CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

A - 28 Grond en Ontwikkeling (22) 4. Bijlage PN 2 Nota van beantwoording NvU

RAAD 9 november 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de projectnota Marineterrein en instemmen met de voorbereiding van een investeringsbesluit VN2023-02206647.385 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

22

Gemeente Amsterdam

Nr.

Inspraakreactie

39

40

Code

Beantwoording

Conclusie

Ik heb als buurtbewoner aan allerlei participatie 26 dingen meegedaan, waarbij mij nooit helemaal duidelijk werd wat hier nou precies mee gedaan werd. Soms was het Bureau Marineterrein ook zelf een (mondige) deelnemer in haar eigen buurtgesprek en er werd gezegd dat er geen vragen mochten worden gesteld bij de inhoud van de plannen. De online sessies tijdens de Coronaperiodes hadden helemaal een onduidelijk karakter. Daarbij heeft dit hele inspraakproces zich over een periode van jaren afgespeeld, wat soms kon leiden tot een gevoel van door de ontwikkelingen overvallen te worden omdat de planvorming stilletjes al een heel stuk verder was dan wat met de buurt gecommuniceerd was.

Zie intro hoofdstuk Participatie, pagina 18.

B

In ieder geval zou elke Amsterdammer hierover 26 zijn mening moeten kunnen geven. En gezien het feit dat dit gebied nooit bij de stad heeft gehoord, zou de beslissing over het terrein aan de volgende generatie moeten worden gelaten. Want het is niet aan onze kinderen en kleinkinderen uit te leggen dat wij, zonder er met zijn allen over te praten, zonder er debatten over te voeren of deskundigen te consulteren, zelfs zonder het ooit betreden te hebben, akkoord zijn gegaan met een plan uit de oudheid en het hele terrein weggeven hebben.

Zie intro hoofdstuk Participatie, pagina 18.

Als de ontwikkeling van het Marineterrein echt zo’n unieke kans is dan zou dit niet zomaar aan de hoogste bieder verkwanseld mogen worden of in de waan van ‘meer meer meer’ met woningen worden volgeplempt. Het lijkt erop dat dit ondanks alle mooie woorden gaat gebeuren. Terwijl er alternatieven te bedenken zijn waarvan iedereen beter wordt. Een unieke kans houdt in dat je het maar 1 keer kunt verkloten. En dat wordt hier gedaan. 41

Schrijf desnoods een prijsvraag uit. Dan komen er vast verrassende inzendingen. En laat de burger een beslissing maken, want die moet er wonen, werken en recreëren.

24

U geeft aan dat de vorm en status van de participatie tijdens de haalbaarheidsfase voor u niet duidelijk was. We nemen dit serieus, en zien dit als signaal om in de volgende planfases duidelijk te zijn over de vorm en status van participatie.

D

De ontwikkeling van het Marineterrein gaat in fases, waardoor het mogelijk is om te leren van de eigen ingrepen en gaandeweg beslissingen bij te stellen. Bij een eerste fase worden de ideeën, gedachten en uitgangspunten die er op dat moment zijn, getest en daarna geëvalueerd. Op basis daarvan kunnen deze voor een volgende fase (indien nodig) verbeterd en aangepast worden aan de dan aanwezige omstandigheden, zonder het kader van deze concept-NvU (de ambitie) uit het oog te verliezen. Op deze manier ontstaat er een ontwikkelingsstrategie waarbij én sprake is van een fasering die aansluit op de mogelijkheid om te testen, te leren en te verbeteren, én waarin de overkoepelende ambitie voor de langere termijn vertegenwoordigd en geborgd is.

In 2013 is door het Rijk en het bestuur van de B, D gemeente Amsterdam gekozen om van het Marineterrein niet een gewone woonwijk te maken, maar het te transformeren tot één van de innovatieve stadskwartieren van Amsterdam. Een innovatief milieu kent drie belangrijke elementen: 1. Voldoende samenhangende bedrijven; 2. De vestiging van kennisbedrijven en onderwijsinstellingen als spil voor een innovatief ecosysteem; 3. Een aantrekkelijke omgeving waar mensen graag zijn en die uitnodigt tot ontmoeting. Met het in de concept-NvU opgenomen raamwerk is een ruimtelijke en programmatische invulling gegeven aan deze opgave. Het terrein is van het Rijk en er is niet gekozen voor een prijsvraag, maar om het gezamenlijk met de gemeente te ontwikkelen.

23

Nota van Beantwoording inspraakreacties Marineterrein

Nr.

Inspraakreactie

Code

Beantwoording

Conclusie

42

Als het reeds bestaande karakter niet direct voor hartstocht zorgt, zou ik u willen adviseren om te luisteren naar de ervaringen, wensen en alternatieve plannen van buurtbewoners.

30 en 38

In de totstandkoming van de concept-NvU zijn er D twee consultatierondes geweest. Op basis van de gesprekken met de gebruikers, belanghebbenden en bewoners zijn er diverse aanpassingen in de concept-NvU gedaan voordat deze officieel ter inspraak is aangeboden. Zo wordt onder andere het groen verder uitgebreid naar aanleiding van van de vele inspraakreacties over de openbare ruimte en de wens voor meer aaneengesloten groen. De gemeente is van mening dat in de concept-NvU geschetste ontwikkeling recht gedaan wordt aan zowel de belangen van de buurt als stadsbrede belangen.

43

Wij missen ruimte voor eigen initiatieven, een ‘bottom-up-mogelijkheid’ waarin de informele stad en organische groei vorm kunnen krijgen, zie bijvoorbeeld Strandeiland in IJburg, waar een gebied in het stedenbouwkundige plan bestemd is voor initiatieven van burgers. Ook is het belangrijk dat het gebied in sociaal opzicht een gemengd karakter krijgt.

9

In deze fase van de planvorming is nog geen B, D keuze gemaakt op welke wijze de toekomstige kavels ontwikkeld gaan worden en of er ruimte is voor ‘bottom-up’ initiatieven. Dat zal in de volgende planfase (ontwerpfase) verder worden uitgewerkt. Maar het uitgangspunt is dat het hele terrein niet in één keer tegelijk ontwikkeld wordt. Dat is al zichtbaar met de sinds 2015 steeds verder gegroeide community en de tijdelijke activiteiten op het terrein.

Conclusies: A: Inspraakreactie was al opgenomen in de concept-NvU. B: Inspraakreactie leidt niet tot een wijziging in de concept-NvU. C: Inspraakreactie leidt wel tot een wijziging in de concept-NvU. D: Inspraakreactie leidt niet tot een wijziging in de concept-NvU en vraagt niet om een beantwoording. E: Inspraakreactie is niet van toepassing op de concept-NvU. Het onderwerp komt pas aan de orde in een latere planfase, het is te vroeg om daar nu antwoord op te geven.

24

Gemeente Amsterdam

Nr.

Inspraakreactie

Code

44

In de concept-NvU wordt er gesproken over 3 één innovatiedistrict met drie deelgebieden. Vooral ‘Het Dok’ als gebied voor Leren, Werken, Wonen als ook het stadspark aan het water zijn voor ons van groot belang. Wij vragen ons af waarom de huidige gebouwen, waar Codam, Kanteen25/Rooms25 zich huisvesten en gebouw 27 gehuurd door AHK en AMS Institute, daar geen onderdeel van worden en blijven. Onze gezamenlijke pijlers, te weten ART, TECH en SCIENCE, hebben alle disciplines in zich om de uitdagingen van vandaag en morgen op te kunnen lossen en hiermee een inspiratiebron voor de stad Amsterdam, Nederland en de wereld te zijn. Ruimtelijke clustering van deze disciplines is hierbij van groot belang. Passend bij de energie van een Innovatiedistrict zien we graag nog los van functie, eigendom of investeringen- een natuurlijke vervlechting van oudbouw en nieuwbouw. Deze verwevenheid zorgt voor een spannende chemie en werkt ruimtelijk intrigerend. Wat ons betreft behoeft het stedenbouwkundige model nog studie en overleg, waarin wij zoals eerder aangegeven graag participeren.

45

De Museumhaven Amsterdam is blij dat een deel van de inbreng van vele omwonenden en betrokkenen terug te vinden is in deze concept-Nota van Uitgangspunten. Dat herstelt ons vertrouwen in een open en betrouwbare lokale overheid weer enigszins.

2

Beantwoording

Conclusie

Gemeente en Rijk omarmen het als bedrijven B, E en instellingen de samenwerking onderling opzoeken om bij te dragen aan de in de concept-NvU beschreven ambitie voor het Marineterrein. Partijen die een duidelijk toegevoegde waarde hebben voor het ecosysteem, zouden we graag willen behouden. Daarbij is natuurlijk wel onderscheid te maken tussen de gebouwen en de functie/instellingen die er gehuisvest zijn. De functie als onderdeel van het ecosysteem juichen wij toe, maar sommige gebouwen zullen plaats moeten maken om ook andere belangrijke aspecten mogelijk te maken. In de opzet van het raamwerk is ervoor gekozen om de bebouwing te concentreren in het Dok en aan de zuidwestkant van het terrein een stadspark aan het Oosterdok te maken. Een aantal gebouwen blijft daarbij behouden, maar een aantal moet op termijn wijken. Hieronder valt ook de lage bebouwing van gebouw 027L, gebouw 025 en gebouw 039 (voor de nummering van de gebouwen, zie pagina 22 in concept-NvU). Het stapelen van bouwvolumes, zoals voorgesteld wordt in het Dok, is gunstiger voor het ruimtegebruik (daarmee blijft er meer ruimte over voor het stadspark). Bij de uitwerking van het raamwerk in de volgende fase (ontwerpfase) zal participatie met gebruikers, bewoners en belanghebbenden aan de orde komen.

Wij hopen dat u in de toekomst gebruik zult maken van de mogelijkheden tot participatie om uw inzichten met ons te delen. D

Nota van Beantwoording inspraakreacties Marineterrein

2.3 Raamwerk 2.3.1 Stedenbouwkundig raamwerk Het stedenbouwkundig raamwerk is nog geen uitgewerkt plan, maar een structuur waarbinnen verschillende uitwerkingen kunnen komen. Hoe gebouwen er uit komen te zien en welke functies precies waar komen, wordt duidelijk in een volgende fase. Meer over het stedenbouwkundig raamwerk is te lezen in hoofdstuk 4.1 van de concept-NvU.

Te veel bebouwing, te weinig open ruimtes en rust - codes 57, 180 Er komt bebouwing bij op het Marineterrein. Maar van het gehele terrein blijft uiteindelijk ook 70% onbebouwd. Per deelgebied verschilt het hoeveel bebouwd wordt. Het Dok is het dichtst bebouwde deel: 45% van dat deel wordt bebouwd en heeft een Floor Space Index (FSI) van 2,6. De FSI geeft de verhouding aan tussen de oppervlakte van de bebouwing (verdiepingen opgeteld) en de oppervlakte van het terrein. Maar er komt ook een Stadspark en een sportveld bij. Daarmee wordt invulling gegeven aan de behoefte aan groen in de binnenstad van Amsterdam – zoals ook de mogelijke realisatie van het spoordijkpark aan de Dijksgracht Oost hier een bijdrage aan levert. Gemeente en ProRail zijn hierover nog in onderhandeling. Verder is er veel behoefte aan woonruimte en ruimte voor kleine en grotere bedrijven en instellingen, die oplossingen bedenken voor uitdagingen waar een groeiende stad als Amsterdam mee te maken heeft. Om aan al die behoeftes tegemoet te komen, is er een zorgvuldige afweging gemaakt hoe het terrein zich kan ontwikkelen tot een fijne plek, waar wonen, werken, leren, ontmoeten, recreëren en cultuur kunnen samengaan. Bebouwing verschuiven naar de randen voor een stadspark in plaats van naar het midden – code 8 Voor het raamwerk zijn verschillende ruimtelijke modellen onderzocht.

Uiteindelijk is ervoor gekozen om de bebouwing te concentreren in het midden van het terrein. Zo blijft de rand van het terrein aan de zuidwestkant vrij voor een park. De combinatie van het gewenste programma en de hoogtebeperkingen vanwege de ligging tegen het beschermd stadsgezicht, vragen om een bepaalde oppervlakte voor toekomstige bebouwing.

25

Minder bouwhoogte – code 157 De hoogte van de gebouwen varieert overwegend tussen de 20 en 30 meter. Deze bouwhoogtes zijn gerelateerd aan de omgeving van het Oosterdok, Piet Heinkade en de Kattenburgerstraat. Op een aantal plekken is het ruimtelijk en programmatisch wenselijk om hoogteaccenten aan te brengen. Hoogteaccenten zorgen voor herkenbaarheid en bieden ruimte voor bijzondere functies. Deze accenten worden maximaal 40 meter hoog. In hoofdstuk 4.2 van de concept-NvU staan mogelijke variaties in grootte, hoogte en breedte van de bouwblokken. In combinatie met het maximale volume van 185.000 m2 bovengronds, waarmee niet alle blokken de maximale hoogte kunnen krijgen, leidt dit tot gevarieerde bouwblokken. Reservering brugverbinding tussen de Nemo-pier en het Marineterrein – codes 2, 153 Met de ruimtelijke reservering voor de brug naar de Nemo-pier wordt de mogelijkheid opengelaten voor een verbinding over het Oosterdok in de toekomst. Pas als het gebied zich ontwikkeld heeft kan afgewogen worden of, en zo ja waar en in welke vorm deze verbinding dan moet komen. Door deze toekomstige optie nu te benoemen in de concept-NvU, is het ook mogelijk dit mee te geven aan de toekomstige eigenaar van het gebied. Dat kan de gemeente zelf zijn, maar ook een andere ontwikkelende partij.

26

Gemeente Amsterdam

Nr.

Inspraakreactie

Code

Beantwoording

46

De opzet en de status van de concept-NvU De concept-Nota van Uitgangspunten wordt onterecht overheerst door een ruimtelijk “Raamwerk”, dat een gedetailleerd stedenbouwkundig ontwerp weergeeft. Een dergelijk gedetailleerd “Eindbeeld” hoort niet thuis in een concept-NvU, maar in een volgende fase.

6

Het raamwerk is geen gedetailleerd stedenA, B, E bouwkundig plan en zeker geen eindbeeld. Essentiële uitgangspunten voor de toekomstige ontwikkeling zijn wel vastgelegd in het raamwerk, zoals bijvoorbeeld te behouden gebouwen en boomgroepen, de locatie van het sportveld en de kazerne. Ook is een aantal rooilijnen gedefinieerd die samenhangen met de te behouden bomen of de afmetingen van het sportveld. De precieze hoogte en de afmetingen van afzonderlijke gebouwen zijn niet vastgelegd. Wel is aangegeven waar gebouwen kunnen komen. De vertaling van het raamwerk naar het stedenbouwkundig plan gebeurt in de volgende fase van de ontwikkeling en zal stapsgewijs gaan, zodat gedurende de ontwikkeling ook geleerd wordt van de ingrepen. Deze manier van werken hoort bij de doelstelling om het Marineterrein adaptief en flexibel te ontwikkelen.

De gemeentelijke plannen voor de herontwikkeling van het Marineterrein zijn ingrijpend. Volgens die plannen moet deze bijzondere plek in Amsterdam uitgroeien tot een toonaangevend innovatiedistrict, waar werken, wonen, leren en experimenteren met elkaar in verband worden gebracht. Het Marineterrein moet optimale maatschappelijke en economische waarde hebben en recht doen aan de bijzondere groene en cultuurhistorische kwaliteiten van het gebied. De ontwikkeling geschiedt in fases. Om bovengenoemde ambitie verder uit te werken, heeft de gemeente in november jl. de concept-Nota van Uitgangspunten voor inspraak vrijgegeven. In meer dan 120 pagina’s geeft de concept-NvU een uitgebreid en gedetailleerd beeld hoe het Marineterrein er na de herontwikkeling uit zal gaan zien. De concept-NvU staat vol lovende teksten die barsten van de ambities en romantische sfeerimpressies met voorbeeldfoto’s van gebouwen elders in de wereld. Ook bevat de nota een gedetailleerd stedenbouwkundig ontwerp. Dat laatste verbaast ons en is naar onze mening niet correct. Een concept-Nota van Uitgangspunten behoort vooraf te gaan aan een stedenbouwkundig ontwerp en niet, zoals in het voorliggende concept, tevens een “Eindbeeld” aan te geven, al wordt dit in de concept-NvU misleidend als “Raamwerk” gepresenteerd.

Door het Stedenbouwkundig raamwerk als Eindbeeld te presenteren, wijkt de gemeente af van de eigen procedures en zet ze ons als bewoners op het verkeerde been. Wij gaan er dan ook van uit dat het z.g. “Raamwerk” slechts een impressie is van een voorbeeld hoe het Marineterrein er na afloop van de herontwikkeling uit zou KUNNEN zien. 47

Weerslag cultuurhistorisch onderzoek (p 48). 2 De relatie met het water vormt ook in het raamwerk een belangrijk element met vele doorzichten op het terrein en de openbare kades. Daarbij behoort toch ook het open water en vrije doorgang voor (beroeps)vaart? Gevraagde actie: graag opnemen in tekst het element van open water.

Conclusie

Vrije doorgang voor beroepsvaart in de huidige B situatie behoort tot de laatste fase van de ontwikkeling van het huidige Marineterrein, na de demping van het dok na 1960. Het betreft vooral een functioneel aspect van de huidige situatie en is niet gerelateerd aan de cultuurgeschiedenis. Zie intro hoofdstuk Raamwerk, pagina 25.

27

Nota van Beantwoording inspraakreacties Marineterrein

Nr.

Inspraakreactie

48

49

Code

Beantwoording

Conclusie

De plannen voor de herontwikkeling van het 7 Marineterrein zijn ingrijpend, niet alleen voor het terrein zelf maar ook voor de omliggende buurten en hun bewoners. We zijn medeondertekenaar van de zienswijze die de Werkgroep Ontwikkeling Marineterrein heeft ingediend samen met tien buurtorganisaties en zes VvE’s. We zijn voor het maximeren van het totale bouwvolume tot 185.000 bruto vierkante meter als hard gegeven, het maximeren van de bouwhoogtes tot 15 meter langs de Kattenburgerstraat, een groot aaneengesloten stadspark en ook vervolgparticipatie die de mogelijkheid biedt tot het meedenken aan en het aandragen van (alternatieve) voorstellen met betrekking tot de inrichting van het Marineterrein.

Naar aanleiding van de inspraakreacties is het metrage vastgelegd op 185.000 m2 bovengronds, waarvan maximaal 35.000 m2 voor Defensie. In het raamwerk is ervoor gekozen om het grootste deel van het te bouwen volume te concentreren in het Dok. Zo ontstaat elders op het terrein meer ruimte voor het stadspark. Ook is op de kop van het terrein, rond gebouw 024, gezocht naar ruimte voor meer aaneengesloten groen. Dat is mogelijk, maar betekent wel dat het resterende deel van gebouw 026 verdwijnt. Omdat ook Defensie in deze fase de plannen voor de kazerne nog niet heeft uitgewerkt qua gebouwen, wordt hier vooralsnog vastgehouden aan de maximale hoogte van 30 meter. Bij de uitwerking van de plannen wordt onderzocht welke hoogte daadwerkelijk nodig is. Voor de vervolgfases van het project wordt een participatieplan opgesteld.

C

In deze zienswijze gaan we expliciet in op de 7 nieuwbouw van het Defensieterrein en de impact die dit heeft voor de Kattenburgerstraat en de bewoners van heel Kattenburg. In tegenstelling tot vorige plannen blijft Defensie voor een deel gehuisvest op het Marineterrein en zal daar, naast het bestaande Marechaussee gebouw ook nieuwbouw realiseren. Het terrein blijft eigendom van Defensie (zo ook het sportveld). Het totale bouwvolume voor het Defensieterrein is in de concept-NvU vastgelegd op 35.000 bruto vierkante meter, inclusief het Marechausseegebouw. In het geschetste “Raamwerk” in de concept-NvU staan voor het Defensieterrein drie achter elkaar liggende gebouwen ingetekend van 30 meter hoog; twee keer zo hoog als de hoogste bebouwing aan de Kattenburgerstraat en pal geplaatst langs de bestaande muur. Dit betekent dat de bewoners aan de Kattenburgerstraat geconfronteerd worden met een enorme hoge (nieuwe) muur aan hun straat met tot gevolg geluidsweerkaatsing door het verkeer en schaduwwerking voor een substantieel deel van het jaar. De ‘s avonds donkere en uitgestorven kolos draagt bovendien bij tot nog meer onveiligheid op straat. Dit is voor de bewoners van Kattenburg niet acceptabel.

In het raamwerk is een compacte Defen­sie­ B, E kazerne opgenomen zodat op het resterende deel van het terrein maximale ruimte overblijft voor andere functies: wonen, werken, leren en groen. De bouwhoogte van de bebouwing van Defensie aan de Kattenburgerstraat is vooralsnog 30 meter en 25 meter langs het sportveld. Bij de uitwerking van de gebouwen zal onderzocht worden welke hoogte daadwerkelijk nodig is en welke functies erin komen. De impact van de ontwikkeling qua geluid en bezonning is onderzocht voor de Projectnota. Wat bezonning betreft: in de maanden mei t/m augustus heeft de beoogde kazernebebouwing van ca. 30 meter hoogte aan de Kattenburgerstraat in de avonduren vanaf ca. 19:00 uur (tot zonsondergang om ca. 21.45 u) gevolgen voor de bezonning van de bestaande woningen. Dit betreft voornamelijk het 2e en 3e blok vanaf de Dijksgracht. De schaduw schuift omhoog langs de gevel vanaf de begane grond. In maart geldt dit vanaf ca. 17:00 (wintertijd) uur en in april vanaf 18:30 uur tot zonsondergang om ca. 19:45 uur. In september geldt dit vanaf 18:00 uur en in oktober vanaf 17:30 tot zonsondergang om 18:30 uur. De effecten voor de bezonning in het voorjaar en herfst betreffen voornamelijk het 1e en 2e blok vanaf de Dijksgracht. In de wintermaanden zijn er geen consequenties.

De al bestaande schaduwwerking van de huidige bomen in de Kattenburgerstraat is hierbij niet meegenomen in de berekeningen van het onderzoek om de impact van de Defensiekazerne op gebouwen in de Kattenburgerstraat te kunnen beoordelen.

Conclusies: A: Inspraakreactie was al opgenomen in de concept-NvU. B: Inspraakreactie leidt niet tot een wijziging in de concept-NvU. C: Inspraakreactie leidt wel tot een wijziging in de concept-NvU. D: Inspraakreactie leidt niet tot een wijziging in de concept-NvU en vraagt niet om een beantwoording. E: Inspraakreactie is niet van toepassing op de concept-NvU. Het onderwerp komt pas aan de orde in een latere planfase, het is te vroeg om daar nu antwoord op te geven.

28

Gemeente Amsterdam

Nr.

Inspraakreactie

50

51

Code

Beantwoording

Conclusie

Prachtige stedenbouwkundige opzet. Het liefst 10 zou ik nog een mooie gracht zien zoals in bijgaande illustratie is verbeeld. Ook losse kavelverkoop aan de mensen die er willen gaan wonen valt te overwegen. Dan gaan mensen proberen elkaar te overtoepen met schoonheid van hun gevel en dat komt weer ten goede aan het stadsgezicht.

Dank voor het compliment over de stedenbouwkundige opzet. In het ontwerpproces is overwogen om extra water in de vorm van grachten aan het gebied toe te voegen. Omwille van de bruikbaarheid van het gehele gebied en de wens om aaneengesloten openbare ruimte te realiseren, is daar uiteindelijk niet voor gekozen. Daarnaast bieden de huidige kades veel verblijfsruimte aan het water. In de volgende planfase (de ontwerpfase) wordt de manier waarop kavels ontwikkeld kunnen worden verder uitgewerkt. Het raamwerk biedt daar al diverse mogelijkheden voor. De schoonheid van de gevels is een onderwerp dat in het nog op te stellen beeldkwaliteitsplan wordt opgenomen.

A, B

Bebouwing en inrichting van het Marineterrein. 14, 15 Het huidige Marineterrein is een omvangrijk en 16 historisch gebied van meer dan twaalf hectaren groot dat in honderden jaren organisch is ontwikkeld, waardoor geleidelijk de structuur van de huidige bebouwing is ontstaan. In de infokrant Marineterrein van de gemeente Amsterdam (november 2020) schrijft de gemeente op pagina 3 “dat iedereen het erover eens is dat deze unieke plek geen doorsnee woonwijk of kantorengebied moet worden”. Verdichting van de huidige bebouwing en de herontwikkeling van het eeuwenoude terrein, is naar ons inzien zeker mogelijk met respect voor de bestaande oude historische structuren. Bij de uitwerking van de plannen kiest de gemeente echter voor de contouren van een reguliere Vinexwijk, een niet-onderscheidend model van rechte straten met hoge bebouwing, waarbij het huidige bouwpatroon volledig wordt vernietigd. Op diezelfde pagina 3 van de infokrant wordt door de gemeente een illustratie gebruikt om de tekst te versterken. De artist impression toont een fantasieloze aaneenschakeling van hoogbouw. Dit is door ondergetekende tijdens de door de gemeente georganiseerde online ‘Buurtgesprekken’ op 17 december 2020 als zodanig benoemd. De reactie op de inspraak heeft niet tot een verbetering geleid.

De infokrant Marineterrein van september 2021 toont op pagina 8 een net zo fantasieloos beeld van het beoogde ‘dok-’ en ‘kazernegebied’.

Een Vinexwijk is een wijk die gebouwd is in het B kader van de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra (Vinex), een beleidsplan van het Rijk uit 1991. Dat plan resulteerde in de jaren negentig (onder andere) in grootschalige nieuwbouwwijken aan de randen van verschillende steden. Vinexwijken hebben verschillende stedenbouwkundige opzetten en bestaan voornamelijk uit laagbouw. Het Marineterrein wordt een binnenstedelijk innovatiegebied met een eigen mix aan functies en een stedelijke dichtheid. Het Marineterrein heeft in het verleden verschillende ruimtelijke structuren gekend van open waterdok tot een campusmodel als gevolg van veranderingen in de tijd. Delen van deze oude structuren vormen de gewaardeerde en waardevolle basis die ook in de toekomst zichtbaar behouden blijven in het raamwerk. Zo is een deel van de open waterdokstructuur behouden. Het is een bewuste keuze om een nieuwe laag (nieuwe verkaveling van het Dok) toe te voegen aan de gelaagde geschiedenis van het Marineterrein. Het Marineterrein kent vele lagen in haar ontwikkeling. Elke nieuwe periode krijgt een eigen laag. Daarmee wordt, in lijn met de historische ontwikkeling van het terrein, een volgende stap gezet. In het parkdeel van het raamwerk is het campusmodel aangehouden als referentie naar de historische ontwikkeling van het Marineterrein.

29

Nota van Beantwoording inspraakreacties Marineterrein

Nr.

Inspraakreactie

Code

52

Derhalve maken wij bezwaar tegen het 18 concept-Nota van Uitgangspunten Marineterrein op de volgende punten: - De voorgestelde hoogbouwblokken en de massieve schaal van het nu beoogde blokkenmodel.

De hoogte van de gebouwen varieert overweB gend tussen de 20 en 30 meter. Deze bouwhoogtes zijn gerelateerd aan de omgeving van het Oosterdok, Piet Heinkade en de Kattenburgerstraat. Op een aantal plekken is het ruimtelijk en programmatisch wenselijk om hoogteaccenten aan te brengen. In het raamwerk is ervoor gekozen om het grootste deel van het te bouwen volume te concentreren in het Dok. Zo ontstaat elders op het terrein meer ruimte voor het stadspark. Hoge gebouwen zorgen ook voor herkenbaarheid, waardoor je er bijzondere functies in kunt plaatsen die makkelijk te vinden zijn. Deze hoogteaccenten worden maximaal 40 meter hoog. Op pagina 72/73 van de concept-NvU zijn bouwstenen opgenomen, die de mogelijkheden beschrijven waarmee variatie in hoogte en breedte van de bouwblokken bereikt kan worden. In combinatie met het maximale volume van 185.000 m2 bovengronds, waarmee niet alle blokken de maximale hoogte kunnen krijgen, leidt dit tot gevarieerde bouwblokken.

53

De voorgestelde “strokenbouw ” doet in geen 6 enkel opzicht recht aan zowel het stedenbouwkundig beeld van Amsterdam als de (cultureel) historische waarde van het Marineterrein.

Het Marineterrein wordt een binnenstedelijk D innovatiegebied met een eigen mix aan functies en een stedelijke dichtheid. Het Marineterrein heeft in het verleden verschillende ruimtelijke structuren gekend van open waterdok tot een campusmodel als gevolg van veranderingen in de tijd. Delen van deze oude structuren vormen de gewaardeerde en waardevolle basis die ook in de toekomst zichtbaar behouden blijven in het raamwerk. Zo is in het parkdeel het campusmodel, maar ook een deel van de open waterdokstructuur behouden. Het is een bewuste keuze om een nieuwe laag toe te voegen aan de gelaagde geschiedenis van het Marineterrein. Daarmee wordt, in lijn met de historische ontwikkeling van het terrein, een volgende stap gezet. Het huidige campusmodel is ontstaan na de demping van het dok in de jaren 60 van de vorige eeuw. Het handhaven van een campusmodel op het gehele terrein is onverenigbaar met een wens om structureel bebouwing toe te voegen en een aaneengesloten openbare ruimte te maken.

54

Ik vind dat er veel dichtere bebouwing moet komen zoals typisch voor het centrum met veel meer woningen! Waarom vinden we Amsterdams centrum zo gezellig? Omdat de bebouwing erg dicht is! Er is geen millimeter onbenut. Waarom kan dat niet ook hier?

Bij het opstellen van het raamwerk is gezocht naar balans tussen de wens tot verdichting en de wens om substantieel groen toe te voegen aan de binnenstad van Amsterdam. Het gevarieerde programma zal zorgen voor levendigheid in de toekomstige straten die zo kenmerkend is voor de binnenstad.

53

Beantwoording

Conclusie

B

Conclusies: A: Inspraakreactie was al opgenomen in de concept-NvU. B: Inspraakreactie leidt niet tot een wijziging in de concept-NvU. C: Inspraakreactie leidt wel tot een wijziging in de concept-NvU. D: Inspraakreactie leidt niet tot een wijziging in de concept-NvU en vraagt niet om een beantwoording. E: Inspraakreactie is niet van toepassing op de concept-NvU. Het onderwerp komt pas aan de orde in een latere planfase, het is te vroeg om daar nu antwoord op te geven.

30

Gemeente Amsterdam

Nr.

Inspraakreactie

Code

Beantwoording

Conclusie

55

Mooie ontwikkelingen op het Marineterrein. Maar zo in het centrum van de stad mag de bebouwingsdichtheid een stuk hoger, 800 is voor deze locatie veel te weinig.

54

Bij het opstellen van het raamwerk is gezocht naar balans tussen de wens tot verdichting en de wens om substantieel groen toe te voegen aan de binnenstad van Amsterdam. Om een innovatief milieu te realiseren, is er een mix van leren, werken en wonen nodig. De 800 woningen vormen ca. 40% van het totale programma.

B

56

Als dit terrein te vol wordt bebouwd, met hoogbouw die dicht op elkaar staat, wordt er een kans gemist om dit unieke stuk Amsterdam te behouden voor de bewoners die snakken naar ruimte in dit dichtbevolkte centrum. Dichtbevolkte buurten geven vaak problemen in een al dichtbevolkte stad. Naast realiseren dat er woningbouw moet komen, moet er ook oog blijven voor het sociale welzijn van de bewoners van deze stad en zijn er nog genoeg plekken waar in rust en ruimte uitgebreid kan worden.

167

Met de ontwikkeling van het Marineterrein wordt beoogd om meer huishoudens en (economische) activiteiten een kans te bieden in het hart van Amsterdam, en tegelijkertijd de omgevingskwaliteit voor de omliggende buurten te verbeteren. Dit gebeurt onder meer door het uitbreiden en verbeteren van het reeds aanwezige stadspark in het gebied. Bij het opstellen van het raamwerk is gezocht naar balans tussen de wens tot verdichting en de wens om substantieel groen toe te voegen aan de binnenstad van Amsterdam. Beide ambities kunnen heel goed samen.

D

57

De bouwhoogte van de IJ-oeverontwikkeling. Wij betwijfelen zeer of de combinatie van deze bouwhoogte met de smalle straten tot een plezierige woonomgeving zal leiden, ook omdat de gebouwen alleen voorzijden hebben - geen achterzijden. De straten negeren de vorm van het gebied. De gekozen oriëntatie van de langgerekte bouwblokken en straten werkt bovendien een drukke verkeersstroom langs het park en de oever van de Dijksgracht in de hand. In ieder geval vraagt deze locatie om een meer interessante beëindiging van de straten aan de waterzijde.

9

Naast de centrale route langs het park, zijn in B het raamwerk secundaire routes door het gebied opgenomen die de pleintjes met elkaar verbinden door middel van onderdoorgangen in de blokken. De richting van de straten is gerelateerd aan de richting van de bebouwing van de Oostelijke Eilanden. Vanuit alle straten zal het zicht op het water mogelijk zijn. De straten komen uit op de kades waar veel te beleven valt. Het Marineterrein wordt een binnenstedelijk innovatiegebied met een eigen mix aan functies en een stedelijke dichtheid. Het idee is dat de grootste bouwmassa’s gepositioneerd zijn langs de breedste straten en aan de grotere open ruimten. De twee straten aan de oostzijde van het terrein zijn het smalst, maar hier ligt het accent op bedrijvigheid en logistiek en niet op het wonen.

58

Wat het parkgedeelte betreft zijn wij blij dat de 9 landschappelijke aanleg van de ontwerpers Meijers-Warnau aan de zuidwestkant van het terrein wordt behouden. Door de geringe afmetingen en doordat het grote TOKMgebouw (027) deels wordt gehandhaafd, vragen wij ons echter af of het beoogde ‘parkkarakter’ van het noordwestelijke deel van het Marineterrein geen illusie is en of deze zone niet beter dichter bebouwd kan worden ten gunste van meer open ruimtes in het woon/ werkgebied.

Het beoogde parkkarakter in het noordweste- B lijk deel van het gebied is inderdaad afhankelijk van de beschikbare ruimte. Mede naar aanleiding van de inspraakreacties wordt het raamwerk aangepast, zodat er meer ruimte ontstaat voor het park. Het noordwestelijk deel van het park wordt vergroot door de sloop op termijn van gebouw 026 (zie pagina 22 van de concept-NvU). Over de toekomstige inrichting van het park wordt in de volgende planfase nagedacht, met inbreng van de omgeving.

31

Nota van Beantwoording inspraakreacties Marineterrein

Nr.

Inspraakreactie

59

Code

Beantwoording

Conclusie

Het meest verbaast ons dat de nieuwe wonin9 gen niet op het water zijn georiënteerd. Deze locatie biedt daarbij een uitgelezen mogelijkheid om delen van het Marineterrein te ontdempen en het water van het Oosterdok naar binnen te halen, zodat meer gebouwen in of aan het water kunnen worden gesitueerd – denk aan het Scheepvaartmuseum. (Water is ook ‘groen’, net zo milieuvriendelijk als bomen.)

In het ontwerpproces is overwogen om extra water in de vorm van grachten aan het gebied toe te voegen. Omwille van de bruikbaarheid van het gehele gebied en de wens om aaneengesloten openbare ruimte te realiseren, is er uiteindelijk niet voor gekozen. Daarnaast bieden de huidige kades veel verblijfsruimte aan het water. Het behoud van karakteristieke kades met beeldbepalende iepenbeplanting, draagt bij aan de sterke relatie met het water en refereert aan de laatste fase van de cultuurhistorie van het gebied. In het raamwerk worden alle kades openbaar, behalve een klein deel bij de kazerne.

B

60

Behalve met het water zou er meer rekening gehouden kunnen worden met de bijzondere driehoekige vorm en het karakter van het terrein: aan twee kanten geopend naar het water, maar gesloten naar de stadszijde. Door meer randbebouwing en meer besloten binnenruimtes te creëren kunnen met een relatief lage bebouwing toch hoge dichtheden worden bereikt en kunnen bestaande beschermwaardige bomen worden ingesloten.

9

In de opzet is nadrukkelijk gekozen voor de openbaarheid van de randen en de maximale zichtlijnen vanuit het gebied naar het water. De voorgestelde randbebouwing zou juist zorgen voor het afsluiten van de zichtlijnen naar het water.

B

61

Het geplande Vinex stratenplan leidt in feite zeer nauwe straten. Uitsluitend wanneer men recht de straat kan inkijken biedt dit een doorkijk naar een eventuele horizon. De door de gemeente gekozen Vinexbouw heeft dus het grote nadeel dat de zichtlijnen vanuit de woonschepen aan de Dijksgracht en de appartementen van de Piet Heinkade grotendeels worden geblokkeerd. Wij maken bewaar tegen de afwezigheid van duidelijke zichtlijnen in het voorgestelde bouwvolume.

14, 15 en 16

In de opzet is nadrukkelijk gekozen voor de openbaarheid van de randen en de maximale zichtlijnen vanuit het gebied naar het water. In het raamwerk varieert de straatbreedte tussen de 15 en de 28 meter. De smalste straat wordt iets breder dan de Leidsestraat en de breedste straat wordt ongeveer zo breed als de Rozengracht, maar dan zonder trams, auto’s en met veel groen. De straten in het raamwerk sluiten schuin aan op de Dijksgracht. De doorzichten in de voorgestelde straten variëren; ze zijn afhankelijk van het gekozen standpunt. Vanuit sommige standpunten kijk je recht in de straat, andere standpunten bieden een zicht op de gevels van de toekomstige bebouwing. De gekozen richting van de bebouwing volgt de historische structuren van de Oostelijke Eilanden.

B

Conclusies: A: Inspraakreactie was al opgenomen in de concept-NvU. B: Inspraakreactie leidt niet tot een wijziging in de concept-NvU. C: Inspraakreactie leidt wel tot een wijziging in de concept-NvU. D: Inspraakreactie leidt niet tot een wijziging in de concept-NvU en vraagt niet om een beantwoording. E: Inspraakreactie is niet van toepassing op de concept-NvU. Het onderwerp komt pas aan de orde in een latere planfase, het is te vroeg om daar nu antwoord op te geven.

32

Gemeente Amsterdam

Nr.

Inspraakreactie

Code

62

Ons belangrijkste bezwaar blijft de optie die in 2 deze nota wordt opgehouden voor de eventuele aanleg van een 4e(!) verbinding over het Oosterdok als ‘ruimtelijke reservering’. Niet alleen zal een dergelijk verbinding het zicht op het laatste deel van het open Oosterdok ruïneren en de bufferzone rond de historische binnenstad ernstig aantasten, de aanleg betekent ook het einde van de Museumhaven Amsterdam, onderdeel van de zo zeer gekoesterde maritieme kwaliteit van het gebied. Gevraagde actie: schrap de ruimtelijke reservering van een verbinding tussen het Marineterrein en de Nemo-pier en de stippellijnen op pagina 47 en 77. Op pagina’s 1, 11, 25, 47, 51, 53, 55, 60, 68, 69, 80, 82 en 101 is de eventuele verbinding al geschrapt uit de afbeeldingen.

Zoals in de concept-NvU is weergegeven, wordt B met de ruimtelijke reservering de mogelijkheid opengelaten voor een verbinding over het Oosterdok in de toekomst. Als het gebied zich ontwikkeld heeft, kan pas in de volle breedte afgewogen worden of, en zo ja waar en in welke vorm deze dan moet komen. Door deze toekomstige optie nu te benoemen in de concept-NvU, is het ook mogelijk dit mee te geven aan de toekomstige eigenaar van het gebied. Dat kan de gemeente zelf zijn, maar ook een andere ontwikkelende partij.

63

De suggestie over het aanleggen en plek van 2 een verbinding tussen de Nemo-pier en het Marineterrein kwam van de kant van het projectbureau. De bewoners van de Oostelijke Eilanden hebben aangegeven dat áls er een dergelijke vaste verbinding komt, die niet op de door het projectbureau aangegeven plek zou moeten komen. Zij hebben een alternatief plan met brug van de kop van het Marineterrein naar de kop van de Nemo-pier aangeleverd. In de huidige tekst lijkt het alsof de bewoners een brug zouden willen, dat is niet zo. Het voorstel kwam van het Bureau Marineterrein. Gevraagde actie: de ruimtelijke reservering voor een 4e verbinding over het Oosterdok uit de concept-NvU te schrappen.

Zie intro hoofdstuk Stedenbouwkundig raamwerk, pagina 25.

B

64

Brug tussen Nemo en Marineterrein.

Zie intro hoofdstuk Stedenbouwkundig raamwerk, pagina 25.

A

65

Met het oog op het oude karakter van het 123 Marineterrein verzoek ik u het complete grasveld achter de toegangspoort, de oude muur eromheen inclusief bijzondere woningen, het oorspronkelijke officiersverblijf (nu Homeland) geheel in tact te houden. Dit terrein is uniek en is voor veel Amsterdammers een heerlijke plek om het groen en water op te zoeken. Soortgelijke plekken zijn er nauwelijks in de stad en wat we hebben moeten we behouden. Aan de “overkant” van het water kan ik me voorstellen dat deze gebouwen vervangen kunnen worden door nieuwbouw, mits de oude gebouwen met historische waarde ook hier in tact worden gelaten

153

Beantwoording

Conclusie

In het raamwerk zal de gehele Voorwerf A inclusief alle genoemde gebouwen en het grasveld behouden blijven. Aan de andere kant van de binnenhaven wordt het park uitgebreid, maar blijven kenmerkende gebouwen behouden.

33

Nota van Beantwoording inspraakreacties Marineterrein

Nr.

Inspraakreactie

Code

Beantwoording

Conclusie

66

Ondanks alle mooie woorden in de nota, schrik 35 ik van de uitwerking in het stedenbouwkundig plan. De bouwdichtheid en bouwhoogte staan in schril contrast tot deze mooie woorden. De verdubbeling van de huidige bvo naar 185.000 m2 heeft mij verbaasd. Deze bouwopgave is de omwonenden steeds voorgehouden als een hard gegeven dat direct voortkomt uit de vraagprijs van het Rijk. Bij minder bouwdichtheid zou het terrein onbetaalbaar worden. Deze redenering gaat er bij mij gewoon niet in. Hoe kan het bestaan dat de prijsstelling van het Rijk, ook al hebben wij het over marktconforme grondprijs, de gemeente Amsterdam dwingt tot een grootstedelijke bebouwing van het Marineterrein?

Er komt zeker bebouwing bij op het D Marineterrein, met name in het Dok. Maar het Dok en het stadspark bestaan gezamenlijk straks ook voor circa 70% uit onbebouwde en overwegend openbare ruimte. Dit betekent dat op de resterende 30% ca. 150.000 m2 gerealiseerd gaat worden om een levensvatbaar en waardevol stedelijk innovatiegebied te maken. Het is niet zo dat het Rijk op voorhand al bepaald heeft wat vraagprijs voor het terrein moet zijn. Het Rijk zal het terrein marktconform verkopen. Dat betekent dat het verkocht moet worden voor de waarde die het in de vrije markt heeft. Wat die waarde is, wordt bepaald op basis van de in de concept-NvU geschetste mogelijke ontwikkeling.

67

Het stedenbouwkundig raamwerk heeft de 29 ambitie om adaptiviteit mogelijk te maken, maar is in zichzelf best een rigide structuur. Daarmee wordt er op meta-niveau een uniforme structuur opgedrongen aan toekomstige stedenbouwontwikkelingen. In plaats daarvan zou per deelgebied een eigen, herkenbaar structuur ontwikkeld kunnen worden die past bij de functies die een deelgebied gaat herbergen, en die past bij de specifieke locatie binnen het plangebied. Onduidelijk is waarom het raamwerk een voortzetting is van de oriëntatie op de Oostelijke Eilanden en Czaar Peterstraat. Door die oriëntatie in combinatie met het rechthoekige grid “botst” het raamwerk op de bestaande verkaveling bij de gebouwen 024 en 027, in plaats van daar een verbinding mee aan te gaan. Dat zou een bewuste keuze kunnen zijn, maar uit de concept-NvU wordt dit niet duidelijk. Integendeel, de concept-NvU suggereert dat er qua bebouwingsrichting juist aansluiting wordt gezocht bij de bestaande bebouwing. Dat de bebouwingsrichting voor verbinding met de Oostelijke Eilanden zorgt is maar de vraag, aangezien de brede Kattenburgerstraat en de naastgelegen (historische) muur per definitie al een breuklijn tussen Kattenburg en Marineterrein vormen.

Het raamwerk is zo opgezet dat flexibiliteit en B, C adaptiviteit van de toekomstige invulling optimaal mogelijk is. De totale oppervlakte van het Marineterrein is te gering om te werken met verschillende structuren per deelgebied. Een eigen herkenbare structuur per deelgebied die past bij de functie van dat deelgebied, strookt niet met het uitgangspunt om generieke gebouwen te maken die geschikt zijn voor meerdere functies. De structuur van het Dok contrasteert qua opzet met de campusstructuur van het stadspark met alzijdige en solitaire bestaande gebouwen. Dit is een bewuste keuze die in de toelichting op het raamwerk in de aangepaste concept-NvU extra benadrukt is. Qua ontginningsgeschiedenis vormt het Marineterrein onderdeel van de Oostelijke Eilanden. De Kattenburgerstraat wordt stedenbouwkundig gezien als een verbinding tussen Kattenburg en het Marineterrein.

Conclusies: A: Inspraakreactie was al opgenomen in de concept-NvU. B: Inspraakreactie leidt niet tot een wijziging in de concept-NvU. C: Inspraakreactie leidt wel tot een wijziging in de concept-NvU. D: Inspraakreactie leidt niet tot een wijziging in de concept-NvU en vraagt niet om een beantwoording. E: Inspraakreactie is niet van toepassing op de concept-NvU. Het onderwerp komt pas aan de orde in een latere planfase, het is te vroeg om daar nu antwoord op te geven.

34

Gemeente Amsterdam

Nr.

Inspraakreactie

Code

Beantwoording

Conclusie

68

We begrijpen niet waarom in de concept-NvU 6 wordt uitgegaan van bouwlagen van 4 meter. Er wordt gesteld dat dit nodig is voor flexibel en adaptief gebruik van de ruimtes. Ook wordt er over de hele linie uitgegaan van plinten van 4,5 meter hoogte. Wij zijn van mening dat een hoogte van 4 meter voor woningen absoluut niet nodig is. Als deze hoogte wordt verlaagd naar 3 meter (en dat is nog altijd substantieel) dan kan de totale bebouwing én lager worden én minder oppervlakte innemen. Hierdoor ontstaat er ruimte voor het zo noodzakelijke groen. Handhaving van de bestaande bebouwing kan hier nog verder aan bijdragen. Ook hiervan hebben wij berekeningen en voorbeelden. Verder vragen wij ons af waarop de aanname stoelt dat bedrijfsruimtes in de nabije toekomst zo hoog en groot moeten zijn. Wij zien juist een omgekeerde tendens naar kleinere en flexibelere werkplekken. Ook bij bouwlagen van 3 meter is adaptief en circulair bouwen volgens ons heel goed mogelijk. Een plinthoogte van 4.,5 meter over de hele linie is ook niet wenselijk. Het is belangrijk dat de toekomstige bewoners feeling hebben met het straatniveau en dat bijvoorbeeld gezinnen met kinderen een directe toegang hebben tot de buitenruimte. In de omgeving zijn heel veel van dit soort plinten die op bepaalde plekken te kampen hebben met serieuze leegstand.

Ook voor de sociale veiligheid is bewoning op de begane grond belangrijk. Kortom: Wij willen lagere bouwlagen en op sommige punten lagere plinten. Hierdoor kan het aantal geplande vierkante meters vloeroppervlakte gehandhaafd blijven, maar hoeft er minder hoog gebouwd te worden langs de randen van het terrein en ontstaat er meer ruimte voor aaneengesloten groen.

Voor de plint geldt dat we in principe een A, B minimale hoogte meegeven van 4,5 m, omdat dit juist de laag is waarop de wisselwerking plaatsvindt tussen wat er binnen en buiten gebeurt en meer publieke voorzieningen bevat. Voor de overige verdiepingen wordt geen verdiepingshoogte van 4 meter voorgeschreven, maar is het uitgangspunt dat invulling gegeven moet worden aan aanpasbare gebouwen waar ook op lange termijn wisseling van functies kan plaatsvinden. Dat kan betekenen dat verdiepingen lager of hoger worden dan waar voor de concept-NvU mee gerekend wordt om het volume te bepalen (en dus gebouwen ook). Dat is juist het kenmerk van een raamwerk: het is nog geen uitgewerkt plan, maar een structuur waarbinnen verschillende uitwerkingen kunnen komen.

69

De hoogbouw is deels verplaatst naar het 14, 15 midden van het Marineterrein, hetgeen en 16 het uitzicht vanuit onze woning nog steeds blokkeert. Een 40 meter hoge flat grenzend aan de Kattenburgerstraat blokkeert de zichtlijn richting Kattenburg. Wij maken bezwaar tegen de voorgestelde hoogbouwblokken en de massieve schaal en uitstraling van het nu beoogde blokkenmodel.

De bouwhoogte varieert tussen de 20 en 30 B meter (5 tot 7 verdiepingen afhankelijk van de verdiepingshoogte van de bouwlagen). In de hoogteopbouw sluit het raamwerk aan op de omgeving, de bouwhoogte verloopt van hoog in het midden op het terrein naar lager aan de Kattenburgerstraat en de Dijksgracht. Met twee hoogteaccenten van 40 meter. Vooralsnog is alleen voor de kazerne een bouwvolume aan de Kattenburgerstraat tot 30 meter hoogte opgenomen. In de uitwerking van de kazerne zal duidelijk worden welke bouwhoogte daadwerkelijk nodig is. De hoogteaccenten van maximaal 40 meter zijn niet aan de Kattenburgerstraat gepositioneerd.

35

Nota van Beantwoording inspraakreacties Marineterrein

Nr.

Inspraakreactie

70

Code

Beantwoording

Conclusie

Wij vinden het van essentieel belang dat het 12 totale bouwvolume van 185.000 vierkante meter vloeroppervlak (150.000 voor het Dok en Stadspark en 35.000 voor Defensie) als een hard gegeven wordt opgenomen in de concept-Nota van Uitgangspunten.

Het totale volume van 185.000 m2 (bovengronds) zal als maximum worden vastgelegd in de concept-NvU. Van het totale volume zal maximaal 35.000 m2 voor het afgesloten kazerne-terrein van Defensie.

C

71

Wij verwachten van de gemeente dat zij 7 zich inzet voor een harde toezegging over een maximale bouwhoogte langs de Kattenburgerstraat van 15 meter. Dit komt ongeveer overeen met de hoogte van de bestaande depotgebouwen van het Scheepvaartmuseum. Ook doen wij een beroep op de gemeenteraad om bij behandeling van het toekomstige omgevingsplan hierover een positief besluit te nemen.

Voor alle geschetste bouwvolumes in het B raamwerk, dus ook voor de bouwvolumes van de kazerne, geldt dat dit nog geen uitgewerkte plannen zijn. Vooralsnog gaat Defensie uit van een bouwhoogte van maximaal 30 meter. Bij de planuitwerking zal onderzocht worden welke bouwhoogte daadwerkelijk nodig is.

72

Bouwhoogte: Het stedelijk nieuwbouwvolume 31 is te groot en te hoog. De bouwhoogtes langs de Dijksgracht en de Kattenburgerstraat dienen te worden vastgesteld op maximaal 15 meter. Deze impressie geeft de schaduw weer bij in de concept-NvU voorgestelde bouwhoogte op 21 december om 12:00. Vele woonschepen liggen straks in de winter volledig in de schaduw.

Voor het raamwerk is een bezonningsstudie B uitgevoerd uitgaande van een indicatieve uitwerking van de bouwvolumes conform de maquette. Uit de studie blijkt dat de schaduwwerking van de mogelijke nieuwbouw op een deel van de woonschepen aan de overkant van de Dijksgracht vooral in de wintermaanden optreedt. De schaduw van de toekomstige bebouwing heeft geen gevolgen voor deze woonschepen in de maanden maart t/m september. De schaduwwerking in de wintermaanden is vergelijkbaar met de huidige schaduwwerking van het marechausseegebouw. In oktober en februari schuift de schaduw vanaf 17:00 uur over deze woonschepen tot de zonsondergang rond 18:00 uur in februari. In november en januari schuift de schaduw vanaf ca. 14:00 uur over de woonschepen tot de zonsondergang rond 16:30 uur.

73

Het terugbrengen van de hoogteaccenten in 29 aantal en in hoogte van 50 naar 40 meter is een gemiste kans. Daarmee wordt een discussie over hoogbouw, mede aan de hand van een HER, al bij voorbaat uit de weg gegaan. Hoogbouw, mits zorgvuldig gepositioneerd, kan bijdragen aan het creëren van meer ruimte voor groen, wat een grote wens vanuit de buurt is. Daarnaast kan meer hoogbouw bijdragen aan de verdichtingsambitie zoals vastgelegd in de structuurvisie 2010-2040. Helaas is het advies van de Hoogbouwadviescommissie niet integraal opgenomen, waardoor de ratio achter de verlaging van 50 naar 40 meter onbekend blijft. Nb. In de concept-NvU wordt vermeld dat deze keuze met advies van de Hoogbouwadviescommissie is gemaakt. In de infographic “Krachtenveld” wordt gesproken over een Hoogbouweffectencommissie. Wordt hier hetzelfde bedoeld?

In het advies van de Hoogbouw B Adviescommissie is de volgende conclusie opgenomen: de voorgestelde bouwvolumes met een hoogte tot 50 meter doen vanuit het Unesco-gebied te veel afbreuk aan het historisch gegroeide en beschermde stadsbeeld. Door de hoogte van het volume aan de Oosterdokzijde te beperken tot 40 meter en het volume aan de insteekhaven niet hoger te maken dan 30 meter, blijven de effecten op het stadsbeeld acceptabel. Het advies is als bijlage aan de Projectnota toegevoegd. Met de Hoogbouweffectencommissie uit de infographic ‘Krachtenveld’ in de concept-NvU wordt inderdaad dezelfde Hoogbouw Adviescommissie bedoeld.

Conclusies: A: Inspraakreactie was al opgenomen in de concept-NvU. B: Inspraakreactie leidt niet tot een wijziging in de concept-NvU. C: Inspraakreactie leidt wel tot een wijziging in de concept-NvU. D: Inspraakreactie leidt niet tot een wijziging in de concept-NvU en vraagt niet om een beantwoording. E: Inspraakreactie is niet van toepassing op de concept-NvU. Het onderwerp komt pas aan de orde in een latere planfase, het is te vroeg om daar nu antwoord op te geven.

36

Gemeente Amsterdam

Nr.

Inspraakreactie

74

Code

Beantwoording

Conclusie

Bij uitbreiding van de parkstrook zou het verlies 8 aan bouwvolume zoveel mogelijk kunnen worden gecompenseerd door te kiezen voor een andere bebouwingstypologie met een hogere bebouwingsdichtheid, zoals bijvoorbeeld op het Westerdok, echter zonder oprekking van de uitgangspunten ten aanzien van de bouwhoogte. Dat gaat dan ten koste van het omringende groen, maar dat wordt ruimschoots goedgemaakt door uitbreiding van het park.

Zie intro hoofdstuk Stedenbouwkundig raamwerk, pagina 25.

B

75

Gevels bebouwing Marineterrein. Terugwijkende 31 gevels met ca. 20 van de bebouwing zouden op de Dijksgracht, Piet Heinkade en de Kattenburgerstraat een aanzienlijke reductie van respectievelijk spoor- en verkeersgeluid kunnen realiseren. Of het nu een ontwerp voor een binnen- of buitenruimte is, nagedacht zou moeten worden over hoe de ruimte gaat klinken. Dit noemt men de geluidstechnische inrichting: de urban soundscape. Een concert is ongeveer 120 decibel. In een concertzaal vindt men het normaal dat er aandacht is voor akoestiek, tijdens het ontwerpen van woonwijken werd dit gedachtegoed echter niet altijd gedeeld. Dat terwijl er wel stedelijke geluidsnormen zijn volgens het NAG: voor een rustige woonwijk 45 decibel. ’s avonds is dit 40, ’s nachts 35 decibel. Hoewel het beter zou zijn als architecten en planologen het voortouw nemen, is er niet altijd een radicaal nieuwe manier van ontwerpen nodig. In geval van gevelontwerp hoeft er bijvoorbeeld geen nieuwe manier te worden geïntroduceerd, maar is er eerder een aandachtverschuiving binnen akoestische parameters vereist. Op basis van akoestische metingen van de basis geometrie-principes presenteert bijvoorbeeld onderzoek van de TU Delft bekende gevelontwerpen en hun akoestische parameters met betrekking tot de reflectiemogelijkheden en functies in een gevel.

Nieuwe eisen op het gebied van stille binnenen buitenruimtes van gebouwen vragen om nieuwe ontwerpparameters. De gevel is niet alleen een beschutting voor de binnenzijde, maar kan ook comfortabele ruimten buiten het gebouw bieden. Ingenieurs en architecten kunnen de geluidsbron niet veranderen, maar kunnen wel de impact op de omliggende stedelijke ruimte beïnvloeden door de reflectie van geluidsemissies op de stedelijke oppervlakken zoals gevels te beheersen. In een gevelontwerp kan het vermogen om geluid te reflecteren bijvoorbeeld worden afgestemd door het oppervlak aan te passen. Verdere technische details zullen we u besparen.

De concept-NvU, onderdeel van de Projectnota, B, E legt alleen de ruimtelijke en programmatische uitgangspunten voor verdere planvorming vast en niet de plannen zelf. Dus bijvoorbeeld wel hoeveel bebouwing en groen er komt, maar niet hoe hoog elk gebouw wordt of hoe het groen eruit komt te zien. Voor de Projectnota vinden al wel onderzoeken op hoofdlijnen plaats om de impact en haalbaarheid van deze uitgangspunten inzichtelijk te maken en daarop gebaseerd nadere keuzes te bepalen. Bij het beoordelen van de impact, worden de bestaande omgeving en ontwikkelingen in de omgeving waarvoor plannen zijn vastgesteld, meegenomen. Deze onderzoeken richten zich in deze fase op relevante aspecten zoals geluid, luchtkwaliteit, verkeer en bezonning. De resultaten van deze onderzoeken op hoofdlijnen zijn als bijlage bij de Projectnota opgenomen. De definitieve uitkomsten van de onderzoeken volgen als de daadwerkelijke plannen voor de gebouwen gemaakt worden. Pas dan kunnen de definitieve berekeningen gemaakt worden.

76

Het is een gemiste kans dat hier geen stadspark 100 komt.

Het opschuiven van de bebouwingsgrens richting noordoosten of het toepassen de bebouwingstypologie van het Westerdok, is daarom niet mogelijk.

D

37

Nota van Beantwoording inspraakreacties Marineterrein

Nr.

Inspraakreactie

Code

Beantwoording

Conclusie

77

Denk aan de toekomst! Maak het park groter i.p.v. bouwen.

181

Mede naar aanleiding van de inspraakreacties wordt het raamwerk aangepast zodat er meer ruimte ontstaat voor het park. Het noordwestelijk deel van het park wordt vergroot door de sloop op termijn van gebouw 026 (voor de nummering van de gebouwen, zie pagina 22 van de concept-NvU).

C

78

Alom wordt erkend dat het groen in de stad 8 versterking behoeft en dat een compacte stad niet impliceert dat alle open plekken moeten worden bebouwd. Een leefbare stad vergt niet alleen meer groen, maar ook meer aaneengesloten parkgroen, waar veel bewoners en bezoekers behoefte aan hebben en van kunnen genieten. Het Marineterrein biedt nu juist een kans om substantieel parkgroen - waar de binnenstad niet over beschikt - aan de stad toe te voegen. Dat sluit aan bij pleidooien vanuit de omringende buurten. In de concept-NvU wordt gesuggereerd dat aan die behoefte wordt tegemoetgekomen. Maar de optelsom van onbebouwde ruimte staat niet gelijk aan groene ruimte en een substantieel groenoppervlak maakt nog geen stadspark. De bewering dat het beoogde stadspark (met 65% groen) even groot wordt als het Sarphatipark (p. 86) geeft een vertekend beeld. De enige mogelijkheid om de parkfunctie te versterken ligt in uitbreiding van het aaneengesloten groen. Het ligt dan voor de hand om de lijn die de nieuwbouw markeert noordoostwaarts te verschuiven opdat tenminste de helft van het oppervlak van het Marineterrein als aaneengesloten park kan worden ingericht. Daarmee wordt ook de door de binnenhaven veroorzaakte tweedeling van het park ongedaan gemaakt. Gezien de hoge grondprijzen, de beoogde grondexploitatie en de vraag naar woningen en bedrijfslocaties is dat een lastige boodschap.

Maar op deze unieke plek aan het water is het eeuwig zonde om zoveel parkachtige grond te verstenen. Weersta de verleiding daartoe en geef meer ruimte aan een heus stadspark. De ruimtelijke kwaliteit en de leefbaarheid van de stad zijn daarmee gediend. Bijkomend voordeel is dat op deze wijze ook meer recht kan worden gedaan aan het op het Marineterrein aanwezige erfgoed en het historisch maritieme karakter van het gebied.

Zie intro hoofdstuk Stedenbouwkundig raamwerk, pagina 25.

C

Het opschuiven van de bebouwingsgrens richting noordoosten is daarom niet mogelijk in combinatie met het gewenste programma en de beperkingen in de bouwhoogte. Mede naar aanleiding van de inspraakreacties wordt het raamwerk aangepast, zodat er meer ruimte ontstaat voor het park. Het noordwestelijk deel van het park wordt vergroot door de sloop op termijn van gebouw 026 (voor de nummering van de gebouwen, zie pagina 22 van de concept-NvU).

Conclusies: A: Inspraakreactie was al opgenomen in de concept-NvU. B: Inspraakreactie leidt niet tot een wijziging in de concept-NvU. C: Inspraakreactie leidt wel tot een wijziging in de concept-NvU. D: Inspraakreactie leidt niet tot een wijziging in de concept-NvU en vraagt niet om een beantwoording. E: Inspraakreactie is niet van toepassing op de concept-NvU. Het onderwerp komt pas aan de orde in een latere planfase, het is te vroeg om daar nu antwoord op te geven.

38

Gemeente Amsterdam

Nr.

Inspraakreactie

Code

79

Derhalve maken wij bezwaar tegen het 18 concept-Nota van Uitgangspunten Marineterrein op de volgende punten: krimp naar 19% groen in plaats van behoud van het verblijfsgroen van de locatie en onnodige kap van bomen. Motivering: er is te weinig, steeds noodzakelijker verblijfsgroen in stadsdeel Centrum. Over 10 jaar zullen met name jonge mensen de stad onaantrekkelijker vinden dan nu vanwege het grote gemis aan recreatiemogelijkheden en U verwijten dat U een onleefbare, te warme stad heeft nagelaten. Het dogma van de “compacte stad” houdt geen rekening met de klimaatverandering! De waarde van verblijfsgroen op loopafstand voor ons als bewoners maar voor talloze andere centrumbewoners wordt totaal onderschat. Hoezeer geniet u nu zelf niet van uw eigen verblijfsgroen?

Beantwoording

Conclusie

Door het vrijkomen van een groot deel van het C Defensieterrein neemt in de nieuwe situatie het totale oppervlak aan openbare ruimte voor de stad aanzienlijk toe. Van deze openbare ruimte wordt een groot deel groen ingericht. Aan de zijde van het Oosterdok is een stadspark gepland van ongeveer 4,7 ha. Omdat het Marineterrein in de toekomstige situatie grotendeels autovrij wordt, is er ook meer ruimte voor recreatie. De verblijfskwaliteit neemt toe en de gebruikswaarde van het groen wordt groter. Mede naar aanleiding van de inspraakreacties is het raamwerk aangepast, zodat er nog meer ruimte ontstaat voor het park. De aanpassing is dat het noordwestelijk deel van het park wordt vergroot door de sloop op termijn van gebouw 026 (voor de nummering van de gebouwen, zie pagina 22 van de concept-NvU). Over de toekomstige inrichting van het park wordt in de volgende planfase nagedacht, met inbreng van de omgeving. Het Marineterrein is in de toekomst niet de enige plek in dit deel van de stad waar extra groen wordt toegevoegd. Met de realisatie van het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer komt er aan de Dijksgracht Oost op het spoorterrein bij het nieuwe woon- en werkgebied Oostenburg ongeveer 15.000 m2 groen beschikbaar. Amsterdam is met ProRail in gesprek om deze ruimte voor langere tijd in beheer te nemen en om te vormen tot een nieuw openbaar toegankelijk stadspark.

80

Ik zie in de plannen dat het zeer vol gebouwd gaat worden. Amsterdam heeft al bijna geen (groene) open ruimte en daarom lijkt me dit een slecht plan.

57

Zie intro hoofdstuk Stedenbouwkundig raamwerk, pagina 25.

D

39

Nota van Beantwoording inspraakreacties Marineterrein

Nr.

Inspraakreactie

Code

Beantwoording

81

Jammer dat het Marineterrein nu ook alweer bebouwd gaat worden. Houdt de gemeente Amsterdam er rekening mee dat open ruimtes van levensbelang zijn voor de leefbaarheid van een stad?

154

De waarde van groen is meegenomen bij het D opstellen van het raamwerk. Daarom is er ook voor gekozen om ongeveer 70% van het hele terrein niet te bebouwen en voor een groot deel groen in te vullen. Daar heeft het Stadspark een groot aandeel in, maar ook in het dicht bebouwde Dok is de onbebouwde ruimte voor bijna de helft groen. Uitgangspunt voor het Marineterrein is dat het aantal bomen minimaal gelijk blijft en dat waardevolle bomen behouden blijven. Gestreefd wordt om zoveel mogelijk bomen te behouden of te verplanten. Ook de bomen in de straten zijn van grote betekenis voor de stad. Er zijn boomsoorten die daar prima groeien. De relatie met de breedte van de straten en de hoogte van de aangrenzende gebouwen is hierbij echter erg belangrijk. Dit heeft ook zeker de aandacht. Het Marineterrein is in de toekomst niet de enige plek in dit deel van de stad waar extra groen toegevoegd wordt. Met de realisatie van het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer komt er aan de Dijksgracht Oost op het spoorterrein bij het nieuwe woon- en werkgebied Oostenburg ongeveer 15.000 m2 groen beschikbaar. Amsterdam is met ProRail in gesprek om deze ruimte voor langere tijd in beheer te nemen en om te vormen tot een nieuw openbaar toegankelijk stadspark.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13455810/1