CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

A - 27 Ruimtelijke Ordening (23) Bijlage 2. Rapport RecreatiefNetwerk LaagHo

RAAD 20 december 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Instemmen met het indienen van een zienswijze op de rapportage Recreatief Grid Laag Holland van de recreatieschappen Twiske-Waterland en Alkmaarder- en Uitgeestermeer VN2023-02342431.492 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

4.1 Toeristisch-recreatief profiel en doelgroepen Laag Holland

• Zaanse Schans (circa 2,5 miljoen bezoekers in 2019)2. De Zaanse Schans is een vrij toegankelijk woon- en werkgebied anno 1850. De buurt met daarheen verplaatste rijksmonumentale houten gebouwen en industriemolens uit de Zaanstreek is in 1963 opgericht. In de loop der tijd is het gebied aangevuld met diverse cultuurhistorische musea, ambachtswinkels en horeca. • Kaasmarkt van Edam (bezoekersaantal onbekend) In de middeleeuwen vormde de Edammer kaasmarkt het centrale punt in de stad. Hier brachten boeren hun kazen om te worden gewogen, verkocht en geëxporteerd naar het buitenland. Edam is één van de vijf steden in Nederland waar nog een boerenkaasmarkt wordt gehouden. • Vissersdorp Volendam (Volendam en Edam ontvangen jaarlijks ongeveer 1,4 miljoen bezoekers) 3. Het authentieke vissersdorp Volendam ligt aan het Markermeer, niet ver van Amsterdam. Volendam staat onder meer bekend om de haven, vishandel, het authentieke Nederlandse karakter en de traditionele Volendammer klederdracht. • Het eiland Marken (jaarlijks circa 400.000 bezoekers) 4.

Bestemming Laag Holland Het Nationaal Landschap Laag Holland is een gebied in Noord-Holland net boven Amsterdam. De regio wordt van origine gekenmerkt door ondernemerschap en innovatiekracht en kent diverse beschermde dorpsgezichten. Onder de naam ‘Laag Holland’ is de afgelopen jaren gewerkt aan de verbinding in en de zichtbaarheid van de regio. Het resultaat daarvan is een duidelijke samenhang in het aangeboden product bestaande uit onderling verbonden elementen zoals: • Hollands Laagland onder zeeniveau • Innovatief erfgoed • Oorsprong in zee- en walvisvaart • Voedselproductie van wereldklasse • Typerende architectuur en houtbouw Internationaal wordt het gebied gepromoot als ‘Old Holland’ vanuit het Laag Holland heeft veel unieke en onderscheidende kenmerken. Een uniek stukje écht Holland boven het Noordzeekanaal. Hier vind je klassieke, pittoreske dorpen en steden met elk hun authentieke cultuur en architectuur, tallozen monumenten die de verhalen van weleer vertellen en twee UNESCO werelderfgoederen. Kortom, een enorm en divers aanbod aan recreatieve mogelijkheden en dit alles omringd door eindeloos veel groen en water. Landelijk gebied op slechts een steenworp afstand van de grote steden Amsterdam, Alkmaar en Hoorn. (uit: Bureau Toerisme Laag Holland Marketingplan, 2021)

1. (S)Laag Samen, Perspectief voor herkenbare en vraaggerichte regiomarketing en bestemmingsontwikkeling in Laag Holland (DestinatieX, concept dec 2021) 2. Jaarverslag Zaanse Schans, 2019 3. Horecavisie Edam-Volendam, 2021 4. Toeristische Visie Waterland 2015-2025

30 | Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland

Marken is een voormalig eiland – nu een schiereiland – in het Markermeer dat sinds 1957 via een dijk met het vasteland is verbonden. Marken staat bekend om de kleurrijke klederdracht en de houten woningen op terpen. Deze karakteristieke manier van huizenbouw is uniek en nergens anders ter wereld te vinden. • Droogmakerij De Beemster (Bezoekersaantal onbekend) Sinds 1999 staat droogmakerij de Beemster op de UNESCO lijst van werelderfgoederen. Daarnaast wordt De Beemster als nationaal landschap aangemerkt en maakt het sinds enige tijd deel uit van de Canon van de Nederlandse geschiedenis als succesvol voorbeeld van de nationale traditie van waterbeheersing. • De Stelling van Amsterdam (bezoekersaantal onbekend): De Stelling van Amsterdam is een monumentale verdedigingsring van 42 forten, 4 batterijen, een aantal dijken en sluizen en lage open polders die onder water gezet kunnen worden. Sinds 1996 is door UNESCO het belang van deze historistische Nederlandse linie erkend en staat de Stelling op de lijst van UNESCO Werelderfgoed.

• De nationale dag- of meerdaagse bezoeker • De internationale dag- of meerdaagse bezoeker De nationale bezoeker komt uit overige delen van het land en laat zich voornamelijk verleiden door een uniek en authentiek aanbod voor een (meer)daags bezoek. Laag Holland is ook zeer populair onder internationale bezoekers, maar

Amsterdam

10,4

MRA

13,2

Noord-Holland

15,5

Nederland

45,9 0

10

20

30

40

50

Figuur 1: Aantal verblijfstoeristen 2019 x miljoen

Fort bij Spijkerboor, onderdeel van de Stelling van Amsterdam

Verscheidenheid aan doelgroepen De inwoners van Laag Holland worden gezien als een belangrijke doelgroep omdat zij vaak op stap gaan in hun regio. Daarnaast kent de regio een verscheidenheid aan bezoekers. Hierin wordt in eerste instantie onderscheid gemaakt tussen:

Figuur 2: Aantal overnachting 2019 x miljoen

5 Bureau Toerisme Laag Holland, Marketingplan (2021) 6 CBS, Openresearch.Amsterdam (berekening OIS)

7 Er is helaas geen exact beeld beschikbaar voor het gebied Laag-Holland zoals dat voor het recreatieve netwerk is afgebakend

31 | Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland

voor een groot deel is een bezoek aan Laag Holland ‘slechts’ onderdeel van een langduriger bezoek aan Amsterdam. Zij besteden gemiddeld 2,5 uur in de regio, waarbij met name highlights als de Zaanse Schans, Volendam en Marken worden bezocht.5

• Zaanse Schans: 2,5 bezoekers in 2019 • Volendam: 1,4 miljoen bezoekers in 2019 • Marken: 0,4 miljoen bezoekers in 2019 • Het Twiske: 1,2 miljoen bezoekers (en 1,6 miljoen in 2020)

Om de identiteit van Laag Holland per doelgroep extra aan te scherpen is door DestinatieX in 2021 een verdiepingsslag gemaakt en onderzoek gedaan naar het toeristisch profiel van Laag Holland en haar kernen. 4.2

Huidige toeristische vraag

Aantal verblijfstoeristen en overnachtingen In 2019 waren er in Nederland in totaal 45,9 miljoen verblijfstoeristen (zie figuur 1), waarvan er 15,5 miljoen in de provincie Noord-Holland verbleven. De Metropoolregio Amsterdam ontving 13,2 miljoen verblijfstoeristen, waarvan er 10,4 miljoen in Amsterdam verbleven.6 Alhoewel er voor Laag Holland geen cijfers beschikbaar zijn over het aantal verblijfstoeristen, ligt de regio in de provincie met het hoogste aantal verblijfstoeristen van ons land. Uit de enquête voor het onderzoek naar toeristische druk, draagkracht & ontwikkelruimte in de MRA dat Bureau BUITEN in 2021 uitvoerde, volgt dat er in Zaanstreek-Waterland in 2019 naar schatting zo’n 1,2 miljoen toeristische overnachtingen werden geregistreerd (zie figuur 2)7. De verblijfscapaciteit van bedden, kampeer- en huisjesterreinen is geschikt voor ongeveer 5.800 personen er zijn circa 1.317 AirBnB listings in 2019. In Amsterdam werden in 2019 maar liefst 21,8 miljoen overnachtingen geregistreerd. De gemeente kent een verblijfscapaciteit van ongeveer 91.700 personen en er zijn circa 22.700 AirBNB-listings.. Dagbezoek Laag Holland is met name een populaire bestemming voor dagbezoek.

Alhoewel de regio relatief weinig verblijfstoeristen trekt, trokken de vier grootste recreatieve hotspots van Laag Holland in 2019 in totaal maar liefst 5,5 miljoen bezoekers (ter vergelijking telde Amsterdam in 2019 11,3 miljoen unieke dagbezoekers):

Figuur 3: Bevolkingsgroei Laag Holland en Amsterdam

Daarnaast heeft Laag Holland een grote thuismarkt: het aantal inwoners van Zaanstreek-Waterland en Amsterdam Noord bedroeg in 2020 ongeveer 580.000 personen. Zij maken veel gebruik van de recreatievoorzieningen in eigen omgeving. Als we er vanuit gaan dat op een zonnige zondag (de 5e drukste dag) circa 11,4% gaat wandelen en 7% gaat fietsen, dan komt dat uit op 66.000 wandelaars en 40.000 fietsers uit de eigen omgeving op zo’n dag. Uit CVTO-data (die regionaal zijn uitgesplitst voor Zaanstreek-Waterland) blijkt dat jaarlijks in Zaanstreek-Waterland meer dan 11 miljoen buitenrecreatie-activiteiten plaatsvinden (wandelen, fietsen, 8. Ontwikkelperspectief recreatie en toerisme MRA (Bureau BUITEN en Bureau voor Ruimte & Vrije Tijd, concept 2-2-2022)

32 | Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland

Toename vrijetijdsactiviteiten 2030 (x1000) Uitgaan Winkelen voor plezier Sportwedstrijden Wel lness Bezoek evenementen Bezoek attracties Sport en sportieve recreatie Watersport Fietstocht voor het plezier Wandelen voor het plezier Buitenrecreatie 0 100 2 00 300 400 500 600 700 800 900 Figuur 4 Toename vrijetijdsactiviteiten in de regio Zaanstreek Waterland tot 2030, o.b.v. toename eigen inwoners 9

zwemmen, picknicken), plus 9,5 miljoen sportieve activiteiten en meer dan 6 miljoen horeca-bezoeken. Kijken we naar het aandeel van ZaanstreekWaterland binnen de MRA (exclusief Almere-Lelystad), dan zien we dat van alle buitenrecreatie-activiteiten in de MRA 13% in Zaanstreek Waterland plaatsvindt. Uit het bovenstaande concluderen we dat Laag Holland te maken heeft met een behoorlijke recreatieve druk op het landschap. Opvallend is dat in de regio Zaanstreek-Waterland, dat het grootste deel van Laag Holland beslaat, de omvang van dagrecreatie groter is ten opzichte van de omvang van verblijf. In veel andere regio’s in de MRA is dat omgekeerd (in verhouding meer verblijf dan vermaak) 8. 4.3

Trends en ontwikkelingen wijzen op verdere toename recreatiebehoefte in de toekomst

Zoals uit de vorige paragraaf bleek, trekt het Nationaal Landschap Laag Holland vanwege haar hotspots en unieke landschap veel bezoekers en toeristen. Bovendien recreëren eigen inwoners en die uit de aangrenzende

stedelijke gebieden er ook graag en vaak. De verwachting is dat die recreatiebehoefte vanwege een aantal trends en ontwikkelingen in de toekomst verder toeneemt. Met name de bevolkingsgroei, vergrijzing, toenemende verstedelijking, een groeiend belang van buiten zijn en groeiend internationaal toerisme spelen hierbij een belangrijke rol. Bevolkingsgroei Figuur 3 laat zien dat de bevolking in Laag Holland naar verwachting met 9,2% toeneemt in 2040 t.o.v. 2019. In Amsterdam gaat de bevolking in die tijdsspanne maar liefst met 25% groeien. De Verstedelijkingsagenda MRA verwacht tot 2050 zelfs nog een grotere groei. Daarnaast is ook in de regio Alkmaar sprake van een groeiend aantal inwoners die deels in Laag Holland zullen recreëren. Deze aanzienlijke bevolkingsgroei gaat gepaard met een evenredige – en dus eveneens aanzienlijke – groei van de recreatiebehoefte. In figuur 4 is aangegeven wat in Zaanstreek-Waterland de toename van het aantal vrijetijdsactiviteiten zal zijn in 2030 (ten opzichte van 2018), op basis van de groei van het aantal inwoners van alleen Zaanstreek-Waterland. Het gaat onder meer om ruim 800.000 extra buitenrecreatie-activiteiten en 700.000 sportieve activiteiten. De toename van recreatie-activiteiten door de toenemende bevolking in Amsterdam en Alkmaar en omgeving komt hier nog bovenop.

Kwalitatief gezien zijn er ongetwijfeld veranderingen in het recreatieve gedrag, maar routegebonden recreatie – in welke vorm dan ook – en verblijf in groene gebieden en aan en op het water, zullen daar hoe dan ook een belangrijke component in vormen. Het toenemend aantal en aandeel van eerste, tweede, derde en vierde generatie migranten heeft mogelijk een enigszins dempend effect op de groei van routegebonden recreatie, maar het gaat dan hoogstens om iets minder groei en zeker niet om minder. 9 Er is helaas geen exact beeld beschikbaar voor het gebied Laag-Holland zoals dat voor het recreatieve netwerk is afgebakend 10 Concept Omgevingsvisie, 2022 11 Ontwikkelperspectief recreatie en toerisme MRA (Bureau BUITEN en Bureau voor Ruimte & Vrije Tijd, 2022) 12 Bron: CVTO

33 | Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland

reëren in het groen. Hierdoor neemt de druk op de ruimte in meer landelijke gebieden – zoals Laag Holland – toe. Ter illustratie een – niet volledige – opsomming van belangrijke verstedelijkingsambities in en rond Laag Holland: • In Amsterdam gaat het naast de grote langetermijn-ambitie voor Haven Stad onder meer om plannen in Amsterdam-Noord, op het Zeeburgereiland en op IJburg, waarvan de plannen in Noord en op Zeeburgereiland

Vergrijzing Naast bevolkingsgroei, zien we ook verschuivingen in de bevolkingssamenstelling. De vergrijzing neemt langzaam toe: 24% van de Nederlandse bevolking is jonger dan 20 jaar en bijna 17% is 65+. Ruim 5% is zelfs 80 jaar of ouder. Volgens de bevolkingsprognose van het CBS zal de vergrijzing zich in de toekomst verder voortzetten. Het aantal ouderen neemt toe tot zo’n 26% 65-plussers en 11% 80-plussers in 2060. Relatief meer oudere mensen met meer beschikbare middelen en tijd zullen resulteren in een groeiende vraag naar buitenrecreatie, zeker omdat ouderen relatief veel wandelen en fietsen en dat met de E-bike ook langer blijven doen en omdat in deze regio relatief veel gevaren wordt door ouderen. Toenemende verstedelijking In 1800 leefde slechts twee procent van de wereldbevolking in steden. De urbanisatie is versneld en voorspeld wordt dat in 2030 zestig procent van de wereldbevolking in stedelijke regio’s woont. De groei van de Nederlandse bevolking concentreert zich vooral in de Randstad en NoordBrabant. Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht kregen er de afgelopen jaren de meeste inwoners bij. In de Verstedelijkingsagenda van de MRA wordt rekening gehouden met een toename van circa 325.000 woningen tot 2050, waarvan 175.000 voor 2030. Door de verstedelijking is er aan de randen van de stad veel behoefte aan mogelijkheden tot rec-

Tabel 1 Groeipercentages 2030 t.o.v. 2019 voor COROP-gebieden GrootAmsterdam (excl. gemeente Amsterdam) en Zaanstreek

zich direct zullen vertalen in extra druk op Laag Holland. • In Zaanstad gaat het om de bouw van 20.000 woningen in vier MAAKgebieden, waarvoor Laag-Holland de ‘achtertuin’ is. • In de gemeente Purmerend gaat het naast diverse verdichtingsplannen onder meer om uitbreidingsplannen in De Purmer en De Beemster, waarvan de bevolkingsgroei zich eveneens vertaalt in meer recreatie in Laag Holland.

13 Ontwikkelperspectief recreatie en toerisme MRA (Bureau BUITEN en Bureau voor Ruimte & Vrije Tijd, 2022) 14 De prognoses zijn gemaakt voor de COROP-gebieden vanwege de beschikbaarheid van overnachtingscijfers. Zaanstreek-Waterland behoort tot twee COROP-gebieden. Het COROPgebied Zaanstreek valt hier volledig onder. Ook omvat Zaanstreek-Waterland een deel van COROP Groot-Amsterdam.

Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland | 34

Tabel 2 Verwacht aantal unieke verblijfs- en dagbezoekers (in miljoenen) in Amsterdam in 2025 en 2030 met bijbehorende groeipercentages volgens drie scenario’s (bron: OIS) * Het is aannemelijk dat door corona de groei zal worden vertraagd. Het NBTC verwacht dat het binnenlands toerisme in 2022 weer op het niveau van 2019 is en het internationaal toerisme in 2024 weer op het niveau van 2019 is.

• Edam-Volendam gaat nog ca. 1.600 woningen toevoegen tot 2040 10 • In Regio Alkmaar zijn er flinke verdichtings-plannen in Alkmaar (transformatie van bedrijventerreinen aan het Noord-Hollands Kanaal) en Heerhugowaard (stationsomgeving) die van betekenis zijn voor de noord- en westzijde van Laag Holland. Van de 40.000 extra woningen in de Woondeal Noord-Holland Noord zijn er 20.000 geprojecteerd in de Regio Alkmaar. Daarbij gaat het ook om extra woningen in de zone tussen Alkmaar en Castricum, naast de al genoemde groei van Alkmaar zelf en van Heerhugowaard. Er komen dus aan die kant van het gebied zo’n 50.000 inwoners bij. • Op iets grotere afstand, maar met name van betekenis voor de waterrecreatie op het IJmeer en daarmee ook voor de kust van Laag Holland, zijn de plannen voor Amsterdam Bay Area die onder andere voorzien in een sterke groei van Almere. Ook IJburg II heeft grote impact voor dat gedeelte van Laag Holland. Alleen al tot 2030 wordt een bevolkingstoename van zo’n 11% verwacht in de MRA 11

Toenemend belang van ‘buiten zijn’ versterkt door corona In 2019 ondernamen Nederlanders zo’n 926 miljoen recreatieve activiteiten buiten, gevolgd door 839 miljoen sportactiviteiten, in Zaanstreek-Waterland waren dat 11 miljoen buitenactiviteiten en 9,5 miljoen sportactiviteiten12. Door de toenemende aandacht voor een gezonde levensstijl en voldoende beweging en de behoefte aan individuele vormen hiervan, zien we een groeiende behoefte aan buitenrecreatie. Gebieden waar men de natuur kan beleven door zelf actief te zijn – bijvoorbeeld door te wandelen, fietsen of kanoën – worden in toenemende mate populairder. Sinds COVID-19 recreëren mensen bovendien vaker buiten en dichterbij huis en wordt deze behoefte nog extra versterkt. Voor Laag Holland biedt dit kansen voor uitbreiding van dagbezoeken en de bestedingen maar ook uitdagingen op het gebied van bezoekersmanagement en beheer en onderhoud van de recreatieve structuren. De grote behoefte aan buiten zijn heeft in Laag Holland namelijk geleid tot grote drukte in onder meer de recreatiegebieden en op bestaande routestructuren. Die druk neemt in de toekomst toe. Groeiend aantal toeristen Het NBTC verwachtte pré-corona landelijk een forse stijging van het inkomend toerisme van 19 miljoen in 2018 naar 29 miljoen gasten in 2030.

Alhoewel corona een belangrijke impact heeft gehad op het aantal inkomende toeristen, is de verwachting dat dit uiteindelijk vooral leidt tot vertraging in de groei, maar geen groeistop. Volgens het NBTC zal de markt zich in 2024 weer herstellen, maar we moeten er ook rekening mee houden dat het langer duurt. Corona heeft op de middellange termijn naar verwachting vooral impact op het intercontinentale toerisme. Deze groep vormt in Amsterdam circa 18% van het totaal aantal overnachtingen en in overig Noord-Holland zo’n 8% (CBS, cijfers over 2019). Vanuit het onderzoek naar het ontwikkelperspectief voor toerisme en recreatie in de MRA 13 zijn schattingen van de ontwikkelingen van het verblijfstoerisme (uit binnen- en buitenland) beschikbaar. Met name de inschattingen voor Zaanstreek-Waterland en Amsterdam zijn relevant voor de regio Laag-Holland.

Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland | 35

Zaanstreek-Waterland • Naar verwachting zal de omvang van verblijfstoerisme (blijven) groeien in Zaanstreek-Waterland. Het aantal verblijfsgasten zal naar verwachting tussen de 23% en 39% toenemen en het aantal overnachtingen tussen de 39% en 46% in 2030 ten opzichte van 2019 (zie tabel 1). Deze prognoses zijn deels gebaseerd op de historische ontwikkeling en geven (vanwege de vele onzekerheden) een bandbreedte weer. • De daadwerkelijke groei van het aantal overnachtingen en verblijfsgasten hangt af van o.a. beleid (in hoeverre wil de deelregio dit accommoderen) en van de capaciteit (in hoeverre kan de deelregio dit accommoderen). Daarnaast zijn dagbezoekers uit de MRA of elders in Nederland ook een bezoekersgroep die de toekomstige situatie beïnvloeden. Amsterdam • Voor Amsterdam maken we gebruik van de prognose van OIS (afdeling Onderzoek Informatie en Statistiek van de gemeente Amsterdam). Deze prognose is pre-corona en houdt rekening met het beleid tot en met 2018 (zie tabel 2). Rekening houdend met coronaherstel, verwacht het NBTC dat het binnenlands toerisme in 2022 weer op het niveau van 2019 is en het internationaal toerisme in 2024 weer op het niveau van 2019 is. De prognose van Amsterdam wordt (vanwege corona) dan ook vertraagd, maar is zeker nog bruikbaar. • De stad Amsterdam zal een aantrekkingskracht houden op nationale, regionale en internationale gasten.

De gemeente heeft in 2020 een verordening aangenomen waarin is afgesproken dat het aantal toeristenovernachtingen binnen de bandbreedte van 10-20 miljoen zal blijven. De verwachting is dat hierdoor een waterbedeffect ontstaat waardoor verblijfstoeristen zullen uitwijken naar omliggende gebieden zoals ZaanstreekWaterland. Conclusie Samengevat zien we de volgende groei van de recreatiebehoefte die leidt tot een grote noodzaak voor investeringen in recreatieve structuren: • Bevolkingsgroei Laag Holland en Amsterdam 2019-2040: +19,4% (van

1.345.400 naar 1.606.100 inwoners). Alleen al de groei in het aantal eigen inwoners leidt in Zaanstreek-Waterland tot +800.000 buitenrecreatie-activiteiten en +700.000 sportieve activiteiten in de periode 2018-2030. • Toenemend aantal ouderen met tijd en middelen leidt tot meer buitenrecreatie-activiteiten en dus een toenemend gebruik van recreatieve structuren. • Toename van circa 325.000 woningen tot 2050 in de MRA, waarvan 175.000 voor 2030, leidt tot veel behoefte aan mogelijkheden voor recreëren in het groen aan de randen van de stad. • Forse autonome groei van behoefte aan buitenrecreatie door toenemend belang van buiten zijn, met name behoefte aan mogelijkheden voor recreatie in directe woonomgeving. • Groei aantal verblijfstoeristen Zaanstreek Waterland 2019-2030 tussen de +23% en +39% en overnachtingen tussen +39% en +46%. Groei aantal unieke dag- en verblijfsbezoekers Amsterdam 2018-2030 tussen +21% en +38% (alhoewel waarschijnlijk vertraagd door corona). 4.4 Ook veranderend recreatiegedrag leidt tot noodzaak investeringen in recreatieve structuur Naast een toenemende recreatiebehoefte, zien we ook veranderend recreatiegedrag dat leidt tot de noodzaak voor extra investeringen in het recreatieve netwerk. Alhoewel wandelen en fietsen de populairste buitenrecreatie activiteiten blijven, zien we daarbinnen wel de nodige ontwikkelingen.

• Naast het ommetje rondom huis is ook het lange afstandswandelen populair. Nordic walking (wandelen met stokken) heeft een vast plekje veroverd op de wandelpaden en wordt alweer opgevolgd door XCO Walking en Smovey Walking. Daarnaast zijn powerwalking, fitwalking en brisk walking, Chi walking en meditatief wandelen in opkomst. Ook de wandeldate en wandelvergadering (‘weeting’ en ‘wandelbila’) worden steeds meer gemeengoed. • We fietsen meer, er zijn meer verschillende soorten fietsen en de snelheidsverschillen tussen fietsers zijn groter geworden. Op straat zien we, Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland | 36

naast gewone en elektrische fietsen ook bakfietsen, transportfietsen, driewielers, speedpedelecs, velomobielen, ligfietsen, MTB-ers, gravelbikes, tijdrit- en racefietsen. Het stijgend aandeel van elektrische fietsen leidt tot het afleggen van langere afstanden en zorgt er voor dat (o.a.) ouderen langer en verder fietsen. Door het toegenomen gebruik van elektrische fietsen is het mogelijk om langere afstanden af te leggen en blijven (o.a.) ouderen langer en verder fietsen. • Ook na corona zal een groot deel van de Nederlanders een aantal dagen per week thuis blijven werken. Dit betekent dat we vaker gebruik gaan maken van de mogelijk -heden voor ommetjes in de eigen woonomgeving. • De laatste 15 jaar is individueel sporten veel populairder geworden, ook in de buitenlucht. Denk aan gravelbiken, hardlopen, trailrunnen, skeeleren en meer. • Watersport is terug van weggeweest. Het water biedt een belangrijke toegevoegde waarde voor recreanten en is meer dan alleen varen. Het omvat ook kleine watersport, vissen, zwemmen en actieve sporten zoals (kite)surfen, suppen en waterskiën. Het overgrote deel van de recreatie en vrijetijdsbesteding buitenshuis heeft een routegebonden component: toeren, fietsen en wandelen en varen zijn ongekend populair, bij nagenoeg alle leeftijdsgroepen en lagen van de bevolking.

Routegebonden recreatie en toerisme vormen een belangrijk deel van het toeristisch-recreatief product van een bestemming of streek. Het accommoderen van alle motieven (rust, ontspanning én activiteiten en voorzieningen) leidt echter tot botsende belangen van verschillende recreantengroepen. Er zijn investeringen nodig om al deze groepen met hun eigen voorkeuren op een veilige manier te bedienen en daarmee de toegenomen druk op routestructuren en steeds meer diverse en uiteenlopende wensen op te vangen. Ook zijn er specifieke onderdelen waaraan wel behoefte is, maar die Laag Holland maar beperkt biedt. Extensieve recreatie in de vorm van struinen door natuur of boerenland is daarvan een voorbeeld. Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland | 37

Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland | 38

5

VOORSTEL VERSTERKING RECREATIEVE STRUCTUUR Dit hoofdstuk beschrijft de versterkingen die we op basis van de analyse van beleidsstukken, ambities, visies en plannen en interviews hebben verzameld en in het kaartbeeld concreet hebben vertaald. Deze kunnen basis zijn voor uitvoeringsprogramma’s op relatief korte termijn. Hoofdstuk 5 beschrijft de genoemde aanvullende kansen, wellicht nog wat minder gedragen, maar wel bijdragend aan een sterke totaalvisie. Deze kunnen de basis zijn voor een inhoudelijke vervolgdiscussie over de positie van recreatie als onderdeel van een waardevol integraal landschap.

Zoneringsprincipe eerdere Recreatieplannen

5.1 Zonering Belangrijke basis voor het versterken van de recreatieve structuur is een goede zonering. Dit om recreatie goed te spreiden en om bestaande natuur- en landschappelijke waarden niet of slechts beperkt door recreatie te laten verstoren. In dit rapport doen we een voorstel voor een geactualiseerd zoneringsprincipe ten opzichte van de eerdere recreatieplannen. Het zoneringsprincipe zoals eerder gehanteerd werkt nog altijd goed, maar recente ontwikkelingen maken actualisatie noodzakelijk. Onder andere de toegenomen actieradius van fietsrecreatie door electrische fietsen benadrukt de waarde van goed verbonden en doorgaande structuren. Daarnaast is er een toegenomen vraag naar recreatie in de vorm van ommetjes in de directe woonomgeving. Ook de bereikbaarheid van de recreatieve struc-

Basis voor geactualiseerd Zoneringsprincipe Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland | 39

tuur vanuit de stad of regio via infrastructuur is belangrijker geworden. Via recreatieve poorten of knooppunten aan de auto- en OV-infrastructuur is het groen bereikbaar. Daarbij legt de ontwikkeling van ‘Buitenpoorten’ een belangrijke focus op de kwaliteit van deze poorten en op de recreatieve mogelijkheden direct daaraan gekoppeld. Ten slotte speelt een toenemende betekenis van recreatieve groengebieden als alternatief voor stedelijke parken. Dit laatste kan botsen met rust of natuurwaarden in diezelfde gebieden. In relatie daarmee hebben Staatsbosbeheer en RNH een aanvullend en nader genuanceerd zoneringsprincipe opgesteld, die wij hierbij overnemen. Zo ontstaat een geactualiseerd recreatief zoneringsprincipe voor Laag Holland. Stadsranden De stadsranden en dagrecreatiegebieden vormen hierin de belangrijkste vlakvormige gebieden. De stadranden worden goed en integraal ontwikkeld, bijvoorbeeld door toegankelijk maken van volkstuincomplexen en sportparken. Daarnaast zijn in de zonering de stadrandgebieden goed bereikbaar via een binnenstedelijke structuur van groene dooradering en recreatieve groene wiggen.

Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland | 40

Dagrecreatiegebieden Binnen de dagrecreatiegebieden speelt een genuanceerde recreatieve zonering, met een ‘dynamisch ontvangstgebied’, een zone van ‘gemoedelijke recreatie’ en een zone van ‘rustige natuur’. ‘Dynamisch ontvangstgebied’ bestaat uit een concentratie van druk bezochte groene ruimtes, voorzieningen, parkeerruimte en infrastructuur. ‘Gemoedelijke recreatie’ betekent een meer traditioneel parklandschap met een vrij dicht netwerk van paden en enkele voorzieningen. ‘Rustige natuur’ betekent een min of meer ongestoord natuurlandschap, met enkele paden en voorzieningen die niet of nauwelijks verstorend zijn, en afhangen van het type natuur.

41 | Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland

Recreatieve hoofdstructuur Opgenomen in de stadsranden en dagrecreatiegebieden is een samenbindende recreatieve hoofdstructuur, een bundel van sterke paden, als onderdeel van het regionale routenetwerk, met beperkte voorzieningen zoals bankjes en dergelijke. In deze structuur is het prettig verplaatsen te voet, per fiets, te paard of over het water. Deze hoofdstructuur volgt naast de genoemde gebieden vooral de contrasten in het landschap van Laag Holland. Zo is de Markermeerdijk de belangrijkste lijnvormige recreatieve hoofdstructuur met een grote kwaliteit en specifieke voorzieningen zoals verbrede kapen en recreatieve ‘dijkplaatsen’ die het verhaal van de dijk versterken. Daarnaast zijn verschillende lijnen met contrast tussen veenweidegebied en droogmakerijen van grote recreatieve betekenis.

Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland | 42

Overig landschap Laag Holland Deze zone van ‘rustige natuur’ passen we in de geactualiseerde zonering ook toe aan de buitenzijde van de stadsrand, met dien verstande dat het hier vooral gaat over cultuurlandschap met natuurwaarden. Dit sluit aan bij het algemene principe van recreatie in het landelijk gebied van Laag Holland. In alle gebieden is de afgelopen decennia gezocht naar passende manieren van recreatief beleefbaar maken van de specifieke kwaliteiten van het landschap. Soms door boerenlandpaden, soms door kano- en sloepenroutes, altijd met zo min mogelijk beïnvloeding of verstoring van het landschap zelf. Dit heeft al een hoge kwaliteit, maar kan zeker nog verder worden uitgebouwd, bijvoorbeeld in combinatie met actuele maatschappelijke opgaven en -ontwikkelingen. Zo kan de transitie van de landbouw goed worden gecombineerd met versterking van informele recreatieve bestemmingen, toegankelijkheid en dooradering. Zodanig dat recreatie ook een deel vormt van een ander verdienmodel. In het netwerk is de positie van kleine kernen een bijzondere. De lokale economie moet mee profiteren van vrijetijdbestedingen in tijd en euro’s in de regio. Tegelijk moeten de kleine kernen prettig leefbaar blijven voor de lokale inwoners en niet verstopt raken.

In het zuidelijk deel van Laag Holland moeten problemen worden voorkomen door goede regulering en alternatieve bestemmingen buiten de dorpen. In het noordelijk deel is juist nog ruimte voor intensiever gebruik en het betrekken van de kleine kernen.

Daarnaast is uit verschillende interviews de wens naar voren gekomen om minder sectoraal en meer integraal naar recreatie te kijken. Zo kunnen via gebiedsontwikkeling nieuwe natuurzones ontwikkeld worden, bijvoorbeeld ten behoeve van NNN, KRW, Klimaat (bos- en veenontwikkeling) of Stikstof, waarin recreatie direct verweven is. Ook deze zones zien we in het zoneringsprincipe als ‘rustige natuur’, zij het dat we deze alleen toepassen in het ambiteuzere recreatieve kaartbeeld. Zo kan de transitie van de landbouw goed worden gecombineerd met versterking van informele recreatieve bestemmingen, toegankelijkheid en dooradering. Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland | 43

Totaal zoneringsprincipe recreatie Vanuit het gevarieerde landschap en de stedelijke concentraties als basis, en de verschillende hoofdzones als recreatieve schillen, ontstaat daarmee het hiernaast afgebeelde genuanceerde totaalbeeld voor de zonering van recreatie in Laag Holland.

Totale geactualiseerde zonering Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland | 44

5.2 Impressie zonering en Zoom-ins recreatieve typen Om meer duiding te geven aan deze recreatieve zonering is op deze pagina een beeld gegeven van de toepassingen van dit principe in de noordelijke stadsrand van Amsterdam. Daarnaast is een tweetal luchtige impressies gemaakt van verschillende recreatieve landschaps-zones. Luchtige impressies van de zone van ‘Gemoedelijke recreatie’, en de zone ‘Recreatief Landelijk gebied’.

Hierbij als legenda een opsomming van mogelijke recreatieve elementen, met daarbij een mogelijke maatvoering en materialisatie. Zoals bij de opgaven is beschreven, is er door veranderende doelgroepen, recreatieve vervoermiddelen en -snelheden de noodzaak om in het hele gebied Laag Holland bij grootschalig onderhoud van paden te beoordelen of de maatvoering en vormgeving nog past bij de huidige vereisten, die bijvoorbeeld door de opkomst van de e-bikes veranderd zijn. Deze maatvoering dient te worden afgestemd met bijvoorbeeld de richtlijn Ontwerpwijzer Fietsverkeer CROW, maar ook met ervaringsgetallen van de recreatieschappen zelf.

Impressie van zonering tov stadsrand

Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland | 45

Zoom-in Gemoedelijke Recreatie

Zoom-in zone Recreatief landelijk gebied Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland | 46

5.3 Verbetering recreatief netwerk door gerichte toevoegingen Op basis van de analyse van stukken, het symposium Recreatie en Toerisme Laag Holland en de daarop volgende interviews, en de beschreven zonering, zijn een aantal concrete verbeteringen te benoemen waar een behoorlijke consensus over is.

met het duingebied, via Oer-IJ – Assum/Heemskerk– Marquette/Geversduin en via Krommenie - Uitgeest – Limmen – Bakkum, in het noorden tevens Alkmaar-Heiloo-Egmond. Hierbij hoort ook de wens om recreanten/ toeristen te leiden door De Rijp, Graft, Noordeinde, Grootschermer, Schermerhorn. Samen met de Beemsterdijk als comfortabele fietsroute meer voor de snelle fietsers ontstaat dan rond de hele kern van de Eilandspolder een recreatieve hoofdstructuur.

Deze gaan ten dele over versterking van een hoofdstructuur. - Versterking van de oost-west verbinding als zuidelijk deel van de hoofdstructuur: de as Twiske-ZaanWestzaan-Omzoom-Oer-IJ. - Versterking van de oost-west verbinding als middendeel van de hoofdstructuur, vooral gebaseerd op landschappelijke contrasten: de as Edam-Purmerend-BeemsterStarnmeer-Markenbinnen-Alkmaardermeer. - Versterking van de oost-west verbinding als noordelijk deel van de hoofdstructuur: de as Oeverdijk Hoornse Hop-de Hulk-Mijzenpolder - Alkmaar - Versterking van de noord-zuid verbinding centraal in de hoofdstructuur, en vooral gebaseerd op landschappelijke contrasten: Zaan - Wormer- en Jisperveld – Eilandspolder- Schermerhorn-Noordrand Schermer-Alkmaar - Versterking van meerdere verbindingen tussen Laag Holland Kaart vertaling van in divers beleid voorgestelde versterkingen Recreatief Netwerk Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland | 47

Kaart Voorstel Versterking Recreatief Netwerk in concrete lijnen Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland | 48

Daarnaast gaat het over toevoegingen meer op detailniveau. Deze zijn overgenomen vanuit eerdere recreatieplannen, als knelpunt, of als verbeterpunt uitgaande van de recreatiestructuur en de mogelijkheden voor recreatieve rondjes ten opzichte van bewoningsconcentraties of entreepunten. Deze voorstellen zijn in het proces als globale locaties voor versterking ingetekend en naderhand in detail bediscussieerd. In de twee hiervoor geplaatste versterkingskaarten zijn deze voorstellen opgenomen. De eerste kaart toont de globale verbeterpunten in de vorm van verbindingspijlen en versterkings-gebieden. In de tweede kaart zijn deze globale wensen of indicaties concreet gemaakt als lijnvoorstel voor de hoofstructuur, voor recreatieve paden of voor vaarroutes. Uiteraard zijn dit grove voorstellen die hiermee ter discussie voorgelegd worden. Het toont vooral de zo ontstane nieuwe totaalstructuren. Na bediscussiëring van deze kaartbeelden kunnen deze worden vertaald in een Groslijst verbeterpunten/projecten.

5.4 Ruimte voor een andere benadering van recreatie Naast de samenvatting van visies en plannen en vertaling daarvan in een aangepaste recreatiestructuur, geven we ook een doorkijk naar een iets andere benadering van recreatie, mede gebaseerd op de interviews met de diverse stakeholders. Deze benadering gaat uit van een meer vanzelfsprekende meekoppeling van recreatie met een aantal maatschappelijke en landschappelijke transities. Daarmee verdwijnt het sectorale karakter van recreatie en daarmee verandert ook het hele vraagstuk van financiering en beheer, mogelijk naar een breed gedragen (ook financieel) en meer integrale functie van het landschap als leef- en beweegruimte voor de mens. In de onderstaande kopjes wordt dit iets nader besproken, als aanzet voor nadere verdieping en discussie. . Verbreding door meekoppeling met maatschappelijke ontwikkelingen Er zijn grote voordelen aan het meekoppelen van recreatief gebruik met maatschappelijke ontwikkelingen. Hierbij gaat het bijvoorbeeld over

landbouwtransitie. De huidige opgaven in het landelijk gebied, voor bijvoorbeeld beperking van stikstofuitstoot, beperken van CO2-uitstoot en bodemdaling, bevorderen biodiversiteit, overgang van dierlijk naar plantaardig voedsel via tuinbouw en voedselbossen, en de plantaardige productie van bouwstoffen, biedt kansen voor een heel andere positie van recreatie. Recreatie kan een standaard nevenfunctie van de agrarische sector worden, waarvoor ook vergoedingen betaald worden als onderdeel van een vitale verbrede landbouw. Dit past in de transitie naar ecologische landbouw, kleinschaliger en meer gericht op plantaardig. Ook past het in een andere algemene levenshouding, waarin gezondheid in het algemeen, met voedsel en bewegen als belangrijke aspecten, belangrijker gaat worden. De benoeming van zgn ‘landschapsgronden’ in het laatste regeerakkoord, als nieuwe categorie tussen functionele landbouwgebieden en echte natuurgebieden, biedt al een opening voor een dergelijke andere benadering. Wel is hiervoor een besluit over integrale besteding van de nu nog streng geoormerkte budgetten noodzakelijk. Deze benadering dient in de nieuwe bestuursperiode als positieve besluiten te worden voorgedragen, en de kansen hiervan dienen concreet te worden vertaald naar realistische eerste stappen.

In onze kaart hebben we daartoe, als recreatieve voorzet voor de ‘landschapsgronden’, twee categorieën toegevoegd, nl. de zone ‘Recreatief (agrarisch) landschap’ en de zone ‘Integrale ontwikkeling natuur met recreatie’. Relatie recreatie en agrarisch landschap (-> integrale recreatiezones) De zone ‘Recreatief (agrarisch) landschap’ is vooralsnog vooral gekoppeld aan, en gedacht vanuit de veranderende recreatieve behoefte van de stedeling, maar op termijn zou dit een in geheel Laag Holland geldend principe kunnen worden, met een meer informele recreatieve beleving van het landelijk gebied, dat zich vervolgens verder uitbreidt. Het gaat in deze zone niet om een integrale gebiedstransformatie naar een park, maar om een dichter netwerk aan fiets- en wandelpaden door het agrarische cultuurlandschap in vergelijking tot het verder van steden afgelegen stukken landelijk gebied.

Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland | 49

Negatieve trend weidevogels Waterland, recente verspreiding en voorgestelde nieuwe recreatieve verbindingen

Kaart Natuurbeschermingscategoriën Landelijk gebied: Natura-2000, NNN, Weidevogelleefgebied

Kaart kansen verdere Versterking Recreatief Netwerk tov Weidevogelleefgebieden Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland | 50

Relatie recreatie en natuur (-> integrale natuur-recreatiezones) Een zelfde voordeel van meekoppelen geldt bij integreren van nieuwe natuur en recreatie in integrale natuur- en recreatiezones. Naast de eerder genoemde opgaven zal ook de huidige opgave vanuit het veranderend klimaat een forse impact op het landschap gaan hebben. Meer bos, meer veen, meer plas-dras land (natuur maar ook natte landbouw) en moeras. In recente plannen van de regering, zoals bijvoorbeeld de Bossenstrategie, is dit al behoorlijk concreet gemaakt. Hierbij kunnen eerdere initiatieven, zoals robuuste ecologische verbindingszones en klimaatcorridors, weer opgepakt worden. Het is ons opgevallen dat deze corridors feitelijk gelijk vallen met de recreatieve hoofdstructuur zoals we die in Laag Holland zien ontwikkelen, eveneens vooral oost-west verbindingen tussen kust en kust. Door deze ontwikkeling van zowel natuur als recreatie niet sectoraal maar integraal aan te pakken, kan een zeer sterke en aantrekkelijke mix gerealiseerd worden van ecologische en recreatieve verbindingen. Een voorbeeld hiervan is het project ‘Schoonwatervallei’ zoals dat door Landschap NoordHolland boven Castricum wordt nagestreefd.

Door deze ruimhartig op te pakken en in de natuurcompensatie ook een recreatieve structuur mee te nemen bouwen we effectief aan beide doelen die bovendien zeer veel gemeen hebben en feitelijk veel vaker gekoppeld zouden moeten worden.

recreatief belang en natuurbelang, of over een nuancering van de relatie recreatie/veenweidenatuur. De kaart van de recreatieve structuur ten opzichte van het weidevogelleefgebied laat zien dat die ruimere benadering essentieel is voor een goede recreatieve betekenis van Laag Holland. In dit kader hebben we in een aantal veenweidegebieden, zoals in Waterland-Oost nabij Holysloot, in het Oostzanerveld tussen het Twiske en de Wijde Wormer, en de Zeevang boven Edam, concrete padenvoorstellen ingetekend die het recreatieve netwerk en beleving fors uitbreiden, en blijkend uit de monitoring nauwelijks weidevogels zullen verstoren. Een versterkte waardering van deze gebieden door toegenomen beleving kan bovendien het draagvlak voor specifiek beheer gericht op deze soorten, en het draagvlak voor instandhouding van Laag Holland in het algemeen vergroten. Integraal voorstel In de kaarten op de volgende paginas zijn de voorstellen voor integrale recreatieve zones en verruiming van recreatiepaden in formeel weidevogelleefgebied beide aangegeven en vervolgens opgenomen in de integrale kaart, als Recreatief Netwerk met hogere ambitie. Vervolgens is ook de relatie van het recreatieve netwerk met de (toekomstige) landschappelijke kwaliteiten aangegeven, als kaart en als vogelvluchten.

Heroverweging belemmeringen natuur en recreatie Natuurwaarden vormen namelijk vaak ook een belemmering voor recreatieve beleving van het landschap. Dit speelt met name in de aangewezen IBP-VP gebieden van Laag Holland, en dan vooral door de eenduidige en absolute aanwijzing van gebieden, bijvoorbeeld als weidevogelleefgebied. De huidige stand van weidevogels is echter zeer gedifferentieerd en veel minder goed dan de gebiedsaanwijzingen suggereren. Naast evidente weidevogelconcentratiegebieden, zoals Waterland-Oost ten oosten van het Goudriaankanaal, zijn er ook gebieden met zeer geringe betekenis. Zie de onderstaande beelden waarin de neergaande trend en de huidige dichtheden van de grutto in Waterland-Oost zijn weergegeven. Het is noodzakelijk de discussie te openen over een hernieuwde afweging tussen Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland | 51

Kaart voorstel Integrale zones van natuur+recreatie en recreatief landschap Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland | 52

Kaart Voorstel en Kansen verdere Versterking Recreatief Netwerk Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland | 53

Totaalbeeld Recreatief Netwerk met landschappelijke kwaliteiten Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland | 54

5.5 Impressies Totaalbeeld Recreatief Netwerk Laag Holland Om een beeld te geven van deze totale recreatieve hoofdstructuur, de samenhang daarin en de relatie tot de stedelijke gebieden zijn vier vogelvluchtbeelden opgesteld. Laag Holland vanuit vier kanten bezien. De hoofdstructuur is hierin opgelicht en gebieden zijn met namen geduid. In alle beelden zijn op de voorgrond ook zones Recreatief Landelijk gebied en aanvullende paden aangegeven, zoals in de zoneringsfilosofie en in de paragraaf over een hogere ambitie is beschreven.

beeld Laag Holland vanuit zuidoostelijke richting, IJmeer, Zeeburg en IJburg Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland | 55

beeld Laag Holland vanuit zuidoostelijke richting Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland | 56

beeld Laag Holland vanuit oostelijke richting Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland | 57

beeld Laag Holland vanuit noordwestelijke richting Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland | 58

beeld Laag Holland vanuit zuidelijke richting Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland | 59

Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland | 60

6

BEHEER EN ONDERHOUD RECREATIEVE STRUCTUUR 6.1 Huidige situatie Beheer Er zijn veel verschillende partijen betrokken bij het beheer van de recreatieve structuren in Laag Holland. In dit hoofdstuk geven we aan wie dit zijn en over welke middelen zij beschikken, en motiveren we dat er sprake is van een structureel beheertekort. 6.1.1 land

Beheer van gebieden en recreatieve infrastructuur in Laag Hol-

Betrokken partijen Er zijn veel verschillende partijen die een rol spelen in het beheer van natuur- en recreatiegebieden en recreatieve infrastructuur. In Laag Holland zijn dit: • Recreatie Noord-Holland • Recreatieschappen • Landschap Noord-Holland • Staatsbosbeheer • Natuurmonumenten • Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier • Provincie Noord-Holland (beheerder van IJmeer-Markermeer en van provinciale infrastructuur, daarnaast deelnemer in de recreatieschappen) • Gemeenten (openbare ruimte, wegen etc.) • Boeren: - Regulier - Agrarisch natuurbeheer Al deze partijen dragen samen zorg voor inrichting en beheer van het landschap. Zij bepalen voor een belangrijk deel de kwaliteit en de beleving van het recreatieve netwerk in Laag Holland. Op een kleiner schaalniveau

spelen ook bedrijven en burgers hierin een rol, omdat zij hun eigen kavel en opstallen onderhouden. Samenwerkingen De recreatieschappen zijn samenwerkingsorganisaties (gemeenschappelijke regelingen) van gemeenten en provincie. Via erfpachtconstructies zijn de schappen ook verbonden met Staatsbosbeheer (die van veel gebieden het bloot eigendom heeft). Dit heeft recent geleid tot een gezamenlijke visie en een samenwerkingsovereenkomst tussen de Schappen en Staatsbosbeheer. Hierin is vastgelegd dat de verantwoordelijkheid voor alle groene recreatieve gebieden in de MRA die in eigendom zijn van Staatsbosbeheer of de provincie Noord-Holland of de deelnemende gemeenten van de recreatieschappen, samen gedeeld wordt. En dat wordt toegewerkt naar één werkwijze die daarbij past met een evenwichtige gedeelde financiering om zo zoveel Figuur 4. Model gewijzigd overgenomen uit de publicatie ‘Groene diensten en recreatie.’ Stichting Recreatie, Kennis- en Innovatiecentrum, Den Haag, 2003. A.J. van Golen, E. Tuunter * BLP contracten = Boeren land pad contracten ** Erfpacht: hier kan ook pacht, huur, bruikleen staan *** Particuliere fondsen zoals de Postcodeloterij en de Vriendenloterij zijn in deze figuur niet meegenomen, maar spelen inmiddels ook een belangrijke rol in de financiering van natuur- en erfgoedbeheerders als Natuurmonumenten en Landschap Noord-Holland.

61 | Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland

mogelijk middelen te bundelen voor inrichting en beheer van die gebieden met instrumenten die daar het best bij passen. Om zo de kwaliteit van de gebieden voor natuur- en recreatieve doeleinden te verbeteren en de inzet van schaarse middelen hiervoor te optimaliseren. 6.1.2

Middelen voor beheer

Geldstromen In figuur 4 is schematisch aangegeven hoe de belangrijkste geldstromen tussen consumenten, bedrijven, overheden en gebiedsbeheerders op dit moment lopen. Alhoewel deze figuur specifiek van toepassing is op boerenlandpaden, zijn de stromen voor het gehele recreatieve netwerk hiermee goed vergelijkbaar. Middelen Overheden zijn op dit moment veruit de belangrijkste bron van middelen voor investeringen in en beheer van groen en landschap en recreatieve infrastructuur. De belangrijkste middelen komen op dit moment uit: • Subsidiestelsel Natuur en Landschap (SNL) voor gronden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en/of Natura2000, zie ook kader. De SNL bijdrage voor openstelling en recreatie is € 39 per ha per jaar, daarnaast is er een bijdrage voor toezicht, mede i.r.t. recreatie: € 18 per ha per jaar. Uitgaande van ca 10.870 hectare NNN-gebied in Laag-Holland, gaat het om een totaalbedrag van €424.000 per jaar voor recreatievoorzieningen en € 195.000 voor toezicht en handhaving (BOA’s). • Bijdragen van provincie en gemeenten aan recreatieschappen. Naar schatting gaat 75% van het operationele budget voor beheer van de terreinen naar beheer van de recreatievoorzieningen, wat neerkomt op 2,25 miljoen euro per jaar in dit gebied. Hiernaast besteden de schappen € 300.000 per jaar aan toezicht en handhaving t.b.v. het recreatief gebruik.

Van de uitgaven van de recreatieschappen komt 80 tot 84% procent van de deelnemers en het andere deel (20 tot 16%) uit inkomsten van pacht,

erfpacht, huur en inkomsten van recreanten. • Boerenlandpadregeling (openstelling) vanuit de provincie. Dit gaat om een relatief klein bedrag van ca 30.000 euro per jaar. De belangrijkste middelen voor investeringen (toevoegen en vervangen van voorzieningen) in recreatie komen uit: • Investeringen vanuit de recreatieschappen (bijdragen deelnemers) • Gebiedsprogramma Laag Holland (heel bescheiden: ca € 0,3 mln/jaar) • Groen NH: wandelnetwerken & TOP’s • Provinciale subsidie Uitbreiden vaarnetwerk kleine pleziervaart Andere middelen voor investeringen in groen, water en landelijk gebied zijn: • Groen NH: weidevogelbiotopen • Provincie: Klimaatadaptatie uitvoering • Provinciale subsidie Bedrijfsverplaatsing en kavelruil Natuurnetwerk Noord-Holland • Provinciale subsidie Investeringsbudget Landschapsversterking • Extra middelen Rijk: veenweide en stikstof • Mobiliteitsfonds en Vervoersregio Amsterdam: indien er een meekoppelkans is bij aanleg infrastructuur SNL-beheersubsidie onvoldoende, zeker bij recreatief medegebruik

Met name voor het natuurbeleid – voor het Natuur Netwerk Nederland (NNN) en voor Natura2000-gebieden – zijn er langjarige geldstromen voor realisatie en subsidieregelingen voor het beheer (het Subsidiestelsel Natuur en Landschap (SNL)). Na de decentralisatie (2011) zijn de provincies hiervoor verantwoordelijk. De SNL-beheersubsidie dekte tot voor kort 75% van de standaardkostprijs. Dat percentage is inmiddels verhoogd naar 84%. Dat betekent dat terreinbeherende organisaties (TBO’s) en particuliere grondeigenaren de ontbrekende middelen zelf moeten aanvullen, of moeten bezuinigen op het beheer. Met name daar waar ook recreatief medegebruik is, is dat een reeds langer bestaand probleem. De TBO’s en de Federatie Particulier Grondbezit (FPG) wijzen reeds lang op het bestaan van dit beheertekort. Om goed recreatief beheer te kunnen plegen moet een beheerder extra middelen bovenop de SNLsubsidie hebben of kunnen genereren. Daar komt bij dat in de SNL-subsidie geen rekening wordt gehouden met periodieke vervaningsinvesteringen. 62 | Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland

• Waterschappen en andere Rijksmiddelen water: meekoppelkansen • Giften, legaten etc van particulieren en bedrijven aan private TBO’s (Natuurmonumenten en Landschap Noord-Holland). Uit eerder door Bureau BUITEN uitgevoerd onderzoek naar bestaande middelen voor het financieren van landschapsopgaven in de MRA blijkt het volgende: 1. Er zijn relatief veel middelen voor natuurontwikkeling in NNN en N2000 gebieden, veenweideopgaven en klimaatadaptatie. De belangrijkste financieringsbronnen voor deze opgaven zijn het stikstofbudget, het veenweidebudget, de budgetten voor klimaatadaptatie en de SNL-subsidies. 2. Er zijn relatief en absoluut weinig middelen die aangewend kunnen worden voor recreatieve beleving en benutting, verbetering van de landschapswaarde en natuurontwikkeling buiten NNN/N2000 gebieden. 3. Voor beheer van recreatievoorzieningen door natuurbeheerders zijn er wel middelen, maar die schieten in de ogen van beheerders tekort. De bijdragen dekken niet de kosten. Voor groen/natuur buiten NNN en N2000 bestaan er voor natuurbeheerders geen bijdragen voor beheer van recreatievoorzieningen (wanneer een recreatieschap beheerder is, worden de kosten voornamelijk door de deelnemers gedragen). 4. Er zijn op dit moment geen substantiële en kansrijke grootschalige financieringsbronnen voor verbetering van de recreatieve structuur.

Een positieve ontwikkeling is dat in de provincie Noord-Holland – als één van de weinige in Nederland – recreatie, groen en landschap onderdeel uitmaken van het Provinciaal Programma Landelijk Gebied. 6.1.3

Beheertekort

Door het gebrek aan middelen enerzijds en hoge en stijgende kosten anderzijds is er sprake van een beheertekort, met name voor recreatieve voorzieningen en infrastructuur. We hebben geen specifieke getallen over het beheertekort in Laag Holland, maar wel een indicatie van het beheertekort op MRA-niveau.

Afbeelding 7: SBB moest de brug op het Schanszichtpad (Zaanse Schans) sluiten, als gevolg van het beheertekort. Bron: Mischa Faverey, De Orkaan

• In de MRA wordt jaarlijks circa € 110 mln uitgegeven aan landschapsopgaven, waarvan € 68 mln aan beheer (prijspeil 2017) 1. • In eerder onderzoek van Bureau BUITEN wordt het beheertekort bij recreatieschappen en natuurbeheerders op MRA-niveau geschat op € 21 mln/jaar, waarvan € 16,5 mln voor beheer en € 4,5 mln voor vervangingsinvesteringen. Dit bedrag is nagenoeg geheel toe te schrijven aan een tekort voor het beheer en onderhoud van de recreatieve voorzieningen.2 • De benodigde investeringen in landschapsopgaven in de MRA in de periode 2020-2040 worden geschat op circa € 2 mrd oftewel circa € 100 miljoen per jaar. Grofweg gaat het om ca. € 900 mln. voor natuur (incl. recreatie), bijna € 550 mln. voor vernatting van het veen en ermee samenhangende kosten en ruim € 500 mln. voor recreatie.3 1 Investeringen en uitgaven aan MRA-landschap, Ecorys 2018 2 Beheertekorten Metropoolregio Amsterdam, Bureau BUITEN 2019 3 INTENS/Opgaven en geld, Bureau BUITEN 2019 4 Zie verder: https://heatwalkingcycling.org/#homepage; www.gezondnatuurwandelen. nl; claiming_the_health_dividend.pdf ; dr. ShaneOmara; https://groenvoorgezondbeleid.nl/; https://platform.groenkapitaal.nl/de-kracht-van-natuur-voor-gezondheid-meer-inzetten/.

Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland | 63

Er is bij dit beheertekort sprake van verschillen tussen de verschillende typen beheerders, recreatieschappen (gemeenschappelijke regelingen) en natuurbeheerorganisaties: • Voor gebieden die beheerd worden door de recreatieschappen is het beheer als volgt geregeld: recreatieschappen zijn verplicht om de kosten reëel te begroten en een sluitende begroting vast te stellen. De deelnemers aan de recreatieschappen zijn juridisch verplicht om eventuele tekorten te matchen. Dit neemt niet weg dat er veel discussie is over deze tekorten, met name als het investeringen betreft die op korte termijn vermeden kunnen worden maar op lange termijn wel een opgave opleveren. Ook binnen delen van Laag Holland staat deze financiële discussie op scherp, onder andere voor het Recreatieschap Alkmaarder- en Uitgeester Meer (RAUM). • Terreinbeheerders met een primaire natuurdoelstelling zoals Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer, of een waterdoelstelling zoals het waterschap, hebben geen geld voor recreatiespecifieke doeleinden. Er zijn wel inkomsten uit recreatie (bijv. pacht of huur), maar die zijn onvoldoende om de kosten te dekken. Zij hebben echter wel te maken met een groeiend aantal recreanten in hun gebieden terwijl er eigenlijk geen geld is voor het onderhouden en periodiek vernieuwen van de recreatievoorzieningen.

Tabel 2 Vestigingen in toeristisch-recreatieve sector als onderdeel van totaal, 2020 (bron: LISA, 2021)

Tabel 3 Banen in toeristisch-recreatieve sector als onderdeel van totaal, 2020 (bron: LISA, 2021)

Tabel 4 Toegevoegde waarde en bestedingen toeristisch-recreatieve sector Toelichting op bovenstaande berekening • De toegevoegde waarde en bestedingen vanuit het toerisme en recreatie zijn bekend voor Amsterdam (bron CBS). https://www.cbs.nl/nl-nl/longread/aanvullendestatistische-diensten/2021/toerismerekeningen-gemeente-amsterdam-20172019-?onepage=true#:~:text=De%20toeristische%20bestedingen%20bij%20 Amsterdamse,op%2018%2C6%20miljard%20euro • We kunnen aan de hand hiervan inschatten hoe de toegevoegde waarde en de bestedingen in de sector in Laag Holland zijn, waarbij we er vanuit gaan dat Laag Holland 80% van de Amsterdamse arbeidsproductiviteit oplevert. • €7 miljard/ 82.910 toeristisch-recreatieve banen = €84.429 per baan. Dit bedrag per baan (€84.429) maal het aan toeristisch-recreatieve banen in Laag-Holland (13.520) = €1,1 miljard. Vervolgens is 80% van €1,1 miljard: €913 miljoen.

5 Bron: Rijksoverheid, gezondheid en zorg

64 | Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland

• Openbare recreatieve structuren buiten recreatie- en natuurgebieden zijn veelal in beheer bij gemeenten. Beheer, vervangingsinvesteringen en vernieuwing van deze voorzieningen is regelmatig onderwerp van bezuinigingen bij gemeenten. Aangezien de vraag naar recreatiemogelijkheden gaat toenemen en ook veranderend recreatiegedrag tot een noodzaak voor extra investeringen in het recreatieve netwerk leidt (H3), is het gebrek aan substantiële en kansrijke grootschalige financieringsbronnen voor verbetering van de recreatieve structuur een groot knelpunt voor de toekomst. Daarover in het volgende hoofdstuk meer. Het veranderend recreatiegedrag vraagt om meer differentiatie in voorzieningen en de volumegroei maakt dat bijvoorbeeld de fietsinfrastructuur robuuster moet worden uitgevoerd. Beide componenten zijn kostenverhogend.

6.2

Recreatieparadox recreatieve infrastructuur

Het belang van recreatiemogelijkheden en de toenemende behoefte daaraan, staat haaks op het gebrek aan middelen voor beheer en onderhoud van en toezicht (BOA) op recreatieve structuren. 6.2.1

Belang van recreatie

Recreatie en toerisme vormen een essentieel onderdeel van het dagelijks leven. Recreatie en toerisme zorgen voor ontmoetingen, contact, nieuwe inzichten, creativiteit en ontspanning, wat essentieel is voor welbevinden en productiviteit. Recreatievoorzieningen die goed aansluiten bij de behoeften van inwoners, zijn voor hen direct van waarde en zijn van invloed bij de keuze van een woonbestemming. We zien de laatste jaren een toenemende aandacht voor preventieve gezondheidszorg en daardoor ook voor een gezonde leefomgeving. Recreatie en toerisme hebben een belangrijke gezondheidswaarde: recreatieactiviteiten in een groene omgeving hebben een belangrijk positief effect

op de fysieke en mentale gezondheid 4. De aanwezigheid van een ‘beweegvriendelijke omgeving’, zoals sport-, spel- en recreatieve voorzieningen op loop- en fietsafstand, de aanwezigheid van groen of water, een goede voetgangersinfrastructuur, veilige fietspaden en een aantrekkelijke en veilige buurt, daagt mensen uit om voldoende te bewegen 5. Door corona is het belang van mogelijkheden om in de directe woonomgeving te kunnen recreëren bovendien toegenomen. 6.2.2

Economisch belang vrijetijdssector

Naast het feit dat recreatie bijdraagt aan de gezondheid en het welzijn, heeft de toeristisch-recreatieve sector ook een belangrijke economische waarde. In 2020 hadden in Laag-Holland zo’n 13.500 mensen een baan in de toeristisch-recreatieve sector (LISA, 2021). De toeristisch-recreatieve sector is daarmee goed voor zo’n 6,7% van het totale aantal banen in de regio (zie tabel 2 en 3). Recreatie en toerisme spelen daarmee een grote rol in de welvaart en het welzijn van de regio en haar inwoners. Dit is ook terug te zien in de toeristische bestedingen en de toegevoegde waarde per baan (zie tabel 4). Bovendien heeft Laag Holland te maken met veranderende agrarische mogelijkheden vanwege stikstof, veenproblematiek en vernatting. Economisch gezien kunnen toerisme en recreatie een deel van de oplossing zijn voor deze afnemende economische mogelijkheden van bestaande vormen van intensieve agrarische activiteiten. Tot slot levert de sector een belangrijke bijdrage aan het voorzieningenniveau. 6.2.3

Recreatieparadox

Het landschap en de recreatieve infrastructuur vormen een belangrijke basis van het toeristisch-recreatieve product van Laag Holland. Een basis voor inwoners om in eigen omgeving te kunnen recreëren en voor bezoekers om het gebied te ontdekken. Omdat recreatie bijdraagt aan gezondheid en welzijn, dragen recreatieve structuren die recreatie faciliteren daar dus ook aan bij. In Laag Holland vormt het landschap bovendien een 65 | Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland

belangrijk onderdeel van de identiteit en van het verhaal van het gebied. Het landschap en de recreatieve infrastructuur zijn daarmee een belangrijk onderdeel van het bestaansrecht van de toeristisch-recreatieve sector. Zoals blijkt uit de vorige paragraaf, gaat er in deze sector behoorlijk wat geld om en is de verwachting dat toerisme en recreatie ook de komende jaren weer verder gaan groeien waardoor de sector verder in belang zal toenemen. Ondanks het maatschappelijk belang van recreatie en het economisch belang van publieke toeristisch-recreatieve voorzieningen, is er onvoldoende geld voor de benodigde investeringen voor het opvangen van de verwachte groei. Daarnaast, en wellicht nog wel belangrijker, is er – buiten de gebieden van de recreatieschappen – onvoldoende geld voor het beheer, het in stand houden van de bestaande recreatieve structuur. Deze tegenstelling noemen we de recreatieparadox. Bevolkingsgroei en andere trends illustreren de noodzaak voor investeringen in recreatieve infrastructuur en voorzieningen. Het ziet er vooralsnog niet naar uit dat de middelen voor investeringen in en het beheer van

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13612825/1