A - 14 Ruimtelijke Ordening (30) 7. Bestemmingsplan Slotermeer 2018
Tekst van het document
16.2
Beleid en regelgeving
16.2.1 Europees beleid 16.2.1.1
Kaderrichtlijn Water
Sinds 22 december 2000 is de Europese Kaderrichtlijn Water van kracht. Het doel van de Kaderrichtlijn is het bereiken van een goede chemische en ecologische toestand van oppervlaktewater en een goede chemische en kwantitatieve toestand van het grondwater. Hierbij is het van belang om landoppervlaktewater, overgangswater, kustwateren en grondwater te beschermen om: van water afhankelijke ecosystemen in stand te houden en te verbeteren; de beschikbaarheid van water veilig te stellen en het duurzaam gebruik te bevorderen; het aquatisch milieu in stand houden en te verbeteren door het voorkomen van verontreiniging; de gevolgen van overstroming en droogte te beperken. De Kaderrichtlijn Water is nader uitgewerkt in het Besluit kwaliteitseisen en monitoring water 2009 (Bkmw 2009) en de onderliggende Regeling monitoring kaderrichtlijn water (Regeling monitoring). In dit besluit en deze regeling zijn eisen gesteld, waaraan de kwaliteit van de oppervlaktewater- en grondwaterlichamen in Nederland in beginsel moet voldoen. Deze goede toestand moet in principe eind 2015 zijn gehaald, tenzij een legitiem beroep kan worden gedaan op één van de uitzonderingen van de
Gemeente Amsterdam
blz. 82
kaderrichtlijn water (zoals fasering of doelverlaging). De goede toestand moet worden bereikt door het maatregelenprogramma, dat is opgenomen in de verschillende waterplannen. Bij ruimtelijke besluiten, zoals bestemmingsplannen, moet in het kader van de goede ruimtelijke ordening worden beoordeeld of de gewenste watertoestand uit de Wwh-plannen in gevaar wordt gebracht. Als nieuwe bestemmingen negatieve gevolgen kunnen hebben voor de watertoestand zijn maatregelen nodig. Ruimtelijke besluiten moeten worden voorafgegaan door een watertoets. Doel van deze watertoets is waarborgen dat de waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een zo evenwichtig mogelijke wijze in beschouwing worden genomen bij het te nemen ruimtelijk besluit. Het verband tussen de Kaderrichtlijn Water en ruimtelijke plannen is bij uitstek onderwerp van de watertoetsprocedure. 16.2.2 Rijksbeleid 16.2.2.1
Waterwet
Op 22 december 2009 is de Waterwet in werking getreden, waarmee een achttal wetten is samengevoegd tot één wet. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. De Waterwet richt zich op de zorg voor waterkeringen, waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterfuncties (zoals de drinkwatervoorziening). De wet biedt de basis voor het stellen van normen ten aanzien van deze onderwerpen. Verder bevat de wet regelingen voor het beheer van water. Een belangrijk gevolg van de Waterwet is dat de huidige vergunningstelsels uit de afzonderlijke waterbeheerwetten worden gebundeld. Met als resultaat één vergunning; de watervergunning. Watervergunningen kunnen betrekking hebben op bouw- of aanlegwerkzaamheden bij water en dijken; lozen en onttrekken van water; varen, aanmeren en evenementen en plannen ten behoeve van natuur en recreatie en uitbreidingsplannen. Minstens zo belangrijk is dat zoveel mogelijk activiteiten onder algemene regels vallen. In de regel komt dit neer op een meldingsplicht in plaats van een vergunningenprocedure. Niet alles is in algemene regels vast te leggen en voor deze activiteiten in, op, onder of over watersystemen is er de watervergunning. Personen die een ligplaats hebben of aanvragen moeten tevens een watervergunning aanvragen bij het bevoegd gezag. 16.2.2.2
Nationaal waterplan
Op 22 december 2009 is het Nationaal Waterplan vastgesteld. Dit plan vervangt de Vierde Nota Waterhuishouding en de daarop gebaseerde nota's, zoals de 'Nota Anders omgaan met Water' en 'Waterbeleid in de 21ste eeuw'. Dit plan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2009 - 2015 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer en richt zich op: een goede bescherming tegen overstroming; het zoveel mogelijk voorkomen van wateroverlast en droogte; het bereiken van een goede waterkwaliteit; het veiligstellen van strategische watervoorraden. Het Nationaal Waterplan is opgesteld op basis van de Waterwet die met ingang van 22 december 2009 van kracht is. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening heeft het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten de status van structuurvisie. Het Nationaal Waterplan pleit daarom voor meer samenhang tussen het beleid voor water, ruimtelijke ordening en milieu, gericht op de verschillende belangen zoals veiligheid, landbouw, natuur, drinkwatervoorziening, transport, recreatie en visserij, daarbij ruimte scheppend voor gebiedsgericht maatwerk.
bestemmingsplan_Slotermeer 2018 (vastgesteld)
blz. 83
16.2.2.3
Waterbesluit
In het Waterbesluit zijn de regels gegeven die betrekking hebben op beheer en gebruik van watersystemen die in beheer zijn van het Rijk. Voor het gebruik maken van een waterstaatswerk (een oppervlaktewaterlichaam, waterkering of kunstwerk zoals een sluis) kan een watervergunning vereist zijn. Voor de waterstaatswerken in beheer bij het Rijk is dat geregeld in het Waterbesluit en de Waterregeling. Voor regionale waterstaatswerken staan de regels in de keur van het waterschap. Oppervlaktewaterlichamen in rijksbeheer zijn o.a. IJsselmeer en daaraan verbonden wateren zoals het Markermeer en IJmeer; de Rijn en daarmee verbonden wateren zoals het Amsterdam-Rijnkanaal, Buiten IJ, Afgesloten IJ en Noordzeekanaal (zie bijlage II van het Waterbesluit). Ook de zijwateren van deze oppervlaktewateren zijn in principe in beheer bij het rijk. Andere watergangen zoals het Nieuwe Diep ten oosten van het Amsterdam-Rijnkanaal (Boven Diep) en de watergangen en sloten langs waterkeringen en sluizen zijn in beheer bij het Rijk. Voor het maken of behouden van werken, het plaatsen van vaste substanties of voorwerpen en het uitvoeren van werkzaamheden op of in rijkswateren, anders dan in overeenstemming met de functie, is een watervergunning vereist.
Met de toevoeging "anders dan in overeenstemming met de functie" wordt geregeld dat het varen op een vaarweg of het zwemmen in zwemwater niet vergunningplichtig is. Deze toevoeging moet echter vrij beperkt geïnterpreteerd worden; het maken van een laad- en losplaats voor schepen is wel degelijk vergunningplichtig, ook als het betreffende water de functie scheepvaart heeft. Op de vergunningplicht bestaat een flink aantal uitzonderingen. De volgende handelingen zijn niet vergunningplichtig: het uitvoeren van activiteiten genoemd in bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (behoudens enkele uitzonderingen); het uitvoeren van onderhoud, aanleg of wijziging van waterstaatswerken door of in opdracht van de beheerder; het maken van werken om oeverafslag tegen te gaan; het permanent afmeren van woonschepen of andere drijvende objecten in andere rijkswateren dan de grote rivieren Deze niet-vergunningplichtige activiteiten zijn in het algemeen wel meldingsplichtig op grond van artikel 6.14 van de Waterregeling. 16.2.3 Provinciaal beleid 16.2.3.1
Provinciale watervisie 2021
De Provinciale watervisie 2021 is de opvolger van het Waterplan 2010-2015. Het thema van de Watervisie is ‘Buiten de oevers’. Om Noord-Holland veilig, leefbaar en groen te houden en tegelijkertijd een goed investeringsklimaat te hebben, is het nodig om over grenzen heen te kijken. Oplossingen zullen we meer buiten het eigenlijke waterdomein gaan vinden, met water als vanzelfsprekend onderdeel van ruimtelijke gebiedsontwikkelingen. Om de veiligheid te garanderen zijn slimme en ruimtelijke alternatieven nodig. Innovatieve oplossingen, waarvoor de provincie Noord-Holland volop ruimte wil bieden. De Watervisie zoekt de koppeling van wateropgaven met ruimte, economie en natuur. Alleen door water goed mee te nemen kunnen duurzame integrale afwegingen worden gemaakt. Zo is er op en aan het water rust, maar ook ruimte voor recreatie. Dit biedt kansen voor economische ontwikkeling, maatregelen ten behoeve van de veiligheid kunnen bijvoorbeeld worden gecombineerd met het aanleggen van recreatieve functies. Gemeente Amsterdam
blz. 84
De Watervisie 2021 is een zelfbindend document dat de kaders stelt voor wateropgaven in Noord-Holland. Dit wordt gedaan op basis van de kaders Veilig en Schoon & Voldoende. In het waterveiligheidsbeleid wordt landelijk een overstap gemaakt naar een risicobenadering, waarbij ook het effect van een overstroming op het achterland wordt meegewogen. Met de waterpartners wordt gezorgd voor veilige dijken en keringen. Met het waterrobuust inrichten van de omgeving en goede evacuatiemogelijkheden wordt het effect van een eventuele overstroming beperkt. Schoon en voldoende water is onmisbaar voor een gezonde, productieve en aangename leefomgeving en een soortenrijke natuur. Er wordt voor gezorgd dat het grond- en oppervlaktewater duurzaam kan wordengebruikt en dat voorraden zorgvuldig worden beheerd, zonder uitputting of verontreiniging. Diepe, watervoerende lagen kunnen worden gebruikt voor energieopslag. 16.2.4 Hoogheemraadschap 16.2.4.1
Waterbeheerplan AGV 2016-2021
Op 8 oktober 2015 heeft het Algemeen Bestuur van het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht het Waterbeheerplan AGV 2016-2021 vastgesteld. Het is het tweede waterbeheerplan van AGV in de 6-jarige waterplancyclus van rijk, provincie en waterschap. Het waterbeheerplan heeft als titel meegekregen: 'Waterbewust en waterrobuust'. Het waterbeheerplan gaat in op de hoofdtaken van het waterschap: waterveiligheid, voldoende water en schoon water. Ook wordt aandacht gegeven aan de maatschappelijke (neven)taken: nautisch en vaarwegbeheer, recreatief medegebruik, natuurbeheer en cultuurhistorische, landschappelijke en architectonische waarden. Voor elk van deze thema’s is aangegeven wat het wensbeeld is op de lange termijn. Deze ambitie voor de lange termijn is vervolgens herleid naar een aantal doelen voor de planperiode en een aanpak op hoofdlijnen. Door middel van indicatoren zijn de doelen voor de planperode meetbaar gemaakt. 16.2.4.2
Keur AGV
De Waterschapswet zegt in artikel 78 dat het waterschap verordeningen mag opstellen voor de "behartiging van aan het waterschap opgedragen taken". In december 2017 is de Keur van het hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV) vastgesteld. De Keur van het AGV is gericht op het beschermen van de wateraan- en -afvoer, de bescherming tegen wateroverlast en overstroming en op het beschermen van de ecologische toestand van het watersysteem. In de toelichting bij de Keur is aangegeven dat de aanleg van verhard oppervlak in beginsel leidt tot een grotere belasting van het oppervlaktewatersysteem en/of rioleringssysteem, omdat pieken in de regenafvoer minder worden afgevlakt door infiltratie. Bij nieuwbouw in stedelijk gebied, verdichting in bestaand stedelijk gebied of de aanleg van wegen is sprake van verharding van gebieden waar voorheen water in de bodem kon worden geborgen. De toename van de belasting van het oppervlaktewatersysteem moet daarom worden gecompenseerd door de initiatiefnemer. Dat betekent dat het watersysteem na de realisering van de verharding niet zwaarder belast mag worden dan voordien. Op grond van artikel 4.20, onder a, van de Keur is het verboden om in stedelijk gebied meer dan 1.000 vierkante meter verharding aan te brengen of het verhard oppervlak met 1.000 vierkante meter te laten toenemen.
Het Dagelijks Bestuur van het waterschap kan ontheffing verlenen van deze verbodsbepaling.
bestemmingsplan_Slotermeer 2018 (vastgesteld)
blz. 85
16.2.4.3
Legger
De legger is een openbaar register van AGV waarin wordt bepaald aan welke eisen (diepte, hoogte, sterkte etc.) de wateren, dijken en kunstwerken moeten voldoen. Het is een openbaar register van het waterschap en dient als uitwerking van de Keur. 16.2.5 Gemeente Amsterdam 16.2.5.1
Gemeentelijk Rioleringsplan Amsterdam 2016 - 2021
De gemeente Amsterdam is wettelijk verantwoordelijk voor drie watertaken. Deze zogenaamde zorgplichten betreffen: de inzameling en transport van stedelijk afvalwater; de inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater; het nemen van grondwatermaatregelen. In het Gemeentelijk Rioleringsplan Amsterdam 2016 - 2021 staat hoe deze drie zorgplichten de komende periode door de gemeente Amsterdam worden ingevuld. Doel van het plan is om aan het bevoegd gezag te verantwoorden op welke wijze de gemeente Amsterdam deze watertaken uitvoert, en in hoeverre zij afdoende middelen heeft om dit in de toekomst te blijven doen. Hiermee voldoet de gemeente aan de planverplichting zoals die in de Wet milieubeheer (artikel 4.22) is opgenomen Het Gemeentelijk Rioleringsplan Amsterdam 2016-2021 is tot stand gekomen in samenwerking met de waterschappen Hollands Noorderkwartier, Rijnland, Amstel, Gooi en Vecht en Rijkswaterstaat. Dit is het tweede Gemeentelijk Rioleringsplan Amsterdam waarin de drie zorgplichten zijn opgenomen. Het plan volgt op het eerdere ‘Breed Water, plan gemeentelijke watertaken Amsterdam 2010 - 2015’. 16.2.6 Stadsdeel Nieuw-West 16.2.6.1
Waterplan Nieuw-West: visie 2040
Op 27 februari 2013 is het Waterplan Nieuw-West door de stadsdeelraad vastgesteld. De waterstructuur is leidend geweest bij de totstandkoming van Nieuw-West. Daarom is het onlosmakelijk verbonden met de fysieke leefomgeving. Om problemen omtrent water, zoals de gevolgen van de klimaatwijzigingen of het verbeteren van de waterkwaliteit, op te lossen, moeten ze integraal opgepakt worden. De verschillende wateraspecten staan niet allemaal los van elkaar, vaak beïnvloeden ze elkaar. In het Waterplan wordt de gezamenlijke focus aangebracht. Ambities en de resultaten kunnen worden vergroot door zowel de samenhang (inhoudelijke dimensie) als de samenwerking (procesmatige dimensie) te versterken. Naast ruimtelijke ordeningsaspecten worden ook aspecten als belevingswaarde, recreatie, biodiversiteit en cultuurhistorie in het waterplan beschreven en worden ambities voor de toekomst benoemd. Met betrekking tot het beheer en onderhoud van de watergangen (en alles daaromheen) geeft het waterplan inzicht in de verantwoordelijkheden en spreekt het ambities uit met betrekking tot ontbrekende inzichten. Rondom Nieuw Sloten lopen waterwegen en ook de Slotervaart valt binnen het plangebied. De waterwegen zijn belangrijke lijnelementen welke versterkt worden door de koppeling aan wandel- en fietspaden. Het water geeft een duidelijke maatschappelijke meerwaarde aan het wonen in het plangebied.
Gemeente Amsterdam
blz. 86
16.3
Watertoets
Het Rijk, de VNG, het IPO en de Unie van Waterschappen hebben in februari 2001 de Startovereenkomst Waterbeheer 21ste eeuw ondertekend. Deze startovereenkomst is in 2003 omgezet in het Nationaal Bestuursakkoord Water dat is geactualiseerd in juni 2008. Hiermee hebben deze partijen elkaar gecommitteerd om een watertoets toe te passen bij het opstellen van ruimtelijke plannen. De watertoets is wettelijk verankerd in het Besluit ruimtelijke ordening, waarin is bepaald dat de betrokken waterbeheerders moeten worden geraadpleegd bij het opstellen van ruimtelijke plannen. Door Waternet zijn verschillende waterthema's benoemd. In het onderstaande zijn deze beschreven, ook wordt aangegeven hoe het voorliggende bestemmingsplan omgaat met deze waterthema's: 1. Waterkering Indien er een waterkering is gelegen binnen het plangebied moeten de kern- en beschermingszones van de kering worden opgenomen op de verbeelding en worden bestemd met de dubbelbestemming 'Waterkering'. Het uitvoeren van werkzaamheden binnen de kern- en beschermingszones van de waterkering is watervergunningsplichtig. In het voorliggende plangebied zijn de aanwezige waterkeringen bestemd met de dubbelbestemming Waterstaat - Waterkering. 2. Waterkwaliteit/ecologie Vanuit Europa en het Rijk zijn er binnen de gemeente Amsterdam wateren aangewezen waarvoor strengere waterkwaliteitseisen gelden.
Dit zijn de Kader Richtlijn Water en Natura 2000 gebieden. Deze zijn omschreven in het Waterbeheerplan AGV 2016-2021. Voor het binnen het plangebied gelegen waterareaal geldt dat de Burgemeester van Tienhovengracht een KRW waterlichaam is. In het plangebied bevinden zich geen Natura 2000 gebieden. 3. Materiaalgebruik Op basis van de Keur is het niet toegestaan om initiatieven te ontplooien die leiden tot een verslechtering van de (grond)waterkwaliteit. Het gebruik van uitlogende materialen zoals lood, zink en koper beïnvloedt de kwaliteit van regen- en oppervlaktewater negatief en is daarom niet toegestaan. Deze doelstellingen komen overeen met de beleidsuitgangspunten van stadsdeel Nieuw-West, zoals beschreven in de 'Waterplan Nieuw-West'. 4. Afkoppelen hemelwater In het Gemeentelijk Rioleringsplan Amsterdam 2016-2021 heeft de gemeente Amsterdam de ambitie opgenomen dat de stad in 2020 een bui van 60 mm per uur kan verwerken zonder schade aan huizen en vitale infrastructuur. Hiervan wordt 20 mm via het ondergrondse hemelwaterstelsel verwerkt en wordt 40 mm tijdelijk opgeslagen in de openbare en private ruimten (daken, tuinen, etcetera). Beleidsuitgangspunt is dan ook om hemelwater zoveel mogelijk te verwerken daar waar het valt.
Schoon hemelwater afkomstig van schone dakoppervlakken wordt zoveel mogelijk hergebruikt, geïnfiltreerd in de bodem of vertraagd afgevoerd naar het oppervlaktewater via een vegetatiedak. Het aanleggen van nieuwe gemengde rioolstelsels is in principe niet toegestaan. Deze doelstellingen komen overeen met de beleidsuitgangspunten van stadsdeel Nieuw-West.
bestemmingsplan_Slotermeer 2018 (vastgesteld)
blz. 87
5. Demping Een afname aan oppervlaktewater door demping moet elders binnen het peilvak (vooraf) met 100% worden gecompenseerd. Het laten ontstaan van doodlopende watergangen is hierbij niet toegestaan. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet niet in de demping van water. Watercompensatie is derhalve niet aan de orde. 6. Grondwaterzorgtaak namens gemeente Amsterdam Grondwateroverlast dient te worden voorkomen. Bij nieuwe ontwikkelingen dient (middels een geohydrologisch onderzoek) aangetoond te worden dat wordt voldaan aan de grondwaternorm en dat in omliggende, bestaande wijken de grondwaterstand niet verslechterd. De grondwaternorm voor nieuw te realiseren bouwlocaties is vastgesteld in het 'Plan gemeentelijke watertaken' en luidt: 'Daar waar zonder kruipruimte gebouwd wordt mag de grondwaterstand niet vaker dan gemiddeld eens per twee jaar, niet langer dan 5 dagen achtereen minder dan 0,5 meter onder het maaiveld staan'. Waar met kruipruimtes wordt gebouwd geldt een norm van 0,9 meter. Het voorliggende bestemmingsplan is conserverend van aard en geohydrologisch onderzoek is derhalve niet aan de orde. 7. Waterberging Op grond van de Keur van het Hoomheemraadschap AGV dient bij een toename van meer dan 1.000 m2 verhard of bebouwd oppervlak in de stad, 10% van het extra verharde of bebouwde oppervlak aan nieuw oppervlaktewater te worden aangelegd.
Dit water moet worden gerealiseerd binnen hetzelfde peilvak en dient blijvend in open verbinding te staan met de rest van het watersysteem. Dit bestemmingsplan voorziet niet in een wijziging van het verharde of bebouwde oppervlak. 8. Kelders en parkeergarages Kelders en parkeergarages moeten waterdicht worden uitgevoerd. Ondergrondse werken mogen een vrije afstroming van grondwater naar het oppervlaktewater niet belemmeren. Met een geohydrologisch onderzoek moet worden aangetoond dat de ondergrondse constructie geen nadelige gevolgen heeft op de grondwaterstanden in de omgeving. De resultaten van het onderzoek moet beschikbaar worden gesteld aan Waternet. Het voorliggende bestemmingsplan is conserverend van aard en geohydrologisch onderzoek is derhalve niet aan de orde. 10. Nautiek Waternet heeft namens de gemeente Amsterdam het nautische toezicht in de Amsterdamse grachten en vaarten. Bij de plannen langs het IJ en Noordzeekanaal dient rekening te worden gehouden met de taak van Waternet (voormalig BBA) voor het bevorderen van een veilige, vlotte en doelmatige afwikkeling van het scheepvaartverkeer. Een deel van de Slotervaart valt binnen het voorliggende plangebied. Hier wordt uitgegaan van het bestaande waterareaal.
Gemeente Amsterdam
blz. 88
16.4
Conclusie
Het bestemmingsplan brengt geen wijzigingen in de waterstructuur. De Burgemeester van Tienhovengracht in het plangebied is een KRW waterlichaam, maar dit bestemmingsplan brengt geen wijzigingen aan de Burgemeester van Tienhovengracht met zich mee. Een gedeelte van het plangebied heeft de dubbelbestemming Waterstaat-Waterkering. Bouwen overeenkomstig de medebestemming is slechts mogelijk, mits daartegen uit hoofde van de waterstaatsbelangen geen overwegende bezwaren bestaan en de waterbeheerder daar vooraf over is gehoord. Derhalve kan worden geconcludeerd dat gelet op bovenstaande de watertoets de tenuitvoerlegging van het bestemmingsplan niet in de weg staat.
bestemmingsplan_Slotermeer 2018 (vastgesteld)
blz. 89
Hoofdstuk 17 17.1
Juridische planbeschrijving
Algemeen
Waar de overige paragrafen van deze bestemmingsplantoelichting de achtergronden van het bestemmingsplan belichten, geeft deze paragraaf een toelichting op de bestemmingsplanregels. Uitgelegd wordt wat de bedoeling en strekking is van de verschillende onderdelen van de regels. Daartoe worden in deze paragraaf de regels per artikel toegelicht. Het (juridisch deel van het) bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels, vergezeld van een toelichting. De verbeelding heeft een functie van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers bindende deel van het bestemmingsplan. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. Per hoofdstuk zullen de diverse regels artikelsgewijs worden besproken. De toelichting heeft geen bindende werking; de toelichting maakt juridisch ook geen onderdeel uit van het bestemmingsplan, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het plan en ook bij de uitleg van de bestemming en overige regels. In de toelichting wordt ook een relatie met het relevante beleid gelegd en een gebiedsbeschrijving gegeven.
Op basis van het beleid en de gebiedsbeschrijving zijn vervolgens de uitgangspunten voor het bestemmingsplan geformuleerd.
17.2
Artikelgewijze toelichting
17.2.1 Toelichting op de plansystematiek Dit bestemmingsplan bestaat uit een GML-bestand, regels en een toelichting. Het GML-bestand bevat de verbeelding, waaraan de regels zijn gekoppeld. Deze vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. Verbeelding Op de verbeelding van de plankaart wordt door middel van letters, cijfers, lijnen en aanduidingen het toegestane gebruik van de gronden en de mogelijke bouwhoogtes/volumes aangegeven. De kaart heeft, in samenhang met de regels, een juridisch bindend karakter. Als ondergrond is een recente topografische kaart gehanteerd. Daarmee kan exact worden bepaald waar het plan is gelegen en hoe begrenzingen lopen. Om de goede leesbaarheid van de verbeelding te waarborgen is gekozen voor een schaal van 1:1000. De kaarten zijn voorts voorzien van een legenda en een noordpijl. Het plangebied van het bestemmingsplan is aan de hand van een plangrens (bolletjeslijn) op de verbeelding weergegeven. Regels In de standaarden voor vergelijkbaarheid, de SVBP 2012, is voorgeschreven hoe de regels van het bestemmingsplan dienen te worden opgebouwd. Voor de leesbaarheid en raadpleegbaarheid dienen de regels in hoofdstukken te worden geplaatst. Daarbij dient een vaste volgorde te worden aangehouden. De regels van het bestemmingsplan zijn opgebouwd uit vier hoofdstukken. In het eerste hoofdstuk worden de begrippen en wijze van meten behandeld.
Deze hebben als doel begrippen in de regels te verklaren en eenduidige richtlijnen te geven op basis waarvan de bouwmaten die zijn opgenomen in de regels dienen te worden gemeten. In het tweede hoofdstuk zijn de regels opgenomen, die betrekking hebben op alle bestemmingen die in
Gemeente Amsterdam
blz. 90
het bestemmingsplan zijn opgenomen. Het derde en vierde hoofdstuk omvat een aantal regels, die niet op een bepaalde bestemming betrekking hebben, maar voor het gehele bestemmingsplan gelden. Het overgangsrecht en de anti-dubbeltelregel zijn opgenomen in het Bro met de verplichting deze over te nemen in het bestemmingsplan. In een bestemmingsregel wordt aangegeven waarvoor en – zo nodig – hoe de betreffende gronden mogen worden gebruikt en bebouwd. Ter bevordering van de leesbaarheid en de raadpleegbaarheid is hierbij een vaste volgorde aangehouden. In de bestemmingsomschrijving is beschreven welke functies binnen de betreffende bestemming zijn toegestaan. In de bouwregels is weergegeven of en hoe gebouwd mag worden. Daarin wordt in algemene zin geregeld in alle bestemmingen dat er slechts gebouwd mag worden ten behoeve van de bestemming. In de navolgende (sub)leden zijn maten zoals oppervlakten en bouwhoogten opgenomen, die betrekking hebben op de toegestane gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. In een aantal gevallen is een afwijking van bepalingen in de eerder genoemde leden als direct recht mogelijk, in andere gevallen moet het dagelijks bestuur een besluit nemen om af te wijken van de regels uit het bestemmingsplan. In de specifieke gebruiksregels zijn nadere bepalingen gegeven over de functies die zijn vermeld in de doeleindenomschrijving.
Zo kan bijvoorbeeld de omvang van bepaalde functies beperkt worden, of de situering van functies worden aangewezen. 17.2.2 Toelichting op de bestemmingen In deze paragraaf worden de niet voor zichzelf sprekende en bijzondere juridische aspecten van de bestemmingsbepalingen toegelicht. Het beleid wordt niet toegelicht, maar de wijze van regelen. HOOFDSTUK 1 - INLEIDENDE REGELS Begrippen Artikel 1 geeft, in alfabetische volgorde, een omschrijving van een aantal begrippen die in de regels worden gebruikt. Hiermee wordt formeel vastgelegd wat wel en wat niet onder het betreffende begrip moet worden verstaan. Dit artikel is dus primair bedoeld om begrippen duidelijk te begrenzen en niet om de gedachten achter de gebruikte termen uit te leggen. Daarvoor is juist deze toelichting bedoeld. In deze toelichting worden gehanteerde begrippen waar nodig uitgelegd. Wijze van meten Met dit artikel wordt aangegeven op welke wijze moet worden beoordeeld in hoeverre een initiatief past binnen de minima en maxima die door de overige regels worden aangegeven. HOOFDSTUK 2 - BESTEMMINGEN Bedrijf De gronden met de bestemming 'Bedrijf' zijn bestemd voor bedrijven die deel uitmaken van categorie A en B van de bij de regels van dit bestemmingsplan bijgevoegde Staat van functiemenging en voor kantoren.
Ten aanzien van bedrijven die niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn opgenomen, maar kleinere of gelijke milieuhinder veroorzaken, is in de algemene gebruiksregels bepaald dat deze eveneens zijn toegestaan. Daarnaast zijn de gronden bestemd voor de twee benzinestations die zich in het plangebied bevinden: één aan de Burgemeester De Vlugtlaan en één aan de Burgemeester Rendorpstraat. Bij de benzinestations is ondergeschikte (dat wil zeggen: niet-zelfstandige) detailhandel toegestaan op ten
bestemmingsplan_Slotermeer 2018 (vastgesteld)
blz. 91
hoogste 150 m2 bvo. In het vorige plan was aan de benzinestations de bestemming "Detailhandel" toegekend, maar conform de SVBP 2012 dienen deze nu een bedrijfsbestemming te krijgen. De bestemming "Bedrijf" is ook toegekend aan het transformatorstation dat zich in het plangebied bevindt. Het maximale toegestane vermogen voor dit transformatorstation is 200 MVA. Detailhandel De meeste panden waarin detailhandel is gevestigd zijn bestemd als "Gemengd", omdat de tweede en hogere bouwlaag worden gebruikt voor wonen en naast detailhandel ook een groot andere functies zijn toegestaan. De bestemming "Detailhandel" is alleen toegekend aan een aantal panden rondom Plein '40-'45, die uitsluitend bedoeld zijn voor detailhandel en consumentgerichte dienstverlening. In de tweede en hogere bouwlaag van het gebouw aan Plein '40-'45 nr. 3-10 zijn kantoren gevestigd, zodat hier tevens de aanduiding 'kantoor' is toegekend. Gemengd Het voorliggende plan bevat ten opzichte van het vorige plan een aantal toegevoegde functies. Dit is in overeenstemming met het nieuwe detailhandelsbeleid (zie paragraaf 3.4.4 van de toelichting). Het betreft kantoren en zakelijke dienstverlening (voor zover niet al was toegestaan), bedrijven van categorie A, afhaalpunt ten behoeve van internetaankopen, culturele voorzieningen en vrijetijdsvoorzieningen.
Het bestemmingsplan bevat twee verschillende bestemmingen “Gemengd”. De bestemmingen "Gemengd - 1" en "Gemengd - 2" uit het vorige plan zijn samengevoegd tot "Gemengd - 1", omdat door het toevoegen van bovengenoemde functies geen verschil meer tussen deze bestemmingen bestaat. Binnen "Gemengd - 2" is detailhandel niet toegestaan. Detailhandel is op de locaties met deze bestemming niet passend. Binnen de verschillende bestemmingen “Gemengd” is uitwisseling tussen de nader aangegeven functies zonder meer toegestaan. De bouwhoogte en/of goothoogte mag niet meer bedragen dan in de verbeelding is aangegeven. Bovenwoningen zijn in alle panden met twee of meer bouwlagen toegestaan. Ter plaatse van de aanduiding “horeca van categorie 8” is een hotel toegestaan. Deze aanduiding is alleen toegekend aan een pand aan de Slotermeerlaan 133, waar momenteel het hotel “Nieuw Slotania” is gevestigd. Vanwege de mogelijke ruimtelijke effecten van religieuze instellingen op de directe omgeving zijn deze binnen een gemengde bestemming niet bij recht toegestaan. Indien het realiseren van een religieuze instelling gewenst is, kan daarvoor een omgevingsvergunning worden aangevraagd en worden de omgevingseffecten bij de behandeling van die aanvraag beoordeeld.
Voor alle gronden en opstallen met één van de bestemmingen “Gemengd” geldt dat de vestiging van een nieuwe horecagelegenheid uitsluitend door middel van een omgevingsvergunning voor het handelen in strijd met een bestemmingsplan kan worden toegestaan. Horecavestigingen waarvoor de afgelopen jaren een omgevingsvergunning is verleend, zijn in het plan als zodanig bestemd. Ondersteunende horeca is zonder meer toegestaan. Ondersteunende horeca is ondergeschikt aan de hoofdactiviteit in die zin dat het totale vloeroppervlak ten behoeve van de horeca niet meer dan 25 % van het totale brutoverkoopvloeroppervlakte mag bedragen (en bij detailhandel maximaal 20 m2) en dat de horeca-activiteit uitsluitend via de hoofdactiviteit is te bereiken. Dit is nader omschreven in artikel 1. Groen Het bestemmingsplan heeft twee bestemmingen “Groen”. "Groen - 1" is toegekend aan de drie gebieden binnen het plangebied die deel uitmaken van de Amsterdamse Hoofdgroenstructuur: het Gerbrandypark, de schoolwerktuinen en een klein stukje van het Sloterpark. In paragraaf 15.3.1 van deze toelichting is
Gemeente Amsterdam
blz. 92
de Hoofdgroenstructuur en de betekenis hiervan nader toegelicht. Om de Hoofdgroenstructuur te beschermen, is in de planregels opgenomen dat voor bepaalde werkzaamheden een omgevingsvergunning is vereist. Ten tijde van de vaststelling van dit bestemmingsplan is dit beleid neergelegd in de Structuurvisie Amsterdam 2040. "Groen - 2" is toegekend aan al het overige openbare groen. Horeca De gronden met de bestemming 'Horeca' zijn bestemd voor de categorieën horeca die in de bestemmingsomschrijving zijn aangegeven. Een definitie van de categorieën kan worden gevonden in Artikel 1 van de planregels. De bestemming "Horeca" is uitsluitend toegekend aan bestaande vestigingen. De vestiging van een nieuwe horecagelegenheid kan alleen door middel van een omgevingsvergunning voor het handelen in strijd met een bestemmingsplan worden toegestaan. Deze vergunningen zullen alleen worden verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan (nee, tenzij): - het initiatief binnen het op het moment van aanvraag geldende beleid past; - geen overlast (geur, geluid of andere vormen van hinder) voor omwonenden en gebruikers van het gebied ontstaat; - de parkeervraag in de nabije omgeving kan worden opgevangen; en - geen afbreuk wordt gedaan aan de stedenbouwkundige waarden. Horecavestigingen waarvoor de afgelopen jaren een omgevingsvergunning is verleend, zijn in het plan als zodanig bestemd.
Maatschappelijk De gronden met de bestemming "Maatschappelijk - 1 t/m 3" zijn bestemd voor onderwijsvoorzieningen, zorginstellingen en religieuze voorzieningen. Voor de duidelijkheid en overzichtelijkheid hebben deze categorieën een aparte bestemming gekregen, hoewel de bouwregels hetzelfde zijn. In de regels behorende bij de bestemming "Maatschappelijk - 1" is een regeling voor schoolpleinen (speelplaatsen) opgenomen, om onevenredige geluidsoverlast voor omwonenden te voorkomen. Sport De gronden met de bestemming "Sport" zijn bestemd voor sportvoorzieningen. In het plangebied is deze bestemming alleen toegekend aan de tennisbaan langs de Ringspoorbaan en aan het gebouw van een biljartvereniging aan de Antony Moddermanstraat. Tuin De gronden met de bestemming "Tuin" zijn bestemd voor tuinen en erven en groenvoorzieningen. In de regels is ook een regeling voor scootsafes opgenomen, op grond waarvan zij rechtstreeks zijn toegestaan. Plaatsing in de voortuin mag alleen indien plaatsing inpandig of in de achtertuin niet mogelijk is en geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de verkeersveiligheid en gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en opstallen. Binnen de bestemming tuin zijn bijgebouwen uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen', of voor zover dit op grond van het Besluit omgevingsrecht vergunningsvrij mag worden gerealiseerd.
Water De gronden met de bestemming "Water" zijn onder andere bestemd voor water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Indien met een specifieke aanduidig aangegeven zijn gronden met de bestemming "Water" daarnaast ook bestemd voor bruggen en verkeersareaal, steigers, sluizen en woonschepen. De watergang ten westen van het plangebied is onderdeel van de provinciale ecologische
bestemmingsplan_Slotermeer 2018 (vastgesteld)
blz. 93
verbindingszone. Dit is tot uitdrukking gebracht met de dubbelbestemming "Waarde - Ecologie". Wonen De gronden met de bestemming "Wonen" zijn bestemd voor woongebruik. Alle in het plangebied aanwezige gebouwen, waar op elke bouwlaag uitsluitend gewoond mag worden, hebben de bestemming Wonen gekregen. Binnen de bestemming Wonen zijn onder andere toegestaan: woningen met inbegrip van bijbehorende bergingen, technische ruimtes en andere nevenruimten, ruimten ten behoeve van huisgebonden beroepen. Zoals in paragraaf 4.2.1 is toegelicht, is een onderscheid gemaakt tussen grondgebonden en gestapelde woningen. Gestapelde woningen zijn bestemd tot "Wonen - 1" en grondgebonden woningen tot "Wonen - 2". Voor het omzetten van een grondgebonden woning naar gestapelde woningbouw moet hierdoor altijd een omgevingsvergunning voor handelen in strijd met een bestemmingsplan worden aangevraagd. Deze zal slechts worden verleend wanneer er sprake is van belangen die zwaarder moeten wegen dan het belang bij het behoud van de bestaande voorraad eengezinswoningen zoals hiervoor is beschreven (nee, tenzij). In dat geval moet echter ook worden aangetoond dat het woon- en leefklimaat door de aangevraagde situatie niet wordt aangetast. Woningen in bouwblokken waar op de eerste bouwlaag andere functies dan wonen zijn toegestaan hebben de bestemming "Gemengd (- 1 of 2)" gekregen.
De in het plangebied aanwezige woonwagenstandplaatsen hebben de bestemming "Wonen - 3" gekregen. Woonwagens zijn alleen toegestaan op de bestaande woonwagenstandplaatsen, welke met een aanduiding 'woonwagenstandplaats' zijn aangegeven op de verbeelding. De bestemming "Wonen 4" is toegekend aan de molen aan de Haarlemmerweg (Roe 1100), om tot uitdrukking te brengen dat daar gewoond mag worden maar dat het ook van belang is dat de monumentele waarde ervan behouden blijft. Waarde - Archeologie De gronden waarvoor een hogere archeologische verwachting geldt, hebben een dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1' gekregen. Voor deze gronden is geregeld dat de initiatiefnemer bij ingrepen in de bodem bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor bouwen of van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (voorheen de aanlegvergunning) een archeologisch rapport dient te overleggen. Op basis daarvan kunnen aan de betreffende vergunningen voorschriften worden verbonden. In de planregels is geregeld welke dit kunnen zijn. Waarde - Cultuurhistorie 1 Deze dubbelbestemming is toegekend aan de gronden die binnen de gemeentelijk beschermde stadsgezichten Van Eesteren Museum en Noordoever van de Sloterplas liggen. In hoofdstuk 10 is uitgebreid op de cultuurhistorische waarden binnen deze beschermde stadsgezichten ingegaan.
Op grond van de dubbelbestemming geldt onder meer de plicht om een omgevingsvergunning aan te vragen voor het uitvoeren van de werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden die in lid 26.5.1 zijn genoemd. Waarde - Cultuurhistorie 2 Deze dubbelbestemming is toegekend aan panden die op Cultuurhistorische Waarderingskaart Nieuw-West als 'Orde 1 en/of Architectuur Top' zijn aangewezen. Voor deze panden geldt sloopbescherming. Waarde - Ecologie Deze dubbelbestemming is toegekend aan het deel van het plangebied dat in de PRV is aangewezen als onderdeel van de ecologische verbindingszone. Zie voor een toelichting op de ecologische verbindingszone paragraaf 15.2.2 van deze toelichting.
Gemeente Amsterdam
blz. 94
In de planregels zijn de bepalingen uit de PRV die op ecologische verbindingszones van toepassing zijn verwerkt. Waterstaat - Waterkering De binnen het plangebied aanwezige waterkering gaat uit van de dubbelbestemming ‘Waterstaat Waterkering’. Op grond van de Keur van Waternet gelden beschermende maatregelen. Omdat in de Keur al voldoende regels zijn opgenomen ter bescherming zijn aanvullende bouwregels niet in het bestemmingsplan opgenomen. De dubbelbestemming heeft hiermee feitelijk uitsluitend een signalerende functie. HOOFDSTUK 3 - ALGEMENE REGELS Anti-dubbeltelregel Dit artikel bevat een algemene regeling waarmee kan worden voorkomen dat er in feite meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogd. Algemene bouwregels In deze regel wordt geregeld dat bepaalde overschrijdingen van de bouwregels zijn toegestaan. Algemene gebruiksregels In deze regel worden de algemene regels omtrent gebruik vastgelegd. Naast het algemene gebruiksverbod om de gronden en opstallen in strijd met de bestemming te gebruiken, is een aantal activiteiten uitgezonderd. Algemene aanduidingsregels In deze regel worden de algemene regels omtrent gebruik vastgelegd. Naast het algemene gebruiksverbod om de gronden en opstallen in strijd met de bestemming te gebruiken, is een aantal activiteiten uitgezonderd. Algemene afwijkingsregels In dit artikel worden algemene afwijkingsregels opgesomd.
Er kan voor gebouwen van nutsvoorzieningen en elektriciteitsvoorzieningen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals gedenktekens, plastieken en dergelijke worden afgeweken van de regels. Ook kan van de regels worden afgeweken voor geringe afwijkingen en tevens mag de in de regels toegestane maximale bouwhoogte worden overschreden in bepaalde gevallen. Hetzelfde geldt voor de op de verbeelding aangegeven bestemmings- of bouwgrenzen. Algemene wijzigingsregels In dit artikel worden wijzigingsregels opgesomd. HOOFDSTUK 4 - OVERGANGS- EN SLOTREGELS Overgangsrecht De overgangsregel is evenals de anti-dubbeltelregel overgenomen uit de standaardregels uit het Bro. Slotregel De slotregel ten slotte geeft de officiële benaming van dit bestemmingsplan weer alsmede de datum van vaststelling door de gemeenteraad.
bestemmingsplan_Slotermeer 2018 (vastgesteld)
blz. 95
Hoofdstuk 18
Economische uitvoerbaarheid
Voor zover het bestemmingsplan strekt tot het vastleggen van de bestaande situatie is geen economische uitvoerbaarheid aan de orde. Waar het nieuwe ontwikkelingen betreft in de zin van de Wet ruimtelijke ordening besluit de gemeenteraad, ingevolge artikel 6.12 Wro, of wel of niet wordt afgezien van het opstellen van een exploitatieplan. In dit geval is een dergelijk besluit niet aan de orde omdat geen sprake is van nieuwe ontwikkelingen in de zin van de Wro. Het betreft namelijk een conserverend bestemmingsplan, waarin geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt. Mocht als gevolg van het bestemmingsplan planschade ontstaan, dan kan dit worden betaald uit het weerstandsvermogen van de gemeente Amsterdam.
Gemeente Amsterdam
blz. 96
bestemmingsplan_Slotermeer 2018 (vastgesteld)
blz. 97
Hoofdstuk 19 19.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Overleg met betrokken overheden (art. 3.1.1. Bro)
Op 1 december 2017 is het voorontwerpbestemmingplan in het kader van het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening naar de volgende instanties gestuurd: Rijkswaterstaat, Provincie Noord-Holland, Gasunie, Waternet, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Brandweer Amsterdam-Amstelland en het GVB. Ook is het voorontwerpbestemmingsplan voor intern advies verzonden naar Monumenten & Archeologie (M&A), de Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur (TAC) en de Structuurvisietoets. Van Rijkswaterstaat, Provincie Noord-Holland, Gasunie, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en het GVB zijn geen reacties ontvangen. De Brandweer Amsterdam-Amstelland heeft aangegeven geen advies te geven in het kader van externe veiligheid vanwege de aard van het plan, het conserverende karakter en de afwezigheid van een expliciete externe veiligheidsvraag. Waternet, M&A, TAC en de Structuurvisietoets hebben wel gereageerd. Deze reacties worden in de Nota van Beantwoording inspraakreacties en 3.1.1-overleg (bijlage 3 bij de toelichting) besproken.
19.2
Maatschappelijk overleg
19.2.1 Inspraak voorontwerpbestemmingsplan (participatie) Het voorontwerpbestemmingsplan 'Slotermeer 2018' heeft van 30 november 2017 tot en met 11 januari 2018 ter inzage gelegen. Op 19 december 2017 is een bewonersavond georganiseerd. Tijdens deze avond konden bewoners informatie krijgen en een inspraakreactie achterlaten. Tijdens de inspraakfase zijn 24 inspraakreacties binnengekomen, waarbij één inspraakreactie is ondertekend door 129 bewoners. De inspraakreacties zijn samengevat en beantwoord in de Nota van Beantwoording inspraakreacties en 3.1.1-overleg (bijlage 2 bij de toelichting). 19.2.2 Zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Het ontwerpbestemmingsplan heeft overeenkomstig de Wet ruimtelijke ordening voor een periode van 6 weken ter inzage gelegen, van 12 april tot en met 23 mei 2018. Eenieder kon gedurende voornoemde periode zienswijzen in dienen. Er zijn 9 zienswijzen ingediend, die zijn beantwoord in de bijgevoegde nota van beantwoording (bijlage 4).
Gemeente Amsterdam
blz. 98
bestemmingsplan_Slotermeer 2018 (vastgesteld)
blz. 99
bijlagen bij toelichting
Gemeente Amsterdam
blz. 100
bestemmingsplan_Slotermeer 2018 (vastgesteld)