A - 28 Grond en Ontwikkeling (22) 4. Bijlage PN 2 Nota van beantwoording NvU
Tekst van het document
Behoud en restauratie van het toegangscomplex (1982-1983) van Benthem Crouwel, eventueel door verplaatsing van het complex naar het toekomstige Defensieterrein – codes 1, 9, 12, 124, 125 Het behoud van het toegangscomplex (007) van Benthem Crouwel ter hoogte van de toekomstige fiets- en voetgangersentree staat de herontwikkeling mogelijk in de weg. Onderzocht zal worden of en op welke manier het toegangscomplex verplaatst kan worden naar de toekomstige kazerne of elders op het terrein.
79
Er dient rekening gehouden te worden met het bestaande ontwerp van de buitenruimte uit de jaren zestig – codes 9, 121, 125 Met de nieuwe stedenbouwkundige opzet verandert ook de inrichting van de buitenruimte. Met name bij het stratenpatroon is dit het geval. Dat neemt niet weg dat belangrijke elementen van de huidige terreininrichting als onderdeel zijn meegenomen in de opzet voor de openbare ruimte. Zo worden karakteristieke onderdelen van de huidige boomstructuur, zoals de beeldbepalende iepenrijen langs de kades en de monumentale bomen op de Voorwerf, behouden. Het Marineterrein wordt grotendeels autovrij en de bestrating wordt zoveel mogelijk geminimaliseerd, zodat het beeld van een groen tapijt ook grotendeels overeind blijft.
80
Gemeente Amsterdam
Nr.
Inspraakreactie
Beantwoording
Conclusie
190
Bij de derde bullit staat ‘De toekomst borduurt 2 voort op de geschiedenis van het terrein: innoveren en leren door samenwerken. Bij deze ambitie wordt de aansluiting op het water als onlosmakelijk onderdeel van de geschiedenis van het Marineterrein niet genoemd. Gevraagde actie: (historische) aansluiting op het water als ambitie toevoegen.
De aansluiting van het Marineterrein op het water is onlosmakelijk onderdeel van het karakter van het gebied. Hierop is de tekst van de concept-NvU aangepast.
C
191
De Museumhaven Amsterdam is een erkende culturele instelling en onderdeel van Expeditie Oosterdok. Gevraagde actie: Museumhaven Amsterdam in het rijtje toevoegen.
2
De Museumhaven wordt opgenomen in de opsomming van cultureel-educatieve instellingen zoals Arcam, NEMO, OBA, Het Scheepvaartmuseum en het Conservatorium van Amsterdam.
C
192
Bij de laatste bullit op deze pagina staat ‘Voorstellen worden getoetst aan de zichtlijnen vanuit de grachtengordel als Unesco Werelderfgoed’. Gevraagde actie: Wij vragen ook hier de bufferzone waartoe het Marineterrein en omgeving behoort expliciet op te nemen als toetsingskader
2
Het Marineterrein ligt buiten de bufferzone van B het Unesco Werelderfgoed gebied. Daarnaast ligt het toetsingskader voor hoogbouw vast in de Hoogbouwvisie 2011, die als onderdeel van de structuurvisie 2040 is vastgesteld. Vanuit het project kan dus niet bepaald worden aan welke kaders wordt getoetst.
193
Erfgoedvereniging Heemschut bepleit het behoud van kades en bolders
1
De intentie is ook om deze te behouden.
A
194
Ook bepleiten wij het behoud van de bestaande strakke kades met bolders om het maritiem karakter van het gebied in stand te houden.
9
De intentie is ook om deze te behouden.
A
195
Gemeente heeft adviezen van diverse onder1 zoeken naar de cultuurhistorische, stedenbouwkundige en architectonische waarden op het terrein ter harte genomen. De eeuwenlange scheepsbouw- en militaire geschiedenis van het Marineterrein wordt erkend en de ‘bijzondere enclaveachtige sfeer’’ van het terrein op waarde wordt geschat.
196
Het Marineterrein bevat een aantal monumen9 ten. Het belang van het erfgoed is meegenomen in de planvorming. Extra aandacht vragen wij voor de zeventiende-eeuwse muur die het gebied afsluit (afb. 3). Deze muur creëert beslotenheid en geheimzinnigheid, die de nieuwsgierigheid en fantasie prikkelt. Het gaat dan niet aan deze beslotenheid te doorbreken door deze muur op te delen en hier nieuwe openingen in aan te brengen. Plaats de openingen daar waar de ommuring nu ook al onderbroken is, en tast de zeventiende-eeuwse muur zelf niet verder aan. Deze muur dient als een beschermd monument te worden opgevat en de monumentale poort in het Poortgebouw zou de belangrijkste ingang moeten zijn en blijven. Verderop is er al een ingang voor auto’s. De VVAB ziet dus geen ruimte voor aanpassingen aan de historische muur en evenmin aan het Poortgebouw (003).
D
Zie intro hoofdstuk Erfgoed, pagina 79.
A, B
81
Nota van Beantwoording inspraakreacties Marineterrein
Nr.
Inspraakreactie
Beantwoording
Conclusie
197
Erfgoedvereniging Heemschut vraagt de 1 gemeente om aanpassingen van het middengedeelte van het Voorwerfsgebouw en de historische muur aan de Kattenburgerstraat niet toe te staan.
Zie intro hoofdstuk Erfgoed, pagina 79.
A, B
198
Het Marineterrein en het water eromheen is onderdeel van het historische centrum van Amsterdam. Gevraagde actie: graag in tekst toevoegen: Deze bufferzone – inclusief het water eromheen en de Museumhaven – is beeldbepalend voor het oostelijk deel van de binnenstad. Het open water en de Museumhaven zijn een onderdeel van die kwaliteit. In de alinea over de ontwikkelingen rondom het Marineterrein aan westelijke kant bent u de oprichting in 1985 en inrichting van de Museumhaven vergeten. Gevraagde actie: ontwikkeling en aanwezigheid Museumhaven sinds 1985 toevoegen
2
Het toevoegen van de voorgestelde zinsnede is C te specifiek binnen de hoofdstuk 1.3, getiteld ‘Van enclave naar verbinder’. Omdat het benoemen van het water een terecht punt is, is bij de ambitie opgenomen dat de aansluiting op het water een onlosmakelijk onderdeel is van het karakter van het gebied. Het toevoegen van de ontwikkeling van de Museumhaven sinds 1985 is gedaan bij de opsomming van ontwikkelingen van afgelopen decennia.
199
In de plannen wordt regelmatig gewezen op de maritieme historie van het terrein en dat deze tot uiting moet (blijven) komen in het gebied. Mijn oproep is om dat niet te doen zonder dat er ook oog is voor de donkere kanten van die geschiedenis. Op het Marineterrein werden vroeger oorlogsschepen ter bescherming van de VOC-vloot gebouwd. Dat dit ter ondersteuning van een wereldwijde handel was die niet geheel zonder schuld is, is inmiddels wel duidelijk. Deze schuld is de huidige generatie wellicht niet verwijtbaar, maar hoeft niet onder het kleed geveegd te worden. Enige herinnering in de vorm van bijvoorbeeld een kunstwerk, museum of specifieke straatnamen zou hier op zijn plaats zijn.
12
De maritieme historie van het terrein kent vele E gezichten. Op welke manier deze tot uitdrukking komen in het gebied is, anders dan het voortborduren op het innovatieve karakter, in deze fase van de planvorming nog niet concreet gemaakt. In volgende planfases zal dit verder vorm moeten krijgen. De genoemde suggesties zullen daarbij betrokken worden.
200
Erfgoedvereniging Heemschut is van mening dat de Commandantswoning (001), het Commandantsgebouw (002), het Officiersgebouw (006), de voormalige Scheepstimmerwerkplaats (024), het middengedeelte van het Voorwerfgebouw (003) en de historische muur aan de Kattenburgerstraat tot gemeentelijk monument moeten worden aangewezen.
1
De genoemde gebouwen blijven behouden en zijn opgenomen in de concept-NvU.
201
Erfgoedvereniging Heemschut pleit voor 1 behoud en restauratie van het toegangscomplex (1982-1983) van Benthem Crouwel, eventueel door verplaatsing van het complex naar het toekomstige Defensieterrein en is van mening dat dit gebouw als beeldbepalend met orde 2 gewaardeerd dient te worden.
A, B
Zie intro hoofdstuk Erfgoed, pagina 79. De aanwijzingsprocedure tot gemeentelijk monument volgt een eigen traject.
Zie intro hoofdstuk Erfgoed, pagina 79.
C
Conclusies: A: Inspraakreactie was al opgenomen in de concept-NvU. B: Inspraakreactie leidt niet tot een wijziging in de concept-NvU. C: Inspraakreactie leidt wel tot een wijziging in de concept-NvU. D: Inspraakreactie leidt niet tot een wijziging in de concept-NvU en vraagt niet om een beantwoording. E: Inspraakreactie is niet van toepassing op de concept-NvU. Het onderwerp komt pas aan de orde in een latere planfase, het is te vroeg om daar nu antwoord op te geven.
82
Gemeente Amsterdam
Nr.
Inspraakreactie
Beantwoording
Conclusie
202
Ik onderschrijf voor 100% het uitgangspunt van 121 Erfgoedvereniging Heemschut. Er dient rekening gehouden te worden met het bestaande ontwerp van de buitenruimte uit de jaren zestig
Zie intro hoofdstuk Erfgoed, pagina 79.
A
203
Ik onderschrijf voor 100% het uitgangspunt van 124 Erfgoedvereniging Heemschut, dus: bescherming van de meest bijzondere en meest beeldbepalende gebouwen op het Marineterrein, zodat de historische ontwikkeling van het Marineterrein ook in de toekomst zichtbaar blijft.
De door Erfgoedvereniging Heemschut genoemde gebouwen waarvoor zij het verzoek hebben ingediend om deze tot gemeentelijk monument te verklaren, blijven behouden en zijn opgenomen in de concept-NvU.
A, B
Zie intro hoofdstuk Erfgoed, pagina 79.
Verder is het van belang het toegangscomplex in de Kattenburgerstraat te beschermen. Ook dient er rekening te worden gehouden met het bestaande ontwerp van de buitenruimte uit de jaren zestig. Het open karakter van het Marineterrein dient behouden te blijven. 204
205
Ik onderschrijf voor 100% het uitgangspunt van 125 Erfgoedvereniging Heemschut, dus: bescherming van de bijzonderste en meest beeldbepalende gebouwen op het Marineterrein zodat de historische ontwikkeling van het Marineterrein ook in de toekomst zichtbaar blijft. Bescherming van het toegangscomplex in de Kattenburgerstraat. Verder dient er rekening te worden gehouden met het bestaande ontwerp van de buitenruimte uit de jaren zestig. Het open karakter van het Marineterrein dient behouden te blijven.
De door Erfgoedvereniging Heemschut genoemde gebouwen waarvoor zij het verzoek hebben ingediend om deze tot gemeentelijk monument te verklaren, blijven behouden en zijn opgenomen in de concept-NvU.
Aangaande het behoud van de historische 9 architectuur en kunstwerken onderschrijven wij de zienswijze van de Bond Heemschut, waarbij wij nogmaals willen benadrukken dat het van belang is de beschermwaardige gebouwen ook als beschermde monumenten aan te wijzen.
Zie intro hoofdstuk Erfgoed, pagina 79.
A, B
Zie intro hoofdstuk Erfgoed, pagina 79.
A, B
83
Nota van Beantwoording inspraakreacties Marineterrein
Nr.
Inspraakreactie
206
Uit de concept-NvU: “Onderzocht wordt op welke wijze de muur langs de Kattenburgerstraat opgenomen kan worden in het raamwerk. Eventueel kunnen dichtgemetselde of dichtgezette voormalige openingen worden opengemaakt. In ieder geval zal er een opening gemaakt worden voor een gecombineerde entree voor auto’s en langzaam verkeer.”
Beantwoording 12
Ik wil hier pleiten voor het zoveel mogelijk slechten van de fysieke muur tussen het Marineterrein en de huidige wijk Kattenburg. Het oudste deel van de muur is het overblijfsel van de blinde muren van werfgebouwen die in de jaren zestig zijn gesloopt. De bewuste muren zijn blijven staan omdat dat eenvoudiger was dan het bouwen van een nieuwe afscheiding tussen wijk en defensieterrein. De muur bemoeilijkt de verbinding tussen het Marineterrein en de rest van de stad en in het bijzonder met de wijk aan de andere kant van de Kattenburgerstraat. Allerlei argumenten voor behoud van de muur (‘geheimzinnigheid’ en enclave-gevoel’) zijn wat mij betreft van ondergeschikt belang aan de mogelijkheden het nieuw te ontwikkelen gebied voldoende in te bedden in de stad. Creëer geen eiland op een eiland en haal zoveel mogelijk van deze barrière weg. 207
In de concept-NvU wordt het Wachtgebouw 12 MBK (007) niet als behoudens waardig beschouwd. Dit vroege ontwerp van de gerenommeerde architecten Benthem Crouwel is volgens mij een mooi voorbeeld dat een functioneel utilitair gebouw ook van een zeldzame kwaliteit kan zijn. Veel van dit soort onderschatte bouwwerken verdwijnen maar al te snel bij de herontwikkeling van terreinen zoals het Marineterrein. Het zou een nieuwe openbare functie kunnen krijgen. Bijvoorbeeld een algemeen pakketpunt voor de buurt, waardoor het aantal vervoersbewegingen van bezorgbusjes aanzienlijk zou kunnen afnemen. Ook het Congrescentrum (030) staat niet als behoudenswaardig in de concept-NvU. Dit is nu juist een van de weinige gebouwen op het terrein die door architect De Weger duidelijk ‘onder architectuur’ is ontworpen. Het is een veelzijdig gebouw dat mooi los op het terrein staat en afwijkt van de rest van de bebouwing. Het zou een centrale rol kunnen vervullen in de nieuwe wijk. Met horeca, een bioscoop in de al aanwezige filmzaal en buurtfuncties en voorzieningen in de plint. Het is in de loop der jaren wat verminkt geraakt door verbouwingen, maar kan eenvoudig in oude luister worden hersteld.
Conclusie
De historische muur bestaat uit drie delen: het B Voorwerfgebouw (Rijksmonument), het middendeel – restanten van gebouwen die ooit aan de Kattenburgerstraat hebben gestaan – en het deel aan de noordkant de terreinafscheiding van de kazerne. In de concept-NvU wordt voorgesteld om op een zorgvuldige wijze de nu dichtgezette openingen in het monumentale middelste deel van de muur te openen, zodat meerdere verbindingen tussen de Kattenburgerstraat en het Marineterrein ontstaan. Ter hoogte van de toekomstige auto -entree moet een grotere opening in de muur worden gemaakt. Een terreinafscheiding van de kazerne is nodig vanuit veiligheidsoverwegingen. Extra openingen in de muur zullen bijdragen aan de verbinding met de wijk aan de andere kant van de Kattenburgerstraat. Het slopen van de muur in zijn geheel is niet aan de orde, gezien het cultuurhistorische karakter en de betekenis ervan in de ontwikkeling van het Marineterrein.
Vrijwel alle genoemde beeldbepalende gebouwen zijn opgenomen in het raamwerk van de concept-NvU.
A, B
Zie intro hoofdstuk Erfgoed, pagina 79. Het Congrescentrum (030) is, net als het toegangscomplex, door Monumenten en Archeologie gewaardeerd als Orde 3 (historische gelaagdheid, transformatie). Bij het opstellen van het raamwerk zijn verschillende modellen onderzocht met o.a. het behoud van het gebouw 030. Door specifieke uitgangspunten over de omvang en locatie van de kazerne, de aanvliegroutes voor de helikopter en de afmetingen van het sportveld, is het helaas niet mogelijk gebouw 030 te behouden. Een aantal gebouwen van architect De Weger blijft op het Marineterrein, vooral in de parkzone.
Conclusies: A: Inspraakreactie was al opgenomen in de concept-NvU. B: Inspraakreactie leidt niet tot een wijziging in de concept-NvU. C: Inspraakreactie leidt wel tot een wijziging in de concept-NvU. D: Inspraakreactie leidt niet tot een wijziging in de concept-NvU en vraagt niet om een beantwoording. E: Inspraakreactie is niet van toepassing op de concept-NvU. Het onderwerp komt pas aan de orde in een latere planfase, het is te vroeg om daar nu antwoord op te geven.
84
Gemeente Amsterdam
Nr.
Inspraakreactie
Beantwoording
Conclusie
208
Het kenmerkende, langgerekte Poortgebouw 4 langs de Kattenburgerstraat dateert uit 1655 en bevindt zich op de plek van de oorspronkelijke werven. Het is het enige restant van de Admiraliteitsgebouwen en daarmee een Rijksmonument. Eén van de in 2013 opgestelde uitgangspunten van de bestuursovereenkomst tussen gemeente, Rijksvastgoedbedrijf en Defensie is “een op de 400-jarige historie gebaseerde maritieme beschermende kracht vasthouden en uitwerken”. Het Poortgebouw zou bij uitstek de plek kunnen zijn om deze geschiedenis te laten herbeleven door er een bezoekerscentrum en/of een culturele partner in te laten vestigen. Bij de ontwikkeling van de Voorwerf is het standpunt van Het Scheepvaartmuseum dat een ingang vanuit Oost naar het Marineterrein een belangrijk nieuw toegangsgebied zou kunnen worden. Hiermee zou een verbinding kunnen worden gelegd met het historische pand aan de Kattenburgerstraat en de Commandantswoning. Het plantsoen/ groene gebied zou uitermate geschikt zijn om een vrij toegankelijk boothuis te realiseren waar de geschiedenis en ontwikkeling van de scheepsbouw centraal staat en kan als aanwinst worden beschouwd voor de verlevendiging van het gebied. Hiermee zou een nieuwe culturele bestemming kunnen worden gecreëerd die met de bestaande aantrekkingskracht van Het Scheepvaartmuseum versterkend kan werken voor het gehele gebied.
Daarnaast zou dit een positief effect kunnen hebben op de bezoekersspreiding in de stad Amsterdam.
Het behoud van de Voorwerf (het Poortgebouw B en het groen) is een belangrijk uitgangspunt. Een ingang vanuit de oostkant van Het Scheepvaartmuseum naar het Marineterrein heeft impact op het karakter en het gebruik van de Voorwerf en het Marineterrein als geheel. In een volgende planfase zou onderzocht moeten worden of, en zo ja onder welke voorwaarden een entree aan deze zijde mogelijk is. Om het gebiedsconcept van een innovatief stadskwartier te bewaken en te zorgen voor een passende programmering in de openbare ruimte en de gebouwen (bestaand en nieuw), wordt gestuurd d.m.v. curatorschap. Het is nu niet aan de orde om al vast te leggen welke functies er moeten komen. Het realiseren van bebouwing op de Voorwerf, zoals een voorgesteld boothuis, past niet binnen het uitgangspunt om de landschappelijke kwaliteiten van de Voorwerf te behouden. Ook zal dit een ongewenste vermindering van het verblijfsgroen met zich meebrengen, terwijl het een breedgedeelde wens is om het groen op het Marineterrein uit te breiden.
85
Nota van Beantwoording inspraakreacties Marineterrein
Nr.
Inspraakreactie
Beantwoording
Conclusie
209
De Commandantswoning werd eind jaren zestig 4 gebouwd als een dienstwoning voor de commandant. De architectuur is typerend voor jaren zestig villabouw. Onder het gebouw is een bunker aanwezig. De Commandantswoning is uitermate geschikt om de geschiedenis van de marine levendig te houden door bv. te functioneren als een documentatiecentrum (i.s.m. Marinemuseum Den Helder) met gebruik van oral history. Daarnaast kunnen er kleinschalige evenementen worden georganiseerd. Het museum ziet hiervoor zichzelf een belangrijke rol in programmering en beheer van deze woning. Het Depotgebouw staat direct achter de historische muur die het Marineterrein gedeeltelijk omsluit en werd tussen 1997 en 2003 gebouwd door architect Liesbeth van der Pol op beveiligd terrein van Defensie. In het depot wordt de Rijkscollectie die Het Scheepvaartmuseum beheert, bewaard en er vinden restauratiewerkzaamheden plaats. Voor beide functies geldt dat aan strenge klimatologische eisen moet worden voldaan. Het 90 meter lange gebouw is geheel bekleed met titanium waardoor het gebouw bij veranderende licht- en weersomstandigheden telkens een andere aanblik biedt. In de nieuwe plannen komt het depotgebouw op publiek terrein te staan i.p.v. in Marine/ Defensiegebied.
Het standpunt van Het Scheepvaartmuseum is dat de hierdoor noodzakelijke aanpassingen aan het gebouw op een verantwoorde en veilige wijze moeten gebeuren waarbij rekening wordt gehouden met twee scenario’s: 1. Veiligheid schil om het bestaande Depotgebouw. 2. Transformatie Depotgebouw in publiek domein. 1. Een veiligheidsschil rondom het Depot gebouw heeft als voordeel dat bestaande functies gehandhaafd kunnen blijven en bijhorende kosten laag zullen zijn. Het nadeel is dat een niet-publiek gebouw in publiek domein minder aantrekkelijk is voor de bezoeker. 2. Transformatie van het Depotgebouw als attractief gebouw in publiek domein met behoud functie collectiegebouw. Hiervoor zijn substantiële investeringen nodig die extern gefinancierd dienen te worden. Hiervoor dient eerst onderzoek geïnitieerd te worden. Het grote voordeel is de vorming van een integraal plan dat rekening houdt met de ontwikkeldoelen van de herinrichting van het Marineterrein.
De Commandantswoning blijft behouden. Om het gebiedsconcept van een innovatief stadskwartier te bewaken en te zorgen voor een passende programmering in de gebouwen (bestaand en nieuw), wordt gestuurd d.m.v. curatorschap. Het is nu niet aan de orde om al vast te leggen welke functies er in bepaalde gebouwen moeten komen. Het is evident dat het Depotgebouw in een andere setting komt te liggen dan nu het geval is. Het zou mooi zijn als het in de toekomst een functie krijgt die past bij de openbaarheid van het omliggende terrein, maar dat is aan de eigenaar en huurder van het gebouw om dat te onderzoeken. Het gebouw wordt namelijk niet aan de gemeente of een andere koper overgedragen om te gaan ontwikkelen.
A, E, D
Conclusies: A: Inspraakreactie was al opgenomen in de concept-NvU. B: Inspraakreactie leidt niet tot een wijziging in de concept-NvU. C: Inspraakreactie leidt wel tot een wijziging in de concept-NvU. D: Inspraakreactie leidt niet tot een wijziging in de concept-NvU en vraagt niet om een beantwoording. E: Inspraakreactie is niet van toepassing op de concept-NvU. Het onderwerp komt pas aan de orde in een latere planfase, het is te vroeg om daar nu antwoord op te geven.
86
Gemeente Amsterdam
Nr.
Inspraakreactie
Beantwoording
210
Erfgoedvereniging Heemschut pleit voor 1 behoud van monumentale kunst op het Marineterrein in de vorm van de waterpomp van voor 1902, het herdenkingsmonument voor de Tweede Wereldoorlog (1949), het Baksteen reliëf (1966), de Fontein (1996), en het werk Nasi Goreng (2004)
De genoemde monumentale kunstwerken A bevinden zich binnen de Voorwerf en blijven behouden. Het baksteenreliëf van Jo Klingers en het werk Nasi Goreng bevinden zich in het gebouw 030 dat op termijn gesloopt zal worden. Voor deze kunstwerken is het Rijk verantwoordelijk. Zij volgen daarbij het “Stappenplan voor het behoud van monumentale kunst” van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
211
Op deze plek wordt gesproken over het Marinetterrein als symbool van marine geschiedenis. De directe buurman Museumhaven Amsterdam symboliseert en vertegenwoordigt de maritieme geschiedenis van Nederland evenzeer. Voor wat betreft de relatie van het Marineterrein tot water: ook daar is de Museumhaven een levend symbool van de relatie met het water. Zodra dat symbool – bijvoorbeeld door een brug – door midden gesneden wordt en geen bestaansrecht meer heeft op die plek, is die relatie weg.
2
Conclusie
D
Nota van Beantwoording inspraakreacties Marineterrein
2.5 Impact op de omgeving INTRO
Zorgen door opeenstapeling van overlast – codes 6, 13-16, 19-24, 21, 25, 27, 28, 31, 36, 37, 40, 41, 180 De concept-NvU, onderdeel van de Projectnota, legt alleen de ruimtelijke en programmatische uitgangspunten voor verdere planvorming vast en niet de plannen zelf. Dus bijvoorbeeld wel hoeveel bebouwing en groen er komt, maar niet hoe hoog elk gebouw wordt of hoe het groen eruit komt te zien. Voor de Projectnota vinden al wel onderzoeken op hoofdlijnen plaats om de impact en haalbaarheid van deze uitgangspunten inzichtelijk te maken en daarop gebaseerd nadere keuzes te bepalen. Bij het beoordelen van de impact worden de bestaande omgeving en ontwikkelingen in de omgeving waarvoor plannen zijn vastgesteld meegenomen. Deze onderzoeken richten zich in deze fase op relevante aspecten zoals geluid, luchtkwaliteit, verkeer en bezonning. De resultaten van deze onderzoeken op hoofdlijnen zijn als bijlage bij de Projectnota opgenomen. De definitieve uitkomsten van de onderzoeken volgen als de daadwerkelijke plannen voor de gebouwen gemaakt worden, want dan pas kunnen de definitieve berekeningen gemaakt worden. Er zijn meerdere reacties binnengekomen van omwonenden die zich zorgen maken over een stapeling van effecten door de plannen op en rondom het Marineterein.
Omdat de gemeente verantwoordelijk is voor goede ruimtelijke ordening, is het belangrijk dat al deze plannen en hun effecten in samenhang bekeken en beoordeeld worden. Dit gebeurt aan de hand van onderzoeken die in opdracht van de gemeente gedaan worden voor het nog op te stellen omgevingsplan.
87
Planschade – codes 6, 13-16, 19-24, 27, 28, 31,36, 37, 39, 329 U kunt (financiële) schade hebben als de gemeente een planologisch besluit neemt. Zo’n besluit is meestal een nieuw omgevingsplan of een omgevingsvergunning om af te wijken van een omgevingsplan. In de volgende planfase (de zogeheten ontwerpfase) zal een omgevingsplan worden opgesteld, dus nog voordat er daadwerkelijk nieuwe gebouwen gerealiseerd zullen worden op het terrein. Of u in aanmerking komt voor een vergoeding, hangt van een aantal factoren af. In de huidige fase van de planvorming kan hier nog geen verzoek voor of uitspraak over worden gedaan, omdat er nog geen sprake is van een planologisch besluit. Zie voor meer informatie over het moment en de wijze van het indienen van een verzoek om planschade de website van de gemeente Amsterdam www. amsterdam.nl (voer daar in de zoekbalk de term ‘planschade’ in).
88
Gemeente Amsterdam
Nr.
Inspraakreactie
Code
212
De concept-NvU wordt verder los van andere 6 plannen in de omgeving gepresteerd. Maar die zijn er volop. Hierdoor dreigt serieuze stapeling van overlast voor de Dijksgracht, de Kattenburgerstraat, de Museumhaven en de Piet Heinkade. De gemeente is bijvoorbeeld serieus van plan om in de Dijksgracht Oost een nachtstaling van grote passagiersschepen, een stalling van dekschuiten en overslaghub voor bouwmaterialen te realiseren. Ook het besluit van de Rijksoverheid tot de aanleg van een hoogfrequent spoor is niet in de concept-NvU betrokken. De extra treinen die met een hogere snelheid gaan rijden zullen eveneens voor veel geluidsoverlast zorgen. In de concept-NvU wordt gesteld dat de toename van het autoverkeer in de Kattenburgerstraat beperkt zal blijven. Maar er is nergens te lezen of hierbij ook rekening wordt gehouden met de bezoekers die het terrein zonder meer zal aantrekken. De geplande parkeergarage die deels door defensie zal worden gebruikt lost dit niet op. Nu al staat de Kattenburgerstraat vaak helemaal vol geparkeerde auto’s. Wij voorzien wel degelijk een toenemende verkeers- en parkeerdruk en stankoverlast op de Kattenburgerstraat, de Dijksgracht en de Piet Heinkade. Er dienen vooraf concrete maatregelen te worden genomen om dit tegen te gaan.
Gezamenlijk leiden deze plannen tot een opeenstapeling van (geluidsoverlast) voor de omliggende buurten én de toekomstige bewoners van het Marineterrein. Wij verwachten dat de gemeente in samenwerking met o.a. ProRail zorgt voor geluid beperkende maatregelen als een geluidsbeperkende scherm langs het spoor aan de Dijksgracht West en verplaatsen van de stalling en HUB van de Dijksgracht Oost naar een beter geschikt water. Ook dringen wij erop aan dat er op basis reële geluidsmetingen wordt gewerkt en niet op basis van pro forma berekeningen. En dat de toekomstige verkeersstromen (auto’s en langzaam verkeer) in de straten om het Marineterrein op basis van realistische modellen berekend worden.
Beantwoording
Conclusie
Zie intro hoofdstuk Impact op de omgeving, pagina 87.
A, B, E
Uit het verkeersonderzoek blijkt dat door het autogebruik te ontmoedigen en de ontsluiting voor fiets en voetgangers te versterken, de toename van het autoverkeer in de Kattenburgerstraat beperkt zal blijven.
89
Nota van Beantwoording inspraakreacties Marineterrein
Nr.
Inspraakreactie
213
Code
Beantwoording
Conclusie
De bewoners van de Piet Heinkade, de 6 Kattenburgerstraat en de Dijksgracht hebben allen te maken met een stapeling van overlastgevers, zoals de geplande verdubbeling van het treinverkeer van het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer, de toename van het autoverkeer (als gevolg van het autoluw maken van binnenstad) en toenemende parkeerdruk. De Dijksgracht, de Kattenburgerstraat en de Piet Heinkade krijgen daarnaast ook te maken met afzonderlijke additionele overlast. Voor de Dijksgracht gaat het onder meer om een sterkte toename van het aantal schaduwuren (nadelig voor zonnepanelen) en geluids- en lichtoverlast door het geplande sportveld (met lichtmasten). Ook de bewoners van de Kattenburgerstraat vrezen een toename van het aantal schaduwuren. Voor de Piet Heinkade gaat het om een ernstige beperking van het uitzicht, trams, de overlast van de cruiseschepen en de rivierboten met de geplande verzamelplek voor de transferbussen (Zouthaven). Dit alles kan tot aanzienlijke planschade leiden. Ook hiervoor vragen wij aandacht.
Zie intro hoofdstuk Impact op de omgeving, pagina 87.
B, E
214
Een opeenstapeling van overlast voor de 31 omliggende buurten én de toekomstige bewoners van het Marineterrein. Plan om in de Dijksgracht Oost een nachtstaling van grote passagiersschepen, een stalling van dekschuiten en een overslag voor bouwmaterialen te realiseren.
Zie intro hoofdstuk Impact op de omgeving, pagina 87.
B
215
De aanleg van brede houten kades langs de huidige kade van het Marineterrein is een sympathiek idee. De schets lijkt een breedte aan te geven die in de doorvaarroute uitkomt. De havenliggers van de Museumhaven willen graag aandacht vragen voor de geluidshinder die de huidige recreatie op het Marineterrein op warme, lange en alcohol doordrongen zomeravonden en – nachten met zich meebrengt. Water draagt geluid. Gevraagde actie: bij de inrichting van de kade langs het Oosterdok rekening te houden met de mogelijke (geluid)overlast voor de bewoners van de Museumhaven.
Met de inrichting van het Marineterrein blijft de B, E doorvaartbreedte van het omliggende vaarwater ongewijzigd. Er is alleen een steiger gepland in het water van de binnenhaven, waar nu ook (op eigen risico) gezwommen wordt. Overlast van drukte op het Marineterrein is en blijft een aandachtspunt waar als nodig op gehandhaafd wordt.
2
Conclusies: A: Inspraakreactie was al opgenomen in de concept-NvU. B: Inspraakreactie leidt niet tot een wijziging in de concept-NvU. C: Inspraakreactie leidt wel tot een wijziging in de concept-NvU. D: Inspraakreactie leidt niet tot een wijziging in de concept-NvU en vraagt niet om een beantwoording. E: Inspraakreactie is niet van toepassing op de concept-NvU. Het onderwerp komt pas aan de orde in een latere planfase, het is te vroeg om daar nu antwoord op te geven.
90
Gemeente Amsterdam
Nr.
Inspraakreactie
Code
Beantwoording
Conclusie
216
Een opeenstapeling van overlast voor de omliggende buurten én de toekomstige bewoners van het Marineterrein. Het geplande Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS) van ProRail met meer personen en goederentreinen en een snelheidsverhoging van 40 naar 60 km. Dijksgracht en de Piet Heinkade, de hogere frequentie en snelheden van het personen en goederenvervoer op het spoor gaan door geluidsreflectie van de gevels aan de Dijksgrachtkade zonder maatregelen van ProRail en het Marineterrein voor nog meer geluidsoverlast zorgen op de Dijksgracht en de Piet Heinkade. Meer treinen. Reizigers moeten elke tien minuten een trein kunnen nemen tussen de grote steden in de Randstad. Ook voor het goederenvervoer komt meer ruimte. Zo verbinden we Amsterdam met de rest van Nederland, en Nederland met de rest van Europa. Hogere snelheid. De snelheid die de treinen op de verschillende deeltrajecten kunnen rijden wordt verhoogd. Om het toekomstig spoorgebruik te faciliteren worden de sporen en wissels de Dijksgracht aangepast. Ook wordt de snelheid van 40 naar 60 km/u verhoogd om een vlottere doorstroming van het treinverkeer mogelijk te maken. De meest noordelijke sporen zullen daarbij recht worden getrokken en iets noordelijker komen te liggen dan nu het geval is.
Momenteel wordt onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheden en de effecten van een lagere rijsnelheid van goederentreinen in de nachtperiode. Ook wordt bezien welke effect de onderhoudstoestand van de goederentreinen heeft op de hinder door trillingen
31
Zie intro hoofdstuk Impact op de omgeving, pagina 87.
A, B, E
91
Nota van Beantwoording inspraakreacties Marineterrein
Nr.
Inspraakreactie
Code
217
Ik maak bezwaar tegen de stapeling van 25 overlast die voortkomt uit de gemeentelijke plannen voor het Marineterrein, de Dijksgracht Oost en het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer waar ProRail aan werkt. Dit betekent in de praktijk voor mijn huishouden namelijk een gigantische toename aan geluidsoverlast van allerlei bronnen en richtingen: Dit geldt al in het algemeen voor de Dijksgracht West, maar als bewoners op nr. 24 krijgen wij een gigantische stapeling voor onze kiezen. We wonen naast de geluid producerende spoortunnel, het dichtst bij waar de overslaghub gaat komen (en dat zijn geen matrassen die worden overgeslagen), tegenover het Marinegebouw dat het geluid van het door HFS toenemend aantal treinen nog eens weerkaatst, naast de Mariniersbrug waar veel verkeer passeert en precies tegenover waar het sportveld gepland is.
Beantwoording
Conclusie
Zie intro hoofdstuk Impact op de omgeving, pagina 85.
B, E
Zie intro hoofdstuk Impact op de omgeving, pagina 87.
B, E
Nu al liggen wij in het lawaaierigste stukje van de Dijksgracht en de plannen in de concept-NvU veroorzaken voor ons ernstige éxtra stapeling van overlast. Nu al zijn geluid beperkende maatregelen op zijn plaats als het plaatsen van een geluidsbeperkend scherm langs het spoor aan de Dijksgracht West en verplaatsen van de rondvaartboten nachtstalling en plannen voor een industriële overslag hub op de Dijksgracht Oost naar een beter geschikt water. Ik maak nadrukkelijk bezwaar tegen de huidige plannen en wil de Zienwijze Omliggende Buurten als alternatief aandragen. 218
Daarbij komt dan nog de weerkaatsing van het 37 geluid van de treinen dat met de huidige ProRail-voorstellen voor Programma Hoogfrequent Spoorvervoer sterk zal toenemen. De te verwachten extra reflectie van het spoorgeluid kan deels tenietgedaan worden als de gevels van de geplande bebouwing aan de Dijksgrachtkade terugwijken met een hoek van circa 20°. Bij deze doe ik dan ook een dringend verzoek om het positieve effect van terugwijkende gevels te laten evalueren door experts op dit vakgebied.
Conclusies: A: Inspraakreactie was al opgenomen in de concept-NvU. B: Inspraakreactie leidt niet tot een wijziging in de concept-NvU. C: Inspraakreactie leidt wel tot een wijziging in de concept-NvU. D: Inspraakreactie leidt niet tot een wijziging in de concept-NvU en vraagt niet om een beantwoording. E: Inspraakreactie is niet van toepassing op de concept-NvU. Het onderwerp komt pas aan de orde in een latere planfase, het is te vroeg om daar nu antwoord op te geven.
92
Gemeente Amsterdam
Nr.
Inspraakreactie
Code
Beantwoording
Conclusie
219
Ik maak bezwaar tegen de wijze waarop de verwachte overlast nu veel te rooskleurig en eenzijdig (zonder meenemen andere projecten) wordt ingeschat. Ik wil dat de verwachte stapeling van overlast (geluidstoename, verkeersstromen, zonurenverlies, sportlicht overlast) berekend wordt op basis van realistische metingen en modellen. En dat daarbij de weerkaatsende eigenschappen van het water van zowel licht als geluid op realistische wijze wordt meegenomen, alsook de sterkte en de impact van onderwatergeluid.
25
Zie intro hoofdstuk Impact op de omgeving, pagina 87.
B, E
220
Tenslotte maak ik bezwaar tegen de stapeling van overlast die voortkomt uit de gemeentelijke plannen voor het Marineterrein, de Dijksgracht Oost en het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer waar ProRail aan werkt.
13, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 27, 28, 21, 36, 37
Zie intro hoofdstuk Impact op de omgeving, pagina 87.
B, E
221
Gezien de negatieve gevolgen van het 14, 15, Zie intro hoofdstuk Impact op de omgeving, voorgestelde stedenbouwkundig plan voor het 16, 329 pagina 87. uitzicht vanuit het appartement en de financiële schade door waardedaling: - Dienen wij zo nodig een planschadeclaim in - Zullen wij bij doorgang van de plannen in elk geval een claim bij de gemeente neerleggen voor de te veel betaalde erfpacht op basis van de – nog door deskundigen vast te stellen waardedaling (hier zit nog een uitgebreide toelichting bij in de zienswijze zelf)
B, E
222
Tot slot vragen wij de gemeente om toevoeging 14, 15, aan de concept-NvU: 16 - Een onderzoek naar de stapeling van overlast door afzonderlijke belastende maatregelen op en rond het Marineterrein
A, B, E
Kortom de in de concept-Nota van Uitgangspunten gepresenteerde plannen leiden voor mijn huishouden tot duidelijke planschade. Ik verzoek u dringend hiermee rekening te houden.
Zie intro hoofdstuk Impact op de omgeving, pagina 87.
93
Nota van Beantwoording inspraakreacties Marineterrein
Nr.
Inspraakreactie
Code
Beantwoording
Conclusie
223
Tot slot vragen wij de gemeente om toevoeging aan de concept-NvU: - In dat onderzoek de relatie te leggen tussen toenemende verkeersbewegingen vanuit het plan Marineterrein en de overlast door het extra treinverkeer (PHS), de verkeersmaatregelen (Piet Heinkade/Kattenburgerkade) en de passagiersterminal (incl. busterminal en transferpunt Zouthaven) - Te rapporteren over dit totaal aan effecten voor de omgeving en een relatie te leggen met het af te sluiten geluidsimpact. De concept-NvU wordt ten onrechte los van andere grote plannen in de omgeving gepresenteerd. Maar die belastende ontwikkelingen zijn er volop. Hierdoor ontstaat een serieuze stapeling van overlast voor de bewoners van de Piet Heinkade, Dijksgracht en de Kattenburgerstraat. De bewoners van de Piet Heinkade, de Kattenburgerstraat en de Dijksgracht hebben allen te maken met een stapeling van overlastgevers, zoals de geplande verdubbeling van het treinverkeer voor personenvervoer, de verdubbeling van het aantal goederentreinen, de hogere snelheden van de treinen, treinverkeer dichterbij de woningen, bekendgemaakt in het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer Amsterdam Centraal, het Tracébesluit, ook bekend onder de naam PHS programma, de toename van het autoverkeer (als gevolg van het autoluw maken van binnenstad en herinrichting van de Prins Hendrikkade), de toenemende parkeerdruk.
Voor de Piet Heinkade gaat het niet alleen om de ernstige aantasting en beperkingen van het uitzicht, maar ook over de toenemende overlast van het steeds drukkere autoverkeer (de Piet Heinkade als hoofdcorridor het afvoerputje van het centrum), overlast van het spoorviaduct Kattenburgerstraat, de overlast van de trams, de cruiseschepen en de rivierboten met de verzamelplek voor de transferbussen in de Zouthaven. De gemeente is bijvoorbeeld ook nog serieus van plan om in de Dijksgracht Oost een nachtstalling te realiseren van grote passagiersschepen, een stalling van dekschuiten en overslaghub voor bouwmaterialen. Gezamenlijk leiden deze plannen tot een opeenstapeling van (stankoverlast, kankerverwekkend fijnstof en geluidsoverlast) voor de omliggende buurten én de toekomstige bewoners van het Marineterrein. Uit recent onderzoek van onder meer de GGD blijkt dat de stapeling van alle overlast steeds vaker leidt tot serieuze gezondheidsklachten vanwege bijvoorbeeld de geluidsverstoringen in de nacht, het aantal slaap verstoorden neemt ieder jaar toe. Structureel gestoorde nachtrust leidt tot gezondheidsklachten in de vorm van hartklachten maar ook tot psychische klachten, zoals depressies. Ook hiervoor vragen wij in deze zienswijze aandacht.
We verwijzen hierbij naar het recente onderzoek naar de stapeling van Geluid en Trillingen, de negatieve gevolgen van de stapeling van overlast-gevers, hetgeen ook van belang is bij nieuwbouwprojecten (Afdoening motie 991 en onderzoek spoorviaduct Kattenburgerstraat), de gemeente Amsterdam, wethouder Egbert J. de Vries, wethouder Verkeer en Vervoer, Water en Luchtkwaliteit, d.d. 1 december 2021) In de concept-NvU ontbreekt verwijzing naar het onderzoek en de voorgestelde maatregen rond een ‘geluidspact’ die in de brief van 1 december 2021 worden benoemd.
14, 15, 16
Zie intro hoofdstuk Impact op de omgeving, pagina 87.
A, B, E
Conclusies: A: Inspraakreactie was al opgenomen in de concept-NvU. B: Inspraakreactie leidt niet tot een wijziging in de concept-NvU. C: Inspraakreactie leidt wel tot een wijziging in de concept-NvU. D: Inspraakreactie leidt niet tot een wijziging in de concept-NvU en vraagt niet om een beantwoording. E: Inspraakreactie is niet van toepassing op de concept-NvU. Het onderwerp komt pas aan de orde in een latere planfase, het is te vroeg om daar nu antwoord op te geven.
94
Gemeente Amsterdam
Nr.
Inspraakreactie
224
Code
Beantwoording
Conclusie
De gemeente geeft met de herontwikkeling van 37, 39 het Marineterrein conform de concept-NvU de facto een geheel andere bestemming aan het Marineterrein. Het Marineterrein wordt na de herontwikkeling conform de concept-NvU een mix van woningen, bedrijven en kenniscentra hetgeen inhoudt dat er feitelijk een nieuwe bestemming aan het Marineterrein wordt gegeven. Deze nieuwe bestemming voor het Marineterrein was vooraf in 2006, bij de aankoop van ons woonschip aan Dijksgracht 21 door ondergetekende niet te voorzien. Het ontbreken van het bestemmingsplan blijkt uit de Principenota, juli 2017. In artikel 4.1.1 wordt uitleg gegeven over het juridisch-planologisch kader: “De inzet is om het project in al zijn facetten zo innovatief mogelijk in te richten. Het ontbreken van een bestemmingsplan geeft ruimte om in de huidige overgangsfase te experimenteren met tijdelijk gebruik. Voor de definitieve ontwikkeling zijn er mogelijkheden om te experimenteren met de gemeentelijke Omgevingsvisie.” Ondergetekende doet op grond van bovenstaande zwaarwegende negatieve gevolgen van de nieuwe bestemming tevens een beroep op planschade gezien de vaste rechtspraak van de afdeling van de Raad van State.
Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 12 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:402) geldt dat er sprake is van planschade indien de belangen van belanghebbenden feitelijk en aantoonbaar worden geschaad door een niet-voorziene wijziging van het bestemmingsplan.
Zie intro hoofdstuk Impact op de omgeving, pagina 87.
B, E
225
Tenslotte maak ik bezwaar tegen de stapeling van overlast die voortkomt uit de gemeentelijke plannen voor het Marineterrein, de Dijksgracht Oost en het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer waar ProRail aan werkt.
13, 20, 21, 22, 23, 24, 27, 28, 36, 37
Zie intro hoofdstuk Impact op de omgeving, pagina 87.
B, E
226
Het voorgestelde stedenbouwkundig plan 37, 39 heeft diverse negatieve gevolgen voor het woonschip aan de Dijksgracht 21 te Amsterdam. Zoals de financiële schade door verminderde opbrengst van de zonnepanelen, hogere stookkosten in de wintermaanden door verminderde bezonning en waardedaling door toename van geluidsoverlast. Kortom de in de concept-Nota van Uitgangspunten gepresenteerde plannen leiden voor mijn huishouden tot aanzienlijke planschade. Zo nodig dien ik een planschadeclaim in.
Zie intro hoofdstuk Impact op de omgeving, pagina 87.
B, E
95
Nota van Beantwoording inspraakreacties Marineterrein
Nr.
Inspraakreactie
227
Code
Beantwoording
Conclusie
Persoonlijk krijg ik er overlast van: door de 37, 39 bouw krijg ik een hoge muur om tegen aan te kijken en een verhoging van de geluidsoverlast. Toen in de 90er jaren het gebouw werd geplaatst tegenover mijn schip zorgde dat voor een enorme verhoging van het geluidsniveau. Wat er nu komt zal zeker weer voor meer geluid zorgen. Bovendien krijgen de geplaatste zonnepanelen bijna de hele winter geen zon, daar gaat mijn duurzaamheid.
Zie intro hoofdstuk Impact op de omgeving, pagina 87.
B, E
228
Als bijvoorbeeld Superman onze Femke onder 40 de arm mee zou nemen voor een vlucht vanuit de lucht over dit terrein en de omliggende omgeving in de toekomst, waarin de plannen zoals die er nu voor liggen in het concept zijn uitgevoerd, dan is dit plaatje in de toekomst bijna een ware nachtmerrie voor bijvoorbeeld bewoners aan de Dijksgracht. Aangezien er reeds hoge bebouwing aanwezig is aan de andere zijde van het treinspoor aan de Piet Heinkade, en ook hoge bebouwing aan de zijde van het Marineterrein betekend dit een ware echoput.
Zie intro hoofdstuk Impact op de omgeving, pagina 87.
B, E
229
Hoge gebouwen weerkaatsen ook het geluid van het spoor. Het geluid is nu draaglijk, maar wel aanwezig. Toename van het geluid door de weerkaatsing en door de plannen die ProRail aan het realiseren is om de frequentie van het treinverkeer substantieel te verhogen lijkt mij vreselijk. Ik begrijp dat een stadsbewoner omgevingsgeluid moet accepteren, maar iedereen weet dat het elastiekje niet eindeloos uitgerekt kan worden. Daarom zijn er normen vastgesteld. Ik heb begrepen dat de norm 55 DB is, dat we nu al met 60-69 DB (gemeten in 2016) boven de norm zitten, maar er nog veel verder bovenuit gaan komen als het treinverkeer intensiveert en wij een klankkast krijgen door hoge gebouwen aan de overkant.
41
Zie intro hoofdstuk Impact op de omgeving, pagina 87.
B, E
230
Ook maak ik bezwaar tegen de ligging van het 37 geplande sportveld van Defensie, dat met name in de avonduren bij de voorziene publieke openstelling tot geluidsoverlast zal geven. En tevens zal leiden overlast van de lichtmasten die om dit veld worden geplaatst. Ik vraag bij deze om grondige simulaties van de te verwachten licht- en geluidsoverlast van het geplande sportveld voor zowel mijn woonadres Dijksgracht 21, de overige bewoners van de Dijksgracht als de toekomstige buren op het Marineterrein. Ik vrees namelijk dat de geplande U-vormige hoogbouw rond het sportterrein een echoput zal vormen die de geluidsoverlast gebundeld over de Dijksgracht zal weerkaatsen.
Zie intro hoofdstuk Impact op de omgeving, pagina 87.
B, E
Conclusies: A: Inspraakreactie was al opgenomen in de concept-NvU. B: Inspraakreactie leidt niet tot een wijziging in de concept-NvU. C: Inspraakreactie leidt wel tot een wijziging in de concept-NvU. D: Inspraakreactie leidt niet tot een wijziging in de concept-NvU en vraagt niet om een beantwoording. E: Inspraakreactie is niet van toepassing op de concept-NvU. Het onderwerp komt pas aan de orde in een latere planfase, het is te vroeg om daar nu antwoord op te geven.
96
Gemeente Amsterdam
Nr.
Inspraakreactie
Code
Beantwoording
Conclusie
231
Op dit moment loopt de Voorwerf in de zomer 12 regelmatig over met massa’s mensen en moeten beveiligers en politie de orde handhaven. Daarbij worden zo nu en dan de huidige bewoners van Kattenburg opgescheept met de overlast. Een overvloed aan foutgeparkeerde fietsen en deelscooters, afval in de perken en geluidsoverlast van dronken bezoekers die de poort worden uitgezet. Bedenk van tevoren hoe deze overlast door middel van een doordachte inrichting van het gebied voorkomen kan worden.
Alhoewel het gedrag van mensen maar deels B beïnvloedbaar is door de inrichting, houden we met de uitwerkingen van de plannen wel rekening met voldoende voorzieningen, zoals voor b.v. het parkeren van fietsen. Het park wordt aanzienlijk vergroot.
232
Ook maak ik bezwaar tegen de ligging van het 14, 15, geplande sportveld van Defensie, dat met name 16 in de avonduren tot geluidsoverlast zal leiden tot en overlast van de lichtmasten die om dit veld worden geplaatst.
De gekozen locatie voor het sportveld van B, E Defensie moet voldoen aan twee eisen: het sportveld moet direct naast de kazerne liggen en als landingsplek kunnen dienen voor een Defensie-helikopter. De ligging aan de Dijksgracht voldoet aan beide uitgangspunten. De aanvliegroute van de helikopter vanuit de Dijksgrachtzijde is de meest optimale. De impact van nieuwe ontwikkelingen op d e omgeving wordt bij de voorbereiding van ruimtelijke plannen door middel van onderzoek op de relevante aspecten (geluid, verkeer) inzichtelijk gemaakt. De concept-NvU legt de ruimtelijke en programmatische uitgangspunten voor verdere planvorming vast. Voor de Projectnota vinden de onderzoeken plaats om de haalbaarheid van deze uitgangspunten inzichtelijk te maken en daarop gebaseerd nadere keuzes te bepalen. Deze onderzoeken zullen in definitieve vorm worden geleverd in het kader van het nog op te stellen omgevingsplan.
233
Ook maak ik bezwaar tegen de ligging van het 13, 20, geplande sportveld van Defensie, dat met name 21, 22, in de avonduren tot geluidsoverlast zal leiden 23, 24, en tot overlast van de lichtmasten die om dit 27, 28, veld worden geplaatst. 31, 32, 36, 37, 38, 39
De gekozen locatie voor het sportveld van B, E Defensie moet voldoen aan twee eisen: het sportveld moet direct naast de kazerne liggen en als landingsplek kunnen dienen voor een Defensie-helikopter. De ligging aan de Dijksgracht voldoet aan beide uitgangspunten. De aanvliegroute van de helikopter vanuit de Dijksgrachtzijde is de meest optimale. De impact van nieuwe ontwikkelingen op de omgeving wordt bij de voorbereiding van ruimtelijke plannen door middel van onderzoek op de relevante aspecten (geluid, verkeer) inzichtelijk gemaakt. De concept-NvU legt de ruimtelijke en programmatische uitgangspunten voor verdere planvorming vast. Voor de Projectnota vinden de onderzoeken plaats om de haalbaarheid van deze uitgangspunten inzichtelijk te maken en daarop gebaseerd nadere keuzes te bepalen. Deze onderzoeken zullen in definitieve vorm worden geleverd in het kader van het nog op te stellen omgevingsplan.
Zie intro hoofdstuk Openbare ruimte, pagina 48.
97
Nota van Beantwoording inspraakreacties Marineterrein
Nr.
Inspraakreactie
Code
Beantwoording
Conclusie
234
De aanleg van brede houten kades langs de huidige kade van het Marineterrein is een sympathiek idee. De schets lijkt een breedte aan te geven die in de doorvaarroute uitkomt. De havenliggers van de Museumhaven willen graag aandacht vragen voor de geluidshinder die de huidige recreatie op het Marineterrein op warme, lange en alcohol doordrongen zomeravonden en - nachten met zich meebrengt. Water draagt geluid. Gevraagde actie: bij de inrichting van de kade langs het Oosterdok rekening te houden met de mogelijke (geluid)overlast voor de bewoners van de Museumhaven.
2
De doorsnede op pagina 82 in de concept-NvU B, E is een doorsnede in de kom van de binnenhaven. De daarin getekende steiger ligt dus in de binnenhaven en komt niet langs of in de doorvaartroute van het Oosterdok. Het Marineterrein is echter een aantrekkelijke ontmoetingsplek midden in het centrum van de stad die nu en vooral in de zomer veel bezoekers trekt. Met de transformatie worden op het terrein ook een groot aantal woningen gerealiseerd. Uiteraard is het een gedeeld belang van de Museumhaven en de nieuwe bewoners en bedrijven van het gebied om overlast zoveel mogelijk wordt tegengegaan. Overlast door drukte op het Marineterrein is en blijft een aandachtspunt waar als nodig op gehandhaafd wordt.
235
Te verwachten geluids- en lichtoverlast in de 31 avonduren bij de publieke avond openstelling van het Defensie sportterrein voor de toekomstige bewoners van het Marineterrein en de woonschepen op de Dijksgracht. Er zijn in Nederland voorbeelden genoeg die laten zien wat een sportveld aan overlast kan geven voor omwonenden. Het gebruik van het sportveld geeft geen overlast. Avond openstelling na 17:00 zal zeker geluidsoverlast en lichtoverlast van de lichtmasten geven die dan in de donkere maanden van het jaar aan zullen staan.
Zie intro hoofdstuk Impact op de omgeving, pagina 87.
B, E
236
En tel daarbij op het geplande sportveld van 41 Defensie, dat met name in de avonduren tot geluidsoverlast zal leiden tot en overlast van de lichtmasten die om dit veld worden geplaatst.
Zie intro hoofdstuk Impact op de omgeving, pagina 87.
B, E
Conclusies: A: Inspraakreactie was al opgenomen in de concept-NvU. B: Inspraakreactie leidt niet tot een wijziging in de concept-NvU. C: Inspraakreactie leidt wel tot een wijziging in de concept-NvU. D: Inspraakreactie leidt niet tot een wijziging in de concept-NvU en vraagt niet om een beantwoording. E: Inspraakreactie is niet van toepassing op de concept-NvU. Het onderwerp komt pas aan de orde in een latere planfase, het is te vroeg om daar nu antwoord op te geven.
98
Gemeente Amsterdam
Nr.
Inspraakreactie
237
Bij deze wil ik mijn onvrede uiten over de 180 plannen die gemaakt zijn met betrekking tot de toekomst van het Marineterrein Amsterdam. In mijn ogen is dit, op de zomerdagen na, de enige rustige plek in Amsterdam Centrum. Dat maakt dat dit de enige plek is waar ik naar toe ga, binnen het centrum, voor mijn rust. Volgens de conceptnota komen er 800 woningen bij van ongeveer 70-75m2. Hieruit kunnen we concluderen dat er 1.600 mensen komen te wonen, wat nog een lage schatting is voor Amsterdamse begrippen (zie link 1 CBS). Met de komst van deze hoeveelheid mensen is de rustige oase die het Marineterrein nu is uiteraard niet meer te bewaren. Hierbij laat ik de te verwachte arbeiders en studenten nog buiten beschouwing. De volgende quote uit de concept-nota is daarom zwaar misplaatst; ‘Het Marineterrein is en blijft een groene plek te midden van de drukte van de stad, een plek om op adem te komen en te ontspannen.’ Daarnaast lees ik in de concept-nota het volgende. ‘...is het park daarnaast de ideale plek voor wie verkoeling zoekt op warme dagen en diverse vormen van waterrecreatie wil beoefenen.’ De schrijvers van deze nota zijn duidelijk nog nooit op een warme dag op het Marineterrein geweest. Op deze dagen is er letterlijk geen plek meer te vinden, de gemeente zou dit moeten, zeker na de afgelopen twee zomers waarin een anderhalve meter samenleving is toegepast.
Dit laat zien dat de huidige plannen geschreven zijn door mensen die niet bekwaam zijn dit te doen of, en hoogstwaarschijnlijk, de concept-nota een simpel verkooppraatje is waar oprechtheid ontbreekt. Om deze redenen ben ik tegen het huidige plan dat gemaakt is voor de toekomst van het Marineterrein Amsterdam.
Code
Beantwoording
Conclusie
Zie intro hoofdstuk Stedenbouwkundig raamwerk, pagina 24. Zie intro hoofdstuk Impact op de omgeving, pagina 87.
B, D
Het huidige gebruik van het Marineterrein op warme zomerse dagen is bij de opstellers van de concept-NvU uiteraard bekend. Met de voorgenomen uitbreiding van het park op het terrein wordt meer recreatieve ruimte geboden aan de bewoners en bezoekers van het centrum.
99
Nota van Beantwoording inspraakreacties Marineterrein
Nr.
Inspraakreactie
Code
238
Wij schrikken op een aantal plekken van de 13, 20, voorgestelde bouwhoogtes. Aan de 21, 22, Kattenburgerstraat worden twee achter elkaar 23, 24, liggende gebouwen van Defensie voorzien van 27, 28, 30 meter hoog, pal langs de bestaande muur. 36, 37 (Dat is tweemaal zo hoog als de flats van Kattenburg zelf). Er is door Kattenburgers en omwonenden jarenlang gestreden voor een zogenaamde ‘afwaardering ‘van de straat omdat er teveel schadelijke verkeersoverlast voor bewoners is. De gemeenteraad heeft hier positief aan meegewerkt. Er wordt een max. snelheid van 30 km per puur ingevoerd. Er komt ruimte voor een beetje extra vergroening ten behoeve van een gezonder leefklimaat en bevordering van de sociale veiligheid. Nieuwe hoogbouw pal langs de muur van het Marineterrein staat dwars op deze plannen. Het geeft extra geluidsoverlast, te veel schaduw en beperkt de luchtkwaliteit juist weer.
Beantwoording
Conclusie
Zie intro hoofdstuk Impact op de omgeving, A, B, D, E pagina 87. Wat bezonning betreft: in de maanden mei t/m augustus heeft beoogde kazernebebouwing van ca. 30 meter hoogte aan de Kattenburgerstraat in de avonduren vanaf ca. 19:00 uur (tot zonsondergang om ca. 21.45 u) gevolgen voor de bezonning van de bestaande woningen. Dit betreft voornamelijk het 2e en 3e blok vanaf de Dijksgracht. De schaduw schuift omhoog langs de gevel vanaf de begane grond. In maart geldt dit vanaf ca. 17:00 (wintertijd) uur en in april vanaf 18:30 uur tot zonsondergang om ca. 19:45 uur. In september geldt dit vanaf 18:00 uur en in oktober vanaf 17:30 tot zonsondergang om 18:30uur. De effecten voor de bezonning in het voorjaar en herfst betreffen voornamelijk het eerste en tweede blok vanaf de Dijksgracht. In de wintermaanden zijn er geen consequenties. De al bestaande schaduwwerking van de bestaande bomen in de Kattenburgerstraat is niet meegenomen in de berekeningen van het onderzoek om de impact de defensiekazerne op gebouwen in de Kattenburgerstraat te kunnen beoordelen.
Conclusies: A: Inspraakreactie was al opgenomen in de concept-NvU. B: Inspraakreactie leidt niet tot een wijziging in de concept-NvU. C: Inspraakreactie leidt wel tot een wijziging in de concept-NvU. D: Inspraakreactie leidt niet tot een wijziging in de concept-NvU en vraagt niet om een beantwoording. E: Inspraakreactie is niet van toepassing op de concept-NvU. Het onderwerp komt pas aan de orde in een latere planfase, het is te vroeg om daar nu antwoord op te geven.
100
Gemeente Amsterdam
3. L ijst met volledige inspraakreacties (gecodeerd en geanonimiseerd) Alle geanonimiseerde inspraakreacties. Code inspraak reactie
Inspraakreactie
Paginacijfer beantwoording
1
Zie bijlage 1 - Erfgoedvereniging Heemschut
5, 79, 80, 81 en 86
2
Zie bijlage 2 - Museumhaven Amsterdam
5, 9, 24, 25, 26, 32, 41, 80, 81, 86, 89 en 97
3
Zie bijlage 3 - AHK x CODAM x AMS
14, 15, 16, 17, 19, 24 en 78
4
Zie bijlage 4 - Het Scheepvaartmuseum
13, 84 en 85
5
Inspraakreactie ingetrokken.
n.v.t.
6
Zie bijlage 5 - Omliggende buurten
5, 11, 18, 19, 20, 26, 29, 34, 40, 41, 47, 48, 50, 64, 67, 77, 87, 88 en 89
7
Zie bijlage 6 - Kattenburg
5, 27 en 35
8
Zie bijlage 7 - Voordestad
5, 25, 36, 37, 42, 48, 51, 67, 72 en 75
9
Zie bijlage 8 - VVAB
9, 17, 23, 30, 31, 39, 40, 44, 49, 60, 74, 79, 80 en 82
10
Prachtig stedebouwkundige opzet. Het liefst zou ik nog een mooie gracht zien zoals in bijgaande illustratie is verbeeld. Ook losse kavelverkoop aan de mensen die er willen gaan wonen valt te overwegen. Dan gaan mensen proberen elkaar te overtoepen met schoonheid van hun gevel en dat komt weer ten goede aan het stadsgezicht Zie bijlage 9.
28
11
Ik vind het van groot belang dat er op het marineterrein ruimte blijft voor een losloop of uitren terrein voor honden. In het centrum is zo goed als geen hond vriendelijk groen.
48 en 58
12
Zie bijlage 10
5, 35, 43, 45, 48, 51, 62, 64, 69, 77, 79, 81, 83 en 96