A- 23 Ruimtelijke Ordening (30) 3. Nota van Beantwoording Notitie Reikwijdte
Tekst van het document
Antwoord 3: De ambitie om klimaatneutraal te worden vergt grote inspanningen van beide partijen. De gemeente is verheugd over de plannen van Vattenfall, zowel op de Hemweglocatie als in Diemen. Overigens wel onder het gegeven dat zij terughoudend is t.a.v. biomassa. Het beleid van de gemeente t.a.v. geothermie is in de omgevingsvisie in hoofdstuk 10 geformuleerd. Het is opgenomen uitgewerkt in de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal (pijler 15, pag. 149 en verder) en is overgenomen in de ontwerpOmgevingsvisie. Opmerking 4: Vattenfall en Westpoort Warmte zijn al ruim 20 jaar bezig met het aanleggen van het warmtenet in de stad. De uitrol van deze netten vergt ruimte in de ondergrond en bovengrond. De ruimte in de bovengrond is schaars in Amsterdam. Wij ervaren deze problematiek al in de eerste projecten in Noord, Nieuw-West en Zuidoost. De zoekopdracht naar geschikte locaties voor alle noodzakelijke toekomstige wos-sen zouden wij graag met de gemeente vervullen. Het zou goed zijn om deze ruimteclaim in de Omgevingsvisie op te nemen. Hoewel minder zichtbaar, geldt voor het ondergrondse deel van de warmte-infrastructuur hetzelfde. Ook hier moet de lastige ruimteclaim samen met de andere infrastructuurpartijen en de gemeente worden ingevuld. Antwoord 4: De gemeente onderkent dat de uitrol van het warmtenet een grote ruimteclaim met zich meebrengt.
Deze zal worden opgenomen in de omgevingsvisie (zie daarvoor deel III, WAT, hoofdstuk 10, duurzame stad). Daarmee wordt het probleem geadresseerd. De
27
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie en eventueel versienummer 21 december 2021
Nota van Beantwoording Zienswijzen
omgevingsvisie geeft een algemene richting aan, maar is niet geschikt voor oplossingen in concrete situaties. Opmerking 5: Windenergie - Ook verduurzaming door het ontwikkelen van windenergie is één van de speerpunten van Vattenfall en de gemeente Amsterdam, zoals onder andere tot uiting komt in kernwaarden (klimaatneutraal) uit de NRD. Om de ontwikkeling hiervan verder te stimuleren zouden wij graag zien dat zoekgebieden voor windenergie in aansluiting op de Regionale Energie Strategie (RES) duidelijk worden verankerd in de NRD en om de zoekgebieden onderdeel te maken van de Omgevingsvisie, bijvoorbeeld als onderdeel van de verstedelijkingsalternatieven. Antwoord 5: De zoekgebieden van de RES worden onderdeel van de ontwerp-Omgevingsvisie (zie daarvoor deel III, WAT, hoofdstuk 10, duurzame stad)
2.11 Vereniging Vrienden van Diemerpark Opmerking 1: In de NRD en vergelijkbare documenten wordt over “groen” “groene kwaliteit” enz. gesproken, zonder dat duidelijk wordt gemaakt wat bedoeld wordt. Zo ziet Vereniging Vrienden van Diemerpark ( VVvhD ) kunstgras of sportvelden niet als groen. Antwoord 1: Wij kunnen ons vinden in de constatering dat ‘groen’ een containerbegrip is en dat vaak in het midden blijft wat bedoeld wordt. Dit zal in de verdere uitwerking worden geconcretiseerd in het programma Hoofdgroenstructuur. Overigens doet de Groenvisie (als bouwsteen voor de Omgevingsvisie) al concretere uitspraken over de ‘groene’ ambities van de gemeente Amsterdam. Deze is publiek beschikbaar. Opmerking 2: Naast aandacht voor het spoor vraagt VVvhD ook aandacht voor ruimte voor fietsnetwerken en het nastreven van grote bebouwingsintensiviteit bij ov-knooppunten. Antwoord 2: De ontwerp-Omgevingsvisie zet in op het stimuleren van fietsverkeer door o.a. het verbeteren van fietsverbindingen. Uitgangspunt hierbij is dat in een steeds verder autoluw wordende stad, meer dan nu fietsers in principe in elke straat goed kunnen fietsen. In het WAAR hoofdstuk wordt ingegaan op het fietsnetwerk. De ontwerp-Omgevingsvisie zet ook in op grote bebouwingsintensiteit bij de ovknooppunten. In het hoofdstuk WAAR is te lezen hoe wij deze zogenaamde stationskwartieren voor ons zien.
De directe omgeving van stations worden buurten met een gemengd voorzieningenaanbod, waaronder grootstedelijke voorzieningen. Ze zijn via stadsstraten en stadslanen goed aangesloten op de omliggende buurten.
28
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie en eventueel versienummer 21 december 2021
Nota van Beantwoording Zienswijzen
Opmerking 3: Het Diemerpark wordt in verstedelijkingsalternatieven aangeduid als “stadspark”. Het Diemerpark is echter geen gewoon stadspark. Zij zou als “natuurpark” of landschapspark moeten worden aangegeven. Antwoord 3: Het Diemerpark valt onder de Hoofdgroenstructuur en is daarin geclassificeerd als ‘ruigtegebied/struinnatuur’, m.u.v. van het deelgebied ‘sportparken’. Met de groei van de stad moet ook de Hoofdgroenstructuur meegroeien, daarom wordt er in het verlengde van de omgevingsvisie ook gewerkt aan een herijking van de Hoofdgroenstructuur. Doel is het stevig beschermen én ontwikkelen van een robuuste stedelijke groenstructuur in de verdichtende stad. Het Diemerpark blijft daar onderdeel van uitmaken, maar wellicht wordt de classificering losgelaten en meer getoetst op waarden. Opmerking 4: Verstedelijkingsalternatief 1: hier worden diverse groengebieden aangewezen als te ontwikkelen “metropolitane landschapsparken”. Hoe verhoudt zich dit met de vaak kwetsbare landschappelijke en natuurwaarden (incl. biodiversiteit) van deze gebieden? Antwoord 4: Als het aantal inwoners en gebruikers van de stad groeit, groeit ook de gebruiksdruk op het landschap van de scheggen. Door een slimme en bij het landschap passende inrichting en zonering kan die druk worden gereguleerd.
Wij gebruiken hiervoor de term landschapspark (metropolitaan wordt geschrapt vanwege associatie met stedelijkheid). De bestaande landschappelijke kernkwaliteiten van de scheggen zijn het uitgangspunt bij de ontwikkeling van landschapsparken en zullen waar mogelijk worden versterkt. Een landschapspark kan meerdere verschijningsvormen hebben, afhankelijk van de landschappelijke situatie, de aanwezige kansen op natuurwaarden en het (gewenste) gebruik. Het is altijd maatwerk om tot een goede mix van natuur en recreatie te komen, maar er zijn tal van geslaagde voorbeelden. Denk aan het Amsterdamse Bos dat wordt gekenmerkt door én hoge natuurwaarden én hoge recreatieve gebruikswaarde.
Opmerking 5: Verstedelijkingsalternatief 3. Hier wordt gesproken over nieuwe, zeer compacte en met werken en grootschalige voorzieningen gemengde woongebieden directe aan de landschappen van Diemerscheg/Diemerpark. VVvhD verwacht bij eventuele verdere uitwerking in de Omgevingsvisie van verstedelijkingsalternatief 3 een duidelijk beschrijving van de implicaties voor het Diemerpark. Antwoord 5: Zie hiervoor antwoord 3.
29
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie en eventueel versienummer 21 december 2021
Nota van Beantwoording Zienswijzen
Opmerking 6: VVvhD mist aandacht voor de (georganiseerde) sport, inclusief een duiding van de ruimtelijke impact ervan. VVvhD ziet graag sport bij bedrijventerreinen en havengebieden. Er zou aangegeven moeten worden dat in de compacte stad de georganiseerde sporten NIET meer gecombineerd moeten worden met groengebieden en parken. Antwoord 6: Ook dit is onderwerp van gesprek binnen de herijking van de Hoofdgroenstructuur, maar de uitwerking zal waarschijnlijk in beeld brengen dat dit genuanceerder kan en moet zijn dan u voorstelt. Wij zien sporten (ook georganiseerd) als onderdeel van een complete buurt of wijk in de stad dat toegankelijk en goed bereikbaar moet zijn voor alle leeftijden. Daar past het ‘uitschuiven’ van deze voorzieningen naar haven- en industriegebieden niet bij. Uw voorstel zou ook betekenen dat we groene en publiek toegankelijke sportparkomgevingen, als bijvoorbeeld sportpark Watergraafsmeer, uit de Hoofdgroenstructuur gaan nemen. Dit zal een averechts effect hebben op het groene karakter van deze omgevingen, en ontneemt ook de mogelijkheid om ‘groene’ eisen te stellen aan de inpassing en inrichting van sportparken.
Opmerking 7: In alle genoemde verstedelijkingsalternatieven worden recreatieve voorzieningen naar de scheggen geschoven. VVvhD is van mening dat de scheggen, naast een functie voor de ecologie, in principe rustige gebieden moeten zijn waarin de stadsbewoner zich in een natuurlijke omgeving niet ver van zijn woning kan onttrekken aan steeds groter wordende drukte van de stad (die bovendien nog eens steeds compacter wordt bebouwd. VVvhD mist een alternatief waarbij recreatieve- en sportvoorzieningen zijn opgenomen binnen stedelijk gebied. Antwoord 7: Het is onjuist dat recreatieve voorzieningen in alle alternatieve alleen naar de scheggen worden geschoven. In alle alternatieven is het inpassen van recreatieve voorzieningen binnen bestaand stedelijke gebied een uitgangspunt. Echter bij de aangenomen mate van programma blijft er een opgave over die niet binnen bestaande stedelijk gebied kan worden ingepast. Voor deze opgave is het de zoektocht of en zo ja hoe en waar dit eventueel een plek zou kunnen krijgen in de scheggen, bijvoorbeeld in de daarvoor indicatief aangegeven landschapsparken. Mocht dit absoluut onwenselijk blijken dan zou dat betekenen dat het programma naar beneden bijgesteld zou moeten worden.
2.12 Stichting Beschermers Amstelland Opmerking 1: Stichting Beschermers Amstelland (SBA) mist in de NRD een verbinding met andere plannen die gemaakt worden in andere gremia zoals de groep die zich bezighoudt met
30
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie en eventueel versienummer 21 december 2021
Nota van Beantwoording Zienswijzen
een Ontwikkelperspectief Amstelscheg, de provincie en de RES. Voor burgers en belanghebbenden wordt zo de situatie heel onoverzichtelijk. Antwoord 1: In de ontwerp-Omgevingsvisie wordt zo veel mogelijk aangesloten op plannen als de NOVI en de POVI en ook de omgevingsverordening. Ook trajecten als RES en het ontwikkelperspectief Amstelscheg staan in verbinding met en krijgen een plaats in de Omgevingsvisie, al dan niet als uitwerkingen. Opmerking 2: In de nota staat geen visie op of referenties voor de ontwikkeling van Amstelland. Pleidooi voor waardering van dit unieke gebied. Er worden wel nieuwe activiteiten bij diverse alternatieven voorgesteld. Bij Alternatief 1 ontwikkeling van koppen scheggen en bij Alternatief 3 een landschapspark met intensieve stedelijke recreatie. Hier heeft SBA grote vraagtekens bij. Aanbeveling: handhaaf huidige situatie, ontwikkel met boeren in de Duivendrechterpolder een toekomstvisie. Antwoord 2: Wat de alternatieven duidelijk maken is dat er bij de in de alternatieven voorgestelde mate van stedelijke ontwikkeling een hoge recreatieve druk op het landschap van de Amstelscheg zal zijn. Vooral in alternatief 1 en 3 is dit het geval. Wij introduceren de term ‘landschapspark’ om deze opgave te agenderen. De opgave negeren en alles bij het bestaande houden lijkt ons onverstandig.
(Zie ook antwoord 4, onder 11.) Het benoemen van ‘ruimte voor intensieve recreatie’ is ongelukkig gekozen en laten we los. Juist in het komende gebiedsproces Ontwikkelperspectief Amstelscheg, waarbij het huidige Beeldkwaliteitsplan- en Gebiedsperspectief Amstelsscheg én de bestaande landschappelijke kernkwaliteiten het vertrekpunt zijn, kunnen we gezamenlijk (inderdaad met alle partijen in het gebied) concreter maken hoe bestaande waarden met opgaven kunnen worden verenigd. Opmerking 3: In Alternatief 3 wordt gespeculeerd over verschuiving van hindercontouren van Schiphol, ten faveure van woningbouw Bovenkerkerpolder. Dit laatste zou een ramp zijn voor natuur en klimaat. Antwoord 3: De Bovenkerkerpolder ligt niet binnen het grondgebied van de gemeente Amsterdam, maar binnen dat van gemeente Amstelveen. De ontwerp-Omgevingsvisie doet hier dan ook geen uitspraken over.
2.13 ProRail Opmerking 1: ProRail heeft met de gemeente Amsterdam vele lopende (bestuurlijke) samenwerkingsverbanden, processen en programma’s die spelen in de periode tussen
31
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie en eventueel versienummer 21 december 2021
Nota van Beantwoording Zienswijzen
2030 en 2050. Ook zijn er een aantal generieke aandachtspunten en vragen van ProRail aan de gemeente Amsterdam in relatie tot bouwen naast, boven, nabij het spoor en/of stations. ProRail ziet een toename van ruimtelijke ontwikkelingen nabij het spoor. Voor ProRail zijn hierin de onderstaande zaken van belang en hebben wij een aantal vragen en adviezen: Wat is de visie van de gemeente Amsterdam op het bouwen in directe nabijheid van het spoor? Antwoord 1: De Omgevingsvisie zet stevig in op grote bebouwingsintensiteit bij de ov-knooppunten. Wij zetten hierbij in op het beter ruimtelijk benutten van locaties die goed bereikbaar zijn met ov door te verdichten rondom ov-knooppunten. Als stad staan we voor een mobiliteitstransitie waarbij de footprint voor de auto kleiner moet worden en het alternatief, waaronder ov, zo optimaal mogelijk wordt ingericht. In het hoofdstuk WAAR is te lezen hoe wij deze zogenaamde stationskwartieren voor ons zien. De directe omgeving van stations worden buurten met een gemengd voorzieningenaanbod, waaronder grootstedelijke voorzieningen. Ze zijn via stadsstraten en stadslanen goed aangesloten op de omliggende buurten en het is er bovendien prettig wonen. Bouwen boven en naast het spoor heeft in hoogstedelijke gebieden steeds meer potentie, omdat de ruimte in de stad steeds schaarser wordt.
Op dit moment wordt een overbouwingsvoorstel bij Sloterdijk verkend. Gemeente Amsterdam is zich hierbij uiteraard wel bewust van risico’s en mogelijke nadelen van het bouwen bij en met name boven en onder het spoor. In het ontwerp-Omgevingseffectrapport zijn de omgevingseffecten van het bouwen in de nabijheid van spoor nader in beeld gebracht.
Opmerking 2: Als de gemeente Amsterdam ideeën heeft voor woningen bouwen in de nabijheid van het spoor, welke locaties betreft dit dan en met welke functies? Antwoord 2: We onderscheiden in de ontwerp-Omgevingsvisie hoogstedelijke stationskwartieren en stationskwartieren. De hoogstedelijke stationskwartieren Zuidas, CS, Sloterdijk, Amstel, Bijlmer/ArenA) liggen rondom intercitystations met een nationale en regionale uitstraling, waardoor de potentie voor een rijk voorzieningenaanbod hoog is en het een aantrekkelijke plek is voor de vestiging van grote kantoren. Stationskwartieren (Lelylaan, Hemknoop, Duivendrecht, Holendrecht en RAI) hebben een iets kleiner bereik en zijn dus geschikt voor voorzieningen en werkgelegenheid met een meer lokaal en stedelijk karakter. Op dit moment wordt een overbouwingsvoorstel bij Sloterdijk verkend. Opmerking 3:
32
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie en eventueel versienummer 21 december 2021
Nota van Beantwoording Zienswijzen
Voor ProRail is het belangrijk om de groei van het reizigers en goederenvervoer te borgen. Heeft de gemeente de wens om het spoornetwerk uit te breiden, en mogelijk stations toe te voegen en/of aan te passen? Zo ja waar? En alleen voor reizigersvervoer of voorziet de gemeente ook spoor maatregelen voor goederenvervoer? Antwoord 3: Voor goederenvervoer is het van belang dat de achteringang Aziëhaven er op termijn komt. Hiermee komt er een betere verbinding voor de rechtstreekse treinen Tata Steel – Westpoort via Haarlem i.p.v. via Uitgeest met kopmaken en om een calamiteiten route te hebben bij stremming van de goederen route via Centraal, waarbij goederentreinen via de Oude lijn kunnen omrijden. Hierbij wel de notie dat gevaarlijke stoffen niet via deze route omgeleid kunnen worden vanwege de tunnel bij Rijswijk. Vanuit de overvolle en cruciale rol van de spoorring Amsterdam moet efficiënt worden omgegaan met de beperkte capaciteit. Uitbreiding van de capaciteit van de baanvakken is nog mogelijk door gebruik te maken van de planologische spoorreserveringen. Het is van belang dat deze reserveringen worden behouden en bewaakt. Vanwege de beperkte capaciteit van de spoorring is uitbreiding van het aantal stations minder gewenst.
Er is meer behoefte aan betere benutting van de bestaande stations waarbij verdeling over de verschillende stations van groot belang is om capaciteitsknelpunten bij de hoofdknopen Centraal en Zuid te voorkomen. Transferknelpunten en knooppunt ontwikkeling zullen ook de komende decennia onze aandacht vragen. Daarnaast wil Amsterdam in het kader van o.a. Demazo en andere spoorstudies ook ruimte bieden aan opstel- en onderhoudsvoorzieningen. Hiervoor zijn twee opstellocaties van belang, namelijk Watergraafsmeer en Westhaven waar ook mogelijkheden zijn voor verder benutting en uitbouw van de terreinen. Op dit moment loopt er een verkenning naar mogelijkheden van verplaatsing van het emplacement Zaanstraat naar Watergraafsmeer in relatie tot de gebiedsontwikkeling Sciencepark. De spoorsector werkt hier aan mee. De hier genoemde infrastructurele voorstellen voor het spoor worden opgenomen in het hoofdstuk 10 Ruimtelijke reserveringen van Deel II WAAR van de ontwerpOmgevingsvisie. Opmerking 4: Wat is de visie van de gemeente Amsterdam voor de mobiliteitsgroei, en welke rol spelen stations daarin? Antwoord 4: Stations spelen een cruciale rol in bereikbaarheid, modal shift en mobiliteitsgroei, zeker nu steeds meer ingezet wordt op duurzaam vervoer en minder auto verkeer. Opmerking 5:
33
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie en eventueel versienummer 21 december 2021
Nota van Beantwoording Zienswijzen
Wat is het beeld van de gemeente Amsterdam over routering, dit ook in relatie tot type modaliteit? Antwoord 6: Gemeente Amsterdam sluit met betrekking tot dit onderwerp aan bij de visie van Port of Amsterdam 2030 waarbij gekozen wordt om een duurzame modal-split in het goederenvervoer zoveel mogelijk te stimuleren: van wegtransport naar spoor en binnenvaart. Opmerking 7: ProRail adviseert de gemeente om bij dit soort plannen in een vroeg stadium afstemming te zoeken met ProRail. Dan kan in een vroeg stadium de haalbaarheid van de plannen worden getoetst. Antwoord 7: Wij onderschrijven het belang van vroeg afstemmen en zien dit ook bij de plannen die ProRail zelf ontwikkelt. We hebben hiermee ieder over en weer vroegtijdig zicht op de kansen en kunnen we problemen voorkomen. Dit afstemmingsproces zou standaard onderdeel moeten zijn van projectontwikkelingen die zich in de nabijheid van het spoor voordoen. Opmerking 8: Mocht deze NRD Omgevingsvisie worden uitgewerkt in ruimtelijke plannen dan verzoekt ProRail u om de onderstaande aspecten op te laten nemen c.q. te verwerken. Aspect Externe Veiligheid: ProRail verzoekt u voor het aspect Externe Veiligheid in relatie tot Railverkeer gebruik te maken van de meest recente gegevens (Basisnet). Antwoord 8: In het ontwerp-Omgevingseffectrapport worden de effecten t.a.v. externe veiligheid kwalitatief op hoofdlijnen beschouwd.
Bij de verdere uitwerking in de ruimtelijke planvorming zal rekening gehouden worden met de op dat moment geldende beleid en regelgeving t.a.v. van het aspect externe veiligheid. Opmerking 9: Aspect Geluid: ProRail verzoekt u voor het aspect Geluid in relatie tot Railverkeer gebruik te maken van de meest recente gegevens (Geluidproductieplafonds). Antwoord 9: Voor het aspect geluid geldt hetzelfde als voor het aspect externe veiligheid. In het ontwerp-Omgevingseffectrapport worden de effecten t.a.v. het aspect geluid kwalitatief op hoofdlijnen beschouwd. Bij de verdere uitwerking in de ruimtelijke planvorming zal rekening gehouden worden met de op dat moment geldende beleid en regelgeving t.a.v. van het aspect geluid. Opmerking 10:
34
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie en eventueel versienummer 21 december 2021
Nota van Beantwoording Zienswijzen
Aspect Trillingen: ProRail beoogt niet alleen voor gemeenten die plannen maken in de spooromgeving, maar ook voor toekomstige bewoners rond het spoor een “goede buur” te zijn. Omdat de in de NRD beoogde bebouwing dicht bij het spoor is gepland kan trillinghinder voor de toekomstige bewoners ontstaan als gevolg van treinverkeer. Hoewel er geen wettelijke normen bestaan voor trillinghinder in dit soort situaties acht ProRail het gewenst dat er in de planvorming wel aandacht voor is. ProRail raadt u aan om het aspect trillinghinder af te wegen, zoals door Kenniscentrum InfoMil wordt aanbevolen. ProRail raadt u dan ook aan om het aspect trillingen te betrekken bij de NRD en het toekomstige bestemmingsplan. Antwoord 10: Het klopt dat er nog geen wettelijk kader is voor trillingen en dat trillingen wel zeker invloed kunnen hebben op de leefsituatie nabij het spoor. Daarom achten wij het van belang dat er aandacht is voor trilling bijvoorbeeld door maatregelen bij bouwplannen zoals bijvoorbeeld de funderingstechnieken met rubberen blokken zoals toegepast bij de Oostlijn onder de bebouwing in de omgeving van de Nieuwmarkt en de Stopera. In het ontwerp-Omgevingseffectrapport hebben we dit aspect, gezien het abstractieniveau van de keuzes in de verstedelijkingsalternatieven, niet meegenomen.
Bij verdere uitwerking van de plannen zal daar waar relevant het aspect trillingen worden beschouwd.
2.14 ODNZKG Opmerking 1: Gezond en veilig. Geluid wordt genoemd onder de noemer Gezond en veilig, met de tekst Ook geluid en fysieke veiligheid blijven aandachtspunten. Dat geldt onder meer bij de ontwikkeling van bedrijventerreinen en havengebieden tot gemengde woon-werkgebieden. Aan die tekst kan worden toegevoegd dat dit zou kunnen leiden tot keuzes. De voorkeur voor wonen kan dan resulteren in het uitplaatsen van Industrie of het reserveren van gebieden voor milieubelastende activiteiten zoals industrie. Antwoord 1: In antwoord 3. bij de zienswijze van Port of Amsterdam wordt omschreven hoe in de ontwerp-Omgevingsvisie en de ontwerp-Omgevingseffectrapportage rekening wordt gehouden met de benodigde (milieu)ruimte voor de industriële activiteiten in de haven. Opmerking 2: Amsterdam Leefbaar en bereikbaar: In de inleidende tekst is er veel aandacht voor bereikbaar. Echter het aspect leefbaar is onderbelicht. De milieuaspecten en hinderaspecten zoals geluid-, lucht, trillingen, geur- en veiligheidsissues die een compacte stad (waarbij wonen en bedrijven naast elkaar bestaan) met zich meebrengen zijn nog niet benoemd in deze kernopgave. Antwoord 2: In de ontwerp-Omgevingseffectrapportage komen de genoemde thema’s expliciet terug in het beoordelingskader.
35
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie en eventueel versienummer 21 december 2021
Nota van Beantwoording Zienswijzen
Opmerking 3: In de NRD Omgevingsvisie Amsterdam staat beschreven dat de investeringen zoals genoemd in de Structuurvisie 2040 afwijken van het ambitieniveau voor sportvoorzieningen, groen - stadsparken en koppen scheggen- en hoogwaardig ov of langzaam verkeersverbindingen die horen bij verdichting en transformatie. De vraag is hoe kunnen we zorgen dat dit ambitieniveau wel wordt behaald. Antwoord 3: In antwoord 5 op de opmerking van de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties wordt hier op ingegaan. Opmerking 4: Er worden 3 scenario’s geschetst ten aanzien van de ontwikkeling van Amsterdam. Is het denkbaar dat het hybride scenario’s worden waarbij -delen- van de verschillende scenario’s ten uitvoer worden gebracht? Worden er gewichten gegeven aan de toetsingscriteria waar de verschillende scenario's langs worden gelegd of zijn ze allemaal even belangrijk? Antwoord 4: In antwoord 1. op de opmerking van de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties wordt hier op ingegaan. Opmerking 5: Bij afwegingskader onderdeel Ecologisch plafond/ natuur inclusief, ook het onderwerp belasting Natura 2000 gebieden door stikstofdepositie toevoegen. Antwoord 5: Dit is toegevoegd aan het beoordelingskader. Er is tevens een passende beoordeling uitgevoerd op het Voorkeursalternatief. Opmerking 6: Nu al zijn hoofdnet fiets en tram, metro op veel plekken in het stedelijk weefsel overbelast.
Wat is het effect van de verschillende scenario’s op dit onderliggende fijnmazigere netwerk dat als alternatief moet dienen voor de auto binnen stedelijk gebied? Het voorstel is om dit aspect toe te voegen in het afwegingskader sociaal fundament/ economisch vitaal. Antwoord 6: De kernwaarde ‘mobiliteit’ is om deze reden toegevoegd aan het sociaal fundament in het beoordelingskader. Opmerking 7:
36
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie en eventueel versienummer 21 december 2021
Nota van Beantwoording Zienswijzen
Schone lucht akkoord: Amsterdam heeft recentelijk het Schone Lucht akkoord ondertekend. Hierin staan doelstellingen geformuleerd die als een van de beleidstrajecten die in de Omgevingsvisie terug zou moeten komen. Antwoord 7: Het Schone lucht akkoord is opgenomen in de beleidsagenda WAT onder gezonde stad in de Omgevingsvisie. Opmerking 8: Bij de kaart op pagina 20 staan de toekomstige ontwikkelingen geschetst en de basis principes van bijlage 3. Dit lijkt te wringen met principe 11, 12 en 17 dat de haven niet zal worden beperkt in haar functioneren en dat er extra ruimte moet komen voor de energietransitie. Op de kaart blijkt het Havengebied kleiner te gaan worden en omringd te gaan worden door veel woningbouw en natuur waardoor er in het gebied minder milieuruimte zal gelden. Antwoord 8: Zie antwoord 1. Opmerking 9: In zijn algemeenheid komt industrie en bedrijvigheid vrijwel niet als wegingskader terug in het stuk. Kan dit beter worden geborgd? Antwoord 9: Industrie en bedrijvigheid worden goed geborgd in de kernwaarde economische vitaliteit. Opmerking 10 Voorstel om bij de kernwaarde Veiligheid de volgende kernwaarde toevoegen. Veiligheid is een waarde met een aantal verschillende invalshoeken zoals.
Veiligheidscontouren rond bedrijven, vervoer gevaarlijkstoffen, leidingen, accuopslag etc., (externe veiligheid) Antwoord 10: In de kernwaarde Veiligheid van het beoordelingskader hebben we de genoemde invalshoeken opgenomen.
2.15 Waternet Opmerking 1: We zien in de Nota Reikwijdte en Detailniveau veel aandacht voor mogelijke toekomstige ontwikkelingen. Daarbij raakt de aandacht voor het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van het Amsterdamse grondgebied op de achtergrond. De Omgevingswet beschrijft dat een Omgevingsvisie juist al deze aspecten moet bevatten. Daarom lijkt het ons niet misstaan om met de Nota Reikwijdte en Detailniveau ook te controleren of de Omgevingsvisie helderheid biedt in het gewenste gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van Amsterdam.
37
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie en eventueel versienummer 21 december 2021
Nota van Beantwoording Zienswijzen
Antwoord 1: De ontwerp-Omgevingsvisie biedt zeker ook helderheid in het gewenste gebruik, het beheer, de bescherming en behoud van Amsterdam. Onder meer in de beleidsagenda, in het WAT hoofdstuk, staat geformuleerd hoe hier mee om wordt gegaan. Opmerking 2: In de paragraaf 4.3 wordt een referentiesituatie en autonome ontwikkeling geschetst voor een aantal thema’s. Hierin missen we de klimaatverandering, een relevante factor voor onder meer ruimtelijke ontwikkelingskeuzes. Daarmee adviseren wij om deze expliciet in dit onderdeel mee te nemen. Antwoord 2: We hebben klimaatverandering meegenomen bij verdere uitwerking van de kernwaarden in het beoordelingskader van het ontwerp-OER Opmerking 3: Ten slotte zouden we graag een opmerking plaatsen bij het beoordelingskader in hoofdstuk 5. Daar worden de 10 kernwaarden genoemd met telkens een beschrijving. In deze beschrijving zien wij veel relevante onderwerpen terugkomen. Echter, we missen drie onderdelen: - Aandacht voor droogte; - Aandacht voor waterkwaliteit; - Aandacht voor de ondergrond. Antwoord 3:. Deze onderwerpen zijn meegenomen bij de verdere uitwerking van de kernwaarden in het beoordelingskader van de omgevingseffectrapportage.
2.16 VNO-NCW Opmerking 1. De vraag naar welke ruimte waarvoor nodig is, zal de komende maanden als gevolg van de Coronacrisis wellicht anders en met andere prioriteit beantwoord worden. Echter, de Omgevingsvisie beslaat de periode tot 2050 en kent een tussenstation in 2030. Dit gekozen tussenstation in 2030 is nu nog relevanter omdat we menen dat om de langetermijn gevolgen van de Coronacrisis voor de stad en de MRA goed te kunnen overzien, een langere periode nodig is dan het strakke tijdpad van besluitvorming van de conceptOmgevingsvisie Amsterdam 2050. Antwoord 1 Wij onderschrijven dit helemaal en kiezen om deze reden ook voor een gefaseerde aanpak in de ontwerp-Omgevingsvisie. Tot 2050 onderscheiden we daarbij drie stappen van telkens 10 jaar waarin investeringen in openbaar vervoer en landschap randvoorwaardelijk
38
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie en eventueel versienummer 21 december 2021
Nota van Beantwoording Zienswijzen
zijn voor groei, ten behoeve van verantwoorde ontwikkeling. Waarbij de eerste periode tot 2030 uitgaat van projecten die nu al in voorbereiding zijn, met als uitgangspunt het beter benutten van de bestaande structuur en het ov-netwerk van de stad. Opmerking 2: Participatie - Wij vragen u nadrukkelijk om in het komende participatie traject breed op te halen bij partijen zoals het Georganiseerd Bedrijfsleven Amsterdam (VNO-NCW MRA, MKB-Amsterdam, VAZO, VEBAN, OV Westpoort, ORAM, Vereniging Amsterdam City, Kon. Horeca Amsterdam), ondernemers-en brancheverenigingen zoals Bouwend NL, Transport en Logistiek NL, evofenedex, Techniek NL, Koninklijke Metaalunie, HiswaRecron maar ook partijen als de Amsterdam Economic Board en de makers van de Macro Economische Verkenningen MRA. Ook de adviescommissie Bevoorrading Amsterdam, de St. Breikers en de NS zullen graag hun kennis delen. Deze organisaties hebben allen achterban in de stad én omgeving. Samen werken wij er aan om sterker uit de crisis te komen. Antwoord 2: Wij waarderen de door u getoonde betrokkenheid en samenwerking. Wij hebben prettige en vruchtbare gesprekken met u gevoerd en hebben daarbij zoveel als mogelijk getracht de door u genoemde partijen daarbij te betrekken. We hopen het gesprek te kunnen voortzetten.
Opmerking 3: Samenwerking in de metropoolregio en provincie Noord-Holland-Ondernemers ondernemen over gemeentegrenzen heen. De systematiek van de Omgevingswet vraagt dat echter alle gemeenten een eigen Omgevingsvisie maken. De oplossingen voor de uitdagingen die de gemeente Amsterdam heeft liggen in een goede samenwerking, afstemming en afspraken met omringende gemeenten, provincie en het Rijk. Elkaar wat gunnen is o.i. van grote invloed op vestigingsklimaat. De samenwerking is een conditio sine qua non. Ook als die samenwerking op basis van vrijwilligheid is geregeld. Voor verstedelijkingsalternatieven zijn OV-investeringen noodzakelijk. Antwoord 3: Wij onderschrijven dit helemaal en hebben samenwerking ook als uitgangspunt. Mensen trekken zich in hun dagelijks leven weinig aan van gemeentegrenzen. En grote opgaven als regionale bereikbaarheid en ruimte voor economie, de energietransitie en klimaatverandering overstijgen ze per definitie. Amsterdam werkt daarom samen met partijen over de gemeentegrenzen heen. Met buurgemeenten, binnen de Metropoolregio Amsterdam, maar ook met hogere overheden zoals de Provincie Noord-Holland en het Rijk, en met andere publieke en private partijen zoals de waterschappen en netbeheerders.
Opmerking 4: Eerst bewegen dan bouwen - U constateert dat de OV-investeringen zoals die voorzien waren in de Structuurvisie 2040 totaal achterwege zijn gebleven. Dat zien wij ook en het
39
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie en eventueel versienummer 21 december 2021
Nota van Beantwoording Zienswijzen
verontrust ons. Investeringen in OV duren lang en worden als kostbaar gepercipieerd. De vraag is wat het achterwege blijven van OV investeringen de stad en de regio nu kost. In het MIRT Samen Bouwen aan bereikbaarheid (Sbab) is, vooruitlopend op nieuwe MIRT budgetten, de afgelopen jaren hard gewerkt aan plannen voor een OV-Schaalsprong. Plannen die van groot belang zijn voor de succesvolle ontwikkeling van de MRA. Voor alle drie de verstedelijkingsalternatieven in deze NRD is het doorgaan van de Sbab-plannen cruciaal. De vraag naar OV bleek de afgelopen jaren, bijvoorbeeld op o.a. Station Amsterdam-Zuid, steeds groter dan geprognotiseerd. Antwoord 4: Wij onderschrijven het belang van ov-investeringen. In hoofdstuk 1 van de ontwerpOmgevingsvisie gaan wij hier ook op in, door te wijzen op het belang van sturen op de stedenbouwkundige samenhang en kwaliteit van de stad en het op tijd agenderen van grote investeringen. Opmerking 5: Ruimte: Strategische keuzemogelijkheden - Uit de diverse gesprekken in andere dossiers zoals de Bedrijvenstrategie Amsterdam, de Provinciale Omgevingsvisie en ook de discussie over de geluidscontouren van Schiphol herkennen wij de hier opgenomen Verstedelijkingsalternatieven. Wij diepen die graag op inhoud verder met u uit zodat wonen en werken beiden een plek krijgen in de stad Amsterdam.
Daarbij zullen wij nadrukkelijk kijken naar de integraliteit van ideeën, andere omgevingsvisies en bestaande afspraken bijv. in het Noordzeekanaalgebied. Antwoord 5: Zie antwoord 2 Opmerking 6: Referentie situatie - Het nul-alternatief gaat uit van een situatie die er op dit moment niet meer is. Hoe gaat u daarmee om? Op een aantal aspecten blijft de vraag naar ruimte naar aller waarschijnlijkheid ongewijzigd: woningbouw, energietransitie, verduurzaming, innovatie in de transport. De druk op de ruimte is nu en de komende jaren. Maar de accenten en inkleuring wordt door ondernemers gegeven die vertrouwen terug moeten vinden na de Coronacrisis. Antwoord 6: De invloed van de Coronacrises is niet meegenomen in de analyses en beoordelingen in de Omgevingseffectrapportage. Dit heeft twee redenen. Zo is de data over de veranderende patronen door de crisis nog niet bekend. Daarnaast is onbekend in hoeverre deze crisis leidt/gaat leiden tot blijvend veranderende patronen. Gaan mensen bijvoorbeeld structureel meer thuiswerken na de crisis? Wat wel van belang is voor de aanbevelingen vanuit de ontwerp-OER is dat deze crisis – weliswaar onder extreme omstandigheden – laat zien dat bepaalde veranderingen snel kunnen gaan. Hierop is in het concluderende hoofdstuk van de ontwerp- OER nog nader ingegaan.
40
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie en eventueel versienummer 21 december 2021
Nota van Beantwoording Zienswijzen
Opmerking 7: 10 kernwaarden - U zult begrijpen dat de kernwaarden Economisch Vitaal en Inclusief op dit moment vooral onze aandacht hebben. Continuïteit van bedrijf zorgt ook voor continuïteit van werkgelegenheid en daarmee voor inwoners die mee kunnen doen in het stedelijk leven. Tegelijkertijd zijn ondernemers optimistisch en zien zij altijd kansen o.a. in de energietransitie en circulaire economie. Daarbij geldt wel dat het haalbaar, betaalbaar en beschikbaar moet zijn. En veilig: dat lezen wij als het respecteren van milieucontouren omdat niet alle functies mengbaar zijn. De ervaring leert dat het zeer waardevol is om over de wijze waarop mensen de kernwaarden lezen en interpreteren door te praten. Wij vragen u tijd te nemen voor het uitdiepen van het beoordelingskader en denken daar graag over mee. Antwoord 7: Zie antwoord 2
2.17 Provincie Flevoland Opmerking 1: De OVA gaat uit van de ontwikkelrichting van Amsterdam, graag ook aandacht voor de uitwerking en de samenwerking met de regio daarbij. In lijn met afspraken uit MRA SBAB en RRAAM. Antwoord 1: De Omgevingsvisie Amsterdam2050 heeft als uitgangspunt om vanuit de brede context naar de opgaven van de stad te kijken. Het regionale perspectief maakt daar een onderdeel van uit. Bij het opstellen van de ontwerp-Omgevingsvisie houden we rekening met bestaande regionale afspraken en ontwikkelingen binnen de lopende trajecten, zoals RRAAM, het MIRT-Onderzoek Amsterdam Bay Area en Samen Bouwen aan Bereikbaarheid. Tegelijkertijd is de Omgevingsvisie Amsterdam2050 een gemeentelijke visie. Herbevestiging of aanpassing van regionale afspraken vindt in regionale trajecten plaats. Opmerking 2: Het alternatief 'Stad aan het Water' sluit het best aan bij onze beelden over de verstedelijking aan de oostkant van de MRA en zoals ze ook vastgelegd zijn in de RRAAM afspraken. Wij missen in deze variant echter de IJmeerverbinding, die Amsterdam en Almere op een duurzame wijze met elkaar moet gaan verbinden. Er ontstaat dan een ontwikkelas van IJburg via Almere Pampus, naar Almere Stad.
Wij achten deze verbinding van groot belang om onze (toekomstige) inwoners een volwaardig OV-verbinding naar Amsterdam te kunnen aanbieden, waarmee de groei van het autoverkeer kan worden beperkt. Op dit moment loopt er een MIRT-onderzoek Amsterdam Bay Area, die de ontwikkelkansen van dit gebied in beeld brengt. Antwoord 2:
41
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie en eventueel versienummer 21 december 2021
Nota van Beantwoording Zienswijzen
In de ontwerp-Omgevingseffectrapportage onderzoekt Amsterdam in de drie alternatieven de verschillende verstedelijkingsopties van Amsterdam in samenhang met de benodigde investeringen in infrastructuur en groen en de effecten die dit heeft op waarden als bereikbaarheid, inclusiviteit, leefbaarheid. Ook kijkt zij naar regionale effecten van de verschillende verstedelijkingsopties. De mogelijkheid van een IJmeerlijn is ook opgenomen in de Ontwerp Omgevingsvisie. De mogelijke toegevoegde waarde van een IJmeerlijn wordt daarnaast onderzocht in het project Bay Area. Daarnaast is de samenhang van ontwikkellocaties binnen de Metropoolregio Amsterdam vooral onderwerp van gesprek in regionale trajecten, zoals de samenwerking van de MRA en het Rijk om tot een Verstedelijkingsstrategie te komen. Opmerking 3: NRD zou wat meer nadruk op ontwikkelingen in de regio en de invloed van deze ontwikkelingen op Amsterdam kunnen leggen. Een interessante in dezen is of de ontwikkeling van Amsterdam Zuidoost (toevoegen van woningen) en de transformatiegebieden aan de oostkant in relatie met de ontwikkeling van Almere en Lelystad gebracht kunnen worden. Dit kan met de juiste keuzes een enorme potentie betekenen voor de ontwikkeling van de oostkant van Amsterdam en de regio.
Antwoord 3: Zie ook antwoord 2 Wij onderschrijven het belang van de relatie van de ontwikkeling van Amsterdam met ontwikkelingen in de regio. Dit speelt voor ons zowel aan de west-, noord-, zuid- als oostkant. In het project Handelingsperspectief MRA Oostflank 2020-2030 onderzoekt Amsterdam samen met Almere, de provincie Flevoland en het Rijk tot welke nieuwe uitdagingen en opgaven de ontwikkelingen in de Oostflank de komende jaren leiden. De uitkomsten van dit traject landen in de Verstedelijkingsstrategie van de Metropoolregio Amsterdam. Opmerking 4: Ook de relatie tussen beide luchthavens Schiphol en Lelystad zou in dezen beter gelegd kunnen worden. Luchthaven Lelystad kan zorgen voor een ontlasting van luchthaven Schiphol door continentale vluchten over te nemen die niet bijdragen aan de intercontinentale verbindingen die Schiphol voor Nederland biedt. Als twin airport dragen Schiphol en Lelystad Airport bij aan de economische kracht van de regio. Aan het uitplaatsen van functies om ruimte te creëren voor nieuwe functies neemt provincie Flevoland een positieve grondhouding in mits het past binnen ons beleid en het positief bijdraagt aan de ontwikkeling van provincie Flevoland. Antwoord 4: De relatie tussen de luchthavens Schiphol en Lelystad is een nationale vraag, Amsterdam volgt hierin de beslissingen van het Rijk.
Amsterdam zou graag een duurzame ontwikkeling van de luchthavens in de regio zien, zonder groei. Ook zetten wij in op een sterkere ontwikkeling van internationale treinen voor de kortere afstanden.
42
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie en eventueel versienummer 21 december 2021
Nota van Beantwoording Zienswijzen
Wat betreft het uitplaatsen van functies: Amsterdam onderschrijft het uitgangspunt van de polycentrische metropool en het belang van spreiding van voorzieningen en werkgelegenheid. Opmerking 5: In de NRD is opgenomen: "De A10 krijgt hoofdzakelijk een functie voor de stad en delen van de agglomeratie. Hierlangs komen hubs voor parkeren voor bewoners. Hubs voor overstap van auto op stedelijk ov komen aan de randen van de agglomeratie te liggen." Binnen de variant `Stad rond het centrum' begrijpen we deze keuze om de A10 op de agglomeratie (in) te richten. De A10 vormt op dit moment de draaischijf van de regio en er zal bij de keuze van dit uitgangspunt in de uitwerking van het Omgevingsplan een volwaardig alternatief geformuleerd en uitgevoerd moeten worden. De hubs zouden ook ingericht kunnen worden voor bezoekers en werkenden in de stad. Antwoord 5: In het alternatief ‘Stad rond het centrum’ maken we onderscheid tussen hubs aan de A10, die gericht zijn op bewoners van de agglomeratie, en hubs die meer aan de randen en dichter bij de regio liggen, voor bezoekers en werkenden in de stad. In de ontwerp-Omgevingsvisie behouden we deze inzet op verschillende soorten hubs. Het ontwikkelen van dergelijke hubs zal samen met de buurgemeenten en de rest van de regio worden opgepakt, sinds kort is hier een project voor opgestart.
43