A - 14 MBO en Toeleiding Arbeidsmarkt (25) MBO-agenda 2023-2027
Tekst van het document
MBO-Agenda 2023-2027
Inhoud 1
Samenvatting3
2
Inleiding5
3
De doelen van de MBO-Agenda
7
1. Gezamenlijke investering bedrijfsleven en onderwijs in opleiden en begeleiden
9
2. Toeleiding naar het mbo
12
3. Aantrekkelijk en hoogwaardig mbo-onderwijs
15
4. Extra inzet via het Plusprogramma
18
5. Duurzame inzetbaarheid en Leven Lang Ontwikkelen
20
4
Werkwijze van de MBO-Agenda 2023-2027
22
5
Financiën25
6
at doet de gemeente naast de MBO-Agenda W nog meer voor mbo-studenten?
28
MBO-scholen in Amsterdam
31
coverbeeld: Mick Health & Sport ROC TOP
Tyron E-commerce design Media College Amsterdam
1
Samenvatting
MBO-Agenda 2023-2027
5 doelen 1
2
3
Gezamenlijke investering bedrijfsleven en onderwijs in opleiden en begeleiden
Meer toeleiding naar het mbo
Aantrekkelijk en hoogwaardig mbo-onderwijs
4
5
Extra inzet via het Plusprogramma
Duurzame inzetbaarheid en Leven Lang Ontwikkelen
4 mbo’s
Samenwerkingsverband VO Amsterdam-Diemen
ROC van Amsterdam
ROC TOP
Hout- en meubileringscollege
Mediacollege Amsterdam
3 focusthema’s 1
2
3
Voorrangsregelingen studenten niveau 1 en 2
Stimuleren en financieren van innovatieve projecten
Extra inzet in de gebieden Nieuw-West, Noord en Zuidoost
4 MBO-Agenda 2023-2027 Samenvatting
2
Inleiding
Stiene E-commerce design Media College Amsterdam
Het mbo is een krachtige speler in de stad als het gaat om beroeps gericht onderwijs en toekomstperspectief voor jongeren en volwassenen. Daarmee levert het mbo-onderwijs een belangrijke bijdrage aan de brede welvaartseconomie. Zonder goed opgeleide vakmensen kan onze samenleving niet draaien.
Naast een vakopleiding biedt het mbo ook ruimte om je als persoon en als burger te ontwikkelen. De MBOAgenda 2023-2027 investeert in allebei. Met deze MBO-Agenda wil de gemeente, in nauwe samen werking met ROC van Amsterdam-Flevoland, ROC TOP, Mediacollege Amsterdam, Hout- en Meubilerings college en het Samenwerkingsverband vo AmsterdamDiemen, bijdragen aan het vergroten van kansen gelijkheid en het bestrijden van de krapte op de arbeidsmarkt. Ook dragen we bij aan de herwaar dering van het mbo.
Het college kiest ervoor ongelijk te investeren voor gelijke kansen. Subsidieaanvragen voor studenten die onderwijs op niveau 1 en niveau 2 volgen, krijgen voorrang. Zij verdienen onze extra inzet om meer perspectief en wendbaarheid voor hen te creëren in de maatschappij en op de arbeidsmarkt. Ook verbinden we deze agenda aan de extra inzet van het college in de gebieden Nieuw-West, Noord en Zuidoost, door initiatieven die bijdragen aan de ontwikkeling van – en jongeren uit – deze gebieden voorrang te geven.
Nieuw beleid De MBO-Agenda 2023-2027 bouwt voort op de intensieve en constructieve samenwerking en mooie innovaties die met de voorgaande agenda’s zijn neergezet. Innovatieve projecten zullen we blijven stimuleren en financieren. Tegelijk gaan we ook een aantal dingen anders doen. Met deze agenda brengen we focus in onze inzet aan. De nieuwe MBO-Agenda stimuleert het creëren van perspectief en wendbaar heid voor mbo-studenten en werkenden. Betere en intensievere samenwerking tussen het bedrijfsleven en het mbo moet leiden tot hoogwaardige, aantrekke lijke opleidingen met goede stagemogelijkheden en baanperspectief. De gelijkwaardigheid van het mbo ten opzichte van andere vervolgopleidingen in het hbo en wo, staat daarbij voorop.
Er zijn geen aparte uitvoeringsagenda’s meer zoals tot nu toe wel het geval was. Er is één integrale agenda waarmee we als gemeente verkokering willen tegen gaan. De afdelingen Economische Zaken en Onderwijs werken daarbij nauw met elkaar samen. We werken sector-overstijgend samen met onze partners in de stad en verbinden het mbo zowel met het voortgezet onderwijs als met het hbo en het wo. Met als doel: perspectief en wendbaarheid door krachtig beroeps gericht onderwijs in onze stad!
Het Amsterdamse mbo is rijk en divers zowel in aanbod als in studenten. Vakinstellingen Mediacollege Amsterdam en het Hout- en Meubileringscollege bieden aan Amsterdamse jongeren en jongeren van buiten de stad beroepsopleidingen in specifieke sectoren. Docenten zijn vaak ook parttime professionals in het werkveld waar zij les in geven. ROC TOP en ROC van Amsterdam - Flevoland zijn brede mbo-instellingen met een diversiteit aan beroepsopleidingen van niveau 1 tot en met niveau 4. Elke instelling en elk college of campus kent daarbij zijn eigen opleidingen en bijbehorende netwerken met werkgevers.
6 MBO-Agenda 2023-2027 Inleiding
Julius & Josje Meubelmaken Hout- en Meubileringscollege
3
De doelen van de MBO-Agenda
De agenda kent vijf doelen: 1. Gezamenlijke investering bedrijfsleven en onderwijs in opleiden en begeleiden 2. Meer toeleiding naar het mbo 3. Aantrekkelijk en hoogwaardig mbo-onderwijs 4. Extra inzet via het Plusprogramma 5. Duurzame inzetbaarheid en Leven Lang Ontwikkelen
Hieronder gaan we uitgebreider op ieder doel in. Per doel beschrijven we waarom we aandacht aan dit onderwerp besteden. We vertellen wat we gaan doen om het doel te bereiken. We beschrijven wat voor subsidieprojecten de mbo-instellingen kunnen uitvoeren. Ook beschrijven we per doel wat onze
stadsbrede, schooloverstijgende inzet wordt. Ten derde geven we aan hoe de gemeente bijdraagt aan de publiek-private samenwerkingen (PPS-en) om het mbo versterken. Tot slot geven we aan wat de gewenste resultaten zijn.
De MBO-Agenda is nauw verbonden met het Economisch Arbeidsmarktbeleid van de gemeente. In het Economisch Arbeidsmarktbeleid staat wat de gemeente doet voor een arbeidsmarkt met perspectief voor iedereen. Het Economisch Arbeidsmarktbeleid is opgebouwd vanuit de constatering dat de economische groei van de afgelopen decennia onevenwichtig verdeeld is. Op de arbeidsmarkt zien we dat niet iedereen evenveel profiteert van de economische ontwikkeling. Tegelijkertijd hebben bedrijven die bijdragen aan cruciale maatschappelijke opgaven een tekort aan voldoende goed opgeleid personeel. Dat past niet in het streven naar een brede welvaartseconomie, waarin alle Amsterdammers mee kunnen blijven doen op de telkens veranderende arbeidsmarkt. En waarin we bedrijven ondersteunen die werken aan een duurzame, sociale en inclusieve economie. Gekozen is daarom voor een tweeledige benadering. Enerzijds een benadering die kansen van individuen bevordert en hen ondersteunt om zich te ontwikkelen. Parallel daaraan een aanpak waarin goed werkgeverschap en de vraag naar voldoende goed geschoold personeel van werkgevers, actief in cruciale sectoren, centraal staan. Het uitgangspunt is dat deze twee benaderingen met elkaar in lijn werken. Zo zetten we onze economische instrumenten in om kansengelijkheid te bevorderen en brede welvaart te bevorderen.
Dat dient een maatschappelijk nut, maar is tegelijkertijd een economische noodzaak voor bedrijven.
8 MBO Agenda 2023-2027 De doelen van de MBO-Agenda
1. Gezamenlijke investering bedrijfsleven en onderwijs in opleiden en begeleiden Een goede aansluiting tussen onderwijs en de arbeidsmarkt is van sociaal en economisch belang. Samenwerking en gezamenlijk opleiden zorgt ervoor dat jongeren goed toegerust de arbeidsmarkt op gaan. Hoe eerder het bedrijfsleven hier structureel aan bijdraagt, hoe beter: mbo-studenten zijn hun werknemers van de toekomst. Hier profiteert niet alleen de student van doordat het onderwijs beter aansluit op wat het bedrijfsleven vraagt, maar ook het bedrijfsleven doordat de afgestudeerde mbo-student meer ervaring en vaardigheden heeft opgedaan die nodig zijn in de praktijk.
Wat gaan we doen? 1. Meer kwalitatief goede stages en stagebegeleiding. Goede vakmensen leren hun vaardigheden in de regel voor een groot deel in de praktijk. Stages zijn daarom een essentieel onderdeel van een mbo-opleiding. Hiermee onderscheidt het mbo zich krachtig ten opzichte van andere onderwijsvormen. We zien echter dat de kwaliteit van stages en specifiek de stage begeleiding door het leerbedrijf onder druk staat, bijvoorbeeld omdat de druk in een (tekort)sector hoog is, of omdat er bij het leerbedrijf na corona meer thuis gewerkt wordt. Dit vraagt om het anders organiseren van stages of het anders begeleiden van studenten tijdens hun stages. Alleen dan kan de student zich volop ontwikkelen tot vakmens. Onderwijs en bedrijfsleven moeten er samen voor zorgen dat de student te allen tijde stage kan lopen. Via de subsidieregeling MBO-Agenda 2023-2027 biedt de gemeente mbo-instellingen de mogelijkheid om de beroepspraktijkvorming anders te organiseren op alle mbo-niveaus.1 Samenwerking met het bedrijfsl even is daarbij essentieel. Denk bijvoorbeeld aan: • het vormgeven van hybride leeromgevingen; • opleidingen waar leren op de werkvloer centraal staat; • challenge based learning opdrachten, waarbij studenten in opdracht van een bedrijf een project uitvoeren.
Ook kunnen mbo-instellingen subsidie aanvragen om stagebegeleiding anders te organiseren in de tekort sectoren. Dat kan bijvoorbeeld door stagebegeleiding vanuit school op de werkvloer uit te voeren of door groepsbegeleiding aan te bieden. De gemeente zelf gaat zich als werkgever ook inzetten voor meer kwalitatief goede stages. Als gemeente hebben we daarin een voorbeeldrol voor anderen. In dat kader hanteren we een minimale stagenorm van 300 mbo-stageplekken, waarvan 50 stageplekken voor niveau 1 en 2 studenten. Daarvan zijn er 50 plekken voor niveau 1 en 2 studenten bedoeld. We starten daarnaast met een hybride leerwerktraject ‘handhaving’ binnen de gemeente in samenwerking met het ROC van Amsterdam - Flevoland (ROCvA/F) en ROC TOP. Ook gaan we, op verzoek van studenten zelf, jaarlijks een stagemarkt organiseren samen met werkgevers en mbo-instellingen. Naast oriëntatie op werkgevers kunnen studenten hier terecht voor informatie over rechten en plichten van stagiairs. Tot slot hebben we ervoor gezorgd dat de stagevergoeding voor mbostudenten bij de gemeente hetzelfde is als die voor studenten uit andere onderwijssectoren. 2. Het tegengaan van stagediscriminatie. Iedere student moet dezelfde kansen krijgen op een kwalitatief goede stage. Maar dat is op dit moment nog lang niet altijd het geval.
Nog te vaak worden studenten benadeeld op grond van hun geslacht, seksuele voorkeur, beperking, leeftijd, gender identiteit, afkomst of geloofsovertuiging. Het vraagt om extra inspanningen van zowel de gemeente, het bedrijfsleven als het mbo om dit actief tegen te gaan. Mbo-instellingen en onderwijsprofessionals zijn niet altijd voldoende toegerust om stagediscriminatie te signaleren en adequaat te handelen. Hier is scholing voor nodig. Mbo-instellingen kunnen daarom subsidie aanvragen voor professionalisering op het gebied van stagebegeleiding en het leren omgaan met stage discriminatie. Het Rijk heeft 30 miljoen gereserveerd voor de totstandkoming van een stagepact. Belangrijke onderwerpen hierin zijn: stagevergoeding, betere begeleiding, voldoende stageplaatsen, leerbanen en uitbanning van stagediscriminatie. Als gemeente
1 Voor de ontwikkeling van deze arrangementen voor niveau 1 en 2, worden mbo-instellingen gevraagd na te denken hoe de opbrengsten van het publiek private samenwerking Talentontwikkeling hierin kunnen worden meegenomen.
9 MBO Agenda 2023-2027 De doelen van de MBO-Agenda
faciliteren wij graag het proces om een regionaal stagepact vorm te geven. We zijn hierover in gesprek met het onderwijsveld. Daarnaast werken we aan bewustwording over stagediscriminatie binnen onze eigen organisatie. Dat doen we onder andere met behulp van een videoreeks. Medewerkers die betrokken zijn bij de werving en selectie van stagiairs krijgen de mogelijkheid om zich verder te professio naliseren hierop. 3. Beter benutten kans op werk na stage voor jongeren niveau 1 en 2. Als studenten van niveau 1 en 2 stagelopen aan het einde van hun opleiding, biedt dat mogelijkheden om een vaste baan bij deze werkgever te krijgen. We willen nog meer stimuleren dat studenten deze kansen op een baan benutten. De stagebegeleiders op school en bij het Jongerenpunt kunnen hierin een rol spelen. Zij kunnen jongeren die dit nodig hebben, extra begeleiding bieden richting werk. Het Werk geversservicepunt vragen we om hun netwerk van werkgevers nog meer in te zetten om stages voor niveau 1 en 2 te realiseren. Dit vergroot op die manier ook het netwerk van de school. 4. Vergroten kansen bij deelcertificering. Het lukt niet iedere mbo-student om in één keer een volledig diploma te halen. Voor de vakken die zij wel beheersen, kunnen ze een deelcertificaat of mboverklaring krijgen – een vorm van erkenning voor hun vakmanschap.
In de praktijk wordt deelcertificering weinig gebruikt omdat deze mogelijkheid onder studenten, onderwijsprofessionals en werkgevers niet bekend is. We willen ervoor zorgen dat jongeren via deelcertificering meer kansen krijgen op de arbeids markt. Het kan ook een stimulans zijn om voor een compleet mbo-diploma te gaan. Om dit te bevorderen is er onder andere subsidie beschikbaar gericht op het trainen van intakers, docenten en examencommissies. Dit helpt hen te herkennen dat bij sommige jongeren een traject richting een mbo-certificaat (inclusief praktijkleren) beter past. Deze training is gericht op begeleiding van mbo-studenten op alle niveaus. Alle mogelijke uitvallers kunnen op die manier werken aan deelcertificering. Het doel is dat studenten zonder volledig diploma aan werkgevers kunnen laten zien dat zij over specifieke kennis en vaardigheden beschikken. Als gemeente zullen we, samen met de mbo-instellingen, verkennen hoe we bredere bekendheid van deelcertificering kunnen genereren. Werkgevers zijn hierbij een belangrijke doelgroep.
10 MBO Agenda 2023-2027 De doelen van de MBO-Agenda
5. Stimuleren en verder ontwikkelen Publiek Private Samenwerkingen In een Publiek Private Samenwerking (PPS) leggen bedrijfsleven en onderwijs hun meerjarige samen werking vast. Deze is niet vrijblijvend. In een context rijke omgeving krijgen studenten, onderwijsprofes sionals en werknemers de nieuwste technieken aangeleerd. Ook nieuwe vormen van stagebegelei ding komen hierin terug. Studenten krijgen daardoor een beter beeld van het werkveld, het beroep en de taakinhoud. Tegelijk werken we aan innovatie en aan het oplossen van grotere vraagstukken voor het bedrijfsleven en de regio. In de periode 2023-2027 werken we aan nieuwe PPS-en die passen bij de opgaven van de stad. Denk daarbij onder meer aan de energietransitie. Graag gaan we ook een PPS aan met sectoren en werkgevers die kansen bieden voor studenten van de Plusscholen en mbo niveau 1 en 2 studenten. Bij al lopende PPS-en zetten we in op verduurzaming en opschaling. Innovatie van onderwijs en beroepspraktijk blijft daarbij de kern van de samenwerking. Cross-over opleidingen en modulair onderwijs zijn hier goede voorbeelden van. Tot slot is versterking van de rol van de werkgevers in de PPS-en een belangrijk doel.
In Amsterdam zijn in de collegeperiode 20192023 de volgende publiek-private samen werkingen opgericht, verduurzaamd en of versterkt met het doel om de aansluiting onderwijs en arbeidsmarkt te versterken. Hieronder de PPS-en waar een mbo-instelling penvoerder van is en waarbij de gemeente een aanjagende en/of faciliterende rol heeft: • Amsterdams Centrum Tech Talent (ACTT) • BouwAcademie Amsterdam (BAA) • House of Digital (HoD) • House of Hospitality • NexTechnician (NT) • Vakschool Technische Installaties (VTi Amsterdam) • Centrum voor Innovatief Vakmanschap NDSM (CIV NDSM) • Talentontwikkeling • Luchtvaart Community Schiphol • Fieldlab Wijkzorg in de in de 21e eeuw • Urban Sport Trainer
Wat levert het op? • Innovatieve stage-mogelijkheden, onder andere voor niveau 1 en 2. • Meer stageplekken in de tekortsectoren: inzet op het anders vormgeven van stage(begeleiding), bijvoorbeeld door simulatieleren. • Er zijn meer mbo-professionals die geschoold zijn in het geven van kwalitatief goede stagebegelei ding en het tegengaan van stagediscriminatie. • Minimaal 300 mbo-stageplekken per jaar binnen de gemeente. • Minimaal 50 stageplekken per jaar binnen de gemeente op niveaus 1 en 2. • Een jaarlijkse stagemarkt, waar bedrijven en studenten elkaar vinden.
11 MBO Agenda 2023-2027 De doelen van de MBO-Agenda
• Een regionaal stagepact. Hierin hebben onderwijs en bedrijfsleven afspraken gemaakt over kwalitatief goede stages en het tegengaan van stagediscri minatie. Alle partijen houden zich aan gemaakte afspraken. • Meer kans op een baan voor jongeren op niveau 1 en 2. • Jongeren die zonder diploma het mbo verlaten hebben een beter arbeidsmarktperspectief door het verkrijgen van een certificaat of praktijkverklaring. • Nieuwe, opgeschaalde en verduurzaamde PPS-en. • Een PPS ontwikkeld in samenwerking met de Plusscholen.
2. Toeleiding naar het mbo Landelijk verwachten we dat het aantal mbostudenten de komende jaren daalt. De vraag naar mbo opgeleide professionals is echter groot en blijft toenemen. Op dit moment kennen we als stad grote tekorten in de sectoren bouw, zorg, onderwijs, klimaat- en energie, veiligheid en kinderopvang. Het is daarom belangrijk dat voldoende Amsterdamse jongeren ervoor (blijven) kiezen om naar het mbo te gaan en de opleiding kiezen die het best bij ze past. Zonder vakmanschap komen we er als stad niet. We willen de beroepsroute, van vo, via mbo tot en met hbo, als een krachtige en volwaardige doorlopende beroepsgerichte leerroute in de stad neerzetten. We willen stimuleren dat jongeren kiezen voor een opleiding met duurzaam arbeidsmarktperspectief. Goed voor hun toekomst, en goed voor de stad. Voor een krachtige beroepsgerichte onderwijsroute is niet alleen het mbo zelf verantwoordelijk. Interesse voor vakmanschap start al op het vo en zelfs het po. Dit vraagt om samenwerking met alle onderwijssectoren. In dat kader hebben alle Amsterdamse onderwijs sectoren Onderwijs Ambities Amsterdam 2023-2027 vastgesteld. Hierin wordt de gedeelde overkoepe lende onderwijsvisie beschreven. De MBO-Agenda is een uitwerking van deze ambities.
Wat gaan we doen? 1. Imago en gelijkwaardigheid van het mbo. Maatschappelijke waardering en gelijke waardering van het mbo én van de mbo-student ten opzichte van (studenten) van andere vervolgopleidingen is hierbij noodzakelijk. Alleen dan zullen jongeren het mbo als aantrekkelijk en positieve studiekeuze zien, met volop kansen en mogelijkheden. Bij alle inzet die we doen vanuit de MBO-Agenda krijgt dit punt onze volle aandacht. We gaan ons ervoor inzetten dat mbostudenten studentenkorting krijgen waar hbo- en wo-studenten dit ook krijgen. We zorgen ervoor dat het mbo in de stad positieve aandacht krijgt. Als gemeente organiseren we samen met de MBO Raad en de Amsterdamse mbo-instellingen de nationale opening van het mbo-studiejaar 2023/2024 in Amsterdam. Ook speelt het Amsterdams mbo een rol bij de viering van Amsterdam 750 jaar. We onder zoeken met de mbo-instellingen de mogelijkheid om een campagne te starten om rolmodellen meer zichtbaar te maken voor studenten, in het bijzonder voor niveau 1 en 2. Tot slot zetten we er ons voor in dat bij de gemeente de hoger- en lager terminologie niet meer voorkomt. 12 MBO-Agenda 2023-2027 De doelen van de MBO-agenda
2. Beroepsgerichte onderwijsroutes vo-mbo-hbo. In de stad zijn er verschillende initiatieven gericht op beroepsgericht onderwijs en doorlopende leerroutes. Bestaande initiatieven zijn echter te versnipperd. Ze zijn ook vaak sterk afhankelijk van de inzet van een individu en het bijbehorende netwerk. Wat nog mist, is een breed gedragen visie op doorlopend leren in de beroepskolom voor de hele stad. Daarom willen we samen met bestuurders vanuit het vo, mbo en hbo tot een convenant doorlopend leren komen. Zo’n convenant kan ook bijdragen aan een positieve waardering voor vakmanschap. Als gemeente pakken we daarbij een aanjagende rol in de ketensamen werking: samenwerking tussen sectoren komt nu eenmaal niet altijd vanzelf tot stand. We stellen daarnaast subsidie beschikbaar voor de realisatie van doorlopende leerroutes, doorlopende loopbaanoriëntatie en beroepskeuze (lob)-program ma’s en dubbel kwalificerende keuzedelen. Hiermee willen we de samenwerking aanjagen en verbeteren, met als doel: meer initiatieven rondom doorlopend leren. Ook onderzoeken we de mogelijkheden voor een ‘praktijkgerichte-bonus’ voor doorlopende leerroutes binnen de beroepskolom (vo-mbo-hbo). Dat geldt ook voor leerroutes die zich richten op het opleiden van vakmensen in de tekortsectoren. Veel mbo-studenten twijfelen of ze hbo aankunnen, en die twijfel veroorzaakt kansenongelijkheid.
Keuzedelen mbo-hbo en andere kennisuitwisselings programma’s kunnen uitkomst bieden. Dergelijke programma’s zorgen ervoor dat mbo-studenten op een laagdrempelige manier kennis kunnen maken met het hbo. Dat maakt in veel gevallen de overstap een stuk makkelijker. Voor sommige mbo-studenten duurt een hbo-bachelor traject te lang en vaak is het ook te theoretisch. Associate Degree- opleidingen (‘AD’s’) bieden hiervoor een oplossing: ze duren twee jaar en zijn meer op de praktijk gericht dan een bachelor traject. AD’s maken het ook aantrekkelijker om voor de beroepsroute te kiezen (via mbo naar het hbo in plaats van via de havo). We gaan samen met de mboinstellingen en vo-scholen na hoe we de ontwikkeling, bekendheid en civiele meerwaarde van AD’s kunnen bevorderen. 4. Begeleiding leerlingen van het praktijkonderwijs en voortgezet (speciaal) middelbaar beroeps onderwijs (basisberoepsgerichte leerweg), naar het mbo Voor veel leerlingen, ouders en decanen van het praktijkonderwijs en het voortgezet (speciaal) middelbaar beroepsonderwijs (basisberoepsgerichte
leerweg) zijn de mogelijkheden voor on the job leren via een mbo-opleiding of via praktijkleren niet bekend. Maar juist voor deze jongeren past leren op de werkvloer vaak beter dan leren in de school banken. Leren in de praktijk voorkomt in veel gevallen voortijdige uitval, faalervaringen en motivatie problemen. Ook bieden on the job-opleidingen vaak een beter arbeidsmarktperspectief dan reguliere bol-opleidingen. Er is op dit moment al een PrO-ROC route2 voor jongeren uit het praktijkonderwijs. Er zijn echter nog veel leerlingen die zich buiten deze route om zelf melden bij het mbo voor een opleiding of niet tot de doelgroep van de PrO-ROC route behoren. We willen graag meer bekendheid geven aan de mogelijkheid om over te stappen naar leren op de werkvloer. Daarom is er subsidie voor het vo en mbo beschikbaar om overstap naar zulke arrangementen te stimuleren. Deze subsidie is aanvullend op de middelen die beschikbaar zijn voor de ontwikkeling van dergelijke leerwerkarrangementen vanuit programmalijn 1. Ook willen we als gemeente met het Samenwerkingsverband vo Amsterdam-Diemen (SWV-VO), vmbo-, pro- en vso- scholen en het mbo bekijken hoe we de begeleiding vanuit het pro, vso en vmbo-b naar het mbo structureel kunnen inrichten en financieren. 5.
Voorlichting, oriëntatie en beroepskeuze Jongeren (én hun ouders) moeten al op jonge leeftijd een goed beeld krijgen van beroepsgericht onder wijs, wat het mbo is en welke (kansrijke) opleidingsen beroepsmogelijkheden het biedt. Net als een hbo, - of wo-opleiding zorgt een mbo-opleiding voor een goed arbeidsmarktperspectief. Een goed (aansluitend of sectoroverstijgend) lob-programma op het primair voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs is hierbij essentieel. Binnen de brede voorlichting en oriëntatie hebben we speciale aandacht zijn voor opleidingen met een duurzaam arbeidsperspectief, bijvoorbeeld in de techniek en de zorg. Vanuit de gemeente zetten we
kennismakelaars ‘kansrijke beroepen’ in. Zij bezoeken vo-scholen om vo-leerlingen en vo-docenten (vmbo én havo) te informeren over alle mogelijkheden die het mbo biedt. Specifiek voor de richting techniek komen we met een gezamenlijk loopbaan oriëntatieaanbod voor jongeren in het vo. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met werkgevers in de technische sector. Rolmodellen spelen daarin een belangrijke rol. Voor lob-programma’s die vo en mbo gezamenlijk ontwikkelen, is subsidie beschikbaar. Denk bijvoor beeld aan gastlessen, bedrijfsbezoeken, praktijk opdrachten, stages, of gesprekken tussen ouders en docenten. De extra middelen kunnen ook ingezet worden om leerlingen te laten reflecteren op eigen talenten en interesses. Ook het organiseren van korte meeloopstages voor vo-leerlingen om alvast kennis te maken met het mbo behoort tot de mogelijkheden. We stimuleren daarbij ook de samenwerking met het primair onderwijs. Ook is er subsidie beschikbaar voor initiatieven die bijdragen aan het mogelijk maken van switchen van studierichting. Want meer tijd nemen om een goede studierichting te kiezen is prima. Het geeft studenten meer mogelijkheden om zich beter te oriënteren op (kansrijke) beroepen. Tot slot willen we met deze subsidie initiatieven stimuleren die zich richten op vmbo- en havoleerlingen.
Zij kunnen rekenen op ondersteuning bij de overstap van het vo naar het mbo wanneer dat nodig is. Het is belangrijk dat zij zich goed kunnen verdiepen in alle opleidings mogelijkheden. Stadsbreed organiseren we een gezamenlijke Amsterdamse open dag voor het mbo. We bekijken of we dit samen kunnen laten gaan met een oriëntatie dag voor vo-leerlingen. De bestaande gezamenlijke website over de mogelijkheden op het Amsterdamse mbo gaan we versterken, zodat we permanent informatie bieden over beroepsgericht onderwijs, kansrijke beroepen/studierichtingen en AD-mogelijk heden.
2 In de PrO-ROC-opleidingen volgen jongeren een éénjarig onderwijstraject waarin pro/vso en de entree-opleidingen nauw samenwerken. In de praktijk betekent dit dat leerlingen elke week 1 dag onderwijs volgen op de mbo-instelling, 3 dagen stagelopen bij een erkend leerbedrijf en 1 dag onderwijs volgen op de eigen pro/vso-school
13 MBO-Agenda 2023-2027 De doelen van de MBO-agenda
Wat levert het op? • Meer zichtbaarheid in de stad van het mbo. Het mbo is aanwezig op toonaangevende evenementen (zoals Amsterdam 750, nationale opening mbo in Amsterdam, Skills the Finals). We laten de inzet, prestaties en meerwaarde van mbo-studenten nog meer zien in de stad – en daarbuiten. • In alle communicatie vanuit de gemeente gebruiken we niet langer de hoger-, en lager-terminologie. • We maken bestuurlijk afspraken met het vo, mbo en hbo over beroepsgericht doorlopend leren in Amsterdam. We stellen een minimumaantal door lopende leerroutes vast die we tot 2027 gaan ontwikkelen in de stad. We geven daarbij ook aan waar die routes moeten gaan komen, en op welke vakgebieden. • We stimuleren projecten met als doel bevordering van de aansluiting tussen het mbo en hbo, waar onder ontwikkeling en bekendheid van AD’s in Amsterdam.
14 MBO-Agenda 2023-2027 De doelen van de MBO-agenda
• Meer jongeren uit het praktijkonderwijs, voortgezet speciaal onderwijs en het vmbo-basis behalen een mbo-diploma of mbo-certificaat (praktijkleren). • Op alle vo-scholen (vmbo en havo) wordt studie keuzevoorlichting gegeven over alle mogelijk heden die het mbo biedt. Specifieke aandacht is er daarbij voor (kansrijk en duurzaam) arbeidsmarkt perspectief. We maken hierbij gebruik van kennis makelaars ‘kansrijke beroepen’. • Meer aandacht voor lob-programma’s op po, - en vo-scholen en mbo-instellingen heeft ertoe geleid dat jongeren een beter beeld hebben van beroepsgericht onderwijs en kansrijke beroepen. • Mbo-studenten weten de website over het Amsterdamse mbo te vinden. De student kan er actuele informatie over (kansrijke) studie- en beroepsmogelijkheden vinden.
3. A antrekkelijk en hoogwaardig mbo-onderwijs Aantrekkelijk en hoogwaardig mbo-onderwijs zorgt ervoor dat studenten bewust kiezen voor een mboopleiding. Het motiveert studenten om hun opleiding af te maken. Hoogwaardig onderwijs biedt studenten de mogelijkheid om het beste uit zichzelf te halen. Zo maken zij een goede start op de arbeidsmarkt. Voor hoogwaardig onderwijs is ruimte voor innovatie, onderzoek en goed gekwalificeerd onderwijs personeel nodig. Onderwijspersoneel moet brede ondersteuning krijgen om aantrekkelijk en relevant onderwijs te kunnen geven. Daarnaast moeten ze voldoende tijd en ruimte krijgen om studenten te begeleiden.
Wat gaan we doen? 1. Instroom, scholing en behoud van onderwijsprofessionals in het mbo. Goed onderwijspersoneel kan het verschil maken in de onderwijsloopbaan van een student. Maar onder zoek onder de Amsterdamse mbo-instellingen laat zien dat het personeelstekort in het mbo steeds groter wordt. Het personeelstekort is het grootst in de krapte-sectoren (techniek en ICT) en de avo-vakken (Nederlands en Rekenen). Maar ook Zorg en Welzijn krijgt de komende jaren te maken met een perso neelstekort. Daarom is het belangrijk dat het voor mbo-professionals aantrekkelijk blijft om in Amster dam te werken. Zij moeten zich te allen tijde gewaar deerd voelen. We vervolgen in de nieuwe MBOAgenda en de Lerarenagenda de ingezette maatregelen om het tekort tegen te gaan. De maat regelen richten zich op het aantrekken van nieuwe mbo-onderwijsprofessionals, het behoud van huidige mbo-onderwijsprofessionals en het omgaan met huidige tekorten. De inzet gericht op mbo-onderwijsprofessionals wordt in nauwe samenhang met de Lerarenagenda3 van de gemeente Amsterdam en het onderwijs uitgevoerd (zie ook hoofdstuk 6). Denk hierbij aan de inzet voor zij-instromers. Binnen Lerarenagenda werkten we de afgelopen jaren met een voortraject voor zijinstromers voor po. Deze groep krijgt intensieve begeleiding. Dit willen we vanuit de Lerarenagenda ook mogelijk maken voor de mbo-professionals.
Hiervoor wordt budget vanuit de MBO-Agenda beschikbaar gesteld. Speciale aandacht hebben we hierbij voor de sectoren en vakken waar de tekorten het grootst zijn. Via de MBO-Agenda is daarnaast subsidie beschikbaar voor het beter verbinden van de onderwijsprofessionals met het bedrijfsleven. Bijvoorbeeld door het lopen van stage in het werkveld. Daarnaast zetten we vanuit de MBO-Agenda subsidie in om het mentorschap versterken. Want de mentor speelt een cruciale rol in het leertraject van een jongere. Mentoren kunnen het sociale netwerk van studenten versterken en daarmee bijdragen aan hun studiesucces. Door een veelheid aan oorzaken kunnen mentoren deze rol vaak niet goed invullen. Met deze subsidie kunnen mentoren zich bijscholen. Voor deskundigheidsbevordering van mbo-professionals op het gebied van schoolveiligheid sluiten we aan bij de stedelijke schoolveiligheids aanpak. Vanuit de gemeente zetten we ons ook stadsbreed in om het voor mbo-professionals aantrekkelijk te maken om in de stad te werken. We organiseren verschil lende evenementen als blijk van waardering voor de inzet van Amsterdamse mbo-professionals – denk bijvoorbeeld aan het mbo-diner en de docenten conferentie. We zetten in op een campagne om de veelzijdigheid van het beroep van docent in het mbo onder de aandacht te brengen bij aspirant-docenten.
Meer open communicatie en aandacht voor docent schap in het mbo kan ervoor zorgen dat mensen sneller kiezen voor het vak. Tot slot ontwikkelen we voor alle mbo-professionals een online platform waarop de opbrengsten van MBO-Agenda projecten zichtbaar zijn. De professionals kunnen hier kennis en ervaring delen, en van elkaar leren. 2. Meer ruimte voor aanvullende begeleiding. Studenten die het – om welke reden dan ook – moeilijk hebben, verdienen de beste begeleiding van het beste onderwijspersoneel. Voor betere aan vullende begeleiding door docenten en mentoren op niveau 3 en 4 stellen we € 1,2 miljoen per jaar beschikbaar. Op niveau 1 en 2 hebben docenten die tijd en extra ruimte al door een hogere bekostiging vanuit het Rijk. De klassen zijn op die niveaus bijvoorbeeld kleiner. Op niveau 3 en 4 is dit vaak niet mogelijk, terwijl ook daar studenten zijn die extra ondersteuning nodig hebben om onderwijs te kunnen
3 Met de Lerarenagenda werkt de gemeente samen met het onderwijs aan het terugdringen van het lerarentekort. Dat doen we met maatregelen gericht op werving en behoud van leraren voor de stad.
15 MBO-Agenda 2023-2027 De doelen van de MBO-agenda
volgen en stage te lopen. Dit gaat zowel om studenten niveau 2 die doorstromen naar niveau 3 en 4, als om studenten die direct vanuit het vmbo doorstromen naar niveau 3 en 4. De subsidie is beschikbaar voor training van docenten/mentoren4/zorgcoördinatoren en om meer tijd vrij te maken voor de professional om de begeleiding te bieden.5 3. Mbo-instellingen als volwaardige kennisinstellingen Mbo-instellingen zijn volwaardige kennisinstellingen in onze samenleving. Daarom participeren zij in de onderzoeks- en innovatieprojecten in de stad. We stellen subsidie beschikbaar om deze participatie verder te stimuleren. We ontwikkelen stadsbrede practoraten waarin de Amsterdamse mbo-instellingen samenwerken. Een practoraat doet onderzoek en ontwikkelt kennis die bijdraagt aan een hoogwaardig onderwijsaanbod. Het draagt ook bij aan innovaties voor het mbo-onderwijs die inspelen op de continue veranderende vraag op de arbeidsmarkt. Voor de aanpak van grootstedelijke vraagstukken is diversiteit in onderzoek en de verbinding met vakmanschap noodzakelijk. In alle grote transities is de mbo’er immers onmisbaar. De veranderende vraag naar vakmanschap heeft invloed op wat er in het hbo en wo wordt onderzocht. Het heeft ook invloed op het beleid vanuit de gemeente.
Het Amsterdamse platform open research hanteert een brede definitie van onderzoek, beleid en ontwerp en is hiervoor een geschikte centrale plek waar alle inzichten kunnen samenkomen. We stimuleren dat het mbo een volwaardig onderdeel wordt van deze kennis infrastructuur. Ook zetten we ons ervoor dat het mbo partner wordt van de Amsterdamse City Deal Kennis Maken. Bovendien starten we een onderzoek naar gecombineerde practoraten-lectoraten in de techniek en technologie. Daarbij maken we onder meer gebruik van de netwerken van PPS-en. Tot slot zorgen ervoor dat mbo-instellingen, net als hogescholen en universiteiten, aangesloten worden bij de ontwikkeling van innovatiedistricten in de stad. We verbinden de bestaande en nog te ontwikkelen practoraten hieraan.
4. Studentparticipatie & talentontwikkeling Bij aantrekkelijk en hoogwaardig onderwijs hoort aandacht voor de student zelf. Mbo-studenten kunnen uit eigen ervaring aangeven wat er goed gaat en wat beter kan in het bestaande onderwijsaanbod. We willen luisteren naar de stem van de studenten. Projecten die hieraan bijdragen kunnen subsidie krijgen via de MBO-Agenda. Programma’s die mbostudenten de mogelijkheid geven om extracurriculaire vaardigheden op te laten doen, kunnen ook rekenen op subsidie. Het stelt studenten in staat meer inzicht te krijgen in hun passies en talenten. Het kan hierbij gaan om trainingen of activiteiten die buiten het reguliere onderwijsaanbod vallen en een bijdrage leveren aan de brede ontwikkeling van mbostudenten. We stimuleren ontmoeting tussen studenten van verschillende niveaus, opleidingen en sectoren. We zorgen er ook voor dat mbo-studenten aan Amsterdamse mbo-instellingen mee kunnen doen aan stadsbrede talentontwikkelprogramma’s. Binnen die programma’s is veel aandacht voor vaardigheden zoals presenteren en netwerken. We gaan daarom verder met de al bestaande programma’s Madeby020 en de MBO Denktank. Via Madeby020 2.0 krijgen studenten de mogelijkheid om te werken aan hun werknemersvaardigheden, aan hun creatieve vaardigheden en aan zelfredzaamheid.
Het mbostudentendebat is hier onderdeel van en biedt mbo’ers ervaring met debatteren en de mogelijkheid hun politieke participatie te vergroten. Via de MBODenktank vragen we studenten om mee te denken over gemeentelijk beleid en vraagstukken van twee externe opdrachtgevers. Tot slot starten we in september 2023 met het mbo-traineeship bij de gemeente Amsterdam voor net afgestudeerde mbo’ers.
4 Ook wel Studieloopbaanbegeleider (slb-er) of -coach genoemd 5 Door bijvoorbeeld kleinere klassen of om bij klassen waar dat nodig is, een extra onderwijsassistent in de klas te zetten voor extra begeleiding en aandacht voor studenten in de klas
16 MBO-Agenda 2023-2027 De doelen van de MBO-agenda
Wat levert het op? • Zij-instromers, startende docenten en instructeurs krijgen een begeleidingstraject en blijven hierdoor langer werkzaam in het Amsterdamse mbo. • Mbo-onderwijsprofessionals zijn nog beter verbonden met het bedrijfsleven. • Een deel van de mentoren in het mbo heeft zich geschoold. • Het mbo-diner en de docentenconferentie hebben succesvol plaatsgevonden en worden positief beoordeeld door mbo-professionals. • Er is aanvullende begeleiding voor studenten op niveau 3 en 4 die dit nodig hebben.
17 MBO-Agenda 2023-2027 De doelen van de MBO-agenda
• Mbo-instellingen nemen actief deel aan de innovatiedistricten in de stad. • Mbo-instellingen ontwikkelen nieuwe innovatieve practoraten. • Minimaal 100 mbo-studenten nemen jaarlijks deel aan talentontwikkelingsprogramma’s, zoals de MBO-Denktank en Madeby020. • Het mbo-traineeship binnen de gemeente Amsterdam is in september 2023 succesvol gestart en wordt doorontwikkeld.
4. Extra inzet via het Plusprogramma Er is een groep overbelaste jongeren die tijdelijk of langdurig(er) geen aansluiting vindt in het reguliere mbo. Dat heeft vaak als oorzaak dat zij te maken hebben met complexe, meervoudige, gestapelde problematiek. Zij hebben kleinschalig onderwijs met intensieve begeleiding nodig om hun talenten te ontdekken en te laten bloeien. Daarnaast geven professionals urgente signalen af dat groepen Amsterdamse jongeren steeds jonger in aanraking komen met criminaliteit. Hierdoor onderbreken zij vaak hun onderwijsloopbaan. Dit beperkt hun kansen op een succesvolle schoolloopbaan. Juist deze groep heeft een aantrekkelijk perspectief met onderwijs, stages en werk hard nodig.
Wat gaan we doen? 1. De beste scholen voor deze doelgroep. Sinds 2009 is er subsidie vanuit de gemeente Amsterdam voor overbelaste jongeren. Zij kunnen kleinschalig onderwijs met extra begeleiding volgen op de Plusscholen ROC op Maat (ROCvA/F) en de Amsterdamse Plus (ROC TOP). Deze voorzieningen noemen we voortaan het Plusprogramma. Het Plus programma richt zich op diplomering, maar ook op brede competentieontwikkeling. De Plusscholen bieden opleidingen aan op mbo niveau 1 en niveau 2. Per jaar is er plek voor ongeveer 600 jongeren. De subsidie aan de Plusscholen zetten we voort. We maken daarbij afspraken met de mbo-instellingen om van de Plusscholen de allerbeste scholen van Amsterdam te maken. Onze ambitie is om deze scholen alles te bieden wat de jongere nodig heeft om vooruit te komen en een plek binnen de samen leving te verwerven. Daar zijn mooie schoolgebouwen op inspirerende locaties voor nodig, goede professionals en samenwerking met interessante bedrijven. Hier moeten we ongelijk investeren om gelijke kansen te bieden. We helpen de Plusschool docenten en andere professionals om deze jongeren nog aantrekkelijker onderwijs te bieden door: • We ondersteunen docenten van de Plusscholen door trainingen en studiedagen.
• We spannen ons gezamenlijk in om interessante bedrijven aan de Plusscholen te binden. Dat maakt dat jongeren relevante stages kunnen lopen met uitzicht op een mooie baan. • We maken afspraken over hoe we studenten kunnen helpen nog succesvoller te zijn in het onderwijs en bij hun stage. Dit doen we door de goede samenwerking tussen de gemeentelijke ondersteuning voor studenten (MBO Jeugdteam, Leerplicht, Jongerenpunt, budgetcoach) en de professionals op de scholen voort te zetten en te verbeteren. • We maken afspraken over welke eisen we stellen aan de basiskwaliteit en de monitoring van het onderwijs op de Plusscholen. • Tot slot maken we afspraken over hoe de Plus scholen onderling beter kunnen samenwerken. De zes Plusscholen in de stad hebben elk hun eigen expertise. Door samen te werken, onder andere op gebied van intake, komen studenten op de school die het beste bij ze past. • We hebben oog voor de kansen en mogelijkheden voor deze jongeren om door te studeren. De jongeren die in staat zijn om door te stromen naar niveau 3 en 46, hebben voorrang op de aanvul lende ondersteuning voor studenten niveau 3 en 4. Dit beschrijven we in programmalijn 3. Deze afspraken tussen gemeente en mbo-instellingen werken we uit in het Samenwerkingsdocument Plusscholen Amsterdam 2023-2027. 2. School als aantrekkelijk alternatief.
Professionals geven urgente signalen dat groepen Amsterdamse jongeren steeds jonger in aanraking komen met (steeds zwaardere) criminaliteit. Hierop zetten we in vanuit de Amsterdamse aanpak school veiligheid. Daarnaast willen we de jongeren om wie het gaat, ervan overtuigen dat school een beter alternatief is voor thuiszitten of criminaliteit. We onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om te voorkomen dat jongeren die in aanraking zijn gekomen met criminaliteit hun onderwijsloopbaan (moeten) onderbreken. Bijvoorbeeld door te voor komen dat studenten worden uitgeschreven als zij in detentie zitten.
6 Dit betreft ongeveer 11% van de plusschool studenten, +/- 60 jongeren per jaar, bron: SEO, 2020
18 MBO-Agenda 2023-2027 De doelen van de MBO-agenda
Wat levert het op? • Circa 600 jongeren per jaar kunnen onderwijs in een lager tempo en in kleinere klassen volgen (via Plusscholen). • Studenten krijgen onderwijs op de mooiste scholen en de beste plekken: de Plusscholen bieden aantrekkelijk onderwijs, stage, - en werkmogelijk heden door verbinding met interessante bedrijven o.a. via publiek private samenwerking. Er zijn goede faciliteiten en studenten krijgen de onder steuning die zij nodig hebben.
19 MBO-Agenda 2023-2027 De doelen van de MBO-agenda
• Voor jongeren die in aanraking (dreigen te) komen met criminaliteit biedt het mbo-onderwijs een duurzaam perspectief.
5. Duurzame inzetbaarheid en Leven Lang Ontwikkelen Aandacht voor een leven lang ontwikkelen (llo) bij werkgevers, werknemers en studenten draagt bij aan duurzame inzetbaarheid en aan wendbaarheid en weerbaarheid. Dat is nodig om te kunnen blijven meedoen op een conjunctuurgevoelige arbeidsmarkt die steeds sneller verandert. Op dit moment zien we dat mbo-geschoolden zich minder dan andere werknemers laten bijscholen. Hier is een belangrijke taak voor het mbo weggelegd: zij kunnen modulair aanbod hiervoor ontwikkelen en voor alle doelgroepen aanbieden. Dat maakt ook dat jongeren nut en noodzaak zien om zich ook na hun afstuderen te blijven ontwikkelen. Op dit moment hebben mbo-instellingen een beperkt aanbod van maatwerkopleidingen en flexibele instroom. Veel private (en vaak dure) opleidingen springen in dit gat, terwijl publieke opleidingen voor iedereen toegankelijk en betaalbaar zijn. Vooral voor jongeren die op jonge leeftijd zijn gaan werken en graag nog een opleiding willen volgen maar geen vier jaar meer in de schoolbanken willen, is er meer aanbod nodig. Amsterdam streeft naar een arbeidsmarkt waarin het vanzelfsprekend is dat je blijft leren en jezelf blijft ontwikkelen. Dat betekent dat mbo-instellingen ruimte moeten bieden aan werkenden om modulair onderwijs te volgen of certificaten te behalen.
Mboinstellingen zouden daarbij een intensief alumnibeleid moeten voeren. Oud-studenten blijven het dan vanzelfsprekend vinden om af en toe terug naar school te gaan voor bijscholing. Werkgevers kunnen bijdragen aan die leercultuur door hun medewerkers tijd en/of middelen te geven om bij te scholen. De inzet op deze programmalijn sluit nauw aan op de inzet uit programmalijn 1 gericht op de samenwerking onderwijs en bedrijfsleven. Het stimuleren van duurzame inzetbaarheid en leven lang ontwikkelen vraagt inzet en betrokkenheid van werkgevers. Waar in programmalijn 1 de nadruk meer ligt op mbostudenten, kent programmalijn 5 een stevigere focus op werkenden en mbo-alumni.
20 MBO-Agenda 2023-2027 De doelen van de MBO-agenda
Wat gaan we doen? 1. Flexibilisering en modulair aanbod We willen jongeren, zij-instromers en werkenden die zich verder willen scholen de mogelijkheid geven om op het mbo één of meerdere modules te volgen om een certificaat of andere erkenning te behalen. Mboinstellingen kunnen in dat kader subsidie aanvragen voor het ontwikkelen van modulair aanbod. Dit kan gaan om het vrijroosteren van onderwijsprofessionals, inhuren van expertise, of het bieden van financiële ruimte voor een pilotperiode als er weinig studenten zijn. Juist jongeren, zij-instromers en werkenden met een opleidingsachtergrond mbo niveau 1 en 2 moeten gebruik kunnen maken van de mogelijkheden voor een leven lang ontwikkelen. Die afspraak willen wij als gemeente met de mbo-instellingen maken. Daarvoor is het nodig dat de doelgroep kan instromen in maat werktrajecten die aansluiten bij hun behoefte. De gemeente begeleidt vanuit de inzet op participatie veel inwoners met een opleidingsachtergrond op mbo niveau 1 en 2. We bekijken hoe we de warme overdracht vanuit de begeleiding van de gemeente naar een (maatwerk)opleiding kunnen verbeteren. Specifiek voor jongeren tot en met 27 jaar die begeleid worden door de gemeente inventariseert het Jongerenpunt welke onderwijsachtergrond, - en behoefte zij hebben.
Daarnaast gaan we als gemeente met een aantal opleidingen van verschillende mbo-instellingen onderzoeken of het mogelijk is voor studenten om vakken/modules te volgen bij een andere mboinstelling dan waar ze hun hoofdopleiding volgen. Op hogescholen en universiteiten is dit al langere tijd gebruikelijk. Gezamenlijk zetten we ons in voor een steviger positie van het mbo in het netwerk van het Regionaal Werkcentrum en het Regionaal mobiliteits team. 2. Skills en werknemersvaardigheden. We zetten in op skills en werknemersvaardigheden, zodat studenten goed zijn voorbereid op hun stage en baan. Daarnaast is het belangrijk dat studenten al tijdens hun opleiding het belang zien van een leven lang leren – ook na hun opleiding. Mbo-instellingen kunnen subsidie aanvragen voor projecten waarbij mbo-studenten leren om zich voor te bereiden op hun stap naar de arbeidsmarkt. Daarbij kunnen bijvoor beeld onderwerpen als ondernemersvaardigheden en netwerken aan de orde komen.
3. Loopbaanpaden Als mensen bereid zijn om een switch naar een andere baan (en sector) te maken, is om- en bijscholing nodig. Vaak hebben ze echter nog geen compleet beeld van de opleidingsmogelijkheden en banen in die sector. Hiervoor zijn loopbaanpaden ontwikkeld. Geïnteresseerden kunnen via een loopbaandpad oriënteren welke baan bij hen past, en daarna (korte) opleidingstrajecten volgen om zich om te scholen. We zorgen voor (door)ontwikkeling van loopbaanpaden in de sectoren bouw & techniek, zorg & welzijn, ICT en logistiek. We gaan daarbij gerichte communicatie inzetten om mogelijk geïnteresseerden te wijzen op de mogelijkheden. 4. Publiek Private Samenwerkingen De PPS-en zijn een belangrijk instrument om leven lang ontwikkelen te bevorderen. De samenwerking tussen werkgevers en publieke en private opleiders maakt dat er relatief snel passend aanbod ontwikkeld wordt. Werkgevers en scholingsaanbieders informeren elkaar daarbij over wat nodig en mogelijk is. We stimuleren de ontwikkeling van zij-instroom trajecten in zowel het mbo als hbo. Ook stimuleren we modulair mbo-onderwijs met extra focus op techniek onderwijs. Vanuit het Nationaal Groeifonds wordt een regionale ontwikkelcoalitie LLO opgestart. Gemeente en mbo-instellingen zijn daarin partners.
In deze ontwikkelcoalitie vragen we aandacht voor het inzichtelijk maken van skills en het meer promoten van vraaggericht aanbod op leven lang ontwikkelen. Mbo-studenten, werkenden en hun werkgevers kunnen rekenen op onze ondersteuning bij leven lang ontwikkelen. Dit kan bijvoorbeeld door scholings middelen makkelijker toegankelijk te maken. Tot slot hebben we met het programma Oplus extra aandacht voor om, - en bijscholing van kwetsbare werkenden, zoals flexwerkers.7
Wat levert het op? • Er is meer modulair beroepsonderwijsaanbod voor zowel studenten als voor werkenden en werk zoekenden. Zo wordt het combineren van werken en leren eenvoudiger, met name in het publiek domein. • Meer jongeren, zij-instromers en werkenden met opleidingsachtergrond mbo niveau 1 en 2 maken gebruik van de mogelijkheden voor LLO op de mbo-instellingen. • Een steviger positie van het mbo in het netwerk van het RWC en het Regionaal mobiliteitsteam (RMT). • Voor de sectoren bouw & techniek, zorg & welzijn, ICT en logistiek zijn loopbaanpaden ontwikkeld waar zij-instromers gebruik van maken. • Met name mbo-geschoolden en werkenden in beroepen met weinig toekomstperspectief maken optimaal gebruik van (financierings)mogelijkheden voor om, - en bijscholing. • Ontwikkeling van ondernemersvaardigheden tijdens en na de opleiding voor (toekomstige) zelfstandige ondernemers via het programma Oplus.
7 Oplus is een samenwerking tussen onderwijs, gemeente en bedrijfsleven. Binnen Oplus faciliteren we de ontwikkeling van ondernemers, werknemers, werkzoekenden en studenten tot ‘wendbare professionals’.
21 MBO-Agenda 2023-2027 De doelen van de MBO-agenda
Michael
Meubelmaken Hout- en Meubileringscollege
4
Werkwijze van de MBO-Agenda 2023-2027
De gemeente heeft samen met de mbo-instellingen en andere stake holders de belangrijkste opgaven voor het mbo voor de komende vier jaar geformuleerd: kansengelijkheid, arbeidsmarktkrapte en gelijk waardigheid van het mbo en de mbo-student. Om aan deze opgaven te werken zijn er vijf doelen voor het Amsterdamse mbo geformuleerd. Elk doel heeft een eigen programmalijn.
Met de vijf doelen en bijbehorende programmalijnen kiezen we voor een nieuwe structuur. Hierdoor willen we meer focus aanbrengen in onze inzet. Daarbij kunnen we beter monitoren of de inzet van gemeente en mbo-instellingen bijdraagt aan onze gezamenlijke doelen. Tegelijkertijd behouden we de laagdrempe lige subsidiestructuur waarbij op de werkvloer, door onderwijsprofessionals (bottom up), wordt bepaald wat er concreet nodig is om de doelen van de MBOAgenda te bereiken. Bovendien gaan we meerjarige projecten stimuleren om meer (en langdurige) impact te genereren. Hiermee kiezen we voor minder, maar kwalitatief betere projecten. Halverwege de looptijd zullen we een midterm review laten uitvoeren. Aan de hand van die bevindingen kunnen we onze plannen bijstellen, waar nodig. De gemeente wil ongelijk investeren voor gelijke kansen. Dit betekent voor de MBO-Agenda dat we projecten en inzet stimuleren voor jongeren die de extra inzet het hardst nodig hebben. Projecten die zich inzetten voor studenten op niveau 1 en 2 en/of een positieve bijdrage leveren aan de ontwikkeling van - en jongeren uit - de stadsdelen Nieuw-West, Noord en Zuidoost financieren we met voorrang. Ook bij de stadsbrede, schooloverstijgende inzet van de gemeente zetten we ons specifiek in voor studenten niveau 1 en 2 en de stadsdelen Nieuw-West, Noord en Zuidoost.
Tot slot blijven we – net als in de vorige MBO-Agenda’s – innovatie stimuleren door projecten met voorrang te financieren die een duidelijk innovatief karakter hebben.
Aansturing De wethouder MBO en Economische Zaken stuurt samen met de bestuurders van de Amsterdamse mbo-instellingen en het SWV-VO op het bereiken van de doelen van de programmalijnen via het Bestuurlijk
23 MBO-Agenda 2023-2027 Werkwijze van de MBO-Agenda 2023-2027
Overleg MBO. De dagelijkse gang van zaken wordt aangestuurd door de afdelingen Onderwijs en Economische Zaken van de gemeente. Zij werken intensief samen met beleidsmedewerkers van de mbo-instellingen en het SWV-VO. De onderwijs professionals van de mbo-instellingen voeren zelf de subsidieprojecten uit. Uiteraard betrekken we met nadruk de mbo-studenten zelf. Mbo-studenten hebben via rondetafelgesprekken meegedacht over de doelen van de MBO-Agenda. De MBO-Agenda is daarnaast besproken met de studenten raden van de Amsterdamse mbo-instellingen. De komende vier jaar vragen we mbo-studenten om mee te denken over de gemeentelijke inzet voor mbostudenten, via de mbo-denktank. Ook vragen we mbo-studenten om input te geven voor de midterm review van de MBO-Agenda.
Instrumenten Mbo-instellingen en gemeenten zetten de volgende instrumenten in om de doelen van de programma lijnen te bereiken. 1. Subsidies voor: (meerjarige) projecten, Plus programma en aanvullende begeleiding studenten De projectsubsidies ondersteunen de opgaven en de programmadoelen van de MBO-Agenda. De speci fieke subsidie voor het Plusprogramma (programma lijn 4) is gericht op het voortzetten van de Plusscholen: zes kleinschalige locaties van ROCvA/F en ROC TOP voor de meest kwetsbare jongeren op niveau 1 en 2. De specifieke subsidie voor aanvullende begeleiding studenten (onderdeel programmalijn 3) is gericht op studenten niveau 3 en 4 die begeleiding nodig hebben om succesvol school en stage te doorlopen. De subsidieaanvragen vanuit de mbo-instellingen en het SWV-VO beoordelen we via het bestaande peer-
review proces. Dit betekent dat de afdelingen Onderwijs en Economische Zaken van de gemeente, samen met de beleidsmedewerkers van de mboinstellingen en het SWV-VO, de subsidieaanvragen beoordelen. Bij elk voorstel toetsen we of deze voldoet aan de subsidiecriteria. Hieruit volgt een advies namens het Bestuurlijk Overleg MBO8 aan het college van B&W. Het college neemt vervolgens een besluit over de subsidietoekenning. Deze manier van gezamenlijk beoordelen van de subsidieaanvragen sluit aan bij de nauwe samen werking die is ontstaan tussen de mbo-instellingen, het SWV-VO en de gemeente. 2. Publiek Private Samenwerkingen mbo, overheid en bedrijfsleven In verschillende PPS-en werken gemeente, bedrijfsleven en onderwijsinstellingen intensief samen om innovaties in leren en werken te realiseren. In veel van deze PPS-en is het mbo partner. Innovaties op de werkvloer worden op die manier adequaat vertaald in opleidingsprogramma’s. Deze samenwerking draagt eraan bij dat studenten betere beroepskwalificaties ontwikkelen. Het maakt het daarmee ook eenvoudiger om stages, opleidingsplekken en uiteindelijk werk te vinden. In deze agenda gaan we bestaande samen werkingen verder versterken en doorontwikkelen. We starten nieuwe samenwerkingen op, gericht op de opgaven kansenongelijkheid en arbeidsmarktkrapte. Dat doen we met investeringen in geld (subsidies) en menskracht.
Voor de opschaling van de PPS-en sluiten we aan bij het Nationaal Groeifonds. 3. Stadsbrede schooloverstijgende inzet voor het Amsterdamse mbo Binnen elke programmalijn zet de gemeente zich in om voor alle mbo-studenten en mbo-docenten activi teiten te organiseren. Zo zetten we in op studenten participatie & talentontwikkeling en op een regionaal stageconvenant. Daarnaast organiseren we bijvoor beeld het mbo-traineeship en bijeenkomsten gericht op het tegengaan van stagediscriminatie. Ook zetten de mbo-instellingen en de gemeente zich in om mbo-instellingen nadrukkelijker te betrekken bij de innovatiedistricten in de stad. We werken gezamenlijk aan het imago van het mbo, bijvoorbeeld door de nationale opening van het mbo-jaar in Amsterdam te organiseren. En in onze communicatie-uitingen spreken we niet meer over laag-, en hoogopgeleid. Tot slot zetten we ons sectoroverstijgend in voor
beroepsgericht onderwijs, door samenwerking tussen het voortgezet onderwijs, het mbo en het hbo in Amsterdam verder te verduurzamen. We organiseren nieuwe beroepsgerichte doorlopende leerroutes en begeleiding bij overstap. 4. Kennisdeling, onderzoek, monitoring en midterm review Kennisdeling We faciliteren dat de Amsterdamse mbo-instellingen van elkaar kunnen leren, kennis kunnen uitwisselen en als partners nog intensiever kunnen samenwerken. In april 2020 is daarom het project ‘Duurzaam innoveren en kenniscirculatie’ gestart. We zetten dit kennis circulatieproject de komende jaren voort. De deelnemers binnen een programmalijn komen minimaal drie keer per schooljaar bij elkaar. Deze bijeenkomsten geven de deelnemers de mogelijkheid om onderling kennis te delen en te netwerken op een onderwerp waar ze zelf actief bij betrokken zijn. Bovendien bekijken we hoe we de verbinding met het bedrijfsleven kunnen versterken door werkgevers bij onze bijeenkomsten uit te nodigen. Onderzoek We monitoren de ontwikkeling van de schoolloop banen van mbo-studenten en hun overstap naar de arbeidsmarkt. Waar nodig passen we ons beleid hierop aan. Dit geldt specifiek voor onze inzet op de jongeren die extra ondersteuning nodig hebben en op de ontwikkelingen in de tekortsectoren. Wanneer aanvullend onderzoek nodig is, zetten wij hier extra middelen voor in.
Monitoring en midterm review Monitoring van de opbrengsten is een belangrijk aandachtspunt binnen de nieuwe MBO-Agenda. De wethouder MBO en Economische Zaken zal de gemeenteraad elk jaar per programmalijn informeren over de voortgang en opbrengsten van de MBOAgenda. Halverwege de looptijd van de MBO-Agenda voeren we een midterm review uit om te bepalen of de opgaven, programmadoelen en werkwijze nog actueel zijn. Waar nodig passen we voor de resterende looptijd de MBO-Agenda aan. Ook hier informeren we de gemeenteraad over. Specifiek voor het Plus programma voeren we halverwege de looptijd een maatschappelijke kosten- en batenanalyse uit.
8 Het bestuurlijk overleg MBO bestaat uit de wethouder MBO en Economische Zaken en de bestuurders van de Amsterdamse mbo-instellingen en het SWV-VO.
24 MBO-Agenda 2023-2027 Werkwijze van de MBO-Agenda 2023-2027
5
Financiën
Filo docent Zorg en Welzijn ROC TOP
Het college investeert de komende vier jaar in totaal €34.160.000,– in de MBO-Agenda 2023-2027. Met deze integrale begroting brengen we de budgetten uit de (eerdere) programma’s van Economische Zaken en Cultuur inzake de aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt en van Onderwijs inzake het generieke mbo-beleid en de inzet voor jongeren in een kwetsbare onderwijspositie, samen voor het mbo.
Zoals in hoofdstuk 4 genoemd, valt de inzet van het college uiteen in verschillende onderdelen: Inzet per jaar
2023 (vanaf augustus)
2024
2025
2026
2027 (tot en met juli)
Totaal
Subsidie voor mbo-instellingen voor de 5 programmalijnen
€1.250.000,–
€3.000.000,–
€3.000.000,–
€3.000.000,–
€1.750.000,–
€ 12.000.000,–
Subsidie voor studenten met een aanvullende begeleidingsbehoefte (programmalijn 3)
€500.000,–
€1.200.000,–
€1.200.000,–
€1.200.000,–
€700.000,–
€ 4.800.000,–
Plusprogramma (programmalijn 4)
€1.125.000,–
€2.700.000,–
€2.700.000,–
€2.700.000,–
€1.575.000,–
€10.800.000,–
ntb
ntb
ntb
ntb
ntb
ntb
Stadsbrede schooloverstijgende inzet voor het Amsterdamse mbo
€460.000,–
€1.100.000,–
€1.100.000,–
€1.100.000,–
€640.000,–
€4.400.000,–
Onderzoek en kennisdeling
€110.000,–
€270.000,–
€270.000,–
€270.000,–
€160.000,–
€1.080.000,–
€50.000,–
€50.000,–
€50.000,–
€50.000,–
€200.000,–
Bijdrage aan publiek-private samenwerkingen
Deskundigheidsbevordering schoolveiligheid Onvoorzien Totaal
€90.000,–
€220.000,–
€220.000,–
€220.000,–
€130.000,–
€880.000,–
€3.555.000,–
€8.540.000,–
€8.540.000,–
€8.540.000,–
€4.985.000,–
€34.160.000,–
1. Subsidies voor de mbo-instellingen en het SWV-VO. Het grootste deel van het budget reserveren we voor subsidies aan de mbo-instellingen en het SWV-VO. De projecten/activiteiten van de mbo-instellingen moeten bijdragen aan een of meerdere doelen van de MBO-Agenda. De gedetailleerde voorwaarden voor aanvragen en toekennen van subsidies zijn uitgewerkt in de subsidieregeling MBO-Agenda 2023-2027.9 We investeren ongelijk voor gelijke kansen. Binnen de subsidieregeling stimuleren we daarom initiatieven voor niveau 1 en 2 studenten. Projecten gericht op niveau 1 en 2 studenten krijgen bij de verdeling van het subsidiebudget voorrang. Het budget wordt ingezet om deze jongeren vaardiger en weerbaarder te maken zodat hun kans op een succesvolle toekomst
groter wordt. Binnen de subsidieregeling stimuleren we daarnaast projecten uit de stadsdelen Nieuw-West, Noord, en Zuidoost. Dit kan zowel gaan om projecten die zich (voor het merendeel) inzetten voor jongeren uit één van de drie stadsdelen en/of projecten die zich inzetten voor of samenwerken met (maatschap pelijke) partners uit de stadsdelen. Tot slot stimuleren we innovatie: projecten met een duidelijk innovatief karakter krijgen ook voorrang bij de verdeling van de subsidiemiddelen aan mboinstellingen. Innovatie is in dit kader ‘het doelbewust introduceren en toepassen van ideeën, processen, producten of procedures die nieuw zijn voor het team of de organisatie en die bedoeld zijn om de organi satie of de samenleving ten goede te komen.’