CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

A - 18 Ruimtelijke Ordening (23) 2a. Bijlagen bij de toelichting bp 150 kV k

RAAD 20 september 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan 150 kV kabelverbinding Nieuwe Meer VN2023-01588326.490 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Ook is met de gemeente gesproken over het mogelijk realiseren van het 150/20 kV-station in het glastuinbouwconcentratiegebied (focusgebied 2). De gemeente heeft aangegeven hierin geen bezwaren te zien en dat dit met de juiste onderbouwing mogelijk moet zijn. Ten slotte, de landschappelijke inpassing van het 150/20 kV-station is voor de gemeente een belangrijke randvoorwaarde voor de realisatie en maakt daarom integraal onderdeel uit van het project. De inpassing wordt door TenneT en Liander meegenomen bij de uitwerking van het ontwerp van het 150/20 kV-station ongeacht de gekozen locatie. In die zin is de landschappelijke inpassing dan ook niet onderscheidend voor de locatiekeuze. Daarbij zijn de kosten voor de landschappelijke inpassing voor de betreffende in deze fase niet inzichtelijk te maken.

51

Provincie Noord-Holland Met de provincie Noord-Holland heeft voornamelijk afstemming plaatsgevonden over het glastuinbouwconcentratiegebied uit de Provinciale Ruimtelijke Verordening. De provincie vindt dit op voorhand geen struikelblok voor de ontwikkeling en geeft aan dat de realisatie van het 150/20 kV-station mogelijk juist een aantrekkende werking kan hebben voor de glastuinbouw. Hoogheemraadschap Rijnland De grootste zorgen bij hoogheemraadschap Rijnland liggen op het gebied van het onttrekken en lozen van mogelijk zouthoudend grondwater en eventuele opbarstrisico’s. Deze aandachtspunten spelen een grotere rol bij de tracés, maar ook ter plaatse van het 150/20 kV-station wordt grondwater onttrokken tijdens de realisatiefase. Dit geldt bij alle 3 de locaties. Dit aspect is daarmee niet onderscheidend. Schiphol Voor stationslocatie 1 geeft Schiphol aan geen bezwaar te hebben. Voor locaties 2A en 2B, gelegen in de mogelijke vliegfunnel van de reservering voor de mogelijk toekomstige parallelle Kaagbaan, ligt dat voor Schiphol genuanceerder. Indien de parallelle Kaagbaan in de toekomst wordt gerealiseerd, dan zouden locaties 2A en 2B naar alle waarschijnlijkheid vallen binnen een vliegfunnel van deze baan. Schiphol geeft aan het niet verstandig te vinden om een 150/20 kV-station te vestigen in een funnel van de parallelle Kaagbaan.

Als kanttekening moet bij onderstaande afbeelding vermeld worden, dat niet bekend is wat de mogelijke funnel bij de gereserveerde parallelle Kaagbaan wordt. Als aanname is de funnel van de huidige Kaagbaan geprojecteerd achter de parallelle Kaagbaan.

Afbeelding 5.7: Kaagbaan en reservering parallelle Kaagbaan met huidige funnel voor de Kaagbaan en aanname van een funnel voor de mogelijk toekomstige parallelle Kaagbaan (zie bijlage 5.2 voor grotere weergave)

Schiphol acht daarnaast de kans aanwezig dat de realisatie van een 150/20 kV-station in de vliegfunnel van de mogelijk toekomstige parallelle Kaagbaan door Schiphol en luchtvaartmaatschappijen gezien kan worden als veiligheid verlagend en mogelijk beperkingen oplevert ten aanzien van de capaciteit van de baan. Schiphol geeft hierbij aan dat een 150/20 kV-station zelf geen kwetsbaar object is qua bemensing, maar dat dit wel een vitale voorziening is voor het gebied.

52

Ministerie van Infrastructuur en Milieu Het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (verder I&M) heeft bij aanvang van het onderzoek in Fase 2 (voorjaar 2016) bevestigd dat er wel een reservering is voor de parallelle Kaagbaan, maar dat er geen restricties zijn ten aanzien van risicocontouren in het verlengde van deze mogelijke nieuwe start- en landingsbaan. Echter uit nader overleg met Schiphol bleek het wenselijk te zijn verder met het Ministerie van I&M in overleg te gaan over de reservering van de parallelle Kaagbaan. Een verkennend gesprek hierover heeft plaatsgevonden op 20 juli 2016. Vervolgoverleg is nodig om duidelijk te krijgen wat de houding van het Ministerie is ten opzichte van de mogelijke funnel bij de reservering van de parallelle Kaagbaan. Dit overleg is gepland in het vierde kwartaal van 2016. Omwonenden Op 20 april 2016 is een inloopavond geweest om de omwonenden te informeren over het project en het proces om een keuze te maken voor een stationslocatie. Het algemene beeld van de avond was positief. De omwonenden waren positief over het feit vooraf geïnformeerd te worden over de keuze voor de stationslocatie. Zorgen zijn er over geluidsoverlast, zicht en elektromagnetische magnetische velden (hierna: EM-velden). Er zijn geen signalen gegeven, die duidelijk onderscheidend zijn voor de keuze van de locatie voor het 150/20 kV-station.

In fase 1 van de haalbaarheidsstudie is al rekening gehouden met geluid. In aansluiting op de VNGbrochure Bedrijven en Milieuzonering zijn de focusgebieden zodanig begrensd dat deze op minimaal 300 meter afstand van geluidsgevoelige bestemmingen liggen. Alle drie de locaties voldoen daarmee aan de geluidsnormen zoals vastgelegd in de Wet Geluidhinder. Bij de realisatie van het station wordt expliciet rekening gehouden met de eventuele consequenties voor het zicht van de omgeving. Het station zal ruimtelijk worden ingepast. De wijze van inpassing hangt sterk samen met de uiteindelijke locatiekeuze. Ten aanzien van magneetvelden (van bovengrondse hoogspanningsverbindingen) is door de rijksoverheid beleid opgesteld. Dit is nader toegelicht in onderstaand kader. De afstand van de drie locaties tot aan de omliggende (woon)bebouwing is groter dan 300 meter. Deze afstand is in fase 1 van de haalbaarheidsstudie al gehanteerd (en in fase 2 gehandhaafd) om op dit punt eventuele zorgen over magneetvelden weg te nemen.

53

Beoordelingskader Voor het thema stakeholders is het volgende beoordelingskader gehanteerd. Score

Toelichting

Criterium: bezwaren stakeholders

0

Neutraal

Locatie levert geen bezwaren op voor stakeholder

0/-

Licht negatief

Onbekend of locatie bezwaren oplevert voor stakeholder

-

Negatief

Locatie bezwaarlijk voor stakeholder

Bevindingen en beoordeling In de beoordeling is getoetst of de stationslocaties mogelijk bezwaren opleveren voor stakeholders. De bevindingen en beoordeling(skader) van het thema stakeholders is opgenomen in tabel 5.6. Tabel 5.6: Stakeholders Locatie 1

Locatie 2A

Locatie 2B

Gemeente Haarlemmermeer

0

0

0

Provincie Noord-Holland

0

0

0

Hoogheemraadschap Rijnland

0

0

0

Schiphol

0

-

-

Ministerie van Infrastructuur en Milieu

0/-

0/-

0/-

Omwonenden

0/-

0/-

0/-

Totaalbeoordeling Stakeholders

0/-

0/-

0/-

Uit de toetsing komt naar voren dat locaties 2A en 2B bezwaarlijk zijn voor stakeholder Schiphol. Deze locaties zijn daarom voor dit thema negatief beoordeeld. Voor het Ministerie van I&M en de omwonenden is onbekend of en welke locaties bezwaren opleveren, daarom zijn de percelen voor deze stakeholders licht negatief beoordeeld. Er is overigens niet getoetst en gewogen op basis van aantallen omwonenden. Eén (eventueel) bezwaar van een omwonende geeft dezelfde negatieve beoordeling als bezwaren van meer omwonenden.

54

Voor de stakeholders gemeente Haarlemmermeer, provincie Noord-Holland en hoogheemraadschap Rijnland geldt dat de mogelijke stationslocaties geen bezwaren opleveren, wat resulteert in neutrale beoordelingen van de locaties voor deze stakeholders. Op basis van bovenstaande beoordeling zijn alle locaties even geschikt.

5.4

Beschouwing stationslocaties

Deze paragraaf beschouwt de mogelijke stationslocaties, op basis van de thema’s in hoofdstuk 5. Deze beschouwing biedt een basis voor het maken van de locatiekeuze voor het 150/20 kV-station. Tabel 5.7: Beschouwing stationslocaties Locatie 1

Locatie 2A

Locatie 2B

Techniek en uitvoering

-

0/-

0/-

Financiële uitvoerbaarheid

-

0

0/-

Stakeholders

0/-

0/-

0/-

Techniek en uitvoering De ligging van locatie 1 aan de westzijde van de rijksweg A4 resulteert in een groot aantal boringen onder de rijksweg A4 voor de realisatie van de 20 kV-verbindingen richting de klantgebieden Schiphol-Rijk en PrimA4a. Dit, maar ook de vergevorderde planmatige ontwikkeling van het SADC gebied, het benodigde ruimtebeslag van de vele 20 kV-verbindingen nabij en onder de rijksweg A4, dragen negatief bij aan de beoordeling van locatie 1. Hierdoor heeft locatie 1 voor het thema 'techniek en uitvoering' de meest negatieve beoordeling van de 3 locaties. Deze beoordeling ontstaat ondanks weinig hinder voor de omgeving van bouwverkeer tijdens de realisatie en de gunstige ligging ten opzichte van locatie De Hoek waardoor de realisatie van de 150 kVverbindingen naar locatie 1 minder complex is dan naar locaties 2A en 2B. Locaties 2A en 2B zijn met name door hun ligging aan dezelfde zijde van de rijksweg A4 in de totaalbeoordeling voor het thema 'techniek en uitvoering' gelijk beoordeeld (beide complex, maar minder complex dan locatie 1). Financiële uitvoerbaarheid Ook de financiële uitvoerbaarheid van locatie 1 wordt het meest negatief beoordeeld door een significant hogere grondprijs én hogere kosten voor de aanleg van de 20 kV én 150 kV-verbindingen.

Zelfs wanneer de grond voor locatie 1 om niet beschikbaar wordt gesteld, is locatie 1 nog steeds duurder dan locaties 2A en 2B. Locatie 2A is door zijn lage grondprijs de goedkoopste van de 3 locaties, ondanks hogere kosten voor de 20 kV en 150 kV-verbindingen dan voor locatie 2B. Hierbij wordt opgemerkt dat het verschil met locatie 2B procentueel gezien klein is, zeker indien de totale kosten, en dus niet alleen de onderscheidende kosten, voor de Netuitbreiding A4-zone worden beschouwd. Locatie 2B scoort, ondanks de laagste kosten voor de realisatie van de 20 kV- en 150 kV-verbindingen, als gevolg van een hogere grondprijs en de noodzaak voor aankoop van grond voor een toegangsweg, minder gunstig dan locatie 2A.

55

Stakeholders Op basis van de vergelijking onder paragraaf 5.3 komt naar voren dat locaties 2A en 2B bezwaarlijk zijn voor stakeholder Schiphol. Deze locaties zijn daarom voor dit thema voor de stakeholder Schiphol negatief beoordeeld. Voor het Ministerie van I&M en de omwonenden is onbekend of en welke locaties bezwaren opleveren, daarom zijn de percelen voor deze stakeholders licht negatief beoordeeld. Voor de overige stakeholders geldt dat zij geen bezwaren hebben aangegeven ten aanzien van één of meer van de locaties. Zij zijn daarom neutraal beoordeeld. Op basis van het thema 'stakeholders' zijn alle locaties even geschikt. Slotbeschouwing Op basis van de in trechteringsstap 5 uitgevoerde integrale vergelijking van de thema’s 'techniek en uitvoering' en 'financiële uitvoerbaarheid' is locatie 1 als het minst geschikt aan te merken. Hieraan zijn de hoge grondprijs en de relatief hoge kosten voor de 20 kV- en 150 kV-verbindingen debet. De grootste uitdagingen ten aanzien van de algemene uitvoerbaarheid van locatie 1 liggen in de ontsluiting van de 20 kV-verbindingen, omdat een grote hoeveelheid 20 kV-verbindingen gerealiseerd moeten worden in een gebied dat planmatig reeds is uitgewerkt. Daarnaast moet aandacht worden besteed aan de mogelijke beïnvloeding van de hogesnelheidslijn.

Gelet op het thema ‘stakeholders’ is er enkel een onderscheid ten aanzien van de reservering voor de mogelijk toekomstige parallelle Kaagbaan. Schiphol geeft aan het niet verstandig te vinden om een 150/20 kV-station te vestigen in een mogelijke funnel van de mogelijke toekomstige parallelle Kaagbaan. Dit is naar alle waarschijnlijkheid bij locaties 2A en 2B wel het geval. Op basis van de in trechteringsstap 5 uitgevoerde integrale vergelijking van de thema’s 'techniek en uitvoering' en 'financiële uitvoerbaarheid' is locatie 2A als meest geschikt aan te merken. Dit komt met name door zijn lage grondprijs in combinatie met een relatief gunstige ligging ten opzichte van de klantgebieden. De grootste uitdagingen voor locatie 2A vormen de complexiteit van de realisatie van de 150 kV-verbindingen en de realisatie van de 20 kV-verbindingen richting de belangrijkste klantgebieden. Locatie 2B scoort negatiever dan locatie 2A door een hogere grondprijs, extra kosten voor grond voor de aanleg van een toegangsweg en naar verwachting meer hinder voor de omwonenden tijdens de realisatie. Voor wat betreft het thema ‘stakeholders’ scoort de locatie vergelijkbaar met locatie 2A. Locatie 2B ligt, net als 2A, in de mogelijke vliegfunnel van de reservering voor de mogelijk toekomstige parallelle Kaagbaan.

5.5

Voorkeurslocatie

In bovenstaande paragrafen is per hoofdthema beschouwd welk locatie de voorkeur heeft. Op basis van een integrale afweging valt locatie 1 af. Locaties 2A en 2B zijn vergelijkbaar voor de thema’s ‘techniek en uitvoering’ en ‘stakeholders’. Voor het thema ‘financiële uitvoerbaarheid’ zijn locaties 2A en 2B verschillend in het voordeel van locatie 2A. Omdat de netwerkbedrijven hun taken tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten dienen uit te voeren, heeft locatie 2A de voorkeur.

56

Deel B: 150 kV-verbindingen

57

6

150 kV-verbindingen: Vaststellen corridors

6.1

Inleiding

Om te komen tot een goed onderbouwd en haalbaar tracé is een stapsgewijs trechteringsproces toegepast. In figuur 6.1 zijn de stappen in dit proces weergegeven. Dit hoofdstuk, stap 3 (groen), beschrijft hoe de verschillende corridors zijn vastgesteld en de wijze waarop deze tot stand zijn gekomen. De tracering is beschreven in hoofdstuk 7 (stap 4). In hoofdstuk 8 zijn de verschillende tracés beoordeeld en onderling afgewogen (stap 5).

Trechteringsproces 150 kV-verbindingen Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

Definiëren zoekgebied

Bepalen corridors

Vaststellen corridors

Traceren

Studie fase 1

Studie fase 1

Studie fase 2 (hoofdstuk 6)

Studie fase 2 (hoofdstuk 7)

Stap 5

Beoordelen en vergelijken tracés op basis van ‘milieu’, 'techniek en uitvoering', 'financiële uitvoerbaarheid', 'ruimtelijke plannen’ en ‘stakeholders' + Afwegen tracés

Stap 6

Tracékeuze

Studie fase 2 (hoofdstuk 8)

Figuur 6.1: Trechteringsproces Netuitbreiding A4-zone: 150 kV-verbindingen (stap 3)

6.2

Vaststelling zoekgebied

In fase 1 van deze haalbaarheidsstudie is de begrenzing van het zoekgebied vastgesteld. Met dezelfde uitgangspunten als in fase 1 is de begrenzing van het zoekgebied, door de uitbreiding van het project (zie paragraaf 2.3), opnieuw bekeken en waar nodig aangepast. Op basis hiervan is het zoekgebied voor fase 2 vastgesteld, zoals weergegeven in afbeelding 6.1 en bijlage 6.1.

58

Afbeelding 6.1: Zoekgebied van het project fase 2 na samenvoeging van de twee projecten met in blauw de oorspronkelijke begrenzing, in groen de begrenzing van fase 2 en in oranje de begrenzing van het zoekgebied voor het station (zie bijlage 6.1 voor een grotere weergave)

6.3

Vaststellen corridors

Bij de start van fase 2 zijn de corridors gezien de samenvoeging van de beide projecten, zoals beschreven in paragraaf 2.4, nogmaals beoordeeld en zijn de begrenzingen van de corridors wat aangepast. Voor de begrenzing van de corridors is gebruik gemaakt van de resultaten van de thematische beoordelingen uit fase 1 van de haalbaarheidsstudie. Om meer focus te krijgen in deze corridors heeft Reddyn daarnaast als uitgangspunt gehanteerd dat de uiteindelijke tracés zoveel mogelijk langs de randen van percelen gerealiseerd moeten worden. Hiermee worden het ruimtelijk beslag en de beperkingen op de percelen voor de omgeving (met name voor de grondeigenaren) en eventuele ontwikkelingen zo gering mogelijk gehouden, wat eveneens een uitgangspunt is voor de verdere tracering (zie hoofdstuk 7). Het overzicht van de corridors is weergegeven in afbeelding 6.2.

59

Afbeelding 6.2: Corridors A tot en met F voor de verbindingen van het A4-zone project (zie bijlage 6.2 voor een grotere weergave)

6.4

Beschrijving corridors

Binnen het zoekgebied zijn zes corridors gedefinieerd, corridors A tot en met F. De verschillende verbindingen lopen door meerdere corridors:  Verbinding Vijfhuizen – Nieuwe Meer loopt door corridors A en B;  Verbinding Vijfhuizen – A4-zone loopt via corridors: A, D, C en F of; A, C en F of; A, E en F.  Verbinding Nieuwe Meer – A4-zone loopt door corridors: B, E en F of; B, C en F. Corridor A loopt vanaf het bestaande 150 kV station Vijfhuizen tot het knooppunt Raasdorp van de rijkswegen A5/A9. De corridor omvat zowel het gebied rond de bestaande verbinding Vijfhuizen – Nieuwe Meer (direct ten zuiden van de Schipholweg) als het gebied tussen de Schipholweg en de rijksweg A9. Corridor B is een brede strook vanaf het knooppunt Raasdorp naar het bestaande 150 kV station Nieuwe Meer. De corridor wordt aan de noordzijde begrensd door de omlegging van de rijksweg A9. Ten noorden van deze omlegging zijn in verband met geplande woningbouw geen mogelijkheden voor een tracé. Aan de zuidzijde wordt deze corridor begrensd door de nabijheid van start- en landingsbanen.

60

Corridor C volgt in grote lijnen het tracé van de hoofdtransportleiding van Gasunie en de reservering voor de buisleidingenstrook uit de Structuurvisie Buisleidingen 2012-2035. In hoofdstuk 7 is de ligging van de buisleidingenstrook op kaarten weergegeven. Afstemming met Gasunie over dit tracé is uiteraard noodzakelijk om te beoordelen of de beïnvloeding van de hoofdtransportleiding kan worden beperkt. Corridor D ligt ten oosten van landingsbaan de Polderbaan, in agrarisch gebied. De corridor ligt parallel aan de Polderbaan, aan de randen van de agrarische percelen. Dit betekent wel dat het tracé binnen 300 meter van de start- en landingsbaan gerealiseerd zou worden. Op basis van het programma van eisen van TenneT heeft het de voorkeur om buiten de 300 meter assets te realiseren in verband met risico’s op vliegtuigcalamiteiten. De afstand tot de start- en landingsbaan is hierbij 150 tot 180 meter. In hoofdstuk 8 is nader ingegaan op deze risico’s. Corridor E ligt aan de westzijde van de rijksweg A5 en loopt vanaf het knooppunt nabij Raasdorp A5/A9 tot aan het bedrijventerrein De Hoek. Ten opzichte van haalbaarheidsstudie fase 1 is de corridor iets meer opgeschoven in de richting van de start- en landingsbaan, om zo langs de randen van de percelen te kunnen traceren. Hierbij blijft de corridor op meer dan 300 meter van de daadwerkelijke start- en landingsbaan.

Corridor F is het gebied rond De Hoek. Dit is een gebied met veel fysieke beperkingen. Enerzijds zijn dichtbebouwde zones (zowel bovengronds als ondergronds) aanwezig en anderzijds zijn nog veel ontwikkelingen gepland in het gebied. Ook is er sprake van grootschalige ondergrondse infrastructuur, zoals hoofdtransportleiding van Gasunie. Het gebied is relatief breed gehouden om zo ruimte te bieden aan technische oplossingen en zo min mogelijk belemmeringen op te leggen aan bestaande functies en aan toekomstige ontwikkelingen. De tracering vanaf corridor F (De Hoek) naar de stationslocatie wordt uitgevoerd nadat een keuze is gemaakt voor de stationslocatie. Dit wordt in een aparte rapportage beschreven. Binnen de corridors zijn tracés voor de 150 kV-verbindingen uitgewerkt, deze tracés zijn beschreven in hoofdstuk 7. Voor corridor A en B geldt, omdat dit brede corridors zijn, dat er binnen de corridors meerdere tracés mogelijk zijn. De beoordeling en vergelijking vindt plaats tussen de tracés binnen de grenzen van de corridor. Binnen corridors C tot en met E is enkel één tracé uitgewerkt. Dit zijn smalle corridors, waar met de traceringsuitgangspunten (zie hoofdstuk 7) maar een tracé mogelijk is. De beoordeling en vergelijking vindt plaats tussen de tracés binnen corridor C tot en met E.

Corridor F is een brede corridor, maar door de beperkt beschikbare fysieke ruimte rondom knooppunt De Hoek is er maar één tracé mogelijk.

61

7

150 kV-verbindingen: Tracering

7.1

Inleiding

Dit hoofdstuk beschrijft de tracering. In het trechteringsproces aangeduid met stap 4 (groen) in de onderstaande figuur.

Trechteringsproces 150 kV-verbindingen Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

Definiëren zoekgebied

Bepalen corridors

Vaststellen corridors

Traceren

Studie fase 1

Studie fase 1

Studie fase 2 (hoofdstuk 6)

Studie fase 2 (hoofdstuk 7)

Stap 5

Beoordelen en vergelijken tracés op basis van ‘milieu’, 'techniek en uitvoering', 'financiële uitvoerbaarheid', 'ruimtelijke plannen' en 'stakeholders' + Afwegen tracés

Stap 6

Tracékeuze

Studie fase 2 (hoofdstuk 8)

Figuur 7.1: Trechteringsproces Netuitbreiding A4-zone: 150 kV-verbindingen (stap 4)

7.2

Uitgangspunten tracering

7.2.1

Uitgangspunten

In fase 1 van de haalbaarheidsstudie zijn met name milieuthema’s onderzocht om te komen tot corridors waarbinnen een tracé kan worden gerealiseerd met weinig beperkingen ten aanzien van milieu. Hierbij is gebruik gemaakt van het Programma van Eisen traceringsuitgangspunten en locatie-eisen van TenneT , (PvE.00.002, 27 januari 2016, versie 1.0. Bij het ontwerpen van de verschillende tracéopties binnen de corridors zijn de volgende technische uitgangspunten gehanteerd, afkomstig uit Kabel, Standaard programma van eisen, PvE.06.000, 11 februari 2011, versie 1.0:  tracés moeten een zo kort mogelijke lengte hebben. Grotere lengtes hebben tot gevolg dat er meer netverliezen optreden en dat de kosten voor de aanleg hoger worden;  tracés volgen zo veel mogelijk de perceelgrenzen en de bestaande infrastructuur. Hierdoor is het ruimtebeslag en de beperkingen op de percelen (voor zowel huidig gebruik als eventuele toekomstige ontwikkelingen) zo beperkt mogelijk;  de aanleg vindt in principe in open ontgraving plaats. Ter plaatse van kruisingen met (spoor-) wegen, water en ondergrondse infrastructuur worden horizontaal gestuurde boringen of ingegraven buizen toegepast. Vanwege de complexe geohydrologische situatie is het niet wenselijk om grote delen van het tracé door middel van gestuurde boringen te realiseren.

Door de boringen kunnen namelijk afsluitende lagen doorboord worden waardoor ongewenste waterverplaatsing plaats kan vinden tussen de onderlinge grondlagen;  er is rekening gehouden met een ruimtebeslag van de kabelverbindingen van 9 meter (3 circuits, bij open ontgraving). Dit ruimtebeslag is nader toegelicht in bijlage 7.1;  de minimaal onderlinge afstand met de boringen van derden bedraagt 10,00 meter. Dit is een ontwerpeis van de betreffende eigenaren waaronder het Provinciaal Waterleidingbedrijf Noord-Holland (PWN) en Gasunie.  minimale afstanden ten opzichte van een watergang: 1 meter ten opzichte van insteek talud;

62

watergangen, spoor en wegen worden zoveel mogelijk haaks gekruist. Dit is veelal ook een eis vanuit vergunningverleners vanwege risico’s op verzakking, vermindering van ruimtebeslag en beheer en onderhoud; kabels en leidingen worden daar waar mogelijk onderlangs gekruist door middel van ingegraven mantelbuizen of een horizontaal gestuurde boring. Deze boring is omhuld door een kunststofbuis (HDPE); de wijze waarop over het gehele tracé het water, de wegen en inritten uiteindelijk worden gekruist, is afhankelijk van het soort bestrating en belangrijkheid van de doorgaande wegen. Dit wordt in de ontwerpfase nader met de betreffende beheerders afgestemd. In bijlage 7.1 zijn de verschillende aanlegmethodes, de benodigde tracébreedtes en werkstroken nader toegelicht.

Daarnaast is conform het Programma van Eisen traceringsuitgangspunten en locatie-eisen zoveel mogelijk getraceerd buiten bebouwing en vastgestelde ruimtelijke ontwikkelingen. Op deze manier belet het tracé geen overige geplande ontwikkelingen. Voor kruisingen door middel van een horizontaal gestuurde boring (methode: Horizontal Directional Drilling (HDD)) wordt in een volgende fase boorrapporten en een beïnvloedingsberekeningen gemaakt. De kruisingen van het water- en gasleidingentracés worden in de ontwerpfase nader besproken en gedetailleerd.

7.3

Beschrijving verschillende tracés

In deze paragraaf is per tracédeel een beschrijving gegeven van onderstaande punten. Met tracédeel wordt het tracé binnen de grenzen van een corridor bedoeld, verder in de tekst tracé genoemd.  de verbindingen die binnen de betreffende corridor vallen. In het tracé tussen Vijfhuizen en A4-zone worden twee verbindingen gerealiseerd, aangeduid als Vijfhuizen - A4-zone 1 en 2. De andere twee nieuwe verbindingen betreffen ieder één kabelverbinding;  de route van het tracédeel;  de kruisingen met wegen, spoor en watergangen;  de kruisingen met kabels en leidingen;  eventuele bijzonderheden.

63

7.4

Beschrijving verschillende tracés

7.4.1

Corridor A, tracé 1, Vijfhuizen - knooppunt Raasdorp

Verbindingen:  Vijfhuizen - Nieuwe Meer  Vijfhuizen - A4-zone 1 en 2

Afbeelding 7.1: Tracé 1, station Vijfhuizen – knooppunt Raasdorp (zie bijlage 7.2 voor grotere weergave)

Beschrijving tracé Het kabeltracé vertrekt vanaf de nieuw in te richten kabelvelden op het bestaande 150 kV-station Vijfhuizen aan de Spaarnwouderweg. Vanaf het bestaande station Vijfhuizen kruist het tracé de N205, inclusief op- en afritten, de Kromme Spieringweg, en de Schipholweg. Het tracé vervolgt ten noorden van de Schipholweg in een vrijwel rechte lijn parallel tot aan het verkeersknooppunt Raasdorp. Daar kruist het weer de Schipholweg en gaat zuidelijk van de Schipholweg verder tot aan het knooppunt waarbij de tracés vanuit Vijfhuizen en Nieuwe Meer in de richting van A4-zone samenkomen (nabij verkeersknooppunt Raasdorp). Corridor A grenst niet aan het station Vijfhuizen waardoor het eerste stuk van tracé 1, vanaf Vijfhuizen, buiten de corridor valt. Na het kruisen van de Kromme Spieringweg ligt het tracé in corridor A.

64

Kruisingen water en wegen In het kabeltracé zijn, gezien vanuit het station Vijfhuizen achtereenvolgens de volgende kruisingen voorzien:  Kromme Spieringweg;  Kruising N205 (inclusief op- en afritten);  Schipholweg;  IJweg;  Schipholweg (nogmaals). Kruisingen kabels en leidingen De meeste kabels en leidingen zijn geclusterd parallel aan de Schipholweg, hier bevindt zich de hoofdstructuur van de bestaande hoogspannings- en middenspanningsverbindingen, watertransportleidingen en een brandstofbuisleiding. Tussen het bestaande station Vijfhuizen en het knooppunt Raasdorp worden de volgende kabels en leidingen gekruist:  150 kV-kabelverbinding Vijfhuizen - Nieuwe Meer;  50 kV-kabelverbindingen;  10 kV-kabelverbindingen;  brandstofleiding;  gasleiding;  CO2-leiding;  watertransportleiding;  diverse telecomkabels. Op het terrein van station Vijfhuizen worden tevens diverse kabels en leidingen gekruist.

65

7.4.2

Corridor A tracé 2, Vijfhuizen - knooppunt Raasdorp

Verbindingen:  Vijfhuizen – Nieuwe Meer  Vijfhuizen – A4-zone 1 en 2

Afbeelding 7.2: Tracé 2, station Vijfhuizen – knooppunt Raasdorp (zie bijlage 7.3 voor grotere weergave)

Beschrijving tracé: Het kabeltracé vertrekt vanaf de nieuw in te richten kabelvelden op het 150 kV-station Vijfhuizen aan de Spaarnwouderweg. Vanaf het bestaande station Vijfhuizen kruist het tracé de N205, inclusief op- en afritten, de Kromme Spieringweg, en vervolgens de Schipholweg. Het tracé vervolgt ten zuiden, van de Schipholweg in een vrijwel rechte lijn tot aan het knooppunt (nabij verkeersknooppunt Raasdorp). Corridor A grenst niet aan het station Vijfhuizen waardoor het eerste stuk van tracé 2, vanaf Vijfhuizen, buiten de corridor valt. Na het kruisen van de Kromme Spieringweg lig het tracé in corridor A. Ter hoogte van de IJweg wordt de bebouwing ontweken, hierdoor ligt het tracé voor een klein deel buiten de corridor. Kruisingen water en wegen In het kabeltracé zijn, gezien vanuit het station Vijfhuizen achtereenvolgens de volgende kruisingen voorzien:  Kromme Spieringweg;  Spaarnwouderweg;  Kruising N205 (inclusief op- en afritten);  Schipholweg;  IJweg. 66

Kruisingen kabels en leidingen De meeste kabels en leidingen zijn geclusterd parallel aan de Schipholweg, hier bevindt zich de hoofdstructuur van de bestaande hoogspannings- en middenspanningsverbindingen, watertransportleidingen en een brandstofbuisleiding. Tussen station Vijfhuizen en het knooppunt Raasdorp moeten de volgende kabels en leidingen gekruist worden:  150 kV-kabelverbinding Vijfhuizen - Nieuwe Meer;  50 kV-kabelverbindingen;  10 kV-kabelverbindingen;  brandstofleiding;  gasleiding;  CO2-leiding;  watertransportleiding;  diverse telecomkabels. Op het terrein van het station Vijfhuizen worden tevens diverse kabels en leidingen gekruist.

7.4.3

Corridor B tracé 3, knooppunt Raasdorp - knooppunt Badhoevedorp

Verbindingen:  Vijfhuizen – Nieuwe Meer  A4-zone – Nieuwe Meer

Afbeelding 7.3: Tracé 3, knooppunt Raasdorp –knooppunt Badhoevedorp (zie bijlage 7.4 voor grotere weergave)

67

Beschrijving: Vanaf het knooppunt Raasdorp gaat het tracé in zuidelijke richting en parallel aan de Schipholweg. Er zijn kruisingen voorzien met de rijksweg A5, de Hoofdvaart, de Sloterweg. Bovendien houdt het tracé rekening met de doorgetrokken T106 richting de 2000 El. Verder volgt het tracé de omgelegde rijksweg A9 aan de zuidzijde buiten het beheergebied van Rijkswaterstaat. Kruisingen water en wegen In het kabeltracé zijn, gezien vanuit knooppunt Raasdorp achtereenvolgens de volgende kruisingen voorzien:  Rijksweg A5;  Nieuwekerkertocht;  Hoofdweg en Hoofdvaart;  Kagertocht;  Sloterweg. Kruisingen kabels en leidingen De meeste kabels en leidingen zijn geclusterd parallel aan de Schipholweg. Hier bevindt zich de hoofdstructuur van de bestaande hoogspannings- en middenspanningsverbindingen, watertransportleidingen en een brandstofbuisleiding. Het tracé kruist ten oosten van het knooppunt Raasdorp A5/A9 een gebied dat in de structuurvisie Buisleidingen 2012-2035 is gereserveerd voor buisleidingen van nationaal belang voor het transport van aardgas, olie en chemicaliën. In dit tracé worden transportleidingen van CO2 en aardgas gekruist.

Tussen station knooppunt Raasdorp en knooppunt Badhoevedorp Meer worden de volgende kabels en leidingen gekruist:  150 kV-kabelverbinding Vijfhuizen - Nieuwe Meer;  50 kV-kabelverbindingen;  10 kV-kabelverbindingen;  brandstofleiding;  gasleiding;  CO2-leiding;  watertransportleiding;  diverse telecomkabels.

7.4.4

Corridor B tracé 4, knooppunt Raasdorp - knooppunt Badhoevedorp

Verbindingen:  Vijfhuizen – Nieuwe Meer  A4-zone – Nieuwe Meer

68

Afbeelding 7.4: Tracé 4, knooppunt Raasdorp – knooppunt Badhoevedorp (zie bijlage 7.5 voor grotere weergave)

Vanaf het knooppunt Raasdorp gaat het tracé over een lengte van circa 950 meter in zuidelijke richting, parallel aan de rijksweg A5. Vervolgens buigt het tracé af in zuidoostelijke richting, door particuliere grond tot de rijksweg A4. Kruisingen water en wegen In het kabeltracé zijn, gezien vanuit knooppunt Raasdorp achtereenvolgens de volgende kruisingen voorzien:  rijksweg A5;  Nieuwekerkertocht;  Hoofdweg en Hoofdvaart;  Kagertocht;  Sloterweg. Kruisingen kabels en leidingen Het tracé kruist ten zuiden van het knooppunt Raasdorp A5/A9 een gebied dat in de structuurvisie Buisleidingen 2012-2035 is gereserveerd voor buisleidingen van nationaal belang voor het transport van aardgas, olie en chemicaliën. In dit tracé worden transportleidingen voor CO2 en aardgas gekruist.

69

Tussen knooppunt Raasdorp en knooppunt Badhoevedorp worden de volgende kabels en leidingen gekruist:  150 kV-kabelverbinding Vijfhuizen - Nieuwe Meer;  50 kV-kabelverbindingen;  10 kV-kabelverbindingen;  brandstofleiding;  gasleiding;  CO2-leiding;  watertransportleiding;  diverse telecomkabels.

7.4.5

Corridor B, Tracé 5, knooppunt Raasdorp - knooppunt Badhoevedorp

Verbindingen:  Vijfhuizen – Nieuwe Meer  A4-zone – Nieuwe Meer

Afbeelding 7.5: Tracé 5, knooppunt Raasdorp – knooppunt Badhoevedorp (zie bijlage 7.6 voor grotere weergave)

Vanaf het knooppunt Raasdorp gaat het tracé over een lengte van circa 1400 meter in zuidelijke richting, parallel aan de rijksweg A5. Vervolgens buigt het tracé af in zuidoostelijke richting, door particuliere grond tot de rijksweg A4. Het tracé ontwijkt bebouwing, hierdoor ligt het tracé voor een klein deel buiten de corridor.

70

Kruisingen water en wegen In het kabeltracé zijn, gezien vanuit knooppunt Raasdorp achtereenvolgens de volgende kruisingen voorzien:  rijksweg A5;  Nieuwekerkertocht;  Hoofdweg en Hoofdvaart;  Kagertocht;  Sloterweg. Kruisingen kabels en leidingen Het tracé kruist ten zuiden van het knooppunt Raasdorp A5/A9 een gebied dat in de structuurvisie Buisleiding 2012-2035 is gereserveerd voor buisleidingen van nationaal belang voor het transport van aardgas, olie en chemicaliën. In dit tracé worden transportleidingen voor CO2 en aardgas gekruist. In dit tracé, tussen knooppunt Raasdorp en knooppunt Badhoevedorp worden de volgende kabels en leidingen gekruist:  150 kV-kabelverbinding Vijfhuizen - Nieuwe Meer;  50 kV-kabelverbindingen;  10 kV-kabelverbindingen;  brandstofleiding;  gasleiding;  CO2-leiding;  watertransportleiding;  diverse telecomkabels.

7.4.6

Corridor B tracé 6 knooppunt Badhoevedorp - Nieuwe Meer

Verbindingen:  Vijfhuizen – Nieuwe Meer  A4-zone – Nieuwe Meer

71

Afbeelding 7.6: Tracé 6 knooppunt Badhoevedorp – station Nieuwe Meer. In kleur is het huidige knooppunt Badhoevedorp weergegeven. In grijstinten is het nieuwe knooppunt weergegeven dat momenteel in aanleg is (zie bijlage 7.7 voor grotere weergave)

Vanaf het knooppunt Badhoevedorp kruist het tracé de omgelegde rijksweg A9, Schipholweg alsmede een aantal watertransportleidingen. Hierna volgt het tracé de bestaande 150 kV-verbinding Vijfhuizen – Nieuwe Meer langs het bedrijventerrein Schipholweg en sportvelden, kruist vervolgens de oude rijksweg A9, waarna het tracé de verbindingsweg van de rijksweg A4 naar de rijksweg A9 volgt en de Ringvaart kruist. Vervolgens buigt het tracé af en kruist de rijksweg A4, waarna een tracé parallel aan de Oude Haagseweg volgt tot aan het bestaande station Nieuwe Meer. Kruisingen water en wegen In het kabeltracé zijn, gezien vanuit knooppunt Badhoevedorp achtereenvolgens de volgende kruisingen voorzien:  rijksweg A9;  Schipholweg ;  rijksweg A4;  ProRail; spoorlijn (bovengronds) Amsterdam- Lelylaan;  Ringvaart nabij Nieuwemeerdijk (inclusief dijklichamen);  Oude Haagseweg (parallel aan);  watergang en weg nabij 150 kV-station Nieuwe Meer.

72

Kruisingen kabels en leidingen Tussen knooppunt Badhoevedorp en het bestaande station Nieuwe Meer worden de volgende kabels en leidingen gekruist:  150 kV-kabelverbinding Vijfhuizen - Nieuwe Meer;  50 kV-kabelverbindingen;  10 kV-kabelverbindingen;  brandstofleiding;  gasleiding;  CO2-leiding  watertransportleiding;  diverse telecomleidingen. Op het stationsterrein van Nieuwe Meer worden tevens diverse kabels en leidingen gekruist.

7.4.7

Corridor B tracé 7 knooppunt Badhoevedorp - Nieuwe Meer

Verbindingen:  Vijfhuizen – Nieuwe Meer  A4-zone – Nieuwe Meer Vanaf het knooppunt Badhoevedorp gaat het tracé in noordelijke richting naar de overzijde van de omgelegde rijksweg A9 tot aan de Meidoornweg, waarbij kruisingen zijn voorzien onder de rijksweg A4 en rijksweg A9 (voormalig knooppunt Badhoevedorp).

Afbeelding 7.7: Tracé 7 knooppunt Badhoevedorp – Nieuwe Meer (zie bijlage 7.8 voor grotere weergave)

73

Het tracé gaat vervolgens in beginsel door middel van aanleg in open ontgraving, in noordelijke richting door golfbaan “The International”, en vervolgt door middel van een HDD westelijk van en parallel aan de Oude Haagseweg tot aan de Anderlechtlaan. Daar buigt het tracé af richting Nieuwe Meer. Hierbij zijn kruisingen voorzien onder de Ringvaart, inclusief waterkeringen, langs de Oude Haagseweg en nabij station Nieuwe Meer in verband met de aanwezigheid van veel kabels en leidingen. Bovendien houdt het tracé rekening met het te realiseren fietspad onder het knooppunt Badhoevendorp en het nieuwe HOVviaduct (Hoogwaardig Openbaar Vervoer) naar Schiphol. Kruisingen water en wegen In het kabeltracé zijn, gezien vanuit knooppunt Badhoevedorp achtereenvolgens de volgende kruisingen voorzien:  rijksweg A9;  Schipholweg;  rijksweg A4;  ProRail; spoorlijn (bovengronds) Amsterdam- Lelylaan;  Ringvaart nabij Nieuwemeerdijk (inclusief dijklichamen);  Oude Haagseweg (parallel aan);  watergang en weg nabij 150 kV-station Nieuwe Meer. Kruisingen kabels en leidingen Tussen knooppunt Badhoevedorp en station Nieuwe Meer worden de volgende kabels en leidingen gekruist:  150 kV-kabelverbinding Vijfhuizen - Nieuwe Meer;  50 kV-kabelverbindingen;  10 kV-kabelverbindingen;  brandstofleiding;  gasleiding;  CO2-leiding;  watertransportleiding;  diverse telecomkabels.

Op het stationsterrein van Nieuwe Meer worden tevens diverse kabels en leidingen gekruist.

7.4.8

Corridor B tracé 8 Knooppunt Badhoevedorp - Nieuwe Meer

Verbindingen:  Vijfhuizen – Nieuwe Meer  A4-zone – Nieuwe Meer

74

Afbeelding 7.8: Tracé 8 knooppunt Badhoevedorp – Nieuwe Meer (zie bijlage 7.9 voor grotere weergave)

Vanaf het knooppunt Badhoevedorp gaat het tracé parallel aan de rijksweg A4 in noordoostelijke richting. Vervolgens kruist het tracé de rijksweg A4 in zuidoostelijke richting en gaat verder via de parkeerplaatsen en bedrijventerrein op Schiphol. Het tracé gaat vervolgens in noordelijke richting door de golfbaan “The International” en vervolgt, door middel van een HDD, westelijk van en parallel aan de Oude Haagseweg tot aan de Anderlechtlaan. Daar buigt het tracé af richting Nieuwe Meer. Er zijn kruisingen voorzien onder de Ringvaart, inclusief waterkeringen, langs de Oude Haagseweg en nabij station Nieuwe Meer i.v.m. de aanwezigheid van veel kabels en leidingen. Kruisingen water en wegen In het kabeltracé zijn, gezien vanuit het station Vijfhuizen achtereenvolgens de volgende kruisingen voorzien:  rijksweg A4;  ProRail; spoorlijn Amsterdam- Lelylaan;  Schipholweg;  rijksweg A9;  Ringvaart nabij Nieuwemeerdijk (inclusief dijklichamen) ;  Oude Haagseweg (parallel aan);  watergang en weg nabij 150 kV-station Nieuwe Meer.

75

Kruisingen kabels en leidingen Tussen knooppunt Badhoevedorp en station Nieuwe Meer worden de volgende kabels en leidingen gekruist:  150 kV-kabelverbinding Vijfhuizen - Nieuwe Meer;  50 kV-kabelverbindingen;  10 kV-kabelverbindingen;  brandstofleiding;  gasleiding;  CO2-leiding;  watertransportleiding;  diverse telecomkabels. Op het stationsterrein van Nieuwe Meer worden tevens diverse kabels en leidingen gekruist.

7.4.9

Corridor DE tracé 9 knooppunt Raasdorp - De Hoek

Verbindingen:  Vijfhuizen – Nieuwe Meer  A4-zone – Nieuwe Meer

Afbeelding 7.9: Tracé 9 knooppunt Raasdorp – De Hoek (zie bijlage 7.10 voor grotere weergave)

Tracé 9 is gesitueerd in corridor D en E en ligt tussen de Schipholweg en de Hoofdvaart ten oosten van en parallel aan de Polderbaan en de taxibaan. Vervolgens kruist het tracé de taxibaan en ligt parallel aan de rijksweg A5 tot een de kruising van het spoor met de rijksweg A5, nabij knooppunt De Hoek. Het tracé ontwijkt bebouwing, hierdoor ligt het tracé voor een klein deel buiten de corridor.

76

Kruisingen water en wegen In het kabeltracé zijn, gezien vanuit knooppunt Raasdorp achtereenvolgens de volgende kruisingen voorzien:  Hoofdvaart en Hoofdweg West- en oostzijde;  diverse watergangen;  taxibaan;  Rijnlanderweg;  diverse watergangen. Kruisingen kabels en leidingen Tussen station Vijfhuizen en het station Nieuwe Meer worden de volgende kabels en leidingen gekruist:  150 kV-kabelverbinding Vijfhuizen - Nieuwe Meer;  50 kV-kabelverbindingen;  10 kV-kabelverbindingen;  brandstofleiding;  gasleiding;  CO2-leiding;  watertransportleiding;  diverse telecomkabels.

7.4.10 Corridor C tracé 10 knooppunt Raasdorp - De Hoek Verbindingen:  Vijfhuizen – Nieuwe Meer  A4-zone – Nieuwe Meer

Afbeelding 7.10: Tracé 10 knooppunt Raasdorp – De Hoek (zie bijlage 7.11 voor grotere weergave)

77

Vanaf het knooppunt Raasdorp gaat het tracé parallel aan de rijksweg A5 in zuidelijke richting tot aan de Nieuwekerkertocht. Vervolgens gaat het tracé in rechte lijn parallel aan de Nieuwekerkertocht tot aan een punt circa 200 meter voor de Weg om de Noord. Hier maakt het tracé een bocht van 90º en gaat in rechte lijn richting de rijksweg A5. Kruisingen water en wegen In het kabeltracé zijn, gezien vanuit knooppunt Raasdorp achtereenvolgens de volgende kruisingen voorzien:  Nieuwekerkertocht 2x;  Polderbaan;  Hoofdvaart en Hoofdweg West- en oostzijde;  diverse watergangen. Kruisingen kabels en leidingen De kabel ligt over het hele tracé langs de hoofdtransportleiding van Gasunie. Daarnaast is er sprake van een reservering vanuit de Structuurvisie Buisleidingen 2012-2035. Deze strook is bedoeld voor buisleidingen met een nationaal belang. De strook wordt beheerd door Rijkswaterstaat. Tussen station Vijfhuizen en het station Nieuwe Meer worden de volgende kabels en leidingen gekruist:  150 kV-kabelverbinding Vijfhuizen - Nieuwe Meer;  50 kV-kabelverbindingen;  10 kV-kabelverbindingen;  brandstofleiding;  gasleiding;  CO2-leiding;  watertransportleiding;  diverse telecomkabels. Bijzonderheden De parallelloop met hoofdtransportleiding van Gasunie over grote afstanden vraagt om extra aandacht ten aanzien van beïnvloeding van deze leidingen.

Het is de verwachting dat uitgebreide maatregelen noodzakelijk om de effecten van de beïnvloeding te mitigeren. Om hier zicht op de krijgen zijn beïnvloedingsberekeningen noodzakelijk.

7.4.11 Corridor E tracé 11 knooppunt Raasdorp - De Hoek Verbindingen:  Vijfhuizen – A5 zone 1 en 2  A4-zone – Nieuwe Meer

78

Afbeelding 7.11: Tracé 11 knooppunt Raasdorp – De Hoek (zie bijlage 7.12 voor grotere weergave)

Vanaf het knooppunt Raasdorp ligt het tracé vrijwel in zijn geheel parallel aan de rijksweg A5 in zuidelijke richting tot aan de positie waar de spoorbaan de rijksweg A5 kruist, nabij De Hoek. Het tracé ligt aan de westkant van de watergang aan de rand op de agrarische percelen. Op een tweetal locaties ligt het tracé buiten de corridor, te weten bij de Hoofdvaart waar het tracé achter de bebouwing langs gaat, vervolgens afbuigt, de Hoofdvaart kruist en weer langs de rijksweg A5 gaat en bij de Rijnlanderweg. Verder kruist het tracé de taxibaan naar de Polderbaan. Kruisingen water en wegen In het kabeltracé zijn, gezien vanuit het station Vijfhuizen achtereenvolgens de volgende kruisingen voorzien:  Nieuwekerkertocht;  Hoofdvaart en Hoofdweg West- en oostzijde;  taxibaan;  Rijnlanderweg;  diverse watergangen. Kruisingen kabels en leidingen Tussen station Vijfhuizen en het station Nieuwe Meer worden de volgende kabels en leidingen gekruist:  150 kV-kabelverbinding Vijfhuizen - Nieuwe Meer;  50 kV-kabelverbindingen;  10 kV-kabelverbindingen;  brandstofleiding;  gasleiding; 79

  

CO2-leiding; watertransportleiding; diverse telecomkabels.

7.4.12 Corridor F tracé 12 De Hoek - A4-zone Verbindingen:  Vijfhuizen – A5 zone 1 en 2  A4-zone – Nieuwe Meer

Afbeelding 7.12 :Tracé 12 De Hoek – A4-zone (zie bijlage 7.13 voor grotere weergave)

Tracé 12 passeert De Hoek. Vanaf het punt waar het spoor de rijksweg A5 kruist, passeert het tracé de spoor- en busbaan met een boring. Vervolgens volgt het tracé de rijksweg A5 tot het knooppunt De Hoek A5-A4, waar het vervolgens de rijksweg A4 aan de zijde van Hoofddorp volgt. Het tracé kruist knooppunt De Hoek met twee boringen en komt uit ten zuiden van de Geniedijk. Vanaf dit punt kan het tracé naar een, nader te bepalen, stationslocatie gelegd worden. Kruisingen water en wegen In het kabeltracé zijn, gezien vanuit knooppunt De Hoek achtereenvolgens de volgende kruisingen voorzien:  Pro-rail. Spoorbaan Amsterdam – Schiphol;  busbaan (R-net).  De Kruisweg;  De Hoeksteen;  diverse watergangen; 80

 

op- en afrit rijksweg A4; Geniedijk.

Kruisingen kabels en leidingen Tussen station knooppunt De Hoek en toekomstig station A4-zone Meer worden de volgende kabels en leidingen gekruist:  50 kV-kabelverbindingen;  10 kV-kabelverbindingen;  brandstofleiding;  gasleiding;  CO2-leiding;  watertransportleiding;  diverse telecomleidingen. Bijzonderheden Het tracé kruist kunstwerken van de spoorbaan Amsterdam – Schiphol en de busbaan (HOV) van R-Net. De exacte gegevens van de kunstwerken zijn moeilijk te verkrijgen, omdat deze verloren zouden zijn gegaan.

81

8

150 kV-verbindingen: Beoordeling en vergelijking tracés

8.1

Inleiding

In een volgende stap om tot een voorkeurstracé te komen, zijn de effecten van de tracédelen (hierna te noemen: tracés), op de verschillende thema’s beschreven en beoordeeld. Tegelijkertijd zijn de tracés binnen de betreffende corridors onderling vergeleken. Nadat de beoordeling en vergelijking van de tracés op de bovengenoemde hoofdthema’s heeft plaatsgevonden, worden de tracés in paragraaf 8.8 onderling afgewogen. De afweging resulteert uiteindelijk in een voorkeurstracé. In figuur 8.1 is deze stap aangeduid als stap 5 (groen).

Trechteringsproces 150 kV-verbindingen Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

Definiëren zoekgebied

Bepalen corridors

Vaststellen corridors

Traceren

Studie fase 1

Studie fase 1

Studie fase 2 (hoofdstuk 6)

Studie fase 2 (hoofdstuk 7)

Stap 5

Beoordelen en vergelijken tracés op basis van 'milieu', 'techniek en uitvoering', 'financiële uitvoerbaarheid', 'ruimtelijke plannen' en 'stakeholders' + Afwegen tracés

Stap 6

Tracékeuze

Studie fase 2 (hoofdstuk 8)

Figuur 8.1: Trechteringsproces Netuitbreiding A4-zone: 150 kV-verbindingen (stap 5)

8.2

Werkwijze beoordeling en vergelijking

De beoordeling en vergelijking van de tracés heeft plaatsgevonden op de volgende hoofdthema’s:  milieu;  techniek en uitvoering;  financiële uitvoerbaarheid;  ruimtelijke plannen;  stakeholders.

8.2.1

Werkwijze beoordeling

De beoordelingssystematiek, die voor de hoofdthema’s 'milieu' en 'techniek en uitvoering' gehanteerd is, is toegelicht in het onderstaande kader. De werkwijze van beoordeling en vergelijking voor de hoofdthema’s 'financiële uitvoerbaarheid', 'ruimtelijke plannen' en 'stakeholders' is toegelicht in de desbetreffende paragrafen.

82

Beoordelingssystematiek thema's 'milieu’ en ‘techniek en uitvoering' De thema’s 'milieu' en 'techniek en uitvoering' zijn onderverdeeld in aspecten. Per aspect is een criterium geformuleerd. Het tracé is vervolgens aan het criterium getoetst. De tracés zijn ten opzichte van elkaar beoordeeld op basis van een driepuntenschaal, zie de tabel hieronder: Score

Toelichting

0

Neutraal

0/-

Licht negatief

-

Negatief

Voorbeeld Aspect: bodem Criterium: aardkundige waarden, het aantal meters dat het tracédeel het gebied met aardkundige waarden doorkruist. Lengte door aardkundig waardevol gebied waarden (meter) Tracé 1

100

Tracé 2

200

Tracé 3

300

De tracés 1 en 3 scoren respectievelijk neutraal (0) en negatief (-) vanwege de kortste en grootste lengte door het aardkundig waardevolle gebied. Tracé 2 heeft een licht negatieve (0/-) score. Wanneer de uitkomsten van de toetsing de tracés niet voldoende onderscheiden, is aan het tracé eenzelfde score toegekend.

8.2.2

Werkwijze vergelijking

In de studie zijn de volgende (delen van) tracés met elkaar vergeleken: 1. Corridor A: Vijfhuizen - knooppunt nabij Raasdorp A5/A9 Deze corridor bevat twee tracés, namelijk tracé 1 (blauw) en tracé 2 (groen), zie afbeelding 8.1.

Afbeelding 8.1: Corridor A, tracé 1 en tracé 2 (zie bijlage 8.1 voor grotere weergave)

83

2. Corridor B (west): knooppunt bij Raasdorp - knooppunt Badhoevedorp Deze corridor bevat 3 tracés, namelijk tracé 3 (groen), tracé 4 (grijs) en tracé 5 (blauw), zie afbeelding 8.2.

Afbeelding 8.2: Corridor B (west), tracé 3, tracé 4 en tracé 5 (zie bijlage 8.2 voor grotere weergave)

3. Corridor B (oost): knooppunt Badhoevedorp - Nieuwe Meer Deze corridor bevat eveneens 3 tracés, namelijk tracé 6 (paars), tracé 7 (olijfgroen) en tracé 8 (groen), zie afbeelding 8.3.

Afbeelding 8.3: Corridor B (oost), tracé 6, tracé 7 en tracé 8 (zie bijlage 8.3 voor grotere weergave)

84

4. Corridor D(E), (E)C en E: knooppunt bij Raasdorp - De Hoek Deze corridors bevatten ieder 1 tracé en zijn daarmee onderling goed vergelijkbaar. De 3 tracés bestaan respectievelijk uit tracé 9 (roze), tracé 10 (oranje) en tracé 11 (bruin), zie afbeelding 8.4.

Afbeelding 8.4: Corridor D(E), (E)C en E, tracé 9, tracé 10 en tracé 11 (zie bijlage 8.4 voor grotere weergave)

5. Corridor F: De Hoek - A4-zone Binnen deze corridor is vanwege de beperkt beschikbare ruimte rondom knooppunt De Hoek één tracé beschikbaar, namelijk tracé 12 (bruin), zie afbeelding 8.5. Dit tracé is daarom niet in de vergelijking meegenomen. Voor de volledigheid is het tracé wel beoordeeld. De tracering na corridor F moet nog plaatsvinden en is mede afhankelijk van de uiteindelijke stationslocatie. Dit gebeurt nadat een keuze voor de stationslocatie is gemaakt en valt buiten deze rapportage.

85

Afbeelding 8.5: Corridor F, tracé 12 (zie bijlage 8.5 voor grotere weergave)

8.3

Milieu

In de haalbaarheidsstudie fase 1 is het hoofdthema 'milieu' reeds in de afweging betrokken. Een aantal thema’s binnen het thema 'milieu' is daarom in deze fase van de haalbaarheidsstudie niet langer relevant. Wel is het zo dat een aantal thema’s in de haalbaarheidsstudie fase 1 nog niet is onderzocht of nader onderzoek behoeft. Dit vanwege het hogere abstractieniveau dat gehanteerd werd ten tijde van studiefase 1. De overgebleven en niet onderzochte thema’s uit de haalbaarheidsstudie fase 1 zijn (nader) onderzocht, vergeleken en beoordeeld. De volgende thema’s zijn meegenomen:  

  

Archeologie en cultuurhistorie (nader onderzocht in studie fase 2); Bodem; o Ernstige bodemverontreiniging (nader onderzocht in studie fase 2); o Zettingsgevoeligheid (niet onderzocht in studie fase 1); o Niet gesprongen explosieven (niet onderzocht in studie fase 1); Natuur; o Natura 2000 (nader onderzocht in studie fase 2); o Beschermde natuurmonumenten (niet onderzocht in studie fase 1); o Nationaal Natuurnetwerk (nader onderzocht in studie fase 2); o Weidevogelgebieden (niet onderzocht in studie fase 1); o Beschermde flora en fauna (niet onderzocht in studie fase 1); Ruimtelijke beïnvloeding en veiligheid; o Vliegveld (niet onderzocht in studie fase 1); Water; o Waterkeringen en vrijwaringszones (niet onderzocht in studie fase 1); Overig; o Beheergebied Rijkswaterstraat (nader onderzocht in studie fase 2); o Grondgebruik (niet onderzocht in studie fase 1); o Landschap (niet onderzocht in studie fase 1).

86

8.3.1

Archeologie en cultuurhistorie

Studie Bij bodemingrepen groter dan 10.000 m² is het volgens het gemeentelijk archeologisch beleid noodzakelijk een archeologisch onderzoek uit te voeren. In aanvulling op haalbaarheidsstudie fase 1, die op basis van het gemeentelijk archeologisch beleid de archeologische verwachting globaal in beeld bracht, is in mei 2016 voor alle corridors archeologisch bureauonderzoek 30 verricht. Het bureauonderzoek komt, aan de hand van bestaande bronnen over bekende of verwachte archeologische waarden, tot een gespecificeerde archeologische verwachting. Daarnaast zijn de cultuurhistorisch waardevolle elementen in kaart gebracht. De volledige rapportage is als bijlage 8.6 aan dit rapport gevoegd. Beoordelingskader Voor het aspect archeologie en cultuurhistorie is het volgende beoordelingskader gehanteerd. Aspect

Criterium: AMK terreinen, archeologische verwachting en

Eenheid

cultuurhistorisch waardevolle elementen Archeologie Cultuurhistorie

Lengte door AMK* terreinen

meter (m)

Lengte door gebied met (middel)hoge trefkans

meter (m)

Kruising met cultuurhistorisch waardevolle elementen

aantal

* AMK = Archeologische Monumenten Kaart

Bevindingen en beoordeling In de beoordeling is getoetst of het betreffende tracé is gelegen binnen AMK terreinen, een gebied met (middel)hoge trefkans en/of cultuurhistorische waardevolle elementen kruist. De bevindingen en beoordeling van dit criterium zijn opgenomen in tabel 8.1. Tabel 8.1: Archeologie en cultuurhistorie Lengte door AMK terreinen

Lengte door gebied met

Kruisingen met

(m)

middelhoge en hoge trefkans

cultuurhistorische elementen

(m)

(aantal)

Corridor A Tracé 1

0

0

0

Tracé 2

0

0

0

Tracé 3

0

0

0

Tracé 4

0

0

0

Tracé 5

0

0

0

Tracé 6

0

0

2

Tracé 7

0

0

2

Tracé 8

0

0

2

Tracé 9

0

0

0

Tracé 10

0

0

0

Tracé 11

0

0

0

0

0

0

Corridor B (west)

Corridor B (oost)

Corridor D(E), (E)C, E

Corridor F Tracé 12

30

Archeodienst, ‘Archeologisch bureauonderzoek’, d.d. 26 mei 2016, 866.

87

Bijna alle corridors (A, C, D, E, F, G en een groot deel van B) liggen in de ingepolderde Haarlemmermeer. Uit het bureauonderzoek is gebleken dat voor de polder een lage verwachting geldt op het aantreffen van archeologische resten uit alle perioden. Dit is gebaseerd op de landschappelijke ligging van het plangebied (corridors, red.), op de reeds bekende archeologische waarden uit de omgeving, historische gegevens en de beleidsplannen van de betreffende gemeenten. Mogelijk zijn nog sporen van scheepvaart of visserij uit de periode van voor de drooglegging aanwezig. Dergelijke sporen zijn door middel van steekproefsgewijs onderzoek echter niet goed in kaart te brengen. Aangezien ook voor deze categorie vondsten de verwachting laag is, is het niet noodzakelijk om hiernaar onderzoek te doen. Een aandachtspunt, binnen corridor B (oost), betreft de dijken aan weerzijden van de Ringvaart; de Ringvaartdijk en de Nieuwemeerdijk. De tracédelen 6, 7 en 8 kruisen deze keringen, zie afbeelding 8.6. De dijken moeten overigens sowieso, als gevolg van eisen van de waterbeheerders, door middel van gestuurde boringen worden gekruist. Effecten op cultuurhistorische elementen worden daarmee voorkomen.

Conclusie Voor het aspect archeologie en cultuurhistorie wordt het volgende geconcludeerd: Corridor A Binnen corridor A is voor archeologie en cultuurhistorie geen effect te verwachten vanwege de lage archeologische verwachtingswaarde binnen deze corridor. Tracé 1 en 2 zijn voor dit aspect neutraal beoordeeld. De tracés zijn op basis van dit aspect niet onderscheidend en daarmee is er geen voorkeur voor tracé 1 of 2. Corridor B (west) Binnen corridor B (west) is voor archeologie en cultuurhistorie geen effect te verwachten vanwege de lage archeologische verwachtingswaarde binnen deze corridor. Tracé 3, 4 en 5 zijn voor dit aspect neutraal beoordeeld. De tracés zijn op basis van dit aspect niet onderscheidend en daarmee is er geen voorkeur voor tracé 3, 4 of 5. Corridor B (oost) Binnen corridor B (oost) is voor archeologie geen effect te verwachten vanwege de lage archeologische verwachtingswaarde binnen deze corridor. Tracé 6, 7 en 8 zijn voor dit aspect neutraal beoordeeld. De tracés zijn op basis van dit aspect niet onderscheidend. Wel kruisen alle drie de tracés de Ringvaart en de Nieuwemeerdijk, zie de onderstaande afbeelding. Tracé 6, 7 en 8 zijn voor dit aspect licht negatief beoordeeld. Omdat alle drie de tracés deze dijken tweemaal kruisen is er geen onderscheid tussen deze tracés en daarmee ook geen voorkeur voor een van deze tracés.

Afbeelding 8.6: Uitsnede corridor B (oost): kruising tracé 6 (paars), 7 (geel) en 8

88

(roze) met Ringvaartdijk en Nieuwemeerdijk (zie bijlage 8.7 voor grotere weergave)

Corridor D(E), (E)C en E Binnen corridor D(E), (E)C en E is voor archeologie en cultuurhistorie geen effect te verwachten vanwege de lage archeologische verwachtingswaarde binnen deze corridor. Tracé 9, 10 en 11 zijn voor dit aspect neutraal beoordeeld. De tracés zijn op basis van dit aspect niet onderscheidend en daarmee is er geen voorkeur voor tracé 9, 10 of 11. Corridor F Binnen corridor F is voor archeologie en cultuurhistorie geen effect te verwachten vanwege de lage archeologische verwachtingswaarde binnen deze corridor. Tracé 12 is voor dit aspect neutraal beoordeeld. Vanwege de beperkt beschikbare ruimte rondom knooppunt De Hoek zijn geen andere tracés mogelijk. Een vergelijking blijft daarom achterwege. Na corridor F, kruist tracé 12 de Geniedijk, een cultuurhistorisch waardevol element. De Geniedijk wordt overigens gekruist door middel van een gestuurde boring. In het vervolg van het project wordt verder onderzocht op welke wijze de kruising plaatsvindt.

8.3.2

Bodem - ernstige bodemverontreiniging

Studie In mei 2016 is voor alle corridors een historisch bodemonderzoek 31 uitgevoerd. In aanvulling op haalbaarheidsstudie fase 1, die op basis van de website www.bodemloket.nl, gevallen van ernstige bodemen grondwaterverontreiniging in kaart bracht, is in dit onderzoek aan de hand van bekende gegevens van overheden onderzocht waar sprake is van gevallen of verdenking van ernstige bodem- en grondwaterverontreiniging. De volledige rapportage is als bijlage 8.8 aan dit rapport gevoegd. Beoordelingskader Voor het aspect bodem, criterium ernstige bodemverontreiniging is het volgende beoordelingskader gehanteerd. Aspect

Criterium: ernstige bodemverontreiniging

Eenheid

Bodem - ernstige bodemverontreiniging

Lengte door locaties met gevallen van ernstige

meter (m)

bodem- en grondwaterverontreiniging Lengte door locaties met een verdenking van

meter (m)

ernstige bodem- en grondwaterverontreiniging

Bevindingen en beoordeling In de beoordeling is getoetst of de betreffende tracés zijn gelegen binnen een gebied met of zonder een geval of verdenking van ernstige bodem- en grondwaterverontreiniging. De bevindingen en beoordeling van dit criterium zijn opgenomen in tabel 8.2.

31

Witteveen+Bos, ‘150 kV-tracés A4-zone Vooronderzoek bodem’, 26 mei 2016, DVN1086-1/16-009.279

89

Tabel 8.2: Ernstige bodem- en grondwaterverontreiniging Ernstige bodem- en

Verdenking van ernstige bodem- en

grondwaterverontreiniging

grondwaterverontreiniging

(m)

(m)

Tracé 1

0

0

Tracé 2

0

0

Tracé 3

0

0

Tracé 4

0

0

Tracé 5

0

0

Tracé 6

175

798

Tracé 7

220

719

Tracé 8

328

719

Tracé 9

92

0

Tracé 10

824

0

Tracé 11

0

0

387

0

Corridor A

Corridor B (west)

Corridor B (oost)

Corridor D(E), (E)C en E

Corridor F Tracé 12

Uit het historisch onderzoek komt naar voren dat in het gebied al veel bodemonderzoeken hebben plaatsgevonden. Verontreinigingen kunnen met name worden verwacht in de omgeving van ‘De Hoek’, de omgeving van de ‘Polderbaan’ en nabij het bestaande 150 kV-station Nieuwe Meer. In bovenstaande tabel is weergegeven over welke lengtes de mogelijke tracés bodem- en grondwaterverontreinigingen doorsnijden. Conclusie Voor het aspect bodem wordt het volgende geconcludeerd: Corridor A Binnen corridor A is voor bodem - ernstige bodemverontreiniging geen effect te verwachten vanwege het ontbreken van locaties waar sprake kan zijn van gevallen of verdenking van ernstige bodem- en grondwaterverontreiniging. Tracé 1 en 2 zijn voor dit aspect neutraal beoordeeld. De tracés zijn op basis van dit aspect niet onderscheidend en daarmee is er geen voorkeur voor tracé 1 of 2. Corridor B (west) Binnen corridor B (west) is voor bodem - ernstige bodemverontreiniging geen effect te verwachten vanwege het ontbreken van locaties waar sprake kan zijn van gevallen of verdenking van ernstige bodem- en grondwaterverontreiniging. De tracés 3, 4 en 5 zijn voor dit aspect neutraal beoordeeld. De tracés zijn op basis van dit aspect niet onderscheidend en daarmee is er geen voorkeur voor tracé 3, 4 of 5.

Corridor B (oost) Binnen corridor B (oost) komen zowel verdachte als verontreinigde gebieden voor, zie de onderstaande afbeelding.

90

Afbeelding 8.7: Kruising tracé 6, 7 en 8 met verdacht en/of verontreinigd gebied (zie bijlage 8.9 voor grotere weergave)

De tracés 6, 7 en 8 liggen allen in zowel verdacht als verontreinigd gebied. Tracé 6 ligt met een lengte van 175 en 798 meter in respectievelijk verontreinigd en verdacht gebied. Voor tracé 7 geldt een lengte van 220 meter door verontreinigd en 719 meter door verdacht gebied. Tracé 8 gaat voor 328 meter door verontreinigd gebied en 719 meter door verdacht gebied. Op grond van het voorgaande zijn de tracés 6 en 7 licht negatief en negatief beoordeeld. Tracé 8 is negatief beoordeeld. De tracés zijn op basis van dit aspect onderscheidend. De voorkeur gaat uit naar de tracés 6 en 7 vanwege de kortste totale lengte door verontreinigd en verdacht gebied. Corridor D(E), (E)C en E Binnen corridor D(E), (E)C en E komt een aantal locaties met ernstige bodem- en grondwaterverontreiniging voor, zie de onderstaande afbeeldingen.

91

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13133305/1