CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

A- 15 Ruimtelijke Ordening (30) 3. BP Drostenburg Dubbelink Venserpolder toe

RAAD 1 april 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan Drostenburg-Dubbelink Venserpolder. Nr. VN2021-00289026.435 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

In de Venserpolder zelf bevinden zich de metrostations Strandvliet en Venserpolder. Fiets In de groene strook ten westen van de Dolingadreef ligt een vrijliggend fietspad dat onderdeel is van het Hoofdnet Fiets van de gemeente Amsterdam. Deze fietsroute zorgt voor een langzaam verkeer verbinding tussen Amsterdam Zuidoost en Duivendrecht in de gemeente Ouder-Amstel. Ter hoogte van de Andersensingel ligt tevens een vrij liggende fietsroute in oostwest richting. Het plangebied Drostenburg-Dubbelink is onderdeel van de Venserpolder. Bij de herontwikkeling van de locaties Drostenburg en Dubbelink is volledig aangesloten op de bestaande verkeersstructuur in de Venserpolder. Wel is voor een goede ontsluiting van het plangebied een woonstraat toegevoegd en is Dubbelink verbonden met de George Sandstraat. Alle woonstraten in het plangebied waren en zijn onderdeel gebleven van de 30 kilometerzone in de Venserpolder. Vanwege de relatief geringe opbrengstpotentie van het plangebied mocht de ontwikkeling van plangebied geen vergroting betekenen van het parkeervraagstuk. Het parkeren binnen het plangebied is daarom alleen toegestaan op maaiveldniveau (op het openbaar gebied of op eigen terrein). Consequenties voor dit plan Het voorliggend bestemmingsplan is een conserverend plan.

Gezien de huidige situatie en het gebruik gehandhaafd blijft, heeft dit plan geen gevolgen voor het verkeer en het parkeren binnen het plangebied.

5.2

Water

Besluit op de ruimtelijke ordening Artikel 3.1.6, eerste lid, onder b, van het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro) verplicht om in de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving op te nemen over de wijze waarop rekening is

Gemeente Amsterdam

blz. 24

gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Dat is de zogenaamde waterparagraaf. Kaderrichtlijn water De Kaderrichtlijn water (KRW) is een Europese richtlijn gericht op de verbetering van de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater. De KRW maakt het mogelijk om verontreiniging van oppervlakte- en grondwater internationaal en stroomgebiedsgericht aan te pakken. De KRW moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater in alle Europese landen in 2027 op orde is. In dat jaar moet het oppervlaktewater voldoen aan de gestelde waterkwaliteitseisen, die afhankelijk zijn van onder meer het type water. De uit de KRW voortkomende milieudoelstellingen en maatregelen zijn verwerkt in de huidige stroomgebiedbeheerplannen (2016-2021) van de waterschappen. Waterwet De Waterwet stelt integraal waterbeheer op basis van de 'watersysteembenadering' centraal. Deze benadering gaat uit van het geheel van relaties binnen watersystemen. Hierbij moet worden gedacht aan de relaties tussen waterkwaliteit, -kwantiteit, oppervlakte- en grondwater, maar ook aan de samenhang tussen water, grondgebruik en watergebruikers. Hiernaast kenmerkt integraal waterbeheer zich ook door de samenhang met de omgeving. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening.

Nationaal Waterplan 2016-2021 Het Nationaal Waterplan is opgesteld op basis van de Waterwet en beschrijft de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid. Op basis van de Waterwet heeft het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten de status van structuurvisie. Als bijlage bij het ontwerp Nationaal Waterplan zijn beleidsnota's toegevoegd over waterveiligheid. Deze beleidsnota's vormen een nadere uitwerking en onderbouwing van de keuzes die in de hoofdtekst staan van het Nationaal Waterplan en dienen in samenhang ermee te worden gelezen. Bij de ontwikkeling van locaties in de stad wordt ernaar gestreefd dat de hoeveelheid groen en water per saldo gelijk blijft of toeneemt. Dit moet stedelijk gebied aantrekkelijk en leefbaar maken en houden. Waterbeheerplan AGV 2016-2021 Het AGV zorgt voor schoon water op het juiste peil en voor droge voeten in het beheergebied. In dit Waterbeheerplan (WBP) staat welke doelen AGV de komende zes jaren nastreeft en op welke manier het waterschap die doelen wil bereiken. Het WBP is een regionale doorvertaling van het provinciale waterbeleid. De drie provincies waar AGV binnen valt (Utrecht, Noord-Holland en Zuid-Holland) toetsen het WBP en verlenen goedkeuring.

De essentie van dit nieuwe WBP is dat AGV de planperiode gaat gebruiken om door te gaan met het garanderen van voldoende waterstaatkundige veiligheid voor mensen, dieren en goederen en voor voldoende en schoon water. Keur De Keur van het AGV is gericht op het beschermen van de wateraan- en –afvoer, de bescherming tegen wateroverlast en overstroming en op het beschermen van de ecologische toestand van het watersysteem. In de Keur zijn verschillende geboden en verboden opgenomen, waarop echter door het waterschap ontheffing kan worden verleend. Legger

bestemmingsplan_Drostenburg-Dubbelink Venserpolder (vastgesteld)

blz. 25

De legger is een openbaar register van het waterschap en dient als uitwerking van de Keur. Hierin wordt weergegeven aan welke eisen de wateren, waterkeringen en kunstwerken moeten voldoen. Gemeentelijk Rioleringsplan Amsterdam 2016-2021 Het Gemeentelijk Rioleringsplan bevat de visie van de gemeente op het gewenste waterbeleid voor de komende jaren. De gemeente Amsterdam is wettelijk verantwoordelijk voor de inzameling en transport van stedelijk afvalwater, de inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater en het nemen van grondwatermaatregelen indien dit vanuit de grondwaterzorgplicht nodig is. In dit beleidsdocument staat hoe deze drie zorgplichten door de gemeente Amsterdam worden ingevuld. Doel van het plan is om aan het bevoegd gezag te verantwoorden op welke wijze de gemeente Amsterdam haar watertaken uitvoert en in hoeverre zij afdoende middelen heeft om dit in de toekomst te blijven doen. Hiermee voldoet de gemeente aan de planverplichting, zoals die in de Wet milieubeheer (artikel 4.22) is opgenomen. Dit plan biedt tevens een kans om in te spelen op ontwikkelingen, zoals het veranderende klimaat. In het GRP wordt de ambitie geuit om de stad in zijn geheel meer waterbestendig te maken, conform richtlijnen uit het programma Amsterdam Rainproof.

Consequentie voor dit plan Het onderhavig plangebied valt binnen het beheersgebied van het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV). Waternet voert de zorg voor het oppervlaktewatersysteem uit in opdracht van AGV. Gezien dit bestemmingsplan niet voorziet in een nieuwe bouwontwikkeling, heeft het plan geen gevolgen voor de waterhuishouding.

5.3

Cultuurhistorie, monumenten en archeologie

Wet op de archeologische monumentenzorg Op 1 september 2007 is de Wet op de archeologische monumentenzorg van kracht geworden. De wet schrijft voor dat in elk bestemmingsplan rekening wordt gehouden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden. Erfgoedwet De huidige juridische basis voor het omgaan met archeologische waarden en erfgoed is vastgelegd in de Erfgoedwet, d.d. 9 december 2015, in werking getreden op 1 juli 2016. Met de Erfgoedwet wil de overheid het cultureel erfgoed in Nederland beter beschermen. Volgens de Erfgoedwet moeten (toevals)vondsten worden gemeld bij de minister. Consequenties voor dit plan De provincie Noord-Holland heeft een cultuurhistorische waardenkaart gemaakt, waarop archeologische, bouwkundige en historisch-geografische punten, vlakken en lijnen van waarde zijn aangeduid. Uit Archeologisch Bureauonderzoek uit 2008 is gebleken dat binnen de Venserpolder geen archeologische, bouwkundige of historisch geografische punten/vlakken/lijnen van waarde of hoge waarde aanwezig. Tevens zijn er volgens de cultuurhistorische waardenkaart ook geen gebouwen binnen het plangebied aangewezen als rijksmonument. De Venserpolder is blijkens deze kaart niet aangewezen als een gebied met een trefkans voor archeologisch waardevolle elementen.

Uit het onderzoek en de daarbij opgestelde archeologische verwachtingenkaart blijkt dat het gehele plangebied Drostenburg Dubbelink een lage archeologische verwachting heeft.

Gemeente Amsterdam

blz. 26

Het voorliggend bestemmingsplan beoogt geen (nieuwe) ontwikkelingen binnen het plangebied. Vanuit archeologisch en cultuurhistorisch oogpunt vormt dit bestemmingsplan dan ook geen belemmering.

5.4

Natuurbescherming

5.4.1

Kader

Wet natuurbescherming Vanaf 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) van kracht. Deze wet vervangt 3 wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. Het beschermen van soorten en gebieden is vastgelegd in deze wet, waarbij aansluiting is gezocht van de natuurwetgeving op het omgevingsrecht. In de Wet natuurbescherming zijn gebieden aangewezen die onderdeel uitmaken van de Europese ecologische hoofdstructuur, ook wel Natura 2000-gebieden genoemd. Indien een ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt in of in de nabijheid van een Natura 2000 gebied, moet worden onderzocht of de ontwikkeling significante effecten heeft op de beschermde habitats in de natuurgebieden. De Wet natuurbescherming bevat verbodsbepalingen met betrekking tot het aantasten, verontrusten of verstoren van beschermde dier- en plantensoorten, hun nesten, holen en andere voortplantings- of vaste rust- en verblijfsplaatsen.De beschermde soorten zijn onderverdeeld in soorten van de Habitatrichtlijn, soorten van de Vogelrichtlijn en Nationale soorten. Bij ontwikkelingen in een gebied of de sloop van gebouwen dient een natuurscan te worden uitgevoerd om de soorten en gebiedsstatus in kaart te brengen. Consequenties voor dit plangebied Bij de herontwikkling van de locaties Drostenburg en Dubbelink is een oriënterend onderzoek gedaan naar de flora en fauna binnen die locaties.

Dat onderzoek heeft uitgewezen dat er geen strikt beschermde soorten binnen het plangebied aanwezig zijn. Nader onderzoek naar de aanwezige beschermde planten of dieren was niet noodzakelijk. Dit bestemmingsplan maakt gelet op het conserverende karakter geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk, waardoor dit plan geen gevolgen heeft voor beschermde natuurgebieden. De Wet natuurbescherming vormt wat de gebieds-en soortenbescherming betreft geen belemmering voor dit bestemmingsplan.

bestemmingsplan_Drostenburg-Dubbelink Venserpolder (vastgesteld)

blz. 27

Hoofdstuk 6 6.1

Juridische toelichting

Algemeen

Het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels (zogenaamde planregels). De regels zijn gerelateerd aan de verbeelding, zodat de verbeelding en regels te allen tijde in onderlinge samenhang dienen te worden bezien en toegepast. Verbeelding De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. Op de verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien, en voor zover, daar in de regels invulling aan wordt gegeven. Soms heeft een aanduiding juridisch gezien geen enkele betekenis en is deze uitsluitend op de verbeelding aangegeven ten behoeve van de leesbaarheid van de kaart (bijvoorbeeld topografische gegevens). De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers en overheid bindende deel van het bestemmingsplan. Regels De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De regels zijn onderverdeeld in meerdere hoofdstukken. Per hoofdstuk zullen de diverse bepalingen artikelsgewijs worden besproken.

Toelichting De toelichting heeft géén bindende werking; de toelichting maakt juridisch ook geen onderdeel uit van het bestemmingsplan, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het plan en ook bij de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. Door de grote flexibiliteit, of beter vrijheid in de regels, kan de rechtszekerheid van belanghebbenden in het gedrang komen. In de toelichting dienen derhalve duidelijk de beleidsintenties te worden aangegeven met betrekking tot het toekomstig grondgebruik. De toelichting heeft echter géén rechtstreeks burgers bindende werking. Van de verschillende bestemmingen wordt kort toegelicht wat de gebruiks- en bouwmogelijkheden zijn.

6.2

De bestemmingen

In deze paragraaf worden de niet voor zichzelf sprekende en bijzondere juridische aspecten van de bestemmingsbepalingen toegelicht. Het beleid wordt niet toegelicht, maar de wijze van regelen. Hoofdstuk 1 - Inleidende regels Begrippen Artikel 1 geeft, in alfabetische volgorde, een omschrijving van een aantal begrippen die in de regels worden gebruikt. Hiermee wordt formeel vastgelegd wat wel en wat niet onder het betreffende begrip moet worden verstaan. Dit artikel is dus primair bedoeld om begrippen duidelijk te begrenzen en niet om de gedachten achter de gebruikte termen uit te leggen. Daarvoor is juist deze toelichting bedoeld. In deze toelichting worden gehanteerde begrippen waar nodig uitgelegd.

Gemeente Amsterdam

blz. 28

Wijze van meten Met dit artikel wordt aangegeven op welke wijze moet worden beoordeeld in hoeverre een initiatief past binnen de minima en maxima die door de overige regels worden aangegeven. Hoofdstuk 2 - Bestemmingen Artikel 3 Groen De groene gebieden in de openbare ruimte zijn aangewezen voor groenvoorzieningen en fiets-en voetpaden. Artikel 4 Tuin Zowel de voor- als achteruin mag niet bebouwd worden, met uitzondering van de vergunningsvrije bouwwerken op grond van het Besluit omgevingsrecht (Bor) bijlage II. Parkeren is alleen toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein'. Artikel 5 Verkeer De rijwegen in het plangebied zijn bestemd als Verkeer. Toegestaan is verkeersareaal gedefinieerd als gronden die in gebruik zijn als verkeersruimte voor al dan niet gemotoriseerd verkeer, bestaande uit rijwegen, fiets- en voetpaden en ongebouwde parkeervoorzieningen. Artikel 6 Wonen Binnen de bestemming Wonen zijn woningen toegestaan en huisgebonden beroepen. De bouwhoogte voor Dubbelink is maximaal 9 meter, waarvan voor de hoekwoningen één gedeeltelijke bouwlaag is toegestaan achter het hoofdvolume. De bouwhoogte voor Drostenburg is maximaal 9 meter. Op de woningen tegenover de Dostojevskisingel is een vierde bouwlaag toegestaan met een bebouwingspercentage van maximaal 50%. De toegestane bouwhoogte aldaar is maximaal 12 meter.

Dakterassen zijn toegestaan zoals op de verbeelding aangeduid.

bestemmingsplan_Drostenburg-Dubbelink Venserpolder (vastgesteld)

blz. 29

Hoofdstuk 7

Economische uitvoerbaarheid

Bij het opstellen van een bestemmingsplan dient de financieel-economische haalbaarheid van het plan aangetoond te worden. Dit om te voorkomen dat recht gaat gelden dat niet realistisch blijkt te zijn. Daarnaast moet op grond van artikel 6.12, lid 1, van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) voor een bestemmingsplan een exploitatieplan worden vastgesteld indien er sprake is van een 'bouwplan'. Artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) beschrijft wat een 'bouwplan' is. De raad kan bij een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan, besluiten geen exploitatieplan vast te stellen, wanneer: het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd is (art. 6.12 Wro); er geen kosten te verhalen zijn (art 6.2.1a Bro). Deze wetgeving is erop gericht dat de overheid kosten kan verhalen die gemaakt worden naar aanleiding van een bouwplan. Indien er geen kosten gemaakt worden, hoeven deze ook niet verhaald te worden. Consequenties voor dit plan Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Vanwege het conserverende karakter van het bestemmingsplan is de financieel-economische uitvoerbaarheid dan ook niet in het geding. Het bestemmingsplan maakt geen bouwplan in de zin van afdeling 6.4 van de Wro mogelijk, waardoor het vaststellen van een exploitatieplan niet is vereist.

Gemeente Amsterdam

blz. 30

bestemmingsplan_Drostenburg-Dubbelink Venserpolder (vastgesteld)

blz. 31

Hoofdstuk 8 8.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Inspraak

Het dagelijks bestuur heeft afgezien van het houden van inspraak. Enerzijds omdat in de Algemene Inspraakverordening (artikel 2 lid 3, onder a) is bepaald dat geen inspraak wordt gehouden bij bestemmingsplannen. Anderzijds omdat het aan de orde zijnde bestemmingsplan rechtstreeks voortvloeit uit een beleidsvoornemen waarover al inspraak heeft plaatsgevonden, namelijk het door de bestuurscommissie op 26 mei 2009 vastgestelde Programma en Ontwerp Drostenburg-Dubbelink. Er heeft ook geen participatie plaatsgevonden over het plan. Dat heeft de volgende achtergrond. Op 26 mei 2009 heeft de stadsdeelraad van Zuidoost het Programma en ontwerp Drostenburg-Dubbelink ongewijzigd vastgesteld. Het Beeldkwaliteitplan waarin de gewenste bouwhoogtes zijn opgenomen is een onderdeel hiervan. Het concept van het Programma en ontwerp Drostenburg-Dubbelink heeft van 26 november 2008 tot en met 6 januari 2009 ter visie gelegen. Op 11 december 2008 heeft een informatieen inspraakavond plaatsgevonden. Tijdens de periode van de tervisielegging zijn geen mondelinge of schriftelijke reacties ingediend. Gezien die voorgeschiedenis en het feit dat dit bestemmingsplan hierop aansluit, is er verder niet geparticipeerd over dit plan.

Wel zijn alle woningeigenaren hierover in november 2019 schriftelijk geïnformeerd, zodat zij op de hoogte zijn van het voornemen om het bestemmingsplan aan te passen aan het vastgestelde Programma en Ontwerp Drostenburg-Dubbelink en de kavelpaspoorten.

8.2

Vooroverleg

Het Dagelijks Bestuur heeft heeft besloten om af te zien van het wettelijk vooroverleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Dit heeft de volgende achtergrond. Hoewel het uitgangspunt van de wet is dat het wettelijk vooroverleg verplicht is, kan hierop een uitzondering worden gemaakt. Die uitzondering is aan de orde als het gaat om een bestemmingsplanherziening van geringe omvang dan wel van in planologisch opzicht ondergeschikt belang, waarbij niet of in geringe mate herschikking van betrokken belangen aan de orde is (ABRvS 17 november 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BO4227 en ABRvS 28 december 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3466). Daar is in dit geval sprake van, gelet op het feit dat dit plan alleen voorziet in het afstemmen van de bouwhoogte op het Programma en de kavelpaspoorten. Dit raakt de belangen van wettelijke overlegpartners niet. Wel is dit bestemmingsplan in overleg met het Dagelijks Bestuur van stadsdeel Zuidoost opgesteld.

8.3

Zienwijzen

Van 26 november 2020 tot en met 6 januari 2021 heeft het ontwerpbestemmingsplan, gedurende 6 weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn 16 zienswijzen ingediend. In bijlage 1 zijn de zienswijzen samengevat en beantwoord. Daarbij is aangegeven of en hoe de zienswijze heeft geleid tot een wijziging van het bestemmingsplan.

Gemeente Amsterdam

blz. 32

8.4

Ambtshalve wijzigingen

In paragraaf 3.2.2. is de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) vervangen door de Provinciale Omgevingverordening NH2020, vanwege het inwerking treden van laatstgenoemde op 17 november 2020. Voorts zijn ter verduidelijking in paragraaf 8.1. de eerste twee tekstregels vervangen. Ten slotte is in artikel 6.2.2. onder a van de planregels een wijziging doorgevoerd. Voor de inhoud van deze wijziging wordt verwezen naar de Nota van Beantwoording zienswijzen en wijzigingen, in bijlage 1.

bestemmingsplan_Drostenburg-Dubbelink Venserpolder (vastgesteld)

blz. 52

bestemmingsplan_Drostenburg-Dubbelink Venserpolder (vastgesteld)

blz. 53

Bijlage 3

Programma en Ontwerp Drostenburg-Dubbelink

Gemeente Amsterdam

Programma en ontwerp Drostenburg/Dubbelink

Gemeente Amsterdam Stadsdeel Zuidoost Sector REO Projectgroep Drostenburg/Dubbelink

Concept d.d. 31 maart 2009

1

6.2 6.3

Inhoudsopgave 1

Inleiding 1.1

2

4

Programma van eisen bebouwing Programma van eisen openbare ruimte Stedenbouwkundig plan Schetsplan openbare ruimte Bouwenveloppen Welstandscriteria

Financieel kader Grondexploitatie Uitgangspunten bouwenveloppen Benodigde kredieten Beheerkosten

8

Uitvoering

7.1 7.2

Planning en fasering Programma van eisen bouwrijp maken

Overleg met derden

8.1 8.2 8.3

Maatschappelijk overleg/inspraak Adviezen Stedelijke afstemming

9

Resterende risico’s

10

Samenvatting

11

Investeringsbesluit

Bijlagen 1 2 3 4 5 6

parkeerbalans Interimbeheerplan met tekening fasering Drostenburg Beeldkwaliteitplan Planning Verslag van de inspraak en schriftelijk ingediende reacties Financiële verkenning (vertrouwelijk)

Juridisch-planologisch kader 5.1 5.2 5.3

6

Huidige bebouwing en functies Huidig ruimtelijke structuur Mogelijke nieuwe functies Aangrenzende ontwikkelingen Juridisch-planologisch kader Milieu ‘Social return’ Overige verrichte onderzoeken

Ruimtelijk kader

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 4.1 4.2 4.3 4.4

5

7

Onderzoek 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8

3

Aanleiding

Beheerniveau en kosten Interimbeheer

Bestemmingsplan Benodigde vergunningen Start aanvraag bouwrijp maken

Beheer 6.1

Gevolgen voor het beheer 2

1

INLEIDING

1.1 AANLEIDING De scholen voor voortgezet en speciaal onderwijs aan Drostenburg-Dubbelink in de Venserpolder zijn deels verouderd en/of te groot. Bovendien is het onderhoud relatief duur. Daarnaast wil het stadsdeel de monofunctionaliteit in het gebied Drostenburg-Dubbelink doorbreken door functies toe te voegen en wil het stadsdeelbestuur bezien in hoeverre tegemoet kan worden gekomen aan de wens van de bewoners van Dubbelink om de (parkeer)hinder vanwege het gebruik van het Augustinus College voor niet-onderwijsdoelen tegen te gaan. Dit geldt vooral bij het gebruik van de gebouwen voor activiteiten buiten de schooluren. Voor het gebied Drostenburg-Dubbelink is door het stadsdeel, de dienst Maatschappelijke Ontwikkeling van de gemeente Amsterdam en de betrokken schoolbesturen daarom gezamenlijk onderzocht wat de mogelijkheden zijn tot herontwikkeling van het gebied. Het resultaat is vastgelegd in de door de deelraad van het stadsdeel Zuidoost op 24 oktober 2006 vastgestelde strategienota Drostenburg-Dubbelink. Deze strategienota geeft het beleidskader weer voor het vervolg van de ontwikkelingen. In het voorliggende ‘Programma en ontwerp Drostenburg-Dubbelink’ worden de randvoorwaarden van de realisering van het programma en ontwerp voor de realisering van de betreffende voorzieningen en woningen aangegeven.

3

2

ONDERZOEK

2.1 HUIDIGE BEBOUWING EN FUNCTIES In de Venserpolder zijn aan Drostenburg/Dubbelink de volgende scholen voor voortgezet speciaal onderwijs (VSO) en VMBO gevestigd: 1. de Mytyl/Tyltylschool, Drostenburg 2, 3 en 4, onder bestuur van de stichting Orion. Dit is een school voor kinderen met een lichamelijke handicap van 3 t/m 12/13 jaar en voor kinderen met een meervoudige handicap van 3 t/m 20 jaar. 2. de W.B. Noteboomschool, Drostenburg 1, eveneens onder bestuur van de stichting Orion. Deze openbare school voor speciaal onderwijs verzorgt onderwijs voor langdurig zieke kinderen van 3 tot 12 jaar. 3. het Augustinus College, Dubbelink 1, onder bestuur van Amarantis. Deze school voor VMBO is gevestigd in een verouderd gebouw uit de jaren ’70, dat bovendien te groot is. 4. de Praktijkschool De Dreef, onder bestuur van stichting Kolom. De school is gevestigd in de voormalige noodbebouwing van het Augustinus College. 5. de Kingmaschool, Dubbelink 3, onder bestuur van de stichting Orion. Dit is een VSO-school die zich richt op licht verstandelijk gehandicapte/zeer moeilijk lerende kinderen (ZMLK) van 12 t/m 19 jaar. Deze school is gevestigd in de gebouwen van het Augustinus College, in beheer bij Amarantis. Het bestuur van het stadsdeel Zuidoost was tot 1 januari 2005 het bevoegd gezag over de Mytyl/Tyltylschool. Per deze datum is het bevoegd gezag overgedragen naar de stichting Orion.

De financiële administratie van de betreffende schoolgebouwen is per deze datum overgedragen van het stadsdeel naar de dienst Maatschappelijke Ontwikkeling van de gemeente Amsterdam (dMO). Het juridisch eigendom berust daarmee bij de stichting Orion en het economisch claimrecht bij de gemeente Amsterdam (dMO).

De Mytyl/Tyltylschool, de W.B. Noteboomschool en de Kingmaschool behoren tot hetzelfde Regionaal Expertise Centrum (REC). Daar worden gezamenlijk afspraken gemaakt over toelating, begeleiding en ondersteuning van leerlingen en ouders. Inhoudelijk werken de scholen intensief samen. Zo maakt de Noteboomschool gebruik van therapeutische voorzieningen en expertise van de Mytyl/Tyltylschool en verleent de Kingmaschool diensten aan de Mytyl/Tyltylschool voor onderwijs aan leerlingen die vanwege hun leeftijd in het voortgezet onderwijs zouden kunnen zitten. Daarbij wordt intensief gebruik gemaakt van elkaars middelen (personeel en materieel). De schoolgebouwen zijn deels in redelijke staat, maar niet meer passend bij actuele schoolconcepten en (normatieve) onderhoudsbudgetten. Problemen zijn daarnaast het gebrek aan gezicht naar buiten toe en de interne organisatie. De drie schoolbesturen voeren sinds enige jaren overleg, samen met de dienst Maatschappelijke Ontwikkeling van de gemeente Amsterdam, over gezamenlijke herontwikkeling van de gebouwen. Overleg met het stadsdeel Zuidoost heeft geleid tot het voornemen om voor het gehele gebied gezamenlijk een integraal plan te maken, met als doel een meerwaarde te bieden in zowel pedagogisch-didactisch, ruimtelijk-stedenbouwkundig, maatschappelijk en financieel opzicht.

De gemeenteraad van Amsterdam heeft al enige jaren geleden besloten om financieel bij te dragen aan herontwikkeling van de scholen. Door herstructurering van het gebied wordt de functionaliteit verbeterd, kan de bebouwingsdichtheid toenemen en kan tevens meer functiemenging worden gerealiseerd. Hierdoor ontstaat tevens de mogelijkheid om woningbouw toe te voegen. Daarnaast wil het stadsdeelbestuur bezien in hoeverre tegemoet kan worden gekomen aan de wens van de bewoners van Dubbelink om de (parkeer)hinder vanwege het gebruik van het Augustinus College voor niet-onderwijsdoelen tegen te gaan. Dit geldt vooral bij het gebruik van de gebouwen voor activiteiten buiten de schooluren.

4

BELANGEN VAN DE BETROKKEN INSTELLINGEN -

Stichting Orion

De stichting Orion voert per 1 januari 2005 het bevoegd gezag over de Mytyl/Tyltylschool, de W.B. Noteboomschool en de Kingmaschool. De Noteboomschool (gebouwd in 2009) verkeert in goede staat. De Kingmaschool is (thans met een beperkt aantal groepen) tijdelijk in het Augustinus College gevestigd. De Mytyl/Tyltylschool is (veel) te groot voor het huidige gebruik en verkeert in slechte staat van onderhoud. Het onderhoud kost de stichting per jaar veel meer dan bij een adequate huisvesting nodig zou zijn. Ingrijpen is daarom dringend gewenst. Over de afwikkeling van de financiële aspecten van de overdracht zijn separaat afspraken gemaakt door het stadsdeel en de stichting Orion. Het gewenste oppervlak voor de nieuwe huisvesting is uitgewerkt in een programma van eisen. Orion heeft bij dMO een aanvraag ingediend voor nieuwbouw, dit ter vervanging van de de eerdere beschikking voor een integratieverbouwing en groot onderhoud. De Mytyl/Tyltylschool kan worden geconcentreerd in nieuwe bebouwing, te realiseren in de zuidwesthoek van Drostenburg, bij sloop van de bestaande bebouwing. De Kingmaschool kan worden gerealiseerd in nieuwbouw voor 150 leerlingen op een bepalen locatie ten noorden van de te handhaven Noteboomschool. dMO heeft hiervoor een nieuwbouwbeschikking gegeven.

-

Stichting Kolom

-

Amarantis Onderwijsgroep

De stichting Kolom heeft zijn Praktijkschool De Dreef nu gehuisvest in de noodbebouwing op deelgebied 3. De toekomstige huisvesting wordt gerealiseerd in de bestaande bebouwing van Amarantis op deelgebied 2. Stichting Kolom heeft hiervoor een financiële beschikking van dMO. Het Augustinus College is te ruim gehuisvest in het plangebied. Het voornemen bestaat tot concentratie in het middendeel van gebied 2. Het Augustinus College heeft een renovatiebeschikking van dMO. De stichting Kolom en Amarantis Onderwijsgroep hebben afspraken gemaakt over huisvesting van De Dreef in de bestaande, te renoveren bebouwing van het Augustinus College op deelgebied 2. Pedagogischdidactische overwegingen spelen hierbij mede een rol. Daarnaast wil Amarantis Onderwijsgroep in het kader van het realiseren van een doorlopende leerlijn een MBO-school voor 150 leerlingen onder-

brengen in de huidige bebouwing. De financiële aspecten daarvan gaan niet via de gemeente Amsterdam (dMO) maar rechtstreeks via het ministerie van Onderwijs. De genoemde drie scholen worden voor het overgrote deel binnen de bestaande bebouwing op deelgebied 2 (van Amarantis Onderwijsgroep) gerealiseerd en vallen daarmee buiten het bestek van dit Programma en ontwerp.

2.2 HUIDIGE RUIMTELIJKE STRUCTUUR RUIMTELIJKE STRUCTUUR EN GRONDGEBRUIK

Het plangebied vormt de overgang tussen de woonwijken van de Venserpolder en de Bijlmermeer en wordt omgeven door singels, groenstroken en halfhoge dreven. Hierdoor is het gebied geïsoleerd van de omliggende woonbuurten en wordt het buiten schooluren als sociaal onveilig ervaren, mede door het monofunctionele karakter. De ontsluiting voor auto’s is beperkt tot insteken vanaf de dreven aan de west- en oostzijde. De landschappelijke kwaliteit van het gebied wordt vooral bepaald door de groene singels rond het gebied. Aan de noordzijde ligt de Dostojevskisingel, een belangrijk onderdeel van de hoofdstructuur van de Venserpolder. Aan de zuidzijde ligt een waterloop met een meer perifeer karakter en ten zuiden daarvan de Daalwijkdreef, de belangrijkste autoverbinding van de Venserpolder met de rest van Zuidoost. Aan de westzijde ligt de Dolingadreef, van waar Drostenburg wordt ontsloten voor autoverkeer. Aan de oostzijde ligt de Dubbelinkdreef, vanwaar de woonbuurt Dubbelink wordt ontsloten voor autoverkeer. Het westelijk deel van Drostenburg/Dubbelink bestaat geheel uit schoolgebouwen. Het oostelijk deel bestaat uit schoolgebouwen en woningen.

PLANGRENZEN EN DEELGEBIEDEN

De begrenzing van het plangebied is ten opzichte van de strategienota als volgt aangepast: Deelgebied Drostenburg:

5

-

aan de noordzijde: de zuidelijke oever van de Dostojevskisingel, aan de oostzijde: de westelijke grens van het Reigersbospad, aan de westzijde: de oostelijke grens van de rijbaan van de Dolingadreef (kruin talud), aan de zuidzijde: de noordelijke oever van de singel aan de zuidzijde van het plangebied.

Deelgebied Dubbelink betreft het terrein van de noodbebouwing van Praktijkschool De Dreef: - aan de noordzijde: de zuidelijke terreingrens van de woonbebouwing aldaar, - aan de oostzijde: de westelijke terreingrens van de woonbebouwing aldaar, - aan de zuidzijde: de noordelijke oever van de singel aan de zuidzijde van het plangebied, - aan de westzijde: de oostelijke terreingrens van het Augustinus College. Deelgebied 2 (het gebied tussen het Reigersbospad en Dubbelink) is vervallen, omdat de verbouwing van het huidige Augustinus College voor het AC, het MBO en Praktijkschool De Dreef door Amarantis Onderwijsgroep en Stichting Kolom op eigen terrein en voornamelijk binnen de bestaande bebouwing wordt gerealiseerd. De plangrenzen zijn aangegeven op de plantekening.

EIGENDOMSVERHOUDINGEN

De bebouwde delen van de deelgebieden 1 en 2 zijn (met bijbehorende buitenruimte) in eigendom bij de betrokken instellingen (t.w. Stichting Orion en Amarantis Onderwijsgroep; zie hiervoor onder 1.1). Via het economisch claimrecht komt de bebouwing na beëindiging van het gebruik bij dMO. De grond onder de bebouwing op deelgebied 3 wordt door het stadsdeel verhuurd aan de stichting Kolom geworden voor gebruik door Praktijkschool De Dreef. Na beëindiging van het huurcontract (15 juli 2008) moet het terrein vrij van bebouwing aan het stadsdeel worden geleverd.

Verlenging van het huurcontract behoort eveneens tot de mogelijkheden, doch alleen indien beide partijen dit wensen.

ONTSLUITING PER AUTO, OPENBAAR VERVOER EN FIETS

Het gebied Drostenburg wordt voor autoverkeer ontsloten vanaf de Dolingadreef via een parkeerterrein westelijk van de scholen. Vanaf dit parkeerterrein worden de Mytyl/Tyltylschool en de W.B.Noteboomschool ontsloten. Het gebied Dubbelink wordt voor autoverkeer ontsloten vanaf de Dubbelinkdreef via een netwerk van doodlopende woonstraatjes. Hiermee worden het Augustinus College, Praktijkschool De Dreef, de Kingmaschool en de koopwoningen aan Dubbelink ontsloten. In noordzuidrichting ligt in het gebied het vrijliggende Reigersbospad als doorgaande fiets-/voetgangersverbinding. In oostwestrichting loopt door het gebied het vrijliggende Zilvermeeuwpad. Alleen het Zilvermeeuwpad is onderdeel van het ‘hoofdnet fiets’ van de gemeente Amsterdam (dIVV) en moet dus vrijliggend blijven. Langs de singel aan de zuidzijde van het gebied ligt een voetpad dat onder de Dolingadreef door verbonden is met het westelijk deel van de Venserpolder.

TECHNISCHE ASPECTEN

De ondergrond van het plangebied bestaat uit ingepolderde veengebieden die in de jaren ’60 van de 20e eeuw zijn opgehoogd met zand. Onder de fiets- en voetpaden in het gebied liggen kabels en leidingen. Verlegging brengt (relatief en absoluut) hoge kosten met zich mee. De openbare ruimte is in beheer bij het stadsdeel. De verharding is voor een deel (tussen de Dolingadreef en deelgebied 1) enige jaren geleden geherprofileerd en in goede staat. Andere delen (vooral het Reigersbospad) waren tot voor kort in slechte staat (verzakt), maar zijn inmiddels in het kader van groot onderhoud opnieuw gestraat.

BESTAANDE BEBOUWING EN INRICHTING ONBEBOUWDE PLANDELEN

De onderwijsbebouwing dateert uit de periode 1975-1978 en bevindt zich deels in slechte staat van onderhoud. Bovendien is deze bebouwing in de huidige staat minder geschikt voor het tegenwoordige onderwijs

6

en is het onderhoud relatief duur. De noodbebouwing in de zuidoosthoek van het plangebied kan worden verwijderd. De W.B. Noteboomschool is in 2001 gebouwd en verkeert bouwkundig, onderhouds- en onderwijstechnisch in goede staat. Het plangebied kent geen aspecten van cultuurhistorische of natuurwaarden of monumentale beplanting. In het plangebied zijn geen gronden zonder functie. Alle onbebouwde gronden zijn óf ingericht voor de openbare dienst óf in gebruik als buitenruimte bij de scholen dan wel als erf/tuin bij de woningen.

SOCIALE INFRASTRUCTUUR EN BEVOLKINGSSAMENSTELLING

Het overgrote deel van het plangebied bestaat uit onderwijsinstellingen uit 1975-1978. Ten noordoosten van het plangebied zijn in 1991 (koop)appartementen en (koop)eengezinswoningen gebouwd (Marguerite Yourcenarstraat e.o.). De scholen voor speciaal onderwijs hebben een regionale functie (d.w.z. stadsdeeloverstijgend). De leerlingen van deze scholen komen dus grotendeels van buiten het stadsdeel Zuidoost. De leerlingen van het Augustinus College komen grotendeels uit Zuidoost en direct aangrenzende woongebieden.

2.3 MOGELIJKE NIEUWE FUNCTIES -

Gezondheidscentrum Venserpolder

Dit gezondheidscentrum is thans gevestigd op de begane grond onder de woningen aan de Alfred Döblinstraat en is te klein en niet meer geschikt voor het huidige gebruik. Het verzoek van het stadsdeel is om hierbij ook de realisering van een Ouder- en Kindcentrum (OKC) op te nemen. Sommige functies van het gezondheidscentrum kunnen zo meegaan naar een nieuwe locatie, d.w.z. met hetzelfde vloeroppervlak. Voor nieuwe functies, zoals opvoedingsondersteuning en jeugdzorg, zal extra oppervlak moeten worden gereserveerd: afhankelijk van de mate van medegebruik 200 tot 240 m² bvo. Realisering van nieuwbouw van het gezondheidscentrum is in combinatie met de bouw van de Mytyl/Tyltylschool mogelijk na sloop van een klein deel van de M/T-school.

-

Revalidatiecentrum Amsterdam (RCA) en Ambulante dienst (AB)

-

Kinderdagcentrum

-

Ondersteunende diensten Kingmaschool

-

Arbeidstrainingscentrum (ATC)

-

Naschoolse dagbehandeling (NSD)

Het RCA en AB zijn thans medegebruiker van de bebouwing van de Mytyl/Tyltylschool. De stichting Orion heeft met het RCA afspraken gemaakt over huisvesting van het RCA in combinatie met de nieuwe M/T-school. Benodigd is in de nieuwe situatie tezamen ongeveer 700 m² bvo (500 en 200 m²). De stichting Orion heeft een convenant gesloten met Cordaan voor de huisvesting van een kinderdagcentrum in de Mytyl/Tyltylschool. Dit is een nieuwe functie met circa 150 m² bvo, die extern wordt gefinancierd. Voor ondersteunende diensten in de Kingmaschool kan rekening worden gehouden met circa 400 m² bvo. Voorbeelden van dergelijke diensten zijn Justitie/HALT-bureau, jeugdzorg en naschoolse opvang. Ook deze functies worden extern gefinancierd. Het ATC is een initiatief van Orthopedisch Zorg Centrum (OTC) Amstelmonde (Amstelduin). Benodigd is ongeveer 150 m². Samenwerking met de praktijkschool De Dreef van de stichting Kolom ligt in AmsterdamZuidoost voor de hand. Kinderen die het op de praktijkschool niet redden, gaan naar een arbeidstrainingscentrum. De praktijkschool De Dreef wordt overigens gevestigd in het huidige gebouw van het Augustinuscollege aan Dubbelink en valt in dat kader buiten het bestek van dit Programma en ontwerp. Hetzelfde geldt voor deze functie. Benodigd is daarvoor ook ongeveer 150 m². Kinderen leren op de naschoolse dagbehandeling hoe ze zich behoren te gedragen.

- woningbouw Woningvoorraad

Het plangebied maakt deel uit van de wijk ‘Venserpolder’. Deze wijk is gebouwd in het begin van de jaren ’80 en is vooral een woongebied. De wijk bevat 13% (4372 stuks) van de woningen in Zuidoost. Het woongebied heeft een matige uitstraling en is eenzijdig van opbouw. Het betreft voornamelijk kleinere huurappartementen in de sociale sector in 7

(semi) gesloten bouwblokken van vier tot vijf lagen. Vanwege de sloop van de woonbebouwing in de Bijlmermeer dreigt Venserpolder een overloopgebied te worden voor kansarmen, waardoor de sociale samenhang afneemt en kansrijken de wijk verlaten. Het is daarom gewenst om meer variatie in de eenzijdige opbouw van Venserpolder te realiseren. Kenmerken woningvoorraad Venserpolder: -

84% sociale huur, 4% particuliere huur en 12% koop 4% tot 60 m², 34 tussen 60 en 80 m² en 22% groter dan 80 m² gbo 7% één kamer, 38% twee kamers, 32% drie kamers en 23% > vier kamers

De woonbuurt Dubbelink vormt een uitzondering binnen de eenzijdige woningvoorraad van Venserpolder. Naast de twee stadsvilla’s met sociale huurappartementen aan de Dostojevskysingel zijn daar eind jaren ’80 55 koopeengezinswoningen gerealiseerd. De woningcorporaties mogen sinds 2002 in totaal 825 huurwoningen uit hun bezit verkopen, waardoor het aandeel koop in de woningvoorraad van Venserpolder in de komende jaren verder zal toenemen.

Nieuwbouw Drostenburg-Dubbelink

in Zuidoost (mediaan prijsniveau Zuidoost 3e kwartaal 2007 is € 223.000 k.k.). Deelgebied 1 is een geïsoleerde nieuwe woningbouwlocatie waar een eigen invulling aan kan worden gegeven. Om de variatie aan woningtypen en de beeldvorming over Venserpolder te bevorderen, kan worden gedacht aan de bouw van grote woningen (vier bouwlagen) in bijvoorbeeld collectief particulier opdrachtgeverschap. Dit is een vorm van particulier opdrachtgeverschap, waarbij een groep particulieren gezamenlijk een kavel afnemen en daarop hun eigen bouwblok ontwikkelen. Deze vorm van particulier is daarom naar zijn aard meer geschikt voor stedelijk gebied dan afzonderlijke kavelverkoop. Zowel grote woningen als woningen met particulier opdrachtgeverschap zijn relatief duur en de betreffende locatie in de Venserpolder biedt bijzondere kwaliteit (met name de ligging aan de singel met ruime groene afstand tot de tegenoverliggende woningen). Afstemming en fasering met soortgelijke bouwprojecten in Zuidoost en een realistische (te rechtvaardigen bovengemiddelde) vraagprijs zijn daarom van groot belang voor het slagen van de woningbouwontwikkeling op deze locatie. Omdat eerst de nieuwbouw voor de M/T-school moet zijn gerealiseerd, is start van de ontwikkeling van de woningbouwlocatie overigens pas vanaf 2010 aan de orde.

Vanwege de wens tot het doorbreken van het huidige eenzijdige karakter van Venserpolder, het versterken van het imago, de geringe omvang van de bouwlocatie en het genereren van grondwaarde (vanwege de kapitaalvernietiging door de sloop van de M/T-school) is in de vorige fase (strategienota) vastgesteld dat in Drostenburg/Dubbelink vrije sector koopwoningen worden gerealiseerd. Het plangebied biedt ruimte aan circa 76 eengezinswoningen, waarvan 45 in deelgebied 1 (Drostenburg) en 22 in deelgebied 3 (Dubbelink). Vanwege de ligging van deelgebied 3 ligt het voor de hand om nieuwbouw aan te laten sluiten op de al bestaande woonbuurt om daarmee deze woonbuurt te voltooien. De bestaande woningen hebben ongeveer 103 m² gbo, vier kamers, drie bouwlagen en een perceel van 128 m². Het prijsniveau sluit naar verwachting aan op de gemiddelde woonbuurt

Bestaande woonbebouwing Dubbelink

Particulier opdrachtgeverschap Borneo-Sporenburg, Amsterdam-Oostelijk Havengebied

Parkeren

In de strategienota is vanwege de relatief geringe opbrengstpotentie van het plangebied vastgesteld dat de toevoeging van woningen geen 8

vergroting van het parkeervraagstuk mag betekenen. Dit houdt onder meer in dat het parkeren voor toe te voegen woningen (minimaal) budgettair neutraal dient te worden geregeld. Dit kan in dit plangebied alleen bij parkeren op maaiveld (op het openbaar gebied of op eigen terrein), omdat het parkeren op de openbare weg in de omgeving gratis is.

2.4 AANGRENZENDE ONTWIKKELINGEN RUIMTELIJKE ASPECTEN

Ten zuiden van het plangebied ligt de D-buurt, die behoort tot het vernieuwingsgebied van de Bijlmermeer. De grens van het vernieuwingsgebied ligt ten noorden van de rijbaan van de Daalwijkdreef. De voorgestelde grens van het plangebied Drostenburg/Dubbelink ligt op de noordelijke oever van de waterpartij ten zuiden van dit plangebied. In de strategienota is uitgelegd waarom dit gebied niet bij de voorliggende planvorming wordt betrokken. Bij de planuitwerking is zoveel mogelijk getracht het terzake gestelde in de Toekomstvisie Venserpolder (uit 2003, echter niet vastgesteld) te betrekken.

2.5 JURIDISCH-PLANOLOGISCH KADER

Het overgrote deel van de locatie heeft de bestemming ‘Openbare gebouwen en gebouwen met bijzondere bestemming met bijbehorend terrein’, met een maximaal toegestane bouwhoogte van 16 meter. De locatie mag voor maximaal 60% worden bebouwd. Op het gedeelte van de noodbebouwing van Praktijkschool De Dreef vigeert de bestemming ‘kantoorbebouwing met bijbehorend terrein’, met een maximale bouwhoogte van 33 meter en een bebouwingsdichtheid van 100%. De strook tussen het water van de Dostojevskysingel en de noordelijke gevels van de Tyltylschool en de gymzalen van het Augustinus College heeft de bestemming ‘Openbaar groen’ met daarin toegestaan een fiets/voetverbinding (aanwezig).

NIEUW BESTEMMINGSPLAN VENSERPOLDER

In opdracht van de sector REO is een nieuw bestemmingsplan Venserpolder in voorbereiding. Het betreft hier vooral een technische herziening met een conserverend karakter. Deze herziening geschiedt in relatie tot de planontwikkeling voor Drostenburg/Dubbelink, vooral omdat het vigerende bestemmingsplan reeds ruimte biedt om behalve de eengezinswoningen alle genoemde voorzieningen te realiseren.

2.6 MILIEU OVERZICHT VAN VERLEENDE (MILIEU)VERGUNNINGEN

STRUCTUURPLAN

In het plangebied zijn geen milieuvergunningen verstrekt aan bedrijven (‘inrichtingen’). Wel zijn enkele inrichtingen aanwezig die vallen onder een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) in het kader van de Wet milieubeheer. Deze inrichtingen kunnen volstaan met een melding. Het betreft:

BESTEMMINGSPLAN

-

Ruimtelijk kader is het structuurplan van de gemeente Amsterdam. In het structuurplan heeft het plangebied de bestemming ‘stedelijk wonen/werken’. De voorgenomen herontwikkeling is hiermee in overeenstemming. Ter plaatse vigeert het bestemmingsplan Venserpolder, dat is vastgesteld op 21 februari 1983 door de gemeenteraad van Amsterdam en is goedgekeurd op 24 april 1984 door Gedeputeerde Staten van NoordHolland.

-

Mytyl/Tyltylschool: Drostenburg 1: AMvB woon- en verblijfsgebouwen, Riool- en poldergemaal: Dostojevskysingel 0: AMvB voorzieningen en installaties.

9

Wijziging van de bedrijfsvoering zoals in de aanhef van deze paragraaf is vermeld, kan betekenen dat een nieuwe melding moet worden ingediend op grond van een Algemene Maatregel van Bestuur Wet milieubeheer.

TOEPASSING MER/STRATEGISCHE MILIEUBEOORDELING

De omvang/schoolgrootte van het plan leidt niet tot de toepassing van een MER/strategische milieubeoordeling.

BODEM -

Bodemopbouw

Het plangebied bestaat uit voormalige polderbodem, die in het kader van de aanleg van Amsterdam-Zuidoost in de jaren ’60 van de 20e eeuw is opgehoogd met zand.

-

Milieuhygiënische toestand van de bodem

De gemiddelde kwaliteit van de bodem is vastgelegd in het Bodembeheerplan Zuidoost, vastgesteld door het Dagelijks Bestuur op 4 september 2007. Voor het plangebied geldt dat deze kwaliteit getypeerd kan worden als schoon tot zeer licht verontreinigd. Omdat nieuwe bouwwerkzaamheden worden uitgevoerd, is een verkennend bodemonderzoek verricht. Uit dit onderzoek is gebleken dat de grond geschikt is voor de toekomstige bestemmingen. Uitgangspunt is een gesloten grondbalans. Bij nieuwbouw dient bij de bouwaanvraag het verkennend bodemonderzoek als hiervoor genoemd te worden overlegd.

-

Grondgebruik

Uitgangspunt is dat vrijkomende grond zoveel mogelijk wordt hergebruikt binnen het plangebied en indien dit niet lukt elders binnen het stadsdeel. Pas als geen hergebruikmogelijkheden aanwezig zijn, mag afvoer plaatsvinden uit het stadsdeel (principe van een gesloten grondbalans).

WATER

de planvorming. Aandacht is daarbij met name besteed aan de volgende onderwerpen:

-

Waterkering

-

Verhard oppervlak

-

Grondwater

-

Waterkwaliteit

De Daalwijkdreef is een directe secundaire kering die functioneert als compartimenteringkering. Het plangebied ligt ver genoeg verwijderd van de kering, zodat vanuit dit aspect geen beperkingen worden opgelegd. Het verhard oppervlak van de nieuwe situatie ten opzichte van de huidige situatie veranderd nagenoeg niet. Daarom is geen compensatie in de vorm van extra oppervlak aan de orde. Via een geohydrologisch onderzoek dient te worden aangetoond dat in de toekomstige situatie aan de grondwaternorm wordt voldaan. Dit onderzoek is (augustus 2008) uitgezet en kan pas worden afgerond als de resultaten van verschillende seizoenen bekend zijn. Op dit moment is geen reden aanwezig om te veronderstellen dat dit gevolgen voor het planontwerp zal hebben. Uit oogpunt van waterkwaliteit moet worden voorkomen dat uitloogbare materialen zoals koper, lood, zink en PAK’s worden gebruikt die in contact komen met afstromend hemelwater.

GELUID -

Railverkeer

Het plangebied ligt binnen de zones van meerdere spoor- en metrolijnen. De geluidsbelasting op de gevels van nieuwe geluidgevoelige bebouwing binnen het plangebied is in opdracht van het stadsdeel Zuidoost onderzocht door bureau M+P. Uit dit onderzoek is gebleken dat de afstand tot de spoorlijnen relatief groot is. Op basis van berekeningsresultaten verkregen uit de betreffende Standaard Rekenmethode is gebleken dat het plangebied geen relevante geluidsbelasting ondervindt vanwege spoorweglawaai.

Door Waternet is in augustus 2008 een watertoets uitgevoerd. In deze toets worden de waterhuishoudkundige aspecten getoetst in relatie tot 10

-

Wegverkeer

Door de dienst Ruimtelijke Ordening is een akoestisch onderzoek uitgevoerd vanwege de nabijheid van de Dolingadreef, Daalwijkdreef en Dubbelinkdreef. Geconcludeerd wordt dat de geluidbelasting vanwege de nabijheid van deze dreven hoger wordt dan 48 dB. Geluidsbeperkende maatregelen zijn mogelijk. Geluidsreducerend asfalt kan de geluidsbelasting met ongeveer 3 dB terugdringen. Geluidsschermen zouden een aanzienlijke hoogte moeten hebben om de geluidsbelasting op de hoogste bouwlagen terug te dringen. In het bestemmingsplan moet worden gegarandeerd dat de woningen een stille zijde zullen krijgen. Hiermee wordt voldaan aan het Amsterdamse geluidsbeleid. De cumulatieve geluidsbelasting past in het Amsterdamse geluidsbeeld. Om de bouw van de geprojecteerde geluidgevoelige bestemmingen (zoals woningen en scholen) mogelijk te maken, dient een ontheffingsprocedure ten behoeve van het verkrijgen van hogere grenswaarden in het kader van de Wet geluidhinder te worden verkregen. Deze procedure is standaard binnen de gemeente Amsterdam en zal parallel worden gevoerd aan de procedure voor het nieuwe bestemmingsplan Venserpolder.

LUCHT

Door bureau M+P is in opdracht van het stadsdeel onderzoek verricht naar de luchtkwaliteit vanwege het plan voor Drostenburg-Dubbelink, mede in het kader van het nieuwe bestemmingplan Venserpolder. Omdat ter plaatse ruim aan de gestelde grenswaarden wordt voldaan, zijn vanuit het oogpunt van de luchtkwaliteit geen belemmeringen om het bouwplan hier te realiseren.

EXTERNE VEILIGHEID

Het plangebied ligt niet binnen de invloedssfeer (risicocontour) van een LPG-tankstation dan wel een ander type bedrijf dat valt onder het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen. Dus hoeft niet aan dit besluit te worden getoetst. In juni 2005 is in opdracht van het stadsdeel een onderzoek Externe veiligheid bestemmingsplannen Zuidoost (Gaasperdam enz.) uitgevoerd door AVIV/Witteveen+Bos d.d, 21 juni 2005. Getoetst zijn drie routes

met gevaarlijke stoffen, te weten: het spoortraject Duivendrecht-Breukelen, A9 (Gaasperdammerweg) en de N236. Het plangebied Drostenburg/Dubbelink maakte geen deel uit van dit onderzoek, maar de resultaten zijn wel goed bruikbaar. Het plangebied ligt niet binnen de risicocontour van de A9 en de N236. De afstand tot het spoor is ongeveer 450 meter. Buiten 200 meter gelden geen ruimtelijke beperkingen.

FLORA EN FAUNA

Het plangebied ligt niet in of nabij een Vogel- of Habitatrichtlijngebied. Voor elk plan of project dat gevolgen kan hebben voor een beschermde dier- en/of plantensoort en waarvoor geen alternatieve oplossing bestaat, is een ontheffing in het kader van de Flora- en faunawet vereist. In februari 2005 is een Algemene Maatregel van Bestuur in werking getreden waardoor de meeste soorten die verstoring ondervinden onder een algemene vrijstellingsregeling vallen. Dat betekent dat een ontheffingsaanvraag voor deze soorten achterwege kan blijven. Onderzocht moet worden of in het plangebied Drostenburg/Dubbelink soorten aanwezig zijn die niet onder de vrijstellingsregeling vallen en waarvoor een ontheffing moet worden aangevraagd. Onderzocht is in hoeverre in het plangebied beschermde planten- en diersoorten voorkomen waarvoor een ontheffing op grond van de Floraen faunawet noodzakelijk is. Uit dit onderzoek is gebleken dat binnen het plangebied geen strikt beschermde soorten aanwezig zijn. Een ontheffing ex artikel 75 Flora- en faunawet is niet noodzakelijk. Als binnen of zeer vlakbij de groenstroken (bomen en struiken) wordt gewerkt, moet rekening worden gehouden met broedende vogels. In dat geval wordt geadviseerd om de werkzaamheden buiten het broedseizoen te starten. Nader onderzoek naar aanwezigheid van beschermde planten of dieren is niet noodzakelijk.

De Dostojevskisingel is mogelijk een jachtgebied voor vleermuizen. Jachtgebieden zijn echter niet via de Flora- en faunawet beschermd. Daarnaast zal eventuele verstoring alleen optreden tijdens de bouw. De inrichting van het plangebied wijzigt niet zodanig dat sprake is van verdwijning van het jachtgebied (30 km in de woonstraatjes).

11

BOMEN

De herinrichting van het plangebied heeft geen ingrijpende gevolgen voor de bestaande bomen. Doordat het plangebied zorgvuldig is ingericht, wordt aan de randen van het plangebied de bomen grotendeels behouden, de beeldbepalende bomenrij aan de noordzijde, de bomen langs het fietspad aan de oostzijde en minimaal de helft van de bomen langs de Dolingadreef. Wel dienen er een aantal bomen te worden geveld i.v.m. de verkeersveiligheid. De meeste bomen die gekapt worden staan langs het voetpad aan de noord zijde. Deze bomen zullen moeten verdwijnen ten behoeve van de aanleg van woningen en de rijweg. Deze bomen zijn niet monumentaal of ecologisch bijzonder. Deze bomen zullen worden vervangen door nieuwe bomen, doordat er in het plan rekening is gehouden met de aanplant van nieuwe bomen.

ARCHEOLOGIE

Op basis van de thans bekende gegevens is niet te verwachten dat zich in de bodem archeologische vindplaatsen bevinden.

MONUMENTENWET

In het plangebied bevinden zich geen monumenten.

GEUR EN STRALING

Dit aspect is niet van toepassing.

ASBEST

In de bebouwing in het plangebied is mogelijk asbest aanwezig. In het kader van de sloop/verbouwing van de scholen is een asbestinventarisatierapport opgesteld, waarmee de (overzienbare) financiële aspecten in beeld zijn gebracht. Voorafgaand aan de sloop (nulmeting) en direct ná de sloop dient een bodemonderzoek te worden uitgevoerd om aan te tonen dat de bodem vrij is van asbest.

ENERGIE C.Q. ENERGIEBESPARENDE MAATREGELEN

De stadsdeelraad heeft bij de behandeling van de Milieuvisie 2007-2010 bij motie aan het Dagelijks Bestuur verzocht om bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in fase 2 en 3 van het Plaberum aan te geven welke energiebesparende maatregelen of bouwvoorschriften in redelijkheid

mogelijk zijn en met welk resultaat. Indien niet voor die maatregelen wordt gekozen, dient in die paragraaf gemotiveerd te worden waarom daarvoor niet gekozen is. Aan de hand van deze motie is een checklist opgesteld met maatregelen die in een Projectbesluit of Investeringsbesluit moeten worden overwogen.

2.7

‘SOCIAL RETURN’

Het stadsdeelbestuur heeft per 1 november 2007 ‘social return’ formeel als beleidsuitgangspunt benoemd. Bij werken, diensten of leveringen waarbij het stadsdeel direct of indirect is betrokken wordt nagegaan of bij de uitvoering een bijdrage kan worden geleverd aan de behoefte aan werk, scholing en, meer in het algemeen, sociale participatie van diegenen, die op dergelijke vlakken een achterstand te overbruggen hebben. Daarnaast biedt het mogelijkheden om de uitvoering van opdrachten te combineren met andere vormen van sociale inzet, zoals het inkopen van producten of diensten bij bedrijven of instellingen die werken met specifieke doelgroepen of het leveren van een bijdrage aan de wijk of buurt waar de uitvoering geschiedt. Met andere woorden: hierbij is sprake van een ‘social return’ op de investering die de aanbesteder met de gunning van het werk doet. Bij de nader uit te werken onderdelen van dit Programma en ontwerp zal te zijner tijd specifiek worden aangegeven welke mogelijkheden hiervoor geschikt zijn. De inschrijvers op het betreffende onderdeel dienen daartoe bij hun aanbieding aan te geven op welke wijze ‘social return’ bij het werk kan worden gerealiseerd. Daarnaast zijn op het gebied van participatie, scholing en toeleiding naar werk vele andere instanties, bedrijven en instellingen en scholen actief, die een keten vormen in het faciliteren van betaald werk.

In het kader van ‘social return’ wordt samenwerking met een of meer van dergelijke partijen aanbevolen. Ook dit zal in een volgende planfase nader worden uitgewerkt.

12

2.8 OVERIGE VERRICHTE ONDERZOEKEN BESTUURLIJKE AFSPRAKEN

Alle betrokken schoolbesturen hebben een financiële beschikking van dMO voor renovatie dan wel nieuwe huisvesting. Dit houdt in dat in principe financiële middelen beschikbaar zijn voor nieuwe huisvesting van de scholen. Daarnaast is een overdrachtsdocument opgesteld tussen de afdeling MO-Onderwijs van het stadsdeel en de stichting Orion met een financiële component vanwege achterstallig onderhoud. Met OGA en dMO zijn afspraken gemaakt over de verwerving van de bestaande bebouwing van Orion (Mytyl/Tyltylschool) die moet worden verwijderd ten behoeve van de nieuwbouw. De verwervingssom komt via OGA (de grondexploitatie) en dMO ten gunste aan de nieuwbouw van de Mytyl/Tyltylschool, waarmee de financiële aspecten daarvan geregeld zijn. De afspraken met dMO houden mede in dat via het onderwijshuisvestingsplan van de gemeente Amsterdam een extra bedrag voor de bouw van de nieuwe Mytyl/Tyltylschool beschikbaar wordt gesteld.

Voor de nieuwe bebouwing zullen nieuwe kabel- en leidingtracés moeten worden aangelegd. De aansluitingen voor deze tracés komen vanuit Dubbelink of het Reigersbospad. Verder liggen in het plangebied diverse leidingen van ondergeschikte aard waarop de bestaande gebouwen zijn aangesloten en kabels voor openbare verlichting. Deze kunnen worden aangepast aan de nieuwe situatie.

ONDERGRONDSE INFRASTRUCTUUR

In het plangebied liggen diverse distributieleidingen voor de bestaande bebouwing, zoals aangegeven op de betreffende tekening: - De distributie kabels en leidingen voor de scholen liggen in het Reigersbospad. - De aansluitingen voor de bestaande woningen zijn per straat in een kabel- en leidingenpakket geregeld. Aan de noordzijde van het plangebied ligt langs de Dostojevskisingel een hoofdkabel- en leidingtracé. Dit tracé is 15 m’ breed en dient te worden gerespecteerd bij herontwikkeling van het gebied. Uit de gegevens over de ligging van kabels en leidingen blijkt dat dit hoofdtracé nagenoeg niet wordt gebruikt. Het is wellicht mogelijk de diensten en bedrijven afstand te laten doen van dit hoofdtracé. De ruimte ter plaatse van dit hoofdtracé is noodzakelijk als distributiestrook voor de te realiseren woningbouw.

13

3

RUIMTELIJK KADER

-

In de noordwesthoek van deelgebied 1 wordt de bestaande bebouwing van de Mytyl/Tyltylschool gesloopt en op de vrijkomende locatie kunnen circa 45 eengezinswoningen worden gebouwd.

-

De opgave was om daarvoor één integraal ontwikkelingsconcept te ontwerpen, in zowel ruimtelijk als financieel opzicht. Een integrale ontwikkeling van het gebied biedt namelijk kansen voor extra opbrengsten, elkaar ondersteunende functies en kostenbesparing (beperken van de kosten van tijdelijke huisvesting door een logische planning en fasering). Deze benadering is mogelijk omdat de gemeente Amsterdam (via het economisch claimrecht) eigenaar is/wordt van alle gronden in het plangebied en daarom rechtstreeks financiële verevening van de saldi van de deelgebieden mogelijk is.

In deelgebied 2 staat het Augustinus College, inclusief gymzalen in een vrijstaand gebouw. Herontwikkeling/renovatie van de bestaande bebouwing van het Augustinus College is mede afhankelijk van het programma van de uiteindelijk te vestigen instellingen. De bestaande perceelgrenzen zijn daarbij in hoofdzaak bepalend. Aan de zijde van het Reigersbospad kan de perceelgrens worden aangepast in relatie tot de toekomstige inrichting van het openbare en private terrein. Gezien het huidige standpunt van Amarantis onderwijsgroep wordt aangenomen dat de bestaande bebouwing grotendeels blijft bestaan en wordt verbouwd ten behoeve van huisvesting van het Augustinus College, Praktijkschool De Dreef van stichting Kolom en het MBO. Indien dit later alsnog wordt gewenst, kan de bestaande bebouwing (deels) worden verwijderd binnen de voorliggende stedenbouwkundige structuur. Op het noordelijk deel van dit deelgebied kunnen dan eengezinswoningen worden gebouwd, in aansluiting op de eengezinswoningen op deelgebied 1.

-

Het resultaat is een ruimtelijk concept met een combinatie van campus en gesloten blokken die de hoeken van het plangebied bezetten en daarmee benadrukken.

In deelgebied 3 staat de noodbebouwing van Praktijkschool De Dreef. Deze bebouwing zal worden gesloopt en op de vrijkomende locatie kunnen 22 eengezinswoningen worden gebouwd.

-

Ten behoeve van de herontwikkeling zal de auto-ontsluiting van Drostenburg-Dubbelink worden aangepast. Uitgangspunt is hierbij de handhaving van het principe van de aansluitingen op de Dubbelinkdreef en de Dolingadreef. De ‘cul-de-sac’-ontsluitingen zullen echter worden vervangen door circuitontsluitingen voor zowel het gebied Drostenburg als het gebied Dubbelink.

-

De fietspadenstructuur in het gebied blijft ongewijzigd, met dien verstande dat het Zilvermeeuwpad ter hoogte van de nieuwe eengezinswoningen aan Drostenburg wordt geïntegreerd met het toekom-

3.1 PROGRAMMA VAN EISEN BEBOUWING RUIMTELIJKE COMPONENTEN

Het plangebied van de herstructureringsopgave Drostenburg-Dubbelink behelst alleen het deel van Drostenburg-Dubbelink waar in de huidige scholen zijn gevestigd. Dit is ongeveer tweederde van het totale gebied Drostenburg-Dubbelink. Het huidige woondeel van het gebied, met eengezinswoningen en twee appartementengebouwen valt buiten de herstructureringsopgave. Het te herontwikkelen gebied bestaat uit drie deelgebieden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9958821/1