CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

A - 10 Ruimtelijke Ordening (22) 4. BP Jacob Geelbuurt Oost, fase 2 en 3 Toe

RAAD 22 december 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan Jacob Geelbuurt Oost, fase 2 en 3 VN2022-03549826.655 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

blz. 71

omgeving en bestaande bedrijven in de wijk worden niet beperkt in hun bedrijfsvoering aangezien de woningen/woonruimten niet maatgevend zijn. De aard en omvang van de toe te voegen woningen in het plangebied is zodanig dat deze geen nadelige gevolgen hebben voor de bestaande omgeving. Luchtkwaliteit: uit paragraaf 9.1 blijkt dat de herontwikkeling leidt niet tot een relevante verslechtering van de luchtkwaliteit leidt. Externe veiligheid: de herontwikkeling leidt niet tot de vestiging van nieuwe risicobronnen of een relevante verruiming van het groepsrisico (zie hoofdstuk 12). Water: de herontwikkeling heeft geen nadelige gevolgen voor de waterkwaliteit en waterhuishouding (zie hoofdstuk 16). Afval: gegevens op het gebied van het productieproces, gebruikte stoffen en technologieën (en de daarvan afgeleide afvalproductie, gebruik van grondstoffen, verontreiniging, hinder en risico's) is in deze fase logischerwijs nog niet voorhanden. Gezien de aard en relatief beperkte omvang van het project legt de voorziene activiteit geen bijzonder beslag op natuurlijke hulpbronnen. Ecologie: uit onderzoek is gebleken dat de herontwikkeling in overeenstemming met de Wet natuurbescherming aangezien er geen nadelige gevolgen zijn voor beschermde gebieden en/of beschermde soorten (zie hoofdstuk 15).

Gemeente Amsterdam

blz. 72

bestemmingsplan_Jacob Geelbuurt Oost, fase 2 en 3 (vastgesteld)

blz. 73

Hoofdstuk 6 6.1

Verkeer

6.1.1

Autoverkeer

Verkeer en parkeren

De huidige verkeersstructuur van de Jacob Geelbuurt is beschreven in paragraaf 2.4.1. De herontwikkeling die het voorliggende bestemmingsplan mogelijk maakt leidt niet tot een relevante aanpassing van die verkeersstructuur doordat de bestaande doorgaande wegen gehandhaafd blijven. Gemotoriseerd verkeer dat van en naar het plangebied rijdt zal daardoor, net als in de huidige situatie, vooral via de Comenuisstraat en de Hemsterhuisstraat rijden. Wel wordt de doodlopende woonstraat naar het Hermanus van der Tuukhof aangepast maar dat heeft geen gevolgen voor de verkeersstructuur. Omdat het bestemmingsplan een intensivering van het plangebied mogelijk maakt zal er extra verkeer op de omliggende wegen gaan ontstaan. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het noodzakelijk om na te gaan of de bestaande verkeersstructuur het verkeer na herontwikkeling op een goede manier kan afwikkelen. Daarbij dient ook rekening te worden gehouden met concrete plannen in de omgeving. In de Jacob Geelbuurt Oost zijn momenteel 312 sociale huurwoningen aanwezig en drie bedrijfsruimtes in gebruik (400 m²). In de toekomstige situatie zijn vooralsnog 511 woningen voorzien, waarbij het in fase 1 en 2 om 224 sociale huur, 143 middeldure huur, 31 middeldure koop en 63 marktwoningen (vrije sector koop) gaat.

Bij fase 3 zullen van de circa 52 woningen minimaal 50% tot middeldure huur behoren en de rest tot sociale huur. De nieuwe woningen in fase 1 t/m 3 leiden tot een toename van circa 200 woningen. Er is sprake van (minimaal) 320 m² bedrijfsruimtes waardoor het oppervlak aan bedrijfsruimtes met circa 80 m² afneemt. Om de verkeersgevolgen van het project inzichtelijk te maken kan gebruik worden gemaakt van landelijke verkeerskencijfers van het CROW, zoals bedoeld in CROW publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren; Van parkeerkencijfers naar parkeernormen'. In deze publicatie is voor huurappartementen midden/goedkoop in een gebied als Slotervaart een verkeerskencijfer van 2,8 verkeersbewegingen per woning per etmaal aangegeven, voor middeldure koopappartementen 4,7 verkeersbewegingen per woning per etmaal en voor dure koopappartementen 6,4 verkeersbewegingen per woning per etmaal. Voor bedrijfsruimtes is een verkeerskencijfer van 3,2 verkeersbewegingen per 100 m² bvo aan de orde (kantoor zonder baliefunctie): Huidige situatie: De 312 sociale huurwoningen leiden in de bestaande situatie tot 874 motorvoertuigen per etmaal en de 400 m² bedrijfsruimtes tot 13 motorvoertuigen per etmaal. In de huidige situatie is er daardoor sprake van 887 motorvoertuigen per etmaal.

Toekomstige situatie: De nieuwe woningen leiden voor wat betreft de sociale huur en middenhuur (367 in fase 1 en 2 en 52 in fase 3) tot 1.174 motorvoertuigen per etmaal, voor wat betreft de middeldure koop (31 in fase 1 en 2) tot 146 motorvoertuigen per etmaal en voor de vrije sector koop (63 in fase 1 en 2) tot 404 motorvoertuigen per etmaal. De 320 m² bedrijfsruimtes leidt tot 11 motorvoertuigen per etmaal. In de toekomstige situatie zal er daardoor sprake zijn van 1.394 motorvoertuigen per etmaal. De gehele vernieuwing van de Jacob Geelbuurt Oost (dus ook inclusief fase 1) leidt gelet op het voorgaande tot een toename van 507 motorvoertuigen per etmaal. Een toename van het verkeer met 507 motorvoertuigen per etmaal heeft geen relevante gevolgen voor de verkeersdruk op de omliggende wegen. De betreffende wegen in de omgeving hebben voldoende capaciteit om het verkeer op een aanvaardbare wijze af te wikkelen. Bovendien is de verwachting dat de daadwerkelijke toename van het aantal motorvoertuigen per etmaal lager zal zijn aangezien niet iedere bewoner een eigen auto zal

Gemeente Amsterdam

blz. 74

hebben. In Nieuw-West is het gemiddelde autobezit bijvoorbeeld 0,43 auto's per 1-persoonshuishouden en 0,82 auto's per 2-persoonshuishouden (bron: Nota parkeernormen Auto). 6.1.2

Fietsverkeer

Direct ten zuiden van het plangebied bevindt zich een belangrijke oost-westroute voor fietsers, namelijk de fietsstroken van de Comeniusstraat (Hoofdnet Fiets). Ook de vrijliggende fietspaden van de Robert Fruinlaan zijn op korte afstand gelegen. Deze fietsroutes zijn belangrijke schakels in oost-westverplaatsingen voor fietsers richting de binnenstad en richting de andere Westelijke Tuinsteden. Om de noord-zuidroutes verder te verbeteren zal er in de groenzone ten oosten van het plangebied een nieuwe noord-zuidgerichte fietsroute worden aangelegd. Het plangebied zal daardoor volledig zijn aangehaakt op het fijnmazige fietsnetwerk van Amsterdam en daarmee het fietsgebruik bevorderen. 6.1.3

Openbaar vervoer

Vanwege de loopafstand is voor het plangebied vooral ov-knooppunt Lelylaan van belang. Door de intensivering van het plangebied, de korte loopafstand en de verschillende vormen van openbaar vervoer zal het gebruik van het openbaar vervoer verder worden gestimuleerd.

6.2

Parkeren

6.2.1

Auto's

In de Jacob Geelbuurt geldt betaald parkeren. In de huidige situatie parkeren bewoners grotendeels op straat. In de nieuwe situatie zullen alleen bewoners die terugkeren naar de nieuwbouw en die over een parkeervergunning beschikken op straat parkeren, alsmede bezoekers van de woningen. Nieuwe bewoners zullen op eigen terrein parkeren. In de Nota Parkeernormen Auto geldt voor nieuwe woningen op de locatie als de onderhavige een maximumparkeernorm van 1 parkeerplaats per woning. Ook gelden er minimum normen. Deze zijn als volgt: a. Voor vrije sectorwoningen (koop en huur): 1. Bij woningen tot 30 m² bvo, een minimumnorm van 0,1 tenzij het project met minder dan 100 woningen in deze categorie betreft. In dat geval is de norm 0,0 parkeerplek per woning. 2. Woningen tussen 30 m² en 60 m² bvo, een minimumnorm van 0,3 parkeerplek per woning. 3. Woningen boven de 60 m² bvo, een minimumnorm van 0,6 parkeerplek per woning. b. Voor alle soorten sociale en middeldure huurwoningen, geen minimumparkeernorm.

Gelet op het beoogde programma voor de Jacob Geelbuurt Oost (419 sociale huur en middeldure huur en 94 vrije sector- en koopwoningen) zijn de volgende aantallen parkeerplaatsen aan de orde: Sociale en middeldure huur: minimaal 0 en maximaal 419 parkeerplaatsen; Marktwoningen: minimaal 57 en maximaal 94 parkeerplaatsen, uitgaande van de hoogste minimale norm (woningen boven 60 m² bvo, worst-case).

Gelet op het voorgaande dienen binnen Jacob Geelbuurt Oost (fase 1 t/m 3) op eigen terrein minimaal 57 parkeerplaatsen te worden gerealiseerd, met een maximum van 513 parkeerplaatsen. In het bestemmingsplan is parkeren toegestaan in en/of onder de binnenterreinen van de nieuwe hoven in fase 2 en 3. Verder is er een dynamische verwijzing opgenomen naar het gemeentelijk parkeerbeleid. In de bestemmingsplan_Jacob Geelbuurt Oost, fase 2 en 3 (vastgesteld)

blz. 75

planvorming voor fase 1 is ook rekening gehouden met parkeren op eigen terrein. Parkeeroverlast voor de omgeving is daarmee uitgesloten, ook omdat nieuwe bewoners worden uitgesloten van parkeervergunningverlening. Alleen terugkeerders die al over een parkeervergunning beschikken komen nog in aanmerking voor parkeren op straat. Bezoekers van de bedrijfsruimtes zullen wel op straat parkeren, tegen betaling van het geldende parkeertarief. Omdat de omvang aan bedrijfsruimtes ten opzichte van de huidige situatie afneemt (circa 80 m²) en het parkeren door bezoekers vooral overdag plaatsvindt (als de parkeerdruk laag is) heeft het parkeren door bezoekers van de bedrijfsruimtes geen nadelige gevolgen voor de parkeerdruk in de omgeving. 6.2.2

Fietsen en scooters

Om parkeeroverlast van fietsen en scooters te voorkomen is het van belang om voldoende fiets- en scooterparkeerplaatsen te maken. In de Nota Parkeernormen Fiets en Scooter zijn richtlijnen aangegeven voor het parkeren van fietsen en scooters bij woonfuncties. In de plannen voor de nieuwbouw wordt rekening gehouden met voldoende fiets- en scooterparkeerplaatsen, conform de Nota Parkeernormen Fiets en Scooter. De nadere uitwerking daarvan volgt in een later stadium.

Gemeente Amsterdam

blz. 76

bestemmingsplan_Jacob Geelbuurt Oost, fase 2 en 3 (vastgesteld)

blz. 77

Hoofdstuk 7

Ladder voor duurzame verstedelijking

Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) aangepast. Teneinde een zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren dient op grond van artikel 3.1.6 Bro bij het mogelijk maken van een nieuwe stedelijke ontwikkeling gemotiveerd te worden dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte. Er dient dus te worden aangetoond dat er een behoefte bestaat aan de realisatie van maximaal 511 woningen/woonruimten en 320 m² bedrijfsruimtes, ter vervanging van 312 bestaande woningen en 400 m² bedrijfsruimtes.

7.1

Woningbehoefte

De handreiking bij de ladder voor duurzame verstedelijking geeft aan dat hantering van de ladder beoogt dat er voldoende behoefte bestaat binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de woningbouwontwikkeling. De behoefte bij een woonplan wordt bepaald door de confrontatie van de lange termijn prognose van de vraag naar woningen, met het woningaanbod in de bestaande plancapaciteit om in die vraag te voorzien. Naast kwantitatieve aspecten, kunnen ook kwalitatieve aspecten een rol spelen bij de beschrijving van de behoefte. Bij woningen kan daarbij vooral worden gedacht aan specifieke woontypen, wooncategorieën en woonmilieus. In Nederland zal de onderlinge samenhang tussen regio's in de toekomst vooral gezocht worden in het vormen van een netwerk van steden en regio's met elk een eigen identiteit en goede bereikbaarheid. Dit is noodzakelijk om tegengewicht te bieden aan de concurrerende internationale regio's. De samenwerking in de metropoolregio in Amsterdam is hiervoor een voorbeeld, waarbij niet gezocht wordt naar onderlinge concurrentie, maar naar elkaar aanvullende identiteiten. Deze samenhang vertaalt zichzelf ook naar de woningmarkt. De Amsterdamse woningmarkt wordt ook steeds meer bekeken in zijn metropolitane context (zie ook paragraaf 3.3.2).

Amsterdam en haar omliggende gemeenten zijn communicerende vaten: het aantal verhuisbewegingen tussen centrum en periferie is enorm. Een steeds groter deel van Amsterdam leent zich voor het ontwikkelen van stedelijke leefmilieus, met grote bebouwingsintensiteit, appartementen en menging van functies. Voor het suburbane wonen leent de regio zich veel beter, alsmede de periferie van de kernstad. Ondanks de suburbane groei manifesteert Amsterdam zich onverminderd als het centrum van die regio. De druk op de Amsterdamse woningmarkt is dan ook hoog. De schaarste op de woningmarkt doet zich alom voelen. In Amsterdam en omgeving zijn diverse plannen in uitvoering en in voorbereiding om de grote vraag naar woningen op te lossen (de zogenaamde planvoorraad) en tevens te voorzien in een woningvoorraad die aansluit bij de vraag vanuit de markt. De provincie Noord-Holland monitort de woningbouwontwikkeling en de woningbehoefte per regio, om inzicht te krijgen in de Noord-Hollandse woningbouwproductie. Zoals ieder jaar is onderzoek gedaan naar de plancapaciteit (aantal woningen in bestaande plannen) bij Noord-Hollandse gemeenten. In de Monitor Woningbouw 2020 van de provincie is voor de periode 2020-2025 een totale woningbehoefte van 64.800 woningen aangegeven voor de Metropoolregio Amsterdam (MRA). Voor de periode 2020-2030 bedraagt de totale behoefte 122.600 woningen voor de MRA.

In Amsterdam en omgeving zijn diverse plannen in uitvoering en in voorbereiding om de grote vraag naar woningen op te lossen (de zogenaamde planvoorraad) en tevens te voorzien in een woningvoorraad die aansluit bij de vraag vanuit de markt. In het Woonakkoord 2021-2025 (zie paragraaf 3.3.2) wordt voor Amsterdam uitgegaan van een woningbouwaantal van ongeveer 7.500 per jaar voor de periode tot aan 2025. Voor de langere termijn (2050) wordt uitgegaan van een groei van de woningvoorraad 5.000 per jaar. De Jacob Geelbuurt Oost behoort volgens het overzicht op de website www.plancapaciteit.nl met 271 extra woningen tot de plancapaciteit. De woningen/woonruimten die door middel van het voorliggende bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt maken daardoor onderdeel uit van de plancapaciteit.

Gemeente Amsterdam

blz. 78

7.2

Bedrijfsruimtes

In de huidige situatie is in het plangebied 400 m² aan bedrijfsruimtes aanwezig. In de nieuwe situatie gaat het om 320 m² aan bedrijfsruimtes. Dat is een afname van 80 m². Er is daardoor geen noodzaak om de behoefte aan te tonen. Los daarvan is er in Amsterdam behoefte aan kleinschalige bedrijfsruimtes.

bestemmingsplan_Jacob Geelbuurt Oost, fase 2 en 3 (vastgesteld)

blz. 79

Hoofdstuk 8 8.1

Geluid

Wegverkeerslawaai

Op grond van de Wet geluidhinder is akoestisch onderzoek verplicht voor nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen die worden gerealiseerd binnen de geluidzone van wegen die op grond van artikel 74 van de Wet geluidhinder (Wgh) zijn gezoneerd. Dit betreft wegen waar een maximum snelheid van meer dan 30 kilometer per uur geldt. Straten waar een maximum snelheid van 30 kilometer per uur of minder geldt zijn niet gezoneerd. De geluidbelasting ten gevolge van een zoneplichtige weg mag ter plaatse van de gevel van een woonfunctie of andere geluidsgevoelige bestemmingen conform artikel 82 van de Wgh ten hoogste 48 dB bedragen (voorkeursgrenswaarde). Indien de geluidbelasting ten gevolge van één van de wegen afzonderlijk hoger is dan de voorkeursgrenswaarde, kan er een hogere grenswaarde aangevraagd worden per weg. Het bestemmingsplan maakt nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen mogelijk in de geluidszones van de Cornelis Lelylaan (inclusief tram). Ook ligt het plan binnen de invloedssfeer van 30 km/u wegen als de Jacob Geelstraaten, de Comenuiusstraat en de Hemsterhuisstraat. Er dient daarom door middel van akoestisch onderzoek te worden nagegaan wat de geluidbelasting op de gevels van de nieuwe geluidsgevoelige functies zal zijn.

Indien er sprake is van een overschrijding van de voorkeurgrenswaarde dan zal ook moeten worden nagegaan of er sprake is van een stille zijde als bedoeld in het gemeentelijk geluidsbeleid (zie paragraaf 8.4). Door Buro Bouwfysica is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar onder meer wegverkeerslawaai voor fase 2 en 3 van de Jacob Geelbuurt Oost (werknummer 21180.03 d.d. 25 april 2022, zie bijlage 2). Uit het onderzoek blijkt ten aanzien van wegverkeer het volgende: 1. Cornelis Lelylaan: de maximaal berekende geluidbelasting bedraagt 54 dB (inclusief aftrek artikel 110g) op de bovenste bouwlagen van de zuidelijke gevel van het zuidelijke bouwblok van het plangebied. Deze berekende geluidbelasting is hoger dan de voorkeurswaarde, maar lager dan de maximaal toelaatbare waarde zodat een dove gevel niet nodig is. Er dient wel te worden nagegaan of maatregelen mogelijk zijn om de geluidsbelasting te verlagen. Als deze maatregelen niet of onvoldoende mogelijk zijn, dan zijn hogere grenswaarden nodig. Bij de overige gevels van het bouwblok en de overige bouwblokken in het plangebied bedraagt de maximale geluidsbelasting minder dan 48 dB. Bij deze gevels en bouwblokken wordt voldaan aan de voorkeurgrenswaarde. 2. Niet gezoneerde 30 km/u-wegen: De maximale geluidsbelasting vanwege de niet-gezoneerde Jacob Geelstraat bedraagt 51 dB.

Dat is 3 dB hoger dan de voorkeurgrenswaarde voor gezoneerde wegen. De maximale geluidsbelasting vanwege de Comeniusstraat bedraagt 50 dB. Voor de Jacob Geelstraat en de Comeniusstraat zijn geen hogere grenswaarden mogelijk. De maximale geluidsbelasting vanwege de Hemsterhuisstraat bedraagt minder dan 48 dB. Deze geluidsbelasting is lager dan de voorkeurgrenswaarde voor gezoneerde wegen. 3. De cumulatieve geluidsbelasting bedraagt maximaal 64 dB (exclusief aftrek artikel 110g). De cumulatieve geluidsbelasting voldoet aan het beleid van de gemeente. Uit de akoestische onderzoeken blijkt dat het wegverkeer op de Cornelis Lelylaan leidt tot een overschrijding van de voorkeurgrenswaarde bij het meest zuidelijke blok. De maximaal toelaatbare waarde wordt echter nergens overschreden. Er zijn daardoor geen dove gevels nodig vanwege wegverkeerslawaai. Voor de nieuwbouw waar sprake is van een overschrijding van de voorkeurgrenswaarde zullen hogere grenswaarden worden verleend aangezien bron-, en overdrachtsmaatregelen in dit geval niet doelmatig blijken te zijn (zie akoestisch onderzoek en hogere grenswaardenbesluit voor een nadere toelichting).

Gemeente Amsterdam

blz. 80

Het akoestisch onderzoek en het ontwerp-besluit om hogere grenswaarden te verlenen zijn behandeld in het TAVGA van 16 juni 2022. Het TAVGA is akkoord met het voornemen om vanwege het wegverkeer op de Cornelis Lelylaan een hogere waarde vast te stellen. Het hogere grenswaardenbesluit zal worden vastgesteld voordat het bestemmingsplan wordt vastgesteld.

8.2

Industrielawaai

Op grond van de Wet geluidhinder is akoestisch onderzoek verplicht voor nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen die worden gerealiseerd binnen de geluidzone van industrieterreinen die op grond van artikel 40 van de Wet geluidhinder (Wgh) zijn gezoneerd. De geluidbelasting ten gevolge van een gezoneerd industrieterrein mag ter plaatse van de gevel van een woonfunctie of andere geluidsgevoelige bestemmingen conform artikel 40 van de Wgh ten hoogste 50 dB(A) bedragen (voorkeursgrenswaarde). Indien de geluidbelasting hoger is dan de voorkeursgrenswaarde, kan er een hogere grenswaarde aangevraagd worden. Het plangebied is gelegen buiten de geluidscontour van een gezoneerd industrieterrein waardoor industrielawaai op voorhand geen belemmering is voor herontwikkeling. Akoestisch onderzoek is niet nodig.

8.3

Spoorweglawaai

Op grond van de Wet geluidhinder is akoestisch onderzoek verplicht voor nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen die worden gerealiseerd binnen de geluidzone van een spoorweg. De geluidbelasting ten gevolge van een spoorweg mag ter plaatse van de gevel van een woonfunctie ten hoogste 55 dB bedragen (voorkeursgrenswaarde). Indien de geluidbelasting ten gevolge van een spoorweg hoger is dan de voorkeursgrenswaarde, kan er een hogere grenswaarde aangevraagd worden. De spoorweg tussen Schiphol en Amsterdam Sloterdijk heeft ter hoogte van het plangebied een geluidszone met een breedte van 100 meter. Het bestemmingsplan bevindt zich daarmee ook binnen deze zone. Het bestemmingsplan maakt nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen mogelijk in de geluidszones. Er dient daarom door middel van akoestisch onderzoek te worden nagegaan wat de geluidbelasting op de gevels van de nieuwe geluidsgevoelige functies zal zijn. Indien er sprake is van een overschrijding van de voorkeurgrenswaarde dan zal ook moeten worden nagegaan of er sprake is van een stille zijde als bedoeld in het gemeentelijk geluidsbeleid (zie paragraaf 8.4). Door Buro Bouwfysica is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar onder meer spoorwegverkeerslawaai uitgevoerd voor fase 2 en 3 van de Jacob Geelbuurt Oost (werknummer 21180.03 d.d. 25 april 2022, zie bijlage 2).

Uit het onderzoek blijkt ten aanzien van spoorwegverkeer het volgende: 1. Spoorweg: de maximaal berekende geluidbelasting bedraagt 61 dB (inclusief aftrek artikel 110g) op de kopgevels van de bouwblokken met een maximum bouwhoogte van 18 meter. Deze berekende geluidbelasting is hoger dan de voorkeurswaarde, maar lager dan de maximaal toelaatbare waarde zodat dove gevels niet nodig zijn. Er dient te worden nagegaan of maatregelen mogelijk zijn om de geluidsbelasting terug te brengen. Als deze maatregelen niet of onvoldoende mogelijk zijn, dan zijn hogere grenswaarden nodig. Bij de overige blokken zijn de geluidsbelastingen lager maar deels nog wel hoger dan de voorkeurgrenswaarde. Voor deze blokken zijn ook hogere grenswaarden nodig indien maatregelen niet of onvoldoende mogelijk blijken te zijn. 2. Metro: de maximaal berekende geluidbelasting bedraagt 50 dB (inclusief aftrek artikel 110g) op de naar de metrolijn gerichte kopgevels van de blokken in het plangebied. Omdat voor de metro een andere voorkeurgrenswaarde geldt (48 dB), is er wel sprake van een overschrijding van de bestemmingsplan_Jacob Geelbuurt Oost, fase 2 en 3 (vastgesteld)

blz. 81

voorkeurgrenswaarde. De berekende geluidbelasting voldoet wel aan de maximaal toelaatbare waarde zodat dove gevels niet nodig zijn. Er dient te worden nagegaan of maatregelen mogelijk zijn om de geluidsbelasting terug te brengen. Als deze maatregelen niet of onvoldoende mogelijk zijn, dan zijn hogere grenswaarden nodig. Bij de overige blokken zijn de geluidsbelastingen lager dan de voorkeurgrenswaarde. 3. De cumulatieve geluidsbelasting bedraagt maximaal 64 dB (exclusief aftrek artikel 110g). De cumulatieve geluidsbelasting voldoet aan het beleid van de gemeente. Uit de akoestische onderzoeken blijkt dat het spoorwegverkeer leidt tot een overschrijding van de voorkeurgrenswaarde bij de blokken. De maximaal toelaatbare waarde wordt echter nergens overschreden. Er zijn daardoor geen dove gevels nodig vanwege spoorwegverkeerslawaai. Voor de nieuwbouw waar sprake is van een overschrijding van de voorkeurgrenswaarde zullen hogere grenswaarden worden verleend aangezien bron-, en overdrachtsmaatregelen in dit geval niet doelmatig blijken te zijn (zie akoestisch onderzoek en hogere grenswaardenbesluit). Het akoestisch onderzoek en het ontwerp-besluit om hogere grenswaarden te verlenen zijn behandeld in het TAVGA van 16 juni 2022. Het TAVGA is akkoord met het voornemen om vanwege het spoorwegverkeer een hogere waarde vast te stellen.

Het TAVGA merkt nog wel op dat een verhoging van het geluidscherm langs het spoor het woon- en leefklimaat in het gebied kan verbeteren en geeft in overweging in het plangebied de mogelijkheden hiervoor te onderzoeken. Omdat het verhogen van het geluidscherm niet doelmatig blijkt te zijn, is in het kader van de herontwikkeling geen rekening gehouden met deze aanbeveling. Het hogere grenswaardenbesluit zal worden vastgesteld voordat het bestemmingsplan wordt vastgesteld.

8.4

Stille zijdes

Volgens het gemeentelijk geluidbeleid dient een nieuw te realiseren woning te zijn voorzien van een stille zijde, in de zin dat de woning minimaal beschikt over een gevel of geveldeel waar de geluidbelasting voldoet aan de voorkeurswaarde en deze gevel of dit geveldeel grenst aan de geluidsgevoelige ruimte en beschikt over een raam dat een zodanige spuiventilatie kent dat voldaan wordt aan de desbetreffende eisen van het Bouwbesluit 2012. Uit het onderzoek dat door Buro Bouwfysica is uitgevoerd blijkt dat de woningen in de voorgenomen bebouwing voor een deel automatisch al over stille zijdes zullen beschikken. De toekomstige woningen die grenzen aan een geluidsbelaste gevel en geen geluidluwe gevel hebben zullen moeten worden voorzien van aanvullende maatregelen. Deze maatregelen moeten ervoor zorgen dat de geluidbelasting op (een deel) van de gevel onder de voorkeursgrenswaarde (wettelijke norm) komt. Dit kan op verschillende manieren worden gerealiseerd, bijvoorbeeld: Voldoende hoge gesloten borstwering en absorberend plafond bij de buitenruimte of galerijen; Afsluitbare buitenruimte/loggia's; Comfortbox: geluidreducerend lamellenrooster aan de binnenzijde afsluitbaar (ventilatieluik); 'Voorzetbeglazing; Hafencity-fenster of Harbour Fenste; Of een combinatie van bovengenoemde maatregelen.

Voor de toekomstige woningen in het plangebied die uitsluitend aan een geluidsbelaste gevel zijn gelegen is een oplossing te vinden waardoor deze alsnog voldoende geluidluw worden. Bij het definitief ontwerp van de gebouwen zal dit nader worden uitgewerkt. Conform het gemeentelijk geluidsbeleid is in de bouwregels vastgelegd dat alle woningen/woonruimten

Gemeente Amsterdam

blz. 82

worden voorzien van een stille zijde.

bestemmingsplan_Jacob Geelbuurt Oost, fase 2 en 3 (vastgesteld)

blz. 83

Hoofdstuk 9 9.1

Luchtkwaliteit

Wet milieubeheer (luchtkwaliteitseisen)

Voor luchtkwaliteit is titel 5.2 van de Wet milieubeheer (luchtkwaliteitseisen) kader. Daarin is bepaald dat bij het vaststellen van een bestemmingsplan moet worden voldaan aan grenswaarden voor onder andere stikstofdioxide en fijn stof. In het "Besluit niet in betekenende mate bijdragen" is bepaald dat indien een project kan worden beschouwd als "niet in betekenende mate" er geen toetsing aan de grenswaarden hoeft plaats te vinden. Deze grens is in het Besluit gesteld op 3%, wat betekent dat de concentratie stikstofdioxide of fijn stof met maximaal 3% mag toenemen als gevolg van de nieuwe ontwikkelingen die een bestemmingsplan toestaat. Als het meer is dan 3% moet worden getoetst aan de grenswaarden. In de "Regeling niet in betekenende mate bijdragen" is voor een aantal specifieke projecten een berekening gemaakt bij welk bouwprogramma er nog sprake is van "niet in betekenende mate". Dit is als het project betrekking heeft op maximaal 1.500 woningen of 100.000 m² kantoren (bij één ontsluitingsweg) of een combinatie van beiden. Voor de laatste categorie projecten is in de regeling een verdeelsleutel woningen-kantoren opgenomen. Het bestemmingsplan maakt nieuwe woningen/woonruimten mogelijk. Voor heel Jacob Geelbuurt Oost wordt uitgegaan van 511 woningen, ter vervanging van 312 bestaande woningen en 400 m2 bedrijfsruimte.

Dat is beduidend minder dan de maximaal 1.500 woningen die zijn genoemd in de "Regeling niet in betekenende mate bijdragen". Ook als rekening wordt gehouden met andere ontwikkelingen in de omgeving dan is er cumulatief sprake van minder dan 1.500 woningen. Het project is daarmee aan te merken als 'niet in betekenende mate'. Luchtkwaliteit is daarmee geen belemmering voor de beoogde vernieuwing. Onderzoek naar luchtkwaliteit is niet nodig.

9.2

Besluit gevoelige bestemmingen

Sinds 15 januari 2009 is het Besluit gevoelige bestemmingen van kracht. Op grond van het Besluit is het niet toegestaan om kwetsbare functies (zoals ziekenhuizen en verzorgingshuizen) te realiseren op minder dan 300 meter van een Rijksweg en op minder dan 50 meter van een provinciale weg, als ter plaatse de grenswaarden voor stikstofdioxide en fijn stof worden overschreden. Het nu voorliggende bestemmingsplan gaat niet uit van de bouw van nieuwe in het besluit genoemde gevoelige functies, zodat wordt voldaan aan de bepalingen uit het Besluit gevoelige bestemmingen. Bovendien ligt het plangebied op meer dan 100 meter van een Rijksweg en meer dan 50 meter van een provinciale weg.

9.3

Beleid gemeente Amsterdam

Ten aanzien van gevoelige functies heeft de gemeenteraad van Amsterdam op 17 december 2009 een richtlijn vastgesteld. Daarbij is het uitgangspunt dat binnen de zone van 300 meter gemeten van de rand van een snelweg en 50 meter gemeten van de rand van een provinciale weg, geen (nieuwe) gevoelige bestemmingen worden geprojecteerd. Dit is een aanvulling op het landelijke Besluit gevoelige bestemmingen luchtkwaliteit en geldt los van de vraag of sprake is van een (dreigende) overschrijding. Een tweede uitgangspunt is dat bij stedelijke wegen met meer dan 10.000 motorvoertuigen per etmaal binnen een afstand van 50 meter gemeten van de rand van de weg geen (nieuwe) gevoelige bestemmingen in de eerste lijnsbebouwing worden geprojecteerd. Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe gevoelige functies mogelijk langs stedelijke wegen met meer dan 10.000 motorvoertuigen per etmaal. Ook is de vestiging van nieuwe gevoelige functies als scholen, kinderopvang en verpleeg- en verzorgingshuizen niet mogelijk. Het bestemmingsplan is daarmee in overeenstemming met de gemeentelijke richtlijn.

Gemeente Amsterdam

blz. 84

bestemmingsplan_Jacob Geelbuurt Oost, fase 2 en 3 (vastgesteld)

blz. 85

Hoofdstuk 10

Bodem

De bodemkwaliteit moet geschikt zijn voor het beoogde gebruik als gevolg van een ruimtelijk plan. In het kader van de vernieuwing is door Stantec een bodem- en verhardingsonderzoek uitgevoerd voor de gehele Jacob Geelbuurt Oost (projectnummer M20A0203, d.d. 6 augustus 2020, zie bijlage 4). Uit het onderzoek blijkt het volgende: In de bodem zijn geringe bijmengingen (<5%) aangetroffen in de vorm van onder andere baksteen, beton, glas en plastic. Over het algemeen bevat het cunetzand tussen de klinkerverharding en onderliggende fundering sporen beton. Plaatselijk is in de laag van 0,2-0,5 een zwakke bijmenging (10-15%) van kolen, baksteen en beton waargenomen. De zandige bovengrond is plaatselijk licht verontreinigd met kwik, zink, PAK en PCB. De kleiige en venige ondergrond is plaatselijk licht verontreinigd met kobalt, kwik, lood en nikkel. Deze verontreinigingen hangen vermoedelijk samen met de oudstedelijke ophooglaag. De zandige bovengrond is plaatselijk licht verontreinigd met kwik, zink, PAK en PCB. De kleiige en venige ondergrond is plaatselijk licht verontreinigd met kobalt, kwik, lood en nikkel. Deze verontreinigingen hangen vermoedelijk samen met de oudstedelijke ophooglaag. Het grondwater is licht verontreinigd met barium en chroom. Er is geen asbest aangetroffen.

Gelet op de bevindingen is er geen vervolgonderzoek nodig en hoeven er sanerende maatregelen te worden toegepast. De Bodemkwaliteit is daarmee geen belemmering voor de beoogde vernieuwing in het plangebied.

Gemeente Amsterdam

blz. 86

bestemmingsplan_Jacob Geelbuurt Oost, fase 2 en 3 (vastgesteld)

blz. 87

Hoofdstuk 11 11.1

Cultuurhistorie en archeologie

Cultuurhistorie

Bij cultuurhistorische waarden gaat het over sporen, objecten, patronen en structuren die zichtbaar of niet zichtbaar onderdeel uitmaken van de leefomgeving en een beeld geven van een historische situatie of ontwikkeling. In veel gevallen bepalen deze cultuurhistorische waarden de identiteit van een plek of gebied en bieden ze aanknopingspunten voor toekomstige ontwikkelingen. Het is meestal niet nodig alle cultuurhistorische elementen aan te wijzen als beschermd monument of gezicht. Het is wel van belang dat cultuurhistorische waarden worden betrokken in de planvorming en worden meegewogen in de besluitvorming over de inrichting van een gebied. 11.1.1 Huidige cultuurhistorische waarden - Algemeen Het plangebied maakt onderdeel uit van de naoorlogse uitbreiding volgens het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP) van Van Eesteren en is mede daarom door het Rijk aangewezen als Rijkswederopbouwgebied ‘Westelijke Tuinsteden’, een gebied van nationaal belang. De gemeente Amsterdam heeft hiervoor in 2017 met de Rijksdienst Cultureel Erfgoed via een convenant (Intentieverklaring Toonbeelden van de Wederopbouw) afgesproken zich in te zetten voor het behoud en de versterking van de bijzondere stedenbouwkundige, architectonische ensembles en cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten van het AUP-gebied.

- Waarderingskaarten Voor de naoorlogse gebieden tussen 1945-1970 zijn in de afgelopen jaren waarderingskaarten gemaakt. In het najaar van 2012 zijn deze kaarten als bijlage van de Welstandsnota vastgesteld. De waarderingskaarten van de AUP- en Post AUP gebieden geven een gelaagde architectuurhistorische en stedenbouwkundige waardering weer. De waardering is gebaseerd op de kwaliteit van de typologie, architectonische uitwerking, de verkaveling en de bijdrage aan het tuinstedelijke ensemble. De hoogte van de waardering loopt op van basisorde, via orde 3 en 2 tot aan orde 1. De systematiek van de ordekaart maakt duidelijk dat orde 1 en orde 2 het hoogste beschermingsregime verdienen. Uitbreiding, ingrijpende vernieuwing, sloop-nieuwbouw of aantasting van de omliggende groenstructuur is hier onwenselijk.

Gemeente Amsterdam

blz. 88

Afbeelding: uitsnede waarderingskaart met orden voor gebouwen in de Jacob Geelbuurt(bron: https://maps.amsterdam.nl)

De bestaande blokken in het plangebied zijn op de waarderingskaart aangewezen als orde 3-bebouwing. Dat betekent dat ze een architectuureenheid zijn met een voor de periode kenmerkende vormgeving en/of kenmerkende typologie en/of belangrijke bijdrage aan de compositie van de verkaveling en het veld. De architectuur scoort daarentegen nergens hoog of top. Dit betekent dat voor de Jacob Geelbuurt Oost nergens het strenge beschermingsregime van aanwijzen monumenten of beschermd stadsgezicht van toepassing is maar een gematigd beschermingsregime. Herontwikkeling met respect voor de cultuurhistorische waarde is hiermee mogelijk. - Cultuurhistorische verkenning Slotervaart In maart 2020 is door Monumenten en Archeologie een cultuurhistorische verkenning uitgevoerd voor Slotervaart, inclusief het plangebied (C 20-15, zie bijlage 5). Deze verkenning was bedoeld voor een nieuw op te stellen bestemmingsplan voor Slotervaart. Dat nieuwe bestemmingsplan is uiteindelijk niet in procedure gebracht maar de verkenning geeft een inzicht in de bovengrondse cultuurhistorische waarden in het gehele gebied. In de verkenning zijn de volgende adviezen opgenomen: Rooilijnen: Behoud de contouren van de bebouwingsstroken van de woningen door het vastleggen van de rooilijnen.

Verkavelingseenheden: Zorg bij wijzigingen aan de woningen dat de samenhang in de verkavelingseenheden (ensembles) behouden blijft. Bouwhoogtes: Leg het verschil in bouwhoogtes van de verschillende verkavelingen die het onderscheidend karakter van de buurten bepalen vast. Architectuur: Neem voor de verkavelingen die hoog gewaardeerd zijn met een orde 2 een sloopvergunningstelsel op zoals dat ook gebeurd is in andere stadsdelen. Onderzoek of voor verkavelingen die een hoge tussenwaarderingen C (bijdrage aan tuinstedelijke verkaveling) en D (relatie met openbare ruimte als geheel) kennen, een regeling kan worden opgenomen die richtinggevend is bij het ontwerp van ingrijpende renovaties, uitbreidingen of sloop/nieuwbouw.

bestemmingsplan_Jacob Geelbuurt Oost, fase 2 en 3 (vastgesteld)

blz. 89

Hanteer daarbij de Richtlijnen van de Nota Cultuurhistorie Amsterdam Nieuw-West als uitgangspunt. Openbare ruimte en groen: Behoud de hiërarchische groenstructuur op alle schaalniveaus (zowel hoeveelheid groen als de principes en de opbouw van de groenstructuur) door het bestemmen van groen en tuinen als zodanig. Het collectieve groen ook als 'Groen' bestemmen. Hanteer de Richtlijnen van de Nota Cultuurhistorie Amsterdam Nieuw-West (waaronder de Bomentaal van Slotervaart) als uitgangspunt. Daarnaast is behoud van de voor een tuinstad typerende profielen van belang. Uitbouwen in pivétuinen: Bestem alle tuinen als 'Tuin' (zie ook bovenstaand advies over openbare ruimte en groen) en neem regels op met betrekking tot de erfafscheidingen daar waar de tuinen aan de openbare ruimte grenzen. Het is verder aan te bevelen om te onderzoeken of de mogelijkheden tot vergunningsvrij uitbouwen in de privétuinen ingeperkt kunnen worden zodat zowel de zichtlijnen als de groene ruimtes intact blijven. Er kan voor gekozen worden om het bouwen van uitbouwen helemaal uit te sluiten of om toch enige ruimte voor uitbreiding te blijven toestaan. Een aantal wooncomplexen is tevens aangewezen als gemeentelijk of rijksmonument – hiervoor geldt dat er voor uitbouwen tevens een monumentenvergunning nodig is.

De adviezen zijn weliswaar met een ander doel opgesteld, namelijk een conserverend bestemmingsplan voor heel Slotervaart, maar de adviezen zijn ook bruikbaar voor het bestemmingsplan Jacob Geelbuurt Oost, fase 2 en 3. In dit bestemmingsplan zijn daarom rooilijnen vastgelegd en de samenhang in de verkavelingseenheden blijven zoveel mogelijk behouden. Het bestemmingsplan maakt verder geen privétuinen mogelijk zodat er ook geen vergunningsvrije uitbouwen kunnen worden gerealiseerd. - Overig Bijzonder aan de te slopen bebouwing zijn de drie keramische reliëfs op de kopgevels van de laagbouw, haaks op de Jacob Geelstraat. Deze reliiëfs hebben een kunsthistorische waarde als één van de eerste figuratieve gepolychromeerde expressionistische reliëfs van na de Tweede Wereldoorlog. Ze zijn gemaakt door de bekende beeldhouwer Leo Braat, die deze stilistische vernieuwing in 1950 als één van de eerste kunstenaars in gang zette.

Afbeelding: één van de drie keramische reliëfs

11.1.2 Herontwikkeling De regels voor herontwikkeling zijn vastgelegd in de nota Cultuurhistorie (zie subparagraaf 3.4.6). De Jacob Geelbuurt Oost behoort tot het beschermingsregime 'AUP Tuinstad Bijzonder'. Binnen het regime 'AUP Tuinstad Bijzonder' zijn de volgende richtlijnen van toepassing:Bebouwing:

Gemeente Amsterdam

blz. 90

Bebouwing: 1. Typologie verkavelingseenheden blijft gehandhaafd; 2. Bij nieuwbouw alleen ensembles in of van oorsprong voorkomende verkavelingtypologieën of U-blokken, toepassing zo beperkt mogelijk; 3. Ensemble (verzameling stempels) is architectonische eenheid; 4. De maatvoering van de onbebouwde ruimte tussen bebouwing bedraagt minimaal anderhalf keer de maat van de bouwhoogte van het hoogste gebouw (2 : 3 verhouding); 5. Hoogbouw enkel aan Raamwerk; 6. Bouwplannen voldoen aan de welstandsnota 'De Schoonheid van Amsterdam 2013'. Netwerken: 1. Groene, blauwe en grijze Raamwerk blijft in stand; 2. Bestaand stratenplan blijft gehandhaafd; 3. Alle schaalniveaus groen blijven gehandhaafd; 4. Toepassen Bomentaal Nieuw-West; 5. Straatprofielen zijn asymmetrisch; 6. Hoven en groenstroken; 7. Collectief (niet per se openbaar), groene hof minimaal 20 x 30 meter (bij strokenbouw: groenstrook minimaal 10 meter breed); 8. Hof is bereikbaar en zichtbaar van buiten het bouwblok. Toegestane verkavelingstypen:

bestemmingsplan_Jacob Geelbuurt Oost, fase 2 en 3 (vastgesteld)

blz. 91

1. U-blokken dienen zo veel mogelijk te worden vermeden. Uitzonderingsregel: Inhoudelijk is er weinig verschil tussen sloop-nieuwbouw criteria van de beschermingsregimes Tuinstad Uitzonderlijk en Tuinstad Bijzonder. De uitzonderingsregel bij Tuinstad Bijzonder is dat afwijkingen in maatwerk mogelijk zijn (conform regime Tuinstad Standaard) mits de buurt als geheel in grote lijnen herkenbaar blijft als Tuinstad Bijzonder.

Het plan voor de vernieuwing van Jacob Geelbuurt Oost voldoet aan de richtlijnen van de nota Cultuurhistorie. Zo is er binnen het plangebied sprake van verkavelingstype in de vorm van een haak (blok 5) en meerzijdige opengewerkte bouwblokken (blokken 3 en 4). Het stratenplan blijft intact en de collectieve groene hoven voldoen aan de minimale maat. De bebouwing in de fases 1, 2 en 3 wordt verder zoveel mogelijk als architectonische eenheid gerealiseerd. Door de gekozen verkavelingsvorm en doordat het plan aan de richtlijnen van de nota Cultuurhistorie voldoet wordt uitvoering gegeven aan de afspraken die zijn vastgelegd in het convenant dat in 2017 met de Rijksdienst Cultureel Erfgoed is gesloten. Het plan draagt zo bij aan het behoud en de versterking van de bijzondere stedenbouwkundige, architectonische ensembles en cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten van het AUP-gebied. De als gevelstenen opgenomen kunstwerken (reliëfs) zijn uit de te slopen bebouwing genomen en zullen een nieuwe plek krijgen in de nieuwbouw.

11.2

Archeologie

In het kader van het Vernieuwingsplan Jacob Geelbuurt is in 2013 door Bureau Monumenten en Archeologie een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd (QSnr: 13-101, d.d. 14 oktober 2013, zie bijlage 6). Daaruit blijkt op basis van de historisch-topografische analyse dat binnen de buurt wijd verspreide sporen van landgebruik vanaf de 12de eeuw kunnen worden verwacht. Door grootschalig grondverzet in de 20ste eeuw zullen deze verstoord zijn geraakt. Voor de gehele Jacob Geelbuurt Oost geldt daarom een negatieve verwachting. Daarmee is het plangebied vrijgesteld van archeologisch vervolgonderzoek. Er geldt wel de wettelijke meldingsplicht. Dit houdt in dat ook in geval geen archeologisch vervolgonderzoek is vereist en toch bodemvondsten ouder dan vijftig jaar worden aangetroffen dit aan Monumenten & Archeologie wordt gemeld zodat in overleg met de opdrachtgever maatregelen getroffen worden tot documentatie en berging van de vondsten.

Gemeente Amsterdam

blz. 92

bestemmingsplan_Jacob Geelbuurt Oost, fase 2 en 3 (vastgesteld)

blz. 93

Hoofdstuk 12 12.1

Externe veiligheid

Inrichtingen

Het ”Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen” (BEVI) is op 27 oktober 2004 in werking getreden. Het besluit legt veiligheidsnormen op aan inrichtingen waar gevaarlijke stoffen worden geproduceerd of opgeslagen (waaronder LPG-tankstations), die een risico vormen voor personen buiten het bedrijfsterrein. In het BEVI is bepaald dat bij het opstellen van ruimtelijke plannen, zoals een bestemmingsplan, met zoneringen externe veiligheid rekening gehouden moet worden. Het BEVI is alleen van toepassing op ruimtelijke besluiten indien het plangebied binnen het invloedsgebied van een BEVI-inrichting ligt (art.2, lid 2a). Het invloedsgebied is het gebied waarin personen worden meegeteld voor de berekening van het groepsrisico. Dit houdt in dat onderzocht moet worden of er inrichtingen aanwezig zijn waarvan het invloedsgebied van een ongeval met gevaarlijke stoffen reikt tot in het plangebied. Indien hiervan sprake is zal vastgesteld moeten worden of voor het plan wordt voldaan aan de risiconormen uit het BEVI. Het plangebied van dit bestemmingsplan valt niet binnen het invloedsgebied van een inrichting zoals bedoeld in het BEVI. Nader onderzoek is niet nodig.

12.2

Transport

Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, spoor en water is het "Besluit externe veiligheid transportroutes" kader, dat op 1 april 2015 in werking is getreden. Binnen de zogenaamde basisnetafstand (waar het plaatsgebonden risico maximaal 10-6 per jaar mag zijn) mogen geen nieuwe kwetsbare objecten worden toestaan. Binnen de basisnetafstand mogen in principe geen nieuwe beperkt kwetsbare objecten worden toegestaan, tenzij hiervoor zwaarwegende redenen zijn. Bij transportroutes die geen onderdeel uitmaken van het basisnet geldt een grenswaarde van PR 10-6 voor kwetsbare objecten en een richtwaarde PR 10-6 voor beperkt kwetsbare objecten. Binnen 200 meter van een transportroute geldt een uitgebreide verantwoordingsplicht voor het groepsrisico, zoals aangegeven in artikel 8 van het Bevt. Het plangebied ligt buiten het invloedsgebied van transportroutes waar gevaarlijke stoffen worden vervoerd. De Ringspoorlijn behoort namelijk niet tot het Basisnet Spoor zodat hierover geen gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Over de A10-West worden wel gevaarlijke stoffen vervoerd maar deze rijksweg ligt op meer dan 600 meter afstand. Onderzoek naar het vervoer van gevaarlijke stoffen is daarom niet nodig.

12.3

Buisleidingen

In en rond het plangebied liggen geen buisleidingen die vallen onder de werking van het Besluit externe veiligheid buisleidingen. Onderzoek naar buisleidingen is daarom niet nodig.

Gemeente Amsterdam

blz. 94

bestemmingsplan_Jacob Geelbuurt Oost, fase 2 en 3 (vastgesteld)

blz. 95

Hoofdstuk 13 13.1

Luchthavenindelingbesluit

Inleiding

Het oorspronkelijke Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB) stamt uit 2002, en is op 31 augustus 2004 gewijzigd in werking getreden. Het LIB is een Algemene Maatregel van Bestuur, die gebaseerd is op artikel 8.4 van de Wet luchtvaart. Met het LIB wordt in kaartmateriaal een zogenaamd beperkingengebied vastgesteld. Het LIB bevat voor dat beperkingengebied regels waarbij beperkingen zijn gesteld ten aanzien van de bebouwing en het gebruik van gronden, voor zover die beperkingen noodzakelijk zijn met het oog op de veiligheid en de geluidsbelasting in verband met de nabijheid van de luchthaven Schiphol. Per 4 november 2015 en 1 januari 2018 zijn wijzigingen van het Luchthavenindelingbesluit (LIB) in werking getreden. Doel van deze wijzigingen is om de vliegveiligheid rondom Schiphol in afdoende mate te borgen. Hiervoor zijn de zogenaamde toetshoogtes in de omgeving van Schiphol aanzienlijk verlaagd. Gebouwen hoger dan de toetshoogtes als bedoeld kunnen alleen toegestaan worden indien het Rijk hiervoor een verklaring van geen bezwaar (vvgb) heeft afgegeven of een positief radar advies heeft afgegeven.

De beperkingen in het LIB betreffen: de bestemming en het gebruik van grond in verband met het externe-veiligheidsrisico vanwege het luchthavenluchtverkeer; de bestemming en het gebruik van grond in verband met de geluidbelasting vanwege het luchthavenluchtverkeer; de maximale hoogte van objecten in, op of boven de grond, in verband met de veiligheid van het luchthavenluchtverkeer; een bestemming die, of van een gebruik dat, vogels aantrekt, in verband met de veiligheid van het luchthavenluchtverkeer. Bij de eerste twee van de bovengenoemde typen beperkingen zijn in ieder geval gronden aangewezen die niet gebruikt dan wel bebouwd mogen worden ten behoeve van woningen, of andere in het besluit aangewezen gebouwen. In dat gebied geldt er een beperking voor de bestemming en het gebruik van grond in verband met de geluidbelasting. Het plangebied valt niet binnen het gebied waar woningen of andere aangewezen functies vanwege vliegverkeer zijn uitgesloten. Wel dient er vanwege de ligging binnen de 20 Ke-contour (LIB zone 5, zie ook paragraaf 3.2.2) een afweging plaats te vinden.

13.2

Bouwhoogte

De maximale toetshoogte vanwege het vliegverkeer bedraagt voor het plangebied 57 meter in het zuidwesten tot 60 meter in het noordoosten.

Gemeente Amsterdam

blz. 96

Afbeelding: toetshoogtes vliegverkeer LIB (bron: www.lib-schiphol.nl/app/applicatie)

De maximale bouwhoogte vanwege de radar bedraagt 45 meter in het zuidwesten tot 46 meter in het noordoosten.

bestemmingsplan_Jacob Geelbuurt Oost, fase 2 en 3 (vastgesteld)

blz. 97

Afbeelding: toetshoogtes radar LIB (bron: www.lib-schiphol.nl/app/applicatie)

Het peil van het maaiveld ligt circa -1,0 m ten opzichte van NAP. Het bestemmingsplan staat ter plaatse van het plangebied geen bebouwing toe die hoger is dan waar het LIB van uitgaat. Dit is ook verankerd in de regels van het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan is daarmee in overeenstemming met het LIB.

13.3

Vogelaantrekkende functies

Het plangebied ligt binnen de zone waar beperkingen worden gesteld aan vogelaantrekkende functies. Dit zijn onder andere viskwekerijen en grote open wateren. Het bestemmingsplan maakt geen vogelaantrekkende functies zoals bedoeld in het LIB mogelijk, zodat op dit punt aan het LIB wordt voldaan.

13.4

20 Ke-contour (LIBB 5)

Het plangebied is gelegen buiten de zone waar ernstige hinder van geluid kan optreden (LIB-4) maar is wel volledig gelegen binnen de 20 Ke-contour (LIB-5) zie navolgende afbeelding). Het 20 Ke-gebied is een planologische afwegingsruimte die voortvloeit uit de inmiddels vervallen Nota Ruimte. De regels binnen deze zone zijn erop gericht om enerzijds voldoende ruimte te laten voor de ontwikkeling van de mainport Schiphol en anderzijds om (woningbouw)ontwikkelingen mogelijk te maken. Het uitgangspunt is dat er zo min mogelijk over dichtbebouwd stedelijk gebied wordt gevlogen. Gelet hierop moet terughoudendheid betracht worden wat betreft woningbouwmogelijkheden op plaatsen waar dat uit een oogpunt van geluid en externe veiligheidsrisico's minder wenselijk is.

Gemeente Amsterdam

blz. 98

Afbeelding: uitsnede 20 Ke-contour (bron: Omgevingsverordening)

Woningen/woonruimten zijn in het plangebied toegestaan maar er dient conform de Omgevingsverordening NH2020 wel rekenschap te worden gegeven van het feit dat op de betreffende locatie sprake is van geluid en externe veiligheidsrisico vanwege het luchtverkeer. Ook dienen de redenen te worden vermeld die er toe hebben geleid om op de betreffende locatie nieuwe woningen te bestemmen. De gemeenteraad heeft naar aanleiding van de 20 Ke-contour op 29 juni 2017 de beleidsregel ‘Wonen en vliegen 20 Ke contour Schiphol’ bekrachtigd en bepaald dat de toelichting van een bestemmingsplan de volgende onderdelen bevat: a. een weergave en beschrijving van de exacte ligging van de woningbouwlocatie in het beperkingengebied; b. een beschrijving van de huidige situatie op die woningbouwlocatie; c. een beschrijving van verwachte toekomstige ontwikkelingen die kunnen zorgen voor een verandering van de huidige situatie op de woningbouwlocatie; d. een beschrijving van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de belangen die met de beoogde woningbouw zijn gemoeid, waaronder de actuele behoefte waarin de woningbouw voorziet; e. een slotconclusie over de bevindingen naar aanleiding van de onderwerpen bedoeld in a., b., c. en d. In aanvulling op het voorgaande kan bij de te maken afweging de gecumuleerde geluidsbelasting van vliegtuiglawaai worden betrokken.

Verder wordt als uitgangspunt gehanteerd dat in het geval maatregelen worden getroffen om geluidsbelasting dan wel geluidhinder te verminderen, de toelichting een beschrijving van die maatregelen en de afweging die daaraan te grondslag ligt, bevat. 13.4.1 Ligging en situatie De geluidsbelasting ter hoogte van het plangebied wordt vooral bepaald door startende vliegtuigen vanaf de Zwanenburgbaan. Deze vliegtuigen starten in noordelijke richting, maken vervolgens een bocht en vliegen aan de noordkant van het plangebied verder in zuidelijke richting. De feitelijk optredende geluidbelasting in de omgeving van Schiphol worden voortdurend gemeten. De feitelijke geluidsbelasting vanwege de aanvliegroute van de Zwanenburgbaan ter plaatse van de dichtstbijzinde meetpost (meetpunt 34 Amsterdam-Osdorp) bedroeg in 2019 tussen de 60 en 88 dB(A) waarbij het merendeel van de metingen tussen 70 en 78(A) lagen. De geluidbelasting ter plaatse van het plangebied zal lager zijn doordat de vliegtuigen ter plaatse van het plangebied hoger vliegen. In de nabijheid van het plangebied is echter geen meetpunt aanwezig zodat er geen actuele gegevens beschikbaar zijn.

bestemmingsplan_Jacob Geelbuurt Oost, fase 2 en 3 (vastgesteld)

blz. 99

De geluidsbelastingen vanwege het vliegverkeer zullen in de toekomst veranderen. Enerzijds kan het luchtverkeer toenemen en stiller worden door moderne technieken, anderzijds kunnen vliegroutes worden gewijzigd. Bovendien wordt een nieuw stelsel, het Nieuwe Normen- en Handhavingsstelsel (NNHS) ingevoerd waarmee de afgelopen jaren al werd geëxperimenteerd. De gevolgen van mogelijke toekomstige ontwikkelingen zijn op dit moment niet bekend. Tenslotte geldt dat het plangebied vanwege de ligging binnen de 20 Ke-contour is gelegen in een gebied met een verhoogde kans op een vliegtuigongeval met dodelijke slachtoffers op de grond. De kans op een vliegtuigongeval binnen het plangebied is echter zeer klein te noemen. Vanwege de ligging buiten de LIB 3 zone is de kans kleiner dan 1 op de 1 miljoen per jaar. 13.4.2 Overwegingen Geluid Er zijn geen wettelijke kaders voor de beoordeling van luchtvaartgeluid. De wettelijke mogelijkheden worden begrensd door de LIB 4 zone. De LIB 4 zone heeft tot doel om ernstige hinder en ernstige slaapverstoring door luchtvaartgeluid te voorkomen, omdat dit kan leiden tot negatieve gezondheidseffecten van inwoners en gebruikers van dit gebied. De buitengrens van de LIB 4 zone is aangewezen op basis van de berekende 58 dB(A) Lden contour.

Binnen de LIB 4 zone / boven de 58 dB(A) Lden wordt het geluidniveau zodanig hinderlijk geacht dat woningbouw daar niet of slechts onder beperkte voorwaarden wenselijk wordt geacht. De 58 dB(A) Lden staat niet gelijk aan de feitelijke geluidmetingen. In het kader van het gelijkwaardigheidsbeginsel (op grond van de Wet luchtvaart en het Luchthavenverkeersbesluit) wordt tevens gekeken naar de 48 dB(A) Lden en 40 dB(A) Lnight contouren. Boven de 48(A) Lden is de kans dat hinder wordt ervaren groot. Boven het niveau van 40 dB(A) Lnight kan ernstige slaapverstoring optreden. De feitelijk optredende geluidsbelasting ter plaatse van het plangebied bedraagt circa 48 dB(A) Lden en ruim lager dan 40 dB(A) Lnight . Hoewel bij deze niveaus bewoners overdag enige geluidhinder kunnen ondervinden, zijn de geluidsbelastingen niet zodanig hoog dat het schadelijk is voor de gezondheid, van ernstige slaapverstoring is geen sprake. Op grond van de GES-methodiek wordt, om de impact op gezondheidskwaliteit te beoordelen, geluidsbelasting vanwege vliegverkeer ingedeeld in scores van zeer goed tot zeer onvoldoende. Een geluidsbelasting tussen de 48 en 50 dB(A) Lden wordt geclassificeerd als redelijk. De geluidsbelasting van minder dan 40 dB(A) Lnight wordt geclassificeerd als goed. De geluidsbelastingen ter plaatse van het plangebied worden daarom aanvaardbaar geacht.

Een stedelijk woonmilieu gaat met een hogere geluidbelasting gepaard dan in een rustige woonwijk. Derhalve kan in het plangebied ook een hogere geluidbelasting als aanvaardbaar gezien worden. Uit het akoestisch onderzoek volgt dat de maximaal aanvaardbare cumulatieve geluidsbelasting 58 dB bedraagt. Gelet op de aanwezige geluidsbronnen en de veroorzaakte geluidsbelastingen blijft de gecumuleerde geluidsbelasting aanzienlijk onder deze waarde zodat geen sprake is van een onaanvaardbare geluidscumulatie. Overigens geldt dat luchtvaartgeluid gezien de zeer lage langtijdgemiddelde geluidbelasting niet relevant voor de cumulatie is. Hierbij wordt opgemerkt dat geluidhinder een subjectieve ervaring is. De één vindt een bepaald geluidsniveau hinderlijk, de ander niet. Verder is bij het ervaren van hinder ook maatgevend in hoeverre geluid geaccepteerd wordt. De acceptatie van geluid wordt vergroot indien aspirant-bewoners van tevoren bewust zijn van de te verwachten geluidbelasting. Gelet hierop de gemeente aspirant-bewoners actief informeren over luchtvaartgeluid. Dit kan door hierover afspraken met ontwikkelaars en corporaties vast te leggen in de erfpachtovereenkomst. Daarbij worden afspraken gemaakt over het verplicht opnemen van informatie over luchtvaartgeluid in de koop- en huurovereenkomsten en worden makelaars verplicht Gemeente Amsterdam

blz. 100

gesteld om deze informatie te geven. Externe veiligheid De kans op een vliegtuigongeval binnen het plangebied is zeer klein te noemen. Het is in ieder geval kleiner dan 1 op de 1 miljoen per jaar, gelet op de ligging buiten de LIB 3 zone. Een kans van 1 op de 1 miljoen per jaar wordt in het algemeen (bij andere risicobronnen) al zo gering gezien dat het risico als aanvaardbaar wordt geacht. In de omgeving zijn verder geen gevaarlijke of ontplofbare objecten aanwezig waardoor een vervolgschade (kettingreactie of domino-effect) zou kunnen ontstaan. Er wordt uiteraard alles aan gedaan om het vliegverkeer zo veilig mogelijk te laten lopen. De (rijks)overheid stelt strenge eisen aan luchthavens, de verkeersleiding en luchtvaartmaatschappijen. De eisen zijn zowel ten aanzien van vliegtuigen (technische veiligheid), maar ook voor persoonlijke veiligheid. Er zijn regels voor bemanningen, voor mensen die op of in de buurt van de luchthaven werken en voor reizigers. De overheid controleert of de organisaties aan de gestelde eisen voldoen. 13.4.3 Noodzaak woningbouw Zoals beschreven in paragraaf 3.4 en hoofdstuk 7 van de plantoelichting is de druk op de Amsterdamse woningmarkt groot. Gezien deze woningbehoefte heeft de gemeente Amsterdam de ambitie uitgesproken vanaf 2018 minimaal 5.000 woningen per jaar te realiseren.

De schaarste zorgt voor stijgende prijzen waardoor de betaalbaarheid voor lagere en middeninkomens verder onder druk komt te staan. De vraag naar woningen in Amsterdam (met name in het middensegment) is onverminderd groot, vooral in de stedelijke woonmilieus binnen de A10 maar ook in gebieden daaromheen. Om tegemoet te komen aan de grote woningvraag moet de planvoorraad worden vergroot. Uitgangspunt van onder meer de Structuurvisie Amsterdam 2040 en Koers 2025 is dat de ruimte voor nieuwe woningbouw met name in de bestaande stad moet worden gevonden. De Jacob Geelbuurt Oost is een belangrijke locatie die onderdeel uitmaakt van de uitrol van het centrumgebied. Het plangebied is momenteel bebouwd met woonblokken. In het plangebied kanverdichting plaatsvinden. Het plangebied ligt op een aantrekkelijke locatie, dichtbij het Sloterpark en het Rembrandtpark en OV-knooppunt Lelylaan. In Koers 2025 is het gebied aangewezen als onderdeel van te intensiveren gebied. In het verlengde daarvan is in 2019 een Investeringsbesluit vastgesteld. Het vernieuwen van de Jacob Geelbuurt Oost levert met maximaal 200 extra woningen/woonruimten een belangrijke bijdrage aan de grote stedelijke woningbehoefte binnen Amsterdam. Bovendien is het uitgangspunt dat een deel van deze woningen/woonruimten wordt gerealiseerd in het middensegment.

13.4.4 Maatregelen Geluid Het is niet aan gemeenten om bronmaatregelen te (laten) treffen om het luchtvaartgeluid te verminderen. Door innovatieve ontwikkelingen worden vliegtuigen steeds stiller. Ten aanzien van vliegroutes kan worden opgemerkt dat op luchthaven Schiphol een systeem van geluidpreferent baangebruik wordt toegepast. Dat wil zeggen dat binnen de mogelijkheden van operationele uitvoerbaarheid het vliegverkeer zo veel mogelijk worden afgehandeld op de banen die de minste hinder veroorzaken (Polderbaan en Kaagbaan). De mate van hinder in het plangebied wordt met name bepaald door het gebruik van de Oostbaan. Deze baan wordt niet ’s nachts en overdag alleen in uitzonderlijke gevallen (zoals zuidwesterstorm) door grotere toestellen als landingsbaan gebruikt, omdat dit dan de enige baan is om veilig tegen de wind in te kunnen landen. Er is nog beperkt ervaring met maatregelen om luchtvaartgeluid te beperken. De vorm en materialisatie

bestemmingsplan_Jacob Geelbuurt Oost, fase 2 en 3 (vastgesteld)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12230288/1