CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

A - 22 Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid (9) Bijlage 4 Actieonderzoek a

RAAD 6 oktober 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de Raadsbrief antidiscriminatie VN2021-02510736.467 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

50

Terminologie: Antilliaans of Afro-Caribisch? Sinds de ontmanteling van de Nederlandse Antillen bestaat er geen eenduidige term voor de aanduiding van mensen afkomstig van de eilanden in het Caribisch gebied. Uit dit onderzoek blijkt dat er verschillende ideeën zijn over de terminologie die deze groep voor zichzelf wil gebruiken. Binnen de Caribische gemeenschap zijn er verschillende etniciteiten, waardoor niet iedereen zich als Zwart of als Afro-Caribisch definieert. Bovendien heeft de term ‘Antilliaan’ voor velen negatieve en stigmatiserende connotaties. Termen als ‘Afro-Caribbean’ en afkortingen als ABC SSS (afkorting voor Aruba, Bonaire, Curaçao, Sint Maarten, Sint Eustatius en Saba) worden dan gebruikt als een manier tot zelfdefiniëring – om zichzelf los te definiëren van het koloniale Nederlandse Koninkrijk. Voor anderen is het woord ‘Antilliaan’ niet per definitie een negatieve term, alhoewel het duidelijk wel stigmatiserend gebruikt wordt. ‘Antilliaan’ wordt door sommigen ook als een representatie gezien van een gezamenlijke identiteit, een verbondenheid tussen burgers van alle zes eilanden, de bredere Antilliaanse regio en als een term van kracht.

Een van de experts zei: “Ik denk dat het een term van kracht is, de voormalige Nederlandse Antillen konden beter tegen Nederland opboksen.” Tijdens het rondetafelgesprek leek er een verschil te zijn in het gevoel van gezamenlijkheid tussen Aruba, Bonaire en Curaçao enerzijds en St. Maarten, St. Eustatius en Saba anderzijds. Op de SSS-eilanden is er meer bewustzijn over het slavernijverleden. Er heerst daardoor een groter bewustzijn over hun Zwarte identiteit vergeleken met de ABC-eilanden. Ook is er op de SSS-eilanden meer (culturele) invloed van andere omringende Caribische eilanden, zoals Jamaica en Trinidad. Hierdoor heerst het gevoel dat zij tot de gehele regio van de Cariben behoren. Op de ABC-eilanden is er een complexere relatie tot hun Zwarte identiteit. Op scholen wordt weinig aandacht besteed aan het slavernijverleden. Ook worden vele koloniale denkbeelden geïnternaliseerd en dit zorgt voor discriminatie binnen hun eigen gemeenschap. Uitwissing in Zwarte bewegingen Binnen de bredere Zwarte gemeenschappen in Nederland, waarin Afro-Surinamers de meest zichtbare groep zijn, voelen sommige Afro-Caribische mensen zich onvoldoende gerepresenteerd. In Nederland lijkt de nadruk in het publieke debat en bij herdenkingen van de afschaffing van de slavernij sterk op Suriname te liggen.

Dit wordt bijvoorbeeld gereflecteerd in het feit dat de officiële nationale herdenking in Amsterdam ‘Keti Koti’ wordt genoemd, de Surinaamse term voor deze herdenkingsdag. De Caribische eilanden worden echter onvoldoende geïncludeerd. Er is weinig podium voor sprekers van de BES-eilanden en bovendien worden hun vlaggen niet gehesen tijdens de herdenkingsceremonie. Dat de nadruk meer op het Surinaamse aspect van de afschaffing van de slavernij ligt, heeft voor een deel te maken met het feit dat vanuit de Surinaamse gemeenschap zelf meer aandacht wordt gegeven aan deze geschiedenis. Zoals in het vorige hoofdstuk wordt beschreven, organiseren Surinamers in Amsterdam al sinds de jaren ‘40 Keti Koti-herdenkingen. Op de Caribische eilanden wordt 1 juli niet wijdverspreid gevierd. Op andere ‘feestdagen’, zoals Tuladag op 17 augustus, of de dag van de vlag van St. Eustatius op 16 november, wordt meer stilgestaan bij het slavernijverleden. Aanbevelingen Onderwijs:

51

● ● ● ●

● ●

52

Ontwikkel een stimuleringsfonds om onderwijs voor Afro-Caribische leerlingen toegankelijker te maken. Doe onderzoek en verzamel data over de sociaaleconomische positie en ervaringen met discriminatie en racisme van mensen uit de ABC SSS-eilanden. Ondersteun organisaties die studenten uit ABC SSS begeleiden, zodat hun transitie naar de Amsterdamse en Nederlandse samenleving beter kan verlopen. Faciliteer kennisuitwisseling, diversiteit en anti-racismebeleid op Amsterdamse hogescholen en universiteiten. Houd ze verantwoordelijk voor hun plannen op het gebied van diversiteit om gelijke kansen binnen de stad te bevorderen. Stel jobhunters en klantmanagers aan die zich specifiek richten op en affiniteit hebben met de achtergrond en cultuur van mensen uit ABC SSS -eilanden. Keti Koti moet inclusiever worden. Bied plek, podium en representatie aan de Caribische eilanden, en in het bijzonder de BES-eilanden. Verschillende belanghebbende partijen moeten betrokken worden bij de organisatie van Keti Koti.

7. Anti-zwart racisme en de Ghanese gemeenschap In Amsterdam wonen ongeveer 23.000 Ghanezen, waarvan het overgrote deel zich in Amsterdam-Zuidoost heeft gevestigd. Vergeleken met Afro-Surinaamse en Afro-Caribische gemeenschappen in Amsterdam hebben Ghanezen een kortere aanwezigheid in de stad. De eerste golf van Ghanese migranten arriveerde tussen 1974 en 1983. De migratie werd voor een groot deel gemotiveerd door de oliecrisis in het land. Vele Ghanezen migreerden naar de Verenigde Staten, Canada, het voormalige koloniale ‘moederland’ Engeland en andere Europese landen. Een kleiner deel is vanwege politieke ontwikkelingen gemigreerd. Toen de immigratieregels in het Verenigd Koninkrijk werden aangescherpt en Nederland in 1974 een ‘generaal pardon’ afkondigde, nam het aantal Ghanese migranten toe. Vervolgens vond kettingmigratie plaats: mensen lieten gezinnen en andere familieleden overkomen, wat weer andere Ghanese migranten aantrok. De tweede fase van de Ghanese migratie had voor een groot deel te maken met een periode van grote droogte en politieke instabiliteit in de regio Ghana. Begin jaren ’80 werden circa een miljoen Ghanezen uit Nigeria gezet vanwege religieuze en maatschappelijke conflicten. De stroom aan Ghanese migranten die dit op gang bracht, staat ook wel bekend als ‘Ghana Must Go’. Velen kwamen via een officiële route of illegaal in Amsterdam Zuidoost terecht.

In 1987 waren er circa 2.515 Ghanese asielzoekers en in 1991 1.465. In januari 1993 verbleven er 9.385 Ghanezen in Nederland; dit aantal nam toe tot ruim 15.000 in het jaar 2000 en is gegroeid tot 23.000 in 2020. Ongeveer een derde van alle Ghanezen in Nederland woont in Amsterdam-Zuidoost. In eerste instantie veroorzaakte de migratie van Ghanezen naar Nederland weinig ophef, want het was een relatief onopvallende groep migranten. In het begin van de jaren ’90 ontstond er wel enige ophef vanwege Ghanese illegalen in Amsterdam-Zuidoost en vermeende criminaliteit88. De Bijlmerramp in 1992 trof de Ghanese gemeenschap hard. Er gingen verhalen rond dat er vele Ghanese ongedocumenteerden zouden zijn omgekomen. Door de media-aandacht werd de Ghanese gemeenschap meer zichtbaar. ‘Stille migranten’, maar wel geconfronteerd met racisme Ghanezen worden in Nederland vaak ‘stille migranten’ genoemden en omschreven als “gesloten en naar binnen gekeerd”.89 Ze worden gezien als een groep die hard werkt en weinig problemen veroorzaakt. Zo beschreef het ministerie van Binnenlandse Zaken ze als volgt: “De Ghanezen vormen een relatief hechte en goed georganiseerde gemeenschap. Zij staan bekend als ambitieus en zijn harde werkers.

Over het algemeen hebben Ghanezen een positief imago, vooral bij degene die directe contacten hebben met hen.” Er wordt weinig geschreven en onderzoek gedaan naar de uitdagingen die ze als gemeenschap in Nederland ervaren. In het Amsterdamse Stadsarchief, het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG) en het Nationaal Archief is relatief weinig beeld- en archiefmateriaal over Ghanezen in Nederland te vinden. Ook in de publicaties van de gemeente en universiteit is het aantal beperkt. Hierdoor is de Ghanese gemeenschap een onderbelichte groep in onderzoeken en beleidsontwikkeling, ook als het gaat over (anti-zwart) racisme, discriminatie en uitsluiting. De toeslagenaffaire laat daarentegen zien dat de groep wel met racisme geconfronteerd

“Politie rolt grote Ghanese criminele organisatie op,” Trouw, 11 maart 1992, https://www.trouw.nl/gs-b745871c. publinc, “GHANEZEN IN NEDERLAND: STILLE MIGRANTEN?,” Publinc (blog), 2 November 2016, https://publinc.nl/ghanezenin-nederland-stille-migranten/. 88 89

53

wordt.90 Uit onderzoek van de Autoriteit Persoonsgegevens bleek dat de Belastingdienst zich jarenlang schuldig heeft gemaakt aan etnisch profileren. De Belastingdienst deed onder meer specifiek fraudeonderzoek naar Ghanezen uit Amsterdam-Zuidoost, omdat het signalen had ontvangen dat circa 120 tot 150 mensen met een Ghanese nationaliteit mogelijk fraude zouden hebben gepleegd. Op basis van dit signaal heeft de Belastingdienst in 2014 een scan laten uitvoeren naar alle circa 6.000 burgers die in 2013 Toeslag hadden aangevraagd, waarvan een van de nationaliteiten waarop gefocust werd de Ghanese nationaliteit was. Het is nog niet bekend hoeveel Ghanese Nederlanders onterecht als fraudeur zijn aangemerkt en slachtoffer zijn geworden van de Toeslagenaffaire. In het publieke debat rondom de Toeslagenaffaire krijgen Ghanese Amsterdammers relatief weinig podium.

Figuur 27 Uitsnede uit Excelsheet, Bron: Autoriteit Persoonsgegevens

Een goed georganiseerde en gesloten gemeenschap Er zijn verschillende factoren die bijdragen aan hoe Ghanezen zich binnen de Nederlandse samenleving navigeren en hoe ze omgaan met het anti-zwarte racisme dat ze meemaken. Ten eerste is Nederland voor veel Ghanezen, vooral uit de eerste generatie, een ‘tussenstation’. Velen voelen zich te gast in Nederland en zijn naar Nederland gekomen met de gedachte dat ze op den duur terug zullen gaan naar hun thuisland Ghana. Ze sturen bijvoorbeeld geld terug naar familie in Ghana en veel Ghanezen hebben een tweede huis in het land. Ten tweede speelt de Ghanese cultuur een belangrijke rol. Binnen de Ghanese cultuur wordt bescheidenheid hooggewaardeerd. Dit komt voor een groot deel voort uit het christelijke geloof dat binnen de Ghanese gemeenschap een belangrijke functie heeft. Het overgrote deel van de Ghanese gemeenschap bezoekt regelmatig de kerk. Een van de sleutelfiguren uit de Ghanese gemeenschap zei: “We zijn terughoudend: als er regels zijn houden we ons gewoon daaraan. Humbleness, er is God en die heeft regels bepaald en daar moet je jezelf aan houden.” Vanuit deze religieuze en culturele overtuiging zullen Ghanezen niet snel geneigd zijn om op de barricades te staan, conflicten op te zoeken en zich uit te spreken over racisme. De kerkgemeenschap en het geloof zijn belangrijke bronnen van steun voor Ghanezen.

Er wordt veel georganiseerd door Ghanese kerken in Amsterdam-Zuidoost en dit vervult onder andere 90 “De Toeslagenaffaire, Institutionele Discriminatie En Waarom Het Kabinet Nu Zou Moeten Vallen,” Lilith,

geraadpleegd 7 maart 2021, https://www.lilithmag.nl/blog/2021/1/13/de-toeslagenaffaire-institutionele-discriminatieen-waarom-het-kabinet-zou-moeten-vallen.

54

een sociale functie om mensen samen te brengen en steun te vinden bij elkaar. Als er sprake is van racisme of discriminatie proberen mensen onderling steun te vinden en zullen ze minder snel geneigd zijn om naar een anti-discriminatievoorziening stappen. Zo beschrijft een Ghanese bewoner van Zuidoost in een artikel: "Zuidoost is álles voor veel Ghanezen. Zuidoost is Amsterdam, Zuidoost is Nederland. Hier is alles goed, hier is de sfeer warm, hier kennen we elkaar. En we hebben onze cultuur meegenomen en die cultuur brengt ook met zich mee: voor elkaar klaarstaan.” 91 In Amsterdam-Zuidoost zijn er honderden kerken waar de Ghanese gemeenschap bij elkaar komt. De kerken functioneren als een sociaal netwerk waar leden naast religieuze en spirituele vervulling ook contacten kunnen leggen en terechtkunnen voor advies en begeleiding op het gebied van onderwijs, werk en andere gebieden. In een profiel over de Ghanese gemeenschap in Amsterdam-Zuidoost schreef de NOS: “De Ghanese gemeenschap in de Bijlmer is erg op zichzelf gericht. Er zijn eigen radiostations, zoals radio Recogin, met muziek en nuttige informatie. Ghanezen die vastlopen in de Nederlandse bureaucratie kunnen voor hulp terecht bij tal van Ghanese organisaties. En voor de Ghanese jeugd zijn er speciale huiswerkklassen.

In de hechte Ghanese gemeenschap helpt iedereen elkaar en zijn er duidelijke normen en waarden.”92 Onderwijs en arbeidsmarktpositie Ghanese gemeenschap Een groot deel van de eerste generatie Ghanezen is de Nederlandse taal niet machtig en behoort tot de lagere sociaaleconomische klasse. In Amsterdam leven zo’n vier op de tien Ghanezen in een minimumhuishouden ten opzichte van een stedelijk gemiddelde van 18% en een landelijk gemiddelde van 16%. Ruim 22% van de Ghanezen in Amsterdam was in 2017 werkloos, ongeveer het dubbele van het gemiddeld werkloosheidscijfer in de stad. 93 Velen hebben laagbetaalde banen in de schoonmaaksector, horeca of tuinbouw. Amma Asante, een voormalig gemeenteraadslid en Tweede Kamerlid met een Ghanese achtergrond, zei hierover: “Waarom Ghanezen aan de onderkant van de arbeidsmarkt blijven hangen? Wat niet helpt, is dat ze vaak slecht Nederlands spreken; onderling is de voertaal meestal Engels of een Ghanese taal als Twi. Maar discriminatie speelt ook mee. Hun witte collega's krijgen wél vaste banen. Maar Ghanezen komen vaak niet voor zichzelf op. Ze hebben de houding: rustig aan, het komt wel goed, beetje bij beetje. Wat Nederlanders assertief noemen, vinden wij egoïstisch en brutaal. Je hebt al gauw een te grote mond." Er zijn geen specifieke cijfers beschikbaar over de onderwijspositie van Ghanese Amsterdammers.

Aangezien het een relatief kleine gemeenschap is in de Nederlandse context worden geen statistieken over de groep bijgehouden. Hoewel onderwijs hoog in het vaandel staat binnen de Ghanese cultuur is er de indruk dat Ghanese kinderen regelmatig met onderadvisering te kampen hebben. Zoals in het hoofdstuk over Onderwijs uitgebreid wordt beschreven, hebben leerlingen en hun ouders vanaf de basisschool te kampen met

“De Grote Armoede Onder Ghanezen in Nederland Blijft Onopgemerkt | Trouw,” geraadpleegd 7 maart 2021, https://www.trouw.nl/nieuws/de-grote-armoede-onder-ghanezen-in-nederland-blijft-onopgemerkt~b62d095a/., 92 “Integratie: In de Bijlmer Is de Ghanese Gemeenschap Een Wereld Op Zich | Nieuwsuur,” geraadpleegd 7 maart 2021, https://nos.nl/nieuwsuur/artikel/2216570-integratie-in-de-bijlmer-is-de-ghanese-gemeenschap-een-wereld-op-zich.html 93 Trouw, “De Grote Armoede Onder Ghanezen”. 91

55

vooroordelen op basis van hun culturele achtergrond, huidskleur, taalvaardigheid en sociaaleconomische positie. Onderadvisering van Zwarte leerlingen toont de interactie tussen etniciteit en klasse. Op basis van vooroordelen over Zwarte mensen die historisch geworteld zijn in anti-zwart gedachtegoed wordt verwacht dat ouders van Zwarte leerlingen die bepaalde laagbetaalde beroepen hebben, zoals bijvoorbeeld schoonmaker, onvoldoende begeleiding kunnen geven aan hun kinderen. Taal en cultuur spelen hierbij ook een rol. Velen uit de eerste generatie spreken Twi, Hausa, Ga en Engels en zijn Nederlandse taal niet machtig. De gebrekkige beheersing van sommige Ghanese ouders kan als extra reden worden gezien om leerlingen een advies te geven onder het niveau dat ze aankunnen. De gebrekkige taalbeheersing maakt het voor hen ook moeilijker om hun rechten te kennen en voor zichzelf en anderen op te komen. Zo zijn Ghanese ouders, volgens de experts die zijn geïnterviewd, minder snel geneigd om voor hun kinderen op te komen als ze worden geconfronteerd met onderadvisering (zie hoofdstuk over Onderwijs). Daarnaast kunnen culturele verschillen zowel in het onderwijs als op de werkvloer invloed hebben op de onderwijs en arbeidsmarktpositie van Ghanezen.

Binnen de dominante Nederlandse cultuur wordt zowel in het onderwijs als op de werkvloer een bepaalde vorm van assertiviteit verwacht, door bijvoorbeeld de docent in de ogen te kijken, kritische vragen te stellen en een mening te geven. Zoals eerder beschreven, wordt dit gedrag binnen de Ghanese cultuur juist als brutaal gezien. Bescheidenheid, wat in de Ghanese cultuur een manier is om respect te tonen, wordt in de dominante Nederlandse cultuur als passief gezien. Hierdoor kunnen Ghanese leerlingen en werknemers worden onderschat. Vanuit de Ghanese gemeenschap zijn er verschillende initiatieven om leerlingen en ouders te ondersteunen op het gebied van onderwijs. Zo geeft Kwame ‘meester Kwame’ Agyapong-Ntra via de stichting Scientia Potentia Est huiswerkbegeleiding en waar nodig ondersteuning en advies aan ouders op het gebied van onderwijs. Ook geeft hij Bijbelstudie. Hij zet hiermee het werk voort dat zijn vader ooit is begonnen.

Figuur 28 Meester Kwame geeft bijles Bron: Meester Kwame

56

Generatieverschillen Ghanezen uit de eerste generatie zijn geneigd conflictvermijdend gedrag te vertonen door de confrontatie die gepaard kan gaan met het uitspreken tegen racisme en discriminatie uit de weg te gaan. Jongeren uit de tweede generatie mengen zich vaker in het debat en zijn eerder geneigd om voor hun rechten op te komen. Hoewel Ghanezen minder snel geneigd zijn om zich uit te spreken over racisme, betekent dit niet dat ze hun ogen sluiten voor onrecht. Integendeel, de experts uit de Ghanese gemeenschap merkten op dat vele Ghanezen zich in het dagelijks leven of in het publieke debat wellicht minder snel uitspreken over racisme, maar dat ze zich binnenskamers wel boos kunnen maken en zich bewust zijn van het onrecht dat hen in gevallen van racisme en discriminatie wordt aangedaan: “Binnenshuis; merk je wel zien mensen dat er onrecht is. Vanuit mijn juridische achtergrond, heb ik Ghanese mensen geholpen met bijvoorbeeld met brief die ze van werkgever krijgen. Omdat mensen bijvoorbeeld de taal niet spreken, worden ze van de een op de andere dag ontslagen. Dan komen ze met brieven die nergens op slaan, dan komen ze naar mij toe: “kan je mij hierbij helpen?”. Als ik vervolgens erop wijs, dat ze rechten hebben, dan kijken ze met ogen van: “Kunnen we hieraan doen?”. Dan zeg ik: Ja dat kan, en dat moet ook.

Maar ze zijn altijd zo bang, als ik stappen onderneem dat ik vervolgens weer terug niks krijg. Vooral de eerste generatie, ze hebben zoiets van “we willen geen problemen”. Wie zijn hier om wat van te maken en wat geld te verdienen, we gaan gewoon terug.” In tegenstelling tot de eerste generatie gaan jongeren uit de tweede generatie veelal anders om met anti-zwart racisme en uitsluiting. Zij zijn in Nederland geboren, ze spreken Nederlands en ze kennen hun rechten over het algemeen beter. Ze hebben vaak een andere mindset ten opzichte van hun ouders, omdat ze zichzelf niet als gast zien, maar ook als Zwarte Nederlander. Ze zijn daardoor eerder geneigd om actiever voor hun rechten te komen door zich bijvoorbeeld over racisme uit te spreken. Bekende voorbeelden van mensen uit de GhaneesAmsterdamse gemeenschap die zich tegen racisme en discriminatie uitspreken zijn mensenrechtenactivist Jerry Afriyie en rapper en dichter Akwasi: “Mijn vader vond wel dat ik excuses moest maken voor wat ik op de Dam had gezegd over Zwarte Piet, maar hij komt uit een tijd waarin je werkte voor een baas en je plaats wist. Ik ben mijn eigen baas en zeg wat ik wil. Niemand kan mij ontslaan, als je niet uitkijkt ontsla ik jou.”94

94 Peter van Brummelen, “Akwasi: ‘Er is niks mis met mij, er is wat mis met Nederland,’” Het Parool, August 8, 2020,

https://www.parool.nl/gs-b2e152f8.

57

Figuur 29 Demonstratie #BlackLivesMatter Dam 1 juni 2021, Foto: Geronimo Matulessy

Verhouding tot witte mensen Tijdens het rondetafelgesprek met sleutelfiguren uit de Ghanese gemeenschap werd opgemerkt dat Ghanezen zich op andere manieren tot witte Nederlanders verhouden vergeleken met de Afro-Surinaamse en Afro-Caribische gemeenschappen. Waar de relatie tussen deze gemeenschappen en Nederland historisch wordt gekenmerkt door het koloniale en slavernijverleden, ontbreekt dat bij de Ghanese gemeenschap. Ghanezen zijn voornamelijk economische migranten, waardoor de relatie tussen Ghanezen en witte Nederlanders door de deskundigen als ‘luchtiger’ wordt ervaren: “Mensen die intergenerationele trauma’s van slavernij hebben meegemaakt hebben veel meer vervelende en intimiderende relatie met Nederland dan Ghanezen. Het idee van hiërarchie is veel minder aanwezig. Mensen uit de Amerika's (bijvoorbeeld mensen uit Caribisch gebied en Suriname) zitten in een ‘abusive relatie’, alsof ze in een soort Stockholmsyndroom relatie met Nederland zitten. De Ghanese cultuur is iets luchtiger is over hoe witte mensen wordt gesproken.” Tegelijkertijd werd opgemerkt dat de Ghanese gemeenschap in het Verenigd Koninkrijk bijvoorbeeld weer een andere relatie heeft met witte mensen vanwege de koloniale relatie met Engeland. Zoals in een eerder hoofdstuk werd beschreven, veroverde de WIC in 1637 fort Elmina aan de westkust van het huidige Ghana.

Het duurde echter lang voordat het land achter de kuststreek werd gekoloniseerd. Rond 1700 werd het Ashanti-koninkrijk gesticht, dat een hoge organisatiegraad kende. In 1874 vielen de Britten het koninkrijk binnen en vestigden na jarenlange oorlogen met de Ashanti’s de kolonie ‘Goudkust’. Onder het Britse koloniale bewind werd ook in Ghana koloniaal gedachtegoed verspreid waarin witheid de norm werd. 95 Ghanese deskundigen gaven aan dat kleur en klasse ook in de Ghanese samenleving en in de Ghanese 95 “Race Politics in Ghana,” geraadpleegd 7 maart 2021, https://africasacountry.com/2013/01/race-politics-in-ghana.

58

gemeenschap in Nederland een rol speelt. Met name Ghanezen uit de eerste generatie en uit de lagere sociaaleconomische klasse hebben nog te kampen met een erfenis uit het koloniale verleden waarin witheid als beter wordt gezien: “Je hoort verhalen over witte mensen, over Europa, over instellingen die te maken hebben met witheid. Dat wordt met bewondering en aanzien geframed, waardoor je opgroeit met een gevoel van inferioriteit ten opzichte alles wat wit is. (…) Je moet niet onder de indruk zijn van witte mensen, maar onder de indruk van Ghana, van Zwarte Amerikanen. Je moet minder aan witte mensen denken, sommige witte mensen zijn gewoon trash. Hierin is bijles nodig: hoe ga je minder geïntimideerd zijn door witheid en meer denken van Zwartheid?” Anti-zwart racisme tussen Surinamers, Afro-Caribische mensen en Ghanezen Tijdens het rondetafelgesprek met sleutelfiguren uit de Ghanese gemeenschap deelden de experts hun ervaringen en observaties dat vele Ghanezen niet alleen met discriminatie en uitsluiting vanuit witte Nederlanders hebben meegemaakt, maar juist ook vanuit Surinamers en Afro-Caribische mensen. Zoals in eerdere hoofdstukken is beschreven, was het systeem van trans-Atlantische slavenhandel en kolonialisme gestoeld op het idee dat Zwartheid gelijkstond aan minderwaardigheid.

Dit is gevoed door anti-Zwarte narratieven over het Afrikaanse continent als ‘het donkere continent’, waar mensen minder ontwikkeld en primitief waren. 96 Deze geracialiseerde ideeën werden dan ook gekoppeld aan het Afrikaanse continent en Afrikaanse volkeren en deze ideeën werden geïnternaliseerd door mensen in de kolonies. De Surinaamse activist Anton de Kom schreef hierover: “Geen beter middel om het minderwaardigheidsgevoel bij een ras aan te kweken, dan dit geschiedenisonderwijs waarbij uitsluitend de zonen van een ander volk worden genoemd en geprezen. Het heeft lang geduurd voor ik mijzelf geheel van de obsessie bevrijd had, dat een n*g*r altijd en onvoorwaardelijk de mindere zijn moest van iedere blanke.” Dit geïnternaliseerde racisme en minderwaardigheidsgevoel waren geworteld in anti-zwart racisme en werden meegenomen naar Nederland door migranten uit de voormalige kolonies. Dit zorgde voor een situatie waarin Surinamers en Antillianen neerkeken op Ghanezen en andere Afrikaanse migranten, omdat zij zichzelf als beter ontwikkeld zagen dan de ‘onderontwikkelde’ Afrikanen. Ghanese en andere Afrikaanse mensen werden door Surinaamse en Caribische mensen gepest en uitgesloten. Zo werden Ghanezen ‘bokoe’ genoemd, een denigrerend woord uit het Sranantongo dat ‘bokking’ betekent. Een van de experts zei: “Ik heb in Zuidoost gewoond.

Er waren veel Surinamers die negatief verbaasd reageerden als ik zei dat ik Ghanees ben. Surinamers zijn te veel gevormd door witheid, Ghanezen zijn nog verder af van ‘de beschaafde’ samenleving’.” Uitsluiting, pesterijen en discriminatie van Ghanezen door mensen met een Afro-Caribische en Afro-Surinaamse afkomst is een gevoelig onderwerp, omdat het mensen diep heeft geraakt en pijn heeft gedaan. Het heeft ook tot spanningen tussen de verschillende gemeenschappen geleid en toont de diversiteit en complexiteit van Zwartheid in de Nederlandse context aan. Een collectief van Ghanese jongeren uit Amsterdam Zuidoost heeft een modelabel opgezet 96 DBNL, “Jan Nederveen Pieterse, Wit over zwart · dbnl,” DBNL (DBNL), geraadpleegd 7 maart 2021,

https://www.dbnl.org/tekst/nede008wito01_01/nede008wito01_01_0005.php, 64.

59

genaamd l’Origine, waarmee ze hun Ghanese en Afrikaanse herkomst op een positieve manier wilden uiten. In 2017 lanceerden ze het platform KOBOE.WORLD, waarop ze van alles deelden op het gebied van mode, muziek, events en sport. KOBOE is het woord omgekeerd, en over het gebruik van het scheldwoord ‘bokoe’ zeiden ze: “Vroeger werden we gepest met met de term ‘bokoe’, het Surinaamse woord voor ‘stinkende vis’, dat als scheldwoord werd gebruikt tegen mensen van Afrikaanse komaf. Dat woord wilden we omdraaien door er een positieve betekenis aan geven. Door de letters te verwisselen ontstond KOBOE, wat staat voor Kings of Blessed Origin Erected. Dat we bokoe genoemd werden heeft ons niet echt geraakt, we zeiden altijd wat terug. Het heeft ons eerder trotser gemaakt. Maar er waren ook mensen die er wel heel onzeker van werden. Als je al vanaf je vijfde zo genoemd wordt, dan kan dat je wel raken. En niet alleen in de Bijlmer, later pikten ook andere mensen de term op en werd het zelfs op de voetbalclub in Oud-Zuid gebruikt. Het leek een algemeen woord te zijn geworden voor Afrikaan, maar het is en blijft een scheldwoord. Sommige mensen in onze omgeving schaamden zich daardoor gewoon om Afrikaans te zijn. Er waren mensen die zichzelf Surinaams of half Surinaams gingen noemen om maar niet gepest te worden. Het was toen wij opgroeiden en daarvoor niet cool om Ghanees te zijn.” 97

De manier waarop deze jonge Ghanese ondernemers met de pesterijen omgingen, reflecteert een belangrijk aspect van de Ghanese cultuur. Volgens het ministerie van Binnenlandse Zaken komen veel Ghanese migranten uit de middenklasse en hebben vele Ghanezen middenklasseaspiraties. Hierbij wordt het gewaardeerd om materiële welvaart te vergaren en te tonen. ‘Etnisch ondernemerschap’ – vaak gericht op de eigen gemeenschap – is een van de manieren waarop deze welvaart bereikt kan worden. Het risico van ‘etnisch ondernemerschap’ is echter dat de bedrijven vaak relatief klein en kwetsbaar zijn. Volgens de sleutelfiguren die zijn geïnterviewd, hebben Ghanezen uit de tweede generatie steeds meer interesse in het ondernemen en investeren in het land van herkomst van hun ouders. Deze interesse komt volgens de sleutelfiguren deels voort uit oprechte interesse in het Afrikaanse continent, maar deels ook uit de uitsluiting die ze in Nederland ervaren en de verwachting dat ze in hun land van herkomst meer kansen zullen krijgen. Zo worden regelmatig evenementen georganiseerd over business opportunities in Ghana en andere landen in het continent die populair zijn onder Ghanese jongeren.

Waar Ghanezen vroeger werden gepest en gediscrimineerd vanwege hun achtergrond wordt het nu steeds meer populair om hun Afrikaanse roots te claimen.98 Marketingcampagnes en culturele ontwikkelingen waarbij het investeren in Ghana aantrekkelijk wordt gemaakt, zoals ‘the Year of Return’ ,99 en de toenemende populariteit van (West)Afrikaanse artiesten, muziek en cultuur dragen hieraan bij. Ook initiatieven zoals Alkebulan, waarin Afrikaanse jongeren, waaronder ook Nederland-Ghanese jongeren op verschillende creatieve manieren hun Afrikaanse erfgoed onderzoeken en beogen de beeldvorming over het Afrikaanse continent en de diaspora te veranderen, reflecteert deze dynamiek en een creatieve manier waarop Zwarte en Afrikaanse Amsterdammers raciale beeldvorming proberen te bestrijden. Ze organiseren onder andere talkshows en festivals en publiceren over cultuur, identiteiten en maatschappelijke kwesties zoals racisme:

“Van Ghana Naar de Bijlmer: L’origine Komt de Wereld Kleur Geven - i-D,” geraadpleegd 7 maart 2021, https://id.vice.com/nl/article/mb3zpn/lorigine-is-hier-om-de-wereld-meer-kleur-te-geven. 98 Marleen Witte, “Black Citizenship, Afropolitan Critiques: Vernacular Heritage‐making and the Negotiation of Race in the Netherlands,” Social Anthropology 27, no. 4 (n.d.): 609–25. 99 “Year Of Return – Celebrating 400 Years of African Resilience…,” geraadpleegd 7 maart 2021, https://www.yearofreturn.com/. 97

60

“The first and second generation from migrants have been more in tune with their culture and heritage through music, fashion, art and literature. This results in a subculture that contradicts the usual image of Africa and its diaspora. In a short time it has also become a big part of pop culture. But there are still prejudices about the continent and its Diaspora. Many of these artists remain unknown to the media and the rest of the world. Alkebulan wants to change that.”100

Figuur 30 Jefferson Osei en Mitchell Esajas in gesprek. Bron: The Black Archives

Daily Paper Een ander voorbeeld van de dynamiek binnen de Ghanese en bredere Afrikaanse diaspora is het populaire Amsterdamse modemerk Daily Paper. Daily Paper begon als een blog over mode, opgericht door Jefferson Osei, Hussein Suleiman en Abderarahmane Trabsini. Osei heeft een Ghanese achtergrond, Suleiman een Somalische en Trabsini een Marokkaanse. In een interview gaven ze aan dat ze een afkeer kregen van het journaal omdat het nieuws over het Afrikaanse continent vrijwel altijd over “hongersnood, geweld en ziektes” ging. Het was altijd negatief. Op school leerden ze “niet over Somalië, Marokko en Ghana, de kolonisatie van Afrika en de subculturen van het continent. Of wat zich daar afspeelt.”101 Met hun mode en werk willen ze bijdragen aan een positiever beeld over het continent en bijdragen aan de zoektocht naar de identiteit die jongeren met een Afrikaanse achtergrond die opgroeien in Nederland of andere landen ervaren. Hiermee proberen ze mensen te inspireren en kracht te geven. Osei groeide op in Amsterdam-West en -Zuidoost en haalt inspiratie uit zijn Ghanese wortels. In een interview zei hij: “In Ghana zijn er veel stammen en evenveel talen. Ik ben Ashanti en Fante. Ik spreek ook de taal. Vanaf dag één zei mijn moeder: “Je bent in Nederland geboren, maar je “THE PROJECT | ALKEBULAN PROJECT,” geraadpleegd 7 maart 2021, http://www.newalkebulan.com/the-project/.

Annemart van Rhee >, “Hoe modelabel Daily Paper de wereld verovert,” AD.nl, April 12, 2020, https://www.ad.nl/binnenland/hoemodelabel-daily-paper-de-wereld-verovert~aad236df/. 100 101

61

komt uit Ghana.” Dus ik ben me heel bewust van mijn roots. Daarom draag ik ook vaak mijn kufi, een ceremoniële hoed. In Amerika zijn veel zwarte mensen op zoek naar hun stamboom of op welke plantage hun voorouders hebben moeten werken. Hun identiteit is gewist. Wij Ghanezen weten die gelukkig goed te bewaren.”102

Deze dynamiek waarin (jonge) mensen hun Zwarte of Afrikaanse identiteit vormgeven en zichzelf definiëren, reflecteert het idee dat Zwarte identiteit en het idee van een Zwarte gemeenschap geen vastomlijnd begrip is, maar iets dat constant in beweging is en betekenis krijgt in veranderende maatschappelijke, culturele en economische contexten. Aanbevelingen ●

●

●

Maak bijles en huiswerkbegeleiding meer toegankelijk. Leerlingen moet zich kunnen herkennen in de mensen die bijles geven. Ondersteun bestaande initiatieven uit de Ghanese gemeenschap die bijles geven aan Zwarte leerlingen en hun kwaliteit hebben bewezen, zoals stichting SPE. Bied meer informatie over toekomstperspectief voor Zwarte jongeren op het gebied van carrière. Toon aan dat ze ook een carrière kunnen ontwikkelen in de creatieve sector naast de carrièremogelijkheden die volgen na traditionele studies, zoals rechten en geneeskunde. Faciliteer waarin arbeidsmarktperspectieven en cv building worden geboden specifiek voor Ghanese professionals. Erken dat meertaligheid (het spreken van Twi, Hause of Ga, Engels en Nederlands) en het tolken en het administratief ondersteunen van familieleden vaardigheden zijn die van toegevoegde waarde zijn op de arbeidsmarkt en in de samenleving.

●

Investeer in kennis over de geschiedenis en cultuur van Afrikaanse landen zoals Ghana. Zwartheid begint niet in Nederland of de VS, maar in het Afrikaanse continent.

●

Investeer in het opbouwen van een netwerk van Nederlandse-Ghanese religieuze instellingen.

102 Door Martijn Zeven, “Voor Daily Paper-medeoprichter Jefferson Osei zijn zijn roots heel belangrijk,” Quote,

November 14, 2020, https://www.quotenet.nl/lifestyle/a34676002/voor-daily-paper-medeoprichter-jefferson-osei-zijnzijn-roots-heel-belangrijk/.

62

8. Anti-zwart racisme en Zwarte Moslims Een van de meest zichtbare en tegelijkertijd minder zichtbare, en wellicht nieuwere, Zwarte gemeenschappen in Amsterdam zijn Zwarte moslims. Met dit actieonderzoek wordt getracht meer inzicht te geven in de manier waarop mensen die Zwart en moslim zijn racisme ervaren. De intersectionaliteit van de verschillende identiteiten die Zwarte moslims met zich meedragen, wordt vaak niet of nauwelijks erkend. Hoewel de ervaringen van Zwarte moslims zich op de intersectie van ‘ras’ of etniciteit, religie en gender worden gevormd, ervaren ze dat er vaak slechts ruimte is voor een aspect van hun identiteit. Een van de experts die zelf Zwart en moslima en actief in de media is, zei dat ze vaak het gevoel heeft dat ze moet kiezen tussen haar identiteiten en ervaringen: “Ik moet kiezen tussen Zwart zijn en moslim, waardoor ik impliciet het gevoel krijg dat racisme belangrijker is ten opzichte van mijn moslim zijn. Ik moet me eerst focussen op racisme en dan op islamofobie. Ik voel de urgentie voor moslimslevens. In moslimbewegingen in Nederland ervaar ik ook anti-zwart racisme. Ik wordt niet begrepen, en het wordt gebagatelliseerd. Je wordt niet in je volledigheid gezien, terwijl het een veilige ruimte zou moeten zijn.”

Figuur 31 #BlijkLivesMatter protest 10 juni 2020 Bijlmer Foto: Luciano Boterman

Een Zwarte moslim is óf Zwart óf moslim óf in sommige gevallen vluchteling. Zwarte moslims, vaak afkomstig uit West- en Oost-Afrika, in het bijzonder uit Somalië, ondervinden vaak geen steun uit de religieuze en etnische gemeenschappen waartoe zij behoren. Binnen Zwarte gemeenschappen voelen vele Zwarte moslims zich niet altijd thuis en gezien. Religie en hun

63

religieuze identiteit wordt onderbelicht, weggewuifd en gebagatelliseerd. Islamofobie binnen Zwarte gemeenschappen wordt te weinig erkend. Er is sprake van “rejection from within the community” vanuit de Zwarte gemeenschap die in de Nederlandse context vaak een christelijke achtergrond heeft en waar het gevoel heerst dat er in de strijd tegen racisme een impliciete boodschap is dat nu het bevechten van anti-zwart racisme belangrijker is dan het bevechten van islamofobie. Anti-zwart racisme in moslimgemeenschappen Net als alle andere Zwarte gemeenschappen ervaren Zwarte moslims ook anti-zwart racisme. Dit uit zich enerzijds in alledaagse vormen van anti-zwart racisme, zoals een kind dat bijvoorbeeld Zwarte Piet genoemd wordt. Anderzijds ervaren ze het op institutioneel niveau, bijvoorbeeld in de vorm van onderadvisering in het onderwijs, discriminatie op de arbeidsmarkt en in de zorg. Daarnaast ervaren Zwarte moslims een specifieke vorm van anti-zwart racisme vanuit islamitische gemeenschappen. Ook binnen islamitische gemeenschappen zijn er mensen die Zwarte mensen als ‘minder’ zien.

Anti-zwart racisme is ook een groot probleem in verschillende Arabische en Noord-Afrikaanse landen.103 104 Dit gedachtegoed wordt hierdoor ook in Nederland geuit, zoals persoon R zei: “Anti-zwart racisme is een probleem waar we allemaal te maken mee hebben, maar Zwarte moslims hebben een andere positie. De moslimgemeenschap is geen monoliet. Je bent als moslim opgegroeid of bekeerling. Je bent West- of Oost-Afrikaans. Waar ik het over heb is anti-zwart racisme onder moslims van kleur. Ik heb daar persoonlijk de meeste ervaring mee met niet-zwarte Marokkanen, Egyptenaren, en Pakistanen. Ze gebruiken bijvoorbeeld het woord voor n*g*r, of nikker of isupreen, dat betekent mensen van de markt. Ik heb in de moskee anti-zwart racisme meegemaakt. Ik ben een keer per ongeluk in het mannengedeelte van de moskee beland, de jongens begonnen het woord n*g*r te roepen. Een andere keer bezocht ik ook Marokkaanse moskee, een vrouw begon gelijk ‘die bruine’ te zeggen en er werden dingen over mijn kleding gezegd. Een andere keer bij een Marokkaans feest in een buurtcentrum, een jongen zei ‘wat doet die n*g*rin daar’. Marokkaanse meisjes die met zwarte mannen relaties hebben worden uitgemaakt voor hoer. (Rosalinda) Racisme blijkt in de Nederlands islamitische gemeenschap een wijdverspreid probleem.

Hoewel het tegenstrijdig met de beginselen van de religie worden Zwarte moslims in Nederlandse islamitische gemeenschappen die vaak uit Marokkaanse en Turkse moslims bestaan als ‘minder’ beschouwd. Ze worden gezien als minder vroom105 en minder moslim, omdat zij qua uiterlijk verder van de profeet Mohammed staan.106 Deze denkbeelden uiten zich in microagressies binnen moskeeën, maar ook expliciet racisme door bijvoorbeeld het gebruik van het woord ‘azzy’, een Marokkaans woord voor ‘n*g*r’ of ‘n*kk*r’ en uitsluiting van Zwarte moslims in moskeebesturen.107 Ook heerst er een taboe op relaties tussen niet-zwarte moslima’s van kleur en Zwarte mannen, en worden deze moslima’s vaak online publiekelijk Arab Reform Initiative, “Mobilizing against Anti-Black Racism in MENA: A Reader,” Arab Reform Initiative, 4 December 2020, https://www.arab-reform.net/publication/mobilizing-against-anti-black-racism-in-mena-a-reader/. 104 “Anti-Blackness in the Muslim World: Beyond Apologetics and Orientalism - Maydan,” geraadpleegd 7 maart, 2021, https://themaydan.com/2020/10/anti-blackness-in-the-muslim-world-beyond-apologetics-and-orientalism/. 105 de Kanttekening. “Gezocht: ‘Moedige moslims die de gemeenschap confronteren met racisme,’” 26 juni, 2020. https://dekanttekening.nl/samenleving/gezocht-moedige-moslims-die-de-gemeenschap-confronteren-met-racisme/. 106 OneWorld.

“Anti-zwart racisme binnen moslimgemeenschappen,” 23 februari, 2018. https://www.oneworld.nl/lezen/discriminatie/racisme/anti-zwart-racisme-moslimgemeenschappen/. 107 Hizir Cengiz, “Racisme is ook in mijn islamitische gemeenschap een probleem.” De Correspondent, 30 juni, 2020. https://decorrespondent.nl/11373/racisme-is-ook-in-mijn-islamitische-gemeenschap-een-probleem/5150482378305-d5ff1ae7. 103

64

‘geshamed’ als zij te zien zijn met Zwarte mannen.108 In maart 2021 ontstond er controverse nadat er op de social media app ClubHouse racistische opmerkingen werden gemaakt over Zwarte mensen voor moslimjongeren.109 Uit een Europees onderzoek onder vijftienjarigen bleek dat jonge vrouwen met een islamitische achtergrond die een relatie met een Zwarte jongen hebben vaak slachtoffer worden van shaming. De NOS maakte hierover het item ‘GESHAMED omdat ik een zwarte jongen DATE’.110 In een artikel stond bijvoorbeeld het volgende geschreven: “Het gaat daarbij opvallend vaak om meisjes en jonge vrouwen met een niet-westerse achtergrond, bijvoorbeeld een Marokkaanse, die een zwarte vriend hebben.”111 Dit zorgt ervoor dat Zwarte gemeenschappen meer op zichzelf blijven, zoals bijvoorbeeld zichtbaar is in het verhaal over de West-Afrikaanse moslims in Zuidoost die al vanaf 1993 een moskee willen opstarten112, of het verhaal van persoon N, wiens vader bij het oprichten van een Somalische moskee geen steun kon verwachten van andere, in het specifiek Marokkaanse moskeeën, zoals gewoonlijk de procedure is bij het oprichten van een moskee. Belangrijk om toe te voegen, is dat dit probleem voor een deel voortkomt uit de Nederlandse context.

Aangezien Frankrijk meerdere kolonies had in het Afrikaanse continent waar veel Zwarte en islamitische Afrikaanse mensen wonen, zijn Zwarte moslims daar bijvoorbeeld meer zichtbaar. Zoals persoon O vertelt: “Ik kom uit Sierra Leone en Guinea. Mijn neefjes daar [in Parijs] kunnen met Algerijnse buurkinderen meespelen. Er is onwetendheid, fear for the unknown. Dat is iets van Nederland. Maar ook andere sociale variabelen die een rol spelen. In Nederland wel apart dat ik moet zeggen dat ik zwart en moslim ben; als ik in Parijs ben en zeg ik heet O, dan weten ze het al.” Beeldvorming van Zwarte moslims Er is in de media weinig representatie van Zwarte moslims. In het traditionele beeld van moslims in Nederland, zoals de Meiden van Halal, kunnen niet alle Zwarte moslims zich herkennen. De ‘echte’ moslim wordt in de media, net zoals vanuit dominante moslimgemeenschappen, gezien als een Turks, Marokkaans, Arabisch of Noord-Afrikaans. Dit beeld wordt bovendien geïnstitutionaliseerd door onderzoek. Dit blijkt bijvoorbeeld uit een onderzoek naar de beeldvorming van moslima’s in de beeldbank van het Algemeen Nederlands Persbureau, waar geen Zwarte moslima te zien is.113 Mede hierdoor worden Zwarte moslims door onderrepresentatie en misrepresentatie en door racistische en islamofobische stereotypen niet in hun volledigheid gezien.

Een van de experts zei tijdens het rondetafelgesprek: “Er zijn dimensies die ik niet had kunnen delen met anderen. Bepaalde vormen van leven, van zwarte mensen, van moslimmensen, van Zwarte en moslimmensen, worden

108

NOS Stories. GESHAMED Omdat Ik Een Zwarte Jongen DATE | De Waarheid over GEMENGDE RELATIES, 2020. https://www.youtube.com/watch?v=SPWvr_QksL4&feature=youtu.be&ab_channel=NOSStories. En:“Jonge vrouwen aan de onlineschandpaal door gemengde relatie,” geraadpleegd 7 maart 2021, https://nos.nl/l/2351679.; Marije van Beek. “‘Mijn huidskleur maakt me niet minder moslim.’” Trouw, 21 juni, 2020. https://www.trouw.nl/gs-bcef9eb6. 109 ‘Mohamedsmening & Dahit maken vuist tegen groep racistische moslims op Clubhouse”, geraadpleegd 7 maart 2021, https://www.funx.nl/news/funx/8586d9f2-7827-4a87-be39-d7f1e48ea0ed/mohameds-mening-dahir-makenvuist-tegen-racistische-marokkaanse-clubhouse-groepen 110

NOS Stories. GESHAMED. “Jonge Vrouwen Die Zwarte Jongens Daten Online Aan de Schandpaal Genageld,” geraadpleegd 7 maart 2021, https://joop.bnnvara.nl/nieuws/jonge-vrouwen-die-zwarte-jongens-daten-online-aan-de-schandpaal-genageld. 112 NRC. “West-Afrikaanse moslims zoeken hun eigen plek in Nederland.” Geraadpleegd 22 december 2020. https://www.nrc.nl/nieuws/2019/05/06/de-afrikaanse-moslims-zoeken-een-eigen-plek-a3959278. 113 Ik ben niet jouw strijdtoneel. “Moslima’s in Beeld - Acties.” geraadpleegd 21 januari 2021. https://www.wespeak.nl/acties/moslima-s-in-beeld/. 111

65

niet begrepen en als slecht gezien.” [...] “Als je niet voldoet aan leven witte mensen in Europa, ben je barbaar.” Het viel de geïnterviewde experts op dat er vooral na de Black Lives Matter-protesten meer (oppervlakkige) interesse leek te zijn, in het bijzonder in Zwarte islamitische vrouwen. Dit wordt door hen ervaren wordt als tokenisme, de vaak symbolische poging om inclusief te lijken door het aannemen of naar voren schuiven van enkele mensen uit minderheidsgroepen zonder structureel iets te veranderen. Zwarte moslima’s kunnen krijgen nu meer podia om de ervaringen van Zwarte moslims te bespreken en worden vervolgens gezien als vertegenwoordiger van alle Zwarte moslima’s. Daarnaast lopen ze nog steeds tegen het gebrek aan intersectionaliteit aan, zoals persoon N zei: “Ik herken me in de ‘perfecte token’. Uit mijn eigen ervaringen ben ik door een activist gevraagd, ‘kies nou of je zwart bent of moslim’. Dat is alsof je mij vraagt of ik eerst vrouw ben en dan dat. Het zijn niet verschillende compartimenten waar ik iets in kan stoppen. Ik ben Somalisch, daar geboren, vluchteling. Dit geeft een anti-vluchtelingdimensie, vluchtelingen zijn helemaal onzichtbaar.” (N.M.)

Figuur 32 #BlackLivesMatter protest 3 juni 2020 Rotterdam, Foto: Mascha Tielemans

Naast deze identiteiten van Zwart, moslim en vluchteling zijn, is ook de Zwarte moslimgemeenschap zelf niet homogeen: zij komen uit verschillende landen, zijn afkomstig van verschillende etnische groepen en verschillende culturen en spreken verschillende talen. Sommigen zijn opgegroeid als moslim, anderen hebben zich bekeerd. Sommige dragen hijab, anderen niet. Er is geen monolithische Zwarte moslimidentiteit en niet één algemene Zwarte moslimervaring, maar Zwarte moslims hebben wel te kampen met anti-zwart racisme en moslimhaat. Om dit effectief te bestrijden, is het van belang om deze intersectionaliteit in

66

ogenschouw te houden als beleid wordt ontwikkeld, maar ook als er wordt gesproken en geschreven over onderwerpen zoals racisme en discriminatie. Aanbevelingen - Faciliteer safe spaces waar Zwarte moslims bij elkaar kunnen komen en ga aan tafel met Zwarte moslims om beleid te bespreken dat hen treft. - Stimuleer betere en meer diverse representatie van Zwarte moslims, in de media, in (school)boeken, op het arbeidsmarkt en in de culturele sector. - Creëer meer bewustwording over de intersectie tussen anti-zwarte racisme en Islamofobie -

67

Besteed meer aandacht aan hoe islamofobie impact heeft op Zwarte Moslims.

9. Anti-Zwart racisme, vluchtelingen en Eritrese statushouders In Amsterdam wonen duizenden mensen van Afrikaanse herkomst die als vluchteling naar Nederland zijn gekomen of wiens ouders naar Nederlands zijn gevlucht. Vluchtelingen kampen met meervoudige problematiek die gekoppeld is aan hun status, huidskleur en culturele achtergrond. Zo kan onderscheid worden gemaakt tussen statushouders, mensen die de asielstatus hebben gekregen en ongedocumenteerden die geen asielstatus hebben ontvangen. Een aanzienlijk deel van de vluchtelingen, zowel statushouders als ongedocumenteerden, hebben een Afrikaanse achtergrond en identificeren zichzelf als Zwart of worden als Zwart gezien. Velen van hen hebben daardoor ook te kampen met institutioneel en anti-zwart racisme. In dit hoofdstuk wordt bijzondere aandacht besteed aan de Eritrese gemeenschap, omdat dit een van de meest zichtbare groepen is met een vluchtelingenachtergrond. Vanwege de beperkingen van de onderzoeksopdracht is geen rondetafelgesprek georganiseerd met mensen uit de Eritrese gemeenschap. Wel hebben interviews plaatsgevonden met sleutelfiguren die actief zijn binnen de Eritrese gemeenschap en is onderzoek gedaan naar literatuur over deze groep. In de afgelopen jaren is het aantal Eritrese asielzoekers sterk toegenomen vanwege politieke spanningen in het land.

Het aantal Eritrese statushouders is tussen 2010 en 2020 toegenomen van 99 tot 1471. Tussen 1983 en 1991 vluchtte reeds een grote groep Eritrese vluchtelingen naar Nederland vanwege politieke en economische ontwikkelingen in het land. In deze periode ging het voor een groot deel om hoger opgeleide mensen die hun weg hebben kunnen vinden in de Nederlandse samenleving. Begin jaren ’90 volgde een tweede golf Eritrese vluchtelingen, van wie velen lager geschoold waren. Tussen 1998 en 2000 volgde een derde golf vanwege conflict in het grensgebied met Ethiopië. De meest recente golf is sinds 2014 op gang gekomen. Hierbij gaat het voornamelijk om mensen uit het grensgebied met Ethiopië. Het overgrote deel, ruim 90%, is Koptisch christen en hoort bij de Tigrinya bevolkingsgroep. De Eritrese gemeenschap is een complexe gemeenschap vanwege politieke spanningen in het land die ook hun weerslag hebben op de gemeenschap in Nederland. Tegelijkertijd is er veel saamhorigheid en solidariteit tussen Eritreeërs die al langer in Nederland wonen en nieuwkomers. 114

114 “Eritrese vluchtelingen,” Pharos, geraadpleegd 7 maart, 2021, https://www.pharos.nl/factsheets/eritrese-

vluchtelingen/.

68

Figuur 33 Dienst Onderzoek en Statistiek, gemeente Amsterdam, Bron: Vluchtelinenmonitor 2017

Statushouders Volgens de meest recente Vluchtelingenmonitor van de gemeente Amsterdam uit het jaar 2020 wonen er ongeveer 7.300 statushouders, van wie ongeveer 6.300 na 2015 de asielstatus hebben gekregen.115 Ongeveer 15% van alle Nederlandse statushouders woont in een van de G5-steden (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Eindhoven). Een derde daarvan woont in Amsterdam. De grootste groepen statushouders in Amsterdam zijn mensen uit Syrië (43%) en mensen uit Eritrea en Ethiopië (21%). Een aanzienlijk deel hiervan zijn alleenstaande mannelijke statushouders en kinderen van 0 tot 17 jaar (32%). Nadat mensen een status hebben verkregen, hebben ze het recht op gezinshereniging. In de vluchtelingenmonitor wordt bijzondere aandacht gegeven aan Eritrese en Ethiopische statushouders. Velen van hen zijn jong: 28% is tussen de 18 en 26 jaar oud, man (62%) en alleenstaand (53%), Ze maken vaker dan gemiddeld gebruik van inkomensvoorzieningen: 41% ten opzichte van het gemiddelde van 34%. Een groot deel van de Ethiopische statushouders (83%) heeft een Eritrese nationaliteit. Het grootste deel is alleenstaand en volwassen (53%), en onder de 18- tot 26-jarigen ligt dit aandeel hoger (81%). Van de volwassen statushouders was aan het einde van 2019 een groot deel afhankelijk van een bijstandsuitkering (71%), dit is hoger dan het gemiddelde van 62%.

Het aandeel onder de vrouwen (81%) ligt hierbij hoger dan het aandeel onder de mannen (65%). Ongeveer 37% van de statushouders werkt, en een deel hiervan ontvangt ernaast een bijstandsuitkering. Ongeveer 62% is afhankelijk van een bijstandsuitkering, wat aanzienlijk hoger is dan het gemiddelde in Amsterdam. Mannen werken hierbij vaker dan vrouwen: 45% ten opzichte van 19%. Velen werken in de horeca, en de meesten hebben een contract voor bepaalde tijd of een flexcontract. Dit maakt ze in tijden van Covid-19 extra kwetsbaar. Er wordt extra aandacht aan de groep Eritrese statushouders gegeven, omdat de gemeente zich publiekelijk zorgen maakt over de kwetsbare positie van deze groep. 115 “Data en informatie - Amsterdam: Vluchtelingenmonitor 2020” geraadpleegd 7 maart 2021,

https://data.amsterdam.nl/artikelen/artikel/vluchtelingenmonitor-2020/27c6d0df-a64e-47ce-9011-7114d0a58599/

69

Beeldvorming en culturele verschillen Volgens experts met een Eritrese achtergrond die zelf diensten verlenen om Eritrese statushouders te ondersteunen, zijn er inderdaad problemen en uitdagingen die voor een groot deel te maken hebben met grote culturele verschillen tussen de statushouders en de dominante Nederlandse cultuur. Volgens hen speelt de negatieve beeldvorming over Afrikaanse vluchtelingen in het algemeen en Eritreeërs in het bijzonder ook een rol. Ze stellen dat er in Nederland een negatieve blik over Eritrese vluchtelingen heerst waarin ze als ‘moeilijke, laagopgeleide mensen met beperkte vaardigheden’ worden gezien die niet komen om te werken. Dit beeld wordt volgens hen in de media gereproduceerd door bijvoorbeeld dominante beelden van mensen uit Afrika die nog uit het koloniale verleden stammen te tonen. Hierdoor wordt bewust of onbewust neergekeken op Zwarte mensen, in het bijzonder op Eritrese en andere Afrikaanse vluchtelingen. De negatieve beeldvorming heeft ook impact op de statushouders en mensen die met ze werken. In een artikel over Eritrese statushouder stond bijvoorbeeld: “Aan het einde van het taaluurtje grijpt Kesanet de gelegenheid aan om te laten weten dat ze soms last heeft van de negatieve berichtgeving rondom nieuwkomers.

“Iemand vroeg laatst aan mij: ‘Ben jij écht Eritrees?’ Hij geloofde het bijna niet omdat hij dacht dat alle Eritreeërs lui zijn. Ik word daar verdrietig van. Weet je wat die verhalen met ons zelfvertrouwen doen? Ik heb er een beetje om gehuild. Eritrese mensen zijn harde werkers, ze praten er alleen niet over.””116 De afgelopen twee decennia is het politieke klimaat in Nederland sterk verrechtst. Populistische partijen die zich openlijk tegen immigratie en de opvang van vluchtelingen keren, zoals de Partij voor de Vrijheid en Forum voor Democratie hebben aan populariteit gewonnen. Andere partijen, zoals de VVD, CDA en PVDA, zijn naar rechts opgeschoven door strenger immigratiebeleid in te voeren. In het discours in politiek en media wordt de nadruk gelegd op de ‘migrant met slechte vooruitzichten’ die moeilijk of niet te integreren is in de samenleving. Hierdoor worden migranten als een maatschappelijk probleem gezien in tegenstelling tot mensen die met de juiste middelen en ondersteuning kunnen emanciperen. Een desastreus voorbeeld van antivluchtelingen en anti-zwart taalgebruik is de term ‘dobbern*g*r’ die Annabel Nanninga, gemeenteraadslid voor Forum voor Democratie, introduceerde. Ze splitste zich af na een schandaal waarin extreemrechtse, islamofobische , anti-zwarte en antisemitische uitspraken lekten.

Nanninga gebruikte de term meerdere keren in blogs om haar xenofobische gedachten tegen vluchtelingen te uiten in een periode dat een humanitaire ramp plaatsvond en honderden vluchtelingen op weg naar Europa verdronken op de Middellandse zee: “Het maakt geen zak uit of we ze immigranten, gelukzoekers, dobbern*g*rs, vluchtelingen of illegalen noemen. Ze zijn met te veel, ze staan te ver af van onze normen en waarden, ze stromen ongecontroleerd binnen en als er weer eens eentje lone wolf gaat, doordraait of radicaliseert zijn het nooit eens de zalvende columnisten of de liegende wetenschappers die de klappen opvangen. Die twitteren nog maar eens een plaatje van een kleumpeuter met hertenogen, huilend aan een grensovergang duizenden kilometers in veilig gebied, daarheen gesleurd door zijn ouders die ‘een veilig heenkomen’ toch graag aangevuld zouden zien met een verblijfsvergunning en een uitkering verder westwaarts in Europa.”117 116 Joset van der Hoeven, “Semhar is 3 jaar in Nederland en helpt nu kwetsbare Eritrese vrouwen,” Het Parool, 29

juli 2019, https://www.parool.nl/gs-b4404ec0. 117 Annabel Nanninga, “Alsof het ook maar één fuck uitmaakt hoe we illegalen noemen,” Jalta (blog), 24 augustus 2015, https://jalta.nl/column/alsof-het-ook-maar-een-fuck-uitmaakt-hoe-we-illegalen-noemen/.

70

Figuur 34 Bron: Screenshot racistische Tweet van @ananninga

Volgens sociaal wetenschappers worden immigranten, in het bijzonder ‘niet-Westerse’ en islamitische migranten, binnen dit discours geracialiseerd. Er wordt niet in termen van biologische rassen over ze geschreven en gedacht, maar hun cultuur wordt geëssentialiseerd en als fundamenteel anders gezien ten opzichte van de dominante Nederlandse cultuur. 118 De negatieve beeldvorming over Afrikaanse mensen met een vluchtelingenachtergrond kan leiden tot racistisch beleid. Zo werk Mark Rutte veroordeeld voor rassendiscriminatie toen hij staatssecretaris was omdat hij Somalische mensen extra liet onderzoeken op fraude. 119 Eritrese statushouders worden binnen de Amsterdamse context geproblematiseerd en ook in media op deze manier beschreven. Zo werd de groep in een voorpagina-artikel in het Parool getiteld ‘Amsterdam bezorgd over kwetsbare Eritreeërs’ als volgt beschreven: “De Eritreeërs in Amsterdam zijn erg slecht geïntegreerd en 'staan ver af van de Nederlandse samenleving qua oriëntatie, omgangsvormen, normen en waarden, taal, participatie en opleiding', constateert de gemeente.” Op basis van een onderzoek van stichting Pharos werd gesteld dat een aanzienlijk deel van de Eritrese statushouders kampt met problemen zoals schulden, alcoholisme en seksueel overdraagbare ziektes.

Daarnaast kampen velen volgens de stichting met psychische problemen, zoals posttraumatische stressstoornissen en depressie, vanwege mensenrechtenschendingen waar ze tijdens de vlucht naar Europa mee te maken hebben gehad. Een deel van de problemen komt volgens de stichting voort uit de culturele verschillen. De Eritreeërs zouden volgens hen ‘ver af van de Nederlandse samenleving’ staan. Eritrese experts die zelf of wiens ouders een vluchtelingenachtergrond hebben, herkennen de problematiek en de uitdagingen, maar bekijken dit vanuit een meer genuanceerde blik. Volgens hen komen veel van de Eritrese statushouders uit rurale gebieden die volgens ‘Westerse standaarden’ onderontwikkeld zijn. Ze hebben wel degelijk praktische vaardigheden, maar niet de vaardigheden die in een gemoderniseerde en sterk gedigitaliseerde samenleving van pas komen. Zo kunnen de statushouders in het rurale gebied waar ze vandaan komen bijvoorbeeld vaardigheden hebben ontwikkeld om agrarische producten te verbouwen. Deze vaardigheden worden niet herkend in de context van een stedelijke omgeving als Amsterdam. Daarnaast Saskia Bonjour en Jan Willem Duyvendak, The ‘Migrant with Poor Prospects’: Racialized Intersections of Class and Culture in Dutch Civic Integration Debates,” geraadpleegd 7 maart 2021, https://www.tandfonline.com/doi/full/10.1080/01419870.2017.1339897.

119 Novum, “Rechter: Rutte zette aan tot rassendiscriminatie”, Trouw 19 mei 2007, https://www.trouw.nl/nieuws/rechter-rutte-zetteaan-tot-rassendiscriminatie~bc40d2da/ 118

71

kunnen ze door de taalbarrière vaak niet duidelijk communiceren, waardoor het beeld dat ze ‘ver van de Nederlandse samenleving staan’ versterkt wordt. Net als in de Ghanese cultuur zijn er culturele verschillen. In de dominante Nederlandse cultuur wordt verwacht dat iemand assertief is en voor zijn mening en voor zichzelf opkomt, terwijl in de Eritrese cultuur wordt verwacht dat iemand autoriteit respecteert en daardoor minder zijn mening deelt. Dit wordt in de Nederlandse cultuur als passief gedrag geïnterpreteerd. Volgens de experts is er te weinig oog voor deze culturele verschillen en wordt te snel uitgegaan van een negatief beeld over Eritrese statushouders: “Nederland is gewoon niet cultuursensitief genoeg. (…) Iets wat niet in hun kaders past is meteen raar en daarmee komt ook white privilege and white supremacy. De beeldvorming over Afrika, waar mensen van Afrika, wanneer ze hier komen. Ze kennen Afrika van de ngo-filmpjes, kinderen met buikjes. Dat geeft een stempel als ze hier zijn.” Onderwijs Alle migranten die zich langdurig in Nederland vestigen en vanuit de Europese Economische Ruimte (EER), Turkije of Zwitserland komen en tussen de 18 en de pensioengerechtigde leeftijd zijn, dienen een inburgeringsexamen te doen. Statushouders vallen net als alle andere kinderen onder de leerplichtwet.

Vaak zijn ze de Nederlandse taal nog niet machtig en beginnen ze het eerste jaar met het volgen van taalklassen of nieuwkomersonderwijs in het primair onderwijs of internationale schakelklassen in het voortgezet onderwijs. Vervolgens stromen ze door naar het regulier onderwijs. Daarnaast ontbreekt het vele statushouders aan de digitale vaardigheden om de inburgeringstests op een computer te volgen: “Een praktisch voorbeeld: alle nieuwkomers moeten inburgering doen, dat is verplicht door de wet. Veel examens zijn echter digitaal. Eritrese nieuwkomers zijn vaak niet vaardig met de computer , in Nederland zitten sommigen voor het eerst achter een computer. Door ze te laten inburgeren via de computer staan ze al 0 – 1 achter. Er is niemand die denkt aan een module digitale vaardigheden.” Volgens experts worden kinderen in vele gevallen op jonge leeftijd al met anti-zwart racisme geconfronteerd. Een van de meest zorgwekkende uitingen van dit probleem is de systematische onderadvisering van Zwarte kinderen en kinderen van kleur. Er is sprake van onderadvisering wanneer een basisscholier een hoger advies op de eindtoets haalt dan het basisschooladvies dat eerder is gegeven.120 Ook hier spelen culturele verschillen een grote rol. Er worden bijvoorbeeld intelligentietoetsen gebruikt waarbij puzzels centraal staan die niet-cultuursensitief zijn.

Dit kan een vertekend beeld geven van de intelligentie van een leerling. In het NRC stond een voorbeeld van een jonge Eritrese leerling die in Eritrea en Soedan bekendstond als een van de slimste leerlingen van de klas op havo-niveau. Zijn vader had een academische opleiding

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10598363/1