CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

A- 23 Ruimtelijke Ordening (30) 3. Nota van Beantwoording Notitie Reikwijdte

RAAD 1 april 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen en bespreken van het collegebesluit over de ontwerp-Omgevingsvisie Amsterdam 2050 en het bijbehorend ontwerp-Omgevingseffectrapport. Nr. VN2021-00081514.925 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Versie en eventueel versienummer 21 december 2021

Nota van Beantwoording Zienswijzen Notitie Reikwijdte en Detailniveau Omgevingsvisie Amsterdam 2050

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid Nota van Beantwoording Zienswijzen

Versie en eventueel versienummer 21 december 2021

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid

Versie en eventueel versienummer 21 december 2021

Nota van Beantwoording Zienswijzen

Inhoud

1 Hoofdstuk 1 Inleiding ............................................................................................... 4 2 Hoofdstuk 2Beantwoording Zienswijzen ..................... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 2.1 Provincie Noord-Holland .................................................... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 2.2 Gemeente Almere…………………………………………………………………..................................... 2.3 Gemeente Amstelveen 2.4 Gemeente Ouder-Amstel 2.5 Gemeente Diemen 2.6 Regio Gooi en Vechtstreek 2.7 Port of Amsterdam 2.8 Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties 2.9 Tennet 2.10 Vattenfall 2.11 Vereniging Vrienden van het Diemerpark 2.12 Stichting Beschermers Amstelland 2.13 Pro Rail 2.14 ODNKGZ 2.15 Waternet 2.16 VNO-NCW 2.17 Provincie Flevoland

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid

Versie en eventueel versienummer 21 december 2021

Nota van Beantwoording Zienswijzen

1 Hoofdstuk 1 Inleiding

De Notitie Reikwijdte en Detailniveau Omgevingsvisie Amsterdam 2050 heeft in het kader van de terinzagelegging en raadpleging van 20 februari 2020 t/m 1 april 2020 ter inzage gelegen. Gedurende de periode van terinzagelegging en raadpleging is een ieder in de gelegenheid gesteld een zienswijze in te dienen en zijn betrokken bestuurlijke en maatschappelijke instanties in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen. In totaal zijn 17 reacties ingediend. De reacties zijn hieronder samengevat en van een antwoord voorzien.

4

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid

Versie en eventueel versienummer 21 december 2021

Nota van Beantwoording Zienswijzen

2 Beantwoording Zienswijzen

2.1 Provincie Noord-Holland Opmerking 1: Provincie Noord-Holland herkent de lijn die Amsterdam inzet met de drie verstedelijkingsvarianten. Deze passen bij de ambities en doelen van de provinciale Omgevingsvisie NH2050 (Metropool in Ontwikkeling). Desalniettemin valt het op dat er in de NRD wordt verwezen naar de Amsterdamse zienswijze op de concept Omgevingsvisie NH2050, terwijl er, mede op basis van die zienswijze, aanpassingen zijn gedaan (zie bijlage). Zij vraagt dan ook om in het licht van de regionale context van de Omgevingsvisie Amsterdam opnieuw te kijken naar de definitieve Omgevingsvisie NH2050. Hierbij onderstrepend dat juist die aanpassingen relevant zijn voor de ‘naadloze verbinding’ in de ontwikkelingen van de stad en zijn directe omgeving. Antwoord 1: We hebben voor het vervolg inderdaad de definitieve Omgevingsvisie NH2050 geraadpleegd. Opmerking 2: Specifiek vraagt Provincie Noord-Holland, binnen de vijf kernopgaven, de context van Amsterdam in zijn omgeving goed te bekijken. Voorbeeld: bij bereikbaarheid wordt de interne bereikbaarheid en werkgelegenheid besproken. Zij mist hier de notie dat er een grote pendel van buiten Amsterdam de stad ín gaat. Veel mensen wonen elders, maar werken in Amsterdam (en andersom). Dit vraagt wat van de overige infrastructuur van en naar de stad. Overigens vinden we over dit fenomeen wel iets terug in par. 4.3 (pag.22).

Ook zijn wij bijvoorbeeld benieuwd hoe de varianten qua effecten op de omgeving/het milieu zullen worden gemonitord. Antwoord 2: De ontwerp-Omgevingsvisie Amsterdam2050 heeft als uitgangspunt om vanuit de brede context naar de opgaven van de stad te kijken. De woon-werkpendel vanuit de omgeving is daarin een belangrijke opgave waarvoor Amsterdam in lopende trajecten zoals SBAB samen met de regio naar oplossingen zoekt. In het ontwerp-Omgevingseffectrapport wordt naast de effecten binnen de gemeentegrenzen ook op hoofdlijnen gekeken naar effecten buiten de gemeentegrenzen. Dit geldt bijvoorbeeld voor de effecten op de regionale infrastructuur. Onderdeel van het ontwerp-Omgevingseffectrapport is een eerste verkenning hoe effecten gemonitord kunnen worden. Een concreet monitoringsplan bij de Omgevingsvisie volgt echter later.

5

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid

Versie en eventueel versienummer 21 december 2021

Nota van Beantwoording Zienswijzen

Opmerking 3: De wereld draait door en mettertijd ervaren wij, ook in het Amsterdams bestuur, sinds de aangehaalde zienswijze op de concept-Omgevingsvisie NH2050 een zogenoemd voortschrijdend inzicht op bijvoorbeeld de ruimte die nodig is voor circulaire economie en energietransitie in de haven. Antwoord 3: De alternatieven in de Notitie Reikwijdte en Detailniveau onderzoeken wat verschillende verstedelijkingslocaties betekenen voor andere ruimteclaims, bijvoorbeeld voor circulaire economie en energietransitie in de haven. En worden daartegen afgewogen. In de Omgevingsvisie onderschrijft Amsterdam het belang van ruimte voor circulaire economie en energietransitie in de haven, hierbij is het uitgangspunt dat de ruimte die fossiele brandstoffen op dit moment innemen in de haven daarvoor wordt benut. Opmerking 4: Binnen het ontwikkelproces om te komen tot de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 heeft de provincie de uitnodiging gekregen om mee te denken over de regionale effecten van de drie varianten. Wij nemen die van harte aan en denken graag mee over bovengenoemde en andere noties. Antwoord 4: Er hebben meerdere sessies tussen de Provincie en de stad over de Ontwerp Omgevingsvisie Amsterdam plaatsgevonden.

Amsterdam waardeert uw betrokkenheid, de prettige samenwerking en de gemeentegrens overstijgende kennis en kunde die Provincie op deze manier voor de Omgevingsvisie van Amsterdam inbrengt. De relevante effecten op de omgeving worden in het ontwerp-Omgevingseffectrapport op hoofdlijnen benoemd en beschreven.

2.2. Gemeente Almere Opmerking 1: Almere herkent de 5 kernopgaven grotendeels en zien er de meerwaarde van. Wel heeft het een aantal opmerkingen en toevoegingen. Bij de kernopgave ‘Leefbaar en bereikbaar’ wordt gesteld dat Amsterdam groeit binnen de bestaande stadsgrenzen. Dit kan op gespannen voet staan met de notie van een evenwichtige metropool zoals die is geformuleerd in onze gezamenlijke in april te lanceren MRA-agenda. Deze agenda, als voorbeeld, stelt dat de regio een rol kan vervullen om de grote economisch druk op Amsterdam te verlichten. Ook zaken zoals landschap, ecologie, mobiliteit en verstedelijking houden niet op bij de stadsgrenzen. Bovendien staat het ook op gespannen voet met wat de Notitie Reikwijdte en Detailniveau zelf stelt (p.8): ‘Amsterdam is met de regio bezig met een schaalsprong en is een stad die allang niet meer op zichzelf kan functioneren’. Almere pleit er dan ook voor om het regionale perspectief in alle kompasrichtingen in de Notitie Reikwijdte en Detailniveau en in de verdere uitwerking tot zijn recht te laten komen.

6

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid

Versie en eventueel versienummer 21 december 2021

Nota van Beantwoording Zienswijzen

Antwoord 1: We hebben met u een prettig gesprek gevoerd over uw kijk op de Omgevingsvisie Amsterdam2050. Wij waarderen de door u getoonde betrokkenheid en samenwerking. We zijn blij dat u zich kunt vinden in de door ons genoemde kernopgaven. Net als Almere streeft Amsterdam naar een evenwichtige metropool. Naar ons idee staat bouwen binnen de bestaande stadsgrenzen hier niet op gespannen voet mee. We zeggen daarmee niet dat de regionale vraag binnen de Amsterdamse stadsgrenzen moet worden opgelost. Wij zien de metropoolregio Amsterdam als een polycentrische metropool en onderschrijven het belang van een evenwichtige ontwikkeling hiervan. De ontwerp-Omgevingsvisie Amsterdam2050 en de bijbehorende ontwerpOmgevingseffectrapport kijken vanuit de brede context naar de opgaven van de stad. Het regionale perspectief, en de daarbij horende vraagstukken als landschap, ecologie, mobiliteit en verstedelijking maken daar onderdeel van uit. Hiervoor kijken we ook naar de Verstedelijkingsstrategie van de Metropoolregio Amsterdam, die door de partijen van de MRA samen met het Rijk wordt opgesteld. Opmerking 2: Almere vindt het van belang dat beleidskaders als fundament tot hun recht komen in het opstellen van omgevingsvisies.

Zij noemt hierbij, zonder volledig te zijn: Rijksstructuurvisie Amsterdam – Almere – Markermeer (2013), Bestuursovereenkomst Regio Amsterdam – Markermeer (RRAAM, 2013), ’Regionaal OV toekomstbeeld NoordHolland/Flevoland 2040: Kansrijke noodzaak’ ook wordt genoemd (vastgesteld in het college van B&W van Amsterdam op 19 november 2019) Antwoord 2: De ontwerp-Omgevingsvisie Amsterdam2050 is een gemeentelijke visie. Herbevestiging of aanpassing van regionale afspraken vindt in regionale trajecten plaats. Dat laat onverlet dat we bij het opstellen van de ontwerp-Omgevingsvisie Amsterdam2050 rekening hebben gehouden met bestaande regionale afspraken, en de ontwikkeling daarvan in lopende trajecten. De Gemeente Amsterdam werkt daarnaast in verschillende regionale trajecten samen met u aan een vervolg op en een invulling van de door u genoemde documenten. Denk aan het MIRT Onderzoek Amsterdam Bay Area, Samen Bouwen aan Bereikbaarheid en het Handelingsperspectief MRA Oostflank 2020-2030 waarin Amsterdam samen met u, de provincie Flevoland en het Rijk onderzoekt tot welke nieuwe uitdagingen en opgaven de ontwikkelingen in de Oostflank van de MRA de komende jaren leiden.

Opmerking 3: Bij twee van de ontwikkelrichtingen heeft Almere een aantal kanttekeningen. In zijn algemeenheid komen de hierboven gemaakte opmerkingen op het vlak van reikwijdte en beleidskaders niet tot hun recht in ‘Stad rond het centrum’ en Stad aan het Water’

7

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid

Versie en eventueel versienummer 21 december 2021

Nota van Beantwoording Zienswijzen

Stad rond het centrum is -wat de titel al aangeeft- een sterke naar binnen gerichte ontwikkelrichting. Het levert een metropool op met een centrum en periferie. Het is een voortzetting wat we het laatste decennium al hebben zien gebeuren. Dit leidt niet alleen tot grote knelpunten in leefbaarheid en betaalbaarheid binnen de stadsgrenzen van Amsterdam, maar eveneens tot grote vraagstukken in de poly-centrische metropool. Om de lusten en lasten van deze autonome trend beter te verdelen moeten we als Metropoolregio Amsterdam en samen alles aan doen om te voorkomen, dat dit werkelijkheid wordt. In Stad aan het Water wordt gerefereerd aan Almere Poort als extra ontwikkellocatie. Almere Poort als extra locatie benoemen is incorrect. Dit bouwfront is uiterlijk 2023 afgerond. Juist in een ontwikkelrichting waar het IJmeer als ruimtelijke verbinding wordt benoemd, ontbreekt een verwijzing naar Almere Pampus en een IJmeerverbinding. In deze ontwikkelrichting komen in alle scherpte de opmerkingen tot uiting die hierboven zijn gemaakt. Almere ziet graag- en verwacht dat ook-dat er een ontwikkelrichting wordt uitgewerkt met daarin aan de oostkant van Amsterdam samenhang met de doorgroei van Almere, inclusief de ontwikkeling van Almere Pampus en een IJmeerverbinding.

Antwoord 3: Voor de ontwerp-Omgevingseffectrapportage onderzoekt Amsterdam in de drie alternatieven de verschillende verstedelijkingsopties van Amsterdam in samenhang met de benodigde investeringen in infrastructuur en groen en de effecten die dit heeft op waarden als bereikbaarheid, inclusiviteit, leefbaarheid. Ook kijkt zij op hoofdlijnen naar de regionale effecten van de verschillende verstedelijkingsopties. Almere Poort zullen we in de ontwerp-Omgevingsvisie niet meer als extra ontwikkellocatie benoemen. Almere Pampus is in de ontwerp-Omgevingsvisie opgenomen in het toekomstbeeld van Amsterdam in de regio. De mogelijkheid van een IJmeerlijn is ook opgenomen in de ontwerp-Omgevingsvisie en is meegenomen in de ontwerp-Omgevingseffectrapportage. Daarin wijkt de ontwerpOmgevingsvisie niet af van de gemaakte afspraken. De mogelijke toegevoegde waarde van een IJmeerlijn wordt daarnaast onderzocht in het regionale project Bay Area.

2.2 Gemeente Amstelveen Opmerking 1: Gemeente Amstelveen ziet voor wat betreft de MRA alleen een verwijzing naar de verstedelijkingsstrategie die in ontwikkeling is. Zij mist daar de overige MRA-trajecten als Samen Bouwen aan Bereikbaarheid, Metropolitane Landschappen, Plabeka, Woondeal en RES. De Verstedelijkingsstrategie gaat inderdaad wel uitspraken doen, maar de vraag is of die integraal en concreet genoeg zijn voor de gemeentelijke Omgevingsvisies.. Antwoord 1:

8

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid

Versie en eventueel versienummer 21 december 2021

Nota van Beantwoording Zienswijzen

Bij het opstellen van de ontwerp-Omgevingsvisie Amsterdam2050 hebben we rekening gehouden met de door u genoemde afspraken en lopende trajecten. De Gemeente Amsterdam werkt hierin samen met u en de regio aan regionale opgaven als bereikbaarheid, landschap, bedrijvigheid, woningbehoefte en de energietransitie. Opmerking 2 De groei van Amsterdam heeft gevolgen voor de omliggende gemeenten, zowel positief als negatief. De groei zorgt voor verdringingseffecten, zowel op het gebied van mobiliteit (auto wordt naar buiten gedrukt, parkeerprobleem, overstap modaliteiten aan rand van de stad of in andere gemeenten) als op het vlak van economie (industrie naar buiten, toename spitspendel). Ook voor wat betreft warmtenetten en klimaat-adaptie zullen er keuzes gemaakt worden door Amsterdam die gevolgen hebben voor buurgemeenten. Dit vraagt om overleg en afstemming, graag hier in het proces voldoende ruimte voor inbouwen. Antwoord 2: Naast de bestaande samenwerking in diverse regionale trajecten om bijvoorbeeld verstedelijking, energie-opweklocaties en regionale ov-trajecten met elkaar af te stemmen, zijn wij met u in gesprek geweest over de ontwerp-Omgevingsvisie. Wij waarderen de door u getoonde betrokkenheid en prettige samenwerking.

Ook in het vervolg, bij de uitwerking van de Omgevingsvisie, blijven wij graag met u in gesprek over de gevolgen van de groei en andere keuzes die van invloed zijn Amstelveen. In ontwerp-Omgevingseffectrapport is er aandacht gegeven aan de effecten ‘buiten’ Amsterdam. De regionale effecten zijn daar op hoofdlijnen beschreven. Opmerking 3: Bij kernwaarde missen we “bereikbaarheid”. Groei Amsterdam leidt tot bereikbaarheidsvraagstukken, in OER dus ook regionaal doorrekenen. Antwoord 3 Het is een bewuste keuze “bereikbaarheid” geen kernwaarde te laten zijn, aangezien het niet iets is dat op zich staat als een doel. Bereikbaarheid zien wij als een belangrijk middel ter ondersteuning van kernwaarden. In die zin komt zij als belangrijk randvoorwaarde voor een goed functionerende stad ook prominent terug in de ontwerp-Omgevingsvisie en ontwerp-Omgevingseffectrapport. In het ontwerp-Omgevingseffectrapport is wel een kernwaarde ‘mobiliteit’ toegevoegd. De effecten van de bereikbaarheidsvraagstukken op deze kernwaarden worden dan ook beschouwd. De gevraagde berekeningen zijn wel op hoofdlijnen, passend bij deze fase van visievorming. Opmerking 4: In de referentie missen wij de ontwikkeling van het landschap, de scheggen, volledig. Wat is bijvoorbeeld het beeld van de ontwikkeling van de Amstelscheg in de referentie?

9

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid

Versie en eventueel versienummer 21 december 2021

Nota van Beantwoording Zienswijzen

Antwoord 4 In het ontwerp-Omgevingsrapport wordt aandacht besteed aan het landschap en de scheggen in de leefomgevingsfoto van Amsterdam bij de kernwaarden natuurlijk, ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid. De ontwerp-Omgevingsvisie geeft het belang aan van het ontwikkelen van een toekomstbestendig landschap en heeft per scheg hier als aanzet een koers voor omschreven. Samen met u werken we in het Ontwikkelperspectief Amstelscheg aan een gezamenlijk beeld voor de verdere ontwikkeling. Opmerking 5: Bij Stad rond het centrum- Er wordt gesproken over investeren in de koppen van de Scheggen, hoe past dit in totaal beeld op de (ontwikkeling van) de Scheggen? Antwoord 5: In dit alternatief wordt het accent gelegd op investeren in de koppen van de Scheggen. In de andere alternatieven worden andere accenten gelegd ten aanzien van investeringen in het landschap en de scheggen. Dit is een modelmatige keuze om de verschillen in beeld te krijgen bij de verschillende verstedelijkingsalternatieven. In het voorkeursmodel geven we een koers aan voor de hele scheg.

Opmerking 6: Bij Stad rond het centrum- De A10 wordt in dit alternatief gedeeltelijk afgewaardeerd, wat heeft dat voor gevolgen voor overige stromen en kan de regionale infrastructuur dit aan? Antwoord 6: In het alternatief Stad rond het Centrum wordt niet zozeer afgewaardeerd, maar geherpostioneerd, hier wordt een andere, meer stedelijke, functie van de A10 voorgesteld. De effecten hiervan zijn bij dit alternatief in het ontwerp-Omgevingseffectrapport op hoofdlijnen beschreven. Opmerking 7: Bij Stad rond het Centrum - Hubs voor overstap van auto op stedelijk OV komen aan de randen van de agglomeratie te liggen, mogelijk zelfs in gemeenten om Amsterdam, vindt hier overleg over plaats met de buurgemeenten? Wat vraagt dit voor investeringen in (regionaal) OV? Antwoord 7: Het ontwikkelen van dergelijke hubs zal samen met de buurgemeenten worden opgepakt, sinds kort is hier een project voor opgestart. In zo’n vervolgtraject kunnen ook de bijbehorende investeringen in (regionaal) ov worden onderzocht. Opmerking 8 Bij Stad rond het Centrum - Er wordt gesproken over investeringen in Amsterdamse Bos en Amstelscheg en het ontwikkelen hiervan tot Metropolitane Landschapsparken. Graag

10

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid

Versie en eventueel versienummer 21 december 2021

Nota van Beantwoording Zienswijzen

dit nauw afstemmen met lopende processen als Bosplan Amsterdamse Bos en Ontwikkelperspectief Amstelscheg waar Amstelveen en Amsterdam in samenwerken. Antwoord 8: Wij hechten ook aan een goede samenwerking op dit vlak en zullen eventuele investeringen in Amsterdamse Bos en de Amstelscheg net als bij de door u beschreven lopende processen nauw afstemmen. Opmerking 9: Stad aan het water - Er wordt gekozen om vooral in te zetten op investeren in scheggen aan de noordkant van Amsterdam. Wat heeft dat voor gevolgen voor de zuidkant, bijvoorbeeld de Amstelscheg? Antwoord 9: Zie antwoord 5. In de ontwerp-Omgevingsvisie zetten we in op investeringen in alle scheggen. Opmerking 10: Stad aan het landschap en spoor - Dit alternatief heeft de meeste consequenties voor Amstelveen. Er wordt in dit alternatief gesproken over het verbinden van de landschappen in en om Amsterdam en deze met behoud van kwaliteit geheel geschikt te maken voor intensieve stedelijke recreatie. Voor de Amstelscheg hebben wij hier andere beelden over, dit wordt onderdeel van overleg. Antwoord 10: Wij gaan samen met u en de gemeente Ouder-Amstel in het Ontwikkelperspectief Amstelscheg onderzoeken hoe invulling te geven aan de toekomst van de Amstelscheg.

Opmerking 11: Stad aan het landschap en spoor - In dit alternatief is sprake van verschuiving van de hindercontouren van Schiphol en wordt gesproken over mogelijke ruimte voor woningbouwplannen in bijvoorbeeld Amstelveen. Hier denken wij uiteraard graag over mee. Antwoord 11: Wij gaan hier graag het gesprek met u over aan. Opmerking 12: Qua mobiliteit is er sprake van afwaardering van de A10 tot primair binnenstedelijke verdeelring. Dit vraagt om andere routes voor regionaal verkeer en gaat grote consequenties hebben voor de A9 (als tweede ring) en mogelijk zelfs de N201 (als derde ring). Graag dit in de OER uitgebreid beoordelen. Antwoord 11:

11

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid

Versie en eventueel versienummer 21 december 2021

Nota van Beantwoording Zienswijzen

In het alternatief Stad aan het Landschap en Spoor wordt niet zozeer afgewaardeerd als wel geherpositioneerd, hier wordt een andere, meer stedelijke, functie van de A10 voorgesteld. De effecten hiervan zijn bij dit alternatief in het ontwerpOmgevingseffectrapport op hoofdlijnen beschreven. Opmerking 13 Er is sprake van HOV-verbindingen langs het spoor, langs de A2, A10 en A4. Voor een robuust netwerk is in dit alternatief ook een goede HOV-verbinding over/langs de A9 noodzakelijk. Graag dit ook meenemen. Antwoord 13: De verschillende alternatieven benadrukken steeds een bepaald aspect van mogelijke ontwikkelingen. In het alternatief Stad aan het landschap en spoor is veel nadruk gelegd op radiale HOV-lijnen. Dat neemt niet weg dat de HOV-verbinding over/langs de A9 inderdaad ook van groot belang is. We hebben dit in het alternatief niet aangepast, maar wel meegenomen in de visiekaart van de ontwerp-Omgevingsvisie.

2.4 Gemeente Ouder-Amstel Opmerking 1: Voor Amstel Business Park Zuid en De Nieuwe Kern zijn afspraken over ruimtelijk beleid. Dit moet uitgangspunt zijn. Verschillende kaartjes suggereren iets anders. Ook laatste stand van zaken van volkstuinen kloppen niet. Antwoord 1: We hebben met u een prettig gesprek gevoerd over uw kijk op de Omgevingsvisie Amsterdam2050. Wij waarderen de door u getoonde betrokkenheid en samenwerking. Het klopt dan in de alternatieven de grenzen van Amstel Business Park Zuid, De Nieuwe Kern en de volkstuinen niet correct waren weergegeven. Omdat wij er niet vanuit gaan dat dit van invloed zal zijn op de uitkomsten van de Omgevingseffectrapportage passen wij dit voor de alternatieven niet aan, maar voor vervolgkaarten in de ontwerp-Omgevingsvisie, zoals de visiekaart, wordt uitgaan van het door u gemaakte ruimtelijk beleid. Opmerking 2: De gemeente Ouder-Amstel ziet mogelijkheden voor een beperkte aanpassing, mits er rekening wordt gehouden met de culturele en historische functie van de Amstelscheg. De ontwikkeling tot een metropolitaan landschapspark, met een stevige recreatieve functie sluit niet aan bij onze visie hierop en ligt niet in lijn met de bestuurlijke overleggen die hierover plaatsgevonden hebben in het, recent opnieuw opgestarte, bestuurlijk overleg Amstelscheg.

De gemeente Ouder-Amstel ziet zeker dat met de komst van DNK de inwoners in deze regio meer gebruik gaan maken van de recreatieve mogelijkheden van

12

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid

Versie en eventueel versienummer 21 december 2021

Nota van Beantwoording Zienswijzen

de Amstelscheg. Daarom stellen wij voor dat wij gezamenlijk nader onderzoek doen, hoe de culturele waarde van de Amstelscheg behouden, dan wel versterkt kan worden voor zowel de natuur als de historische functies van de Amstelscheg. Antwoord 2: In ons gesprek kwam naar voren dat de term “metropolitaan” landschapspark’ een verkeerde associatie oproept. Wij zullen in de Omgevingsvisie Amsterdam2050 daarom deze term laten vallen en daarvoor in de plaats spreken van een ‘landschapspark’. Amsterdam gaat samen met u in het Ontwikkelperspectief Amstelscheg onderzoeken hoe invulling te geven aan dit begrip en de toekomst van de Amstelscheg. Opmerking 3: Ook stelt u bij 1 van de 3 strategische opties dat de barrièrewerking van de Rijkswegen moet verdwijnen met als doel de landschappen goed te verbinden met de aanliggende ontwikkelgebieden en achterliggende woonlobben. Met behoud van de landschappelijke kwaliteit moeten deze geschikt gemaakt worden voor intensieve stedelijke recreatie. De vraag is echter hoe dit zich verhoudt tot de (natuur)waarde van het betreffende landschap. Wij stellen voor dit mee te nemen in het genoemde onderzoek. Antwoord 3: In ons gesprek kwam naar voren dat u eerder denkt aan verbreding van de recreatie, dan aan intensivering.

In het Ontwikkelperspectief Amstelscheg zullen we met alle betrokkenen samen onderzoeken wat de gewenste toekomst voor de Amstelscheg is en hoe om te gaan met de extra recreatieve druk die door de woningbouw in de Nieuwe Kern en Amstel III ontstaat.

2.5 Gemeente Diemen Opmerking 1: Gemeente Diemen uit verbazing op de vele voorstellen in de tekst en op de kaartbeelden van de Verstedelijkingsalternatieven in hoofdstuk 4 die betrekking hebben op het grondgebied van de buurgemeenten. Voorstellen waarover, voor zover ze betrekking hebben op Diemen, in veel gevallen geen overleg heeft plaatsgevonden met ons. Voor de gemeente Diemen betreft het onder andere:  De aanleg van een sneltram dwars door Diemen Zuid en het omklappen van de Gaasperplaslijn langs het spoor naar Weesp;  Het verplaatsen van het centraal gelegen station Diemen naar een perifere, vanuit Diemen onbereikbare overstaplocatie tussen Al en spoorlijnen;  Het verdichten van de woonwijken Diemen Noord en/of Diemen Centrum  Het verstedelijken van het Vattenfall terrein waarbij onduidelijk is waar de elektriciteitscentrales, verdeelstations en hoogspanningsverbindingen dan blijven;  Het transformeren van bedrijventerreinen in Diemen

13

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid

Versie en eventueel versienummer 21 december 2021

Nota van Beantwoording Zienswijzen

 Het verstedelijken van een aanzienlijk deel van het Diemerbos. De Omgevingsvisie Amsterdam heeft helemaal geen zeggenschap over het grondgebied van de buurgemeenten. Er is ook geen besluit genomen om een intergemeentelijke Omgevingsvisie te maken. Diemen vindt het dan ook juridisch en bestuurlijk onjuist dat voorstellen met deze reikwijdte en dit detailniveau op het grondgebied van Diemen toch zijn opgenomen in de drie door u geformuleerde verstedelijkings-alternatieven. Diemen verzoekt daarom om deze onderdelen op het grondgebied van Diemen uit de verstedelijkingsalternatieven te halen en ook niet meer terug te laten komen in de nieuwe Omgevingsvisie Amsterdam. Antwoord 1: Ondertussen hebben we met u een prettig gesprek gevoerd over uw kijk op de Omgevingsvisie Amsterdam2050. Wij waarderen de door u getoonde betrokkenheid en samenwerking. Wij onderschrijven uw notie dat Amsterdam geen zeggenschap heeft over het grondgebied van buurgemeenten. De Nota Reikwijdte en Detailniveau heeft in de alternatieven een samenhangend beeld willen schetsen voor de gehele agglomeratie, waarbij we er ons van bewust zijn dat de Omgevingsvisie enkel bindend is voor de gemeente zelf en de getekende alternatieven buiten het gemeentelijk grondgebied niet meer zijn dan de doorredenering van die alternatieven.

Wij hebben dit gedaan omdat wij het belang van samenwerking en samenhang in de agglomeratie willen benadrukken. Wij begrijpen echter uw bezwaren hiertegen. De verstedelijking in de Diemerscheg hebben wij uit het alternatief stad aan het landschap en spoor verwijderd. De overige suggesties die wij op Diemens grondgebied hebben getekend, en uw bezwaar hiertegen, hebben wij met u besproken. Omdat de alternatieven onderzoeksmodellen zijn, passen we ze daarop niet meer aan. Voor het voorkeursalternatief en de visiekaart van de ontwerp-Omgevingsvisie, hebben we met u afgestemd wat er voor het grondgebied van Diemen kan worden ingetekend. Uw bezwaren over getekende maatregelen en ontwikkelingen in de verschillende alternatieven zijn daarnaast waardevolle input voor de regionale effecten in het ontwerp-Omgevingseffectrapport. Opmerking 2: Voor wat betreft de Diemerscheg verzoekt Diemen om in alle alternatieven aan te sluiten op het Ontwikkelperspectief Diemerscheg, die recent is opgesteld en ook al naar buiten is gebracht. Het Ontwikkelperspectief Diemerscheg is opgesteld in nauw overleg tussen de betrokken partijen waaronder de gemeenten Amsterdam en Diemen. Daarbij wordt ingezet op natuur, recreatie, klimaatadaptatie en duurzaam energieopwekking. Antwoord 2: Zie antwoord 1. De verstedelijking van de Diemerscheg is uit het alternatief ‘Stad aan het landschap en spoor’ verwijderd.

In de visiekaart van de Ontwerp-Omgevingsvisie gaan wij uit van het Ontwikkelperspectief Diemerscheg. Opmerking 3:

14

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid

Versie en eventueel versienummer 21 december 2021

Nota van Beantwoording Zienswijzen

Ten aanzien van een mogelijke railverbinding tussen Diemen Zuid, IJburg en Almere (de IJmeerlijn) merkt Diemen op dat op basis van de RRAAM-verkenning uit 2012 wordt uitgegaan van een aansluiting bij NS-metrostation Diemen Zuid met mogelijk een extra station ter hoogte van de Muiderstraatweg bij het eindpunt van tramlijn 19. Dit station biedt dan een goede overstap richting het centrum van Diemen en Amsterdam. Een overstapstation tussen Al en spoor heeft geen enkele meerwaarde voor Diemen en vormt een serieuze bedreiging voor het centraal gelegen station Diemen. Dit station heeft een cruciale functie voor heel Diemen Centrum en Diemen Noord (in combinatie met buslijn 44). Door de aanleg van een spooronderdoorgang wordt binnenkort een zeer forse kwaliteitsverbetering gerealiseerd bij station Diemen. Antwoord 3: Het door u genoemde station is niet opgenomen in het Voorkeursalternatief van het ontwerp-Omgevingseffectrapport en de ontwerp-Omgevingsvisie. De effecten worden nog wel kort beschreven in beoordeling van de alternatieven. Opmerking 4: Voor de Gooiseweg ziet Diemen met gemeente Amsterdam mogelijkheden tot afwaarderen naar 50 km/uur en verdichting langs deze radiaal. In het recente agglomeratieoverleg (Amsterdam en buurgemeenten) kwam dit als een interessante gemeentegrens overschrijdende ontwikkeling naar voren.

De transformatie van Holland Park met ruim 5.000 woningen vormt hierin een belangrijke stap. Antwoord 4: Wij zijn blij dat u dezelfde kansen ziet in het afwaarderen van de Gooiseweg en dat we hierin voor het vervolg gezamenlijk kunnen optrekken. Opmerking 5: Ten slotte is er al geruime tijd overleg met de gemeente Amsterdam over een HOV verbinding tussen IJburg en Weesp via Diemen. Deze verbinding biedt de mogelijkheid om een sluiproute langs de Al te doen verdwijnen. Antwoord 5: Klopt, deze verbinding hebben we opgenomen in de visiekaart van de ontwerpOmgevingsvisie.

2.6 Regio Gooi en Vechtstreek Opmerking 1: Regio Gooi en Vechtstreek mist ambities voor het landschap buiten de stad. Bij scheggen wordt primair geredeneerd vanuit recreatieve functie voor de stad. Zelfstandige landschappelijke opgaven, als bodemdaling, impact energietransitie en klimaatverandering vragen ook om keuzes.

15

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid

Versie en eventueel versienummer 21 december 2021

Nota van Beantwoording Zienswijzen

Antwoord 1: Amsterdam onderschrijft het belang van het landschap buiten de stad en grote opgaven hierin zoals bodemdaling, de impact van de energietransitie en de klimaatverandering. Daarom is een van haar uitgangspunten bouwen binnen bestaande grenzen, en werkt zij in diverse trajecten samen met de regio aan strategieën om deze opgaven op te pakken, denk aan het MRA-traject voor landschap. Opmerking 2: In de concepten ´stad aan het water´ en ´stad aan het landschap´ wordt gerefereerd aan Almere. Er wordt echter nergens genoemd dat hier een IJmeerverbinding bij hoort. Wij raden aan om het al dan niet aanleggen van deze verbinding, en de wijze waarop, mee te nemen in de OER. Wij verwijzen ook naar het lopende MIRT onderzoek Bay Area, waar dit ook wordt onderzocht. Voor het IJmeer als waterpark en voor het Ov-systeem in de stad en de regio heeft deze verbinding grote invloed. Voor onze regio is overigens alleen een ondergrondse IJmeerverbinding bespreekbaar, wij hopen dat Amsterdam dit standpunt deelt. Antwoord 2: Regionale samenhang van ontwikkellocaties binnen de Metropoolregio Amsterdam en de daar bijhorende infrastructuur, zoals de IJmeerlijn, is onderwerp van gesprek in regionale trajecten, zoals het project Handelingsperspectief MRA Oostflank 2020-2030 en de regionale Verstedelijkingsstrategie.

Mede doordat de trajecten parallel lopen, zullen de uitkomsten van dit traject niet geheel in de ontwerp-Omgevingsvisie Amsterdam kunnen landen. De mogelijkheid van een IJmeerlijn zoals is vastgelegd in de RRAAM-afspraken is als zodanig ook opgenomen in de ontwerp-Omgevingsvisie en is meegenomen in het ontwerp-Omgevingseffectrapport. Opmerking 3: Aangeraden wordt om Weesp alvast mee te nemen in OVA, hoewel het zuiver is dat dit nog niet wordt gedaan, is het goed gezien de impact en opgaven goed om grondgebied Weesp te betrekken in OER. Indien Weesp niet kan worden meegenomen, is het beste alternatief om Weesp mee te nemen als studiegebied. Dit geldt ook voor “regio Gooi en Vecht” voor mobiliteit en (zicht op) energiewinning. Ook gezien betekenis van regio voor recreant uit Amsterdam. Antwoord 3 Bij de start van de Omgevingsvisie is met Weesp besproken of en hoe zij mee willen worden genomen in de Amsterdamse Omgevingsvisie. Het bestuur van Weesp heeft ervoor gekozen om voor het grondgebied van Weesp een eigen Omgevingsvisie op te stellen. In het OER wordt Weesp daarom niet apart benoemd en qua effecten beschreven. De regionale effecten van de keuzes in de ontwerp-Omgevingsvisie zijn op hoofdlijnen beschreven in de ontwerp-Omgevingseffectrapportage.

16

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid

Versie en eventueel versienummer 21 december 2021

Nota van Beantwoording Zienswijzen

2.7 Port of Amsterdam Opmerking 1: Haven en stad zijn verbonden in opgaves. De haven van Amsterdam levert een belangrijke bijdrage aan A’damse, regionale en nationale opgaven. Bijv. voor energietransitie, circulaire economie en werkgelegenheid. Tevens biedt het plaats aan vitale functies. Dit maakt dat haven en stad samen moeten optrekken. Port of Amsterdam ziet bovengenoemde bijdrage nog niet terug in NRD/verstedelijkingsalternatieven. De rol van de haven van Amsterdam moet beter terugkomen in de NRD. Antwoord 1: De gemeente Amsterdam ziet ook de grote betekenis van de haven van Amsterdam. Zoals u weet hebben wij onlangs de Gemeentelijke Visie Haven vastgesteld. De Gemeentelijke Visie Haven benoemt en beschrijft vijf publieke belangen die voor de gemeente leidend zijn in haar keuzes en samenwerking met het Havenbedrijf van Amsterdam. Deze belangen hebben wij ook opgenomen in de ontwerpOmgevingsvisie. Wij hebben de Nota Reikwijdte en Detailniveau niet meer aangepast. We besteden wel veel aandacht aan de betekenis van de haven voor Amsterdam, de regio en Nederland in de ontwerp-Omgevingsvisie en daarmee ook in de ontwerp-OER. Met name op het gebied van werkgelegenheid, energietransitie en circulaire economie. In de ontwerp-OER komt de rol van de haven voor de economische vitaliteit en de ambities die zij heeft op het gebied van energie en circulariteit aan bod.

Tevens brengt het op hoofdlijnen de impact van de verstedelijkingsalternatieven voor de haven in beeld. Opmerking 2: In de alternatieven moet rekening gehouden worden met de benodigde (milieu)ruimte voor industriële activiteiten in de haven, de energietransitie en circulaire ambities. Zoals productie, opslag en overslag van waterstof en biobrandstoffen. Ook beperkt het situeren van woon-werkmilieus en recreatieve functies de ontwikkelruimte van de haven op dit gebied. De verstedelijkingsalternatieven stad aan het water en stad aan het landschap en spoor hebben aanzienlijke impact op de haven. Net als het standpunt van de gemeente dat de A10 niet de grens tussen haven en stad is. De koers van beide alternatieven maakt dat de haven minder ruimte krijgt, hiermee komen economische en duurzaamheidsambities van haven en stad onder druk. Dit moet worden meegenomen in de afweging. Ook wordt aandacht gevraagd voor een regionaal afwegingskader op het gebied van energietransitie, waarbij rekening wordt gehouden met de regionale scope van de duurzaamheidsopgave. Antwoord 2: In de ontwerp-Omgevingsvisie en de ontwerp-Omgevingseffectrapportage wordt rekening gehouden met de benodigde (milieu)ruimte voor de industriële activiteiten in de

17

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid

Versie en eventueel versienummer 21 december 2021

Nota van Beantwoording Zienswijzen

haven. Overwogen wordt dat direct ten oosten van Westpoort de komende decennia Haven-Stad als grote gemengde woonwerkwijk wordt ontwikkeld. De A10 is de toekomstige oostelijke grens van Westpoort, zodat de Coen- en Vlothaven als transformatiegebied kunnen worden verbijzonderd, conform de Transformatiestrategie uit 2009 en de Visie Noordzeekanaalgebied 2040. Deze A10-grens wordt in deze Omgevingsvisie bevestigd. Voorgesteld wordt om de milieuruimte in Westpoort in de toekomst nader te zoneren. Het idee is dat er in de toekomst in het westelijk deel meer milieuruimte ontstaat en dat in het oostelijk deel meer rekening gehouden wordt met de stedelijke functies in de omgeving. Andersom moet de ontwikkeling van Haven-Stad rekening houden met de activiteiten in het havengebied. In de ontwerp-Omgevingseffectrapportage hebben we vastgehouden aan de 3 verstedelijkingsalternatieven voor de groei van Amsterdam. In de alternatieven zijn groeivarianten voor de haven niet meegenomen. Wel wordt in de ontwerpOmgevingseffectrapportage voor de drie alternatieven en het uiteindelijke voorkeursalternatief gekeken wat de effecten op hoofdlijnen zijn op de haven. Opmerking 3: De transportfunctie van de haven verdient ook plek in de alternatieven, aangezien zij ook ruimte vraagt.

Antwoord 3: Zie antwoord 2 en aanvullend daarop, de transportfunctie wordt in de ontwerpOmgevingsvisie en de Havenvisie beschreven en onderschreven als een belangrijke functie van de haven. Opmerking 4: De Port of Amsterdam is gestart met het in kaart brengen van de (ruimtelijke) impact van de energietransitie en de circulaire economie. De Port of Amsterdam deelt dit graag ten bate van verdere uitwerking van alternatieven. Antwoord 4: Wij waarderen het dat we gebruik hebben kunnen maken van uw bevindingen ten aanzien van de ruimtelijke impact van de energietransitie en de circulaire economie. De eerste bevindingen zijn beschreven in het ontwerp-Omgevingseffectrapport. Opmerking 5: Pag. 9: reactie Amsterdam op Concept-Novi: Het Rijk stelt in de ontwerp-NOVI dat in 2050 het grootste deel van de verplaatsingen per auto zal gebeuren. Het streven in de Amsterdamse regio is het terugdringen van de rol van de auto en meer ruimte voor vervoer over (inter)nationaal en regionaal spoor. Wij hopen op ondersteuning van het Rijk daarbij. Port of Amsterdam meent dat scheepvaart hier ook in genoemd dient te worden Antwoord 5

18

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid

Versie en eventueel versienummer 21 december 2021

Nota van Beantwoording Zienswijzen

Wij onderschrijven het belang van scheepvaart, zoals tot uiting komt in Gemeentelijke Visie Haven en de ontwerp-Omgevingsvisie. Onze reactie op de concept-NOVI kan hier niet meer op worden aangepast. Opmerking 7: Pag. 13: Pijler Economisch vitaal en circulair • Port of Amsterdam zou graag zien dat de haven in deze pijler genoemd wordt als het belangrijkste industriegebied van de stad en vierde haven van Europa. Antwoord 7: In de Gemeentelijke Visie Haven en ontwerp-Omgevingsvisie, alsmede in de ontwerpOmgevingseffectrapportage, wordt het belang van haven als zodanig benoemd en onderschreven. Opmerking 8: Pag. 15: In een economie die transformeert naar een kennis- en netwerkeconomie werkt die menging als een magneet op bedrijven en ondernemers. • Port of Amsterdam meent dat niet alle bedrijven floreren bij functiemenging. De industrie in de haven is vaak moeilijk mengbaar met andere functies vanwege externe veiligheidscontouren en impact op geur, geluid en luchtkwaliteit. Antwoord 8: Wij onderkennen dat niet alle bedrijven kunnen floreren bij functiemenging. Om deze reden kiest de gemeente met de haven ook voor het behoud van het havengebied ten westen van de A10 met de opgave om dit in de toekomst te zoneren zoals aangegeven in antwoord 2. Opmerking 9: Pag.

15: Er is een tweede cruiseterminal voorzien in de Coenhaven, en uitbreiding van de haven in de Houtrakpolder en Wijkermeer wordt onderzocht. • Wijkermeer is afgeschreven als reserveringsgebied in de visie 2040. Antwoord 9: Wij kunnen de NRD hier niet meer op aanpassen, maar zullen dit in het vervolg meenemen. Opmerking 10: Pag. 16: Dit brengt een grote vraag naar ruimte met zich mee, die op veel plaatsen leidt tot de noodzaak functies te mengen en verder te intensiveren. Ook worden de afwegingen scherper die gemaakt moeten worden bij de verdeling van de beschikbare ruimte. • Port of Amsterdam vraagt aandacht voor het feit dat (haven)industrie in veel gevallen moeilijk tot niet mengbaar is met andere functies. Antwoord 10: Zie antwoord 2 en 8

19

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid

Versie en eventueel versienummer 21 december 2021

Nota van Beantwoording Zienswijzen

Opmerking 11: Pag. 20: De hindercontouren van Schiphol en de haven moeten krimpen om meer woningbouw in westelijke corridors mogelijk te maken. • Port of Amsterdam zou graag een verduidelijking zien van de definitie van hindercontouren. Port of Amsterdam herkent zich ook niet het beeld dat milieuruimte en externe veiligheidscontouren moeten krimpen om woningbouw te faciliteren. Antwoord 11: In antwoord 3. wordt omschreven hoe in de ontwerp-Omgevingsvisie en de ontwerpOmgevingseffectrapportage rekening wordt gehouden met de benodigde (milieu)ruimte voor de industriële activiteiten in de haven. Opmerking 12: Pag. 23: Port of Amsterdam zou graag hier de bijdrage willen zien die de haven speelt in de Amsterdamse economie, de energietransitie en de overgang naar een circulaire economie, zoals is onderkend in de Amsterdamse bedrijvenstrategie en de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal. Antwoord 12: Wij kunnen de NRD hier niet meer oppassen, maar hebben dit meegenomen in de ontwerp-Omgevingsvisie en de ontwerp-Omgevingseffectrapportage. Opmerking 13: Pag. 26: Port of Amsterdam zou graag de beschrijving van duurzame energie breder zien in de kernwaarde Klimaatneutraal. Waterstof en CO2 hergebruik spelen bijvoorbeeld een belangrijke rol in het klimaatneutraal maken van de stad en regio.

Antwoord 13: Bij de kernwaarde Klimaatneutraal gaan we uit van wat is opgenomen in de Routekaart energieneutraal, hierin is de haven en haar inzet op de energietransitie opgenomen. Opmerking 14: Pag. 27: Port of Amsterdam zou graag in de beschrijving Economisch Vitaal de rol van de haven en industrie zien terugkomen (de Amsterdamse haven is immers een industriegebied van provinciaal belang en de vierde haven van Europa) voor het functioneren van de stad. Ook vragen wij hier aandacht voor de rol van goederenvervoer. Antwoord 14: Wij hebben dit meegenomen in de ontwerp-Omgevingsvisie en de ontwerpOmgevingseffectrapportage.

2.8 Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties

20

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid

Versie en eventueel versienummer 21 december 2021

Nota van Beantwoording Zienswijzen

Opmerking 1: De Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties (AFWC) pleit er voor om zo snel mogelijk meer woningbouw realiseren: niet drie alternatieven, maar 1 strategie. Alternatieven komen ideaaltypisch en gekunsteld over, de urgentie wordt gemist. Niet of of, maar en en. Wij pleiten voor een strategie, waarbij de alternatieven worden beoordeeld op de aantallen woningen die kunnen worden gerealiseerd. Het gaat er dan om dat locaties worden aangewezen, waar op korte termijn de woningbouw kan starten. Antwoord 1: In de ontwerp-Omgevingseffectrapportage onderzoekt Amsterdam in de drie alternatieven de verschillende verstedelijkingsopties van Amsterdam in samenhang met de benodigde investeringen in infrastructuur en groen en de effecten die dit heeft op waarden als bereikbaarheid, inclusiviteit, leefbaarheid. De uitkomsten hiervan leveren bouwstenen om te komen tot een visie op de groei van de Amsterdam. Deze visie, met het voorkeursalternatief, bevat inderdaad elementen uit alle drie de alternatieven. Het is geen complete optelsom, maar neemt wel hoofdbestanddelen en ruimtelijke ambities over. Hoe belangrijk het ook is dat we woningen bouwen, het gaat niet alleen maar om woningen bouwen. We bouwen aan een stad.

Dat betekent dat we vaker dan tot nu toe moeten sturen op de totale functiemix, in plaats van woningen programmeren en de benodigde voorzieningen er pas daarna uit afleiden. Ook moeten we die mix vaker bezien op het niveau van de hele stad, in plaats van programmeren in losse projecten. Het uitgangspunt voor stadsontwikkeling wordt daarmee scherper: indien de complete voorzieningenstructuur niet kan worden gerealiseerd, dan kunnen ook de woningen niet worden gebouwd. Opmerking 2: Relatie met de Metropoolregio Amsterdam. De verstedelijkingsalternatieven hebben te weinig verwijzingen naar het metropolitane perspectief. De relatie met andere gemeenten in de regio kan beter worden ingevuld. Zo is er bijvoorbeeld geen verwijzing naar de relatie met de extra woningbouw in Almere (ook niet in het alternatief stad aan het water). De IJmeerlijn ontbreekt in de plannen en de Nieuwe Kern wordt niet genoemd. Ook missen wij het doortrekken van de metrolus van de Noord-Zuidlijn naar Purmerend en Zaanstad en het oude plan om de Purmermeer en de Wormermeer als woningbouwlocatie te ontwikkelen voor zo'n 50.000 woningen. Antwoord 2: Wij onderschrijven het belang van de verbinding met de regio en geven daar ruime aandacht aan in de ontwerp-Omgevingsvisie door onze visie te schetsen op zowel agglomeratieniveau als op de schaal van de metropoolregio.

Wel richten we ons met onze ontwerp-Omgevingsvisie en daarmee ook in de ontwerp-Omgevingseffectrapportage primair op de keuzes binnen onze gemeentegrenzen. Afstemming over woningbouwlocaties in de hele regio vindt plaats binnen de Metropoolregio Amsterdam (MRA).

21

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid

Versie en eventueel versienummer 21 december 2021

Nota van Beantwoording Zienswijzen

De Omgevingsvisie Amsterdam2050 heeft in de alternatieven een samenhangend beeld willen schetsen voor de gehele agglomeratie, waarbij we er ons van bewust zijn dat de Omgevingsvisie enkel bindend is voor de gemeente zelf en de getekende alternatieven buiten het gemeentelijk grondgebied niet meer zijn dan de doorredenering van die alternatieven. Wij hebben dit gedaan omdat wij het belang van samenwerking en samenhang in de agglomeratie willen benadrukken. Het voorkeursalternatief uit de ontwerp-Omgevingsvisie is beredeneerd vanuit de regionale context en een visie hierop. Dat geldt met name voor de koppeling van ontwikkelingen aan investeringen in regionale bereikbaarheid en investeren in landschap en klimaatadaptatie, en voor de keuze voor een meerkernige stad, aansluitend op een polycentrische metropoolregio. De IJmeerlijn is opgenomen in de ontwerpOmgevingsvisie. Dat geldt niet voor het doortrekken van de N/Z-lijn naar Purmerend. Naar Zaanstad agenderen we een afsplitsing van de Oostlijn-Ringlijn via de Coen- en Vlothavens. Opmerking 3: Bereikbaarheid en mobiliteit zijn essentieel, OV en fietsverbindingen op MRA-schaal cruciaal. Bij de alternatieven dreigt dit naar achtergrond te verdwijnen. Alleen alternatief drie, Stad aan het landschap en spoor, heeft een ov-systeem dat stad en regio verknoopt. De Oost-westlijn moet overal terugkomen. I.p.v.

Sixhaven lijkt Buiksloterplein een betere optie voor werken rond knooppunten. Antwoord 3: Zie antwoord bij 1. Buikslotermeerplein ontwikkelt zich volgens de ontwerp-Omgevingsvisie tot stedelijk centrum, met wonen, werken, retail en grootstedelijke voorzieningen. Het wordt geen grootschalige werklocatie. Deze locaties zijn geconcentreerd rond ov-knopen met een sterke regionale en nationale betekenis. In de praktijk zijn dat vooral de intercitystations. Voor Sixhaven houden we de opties open van een parkontwikkeling of om hier op termijn een metrostation met eventueel gemengde bebouwing te ontwikkelen. Opmerking 4: Inclusiviteit als drager. Inclusiviteit en betaalbaar wordt onderschreven. AFWC ziet graag extra inzet op Nieuw West, Zuidoost en Noord. Hier liggen kansen. Hoe creëert de gemeente kansen voor de bouw van sociale huurwoningen door woningcorporaties in de verschillende scenario's? Hoe kijkt de gemeente aan tegen de segregatie in de stad en de toenemende concentratie van lage inkomensgroepen en kwetsbare bewoners in bepaalde delen van de stad, in het bijzonder delen van Nieuw West, Zuidoost en Noord? Zou de omgevingsvisie niet expliciet moeten benoemen dat de stad zich richt op het verbeteren van deze gebieden buiten de ring. Dat kan door nieuwe centra te creëren en door grootstedelijke voorzieningen in deze gebieden te vestigen. Hier liggen kansen om

22

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid

Versie en eventueel versienummer 21 december 2021

Nota van Beantwoording Zienswijzen

transformatiegebieden en bestaande buurten aan elkaar te verbinden en middels verdichting gemengde buurten te realiseren. Antwoord 4: In de ontwerp-Omgevingsvisie is een van de vijf strategische keuzes dat Amsterdam inzet op een meerkernige ontwikkeling. Hierbij ontwikkelen de stadsdelen Nieuw-West, Noord en Zuidoost zich tot eigenstandige stedelijke centra binnen Amsterdam en de rest van de regio. Die ontwikkeling vindt plaats door de transformatie van werkgebieden en verdichting van de naoorlogse wijken, vooral langs nu nog drukke verkeersroutes. Door verdichting langs verkeersroutes ontstaat in de naoorlogse stad een netwerk van stadsstraten en stadslanen, die ontwikkelgebieden verbinden met bestaande buurten en de naoorlogse stad met de vooroorlogse stad. Bij de ontwikkeling tot stedelijke centra horen ook grootstedelijke voorzieningen. . Wij zien hier ook kansen voor meer diversiteit en een doorbreking van de ruimtelijke segregatie. De inzet bij verdichting van de naoorlogse stad is extra ruimte voor middeldure huurwoningen. Hierbij zoeken we graag de samenwerking met de corporaties, ook om nieuwe ontwikkelvormen te verkennen. Opmerking 5: Vraag: Wat is de relatie tussen de nu voorgestelde verstedelijkingsalternatieven en de bestaande Structuurvisie Amsterdam 2040? De alternatieven waren eerst bewegingen.

Voor wat betreft de resultaten Structuurvisie 2040: Waarom zijn infrastructurele doelstellingen niet behaald en hoe zorgt gemeente ervoor dat dit bij Omgevingsvisie Amsterdam 2050 wel gebeurt? Antwoord 5: De centrale ruimtelijke beweging in de Structuurvisie 2040 was de uitrol van het centrum. De groei van de stad geeft aanleiding tot een schaalsprong in het denken over de stad. Vandaar dat de centrale ruimtelijke keuze in de ontwerp-Omgevingsvisie de meerkernige ontwikkeling is. Minder sterk op het centrum gericht en meer op de naoorlogse stadsdelen, de samenhang binnen de agglomeratie en het spreiden van werkgelegenheid en voorzieningen naar regiokernen. Dit om een meer evenwichtige ontwikkeling van de stad en de regio te bewerkstelligen. Groeien binnen grenzen, rigoureus vergroenen, gezond en duurzaam bewegen en samen stadmaken zijn volgens ons onmisbare randvoorwaarden voor een geslaagde meerkernige ontwikkeling van Amsterdam. In hoofdstuk 1 van de ontwerp-Omgevingsvisie wordt ingegaan op het achterwege blijven van grote investeringen. Sinds de vorige crisis worden beperkingen in de manier waarop we de stad ontwikkelen zichtbaar. Vergeleken met twintig jaar geleden bouwen we woningen, kantoren en voorzieningen vooral in kleinere en onderling zeer verschillende projecten.

Onze huidige manier van projectmatig werken is niet ingericht om tussen al die kleine en grotere projecten op stedelijke samenhang en kwaliteit te sturen. Als tien kleinere projecten gezamenlijk om één grote infrastructuurinvestering vragen, wat is dan de centrale plek waar die investering geagendeerd wordt? Het op stedelijk niveau sturen

23

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid

Versie en eventueel versienummer 21 december 2021

Nota van Beantwoording Zienswijzen

op de stedenbouwkundige samenhang en kwaliteit van de stad en het op tijd agenderen van grote investeringen is daarmee belangrijker geworden. Opmerking 6: Verdichtingsmogelijkheden bestaande stad. AFWC ziet in alle scenario’s meer mogelijkheden voor verdichting, speciaal in naoorlogse wijken. Pleidooi voor een stofkamstudie, waarbij de verdichtingsmogelijkheden van veel gebieden gedetailleerd in kaart worden gebracht. Hierbij pleit AFWC voor vrijere interpretatie van de cultuurhistorische waarden. AFWC pleit voor een echte keuze voor verdichting in deze gebieden in het belang van een inclusieve en gemengde stad. Antwoord 6: Ook wij zien veel mogelijkheden voor verdichting binnen stad, en in het bijzonder de naoorlogse wijken. Het vertrekpunt bij deze verdichtingsopgave is de eigen cultuurhistorische identiteit en de erfgoedwaarde van de buurten. De verdichtingsopgave, waarbij verduurzaming en vernieuwing van de buurten wordt nagestreefd kan op gespannen voet gaan staat met de erfgoedwaarde van buurten. Het is van belang hierbij samenhang te behouden en niet hapsnap te gaan vernieuwen. Hierbij is het belangrijk dat de bestaande kwaliteiten versterkt worden en nieuwe kwaliteiten worden toegevoegd die tegemoet komen aan de wensen van huidige en nieuwe bewoners.

Opmerking 7: Hoe ziet de gemeente sturing op buurt- en wijkniveau in verhouding tot verdichting van de bestaande stad in relatie tot cultuurhistorische waarde en bewonersparticipatie? Bij veel bewonersparticipatie ligt Stad aan het landschap en spoor meer voor de hand. Antwoord 7: Alleen ontwikkelen op maatschappelijk en politiek ‘veilige’ plekken leidt niet tot een evenwichtige stad. We zien verdichting van de naoorlogse wijken als onmisbaar voor het bereiken van onze ambities. We zoeken naar nieuwe ontwikkel- en samenwerkingsvormen en investeringen in kwaliteit van buurten om hiervoor draagvlak te verwerven bij zittende bewoners. Opmerking 8: Geeft de omgevingsvisie een beeld van de te realiseren woonmilieus? Verdichting leidt vaak tot kleinere woningen. Gezinnen vinden dan vooral woningen buiten de stad. Wat is de visie hierop van de gemeente? Antwoord 8: Een belangrijk streven bij de verdichting en vernieuwing van buurten is het vergroten van de diversiteit in woningtypen in de verschillende buurten. Van belang hierbij is dat bewoners binnen de verschillende buurten een wooncarrière moeten kunnen maken. De ontwerp-Omgevingsvisie onderscheidt verschillende buurt-typologieën. Hoewel het voor de hand ligt om in de meer luwe typen meer gezinswoningen te bouwen en in de

24

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid

Versie en eventueel versienummer 21 december 2021

Nota van Beantwoording Zienswijzen

hoogstedelijke typen juist meer kleinere woningen, doen we hierover in de ontwerpOmgevingsvisie geen uitspraak. Opmerking 9: AFWC is voorstander van een mix van wonen-werken. De mix op gebouwniveau pakt niet altijd goed uit, dit kan ook per blok. Werkgebieden worden nu getransformeerd, terwijl ze ook intensiever benut moeten worden volgens Stad aan het water. Hoe ziet gemeente dat? Antwoord 9: In de ontwerp-Omgevingsvisie maken we duidelijke keuzen over waar en wanneer we bedrijventerreinen transformeren. Grootschalig werken in de vorm van kantoren wordt op blokniveau gemengd met wonen in hoogstedelijke buurttypologieën. Kleinschalig werken kan als plintfunctie ingepast worden in alle buurt-typologieën. Opmerking 10: Hoe denkt gemeente om te willen gaan met klimaatbestendigheid binnen bestaande stad? Antwoord 10: De strategische keuze rigoureus vergroenen gaat hier deels over. Minder verharding en meer groen in de openbare ruimte, groene daken op gebouwen enz. moeten helpen de stad klimaatbestendiger te maken. Dit kan alleen als we de inzetten op autoluw in de hele stad. Opmerking 119: Maak onderscheid in de visie tussen plannen die al worden uitgevoerd en gepland zijn en de echt nieuwe plannen. Nu staat het veel door elkaar heen. Wat is precies het groeiende verhaal? De Nota Reikwijdte en detailniveau is beknopt, AFWC mist het achterliggende verhaal en de onderbouwing.

En op welke wijze kan AFWC worden betrokken? Antwoord 119: In de ontwerp-Omgevingseffectrapportage wordt een beschrijving van de referentiesituatie gegeven, waarin het onderscheid is gemaakt tussen plannen die al worden uitgevoerd en nieuwe plannen. In de ontwerp-Omgevingsvisie wordt ruim aandacht besteed aan het achterliggende verhaal en de onderbouwing van de visie. Uw betrokkenheid wordt zeer op prijs gesteld, dit hebben we ook benut in de gesprekken.

2.9 TenneT Opmerking 1: Voor hoogspanningsinfrastructuren moet leveringszekerheid gegarandeerd zijn. TenneT is bij wet aangewezen als beheerder. Het verzoek is om medewerking binnen de

25

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid

Versie en eventueel versienummer 21 december 2021

Nota van Beantwoording Zienswijzen

gemeente Amsterdam om rekening te houden met de aanwezigheid van deze verbindingen in verordening of visie, en hierna in de doorwerking naar omgevingsplan. Bepaalde ontwikkelingen zullen van invloed zijn op leveringszekerheid en veiligheid van hoogspanningsverbindingen. TenneT vraagt aandacht voor haar hoogspanningsinfrastructuur bij verschillende situaties als de plaatsing van windturbines. Voorwaarden voor kleinschalige windturbines opnemen, het aanwijzen van vogelweidegebieden, het toestaan van zonnepanelen, het aanwijzen van waterretentiegebieden, het versterken/verhogen waterkeringen, bij het ontwikkelen en aanwijzen van natuurgebieden/Groen/NNN. Tevens geeft zij aan dat het belangrijk is dat initiatiefnemers van ontwikkelingen tijdig in gesprek gaan met TenneT en vraagt de gemeente om hierop te wijzen. Antwoord 1 Wij waarderen uw reactie en zullen, daar waar relevant, bij situaties zoals door u beschreven rekening houden met de randvoorwaarden zoals door u geschetst. Zoals ook bij de NRD wordt u bij ruimtelijke plannen en visies meegenomen in consultaties waardoor uw belang altijd goed geborgd en bewaakt kan worden.

2.10 Vattenfall Opmerking 1: De stad Amsterdam in het jaar 2050 lijkt voor de meeste mensen nog ver weg, maar de ambities van Vattenfall - naar een fossielvrije samenleving in één generatie - hebben een vergelijkbare horizon als de gemeentelijke Notitie. Wij zijn bezig met grote en langlopende investeringen in de benodigde, duurzame energieproductie en de groei van warmte-infrastructuur. De huidige investeringen hebben in 2050 nog een belangrijke functie bij de productie en levering van duurzame en betaalbare elektriciteit en warmte aan de Amsterdammers in de toekomstige nieuwbouw en reeds bestaande delen van de stad. Bij de uitrol van het warmtenet werken wij nauw samen met onze joint venturepartner AEB Amsterdam in Westpoort Warmte. Antwoord 1: De gemeente Amsterdam en Vattenfall delen de visie op een fossielvrije samenleving binnen een generatie. De gemeente heeft de klimaatambities uitgewerkt in verschillende documenten, waarvan de belangrijkste de Routekaart Klimaatneutraal en de Transitievisie warmte [TVW] de belangrijkste zijn. De gemeente heeft onlangs een miljoenenbedrag gereserveerd ten behoeve van de uitvoering. Het AEB speelt een belangrijke rol. De gemeente verwacht komende tijd een intensieve samenwerking met Vattenfall. Opmerking 2: Vattenfall heeft vorig jaar de kolencentrale op de Hemweg gesloten.

Op dit moment werken wij aan een visie om het Hemwegterrein in het komende decennium om te vormen tot een fossielvrije hub voor de productie en opslag van: elektriciteit, warmte en brandstoffen. Graag zouden wij de plannen voor een fossielvrije hub in relatie willen

26

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid

Versie en eventueel versienummer 21 december 2021

Nota van Beantwoording Zienswijzen

ontwikkelen met de plannen voor de woningen in het toekomstige Havenstad rondom onze locatie Hemweg. Antwoord 2: Haven-Stad ligt grotendeels binnen de A10 en rondom station Sloterdijk, en zal grootschalig worden ontwikkeld. In de eindsituatie zullen er 40.000 – 70.000 woningen en 45.000 – 58.000 arbeidsplaatsen gerealiseerd zijn. Kernwoorden zijn: hoogstedelijkheid, menging van wonen en werken, duurzaamheid, klimaatadaptie, economie, en mobiliteit. Het spreekt voor zich dat de gemeente hierover veel met Vattenfall in overleg zal gaan. Opmerking 3: In Diemen hebben wij op dit moment twee moderne gascentrales staan voor de productie van warmte en elektriciteit. Daarnaast staat er een warmtebuffer en wordt er gewerkt aan de ontwikkeling van een biomassacentrale, elektrische boilers en ontwikkeling van duurzame gassen in de centrales voor verdere verduurzaming van ons warmtenet in Amsterdam en Almere. Daarnaast wordt er onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om op Diemen geothermie of aardwarmte te ontwikkelen. Net zoals geldt voor de locatie Hemweg, willen wij graag de ontwikkelingen op en in de nabijheid van Diemen samen met de gemeenten Amsterdam en Diemen ontwikkelen en de investeringen vormgeven. Dit belang zouden wij graag in paragraaf 4.4 raakvlakken met de omgeving’ benoemd zien.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9958867/1