CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

A - 28 Grond en Ontwikkeling (22) 4. Bijlage PN 2 Nota van beantwoording NvU

RAAD 9 november 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de projectnota Marineterrein en instemmen met de voorbereiding van een investeringsbesluit VN2023-02206647.385 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Nota van beantwoording Novemb

er 2022

Inspraak concept-Nota van Uitgangspunten toekomstige ontwikkeling Marineterrein

2

Gemeente Amsterdam

Inleiding

Voor u ligt de Nota van Beantwoording Marineterrein Amsterdam. Hierin staan alle inspraakreacties die zijn ingediend op de concept-Nota van Uitgangspunten Marineterrein en de beantwoording daarop. De Nota van Beantwoording en de concept-Nota van Uitgangspunten (hierna concept-NvU) maken deel uit van de Projectnota Marineterrein. Deze zal ter vaststelling aan de gemeenteraad worden aangeboden. Besluitvorming daarover start naar verwachting eind 2022. De concept-NvU lag ter inzage van dinsdag 16 november 2021 t/m maandag 17 januari 2022. De concept-NvU was (en is) te downloaden via de gemeentesite www.amsterdam.nl/marineterrein Tijdens de inspraakperiode zijn er vijf inloopspreekuren geweest waar ook de werkmaquette van het raamwerk was te bezichtigen. Bezoekers konden vragen stellen en toelichting krijgen. Verder vond op 30 november 2021 een online inspraakbijeenkomst plaats. Tijdens de inspraakperiode werden er 329 inspraakreacties ingediend – digitaal en per post – door zowel individuele insprekers als organisaties.

De participatie zoals die heeft plaatsgevonden, had betrekking op de haalbaarheidsfase van de ontwikkelingsplannen van het Marineterrein. Deze haalbaarheidsfase wordt afgesloten met de Projectnota. Zodra de gemeenteraad de Projectnota heeft vastgesteld (met een ‘projectbesluit’), begint een nieuwe fase: de ontwikkelfase. Ook in deze fase is participatie weer mogelijk. De manier waarop en wanneer die participatie zal plaatsvinden, wordt beschreven in de Projectnota.

Nota van Beantwoording inspraakreacties Marineterrein

3

Samenvatting

Samenvatting van de inspraakreacties In deze samenvatting staat (tussen haakjes) hoeveel inspraakreacties er per onderwerp zijn binnengekomen en waar deze reacties in hoofdlijnen over gaan. De samenvatting eindigt met een overzicht van wijzigingen in de concept-NvU naar aanleiding van de belangrijkste wijzigingen. Globale indruk Kijkend naar álle inspraakreacties kan het volgende worden gezegd voor een globale indruk: • De combinatie van leren, werken en wonen voor het toekomstige Marineterrein wordt toegejuicht. • De indruk is dat het raamwerk niet flexibel genoeg is. De structuur ligt te veel vast en doet te weinig recht aan de geschiedenis. • Over het algemeen is iedereen erg enthousiast over het huidige, groene Marineterrein. • Het park is niet groot genoeg en te versnipperd. Een veelgehoorde wens is aaneengesloten groen; • Het bouwvolume van 185.000 m2 bruto vloeroppervlakte moet het maximum zijn. • De bouwhoogte langs de Kattenburgerstraat (kazerne) en langs de Dijksgracht vinden veel insprekers te hoog; het verzoek is om de hoogte van de accenten nog niet vast te leggen. • De zwemplek en de huidige voorzieningen (restaurant Scheepskameel, Pension Homeland) worden gezien als een absolute meerwaarde en wil men behouden.

• Een aantal insprekers vreest overlast (geluids- en lichtoverlast, afname luchtkwaliteit, toename schaduwwerking en minder uitzicht) op en rondom het Marineterrein. Dit wordt veroorzaakt door stapeling van plannen in de omgeving en de komst van meer mensen. Dit moet meer aandacht krijgen. • Insprekers (en dan met name omwonenden en de huidige gebruikers van het Marineterrein) geven aan in de toekomst mee te willen denken en ontwerpen. Hun rol, invloed en de status van de participatie zou wel duidelijker mogen zijn – tot dusverre was dat niet voor iedereen het geval. Algemeen (19) Deze reacties zijn niet in te delen bij één onderwerp.

Ze gaan over iets algemeens, over meerdere onderwerpen tegelijk of het is een opmerking die niet om een beantwoording vraagt. De reacties lopen zeer uiteen: van angst voor de plannen tot “complimenten voor het prachtige plan”. Van insprekers die de plannen omarmen en graag willen samenwerken tot aan mensen die de plannen “eeuwig zonde” vinden. Wat ze gemeen hebben, is dat iedereen het Marineterrein in het hart heeft gesloten.

Ambitie en Aanpak (28) De ambitie om het Marineterrein te ontwikkelen tot een toonaangevend innovatiegebied, wordt positief ontvangen. Over de manier waarop die ambitie tot stand moet komen (de aanpak) zijn 7 inspraakreacties ingediend. De aanpak wordt in de concept-NvU ‘ontwikkelstrategie’ genoemd, waarbij ‘curatorschap’ een grote rol speelt. Onder curatorschap wordt verstaan het blijven sturen op de programmatische, maatschappelijke en economische, ruimtelijke en architectonische kwaliteiten van het terrein. Over deze aanpak kwamen eveneens positieve inspraakreacties binnen. Uit de inspraakreacties van bestaande instellingen en organisaties op het Marineterrein werd verder duidelijk, dat zij ook in de toekomst een rol willen blijven vervullen. De meeste reacties gaan over participatie (11), wat in de concept-NvU “Uitnodiging aan de stad” is genoemd. Het blijkt dat de vorm en status van de participatie tot nu toe niet voor iedereen duidelijk is geweest. Ook mist men ruimte voor mee-ontwerpen aan het gepresenteerde raamwerk en voor alternatieve plannen van buurtbewoners en buurtorganisaties. Raamwerk (388) De meest gevarieerde inspraakreacties gaan over het stedenbouwkundig raamwerk (43). Dit is een beschrijving en tegelijk een verbeelding van de mogelijke bebouwing en functies die nodig zijn om de ambitie voor het Marineterrein te realiseren.

Sommige insprekers zien het raamwerk te veel als een ‘eindbeeld’ – terwijl dat in hun ogen in deze fase nog niet aan de orde zou moeten zijn – en vinden dat het raamwerk vrij rigide oogt en onvoldoende rekening houdt met de historische waarde.

4

Over de dichtheid van de bebouwing kwamen wisselende reacties binnen. Sommige insprekers hebben kritiek op de voorgestelde ‘strokenbouw’ en zien liever een minder bebouwd gebied. Voor andere insprekers mag het Marineterrein nog dichter (en hoger) worden bebouwd. Deze insprekers vinden het raamwerk juist prachtig of pleiten bijvoorbeeld voor de aanleg van grachten. Gebouwen (11): Er zijn zorgen over de hoogte van de gebouwen. Er wordt voorgesteld om, met name aan de randen van het Marineterrein, lager te bouwen. Ook zijn er twijfels over het uitgangspunt om hogere verdiepingen te maken voor alle gebouwen. Daarnaast is de wens om met “onderscheidende architectuur” te bouwen in het kader van flexibiliteit. Openbare ruimte (40): De meeste reacties bij dit onderwerp gaan over groen: het liefst zo veel mogelijk en graag aaneengesloten voor een park. Ook wordt aandacht gevraagd voor hondenuitlaatveldjes, wandelroutes, sport- en speelvoorzieningen en de wens om alle bomen en de zwemlocatie te behouden. Verkeer, vervoer en logistiek (3): Voorstanders prijzen het autovrij houden van het Marineterrein en het gebruik van logistieke hubs. Dit mag echter niet leiden tot parkeerdruk of overlast in de aangrenzende buurt.

Programma (288): Dit onderdeel levert de meeste inspraakreacties op; mede veroorzaakt door de oproep (243 x) om restaurant Scheepkameel en/ of‑ Pension Homeland te behouden – hieruit blijkt weer eens te meer het succes en de populariteit van het Marineterrein. Ook zijn er veel inspraakreacties over het aantal woningen, het soort woningen en de verdeling van functies (werken, wonen, leren, recreëren en voorzieningen, zoals horeca). Sommige insprekers pleiten voor minder (tot geen) woningen, andere insprekers juist voor méér woningen – dit vanwege het woningtekort. Voor wie er woningen moeten komen, is ook onderwerp van de inspraakreacties. Eensgezind is de wens om het betaalbaar te laten zijn en niet alleen voor de happy few. Maar daarnaast zijn de voorgestelde doelgroepen zeer divers. Genoemd zijn senioren, kunstenaars, jongeren, gezinnen en buurtbewoners. Verder uiten insprekers uit de hele stad de wens om te kunnen blijven recreëren.

Gemeente Amsterdam

Duurzaamheid en klimaat (3): Opvallend weinig inspraakreacties over dit onderwerp. Wel een inspraakreactie met een vraag over gasloos bouwen (hoe men dat wil bereiken) en het verzoek om duurzaamheid op nummer één te zetten, als voorbeeldfunctie voor heel Nederland.

Erfgoed (22) Dit onderwerp staat niet als apart onderwerp vermeld in de concept-NvU, maar hier kwamen wel veel inspraakreacties over binnen. Met erfgoed wordt alles bedoeld op het gebied van monumenten, historische en culturele elementen en geschiedenis. De meeste insprekers benadrukken hoe belangrijk het is om waardevolle historische elementen (zoals kades, bolders, buitenmuur en kunstwerken) en gebouwen in het gebied te behouden. Ook zou de inrichting van de buitenruimte moeten aansluiten bij die van de ontwerpers Meijers en Warnau. Met name de historische buitenmuur komt herhaaldelijk terug: veel insprekers willen de muur behouden en genieten van de ‘enclave-achtige setting’, maar er zijn ook insprekers die de muur willen slopen: zij zien de muur als een barrière die letterlijk in de weg staat voor verbinding met de aangrenzende buurt. Impact op de omgeving (27) Ook dit onderwerp is vanwege de vele inspraakreacties toegevoegd. Een groot aantal insprekers maakt zich zorgen over de toekomst wat betreft impact van de plannen op hun woonomgeving. Een deel van die zorgen gaat over ontwikkelingen die buiten het Marineterrein plaatsvinden en dus buiten de concept-NvU, zoals het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer, het programma Autoluw, de komst van een overslaghub en de aanleg van zeventig ligplaatsen voor dekschuiten en rondvaartboten op de DijksgrachtOost.

Zij voorzien een “stapeling van overlast” en maken daar melding van in hun inspraakreactie. Omdat de gemeente ook buiten het Marineterrein verantwoor­delijk is voor een goede ruimtelijke ordening, volgen nog nadere onderzoeken om dit soort omgevingsinvloeden te beoordelen. De onderzoeksresultaten kunnen van invloed zijn op het nog op te stellen omgevingsplan Marineterrein. Een ander deel van de inspraakreacties gaat over de verwachte overlast van de ontwikkeling van het Marineterrein zelf op de omgeving. Concreet genoemd worden de mogelijke schaduwwerking en geluidsweerkaatsing van hogere gebouwen, met name aan de randen van het Marineterrein, of de impact van het sportveld op de Dijksgracht.

Nota van Beantwoording inspraakreacties Marineterrein

5

Een aantal insprekers geeft aan planschade te verwachten vanwege de ontwikkelingen op het Marineterrein. Tot slot wordt de zorg gedeeld dat er meer overlast komt door recreatie als gevolg van toenemende drukte.

hubs niet tot overlast voor de omgeving mogen leiden. Een van de mogelijke hubs is gepositioneerd in de zone op het Marineterrein die grenst aan de Kattenburgerstraat. Het laden en lossen zal ook op het terrein zelf moeten plaatsvinden, niet in de Kattenburgerstraat. Dit is verduidelijkt in de definitieve NvU. (zie hoofdstuk 4.4 onder kopje Logistiek in de concept-NvU).

Overzicht van alle wijzigingen Op de volgende punten is de concept-NvU inhoudelijk aangepast of aangescherpt naar aanleiding van de inspraakreacties. Zie voor uitleg codes pagina 7. » Openbare ruimte en groen Codes: 6, 8, 14, 15, 16, 17, 18, 31, 63, 81, 181 • Inspraakreactie: groter park met meer aaneengesloten openbaar (verblijfs)groen. • Wijziging: het raamwerk is aangepast zodat er meer ruimte ontstaat voor het park. Het noordwestelijk deel van het park wordt vergroot door de sloop op termijn van gebouw 026 (voor de nummering van de gebouwen zie pagina 22 van de concept-NvU). Dit gebeurt met behoud van maximaal 185.000 m2, dus wordt het extra gesloopte metrage elders in de nieuwbouw toegevoegd. » Bebouwing Codes: 7, 12 • Inspraakreactie: het maximeren van het totale bouwvolume tot 185.000 bruto vierkante meter als hard gegeven. • Wijziging: de metrage is vastgelegd op maximaal 185.000 m2 bovengronds, waarvan maximaal 35.000 m2 voor Defensie. Raamwerk Code 29 • Inspraakreactie: Het raamwerk met het rechthoeki­ ge grid “botst” op de bestaande verkaveling. Dat zou een bewuste keuze kunnen zijn, maar uit de concept-NvU wordt dit niet duidelijk. • Aanscherping: Op pagina 48 van hoofdstuk 4.1 (laatste alinea) staat nu een aanvullende toelichting op het raamwerk. Daarin wordt extra benadrukt waarom deze keuze bewust is gemaakt.

» Verkeer, vervoer en logistiek Code 12 • Inspraakreactie: de ‘hubs’ moeten op het Marineterrein zelf worden gerealiseerd. Zo wordt overlast voor bewoners op de Kattenburgerstraat voorkomen. • Wijziging: het is een terecht punt dat de logistieke

» Erfgoed Code 1 • Inspraakreactie: Erfgoedvereniging Heemschut pleit voor behoud en restauratie van het toegangscom­plex (1982-1983) van Benthem Crouwel, eventueel door verplaatsing. • Wijziging: de inspraakreactie heeft niet zozeer geleid tot een wijziging in de concept-NvU, maar wel de aanzet gegeven om te onderzoek of en hoe het toegangscomplex verplaatst kan worden naar de toekomstige kazerne of elders op het terrein. Code 2 • Inspraakreactie: de (historische) aansluiting op het water als onlosmakelijk onderdeel van de geschiedenis van het Marineterrein wordt niet genoemd. Deze aan de ambitie toevoe­gen. Verder is het Marineterrein en het water eromheen onderdeel van het historische centrum van Amsterdam. Graag toevoegen dat deze bufferzone – inclusief het water eromheen en de Museumhaven – beeldbepalend is voor het ooste­lijk deel van de binnenstad. • Wijziging: in hoofdstuk 2.1 “Ambitie” in de concept-NvU is nu in de tekst opgenomen dat de aansluiting op het water onlosmakelijk onderdeel is van het karakter van het gebied.

Erfgoed/Algemeen Code 2 • Inspraakreactie: De Museumhaven Amsterdam staat onder ‘andere bedrijven’, maar is een culturele Anbi (algemeen nut beogende instelling). De Museumhaven Amsterdam is een erkende culturele instelling en onderdeel van Expeditie Oosterdok. Graag de Museumhaven opnemen in de opsomming van cultureel-educatieve instellingen. • Wijziging: De Museumhaven is nu opgenomen in de opsomming van cultureel-educatieve instellingen zoals Arcam, NEMO, OBA, Het Scheepvaartmuseum en het Conservatorium van Amsterdam. Zie pagina 20 van de concept-NvU.

6

Gemeente Amsterdam

Inhoud

Inleiding2 Samenvatting3 Inhoud6 1. Leeswijzer7 2. Inspraakreacties per onderwerp 2.1 Algemeen 2.2 Ambitie en aanpak

2.2.1 Ambitie 2.2.2 Ontwikkelingsstrategie en curatorschap 2.2.3 Participatie

9

9 14 14 15 18

2.3 Raamwerk25

2.3.1 Stedenbouwkundig raamwerk 25 2.3.2 Gebouwen43 2.3.3 Openbare ruimte 48 2.3.4 Verkeer, vervoer en logistiek 62 2.3.5 Programma 64 2.3.6 Duurzaamheid en klimaat 78

2.4 Erfgoed 2.5 Impact op de omgeving

3. L ijst met volledige inspraakreacties (gecodeerd en geanonimiseerd)

79 87

100

4. Bijlagen145 Colofon

259

7

Nota van Beantwoording inspraakreacties Marineterrein

1. Leeswijzer

De inspraakreacties op de concept-NvU Marineterrein gaan over uiteenlopende onderwerpen. Om enige structuur te brengen in de beantwoording, zijn de inspraakreacties per onderwerp ingedeeld. Daarbij is de hoofdstukindeling van de concept-NvU zoveel mogelijk aangehouden. Onderwerpen waarover meerdere inspraakreacties zijn ingediend, maar die niet als hoofdstuk in de concept-NvU zijn opgenomen, zijn als aparte hoofdstukken aan deze Nota van Beantwoording toegevoegd. Het kan ook zijn dat bepaalde hoofdstukken uit de concept-NvU niet in deze Nota van Beantwoording zijn opgenomen. De reden is dat daar dan geen inspraakreacties over zijn ingediend.

Privacy Er zijn inspraakreacties binnengekomen van zowel individuele insprekers als organisaties en instellingen. Op grond van artikel 1 van de Wet Bescherming Persoonsgegevens zijn alle 329 inspraakreacties geanonimiseerd: in plaats daarvan hebben ze een code gekregen. Namen van individuele insprekers komen dus niet voor. Namen van organisaties en instellingen mogen wel, maar ook deze inspraakreacties zijn gecodeerd. Leesbaarheid Om de leesbaarheid te bevorderen en dubbelingen te beperken, zijn inspraakreacties – waar mogelijk – verkort en samengevat weergegeven. Achter elke inspraakreactie staat de code (soms meerdere codes) die verwijst naar de volledige, originele inspraakreactie. Sommige originele inspraakreacties gaan over meerdere onderwerpen en komen daarom meermalen terug in de beantwoording. De originele inspraakreacties zijn terug te lezen in hoofdstuk 3. Achter elke inspraakreactie staat het paginanummer (soms meerdere pagina’s) waarop de beantwoording is te lezen. In een aantal gevallen wordt doorverwezen naar hoofdstuk 4: het gaat dan om uitgebreide inspraakreacties (veelal van organisaties en instellingen), al dan niet voorzien van foto’s en tekeningen. Deze uitgebreide inspraakreacties zijn als bijlage opgenomen.

In hoofdstuk 2 begint bijna elk hoofdstuk over een onderwerp met een intro. In het intro staan de meest voorkomende antwoorden in één keer vermeld – daarachter de codes van de inspraakreacties waar antwoord op wordt gegeven. Na het intro volgt de lijst met de beantwoording. Die lijst bestaat uit vijf kolommen: Kolom 1: nummer van de inspraakreactie. Kolom 2: de ingediende inspraakreactie (ingekort). Kolom 3: code die verwijst naar de volledige inspraakreactie. Kolom 4: het antwoord op een inspraakreactie. Kolom 5: conclusie. In deze kolom wordt duidelijk tot welke conclusie een inspraakreactie heeft geleid voor de concept-NvU. Er zijn vijf mogelijke conclusies: • A: Inspraakreactie was al opgenomen in de concept-NvU. • B: Inspraakreactie leidt niet tot een wijziging in de concept-NvU, maar is wel beantwoord. • C: Inspraakreactie leidt wel tot een wijziging in de concept-NvU. • D: Inspraakreactie leidt niet tot een wijziging in de concept-NvU en vraagt niet om een beantwoording. • E: Inspraakreactie is niet van toepassing op de concept-NvU. Het onderwerp komt pas aan de orde in een latere planfase, dus het is te vroeg om daar nu antwoord op te geven. In sommige gevallen leidt een inspraakreactie tot meerdere conclusies. Indien u uw eigen inspraakreactie wilt teruglezen, dan kunt u die vinden via het onderwerp waarover u uw reactie hebt ingediend.

Voor een overzicht van de onderwerpen verwijzen wij u naar de inhoudsopgave en dan inspraakreacties per onderwerp.

Hoe vind ik mijn inspraakreactie terug? Stel, u zoekt uw inspraakreactie over – bijvoorbeeld – een groene wandelroute. Dit gaat over de Openbare ruimte; ga dan naar de inhoudsopgave en kijk bij ‘openbare ruimte’ (hoofdstuk 2.3.3). In het

8

hoofdstuk Openbare ruimte vindt u uw (gedeeltelijke) inspraakreactie terug in kolom 2. Achter de inspraakreactie staat (in kolom 3) de code, in dit geval nummer 44. De code verwijst naar de volledig geanonimiseerde inspraakreactie in hoofdstuk 3 of – als het gaat om een uitgebreide inspraakreactie – in hoofdstuk 4. Tot slot: waar in de Nota van Beantwoording wordt gesproken over m2, geldt in alle gevallen de bruto vloeroppervlakte (bvo), tenzij anders vermeld. De bruto vloeroppervlakte is het vloeroppervlak gemeten inclusief de buitenmuur (conform NEN-2580 normering). Het begrip ‘innovatief stadskwartier’, zoals in deze Nota van Beantwoording is te lezen, wordt in het Principebesluit uit 2017 ‘innovatieve werkplaats’ genoemd en in de concept-NvU ‘innovatiedistrict’. In deze nota wordt bij de beantwoording de term ‘omgevingsplan’ gebruikt. Omgevingsplan is de nieuwe term voor wat nu nog ‘bestemmingsplan’ heet. Naar verwachting wordt op 1 juli 2023 de omgevingswet ingevoerd; vanaf die datum zal het bestemmingsplan voortaan omgevingsplan heten. Deze nota loopt daar dus op vooruit. Tot slot: het ordenen en beantwoorden van de vele honderden inspraakreacties was een flinke klus. De gemeente heeft naar eer en geweten de uiterste zorg besteed aan het zo goed mogelijk beantwoorden van al die inspraakreacties.

Echter, wie zijn of haar inspraakreactie onverhoopt niet herkent, kan contact opnemen via marineterrein.go@amsterdam.nl.

Gemeente Amsterdam

9

Nota van Beantwoording inspraakreacties Marineterrein

2. Inspraakreacties per onderwerp

2.1 Algemeen Nr.

Inspraakreactie

Code

Beantwoording

1

De Museumhaven Amsterdam staat nu onder ‘andere bedrijven’, maar is een culturele Anbi (algemeen nut beogende instelling). Graag de Museumhaven opnemen in de opsomming van cultureel-educatieve instellingen.

2

De Museumhaven wordt opgenomen in C de opsomming van cultureel-educatieve instellin­gen zoals Arcam, NEMO, OBA, Het Scheepvaartmuseum en het Conservatorium van Amsterdam. Zie pagina 20 van de concept-NvU.

2

Eeuwige zonde, wanneer de huidige plannen 30 verwezenlijkt zullen worden. Het Marineterrein is een historische plek. Ik zou graag zien dat veranderingen die er plaatsvinden gebeuren met wat fantasie en een tikje hartstocht. Deze plek verdient het. Als het reeds bestaande karakter niet direct voor hartstocht zorgt, zou ik u willen adviseren om te luisteren naar de ervaringen, wensen en alternatieve plannen van buurtbewoners. Het spijt mij om het u te moeten zeggen, maar het plan dat nu op tafel ligt, wekt bij mij een harteloze en inspiratieloze indruk. Het had door een (schaak)computer gegenereerd kunnen zijn. Puur beredeneerd vanuit één perspectief en gericht op de behoeftes die horen bij één tijdvak. Allen samen te vatten onder één noemer ‘de woningnood’.

Conclusie

Bij stadsontwikkelingen als het Marineterrein D, E wordt gezocht naar een balans voor de invulling van de schaarse ruimte, en het afwegen van talloze belangen, opvattingen en wensen. De concept-NvU is het voorlopige resultaat van een lang en zorgvuldig proces, waarbij heel veel mensen betrokken zijn geweest. Ook in de vervolgfase rekenen we op deze betrokkenheid. Daarbij leeft nadrukkelijk het bewustzijn dat weliswaar aan veel belangen, opvattingen en wensen (deels) tegemoet kan worden gekomen, maar dat niet iedereen voor de volle 100% tevreden wordt gesteld. Het raamwerk is nadrukkelijk nog geen stedenbouwkundig plan. Hoe gebouwen er uit komen te zien, zal in de volgende planfases vorm krijgen.

Het Marineterrein heeft hier geen schuld in en zou hiervan ook niet de dupe mogen worden. Kortom: De huidige plannen komen op mij over als zijnde dodelijk saai. Met de nadruk op dodelijk. Hierdoor slaat het bruisende water van Amsterdam in één klap plat. U biedt woonruimte aan mensen die zich in de toekomst zullen afvragen wat ze in vredesnaam in Amsterdam dachten te zullen vinden. Een historisch stadsgezicht? Creatieve architectuur? Een groen uitzicht? In dit geval allemaal niet. En zeker géén vrolijke buren. 3

Om de eenheid en rust van de nieuwe wijk te 9 versterken, verdient het aanbeveling een bepaalde architectonische taal en materiaalkeuze voor te schrijven. Nu zijn er veel foto’s met referenties waaruit verschillende talen spreken.

Wij onderschrijven dit advies en zullen in de volgende fase van ontwikkeling veel aandacht besteden aan de beeldkwaliteit van de toekomstige ontwikkeling.

E

Conclusies: A: Inspraakreactie was al opgenomen in de concept-NvU. B: Inspraakreactie leidt niet tot een wijziging in de concept-NvU. C: Inspraakreactie leidt wel tot een wijziging in de concept-NvU. D: Inspraakreactie leidt niet tot een wijziging in de concept-NvU en vraagt niet om een beantwoording. E: Inspraakreactie is niet van toepassing op de concept-NvU. Het onderwerp komt pas aan de orde in een latere planfase, het is te vroeg om daar nu antwoord op te geven.

10

Gemeente Amsterdam

Nr.

Inspraakreactie

Code

Beantwoording

Conclusie

4

Ik wilde langs deze weg delen dat de plannen er fantastisch uitzien. Een ware verrijking voor de stad, en de locatie zelf. Succes met de volgende stappen!

61

D

5

Allereerst de complimenten voor het prachtige plan. Vooral het behoud van de bepalende gebouwen en muur, het stedenbouwkundig raamwerk, de diverse korrelgrootte, het dak gebruik en de groenstructuur spreken tot de verbeelding.

56

D

6

Het wordt mooi!

29

D

7

Ik heb het gevoel dat de gemeente Amsterdam 154 bezig is met geld verdienen in plaats van te zorgen voor een leefbare stad voor AL haar bewoners. en ik maak me dan ook ernstige zorgen, na het zien van dit plan, over de toekomst van weer een open plek waar nieuwe (bouw)plannen voor zijn: het Meester Visserplein.

D

8

Ik wil graag nog benadrukken dat ik niet vind 26 dat er nooit iets ontwikkeld mag worden op het Marineterrein, helemaal niet zelfs! Ik denk dat de plannen die er nu liggen gewoon niet goed genoeg zijn. En ik begrijp ook wel dat er veel geld mee gemoeid is. Als de zgn. kosten (want het terrein is eigenlijk al een keer door de burger bekostigd) uitgesmeerd worden over 25 jaar dan spreken we waarschijnlijk over 4 tot 7 miljoen euro per jaar. Dat is maar een kleine post op de begroting van de stad als geheel, een bedrag waarvoor gemakkelijk dekking gevonden kan worden met de exploitatie van tijdelijke bestemmingen. En daarna kan er in de toekomst echt rendement gerealiseerd worden, voor de hele stad, vanuit een beter onderbouwd plan met meer visie. Ik ga er vanuit dat u mijn zienswijze ter harte neemt en de bereidheid heeft om tot herbezinning op de plannen te komen. Mocht u nog verduidelijking willen dan ben ik altijd bereid het een en ander toe te lichten.

Zie intro hoofdstuk Participatie, pagina 18.

8A

Elke Amsterdammer zou zijn mening moeten 119, kunnen geven over het Marineterrein. En gezien 120 het feit dat dit gebied nooit bij de stad heeft gehoord, zou de beslissing over het terrein aan de volgende generatie moeten worden overgelaten. Want het is niet aan onze kinderen en kleinkinderen uit te leggen dat wij, zonder er met zijn allen over te praten, zonder er debatten over te voeren of deskundigen te consulteren, zelfs zonder het ooit betreden te hebben, akkoord zijn gegaan met een plan uit de oudheid en het hele terrein weggeven hebben.

Bij stadsontwikkelingen als het Marineterrein B wordt gezocht naar een balans voor de invulling van de schaarse ruimte, en het afwegen van talloze belangen, opvattingen en wensen. De concept-NvU is het voorlopige resultaat van een lang en zorgvuldig proces, waarbij heel veel mensen betrokken zijn geweest. Ook in de vervolgfase rekenen we op deze betrokkenheid. Daarbij leeft nadrukkelijk het bewustzijn dat weliswaar aan veel belangen, opvattingen en wensen (deels) tegemoet kan worden gekomen, maar dat niet iedereen voor de volle 100% tevreden wordt gesteld. Zie ook intro Participatie, pagina 18.

B, D

11

Nota van Beantwoording inspraakreacties Marineterrein

Nr.

Inspraakreactie

Code

Beantwoording

Conclusie

9

Geacht College, beste pappa’s en mamma’s van 41 de stad. Ik zeg dit niet als grapje, ik hoop dat jullie met de stad omgaan zoals je met je eigen kind zou omgaan. Welke waarden willen jullie doorgeven? Wat heeft waarde voor de toekomst? Wat is de allerbeste afweging die je kunt maken? Ik hoop zo dat voor de toekomst van het Marineterrein niet de vastgoedgeldmachine alles zal bepalen, maar dat ook leefbaarheid, de architectonische en culturele waarde van deze prachtige stad, de massale en toenemende behoefte van stadsbewoners aan groen in een steeds intensere stad, hierin meegewogen worden. Laat uw hart en geweten alstublieft meedoen in dit proces. Als bewoner van het adres [geanonimiseerd] onderschrijf ik volledig de zienswijze die de Belangenvereniging Dijksgracht te Water samen met andere omliggende buurten zo zorgvuldig heeft opgesteld en heeft ingediend. Voor mij persoonlijk betekent de concept-Nota van Uitgangspunten die er nu ligt een giga negatieve impact op mijn toekomstige leven.

10

Indien u over 10 jaar terug zou kunnen kijken met wolkenkrabbers aan de rand van de stad Amsterdam. U kunt U uw huidige korte termijn besluiten nooit meer terugdraaien! Bezint eer ge begint.

18

D

11

Wel geinig idee dat er op een sportveld een Defensie-helikopter kan komen landen. Wordt zeker geen saaie wijk.

43

D

12

In de concept-NvU wordt gehamerd op de noodzaak van een connectie met omliggende buurten. Daartoe worden o.a. nieuwe verkeersroutes voor langzaam verkeer voorgesteld en de inrichting van een buurtkamer van 120 m2. Maar van een wezenlijke doordenking van de plannen in relatie met de omliggende buurten is geen sprake.

6

De concept-NvU behelst voornamelijk de E ruimtelijke en programmatische uitgangspunten. Het is een terechte constatering dat er nog geen concrete invulling is gegeven aan de wijze waarop de maatschappelijke verbinding met de stad wordt gemaakt. In de volgende fase (ontwerpfase) zal participatie met gebruikers, bewoners en belanghebbenden over de invulling van de programmering en het ontwerp van de openbare ruimte aan de orde komen.

13

Ik ga regelmatig wandelen naar het Marineterrein via de Dijksgracht omdat het een van de weinige plekken in de buurt is die niet helemaal volgebouwd zijn met hogere moderne gebouwen.

316

De gemeente heeft als doel om met de B ontwikkeling van het Marineterrein een bijdrage te leveren aan een leefbare en toekomstbestendige stad. Met aandacht voor de culturele waarde van het terrein en deze te verbinden met de toekomst. Door niet alleen nieuwe gebouwen neer te zetten, maar ook door bestaande gebouwen te behouden. Door het realiseren van een groot park en ruimte voor sport. Door ruimte te bieden aan partijen die werken aan oplossingen voor de vraagstukken waar de stad mee te maken heeft (klimaatbestendigheid, inclusiviteit, logistieke opgaves etc.). Door een plek te bieden voor talentontwikkeling voor iedereen en door woningen te realiseren waar grote behoefte aan is. Door te sturen op het gebruik van het gebied door middel van een curatorteam, zodat ook voor de langere termijn dit gebied die bijdrage kan blijven leveren. Door bebouwing toe te voegen (met name in het Dok), maar ook 70% van het terrein onbebouwd en merendeels groen te maken, is niet gekozen voor het geld maar voor een balans tussen alles wat een stad leefbaar maakt.

D

Conclusies: A: Inspraakreactie was al opgenomen in de concept-NvU. B: Inspraakreactie leidt niet tot een wijziging in de concept-NvU. C: Inspraakreactie leidt wel tot een wijziging in de concept-NvU. D: Inspraakreactie leidt niet tot een wijziging in de concept-NvU en vraagt niet om een beantwoording. E: Inspraakreactie is niet van toepassing op de concept-NvU. Het onderwerp komt pas aan de orde in een latere planfase, het is te vroeg om daar nu antwoord op te geven.

12

Gemeente Amsterdam

Nr.

Inspraakreactie

Code

14

Architectuur maakt Amsterdam tot een van de 34 aantrekkelijkste steden ter wereld. Dan hebben we het over architectuur tot aan de Tweede Wereldoorlog. Daarna is het ronduit dramatisch. Glas, beton en staal zijn de heilige graal. Alles in een rechte lijn. Slechte keuze van materiaal en kleur. Hierdoor ontstaat een omgeving waar je niet wilt zijn. Alsof het er altijd waait en de zon nooit schijnt. Voor negatieve effecten van deze bouwstijl kunt u bijvoorbeeld gaan naar Overhoeks, het Westerdok, het Oosterdok of Zeeburg. Laten we het maar niet hebben over IJburg. Naargeestig. NDSM was een mooie rafelrand, maar door de nieuwbouw is daar niets van over. Gaat het Marineterrein deze trend achterna? Als ik ‘deel 4: “Raamwerk” op pagina 59 bekijk, vermoed ik van wel. Waarom kiest u voor dergelijke voorbeelden? Waarom überhaupt in andere steden? Is Amsterdam niet goed genoeg? Zijn we niet meer trots op de “Amsterdamse School?” Waarom kiest u niet voor referenties op het terrein zelf? Ga eens sfeer proeven in Homeland of geniet van een lunch in De Scheepskameel. Verdiep u in de geschiedenis van het terrein. Zelfs Theo van Gogh heeft hier gewoond. Loop eens over de catwalk in de Binnenhaven. Kijk eens rond hoe prachtig het daar is. Vierhonderd jaar geschiedenis. U heeft goud in handen. Ik weet hoe het Marineterrein eruitziet, want ik kom er bijna dagelijks om te zwemmen in de Binnenhaven.

Ik geniet elke dag. Voel me bevoorrecht om daar te zijn. En wanneer u vanaf het Marineterrein naar de overkant van het water kijkt, staat daar NEMO, ontworpen door een architect met een visie. Maar zijn er überhaupt nog opdrachtgevers en architecten met smaak en visie? Gelukkig wel. Ga maar eens kijken in de Eerste Oosterparkstraat 88-126 wat voor positief effect deze nieuwbouw op de omgeving heeft. Niet toevallig heeft men daarmee ‘de Amsterdamse Nieuwbouwprijs 2020’ gewonnen. De vraag is wat u wilt: een statement maken met lelijke nieuwbouw of gaat u organisch te werk waardoor de nieuwbouw een onopvallende toevoeging wordt en het Marineterrein een plek blijft waar het goed toeven is? Schrijf desnoods een prijsvraag uit. Dan komen er vast verrassende inzendingen. En laat de burger een beslissing maken, want die moet er wonen, werken en recreëren.

Beantwoording

Conclusie

De beelden in de concept-NvU laten zien in welke variaties gebouwd kan worden om de principes van het raamwerk te illustreren. In de volgende fase van de planontwikkeling zal een beeldkwaliteitsplan worden opgesteld waarin de gewenste kwaliteit van bebouwing en de uitstraling zal worden benoemd.

B, E

13

Nota van Beantwoording inspraakreacties Marineterrein

Nr.

Inspraakreactie

Code

15

Marineterrein als onderdeel van dynamisch 4 Oosterdokgebied. Het Marineterrein is een belangrijk onderdeel van de herontwikkeling van het Oosterdokgebied. Inmiddels wordt het gebied ook wel het “blauwe” Museumplein genoemd door de aanwezigheid van dertien culturele instellingen variërend van concertzalen en musea tot een bibliotheek. Dit biedt grote kansen voor de verspreiding van de bezoekers aan Amsterdam. Een verbinding vanuit het Centraal Station naar het Oostelijk deel van Amsterdam (incl. de Plantagebuurt) via een waterverbinding biedt daartoe veel mogelijkheden. Daarnaast heeft het watergebied rondom het Marineterrein zich al bewezen als recreatiegebied. In de zomer zijn er tal van activiteiten die gerealiseerd worden door de samenwerking tussen de betreffende Oosterdokinstellingen. * Uit de Bestuursovereenkomst van 5 december 2013: “De overeengekomen uitgangspunten voor het Gebiedsconcept zijn: …..b. Het Marineterrein zal een op de 400-jarige historie gebaseerde maritieme beschermende kracht vasthouden en uitwerken; **Het poortgebouw is ook nog eens tijdelijk bewoond geweest door Vincent van Gogh in 1877/78, wat een mooie extra meerwaarde aan het gebouw geeft.

16

Geweldig gaaf, wij willen hier wonen! Gun het ons.

138

D

17

Ook het feit dat je er goed kan aanleggen wat 241 niet veel voorkomt in Amsterdam met een boot, maakt het een zeer leuke en geliefde plek met lekker weer maar ook in de winter.

D

18

Ik ben als buurtbewoner heel erg blij met de ontwikkelingen op het Marineterrein! Restaurant De Scheepskameel is een enorme aanwinst op het terrein. Zo ook Homeland en de Kunst en Culturele activiteiten. Ik hoop dat dit zo blijft en geen aangeharkt stuk grond met te dure appartementen wordt. Ga zo door!

D

305

Beantwoording

Conclusie

Het behoud van de Voorwerf (het Poortgebouw D en het groen) is een belangrijk uitgangspunt. Een ingang vanuit de oostkant van het Scheepvaartmuseum naar het Marineterrein heeft impact op het karakter en het gebruik van de Voorwerf en het Marineterrein als geheel. In een volgende planfase zou onderzocht moeten worden of – en zo ja onder welke voorwaarden – een entree aan deze zijde mogelijk is. Om het gebiedsconcept van innovatief stadskwartier te bewaken, en te zorgen voor een passende programmering in de openbare ruimte en de gebouwen (bestaand en nieuw), wordt gestuurd d.m.v. curatorschap (zie voor meer informatie over curatorschap pagina 38/39 van de concept-NvU). Het is nu niet aan de orde om al vast te leggen welke functies er in bepaalde gebouwen moeten komen.

Conclusies: A: Inspraakreactie was al opgenomen in de concept-NvU. B: Inspraakreactie leidt niet tot een wijziging in de concept-NvU. C: Inspraakreactie leidt wel tot een wijziging in de concept-NvU. D: Inspraakreactie leidt niet tot een wijziging in de concept-NvU en vraagt niet om een beantwoording. E: Inspraakreactie is niet van toepassing op de concept-NvU. Het onderwerp komt pas aan de orde in een latere planfase, het is te vroeg om daar nu antwoord op te geven.

14

Gemeente Amsterdam

2.2 Ambitie en aanpak 2.2.1 Ambitie Nr.

Inspraakreactie

Code

Beantwoording

Conclusie

19

Wij geloven in de kracht van synergie. We verwijzen graag naar ons opgestelde Ambitiedocument waarin we de gedeelde waarden, de ambitie en de bijdragen van de AHK, Codam en AMS Institute voor het verder te ontwikkelen Innovatiedistrict uiteenzetten (Zie Bijlage 1).

3

Wij zijn verheugd dat de huidige partijen op het Marineterrein de manier van sturen op programma door middel van curatorschap ondersteunen.

D

20

Onze drie instellingen vormen gezamenlijk een 3 zwaartepunt in het vernieuwende karakter van het Marineterrein en sinds 2018 is er door ons veel tijd, energie en middelen geïnvesteerd om onze initiatieven met en voor de stad Amsterdam tot een succes te maken en de gehuurde gebouwen 024, 025, 027 en 039 sterk te verbeteren. Bij ons speelt daarbij wel de hamvraag: hoe kunnen wij als tijdelijk gevestigde kennis- en onderwijsorganisaties (tot 2026) onderdeel zijn van dit ecosysteem waar wij goeddeels zelf de grondlegger en voedingsbodem voor zijn, nu en in de toekomst?

De gemeente ziet de meerwaarde van het E huidige ecosysteem aan instellingen en bedrijven en de rol die zij daarin hebben. In de volgende fase onderzoeken we hoe en of we dit ecosysteem voor de lange termijn kunnen borgen en uitbreiden.

21

Graag pakken wij in de vervolgfase tot aan de 3 Projectnota de volgende zaken met het Projectbureau Marineterrein, gemeente Amsterdam en Rijksvastgoedbedrijf op: • Vormgeven van onze verdere samenwerking als kennisorganisaties, als fundament en voedingsbodem voor het gehele Innovatiedistrict. • Inzetten op vernieuwende leer-, werk-, en woonconcepten van onze eigen instituten en door samenwerking met (andere) partijen van de community op het Marineterrein, waar kenniswerkers, studenten, onderzoekers, wetenschappers, ondernemers kunnen leren, • Werken, wonen en dus leven. • Vastlegging van de uitgangspunten voor duurzame doorgroei van AHK, AMS Institute en Codam/Kanteen25 op het Marineterrein middels vastlegging in een Intentieovereenkomst en Projectnota.

AMS, AHK en Codam delen met de gemeente A, B en Rijk het belang om op het Marineterrein een maatschappelijk en economisch waardevol innovatiemilieu te ontwikkelen wat zich richt op het bedenken, testen en toepassen van duurzame en vernieuwende oplossingen voor vraagstukken waar de steeds veranderende stad mee te maken heeft en krijgt. Dat AMS, AHK en Codam de wens uitspreken om te willen blijven investeren in een verdere ontwikkeling van hun organisaties en de community op het Marineterrein en na te denken over vernieuwende leer-, werk- en woonconcepten, is alleen maar positief. Daarover blijven wij graag in gesprek. Gemeente en Rijk zijn zich er van bewust dat het voor AMS, AHK en Codam – in het kader van verder investeren in hun organisaties op het Marineterrein – wenselijk is om duidelijkheid te krijgen over de mogelijkheden voor duurzame doorgroei. Deze duidelijkheid is echter in de haalbaarheidsfase waarin het project zich bevindt nog niet te geven.

15

Nota van Beantwoording inspraakreacties Marineterrein

Nr.

Inspraakreactie

Code

Beantwoording

22

De wolligheid (curators?????) in de ambitie van 154 het plan geeft mij een onheilspellend gevoel. (Die wolligheid zag ik ook al bij bijvoorbeeld de St. Jacob. Ambitie daar was mensen oud laten worden in hun eigen wijk... Nu worden de appartementen vergeven aan expats van 38 jaar oud.)

D

23

De motivatie om deze zienswijze te schrijven komt voort uit onvrede over het rommelige proces waarin achterhaalde doelstellingen geleid hebben tot een plan waar veel praktische bezwaren tegen ingebracht kunnen worden. Daarnaast spreekt er uit de plannen geen enkele visie op de enorme transities waarmee de stad Amsterdam in de nabije toekomst geconfronteerd zal worden.

D

118

Conclusie

2.2.2 Ontwikkelingsstrategie en curatorschap Nr.

Inspraakreactie

Code

24

In de concept-NvU omarmen we de gewenste 3 adaptiviteit als uitgangspunt voor de Ontwikkelstrategie richting een Innovatiedistrict waarbij het versterken van de huidige community centraal staat. Dit kunnen wij als huidige community van het Marineterrein enkel toejuichen.

D

25

Dat de gemeente het terrein niet voor een 35 prikkie kan kopen en vervolgens flink volbouwt, daar kan ik inkomen, maar het omgekeerde ervaar ik evenmin als rechtvaardig. Logisch zou zijn dat je samen naar de toekomstige ambitie kijkt en daar een marktconforme prijs voor onderhandelt. Dan is je beoogde bouwdichtheid een uitgangspunt bij de prijsonderhandeling met het Rijk, en niet een opgelegde uitkomst van hun eenzijdige prijsstelling, zoals de gemeente beweert. Ik wil dit punt graag in de concept-NvU opgehelderd zien.

Indien de gemeente het terrein van het Rijk B aankoopt, zal dit op basis van de concept-NvU gebeuren. Het is dus niet zo dat op voorhand al bepaald is wat de gemeente (of een andere koper) moet betalen voor het terrein. De tekst van de Projectnota wordt verduidelijkt.

26

En start bouw pas in 2026? Dat is met de huidige urgentie toch niet reëel?

Defensie moet eerst de nieuwe kazerne bouwen om ruimte te maken voor de nieuwe ontwikkeling. Maar we onderzoeken momenteel wel of er al gestart kan worden met een eerste ontwikkeling vóór de overdracht/ verkoop van het terrein (als de nieuwe kazerne naar verwachting gereed is en Defensie daar naartoe is verhuisd).

54

Beantwoording

Conclusie

A

Conclusies: A: Inspraakreactie was al opgenomen in de concept-NvU. B: Inspraakreactie leidt niet tot een wijziging in de concept-NvU. C: Inspraakreactie leidt wel tot een wijziging in de concept-NvU. D: Inspraakreactie leidt niet tot een wijziging in de concept-NvU en vraagt niet om een beantwoording. E: Inspraakreactie is niet van toepassing op de concept-NvU. Het onderwerp komt pas aan de orde in een latere planfase, het is te vroeg om daar nu antwoord op te geven.

16

Gemeente Amsterdam

Nr.

Inspraakreactie

27

28

Code

Beantwoording

Conclusie

Laat een groot deel van de ontwikkeling door 56 CPO plaatsvinden. Dit geeft een veel creatievere bouw dan door projectontwikkelaars. Ook blijven de woningen hierdoor veel beter betaalbaar omdat de grote marge van projectontwikkelaars niet betaald hoeft te worden.

In deze fase van de planvorming is nog geen keuze gemaakt op welke wijze de toekomstige kavels ontwikkeld gaan worden. Dit wordt verder uitgewerkt in de volgende planfase (ontwerpfase).

B, E

Het valt verder op dat bedrijven en instellingen 122 gaan bijdragen aan het gebiedsconcept en de ambities voor het terrein en dat een curatorschap stuurt op de kernwaarden, uitgangspunten en ambities op het gebied van programma, economische en maatschappelijke, ruimtelijke en architectonische kwaliteit.

Op dit moment is er nog geen concreet plan, dus ook geen concrete invulling van het woningbouwprogramma. In de concept-NvU is opgenomen dat het wonen voor verschillende doelgroepen is, waaronder ouderen. Verdere invulling hiervan vindt in een later stadium van de planvorming plaats, waarbij ook voor het wonen geldt dat het op de een of andere manier verbonden moet zijn met het gebiedsconcept.

B, E

Wij missen hierin de bijdrage van toekomstige bewoners en sturing op innovatieve manieren van bouwen en wonen. Zeker ouderen willen graag meedenken over vormen van geclusterd wonen, mix van woonvormen voor oud en jong, woongroepen, etc. Wij vragen daarom een vorm van ‘curatorschap’ in het leven te roepen speciaal voor de functie ‘innovatief en duurzaam wonen’ en voor de uitwerking van het concept Age Friendly City. Vanzelfsprekend willen we daar als Vereniging graag onze bijdrage aan leveren. 29

In de concept-NvU beschreven opzet van het 3 stedenbouwkundig raamwerk wordt gesteld dat er in de eerste plaats wordt uitgegaan van wat er al is. Dit betekent onder meer dat bestaande, monumentale en/of karakteristieke gebouwen of bouwwerken waar mogelijk worden behouden en hergebruikt. Dit lijkt ogenschijnlijk niet te gelden voor de gebouwen waar Codam, Kanteen25 en Rooms25 nu gehuisvest zijn als ook grote delen van gebouw 027, gehuurd door AHK en AMS Institute. In de concept-NvU komt daarmee een groot deel van onze huidige huisvesting niet terug. Er worden geen nieuwe plekken benoemd als mogelijke oplossingsrichtingen en herhuisvesting n.a.v. van deze fysieke ingrepen in onze gebouwen. Wij zijn ons bewust van de tijdelijke context tot nu toe, echter in het kader van duurzaamheid vinden wij het onwenselijk als de door ons gedane investeringen in het sterker maken van de gebouwen en daarmee onze bijdrage aan het innovatieklimaat van het totale gebied teniet worden gedaan. Wij gaan graag in gesprek hoe we juist vanuit een adaptieve ontwikkelstrategie kunnen voortbouwen op de succesvolle invullingen van de afgelopen jaren en daarbij circulariteit en hergebruik mogelijk maken.

De adaptieve ontwikkelstrategie voor het B Marineterrein gaat zo veel mogelijk uit van de bestaande kwaliteiten van het gebied. De adaptieve strategie zorgt ervoor dat er een robuust raamwerk wordt opgebouwd, waar ruimte geboden wordt aan verschillende (tijdelijke) gebruikers en bedrijven. Op deze manier ontstaat flexibiliteit en de mogelijkheid om in te spelen op toekomstige ontwikkelingen. De strategie is ook om in een eerstvolgende stap eerst volume toe te voegen op het openbare deel van het terrein en pas daarna gebouwen die niet behouden blijven af te breken. Daarmee ontstaat ruimte voor uitbreiding en/of verplaatsing. Gemeente en Rijk zijn zich er van bewust dat het voor AMS, AHK en Codam, in het kader van verder investeren in hun organisaties op het Marineterrein, van belang is om te weten waar zij aan toe zijn qua huisvesting. Alle huidige gebruikers hebben zich echter op het Marineterrein gevestigd, wetende dat dit op basis van tijdelijkheid is. Gemeente en Rijk geven in deze fase echter geen garantie aan specifieke bedrijven en instellingen op een plek op het terrein straks, omdat de overheid gehouden is aan transparante selectie van partijen. Maar daarbij wordt wel gestuurd d.m.v. curatorschap (hoofdstuk 3.1. van de NvU) op partijen die duidelijk een toegevoegde waarde hebben voor het versterken van het ecosysteem.

17

Nota van Beantwoording inspraakreacties Marineterrein

Nr.

Inspraakreactie

Code

Beantwoording

Conclusie

30

Aangezien het Marineterrein wordt verkocht aan projectontwikkelaars, is het extra van belang dat de stad duidelijke kaders stelt en erop toeziet dat die worden nageleefd, overigens ook na oplevering.

9

Als het Rijk besluit het terrein aan de gemeente te verkopen, zal de gemeente de toekomstige kavels conform het gemeentelijk selectiebeleid op de markt zetten, binnen de kaders van de concept-NvU. In alle gevallen zal de gemeente de uitgangspunten opnemen in een nog op te stellen Omgevingsplan. Door middel van curatorschap wordt sturing gehouden op de invulling van het terrein (zie hoofdstuk 3.1 van de concept-NvU).

B

31

Er wordt in het plan zijdelings gesproken over 26 de transities die voor ons liggen en dat de uitkomsten daarvan onzeker zijn voor de stad. De klimaatverandering, energietransitie, de vervoerstransitie, verdergaande digitalisering, dat zijn de grote vraagstukken die voor de volgende generatie liggen en die stuk voor stuk een enorme impact zullen hebben op de leefbaarheid en economie van de stad. Thuiswerken bestond nog niet eens toen de plannen gemaakt werden!

Omdat de wereld snel verandert, wordt het B Marineterrein adaptief ontwikkeld. Dus niet nu al bepalen wat over 30 jaar nodig is, maar leren van elke stap in de ontwikkeling (zie concept­NvU hoofdstuk 3.1) en in staat zijn om flexibel in te spelen op veranderende omstandigheden.

Nergens in het plan wordt gerechtvaardigd dat wij op dit moment, te midden van alle onzekerheid, wel even zullen weten hoe de stad er over 30 jaar aan toe is met al deze grote vraagstukken die nog opgelost moeten worden. 32

We onderschrijven de rol van het curatorschap om in samenwerking met elkaar een goed werkend gebied te realiseren voor de buurten rondom, de stad Amsterdam en alle overige betrokkenen van de community.

3

Wij zijn verheugd dat de huidige partijen op A het Marineterrein de manier van sturen op programma door middel van curatorschap ondersteunen. Onder curatorschap wordt verstaan: het sturen op de ambitie en de waarden (verbinden, vernieuwen en focus) van het Marineterrein, uitgezonderd de kazerne. Deze sturing vindt plaats op het gebied van programmering, beeldkwaliteit en economische en maatschappelijke meerwaarde voor de stad. Zie voor informatie over het (zie hoofdstuk 3.1 van de concept-NvU).

Conclusies: A: Inspraakreactie was al opgenomen in de concept-NvU. B: Inspraakreactie leidt niet tot een wijziging in de concept-NvU. C: Inspraakreactie leidt wel tot een wijziging in de concept-NvU. D: Inspraakreactie leidt niet tot een wijziging in de concept-NvU en vraagt niet om een beantwoording. E: Inspraakreactie is niet van toepassing op de concept-NvU. Het onderwerp komt pas aan de orde in een latere planfase, het is te vroeg om daar nu antwoord op te geven.

18

2.2.3 Participatie INTRO

Onduidelijkheid over status inbreng tijdens participatie - codes 6, 24, 119 en 120 In de huidige haalbaarheidsfase, die afgerond wordt met een besluit over de Projectnota, is onderzocht door de samenwerkende partijen gemeente, Rijk en Bureau Marineterrein of het mogelijk is om de ideeën te realiseren die in het Principebesluit (18 juli 2017) staan. Met het Principebesluit is besloten dat Marineterrein Amsterdam een plek wordt waar internationaal georiënteerde bedrijven innovaties bedenken, maken, testen en toepassen. Ook komt er ruimte voor cultuur, sport en wonen. In deze fase is gekozen voor consultatie (raadplegen en adviseren) als participatievorm, gezien de bijzondere status van het Marineterrein (de grond is niet van de gemeente, maar eigendom van het Rijk). Er zijn in deze fase twee informatie- en consultatierondes geweest waarbij ideeën, wensen zijn opgehaald bij belanghebbenden, gebruikers en bewoners. De eerste vond plaats in 2017. Toen waren er nog geen plannen, dus zijn er vooral ideeën en wensen uit de hele stad opgehaald over de toekomstige ontwikkelingen van het Marineterrein. Een aantal van deze punten is al meegenomen in de eerste versie van een concept-NvU voor het Marineterrein.

De planvorming tijdens de haalbaarheidsfase heeft meer tijd in beslag genomen dan gepland omdat de uitgangssituatie tijdens deze fase veranderde in 2018; Defensie besloot om op een groter deel van het terrein zichtbaar aanwezig te blijven. Deze veranderde uitgangssituatie is ook aanleiding geweest om opnieuw belanghebbenden, bewoners en gebruikers van het Marineterrein te informeren en te consulteren in 2020/2021. Tijdens deze ronde zijn gebruikers van en bewoners rondom het Marineterrein opnieuw geraadpleegd. De consultatie was bedoeld om de wensen, belangen, kennis en ambities in beeld te brengen en deze zo goed mogelijk te verenigen in de concept-NvU. Op basis van deze gesprekken zijn er diverse aanpassingen in de concept-NvU gedaan voordat deze officieel ter inspraak is aangeboden.

Gemeente Amsterdam

In de tweede informatiekrant Marineterrein staat beschreven wat de buurt en belanghebbenden hebben meegegeven aan wensen en aandachts­ punten voor de toekomstige ontwikkeling van het Marineterrein, en hoe dit zijn weerslag heeft gekregen in de concept-NvU. De krant is huis-aan-huis verspreid in de buurten rond het Marineterrein en ook online in te zien via amsterdam.nl/marineterrein Voor het proces van deze consultatieronde heeft een speciaal hiervoor gekozen klankbordgroep een waardevolle rol vervuld. Deze klankbordgroep bestond uit buurtbewoners en belanghebbenden van het Marineterrein. Zij hebben de gemeente geholpen door te adviseren en mee te denken over de manier waarop de informatie werd verstrekt. Ook controleerden zij of het consultatieproces zorgvuldig werd doorlopen.

19

Nota van Beantwoording inspraakreacties Marineterrein

Nr.

Inspraakreactie

33

Code

Beantwoording

Conclusie

Ik schrijf u vanwege het feit dat ik angst voel. 24 Angst voor wat er in het concept-Nota van Uitgangspunten beschreven staat. Angst omdat het nooit als een plan heeft gevoeld dat samen met de omwonenden is gemaakt. Angst omdat het plan zeer bedreigend voelt voor mijn woongenot hier op de gracht. Angst omdat ik niet weet hoe we dit plan nog kunnen keren naar wel een plan dat door iedereen wordt omarmd.

Zie intro hoofdstuk Participatie, pagina 18.

B

34

Met veel interesse hebben wij de concept Nota 3 van Uitgangspunten Marineterrein (NvU) gelezen. Als Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten (AHK), Codam en Amsterdam Institute for Advanced Metropolitan Solutions (AMS Institute) hebben wij in onze brief d.d. 3 november aangegeven dat de concept-NvU voor ons een extra motivatie is om als kennisen onderwijsorganisaties de krachten te bundelen. We waren verheugd met de positieve reactie van de heer Everhardt d.d. 21 december op onze voorgestelde samenwerking en sluiten graag aan als gesprekspartner met betrekking tot onze vervolgrol in het traject tot aan de Projectnota en daarna.

In de fase tot aan de Projectnota, maar ook A, E daarna, blijft de projectorganisatie in gesprek met de community. De vorm en mate waarin dit gebeurt, zal verder uitgezocht moeten worden.

35

Als bewoners van de omliggende buurten 6 hebben wij actief deelgenomen aan de diverse Buurtgesprekken, Informatieavonden, Designsprints, Ontwerpsessies, consultatierondes en andere gelegenheden. Ook hebben enkele van onze vertegenwoordigers zitting genomen in de Klankbordgroep. Tijdens al deze sessies is ons nooit duidelijk geworden wat de status van onze inbreng was. Bij de Klankbordgroep werd zelfs te kennen gegeven dat het niet over de inhoud van de plannen mocht gaan. We voelden ons overvallen door de eerste publicaties over de ontwikkeling van het Marineterrein en de geformuleerde hoogtes en de dichtheid van de bebouwing. Die hadden we op grond van al onze meedenksessies absoluut niet zien aankomen. De aanpassingen die op basis van het overleg met de buurten zijn gedaan vinden wij miniem. Wij vinden het hele meedenk/inspraakproces tot nu toe veel te vrijblijvend en vaag.

Zie intro hoofdstuk Participatie, pagina 18.

D, E

Deze inspraakreactie geeft aan dat de vorm en status van de participatie tijdens de haalbaarheidsfase niet voor iedereen duidelijk is geweest. We nemen dit serieus, en zien dit als signaal om in toekomstige planfases extra duidelijk te zijn over de vorm en status van participatie.

Conclusies: A: Inspraakreactie was al opgenomen in de concept-NvU. B: Inspraakreactie leidt niet tot een wijziging in de concept-NvU. C: Inspraakreactie leidt wel tot een wijziging in de concept-NvU. D: Inspraakreactie leidt niet tot een wijziging in de concept-NvU en vraagt niet om een beantwoording. E: Inspraakreactie is niet van toepassing op de concept-NvU. Het onderwerp komt pas aan de orde in een latere planfase, het is te vroeg om daar nu antwoord op te geven.

20

Gemeente Amsterdam

Nr.

Inspraakreactie

Code

36

Als het om de toekomst gaat blinkt de con6 cept-NvU weer uit door vaagpraat. “Er is duidelijk draagvlak om afspraken over hoe omwonenden, buurtorganisaties en gemeente betrokken kunnen worden bij de planvorming met elkaar vast te leggen, bijvoorbeeld in een relationeel contract.” Wij willen we geen relationeel contract. We willen heldere afspraken hoe we als (vertegenwoordigers van) omliggende buurten mee kunnen denken over de uitwerking van de plannen en ook mee kunnen ontwerpen. Er zijn genoeg levensvatbare ideeën voor de invulling van het terrein die verder gaan dan een buurtkamer. Ook willen we mee kunnen bewaken dat de uitgangspunten die, naar wij verwachten, op basis van deze inspraakreactie worden aangepast, in de toekomst gehandhaafd blijven. Het is immers nog helemaal niet zeker dat het de gemeente zelf is die het terrein zal kopen. Ervaringen met Oostenburg hebben ons geleerd dat prachtig geformuleerde uitgangspunten zomaar ter zijde worden geschoven wanneer een terrein in handen van projectontwikkelaars komt. Wij willen geen inspraak achteraf, maar serieus meedenken en mee-ontwerpen en vooral ook transparante procedures.

Beantwoording

Conclusie

Zie intro hoofdstuk Participatie, pagina 18.

D, E

Deze inspraakreactie geeft aan dat de vorm en status van de participatie tijdens de haalbaarheidsfase niet voor iedereen duidelijk is geweest. We nemen dit serieus, en zien dit als signaal om in toekomstige planfases extra duidelijk te zijn over de vorm en status van participatie.

21

Nota van Beantwoording inspraakreacties Marineterrein

Nr.

Inspraakreactie

Code

37

E r valt veel te leren van de gang van zaken op 93 Oostenburg-Noord. Mijn voorstel is om de daarbij betrokkenen bij elkaar te halen en die ontwikkeling te evalueren en adviezen te geven voor de aanpak van het Marineterrein. Als buurtbewoner en lid van de werkgroep Oostenburg-Noord ben ik graag bereid daaraan deel te nemen. Hier volgen enkele van de zaken die ik in zou willen brengen, puur gebaseerd op wat ik meegemaakt heb op Oostenburg-Noord: • Het aantal van 800 woningen in het plan wordt niet gehandhaafd (Oostenburg: van 1100 naar 1800) • Het aantal sociale huurwoningen wordt (te) laag ingezet. Onder andere door druk vanuit de buurt wordt dat alsnog verhoogd. • De woningen worden klein en duur, doorstroming van buurtbewoners is daardoor vrijwel niet mogelijk. • Ruimte voor begeleid wonen wordt niet vooraf afgesproken en voorrang voor kandidaten uit de buurt is niet mogelijk. • De kavels worden verkocht aan verschillende ontwikkelaars die vervolgens zich exclusief op hun eigen kavel concentreren, maar in hun plan staan mooie beschouwingen over hoe leuk die nieuwe wijk wordt. • Groen wordt feitelijk teruggedrongen, maar door een daktuin of een kas op het dak, blijft het toch een ‘groene wijk’ heten. • De gebouwen worden te hoog en te dicht op elkaar gebouwd. In het geval van het Marineterrein vind ik dat helemaal kwalijk.

Daar zal niets meer aan te doen zijn want de belachelijk hoge woontoren op het Oosterdok naast de OBA heeft de toon gezet. Er zijn vast veel architecten te vinden met een bloedstollend verhaal om dat te rechtvaardigen. • De gemeente beperkt zich tot een formele regelende partner van de ontwikkelaars als het gaat om de bebouwing. Alles wat nodig is om er een leuke wijk van te maken voor wie er gaat wonen en werken, blijft achterwege. • Wanneer de wijk bijna klaar is gaan ontwikkelaars en beleggers bij elkaar zitten om te praten hoe de wijk in sociaal opzicht aantrekkelijk gemaakt kan worden. Ze komen tot de conclusie dat dat alleen maar kan wanneer ze collectief iets doen. Ze zetten dat op papier en bieden dat aan de gemeente aan. Tot zover wat eerste zaken ter lering. Zoals ik aangegeven heb zou ik graag deelnemen aan een gesprek over de ontwikkeling van Oostenburg-Noord om adviezen op te stellen voor het Marineterrein. Enkele personen die daar een goede bijdrage aan kunnen leveren kent Rob Vooren van de gemeente Amsterdam wel. Ik zou u er ook enkele kunnen noemen.

Het uitgangspunt is maximaal 185.000 m2 aan D bebouwing, waarvan 35.000 m2 voor de kazerne. Hier zal ook op gestuurd worden en in het omgevingsplan vastgelegd worden. Dus het zomaar opplussen van het programma is niet aan de orde. Het percentage wonen is 40% van het niet-kazerne deel (ca. 60.000 m2 dus). Om een inschatting te geven van het aantal woningen, is dat volume gedeeld door een gemiddelde woninggrootte van 70-75 m2. Het is nu nog niet te zeggen hoe groot de woningen daadwerkelijk worden. Het kan dus zijn dat het er meer of minder worden dan de nu ingeschatte 800. De plannen worden pas verder uitgewerkt als er ontwikkelende partijen in beeld komen. Om niet alleen te kunnen sturen op basis van een omgevingsplan, is er voor het Marineterrein bewust gekozen om ook te sturen door middel van curatorschap. Zodat ook voor de langere termijn de invulling van het Marineterrein een bijdrage levert aan de stad en de buurt, en dus de sociale samenhang van het Marineterrein met de stad. Wij hopen dat u in de toekomst gebruik zult maken van de mogelijkheden tot participatie om uw inzichten met ons te delen.

38

Ook maak ik bezwaar tegen het gebrek aan correcte participatie met de omliggende buurten.

Zie intro hoofdstuk Participatie, pagina 18.

25

Beantwoording

Conclusie

D

Conclusies: A: Inspraakreactie was al opgenomen in de concept-NvU. B: Inspraakreactie leidt niet tot een wijziging in de concept-NvU. C: Inspraakreactie leidt wel tot een wijziging in de concept-NvU. D: Inspraakreactie leidt niet tot een wijziging in de concept-NvU en vraagt niet om een beantwoording. E: Inspraakreactie is niet van toepassing op de concept-NvU. Het onderwerp komt pas aan de orde in een latere planfase, het is te vroeg om daar nu antwoord op te geven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13455810/1