A - 27 Ruimtelijke Ordening (23) Bijlage 2. Rapport RecreatiefNetwerk LaagHo
Tekst van het document
Advies
02-10-2023
Versterking Recreatief Netwerk Laag Holland en de ‘Recreatieparadox’ bespreekbaar gemaakt
Eindrapport
Eindrapportage Dd 02-10-2023
Rapport in opdracht van Recreatieschap Twiske-Waterland, mede namens Recreatieschap Alkmaarder- en UitgeesterMeer Mede mogelijk gemaakt dankzij financiële bijdrage van Provincie Noord-Holland in het kader van het interbestuurlijk programma vitaal platteland Laag Holland, kortweg IBP-VP LH. Opdrachtgever: Alex Rohof, Recreatie Noord-Holland NV
Opgesteld door SMARTLAND landscape architecture Klaas Jan Wardenaar klaasjan.wardenaar@smartland.nl Kastrupstraat 11G 1043 CR Amsterdam
In samenwerking met Bureau BUITEN - Economie & Omgeving Joost Hagens joost.hagens@bureaubuiten.nl Wittevrouwensingel 100 3514 AM UTRECHT
INHOUD
1. Samenvatting 5 2. Inleiding, doel en opbouw rapport 2.1 Project Recreatief Grid - Recreatief Netwerk Laag Holland 2.2 Groeiende vraag 2.3 Doelen 2.4 Doelgroepen en scope 2.5 Optimalisatie 2.6 Actualisatie 2.7 Gedragen totaalbeeld 2.8 Kaart hogere ambitie 2.9 Recreatieparadox 3. Gebied en visies 3.1 Gebiedstypering 3.2 Bestaand Recreatief Netwerk 3.3 Veranderend landschap; Maatschappelijke opgaven basis voor Optimalisatie Recreatief Netwerk 3.4 Concrete beleidsambities Optimalisatie Recreatief Netwerk 3.5 Interviews relevante stakeholders 4. Bestemming Laag Holland & Ontwikkeling Toersitisch-Recreatieve vraag 4.1 Toeristisch-recreatief profiel en doelgroepen Laag Holland 4.2 Huidige toeristische vraag 4.3 Trends en ontwikkelingen wijzen op verdere toename recreatiebehoefte in de toekomst 4.4 Ook veranderend recreatiegedrag leidt tot noodzaak investeringen in recreatieve structuur 5. Voorstel versterking Recreatieve Structuur 5.1 Zonering 5.2 Impressie zonering en Zoom-ins recreatieve typen 5.3 Verbetering Recreatief Netwerk door gerichte toevoegingen 5.4 Ruimte voor een andere benadering van recreatie 5.5 Impressies Totaalbeeld Recreatief Netwerk Laag Holland 6. Beheer en onderhoud Recreatieve structuur 6.1 Huidige situatie 6.1.1 Beheer van gebieden en recreatieve infrastructuur in Laag Holland
10 10 10 11 12 12 12 13 13 14 16 16 16 17 21 28 30 30 32 33 36 39 39 45 47 49 55 61 61
6.1.2 Middelen voor beheer 6.1.3 Beheertekort Recreatieparadox recreatieve infrastructuur 6.2.1 Belang van recreatie 6.2.2 Economisch belang vrijetijdssector 6.2.3 Recreatieparadox Mogelijkheden voor verwerven van extra middelen 6.3.1 Mogelijkheden voor extra bijdrage recreanten 6.3.2 Mogelijkheden voor extra bijdrage bedrijven 6.3.3 Mogelijkheden voor extra bijdrage overheden 6.3.4 Kansrijke mogelijkheden, maar er blijft grote financiële rol overheden 6.3.5 Inspirerende voorbeelden
62 63 65 65 65 65 67 67 69 70 71 72
7. Bestemmingsontwikkeling, Bestemmingsmanagement en Marketing 7.1 De bestemming Laag Holland centraal 7.1.1 Bestemmingsmanagement 7.1.2 Bestemmingsontwikkeling 7.1.3 Bestemmingsmarketing 7.2 Aanbevelingen organisatie Recreatief Netwerk 7.2.1 Investeer in een regionale netwerk samenwerking 7.2.2 Zorg voor een sterk merk en een duidelijke positionering 7.2.3 Zet in op productontwikkeling en arrangementen 7.2.4 Doorbreek recreatieparadox, maar grotere overheidsbijdrage nodig
75 75 75 77 77 77 77 78 79 80
8. Investeringen 8.1 Verbetervoorstellen in soorten en maten 8.2 Kentallen als basis 8.3 Onzekerheden, risico’s en enkele verschillen aan de voorkant 8.4 Investeringsraming 8.5 Beheerkosten 8.6 Prioritering 8.7 Concrete projecten voor de korte termijn 9. Bronnen
82 82 82 82 83 84 84 85
10.
94
6.2
6.3
Bijlagen
93
1
SAMENVATTING Recreatie als onderdeel van een kwalitatieve regio en vitaal landelijk gebied In het uitgestrekte landelijk gebied ten noorden van Amsterdam, tot aan Hoorn en Alkmaar, Laag Holland, wordt al lange tijd gebouwd aan een excellent recreatief netwerk. Dit bepaalt mede de hoge leefkwaliteit van deze regio, maar is ook een zelfstandige economische sector als onderdeel van een vitaal platteland. Blijven bouwen aan en verbeteren van dit recreatieve netwerk blijft steeds een actuele opgave. De bebouwing neemt toe, wat automatisch zorgt voor een toenemende bevolking. Daarnaast vergrijst de bevolking, waardoor gemiddeld steeds meer vrije tijd ontstaat. De opkomst van de e-bike en andere vervoersmiddelen zorgen daarbij voor veel meer mobiliteit en een grotere actieradius onder recreanten. Alles bij elkaar genomen ontstaat hierdoor een substantieel groeiende vraag naar recreatieve ruimte, structuren en voorzieningen, naar kwalitatieve bestemmingen en naar goede en gevarieerde netwerken. Dit advies ‘Recreatief Netwerk Laag Holland’ is het resultaat van een met de
regio gezamenlijk uitgevoerde zoektocht naar verbeteringen op al deze punten. Concreet, zoals bijvoorbeeld realisatie van ontbrekende schakels of voorstellen voor nieuwe paden of recreatiezones, maar ook wat betreft de financiering van het beheer en onderhoud van de bestaande structuur. Om aan de groeiende vraag te kunnen voldoen is een aantal doelen opgesteld, waarbij rekening is gehouden met verschillende doelgroepen en is uitgegaan van een scope tot 2050. De optimalisatie van het aanbod van voorzieningen en netwerken staat daarin centraal. Daarbij is rekening gehouden met een logische zonering, waarin ook de belangen van natuur en landschap zijn meegewogen. Feitelijk is dit advies een actualisatie en vervolg op de eerdere recreatieplannen, zoals die iedere 10 jaar uitgevoerd wordt en steeds leidt tot een totaalplan en uitvoeringsprogramma. De basis hiervoor moet een gedragen totaalbeeld zijn. Om deze reden is ook nu veel tijd gestoken in een reeks gesprekken met relevante partijen, waarvan de uitkomsten zijn vertaald in een samenhangend streefbeeld. Hierbij zijn twee ambitieniveaus uitgewerkt, een basisambitie en een hogere ambitie. Dit gaat vooral over haalbare investeringen om deze recreatiestructuur te realiseren. Maar daarnaast is het beheer en onderhoud van het netwerk van minstens even groot belang.
In de regio heerst echter, wat wij noemen, de Recreatieparadox: een alom zeer hoge waardering voor het landschap en de recreatieve beleving daarvan, maar tegelijk een zeer gering draagvlak voor financiering van het onderhoud van deze paden en voorzieningen. Recreatievoorzieningen als vanzelfsprekendheid, zonder daarvoor verantwoordelijkheid te willen nemen. Recreatieparadox: middelen een structureel probleem, ondanks positieve betekenis recreatie Veel partijen (o.a. gemeenten, provincie, recreatieschappen, Staatsbosbeheer, agrariërs) zijn betrokken bij het beheer en Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland | 5
onderhoud van de recreatieve structuur in Laag Holland. Recent hebben Staatsbosbeheer en de deelnemers in de schappen een afspraak gemaakt, dat voor alle groene recreatieve gebieden in de MRA die in eigendom zijn van Staatsbosbeheer, de provincie NoordHolland of de deelnemende gemeenten van de recreatieschappen, de verantwoordelijkheid voor beheer en onderhoud samen gedeeld wordt. Daarmee wordt vooral een efficiencyslag in het beheer beoogd. Deze efficiencyslag in het beheer is noodzakelijk vanuit twee constateringen: het wordt drukker waardoor de kosten toenemen, en de beschikbare middelen blijven achter bij het gewenste niveau (er is in de huidige situatie al sprake van een ‘beheertekort’). En wat voor het beheer en onderhoud geldt, is evenzeer van toepassing op de noodzakelijke investeringen in kwaliteitsverbetering en uitbreiding. Want hoewel in verschillende onderzoeken de positieve maatschappelijke betekenis en waarde van groen en recreatie wordt aangetoond, blijkt het in de praktijk lastig om de bekostiging te regelen. We noemen dit de recreatieparadox: ‘Iedereen’ noemt het belangrijk, maar ‘niemand’ wil ervoor betalen. Dit terwijl iedereen weet dat realisatie en beheer en onderhoud gewoon geld kosten.
Twee hoofdlijnen van financiering Voor het verwerven van extra middelen kan in hoofdlijnen langs twee lijnen worden gedacht, die beide zijn gebaseerd op de gedachte dat wie gebruikt of wie er profijt van heeft, er ook voor moet betalen. De ene lijn gaat uit van bijdragen van recreanten (‘de gebruiker betaalt’). Het kan dan bijvoorbeeld gaan om toegangskaartjes, zoals bijvoorbeeld al toegepast door PWN in het Noord-Hollands Duinreservaat. Andere voorbeelden zijn betaald parkeren bij hotspots, zoals al toegepast in het Twiske, of een mountainbike- of fietsvignet voor het gebruik van recreatieve infrastructuur in Laag Holland. Er kleven ook maatschappelijke nadelen aan het toepassen van ‘de gebruiker betaalt’: zo kan de toegankelijkheid van recreatie onder druk komen te staan voor lage inkomens en ook principieel kunnen er vragen bij worden geformuleerd. De tweede lijn kijkt naar de vrijetijdssector, als sector die direct of indirect profiteert van verbetering van de recreatieve infrastructuur. Die
sector is in Laag Holland van behoorlijke economische betekenis en er is alleen al door de bevolkingsgroei en de wens tot spreiding van het internationaal toerisme een behoorlijk perspectief op groei. De sector kan aan de recreatiestructuur bijdragen door bijvoorbeeld recht op uitbreiding te koppelen aan een bijdrage aan verbeteringen, of door exploitatierecht te koppelen aan beheerplicht voor een gebied. Verhoging van toeristenbelasting of ‘vermakelijkheidsretributie’ (een heffing voor dagrecreatie, o.a. toegepast bij de Zaanse Schans) is een vorm van de eerste financieringslijn, maar wordt geïnd via de vrijetijdssector. In het rapport zijn inspirerende voorbeelden van zowel de eerste als de tweede lijn opgenomen. Dergelijke mogelijkheden bieden enig financieel perspectief, maar daarnaast blijft een structurele rol voor de overheid onvermijdelijk. Ook past versterking van de recreatieve infrastructuur goed bij het ontwikkelen van alternatieve verdienmodellen voor het platteland, wat noodzakelijk is vanuit de stikstof- en andere opgaven. Op die manier kan recreatie een logisch onderdeel uitmaken van het Provinciaal Programma Landelijk Gebied (PPLG). Dit rapport biedt daarvoor concrete programma-ingrediënten.
Bestemmingsontwikkeling, -management en (regio)marketing Bij de verdere ontwikkeling van toerisme en recreatie in Laag Holland past ook een structurele aanpak voor bestemmingsontwikkeling, bestemmingsmanagement en regiomarketing. Er is daarin nog winst te boeken. Meer samenwerking – er is nog sprake van een enigszins versnipperde aanpak – waarbij de bestemming Laag Holland centraal staat, wordt aanbevolen. Met een sterk merk en een duidelijke positionering kan de recreatieve kracht van het gebied beter worden benut. Hierdoor zullen meer recreanten gebruik maken van de verbeterde fijnmazige recreatieve structuren, conform de lijnen in dit rapport, en worden kansen geboden voor de vrijetijdssector in brede zin. Dit versterkt daarmee de basis om ook de (financiële) recreatieparadox te verzachten dan wel te doorbreken. Met ‘Laag Holland arrangementen’ en gerichte productontwikkeling grijpen deze lijnen nog verder op elkaar in. Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland | 6
Raming investerings- en beheerkosten Uitgaande van een vergelijking tussen de huidige en een beoogde verbeterde situatie met hoge ambitie, is in dit rapport een forse lijst van verbetervoorstellen ontwikkeld voor de wandel-, fiets- en vaarinfrastructuur. Voorbeelden hiervan zijn toevoegingen van boerenlandpaden voor een figuurlijk ‘doorwaadbaar’ landschap, nieuwe fietspaden, of kleinschalige aanlegplaatsen voor sloepen en kano’s inclusief het koppelen van vaargebieden met een doorsteek met sluis of met een overhaal. Ook worden al ontwikkelde routes voorzien van kleinschalige recreatievoorzieningen (bijvoorbeeld plaatsen van bankjes), worden natuurgebieden op locaties waar dat ecologisch kan gecombineerd met extensieve recreatie, of worden recreatiegebieden van een rijkere natuur voorzien waardoor de recreatieve variëteit toeneemt, evenals de biodiversiteit. Op zichzelf veelal bescheiden en daarmee realistische ingrepen of toevoegingen. Een samenvattend overzicht van deze verbetervoorstellen is te vinden op het kaartbeeld op pagina 53 en de groslijst projectvoorstellen in de kaart en tabel in hfst 8.
leiden tot onvoorziene meerkosten. De cijfers zijn inclusief verwerving, voorbereiding, administratie en toezicht, maar gaan wel uit van een standaard implementatie. Met name voor projecten bij natuur en/of waar voorzieningen op weerstand stuiten, kunnen dergelijke vte-kosten flink oplopen. Vergunningenprocedures en omgevingsmanagement vragen dan veel meer tijd en kosten. Verder wordt opgemerkt dat de bedragen per jaar en kijkend naar het grote aantal betrokken partijen (gemeenten en recreatieschappen, provincie, waterschap, private partijen en recreatieve gebruikers in allerlei soorten en maten) al veel overzichtelijker en haalbaarder worden.
Voor deze verbetervoorstellen, die grofweg betrekking hebben op de periode tot ca. 2045, zijn de investeringskosten geraamd evenals de daaraan verbonden beheerkosten. De ramingen zijn gebaseerd op kentallen van onder meer het bouwkostenkompas, veelal geijkt op de investerings- en beheerpraktijk van RNH. Ramingen zijn in prijzen van 2022. Omdat het over een behoorlijk groot gebied gaat en een periode van ruim 20 jaar, gaat het in dit soort ramingen al snel over behoorlijk grote bedragen. De totaal geraamde investeringen voor deze hoge ambitie komen neer op een bedrag van ca € 140 mln. Aan beheerkosten zou hieraan een bedrag verbonden zijn van € 1 mln per jaar. De kosten zijn voor de natuurinclusieve zones exclusief grondverwerving. Als grondverwerving voor die 1.100 ha noodzakelijk is, dan nemen de investeringskosten toe met ruim € 120 mln naar € 227 mln. Ook de beheerkosten stijgen dan mee. Specificaties van deze bedragen zijn te vinden in Hfst 8. Bedragen zijn exclusief btw. Bij deze bedragen is een aantal opmerkingen te plaatsen. In de eerste plaats gaat het om ramingen op basis van kentallen. Specifieke situaties kunnen
Prioritering investeringen Het totale geraamde investeringsbedrag is weliswaar aanzienlijk, maar niet alles kan en hoeft gelukkig ook niet tegelijkertijd of slechts in de komende jaren. Het is zaak om structureel en gestructureerd te werken aan de versterking van de recreatieve netwerken. Dit rapport bevat het visiebeeld waarnaar stapsgewijs toegewerkt kan worden. Voor de prioritering is er een aantal logische overwegingen:
Ook wordt opgemerkt dat de echte financiële problematiek zich vooral toespitst op de beheerkosten en dat daarbij vooral ook naar structurele oplossingen moet worden gekeken. Een incidentele baat – bijvoorbeeld: middelen voor een groeninvesteringen gefinancierd uit nabije nieuwe woningbouw - is (eigenlijk) geen goed antwoord op een structurele dekkingsbehoefte.
• Sluit aan op lopende programma’s en projecten, onder meer in de verschillende recreatieschappen in het gebied. • Geef prioriteit aan die initiatieven en investeringen, in betere structuren maar ook in nieuwe bestemmingen, die nodig zijn in gebieden waar de recreatieve vraag als gevolg van woningbouw sterk gaat toenemen, en/ of waar nu al sprake is van een tekort in recreatieve opvangcapaciteit. Voorbeelden hiervan zijn: de omgeving van Amsterdam-Noord, dus met name in Waterland (met woningbouw in Noord zelf, maar ook op Zeeburgereiland en IJburg); en het gebied De Omzoom ten zuiden Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland | 7
van Saendelft/Assendelft waar de realisatie van geplande recreatieve voorzieningen sterk is achtergebleven bij de inmiddels reeds geruime tijd gerealiseerde woningbouw; en de oostelijke Purmer, waar het eerder aangelegde groen deels wordt ingevuld met woningbouw en waar bovendien Edam-Volendam nog een flinke stedelijke ontwikkeling gepland heeft. • Koppel het ritme van investeringen aan de daadwerkelijke programmering van de woningbouw. Er ontstaan dan samenhangende pakketten voor, zeg, vijfjaarsperioden (tot 2030, 2035, 2040, 2045) waarbij recreatieve vraag en verbetering van het aanbod gelijk op kunnen lopen. • Kijk waar werk-met-werk valt te maken, zoals nu bijvoorbeeld is/wordt gedaan bij de versterking van de Markermeerdijken. Koppel op een soortgelijke wijze in de investeringen in natuur en landschap, en in de aan het PPLG-verbonden herstructurering van de agrarische sector, de versterking van het recreatieve netwerk mee. En zodanig dat het ook vergunnings- en bestemmingsplan-technisch efficiënt en niet vertragend kan worden meegenomen. • Geef ten slotte prioriteit aan die investeringen die een multifunctioneel karakter hebben of die kleinere gebieden of gefragmenteerde structuren aan elkaar koppelen.
Zoals de verdieping+verondieping van delen van het Alkmaardermeer, mede ten behoeve van natuur en waterkwaliteit, of de relatief eenvoudige doorkoppeling van de Zeddeweg Katwoude naar de Oosterweg Purmer.
blijven bijdragen aan een hoge leefkwaliteit en vitaal landelijk gebied.
Vervolg Deze inhoudelijke verbetervoorstellen, concrete ramingen en beredeneerde prioritering, leggen een basis voor een uitvoeringsagenda, deels als implementatie in lopende gebiedsprogramma’s, deels als separate recreatieve projecten. Het concreet verder brengen van deze ideeën in een eerste 5(7)-jaren-plan zal het vervolg moeten zijn van dit advies. Daarnaast zal de verantwoordelijkheid voor financiering van beheer en onderhoud door alle partijen concreet omarmd moeten worden, bijvoorbeeld concreet in bestuurlijke besluiten over de bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen, om de Recreatieparadox te doorbreken. Alleen zo kan deze prachtige landschappelijke regio Laag Holland effectief Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland | 8
Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland | 9
2
INLEIDING, DOEL EN OPBOUW RAPPORT 2.1 Project Recreatief Grid - Recreatief Netwerk Laag Holland Het voorliggende rapport Recreatief Netwerk Laag Holland komt voort uit, en is onderdeel van het Perspectief Amsterdam Wetlands uit 2018, waarin de gebiedspartijen Landschap Noord-Holland, Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en Recreatie Noord-Holland hun ambities voor Laag Holland met scope 2050 hebben gebundeld en afgestemd. Deze ambitie is kortgezegd het realiseren van 12.000 ha gebiedskarakteristieke natte natuur, samen met toekomstbestendige landbouwbedrijven, en met een onvergetelijke beleving van die karakteristieke natuur en dit landschap. De ontwikkeling van het landschap krijgt onder andere vorm in een zestal projecten uit het IBP-VP (Interbestuurlijk Programma - Vitaal Platteland). Het hierin benoemde ‘Recreatief Grid’ dient er vooral op gericht te zijn
deze projecten en gebieden expliciet beleefbaar te maken en daarmee het integrale doel van Amsterdam Wetlands, ook voor de identiteit en woonkwaliteit van de gehele regio, te dienen. In het proces is enige discussie ontstaan over de benaming ‘grid’, door de modelmatige en orthogonale uitstraling daarvan. In dit rapport kiezen we er daarom voor ‘Grid’ te vervangen door ‘Netwerk’, aangezien dit prima dekt waar dit project over moet gaan. 2.2 Groeiende vraag Recente studies hebben aangetoond dat het gebruik van Laag Holland door mensen zal intensiveren. Vanuit de MRA (Metropoolregio Amsterdam) door flinke groei van de bevolking in de steden Amsterdam, Zaanstad, Purmerend (+ 11% in 2030 in vergelijking tot 2019) én daarnaast dat het bezoek aan Amsterdam en metropoolregio door binnen- (+21% in 2030 in vergelijking tot 2019) en buitenlandse toeristen (+38% in 2030 in vergelijking tot 2019) naar verwachting sterk stijgt. (Druk en Draagkracht-onderzoek MRA, Bureau Buiten/Ruimte en Vrije tijd, 2022). Een vergelijkbare procentuele bevolkingsgroei is in de regio Alkmaar te verwachten. In het bijzonder de woningbouwprojecten Zandzoom (Limmen-Heiloo) en kanaalzone Alkmaar, zullen extra recreatiedruk leggen op Laag Holland en het Noordhollands Duinreservaat.
De plannen van Edam-Volendam, Waterland en Purmerend in en om de Purmer zullen een groot effect gaan hebben op de interne recreatiedruk in het oostelijk deel van Laag Holland. Gebiedspartijen willen dit niet zomaar laten gebeuren, maar willen de extra recreanten gericht door het gebied leiden naar draagkracht van de specifieke bestemmingen binnen de regio. De draagkracht is daarbij in drie factoren te kenschetsen: infrastructureel, sociaal maatschappelijk en ecologisch. De bestemmingen in het landschap van Laag Holland Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland | 10
zijn divers; stadjes, dorpen, natuur- en recreatiegebieden, attracties, verblijfsaccommodaties. Vanuit Amsterdam Wetlands is vooral de natuurkwaliteit of de kwaliteit van het natuurrijk cultuurlandschap belangrijk en een essentiële factor in de identiteit van het gebied. Het Recreatief Grid of Netwerk moet deze geleiding van bestaande en nieuwe bezoekers in goede banen leiden en op een goede manier bijdragen aan de unieke kwaliteit van de regio Laag Holland. 2.3 Doelen Belangrijk doel van het optimaliseren van het ‘Recreatief Netwerk’ is daarmee het verbeteren van de belevingsmogelijkheden en de bereikbaarheid van het gebied, passend bij en ondersteunend aan de natuurdoelen. Het Recreatief Netwerk bestaat feitelijk uit twee componenten. Een fysieke component in de vorm van infrastructuur, paden, plekken en diverse voorzieningen. Daarin niet alleen de fietspaden, maar bijvoorbeeld ook het OV netwerk en delen opengesteld boerenland. Daarnaast bestaat het Recreatief Netwerk uit een organisatorische component in een goed samenspel tussen publieke en private partijen, als beheerders van het netwerk en als aanbieders van mogelijkheden voor vrijetijdsbesteding. Vanuit dit ruimtelijke raamwerk kunnen verschillende recreatieve en toeristische projecten en programma’s opgestart worden.
Zoals bijvoorbeeld het reactiveren van voormalige melkschuitroutes voor het verknopen van vaarroutes en fietsroutes van en naar de stad, het versterken van de recreatieve infrastructuur langs de Markermeerdijk, en het verder ontwikkelen van een aantal strategisch gelegen toeristisch/ recreatieve landschapspoorten, als bijvoorbeeld de Waterlandse Poort in de stadsrand Amsterdam Noord, Het Twiske en Recreatiegebieden Zwaansmeer en De Buitenlanden. Het Recreatieve Netwerk ondersteunt een optimale recreatieve beleving, stimuleert productontwikkeling en zorgt voor een optimale balans tussen natuurdoelstellingen en recreatief gebruik. Tweede doel van dit rapport is, naast beschrijving van het bestaande netwerk en de kansen voor optimalisatie daarvan als basis voor verschillende uitvoeringsprogramma’s, om meer bekendheid te geven
Eerdere Recreatieplannen Waterland en Laag Holland
Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland | 11
aan de organisatie en de beheerlast van het Recreatief Netwerk. Reden hiervoor is de geringe bekendheid van het Recreatief Netwerk bij besluitvormers, vooral gemeenteraden, die veelal via bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen verantwoordelijk zijn voor de duurzame financiering daarvan. Dit leidt ondanks de populariteit van recreëren in het buitengebied tot een voortdurend probleem van financiering van de recreatieve voorzieningen. We noemen dit de ‘Recreatieparadox’, waarover later meer. 2.4 Doelgroepen en scope Het Recreatief Netwerk is gericht op bewoners in de regio, landelijk en stedelijk, maar ook op de toerist (regionaal, nationaal en internationaal als uitloop van de stad Amsterdam). Daarbij gaan we ervan uit dat de corona-problematiek van de afgelopen jaren deels een blijvende verandering teweeg heeft gebracht, zoals het waarderen van het nabije landelijk gebied in de vorm van lokale ommetjes, maar deels ook dat de pre-corona trend van toenemend bezoek door toeristen aan Laag Holland weer zal terugkeren. Daarnaast spelen de genoemde stedelijke uitbreidingen die zullen leiden tot een grotere recreatieve behoefte. Ten slotte spelen er ook sterk verschillende doelgroepen in leeftijd, maar ook in leefstijlen en daarmee recreatieve wensen en voorkeuren. Studies geven grote verschillen aan in de ‘demografische druk’ tussen de grote steden en plattelandsgemeenten.
Ook laten studies forse verschillen zien in de typeringen volgens de ‘leefstijlvinder’. Het is ondoenlijk en ook niet gewenst om heel specifiek op al deze verschillen te reageren, maar het vinden van een algemene goede balans tussen deze toenemende recreatieve behoefte, lokaal en regionaal/nationaal/internationaal, en het unieke karakter van Laag Holland, is de belangrijkste opgave bij de optimalisering en actualisering van het Netwerk. Dat doen we concreet met een scope op 2030, maar geven ook een doorkijk naar een mogelijke verdere optimalisatie richting 2050. 2.5 Optimalisatie We noemen optimalisering en actualisering omdat er natuurlijk al heel veel ligt. De afgelopen vier decennia is via diverse visies, plannen,
Recreatieplan Actualisatie 2012
Waterland
Eerdere Recreatieplannen Waterland en Laag Holland
uitvoeringsprogramma’s en projecten gestaag gebouwd aan dit recreatieve netwerk. Onderdeel hiervan was een zoneringsprincipe, bestaand uit een wat drukker gebruikte recreatieve hoofdstructuur van goed bereikbare en verbonden stadsranden, recreatiegebieden en hoofdroutes, naast kwetsbare open landschappen en natuur als tussenliggende rustige gebieden. Met deze zoneringsfilosofie en daaruit volgende hoofdstructuur en padennetwerken is de recreatiedruk op een effectieve manier opgevangen en verdeeld. Deze recreatieve structuur heeft her en der nog knelpunten of zwakke schakels die we weer op het netvlies brengen om in de komende uitvoeringsperiode zo mogelijk op te lossen. 2.6 Actualisatie Maar daarnaast verandert ook de recreatieve behoefte, zoals we beschrijven in H.4 De opkomst van de snelle e-bikes en andere vervoermiddelen, samen met bijvoorbeeld vergrijzing, heeft consequenties voor het fysieke netwerk, in uitgebreide routes, wijdere paden, Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland | 12
grotere bochtstralen, oplaadpunten, sanitaire voorzieningen etc. Maar ook de ontwikkeling van het thuiswerken heeft zijn weerslag in de recreatieve behoeften. Een explosieve stijging van (auto)bezoeken aan recreatiegebieden zoals het Twiske wordt waargenomen, maar ook van wandelen en recreatieve ommetjes in het landschap, direct vanuit huis via een groene dooradering in het stedelijk gebied. Dit sluit aan bij wat Staatsbosbeheer het ‘Groen als Nutsvoorziening’ noemt. Daarnaast is ook een meer actieve spreiding van recreanten en toeristen aan de orde. Met name door de ontwikkeling van ‘Buitenpoorten’, een initiatief van Provincie Noord-Holland, Metropool Regio Amsterdam en de Nederlandse Spoorwegen, waarop ook natuurbeheerorganisaties en anderen zijn aangehaakt. Goed bereikbare OV locaties, met karakteristieke landschapskwaliteiten en recreatieve voorzieningen binnen handbereik. Paden en voorzieningen nabij deze Buitenpoorten, en in expliciete doelbestemmingen in de natuur zoals de zes IBP-VP projecten, zijn daarmee ook actualisaties van het bestaande netwerk. Al deze nieuwe behoeften en ontwikkelingen leiden tot uitbouw van het gehanteerde zoneringsprincipe in een geactualiseerde en meer genuanceerde vorm die past bij de huidige en toekomstige vraag en recreatiedruk. Dit zoneringsprincipe is vervolgens de leidraad voor actualisatie van het Netwerk.
vervolgens voorgelegd en in meer detail besproken met een aantal van de belangrijkste stakeholders, wat heeft geleid tot aanpassingen waarmee een in principe breed gedragen totaalbeeld is ontstaan, de ‘Kaart Optimalisatie Recreatief Netwerk Laag Holland’. 2.8 Kaart hogere ambitie Naast het optimaliseren en actualiseren van het bestaande netwerk en de betere organisatie van beheer en financiering op basis van eerdere stukken, zijn in de gesprekken ook vele nieuwe ideeën geopperd, met het verzoek deze mee te nemen in deze rapportage. Om hieraan gevolg te geven hebben we deze nieuwe ideeën verwerkt en opgenomen in een ‘Kaart hogere ambitie recreatieve ontwikkeling’. Feitelijk beschrijft dit een mogelijk perspectief richting 2050. Deze kaart heeft dus nadrukkelijk een totaal andere status, maar draagt wel bij aan de discussie om te komen tot een recreatie in Laag Holland die nog beter past bij de huidige ontwikkelingen in het landschap.
2.7 Gedragen totaalbeeld Nadrukkelijk is dit document echter geen volledig nieuwe visie. Zoals gezegd zijn vele ontwikkelingen al gaande of in beleid uitgeschreven. Via een uitvoerige analyse van een groot aantal beleidsstukken, vastgestelde visies en plannen hebben we samengebracht wat er in de Provincie en de gehele regio Laag Holland op het gebied van recreatieve netwerken voor het komende decennium is voorgenomen. Dit zijn echter vaak globale doelen, voornemens of wensen. Door deze te vertalen in meer concrete voorstellen op het niveau van het netwerk komen ze dichter richting uitvoering en realiteit, passend bij de scope van dit project 2030. Deze analyse en vertaling in concrete versterkingen is op hoofdlijn gepresenteerd en besproken op het symposium Recreatie en Toerisme Laag Holland, november 2021. Deze nog ruwe werkkaarten zijn Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland | 13
2.9 Recreatieparadox Dit bestaande en geoptimaliseerde netwerk moet uiteraard onderhouden worden. Hierbij speelt echter de ‘Recreatieparadox’, het fenomeen dat iedereen landschappelijke recreatievoorzieningen hooglijk waardeert, maar niemand zich echt geroepen voelt het beheer ervan voldoende te financieren. In het tweede deel van deze studie (H8-9) gaan we nader in op de organisatie van dit beheer. Daaraan ook gekoppeld het financieringsvraagstuk, wat de problemen zijn, hoe dit beter te organiseren is en of er goede voorbeelden zijn van regionaal beheerde recreatieve netwerken. Onderdeel van de waardering en het functioneren van het gebied als recreatief landschap, is ook de ontwikkeling van nieuwe of betere bestemmingen, het management hiervan en de marketing van het gebied als geheel, als Laag Holland of Amsterdam Wetlands. Het is wenselijk om, met zo veel mogelijk actieve spelers in het gebied, te komen tot een vernieuwd en effectief samenspel. Om hiermee de groeiende stroom bezoekers met eigentijdse informatie- en vrijetijdsbehoeften op een gebalanceerde wijze door het gebied te geleiden, zowel fysiek als virtueel en mogelijk gecombineerd.
Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland | 14
Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland | 15
3
GEBIED EN VISIES 3.1 Gebiedstypering Basis voor recreatie is het voornamelijk open maar toch zeer gevarieerde landschap van Laag Holland. Een lappendeken van sferen en verkavelingen, ieder met hun eigen historie, die de recreant in grote afwisseling kan tegenkomen. Meest oorspronkelijk zijn de strandwallen en -vlaktes aan de westzijde van het gebied, de voormalige zandige kustlijnen. Deze hebben door hun vorming en aaneengeslotenheid het ontstaan van het grote hoogveen in wat nu Laag Holland heet in gang gezet. In het zuidwesten is deze kustlijn eerst nog doorsneden geweest door het Oer-IJ, maar nadat de uitstroom hiervan rond het begin van de jaartelling verzandde, rest alleen nog haar kleiige estuarium. Daarop volgen de duizend jaar oude veenverkavelingen van dit oorspronkelijke hoogveen, nu veelal ‘ingezakt’ tot laag veenweidegebied, natte eilandenrijken of vaarland centraal in het gebied, of droger agrarisch rijland naar de randen van Laag Holland. Daaromheen de beschermende dijken met hun gemalen en historie van geheelde doorbraken. En daarbinnen oude veenrivieren als de Zaan en de Dieën, en vele door stroming en wind ontstane gaten in het veen. Soms zijn deze nog als veenmeer behouden zoals het Alkmaarder- en Uitgeestermeer, maar vaker zijn ze weer drooggelegd als droogmakerijen zoals de grote Beemster en Schermer en de vele kleinere poldertjes.
Binnen deze lappendeken ligt een groot aantal karakteristieke lintdorpen, kuststadjes en enkele grotere steden. Maar ook structuren als de verdedigingslinie Stelling van Amsterdam met haar forten en dijken, oude trekvaarten en trambanen. Alles met veel historie en zeggingskracht en daarmee van grote recreatieve betekenis.
Veenweidegebied
Droogmakerijen
Markermeeroever met dijkversterking
Binnenduinzoom
Alkmaardermeer
Bunker uit de Stelling van Amsterdam
3.2 Bestaand Recreatief Netwerk Van oudsher bestaat al een relatie tussen stad en dit landschap op basis van voedselproductie (melk, vlees, groenten), maar het gebied werd in de 2e helft 20ste eeuw pas echt bewust als recreatieruimte ingezet. 16 | Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland
Eerst als onderdeel van landinrichtingsprojecten, maar vervolgens via recreatieplannen en uitvoeringsprogramma’s verder uitgebouwd. Ook begrenzingen en bestuurlijke eenheden hebben zich steeds verder ontwikkeld. Van Bufferzone Amsterdam Purmerend naar Landschap Waterland, naar Regio Waterland, naar Nationaal Landschap Laag Holland en Groene Long naar Regio Laag Holland. In 2018 is daar als laatste het Perspectief Amsterdam Wetlands overheen gelegd, om de ontwikkeling van nog meer gebiedsspecifieke identiteit en nog meer integrale kwaliteit te stimuleren en initiatieven te geleiden. Vervolgens is de naam Amsterdam Wetlands veranderd in ‘Veen- en Poldercoalitie’. Deel van dit perspectief van de Veen- en Poldercoalitie is het ontwikkelen van een ‘Recreatief Grid’, omschreven als: ‘Een raamwerk voor een beleving van natuur, landschap en erfgoed in de context van de sterk groeiende metropool regio. Het ruimtelijk raamwerk van het Recreatieve Grid noemen we het Recreatief Netwerk, routes, plekken en zones. Het bestaat uit inmiddels behoorlijk intensieve en goed georganiseerde
Kaart Noord Holland Midden inclusief begrenzing Laag Holland obv Landschap en Geomorfologie
netwerken voor wandelen, fietsen, paardrijden, kanoën, sloepvaren. Vaak vrijliggend in het landschap, soms gebundeld tot recreatieve hoofdroutes, met route aanduiding via knooppuntensystemen, en een aantal doorgaande landelijke routes. Maar ook virtuele beleving is inmiddels een laag in het netwerk, via app’s en locatiegebonden podcasts, virtuele exposities etc. De kaart Bestaand Recreatief Netwerk geeft een overzichtsbeeld van deze huidige situatie. Het vormt de basis voor verdere optimalisatie.
3.3 Veranderend landschap; Maatschappelijke opgaven als basis voor Optimalisatie Recreatief Netwerk Nederland, en ook Laag Holland, staat opnieuw aan het begin van een ingrijpende verbouwing. Klimaatverandering, energietransitie, demografische ontwikkelingen liggen daaraan ten grondslag. De klimaatverandering – en gerechtelijke uitspraken – zet de overheid aan tot ingrijpende maatregelen op het gebied van stedenbouw, energie infrastructuur, natuur, milieu, landbouw, bouw en mobiliteit. Daarnaast is er is een migratiestroom in de wereld gaande door klimaatverandering en oorlogsvoering. Nederland is een netto ontvanger van migrantenstromen. De geografische ligging, bestuurlijke stabiliteit, de fysieke en sociale veiligheid en het hoge welvaartsniveau trekt mensen van overal aan. Migratie voorziet ook in vervulling van vacatures in alle sectoren die door bestaande inwoners niet vervuld kunnen worden, mede door de sterke uitstroom van de pensionerende beroepsbevolking. Met deze ontwikkelingen neemt de druk op het gebied toe. Ook zal de druk op de groene gebieden sterk gaan toenemen door de sterk stijgende en vergrijzende bevolking (in 2030 +11% tov 2019) en de verwachte stijgende toeristenstroom (+38% in 2030 tov 2019).
Het recreatieve netwerk zal verbouwd moeten gaan worden om die toenemende en veranderende vraag aan vrijetijdsmogelijkheden te geleiden en tegelijk te werken aan versterking van de natuur- en milieukwaliteit in de regio. Daarnaast wordt het landschap optisch steeds kleiner, en daarmee het gevoel van weidsheid. Niet alleen door ontwikkelingen Laag Holland zelf, Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland | 17
Kaart Bestaand Recreatief Netwerk Laag Holland Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland | 18
Kaart Recreatieve Projecten en overgebleven Knelpunten Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland | 19
Voorbeelden van forse stedelijke ontwikkelingen, boven IJburg 2, rechts Sluisbuurt, beide Amsterdam en grenzend aan Laag Holland.
maar ook daar omheen. Oorzaken daarvan zijn 1. de hoogbouw in steden en uitbreiding van het bebouwd oppervlak in dorpen en steden. 2. De energieproductie en transport, mn van elektriciteit. Hoge windmolens en 380 kV transportleidingen. 3. Natuurontwikkeling, met name de transformatie van veenweide naar ‘levend veen’, zoals in Amsterdam Wetlands voor een aantal gebieden als doel is beschreven. Riet en moerasbosjes leveren een totaal andere ruimtebeleving en een grotere recreatieve opvangcapaciteit. 4. Landbouwbeleid vanuit EU en Rijk. De effecten van dit beleid zullen impact hebben op het landschap. Enerzijds diversificatie en de transitie naar duurzame landbouw met meer landschappelijke kwaliteit, anderzijds het nog sterker doorgroeien van grootschalige landbouw, met uitgestrekte doodse raaigrasweiden als ‘green deserts’, naast bloemrijke weiden als schril contrast, en de oorverdovende stilte bij het ontbreken van de weidevogels in het voorjaar. Recreatie is als functie niet sterk genoeg om landschappelijke verrijking af te dwingen, het zal het moeten doen en mee moeten liften op het beleid en de ontwikkelingen in het landschap. In het kader van dit project zijn beleidsplannen en -visies gescand op de voor recreatie relevante voorstellen. Dit is niet eenvoudig. De huidige tijd kenmerkt
Het landschap diversificeert. Enerzijds levend veen met meer beslotenbeleving. Anderzijds grootschalige landbouw die leidt tot doodse raaigrasweiden en ontbreken van weidevogels. Met deze ontwikkelingen verandert ook de landschappelijke beleving voor de recreant. Voorbeelden van Integrale landschap-pelijke ontwikkelingen, boven impressie van de ‘Precisieproductiepolder’, rechts de ‘Weidse Wetlands’, uit ‘De Cirkel Rond?’ (het PON en Telos/Studio Marco Vermeulen, 2021)
Kaart van ‘De Cirkel Rond?’ met daarin zowel de stedelijke ontwikkkelingsprojecten als de integrale ontwikkeling van nieuwe productielandschappen,.(het PON en Telos/Studio Marco Vermeulen, 2021),
20 | Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland
zich door een groot aantal fundamentele ontwikkelingen, die vrijwel allen een invloed hebben op landschap en op de beleving daarvan. Dit betreft aan de ene kant de ontwikkelingen die de recreatieve opgave beïnvloeden, zoals bevolkingstoename die zich vertaalt in vele concrete bouwprojecten, trends in thuiswerken en daardoor meer recreatief gebruik van het landschap, maar ook nieuwe ontwikkelingen in nieuwe modaliteiten als e-bikes, steps en dergelijke die de actieradius vergroot en de eerdere leeftijdsbeperkingen verkleint. Aan de andere kant spelen er grote ontwikkelingen in het landschap die invloed gaan hebben op de recreatieve mogelijkheden daarin. Zo zijn er een aantal grote opgaven, zoals klimaat, biodiversiteit, waterkwaliteit, stikstof, landbouw, energie en wonen. De meest urgente opgave betreft het veranderend klimaat, waardoor de zeespiegel stijgt en neerslagpieken toenemen, langduriger droogtes voorkomen en regelmatig periodes van stedelijke hitte. De maatregelen hiervoor bieden allen kansen voor meer recreatieve voorzieningen en kwaliteiten, zoals bredere duinen, natte natuur- en waterbergingsgebieden en nieuwe klimaatbossen. Daarnaast de minstens zo veelomvattende opgave voor herstel van biodiversiteit, als waarde en graadmeter van een gezond wereldecosysteem.
Hierin concrete voornemens voor uitbreiding van natuurareaal, herstel van natuurrijke natte of gradiëntsituaties in landbouwgebied, herstel van waterkwaliteit door nieuwe natuuroevers, natuurinclusieve landbouw en natuurinclusieve stedelijke ontwikkeling, en nieuwe bos- en recreatiegebieden als compensatie voor de toegenomen recreatiedruk in de bestaande natuurgebieden. Ten derde de landbouw. Met hierin als hoofdlijn de transitie naar ‘regeneratieve’ landbouw. Deze zal mogelijk kleinschaliger zijn, gevarieerder, en meer gericht op plantaardig voedsel. Met de bodem weer als centrale waarde in het proces, en daarmee de koppeling aan de positie in het landschap, met tuinbouw op de kleigronden en natte teelten in de veengebieden. Daarin ook meegenomen de oplossingen van de stikstofproblematiek, biodiversiteitsherstel, en het principe van circulariteit. Energie is ook relevant, met bijvoorbeeld biodiverse zonneakkers die een
historische kleinschaligheid en recreatieve dooradering in het landschap kunnen terugbrengen. Maar aan de andere kant ook windturbines die de landschappelijke beleving zullen veranderen. Ten slotte ook wonen, waarbij voor een groeiende bevolking (door zowel autonome groei als (klimaat)migratie) fors bijgebouwd zal worden, maar waarin ontwikkelen volgens de huidige inzichten zal leiden tot een betere groene dooradering en recreatieve mogelijkheden. Er gaan stemmen op om deze nu nog vaak sectoraal benaderde opgaven meer integraal te gaan benaderen, gebiedsgewijs, als feitelijk de enig realistische route om de noodzakelijke vooruitgang op al deze thema’s te boeken. In deze ‘gebiedsontwikkeling’ is het zeer goed mogelijk om recreatie als ‘zachte waarde’ integraal mee te nemen. Dus ontwikkelen van integrale recreatieve natuurlandschappen op cruciale plaatsen in de natuurstructuur. Of ontwikkelen van integrale recreatieve landbouwlandschappen, naar Engels voorbeeld. Of recreatieve en natuurgerichte klimaatbuffers rond de bestaande steden, voor waterberging, rietlandnatuur en groene uitloopmogelijkheden. In de optimalisatie van de recreatieve structuur doen we, mede op basis van interviews met stakeholders, een aantal concrete voorstellen hiervoor.
Daarnaast hebben we zoals gezegd een grote hoeveelheid beleidsplannen en -visies gescand op de voor recreatie relevante concrete voorstellen. In de volgende paragraaf geven we hiervan een samenvatting. 3.4 Concrete beleidsambities Optimalisatie Recreatief Netwerk Wat betreft verdere optimalisatie van recreatie is de afgelopen jaren een groot aantal beleidsnotities, visies en plannen opgesteld. In samenspraak met de opdrachtgever zijn hiervan de meest relevante regionale stukken geïnventariseerd en samengevat. Hoofdstuk 8 Bronnen toont de volledige lijst aan geïnventariseerde stukken. Hierin een grote variëteit aan abstractieniveau, van globale voornemens tot concrete padenvoorstellen. De belangrijkste punten uit de provinciale en regionale input is themagewijs in beeld gebracht in de kaartjes op de volgende pagina’s. Daarnaast zijn ook de meer lokale visies en plannen gescand op elementen voor een verbeterd recreatief netwerk. In de kaart Voorstel 21 | Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland
Optimalisatie Recreatief Netwerk zijn al deze punten zo goed mogelijk verwerkt. Wandelrecreatie Wandelen was altijd al populair, maar door vergroting van de mogelijkheden, veroudering van de bevolking én Corona, blijft wandelen naar verwachting booming. Het netwerk is goed. Laag Holland is de regio waar gestart is met de inrichting van regionale routenetwerken tot uiteindelijk een provincie-dekkend wandelnetwerk. De portal www. wandelnetwerk-noordholland.nl is met 1 miljoen bezoeken per jaar de best gebruikte wandelwebsite en app van Nederland. In het netwerk zijn veel boerenlandpaden opgenomen, in Laag Holland nu 14 kilometer, doorgaans open, maar soms gesloten. Deze paden dienen twee doelen: voorzien in behoeften van bevolking en kans voor neveninkomsten voor de agrarische grondgebruikers. Er speelt wel de problematiek van de boerenlandpadregeling, die door de provincie weinig duurzaam
Aanbeveling Verbetering Wandelrecreatienetwerk Laag Holland
wordt onderhouden en daardoor tot afbreuk van deelname leidt. Er zou meer ruimte gecreëerd kunnen worden, met name in de integrale landschapszones. Hiernaast bestaan nog andere informele paden. Zoals beschreven kan dit formele of informele padennet nog verder toenemen als onderdeel van de integrale landschapstransities. Verdere versterking van wandelrecreatie kan ontwikkeld worden gekoppeld aan woningbouwof infraprojecten, zoals in Limmen Heiloo. Hetzelfde geldt voor andere stads- en dorps vernieuwingsgebieden in alle gemeenten. Daarnaast speelt nog de ontwikkeling van de doorgaande Fiets/Wandelverbinding als onderdeel van de dijkversterking Hoorn-Amsterdam die binnen enkele jaren gereed zal zijn. Fietsrecreatie Na wandelen is fietsen het meest populair. Dit fietsen is zowel utilitair als recreatief, een scheiding is niet te maken. Voor veel fietsers is de rit van en naar werk ook bedoeld voor ontspanning en vrijetijdsbesteding. De gewenste versterking van fietsstructuur volgt met name uit de volgende bronnen: Perspectief Fiets - Provincie Noord-Holland, en Visie Fietsersbond. De focus ligt vooral op woon-werkverkeer, met ‘Doorfietsroutes’ tussen alle grotere kernen binnen Laag Holland. Daarvan heeft de Doorfietsroute langs de Zaan via Castricum naar Alkmaar prioriteit.
Daarnaast is weer de doorgaande Fiets/Wandelverbinding in de dijkversterking Hoorn-Amsterdam belangrijk en een aantal andere sterker recreatieve routes, zoals door Waterland-Oost, tussen Zaanstad en Heiloo en tussen Hoorn en Alkmaar. Tenslotte worden vanuit de Fietsersbond een aantal concrete aanvullingen aangegeven, met name rondom Uitgeest en Castricum, parallel aan de spoorlijnen aldaar. Aandachtspunt vormt het medegebruik van fietspaden door nieuwe vervoersmiddelen zoals e-bikes, bakfietsen, brommers, scootmobielen, hooverboards, die makkelijk tot 25 km/uur halen in plaats van de circa 15 km/uur door normale fietsen. Het fietsknooppuntennetwerk is nu zo’n 15 jaar oud. Het is vanaf 2006 uitgerold in NL en rond 2010 in NH afgekomen. Een partiële herziening van het netwerk is wel gewenst gelet op de bijgebouwde nieuwbouwwijken en stadsgroenstructuren, waaronder nieuwe fietspaden, die nog niet 22 | Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland
aangesloten zijn op het fietsknooppuntennetwerk. De aanzet daartoe is in 2023 gezet door het Routebureau van RNH. Concrete voorstellen voor aanpassing van dit netwerk volgen richting de opdrachtgevers, recreatieschappen, provincie en gemeenten. Naast de genoemde wensen voor nieuwe paden moet het gehele bestaande netwerk beoordeeld worden op waar maatvoering hiervoor moet worden aangepast. Dit dient in ieder geval te gebeuren in het kader van groot onderhoud/ vernieuwing die eens in de twintig tot veertig jaar speelt. We adviseren om daarbij te variëren met inrichtings- en onderhoudsniveaus van paden, passend in de gewenste zonering van recreatieve druk. Op die manier kan de infrastructuur bijdragen aan de gewenste spreiding en de verschillende snelheden van het fietsverkeer, zowel utilitair als recreatief. Deze gedifferentieerde verbetering van het padennetwerk kan mede gefinancierd worden uit de investeringsprogramma’s fiets van de
Aanbeveling Versterking Fietspadennetwerk Laag Holland
Vervoerregio Amsterdam en van Provincie NH. Mountainbiken Mountainbiken is een populaire tak van fietsrecreatie. Het duingebied is populair onder MTB-ers, maar is ook kwetsbaar. Het heeft een tijdslot, van zonsopkomst tot 10:30 mogen onverharde paden bereden worden door MTB-ers. In het Twiske en rond de Noorder-IJ-plas zijn drie MTB parcoursen gerealiseerd. Dit moet goed worden bijgehouden en zou verder kunnen worden doorontwikkeld. Ook het Geestmerambacht en Park van Luna hebben MTB tracks. Het Aagtenpark bij Beverwijk heeft nog geen MTB track, maar is daar door haar reliëf wel geschikt voor. Wielrennen Wielrenners kunnen baat hebben bij de doorfietsroutes voor het utilitaire of recreatieve netwerk, uitgaand van een kruissnelheid tussen 25 en 40 km/u. Daarnaast kunnen zij gebruik maken van plattelandswegen. In de Groenboog Amsterdam ligt het parcours voor/van ARC Ulysses. Alkmaar heeft net buiten Laag Holland op Olympiapark een overdekte wielerbaan Aagtenpark heeft een parcours voor BRC Kennemerland.
Waterrecreatie Een diverse recreatievorm die hoort bij Laag Holland. Verschillende vormen passen het meest bij bepaalde deelgebieden. 1.- Zeilen op grotere plassen: Alkmaardermeer, Stootersplas, Jagersplas, Aeën en Dieën en uiteraard op de Gouwzee en Markermeer. 2.- Recreatietoervaart, categorieën A t/m D en sportieve roeiboten op het BRTN netwerk, het Basisvisie Recreatie Toervaartnet Nederland (NH kanaal, Zaan, Nauernasche vaart, Broekervaart, De Where, ringvaarten Beemster, Schermer, Purmer, Wijde Wormer, Alkmaarder- en Uitgeestermeer). 3.Sloepenvaart, informele categorieën E, F op BRTN netwerk en de grotere en diepere tochten en vaarten in de ‘velden’: Eilandspolder, polder Westzaan, Wormer en Jisperveld, Oostzaner en Ilperveld, Varkensland en Waterland oost. 4.- Kleine waterrecreatie (fluisterpunters, kano’s, sup’s) categorie G in de velden. 4.- Durfsporten: Kiten, windsurfen, foilen, Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland | 23
wakeboard waterski en duiken op specifiek daarvoor aangewezen locaties. 5.- Zwemmen: op specifiek daarvoor aangewezen en ingerichte locatie. 6.- Vissen: volgens toewijzing van visrechten voor sportvissers, met bijna 10% van de bevolking een belangrijke vrijetijdsbesteding. Op de volgende pagina wat beelden van deze typen. Versterking van waterrecreatie volgt met name vanuit de bronnen: Visie Waterrecreatie Provincie Noord Holland, Diverse gemeentelijke plannen, en het Recreatieplan Laag Holland. In vrijwel alle gemeentelijke plannen wordt het stimuleren van waterrecreatie genoemd. Van sloepenroutes en betere doorvaarbaarheid tot het bevorderen van actieve watersporten. Provinciaal wordt ingezet op zonering en scheiding van verschillende gebruikersgroepen, met name sturing van kite-surfen naar ‘durf-spots’, onder andere om ook rustiger waterrecreatie mogelijk te houden. In het eerdere recreatieplan wordt een aantal knelpunten benoemd. Een deel is of wordt opgelost in het programma Aquapunctuur, zoals herstellen van een aantal beweegbare bruggen, overhalen en realiseren van veilige
oversteken. Ten slotte spelen een aantal mogelijke te herstellen vaarroutes. Zoals de Haarlemmertrekvaart of de doorvaart en dam bij Marken, om Monnikendam beter aan het IJmeer te koppelen. Maar voor de meeste van de bovenstaande categorieën is vooral het baggeren van watergangen de belangrijkste opgave voor de komende periode. Dit speelt vooral in de veengebieden, de ‘velden’. Het veen breekt door verzoeting steeds sneller af tot bagger, dat zich ophoopt op de slootbodems. Vele watergangen zijn hierdoor feitelijk onbevaarbaar, de kleine watergangen zeker, maar ook de grotere wateren als doorgaande vaarroutes. In opdracht van de gemeenten in de Zaanstreek-Waterland is in 2021 een inventarisatie gedaan van de baggerproblematiek voor de waterrecreatie, waaruit een heldere opgave volgt. De verantwoordelijkheid voor het onderhoud aan de sloten door de eigenaren en gebruikers van het aangrenzende land is moeilijk af te dwingen. Daarnaast speelt ook de beperkte financiële middelen en menskracht bij grootgrondbeheerders zoals de natuurbeheerorganisaties en sommige kleine grondbeheerders, mensen met eigen percelen in de velden die zij hobbymatig gebruiken. Het Hoogheemraadschap houdt zelf planmatig de vaarten op diepte, waarbij de maatvoering voor goed waterpeilbeheer leidend is. Uitdiepen
Aanbeveling Verbetering Waterrecreatienetwerk Laag Holland 24 | Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland
of verbreden van vaarten en sloten voor recreatie wordt bij gemeenten of recreatieschappen neergelegd, waarna het wel in de legger wordt opgenomen om vervolgens door hen of derden in het regulier beheer te kunnen worden opgenomen. Naast baggerproblematiek speelt ook de relatie tussen natuurwaarden en waterrecreatie. Bouwprojecten, zoals bv Kanaalzone Alkmaar en de nieuwe woonwijken aan het water van Maak Noord Zaanstad, zijn steeds meer gekoppeld aan water, en leiden tot toename van recreatievaart. Ook wonen op het water, en ontwikkeling van drijvende recreatiewoningen maken de druk op water en oevers steeds groter. Project vitaal AUM zoekt naar nieuwe balans tussen natuur- en recreatiewaarden. De opgave die er voor HHNK ligt om in 2027 aan de doelstellingen van KaderRichtlijn Water te voldoen zullen resulteren in meer natuuroevers en meer watervegetaties. Deze beide opgaven moeten worden afgestemd, waarbij een goede zonering het meest effectief lijkt. Ook in het Markermeer en IJmeer speelt dit, met name door opkomen van de (ecologisch positieve) vegetaties van de drijvende fonteinkruiden. In het project Panorama MarkermeerIJmeer is in verband hiermee een dergelijke zonering voor de oeverzone voorgesteld, afgestemd op verschillende natuurpotenties en op de bestaande recreatieve voorzieningen aan de Markermeerkust.
Openbaar Vervoer Versterking van het OV systeem volgt met name vanuit de volgende bronnen: Regionaal OV toekomstbeeld 2040; Handboek buitenpoorten; Strategie programma OV-knooppunten. Hierin wordt ingezet op
Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland | 25
versterking van de grotere regionale knooppunten gekoppeld aan het sneltrein spoornetwerk, daarnaast diverse kleinere knooppunten in het metropolitane spoor- en HOV netwerk, in Zaanstad in combinatie met oa woningbouw, en met versterking van het HOV busnetwerk in de kuststreek. In de oostflank van Laag Holland inzetten op fiets-HUBS aan de randen. Ten slotte speciale aandacht voor de Buitenpoorten, knoppunten met een directe ligging aan groen, voor laagdrempelige natuurbeleving. In Laag Holland zijn dit Wormerveer, Purmerend-Tramplein en Station Noord Amsterdam. Toerisme Versterking van toerisme volgt met name vanuit de volgende bronnen: MRA; Regionale visie verblijfsrecreatie Noord Holland Noord; en Diverse gemeentelijke visies. Hierbij wordt ingezet op het aantrekken van toeristen door het uitbreiden van toeristische locaties, met name in de gemeente Edam-Volendam en Zaanstad, en ook Castricum. Daarnaast ook door het versterken van toeristische attracties in het groen: Museummolen
Aanbeveling Versterking recreatieknooppunten OV-netwerk Laag Holland
Schermerhorn, Etersheimerbraak, Wormer- en Jisperveld, WaterlandOost - Waterlandse Poort, Twiske en Ilperveld/Varkensland, Eilandspolder, Zwaansmeer/Erfgoedpark De Hoop, Buitenlanden/Landgoed Rorik/ Stelling v Amsterdam. Uitbreiden gebouwde toeristische locaties (rood): Alkmaar (Kaasstad), De Rijp (werelderfgoed Beemster, Leeghwater) en Middenbeemster (werelderfgoed) beide voor fijnproevers, Purmerend (centrum, Koemarkt), Gouden driehoek met Monnickendam, Volendam, Edam, Marken voor zowel massa als fijnproevers. Hoorn (net buiten Laag Holland). In Hoorn en Alkmaar als oude steden focus op hotels en Short Stay, en in het duin- en kustgebied focus op internationale gasten en Long Stay. Verder wordt verblijven aan het water gestimuleerd in het Alkmaardermeergebied en de nieuwe oeverdijk en stadsstrand bij Hoorn. Vanuit de MRA, met name Amsterdam, is er juist de ambitie toeristen te verspreiden, door te organiseren dat toeristen binnen 45 min op een toeristisch punt kunnen zijn, en door realisatie van landschappelijke fietsroutes.
Aanbeveling Versterking structuren tbv Toerisme Laag Holland Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland | 26
Ook vanuit MRA wordt voor de lange termijn ingezet op de ontwikkeling van Amsterdam Bay Area. Met het IJmeer als ‘Centraal Waterpark’, het ‘rondje IJmeer‘ mogelijk gemaakt door een pontje tussen de dijk Marken en Almere Pampus, en de IJmeer oeverlijn als een belangrijke zone voor recreatief medegebruik. De intensiteit van het gebruik zal meegroeien met de verdere verstedelijking aan de zuid- en oostoevers van het IJmeer. Van belang is dat Landelijk Noord en Waterland tijdig anticiperen met maatregelen om de stijgende toeloop van bezoekers in goede banen te leiden. Met nieuwe uitspanningen/attractiepunten buiten de kleine kernen om bezoekers vast te houden en te vermaken, zoals op de locaties Waterlandse Poort, Dijkplaats Kinselmeer en De Nes aan de verbindingsdijk bij Marken. Landschap Aandachtspunt of versterking van landschappelijke eenheden volgt met name vanuit de volgende bronnen: Programma Amsterdam Wetlands; Voorstel IBP Vitaal Platteland; Kennisdocument natuur van het Oer-
IJ; Brief Groene Combinatie. Daarbij onderscheid in gebieden met zo mogelijk groeiend veen, in Polder Westzaan en in Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld en Twiske, natuurinclusieve landbouw in de overige veenweidegebieden en reguliere landbouw in de grote droogmakerijen. Daarnaast ontwikkeling van brakke Oer-IJ natuur en behoud en versterking van veenweiden voor het versterken van de groene corridor tussen Beverwijk en Zaanstad. Ten slotte concreet de zes projecten IBP-VP (Burkmeer, Ilperveld, RAUM, Waterland-Oost, Landelijk Noord, Wormer- en Jisperveld). Dit bovenstaande gaat over korte termijn projecten die 31-12-2025 afgerond moeten zijn. Voor de langere termijn zal het landschap veranderen door hoogbouw in steden, landbouw-, klimaat/water-, natuurbeleid met impact op de bedrijfsvoering van agrarische ondernemingen, Hoogheemraadschap en terrein beherende organisaties. Gewassen die groeien en bloeien zullen andere verschijningsvormen gaan aannemen. mogelijk grotere verschillen in hoogte van gewassen en planten in winter/voorjaar (0-0,5 m hoog) en zomer/herfst (0,5-2,0 m hoog). In de winter/voorjaar laag genoeg om weidevogels een goede leefomgeving te bieden. In de zomer/herfst minder weidse uitzichten door uitgroei van riet, lisdodde, mais etc. Mogelijk komt er ook rijst als landbouw(gras)gewas in het landschap.
https://www.wur.nl/nl/nieuws/ start-proef-met-rijstteelt-op-veengrond.htm. Als de landbouw verandert, zullen ook de boerenerven veranderen. Misschien niet zo revolutionair als in de afgelopen 5 decennia met veel grotere gebouwen en veevoeropslagplaatsen (graskuilen en -in plastic verpakte balen), maar wel met andersoortige machines, gebouwen en installaties. Als de provincie de visie van de V&P-Coalitie omarmt, zullen de polder Westzaan en het IVOT-gebied minder veenweide en meer veennatuurlandschap opleveren. Minder grasgroen en meer kleurschakering en seizoensgebonden kleuren afhankelijk van bloeitijden van de verschillende plantensoorten. In herfst/ winter meer geelbruin van droog rietgewas. Daarnaast zou het aandeel bos in het landschap kunnen toenemen. De Bossenstrategie vanuit de EU en LNV is doorvertaald in het PPLG, met
Aanbeveling Versterking aspecten Landschap Laag Holland Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland | 27
een toename, ook in Laag Holland, van groene dooradering en bos. Dit zal leiden tot een kleinschaliger landschap met meer recreatieve opvangcapaciteit. Vooral de Purmer kan een gedaantewisseling verwachten, zoals in de intergemeentelijke visie van Purmerend, EdamVolendam en Waterland is getekend. Mogelijk zal er ook meer bos gerealiseerd worden aan de westflank van Laag Holland, in het IJ-Z gebied, in het Aagtenpark, de Buitenlanden en in Park Omzoom/Saendelft. 3.5 Interviews relevante stakeholders Belangrijk onderdeel van het proces om te komen tot een versterkt Recreatief Netwerk is het congres Recreatie en Toerisme Laag Holland op 18 november 2021 geweest. Hier is afgesproken om met de meest relevante stakeholders in een aantal 1op1 gesprekken nader te discussiëren. Over de eerste schetsen, maar vooral ook over de recreatieve structuur en principes, mogelijke verbeteringen daarin op basis van de veranderende tijden en mogelijke andere organisatie- en financieringsmodellen. Deze stakeholders waren de partners van Veen & Polder Coalitie Laag Holland, gebiedsbeheerders, beleidsmakers, recreatieondernemers, etc. Hun reacties en visies hebben ons gesterkt een ambitieuze visie neer te leggen met twee niveaus.
Een basisniveau op basis van het hiervoor samengevatte vastgestelde beleid en eerdere visies, maar daarnaast ook een niveau met een hogere ambitie op basis van een nieuwe benadering van recreatie als onderdeel van een integraal landschap. Deze beschrijven we beide in de volgende hoofdstukken.
Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland | 28
Rapport Recreatief Netwerk Laag Holland | 29
4
BESTEMMING LAAG HOLLAND & ONTWIKKELING TOERISTISCH-RECREATIEVE VRAAG
In dit hoofdstuk kijken we naar de kenmerken van de bestemming Laag Holland, de huidige toeristische vraag en de verwachte ontwikkeling daarvan.
programma ‘Amsterdam Bezoeken, Holland Zien’ (dit is een samenwerking binnen de Metropoolregio Amsterdam)1. In het gebied liggen diverse toeristische hotspots. Enkele voorbeelden zijn: