A - 07 Grondzaken (31) 05 Nota van beantwoording en wijzigingen projectnota
Tekst van het document
Antwoord Schinkelkwartier wordt een ‘maaiveldstad’ waar de beleving op ooghoogte een belangrijke rol speelt. Elk gebouw sluit goed aan op de openbare ruimte. Om de interactie tussen het gebouw en de openbare ruimte te vergroten is het van belang dat er veel entrees in het gebouw zitten en dat de begane grond verdieping voldoende ruimte biedt voor uiteenlopend gebruik. De plint van een gebouw is het deel van de begane grondverdieping dat grenst aan de openbare ruimte. De plint is genereus en vormt een specifieke ontwerpopgave. Denk hierbij aan toepassing van bijzondere kleuren, materialen, details en kunsttoepassingen. De hoofdroutes en bijzondere plekken in Schinkelkwartier zijn de belangrijkste dragers voor commerciële en maatschappelijke voorzieningen. De begane grond verdieping van de nieuwe bebouwing is minimaal 4,5 meter hoog, zodat uiteenlopende functies en voorzieningen daar goed in terecht kunnen. Met deze hoogte sluiten we aan bij het bestemmingsplan voor Schinkelhaven waar een bruto verdiepingshoogte van 4,5 meter verplicht is. 40
Gebouwen die een markante positie innemen binnen de hoofdstructuur van het gebied hebben een dubbelhoge plint van minimaal 7,5 meter (in plaats van de in de concept projectnota opgenomen 7,9 meter). Dit geldt in het bijzonder voor commerciële ruimtes, entrees en hoeken van deze gebouwen. Een insteekverdieping is toegestaan maar deze moet wel minimaal 4 meter vrij liggen van de gevel. De exacte posities van dubbelhoge plinten en maatvoering van verdiepingshoogtes wordt nader uitgewerkt in de stedenbouwkundig plannen per deelgebied en de bouwenveloppen voor specifieke bouwplannen.
Wijzigingen Deze inspraakreactie(s) geeft (geven) aanleiding om de projectnota aan te passen. Bijlage 2 is aangepast in die zin dat een dubbelhoge plint van minimaal 7,5 meter geldt voor gebouwen die een markante positie innemen binnen de hoofdstructuur van het gebied.
3.3.8
Toegankelijkheid en beheer binnenterreinen (16/17 en 120)
Inspraakreacties Geadviseerd wordt om geen gesloten bouwblokken en ‘gated communities’ vorm te geven, maar de binnenterreinen openbaar toegankelijk te maken. Dit bevordert de leefbaarheid. AFWC stelt dat een visie op het beheer van deze binnenterreinen ontbreekt, waarbij aandacht moet zijn voor veiligheid en leefbaarheid. AWFC biedt aan om de ervaring op dit vlak in te brengen in de fase van het stedenbouwkundig plan.
Antwoord In de deelgebieden Nieuwe Meer Oost en Riekerpark is ruimte voor een eigen typologie van bebouwing. Er is gekozen voor een concept waarin met relatieve laagbouw toch een hoge dichtheid wordt bereikt. Dat kan alleen door uiterst efficiënt met de ruimte om te gaan. De openbare verkeersruimte wordt beperkt, zodat er ruimte overblijft voor grote bouwblokken met groene binnenterreinen waar het prettig wonen en verblijven is. Op geluidluwe locaties hebben de bouwblokken openingen die zorgen voor contact tussen de straten en de binnenterreinen. De binnenterreinen in het ontwerp zijn groen, geluidluw en openbaar toegankelijk. Ze zijn met elkaar verbonden door een netwerk van informele routes voor voetgangers en fietsers. Zo ontstaat er contrast tussen bruisende stadsstraten en luwe binnenruimten. Sommige binnenterreinen herbergen ruimte voor groen en sport. In die hoedanigheid vormen ze ook een onderdeel van de te realiseren referentienormen voor groen en sport in het gebied en is de openbare toegankelijkheid van belang. Het uitgangspunt is dat alle bouwblokken en groene binnenterreinen in erfpacht zijn uitgegeven maar blijven openbaar toegankelijk. De tussenliggende straten en bijzondere plekken worden openbaar.
Het openbaar gebied zal door de gemeente ontworpen, aangelegd en beheerd worden, terwijl de uitgegeven binnenterreinen door de erfpachter ontworpen, aangelegd en beheerd worden. Tijdens de volgende planfase gaan we graag in overleg met ontwikkelende partijen over het beheer om zo tot een veilige en leefbare wijk te komen.
Wijzigingen Deze inspraakreacties geven geen aanleiding om de projectnota aan te passen. 41
3.3.9
Kapvormen Schinkelhaven (103, 108, 112, 113/114 en 115)
Inspraakreacties Insprekers hebben begrip voor de wens om individueel afleesbare panden in deelgebied Schinkelhaven te realiseren, maar vinden dat daarvoor geen dwingende kapvorm voor nodig is. Een kapvorm is ook niet duurzaam, zorgt voor een verslechtering van de effectiviteit van zonnecellen en maakt het lastig om in het kader van biodiversiteit groene daken aan te leggen. Verder zorgt een kapvorm voor ineffectieve meters en zal het verdichting in de weg staan. Eigenaren in het gebied worden benadeeld omdat er minder volume kan worden gerealiseerd binnen 21 meter als het huidige bestemmingsplan toelaat.
Antwoord Schinkelhaven is een gebied waar de bebouwing pandsgewijs is ontwikkeld. Hierdoor is er een heel gedifferentieerd en attractief straatbeeld ontstaan. Er kunnen verschillende middelen worden ingezet om de afleesbaarheid van individuele panden in dat straatbeeld vast te houden en waar mogelijk te versterken. Denk hierbij aan differentiatie in bouwhoogte, verdiepingshoogte, kleurgebruik, materialisatie, gevelopbouw en kapvorm. Bij voorkeur verschillen de panden in Schinkelhaven in dakvorm van aangrenzende panden. Dit is niet bedoeld als dwingende eis, maar als richtinggevende spelregel. Dit wordt verduidelijkt in de projectnota.
Wijzigingen Deze inspraakreactie(s) geeft (geven) aanleiding om de projectnota aan te passen. In Bijlage 2 is opgenomen dat panden in Schinkelhaven in dakvorm bij voorkeur verschillen van aangrenzende panden om ervoor te zorgen dat panden individueel leesbaar zijn.
3.3.10 Bebouwingsvrije zone Generaal Vetterstraat (127) Inspraakreactie Er is volgens insprekers geen rekening gehouden met de zekerheid die bewoners van de Generaal Vetterstraat in een eerder stadium hebben gekregen dat er niet binnen 30 meter achter hun achtergevel gebouwd zou worden. Dit is destijds geen onderdeel geworden van de bestemmingsplanregels. Antwoord Op grond van het huidige bestemmingsplan Bedrijventerrein Schinkel – Aalsmeerplein e.o. is sprake van een onbebouwde ruimte van ruim 30 meter tussen de destijds beoogde woningbouw ten zuiden van het Aalsmeerplein en de achterkanten van de bestaande woningen. Deze onbebouwde ruimte is momenteel bestemd als groen en water, maar dat wil niet zeggen dat deze bestemming nooit meer gewijzigd wordt. Voor het toevoegen van bebouwing op deze locatie is een wijziging van het huidige bestemmingsplan noodzakelijk. In het stedenbouwkundig kader voor de ontwikkeling van Schinkelkwartier, zoals opgenomen in de projectnota, is een nieuwe stedenbouwkundige structuur voorzien. In de volgende fase wordt dit voor deelgebied Schinkelhaven nader uitgewerkt in een stedenbouwkundig plan. Bij de totstandkoming daarvan worden belanghebbenden nauw betrokken. Wijzigingen Deze inspraakreactie geeft geen aanleiding om de projectnota aan te passen. 42
3.3.11 Afwaarderen en overkappen A4 (154) Inspraakreactie Stichting Een Open Stad (E.O.S.) stelt dat in de projectnota de oriëntatie en bezinning op een hoger schaalniveau ontbreekt en bepleit een radicaal andere benadering, waarbij het hogere schaalniveau van de gehele stad en metropoolregio voorop staat. Voorstel is om de A4 en spoorlijn af te waarderen en deels ondergronds te brengen, zodat Schinkelkwartier op maaiveldniveau verbonden wordt met de Oeverlanden, Nieuwe Meer en Amsterdamse Bos. Dit leidt tot een reductie van verkeers- en geluidsbelasting en ontstaat ruimte voor overkapping van infrastructuur met woningen, bedrijven en kantoren.
Antwoord We hebben waardering voor de integrale benadering en diepgang van deze inspraakreactie. De problematiek van ruimtelijke fragmentatie en barrièrevorming heeft onze volle aandacht. In deze fase van stedelijke transformatie en urgente woningbehoefte willen we onze middelen om te beginnen inzetten om de interne samenhang van de wijk en verbindingen met de omgeving te versterken. We volgen daarbij de koers zoals opgenomen in de Omgevingsvisie Amsterdam 2050. Het ingediende voorstel biedt goede aanknopingspunten voor een mogelijk perspectief op de lange termijn. Daarbij moeten we ons wel realiseren dat het overkappen van grootschalige infrastructuur een hele complexe en zeer kostbare oplossing is.
Wijzigingen De inspraakreactie geeft geen aanleiding tot het aanpassen van de projectnota.
3.3.12 Flexibiliteit stedenbouwkundig kader (100, 101, 134, 148, 156, 159, 160 en 161) Inspraakreacties In meerdere inspraakreacties zijn vragen gesteld over de status van het stedenbouwkundig kader in de projectnota. Zo wordt gevreesd dat het stedenbouwkundig kader op voorhand leidt tot een sterke begrenzing van de gewenste ontwikkelruimte. Er wordt benadrukt dat sprake is van een organisch proces dat vanwege verschillende marktprocessen, optimalisaties en voortschrijdend inzicht voortdurend onderhevig is aan veranderingen. De projectnota wordt gezien als een momentopname in het licht van de huidige bestuurlijke wensen. Dit vraagt om een flexibiliteit en maatwerk en een stedenbouwkundig kader dat meebeweegt en waar nodig ruimte biedt voor noodzakelijke afwijkingen en aanpassingen. NLR wijst op de beoogde eindsituatie in het stedenbouwkundig kader waarbij NLR terrein is getransformeerd. Gezien de recente renovatie en nieuwbouw is NLR voorlopig niet van plan uit te kijken naar een andere locatie. De benaming ‘tussenfase’ in de projectnota wordt daarbij als ongepast gezien. Global Switch stelt dat de op termijn voorgestelde verplaatsing vanuit commercieel en maatschappelijk perspectief een onmogelijke opgave is. Verplaatsing van het datacenter leidt tot hoge maatschappelijke kosten. Daarbij is het verzoek een financiële risicoanalyse te maken.
Verder vraagt Global Switch waarom niet voor elk bedrijf dezelfde standaard wordt gehanteerd, aangezien NLR wel kan blijven.
43
Een inspreker vindt dat de bebouwingsdichtheid te hoog is en stelt dat eerst de onbebouwde terreinen bebouwd moeten worden alvorens veel bestaande bebouwing te slopen. Een andere inspreker wijst erop dat het bebouwen van onbebouwde grond kan bijdragen aan het opheffen van barrières. Verzoek van een inspreker is om in de projectnota rekening te houden met de plannen voor de locatie Overschiestraat 184 en 186, waarbij wordt uitgegaan van handhaving van de bestaande kantoorgebouwen inclusief bestaand parkeren op maaiveld. Ten aanzien van Rijnsburgstaat 9-11 wijst een inspreker erop dat in de projectnota ten onrechte wordt uitgegaan van vervangende nieuwbouw, terwijl handhaving van de bestaande toren het uitgangspunt is.
Antwoord Het stedenbouwkundig kader is in de projectnota verder uitgewerkt dan gebruikelijk in deze fase. Er is namelijk een breed gedeeld besef dat Schinkelkwartier als geheel een goede hoofdstructuur nodig heeft om de potentie van het gebied in volle omvang te kunnen benutten. Het aanhelen van de ruimtelijke structuur, verbeteren van de bereikbaarheid, borgen van maatschappelijke voorzieningen en begeleiden van de groeiende hoeveelheid bouwinitiatieven zijn gebaat bij een gebiedsbrede aanpak. Het stedenbouwkundig kader maakt dit voorstelbaar en is richtinggevend voor de uitwerking in stedenbouwkundige plannen per deelgebied in de volgende fase en initiatieven in het plangebied die hierop vooruitlopen. In de projectnota staan verschillende ambities, uitgangspunten en bouwregels opgenomen die richtinggevend zijn voor de gebiedsontwikkeling van Schinkelkwartier. Dit laat onverlet dat er bij de ontwikkeling van specifieke bouwinitiatieven ruimte moet zijn voor wendbaarheid in programma, schaal en tempo. In goed overleg met belanghebbenden wordt in de volgende fase onderzocht of hun bouwinitiatieven passen binnen de voorgestelde kaders en, als dat niet het geval is, onder welke condities er maatwerk mogelijk is. Bij het uitwerken van de bouwenvelop en het vaststellen van de erfpachtovereenkomst worden eventuele verbijzonderingen en aanpassingen vastgelegd.
Dat geldt ook voor de mogelijke ontwikkeling van de locaties Overschiestraat 184 en 186 en Rijnsburgstraat 911. Voor de laatstgenoemde geldt dat vanwege de (voorlopige) cultuurhistorische waardering de bestaande bebouwing wordt opgenomen (zie beantwoording onder 3.4.6). Het stedenbouwkundig kader schetst een mogelijk eindbeeld. De doorlooptijd van tenminste 25 jaar brengt ongetwijfeld ook wijzigingen in beleid en omstandigheden met zich mee. Gedurende de transformatie monitoren we, zodat waar nodig kan worden bijgestuurd. De mogelijke transformatie van de kavels van Global Switch en NLR zijn op dit moment het moeilijkst te voorspellen. Daarom is de situatie waarin de terreinen van NLR en Global Switch nog niet transformeren apart beschouwd. Deze situatie wordt stedenbouwkundig en planologisch aanvaardbaar geacht. We begrijpen dat de term ‘tussenfase’ bij deze bedrijven de indruk kan wekken dat onvoldoende rekening wordt gehouden met hun gevestigde belangen. Dit wordt dan ook aangepast. Een verplaatsing van Global Switch op langere termijn is uiterst complex en kostbaar. Dit vraagt te zijner tijd om een bestuurlijke en financiële afweging die in overleg met het bedrijf moet worden voorbereid. In het stedenbouwkundig kader is gekozen voor een concept waarin met relatieve laagbouw toch een hoge dichtheid wordt bereikt.
Dat kan alleen door uiterst efficiënt met de ruimte om te gaan. Op sommige locaties kiezen we voor het bebouwen van onbebouwde ruimte, bijvoorbeeld in Riekerpark. In algemene zin geldt dat door het slopen van bestaande bebouwing vaak efficiënter 44
ruimtegebruik mogelijk is. Daarnaast zijn wij ook afhankelijk van initiatieven van erfpachters en grondeigenaren die in het gebied gevestigd zijn.
Wijzigingen Deze inspraakreactie(s) geeft (geven) aanleiding om de projectnota aan te passen. In paragraaf 7.1 is in de situatie waarin de kavels van Global Switch en NLR nog niet transformeren niet meer aangeduid als tussenfase.
3.3.13 Ontwikkeling ACTA-terrein (120, 130 en 156) Inspraakreactie Een inspreker geeft aan dat in het gedeelte van de Sloterstrip ten westen van Johan Huizingalaan geen sprake is van verdichting met woningbouw zoals in de rest van het plangebied. Er wordt gevraagd naar de motivatie, aangezien deze locatie zich juist goed leent voor verdichting met woningbouw. Daarbij wordt vermeld dat de Alliantie deze locatie strategisch heeft aangekocht met de motivatie om hier een substantieel sociaal programma te ontwikkelen. De Alliantie vindt het niet benutten van deze ontwikkelmogelijkheid gezien het tekort aan betaalbare huurwoningen maatschappelijk onverantwoord en wil graag met de gemeente in gesprek over de ontwikkeling van de locatie. AVL vraagt zich af waarom het ACTA terrein tot deelgebied De Plantijn wordt gerekend en wijst erop dat er geen ruimtelijke relatie tussen beide gebieden bestaat. Global Switch suggereert juist om het westelijk deel van deelgebied Sloterstrip, dat als alternatieve locatie voor Global Switch is opgenomen, bij De Plantijn te voegen en daar de gewenste extra woningen te realiseren.
Antwoord Het ACTA-terrein is geen onderdeel van deelgebied De Plantijn, maar van deelgebied Sloterstrip. Het westelijk deel van Sloterstrip, waar het ACTA-terrein deel van uitmaakt, is in het stedenbouwkundig kader opgenomen als ‘strategische reservelocatie’. Dat wil zeggen dat hiervoor nog geen stedenbouwkundig eindbeeld is uitgewerkt, met als reden om binnen het plangebied ruimte beschikbaar te houden voor eventueel uit te plaatsen functies. Dat wil echter niet zeggen dat hier op termijn geen ruimte is voor verdichting met woningbouw. Uitgangspunt is om in de volgende fase in overleg met betrokken belanghebbenden, waaronder de Alliantie, de ontwikkelmogelijkheden en invulling nader te verkennen en uit te werken.
Wijzigingen Deze inspraakreactie(s) geeft (geven) aanleiding om de projectnota aan te passen. In paragraaf 7.2 is opgenomen waarom het gedeelte van Sloterstip ten westen van de Johan Huizingalaan vooralsnog is aangemerkt als strategische reservelocatie.
45
3.4
Cultuurhistorische waarden (ingediend door 16/17, 81, 101, 127, 146, 156, 157, 158, 159 en 161)
Diverse insprekers hebben gereageerd op de (voorlopige) cultuurhistorische waardering van bebouwing op hun percelen. Deze inspraakreacties worden hieronder afzonderlijk behandeld. Diverse insprekers hebben een reactie gegeven op de cultuurhistorische waarde van begraafplaats Huis te Vraag en het aangrenzende veenweidegebied. Voor de beantwoording van deze inspraakreacties wordt verwezen naar het thema Huis te Vraag in paragraaf 2.7. De cultuurhistorische waarden zijn in paragraaf 2.3 van de projectnota beschreven. In het kader van de projectnota en het concept Omgevingseffectrapport (OER) is onderzoek gedaan naar cultuurhistorische waarden. De uitkomsten zijn verwerkt in paragraaf 4.2.3 van de projectnota en in het stedenbouwkundig kader (hoofdstuk 5). Een en ander heeft ook geleid tot spelregels voor bouwinitiatieven ten aanzien van cultuurhistorie. In 2017 is de gemeente gestart met een cultuurhistorisch onderzoek naar kantoren, bedrijfs- en industriecomplexen in de periode 1965-1985. Dit heeft geleid tot een concept Waarderingskaart architectonische en stedenbouwkundige kwaliteit tot 1985. Deze indicatieve kaart moet nog worden vastgesteld. Ter voorbereiding op de vaststelling zal te zijner tijd een inspraakprocedure worden gestart, op basis waarvan de waarderingen mogelijk kunnen worden bijgesteld.
Deze concept Waarderingskaart is te zien als een uitbreiding van de al bestaande (en eerder vastgestelde) ordekaarten voor de binnenstad, 19e-eeuwse ring, Gordel 20-40 en de AUP-wijken (naoorlogse bebouwing tot 1970). De waarderingskaarten zijn een belangrijk instrument om cultuurhistorische waarden een plek te geven in de gebiedsontwikkeling. Om die reden is hier rekening mee gehouden in de projectnota.
3.4.1
Ordewaardering panden (127)
Inspraakreactie De inspreker vraagt om ook gebouwen met orde 2 en 3 status in de projectnota mee te nemen omdat deze door monumentenzorg wel als belangrijk zijn benoemd.
Antwoord In paragraaf 2.3 van de projectnota is een beschrijving gegeven van de cultuurhistorische waarden in het plangebied. Bebouwing met een orde 1 status zijn veelal aangewezen als monument of hebben een vergelijkbare cultuurhistorische waarde. Orde 2 panden zijn architectuur eenheden met een voor de periode karakteristieke architectonische vormgeving en/of typologie. Gezien de doorwerking van de orde 1 en 2 status in ruimtelijke plannen zijn deze op de kaart in de projectnota opgenomen. Orde 3 panden zijn architectuur eenheden met een voor de periode kenmerkende vormgeving en/of kenmerkende typologie. Ze komen niet in aanmerking voor hetzelfde beschermingsniveau als orde 1 en 2. Om die reden zijn orde 3 panden niet opgenomen op de kaart. Dat wil niet zeggen dat bij de verdere uitwerking van de plannen geen aandacht is voor de orde 3 panden.
46
Wijzigingen Deze inspraakreactie geeft geen aanleiding om de projectnota aan te passen. Wel is in paragraaf 2.3 uitgelegd waarom orde 3 panden niet op de kaart cultuurhistorisch waardevolle bebouwing in de projectnota zijn opgenomen.
3.4.2
Gebouwen (voormalig) IBM-terrein (16/17, 156 en 157)
Inspraakreacties Er zijn meerdere inspraakreacties ingediend over de cultuurhistorische waarde van de panden op het voormalig IBM-terrein: Er wordt gesteld dat de panden B1, IBM-typemachinefabriek en datawarehouse geen beschermde status moeten krijgen. Dit vanwege de ongekende afbraak aan het stedenbouwkundig concept van het doortrekken van de Sloterweg en het creëren van een hoogstedelijke omgeving. Er wordt opgemerkt dat het gebouw B. Amsterdam geen cultuurhistorische waarde heeft en om die reden niet als orde 2 pand kan worden aangemerkt. Vooruitlopend op het nadere onderzoek naar de cultuurhistorische waarde kan niet worden gesteld dat de inzet is om elementen van deze panden en het verhaal van IBM terug te laten komen in de gebiedsontwikkeling. Er wordt verzocht om keuzes over de doorwerking door te schuiven naar het ontwikkelproces. Het wordt merkwaardig gevonden dat enerzijds onderzoek wordt gedaan naar de cultuurhistorische waarde van de gebouwen en anderzijds nu al wordt voorgesorteerd op het verwijderen van die gebouwen bij een (onrealistisch) veronderstelde verplaatsing van Global Switch.
Antwoord De reactie dat de gebouwen op het voormalig IBM-terrein geen beschermde status moeten krijgen wordt onderschreven. Deze gebouwen beperken de ontwikkelmogelijkheden en daarmee de haalbaarheid van de gebiedsontwikkeling Schinkelkwartier. Het behouden van deze panden zou er immers toe leiden dat een groot deel van het beoogde programma, de beoogde stedenbouwkundige structuur en de centrale fietsverbinding niet gerealiseerd kunnen worden. Het belang van de haalbaarheid van de gebiedsontwikkeling weegt in dit geval dus zwaarder dan het cultuurhistorisch belang van de voormalige IBM-gebouwen. Om die reden heeft het college van B&W op 22 december 2020 in het kader van de vrijgave van de concept projectnota besloten dat deze panden op de concept Waarderingskaart architectonische en stedenbouwkundige kwaliteit tot 1985 geen voorlopige orde 2 waardering krijgen. Daarbij heeft het college van B&W ook besloten om nader onderzoek te doen naar de mogelijkheid om elementen van deze panden en verhaal van IBM te behouden of terug te laten komen in het gebied. De gemeente heeft inmiddels nader onderzoek laten doen naar de cultuurhistorische waarde van de gebouwen op het voormalig IBM-terrein.
Daarin wordt geadviseerd om de cultuurhistorische waarde van de gebouwen geen belemmering te laten zijn, maar hier gebruik van te maken door een gebiedsontwikkeling met behoud van bestaande identiteitsdragers mogelijk te maken. Het cultuurhistorisch advies is vormgegeven in een keuzemenu en wordt betrokken bij de verdere planuitwerking van dit deelgebied. Het overnemen van sommige onderdelen van het advies (behouden gebouwen en gebruik bestaande gebouwen als sokkel voor nieuwbouw) zou de beoogde 47
gebiedsontwikkeling van Nieuwe Meer Oost sterk belemmeren of zelfs onmogelijk maken, zodat deze niet worden meegenomen bij het vervolg. Daarmee is er vanuit cultuurhistorisch perspectief dan ook geen sprake van een belemmering voor een eventuele toekomstige verplaatsing van Global Switch.
Wijzigingen Deze inspraakreacties geven geen aanleiding om de projectnota aan te passen. Wel is in paragraaf 4.2.3 de uitkomst van het nadere cultuurhistorisch onderzoek naar de gebouwen op het voormalig IBM-terrein opgenomen.
3.4.3
A-Factory en Honeywell Bull (16/17)
Inspraakreactie De karakteristieke gebouwen A-Factorij en Honeywell Bull zouden als monument moeten worden aangewezen, waarbij wel ruimte moet zijn voor ontwikkelmogelijkheden zoals hoogbouw of overbouwing.
Antwoord Het is niet mogelijk om in het kader van de projectnota gebouwen als monument aan te wijzen, daarvoor moet een aanwijzingsprocedure worden opgestart. De gebouwen A-Factorij en Honeywell Bull (laagbouw) zijn op de concept Waarderingskaart architectonische en stedenbouwkundige kwaliteit tot 1985 voorlopig gewaardeerd als orde 2. Anders dan een orde 1 waardering vormt een orde 2 waardering in principe geen aanleiding om een procedure tot aanwijzing tot gemeentelijk monument te starten. Orde 2 betekent dat nader beoordeeld moet worden in hoeverre deze panden voor bescherming of behoud in aanmerking komen. Het uitgangspunt van de projectnota is dat de genoemde panden in principe worden behouden, maar dat in geval van een ontwikkeling moet worden beoordeeld op welke wijze respectvol met de cultuurhistorische waarde kan worden omgegaan.
Wijzigingen Deze inspraakreactie geeft geen aanleiding om de projectnota aan te passen.
3.4.4
Anthony Fokkerweg 51-59 (81 en 158)
Inspraakreacties Het pand Anthony Fokkerweg 51-59 heeft ten onrechte een orde 2 aanwijzing gekregen. Dit pand is niet representatief voor de historische identiteit van het gebied, omdat er geen sprake meer is van een origineel gebouw. De cultuurhistorische waarde van deze panden is door verbouwingen en uitbreidingen verloren gegaan. Verwezen wordt naar een verkennend cultuurhistorisch onderzoek uit 2012 waarin voor het pand Anthony Fokkerweg 53-59 een orde 3 status was beoogd. De eigenaar van nummer 59 is bereid via nieuwbouw bij te dragen aan een gemengde wijk. Het is onduidelijk op basis van welke afweging en beoordelingscriteria de bebouwing als orde 2 is aangemerkt. Vraag daarbij is waarom slechts een deel van het oorspronkelijke gebouw is aangewezen als voorlopige orde 2. Verder is onduidelijk wat de gevolgen zijn van de voorlopige toekenning en wat voor cultuurhistorisch onderzoek nodig is. Dit alles leidt tot een onevenredige beperking in flexibiliteit en aanpassingsvermogen bij toekomstige ontwikkelingen. Een statische 48
orde 2 beperking past niet bij een dynamisch stedenbouwkundig kader. De eigenaar van nummer 53-55 wil graag meedenken over de mogelijkheid van behoud van cultuurhistorische waarden zonder dat de bestaande situatie wordt bevroren.
Antwoord Het pand Anthony Fokkerweg 51-59 heeft op basis van de concept Waarderingskaart architectonische en stedenbouwkundige kwaliteit tot 1985 een voorlopige orde 2 waardering gekregen. Daarmee wordt beoogd de waardering als orde 3 uit 2012 bij te stellen naar een orde 2. Bij een orde 2 betreft het een architectuureenheid met een voor de periode karakteristieke architectonische vormgeving en/of typologie, die een nadrukkelijke meerwaarde heeft. De bebouwing valt onder de categorie bedrijfsbebouwing. Bij het waarderen van de bedrijfsbebouwing spelen bedrijfsspecifieke aspecten en de cultuurhistorische context een belangrijke rol, bijvoorbeeld bouwconstructies, fabricageprocessen of de betekenis van het bedrijf voor Amsterdam. Het aspect gaafheid speelt bij bedrijfsbebouwing vanwege het utilitaire karakter een minder prominente rol omdat verbouwingen en terreinaanpassingen continue plaatsvonden. Om de precieze cultuurhistorische betekenis van bebouwing met een voorlopige orde 2 waardering te kunnen bepalen is nader onderzoek nodig. Dit kan in sommige gevallen leiden tot een hogere of lagere waardering. In principe moet dit nadere onderzoek door de initiatiefnemer in het kader van een concrete planontwikkeling worden uitgevoerd.
Voor de zone langs de A10-West is het uitgangspunt dat hier geluidafschermende eerstelijnsbebouwing wordt gerealiseerd, waarbij respectvol met eventuele cultuurhistorisch waardevolle bebouwing wordt omgegaan. Gezien die gemeentelijke doelstelling zal in dit specifieke geval dit nadere onderzoek op initiatief en op kosten van de gemeente worden uitgevoerd. Dit is voorzien in de volgende fase (investeringsnota) en gebeurt in overleg met de betrokkenen.
Wijzigingen Deze inspraakreactie(s) geeft (geven) aanleiding om de projectnota aan te passen. In paragraaf 4.2.3 is opgenomen dat de gemeente in de volgende fase nader onderzoek naar de cultuurhistorische waarde van de bebouwing Anthony Fokkerweg 51-59 uit laat voeren.
3.4.5
Bebouwing NLR-terrein (101)
Inspraakreactie Het hoofdgebouw en het tunnelgebouw op het NLR terrein zijn aangewezen als rijksmonument. De tekening op pagina 20 van de projectnota suggereert dat de gebouwen 20 en 80 ook rijksmonument zijn. Dit zijn geen rijksmonumenten maar wel gemeentelijke monumenten.
Antwoord De kaart met cultuurhistorisch waardevolle bebouwing kan inderdaad de suggestie wekken dat de alle met paars aangeduide gebouwen op het NLR terrein zijn aangewezen als rijksmonument. Dat is niet de bedoeling. Alleen het hoofdgebouw en het voormalige windtunnelgebouw zijn aangewezen als rijksmonument, maar alleen het hoofdgebouw is voorzien van een icoon voor rijksmonument. De gebouwen 20 en 80 (de westvleugel en elektriciteitscentrale) op het NLR terrein zijn niet aangewezen als gemeentelijk monument, maar zijn wel monumentwaardig en hebben om die reden een voorlopige orde 1 waardering gekregen. Deze waardering moet bestuurlijk nog worden
49
vastgesteld. Op basis van een definitieve orde 1 waardering kan een procedure tot aanwijzing als gemeentelijk monument worden gestart.
Wijzigingen Deze inspraakreactie geeft aanleiding om de projectnota aan te passen. In paragraaf 2.3 is de kaart met cultuurhistorisch waardevolle bebouwing aangepast door ook het voormalige NLR windtunnelgebouw te voorzien van een icoon voor rijksmonument.
3.4.6
Kantoorpand Rijnsburgstraat 9-11 (146 en 161)
Inspraakreacties Ter plaatse van het kantoorgebouw Rijnsburgstraat 11 zijn in het stedenbouwkundig kader een drietal bouwvolumes ingetekend. Dit markante kantoorgebouw van architect Staal moet worden behouden. In een andere reactie wordt juist aangegeven dat de voorlopige orde 2 waardering uit de projectnota moet worden geschrapt. Daarbij wordt aangegeven dat uit gesprekken met de gemeente en de bouwhistorische verkenning naar voren is gekomen dat de toren moet worden gehandhaafd maar dat er, vanuit cultuurhistorisch oogpunt, wel ruimte is voor vervangende nieuwbouw.
Antwoord Het kantoorgebouw is op de concept Waarderingskaart architectonische en stedenbouwkundige kwaliteit tot 1985 voorlopig gewaardeerd als orde 2. Het gebouw is gewaardeerd in de categorie kantoorgebouwen. Hierbij is de waardering gebaseerd op morfologie en opzet van het complex, typologie en vormgeving van het gebouw en de mate van gaaf- en herkenbaarheid. Zoals aangegeven in de inleiding zal de concept Waarderingskaart een inspraakprocedure doorlopen voordat deze wordt vastgesteld. Op basis daarvan kunnen de waarderingen mogelijk worden bijgesteld. De inspraakreactie op de projectnota biedt dus geen aanleiding om de waardering nu al te herzien. De voorlopige orde 2 waardering voor het kantoorgebouw Rijnsburgstraat 9-11 vormt het uitgangspunt voor de projectnota. Dit was abusievelijk niet opgenomen in het stedenbouwkundig kader en wordt alsnog opgenomen. Gezien de ontwikkelplannen voor deze locatie heeft de initiatiefnemer onlangs een nader bouwhistorisch onderzoek laten doen om de precieze cultuurhistorische betekenis te kunnen bepalen. Uit dit onderzoek kwam eveneens een orde 2 waardering naar voren. De uitkomsten van dit onderzoek worden betrokken bij de verdere planontwikkeling voor deze locatie.
Wijzigingen Deze inspraakreactie(s) geeft (geven) aanleiding om de projectnota aan te passen. In hoofdstuk 5 is het stedenbouwkundig kader aangepast door voor Rijnsburgstraat 9-11 uit te gaan van de voorlopige orde 2 waardering en de huidige bebouwing op te nemen.
3.4.7
Voormalig Slotervaart ziekenhuis (159)
Inspraakreactie De orde 2 toewijzing voor het voormalige Slotervaart ziekenhuis is niet gerechtvaardigd, ook al heeft de gemeente bij deze toekenning een grote beleidsvrijheid. Verzocht wordt om flexibiliteit in 50
de cultuurhistorische toekenning aan te brengen en de nadruk op maatwerk te leggen. Met name de gedateerde bouwmassa van de tangenten zijn niet behoudenswaardig, maar vervangbaar en inwisselbaar met nieuwbouw. Verzocht wordt om expliciet te benoemen dat sloop-nieuwbouw op voorhand niet uitgesloten is.
Antwoord Omdat de concept Waarderingskaart architectonische en stedenbouwkundige kwaliteit tot 1985 nog geen definitieve status heeft is de orde 2 waardering voor het voormalig Slotervaart ziekenhuis voorlopig. De inspraakreactie op de projectnota biedt geen aanleiding om de waardering nu al te herzien. Uitgangspunt van de projectnota en het stedenbouwkundig kader is dat het kruisgebouw blijft behouden. De initiatiefnemer verbouwt momenteel het kruisgebouw en heeft nader cultuurhistorisch onderzoek laten doen naar het geheel, met specifieke aandacht voor de tangenten. Uit dit nader onderzoek komt een orde 3 waardering naar voren. De initiatiefnemer en gemeente treden hierover in overleg Ten aanzien van de tangenten is er flexibiliteit denkbaar voor aanpassing of toevoeging van nieuwbouw die refereren aan hoe de stedenbouwkundige opzet en aansluiting van het voormalig Slotervaart Ziekenhuis op zijn omgeving was bedoeld.
Wijzigingen Deze inspraakreactie geeft geen aanleiding om de projectnota aan te passen.
51
3.5
Mobiliteit en parkeren (ingediend door 2, 10, 11, 12, 13/14, 16/17, 79, 80, 82, 84/85, 95, 98, 101, 102, 103, 104, 106/107, 108, 112, 113/114, 115, 120, 124, 127, 130, 134, 142, 143, 149, 150, 154, 156, 157, 159, 160 en 161)
De onderwerpen mobiliteit en parkeren worden door diverse insprekers aan de orde gesteld. Er zijn zorgen geuit over de verkeersafwikkeling, de bereikbaarheid per openbaar vervoer en de gevolgen van voorgestelde maatregelen voor de bereikbaarheid van bestaande omliggende wijken. Ook zijn vragen gesteld over de verkeersinrichting en parkeeroplossingen. De meeste reacties over mobiliteit hebben betrekking op de fietsbrug over de Schinkel. Voor de beantwoording van deze inspraakreacties wordt verwezen naar het thema Fietsbrug Schinkel in paragraaf 3.6 van deze nota. In paragraaf 2.6 van de projectnota is de huidige bereikbaarheid van Schinkelkwartier beschreven. In het kader van de projectnota en het concept Omgevingseffectrapport (OER) is onderzoek gedaan naar mobiliteit. De uitkomsten daarvan zijn verwerkt in paragraaf 4.2.4 van de projectnota, waarin de mogelijke mobiliteitsmaatregelen zijn verkend, die vervolgens zijn verwerkt in het stedenbouwkundig kader (paragraaf 5.1). In de volgende fase zullen de infrastructurele maatregelen en regels voor parkeren per deelgebied nader worden uitgewerkt in een stedenbouwkundig plan, zodat dit kan worden meegenomen in de investeringsnota’s.
3.5.1
Doorstroming A10-Zuid (13/14)
Inspraakreactie De inspreker vraagt om met een verkeersplan te komen waarin de doorstroming goed wordt uitgezocht. De A10-Zuid is nu al overbelast en kan de belasting van de extra woningen en voorzieningen in Schinkelkwartier niet aan.
Antwoord In het kader van de projectnota en het concept Omgevingseffectrapport (OER) is verkeersonderzoek gedaan naar de effecten van de gebiedsontwikkeling op het stedelijk wegennet en de aansluitingen op de rijkswegen. Daaruit blijkt dat Schinkelkwartier zonder maatregelen in de toekomst onbereikbaar wordt en het autoverkeer vastloopt. We kiezen in de projectnota Schinkelkwartier bewust voor maatregelen waarmee we enerzijds de bereikbaarheid van Schinkelkwartier per openbaar vervoer en met de fiets willen verbeteren en anderzijds het autobezit en -gebruik willen verminderen. Uitgangspunt daarbij is dat de doorstroming en bereikbaarheid op orde blijven. In de volgende fase wordt de aansluiting van de Henk Sneevlietweg op de A10-West nader uitgewerkt. In het kader van de gebiedsontwikkeling gaan we de verkeersafwikkeling en doorstroming goed monitoren, zodat knelpunten tijdig kunnen worden gesignaleerd en eventueel aanvullende maatregelen kunnen worden getroffen. Overigens worden de bereikbaarheid en doorstroming van de A10-Zuid tussen de knooppunten Amstel en Nieuwe Meer de komende jaren, aanzienlijk verbeterd door de uitvoering van het plan Zuidasdok in opdracht van het Rijk, de vervoersregio en gemeente Amsterdam.
Wijzigingen Deze inspraakreactie geeft geen aanleiding om de projectnota aan te passen. 52
3.5.2
Ontsluiting Schinkelhaven (127)
Inspraakreactie Er wordt verzocht om het Aalsmeerplein niet in te richten als een verkeersplein vergelijkbaar met het Hoofddorpplein, maar juist rustig te houden zoals het nu is en gebruik te maken van een alternatieve routering. Inspreker stelt een alternatieve ontsluiting voor. Er kan volgens inspreker een extra uitgang gemaakt worden op de afslag 7 Amsterdam Slotervaart. Zodoende wordt het bedrijventerrein rechtstreeks vanaf de A10 bereikbaar. Mensen die vanuit de stad naar Schinkelhaven moeten kunnen daarvoor, zowel vanuit de Aalsmeerweg als de Rijnsburgstraat, de route via de Vlaardingenlaan/Naaldwijkstraat gebruiken. Voor het geval er een langer verkeersplein gewenst wordt, kan dit op de Henk Sneevlietweg gerealiseerd worden. Volgens de inspreker zal de route vanuit Nieuw West die overloopt in de Luchtvaartstraat sowieso verbreed moeten worden, waarbij extra buizen worden gemaakt zodat fietsverkeer gescheiden is van auto’s en er meer autoverkeer in de wijken mogelijk is.
Antwoord Het stedenbouwkundig kader in de projectnota wordt in de volgende fase (investeringsnota Schinkelhaven) nader uitgewerkt in een stedenbouwkundig plan en een schetsontwerp voor de openbare ruimte. De ontsluiting van het deelgebied, de vormgeving van het Aalsmeerplein in het bijzonder, vormt daarin een belangrijk onderwerp van nadere studie. De betrokken bewonersverenigingen worden bij deze uitwerking betrokken. De suggestie om de routering van het in- en uitgaande verkeer anders te faciliteren bij afslag 7 is een interessante gedachte maar door het forse hoogteverschil tussen de afslag op het viaduct en de beperkte beschikbare ruimte niet te realiseren ter plaatse van de Anthony Fokkerweg. Ten aanzien van de onderdoorgang van de A10-West bij de Luchtvaartstraat geldt dat deze onderdeel wordt van de centrale autovrije fietsroute door het plangebied. Aanpassingen om fiets- en autoverkeer van elkaar te scheiden zijn hier dan ook niet nodig.
Wijzigingen Deze inspraakreactie geeft geen aanleiding om de projectnota aan te passen.
3.5.3
Generaal Vetterstraat (98 en 143)
Inspraakreacties Het doortrekken van de Generaal Vetterstraat naar het Aalsmeerplein, het haaks hierop aansluiten van de Henk Sneevlietweg en het doortrekken van de Westlandgracht leidt volgens inspreker tot een stedenbouwkundig heldere aansluiting tussen Schinkelhaven en de Hoofdorppleinbuurt. In dit kader wordt gevraagd om het systeem van hoofdverbindingen nogmaals te bezien en de Generaal Vetterstraat als belangrijke stadsstraat en de nieuwe verbinding met Amsterdam Zuid via de fietsbrug een grotere rol toe te bedelen. Inspreker geeft hierbij aan dat Generaal Vetterstraat 57-65 een belangrijk hoekpunt kan worden op het kruispunt van deze verbindingen. Een andere inspreker veronderstelt dat omdat de beoogde school ter plaatse van de Generaal Vetterstraat vooruitlopend op de woningen wordt gerealiseerd de leerlingen in eerste instantie niet uit de buurt zelf komen. Dit zal tot veel extra verkeersdrukte en overlast leiden. De infrastructuur 53
moet op orde zijn om deze drukte te faciliteren. Als dit niet lukt is het voorstel om in ieder geval de kiss en ride voorziening en parkeergelegenheid aan de zuidkant te realiseren om de overlast zoveel mogelijk te beperken. Tot slot is de aanbeveling gedaan om de naamgeving van de drie niet meer met elkaar verbonden delen van Generaal Vetterstraat opnieuw te bezien en te heroverwegen. Door ontwikkelingen in het verleden is de samenhang verloren gegaan, en is de naamgeving niet logisch meer, ook niet in het nieuwe plan, waarbij de woningen aan een deel van de Generaal Vetterstraat weer worden doorgetrokken naar een ander deel.
Antwoord De ontsluiting van Schinkelhaven en de aanpassing van het Aalsmeerplein worden in de volgende fase nader uitgewerkt. Belanghebbenden, waaronder de insprekers, worden bij deze uitwerking betrokken. Naar aanleiding van de inspraakreacties wordt de voorkeursroute voor fietsverkeer aangepast. Vanaf de fietsbrug loopt de route via de Generaal Vetterstraat in noordelijke richting het Aalsmeerplein en in westelijke richting naar de Nieuwe Sloterweg. Voor de tijdelijke accommodatie van primair en voortgezet onderwijs ter plaatse van de werf aan de Generaal Vetterstraat zijn dit jaar nadere verkenningen gedaan. De gemeente is hierover reeds met omwonenden in gesprek. De verkeersroutering, kiss en ride voorziening en parkeergelegenheid vormen belangrijke aandachtspunten bij de planuitwerking. De omwonenden worden bij die uitwerking nauw betrokken. De suggestie voor het heroverwegen van het gedeeltelijk aanpassen van de naamgeving van de Generaal Vetterstraat wordt meegenomen in de volgende fase (investeringsnota Schinkelhaven).
Wijzigingen De inspraakreactie geeft geen aanleiding om de projectnota aan te passen. Wel is naar aanleiding van andere inspraakreacties (zie beantwoording onder 3.6.2) in paragraaf 5.1 en 6.1 opgenomen dat de aangepaste voorkeursroute voor fietsverkeer vanaf de fietsbrug via de Generaal Vetterstraat naar Aalsmeerplein loopt.
3.5.4
Gevolgen Hoofddorppleinbuurt (82)
Inspraakreactie Er wordt gesteld dat het extra verkeer vanuit het Schinkelkwartier zal zorgen voor een verkeersinfarct op het al drukke Hoofddorpplein, zowel als gevolg van doorgaand verkeer als winkelend publiek. Het Hoofddorpplein en aangrenzende straten zoals de Hoofddorpweg en de Zeilstraat staan al regelmatig vol. Het is bovendien een illusie dat van en naar Schinkelkwartier alleen met het OV en op de fiets wordt gereisd. Daarbij is de verwachting dat het fietsverkeer overigens eerder zal kiezen voor de route over de Zeilbrug dan via de nieuwe fietsverbinding over de Schinkel omdat dit de kortste route naar het centrum is.
Antwoord De ontsluiting van Schinkelkwartier per auto gaat zo veel mogelijk via de stedelijke ontsluitingswegen Henk Sneevlietweg en Johan Huizingalaan. Voor dagelijkse boodschappen kunnen toekomstige bewoners van Schinkelkwartier ook terecht in het plangebied. Uiteindelijk 54
gaan we de toename van verkeer (ook in de direct omgeving van het plangebied) periodiek monitoren, zodat indien nodig aanvullende maatregelen kunnen worden getroffen. Ten aanzien van de fietsbrug over de Schinkel wordt verwezen naar de beantwoording onder 3.6.
Wijzigingen Deze inspraakreactie geeft geen aanleiding om de projectnota aan te passen.
3.5.5
Bereikbaarheid en ontsluiting De Plantijn (124 en 130)
Inspraakreacties De aanwezigheid van twee kennisinstellingen en medische centra in De Plantijn die op nationale schaal opereren vereisen een goede bereikbaarheid met het openbaar vervoer en een goede bereikbaarheid van Schiphol. Een goede aansluiting van De Plantijn op het wegennet, zoals de Plesmanlaan, Louwesweg en is van groot belang voor patiënten en personeel. Voor het Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis blijft de bereikbaarheid per auto van groot belang. Daarbij wordt ook gewezen op het belang van de verbinding met de Johan Huizingalaan als toekomstige stadsstraat.
Antwoord We zien de instellingen in De Plantijn als belangrijke voorzieningen voor de buurt en de stad die ook op nationale schaal opereren. We vinden daarom een groene, aantrekkelijke en doorwaadbare openbare ruimte van belang en routes voor voetgangers en fietsers die goed aansluiten op het weefsel zoals Louwesweg, Plesmanlaan en Johan Huizingalaan en het Christoffel Plantijnpad. Tegelijk begrijpen wij ook dat de bereikbaarheid met OV en met de auto voor patiënten, bezoekers en werkenden van belang is en gegarandeerd moet blijven. De bereikbaarheid en ontsluiting van De Plantijn is een onderwerp voor de uitwerking in de volgende fase (investeringsnota en stedenbouwkundig plan De Plantijn). Bij die uitwerking worden de gevestigde instellingen betrokken.
Wijzigingen De inspraakreactie geeft geen aanleiding om de projectnota aan te passen.
3.5.6
Bestelverkeer en buurtlogistiek (2 en 142)
Inspraakreacties De inspreker vreest dat door bestel- en vrachtverkeer, waaronder begrepen de bezorgdiensten van maaltijden, Schinkelkwartier niet autoluw zal worden. Inspreker vraagt daarom aandacht voor het organiseren van buurtlogistiek en het voorzien in laad- en losmogelijkheden. De inspreker vraagt om ontwikkelaars al bij het ontwikkelkader hier eisen voor mee te geven. Daarbij wordt verwezen naar de plannen voor de Merwedekanaalzone in Utrecht, waar wordt ingezet op gecentraliseerd en inpandige mobiliteitshubs, pakketmuren, bezorgrobots en vrachtfietsen. Een andere inspreker geeft aan graag mee te denken over het realiseren van mobiliteitshubs om vrachtverkeer in het gebied te verminderen.
Antwoord We zien de nut en noodzaak van een slimme oplossingen voor bestelverkeer en buurtlogistiek en 55
erkennen dat dit een belangrijke opgave is voor de ontwikkeling van Schinkelkwartier. In de projectnota benadrukken we deze opgave en dat hier bij de planuitwerking rekening mee gehouden moet worden. In de volgende fase waarin we stedenbouwkundige plannen maken en bouwenveloppen opstellen zullen we zullen in overleg met ontwikkelende partijen de voorwaarden voor bestelverkeer en buurtlogistiek meegeven.
Wijzigingen De inspraakreactie(s) geeft (geven) aanleiding om de projectnota aan te passen. In paragraaf 5.1 is opgenomen dat in de volgende planfase per deelgebied slimme maatregelen voor bestelverkeer en buurtlogistiek worden uitgewerkt.
3.5.7
Parkeernormering en ondergronds parkeren (101, 103, 108, 112, 113/114, 115, 124, 130, 142, 150, 156, 157, 159, 160 en 161)
Inspraakreacties Diverse insprekers stellen vraagtekens bij de parkeernormering voor auto’s. Zo wordt gemeld dat een parkeernorm van 1 parkeerplaats op 125 m2 bedrijfsvloeroppervlakte alleen toereikend is als het openbaar vervoer op orde is. Zonder goede bereikbaarheid via OV blijft het gebruik van de auto leidend en moet daarvoor in voldoende mate in parkeergelegenheid kunnen worden voorzien. Tot die tijd blijft een ruimhartig parkeerbeleid en bijbehorende parkeerfaciliteiten noodzakelijk. Het Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis vindt dat de parkeernormen niet aangescherpt mogen worden omdat de bereikbaarheid per auto voor het ziekenhuis minstens zo belangrijk is als die per OV en fiets. Tot slot vragen insprekers om de bouwregels aan te passen, zodat de parkeernormen in lijn met de Nota Parkeernormen worden geformuleerd als uitgangspunt in plaats van harde regel. Diverse insprekers vragen om bovengrondse parkeeroplossingen, zoals een parkeergebouw of bovengronds parkeren onder binnentuinen niet op voorhand uit te sluiten en hiervoor mogelijkheden op te nemen in de projectnota. Bovengrondse parkeergarages, al dan niet op openbaar terrein, kunnen eventueel later herbestemd worden. Ook wordt gemeld dat aan ondergrondse parkeerruimtes moeilijk een andere invulling kan worden gegeven.
Voor Schinkelhaven vragen insprekers zich gezien de kavelafmetingen af of ondergronds parkeren wel de beste oplossing is en pleiten om dit niet als dwingende regel op te nemen. Vanuit deelgebied De Plantijn wordt gewezen op het belang van de huidige bovengrondse parkeergarage, die het mogelijk maakt het parkeren op maaiveld volledig terug te dringen. De ambitie om het gehele parkeren in De Plantijn ondergronds op te lossen wordt onhaalbaar en geacht. Bovendien zal ondergronds parkeren leiden tot hogere parkeertarieven voor medewerkers, patiënten en bezoekers van Sanquin en NKI/AVL. In een andere inspraakreactie wordt aangegeven dat een weg is geprojecteerd op het bestaande parkeerterrein van de kantoorgebouwen Overschiestraat 184 en 186 en dat dit ten koste gaat van circa 35 parkeerplaatsen. Verzocht wordt om het parkeren op maaiveld voor de huidige kantoren te handhaven. Voor zover parkeerplaatsen als gevolg van de wegaanleg verdwijnen, verzoekt de inspreker om deze op maaiveld te compenseren. Daarbij wordt gesteld dat voor bestaand legaal gebruik niet kan worden afgedwongen dat parkeren ondergronds moet plaatsvinden. Gevraagd wordt om de weg om te leggen zodat deze niet meer over bestaand parkeerterrein loopt. 56
De ambitie om ondergronds te parkeren vraagt volgens inspreker om een integrale benadering en duidelijkheid vooraf over de gevolgen voor bestaande ondergrondse infrastructuur, effect op grondwaterstromen/waterberging en mogelijke trillingshinder (tijdens de bouw) voor omliggende gebouwen en bedrijven.
Antwoord Bij het bepalen van de parkeernorm is de gemeentelijke Nota Parkeernormen Auto kaderstellend. Daaruit volgen parkeernormen voor nieuwbouw van woningen, kantoren en voorzieningen. Deze normen hebben geen consequenties voor bestaand gebruik, zolang er geen sprake is van nieuwbouw. In geval van transformatie naar een andere functie geldt er maatwerk. In de huidige situatie is een groot deel van Schinkelkwartier in dat beleid aangewezen als B locatie. Alleen Nieuwe Meer West is aangewezen als C locatie. Op B locaties geldt voor kantoren een parkeernorm van 1 parkeerplaats per 125 m2 bedrijfsvloeroppervlak. Voor gebieden in Schinkelkwartier die in de toekomst binnen een loopafstand van 400 meter van een metrostation komen te liggen sturen we aan op een aanpassing naar A locatie en daarmee een strengere norm: maximaal 1 parkeerplek per 250 m2 bvo. Voor bedrijven en voorzieningen geldt, zoals aangegeven in de Nota Parkeernormen Auto, maatwerk met de CROW als uitgangspunt. Uitgangspunt is dat de parkeerbehoefte bij nieuwbouw op eigen terrein in ondergrondse garages wordt opgelost, zodat we voorkomen dat auto’s op straat worden geparkeerd. Bestaande parkeerplaatsen op maaiveld en bovengrondse parkeergarages zoals in De Plantijn zijn toegestaan, zolang er geen sprake is van nieuwbouw.
Het realiseren van ondergronds parkeren bij nieuwbouw is voortgekomen vanuit de wens om de openbare ruimte optimaal te gebruiken voor verblijf en langzaam verkeer. In de volgende fase werken we per deelgebied de voorwaarden voor ondergronds parkeren verder uit en kijken we naar eventuele alternatieven in geval van fysieke en technische beperkingen. We houden ruimte voor maatwerk. We zijn met de eigenaar van Overschiestraat 184 en 186 in gesprek over de ontwikkelmogelijkheden en de ontsluiting. Het stedenbouwkundig kader in de projectnota schetst een mogelijk eindbeeld, maar zowel het eindbeeld als de weg er naartoe staan nog niet vast. We respecteren het bestaande gebruik, maar in geval van sloop/nieuwbouw gelden de uitgangspunten uit het parkeerbeleid voor de parkeernormering en ondergronds parkeren op eigen terrein.
Wijzigingen De inspraakreactie(s) geeft (geven) aanleiding om de projectnota aan te passen. In paragraaf 5.1 is verduidelijkt dat de uitgangspunten ten aanzien van parkeernormering en ondergronds parkeren op eigen terrein alleen gelden in geval van nieuwbouw en dat bij transformatie maatwerk geldt.
3.5.8
Parkeeroverlast omliggende buurten (102 en 106/107)
Inspraakreacties Een inspreker vreest dat de omliggende buurten parkeeroverlast gaan krijgen omdat de parkeernorm in Schinkelkwartier lager zijn dan het werkelijke autobezit en –gebruik. Het gevolg is dat het probleem wordt verplaatst naar omliggende buurten waar wel parkeerplaatsen zijn, zoals Park Haagseweg. 57
Het Olympisch Stadion vraagt in hoeverre de impact van de lage parkeernormen in de te ontwikkelen woon/werkgebieden (Verdi, Havenstraat, Schinkelkwartier) voldoende is onderzocht. Daarbij wordt gevreesd voor extra problemen in de bestaande gebieden, waaronder in de omgeving van het Olympisch Stadion. Een te lage parkeernorm leidt ertoe dat de parkeerdruk in omliggende gebieden moet worden opgevangen, wat tot overlast leidt.
Antwoord Belangrijk onderdeel van de mobiliteitsstrategie voor Schinkelkwartier is dat we inzetten op het verbeteren van de bereikbaarheid per openbaar vervoer en de fiets waardoor bewoners, werkenden en bezoekers minder met de auto gaan. Het autobezit en –gebruik willen we terugdringen. Met het huidige parkeerbeleid is gekozen voor parkeernormen die aansluiten bij het autobezit. In geval van nieuwbouw krijgen bewoners en werknemers volgens het huidige parkeerbeleid geen vergunning voor parkeren op straat, ongeacht de beschikbaarheid van parkeerplaatsen op eigen terrein. Als er toch parkeeroverlast blijkt te ontstaan in de omliggende buurten (dat is het geval bij een gemeten parkeerdruk hoger dan 90 procent) dan zullen we aanvullende maatregelen treffen.
Wijzigingen De inspraakreactie geeft geen aanleiding tot het aanpassen van de projectnota.
3.5.9
Fietsenstallingen (149)
Inspraakreactie Inspreker vraagt om voldoende (al dan niet overdekte) fietsenstallingen, om het met fietsen en fietsenrekken dichtslibben van de stoepen te voorkomen en zodoende ruimte te hebben voor de voetganger en spelende kinderen.
Antwoord We volgen voor alle voorzieningen de nota Parkeernormen Fiets en Scooter. We zijn het met de inspreker eens dat de stoep aantrekkelijk en toegankelijk moet zijn voor voetgangers en spelende kinderen. We zetten daarom in op kwalitatief hoogwaardige stallingen waarin makkelijk te parkeren is en die geschikt zijn voor bijzondere modellen zoals bakfietsen en ook scooters. De entrees van de stallingen in bouwblokken zijn vanaf de straat zichtbaar en van binnenuit bereikbaar. Daarnaast bouwen we openbare inpandige stallingen op veelgebruikte locaties zoals bij metrostations.
Wijzigingen De inspraakreactie geeft geen aanleiding tot het aanpassen van de projectnota.
3.5.10 OV-verbindingen (16/17, 84/85, 104, 106/107, 120, 130, 134, 142, 154, 157 en 159) Inspraakreacties Diverse insprekers wijzen op de beperkte bereikbaarheid per openbaar vervoer en vernemen graag welke maatregelen op korte, middellange en lange termijn worden genomen in de toenemende vraag naar OV te kunnen voorzien. Er worden zorgen geuit over de bereikbaarheid van het gebied in de transitieperiode en wordt verzocht om een integraal plan voor de bereikbaarheid tijdens de
58
transitie. Een andere inspreker stelt dat bij het realiseren van OV-verbindingen ook aandacht moet zijn voor sociale veiligheid en levendigheid. De verlenging van de Noord/Zuidlijn naar Schiphol met een station in Schinkelkwartier wordt als een zeer wenselijke en cruciale toevoeging voor het OV gezien. SADC stelt dat voor de ontwikkelpotentie van specifieke deelgebieden er een voorwaardelijkheid is met betrekking tot het verlengen van de Noord/Zuidlijn. Ten aanzien van de doortrekking van de Noord/Zuidlijn wordt erop gewezen dat deze in de projectnota niet verder wordt doorgetrokken. Daarbij wordt aangegeven dat de inzet vanuit de regio is om deze door te trekken tot Hoofddorp, zoals ook opgenomen in de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050. Verzocht wordt om de projectnota hierop aan te passen. Een inspreker merkt op dat in de projectnota buslijnen worden weergegeven die inmiddels niet meer bestaan, zoals lijn 61 in Nieuw Sloten. Ook lijn 247 is slechts een bus die tussen 5.00 en 6.00 uur rijdt. Verzocht wordt om de projectnota hierop aan te passen. Een andere inspreker op de tekst in de projectnota dat nader onderzoek naar passende OV maatregelen nodig is, maar dat niet duidelijk is welke dit zijn, of dit is gestart en wanneer hierover uitsluitsel komt.
Antwoord In de projectnota wordt ingezet op het verbeteren van het openbaar vervoer. Dat is samen met het realiseren van nieuwe fietsverbindingen voorwaardelijk om Schinkelkwartier bereikbaar te houden. De projectnota gaat over de haalbaarheid van en condities voor de gebiedsontwikkeling en bevat nog geen gedetailleerd beeld van de planning voor de realisatie van het OV. In globale zin kan er wel onderscheid worden gemaakt in maatregelen op korte termijn (tot 2025), middellange termijn (2025-2030) en langere termijn (na 2030). Voor de middellange termijn gaat het om de realisatie van een HOV-snelbus tussen Schiphol en Schinkelhaven via de Oude Haagseweg, de Johan Huizingalaan en de Henk Sneevlietweg. Voor de lange termijn gaat het om het verplaatsen van metrostation Henk Sneevlietweg en het doortrekken van de bestaande Noord/Zuidlijn met een nieuw metrostation bij de Johan Huizingalaan. Op moment dat de metrostations zijn gerealiseerd zal het onderliggend bus en tramnetwerk daarop worden aangepast. Totdat de Noord/Zuidlijn is doorgetrokken zal de verbinding met Schiphol per bus worden gefaciliteerd. De verbinding met het Osdorpplein zal met een bus worden verzorgd (aanpassing lijn 61) en de verbinding met de ringlijn blijft vooralsnog met tramlijn 2.
Uit onderzoek blijkt dat verlenging van de Noord/Zuidlijn niet voorwaardelijk is voor de ontwikkeling van Schinkelkwartier, maar wel leidt tot een betere ontsluiting van het gebied en een opwaardering van de locaties rond het station. De opmerking met betrekking tot het doortrekken van de Noord/Zuidlijn via Schiphol tot Hoofddorp is terecht. Dit wordt aangepast in de projectnota. Op een kaart in de projectnota zijn inderdaad abusievelijk enkele niet meer bestaande busverbindingen opgenomen. Dit wordt gecorrigeerd.
Wijzigingen Deze inspraakreactie(s) geeft (geven) aanleiding om de projectnota aan te passen. Op de kaart in paragraaf 5.1 en in de tekst van de projectnota is aangepast dat het uitgangspunt is om de 59
Noord/Zuidlijn via Schiphol naar Hoofddorp door te trekken. Op de kaarten in paragraaf 2.6 en 5.1 zijn busverbindingen die niet meer bestaan geschrapt.
3.5.11 Fietsverbindingen algemeen (101 en 134) Inspraakreacties Een inspreker geeft aan dat in Nieuwe Meer West de uitwerking van de langzaam verkeersroute tussen het beoogde metrostation en De Plantijn ontbreekt, terwijl die nodig is om een goede relatie van het langzaam verkeersnetwerk met Nieuw West te realiseren. In Nieuwe Meer Oost ontbreken aantrekkelijke langzaam verkeerroutes van het beoogde metrostation van de Noord-Zuidlijn, langs IBM, richting B-Amsterdam en de Henk Sneevlietweg. Als het de bedoeling is dat de Johan Huizingalaan deze functie vervult, dan moet deze daarvoor ook een goede inrichting krijgen. Verdichting rond het te verplaatsten metrostation Henk Sneevlietweg kan ervoor zorgen dat sociale veiligheid en de condities voor langzaam verkeer verbeteren. Ook wordt gewezen op het belang om sociale veiligheid en levendigheid rond tunnels en hoofdroutes voor langzaam verkeer te verbeteren. In dat verband wordt gewezen op de tunnel ter hoogte van de Luchtvaartstraat als psychologische barrière en het brede profiel van de drukke Johan Huizingalaan als fysieke barrière. Het NLR constateert dat een fietsverbinding en openbare wegen op het huidige NLR terrein zijn geprojecteerd en stelt dat deze niet mogelijk zijn zolang het NLR daar gevestigd is. Verzoek is om in ieder geval de fietsverbinding langs de kade van de Westlandgracht te schrappen.
Antwoord In het stedenbouwkundig kader is aan de oostzijde van de Johan Huizingalaan een langzaam verkeerroute voorzien tussen De Plantijn en het beoogde metrostation bij de Johan Huizingalaan. Bij de uitwerking van de plannen voor de herprofilering van de Johan Huizingalaan wordt onderzocht of het mogelijk is ook aan de westzijde een fietsverbinding te realiseren. Sociale veiligheid ter plaatse van tunnels voor langzaam verkeer, zoals bij de Luchtvaartstraat, is inderdaad een aandachtspunt. We houden hier rekening mee bij de verdere planuitwerking in de volgende fase (Nieuwe Sloterweg en Schinkelhaven). Sociale veiligheid voor langzaam verkeer wordt ook betrokken bij de planuitwerking voor de herprofilering van de Johan Huizingalaan. In het stedenbouwkundig kader zijn op het NLR terrein enkele openbare wegen voor langzaam verkeer en een fietsroute langs de kade van de Westlandgracht opgenomen. Dit zijn suggesties voor de lange termijn, die pas mogelijk zijn in de situatie dat het NLR terrein wordt getransformeerd. Aangezien er in het kader van de projectnota een alternatieve voorkeursroute voor fietsverkeer in noord-zuid richting is gekozen wordt besloten om de gesuggereerde noord-zuid fietsroute langs de kade uit het stedenbouwkundig kader te schrappen.
Wijzigingen Deze inspraakreactie(s) geeft (geven) aanleiding om de projectnota aan te passen. In hoofdstuk 5 is het stedenbouwkundig kader aangepast door de fietsverbinding langs de kade van de Westlandgracht ter plaatse van NLR te schrappen.
60
3.5.12 Verlegging tramlijn 2 (11, 12, 79, 80 en 95) Inspraakreacties Een aantal insprekers vraagt om tram 2 niet te verplaatsen. Zonder deze tramlijn is er geen goede aansluiting meer van de omgeving Heemstedestraat met Amsterdam-Zuid, Museumkwartier en het centrum. Er wordt aangegeven dat veel belanghebbenden (bedrijven, instellingen en particulieren) afhankelijk zijn van de huidige route van tram 2. Ook de bereikbaarheid van het Antoni Leeuwenhoekziekenhuis zou door het omleggen van deze tramlijn slechter worden. Een inspreker geeft aan dat ook rekening moet worden gehouden met de bouw van woningen in de Ringspoorzone West. Als alternatief wordt een tramlijn 2A en 2B genoemd, bijvoorbeeld een splitsing vanaf Hoofddorppleinbuurt aar bestaande route en nieuwe route.
Antwoord Wij begrijpen dat de suggestie voor het mogelijk verleggen van tramlijn 2 tot zorgen over de bereikbaarheid per openbaar vervoer heeft geleid. Een verlegde tramlijn 2 via de Henk Sneevlietweg blijkt een hoge vervoerwaarde te hebben. Er is echter nog geen besluit genomen. Eerst is nader onderzoek nodig. Een mogelijke verlegging gaan we bezien in relatie met de gewenste doortrekking van de Noord/Zuid-lijn naar Hoofddorp met een extra metrostation ter hoogte van de Johan Huizingalaan en de beoogde aanpassing van het metrostation Henk Sneevlietweg. Daarbij worden ook de (on)mogelijkheden van de door inspreker genoemde alternatieve tramroute meegenomen. Als lijn 2 daadwerkelijk wordt verlegd, dan heeft dat ook effect voor routes van het busverkeer.