CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

A - 22 Jeugd(zorg) (10) 03 Onderzoeksrapport Preventieve jeugdhulp in Amster

RAAD 20 september 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van het rapport Preventieve jeugdhulp in Amsterdam van de rekenkamer, en de aanbevelingen overnemen VN2023-01834243.894 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

82

PREVENTIEVE JEUGDHULP IN AMSTERDAM - ONDERZOEKSRAPPORT Ontwikkeling betekenisvolle indicatoren al jaren op de agenda Het OKT heeft op dit moment geen indicatoren die zijn toegespitst op preventie door Stichting OKT en waarmee ze de (uitkomsten van) preventie inzichtelijk maakt en verantwoordt. Over de jaren zien we verschillende initiatieven en aankondigingen rondom het ontwikkelen van indicatoren (zie kader).CXCII Het OKT-management geeft aan dat het - in co-creatie met de gemeente - ontwikkelen van indicatoren al lang op de agenda staat, maar steeds niet van de grond komt. Dat komt, omdat er met de gemeente elke keer meer urgente zaken te bespreken zijn, zoals de wachttijden bij de specialistische jeugdhulp.

Het OKT geeft aan dat de gemeente hier ook niet aan toekomt.CXCIII Ook is het onderwerp bij het OKT intern lang niet als prioriteit benoemd door de veelheid aan ontwikkelingen die op het OKT afkomt.CXCIV164 Verschillende initiatieven voor ontwikkelen indicatoren In de 8-maandsrapportage van 2015 zien we dat het OKT zelf indicatoren ontwikkelde die op elk van de doelen, zoals vastgelegd in de samenwerkingsovereenkomst van destijds, laten zien in hoeverre “het OKT van toegevoegde waarde is voor jeugdigen en ouders”.CXCV Het OKT presenteerde een dashboard met een brede set van indicatoren zoals doelrealisatie, cliënttevredenheid, netwerkpartnertevredenheid en uitval, onder meer op preventie.CXCVI De jaarrapportages van 2015 en 2016 lijken langs de structuur van dit dashboard te zijn opgesteld.CXCVII Ook beoogde het OKT om met dit dashboard een leidraad te bieden voor interne monitorgesprekken.CXCVIII Bij navraag bleek het dashboard bij de huidige OKT-organisatie niet langer bekendCXCIX. Hieruit maken we op dat hier niet (meer) mee gewerkt wordt. In 2017 gaf het OKT aan indicatoren te willen ontwikkelen die betekenisvol zijn in het werk en “die iets zeggen over o.a. doelrealisatie, stelsel brede samenwerking, tevredenheid van jeugdigen en ouders, versterken van de pedagogische kracht van wijken, tevredenheid van netwerkpartners”.

Daarmee wilde men vanaf 2018 stapsgewijs rekenschap af gaan leggen aan de opdrachtgever, burgers en partners.CC (Bijdragen aan) de ontwikkeling van betekenisvolle indicatoren vormt vanaf 2019 verschillende keren onderdeel van de gemeentelijke opdracht aan het OKT (zie ook paragraaf 5.2.1). Structureel maar weinig diepgaand aandacht voor aanbod O&O in jaarrapportages In de jaarrapportages krijgen de preventieve activiteiten die voortkomen uit de preventieve opgave vanaf 2015 in elk jaar aandacht. Deze aandacht spitst zich vooral toe op de jaarprestaties op de eerste basistaak: het bereik van trainingen en

164 Het OKT onderstreept in haar reactie op het feitelijk wederhoor dat zij het belang hiervan inziet

en dat dit onderwerp in de veelheid en veranderende prioriteiten, minder hoog op de agenda stond. Zij vult aan inmiddels weer een vernieuwingsslag te hebben gemaakt in het interne proces met een aangepast format voor de wijkteamplannen en de interne prestatiedialooggesprekken. Nieuwe betekenisvolle indicatoren ziet het OKT als onderdeel van deze ontwikkeling. Bron: OKT Amsterdam, Reactie op feitelijk wederhoor, 23 mei 2023.

83

REKENKAMER METROPOOL AMSTERDAM themabijeenkomsten (gespecificeerd naar aantallen per doelgroep, type bijeenkomsten en deelnemers per stadsdeel) en op het percentage tijd dat professionals hebben besteed aan preventieve taken. De overige basistaken165 worden in de jaarrapportages niet concreet benoemd. De activiteiten die Stichting OKT heeft ondernomen op de jaarlijkse prioriteiten beschrijft het OKT per jaar beknopt en verhalend.CCI166 In de jaarrekeningen van Stichting OKT zien we geen specifieke aandacht voor preventie, afgezien van een inhoudelijke samenvatting van de taken en eventuele prioriteiten op preventie.CCII167 Naast cijfermatige aandacht voor (aantallen en bereik op) trainingen en themabijeenkomsten benoemt het OKT in de jaarrapportages ook of de resultaten meevallen of tegenvallenCCIII en draagt hiervoor verklaringen aan. Verklaringen zijn bij tegenvallende resultaten bijvoorbeeld de verbreding en verzwaring van de opdrachtCCIV en de werkdruk (die de afgelopen jaren groter is als gevolg van verzuim en verloop). Beide monden uit in druk op preventie. De lage bereikcijfers in 2020 en 2021 worden door het OKT ook verklaard door de invloed van de coronamaatregelen (zie kader).CCV In de jaarrapportages zien we geen achterliggende analyses bij de aangedragen verklaringen.

We signaleren dat een nadere ontleding van, of verdieping bij, de aangedragen verklaringen ontbreekt. Hierdoor kan niet worden geanalyseerd en verduidelijkt welke mechanismen mogelijk hebben bijgedragen aan de gerealiseerde resultaten. Zo is de verbreding van de opgave een veel genoemde reden van tegenvallende resultaten op het gebied van preventie, maar ontbreekt een systematische onderbouwing (om welke elementen gaat het precies, hoe zijn van invloed?). Dit geldt ook voor het geringe aanbod en bereik voor de categorie 12+. Het OKT geeft een reden aan (“Het is moeilijk om aanbod te realiseren”) maar een analyse van onderliggende factoren (wat maakt het voor OKA's zo lastig om aanbod te realiseren?), ontbreekt. Daarnaast zien we geen duiding van de bereikte resultaten, bijvoorbeeld in het licht van de populatie van de stadsdelen of in het licht van de gemeentelijke opdracht.

165 Dit zijn: ondersteuning bij opstellen perspectiefplan of familiegroepsplan; deskundig advies aan

personen en informele netwerken die al dan niet beroepsmatig, met jeugdigen werken; signaleren, vraagverheldering en basisdiagnostiek bij preventieve hulpvragen van de jeugdige en zijn ouders, en de samenwerking met andere partijen rond opvoed-, opgroei- en gezondheidsvragen van jeugdigen en/of hun ouders. 166 In aanvulling geeft het OKT in haar reactie op het feitelijk wederhoor aan dat in interne gesprekken met de teams, tussen teamleiders en directie altijd aandacht is voor de brede preventieve opgave. Bron: OKT Amsterdam, Reactie op feitelijk wederhoor, 25 mei, 2023. 167 In aanvulling hierop geeft het OKT aan dat in interne gesprekken met de teams, tussen teamleiders en directie altijd aandacht is voor de brede preventieve opgave. Bron: OKT Amsterdam, Reactie op feitelijk wederhoor, 25 mei 2023.

84

PREVENTIEVE JEUGDHULP IN AMSTERDAM - ONDERZOEKSRAPPORT Daarnaast zien we geen duiding van de bereikte resultaten, bijvoorbeeld in het licht van de populatie van de stadsdelen168 of in het licht van de gemeentelijke opdracht.169 In lijn met de door ons geconstateerde ontbrekende analyses en duiding constateerde AEF dat het OKT (evenals de gemeente) onvoldoende prioriteit heeft gegeven aan en capaciteit heeft vrijgemaakt om ondersteunende data te verzamelen en toegankelijk te maken en zodanig uit te stijgen boven het anekdotisch bespreken van voortgang.CCVI Organisatie preventief aanbod tijdens de coronapandemie De coronamaatregelen hebben onder andere gevolgen gehad voor de manier waarop het preventieve aanbod georganiseerd kon worden en daarmee op het aantal trainingen, cursussen en bijeenkomsten dat georganiseerd kon worden. Omdat scholen een langere periode dicht zijn geweest was het voor OKA’s moeilijk om contact met kinderen en leerkrachten te houden. Bijna alle laagdrempelige contacten vielen weg, ouders kwamen niet meer op school waardoor OKA’s geen contact meer hadden met ouders en er waren minder mensen ‘in de wijk’ waardoor problemen ophalen lastiger werd. Tegelijk heeft het online aanbod juist door de coronamaatregelen een ontwikkeling doorgemaakt.

Het OKT wil deze doorontwikkeling vasthouden, los van corona(maatregelen).CCVII Risicomanagement recent gestart, risico rondom preventie gesignaleerd In 2021 is Stichting OKT gestart met het in kaart brengen van risico’s. Waar relevant hebben risico’s een plek gekregen in de Jaarrapportage 2021.CCVIII In aanloop naar het jaarplan van 2023 is een risicoanalyse uitgevoerd op vier categorieën: de opdracht, financiën, kwaliteit en kwantiteit van medewerkers en de bedrijfsvoering. In het jaarplan van 2023 zien we voor het eerst een bijlage met een selectie van risico’s en bijbehorende beheersmaatregelen. Ten aanzien van preventie geeft Stichting OKT aan dat dit onder druk komt te staan doordat andersoortige problematiek voorrang krijgt. Beheersmaatregelen zijn de eerder genoemde 30%-tijdsbestedingsnorm, investeren in de basistrainingen preventie en het beter inzichtelijk maken wat het OKT binnen preventie doet.CCIX

168 Het is denkbaar dat de verschillen tussen stadsdelen in aantallen en aandelen deelnemers (zie

paragraaf 3.1.1) verklaard kunnen worden door het aandeel jeugdigen en aandeel kwetsbare jeugdigen in een stadsdeel. Het OKT geeft in de jaarrapportages het percentage jeugdigen (0-22 jaar) per stadsdeel weer, evenals het percentage meest kwetsbare jeugdigen (0-17 jaar). Deze percentages lijken voor bepaalde stadsdelen in lijn met het aandeel bereikte jeugdigen, zoals Nieuw-West met een hoog aandeel deelnemers én een grote populatie jeugdigen (22%) en kwetsbare jeugdigen (6,6% in 2021). Voor andere stadsdelen lijkt dat niet het geval. We zijn geen analyses tegengekomen die nader in beeld brengen in hoeverre verschillen tussen stadsdelen in verband gebracht kunnen worden met de populatie in het stadsdeel. 169 In haar reactie op de nota van bevindingen vult het OKT aan dat ze deze trends duidt en ook intern risico’s benoemt, maar niet vastlegt en (ter voorbereiding) opstuurt aan de gemeente. Ook duidt het OKT de cijfers samen met de gemeente ter voorbereiding op de prestatiedialoog en bestuursrapportage in ambtelijke werkgroepen/overleggen.

85

REKENKAMER METROPOOL AMSTERDAM Interne prestatiedialoog borgde aandacht voor preventie niet Binnen het OKT voeren de teamleiders een prestatiedialoog met de directie. Daarvóór is er een prestatiedialoog binnen het team. Hierbij worden per team prestaties en resultaten besproken, aan de hand van het opgestelde wijkteamplan.CCX Omdat de aandacht voor preventie in de wijkteamplannen tot 2023 niet was vastgelegd (zie paragraaf 3.3.4), zien we het risico dat preventieve activiteiten tot noch toe niet per definitie onderdeel vormden van de prestatiedialoog. Met het nieuwe format voor de wijkteamplannen wordt dit per 2023 mogelijk ondervangen.170

3.2.7

Preventie in werkwijzen van de teams

Coördinator trainingen ingesteld, vanaf 2022 geconcretiseerd Vanwege het werken volgens de generalistische basis (zie paragraaf 3.2.2) zijn er binnen de teams geen OKA’s die zich alleen met preventie bezig houden. Wel is er vanaf 2017 binnen ieder team een coördinator trainingen die zowel verantwoordelijkheid draagt voor de organisatie van de trainingen van het eigen team als voor het onderhouden van contacten rondom externe trainingen.171 In 2022 is voorgesteld om meer concrete afspraken te maken voor de werkzaamheden van de coördinatoren trainingen, gericht op de toeleiding naar en samenhang van het gehele preventieve basisaanbod, zowel van het Ouder- en Kindteam, als vanuit FPAJ-aanbieders en op het uitdragen van het gehele preventieve aanbod binnen de eigen teams.CCXI Daarnaast is er sinds 2022 een stedelijke coördinator trainingen die onder andere is belast met het creëren van overzicht rondom (op te leiden) trainers en het verder uitwerken en uitrollen van de adviezen uit de Notitie Preventieve basistrainingen.CCXII Weinig structurele uitwerking van preventieve opgave in instrumenten op teamniveau De gesprekken die wij in 2022 voerden met teamleiders duidden erop dat de preventieve opgave (op moment van de interviews) volgens hen - in ieder geval op papier - weinig structurele uitwerking kreeg binnen het sturings- en managementinstrumentarium.

Zo vroeg het management van het OKT de teamleiders tot 2023 niet om een structurele inbedding van preventie in wijkteamplannen,172 of om het behalen van concrete streefwaarden in het aantal te bereiken jeugdigen en ouders, het aantal te realiseren trainingen of tijdsbesteding aan preventie. Dit betekent overigens niet dat er door het OKT geen aandacht werd geschonken aan preventie in de uitvoeringspraktijk. Doordat binnen de teams tot aan 2022 geen vaste werkwijzen, afspraken en targets op schrift werden

170 In aanvulling hierop geeft het OKT in haar reactie op de nota van bevindingen aan dat in interne

gesprekken met de teams, tussen teamleiders en directie altijd aandacht is voor de brede preventieve opgave. 171 Ouder- en Kindteams Amsterdam, Jaarrapportage 2017: “In het najaar is in elk wijkteam een coördinator trainingen van start gegaan, die de toeleiding en de organisatie van zowel de eigen trainingen als de externe trainingen gaat verbeteren.” 172 De teams hebben de vrijheid om de wijkteamplannen, die jaarlijks per OKT worden vormgegeven, in te vullen naar behoefte en kenmerken van de wijk en prioriteiten die het team daarin zelf wilt leggen. In de praktijk krijgt preventie daar veelal wel een plek in, maar er is geen verplichting om aandacht te besteden aan preventie.

86

PREVENTIEVE JEUGDHULP IN AMSTERDAM - ONDERZOEKSRAPPORT gesteld ten aanzien van preventieve activiteiten, zijn diverse verrichte inspanningen voor ons echter lastig navolgbaar. Hetzelfde geldt richting de OKA’s: teamleiders gaven aan hun OKA’s geen richtlijnen mee over bijvoorbeeld het aantal uit te voeren trainingen of aantal te besteden uren.CCXIII De beperkte inkadering past bij het karakter van het preventieve werk, stelt Stichting OKT. Hierdoor hebben professionals de ruimte om zelf in te schatten en af te wegen hoe ze hun eigen tijd indelen, welke activiteiten of samenwerkingen ze inzetten en op welke manier ze dat doen (zie kader). Zo ontstaat in de invulling van het preventieve werk de ruimte om te doen wat het beste aansluit bij de betreffende situatie.CCXIV Tegelijkertijd levert een teamleider - en daarmee de organisatie als geheel - wel in op handvatten voor en mogelijkheden om te kunnen sturen op de uitvoering. Doen wat het beste aansluit in Wijkgerichte preventie Een groot deel van het preventieve werk ligt op scholen en in de wijk. Voor OKA's is het van belang om daar fysiek aanwezig te zijn, om te kijken wat er nodig is en om contacten op te bouwen en te onderhouden.

OKA’s geven aan dat contact leggen met de scholen en partijen in de wijk weliswaar op voorhand niet altijd heel erg is ingestoken vanuit een bepaald doel en veel tijd kost, maar dat het ook veel oplevert. Want door dit contact kunnen OKA’s vragen vanuit de school en de wijk ophalen en daar het eigen aanbod of andere relevante (in)formele partners aan koppelen. Bovendien kunnen de OKA’s als ze fysiek aanwezig zijn, ook beter en meer laagdrempelig 'gevonden worden' door ouders of kinderen die hen nodig hebben.CCXV Preventie in teamoverleggen niet geborgd Teamleiders richten de overlegstructuren173 binnen hun OKT’s zelf in. Uit de gesprekken die wij hielden, maken we op dat de afzonderlijke OKT’s over het algemeen een werkoverleg en een casuïstiekoverleg hebben.CCXVI Preventie staat niet standaard op de agenda van de werkoverleggen. Datzelfde geldt voor (de voortgang op) het wijkteamplan, waar preventie mogelijk onderdeel van uitmaakt (zie paragraaf 3.4.3). In sommige teams is er - bijvoorbeeld twee keer per jaar - wel een apart overleg over (de voortgang op) het wijkteamplan, al dan niet gekoppeld aan een interne prestatiedialoog. In andere teams wordt de (voortgang op) het wijkteamplan niet teambreed besproken. CCXVII Casuïstiekbesprekingen zijn in principe breed ingestoken; van preventie tot jeugdhulp.

In de praktijk merken OKA’s dat de nadruk vooral ligt op zware casussen binnen de jeugdhulp en preventie in deze besprekingen naar de achtergrond verdwijnt.CCXVIII

173 Hiermee bedoelen we: typen overleggen, overlegfrequentie en welke (sub)groepen professionals

bij verschillende overleggen aanwezig zijn.

87

REKENKAMER METROPOOL AMSTERDAM

3.3 Conclusie In de voorgaande paragrafen vormden we ons een beeld van het aanbod aan preventie in het licht van de gemeentelijke opgave en de instrumenten en werkwijzen die het OKT inrichtte om uitvoering te geven aan preventie. We beschreven in hoeverre de inspanningen en resultaten van het OKT inzichtelijk zijn en beschreven deze op hoofdlijnen. In deze paragraaf analyseren we dit totaalbeeld in het licht van de gemeentelijke preventieve opgave en presenteren we onze conclusies. Dat doen we aan de hand van verschillende rode draden die we zien in de bevindingen op het geheel van aanbod, resultaten en organisatie-brede inrichting van preventie. Vanaf 2015 aandacht voor preventie en de ontwikkeling daarvan Het OKT besteedt vanaf haar oprichting aandacht aan de uitwerking en de ontwikkeling van de preventieve opgave en het aanbod daarbinnen. We zien dat het OKT preventief aanbod heeft ontwikkeld en uitgevoerd en dat ze aandacht heeft voor preventie in een breed spectrum aan instrumenten die de uitvoering ondersteunen: van definitie, algemene werkwijzen en kennisontwikkeling tot aan het registreren en rapporteren over preventieve activiteiten. We zien dat het OKT door de tijd heen moeite doet en stappen zet om zowel het aanbod aan preventie als kennis over preventie en de inbedding van preventie verder te ontwikkelen.

Tegelijkertijd constateren we dat, bezien vanuit de preventieve opgave, de nadruk met name heeft gelegen op de uitwerking van een van de vijf basistaken: opvoed- en opgroeiondersteuning door middel van preventieve basistrainingen en Informatie en advies. Twee basistaken zijn volgens het OKT ingebed in algemene werkwijzen en twee basistaken worden - bewust en in overleg met de gemeente - vanuit het FPAJ-aanbod (familiegroepsplan174), niet volledig en met minder prioriteit (deskundigheidsbevordering) uitgevoerd. Bovendien wordt in de ontwikkeling en uitvoering van de preventieve basistrainingen niet altijd recht gedaan aan de eigen uitgangspunten van Stichting OKT en die van de gemeente. Zo lijkt het aanbod van preventieve basistrainingen voornamelijk bepaald te zijn op basis van in het verleden beschikbaar aanbod (in plaats van op kenmerken van de wijk), zijn niet alle basistrainingen opgenomen in de Databank Effectieve Jeugdinterventies, en zien we verschillen in aantallen en bereik van trainingen over stadsdelen175/gebieden en doelgroepen (waarbij het de bedoeling is dat iedereen dichtbij huis gebruik kan maken van het aanbod). Tegenvallende resultaten op Opvoed- en Ondersteuningsactiviteiten Paragraaf 3.1 liet zien dat er sinds 2015 een neerwaartse trend is van het totaal aantal

174 Basistaak 2 bestaat uit ‘ondersteuning bij opstellen perspectiefplan en familiegroepsplan’. 175 Die niet zonder meer te verklaren lijken door verschillen in de populatie jeugdigen tussen de

stadsdelen (zie paragraaf 3.1.1).

88

PREVENTIEVE JEUGDHULP IN AMSTERDAM - ONDERZOEKSRAPPORT georganiseerde activiteiten (trainingen, Informatie en advies) en de daarmee bereikte deelnemers. De daling is het meest zichtbaar op het gebied van de preventieve basistrainingen. Het bereik van de Informatie en advies-activiteiten fluctueert gedurende de jaren en vertoont in 2022 een opleving. Opvallend in de cijfers over het bereik van de O&O-activiteiten vinden we het lage bereik op de doelgroep 12+. Over de jaren heen zien we weinig inzet van activiteiten voor deze doelgroep, resulterend in een bijzonder laag bereik (jarenlang rond de 2% van het totaal aantal deelnemers aan trainingen, en tussen de 10 en 20% jongeren onder deelnemers aan Informatie en advies). Als verklaring voor het beperkt aantal georganiseerde trainingen voor jongeren geeft het OKT dat OKA’s die trainingen geven zich “minder bekwaam voelen in de uitvoering van dit aanbod”. Hierdoor wordt het aanbod minimaal uitgevoerd.CCXIX Het jarenlange lage bereik vinden we opmerkelijk, gezien het feit dat de 12+-doelgroep al vanaf 2015 een zorgpunt en prioriteit is genoemd door het OKT (zie hoofdstuk 2 en kader). Wij signaleren dat het OKT veel tijd nodig heeft om haar ambities ten aanzien van de 12+-doelgroep te verwezenlijken.

Doelgroep 12+ als prioriteit Al in 2015 benoemt OKT Amsterdam dat zij 12+’ers beter in beeld wil krijgen.CCXX In 2017 ziet OKT Amsterdam dat de doelgroep 12+ nog nauwelijks bereikt wordt met trainingen en vraagt het om extra investeringen in deze doelgroep om ze wel te bereiken. In 2017 is de leeftijdscategorie ‘10 jaar en ouder’ meegegeven als prioriteit aan joint venture OKT, zie ook paragraaf 2.3.1.CCXXI In 2019, 2020 en 2021 is de doelgroep 12+ als prioriteit opgenomen in de gemeentelijke opdracht. CCXXII In 2022 is het OKT voornemens om het 12+-aanbod net zo te prioriteren als het 12aanbod, omdat ze het essentieel vindt om niet alleen mee te denken met scholen maar ook “te kunnen leveren”.CCXXIII In 2022 zien we twee trainingen in het vastgestelde aanbod preventieve basistrainingen voor de doelgroep 12+ (beide trainingen werden ook in eerdere jaren al gegeven, zie tabel B2.1) en een stijging van het aantal deelnemende jongeren van 21 in 2021 naar 116 in 2022. Ook de ongelijke verdeling van de inzet op preventieve activiteiten in de stad valt ons op. Paragraaf 3.1 liet zien dat het aantal, en bereik van preventieve activiteiten (trainingen, advies en informatie) ongelijk is verdeeld over de stad. We signaleren variatie in gerealiseerde activiteiten en bereik zowel tussen teams, als over de jaren heen.

Ook suggereren de cijfers over tijdsbesteding dat er grote variatie bestaat in tijdsbesteding aan preventie tussen de teams (paragraaf 3.2.5). Deze ongelijke verdeling van aanbod (en tijdsbesteding) over de stad heen vormt mogelijk een risico voor het uitgangspunt van het OKT dat luidt: “alle Amsterdamse gezinnen, ongeacht de wijk waar ze wonen, kunnen dichtbij huis gebruik maken van het aanbod.”CCXXIV (Tegenvallende) resultaten door OKT verklaard, maar beperkt geanalyseerd Het OKT benoemt de tegenvallende resultaten (aantallen en bereik van de preventieve

89

REKENKAMER METROPOOL AMSTERDAM basistrainingen) vanaf 2017 al in verschillende jaarrapportagesCCXXV en draagt hiervoor een groot aantal verklaringen aan. De meest genoemde verklaringen betreffen de verbreding en verzwaring van de opdrachtCCXXVI en de werkdruk die beide leggen op de preventieve taak.CCXXVII Ook stelt het OKT dat teamleiders niet altijd slagen om goed te blijven sturen op de preventieve taken.CCXXVIII De lage bereikcijfers in 2020 en 2021 worden door het OKT ook verklaard door de invloed van de coronamaatregelen. Los van de hierboven genoemde beschrijvende informatie, zijn we geen rapportages, analyses of onderzoeken tegengekomen waarin diepgaander (cijfermatig) inzicht in (onderdelen van) preventie wordt gepresenteerd. Een nadere ontleding van, of verdieping bij, de aangedragen verklaringen ontbreekt. Hierdoor kan niet worden geanalyseerd en verduidelijkt welke mechanismen mogelijk hebben bijgedragen aan de gerealiseerde resultaten.176 Tot 2022 preventieve activiteiten beperkt ingebed Wij signaleren - in lijn met Andersson Elffers Felix (AEF), zie kader - dat de inbedding en borging van preventieve activiteiten ten tijde van de interviews onvoldoende op orde waren.

Uit de interviews en uit beschikbare documentatie bleek dat er vóór 2022 weinig of geen structurele aandacht was voor vastlegging van preventieve activiteiten in beschrijvingen van werkprocessen en sturingsinstrumenten. Zo is men in 2022 gestart met het beschrijven van werkprocessen, waren in werkplannen en jaarplannen vóór 2023 gemeentelijke prioriteiten leidend en hadden basistaken - op papier - geen vaste plek. De wijkteamplannen daterend van vóór 2023 verschillen sterk per team: (preventieve) basistaken hadden geen vaste plek en de keuze van prioriteiten verschilde per team.177 Dit alles wil niet zeggen dat er in de uitvoeringspraktijk geen aandacht was voor preventie. Wel constateren we dat de preventieve activiteiten beperkt waren vastgelegd en daarmee lastig navolgbaar waren. Recentelijk zijn er op dit gebied de nodige stappen gezet. Deze beschrijven we aan het einde van deze paragraaf onder Recent grote stappen gezet in vastleggen van preventie in werkwijzen en instrumenten. Beperkte borging basistaken volgens AEF Het rapport naar de contractrelatie tussen OKT en gemeente van AEF noemt ook dat basistaken te weinig geborgd zijn. AEF benoemt dat het OKT zelf niet direct stuurt op de functie-inhoud van haar projectleiders, maar hen inzet om taken en prioriteiten uit de ontwikkellijnen vanuit de gemeente te realiseren. “Doordat er bovenop de

176 In reactie op het feitelijk wederhoor geeft het OKT aan de preventieve opgave nu te hebben

belegd in twee portefeuilles en dat deze - samen met de werkgroep Preventie - zich bezighouden met het monitoren en analyseren van de preventieve opgave. Dit gebeurt volgens het OKT ten behoeve van het eigen inzicht en wordt niet gedeeld met de gemeente (anders dan via (half)jaarverslagen en de bijdrage van het OKT aan de voorbereiding op de bestuursrapportage van de gemeente. Bron: OKT Amsterdam, Reactie op feitelijk wederhoor, 25 mei, 2023. 177 Dit was een bewuste keuze van het OKT om het voor de teams behapbaar te houden. Het wil niet zeggen dat het OKT de prioriteiten niet uitvoerde. Zie ook paragraaf 3.2.4.

90

PREVENTIEVE JEUGDHULP IN AMSTERDAM - ONDERZOEKSRAPPORT basistaken jaarlijks nieuwe prioriteiten worden vastgesteld, is het gezamenlijke beeld dat het OKT te weinig toekomt aan het borgen van basistaken. Jaarlijkse wisseling in ontwikkellijnen zorgt ervoor dat ontwikkelingen niet goed bestendigen. De energie gaat naar jaarlijks nieuwe prioriteiten en de verantwoording daarop.”CCXXIX En dus niet naar (borging van) basistaken, waaronder die op preventie. Uitvoering van gemeentelijke preventieve opgave eenzijdig in beeld Paragrafen 3.2.5 en 3.2.6 lieten zien dat het OKT preventieve activiteiten vanuit twee invalshoeken (vrij uitgebreid en meerjarig) registreert: die van het uitgevoerde O&Oaanbod (aan trainingen, Informatie en advies) en die van tijdsbesteding. We plaatsten wel kanttekeningen bij de bruikbaarheid van de gegevens uit het dagboekjesonderzoek, die ons inziens door de jaren heen moeilijk vergelijkbaar zijn. De data die beide typen registraties opleveren, krijgen een prominente rol toebedeeld in de jaarrapportages en achterliggende rapportages van het OKT. Wij constateren dat een deel van de preventieve opgave van de gemeente aan het OKT onderbelicht is in registraties en rapportages en dat er daardoor veel onbekend blijft rondom de uitvoering van en inspanningen op preventie.

Waar deze opgave bestaat uit vijf basistaken en incidentele prioriteiten beperkt het zicht zich - in lijn met de beschikbare registraties over het uitgevoerde aanbod - grotendeels tot een deel van één basistaak: activiteiten op opvoed- en opgroeiondersteuning. De (half)jaarrapportages van het OKT presenteren consistent bereikcijfers rondom het O&O-aanbod. Realisatiecijfers worden wel afgezet tegen eerdere jaren, maar niet geduid in het licht van streefwaarden of doelstellingen. Hierdoor bieden de rapportages beperkt zicht op de uitvoering van de preventieve opgave als geheel. Inspanningen op het gebied van de overige basistaken worden door het OKT daarentegen niet of beperkt in beeld gebracht.178 Volgens het OKT zijn deze niet te koppelen aan bepaald aanbod of individuele activiteiten, of worden de basistaken zelf - in overleg met de gemeente - door het FPAJ uitgevoerd (het familiegroepsplan), of wordt er minder prioriteit aan gegeven (deskundigheidsbevordering) (zie paragraaf 3.1.3). Rondom de prioriteiten, waaronder die op het gebied van preventie, wordt eveneens geen systematische informatie verzameld of systematisch gerapporteerd. Er wordt geen volledig beeld gegeven van gerealiseerde inspanningen of acties en prioriteiten worden niet beschouwd in het licht van het werk/jaarplan.

Hierdoor blijft het onduidelijk of de beoogde acties zijn uitgevoerd en bieden de rapportages beperkt zicht op de mate waarin voortgang wordt geboekt op de prioriteiten.

178 Het OKT vult in haar reactie op het feitelijk wederhoor aan dat de informatie over het versterken

van de pedagogische basis niet blijkt uit kwantitatieve gegevens, maar uit kwalitatieve verhalen. Bron: OKT Amsterdam, Reactie op feitelijk wederhoor, 25 mei 2023.

91

REKENKAMER METROPOOL AMSTERDAM In de gemeentelijke opdracht is ook aandacht voor outcome-indicatoren doelrealisatie179, cliënttevredenheid en uitval. Uitval wordt voor de preventieve basistrainingen geregistreerd, maar is de afgelopen jaren niet gerapporteerd.180 Het OKT heeft recent bij een aantal trainingen voor het eerst cliënttevredenheid uitgevraagd, maar de uitkomsten daarvan worden nog niet gebruikt.CCXXX Op geen van de preventieve activiteiten houdt het OKT gegevens bij over doelrealisatie. Gebrek aan registraties op de indicatoren uit de opdracht heeft tot gevolg dat niet inzichtelijk is in hoeverre het OKT hierop voortgang boekt. Beperkte duiding en analyses in het licht van preventieve opgave Bezien vanuit de (veranderlijke) opgave die het OKT uitvoert voor de gemeente en de hiervoor besproken tegenvallende resultaten op de preventieve opgave, hadden we verwacht dat (de uitvoering van) preventie middels onderzoek in beeld zou zijn gebracht. Maar los van de hierboven genoemde beschrijvende informatie zijn we geen rapportages, analyses of onderzoeken tegengekomen waarin diepgaander (cijfermatig) inzicht in (onderdelen van) preventie wordt gepresenteerd.

Zo zijn, bijvoorbeeld, verschillen in activiteiten en resultaten tussen teams (zie paragraaf 3.1) niet of nauwelijks nader in beeld gebracht181 en is door de tijd heen niet precies bekend welke ontwikkelingen zich om welke redenen voordoen binnen de tijdsbesteding aan preventie (zie paragraaf 3.2.5). Doordat een nadere ontleding van, of verdieping bij de aangedragen verklaringen ontbreekt, kan niet worden geanalyseerd en verduidelijkt welke mechanismen mogelijk hebben bijgedragen aan de gepresenteerde resultaten en (de voortgang op) de gemeentelijke preventieve opgave. De gesprekken met het OKT wekken bij ons de indruk dat het aan tijd en ruimte heeft ontbroken om diepgaand te reflecteren op de effectiviteit van de uitvoeringspraktijk.CCXXXI Daarnaast zien we dat beschikbare registraties dusdanig zijn ingericht dat het niet gemakkelijk is om eenduidige verdiepende analyses uit te voeren. Dit alles maakt dat het OKT beperkt zicht heeft op de uitvoering van de opdracht. Recent grote stappen gezet in vastleggen van preventie in werkwijzen en instrumenten… We zien dat het OKT in de afgelopen twee jaar tal van veranderingen heeft ingezet die ten doel hebben om de uitvoering van de preventieve taken beter te waarborgen.

We zien dat er recent grote stappen zijn gezet met het inkaderen van preventieve activiteiten in werkwijzen en instrumenten: er zijn werkprocessen vastgesteld en vastgelegd, het trainingsaanbod werd opnieuw vastgesteld - inclusief richtlijnen, normstellingen (streefaantallen) en ontwikkelpunten, de 30%-norm is geformaliseerd in het jaarplan van Stichting OKT, en voor het jaarplan en de wijkteamplannen zijn nieuwe formats opgesteld waarin expliciete aandacht is voor de uitvoering van de preventieve (basis)taken.

179 In hoofdstuk 2 constateerden we al dat de gemeente geen doelen heeft geformuleerd, maar

doelrealisatie is wel in de gemeentelijke opdracht opgenomen als indicator. 180 Tot en met 2018 rapporteerde het OKT Amsterdam in de jaarrapportages wel over uitval. 181 Bijvoorbeeld of en in hoeverre verschillen tussen stadsdelen in gerealiseerd aanbod en bereik van preventieve basistrainingen relateren aan het aandeel (kwetsbare) jeugdigen of gezinnen in de stadsdelen.

92

PREVENTIEVE JEUGDHULP IN AMSTERDAM - ONDERZOEKSRAPPORT Andere stappen zijn (nog) gaande of worden in de nabije toekomst genomen. De werkprocessen die in het eerste kwartaal van 2023 zijn vastgesteld en vastgelegdCCXXXII worden gedurende 2023 geïmplementeerd.CCXXXIII Pilots voor deze implementatie zijn gestart. Daarnaast worden werkbegeleiders toegevoegd aan de formatie die de professionals zullen ondersteunen. In het Jaarplan 2023 uit Stichting OKT het voornemen om een aantal ontwikkelingen meer diepgaand in beeld te brengen. Een voorbeeld hiervan is het beter inzichtelijk maken van wat Stichting OKT binnen preventie doet.CCXXXIV. … maar preventieve basistaken nog niet allemaal uitgewerkt We constateren dat er door het OKT in 2023 met de nieuwe formats voor en streefwaarden in het jaarplan en de wijkteamplannen een omslag is gemaakt naar een actievere sturing op te leveren prestaties en inspanningen op de preventieve opgave. Tegelijkertijd zien we dat niet alle preventieve basistaken expliciet worden meegenomen in deze uitwerkingen. De recente beweging richting meer (schriftelijke) vastlegging van preventieve taken in werkwijzen en instrumenten voor preventie richt zich, bezien vanuit de preventieve opgave en basistaken, (wederom) voornamelijk op de trainingen, en daarnaast op werken en samenwerking in de wijk.

Het zwaartepunt van de vertaling van de gemeentelijke opgave in het jaarplan ligt nog altijd op de gemeentelijke prioriteiten.182 Op het gebied van de registratie en monitoring van de andere preventieve basistaken en de geldende outcome-indicatoren zien wij geen voorgenomen betekenisvolle initiatieven van het OKT.183184 We zien hierin het risico dat het brede palet aan preventieve inspanningen van het OKT (zoals Wijkgerichte preventie) beperkt inzichtelijk zal blijven, zowel qua inhoud als qua tijdsbesteding. Dat is spijtig, zeker gezien de potentie die het tijdsbestedingsonderzoek in verbeterde vorm in zich heeft om het geheel aan preventieve activiteiten goed te monitoren.

4 Ervaren belemmeringen en risico's in de uitvoering In dit hoofdstuk staan we stil bij de belemmeringen en risico's die worden ervaren in de uitvoering van de preventieve opgave. We brengen deze belemmeringen en risico's in

182 In haar reactie op het feitelijk wederhoor geeft het OKT aan medewerkers op het gebied van

preventie meer ‘houvast’ te bieden door werkbegeleiding, een nieuw trainingsaanbod op wijkgericht werken, en bestaand trainingsaanbod voor de professionals in het kader van een Leerlijn. Bron: OKT Amsterdam, Reactie op feitelijk wederhoor, 25 mei 2023. 183 Wel is er rondom de outcome-indicatoren (wederom) het voornemen om deze met de gemeente verder te ontwikkelen. 184 Het OKT geeft in haar reactie op het feitelijk wederhoor aan het belang van monitoring te onderschrijven, maar de registratiedruk niet te willen opvoeren. Het OKT is zich bewust van de tekortkomingen van het tijdsbestedingsonderzoek en geeft de wens aan “om ook op dit onderdeel betekenisvolle indicatoren te ontwikkelen, evenals een te ontwikkelen verhalendatabank, om op gestructureerde wijze kwalitatieve informatie op te halen, [te] analyseren en [te] delen.” Daarnaast benadrukt het OKT de complexiteit van het in beeld brengen van basistaken preventie anders dan trainingen en themabijeenkomsten.

93

REKENKAMER METROPOOL AMSTERDAM beeld vanuit het perspectief van het OKT. We nemen de ervaringen van de OKA's als uitgangspunt. We vullen deze aan met ervaringen van leidinggevenden, het management van Stichting OKT, en van hun JGZ-collega's. We hebben op basis van onze dataverzameling en analyse zes belemmeringen en risico's gedestilleerd die alle de uitvoering van de preventieve opgave raken. In paragrafen 4.1 tot en met 4.6 beschrijven we deze belemmeringen. Per belemmering (risico) geven we weer wat de professionals ervaren en hoe dit volgens hen van invloed is op de uitvoering van de preventieve opgave. Indien er kwantitatieve gegevens beschikbaar zijn die iets zeggen over de ervaren belemmering, dan presenteren we deze ook. Ten slotte geven we weer of de ervaren belemmering recent of al langer speelt en in hoeverre er door het OKT - al dan niet samen met andere partijen - maatregelen genomen zijn om de belemmering te verminderen. In de conclusie (paragraaf 4.7) beantwoorden we de deelvraag: Welke knelpunten en risico's belemmeren de Ouder- en Kindteams in het uitvoeren van hun preventieve taak (en het behalen van de resultaten)? De deelvraag richt zich op het inventariseren van belemmeringen en is daarmee beschrijvend van aard.

In de beantwoording van deze vraag constateren we dat professionals zes overkoepelende belemmeringen ervaren: preventie en jeugdhulp zijn lastig te verenigen, druk vanuit de (ver)brede opgave, verschillen tussen OKA's in omgang met preventie, verloop en verzuim, onduidelijkheid over de positionering van het OKT en de herverdeling van capaciteit. Alle zes de belemmeringen brengen risico's met zich mee voor de tijdsbesteding aan en kwaliteit van preventie en, in het verlengde daarvan, voor het zicht op de wijk en het bereik van preventie. Vijf belemmeringen zijn direct te relateren aan de gemeentelijke opdracht aan het OKT en de door de gemeente gewenste werkwijze. Alleen voor de belemmering 'verschillen tussen OKA's in omgang met preventie' is dat niet het geval. De belemmeringen zijn niet nieuw, maar werden alle al eerder gesignaleerd door het OKT. Op verschillende belemmeringen zijn door het OKT ook acties ondernomen.

4.1 Preventie en jeugdhulp zijn lastig te verenigen Omdat jeugdhulp en preventie beide onderdeel zijn van de gemeentelijke brede opdracht aan het OKT en alle OKA's vanuit de generalistische basisCCXXXV vorm en inhoud geven aan jeugd- en gezinsondersteuningCCXXXVI, bestaan de werkzaamheden van (vrijwel) iedere OKA uit een combinatie van jeugdhulpcasussen en -activiteiten en preventieve activiteiten. De OKA's ervaren dat het in de dagelijkse realiteit lastig is om beide onderdelen van de gemeentelijke opdracht te combineren. Preventie is anders van aard dan jeugdhulp Werkzaamheden en activiteiten die bij preventie horen, verschillen in aard van de

94

PREVENTIEVE JEUGDHULP IN AMSTERDAM - ONDERZOEKSRAPPORT werkzaamheden en activiteiten die horen bij jeugdhulp, volgens OKA's. Preventieve activiteiten vragen om stabiliteit en planbaarheid: om vertrouwen op te bouwen is het belangrijk om met regelmaat - en het liefst op vaste momenten - je gezicht te laten zien (bij Wijkgerichte preventie en het opbouwen van netwerken). Trainingen en activiteiten moeten op voorhand worden ingepland.CCXXXVII Voor het uitvoeren van jeugdhulpactiviteiten is flexibiliteit daarentegen van groot belang. OKA's ervaren jeugdhulp als lastig planbaar: het is lastig om in te schatten wat er tijdens een afspraak met een gezin van je gevraagd gaat worden en hoeveel tijd je daarvoor nodig hebt. En als zich een crisissituatie voordoet, moet een OKA snel - zo niet direct - handelen.CCXXXVIII Gevolgen voor de uitvoering van preventieve activiteiten OKA's ervaren dat beide taken zich lastig laten verenigen in hun werk en dat preventie over het algemeen het onderspit delft.CCXXXIX Ondanks dat iedereen preventie hoog in het vaandel heeft staan en OKA's ervan doordrongen zijn dat preventieve activiteiten een cruciaal onderdeel zijn van hun werk, geven ze aan dat preventie als eerste afvalt als zich binnen de jeugdhulptaak urgentere of complexere problematiek voordoet.CCXL De kans dat daar iets misgaat is immers groter.

En wanneer dit gebeurt, kan dat grote gevolgen hebben voor zowel een gezin als voor de hulpverlener.CCXLI Door urgente situaties in de jeugdhulp worden preventieve trainingen wel eens gecanceld - of slechts met één trainer gegeven in plaats van de gebruikelijke twee.CCXLII Ook wijkgerichte preventieve activiteiten - zoals het aansluiten bij de Voedselbank om ter plekke vragen te beantwoorden over opvoeden en opgroeien, kunnen soms niet worden voortgezet door een OKA omdat ander werk voorgaat.CCXLIII Naast dat de jeugdhulp voorgaat in de dagelijkse werkzaamheden, werkt de beperkte planbaarheid van jeugdhulp ook door in de organisatie van preventieve activiteiten. Zo willen OKA's zich minder graag op voorhand voor een training van een x-aantal weken vastleggen, omdat dit hen beperkt in de flexibiliteit die nodig is voor de werkzaamheden binnen jeugdhulp.185CCXLIV Hierdoor kan volgens professionals de kwaliteit van het trainingsprogramma achteruitgaan.CCXLV Belemmering al langer ervaren De kwetsbaarheid van de preventietaak wordt al langer benoemd.

In een evaluatie van het OKT - destijds nog georganiseerd als joint venture - uit 2016 signaleerden de onderzoekers dat sommige geïnterviewden het gevoel hadden dat de taken preventie en welzijn ondergesneeuwd raakten in relatie tot acute of specialistischer zaken (indiceren, verwijzen).CCXLVI Discrepantie tussen ervaren knelpunt en cijfers over tijdsbesteding De ervaren kwetsbaarheid van preventie wordt niet cijfermatig ondersteund; in de hiervoor genoemde evaluatie constateerden de onderzoekers dat er in 2016 niet minder tijd besteed werd aan de preventietaak.CCXLVII Ook wij lieten in hoofdstuk 3 zien dat de 185 Waar situaties vaak vragen om zo snel mogelijk contact met het gezin of contact en overleg met

andere betrokken partijen.

95

REKENKAMER METROPOOL AMSTERDAM dagboekjesonderzoeken een vrij stabiele tijdsbesteding aan preventie tonen, zowel vanuit Stichting OKT als vanuit de OKA's, die in de afgelopen jaren wel langzaam minder werd. Het management geeft als mogelijke verklaring voor het verschil tussen de tijdsbesteding aan preventie zoals gerapporteerd in de dagboekjesonderzoeken en de ervaren tijdsbesteding dat OKA's grote druk beleven vanuit hun jeugdhulptaken (meer complexe mpg-casussen, wachtlijsten in de specialistische jeugdhulp). Dit zou volgens het management mogelijk het gevoel veroorzaken dat er minder tijd is voor preventie.CCXLVIII Gezien het in hoofdstuk 3.2.5 geconstateerde beperkte zicht op wat er plaatsvindt binnen de tijdsbesteding aan preventie, vinden we deze verklaring vrij mager. Het OKT geeft in reactie op het feitelijk wederhoor aan dat ze op verschillende manieren heeft getracht, en nog altijd tracht, de oorzaak van de discrepantie en van de ervaren werkdruk in beeld te brengen. Gezien de urgentie en de ernst die spreekt uit de ervaringen van de OKA's, vinden we dit op zijn plaats.

4.2 Druk vanuit de (ver)brede opgave Steeds meer taken door (ver)brede opdracht en spilfunctie Door het verbreden van de jeugdhulptaak binnen de gemeentelijke opdracht aan Stichting OKT met multiprobleemgezinnen (voormalig SamenDoen) en veiligheidscasussen (preventieve jeugdbescherming), hebben OKA's nu te maken met meer gezinnen die hun ondersteuning nodig hebben en met complexere hulpvragen. Hun hulpverleningstaken zijn hierdoor zwaarder geworden.CCXLIX Bovendien werd het OKT als 'spil' direct en indirect geraakt door verschillende ontwikkelingen in het bredere jeugd(zorg)veld. Volgens de OKA’s nam de hoeveelheid taken en verantwoordelijkheden hierdoor alleen maar toe, en zij ervoeren dit als een knelpuntCCL Qua inhoudelijke werkzaamheden bemerken de OKA's dat het grootste deel van hun tijd en aandacht gaat naar veiligheidscasussen en het zelf verlenen van (complexe) jeugdhulp en niet naar preventie.CCLI Daarbovenop ervaren professionals dat het lastig is om zowel landelijke ontwikkelingen als ontwikkelingen binnen de gemeente bij te houden (zie kader) en dat het veel werk is om bijbehorende veranderende werkwijzen te ontwikkelen, eigen te maken en in te bedden.

Ook daar is tijd voor nodigCCLII; tijd die niet besteed kan worden aan preventie.CCLIII Veelheid aan ontwikkelingen en veranderingen Professionals benoemen dat er “zoveel is waar je iets mee moet”CCLIV: de ontwikkelingen in de specialistische jeugdhulp en het veiligheidsdomein, de wachtlijsten in het brede jeugddomein, maatschappelijke problemen, het invoeren van en ook weer stoppen met een nieuwe werkwijze met perspectiefplannen en SPIC-systeem, wijzigingen in de toegang tot specialistische jeugdhulp, bijdragen aan het opzetten en ontwikkelen van de buurtteams, stelsel-brede ontwikkelopgaven, wisselingen in door de gemeente gecontracteerde partijen en partners waarmee OKT-medewerkers samenwerken en de Masterplannen.CCLV

96

PREVENTIEVE JEUGDHULP IN AMSTERDAM - ONDERZOEKSRAPPORT Vraag naar jeugdhulp door OKT neemt toe De vraag naar jeugdhulp van het OKT is in de afgelopen jaren toegenomen als gevolg van de wachtlijsten bij specialistische jeugdhulporganisaties. Dit komt doordat de OKA's overbruggingszorg verlenen aan cliënten die (nog) niet bij een aanbieder terechtkunnen.CCLVI Ook zijn er wachtlijsten bij de GI (gecertificeerde instellingen) voor jeugdbescherming (en jeugdreclassering); dit maakt dat gezinnen langer bij het OKT blijven. Bovendien bepaalde de gemeente dat het OKT een hoger percentage jeugdhulp zelf moet oppakken. Hiermee zijn de taken van OKA's binnen de jeugdhulp over de tijd in aantal gegroeid. Ook zijn er volgens professionals door corona andersoortige problematieken bijgekomen waarvoor hulp verleend moet worden, zoals eenzaamheid en somberheid onder jeugdigen. CCLVII Groeiende werkdruk De toename van taken en de vraag naar jeugdhulp, gecombineerd met de verzwaring van het takenpakket van OKA's, worden weerspiegeld in de ervaren werkdruk door medewerkers van het OKT.CCLVIII Deze nam toe van 6,8 in 2018, naar 7,9 in het najaar van 2020 (op een schaal van tien), volgens het eigen meetinstrument van het OKT.CCLIX Dit wordt gestaafd door de gesprekken die wij voerden; door vrijwel alle geïnterviewde OKTmedewerkers wordt een hoge werkdruk ervaren.

OKA's vragen zich af of het haalbaar en realistisch is om alle taken uit te voeren.CCLX Ook teamleiders en het management geven aan dat er een grens zit aan wat een individu kan behappen: én het samenwerken in de wijk én het aanbieden van trainingen, informatie en advies én het verlenen van jeugdhulp.CCLXI Negatieve gevolgen voor uitvoering van preventieve opgave Door de toegenomen complexiteit van hulpvragen besteden OKA's meer tijd per gezin aan jeugdhulp en blijven deze gezinnen ook langer bij de OKA’s. CCLXII Bij een gelijkblijvende caseload, blijft er per saldo minder tijd over voor preventie.CCLXIII Bovendien hebben ze een grotere caseload door de verbrede opdracht en overloop vanuit de jeugdhulpaanbieders, zo stellen de OKA's. Hierdoor blijft er in de beleving van de OKA's nog minder tijd om aan preventie te besteden.CCLXIV OKA's ervaren - tot hun spijt186- dat ze tekortschieten op het vlak van preventie; dat ze ‘kleine problemen niet klein kunnen houden’ en dat hun voeling met de wijk minder wordt.CCLXV Ook een teamleider geeft een soortgelijke boodschap af: “Door de complexe problematiek [binnen jeugdhulp, RMA.] moeten we als team constant blijven evalueren of de huidige werkplannen nog werkbaar zijn. Preventie valt er dan helaas vaak vanaf.

En als preventie overeind blijft, dan valt het organiseren van activiteiten op scholen, of activiteiten samen met het Buurtteam, af. Ook die kosten veel tijd"CCLXVI (zie kader).

186 Ze vinden dit lastig, omdat ze menen dat door de inzet van preventie juist zwaardere (jeugdhulp)

casussen kunnen worden voorkomen.

97

REKENKAMER METROPOOL AMSTERDAM Deze 'zachte' - niet-cijfermatig onderbouwde - signalen dat de preventieve taak ‘ondergesneeuwd’ raakt, sluiten aan bij de in hoofdstuk 3.1 beschreven dalende cijfers over georganiseerde activiteiten binnen en bereik van het preventieve aanbod. Tijd is belangrijkste voorwaarde voor preventieCCLXVII Tijd is volgens de OKA’s de belangrijkste randvoorwaarde om de preventieve werkzaamheden goed te kunnen uitvoeren. In zijn algemeenheid valt of staat preventie met het opbouwen van vertrouwen. Om vertrouwen op te bouwen is tijd nodig; om elkaar te leren kennen, om er (fysiek) te zijn op voorspelbare momenten (zoals bij een spelinloop in de wijk) en vervolgens om passende preventieve ondersteuning te ontwikkelen en in te zetten. In het wijkgerichte werken is (ook) tijd nodig om de wijk te leren kennen. Enerzijds gaat het daarbij om het maken (en houden) van verbinding met (doel)groepen in de wijk en het leren kennen van hun vragen en behoeften. Anderzijds gaat het om het aansluiten bij en relaties opbouwen met bestaande (in)formele organisaties en netwerken in de wijk. Het opbouwen van verbinding en relaties - met (doel)groepen en/of met partners in de wijk –is een belangrijke opmaat voor het daadwerkelijk kunnen ondersteunen van groepen en/of individuen.

Door de aansluiting bij partijen in de wijk en door zelf aanwezig en zichtbaar te zijn in de wijk en op scholen, hopen de OKA’s uiteindelijk ouders of jongeren te kunnen bereiken die ondersteuning nodig hebben. Belemmering over druk vanuit (ver)brede opgave is al langer bekend en gecommuniceerd Het management heeft de spagaat die men ervaart ten aanzien van preventie binnen de (ver)brede opdracht al eerder onderkend. In de jaarrapportages gaf het OKT diverse signalen af richting de gemeente dat de preventieve taak gevaar liep (zie kader). Ook in prestatiedialogen gaf het OKT dit signaal af.CCLXVIII In 2022 signaleerde het management dat het de teams onvoldoende lukt om het vastgestelde aanbod van preventieve basistrainingen in de gehele stad goed uit te voeren.CCLXIX Signalen over druk vanuit de (ver)brede opdracht in jaarrapportages 2016: Signaal dat het OKT mee moet gaan in continue bewegingen binnen het bredere stelsel door het ontwikkelen van nieuwe werkwijzen, en het bijstellen van ambities en prioriteiten.CCLXX 2017: Signaal dat er minder tijd is voor preventie door de brede opgave.

Focus op verband tussen een groeiend aantal jeugdigen met jeugdhulp en wachtlijsten in de gespecialiseerde jeugdhulp en een afnemende tijdsbesteding aan preventie door het OKT.CCLXXI 2018: Signaal dat nieuwe werkwijze rondom verwijzingen binnen jeugdhulp ten koste kan gaan van het organiseren van themabijeenkomsten en trainingen en het in contact komen met potentiële deelnemers.CCLXXII

98

PREVENTIEVE JEUGDHULP IN AMSTERDAM - ONDERZOEKSRAPPORT 2020: Signaal dat vanuit de teams vaker en intensiever - en daarmee over een langere periode - contact is met jeugdigen en ouders en dat de ernst van de problematiek in gezinnen en bij jongeren toeneemt, en dat het wijkgericht werken en de preventieve taken in gevaar komen. Toenemende druk in teams.CCLXXIII 2021: OKT vraagt om continuïteit in de opdracht, zodat ze de preventieve taak kan blijven waarmaken en verder kan werken aan de prioriteiten.CCLXXIV

4.3 Verschillen tussen OKA’s in omgang met preventie OKA’s ervaren veel ruimte om hun (brede) werkzaamheden in te vullen naar hun eigen taakopvatting. Uit de gesprekken blijkt dat de OKA’s vinden dat de uitvoering van preventie erg afhankelijk is van de inzet en invulling door individuele professionals.CCLXXV De OKA’s zien (ongewenste) verschillen in de mate waarin hun collega’s in de dagelijkse uitvoering tijd en aandacht besteden aan preventieve taken. Deze verschillen relateren ze aan verschillen in affiniteit met en kennis van preventie. Deze individuele verschillen worden niet opgeheven of beheerst binnen teams of de organisatie als geheel. Verschillen tussen OKA’s in affiniteit met en kennis van preventie De aandacht die door een afzonderlijke professionals wordt gegeven aan preventie is volgens de OKA’s onder andere afhankelijk van de affiniteit en bekendheid met de uitvoering van de preventieve taak. Omdat OKA’s van elkaar verschillen in professionele achtergrond, verschilt ook hun interesse in, kennis van en ervaring op het gebied van preventie.CCLXXVI De OKA’s die wij spraken maken met name onderscheid tussen collega's met een welzijnsachtergrond - over het algemeen met interesse in en kennis van preventie - en collega's met een jeugdhulpachtergrond - over het algemeen met minder interesse in en kennis van preventie.

De OKA's signaleren het risico dat degenen die minder affiniteit hebben met preventie, daar (onbewust) minder aandacht aan besteden. Bovendien signaleren de OKA's dat het preventieve werk soms nogal onderschat kan worden door professionals die beperkte kennis hebben van preventie: “Er komt veel bij kijken […] je doet het er niet 'zomaar even bij’."CCLXXVII De verschillen tussen OKA's in affiniteit met en kennis van preventie kunnen ertoe leiden dat preventieve activiteiten niet (afdoende) of niet op de juiste manier worden ingezet. Wanneer preventie niet goed op iemands netvlies staat, schiet het er gemakkelijk bij in.CCLXXVIII En wanneer iemand niet (genoeg) bekend is met wat het preventief werken inhoudt, is het lastig dit in het dagelijkse werk op een goede manier aan te pakken. Dat geldt voor bestaande medewerkers, maar zeker ook voor nieuwe medewerkers. Vooral als die een achtergrond in jeugdhulp hebben, waardoor ze over het algemeen nog niet zo veel van preventie weten.CCLXXIX De professionals ervaren vanuit de OKT-organisatie niet altijd de sturing of handvatten die in de uitvoering zouden kunnen helpen om onwenselijke individuele verschillen ten

99

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13133400/1