CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

A - 22 Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid (9) Bijlage 4 Actieonderzoek a

RAAD 6 oktober 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de Raadsbrief antidiscriminatie VN2021-02510736.467 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Coryfee van de VVD Frits Bolkestein publiceerde in 2011 een artikel getiteld ‘De westerse beschaving is superieur’.44 Hoewel Bolkestein geen partijleider meer is, laat het wel de manier zien waarop gedacht wordt binnen deze partij. De VVD werd tijdens de Tweede Kamerverkiezingen met 32 zetels de grootste partij van Nederland. Ghorashi beschreef hoe de ‘diepgewortelde notie superioriteit van de culturen’ verbonden is met de vanzelfsprekendheid dat ‘autochtonen’ het recht hebben om hun cultuur te claimen ‘omdat ze de eersten waren’. Het toont de verwevenheid van cultuur en macht, hoe cultuur als bron van uitsluiting kan worden gebruikt en hoe cultuur als een homogene entiteit kan worden gezien. Nederlanders met een donkere huidskleur, een ‘niet-westerse migratieachtergrond’ en/of een islamitische achtergrond 39

W, A. Henry :Conceptualisation and effects of social exclusion, racism and discrimination and coping strategies of individuals and families’ (in) C. Hylton en B. Ochieng . (eds) Black Families in Britain as the Site of Struggle, (Manchester University Press, 2010) 169-187. 40 E. W. Said, Orientalism,(New York: Vintage Books, 1979). 41 “Lezing Prof.Dr. Gloria Wekker, Ontmoeting over Grenzen,geraadpleegd 7 maart 2021, https://caleidoscopia.nl/aktiviteiten-enworkshops/lezing-profdr-gloria-wekker. 42 Ghorashi, ‘Waarom is racisme taboe in Nederland?’ 43 “Partij Voor de Vrijheid,” geraadpleegd 7 maart 2021, https://pvv.nl/component/content/article/75-fj-related/harm-beertema/9440zwarte-piet-wet.html. 44 “De westerse beschaving is superieur,” NRC,geraadpleegd 7 maart 2021, https://www.nrc.nl/nieuws/2011/09/07/de-westersebeschaving-is-superieur-12033916-a575040.

24

kunnen binnen dit dominante discours op basis van hun huidskleur, etniciteit of religie systematisch worden uitgesloten.

Figuur 11 'Heb jij hiervoor het gymnasium gedaan?' Dat is een grapje. Bron: #ITooAmUvA

Microagressies Het anti-immigrantendiscours heeft een ‘wij-‘ versus ‘zij’-sfeer in de samenleving en op de werkvloer, waardoor werknemers met een migrantenachtergrond uitgesloten kunnen worden. Zo kunnen bijvoorbeeld gesprekken op de werkvloer, die gevoed worden door het dominante anti-immigratiediscours, leiden tot spanningen en conflicten. Negatieve stereotiepe beelden kunnen vanuit de media of politiek ook op de werkvloer worden gereproduceerd. Ook kunnen ogenschijnlijk onschuldige of grappig bedoelde opmerkingen overkomen als denigrerend, beledigend of vijandig bij mensen met een migrantenachtergrond. In de sociale psychologie worden dit microagressies genoemd: “korte en dagelijkse vernederingen die verbaal door middel van gedrag of de omgeving, bewust of onbewust vijandige, vernederende of negatieve raciale kleineringen en beledigingen communiceren naar gekleurde mensen”.45 Deze microagressies zijn gebaseerd op negatieve etnische stereotiepe beelden die vanuit het verleden en het anti-immigratiediscours onderdeel worden van een samenleving. Microagressies worden vaak geuit door mensen uit de dominante groep die in gelijkheid geloven en zichzelf als goede, morele en fatsoenlijke burgers zien. Onbewust kunnen deze 45

D, Sue, et al.,“Racial microaggressions in everyday life: implications for clinical practice." American psychologist, 62(4) (2007), 271.

25

mensen echter verbaal of non-verbaal denigrerende, discriminerende en beledigende boodschappen overdragen door bijvoorbeeld hun tas stevig vast te pakken als een Zwart persoon langsloopt of een persoon met een migrantenachtergrond te complimenteren dat deze goed Nederlands spreekt, terwijl de persoon wellicht in Nederland geboren en getogen is. Vanwege hun zelfbeeld dat ze goede, fatsoenlijke, niet-racistische mensen zijn, kan het een uitdaging zijn om ze bewust te maken van hun eigen (onbewuste) vooroordelen die verankerd kunnen zijn in een geschiedenis van racisme en kolonialisme.46 Hoewel microagressies onschuldig kunnen lijken, kunnen ze een schadelijk effect hebben op mensen die er dagelijks mee te maken hebben. Mensen die dagelijks dergelijke opmerkingen te horen krijgen van collega’s, leerkrachten, buren of andere mensen kunnen zich uitgesloten voelen of zich als tweederangsburgers behandeld voelen en het kan stress opleveren, met psychologische en fysieke klachten als gevolg. Uit onderzoek van het SCP (2014a) bleek dat discriminatie ook in het onderwijs een belangrijke rol speelt. Ongeveer een kwart van de Surinaamse studenten en scholieren gaf zonder twijfel aan een of meerdere keren gediscrimineerd te zijn gedurende hun opleiding.

Bij de meeste scholieren was een onvriendelijke of te lage beoordeling van een docent of begeleider de oorzaak, maar ook pesterijen door medestudenten speelden een rol. Dezelfde patronen die op de werkvloer spelen, spelen in het onderwijs. Met name in de grote steden neemt de diversiteit in het onderwijs toe. Meer dan de helft van de kinderen heeft een niet-westerse achtergrond in steden als Amsterdam en Rotterdam. Siebers (2014) stelt dat het anti-immigratiediscours, net als op de werkvloer, ook invloed heeft op ‘etnische grenzen’ binnen onderwijsinstituten. Scholieren en studenten kunnen prefereren om met medescholieren en studenten van dezelfde ‘in-group’ om te gaan, elkaar voor te trekken, middelen binnen de groep te delen en anderen uit te sluiten of te benadelen. Binnen het onderwijs kan het gaan om het delen van informatie rondom de studie, zoals samenvattingen en aantekeningen, maar ook in- en uitsluiting bij studentenverenigingen. In zijn onderzoek bevond Siebers (2014) dat studenten met een migrantenachtergrond en studenten van Nederlandse origine naar elkaar toe trokken en dat bepaalde onderwerpen voor spanningen en conflicten binnen de groep konden zorgen. Deze discussies konden ertoe leiden dat studenten zich pijn gedaan of niet erkend voelden in de klas.

46 Sue, “Racial Microaggressions”, 271.

26

3. Anti-zwart racisme in de historische context van Amsterdam De stad Amsterdam heeft meer dan driehonderd jaar lang een sleutelrol gespeeld in de slavernij en handel in tot slaaf gemaakten in de voormalige ‘Oost en West’. In juni 2019 werd in de Amsterdamse gemeenteraad een motie aangenomen waarin werd gepleit dat de stad excuses moest maken voor haar rol in de slavernij. Wethouder Groot Wassink wilde eerst laten onderzoeken wat de rol van de gemeente in de slavenhandel precies was.47 Dit onderzoek resulteerde in de publicatie uit september 2020 ‘De Slavernij in Oost en West: het Amsterdam onderzoek’ waarin verschillende wetenschappers, denkers en schrijvers hebben uiteengezet hoe diep de verbondenheid van de stad met dit verleden was, hoe het de stad heeft vormgegeven en hoe de stad invloed heeft gehad op andere plekken in de wereld. Uit het onderzoek blijkt tevens hoe hedendaagse vormen van institutioneel en anti-zwart racisme voor een deel voortkomen uit het koloniale en slavernijverleden waar de stad actief bij betrokken was. Het eiland Curaçao werd in 1634 veroverd en fungeerde als depot voor de handel in tot slaaf gemaakten en goederen; het werd bestuurd vanuit de Amsterdamse kamer van de WestIndische Compagnie (WIC). In 1637 werd fort El Mina in het huidige Ghana veroverd door Johan Maurits.

Het vormde zo’n 150 jaar een belangrijk knooppunt in de Trans-Atlantische handel in tot slaaf gemaakten. Jacob de Petersen was lang stadsbestuurder in Amsterdam en was lange tijd bestuurder in de West-Afrikaanse kuststreek. Vanaf 1683 was Amsterdam medeeigenaar van de kolonie Suriname, waardoor het direct onder de verantwoordelijkheid van de Amsterdamse burgemeesters viel. De Sociëteit van Suriname zetelde in het Paleis op de Dam.

Figuur 12 Wapen van de Societeit van Suriname Bron: Stadsarchief

47 “Gemeenteraad Amsterdam wil dat stad excuses aanbiedt voor slavernijverleden,” geraadpleegd 7 maart 2021,

https://nos.nl/l/2290461.

27

Ook in ‘de Oost’ waren er verschillende vormen van slavernij. In de loop van de zeventiende en achttiende eeuw vervulden meer dan vijftig burgemeesters een bestuursfunctie in de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC). De Amsterdamse kamer binnen de koloniale compagnie had de meeste invloed. Hiermee was de stad ook direct betrokken bij verschillende vormen van slavernij, uitbuiting en onvrijheid in door de VOC bestuurde kolonies, zoals Zuid-Afrika en de Banda-eilanden. Op de Banda-eilanden ontstond na de volkerenmoord in 1621 geleid door Jan Pieterszoon Coen een op slavernij gebaseerde economie. In 1652 stichtte Jan van Riebeeck in opdracht van de Amsterdamse kamer van de VOC een ‘verversingskolonie’ genaamd Kaap de Goede Hoop als tussenstation tussen Europa en Azië. In de door Nederland gekoloniseerde gebieden in Azië kreeg de slavernij door de ontwikkeling van andere vormen van dwangstelsels zoals corveearbeid, contractarbeid en gevangenenarbeid steeds meer een ‘huishoudelijk’ karakter en dwangarbeid. In ‘de West’ ontwikkelde het zich daarentegen steeds meer naar plantageslavernij. Hoewel inheemse mensen in het begin ook tot slavernij werden gedwongen, verschoof dit steeds meer naar mensen van Afrikaanse herkomst.

Zo staat er in het onderzoek over de Amsterdamse betrokkenheid bij de slavernij het volgende: “Ook ontstond er al vroeg een tendens naar een heel zichtbaar een sterk geracialiseerde vorm van slavernij waarin slaafgemaakten vrijwel allemaal uit Afrika afkomstig waren en de planterselite vrijwel volledig bestond uit witte Europeanen.”48 Afrikanen gereduceerd tot handelswaar Vanaf de tweede helft van de zestiende eeuw werden naar schatting tussen de 8 en 10 miljoenen Afrikanen naar het Amerikaanse continent verscheept om als slaven op de plantages te werken (Hondius, 2014). Slavernij en handel in tot slaaf gemaakten hadden primair het economische doel om winst te maken. Bestuurders, wetenschappers, de staat, wetgevers, kolonisten en ‘planters’ ontwikkelden geracialiseerde ideeën om de slavernij en handel in de tot slaaf gemaakten te rechtvaardigen. In deze context ontstond anti-zwart racisme en raakte het diep geworteld in het Europese denken. Dienke Hondius onderscheidt in haar boek ‘Blackness in Europe’ vijf patronen van anti-zwart racisme: infantilisering, exotisme en romantisch racisme, bestialisering, op afstand houden en uitsluiten en favoritisme. In het ‘Amsterdam-onderzoek’ wordt beschreven hoe stadsbestuurders er niet voor schuwden om ‘grof geweld’ te gebruiken ‘om hun belangen in de slavernij veilig te stellen’.

Zo werd een opstand van tot slaaf gemaakten in Berbice (het huidige Guyana) in 1763 ‘bloedig onderdrukt. 49 Amsterdamse bestuurders waren zowel bestuurlijk als particulier betrokken bij de slavernij en handel in tot slaaf gemaakten door te investeren in plantages of bijvoorbeeld via bestuursfuncties in de VOC of WIC. Amsterdam was een belangrijk financieel centrum voor de handel in slaaf gemaakten. Er werden leningen verstrekt aan plantage-eigenaren en er werden producten uit de kolonies verhandeld, zoals suiker, cacao, nootmuskaat en foelie: “De Amsterdamse bestuurlijke betrokkenheid bij de slavernij was economisch, politiek, militair, sociaal, cultureel en mentaal van aard.”

48 P. Brandon, et al., De slavernij in Oost en West: het Amsterdam-onderzoek, (Amsterdam: Spectrum, 2020). 49 Brandon, De slavernij in Oost en West, 225.

28

Voorbeeld: De ambtswoning van de burgemeester van Amsterdam op de Herengracht 502 werd in 1672 gebouwd in opdracht van Paulus Godin. Godin was als directeur van de Sociëteit van Suriname en bewindhebber in de West Indische Compagnie een belangrijk figuur in de handel in tot slaaf gemaakten.

Het idee van witte superioriteit was in deze periode vanzelfsprekend. Zwarte mannen en vrouwen werden op basis van het rassendenken meer als ‘permanente kinderen’ gezien die witte bevoogding nodig hadden. Afrikanen werden gereduceerd tot handelswaar, waarbij de term ‘n*g*r’ gemeengoed werd om hen te benoemen. Bekende Amsterdamse denkers uit deze periode, die theorieën ontwikkelden waarin een hiërarchie tussen verschillende ‘menselijke rassen’ werden geproduceerd, zijn onder meer Petrus Camper en Gerardus Vrolik. Zo schreef Vrolik in zijn boek over bottenonderzoek het volgende: “Of zij echter wel immer, als volk beschouwd, geraken zullen tot het hooge punt van beschaving waardoor Europa en andere verlichte werelddeelen, zoo heerlijk schitteren, hieraan zoude ik schier wanhopen, bij de overweging van zoo vele raakpunten, dat zij aan het dierlijke grenzen.”50 Deze collectie menselijke resten is nog onderdeel van het anatomisch museum ‘Museum Vrolik’ van het Amsterdamse UMC.51 Er wordt echter met geen woord gerept over het wetenschappelijke racisme van haar naamgever.52 Onderzoek van Stephanie Archangel toont aan dat de beeldvorming rondom het Zwarte lichaam in de zeventiende eeuw steeds meer werd bepaald door koloniale verhoudingen. Inwoners van het hele Afrikaanse continent werden gestigmatiseerd als een homogene groep vanuit het standpunt van Europese superioriteit.

Een zwarte huidskleur werd gekoppeld aan fysieke kracht, ongeremd gedrag en onbeschaafdheid en werd daarmee een rechtvaardiging voor de slavenhandel. Olfert Dapper, bekend van de Dappermarkt, was historicus en geograaf en beschreef mensen uit het huidige Nigeria als volgt: "Zij vallen uit den aerst zeer geil, diefachtigh, bedrieghlijk en rekenen het zich tot roem anderen te bedriegen, zijn ook bovenmate gulzigh, zo dat zij niet eten, maer vreten als beesten." Jan Nederveen Pieters onderzocht hoe raciale vooroordelen, stereotiepe beelden en karikaturen vanuit het koloniale tijdperk onderdeel werden van de populaire cultuur en het collectief bewustzijn van Nederland. Zo schreef hij dat hedendaagse beeldvorming en vooroordelen over Zwarte mensen, “zoals het vooroordeel dat ze ‘dichterbij de natuur’ staan, ‘seksueel losbandig’, ‘muzikaal’, ‘kinderlijk’ enzovoorts zijn” uit dit koloniale verleden komen. De figuur Zwarte Piet is een voorbeeld van een dergelijke karikatuur die voortkomt uit koloniale beeldvorming. Hij werd in 1850 bedacht door de Amsterdamse onderwijzer Jan Schenkman en werd zo populair dat hij onderdeel werd van de meest populaire Nederlandse traditie. Naast Zwarte Piet waren er echter ook vele andere voorbeelden van racistische karikaturen van Zwarte mensen.

Antikoloniale schrijvers als Franz Fanon en de Surinaamse Anton de Kom hebben beschreven hoe dit anti-zwarte en koloniale gedachtegoed hebben geleid tot vormen Patrick Meershoek, “Volgens Vrolik was de zwarte mens inferieur, nu ligt hij onder vuur,” Het Parool, 12 oktober 2020, https://www.parool.nl/gs-bf8c65e8. 51 “Moet UvA-Museum Vrolik Naam Wijzigen Om Racistische Denkbeelden Naamgever? - Folia,” geraadpleegd 7 maart 2021, https://www.folia.nl/actueel/140746/moet-uva-museum-vrolik-naam-wijzigen-om-racistische-denkbeelden-naamgever. 52 “Amsterdam UMC Locatie AMC - Over Museum Vrolik,” geraadpleegd 7 maart 2021, https://www.amc.nl/web/museumvrolik/vrolik/over-museum-vrolik.htm. 50

29

van mentale slavernij en een minderwaardigheidscomplex. Velen internaliseerden het racistische gedachtegoed en streefden ernaar om dichterbij het ideaalbeeld van witheid te komen.53 54

Figuur 13 Jan Schenkman, Sint Nicolaas en Zijn Knecht, 1851. Bron: The Black Archives

Figuur 14 Willy Schermelé, Het Groote N*g*rboek. Bron: The Black Archives

Het raciale denken geïnstitutionaliseerd Het raciale denken raakte diep verankerd in het Europese, Nederlandse en Amsterdamse ‘culturele archief’ en werd geïnstitutionaliseerd. Het idee dat Zwarte mensen van nature minderwaardig waren, kwam bijvoorbeeld tot uiting in portretten van bestuurders en andere leden van de Amsterdamse elite die zich vol trots lieten portretteren met Afrikaanse of Aziatische slaafgemaakten als statussymbool. 55 Echter, het kwam ook tot uiting in musea die deze portretten kritiekloos tentoonstelden en racistisch taalgebruik hanteerden binnen de context van eurocentrische narratieven waarin slavernij en kolonialisme werd genormaliseerd. Zo staat de zeventiende eeuw binnen het dominante eurocentrische narratief bekend als ‘de Gouden Eeuw’, terwijl in deze periode onder meer fort Zeelandia (1667), Curaçao (1634) en fort Elmina (1637) werden veroverd. Hiermee werd de basis gelegd voor de trans-Atlantische slavenhandel. Hoewel Nederland met de stichting van de VOC en de WIC steeds meer actief werd in de overzeese slavernij, was het in Nederland officieel verboden. In de praktijk werden Afrikanen, vaak kinderen, in een verkapte vorm van slavernij in huishoudens van welgestelde

53

F. Fanon, Black skin, white masks, (London: Paladin, 1970), 13-30.

54

A. De Kom, Wij slaven van Suriname. ( Amsterdam: Atlas Contact, 2020).

55 Voorbeeld: “‘De boys van de slavenhandel,’” Hart Amsterdammuseum, geraadpleegd 7 maart 2021,

http://hart.amsterdam/nl/page/46118/de-boys-van-de-slavenhandel.

30

Amsterdammers gehouden. Uit onderzoek van historicus Mark Ponte blijkt dat er echter vanaf 1630 ook al een kleine gemeenschap van vrije Afro-Amsterdammers was.56 Doorwerking van het slavernijverleden Hedendaagse vormen van racisme die in instituten, op de arbeidsmarkt en in het onderwijs voorkomen en Zwarte Nederlanders treffen, dienen dan ook in deze historische context begrepen te worden. Institutioneel en anti-zwart racisme zijn systemen en denkpatronen die zich vanuit een geschiedenis van kolonialisme, imperialisme en slavernij hebben ontwikkeld en nog invloed hebben op de manier waarop vandaag de dag wordt gehandeld en gedacht.57 Bij de afschaffing van de slavernij kregen de vrijgemaakte tot slaaf gemaakten geen herstelbetalingen. Integendeel, vanwege een effectieve lobby van onder andere Amsterdamse belanghebbenden ontvingen de slavenhouders compensatie. Sociaal wetenschappers Nimako en Willemsen stelden dat racisme en de noodzaak voor emancipatie van Zwarte mensen erfenissen van de slavernij zijn.

Figuur 15 Jan Mijtens, Margaretha van Raephorst en haar zwarte bediende. 1668. Bron: Rijksmuseum

56 “het beeld van de ‘ander’: Afrika door Chinees-Europese ogen,” Het Scheepvaartmuseum, geraadpleegd 7 maart,

2021, https://www.hetscheepvaartmuseum.nl/collectie/artikelen/1556/het-beeld-van-de-ander-afrika-door-chineeseuropese-ogen. 57 G. Willemsen, K. Nimako en E. Mielants, The Dutch Atlantic: slavery, abolition and emancipation. (London: Pluto Press, 2011).

31

4. Anti-zwart racisme in Amsterdam: het actieonderzoek In de zomer van 2020 namen duizenden Zwarte Amsterdammers deel aan de #BlackLivesMatter-protesten. Wat betekent Zwartheid echter in de Amsterdamse en Nederlandse context? Zwartheid is een identiteit gekoppeld aan een geschiedenis van anti-zwart racisme en een geschiedenis van Zwarte emancipatiebewegingen waarin mensen die zichzelf als Zwart identificeerden zelf betekenis gaven aan hun Zwarte identiteit. Het is een begrip dat in een bepaalde context en geschiedenis is ontstaan, dat geen eenduidige en vastomlijnde definitie heeft en dat verschillende betekenissen heeft voor verschillende mensen. Ook heeft Zwartheid in verschillende landen en tijden verschillende connotaties gehad. In dit onderzoek wordt dan ook niet in enkelvoud geschreven over ‘dé Zwarte identiteit’ of over ‘dé Zwarte gemeenschap’. In plaats daarvan worden de meervoudige begrippen ‘Zwarte identiteiten’ en Zwarte gemeenschappen’ gebruikt om de pluriformiteit, diversiteit en intersectionaliteit binnen Zwartheid te reflecteren. In de Nederlandse context wordt ook wel het begrip Afro-Nederlanders gebruikt. Tijdens dit actieonderzoek kwam de diversiteit en intersectionaliteit binnen Zwarte gemeenschappen op verschillende manieren naar voren.

Om de diversiteit binnen de hybride Zwarte gemeenschappen in Amsterdam en Nederland te reflecteren, zijn rondetafelgesprekken gevoerd met mensen uit verschillende Zwarte gemeenschappen en met experts uit verschillende sectoren. Een van de experts gaf aan dat er binnen de gemeente Amsterdam nog weinig bewustzijn is over de diversiteit binnen Zwarte gemeenschappen: “De opdrachtgever (gemeente) heeft geen benul van Zwarte gemeenschappen, en denkt dat het één monocultuur is. Ik was betrokken bij een onderzoek van de gemeente naar SOA’s en AIDS bij Zwarte jongeren met focus de op Surinaamse en Antilliaanse jongeren.. Ik moest uitleggen dat het geen monocultuur was en dat er verschillende culturen zijn die elkaar beïnvloeden.” (Marvin Hokstam) Binnen de gemeente is er inderdaad nog weinig aandacht voor de diversiteit onder Zwarte gemeenschappen en anti-zwart racisme. Om dit probleem effectief te bestrijden, is het van belang om in te zien dat institutioneel en anti-zwart racisme verschillende gemeenschappen verschillend kan treffen, maar dat er ook veel overeenkomsten zijn. In de volgende hoofdstukken wordt beschreven hoe anti-Zwart racisme verschillende Zwarte gemeenschappen treft. Anti-racisme Er is een lange geschiedenis van racisme en racisme manifesteert zich in vele vormen. Er is echter ook een lange geschiedenis en traditie van anti-racisme.

Anti-racisme kan zich manifesteren in de vorm van anti-racistische en activistische sociale bewegingen, maar het kan zich ook manifesteren in beleid, gedrag en houding. Ook in Nederland, in het bijzonder Amsterdam, is er een lange geschiedenis van anti-racistische organisaties. De beweging tegen Zwarte Piet heeft sinds 2011 een belangrijke bijdrage geleverd om anti-zwart racisme en

32

institutioneel racisme op de politieke agenda te krijgen en bespreekbaar te maken binnen het maatschappelijke debat.58 59 60

Figuur 16 Demonstratie Beursplein november 2013, Amaury Miller

Volgens de Afro-Amerikaanse auteur Ibram X. Kendi is het niet voldoende om ‘niet racistisch’ te zijn. Het impliceert dat iemand een neutraal standpunt kan innemen in de strijd tegen racisme. In het boek ‘How to be an anti-racist’ schreef hij: “het tegengestelde van racist is niet ‘niet racist’ maar ‘anti-racist’.”61 Door ‘niet racistisch’ te zijn in plaats van ‘anti-racistisch’ wordt het racisme binnen de status quo gehandhaafd. Om racisme te bestrijden, is het van belang om het te begrijpen en te identificeren om het vervolgens proactief te kunnen bestrijden. Het bestrijden kan op vele manieren plaatsvinden. Enerzijds is er een lange geschiedenis van antiracismebewegingen.De anti-Zwarte Piet-beweging heeft de afgelopen jaren in Amsterdam en in de rest van het Nederland een belangrijke bijdrage geleverd aan het aan de kaak stellen van institutioneel en anti-zwart racisme waar dat lang een taboe was. Op organisatorisch niveau kan een diversiteitsbeleid dat ook expliciet anti-racistisch is, bijdragen aan verandering. Tegenover het alledaagse racisme en dagelijks voorkomende microagressies kunnen microrevoluties bijdragen aan verandering.

Microrevoluties zijn volgens antropoloog Sinan Cankaya ‘geweldloze “Dit kleine clubje kreeg institutioneel racisme op de politieke agenda,” NRC, geraadpleegd 7 maart 2021, https://www.nrc.nl/nieuws/2020/11/13/een-klein-informeel-clubje-kreeg-institutioneel-racisme-op-de-politieke-agenda-a4019974. 59 “‘Zolang Je Ons Ziet, Verandert Nederland’ – De Groene Amsterdammer,” geraadpleegd 7 maart 2021, https://www.groene.nl/artikel/zolang-je-ons-ziet-verandert-nederland. 60 H.Schols, Keeping things gezellig: Negotiating Dutchness and racism in the struggle over ‘Black Pete’, (PhD diss, Universiteit van Amsterdam, 2019). 61 I. X. Kendi, How to be an antiracist. (New York: One world, 2019). 58

33

overtredingen van vanzelfsprekende sociale regels’ en individuele vormen van verzet waardoor gedragspatronen ontdekt en doorbroken kunnen worden.62 63 Intersectionaliteit en diversiteit binnen Zwarte gemeenschappen Om verschillende vormen van anti-zwart racisme die binnen verschillende sectoren en door verschillende Zwarte gemeenschappen ervaren wordt te begrijpen, is een intersectioneel uitgangspunt belangrijk. Intersectionaliteit, een term die in 1990 door Kimberlé Crenshaw werd geïntroduceerd, is een belangrijk concept dat binnen de Zwarte feministische beweging in de VS is ontstaan.64 Crenshaw beargumenteerde dat de onderdrukking die Zwarte vrouwen ervaren fundamenteel anders is dan de onderdrukking die Zwarte mannen of witte vrouwen ervaren. Zwarte vrouwen kunnen bijvoorbeeld zowel op basis van hun ‘ras’ of etniciteit als op basis van hun gender worden gediscrimineerd. Intersectionaliteit zonder het concept van 'ras', resulteert altijd in witheid. Intersectionaliteit betekent inherent zwarte mensen en mensen van kleur. Anti-zwart racisme en seksisme treft Zwarte vrouwen anders, wat zich bijvoorbeeld uit in specifieke stereotypen over Zwarte vrouwen. Om hun onderdrukking te begrijpen, moet zowel hun vrouw zijn als hun Zwart zijn in acht genomen worden.

Dit uitgangspunt is niet alleen relevant voor het begrijpen van de onderdrukking van Zwarte vrouwen, maar is ook van toepassing op de bredere samenleving. In de Nederlandse context is het concept van intersectionaliteit een belangrijke manier van denken geworden binnen de Zwarte migrantenvrouwenbeweging die in de jaren ’80 actief werd en binnen de discipline Gender- en Vrouwenstudies in Nederland. Het werd vertaald naar het concept ‘kruispuntdenken’, wat inhoudt dat een analyse over racisme niet los van andere factoren zoals gender, seksualiteit, nationaliteit en klasse moet plaatsvinden. Intersectionaliteit poogt de sociale positie van mensen binnen een samenleving te begrijpen, waarbij macht en privilege een rol spelen. Verschillende assen zijn tegelijkertijd werkzaam, hebben onderling invloed op elkaar en werken elkaar in de hand om een kleine groep mensen op machtsposities te behouden. In de aanpak van anti-zwart racisme moeten structurele machtsverhoudingen dus ook geanalyseerd worden. In de volgende hoofdstukken volgen verslagen van de interviews en rondetafelgesprekken die we met experts uit verschillende Zwarte gemeenschappen hebben gehad. Omdat de verschillende gemeenschappen verschillende maatschappelijke posities, migratiegeschiedenissen en ervaringen en anti-zwart racisme hebben verschilt de lengte van de hoofdstukken.

Vanwege de langere aanwezigheid en zichtbaarheid van de Afro-Surinaamse gemeenschap is het hoofdstuk over deze gemeenschap bijvoorbeeld langer dan het hoofdstuk over de Eritrese gemeenschap. Daarnaast is er vanwege beperkingen in tijd en middelen gekozen om een aantal gemeenschappen die de diversiteit binnen Afro-Nederlandse gemeenschappen binnen de stad Amsterdam reflecteren. Bepaalde gemeenschappen en bepaalde intersecties zoals ongedocumenteerden, de Eritrese en Nigeriaanse zijn echter onderbelicht gebleven en verdienen meer aandacht in vervolgonderzoek.

“Een pleidooi voor microrevoluties - Brainwash Talks,” HUMAN, geraadpleegd 7 maart 2021, https://www.human.nl/speel~VPWON_1281285~een-pleidooi-voor-microrevoluties-brainwash-talks~.html. 63 “Microrevolutie #3 | Discriminatie op straat,” We Are Public, geraadpleegd 7 maart 2021, https://www.wearepublic.nl/event/microrevolutie-3-discriminatie-op-straat/. 64 Crenshaw, K. (1990). Mapping the margins: Intersectionality, identity politics, and violence against women of color. Stan. L. Rev., 43, 1241. 62

34

Figuur 17 Infographic intersectionaliteit, Bron: The Black Archives

Figuur 18 Kimberlé Cresnshaw en leden van The Black Archives in 2019

35

De verborgen geschiedenis van de ZMV-beweging In de jaren ’70 en ’80 was er al een beweging van Zwarte, migranten en vluchtelingenvrouwen (zmv-beweging) in Nederland. Zwarte vrouwen en vrouwen van kleur ontwikkelden belangrijke ideeën, begrippen en theorie rondom intersectionaliteit, racisme en feminisme. Een groot deel van deze geschiedenis is echter verborgen, verzwegen of uitgewist. In het boek ‘Caleidoscopische visies: de Zwarte, migranten- en vluchtelingenvrouwenbeweging in Nederland’ stond het volgende geschreven: “Zwarte en migrantenvrouwen (en later ook vluchtelingenvrouwen) lieten zien dat witte vrouwen vanuit hun etnisch dominante positie wel degelijk andere vrouwen konden onderdrukken en, al dan niet bewust, racistisch konden denken en handelen. Het was dus belangrijk ook dit bespreekbaar te maken en te problematiseren, vonden de zwarte en migrantenfeministen van het eerste uur. Julia da Lima verwoordt het in 1983 als volgt: ‘Uiteindelijk zijn we allemaal verantwoordelijk voor het feit dat racisme nog steeds zwarte en witte vrouwen van elkaar scheidt’. Pogingen om te werken vanuit een gedeelde solidariteit tussen witte en zwarte vrouwen waren niet altijd even succesvol. Zwarte en migrantenvrouwen voelden zich vaak buitengesloten of ze voelden zich een soort ‘versiering bij een blank comité’ (Anti-racisme vrouwenmanifestatie, 1984).”65

Figuur 19- Sister Outsider, van links naar recht: José Maas, Tania Leon, Gloria Wekker en Tieneke Sumter; Amsterdam, the Netherlands, 1984 Bron: Foto door Robertine Romeny, Atria

Vier vrouwen, Gloria Wekker, Tania Leon, Tieneke Sumter and Jose Maas, organiseerden informele literaire evenementen om de Zwarte lesbische cultuur in Amsterdam zichtbaar te maken. Ze noemden zichzelf Sister Outsider, naar het boek van de bekende Zwarte feminist en auteur Audre Lorde. In 1984 reisden ze naar Berlijn om Audre Lorde te bezoeken.66

36

5. Anti-zwart racisme en de Afro-Surinaamse gemeenschap; Een van de meest zichtbare Zwarte gemeenschappen is de Afro-Surinaamse gemeenschap. De Afro-Surinaamse gemeenschap heeft een bijzondere historische relatie met de stad Amsterdam. Als voormalig eigenaar van de kolonie Suriname was de stad direct betrokken bij de dehumanisering en het tot slaaf maken van de voorouders van vele Surinamers die nu in Amsterdam woonachtig zijn. Voor de Tweede Wereldoorlog was het aantal Surinamers in Nederland beperkt en mede daarom vielen ze op en waren ze zichtbaar aanwezig. In 1919 werd in Amsterdam de Bond van Surinamers opgericht, een van de eerste verenigingen van migrantengroepen in Nederland. De bond werd opgericht om de in Nederland aanwezige Surinamers met elkaar te verbinden en elkaar te ondersteunen. Aangezien het aantal Surinamers in de vooroorlogse periode zeer beperkt was, manifesteerde het (anti-zwart) racisme zich met name in de vorm van exotisme. Velen konden elders geen werk vinden, dus belandden ze in de jazzscene, waar ze als ‘exotische entertainers’ het publiek konden vermaken. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het luisteren naar jazzmuziek door de Duitse bezetters als een groot kwaad beschouwd. Kort na het uitbreken van de oorlog volgde een speelverbod dat mede werd ingevoerd door professor dr. T.

Goedewaagen: “Het is algemeen bekend dat de n*g*r zijn oerwoudinstincten vooral in de dansmuziek uitleeft. De gevolgen hiervan zijn funest gebleken voor de jeugd; jonge mensen, die gevangen zijn in de ban van het sensuele n*g*rritme zijn doorgaans voor het ontvangen van edeler muziekgevoelens voorgoed uitgeschakeld.”67 De samenstelling van de Surinaamse migranten veranderde na de Tweede Wereldoorlog. Naast mensen uit de elite staken steeds meer mannen uit de arbeidersklasse de oceaan over voor werk of studie. In 1952 waren er circa 100 Surinaamse studenten in Nederland en dat aantal was gegroeid naar circa 950 in 1967.68 Bij hun zoektocht naar een kamer werden ze regelmatig met racisme geconfronteerd.69 Bij aankomst in Nederland ervoeren velen een cultuurshock. In de kolonie was het ze aangeleerd dat alles dat Europees was superieur was ten opzichte van hun eigen taal en culturele tradities. Ze dienden zich nederig te gedragen; ‘saka- fasi’ werd dit genoemd. Sranan Tongo werd bestempeld als ‘N*g*r-Engels’ en de spirituele traditie Winti was door het proces van ‘de-Afrikanisering’ bij wet verboden. In Nederland merkten de Surinamers echter dat dit wereldbeeld niet klopte. Een aantal Surinaamse studenten en arbeiders zetten de culturele vereniging Wie Eegie Sani (WES) op.

De leden van Wie Eegie Sani (W.E.S.) werden zich steeds meer bewust van de culturele invloed van het kolonialisme en de noodzaak om de eigen taal en cultuur te herwaarderen. Taal speelde een belangrijke rol in de culturele herwaardering en werd niet slechts gezien als communicatiemiddel, maar als de motor van bewustwording en Surinaams nationalisme. Leden van Wie Eegi Sani ontmoetten elkaar bij vereniging Ons Suriname (VOS) De organisaties organiseerden regelmatig samen culturele activiteiten, zoals Keti Koti-vieringen, lezingen en theaterstukken, waaronder ‘De Geboorte van Boni’. Wie Eegi Sani hield wekelijks ‘kon

“Blog: de verzwegen geschiedenis van de zmv-beweging,” The Black Archives, geraadpleegd 7 maart 2021, http://www.theblackarchives.nl/5/post/2020/03/blog-de-verzwegen-geschiedenis-van-de-zmv-beweging.html. 66 Chandra Frank, “Sister Outsider and Audre Lorde in the Netherlands: On Transnational Queer Feminisms and Archival Methodological Practices,” Feminist Review 121, no. 1 (1 Maart, 2019): 9–23, https://doi.org/10.1177/0141778918818753. 67 R. Kagie. De Eerste Neger: Herinneringen Aan De Komst Van Een Nieuwe Bevolkingsgroep. (Amsterdam: Mets & Schilt, 1989). 68 B. N. Sedoc-Dahlberg. Surinaamse Studenten in Nederland (PhD diss, Universiteit van Amsterdam,1971). 69 Kagie, De eerste, 66 65

37

makandras’, bijeenkomsten met discussies rondom Surinaamse cultuur, geschiedenis en politieke ontwikkelingen.

Figuur 20 Bron: Nationaal Archief

Rondom Keti Koti werden emancipatie herdenkingen en -feesten georganiseerd. Daarnaast publiceerde de vereniging krantjes en stencils met kritische artikelen over de politieke en sociale ontwikkelingen in Suriname en andere ‘derdewereldlanden’. Twee bekende activisten die in de periode actief waren, waren Hermina en Otto Huiswoud. Otto kwam uit Suriname en Hermina uit Brits-Guyana. Ze leerden elkaar kennen in New York, tijdens de Harlem Renaissance, en werden als echtpaar actief in de internationale, Zwarte, communistische beweging. Het echtpaar vertrok na de Tweede Wereldoorlog naar Amsterdam, waar ze actief werden binnen de vereniging Ons Suriname. Onder hun leiding werd V.O.S. een broedplaats van antikoloniaal activisme onder Surinamers in Nederland. Ze waren betrokken bij acties tegen Nederlands kolonialisme, maar voelden zich ook verbonden met andere Zwarte en gekoloniseerde gemeenschappen in de wereld. In publicaties van Surinamers uit deze periode lag de nadruk meer op de Surinaamse identiteit en cultuur en minder op het Zwart zijn om de solidariteit tussen verschillende etnische groepen zoals Javanen, Hindoestanen, Inheemsen en Marrons te bevorderen. In de jaren ‘60 hadden Surinamers regelmatig te kampen met discriminatie op de arbeidsmarkt. In een boek over de ervaringen van de eerste Surinaamse migranten schreef Rudie Kagi:

38

“Sommige bedrijven kwamen er rond voor uit dat ze geen Surinaamse arbeidskrachten in dienst wilden nemen. Uit de mond van diverse werkgevers konden de onderzoekers optekenen dat Nederlandse arbeiders geen orders van ‘een n*g*r’ willen aannemen. Een voegde daaraan toe dat hij ook om tactische redenen zou aarzelen een n*g*r uit de rij van zijn collega’s te laten opklimmen. Persoonlijk had hij daar geen bezwaar tegen, maar hij had nu eenmaal rekening te houden met de gevoeligheden bij - daar was hij weer - ‘de gemiddelde Nederlanders’.”70 Grote trek naar Nederland Vanwege hoge werkloosheid en economische onzekerheid in Suriname wilden velen begin jaren ‘70 vanuit de kolonie Suriname naar het rijke Nederland verhuizen. Zeker toen duidelijk werd dat Suriname in 1975 onafhankelijk zou worden en dat mensen zich tot uiterlijk 1980 mochten vestigen in Nederland verhuisden velen. Uiteindelijk verhuisden tussen 1970 en 1980 ongeveer 140.000 mensen van Suriname naar Nederland. Dat was bijna de helft van de Surinaamse bevolking. Een groot deel kwam in Amsterdam terecht. De Nederlandse regering reageerde hierop door subsidies beschikbaar te stellen voor welzijnswerk dat gericht was op Surinamers. In heel Nederland ontstonden daarop gesubsidieerde welzijnsorganisaties.

Daarnaast ontstonden actiegroepen die zich enerzijds inzetten voor de onafhankelijkheid van Suriname en anderzijds tegen racisme in Nederland. Racistisch spreidingsbeleid In 1974 startte de Nederlandse overheid met een nationaal ‘spreidingsbeleid’ teneinde Surinamers (en andere mensen met een migrantenachtergrond) te weren en te ‘spreiden’. In Den Haag werd het Centraal Bureau Uitvoering Vestigingsbeleid Rijksgenoten opgericht, dat mensen (‘immigranten’) uit Suriname zoveel mogelijk over heel Nederland moest verspreiden. Amsterdam wees ondertussen wijken, buurten, straten en portieken aan waar mensen uit Suriname en ‘gastarbeiders’ uit Turkije en Marokko niet meer welkom waren. Per portiek mocht niet meer dan één gezin van een ‘etnische minderheid’ wonen. Surinamers, hun organisaties en andere migrantengroepen in heel Nederland kwamen al snel tegen het spreidingsbeleid in verzet. Tijdens een actie van Surinaamse actiegroepen werd onder meer het stadhuis bezet.

Pensions en Bijlmerkraakactie Een andere doorn in het oog van Surinaamse, activistische organisaties waren zogenaamde ‘pensions’. Veel Surinaamse gezinnen werden in Nederland in pensions ‘opgevangen’. Dit waren vaak overvolle, onhygiënische en brandgevaarlijke kamertjes waarin te veel mensen in te kleine ruimtes werden geplaatst. In 1973 sprak de Amsterdamse gemeenteraad van een ‘noodtoestand’ in Amsterdam rondom pensions met Surinamers. In en om pensions vonden diverse protestacties plaats. In de Amsterdamse wijk Bijlmer was veel leegstand. In 1974 nam een groep Surinaamse woningzoekenden (veelal vanuit pensions) het heft in eigen hand en kraakte tachtig leegstaande woningen in het flatgebouw Gliphoeve in de Bijlmer: de ‘Bijlmerkraakactie’. De gekraakte flat werd een nationaal schrikbeeld van ‘gettovorming’. Dit was wat er kon gebeuren, zeiden politici en beleidsmakers die het spreidingsbeleid propageerden, als Surinamers in grote groepen ‘geconcentreerd’ bij elkaar gingen wonen. De verloedering van de 70 Ibid.,118.

39

flats was echter grotendeels veroorzaakt door gebrekkig onderhoud en beheer door de woningbouwcorporaties en de gemeente.

Figuur 21 Bron: The Black Archives

40

Discriminatie door de politie In de jaren ‘70 verspreiden verschillende Surinaamse organisaties, onder andere de vereniging Ons Suriname, een perscommuniqué over discriminatie door de politie. “Dagelijks bereiken ons klachten van landgenoten over mishandelingen, bedreigingen, intimidatie en provokatie van het politie-apparaat, die zij zowel op straat, op het politiebureau, als ook in voorarrest ondergaan.” [...] “Wij zijn reeds geruime tijd bezig gevallen waarbij duidelijk sprake is van geweldpleging jegens landgenoten te registreren en roepen hierbij alle Surinamers op, die klachten en grieven hebben met betrekking tot bruut politieoptreden zich te melden bij Centrum Anton de Kom”. Hieruit zou uiteindelijk een groot zwartboek rondom discriminatie door politie voortkomen. Dit toont aan dat politiegeweld geen recent probleem is, maar een vorm van institutioneel racisme die al decennialang speelt. De Afro-Surinaamse gemeenschap en anti-zwart racisme In het publieke debat rondom racisme en de erfenis van het koloniale verleden hebben Surinamers historisch gezien een voortrekkersrol gehad. In debatten en het intellectuele werk van Surinaamse Figuur 22 Bron: The Black Archives activisten, intellectuelen en vele burgers worden hedendaagse vormen van ongelijkheid, cultuur en identiteit regelmatig aan het slavernijverleden verbonden.

Tijdens het rondetafelgesprek zei een van de experts: “In 1863 hebben we onze vrijheid teruggekregen, we kregen allemaal namen die klinken alsof we witte mensen zijn.” Zo zijn er verschillende organisaties actief geweest of nog steeds actief die het slavernijverleden publiekelijk herdachten en de verbinding maakten met de erfenis ervan. Reeds in de jaren ‘40 werden onder meer vanuit de vereniging Ons Suriname herdenkingen rondom de afschaffing van de slavernij georganiseerd. Sinds 30 juni 1993 werden door het comité 30 juni/1 juli herdenkingen georganiseerd op het Surinameplein en in 2002 werd het ‘Monument van Besef’ (Bon Fu Prakseri) van kunstenaar Henry Renfurm onthuld.71 Een jaar eerder vond de VN Wereld Anti Racisme Conferentie plaats in Durban, Zuid-Afrika. Hierbij werd de Trans-Atlantische handel in tot slaaf gemaakten door de VN als een misdaad tegen de menselijkheid erkend. Ook werd het erkend als een van de oorzaken van de specifieke vorm van racisme tegen mensen van Afrikaanse herkomst. Lidstaten werden opgeroepen om

71 Amsterdam, “Buitenkunst Amsterdam,” webpagina, Amsterdam.nl (Gemeente Amsterdam), geraadpleegd 7 maart

2021, https://www.amsterdam.nl/kunst-cultuur/kunst-openbare/.

41

plannen te maken om nationale Actieplannen Racismebestrijding te ontwikkelen. 72 Op initiatief van de Afro-Europese vrouwenbeweging Sophiedela en het Landelijk Platform Slavernijverleden waarin negentien organisaties waren vertegenwoordigd, werd in 2002 het Nationaal Slavernijmonument in het Oosterpark onthuld. In hetzelfde jaar werd het Nationaal Instituut Nederlandse Slavernijverleden en Erfenis (NiNsee) opgericht, dat de opdracht kreeg om elk jaar de nationale herdenking te organiseren, wetenschappelijk onderzoek te doen naar het slavernijverleden en de erfenis ervan en educatieve en museale activiteiten erover te organiseren. De nationale herdenking groeide onder de leiding van productiebedrijf 529 media uit tot een goed bezocht evenement met nationale uitstraling. Sinds 2009 wordt het Keti Kotifestival in het Oosterpark georganiseerd, waarbij hoogwaardigheidsbekleders en politici de officiële herdenkingsplechtigheden bijwonen. Vervolgens vindt een groots festival plaats met culturele, educatieve en muzikale optredens en activiteiten. Het Keti Koti-festival trok het afgelopen decennium steeds meer bezoekers, waardoor de herdenkingsdag ook steeds meer bekendheid kreeg.

In 2019 werd het festival naar schatting door 20.000 tot 22.000 mensen bezocht.73 Dat de Nationale herdenking van de afschaffing van de slavernij bekendstaat als ‘Keti Koti’ toont de dominante aanwezigheid van de Afro-Surinaamse gemeenschap in de herinneringscultuur. Keti Koti is de Surinaamse benaming van de afschaffing van de slavernij en betekent het doorbreken van de ketenen. De slavernij werd echter ook op Aruba, Bonaire, Curaçao, Saba, Sint Eustatius en Sint Maarten afgeschaft.

Figuur 23 Keti Koti herdenking 2013. Bron: New Urban Collective

In 2013 – een jubileumjaar, 140/150 jaar na de afschaffing van de slavernij – besloot het kabinet-Rutte om de financiering vanuit het Rijk van het NiNSee stop te zetten. Het NiNSee en het Keti Koti-festival werden in die periode door de gemeente Amsterdam en enkele private fondsen gefinancierd, maar door het verlies van de subsidie viel een belangrijk deel van de capaciteit van de organisatie weg.

72 http://www.people-of-african-descent.nl/downloads/home/gemeenschappelijk_position_paper.pdf 73 https://www.ninsee.nl/sites/ninsee/files/2020-11/Jaarverslag%202019.pdf

42

Naast Keti Koti worden jaarlijks talloze andere gemeenschappelijke en publieke activiteiten georganiseerd waarbij het slavernijverleden en de erfenis worden herdacht. De vereniging Opo Kondreman organiseert al enkele jaren tezamen met stichting Eer en Herstelop op 1 juni de ‘Keti Koti’ Memre Waka, een tocht van het nationale Slavernijmonument in het Oosterpark naar het pand van de burgemeester op de Herengracht. Hiermee wordt een maand vol activiteiten ingeluid. Een van de bekende activisten die zich lang heeft ingezet om dit verleden en de erfenis ervan zichtbaar en bespreekbaar te maken, was Perez Jong Loy. In 2013 was hij tevens een van de personen die bezwaar maakten tegen het uitgeven van een evenementenvergunning voor de Sinterklaasintocht vanwege de racistische karikatuur Zwarte Piet. In een interview zei hij: “'Ik kwam 52 jaar geleden naar Nederland,' zegt Perez Jong Loy, van oorsprong Surinamer. 'Toen streken de mensen nog met hun vinger langs m'n gezicht om te kijken of ik niet afgeef. Al 52 jaar verzet ik me tegen Zwarte Piet omdat het pijn doet. En al 52 jaar hoor ik ontkenning, ontkenning, ontkenning,' zegt Perez, een van de zes officiële bezwaarmakers tegen de evenementenvergunning voor de intocht van de Sint én zijn 'foute Pieten'.

'We kunnen eeuwig debatteren, er verandert nooit iets.'”74 Perez en Vereniging Opo Kondreman zijn de bedenkers van de 1873-button en -pet waarmee ze bewustzijn willen creëren over het feit dat de slaaf gemaakten na de officiële afschaffing van de slavernij nog tien jaar lang onder Staatstoezicht moesten doorwerken op de plantages. Daarnaast organiseert het Afro-Surinaamse comité Boni sinds 2015 acties en activiteiten om afrofobie aan te kaarten. Het comité is vernoemd naar Boni, een weggelopen tot slaaf gemaakte in Suriname die guerillastrijd voerde tegen de koloniale overheid tijdens de slavernij in Suriname. Het comité is in 2015 opgericht nadat een Afro-Surinaamse tiener door een politieagent in Almere aan een motor werd geboeid en gedwongen werd om achter de motor aan te rennen.75 Verder is de eerder genoemde stichting Eer en Herstel is erg actief binnen de Afro-Surinaamse gemeenschap. Naast hun betrokkenheid bij de opening van de Keti Kotimaand streven ze naar het openen van een Wintitempel en herstelbetalingen vanuit de overheid. Tijdens het rondetafelgesprek gaf een van de respondenten aan: “Ik denk ook dat we het over herstelbetalingen moeten hebben. Het gaat om het wegwerken van achterstand, om herstel. Met die excuses begint het pas.”

74

Door: Victor Schildkamp, “‘Al 52 jaar verzet ik me tegen Zwarte Piet omdat het pijn doet,’” AD.nl, 23 mei, 2014, https://www.ad.nl/binnenland/al-52-jaar-verzet-ik-me-tegen-zwarte-piet-omdat-het-pijn-doet~a063202c/. 75 “‘Erken dat er sprake is van “afrofobie” in Nederland,’” accessed March 7, 2021, https://nos.nl/l/2339118.

43

Figuur 24 Bron: Anti-racisme demonstratie maart 2020, Facebook Sheher Khan

Onder Afro-Surinamers is er een groeiende beweging onder jonge mensen die hun Afrikaanse roots (her)ontdekken en claimen via publieke evenementen, debatten en culturele projecten. Stichting Untold organiseert bijvoorbeeld jongerenuitwisselingen en theaterproducties waarin Zwarte identiteit en Afrikaanse kunst en cultuur centraal staan. Sinds het jaar 2018 organiseert Untold in de maand juni de Black History Month, een maand vol activiteiten waarin via een breed palet aan activiteiten kennis wordt gedeeld over Afrikaanse geschiedenis, slavernij en kolonialisme.76

76 “Black History Month Amsterdam - Untold,”geraadpleegd 7 maart 2021, https://untold.nl/project/black-history-

month-amsterdam/.

44

Figuur 25 Bron: Untold Empowerment, foto les Adu

Black Achievement Month Sinds het jaar 2016 wordt in de maand oktober de Black Achievement Month (BAM) georganiseerd. In tegenstelling tot de Black History Month, waar geschiedenis en erfgoed centraal staan, staat tijdens deze maand de rijkdom aan kwaliteiten, talenten en expertise binnen de Zwarte gemeenschappen centraal. Zwart talent wordt vaak niet herkend en erkend. Elk jaar worden tijdens het Black Achievement Awards Gala awards uitgereikt aan mensen uit de Zwarte gemeenschappen die op verschillende gebieden een bijzondere bijdrage hebben geleverd aan de samenleving. De BAM is ontstaan in de gemeente Amsterdam en er wordt steeds breder in het land aan deelgenomen. De co-organisator van de Black Achievement Month, John Leerdam, zei: “Leerdam: “Dit zijn heel bijzondere mensen die het verdienen om in het zonnetje te worden gezet.” De organisatie hoopt bewustzijn te creëren over de weerspiegeling van zwarte mensen in de media of instanties zoals een raad van toezicht. “Zwarte mensen worden nog altijd onvoldoende gerepresenteerd. De noodzaak voor dit soort acties is er nog steeds.” 77

77 Madelief van Dongen, “Awards voor zwarte rolmodellen in de zorg,” Het Parool, December 3, 2020,

https://www.parool.nl/gs-bdf4f2a6.

45

Figuur 26 Black Achievement Award 2020, Bron: Clayde Menso

Aanbevelingen Tijdens de rondetafelgesprekken en interviews hebben mensen uit de Afro-Surinaamse gemeenschap verschillende aanbevelingen gedaan om anti-zwart racisme te bestrijden en hun emancipatie te bevorderen. De aanbevelingen zijn gecategoriseerd onder de categorien financieel en regelgeving. Financieel:

46

●

●

●

Maak middelen vrij en faciliteer de ontwikkeling van plekken waar extra curriculaire activiteiten worden georganiseerd vanuit Zwarte culturele en historische perspectieven, bijvoorbeeld de Weekendschool voor de Zwarte jeugd. Maak subsidies toegankelijker voor mensen uit Zwarte gemeenschappen en controleer of de subsidiegelden daadwerkelijk terechtkomen bij de initiatieven waar ze voor bedoeld zijn. De regels en procedures zijn vaak zo opgesteld dat grassrootsorganisaties uit de Afro-Surinaamse en Zwarte gemeenschap moeilijk toegang hebben tot subsidies van de gemeente. Maak excuses voor de Amsterdamse en Nederlandse rol in de Trans-Atlantische slavernij en maak een plan om herstelbetalingen uit te keren.

Regelgeving: ●

47

Creëer een onafhankelijk instituut of persoon waar ouders terechtkunnen voor advies en ondersteuning als er sprake is van anti-zwart racisme (in het bijzonder onderadvisering) in het onderwijs.

6. Anti-zwart racisme en de Afro-Caribische gemeenschap Een andere zichtbare Zwarte gemeenschap in Amsterdam is de Afro-Caribische gemeenschap. In 2003 telde het aantal in Nederland gevestigde bewoners uit de voormalige Nederlandse Antillen en Aruba 125.000, waarvan ongeveer 12.000 in Amsterdam waren gevestigd.78 Toen bestond de Nederlandse Antillen nog uit de benedenwindse eilanden Bonaire en Curaçao en de bovenwindse eilanden St. Maarten, St. Eustatius en Saba. Na de ontmanteling van de Nederlandse Antillen op 10 oktober 2010 werden Curaçao en St. Maarten, evenals Aruba, die in 1984 al status aparte had gekregen binnen het Koninkrijk, autonome landen binnen het Koninkrijk. Bonaire, St. Eustatius en Saba werden toen ‘bijzondere gemeenten’ (BES-eilanden) van Nederland.79 Volgens het Statuut, waarin de rechten van alle burgers van het Nederlands Koninkrijk staan, zijn alle burgers binnen het Nederlands koninkrijk gelijkwaardig. Echter, uit onderzoek blijkt dat (Afro-)Caribische burgers een onderdanige positie hebben binnen het koninkrijk en systematisch ongelijk behandeld worden. 79 Het (anti-zwart) racisme dat door de Afro-Caribische gemeenschap wordt ervaren is een erfenis van het koloniale en slavernijverleden waarbij de stad Amsterdam direct en actief betrokken was.

Het Koninkrijk der Nederlanden: een koloniaal construct Tussen 1634 en het midden van de negentiende eeuw waren de Caribische koloniën een belangrijke plek in de driehoek van de Trans-Atlantische slavenhandel. Na de verovering van Curaçao in 1634 werd het fort Amsterdam in de Curaçaose hoofdstad Willemstad opgetuigd. Het reflecteert de prominente rol die de stad Amsterdam in de kolonie speelde. Nadat ‘Nieuw Nederland’ in 1664 door de Engelsen werd veroverd, viel Curaçao direct onder het gezag van de Amsterdamse Kamer van de WIC. Tot slaaf gemaakten werden vanuit de Caribische eilanden, voornamelijk vanuit Curaçao, doorverkocht aan andere Europese koloniale machten. Slaafgemaakten werden gedwongen om op plantages en in zoutmijnen te werken. De Amsterdamse Kamer van de WIC speelde tevens een belangrijke rol in het in stand houden van een scherpe raciale hiërarchie, waarbij Zwartheid aan minderwaardigheid en onderdanigheid werd gekoppeld. In deze context ontwikkelden zich Afro-Caribische gemeenschappen op de verschillende eilanden. Na de afschaffing van slavernij in 1863 zijn de ongelijke machtsverhoudingen tussen Nederland en de voormalige koloniën blijven bestaan. Huidskleur speelde een belangrijke rol in het bepalen van de maatschappelijke status op de eilanden.

In 1954 werd het Statuut aangenomen dat voor gelijkwaardigheid tussen de verschillende Rijksdelen binnen het Koninkrijk zou moeten zorgen. Hoewel op papier sprake zou zijn van gelijkwaardigheid, bleef de ongelijkwaardigheid tussen Nederland en de voormalige koloniën voortbestaan. Aruba, Curaçao en St. Maarten hebben binnen het Koninkrijk bijvoorbeeld weinig zeggenschap en autonomie over regel- en wetgevingen die voor hen ook relevant is. Ook wordt binnen lokale bevolkingen van de BESeilanden geprotesteerd, bijvoorbeeld door de actiegroep Nos ke Boneiru Bek (NKBB)80, wat betekent: “we willen Bonaire terug”. Na 10 oktober 2010 zijn de prijzen op de BES-eilanden 78 Andries de Jong, “Schatting Aantal Niet-Westerse Allochtonen in Afgelopen Dertig Jaar,” Bevolkingstrends, 1 juli

2003. 79“‘Nederland duwt de eilanden dieper de coronacrisis in,’” OneWorld, 3 April 2020,

https://www.oneworld.nl/lezen/opinie/nederland-duwt-de-eilanden-dieper-de-coronacrisis-in/. 80 11 oktober 2020 | Nathaly Evertsz-Ipcedencia and Marit Severijne, “Bonaire tien jaar een gemeente van Nederland: een decennium van protesten | Caribisch Netwerk,” 11 oktober, 2020, https://caribischnetwerk.ntr.nl/2020/10/11/bonaire-tien-jaar-een-gemeente-van-nederland-een-decennium-vanprotesten/.

48

sterk gestegen en bleven sociale voorzieningen laag, waardoor de lokale bevolkingen in armoede wonen. Tegelijkertijd worden lokale regeringen deels door Nederland overgenomen, terwijl kennis over de culturen op de eilanden beperkt blijft. Bovendien kopen witte Nederlanders grote stukken land, bijvoorbeeld op Bonaire, waardoor het land niet meer in de handen van de lokale bevolking blijft.81 Deze vormen van systematische ongelijkheid binnen het Koninkrijk benadelen vooral Afro-Caribische burgers en hebben invloed op hun sociaaleconomische en maatschappelijke positie. De huidige coronacrisis versterkt de ongelijke verhoudingen binnen het Koninkrijk. Door de coronacrisis waren de eilanden vanaf maart 2020 genoodzaakt alle toeristische voorzieningen plat te leggen en bezoeken te weren. Hierdoor kwamen de eilanden in een financiële crisis terecht. Op de eilanden was noodhulp nodig, die volgens het Statuut een verantwoordelijkheid van Nederland is.

Nederland bood noodhulp aan, maar het kabinet-Rutte III stelde voorwaarden aan de hulp die een deel van de autonomie van de eilanden wegnemen.82 Het Caribisch hervormings- en ontwikkelingsorgaan (COHO) dat in 2021 wordt ingevoerd, geeft Nederland de bevoegdheid om zeven jaar lang financieel overzicht te hebben over de drie autonome eilanden.83 In het proces om de COHO te ondertekenen, wordt het koloniale beeld dat heerst over de eilanden duidelijk: de eilanden kunnen zichzelf niet regeren, zijn crimineel en corrupt en hebben toezicht van de metropool Nederland nodig. Deze denkbeelden uiten zich ook in verschillende vormen van anti-zwart racisme, zoals cultureel racisme dat Afro-Caribische mensen in Nederland ervaren. Hedendaagse migratie naar Nederland Sinds de jaren ‘60 vertrekken elk jaar studenten en arbeiders naar Nederland voor studie en werk. Een groot deel hiervan keert terug naar de eilanden. Nadat het aantal Antilliaanse Rijksgenoten dat zich in Nederland vestigde in de jaren ‘80 en ‘90 toenam, werd de groep binnen de maatschappij steeds meer geproblematiseerd. In deze periode kwam er een aanzienlijke stroom Afro-Caribische mensen uit de arbeidersklasse84 naar Nederland vanwege de financiële crisis op de eilanden. In Nederland aangekomen, worden Afro-Caribische migranten geconfronteerd met uitsluiting, discriminatie en racisme.

Racistisch Antillianenbeleid Aan het begin van de eeuw is in verschillende gemeenten, waaronder de gemeente Amsterdam, een ‘Antillianenbeleid’ ingevoerd. Er zijn verschillende rapporten gepubliceerd door Dienst Onderzoek Statistiek (DOS, 2004, 2011) over de problematiek binnen deze gemeenschap; ‘Antilliaanse’ jongeren zouden criminaliteit en overlast met zich meebrengen: ”Volgens een schatting zijn er in de hoofdstad ongeveer 2.600 Antillianen die kampen met problemen op verschillende terreinen, zoals werkloosheid, opvoedingsproblemen of criminaliteit.

“‘Te Veel Nederlanders En Buitenlanders Op Bonaire’ | Caribisch Netwerk,” geraadpleegd 7 maart 2021, https://caribischnetwerk.ntr.nl/2016/07/09/te-veel-nederlanders-en-buitenlanders-op-bonaire/. 82 “‘Wat Rutte van de Cariben Eist, Zou Hem in Nederland de Kop Kosten’ - OneWorld,” geraadpleegd 7 maart 2021, https://www.oneworld.nl/lezen/essay/wat-rutte-van-de-cariben-eist-zou-hem-in-nederland-de-kop-kosten/. “StMaartenNews- News Views Reviews & Interviews,”geraadpleegd 7 maart 2021, https://stmaartennews.com/news/coho-changeis-coming-but-st-maarten-has-to-pay-for-it/. 83 “Curaçao En Nederland Akkoord over Derde Pakket Coronasteun | Trouw,” geraadpleegd 7 maart 2021, https://www.trouw.nl/buitenland/curacao-en-nederland-akkoord-over-derde-pakket-coronasteun~bc31ebf2/. 84 In 1986 werd reeds geconstateerd dat er een groep ‘nieuwe Antilliaanse jongens’ naar de Bijlmermeer kwam die bestond uit: “veelal laag-opgeleide jongeren die qua verwachtingen veel overeenkomst vertonen met de oudere gemarginaliseerde immigranten die de harde kern van het traditionele randgroepjongeren-gebeuren vormen.” in Gemeente Amsterdam Dienst en Statistiek, Monografie Antillianen en Arubanen in Amsterdam (2004). 81

49

Het gaat dan om één op de vijf Antillianen, met name Curaçaoënaars.”85 In de rapporten wordt echter nauwelijks vanuit oogpunt van de gemeenschap geschreven, en in de ervaring van geïnterviewden blijft de aanpak van het problematiek oppervlakkig en stigmatiserend. Ook in de media en in het politiek debat werden ‘Antiliaanse jongeren’ omschreven als kansarme en laagopgeleide criminelen.86 Op deze manier werd de negatieve beeldvorming van de ‘Antilliaanse gemeenschap’ geïnstitutionaliseerd, met nadruk op een relatie tussen etniciteit en probleemgedrag. Dit is een voorbeeld van de racialisering van cultuur en etniciteit en kan worden gezien als een vorm van anti-zwart racisme. Bovendien zijn door de jaren heen verschillende wetsvoorstellen naar voren gekomen om de migratie van mensen afkomstig van Caribische eilanden naar Nederland te beperken. Een van de meest recente pogingen, de Bosmanwet (2012-2016), voorgedragen door VVD-politicus André Bosman, richtte zich op het beperken van migratie van ‘kansloze Antillianen’ naar Nederland en ook op het beperken van hun toegang tot basisrechten zoals het ontvangen van een uitkering. Hierbij zou een verschil gemaakt worden tussen ‘Antiliaanse’ Rijksgenoten en (witte) Nederlanders, ondanks hun Nederlandse paspoort en recht op het vrij reizen binnen de Koninkrijk.

Uiteindelijk is het voorstel, na veel maatschappelijke discussie, door de Tweede Kamer geweigerd, omdat de wet Antillianen zou ‘reduceren tot tweederangs burgers’.87 Onderwijs Binnen het onderwijs ervaren ook Afro-Caribische mensen anti-zwart racisme. Vooral AfroCaribische studenten die direct vanuit de eilanden verhuizen, waar niet het Nederlands, maar Papiaments of Engels de moedertaal is. Op de Caribische eilanden is Nederlands vaak de instructietaal. Sociaaleconomische klasse speelt echter een belangrijke rol in de toegankelijkheid van onderwijs in het Nederlands. Een van de experts die als student vanuit Curaçao naar Nederland kwam, zei hierover: “Het is gekoppeld aan intersectionality, black lower vs black middle class. Hoe meer geld je hebt, hoe meer onderwijs in het Nederlands je krijgt, hoe meer blootstelling aan Nederlandse medescholieren, hoe groter de kans op een havo/vwo-advies, hoe meer kans om in Nederland op hoger niveau te studeren. Geen geld betekent vaak automatisch een mbo-advies.” Leerlingen uit de arbeidersklasse hebben structureel minder toegang tot onderwijs in het Nederlands, waardoor zij ook minder ruimte krijgen om Nederlands te leren spreken. De kans op onderadvisering wordt dan groter. Als ze in Nederland aankomen, krijgen ze ondanks hun capaciteit en meertaligheid minder ruimte en mogelijkheden om op hun niveau te kunnen presteren.

De tweede generatie Afro-Caribische leerlingen, die in Nederland is opgegroeid, ervaart dit minder, omdat Nederlands vaak hun moedertaal is. Wel kunnen ze net als andere Zwarte leerlingen discriminatie en onderadvisering ervaren vanwege hun huidskleur. In het hoofdstuk over onderwijs wordt hierop verder ingegaan.

“Data en informatie - Amsterdam: Eén op vijf Amsterdamse Antillianen in de problemen,”, geraadpleegd 7 maart 2021, https://data.amsterdam.nl/artikelen/artikel/en-op-vijf-amsterdamse-antillianen-in-de-problemen/2743a0d7-e6c6-481c-971cce81a00f0c95/. 86 “De Antillianen komen,” De Groene Amsterdammer, geraadpleegd 7 maart 2021, https://www.groene.nl/artikel/de-antillianenkomen. 87 “Kamer wil niets weten van discriminerende Antillianenwet VVD,” Joop (blog), 28 September 2016, https://joop.bnnvara.nl/nieuws/kamer-wil-niets-weten-discriminerende-antillianenwet-vvd. 85

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10598363/1