A - 10 Ruimtelijke Ordening (22) 4. BP Jacob Geelbuurt Oost, fase 2 en 3 Toe
Tekst van het document
Op die manier kunnen bestaande kwaliteiten versterkt worden en nieuwe kwaliteiten worden toegevoegd die tegemoetkomen aan de wensen van huidige en nieuwe bewoners. Conclusie Het voorliggende project heeft betrekking op een verdichting met woningbouw. Het plan betreft een uitvoering van een deel van de enorme woningbouwopgave van minimaal 150.000 nieuwe woningen binnen de huidige stadsgrenzen. De nieuwbouw geeft ook invulling aan verduurzaming en kwaliteitsverbetering van woningen. 3.4.2
Koers 2025
Algemeen Op 14 september 2016 is de "Koers 2025" vastgesteld door de gemeenteraad van Amsterdam. De
Gemeente Amsterdam
blz. 42
gemeente wil de druk op de woningmarkt verlichten en maakt daarom tot 2025 de bouw mogelijk van 50.000 woningen binnen de stadsgrenzen. De huidige voorraad aan woningbouwplannen is onvoldoende om hierin te voorzien. Nieuwe woningen worden gerealiseerd in nieuwbouwprojecten, maar ook door transformatie van leegstaand en leegkomend vastgoed. De plannen bieden ook ruimte aan voorzieningen en bedrijven. Om te kunnen bepalen waar in de nabije toekomst woningbouwprojecten gerealiseerd kunnen worden, zijn de lopende én de mogelijke gebiedsontwikkeling in kaart gebracht. Het geheel van mogelijk te ontwikkelen locaties is als 'Strategische Ruimte' aangemerkt. Die ruimte is opgedeeld in 17 'bouwstenen': pakketten van samenhangende projecten met gerelateerde infrastructurele maatregelen en planologische-juridische condities. Het plangebied is volgens de kaartbijlage van Koers 2025 gelegen binnen zone die is aangewezen als 'strategische ruimte voor de stad ten behoeve van gebiedsontwikkeling na 2020' binnen de bouwsteen 'Ring-West'.
Afbeelding: uitsnede kaart projectvoorstellen Koers 2025
Bouwsteen Ring-West De ambitie voor Ring-West is, mede vanwege de ligging bij OV-knooppunt Lelylaan, een duurzame stedelijke verdichting van wonen en werken in compacte, aantrekkelijke stadsbuurten met stedelijke voorzieningen onder handbereik langs prettig ingerichte, levendige stadsstraten. De opgave is om door middel van zorgvuldige verdichting meer stedelijke kwaliteit te realiseren voor uiteenlopende bevolkingsen inkomensgroepen en de leefbaarheid te verbeteren. Van het bouwen in een bestaand stuk stad moeten ook de zittende bewoners profiteren. De planvoorraad in lopende projecten 2016-2025 binnen de bouwsteen voor de Ringzone West omvat de bouw van circa 5.200 woningen, inclusief de Versnellingslocaties 2014 (Lelylaan Podium (500) en Jan Evertsenstraat (2.000-2.500)). In de verkenning Ringzone West worden aanvullende mogelijkheden voor gebiedsontwikkeling en condities verkend. Totaal liggen hier mogelijkheden voor de bouw van nog eens circa 1.300 woningen plus een nog nader te bepalen aantal woningen in het kader van Nieuwe Projecten 2016. Mogelijkheden voor die volgende ronde gebiedsontwikkeling zijn Lelylaan Noord (500 woningen) en verdere verdichting zoals door de herontwikkeling van het Surinameplein (200 woningen) en Jacob Geelbuurt (75 + nader te bepalen aantal woningen).
In aanvulling op de lopende gebiedsontwikkelingsprojecten, de Versnellingslocaties 2014 en de Nieuwe Projecten 2016 zullen ter voorbereiding van de productie in de periode 2020-2030 nog enkele tranches bestemmingsplan_Jacob Geelbuurt Oost, fase 2 en 3 (vastgesteld)
blz. 43
Nieuwe Projecten aangewezen moeten worden, afhankelijk van het tempo van gebiedsontwikkeling en de verwachte ontwikkeling van de woningvraag. Mogelijk gaat het hierbij om locaties voor de realisering van nog eens 20.000 tot 25.000 woningen. Aanvullende mogelijkheden voor verdichting en daarmee samenhangende investeringen in de kwaliteit van het gebied tussen de Jan van Galenstraat en de Vlaardingenlaan bevinden zich rond de Lelylaan, op het Koningin Wilhelminaplein, in de Jacob Geelbuurt en in de Dellandpleinbuurt. Belangrijke punten zijn: de continuïteit van fietsroutes en stadsstraten en de kwaliteit van water, groen en openbare ruimte, zowel in de buurten als op het niveau van het gebied als geheel. Conclusie Het plangebied is gelegen binnen de bouwsteen van de Ringzone-West. De Jacob Geelbuurt is daarbij benoemd als zowel onderdeel van Nieuwe Projecten 2016 als onderdeel van tranches voor Nieuwe Projecten voor de periode 2020-2030. Het plangebied komt daarmee dus in aanmerking voor een verdichting met woningen/woonruimten. 3.4.3
Woonvisie Amsterdam tot 2020: Wonen in de metropool
Algemeen De basis van het Amsterdamse woonbeleid wordt gevormd door de Woonvisie Amsterdam tot 2020 (vastgesteld door B&W op 30 oktober 2008) en de afspraken met de belangrijkste spelers op het gebied van wonen. Deze afspraken zijn vastgelegd in Bouwen aan de Stad II. In de woonvisie wordt Amsterdam bezien in zijn regionale context. De ambities per woningmarktgebied zijn geanalyseerd en de knelpunten geïnventariseerd. Vervolgens zijn keuzes gemaakt. Kern van het Amsterdamse woonbeleid Amsterdam blijft de ongedeelde stad, maar Amsterdam wil ook Topstad, Emancipatiestad en een Zorgzame Stad zijn. In de woonvisie is een balans gevonden tussen al deze ambities. Volgens de woonvisie zal Amsterdam zich richten op de volgende prioriteiten: de toegankelijkheid van gebieden met een grote marktdruk voor lage en midden inkomens; meer aanbod in het middensegment; een stad voor kinderen; specifiek bouwen voor specifieke groepen; gebiedsgericht werken in de stad. Nieuw West Het voorliggende plangebied ligt in 'Gebied 3 - Nieuw West'.
Voor dit gebied is een aantal speerpunten omschreven: Bouwen voor de eigen bevolking: faciliteer sociale stijging; Faciliteren van de emancipatie van jongeren; Behoud van de (allochtone) middenklasse; Goedkope en betaalbare voorraad (45% in 2015); Wijkaanpak voor verbetering positie bewoners én leefbaarheid in de buurt; Benut kansen voor zorgwoningen en groepswonen voor (allochtone) ouderen; Creëer gedifferentieerde en kwalitatief goede stedelijke laagbouwmilieus en aantrekkelijke groenstedelijke milieus; Citymarketing.
Gemeente Amsterdam
blz. 44
Om dat te bereiken zal in geval van nieuwbouw onder meer uit worden gegaan van grotere woningen in de betaalbare voorraad en woningen in het middensegment. Conclusie In Jacob Geelbuurt Oost worden 312 woningen en drie bedrijfsruimtes gesloopt en vervangen door ruim 500 nieuwe appartementen. Alle woningen worden per lift ontsloten of hebben een entree aan de straat en zijn levensloopbestendig.Op het niveau van de Jacob Geelbuurt als geheel blijft het aantal sociale huurwoningen gelijk. Binnen het groenstedelijk woonmilieu wordt in de Jacob Geelbuurt Oost een gedifferentieerd woningaanbod gerealiseerd. Bij de realisatie van sociale huurwoningen houdt de Alliantie rekening met het, in vergelijking met het Amsterdams gemiddelde, grotere aandeel gezinnen in de buurt. De nieuwbouw bestaat daarom uit 1/3e deel 2-kamerwoningen, 1/3e deel 3-kamerwoningen en 1/3e deel 4-kamerwningen. De gemiddelde woninggrootte is 65 – 70 m² gbo. De herontwikkeling van de Jacob Geelbuurt Oost past daarmee binnen de woonvisie. 3.4.4
Amsterdamse Woonagenda 2025
De Amsterdamse Woonagenda is op 19 juli 2017 vastgesteld. De Woonagenda 2025 is een kaderstellend en richtinggevend document voor het woonbeleid tot 2025. Het heeft als uitgangspunten voldoende, betaalbare en goede woningen en bevat 24 acties tot 2025. Voor het uitgangspunt 'voldoende woningen' is de ambitie om de woningvoorraad en woningbehoefte in 2025 beter op elkaar te laten aansluiten. In 2025 zit het grootste tekort naar verwachting in de gereguleerde huurvoorraad. In dat jaar heeft 49% van de huishoudens behoefte aan een gereguleerde huurwoning, terwijl de verwachting is dat 39% van de woningvoorraad uit gereguleerde huurwoningen bestaat. Enkele acties uit de Woonagenda 2025 zijn: Het stedelijke uitgangspunt voor de woningbouwprogrammering is een gemengde stad: 40% gereguleerde huur (inclusief studenten- en jongerenwoningen), 40% middelduur (huur en koop) en 20% dure huur en koop. Grotere woningen voor gezinnen (groter dan 70 m²). Nieuwe afspraken met corporaties en huurders over voldoende woningaanbod voor kwetsbare groepen. Plan maken voor ouderenhuisvesting en jongeren- en studentenhuisvesting.
Per ruimtelijk project wordt bestuurlijk bepaald welk woningbouwprogramma wordt gerealiseerd. Afwijken van het uitgangspunt 40-40-20 is mogelijk op grond van specifieke omstandigheden. De mate van menging van de woningvoorraad in de directe omgeving, de aard en intensiteit van de verdichtingsopgave en de omvang van het financiële effect op de grondexploitatie geven nadere richting aan het formuleren en afwegen van het te realiseren programma. In het Actieplan Meer Middeldure Huur zijn afspraken vastgelegd om de bouw van middeldure huurwoningen te stimuleren. Tevens zijn hierin regels vastgelegd waaraan middeldure huurwoningen moeten voldoen. Deze regels hebben onder andere betrekking op de maximale huurprijs en de grootte en de toewijzing van de woningen. Conclusie Het voorliggende project heeft betrekking op het toevoegen van woningen/woonruimten zodat er meer bestemmingsplan_Jacob Geelbuurt Oost, fase 2 en 3 (vastgesteld)
blz. 45
kan worden ingespeeld op de behoefte vanuit de markt. Het project draagt bij aan het uitgangspunt om de woningvoorraad en woningbehoefte beter op elkaar te laten aansluiten. Voor de gehele Jacob Geelbuurt Oost wordt uitgegaan van een woonprogrammering van 88% sociale huur en middeldure huuren koopwoningen en 12% duurdere koopwoningen. Deze woonprogrammering is afwijkend om net zoveel sociale huurwoningen en middenhuurwoningen terug te bouwen als dat er gesloopt gaan worden. 3.4.5 Erfgoedagenda 'Erfgoed voor de stad, agenda voor het erfgoed in een groeiend Amsterdam' In de op 5 juli 2016 vastgestelde Erfgoedagenda 'Erfgoed voor de stad, agenda voor het erfgoed in een groeiend Amsterdam' worden de hoofdlijnen, aandachtspunten en acties voor de komende jaren uiteengezet. Rode draad is het optimaal inzetten van erfgoed bij de transformatie en groei van de stad. De volgende hoofdlijnen zijn geformuleerd: Identiteit versterken; Kwaliteit waarderen; Met erfgoed transformeren; Met erfgoed de metropool verbinden. Uit deze hoofdlijnen komt de volgende relevante actie voort: De bestaande ruimtelijke kwaliteiten en cultuurhistorische waarden, bepalend voor de identiteit van een gebied, vragen erom te worden ingezet als bron van inspiratie bij ontwikkeling en transformatie. Monumenten en Archeologie (MenA) levert daarvoor de gegevens en de analyse.
In de volgende subparagraaf en in hoofdstuk 11 is nader ingegaan op cultuurhistorie. 3.4.6
Nota Cultuurhistorie voor Nieuw-West
De Nota Cultuurhistorie Amsterdam Nieuw-West is vastgesteld in de deelraad op 26 juni 2013 en is later onderdeel geworden van de Erfgoedverordening van de gemeente Amsterdam. De beleidsregels geven beknopt weer op welke wijze de gemeente gebiedsgericht wil omgaan met haar erfgoed. Ze geven ook inzicht in de spelregels voor nieuwe ontwikkelingen binnen buurten met cultuurhistorische waarden. De spelregels uit de Nota Cultuurhistorie zijn nadrukkelijk niet bedoeld om ruimtelijke ontwikkelingen tegen te gaan, maar ze zijn een eenvoudig toepasbaar middel waarmee het belang van cultuurhistorie op eenduidige wijze kan worden meegenomen. In de Nota Cultuurhistorie is een Cultuurhistorische Waarderingskaart opgenomen, welke als basis fungeert voor het cultuurhistorische beleid in Nieuw-West. De Jacob Geelbuurt Oost behoort tot het beschermingsregime 'AUP Tuinstad Bijzonder'. In het regime AUP Tuinstad Bijzonder wordt iets meer toegestaan dan bij het regime AUP Tuinstad Uitzonderlijk. Een collectieve groene ruimte (mag wel maar) hoeft niet per se openbaar te zijn. Ook mag in het geval van sloop-nieuwbouw, naast de oorspronkelijk voorkomende AUP-verkavelingstypen, ook het zogenaamde U-vormige bouwblok (type Bos en Lommer) voorkomen.
Tevens geldt er in dit regime een uitzonderingsregel, waarbij afwijkingen in maatwerk mogelijk zijn (conform regime Tuinstad Standaard) mits de buurt als geheel in grote lijnen herkenbaar blijft als Tuinstad Bijzonder. In hoofdstuk 11 is nader ingegaan op cultuurhistorie en de in de Nota Cultuurhistorie opgenomen richtlijnen. 3.4.7
Nota Parkeernormen Auto
Algemeen
Gemeente Amsterdam
blz. 46
Op 7 juni 2017 is de Nota Parkeernormen Auto vastgesteld door de gemeenteraad van Amsterdam. In de nota zijn voor nieuwe ontwikkelingen parkeernormen opgenomen. Aan de nota ligt een aantal bestuurlijke keuzes ten grondslag: 1. Het college kiest ervoor om bij nieuwbouw geen parkeervergunning aan huurders, kopers en werknemers te verlenen. 2. Het college kiest voor parkeernormen die aansluiten bij het autobezit. 3. Het college kiest ervoor om bij sociale huurwoningen geen minimumparkeernorm te stellen. 4. Het college kiest voor een maximumparkeernorm van 1 parkeerplaats per woning. Deze bestuurlijke keuzes zijn gemaakt op basis van onder meer de volgende ontwikkelingen: Autobezit: In Amsterdam is sinds deze eeuw sprake van een bescheiden afname van het gemiddelde autobezit van 29% in 2000 naar 27% in 2013. De afname van het autobezit bij jongeren (van 18 tot 29 jaar) is echter een stuk groter, namelijk van 18% in 2000 naar 12% in 2013. Dit kan een trendbreuk zijn maar ook duiden op een crisiseffect. Parkeernormen en autoverkeer: Autobezit en autoverkeer hebben een directe relatie. Dit betekent niet dat iedereen die een auto bezit de auto ook dagelijks gebruikt. Het autogebruik in de stad daalt al jaren (Bron: Amsterdamse Thermometer van de Bereikbaarheid 2015). De in de nota voorgestelde parkeernormen sluiten aan bij het huidige autobezit maar liggen gemiddeld iets lager.
Hiermee zijn de parkeernormen passend ten opzichte van de licht dalende trend. Nieuwbouw en parkeervergunningen: In gebieden met betaald parkeren kunnen bewoners en bedrijven in aanmerking komen voor een parkeervergunning. Om naar de (toekomstige) bewoners meer duidelijkheid te scheppen wordt alle nieuwbouw uitgesloten van parkeervergunningverlening. Parkeernormen en de toekomst: De vooralsnog bescheiden daling van het eigen autobezit in Amsterdam in de afgelopen 10 jaar, geeft geen aanleiding om bij de nieuwbouwopgave voor de komende 10 jaar met significant lagere parkeernormen te werken. Bij (recente) projecten is er in de praktijk een hogere parkeervraag dan bij de ontwikkeling was voorzien. Bij de uitwerking van parkeernormen voor nieuwbouwwoningen is het uitgangspunt het gemiddelde autobezit in de periode 2000-2013. Door de trends 'zelfrijdende auto' en 'autodelen' is ervoor gekozen om ten opzichte van het huidige autobezit een iets lagere normen te kiezen. ABC-locaties en parkeernormen Amsterdam is opgedeeld in A-, B- en C-locaties, waarbij een A-locatie goed per openbaar vervoer bereikbaar is en een C gebied vooral goed met de auto bereikbaar is. Het plangebied is op grond van het beleid een B-locatie.
bestemmingsplan_Jacob Geelbuurt Oost, fase 2 en 3 (vastgesteld)
blz. 47
Afbeelding: gebiedsindeling parkeernormen met de ABC-locaties in beeld (A = paars, B = grijs en C - oranje)
Bij B-locaties is sprake van een goed openbaar vervoer maar dergelijke locaties liggen verder van de intercitystations af. Hier kiest de gemeente ervoor om naast een maximumparkeernorm van 1 parkeerplaats per woning ook een minimum norm te hanteren. Deze zijn als volgt: a. Voor vrije sectorwoningen (koop en huur): 1. Bij woningen tot 30 m² bvo, een minimumnorm van 0,1 tenzij het project met minder dan 100 woningen in deze categorie betreft. In dat geval is de norm 0,0 parkeerplek per woning. 2. Woningen tussen 30 m² en 60 m² bvo, een minimumnorm van 0,3 parkeerplek per woning. 3. Woningen boven de 60 m² bvo, een minimumnorm van 0,6 parkeerplek per woning. b. Voor alle soorten sociale en middeldure huurwoningen, geen minimumparkeernorm. Ontwikkelaars worden verplicht om bij nieuwbouw het minimum aantal parkeerplaatsen op eigen terrein te realiseren. Bij nieuwbouw van alle woningtypen geldt dat nieuwe bewoners worden uitgesloten van parkeervergunningverlening op straat. De parkeernorm voor bezoekersparkeren is voor alle woningtypen 0,1 parkeerplaats per woning. Verankering in een bestemmingsplan Op 29 november 2014 is de Woningwet gewijzigd. Tot deze wijziging kon door gemeenten gekozen worden voor het stellen van parkeernormen via bestemmingsplannen of via de stedenbouwkundige bepalingen van de Bouwverordening.
Als de parkeernormen via het bestemmingsplan waren geregeld golden deze als toetsingskader. Als een bestemmingsplan geen parkeerregeling kende golden voor dat gebied de parkeernormen van de Bouwverordening. Deze laatste optie is met de wijziging van de Woningwet inmiddels uitgesloten, zodat parkeernormen nu langs de weg van het bestemmingsplan
Gemeente Amsterdam
blz. 48
moeten worden opgelegd. Bij het regelen van parkeren In het bestemmingsplan hoeven sinds 2014 geen exacte normen voor parkeren te worden opgenomen. Door een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.2, tweede lid onderdeel a Bro) bestaat sinds 1 november 2014 de mogelijkheid om in het bestemmingsplan een verwijzing naar beleidsregels op te nemen: “Ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening kan een bestemmingsplan regels bevatten waarvan de uitleg bij de uitoefening van een daarbij aangegeven bevoegdheid, afhankelijk wordt gesteld van beleidsregels”. Hierdoor kan, net zoals dit mogelijk was in de Bouwverordening, een flexibele regeling voor parkeren worden opgenomen in een bestemmingsplan. De parkeernormering kan aldus op twee manieren via het bestemmingsplan worden geregeld: 1. Een voorwaardelijke verplichting tot het realiseren van een minimum of maximum aantal parkeerplaatsen, met een verwijzing naar de beleidsregels van de geldende nota parkeernormen. 2. Het opnemen van een specifieke regeling voor parkeren in een bestemmingsplanregeling. Conclusie In het bestemmingsplan dient rekening te worden gehouden met parkeernormen voor de auto. Voor het plangebied is in de algemene gebruiksregels daarom bepaald dat in geval van een omgevingsvergunning voor het bouwen moet worden getoetst aan de parkeernormen uit de dan geldende parkeernota.
Daarmee wordt uitvoering gegeven aan artikel 3.1.2, tweede lid onderdeel a Bro en is gewaarborgd dat er voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd. Op de parkeerbehoefte en de wijze waarop in deze parkeerbehoefte wordt voorzien zal in hoofdstuk 6 worden ingegaan. 3.4.8
Nota parkeren fiets en scooter
De Nota Parkeernormen Fiets en Scooter is op 30 januari 2018 vastgesteld door het college van B&W en op 14 maart 2018 door de gemeenteraad. In dit beleid worden minimale normen gegeven voor fietsparkeerplaatsen bij diverse niet-woonfuncties, richtlijnen voor scooterparkeerplaatsen voor scooters bij niet-woonfuncties en richtlijnen voor fietsparkeerplaatsen en scooterparkeerplaatsen bij woonfuncties. Het plangebied is gelegen in zone 3. In deze zone is het fietsgebruik laag. Fiets- en scooterparkeerplaatsen bij woonfuncties Conform het Bouwbesluit 2012 zijn fietsenbergingen bij woningen in nieuwbouw verplicht maar er kan ook worden gekozen voor gelijkwaardige alternatieven. De gemeente geeft bij nieuwbouw de voorkeur aan een gemeenschappelijke fietsenstalling in plaats van individuele bergingen. Voor bezoekers van woningen geldt daarnaast een minimaal 0,5 fietsparkeerplaats per woning als richtlijn. De Bouwbrief 2015-130 is de leidraad voor het aantal fietsparkeerplekken ten behoeve van woningen:
bestemmingsplan_Jacob Geelbuurt Oost, fase 2 en 3 (vastgesteld)
blz. 49
Afbeelding: tabel aantal fietsplekken per woning bij een gemeenschappelijke fietsenstalling volgens Bouwbrief 2015-130 (bron Nota parkeren fiets en scooter)
Indien een woning groter is dan 50 m², is een individuele fietsenberging verplicht. Indien de woning kleiner is dan 50 m², mag er ook voldaan worden aan een gemeenschappelijke berging. Echter, er is ook bij woningen groter dan 50 m² een mogelijkheid voor een gezamenlijke fietsenstalling, als gelijkwaardig alternatief voor de voorgeschreven individuele fietsenberging. Wanneer hiervoor gekozen wordt, is het nog wel verplicht een individuele bergingen van minimaal 2.7 m² per woning te realiseren. Bij nieuwe woningen is de minimum parkeernorm voor scooters 0,13 parkeerplek per woning. Bij het bepalen van de parkeereis wordt de uitkomst (norm x aantal woningen) naar boven afgerond op een heel getal. De parkeerplekken dienen op eigen terrein te worden gerealiseerd. De parkeernorm voor scooters is niet-bindend. Conclusie In het plangebied dient op basis van richtlijnen rekening te worden gehouden met voldoende parkeergelegenheid voor fietsen bij woningen en voor scooters. Op de parkeerbehoefte en de wijze waarop in deze parkeerbehoefte wordt voorzien zal in hoofdstuk 6 worden ingegaan. 3.4.9
Groenvisie Amsterdam 2020-2050
Op 21 december 2020 is de Groenvisie Amsterdam 2020-2050 vastgesteld. Dit is de visie van Amsterdam op de rol van groen en natuur in de stad voor nu en in de toekomst. De ambitie is om het bestaande groen te verbeteren en toegankelijker te maken, nieuw groen toe te voegen en de groene ruimte in en om de stad beter met elkaar te verbinden. Om te zorgen voor genoeg gevarieerd groen voor iedereen worden bij ieder project of initiatief de mogelijkheden afgewogen om tegels en asfalt te vervangen door groene ruimte volgens het principe: 'Groen tenzij'. Daarnaast wordt de stedelijke groennorm gehanteerd, ook voor bestaande buurten, en wordt de stad natuurinclusief aangelegd en beheerd. Conclusie De vernieuwing van de Jacob Geelbuurt Oost maakt het mogelijk om meer kwalitatief groen te realiseren, ondanks de verdichting die in dit deel van de buurt gaat plaatsvinden. Zo zal de doorgaande groenzone langs de Ringspoorlijn worden uitgebreid richting het westen via groene binnenhoven en speelstraten. De precieze uitwerking volgt in het kader van de bouwplannen. Verder wordt er gekeken
Gemeente Amsterdam
blz. 50
naar het verminderen van de hoeveelheid verharding in de omgeving door op diverse plekken te gaan vergroenen zoals het schoolplein tussen de Huizingaschool en het Comeniuslyceum en de openbare ruimte Nicolaas Japiksestraat. 3.4.10 Agenda Duurzaamheid De Agenda Duurzaamheid is in november 2015 vastgesteld en verwoordt de ambitie, de richting, de samenhang en de aanpak ten aanzien van duurzaamheid. In de Agenda zijn voor de stad vier tranistiepaden benoemd: duurzame energie, schone lucht, circulaire economie en klimaatbestendige stad. Voor elk transitiepad geldt dat ‘omdenken’ de essentie is om te komen tot nieuwe manieren van productie, consumptie en distributie om zo te verduurzamen. Om de diverse doelstellingen te kunnen realiseren zal o.a. meer duurzame energie moeten worden opgewekt, meer gebruik moeten worden gemaakt van duurzame warmte en er zal sprake moeten zijn van een regenbestendige stad (o.a. rainproof, zie subpargraaf 3.4.12). Conclusie Duurzaamheid staat hoog op de agenda van de gemeente Amsterdam. Er zijn verschillende manieren om de ambitie ten aanzien van duurzaamheid te realiseren.
Omdat de bouwplannen voor het plangebied nog nader worden uitgewerkt is op dit moment nog niet met zekerheid aan te geven welke maatregelen er op het gebied van duurzame energie, schone lucht, circulaire economie en klimaatbestendige stad kunnen en zullen worden toegepast en hoe deze maatregelen precies worden vormgegeven. Bij de nadere uitwerking van de plannen zal verder zoveel als mogelijk rekening worden gehouden met de ambities in de Agenda Duurzaamheid. 3.4.11 Routekaart - Amsterdam Klimaatneutraal 2050 Amsterdam heeft grote ambities op het vlak van duurzaamheid en wil een aantrekkelijke en leefbare stad zijn voor iedereen die er woont, werkt of op bezoek komt. De doelen om dit te bereiken zijn vastgelegd in de Routekaart - Amsterdam Klimaatneutraal 2050. Om de gemiddelde temperatuurstijging op aarde beperkt te houden moet de CO2-uitstoot verminderen. Met dit programma word een onomkeerbare beweging in gang gezet naar een stad die van kolen, olie en gas voor 100% overgaat op schone energie. Doel is de CO2-uitstoot met 95% terugdringen in 2050 ten opzichte van 1990 en de stad vóór 2040 volledig aardgasvrij maken. De tussenstap op weg naar 2050 is 55% minder CO2-uitstoot in 2030. Om dat te bereiken heeft de gemeente een eerste voorzet gedaan op basis van vijf thema’s: 1. 2. 3. 4. 5.
Gebouwde omgeving Mobiliteit Elektriciteit Industrie en haven Gemeentelijke organisatie
Voor de Jacob Geelbuurt zijn vooral de thema’s gebouwde omgeving en mobiliteit van belang: Gebouwde omgeving Alle gebouwen in Amsterdam zijn in 2050 CO2-neutraal en aardgasvrij in 2040. Het gaat dan om alle woningen, kantoren, bedrijfspanden, ziekenhuizen, scholen en andere maatschappelijke gebouwen. Amsterdam wil overgaan op duurzame energie en het energiegebruik omlaag brengen. Mobiliteit
bestemmingsplan_Jacob Geelbuurt Oost, fase 2 en 3 (vastgesteld)
blz. 51
Het streven is om alle verkeer in Amsterdam uitstootvrij te krijgen tussen 2025 en 2030. Uitstootvrij betekent dat de opgewekte energie voor vervoer van duurzame bronnen komt. Daarnaast is de inzet om de groei van het stads- en regionale verkeer te beheersen. Conclusie De nieuwbouw in de Jacob Geelbuurt Oost wordt energiezuinig gebouwd conform de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). 3.4.12 Rainproof Het hoofddoel van Amsterdam Rainproof is om de stad Amsterdam regenbestendiger te maken. Dit vraagt om veranderingen op vier vlakken: op het mentale, het economische, het fysieke en het organisatorische vlak. Vanuit het programma Ruimte voor de Stad onderzoekt de gemeente de fundamentele vragen die de verdichting en groei naar de stad van de toekomst met zich meebrengen en geeft daarmee richting aan projecten en beleid. Het rapport Regenbestendige Gebiedsontwikkeling, biedt alle betrokken bij gebiedsontwikkeling, van opdrachtgever, planeconoom, tenderschrijver, stedenbouwkundige, civieltechnisch projectleider, wateradviseur en jurist informatie en handvaten. Zo bevat het katern 'juridisch instrumentarium' bijvoorbeeld nieuwe inzichten voor bestemmingsplannen, een hemelwaterverordening en de omgevingswet. Het biedt ook voorbeeldteksten die in bepaalde instrumenten opgenomen kunnen worden.
Op gebouw-/perceelniveau kunnen maatregelen worden getroffen om te voorzien in een minimale waterverwerkingscapaciteit van hemelwater door middel van waterberging, hergebruik en/of infiltratie. Een ander aspect is om ervoor te zorgen dat bouwwerken minder snel wateroverlast ondervinden, door bijvoorbeeld een minimaal bouw-/vloerpeil, een maximale diepte van ondergrondse constructies en de verhouding verhard/onverhard oppervlak. Op 26 april 2021 is de Hemelwaterverordening Amsterdam vastgesteld. Deze verordening regelt een verplichting voor nieuwe gebouwen en voor bestaande gebouwen die ingrijpend worden gerenoveerd, waaraan één of meer bouwlagen worden toegevoegd, of waarvan het bebouwde oppervlak wordt uitgebreid, om per m² minimaal 60 liter hemelwater te bergen en dit hemelwater over de opvolgende 60 uur af te voeren. Doel van deze verordening is om bij grote regenbuien, die steeds vaker voorkomen, waterschade in de stad zoveel mogelijk te voorkomen en daarmee een bijdrage te leveren aan een klimaatbestendige stad. Conclusie Het toepassen van voldoende maatregelen voor waterverwerking is van belang om de stad regenbestendiger te maken, ook ter plaatse van het plangebied. De bouwplannen voor het onderhavige plangebied zullen aan de Hemelwaterverordening moeten voldoen. Voor de openbare ruimte is een concept definitief ontwerp gereed.
In dat ontwerp is er voor een groot deel van de openbare ruimte van uitgegaan dat deze wordt ingericht als voetgangers/verblijfsgebied met zoveel mogelijk groen.
Gemeente Amsterdam
blz. 52
3.4.13 Visie Openbare Ruimte 2025 De gemeenteraad heeft op 8 juni 2017 een richtlijn vastgesteld voor ontwikkeling en beheer van de Amsterdamse openbare ruimte. Daarin is per zone een opgave van de openbare ruimte gedaan en er zijn vijf ambities voor de stedelijke openbare ruimte geformuleerd zodat de openbare ruimte de huiskamer is van alle Amsterdammers: Ambitie 1 De openbare ruimte is ingericht op huidig en toekomstig gebruik; Ambitie 2 De openbare ruimte ondersteunt de dynamiek van de stad; Ambitie 3 De openbare ruimte wordt duurzaam ingericht en beheerd; Ambitie 4 De openbare ruimte wordt overal op verzorgd niveau onderhouden en beheerd; Ambitie 5 Het inrichten en beheren van de openbare ruimte is een gezamenlijke opgave.
Afbeelding: uitsnede opgavekaart Visie Openbare Ruimte 2025
Het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan behoort volgens de opgavekaart tot de zone 'nieuwe stadsbuurt. De woningbouwambitie in de zone 'nieuwe stadsbuurt' staat of valt met nieuwe stedelijke kwaliteit in de openbare ruimte: levendige en prettig ingerichte stadsstraten, goed straatgroen en logische routes naar de bestaande woon- en stadsbuurten. In nieuwe gemengde stadsbuurten ligt de focus op het maken van stedelijke openbare ruimte van de 21e eeuw, duurzaam en klimaatbestendig. Conclusie Het plangebied zal door de beoogde herontwikkeling leiden tot een verdichting van een bestaande woonbuurt in dit deel van de stad. Bij de herinrichting van de openbare ruimte zal hier rekening mee worden gehouden aangezien er voldoende openbaar toegankelijke ruimte beschikbaar zal zijn voor verblijfsfuncties, voetgangers en fietsers. Dit is mede mogelijk doordat parkeren zoveel mogelijk op
bestemmingsplan_Jacob Geelbuurt Oost, fase 2 en 3 (vastgesteld)
blz. 53
eigen terrein wordt opgelost.
Gemeente Amsterdam
blz. 54
bestemmingsplan_Jacob Geelbuurt Oost, fase 2 en 3 (vastgesteld)
blz. 55
Hoofdstuk 4
Vernieuwing plangebied
Voor de vernieuwing van het plangebied zijn de Investeringsnota Jacob Geelbuurt Oost en de in voorbereiding zijnde kavelregels van belang.
4.1
Investeringsnota Jacob Geelbuurt Oost
Naar aanleiding van de wens om de Jacob Geelbuurt Oost te vernieuwen en in het belang van een integrale stedelijke ontwikkeling heeft de gemeente voor dit deel van de buurt een Investeringsnota opgesteld (zie bijlage 1). De Investeringsnota is opgesteld in overleg met De Alliantie en de bewoners en op 7 november 2019 door de gemeenteraad vastgesteld. In de Investeringsnota staan de gemeentelijke uitgangspunten en randvoorwaarden voor de vernieuwing van het gebied. 4.1.1
Aanleiding en opgave
In de Investeringsnota zijn de volgende opgaven voor de vernieuwing van de Jacob Geelbuurt Oost geformuleerd: Perspectief voor bewoners: In het vernieuwingsplan Jacob Geelbuurt uit 2013 is als ambitie geformuleerd, dat zowel de huidige als nieuwe bewoners de vernieuwde Jacob Geelbuurt als droombuurt gaan ervaren. De vernieuwing richt zich in eerste instantie op de huidige bewoners. Als het goed gaat met hen, gaat het immers ook goed met de buurt en wordt deze vanzelf aantrekkelijk voor nieuwe bewoners. De huidige bewoners krijgen de kans om wooncarrière te maken. Van nieuwe sociale woningen tot woningen in het middensegment tot dure woningen. Identiteit van de buurt: Belangrijk deel van de opgave is het versterken van de identiteit van de buurt. Een buurt met een sterke identiteit zorgt voor binding van de bewoners met hun buurt. Deze identiteit kan gezocht worden op verschillende vlakken: stedenbouwkundig, architectuur, openbare ruimte en functies. Mix van mensen: De woningvoorraad in de buurt is eenzijdig. In de Jacob Geelbuurt Oost bestaat deze voor 100 procent uit sociale huurwoningen van de Alliantie. In de nieuwbouw zal er een gevarieerd aanbod van nieuwe woningen gerealiseerd worden waar huidige en nieuwe bewoners kunnen wonen: gezinnen met kinderen, senioren en ouderen, maar ook starters, alleenstaanden en stellen.
Naast huurders zullen er straks ook meer kopers in de buurt wonen dan nu. Kwalitatief hoogwaardige openbare ruimte: De openbare ruimte in het oostelijk deel van de Jacob Geelbuurt is sleets geworden en toe aan vernieuwing. De belangrijkste groenzone langs het spoor functioneert niet echt als deel van de buurt en wordt door bewoners als onveilig ervaren, vooral ‘s avonds. Het gebruik ervan beperkt zich tot het uitlaten van de hond, of het er doorheen fietsen. Duurzame buurt: De gemeente Amsterdam streeft naar een duurzame stad, waarbij nieuwbouw klimaatneutraal en duurzaam wordt gebouwd. Nieuwbouw wordt niet meer aangesloten op het aardgas. 4.1.2
Visie
De Jacob Geelbuurt Oost maakt onderdeel uit van het door het Rijk aangewezen Rijkswederopbouwgebied. Bij de vernieuwing van het gebied is deze cultuurhistorische waardering een belangrijk uitgangspunt. Daarom vormt het raamwerk van Van Eesteren de basis voor de vernieuwing.
Gemeente Amsterdam
blz. 56
Afbeelding: het Rijkswederopbouwgebied (bron: Investeringsnota)
Tegelijkertijd kan de Jacob Geelbuurt een bijdrage leveren aan de bouwopgave van de stad. De beschikbare ruimte moet zo goed mogelijk benut worden. De visie op de vernieuwing van de buurt is om hier extra woningen te realiseren en daarbij de cultuurhistorische kwaliteiten te behouden. Hiermee ontstaat een levendig stuk stad dat zich enerzijds voegt in de structuur van de Jacob Geelbuurt en anderzijds de verbinding maakt naar de dynamiek van de Ringzone West. Binnen de randvoorwaarden is een bouwhoogte mogelijk van 4 tot 6 bouwlagen met een hoogte-accent. De Jacob Geelstraat, de Comeniusstraat en de Hemsterhuisstraat vormen een heldere structuur met lange zichtlijnen en een hiërarchisch stratenpatroon. Dit zijn belangrijke elementen in gedachte van de Westelijke Tuinsteden. De rooilijn van de huidige bebouwing langs de parkstrook blijft zoveel mogelijk de rooilijn voor de nieuwbouw, waardoor een optimale beleving van de groenstrook mogelijk is. Ook aan de Hemsterhuisstraat en de Comeniusstraat sluit de nieuwbouw aan bij de bestaande rooilijn. Binnen dit kader is ruimte voor een nieuw ensemble van 5 nieuwe open blokken. Door de kleinere blokmaat ontstaan meer verbindingen van de buurt naar het groen en het water en de heldere ontsluiting versterkt de samenhang met de omgeving.
Door de gebouwen rond een gemeenschappelijke hof (privé of collectief) te groeperen en door de structuur van de bebouwing die zich als een ‘kam’ naar het groen opent, zorgt het ontwerp ervoor dat de relatie met de openbare ruimte gewaarborgd wordt.
bestemmingsplan_Jacob Geelbuurt Oost, fase 2 en 3 (vastgesteld)
blz. 57
Afbeelding: vernieuwing in vogelvlucht, vanuit zuidoostelijke richting (bron: Investeringsnota)
De nieuwe verkaveling bestaat uit een rand van zes lagen (5 lagen met een laag setback) als sterke ruggengraat aan de Jacob Geelstraat en iets lagere gebouwen met 4 en 5 lagen in de binnenhoven. Met dit type bebouwing vormt het plangebied in bebouwingshoogte en typologie een schakel tussen de laagbouw van Slotervaart en de hoogbouw in de ringzone. Aan de Hemsterhuisstraat is ruimte voor een hoogte-accent van maximaal 9 bouwlagen.
Gemeente Amsterdam
blz. 58
Afbeelding: vernieuwing in vogelvlucht, vanuit zuidwestelijke richting (bron: Investeringsnota)
Op basis van deze visie en uitgangspunten is een nieuwe verkaveling ontwikkeld voor de Jacob Geelbuurt Oost. Binnen deze nieuwe verkaveling kunnen ruim 500 woningen worden gebouwd. Hiermee zal de Jacob Geelbuurt Oost straks aan ongeveer 200 huishouden extra ruimte bieden. 4.1.3
Planbeschrijving
Bouwenvelop De randvoorwaarden voor de bouwvelden bestaan in hoofdlijnen uit een maximale bouwenvelop waarbinnen de nieuwbouw moet plaatsvinden en aanvullende spelregels voor de uitwerking per bouwveld. Het contrast tussen de invulling van Jacob Geelbuurt Oost en de ten westen gelegen voorzieningenstrook blijft behouden. De Jacob Geelstraat is asymmetrisch: aan de oostzijde heeft de straat een rechte, doorlopende rooilijn die gebaseerd is op de bestaande rooilijn en aan de overkant een per gebouw verspringende rooilijn. Het enkelzijdig bomenscherm aan de westzijde van de straat (NB: In de Investeringsnota is per abuis de oostzijde van de straat vermeld) versterkt deze asymmetrie, evenals de variatie in bouwhoogten aan de kant van de voorzieningenstrook. De rooilijn in het noorden en zuiden is gebaseerd op de bestaande rooilijn van de aangrenzende gebouwen in het westen. De rooilijn aan het spoor is in tegenstelling tot de drie andere kanten verspringend. Aan de randen richt deze zich op het bestaande gebouw van het Leger des Heils en bestemmingsplan_Jacob Geelbuurt Oost, fase 2 en 3 (vastgesteld)
blz. 59
springt dan ten gunste van het park terug.
Afbeelding: bouwenvelop en rooilijnen ten opzichte van de huidige situatie (bron: Investeringsnota)
Deze vernauwing aan de noord- en zuidkant creëert automatisch ingangen en beslotenheid naar dit deel van het park. Binnen deze grote bouwenvelop worden vijf blokken van bijna dezelfde grootte geplaatst. Op de begane grond aan de Jacob Geelstraat mogen entrees één meter uitsteken. Vanaf de eerste verdieping mogen onderdelen als balkons, erkers en loggia’s tot 1,50 m uit de rooilijn van het gebouw uitsteken.
Gemeente Amsterdam
blz. 60
Stedelijke structuur De nieuwe stedelijke structuur van de Jacob Geelbuurt Oost bestaat uit een kam van herhalende bouwblokken. Deze bouwblokken zijn in de basis stedenbouwkundig en architectonisch gelijk. De orthogonale opzet van bouwvelden, hoven en gebouwen is kenmerkend voor de Westelijke Tuinsteden en biedt ook ruimte voor de ontwikkeling van een nieuwe woonbuurt. Voordeuren van woningen op de begane grond komen in principe allemaal rechtstreeks uit op de straat of in de margestrook.
Afbeelding: aansluiting op de bestaande structuur en een sterke ruggengraat met geopende stroken aan het park (bron: Investeringsnota)
In de relatie tussen oud en nieuw vormt het bestaande de omgeving waar de nieuwbouw bij aansluit. Niet in de vorm van een kopie, maar vanuit een eigen interpretatie die tot een kwalitatieve opgave moet leiden. De parkstrook wordt straks intensiever gebruikt en functioneert niet meer als de achterkant van de buurt, zoals de groenstrook deed. Om dit te versterken komen er adressen (voordeuren) aan de parkzijde. Aanvullend is de verkaveling geopend naar het park. Blokken B-D (zie voorgaande afbeelding) krijgen aan de parkzijde een minimaal opening van 25 meter breedte over de volledige hoogte. Deze biedt vanuit het binnenterrein en de woningen aan de straatkant zicht op het park en/of de speelstraten. Bijna alle bewoners hebben daardoor een relatie en visuele verbinding met het groen en de sociale veiligheid neemt toe.
bestemmingsplan_Jacob Geelbuurt Oost, fase 2 en 3 (vastgesteld)
blz. 61
Bouwmassa/ dichtheid Voor de toekomstige bouwmassa en dichtheid in de Jacob Geelbuurt Oost zijn eisen gesteld om een optimale bezonning mogelijk te maken. Deze eisen betreffen de verhouding tussen de hoogte van een gebouw en de ruimte tussen gebouwen. Deze verhouding bedraagt minimaal 2:3. Deze verhouding is niet iets typisch tuinstedelijks, maar is ingevoerd met de woningwet (1901). De enige uitzondering op de 2:3 verhouding, is als de kop van een strook loodrecht staat op een andere strook. Dan kan de minimale verhouding maximaal 4:5 worden. Deze verhoudingen zijn ook vastgelegd in de Nota Cultuurhistorie voor Nieuw-West.
Afbeelding: verhouding tussen de hoogte van gebouwen en de ruimte daartussen is minimaal 2:3 (bron: Investeringsnota)
Voor de bebouwing aan de Jacob Geelstraat, de Hemsterhuisstraat en de Comeniusstraat is de goothoogte overal maximaal 5 verdiepingen hoog met een begane grond van 3,50 meter en 3 meter voor de bouwlagen. Daarboven kan aan de Jacob Geelstraat en de Hemsterhuisstraat een extra, terugliggende verdieping worden aangebracht. Zo ontstaan rustige, doorlopende straatwanden die een sterke ruggengraat vormen. Aan de speelstraten en aan het park is de bebouwing lager met 4-5 bouwlagen. Hier geldt de hierboven beschreven afstandsregel van de gebouwen. In bouwveld A mag in de noordoosthoek een hoogteaccent gerealiseerd worden tot maximaal 9 lagen hoog. Deze locatie ligt dichtbij metrostation Postjesweg, versterkt de reeks aan hoogbouwelementen in noord-zuid richting aan de westelijke zijde van de Ringspoorlijn en heeft geen negatieve bezonningsinvloed op de omgeving.
Gemeente Amsterdam
blz. 62
Afbeelding: aantal bouwlagen (bron: Investeringsnota)
Een voorbeeldverkaveling wijst uit dat er binnen de gestelde randvoorwaarden ruimte is voor ruim 500 woningen. Uitgangspunt daarbij is gemiddeld 68 m² GBO. Het gebouw van het Leger des Heils blijft in principe behouden en vormt onderdeel van bouwveld E. Het totale bouwvolume dat zo ontstaat, omvat ongeveer 55.000 m². Programma In Jacob Geelbuurt Oost worden 312 woningen en drie bedrijfsruimtes gesloopt en vervangen door ruim 500 nieuwe appartementen (vooralsnog 511 woningen). Alle woningen worden per lift ontsloten of hebben een entree aan de straat en zijn levensloopbestendig.Op het niveau van de Jacob Geelbuurt als geheel blijft het aantal sociale huurwoningen gelijk. Binnen het groenstedelijk woonmilieu wordt in de Jacob Geelbuurt Oost een gedifferentieerd woningaanbod gerealiseerd. Om het aantal sociale huurwoningen in de buurt gelijk te houden, wijkt de nieuwbouw iets af van de standaard 40-40-20. De verdeling van het aantal woningen is 88% sociale huur, middeldure huur- en koopwoningen en 12% duurdere koopwoningen. Blok A-D wordt door de Alliantie ontwikkeld en blok E wordt door de gemeente via een reguliere tenderprocedure op de markt gebracht, waarbij in eerste instantie aan een wooncooporatie of CPO project wordt gedacht. Bij de realisatie van sociale huurwoningen houdt de Alliantie rekening met het, in vergelijking met het
bestemmingsplan_Jacob Geelbuurt Oost, fase 2 en 3 (vastgesteld)
blz. 63
Amsterdams gemiddelde, grotere aandeel gezinnen in de buurt. De nieuwbouw bestaat daarom uit 1/3e deel 2-kamerwoningen, 1/3e deel 3-kamerwoningen en 1/3e deel 4-kamerwningen. De gemiddelde woninggrootte is 65 – 70 m² gbo. In het Vernieuwingsplan Jacob Geelbuurt is destijds de keuze gemaakt om de Jacob Geelbuurt Oost vooral als woongebied te ontwikkelen, naast het bestaande cluster maatschappelijke voorzieningen in het middengebied van de buurt. Op basis van de normen uit de nota ‘Amsterdamse referentienorm voor maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen’ is in het kader van de Investeringsnota nagegaan of de verdichting in het oostelijk deel van de buurt extra maatschappelijke voorzieningen nodig maakt. Uit de berekeningen blijkt dat op basis van de referentienormen er geen behoefte is aan extra maatschappelijke ruimten. De Jacob Geelbuurt is een echte woonbuurt en bevat in de huidige situatie slechts een handvol commerciële ruimten, die voor een deel in gebruik zijn bij niet-commerciële functies zoals het wijkkantoor van de Alliantie. Conform het Vernieuwingsplan blijft de Jacob Geelbuurt een woonbuurt en zullen er geen nieuwe commerciële ruimten worden ontwikkeld. In de Jacob Geelbuurt Oost is daarom geen maatschappelijk of economisch programma voorzien.
Openbare ruimte Aansluiting openbare ruimte Momenteel is er weinig relatie tussen het maaiveld en de functies op de begane grond. De gebouwen hebben op de begane grond veelal gesloten gevels met bergingen en woningentrees, maar geen woonruimte die direct op maaiveld uitkijkt en bijdraagt aan sociale veiligheid. In de nieuwbouw komen woonfuncties op de begane grond waardoor een aantrekkelijk en groenstedelijk woonmilieu gerealiseerd wordt. De bebouwing heeft hierdoor een directe relatie met de openbare ruimte. Binnen het blok speelt intimiteit en groen een belangrijke rol. De openbare ruimte wordt als één aaneengesloten geheel ontwikkeld en ingericht volgens de Puccinimethode. De openbare ruimte wordt Rainproof ingericht. Dit geldt ook voor het uitgeefbaar terrein. Tuinstadgedachte Typerend voor het ‘tuinstadkarakter’ is de ‘tussenschaal’ van buurtstraat en wijkweg, en van groenstrook en parkstrook. Voor het behoud van het tuinstadkarakter is het daarom essentieel om bij de stedelijke transformatie deze tussenlagen in stand te houden. Het schema van de ruimtelijke opbouw vanuit de woning laat het belang van de asymmetrische wegprofielen, met één groene kant zien. Met deze verbindende lijnen op buurt- en wijkniveau ontstaat een groenstructuur van speelplekken op blok-niveau en parken op stadsdeelniveau, met de continuïteit die hoort bij het tuinstadkarakter.
Om het gevoel van ruimte te versterken werd het groen doorgekoppeld. Dit wil zeggen dat je vanaf je tuin naar een park kan lopen met overal het gevoel van groen. Daarbij zijn heldere overgangen van privé naar collectief naar openbaar noodzakelijk.
Gemeente Amsterdam
blz. 64
Afbeelding: schema ruimtelijke opbouw (bron: Investeringsnota)
Parkstrook De nieuwe inrichting van de openbare ruimte vormt mede de basis voor de vernieuwde buurt. Uitgangspunt is het sterke, groene raamwerk van de buurt. De bestaande kwaliteiten daarvan worden benut en minder goede aspecten verbeterd. Zo wordt de onderbenutte groenstrook langs het spoor straks beter benut als buurtpark, als groene woonkamer voor de bewoners. Niet alleen wordt hiermee de toegankelijkheid tot de parkzones verbeterd, maar ook de buurt zelf wordt vanuit het groen ontsloten en beter zichtbaar. Paden zorgen voor de verbinding, zichtlijnen bieden vanuit de woonwijk een blik op de parkstroken. Een goede aansluiting van de bebouwing op het park is gewenst. Er komt een fietsroute, zodat fietsers de route door het park kunnen gebruiken zonder voetgangers of bezoekers te hinderen. Het wordt zo ingericht dat ouderen, jongeren en kinderen hier straks kunnen verblijven, sporten en spelen. De beide entrees vanaf de Comeniusstraat en de Hemsterhuisstraat worden benadrukt door een versmalling. Dit biedt een mooi contrast met de ruimte van het park daarachter. De aanwezigheid van de parkstrook is mede aanleiding om de hoven van binnenuit op dit groengebied te oriënteren. Via de openbare tussenruimte en vanuit de woningen moet de groene kwaliteit van de parkstrook en het water ervaarbaar zijn.
Binnenterreinen Het grootste verschil met de huidige situatie is het afsluiten van de nu nog publiek toegankelijke binnenhoven tussen de bouwblokken. In de nieuwe situatie zijn de binnenterreinen alleen nog maar toegankelijk voor direct omwonenden. Zo ontstaan binnenhoven met privétuinen en een collectieve tuin. De verhouding van privé en collectief kan per blok verschillend zijn. Om het groene karakter te behouden en vanwege rainproof, zal tenminste 70% van het oppervlakte van de binnenhoven groen of met open verharding ingericht worden. Margestrook
bestemmingsplan_Jacob Geelbuurt Oost, fase 2 en 3 (vastgesteld)
blz. 65
Voor de nieuwe woningen in de speelstraten wordt uitgegaan van een 2 m brede margestrook. Aan de Jacob Geelstraat kan deze zone maximaal 1,5 m breed zijn en zal samen met de mogelijke vooruitspringende entrees op een lijn liggen. Aan de Hemsterhuisstraat (noord) en de Comeniusstraat (zuid) is geen margestrook. De margestrook ligt overal op maaiveld en hoort bij het uitgegeven gebied. Bomen In Slotervaart zijn bomen, groen en bebouwing als eenheid ontworpen. De bomen doen mee met de bebouwing, als afscheiding of versterking van de architectuur. Ook werden op goed zichtbare plekken vaak grotere bomen gepland. De toepassing van straat/ en laanbomen is een essentieel onderdeel van de ruimtelijke opzet van deze buurten. Heel specifiek is het onderscheid tussen het ´Raamwerk´ (doorstroming, lanen zwaar in de bomen) en de ‘Woonvelden’ (thuisgevoel in parkachtig landschap). Maar ook in de woonvelden is nog steeds een subtiele ordening van bomen afleesbaar: De Jacob Geelstraat behoudt het asymmetrische wegprofiel en de plantafstand van een scherm. Ook in de Comeniusstraat en de Hemsterhuisstraat vormen de bomen een scherm, geplaatst in het gevelritme. In de groenstrook langs het spoor zijn de bomen los geplant en staan vaak in groepjes. Op de meeste plekken in het parkstrook kunnen de bomen blijven staan of deze worden verplant.
Nieuwe bomen worden overwegend in het midden van de parkstrook geplant en blijven zo op voldoende afstand geplaatst van de waterloop (o.a. om bladinval te voorkomen ten behoeve van de waterkwaliteit). In de navolgende afbeelding is dit weergegeven (waarbij de groene cirkels de nieuwe bomen zijn).
Afbeelding: indicatie positie nieuwe en te verplanten bommen Jacob Geelbuurt Oost
In de speelstraten komen enkele 'los gestrooide' bomen. In de binnenterreinen van de vijf velden komen twee of drie bomen van de tweede grootte, afhankelijk van de maat van het binnenterrein. Dit biedt de garantie voor voldoende groene massa op de binnenterreinen. Algemeen is het uitgangspunt het behoud van zoveel mogelijk bestaande bomen in het plangebied of compensatie en verplanting als mogelijk. Bij wijzigingen wordt de bomentaal gevolgd. Naar verwachting zullen in de Jacob Geelbuurt Oost ongeveer 60 bestaande bomen moeten worden gekapt, waar de toekomstige ontwikkeling gepland is. Hetzelfde aantal bomen zal worden herplant in de speelstraten en de collectieve binnenhoven in de Jacob Geelstraat.
Gemeente Amsterdam
blz. 66
Verkeer en parkeren Verkeer In het AUP werd de hiërarchische opbouw van woonstraat, buurtstraat, wijkweg, stadsstraat naar autoweg al vastgelegd. Typerend voor het ‘tuinstadkarakter’ is de ‘tussenschaal’ van buurtstraat en wijkweg. Voor het behoud van het tuinstadkarakter is het essentieel om alle schalen in stand te houden. De Jacob Geelbuurt blijft een deel van het stratenpatroon met behoud van het orthogonaal stedenbouwkundig patroon. De bouwblokken worden rondom ontsloten door tweerichtingsverkeer en sluiten aan op de bestaande verkeerscirculatie. De speelstraten tussen de bouwvelden zijn voor het merendeel alleen toegankelijk voor langzaam verkeer (alleen inrit van parkeerplaatsen is mogelijk). De speelstraten sluiten aan op de wandelroutes door het park. De fietsroute door het park, die in noord-zuid richting belangrijk is voor het verbinden van het gebied met het omliggende stedelijk weefsel en voor het versterken van het netwerk van Nieuw-West als geheel, loopt parallel aan het spoor. De speelstraten waar kinderen veilig kunnen spelen hebben een profiel van minimaal 21 meter breed. Vanaf de Jacob Geelstraat bieden deze straten ruim zicht op het park. Dat de voordeuren van de woningen hier direct aan deze straten grenzen, versterkt de levendigheid en het gevoel van sociale veiligheid.
Afbeelding: verkeersstructuur (bron: Investeringsnota)
bestemmingsplan_Jacob Geelbuurt Oost, fase 2 en 3 (vastgesteld)
blz. 67
Parkeren auto's Het parkeren ten behoeve van de nieuwbouw wordt op eigen terrein opgelost. Nieuwe bewoners krijgen geen parkeervergunning op straat. Terugkeerders met parkeervergunning kunnen wel op straat parkeren. Ook voor bezoekers worden parkeerplaatsen op straat gemaakt (parkeernorm 0,1 pp/wo). Als er gebouwde parkeervoorzieningen worden gerealiseerd, dan wordt hierop een gronddekking aangebracht van minimaal 1 meter om waterberging en substantiële beplanting mogelijk te maken (tenzij er op het dek ook parkeerplaatsen gerealiseerd worden). De parkeerplaatsen op eigen terrein zullen bereikbaar zijn via de Jacob Geelstraat, de Hemsterhuisstraat of de Comeniusstraat. De entrees liggen aan het begin van de speelstraten. De inrit, inclusief alle toebehoren en eventuele niveauverschillen, moet zich volledig binnen de rooilijnen bevinden. Hierbij worden de parkeernormen gehanteerd volgens de Nota Parkeernormen Auto (zie subparagraaf 3.4.7). Het aantal parkeerplaatsen op straat neemt af van 222 parkeerplaatsen naar 154 parkeerplaatsen. Deze zijn bestemd voor bezoekers en huidige bewoners die terugkeren naar de nieuwbouw en beschikken over een parkeervergunning. De Alliantie zal conform het gemeentelijke parkeerbeleid parkeerplaatsen op eigen terrein realiseren.
Fietspark eren Gelet op de druk op de openbare ruimte is het belangrijk dat het parkeren van de fietsen van de bewoners en de bezoekers op een gebruiksvriendelijke manier op eigen terrein wordt opgelost. De fietsparkeerplaatsen zijn logisch gelegen en makkelijk toegankelijk vanaf de omliggende openbare ruimte, bij voorkeur op gelijk vloerniveau. Inpandige fietsparkeerruimte heeft een ruime entree en doorgang om te zorgen dat tegemoetkomende fietsers elkaar kunnen passeren. Bij het ontwerp van de stalling moet ook ruimte gecreëerd worden voor bijzondere modellen zoals bakfietsen, fietsen met kratjes/ kinderstoeltjes en elektrische fietsen (minimaal 5% van het totaal aantal parkeerplekken). Voorts moet er aandacht zijn voor het logisch stallen van scooters en scootmobielen op eigen terrein bij de woning. Voor de uitvoering en het aantal benodigde parkeerplaatsen moet de Nota parkeernormen Fiets en Scooter in aanmerking worden genomen (zie subparagraaf 3.4.8). Vanuit de gemeente is er een voorkeur voor de bouw van een gemeenschappelijke fietsenstalling per bouwblok. Duurzaamheid De nieuwbouw in de Jacob Geelbuurt Oost wordt energiezuinig gebouwd conform de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG).
4.2
Kavelregels kavel 5 (blok E)
Het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan heeft betrekking op de blokken C, D en E van de in de vorige paragraaf beschreven vernieuwing. Voor de blokken A en B is door De Alliantie een separate planologische procedure opgestart. Voor de blokken C en D heeft De Alliantie bouwplannen in voorbereiding. Deze bouwplannen zullen aansluiten op de ontwerpen van de blokken A en B. Doordat de gemeente kavel 5 (Blok E) via een reguliere tenderprocedure op de markt zal brengen zijn er kavelregels in voorbereiding.
Gemeente Amsterdam
blz. 68
Afbeelding: bouwenvelop kavel 5
P.M.
bestemmingsplan_Jacob Geelbuurt Oost, fase 2 en 3 (vastgesteld)
blz. 69
Hoofdstuk 5 5.1
MER / MER(beoordelings)plicht
MER beoordelingsplicht
Op 1 april 2011 is het Besluit milieueffectrapportage gewijzigd. In het besluit wordt onderscheid gemaakt in m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten en m.e.r.-plichtige activiteiten. Het aantal situaties waarvoor een m.e.r. verplicht moet worden uitgevoerd is verminderd. Er zijn nu meer situaties waar eerst beoordeeld kan worden of een m.e.r. moet worden uitgevoerd. Het komt er op neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst die beneden de drempelwaarden vallen een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: 1. belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk; 2. belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r. De diepgang van de vormvrije m.e.r.-beoordeling hangt af van: a. de aard van de voorgenomen activiteit; b. de (gevoeligheid van de) omgeving waarin de activiteit is gesitueerd; c. de maatschappelijke aandacht voor de activiteit;4. mate van beschikbaarheid van informatie, bijvoorbeeld over de gevoeligheid van gebieden.
Het geldende bestemmingsplan is duidelijk gericht op behoud van de bestaande situatie. Het nu voorliggende bestemmingsplan heeft betrekking op een andere configuratie van het bestaande woongebied. Planologisch gezien is er geen sprake van een toevoeging van woningen aangezien het geldende bestemmingsplan in theorie ook 511 (kleine) woningen in de Jacob Geelbuurt Oost mogelijk maakt. Feitelijk neemt het aantal woningen echter wel toe met circa 190 woningen/woonruimten. Door de omvang van het programma en door de gewijzigde configuratie kan de herontwikkeling worden beschouwd als 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen' als bedoeld onder 11.1 van de D-lijst. De drempelwaarde voor een stedelijk ontwikkelingsproject bedraagt: een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen, of; een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Het programma dat met het bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt is beduidend lager dan de drempelwaarde, ook indien rekening wordt gehouden met de separate planologische procedure voor fase 1, zodat voor de herontwikkeling kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r.-beoordeling.
In de omgeving zijn weliswaar projecten (Podium Lelylaan) met mogelijke raakvlakken op het gebied van ruimtelijke effecten, maar er is geen ruimtelijke of functionele samenhang tussen de beide projecten. Het onderhavige project is dan ook een autonome ontwikkeling. Niettemin wordt in de vormvrije m.e.r.-beoordeling bezien of en in welke mate sprake zal zijn van een samenloop van effecten en zo ja, of deze aanvaardbaar zijn.
Gemeente Amsterdam
blz. 70
5.2
Vormvrije MER-beoordeling
5.2.1
Kenmerken van de activiteit
De Alliantie en de gemeente zijn van plan om de woongebouwen in de strook ten oosten van de Jacob Geelstraat te slopen en te vervangen door nieuwe woongebouwen. Er wordt daarbij uitgegaan van een invulling en opzet die recht doet aan het AUP. Er is door de herontwikkeling sprake van een verdichting door een toename van het aantal woningen. Er is ook rekening gehouden met de voor Amsterdam kenmerkende functiemenging door bedrijfsruimtes in de plint van het meest zuidelijke blok. Het karakter van het plangebied blijft daarmee vergelijkbaar met de huidige situatie zodat er geen hinder ontstaat voor de bestaande functies in de omgeving. Het toevoegen van extra woningen binnen het plangebied heeft geen relevante nadelige milieueffecten in de omgeving en leidt dus ook niet tot nadelige gecumuleerde effecten (zie ook paragraaf 5.2.3). Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen is niet aan de orde. 5.2.2
Plaats van de activiteit
Het plangebied is nu aan te merken als onderdeel van een woonbuurt in Nieuw West, in de nabijheid van OV-knooppunt Lelylaan. Door de herontwikkeling zal er een verdichting aan woningen plaatsvinden waardoor de buurt intensiever zal worden gebruikt. Deze intensivering zal er voor zorgen dat de voorzieningen in de omgeving en OV-knooppunt Lelylaan (nog) beter worden benut. De bedrijfsruimte(s) komt in de plint van het zuidelijke blok, langs de doorgaande Comeniusstraat. De bedrijfsruimte(s) zal daarmee bijdragen aan het versterken van het karakter van deze straat. De herontwikkeling van het plangebied is passend binnen het in de Omgevingsvisie aangegeven karakter van luwe gebieden aangezien er geen (nieuwe) publiekaantrekkende functies worden gerealiseerd maar voornamelijk woningen en een kleinschalige bedrijfsruimte. Deze functies zijn gelijk aan de huidige functies en sluiten daarmee functioneel gezien goed aan bij de functies in de directe omgeving. De herinrichting van het plangebied biedt mogelijkheden om de (hemel)waterhuishouding te optimaliseren en om groen in het plangebied te versterken. Deze positieve effecten binnen het plangebied hebben ook hun positieve effecten in de omgeving.
De van toepassingen zijnde normen inzake milieukwaliteit die bij communautaire wetgeving zijn vastgesteld (onder meer luchtkwaliteit, geluid en (indirect) flora en fauna) worden niet overschreden. In subparagraaf 5.2.3 wordt nader toegelicht dat voldaan wordt aan de Nederlandse (en als gevolg daarvan ook aan de communautaire) wetgeving terzake. 5.2.3
Kenmerken van het potentiële effect
In de paragrafen 5.2.1 en 5.2.2 is al toegelicht dat de beoogde herontwikkeling van het plangebied geen gevolgen voor milieuhinder heeft en niet tot nadelige effecten leidt voor de omgeving. In het navolgende worden nog een aantal potentiële effecten kort toegelicht: Verkeer: de herontwikkeling van het plangebied heeft geen nadelige gevolgen voor de verkeersafwikkeling in de omgeving van het plangebied. Uit paragraaf 6.1 blijkt dat er weliswaar sprake is van een toename van verkeer maar deze toename leidt niet tot knelpunten in de verkeersafwikkeling. Geluid: als gevolg van de herontwikkeling zullen er voornamelijk woningen/woonruimten in het plangebied worden toegevoegd. Deze leiden niet tot andere geluidsoverlast in de bestaande bestemmingsplan_Jacob Geelbuurt Oost, fase 2 en 3 (vastgesteld)