CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

A - 25 Onderwijs (20) Bijlage 4 Achtergrondapport G4 voorstel tegen kansenon

RAAD 20 januari 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de voortgangsbrief Tegengaan Kansenongelijkheid. Nr. VN-2020-02966912.701 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

ACHTERGRONDRAPPORT

> G4 voorstel tegen kansenongelijkheid

ACHTERGRONDRAPPORT G4 VOORSTEL TEGEN KANSENONGELIJKHEID

Inhoudsopgave Inleiding

3

HOOFDSTUK 1 Wat weten we over kansenongelijkheid?

6

HOOFDSTUK 2 Kansenongelijkheid op het gebied van gezondheid en zorg

17

HOOFDSTUK 3 Kansenongelijkheid op het gebied van onderwijs

23

HOOFDSTUK 4 Kansenongelijkheid op het gebied van werk en inkomen

27

HOOFDSTUK 5 Kansenongelijkheid op het gebied van wonen

32

BIJLAGE Overige grootstedelijke integrale (actie)programma’s

37

COLOFON Dit rapport betreft een uitgave van de G4 en is tot stand is gekomen onder het voorzitterschap van de gemeente Rotterdam. Het rapport is gebaseerd op de verkenning kansenongelijkheid van de gemeente Amsterdam. Auteur: dr. Floor Bevaart Vormgeving: Trichis Copyright: Alle rechten zijn voorbehouden Publicatie: september 2020 Betrokkenen G4: Catrien Nauta, Nanne Boonstra en Jos Stuart (Rotterdam) Marije van Mens en Wander Engbers (Amsterdam Arjan Brak (Den Haag) Adriaan van Hoogstraten en Sabine Quak (Utrecht)

G4 2 > ACHTERGRONDRAPPORT VOORSTEL TEGEN KANSENONGELIJKHEID

Inleiding Iedere inwoner van Nederland moet de kans krijgen

dagelijks. Om tot een oplossing te komen is een integrale

om zijn menselijk kapitaal optimaal te ontwikkelen en te

aanpak, interdisciplinaire samenwerking en domein-over-

benutten. Nu bepalen sociaal-economische achtergrond,

stijgend beleid noodzakelijk.

herkomst en zelfs postcode nog te vaak of dit daadwerkelijk lukt. Kansenongelijkheid is een internationaal

De G4 gaat deze uitdaging aan, want méér kansengelijk-

verschijnsel, dat zich ook in een egalitaire samenleving als

heid zorgt voor gezondere inwoners en veiligere steden.

Nederland voltrekt en dat lijnrecht tegenover gelijkwaar-

De grote stad kan bij uitstek fungeren als ‘kansenmotor’

digheid als belangrijk maatschappelijk uitgangspunt staat.

en opwaartse mobiliteit mogelijk maken. De G4 werkt hierin middels het ‘Programma Leefbaarheid en Veilig-

Interdisciplinair wetenschappelijk onderzoek toont

heid’ van het ministerie BZK al structureel samen met

consequent aan dat Nederlanders met een lage Sociaal

het Rijk. Geïnspireerd op het Nationaal Programma

Economische Status (SES)1 op ieder gebied minder goed

Rotterdam Zuid, werken 16 stedelijke vernieuwings-

af zijn dan hun landgenoten met een hoge SES (kader 1).

gebieden momenteel met de betrokken gemeente,

Hierdoor ontstaan ongewenste verschillen tussen

maatschappelijke partners en onderzoeksinstellingen

individuen in de mate waarin ze capaciteiten verwerven

aan een integrale wijkaanpak.

en benutten, en in hoeverre ze gebruik maken van collectieve voorzieningen. Zogenoemde ‘kansenongelijkheid2 concentreert zich in de G4 en is in de afgelopen tien jaar toegenomen. Op de ‘Kansenkaart’3 van Nederland is de opwaartse inkomensmobiliteit van kinderen uit lage SES families gevisualiseerd. Wat opvalt

groot deel intergenerationeel wordt overgedragen. De

is dat deze beduidend lager is voor kinderen die in de

huidige crisis zet deze ‘meerdeling’ in onze maatschap-

G4 opgroeien dan voor leeftijdsgenoten uit omliggend

pij op scherp: baanverlies, het mijden van zorg en stress

ruraal gebied.

ten gevolge van COVID-19 hebben een groot effect op de traditioneel kwetsbare inwoners in onze steden. Ook

Het bestrijden van kansenongelijkheid is een complex

komen door de huidige crisis nieuwe kwetsbare groe-

vraagstuk aangezien het zich manifesteert op verschil-

pen, zoals jongeren, ZZP’ers en middeninkomens in zicht.

lende levensdomeinen tegelijkertijd en het voor een

De urgentie om kansenongelijkheid aan te pakken stijgt

G4 3 > ACHTERGRONDRAPPORT VOORSTEL TEGEN KANSENONGELIJKHEID

SES kan niet direct gemeten worden maar wordt in wetenschappelijk onderzoek (vaak) geoperationaliseerd als inkomen, opleidingsniveau en beroepsstatus. 2) “(Kansen)ongelijkheid is het door systeem, omgeving of instituties gevormde ongewenste verschil in het verwerven en benutten van capaciteiten of gebruiken van voorzieningen. Dit kan objectief worden vastgesteld. Daarnaast erkennen we dat dit ook subjectief kan worden ervaren.” 3) Meer informatie in Hoofdstuk 1, paragraaf ‘Kansenongelijkheid concentreet zich in de G4’. 1)

Kader 1 Kansenongelijkheid per levensdomein , GEZONDHEID EN ZORG:

3 De levensverwachting van Nederlanders met een lage SES is 6 jaar minder en de ‘gezond ervaren levensjaren’ 15 jaar minder dan bij Nederlanders met een hoge SES.

Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat kansenongelijkheid structurele oorzaken heeft en op basis hiervan heeft de G4 op de levensdomeinen gezondheid, onderwijs, werk en inkomen en wonen een aantal ‘systeembar-

3 G4 stedelingen roken vaker (27%) dan Nederlanders (23%).

rières’ vastgesteld. Dit zijn wetten of regels die kansen-

3  G4 stedelingen met een lage SES hebben vaker (68%) overgewicht dan G4 stedelingen met een

ongelijkheid vergroten. Aangezien de directe invloed

hoge SES (30%).

van gemeenten te beperkt is om deze systeembarrières structureel op te lossen, zoekt de G4 hier de samenwer-

, ONDERWIJS:

3  Kinderen van ouders met een lage SES behalen een minder hoog opleidingsniveau dan kinderen met een vergelijkbaar IQ van ouders met een hoge SES.

king met het Rijk. In de bijbehorende ‘Propositie Kansenongelijkheid’ worden hiertoe 12 ‘systeemveranderingen’ voorgesteld.

3 Deze verschillen nemen toe gedurende de onderwijsloopbaan. In voorliggend achtergrondrapport wordt kansenonge, WONEN:

lijkheid op basis van actuele wetenschappelijke kennis

ken toegelicht die de G4 inspireren op haar missie naar

3 Er is een afname van betaalbaarheid en toegankelijkheid van woningen voor gezinnen met een lage SES.

geduid en worden evidence en practice based aanpak-

3 Er is een geografische concentratie van Nederlanders met lage SES in bepaalde delen van de stad.

kansengelijkheid. In het eerste hoofdstuk wordt bespro-

3  De leefbaarheid in Nederland is tussen 2016-2018 verbeterd naar ‘goed’; de G4 hebben nu een

ken hoe kansenongelijkheid ontstaat en zich ontwikkelt

kwalificatie ‘ruim voldoende’, al verschilt de kwalificatie per stad.

gedurende een mensenleven. In de hoofdstukken 2 t/m 5 wordt kansenongelijkheid per domein (gezondheid

, WERK EN INKOMEN:

en zorg, onderwijs, werk en inkomen, wonen) toege-

3 Laagopgeleide G4 stedelingen zijn vaker werkeloos (9%) dan laagopgeleide Nederlanders (6%).

licht. Per hoofdstuk wordt één grootstedelijke integrale

3 Laagopgeleide G4 stedelingen zijn vaker werkeloos (9%) van hoogopgeleide G4 stedelingen (3%).

aanpak besproken die illustreert hoe effectief gewerkt

3 Het verschil in inkomen en werkzekerheid wordt groter tussen Nederlanders met een lage SES en

kan worden aan het vergroten van kansen voor kwetsbare

Nederlanders met een hoge SES.

stedelingen. In kader 2 is een overzicht te vinden van de –voor dit rapport– geraadpleegde experts.

G4 4 > ACHTERGRONDRAPPORT VOORSTEL TEGEN KANSENONGELIJKHEID

Kader 2 Geraadpleegde experts per hoofdstuk:

3 Dr. Bastian Ravesteijn: Universitair Docent toegepaste economie aan de EUR (H1 & H2) 3 Prof. Dr. Herman van de Werfhorst: Hoogleraar Sociologie UVA en Directeur Amsterdam Center for Inequality Studies (H1 & H3) 3 Drs. Annemiek Veen: Senior onderzoeker VVE Kohnstamm Instituut (H3) 3 Prof. Dr. Eric Steegers: Hoogleraar en afdelingshoofd verloskunde en gynaecologie EMC (H1 & H2) 3 Prof. Dr. Karien Stronks: Hoogleraar sociale geneeskunde UVA (H2) 3 Prof. Dr. Godfried Engbersen: Hoogleraar algemene sociologie EUR (H1 & H4) 3 Prof. Dr. Maarten van Ham: Hoogleraar stadsgeografie TU Delft (H4) 3 Prof. Dr. Frank van Lenthe: Hoogleraar sociale epidemiologie EUR (H4) 3 Dr. Erik Snel: Universitair Docent sociologie EUR (H4) 3 Drs. Gregor Walz: Socioloog en onafhankelijk onderzoeker diversiteit & mensenrechten (H4) 3 Dr. Fabian Dekker: arbeidssocioloog en senior onderzoeker SEOR (H5) 3 Dr. Nadja Jungman: lector ‘schulden en incasso’ Hogeschool Utrecht (H5)

G4 5 > ACHTERGRONDRAPPORT VOORSTEL TEGEN KANSENONGELIJKHEID

HOOFDSTUK 1

Wat weten we over kansenongelijkheid? De G4 heeft op basis van adviezen4 van wetenschappers,

relatief groot deel van hen heeft een tijdelijke baan.

bepaald levensdomein vroeg opgelopen achterstanden

beleidsmedewerkers en professionals een factorenmo-

Ook door de COVID-19 crisis worden ‘nieuwe’ tegen-

zich vertalen in verdere achterstand. Bijvoorbeeld:

del (figuur 1) ontwikkeld, waarin de diverse factoren die

stellingen duidelijk: tussen jongeren en ouderen, tussen

gezondheidsproblemen in de jeugd die zich voortzetten

samenhangen met kansenongelijkheid per levensdomein

werknemers met een vast contract en flexwerkers, tussen

in de volwassenheid. Ten tweede kan achterstand zich

zijn samengevat. Hierbij worden factoren op omgevings-

stedelingen met een koopwoning en degenen die huren.

binnen een bepaalde levensfase opstapelen over

niveau (gezin en buurt) en op institutieniveau (systemen

Zodoende is een duidelijke tweedeling tussen ‘arm’ en

verschillende domeinen heen; bijvoorbeeld wanneer

en informele gedragsregels) onderscheiden.

‘rijk’ niet langer aanwezig in onze samenleving; het is

een bijstandsgerechtigde met gezondheidsproblemen

dan ook wenselijk om te spreken van een ‘meerdeling’.

moeilijk een geschikte woning kan vinden. Ten derde kan deze achterstand zich gedurende de levensloop verder

Kansenongelijkheid concentreert zich bij personen en gezinnen met een lage SES, zoals bijstandsgerechtigden,

Voor de maatschappelijke positie van stedelingen

blijven opstapelen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan hoe

inwoners met een migratieachtergrond en gezinnen met

zijn opleiding en werk sterk bepalend, maar om te

gezondheidsproblemen in de jeugd toegang tot de

meervoudige en complexe problematiek . Van oudsher

onderzoeken of er sprake is van kansenongelijkheid

arbeidsmarkt in de volwassenheid belemmeren”.

wordt kansenongelijkheid dan ook als een ‘kloof tussen

dienen ook (beschermende) factoren als sociaal

arm en rijk’ aangeduid. Echter, sinds 2014 onderscheidt

kapitaal, levensstijl, leeftijd en etniciteit meegewogen

het Sociaal en Cultureel Planbureau6 naast de twee extre-

te worden. Uit het G4 factorenmodel blijkt daarnaast

men: de ‘gevestigde bovenlaag’ (15% van de totale

dat de volgende overkoepelende factoren samenhangen

Nederlandse bevolking) en het ‘precariaat’ (groep die

met kansenongelijkheid: de opvoedkundige vaardig-

over de hele linie achterblijft; 15%), nog vier andere

heden van ouders, psychosociale stress in het gezin,

groepen die samen het grootste deel van onze bevolking

de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen, de

uitmaken (70%) .

taal en de herkomst.

Een recente ontwikkeling is het ontstaan van een groep

Achterstand ten gevolge van kansenongelijkheid

‘onzekere werkenden’, die 14% van de totale Nederlandse

manifesteert zich op verschillende levensdomeinen

bevolking beslaat. Deze groep is (iets) hogeropgeleid, is

(gezondheid, onderwijs, werk en inkomen, wonen) apart ,

gezonder en heeft een groter socialer netwerk dan het

maar vaak ook tegelijkertijd. Herman van de Werfhorst

precariaat. Echter, het aanhaken op de arbeidsmarkt is

legt uit hoe achterstand op drie verschillende manieren

voor deze groep geen vanzelfsprekendheid en een

kan accumuleren: “Ten eerste kunnen binnen een

5

7

G4 6 > ACHTERGRONDRAPPORT VOORSTEL TEGEN KANSENONGELIJKHEID

In combinatie met een analyse op basis van literatuuronderzoek, best practices en aanwezige gemeentelijke kennis. Zie ook kader 3 in Hoofdstuk 2 (Gezondheid en zorg). 6) Verschil in Nederland (2014). Sociaal en Cultureel Planbureau. 7) Te weten: de jonge kansrijken (13%), de werkende middengroep (27%), de comfortabel gepensioneerden (17%) en de onzekere werkenden (14%). 8) Zie kader 1. 4)

8

5)

Figuur 1

G4 factorenmodel kansenongelijkheid OMGEVING Huishouden / achtergrond

Gezondheid

Onderwijs

Werk & Inkomen

Wonen

Veiligheid

Maatschappelijke participatie

G4 7 > ACHTERGRONDRAPPORT VOORSTEL TEGEN KANSENONGELIJKHEID

Belangrijkste oorzaken (impact op alle domeinen) 3 Opleidingsniveau 3 Opvoedkundige vaardigheden ouders 3 Stress in het gezin (bijv. door armoede/schulden, psychische problemen, etc.) 3 Herkomst

INSTITUTIES Buurt

Systemen Informele gedragsregels (formele regels en wetten) (impliciete afspraken)

3 Toegang tot activiteiten/sport 3 Aandacht voor gezondheid 3 Aandacht voor gezonde voeding

3 Toegang tot activiteiten/sport/ 3 Zorgverzekeringen (eigen risico) beweegvriendelijke buurt 3 Toegankelijkheid (wijk)zorg 3G  ezonde voedselomgeving 3 Financieringsgrondslag centrale zorgverlener voor gezin

3 Beperkte focus op preventieve zorg 3 Culturele (mis)match zorg/ zorgbehoevende (incl. kennislacune specifieke zorgbehoefte minderheden)

3 Actieve leerondersteuning 3 Toegang en vindbaarheid goede informatie over systeem

3 Goede (voor)school 3 Goede basisschool 3 Goede middelbare school

3 Vrije schoolkeuze 3 Vroege selectie 3 Adviesmethodiek (CITO en schooladvies) 3 Sociale focus op ‘hoogopgeleid-zijn’ 3 (Vele) kwetsbare overgangen

3 (Mis)match shool, straat en thuiscultuur 3 (Onbewuste) discriminatie in het onderwijs

3 Toereikende financiële situatie 3 Volwaardig werken en werkzekerheid

3 Aanwezigheid positieve rolmodellen 3 Afwezigheid negatieve rolmodellen

3 Arbeidscontracten (flex/zzp/vast) 3 Sollicitatieprocedures en kanalen, toegankelijkheid vacatures

3 (Onbewuste) discriminatie op de arbeidsmarkt 3 Dominante (witte) organisatiecultuur

3 Passende woonsituatie (sociaal en vrije sector) 3 Kwaliteit van woonsituatie

3 Gemêleerde buurt (herkomst, opleidingsniveau en woonvormen)

3 Sociale woningbouw en vrije sector 3 Wacthlijst en plaatsingmethodiek 3 Vermogensongelijkheid tussen kopers en huurders

3 (Onbewuste) discriminatie op de woningmarkt 3 Dominante wijkcultuur

3 Veilige thuisomgeving (geen huiselijk geweld, bijv. gerelateerd aan alcoholisme)

3 Veilige leefomgeving 3 Geen negatieve rolmodellen/ straatcriminaliteit

3 Inzet politiecapaciteit 3 Fysieke inrichting wijken

3 (Onbewuste) discriminatie door politie /(ervaren) etnisch profileren

3 Aanwezigheid positieve rolmodellen 3 Vertrouwen in institusies/overheid 3 Ontwikkelen positieve identiteit en zelfvertrouwen

3 Aanwezigheid van 3 Toegankelijkheid overheidsmaatschappelijke rolmodellen diensten (nabijheid, digitaal) 3 Vertrouwen in instituties/overheid

3 (Onbewuste) discriminatie in openbare ruimte. (Ervaren) onrechtvaardigheid 3 Afwijkende informele gedragsregeles/geen toegang tot informele netwerken 3 Bestuurders afkomstig uit de ‘elite’ realiseren zich te weinig elite te zijn

> Een leven lang achterstand

Het G4 factorenmodel toont dat het functioneren van

lager inkomen wanneer ze volwassen zijn dan leeftijd-

neer ze 30 jaar oud zijn minder dan hun leeftijdsgenoten

het gezin en de sociaal-emotionele ontwikkeling van

genoten uit hoge SES gezinnen, zelfs wanneer deze

die in omliggend ruraal gebied opgroeien (figuur 3-4).

kinderen, naast SES, belangrijke voorspellers van

kinderen niet van elkaar verschillen in IQ”.

kansenongelijkheid op alle levensdomeinen zijn. Bij het

Eric Steegers toonde eerder al aan dat de concentratie

nadenken over het vergroten van kansen dient een

Eenmaal volwassen brengt een (te) laag inkomen veel

van achterstand zich niet alleen beperkt tot inkomens-

‘levensloopbenadering’ dan ook het uitgangspunt te zijn.

onzekerheid met zich mee. In Nederland zijn er 600.000

verschillen; perinatale sterfte11 in de armste wijken van

Kansenongelijkheid is een intergenerationeel probleem:

gezinnen die leven onder de armoedegrens9 en die hier-

Rotterdam viel tussen 2000 en 2006 hoger uit dan lande-

wie in een achterstandssituatie opgroeit komt daar

aan gerelateerde chronische stress ervaren. Sommige

lijke levels van vóór 1960. Ondanks recente verbetering

moeilijk uit. Dat begint al in de baarmoeder: lage SES

kinderen worden vanaf de geboorte blootgesteld aan

lag de perinatale sterfte in 2014 en 2018 in de meeste

van de moeder vergroot de kans op vroeggeboorte van

dergelijke stress; anderen worden er later in het leven

achterstandswijken van de G4 nog steeds hoger dan het

de foetus, en daarmee op een ontwikkelingsachterstand.

mee geconfronteerd, bijvoorbeeld na onverwacht

landelijk gemiddelde (figuur 5).

Kinderen met een dergelijke ‘valse’ start groeien vervol-

inkomensverlies in het gezin. Wanneer kinderen — een-

gens vaak op in een omgeving waarin ze zich niet opti-

maal zelf volwassen — dergelijke armoede en problemen

“Dit betekent overigens niet dat we massaal moeten

maal kunnen ontplooien. Ze krijgen te maken met stress,

vervolgens overdragen aan hun eigen kinderen dan

verhuizen van stad naar dorp; het laat vooral duidelijk

ondervoeding, of juist overvoeding in het gezin. Maar ook

spreken dan we van de intergenerationele overdracht

zien dat er ruimtelijke verschillen in kansengelijkheid zijn,”

met blootstelling aan fijnstof, een beweegonvriendelijke

van kansenongelijkheid. Uiteindelijk beïnvloedt

aldus Ravesteijn.

buurt en onveiligheid in de woonomgeving.

kansenongelijkheid het gezond ouder worden: het verschil in levensverwachting tussen hoog- en laagopge-

In figuur 2 is grafisch weergegeven hoe achterstand zich tijdens een mensenleven (in Amsterdam) manifesteert op verschillende levensdomeinen tegelijkertijd.

leiden is 6 jaar.

> Kansenongelijkheid concentreert zich in de G4 Kansenongelijkheid concentreert zich in Nederland in-

Herman van de Werfhorst licht toe: “Kinderen uit lage

en rondom de G4. Bastian Ravesteijn ontwikkelde de

SES gezinnen hebben vaak een onderwijsachterstand

interactieve Kansenkaart waarop te zien is hoe de kansen

wanneer ze naar de basisschool gaan en veel van hen

van kinderen met ouders die in het 25ste inkomensper-

halen deze achterstand tijdens de jeugd niet in. Zij ein-

centiel10 vallen verdeeld zijn over Nederland. Als deze

digen op een lager opleidingsniveau en verdienen een

kinderen in de G4 geboren worden, verdienen ze wan-

G4 8 > ACHTERGRONDRAPPORT VOORSTEL TEGEN KANSENONGELIJKHEID

Volgens het CBS. Dit betekent dat 25% van de Nederlandse kinderen in een armer huishouden opgroeiden dan deze groep; en 75% in een gelijk of rijker huishouden 11) Wanneer een foetus vanaf 22 weken zwangerschap komt te overlijden, of als een baby in de eerste dagen na de geboorte overlijdt 9)

10)

Figuur 2 Nederlanders met een lage SES score en/of migratieachtergrond krijgen over de gehele levensloop minder kansen

jeugd Perinatale sterfte hoger in stadsdelen met lage SES score

-9 mnd

Kwart Amsterdamse peuters heeft risico op onderwijsachterstand

De overgang van PO naar VO: onder-advisering en minder brede scholengemeenschappen

4

Kinderen met gelijk IQ eindigen op verschillend opleidingsniveau o.b.v. opleiding ouders

12

Jeugdwerkloosheid hoger met lage opleiding en niet westerse herkomst

18

volwassenen Toenemende inkomensongelijkheid tussen lager- en hogeropgeleiden

€

Buurttevredenheid lager in lage SES wijken

Gezondheid

G4 9 > ACHTERGRONDRAPPORT VOORSTEL TEGEN KANSENONGELIJKHEID

Jongeren met niet-Westerse migratieachtergrond verlaten het onderwijs ruim twee keer zo vaak zonder startkwalificatie

27 ouderen

Lager % vaste contracten voor mensen met lage opleiding

Meer huiselijk geweld en discriminatie, lagere ervaren veiligheid in lage SES wijken

Onderwijs

Druk op betaalbare woningen voor lagere inkomens

23% meer zware rokers met schoolniveau VMBO-B

Veiligheid

Grote verschillen in obesitas tussen hoge en lage SES wijken, bijv. 27% in Kralingen (hoge SES) en 68% in Bloemhof (lage SES) te Rotterdam

Hogeropgeleiden stemmen vaker (81%) dan lageropgeleiden (56%)

Wonen

Verschil in ervaren gezondheidsjaren tussen laag- en hoogopgeleiden is 15 jaar

Niet-westerse (stage) sollicitanten worden vaker afgewezen

Werk & inkomen

Participatie

Verschil in levensverwachting tussen laag- en hoogopgeleiden is 6 jaar

Figuur 3 Uitsnede Randstad Kansenkaart14 Nederland

Oftewel: Nederlanders met een lage SES wonen bij elkaar in grootstedelijke regio’s zoals in Amsterdam Zuidoost, Rotterdam Zuid, Utrecht Overvecht, en Den Haag Zuidwest. In deze wijken worden immers de meeste betaalbare (sociale) huurwoningen gebouwd, maar is ook sprake van de meeste sociaal-economische achterstand. Ruimtelijke segregatie werkt op zijn beurt onderwijssegregatie in de hand; kinderen gaan vaak in hun eigen wijk naar school. Op deze manier ontstaan er langzamerhand gescheiden leefwerelden tussen Nederlanders uit verschillende inkomensklassen, wat de kans op intergenerationele overdracht van problemen in de lage SES groepen alleen maar versterkt. Uit onderzoek blijkt dat samen wonen, werken en naar school gaan op lange termijn bijdraagt aan een gezonde, plezierige en veilige leefomgeving voor alle stedelingen. “Het op de kaart zetten van grootstedelijke kansengelijkheid moet een integrale inspanning zijn, waarbij beleid op het gebied van gezondheid, onderwijs, werk en inkomen en wonen stevig in elkaar grijpt. Zo voorkom je het verlies van menselijk kapitaal, wat uiteindelijk leidt tot meer (sociale) welvaart voor iedereen,” aldus Ravesteijn.

Copyright Bastian Ravesteijn 2020.

14)

G4 10 > ACHTERGRONDRAPPORT VOORSTEL TEGEN KANSENONGELIJKHEID

Figuur 4

Kansenkaarten15 G4 steden op wijkniveau

Absolute mobility at the 25th percentile, Amsterdam

Absolute mobility at the 25th percentile, The Hague

Absolute mobility at the 25th percentile, Utrecht

Absolute mobility, 1000 euro 18

20

22

24

26

Absolute mobility at the 25th percentile, Rotterdam

Absolute mobility, 1000 euro 18

Absolute mobility, 1000 euro 18

20

22

24

26

Absolute mobility at the 25th percentile, Utrecht

Absolute mobility, 1000 euro 18 20

22

24

20

22

24

26

26

Absolute mobility, 1000 euro 18

20

22

24

26

Voor de grijze gebieden in de gemeentes geldt: er was onvoldoende data (N<25) beschikbaar om betrouwbare getallen aan deze gebieden toe te kennen.

15)

G4 11 > ACHTERGRONDRAPPORT VOORSTEL TEGEN KANSENONGELIJKHEID

Figuur 5 Nederland perinatale sterfte G4

G4 12 > ACHTERGRONDRAPPORT VOORSTEL TEGEN KANSENONGELIJKHEID

Figuur 6



Economische en maatschappelijke opbrengsten van preventie (Heckman curve)

G4 13 > ACHTERGRONDRAPPORT VOORSTEL TEGEN KANSENONGELIJKHEID

Tabel 1 Percentage sociale stijging per generatie migranten (Rotterdam) Marokaans

> De G4 als emancipatiemotor

Steden zijn emancipatiemotoren. Door de aanwezigheid van een variëteit aan werk- en opleidingsmogelijkheden biedt de grote stad haar inwoners vele kansen om

Sociale groep

Turks

Surinaams

1e 2e 1e 2e 1e 2e generatie generatie generatie generatie generatie generatie % % % % % %

Gevestigde bovenlaag

2

5

3

3

4

6

Godfried Engbersen licht toe: “Dergelijke ‘sociale

Hogere middengroep

3

10

5

9

8

19

stijging’ kan individueel plaatsvinden, bijvoorbeeld

Stabiele middengroep

8

13

15

21

17

14

door een positieverbetering op de arbeidsmarkt dankzij

Contactarme middengroep

6

4

7

5

8

3

Opkomende middengroep

9

29

11

19

11

26

Verbonden lagere groep

19

21

14

24

17

19

Broze lagere groep

33

12

32

11

25

9

Precariaat

20

5

15

8

11

4

Totaal

100

100

100

100

100

100

hun sociaal-economische status te verbeteren.

meer scholing, of over generaties heen doordat kinderen een hogere maatschappelijke positie bereiken dan hun ouders”. Dat steden een ‘sociale liftfunctie’ vervullen voor nieuwkomers in de stad blijkt uit de verbeterde SES van de nakomelingen van de klassieke migrantengroepen in Nederland. Veel van hen hebben een hoger opleidingsniveau dan hun ouders, en ze veroveren in toenemende mate een plaats op de arbeidsmarkt. Ook trekken

Noot: personen ouder dan 18 jaar. Bron: Wijkprofiel 2016

succesvolle leden van minderheidsgroepen langzamerhand weg uit de grote steden; een teken van sociale stijging op de woningmarkt. “Niettemin zien we ook bij de tweede generatie, in het Tabel 1 toont deze ontwikkeling (in Rotterdam): van

bijzonder bij Marokkaanse en Turkse Nederlanders,

de tweede generatie migranten behoort een veel groter

dat een deel van hen een zeer kwetsbare positie heeft.

aandeel tot de hogere en/of opkomende middengroep

De sociale lift van de grote stad werkt dus niet altijd

dan hun ouders (de eerste generatie migranten).

optimaal,” aldus Engbersen.

G4 14 > ACHTERGRONDRAPPORT VOORSTEL TEGEN KANSENONGELIJKHEID

> Gelijke kansen: wat werkt?

Het doorbreken van de intergenerationele overdracht van problemen vergroot kansen en begint bij het investeren aan het begin van het leven. “We zijn inmiddels doordrongen van het cruciale belang van de eerste 1000 dagen vanaf de bevruchting voor de uiteindelijke ontwikkeling van een kind,” aldus Steegers. “Zo vroeg mogelijk integrale zorg bieden aan kinderen die dit nodig hebben levert levenslang profijt op”. Ook vanuit de economische wetenschap klinkt de roep om versterking van het preventieve kader: dit leidt uiteindelijk tot een kostenbesparing omdat minder kinderen en opvoeders later intensieve jeugdzorg nodig hebben.

“De Amerikaanse Nobelprijswinnaar Jim Heckman rekent voor dat prenatale programma’s en programma’s zoals Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) de meeste potentie en de hoogste kosteneffectiviteit hebben,” vult Ravesteijn aan. De zogenoemde Heckman curve (figuur 6) laat zien dat hoe eerder er in het leven geïnvesteerd wordt in preventie, hoe hoger economische en maatschappelijke opbrengsten zijn.

G4 15 > ACHTERGRONDRAPPORT VOORSTEL TEGEN KANSENONGELIJKHEID

DEN HAAG ZUIDWEST “De opgave in Den Haag Zuidwest (inwonersaantal c.a. 70.000) is grootschalig, meervoudig, langdurig en zeer urgent. Het gebied kent een grote sociaal-economische problematiek. De ambitie van de Regiodeal Zuidwest is om de neerwaartse spiraal aan te pakken en de sociaal-economische positie en leefbaarheid van Den Haag Zuidwest op te stuwen in de richting van het gemiddelde van Den Haag.

Dit wordt gedaan door:

3 Een integrale (wijk)aanpak waar verschillende diensten van de gemeente samenwerken; 3 De bewoners met hun behoefte centraal te stellen; 3 Gebruik te maken van de talenten van de inwoners (talentontwikkeling); 3  De aanpak samen met de bewoners vorm te geven op basis van co-creatie (bottom-up); 3 Focus op de lange termijn.

AMSTERDAM ZUIDOOST

De aanpak sluit aan bij verschillende nationale beleidsdoelstellingen, waaronder het verbeteren van het perspectief voor kwetsbare groepen. Binnen het sociaal domein zijn diverse projecten gestart die gericht zijn op 3 pijlers:

“Amsterdam is sinds 2020 bezig met de ontwikkeling van een integrale aanpak om de

3 De vitale inwoner (individueel niveau);

situatie in stadsdeel Zuidoost te verbeteren.

3 Samenleving en participatie (wijkniveau);

De focus zal hierbij liggen op langdurige

3 Werkgelegenheid (samenlevingsniveau)”.

samenwerking met maatschappelijke partners en het Rijk om regie en inzet op gebiedsniveau mogelijk te maken. Zo wordt er gewerkt aan een brede maatschappelijke aanpak om de problematiek en kansenongelijkheid in Zuidoost te verminderen”. Henriette Rombouts (programmamanager)

G4 16 > ACHTERGRONDRAPPORT VOORSTEL TEGEN KANSENONGELIJKHEID

Jurgen Huizinga (opgavemanager)

UTRECHT SAMEN VOOR OVERVECHT

ROTTERDAM WIJKPROGRAMMERING

“Samen voor Overvecht is samen werken aan een wijk waar bewoners prettig samenleven, waar

“Wijkprogrammering is een gefundeerde en methodische

de veerkracht van bewoners wordt versterkt en waar iedereen mee kan doen. Een wijk die ook aan-

aanpak die we samen met het Nederlands Jeugdinstituut

trekkelijk is voor nieuwe bewoners, bezoekers, investeerders en ondernemers. Het is een integrale

(NJI) hebben ontwikkeld. Per wijk wordt eerst een pro-

wijkaanpak op sociaal, fysiek, economisch én veiligheidsvlak. Samen mét betekent: met bewoners,

bleemanalyse gemaakt van op basis van wetenschappe-

corporaties, scholen, ondernemers, investeerders, buurtteams, zorg- en welzijnsinstellingen, politie

lijk bewezen risico-en beschermende factoren. Op basis

en vele andere partijen werken we aan de ontwikkeling van de wijk. Daarbij richt de wijk zich op

hiervan werken veel verschillende partners uit verschillende

5 ambities:

domeinen in de wijk met de gemeente samen om tot een samenhangende en gerichte aanpak te komen. Hierbij ligt

1. Plezierig wonen in een meer gemengde wijk

de nadruk op preventieve en effectief bewezen actie, en

3. Veilige buurten

dat hierdoor op termijn kinderen kansrijker, veiliger en

2. Perspectief voor jeugd versterken

op continu meten, leren en verbeteren . Er wordt verwacht

4. Zorg en ondersteuning dichtbij en op maat

gezonder opgroeien en onder meer de inzet op zwaardere

5. Meedoen & Ondernemen

en geïndiceerde hulp wordt verminderd.

Er is bewust gekozen voor een ontwikkelstrategie waarbij wordt gewerkt aan verbinden van kansen

In Oud-Crooswijk, één van Nederlands grootste

en partijen vanuit een concrete plek in de wijk. We hanteren het motto: ‘plek, kans, coalitie’. Bij de

achterstandswijken, stelden partners in de wijk vanuit

start zijn 10 kansen benoemd. Inmiddels werkt de strategie enthousiasmerend en ontstaan nieuwe

de wijkanalyse het verminderen van schooluitval bij

kansen in de wijk.

adolescenten als doel. De kracht van Wijkprogrammering bleek toen onder meer welzijn, scholen en kinderopvang

‘Sociaal renoveren’ is een specifieke kans die goed illustreert hoe de wijkaanpak meerdere ambities

de handen ineen sloegen. Ze zagen op basis van ons

tegelijkertijd nastreeft. Hierbij wordt er vanuit de woningcorporatie een fysieke renovatie van de

model van risico- en beschermende factoren wat er met

oudere flats in Overvecht uitgevoerd die hand in hand gaat met hulp voor kwetsbare bewoners

elkaar samenhangt en wat nodig is voor een aanpak met

vanuit een sociale makelaar. Hierbij staat de hulpvraag van de bewoner centraal en wordt

duurzaam effect. Zo werkten ze vanuit dezelfde maatschap-

uitgezocht wat het buurtteam, het jongerenwerk en werk & inkomen voor hen kan betekenen.

pelijke opgave, deelden hun ambitie, en stelden inzet op

Ook zet de woningcorporatie zich in om na de fysieke renovatie, waarbij gemiddeld 10% van

elkaar af, iets wat niet vanzelfsprekend is”.

de huidige bewoners verhuist naar elders, nieuwe bewoners aan te trekken die iets kunnen en willen betekenen voor de wijk”. Marco van den Berg (manager wijkaanpak)

G4 17 > ACHTERGRONDRAPPORT VOORSTEL TEGEN KANSENONGELIJKHEID

Denis Wiering (programmamanager jeugdbeleid)

G4 18 > ACHTERGRONDRAPPORT VOORSTEL TEGEN KANSENONGELIJKHEID

HOOFDSTUK 2

Kansenongelijkheid op het gebied van gezondheid en zorg Nederlanders met een lage SES hebben meer fysieke

meer en hebben vaker ernstig overgewicht dan mensen

van de foetus in de baarmoeder, aan vroeggeboorte

en psychische problemen, doen vaker een beroep op

met een hoge SES. Tabel 2 toont het verschil in over-

en aan een laag geboortegewicht. Het wonen in een

de gezondheidszorg en hebben een lagere levens-

gewicht tussen laagopgeleiden en hoogopgeleiden.

lage SES wijk gaat gepaard met 20 tot 50% extra risico op deze zogenoemde Big Three”.

verwachting dan Nederlanders met een hoge SES. Uit landelijke data van het RIVM blijkt dat alleen het

Nederlanders met een lage SES hebben momenteel

verschil tussen een hoog en laag opleidingsniveau in

een groter risico op een COVID-19 besmetting doordat

“De huidige uniforme benadering past niet meer,”

Nederland al tot 15 jaar verschil in gezond ervaren

zij minder mogelijkheden tot zelfisolatie hebben.

vult Steegers aan. “Er moet al vóór de geboorte worden

levensjaren en tot 6 jaar verschil in levensverwachting

Daarnaast is het risico op complicaties ten gevolg van

gescreend op medische én sociale risico’s, zodat er snel

leidt.

de besmetting voor deze groep groter, omdat zij vaker

ingegrepen kan worden bij beginnende problematiek

lijden aan aandoeningen zoals een hoge bloeddruk

en om te voorkomen dat er later zwaardere zorg nodig is”.

Gezondheidsverschillen komen voort uit een complexe

en diabetes. Dit terwijl zorgmijding onder stedelingen

wisselwerking tussen de omstandigheden waarin mensen

met een lage SES de afgelopen maanden juist het

Dergelijke ‘sociale verloskunde’ houdt zich niet alleen

geboren worden, opgroeien, werken, leven en ouder

meest is toegenomen. Ook is een groot deel van de

bezig met de fysieke gesteldheid van het kind, maar ook

worden. Ongeveer de helft van het verschil in levens-

zorgvoorzieningen in het sociaal domein, waar sociaal-

met de maatschappelijke achtergrond van ouders. Zo

verwachting tussen Nederlanders komt doordat mensen

economische zwakke groepen veelvuldig op leunen, ten

ervaren vrouwen in lage SES wijken vaak stress, vanwege

uit lagere inkomensklassen ongezonder leven: zij roken

gevolg van de huidige crisis weggevallen. Veel jongeren

armoede en schulden en is er vaker sprake van huise-

en laagopgeleiden ervaren crisis gerelateerde stress.

lijk geweld dan in hoge SES wijken. Stress die tijdens de zwangerschap wordt doorgegeven kan levenslang

Tabel 2 Overgewicht Nederlanders

19-64 jaar (2016) naar opleidingsniveau

Het G4 factorenmodel geeft inzicht in de belangrijkste

invloed hebben op de fysieke, cognitieve en sociaal-

factoren die op omgeving- en institutieniveau leiden

emotionele gezondheid van een kind.

tot kansenongelijkheid op het gebied van gezondheid (Figuur 7).

Opleidingsniveau

G4

NL

Laag

68%

63%

Midden 1 (MAVO, LBO)

58%

58%

Midden 2 (HAVO, VWO, MBO)

46%

47%

te voorkomen is vroeg ingrijpen letterlijk van levens-

Hoog (HBO, WO)

30%

36%

van de moeder gerelateerd is aan een beperkte groei

G4 19 > ACHTERGRONDRAPPORT VOORSTEL TEGEN KANSENONGELIJKHEID

> Betere zorg is eerdere zorg

Om gezondheidsverschillen tussen Nederlanders

Een tweede nieuw wetenschappelijk inzicht is dat de groei en ontwikkeling van het embryo1 in de eerste weken van de zwangerschap al medebepalend zijn voor de gezondheid van een pasgeboren en opgroeiend kind.

belang. Eric Steegers legt uit: “We weten dat armoede 1) 

Wanneer het tussen de 1 en 3 centimeter groot is.

Figuur 7 Uitsnede factorenmodel domein gezondheid en zorg OMGEVING Huishouden / achtergrond

Gezondheid

Belangrijkste oorzaken (impact op alle domeinen) 3 Opleidingsniveau

3 Toegang tot activiteiten/sport 3 Aandacht voor gezondheid 3 Aandacht voor gezonde voeding

INSTITUTIES Buurt

Systemen Informele gedragsregels (formele regels en wetten) (impliciete afspraken)

3 Toegang tot activiteiten/sport/ 3 Zorgverzekeringen (eigen risico) beweegvriendelijke buurt 3 Toegankelijkheid (wijk)zorg 3G  ezonde voedselomgeving 3 Financieringsgrondslag centrale zorgverlener voor gezin

3 Beperkte focus op preventieve zorg 3 Culturele (mis)match zorg/ zorgbehoevende (incl. kennislacune specifieke zorgbehoefte minderheden)

We weten dat bijvoorbeeld roken en ongezond eten dan

is. Zulke zorg heeft alleen kans van slagen wanneer

Deze manier van werken sluit aan bij de sinds de

al een nadelig effect hebben.

zorgverleners uit het sociaal en medische domein hun

decentralisatie groter geworden rol van de gemeenten

krachten bundelen.

in de vormgeving van maatschappelijke zorg en

“De eerste afspraak met de verloskundige is nu echter

welzijn. Landelijk is er veel aandacht voor deze

na 8 weken zwangerschap, of soms pas meerdere weken

Internationaal onderzoek³ stelt drie voorwaarden aan

ontwikkelingen, zoals blijkt uit ‘Kansrijke Start’. In dit

daarna. Dan ben je eigenlijk te laat omdat die eerste

dergelijke effectieve sociale hulpverlening: er moet

actieprogramma werken gemeenten onder leiding

weken al voorbij zijn. De zorg moet al starten wanneer

aandacht zijn voor het wegnemen van stress in het gezin,

van het ministerie van VWS samen met partijen uit de

er een kinderwens bestaat, dus al voor de conceptie.

voor het versterken van de (executieve) basisvaardig-

geboortezorg en de jeugdgezondheidszorg om de

Dat noemen we preconceptiezorg,” aldus Steegers.

heden bij gezinsleden en voor het ondersteunen van

> Integrale preventie

4

de hechtingsrelatie tussen ouders en kinderen.

Om de intergenerationele overdracht van armoede en

“Bij sociale hulpverlening, inclusief voeding- en

gezondheidsproblemen te voorkomen is het belangrijk

leefstijlbeïnvloeding, is het van belang dat deze op

dat er in de grote steden integrale preventieve zorg

wijkniveau wordt gefaciliteerd en dat er aandacht is

voor kinderen en (aankomende) gezinnen beschikbaar

voor het toewerken naar zelfredzaamheid,” aldus Steegers.

G4 20 > ACHTERGRONDRAPPORT VOORSTEL TEGEN KANSENONGELIJKHEID

Center on the Developing Child at Harvard University (2017). Three Principles to Improve Outcomes for Children and Families. http://www.developingchild.harvard.edu 4) Executieve functies zijn cognitieve levensfuncties; ze stellen ons in staat om vooruit te plannen, aandacht uit te oefenen en onze doelen te bereiken. Voor meer informatie zie H4 (Werk & Inkomen), paragraaf ‘Levensfuncties’. 3)

Kader 3 kinderen van vandaag betere kansen te bieden op

Meervoudige en complexe problematiek

Ten grondslag aan kansenongelijkheid ligt voor sommige Nederlanders een accumulatie van problemen

de toekomst van morgen.

op verschillende levensgebieden die interacteren en elkaar versterken. Dit noemen we meervoudige en

> De drempel over

complexe problematiek en dit zien we zowel terug bij individuen als bij gezinnen. Wetenschappers schetsen

Preventieve zorg moet in beginsel voor alle burgers

verschillende portretten van Nederlanders met dergelijke problematiek: een vluchtelinggezin, een alleen-

gelijkelijk toegankelijk zijn. Dat is echter (nog) niet het

staande moeder die in een gewelddadig gezin opgroeide en mensen met een psychiatrische stoornis die

geval, zo blijkt uit ‘Kansrijke Start’. Met name gezinnen

in grote financiële nood verkeren. Een lage SES is (bijna) altijd een overeenkomst tussen deze groepen.

met meervoudige en complexe problematiek (kader 3) Worden onvoldoende preventief bereikt. Dit komt onder

Meervoudige en complexe problematiek werd tot voor kort ‘multiproblematiek’ genoemd. Uit onderzoek

andere doordat de meeste basisverzekeringen maar een

bleek echter dat ‘multiprobleemgezinnen’ dit label als stigmatiserend ervaren. Er is geen eenduidige definitie

klein aantal preventieve behandelingen dekken. Dat is

of beschrijving van meervoudige en complexe problematiek beschikbaar op basis van empirisch onderzoek.

zonde, want met name Nederlanders die het niet zelf

De definitie die door de jeugdhulpverlening wordt aangehouden is gebaseerd op Nederlands onderzoek en

kunnen betalen, zijn het meest gebaat bij deze zorg.

luidt: een ‘gezin met meervoudige en complexe problematiek’ worstelt met een combinatie van minimaal vijf sociaal-economische en psychosociale problemen.

“Dit is een voorbeeld van een ‘evidente onrechtvaardigheid’, een term die ik schatplichtig ben aan Nobelprijswinnaar Amartya Sen,” aldus Karien Stronks. “Door onrechtvaardigheden als deze expliciet te benoemen kan een sterke basis ontstaan voor beleid dat bewezen

bleek dat de Diagnose Behandeling Combinaties (DBC’s)

effectief is in de strijd tegen kansenongelijkheid”.

voor gedwongen (BOPZ) opnamen in hetzelfde jaar waren verdubbeld.

Uit onderzoek van Bastian Ravesteijn blijkt ook dat een

> Verander ook de (ongezonde) omgeving Om alle Nederlanders een kans te bieden op een

gezonde leefomgeving is het opnemen van gezondheidsbevordering in de opdracht van zorgwetten een stap

te hoog eigen risico een belangrijke drempel tot zorg-

“Het eigen risico als remgeld tegen onnodig zorggebruik

in de goede richting. Hierbij dient volgens de wetenschap

gebruik is. Een extra verhoging van het eigen risico

is zeker niet verkeerd, maar nu ontmoedigt het kwetsbare

wel rekening gehouden te worden met het volgende:

in de Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) in 2012 had

Nederlanders om zorg te gebruiken en kost het de maat-

zelfs wanneer preventieve maatregelen (financieel) toe-

een ongewenste daling in behandelingen voor

schappij extra geld. Daar zou een alternatief voor moeten

ernstige psychiatrische aandoeningen tot gevolg. Later

zijn,” aldus Ravesteijn.

5

G4 21 > ACHTERGRONDRAPPORT VOORSTEL TEGEN KANSENONGELIJKHEID

Te weten: bipolaire stoornissen en schizofrenie.

5)

gankelijk zijn, zoals het ‘stoppen met roken’ programma

gedragsveranderingen. Ook blijkt het invoeren/verhogen

onderling. Het opnemen van multidisciplinaire keten-

in de basisverzekering, levert dit niet automatisch het

van belasting op ongezonde voeding en sigaretten

samenwerking als inkoopvoorwaarde bij zorgverzekeraars

gewenste effect op voor iedereen.

specifiek effectief in lage SES groepen.

en gemeenten kan ertoe leiden dat het belang van de

“Veel van de huidige gezondheidsbevordering is nog steeds gericht op voorlichting en educatie van individuen;

> Context gedreven gezondheidszorg

patiënt/cliënt weer voorop komt te staan.

Ook Steegers is voorstander van gezondheidszorg

Meer aandacht voor de context waarin een patiënt/

wat een effectieve methode is voor mensen met een

waarin expliciet aandacht is voor de totale context waarin

cliënt zich bevindt kan ook bereikt worden door cultuur

hoge SES, maar niet goed werkt voor mensen uit lagere

een patiënt zich bevindt. SES verklaart immers een groot

sensitieve communicatie vanuit de hulpverlener. Er zijn

inkomensklassen”, licht Stronks toe.

deel van de verschillen in perinatale gezondheid tussen

nog veel Nederlanders die door hun taalvaardigheid

grootstedelijke wijken.

beperkt worden om optimaal gebruik te maken van

Het verschil in de effectiviteit van preventie tussen de

ons zorgstelsel.

inkomensklassen komt vooral doordat Nederlanders

“Je postcode is soms belangrijker dan je

met een lage SES dagelijks leven in een omgeving waar

genetische code”.

“Wederom een duidelijk voorbeeld van een evidente onrechtvaardigheid. Maar één die simpel op te lossen

ongezond gedrag relatief vaak voorkomt, en waaraan ze zich niet zomaar kunnen onttrekken. Dit geldt met

Om toe te werken naar een ‘context gedreven

valt. Bijvoorbeeld door de tolkentelefoon in ere te

name voor kinderen.

gezondheidszorg’ is het noodzakelijk dat Nederland

herstellen,” aldus Stronks.

een betere aansluiting bij het sociaal domein bewerk“Het werkt niet om het individu te veranderen in een

stelligt én meer gebruik maakt van de goede zorg-

omgeving die ongezond gedrag blijft uitlokken”,

infrastructuur die er al is.

aldus Stronks.

> Integrale preventie en zorg in de praktijk: Stevige Start De gemeente Rotterdam heeft inmiddels vanuit

Hierbij is het, zeker voor Nederlanders met meervoudige

verschillende (sociale) gezondheidsprogramma’s voor

Zo is er in lage SES gezinnen slechts beperkte aandacht

en complexe problematiek, van belang dat er één

kinderen tussen –1 en 4 jaar een eerste ervaring

voor de fysieke en geestelijke gezondheid van de

aanspreekpunt is voor zorg en ondersteuning. Deze

opgedaan met het creëren van een geïntegreerde keten

gezinsleden, en zijn ‘gezonde rolmodellen’ schaars.

groep heeft nu nog te vaak te maken met meerdere

van sociaal- maatschappelijkegezondheidszorg en

Voor deze gezinnen kan een collectieve aanpak waarin

hulp- en zorgverleners die vanuit hun eigen ‘ivoren toren’

-ondersteuning. Preventief, integraal en door middel van

een gezonde voedselomgeving en een beweegvriende-

versnipperd en bureaucratisch werken. Onder andere

gezamenlijke besluitvorming werken lijken belangrijke

lijke buurt centraal staan, en waar ook aandacht is voor

de schaalvergroting in de zorg heeft geleid tot minder

succesfactoren te zijn. Hierbij wordt, afgestemd op de

sociaal-economische problemen, wél leiden tot gewenste

autonomie en minder communicatie tussen zorgverleners

individuele behoeftes van ouders en kind, lichte of zwaar-

G4 22 > ACHTERGRONDRAPPORT VOORSTEL TEGEN KANSENONGELIJKHEID

dere zorg aangeboden die alle levensdomeinen beslaat. Zo wordt er bijvoorbeeld schuldhulpverlening aangeboden in combinatie met opvoedondersteuning. Ontwikkeling van de zelfredzaamheid van gezinnen is hierbij altijd een uitgangspunt: zo wordt ervoor gezorgd dat iemand in de toekomst zélf weer (sociaal en economisch) kan deelnemen aan de maatschappij. De gemeente Rotterdam heeft een palet aan mogelijke (preventieve) programma’s en aanpakken ontwikkeld. Zo zijn er voor potentieel kwetsbare kinderen lichte programma’s inzetbaar ter bevordering van een positieve ontwikkeling. Voor (zeer) kwetsbare kinderen is een zwaardere aanpak beschikbaar, waarbij preventie idealiter al voor de zwangerschap van start gaat. Een voorbeeld hiervan is de aanpak Moeders van Rotterdam (kader 4), onderdeel van het actieprogramma ‘Stevige Start’.

G4 23 > ACHTERGRONDRAPPORT VOORSTEL TEGEN KANSENONGELIJKHEID

Kader 4 Weten wat werkt: Moeders van Rotterdam

Moeders van Rotterdam is een belangrijk onderdeel én sprekend voorbeeld van het Rotterdamse jeugdbeleid op het gebied van het verbeteren van preventieve integrale zorg. Dit programma om de grootstedelijke perinatale gezondheid te verbeteren begon als een experiment op het gebied van sociale verloskunde. Het doel van dit programma is om kwetsbare zwangere vrouwen en hun gezin de zelfregie terug te geven en is opgezet vanuit erkende stress- en hechtingstheorieën. Gaandeweg werd het theoretisch kader verrijkt met de toenemende recente wetenschappelijke kennis over het belang van het versterken van de eerste 1000 dagen. Jaarlijks krijgen ongeveer 200 Rotterdamse kwetsbare moeders zeer intensieve begeleiding tijdens de zwangerschap en de eerste levensjaren van het kind. Niet alleen de fysieke gezondheid van het kind wordt gemonitord, moeders leren ook een sociaal netwerk opbouwen, ouderschapsvaardigheden en hun financiën op orde te krijgen. Het Erasmus MC doet sinds de start effectonderzoek naar het programma: in 2022 wordt uitspraak gedaan over de effectiviteit van het programma. Moeders van Rotterdam is sinds kort bezig met de erkenningsprocedure bij het Nederlands Jeugdinstituut (NJI); de eerste stap is om het programma theoretisch onderbouwd te krijgen.

Opgenomen worden in de database van het NJI zal eraan bijdragen dat andere gemeenten kunnen profiteren van de Rotterdamse lessons learned. Er wordt nu al veelvuldig bij Moeders van Rotterdam aangeklopt door andere organisaties met de vraag of zij hun expertise willen delen; een door het NJI erkende methodiek zorgt ervoor dat zij dit grootschalig en professioneel kunnen doen. Als het effectonderzoek vervolgens positieve effecten aantoont dan wil de gemeente de werkwijze in de 43 Rotterdamse wijkteams borgen. Deze enorme opschaling wordt sinds 2019 voorbereid aan de hand van een implementatie pilot. Ook de best practices van het programma, zoals de centrale aanmelding voor en toeleiding naar perinatale zorg, worden inmiddels in een pilot verder uitgerold over de stad. Integrale financiering is een belangrijke voorwaarde om deze uitbreidingen mogelijk te maken. Uit een indicatieve recente maatschappelijke kosten-baten analyse (MKBA) blijkt dat de maatschappelijke baten van het programma in alle gevallen hoger zijn dan de kosten. Zo wordt verwacht dat Moeders van Rotterdam kosten voor de gemeente vermindert doordat er minder jeugdhulp en minder ondertoezichtstellingen (OTS) uitgevoerd hoeven te worden. De baten voor het individu en het Rijk moeten blijken uit grotere kansen op een startkwalificatie en op de arbeidsmarkt voor de kinderen die deelnemen aan het programma.

G4 24 > ACHTERGRONDRAPPORT VOORSTEL TEGEN KANSENONGELIJKHEID

G4 25 > ACHTERGRONDRAPPORT VOORSTEL TEGEN KANSENONGELIJKHEID

HOOFDSTUK 3

Kansenongelijkheid op het gebied van onderwijs > Het belang van vroeg beginnen

verplicht onderwijs op 5-jarige leeftijd. De VVE kinderen

Voordat kinderen aan hun schoolloopbaan beginnen

vinden hierdoor uiteindelijk betere banen met een hoger

op de lange termijn een hoger salaris dan laagopgelei-

hebben zij (vaak) de mogelijkheid om zich sociaal-

inkomen, ze zijn minder afhankelijk van uitkeringen en

den. Kinderen uit verschillende inkomensgroepen

emotioneel, cognitief en fysiek te ontwikkelen op de

maken minder zorgkosten wanneer ze volwassen zijn.

groeien echter al vanaf de start van hun onderwijsloop-

kinderopvang. Hét startpunt om kansengelijkheid op

baan uit elkaar door verschillen in hun thuisomgeving,

het gebied van onderwijs te vergroten.

In Nederland is onderwijs een belangrijke route naar maatschappelijk succes. Hoogopgeleiden verdienen

> Kansenkanon

Hoewel de voorschoolse educatie een belangrijk

doordat zij andere scholen bezoeken en door weten regelgeving die ervoor zorgen dat een opwaartse

Annemiek Veen leidt het pre-COOL onderzoekscohort

‘kansenkanon’ lijkt te zijn, is door de invoering van de

schoolcarrière niet alleen van IQ afhankelijk is.

dat sinds 2009 de effecten van de Voor- en Vroegschoolse

verplichte eigen bijdrage de VVE deelname van

educatie (VVE) bij kinderen uit lage SES gezinnen meet.

kinderen uit lage SES gezinnen mogelijk afgenomen.

2

De schoolsluiting als gevolg van COVID-19 heeft

Een toegangsrecht voor alle 0-4 jarigen voor één

direct gevolgen voor de kansenongelijkheid in het

“De achterstand in woordenschat en aandacht/concentra-

voorziening, met één wettelijk kader en kwaliteitsniveau

onderwijs, aangezien kinderen bij thuisonderwijs deels

tie die doelgroep kinderen hebben ten opzichte van niet-

kan hiervoor een oplossing zijn.

afhankelijk zijn van het opleidings- en kennisniveau van

doelgroep leeftijdsgenoten wordt, dankzij de voorschool-

hun ouders. 75% van hoogopgeleide ouders van

se educatie, op 2-3-jarige leeftijd substantieel ingelopen”.

3

Ook op het gebied van de vroegschoolse5 educatie worden er nog belangrijke kansen gemist: “De doorgaande

kinderen die naar de middelbare school gaan rapporteert in recent onderzoek zich in staat te voelen adequate

Ook blijkt uit het pre-COOL onderzoek dat de educatieve

lijn van voorschool naar basisschool laat te wensen over;

hulp bij het thuisonderwijs te kunnen bieden, tegenover

kwaliteit van de voorschoolse educatie beter is op VVE

slechts een klein deel van de doelgroep kinderen krijgt

40% van laagopgeleide ouders. Daarnaast zijn

locaties waar veel kwetsbare kinderen komen. Dat is

zowel in de voor- als in de vroegschoolse periode een

onderwijshulpmiddelen als laptops en tablets minder

bijzonder, aangezien in het buitenland de kwaliteit van

aanbod van (relatief) hoge kwaliteit. Dit terwijl de

vaak vanzelfsprekend aanwezig in gezinnen met een

instellingen met kinderen uit achterstandsgroepen

lage SES.

vaak lager is.

Het G4 factorenmodel geeft inzicht in de belangrijkste

Langlopend Brits onderzoek4 toont aan dat de maat-

factoren die op omgeving- en institutieniveau leiden

schappelijke opbrengsten van de VVE substantieel zijn:

tot kansenongelijkheid op het gebied van onderwijs

de schoolcarrières van kinderen die vanaf 3-jarige leeftijd

(Figuur 8).

deelnemen aan de VVE verlopen beter dan die van hun

1

leeftijdsgenoten die thuisblijven tot het begin van het

G4 26 > ACHTERGRONDRAPPORT VOORSTEL TEGEN KANSENONGELIJKHEID

UVA, onderzoek Thijs Bol (2020). 0-6 jaar. 3) Kinderen met het grootste risico op onderwijsachterstand. 4) Sammons, P. et al. (2014). EPPSE 3-16 project research report. Londen: Department for Education. 5) Van tweejarige leeftijd tot het eind van het basisonderwijs. 1) 2)

Figuur 8 Uitsnede factorenmodel domein onderwijs OMGEVING Huishouden / achtergrond 3 Actieve leerondersteuning 3 Toegang en vindbaarheid goede informatie over systeem Onderwijs

verwachting is dat continuïteit in kwaliteit van de VVE een belangrijke voorspeller voor de verdere schoolloopbaan is,” aldus Veen.

INSTITUTIES Buurt 3 Goede (voor)school 3 Goede basisschool 3 Goede middelbare school

> Van je ouders moet je het hebben?

Systemen Informele gedragsregels (formele regels en wetten) (impliciete afspraken) 3 Vrije schoolkeuze 3 Vroege selectie 3 Adviesmethodiek (CITO en schooladvies) 3 Sociale focus op ‘hoogopgeleid-zijn’ 3 (Vele) kwetsbare overgangen

3 (Mis)match shool, straat en thuiscultuur 3 (Onbewuste) discriminatie in het onderwijs

Volgens Herman van de Werfhorst is de toenemende

Voor kinderen uit laagopgeleide gezinnen is onderwijs

onderwijssegregatie de meest problematische

een belangrijke kans om opwaartse mobiliteit te

tweedeling in onze huidige maatschappij.

realiseren. Echter, het afgelopen decennium is het voor Onderwijskansen worden vergroot wanneer de VVE en

het schoolsucces van een kind steeds belangrijker

“Naast het opleidingsniveau van de ouders is de

de basisschool vanuit een gedeelde visie samenwerken

geworden wie zijn ouders zijn. De Onderwijsinspectie

kwaliteit van de basisschool, de leerkrachten en mede-

aan het voorkomen van onderwijsachterstanden,

rekent voor: 55% van de leerlingen met een gemiddeld

leerlingen van sterke invloed op de ontwikkeling van

bijvoorbeeld door beiden fysiek in hetzelfde school-

IQ en hoogopgeleide ouders behaalt uiteindelijk een

een kind. Scholen in achterstandsbuurten zijn niet altijd in

gebouw te huisvesten. Ook kan de invoering van

HBO/WO diploma versus slechts 26% van hun leeftijds-

staat optimale onderwijskwaliteit te bieden aan hun leer-

zogenoemde ‘brede integrale kindcentra’, waarin

genoten met hetzelfde IQ maar laagopgeleide ouders.

lingen, doordat ze bijvoorbeeld onevenredig hard geraakt

verschillende partijen een kwalitatief en breed aanbod

Dit komt onder andere doordat hoogopgeleide ouders

worden door het lerarentekort. Veel leerkrachten kiezen

aanbieden voor 0-12 jarigen, hieraan bijdragen.

de waarde van onderwijs beter inschatten en zodoende

er momenteel voor om op scholen in hoge SES wijken

meer onderwijskansen voor hun kind creëren.

te gaan werken”.

6

7

VVE, kinderopvang, naschoolse educatie, passend onderwijs, jeugdzorg, buurt en wijkzorg 7) IQ op VMBO g/t niveau 6)

G4 27 > ACHTERGRONDRAPPORT VOORSTEL TEGEN KANSENONGELIJKHEID

“Een vroeg selectiemoment in combinatie met de vrije schoolkeuze in ons land, zorgt ervoor dat kinderen met een lage SES minder kansen krijgen. Bovendien vermindert dit systeem de burgerschapsvaardigheden van alle kinderen,” legt van de Werfhorst uit. De oplossing is volgens hem een rigoureuze stelselwijziging: een brede brugklas waarin minimaal 2 jaar gezamenlijk onderwijs aan VMBO, Havo en VWO leerlingen wordt aangeboden. Binnen het bestaande gedifferentieerde stelsel werkt dit alleen wanneer álle scholen een dergelijke heterogene onderbouw aanbieden, zo blijkt uit Duits onderzoek naar de ‘comprehensive school’. Uit internationaal onderzoek blijkt bovendien dat leer-

te worden in het professionaliseren van de leerkrachten

“Bij hoogopgeleide ouders speelt vaak angst voor

krachten die op beter gesitueerde scholen werken, meer

die er al zijn.

afstroom mee, waardoor ze eerder voor een categorale

ervaring en kwalificaties meebrengen dan de leerkrachten die men op scholen in achterstandswijken aantreft.

> Vroege selectie = ongelijke kansen

school kiezen. Echter, we weten inmiddels dat het verlies van leergroei aan de top marginaal is in de brede brugklas

Het Nederlands onderwijsstelsel kent een aantal

en dat de burgerschapssocialisatie van alle leerlingen

“De potentie van het onderwijs wordt momenteel niet

‘kwetsbare’ overgangen. Het moment van selectie is

wordt bevorderd”.

optimaal verdeeld over kinderen. De groep die het

daar één van. Van de Werfhorst voerde in 2015 een

meeste baat heeft bij goed onderwijs, krijgt nu de minste

internationaal onderzoek uit naar onderwijsstelsels

kwaliteit,” aldus van de Werfhorst.

waaruit bleek dat hoe vroeger de selectie in het (voortgezet) onderwijs plaatsvindt, hoe bepalender

Het is daarom van groot belang om te investeren in de

de opleiding van de ouders van een kind is. In Nederland

kwaliteit van scholen in lage SES wijken. Er zijn meer

is het selectiemoment vroeg in vergelijking met

middelen en leerkrachten nodig, en er dient geïnvesteerd

andere landen.

G4 28 > ACHTERGRONDRAPPORT VOORSTEL TEGEN KANSENONGELIJKHEID

Kader 5 Weten wat werkt: Open Schoolgemeenschap de Bijlmer (OSB)

De OSB heeft een ‘heterogene onderbouw’ waarin leerlingen met VMBO- Havo- en VWO- advies bij elkaar in de klas zitten. Kinderen van uiteenlopende achtergronden ontmoeten elkaar hier in een natuurlijke omgeving.

> Breed onderwijs in de praktijk: Open Schoolgemeenschap de Bijlmer

De Gemeente Amsterdam voert uitdrukkelijk onderwijs-

Ze krijgen les op hun eigen niveau maar leren wel over dezelfde onderwerpen en bespreken deze met elkaar

beleid op ‘gelijke kansen voor ieder kind’. In de stad zijn

tijdens de gezamenlijke kringgesprekken.

veel scholen te vinden die breed onderwijs hoog in het vaandel hebben staan. Zo werkt Open Schoolgemeen-

Directeur Maryse Knook vertelt: “Het is weleens voorgekomen dat een VMBO’er een hoger cijfer voor

schap de Bijlmer, ooit voortgekomen uit een idealistisch

een interview tijdens de Nederlandse les kreeg dan een VWO’er, omdat hij meer ‘out of the box’ durfde te

experiment van bevlogen docenten, al 50 jaar met uitstel

denken bij het stellen van de vragen. Dit was erg leerzaam voor de VWO’er die teveel volgens een vast

van selectie en een brede aandacht voor de ontwikkeling

stramien probeerde te interviewen”.

van leerlingen (kader 5).

“Belangrijk voor het welslagen van dit brede onderwijs is dat je de leerlingen van verschillende niveaus niet hetzelfde moet willen leren; je moet ze aanspreken op hun eigen niveau. Docenten op de OSB kiezen meestal uitdrukkelijk voor deze school en worden goed getraind in differentiatievaardigheden,” vult Knook aan. Gedurende de twee jaar gezamenlijke brugklas is er voor kwetsbare leerlingen veel mogelijkheid om veilig te experimenteren met een hoger niveau doordat ze per vak twee cijfers kunnen halen; één op hun eigen niveau en één op een niveau hoger. Dit zorgt ervoor dat de OSB meer opstroom dan afstroom kent, dat ze jaarlijks hoge ouderwaarderingen krijgen en dat leerlingen over goede sociale, presentatie- en burgerschapsvaardigheden beschikken wanneer ze naar het vervolgonderwijs gaan. De belangrijkste tip van Knook om de kansengelijkheid in het onderwijs te vergroten is om als school in te spelen op grote ouderbetrokkenheid. De voortgangsgesprekken met de mentor, de ouders en de leerling zelf duren op de OSB maar liefst 30 minuten. “Echt de diepte in gaan, met ouders en leerlingen, dat werkt,” aldus Knook.

G4 29 > ACHTERGRONDRAPPORT VOORSTEL TEGEN KANSENONGELIJKHEID

G4 30 > ACHTERGRONDRAPPORT VOORSTEL TEGEN KANSENONGELIJKHEID

HOOFDSTUK 4

Kansenongelijkheid op het gebied van werk en inkomen Anno 2020 wordt de arbeidsmarktpositie van Nederlan-

Een belangrijke overkoepelende oorzaak die kansen-

reldwijd kampioen flexwerken; het aandeel mensen met

ders niet alleen bepaald door capaciteiten en motivatie;

ongelijkheid in stand houdt is stress door armoede in

een flexibele arbeidsrelatie is ons land bovengemiddeld

persoonskenmerken zoals geslacht, etnische herkomst,

laagopgeleide gezinnen. Tabel 3 toont de relatief hoge

hoog. Een groot deel van deze flexwerkers heeft minder

SES en leeftijd bepalen mee. Anders gezegd, wat mensen

werkeloosheid onder laagopgeleiden in G4 steden.

werk- en inkomenszekerheid dan werknemers met een

willen en kunnen is soms van ondergeschikt belang aan Twee recente grootstedelijke studies naar de gevolgen

wie ze zijn. Tabel 3 Welkeloosheid in de beroepsbevolking naar opleidingsniveau (2019)

personen %

laag %

middelbaar %

hoog %

Nederland

3,4

5,8

3,3

2,2

Amsterdam

4,2

8,5

5,7

2,6

Den Haag

5,1

8,8

5,7

2,8

Rotterdam

5,9

11,5

6,3

2,6

Utrecht

3,5

8,2

6,2

1,8

Regio’s

vast contract. 1

van COVID-19 tonen aan dat 33-50% van de werkende

Fabian Dekker licht toe: “Mede als gevolg van de eco-

respondenten momenteel bang is om hun baan te

nomische recessie hebben veel –vooral laagopgeleide

verliezen; 19-25% van de ondernemers rapporteert

mensen- een flexcontract gekregen en dus ligt er veel

inkomensverlies en 5% van de Rotterdamse ZZP’ers

macht bij de werkgevers. Flexwerkers hebben minder

verloor zijn baan als direct gevolg van de huidige crisis.

inkomenszekerheid en meestal ook een lager salaris. Ook

Het inkomensverlies komt het vaakst voor onder respon-

is het opbouwen van pensioen en het verkrijgen van een

denten met een laag inkomen en degenen die moeilijk/

hypotheek lastiger met een flexcontract”.

niet kunnen rondkomen. De inmiddels door het CPB voorgerekende economische scenario’s doen vermoeden

Uit landelijk onderzoek (2017)2 blijkt dat steeds minder

dat dit in de toekomst voor nog veel meer mensen gaat

flexwerkers doorstromen naar een vaste baan. Vijf jaar na

gelden.

het verkrijgen van hun eerste flexcontract heeft slechts 39% een vaste baan gevonden. 46% van de oorspronke-

Het G4 factorenmodel geeft inzicht in de belangrijkste

lijke flexwerkers heeft na vijf jaar geen werk meer en de

factoren die op omgeving- en institutieniveau leiden tot

helft hiervan ontvangt een uitkering.

kansenongelijkheid op het gebied van werk en inkomen Het afgelopen decennium is het verschil in loonontwikkeling en werkzekerheid groter geworden tussen laagen hoogopgeleiden. Laagopgeleide Nederlanders zijn slechter af: binnen deze groep is de werkloosheid hoger,

(Figuur 1).

> De flexibele werknemer

Nederland is één van de rijkste landen ter wereld en

is de werkloosheid meer conjunctuurgevoelig, en is het

scoort bovengemiddeld goed op ranglijsten met mondi-

percentage personen met een vast arbeidscontract lager.

ale werkloosheidscijfers. Nederland is echter ook we-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9621040/1