Vanaf oktober 2017 moeten alle inburgeringsplichtigen ook het participatieverklaringstraject doorlopen. Wie krijgt een ontheffing van de inburgeringsplicht? Mensen die wegens ziekte of een handicap niet kunnen inburgeren, kunnen een ontheffing van de inburgeringsplicht krijgen. Mensen die minimaal 600 uur inburgeringscursus en vier examenpogingen hebben gedaan zonder het diploma te halen kunnen een ontheffing krijgen ‘wegens aantoonbaar geleverde inspanningen’. Bron: DUO

2.3 Ruim 1.100 Amsterdamse gezinsmigranten hebben de participatieverklaring ondertekend Vanaf 1 oktober 2017 is het participatieverklaringstraject (PVT) onderdeel van de inburgering. Het PVT bestaat uit een cursus van twee dagdelen en wordt afgesloten met het ondertekenen van de participatieverklaring. De inburgeraar verklaart hiermee de belangrijkste waarden van de Nederlandse samenleving te kennen en te respecteren.12 Sinds de invoering van het PVT tot 1 januari 2020 zijn in totaal 2.230 Amsterdamse gezinsmigranten PVT-plichtig geworden (figuur 3.10). De PVT-plicht gaat in op het moment dat de inburgeringsplichtige wordt ingeschreven bij de gemeente (Basisregistratie Personen). Vanaf dat moment heeft de inburgeraar een jaar de tijd om het PVT af te ronden. Op peilmoment januari 2020 hebben in totaal 1.150 Amsterdamse gezinsmigranten aan de PVT-plicht voldaan (51%). Ruim 60 gezinsmigranten (3%) hebben een ontheffing gekregen op basis van een psychische, verstandelijke of lichamelijke beperking.

12

Het PVT is onderdeel van de inburgering, maar de termijn is korter (één in plaats van drie jaar) en start niet altijd op hetzelfde moment als de inburgeringstermijn. (De PVT-termijn start op het moment dat men zich inschrijft in de BRP van de woongemeente; de inburgeringstermijn op het moment van de Kennisgeving Inburgeringsplicht door DUO). Om deze reden publiceert DUO apart over de voortgang van het PVT en de inburgering en worden deze gegevens ook hier apart besproken.

22

Onderzoek, Informatie en Statistiek

|

Gezinsmigranten in Amsterdam

Fig 3.3 PVT resultaat van Amsterdamse gezinsmigranten naar jaar dat men PVT-plichtig werd, januari 2020 (procenten) 100

% 21

80

60

2

84

voldaan

79

ontheven nog PVT-plichtig

40

77

20

4 16

0

17

2017 2018 2019 (n=155) (n=1.005) (n=1.075) jaar dat men PVT-plichtig werd

bron: DUO/bewerking OIS

Amsterdam telt in januari 2020 bijna 200 gezinsmigranten die de PVT-termijn hebben overschreden, maar bijna alle overschrijdingen zijn beoordeeld als ‘niet verwijtbaar.’ Een enkele keer is de overschrijding wel verwijtbaar bevonden, in dat geval krijgt men een boete. Verwijtbaarheid wordt bepaald op basis van de reden voor overschrijding zoals deze door de gemeente wordt geregistreerd.

2.4 Groepen inburgeringsplichtige gezins- en asielmigranten in Amsterdam ongeveer even groot In de periode 2013-2019 zijn in Amsterdam ook ruim 5.800 asielmigranten inburgeringsplichtig geworden. Van deze groep asielmigranten is in totaal 55% nog inburgeringsplichtig, dit aandeel is ongeveer even groot als het aandeel nog inburgeringsplichtige gezinsmigranten (53%, zie figuur 3.4). Wel krijgen asielmigranten iets vaker dan gezinsmigranten een ontheffing van de inburgeringsplicht (8% versus 3% in Amsterdam). De groep gezinsmigranten die nog bezig is met inburgeren is in Amsterdam dus ongeveer even groot als de groep nog inburgeringsplichtige asielmigranten. De resultaten in Amsterdam komen in grote lijnen overeen met die in heel Nederland. Wel ligt het aandeel gezinsmigranten dat aan de inburgeringsplicht heeft voldaan in Amsterdam iets lager (44%) dan in Nederland (50%). De beschikbare data bevat geen informatie over mogelijke verklaringen voor dit verschil. Wat betreft de verschillen tussen gezins- en asielmigranten zien we in Nederland ongeveer hetzelfde patroon als in Amsterdam.

23

|

Onderzoek, Informatie en Statistiek

Gezinsmigranten in Amsterdam

Fig 3.4 Inburgeringsresultaat van asiel- en gezinsmigranten die tussen 2013 en 2019 inburgeringsplichtig zijn geworden in Amsterdam* en in Nederland, januari 2020 (procenten) 100

% nog inburgeringsplichtig ontheven

80

53

55

45

48

voldaan

60 2

15

3 8

40

20

0

44

gezin (n = 6.030)

50 40

36

asiel (n = 5.810)

Amsterdam

gezin asiel (n = 44.120) (n = 93.495) Nederland

*gegevens zijn een schatting, beschikbare data houden geen rekening met verhuizingen van en naar Amsterdam nadat de inburgeringsplicht is ingegaan. bron: DUO/bewerking OIS

Wat betreft het examenniveau zijn er geen grote verschillen tussen gezins- en asielmigranten. Van de personen die al aan de inburgeringsplicht hebben voldaan is dit voor de meerderheid op A2 niveau (zie figuur 3.5). Wel krijgen gezinsmigranten vaker dan asielmigranten een vrijstelling van de inburgeringsplicht op basis van een ander diploma: 11% tegenover 1%. De asielmigranten voldoen juist vaker aan de inburgeringsplicht op niveau B1 of B2 dan de gezinsmigranten (16% versus 8% van de geslaagde inburgeraars). Deze verschillen zien we ongeacht het jaar waarin men inburgeringsplichtig werd, maar op basis van de beschikbare gegevens is niet duidelijk wat hieraan ten grondslag ligt. In heel Nederland zien we dezelfde patronen als in Amsterdam.

24

|

Onderzoek, Informatie en Statistiek

Gezinsmigranten in Amsterdam

Fig 3.5 Examenniveau van personen in Amsterdam* en Nederland die inburgeringsplichtig werden in 20132019 en aan de inburgeringsplicht hebben voldaan naar type migrant, januari 2020 (procenten) 100

80

%

11

10

4 4

6

9 4 6

6

vrijstelling op basis van ander diploma

7

B2 B1 A2

60

40

82

83

82

84

gezin (n = 2.660)

asiel (n = 2.120)

gezin (n = 21.975)

asiel (n = 37.070)

20

0

Amsterdam

Nederland

*gegevens zijn een schatting, beschikbare data houden geen rekening met verhuizingen van en naar Amsterdam nadat de inburgeringsplicht is ingegaan bron: DUO/bewerking OIS

2.5 Inburgeringstraject gezinsmigranten duurt gemiddeld ruim 2 jaar De gezinsmigranten die tussen 2013 en 2016 inburgeringsplichtig werden en hebben voldaan aan de inburgeringsplicht deden gemiddeld iets meer dan twee jaar over hun inburgering (figuur 3.6, personen die een ontheffing hebben gekregen of een verlenging wegens alfabetisering of bijzondere omstandigheden zoals ziekte zijn hierbij niet meegerekend). Logischerwijs deden mensen die in 2017 of later inburgeringsplichtig werden en al voldaan hebben hier gemiddeld korter over.

25

Onderzoek, Informatie en Statistiek

|

Gezinsmigranten in Amsterdam

Fig 3.6 Gemiddelde tijd tussen kennisgeving en voldoen aan de inburgeringsplicht voor Amsterdamse gezinsmigranten die inburgeringsplichtig werden in 2013-2019 en aan de inburgeringsplicht hebben voldaan*, naar jaar dat men inburgeringsplichtig werd, januari 2020 (maanden) maanden 36

28 26

25 23

24

20

11

12

2 0

2013

2014

2015 2016 2017 jaar dat men inburgeringsplichtig werd

*inclusief examen(onderdelen) op NT2 niveau of vrijstellende diploma’s, exclusief personen die een ontheffing hebben gekregen, of een verlenging wegens alfabetisering of bijzondere omstandigheden zoals ziekte

2018

2019

bron: DUO/bewerking OIS

2.6 Meerderheid gezinsmigranten cohort 2014-2016 kreeg verlenging inburgeringstermijn Inburgeringsplichtigen kunnen om verschillende redenen extra tijd krijgen om in te burgeren. Zo krijgen personen die eerst moeten alfabetiseren maximaal twee jaar extra de tijd. Ook bijzondere omstandigheden zoals ziekte of zwangerschap kunnen recht op een verlenging geven. De duur van de verlenging is afhankelijk van de duur van de bijzondere omstandigheden. Verlengingen komen vrij veel voor. Van de Amsterdamse gezinsmigranten die tussen 2013 en 2016 inburgeringsplichtig werden kreeg ruim 40% (cohort 2013) tot bijna driekwart (cohort 2015) een verlenging (zie figuur 3.7). De groep Amsterdamse gezinsmigranten verschilt hierin weinig van gezinsmigranten in heel Nederland Een verlenging wordt pas toegekend als men tenminste 2,5 jaar inburgeringsplichtig is. Dit is waarschijnlijk de reden dat het aandeel inburgeringsplichtigen met een verlenging nog laag is voor personen die in of na 2017 inburgeringsplichtig zijn geworden.

26

Onderzoek, Informatie en Statistiek

|

Gezinsmigranten in Amsterdam

Fig 3.7 Aandeel Amsterdamse inburgeringsplichtigen dat een of meerdere verlengingen van de driejarige inburgeringstermijn heeft gekregen, naar jaar dat men inburgeringsplichtig werd, januari 2020 %

100

80

74

60

60

54

44

40

40

20 7 3 0

2013

2014

2015 2016 2017 jaar dat men inburgeringsplichtig werd

2018

2019

bron: DUO/bewerking OIS

2.7 Ruim een vijfde van de gezinsmigranten kreeg DUO-boete Personen die niet binnen de vastgestelde termijn voldoen aan de inburgeringsplicht kunnen van DUO een boete opgelegd krijgen. Van de 2.935 gezinsmigranten die tussen 2013 en 2016 inburgeringsplichtig zijn geworden heeft 21% een boete gekregen (stand 1 januari 2020, zie figuur 3.8).

27

|

Onderzoek, Informatie en Statistiek

Gezinsmigranten in Amsterdam

Fig 3.8 Aandeel Amsterdamse gezinsmigranten dat een definitieve* boete opgelegd heeft gekregen voor het verwijtbaar overschrijden van de eerste termijn, naar jaar dat men inburgeringsplichtig werd, januari 2020 (procenten) % 100

80

60

40 27 21

23

20

0

15

2013 2014 2015 2016 jaar dat men inburgeringsplichtig werd

*de inburgeringsplichtige kan nog in bezwaar of beroep gaan tegen de boete

bron: DUO/bewerking OIS

Na het verstrijken van de eerste termijn van drie jaar krijgt de inburgeringsplichtige, na de eventuele boete, een extra termijn van nog eens twee jaar. Als ook na het verstrijken van de extra termijn nog niet aan de inburgeringsplicht voldaan is kan DUO opnieuw een boete opleggen. In totaal heeft DUO aan ruim 50 Amsterdamse gezinsmigranten een boete opgelegd voor het overtreden van de extra termijn. De hoogte van de boete is afhankelijk van het aantal cursusuren dat iemand heeft gevolgd en hoeveel examenpogingen er zijn gedaan. De maximale boete is €1.250. Als de inburgeringsplichtige minstens 300 uur cursus heeft gevolgd en voor alle niet-behaalde examenonderdelen tenminste twee keer een examen heeft gedaan wordt het overschrijden van de inburgeringstermijn beschouwd als niet verwijtbaar en wordt er geen boete opgelegd. Gezinsmigranten krijgen relatief vaak de maximale boete: 44% van alle aan gezinsmigranten opgelegde boetes zijn boetes van €1.250 (zie tabel 3.9). Tabel 3.9 Boetes* (totaal eerste en tweede termijn) aan gezinsmigranten die tussen 2013 en 2019 inburgeringsplichtig zijn geworden in Amsterdam, januari 2020 (aantallen en procenten) €50-249

€250-499

€500-749

€750-999

€1.000-1.249

€ 1.250

totaal

aantal

50

155

60

65

45

295

665

percentage

8%

23%

9%

10%

7%

44%

100%

*personen met meerdere boetes worden meermaals geteld

bron: DUO/bewerking OIS:

28

Onderzoek, Informatie en Statistiek

|

Gezinsmigranten in Amsterdam

Op 1 januari 2020 telt Amsterdam ca. 330 gezinsmigranten van wie de (verlengde) inburgeringstermijn binnenkort verloopt (en die nog niet aan de inburgeringsplicht hebben voldaan). Daarnaast zijn er 540 Amsterdamse gezinsmigranten van wie de inburgeringstermijn over 6 tot 12 maanden verloopt. Mogelijk krijgen deze inburgeringsplichtigen nog wel een verlenging, deze worden pas vanaf zes maanden voor het eind van de inburgeringstermijn toegekend.

2.8 Ruim een kwart van de gezinsmigranten sluit DUO-lening af Inburgeringsplichtigen met een laag inkomen kunnen bij DUO een lening afsluiten van maximaal €10.000 voor de inburgeringscursus en –examens. Van de Amsterdamse gezinsmigranten die tussen 2013 en 2019 inburgeringsplichtig werden heeft 27% een lening afgesloten bij DUO. Van de Amsterdamse asielmigranten heeft 94% een lening afgesloten. Gezinsmigranten moeten de lening altijd terugbetalen; voor asielmigranten die binnen de termijn inburgeren wordt de lening omgezet in een gift.

29

Onderzoek, Informatie en Statistiek

|

Gezinsmigranten in Amsterdam

Deel II In overleg met WPI heeft OIS een enquête opgesteld voor gezinsmigranten met vragen over hun ervaringen rondom de verhuizing naar Nederland, het leven in Amsterdam en de inburgering. In de periode april-mei 2020 zijn alle Amsterdamse gezinsmigranten die na 1 oktober 2017 inburgeringsplichtig zijn geworden schriftelijk uitgenodigd om deel te nemen aan het onderzoek (bron: PVT-registratie WPI). Ruim 500 van de 2.348 uitgenodigde gezinsmigranten hebben de vragenlijst ingevuld. Een volledig overzicht van de werkwijze en de respons is opgenomen in bijlage 2. De vragenlijst is opgenomen in bijlage 5. Wat betreft achtergrondkenmerken vormt de groep respondenten een goede afspiegeling van de populatie gezinsmigranten in Amsterdam. De gegevens uit de enquête zijn waar relevant uitgesplitst naar achtergrondkenmerken. Bij interpretatie van deze resultaten is het belangrijk om rekening te houden met de samenhang tussen deze achtergrondkenmerken. Wanneer we kijken naar de nationaliteit van de van de respondenten zien we de volgende patronen.  Westerse migranten zijn vaker hoogopgeleid, evenals de partner, die vaak goed Nederlands spreekt. In de meeste gevallen zijn er (nog) geen kinderen in het huishouden.

Vaker dan bij niet-westerse migranten komt het voor dat men oorspronkelijk voor werk of studie naar Nederland kwam, hier de partner leerde kennen en vervolgens een partnervisum heeft aangevraagd. In deze gevallen kan het voorkomen dat de respondent langer dan 3 jaar in Nederland woont, maar korter dan 3 jaar inburgeringsplichtig is.  Marokkaanse gezinsmigranten zijn relatief vaak laag opgeleid en dit geldt ook voor de partner die over het algemeen ook een Marokkaanse migratieachtergrond heeft.  Aziatische gezinsmigranten zijn vaak nog maar kort in Nederland als ze inburgeringsplichtig worden. De meerderheid is hoog opgeleid.  Migranten uit Zuid- en Midden-Amerika hebben vaak een partner die goed Nederlands spreekt, ook wanneer de gezinsmigranten niet afkomstig zijn uit Suriname. 13  Migranten uit de overige niet-westerse landen (veelal Afrika en Midden-Oosten) hebben het minst vaak een partner die goed Nederlands spreekt. Vaker dan bij de andere groepen zijn er kinderen in het huishouden. Bijlage 3 bevat een uitgebreid overzicht van de samenstelling van de respondentengroep. Verdiepende interviews In aanvulling op de enquête is met zeven respondenten een verdiepend gesprek gevoerd. De informatie uit deze gesprekken is in het rapport weergegeven in roodomrande kaders. De werkwijze bij de interviews is beschreven in bijlage 2. Bijlage 6 bevat de gebruikte topiclijst.

13

Inwoners van Aruba, Curaçao, Sint-Maarten en Caribisch Nederland hebben geen verblijfsvergunning nodig voor Europees Nederland en zijn niet inburgeringsplichtig (bron: Rijksoverheid).

30

Onderzoek, Informatie en Statistiek

|

Gezinsmigranten in Amsterdam

3 Naar Nederland

3.1 Meeste gezinsmigranten vestigen zich vanuit het buitenland in Amsterdam Voor dit onderzoek zijn alleen gezinsmigranten benaderd die na 1-10-2017 inburgeringsplichtig zijn geworden. Onderstaande tabel laat zien dat de meesten van hen (83%) ook pas na deze datum naar Nederland zijn gekomen. Een deel (12%) woont al langer in Nederland. Het overgrote deel van de respondenten (85%) vestigde zich rechtstreeks vanuit het buitenland in Amsterdam en woont net zo lang in Nederland als in Amsterdam. Tabel 3.1 Hoe lang woont u ongeveer in Nederland? En in Amsterdam? n=504 Nederland (%)

Amsterdam (%)

1 maand of korter

-

-

2-6 maanden

11

11

0,5 - 1 jaar

19

20

1 - 1,5 jaar

16

18

1,5 - 2 jaar

18

19

2 – 2,5 jaar

13

13

2,5 – 3 jaar

7

7

langer dan 3 jaar

12

10

weet niet / geen antwoord

5

2

100

100

totaal

Ruim negen van de tien gezinsmigranten (91%) kwamen naar Nederland om bij hun partner of familie te wonen. Bij een deel van hen speelde (ook) de wens mee om hier te werken (9%) of studeren (5%). Een kleine groep (7%) kwam niet voor de partner naar Nederland, maar bijvoorbeeld voor werk of studie. Dit zijn relatief vaak hoogopgeleiden en/of personen uit westerse landen en migranten die al langer dan drie jaar in Nederland wonen Tabel 3.2 Waarom bent u in Nederland komen wonen? Meerdere antwoorden mogelijk, n=504 (%) % om bij mijn partner, gezin en/of familie te wonen

91

om in Nederland te werken

13

om in Nederland te studeren of stage te lopen

8

ik ben gevlucht

1

anders

3

weet niet / geen antwoord

1

totaal

100

31

Onderzoek, Informatie en Statistiek

|

Gezinsmigranten in Amsterdam

Intensieve voorbereiding op komst naar Nederland Alle zeven geïnterviewde gezinsmigranten kwamen naar Nederland (of bleven hier) om te trouwen of samen te wonen met hun partner. Een van hen was al in Nederland met een ander visum, kreeg een Nederlandse partner en werd daardoor gezinsmigrant. Voor een enkeling die naar Nederland kwam, speelde het een rol dat zij een betere toekomst voor zichzelf en hun partner zagen in Nederland dan in het land waar zij zelf vandaan kwamen. De meeste geïnterviewden moesten het A1-examen doen voordat zij naar Nederland kwamen. Sommigen namen daarvoor les in het herkomstland, anderen bereidden zich met zelfstudie voor op dat examen. Op een enkeling na vonden de meesten het moeilijk om deze eerste Nederlandse basis te leren en niet iedereen haalde het examen in één keer. Dat terwijl sommigen ver moesten reizen naar de Nederlandse ambassade om het examen te doen. De procedure vraagt dus al in het land van herkomst om een grote investering van tijd en soms ook geld. Uit de interviews blijkt dat de gezinsmigranten in de voorbereidingsperiode veel over hebben voor hun komst naar Nederland, omdat men er naar uitkijkt om bij hun partner te kunnen wonen en hun leven hier te beginnen. Hiervoor heb ik geoefend met een docent die 30 jaar in Nederland had gewoond (…). Het was heel moeilijk.

Ik kan geen Engels of Frans (…), maar gelukkig ben ik meteen de eerste keer geslaagd.

Het was moeilijk, dus ik heb het examen drie keer moeten doen. Ik heb les genomen en moest iedere keer voor het examen afreizen naar de hoofdstad.

32

|

Onderzoek, Informatie en Statistiek

Gezinsmigranten in Amsterdam

3.2 Administratieve zaken regelen meestal niet moeilijk tot heel makkelijk Verreweg de meeste gezinsmigranten vinden het niet moeilijk tot heel makkelijk om in Nederland administratieve zaken te regelen, zoals het openen van een bankrekening, of informatie te vinden over de regels in Nederland. Over de belastingaangifte zijn de meningen echter verdeeld: 24% vindt dit heel makkelijk en 28% (heel) moeilijk. Het aandeel gezinsmigranten dat de administratieve zaken (heel) moeilijk vindt loopt uiteen van 8% voor het openen van een bankrekening tot 28% voor de belastingaangifte. Figuur 3.3 Hoe makkelijk of moeilijk zijn de volgende dingen voor u in Nederland? n=504 (procenten)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9920920/1