A - 04 Democratisering (inclusief Bestuurlijk Stelsel) (10) Bijlage 02 Nota
Tekst van het document
In de werkwijze in het beleidskader staat beschreven dat eerst wordt bekeken of het plan aansluit op de opgaven in de buurt, of de initiatiefnemers de capaciteit hebben om het uit te voeren en of ze draagvlak hebben in de buurt. Als het plan interessant en waardevol wordt gevonden wordt het getoetst aan de bestaande kaders. Daaruit blijkt wat er wel en niet mogelijke is en geeft ons als gemeente ook de gelegenheid om te kijken waar ruimte in die kaders moet worden gemaakt, met creatieve oplossingen te komen en maatwerk te leveren. Dit kan betekenen dat een ingediend plan toch niet haalbaar is of enigszins moet worden aangepast aan de haalbaarheid. Conclusie Dit advies leidt tot de volgende aanpassing in het beleidskader. Aan de volgende voorwaarde ten aan zien van het buurtplan recht:
Voor kleinere projecten in de openbare ruimte kunnen plannen worden ingediend als ze kunnen worden bekostigd met bestaande subsidieregelingen, buurtbudgetten, gebiedsmiddelen of middelen uit (tijdelijke) programma’s. Wordt de volgende zin toegevoegd: Of als het initiatief externe financiering weet te genereren. 22. Evaluatie Buurtrechten DB Oost ziet graag aanscherping van de punten die worden genoemd in de paragraaf Onderzoek en evaluatie. bij punt 2 “Als op basis van een nulmeting de samenwerking tussen initiatiefnemers en de gemeente Amsterdam is toegenomen.” Wanneer vindt de 1-meting (of metingen) plaats en wat verstaan we onder (goede?) samenwerking? Punt 5: “Als met het realiseren van de initiatieven de sociale cohesie en leefbaarheid in de wijken van Amsterdam groeit. DB Oost vindt dit punt hier niet op zijn plek omdat het gaat over de uitkomsten die initiatieven moeten of kunnen opleveren, terwijl dit punt niet is genoemd als doelstelling van het beleidskader en ook niet wordt vermeld bij de voorwaarden die aan initiatieven worden gesteld. DB West ziet graag een termijnplanning aan het onderzoek toegevoegd. SDC Zuidoost ziet graag dat er in het kader de nodige ruimte gereserveerd wordt om dit kader en de werkwijze te verbeteren.
Reactie college Wanneer de 1 meting plaats vindt en hoe wordt gemeten of de samenwerking ten goede is veranderd zal besproken worden met de onderzoekers die het onderzoek gaan uitvoeren na vaststelling van het beleidskader buurtrechten. Dit zal worden meegenomen in de onderzoeksopzet. Punt 5 is niet bedoeld als beoordelingscriterium maar om de sociale bijvangst van initiatieven zichtbaar te maken. In Rotterdam is de ervaring dat de sociale cohesie groeit. Zij vinden dat als gemeente een belangrijke bijvangst. We hebben als gemeente vaak de neiging om ons te concentreren op de afspraken en voorwaarden die gemaakt worden in beschikkingen en opdrachten. We vergeten te kijken naar wat het nog meer oplevert. Er zal een andere formulering worden gemaakt zodat dit niet wordt gezien als beoordelingscriterium voor de initiatieven die een buurtrecht indienen maar om te onderzoeken of er naast de vastgelegde resultaten ook sociale bijvangst optreedt. Tijdens de consultatieronde is geadviseerd een planning toe te voegen aan paragraaf 7 Onderzoek en evaluatie. De volgende planning toegevoegd in het beleidskader In Q2 van 2022 zal er een onderzoeksopzet aan het college en de raad worden voorgelegd. In Q 4 van 2022 en Q2 van 2023 zullen er tussentijdse rapportages aan het college en de raad worden voorgelegd. In Q4 van 2023 volgt het definitieve advies.
Het kader en de werkwijze zal worden verbeterd aan de hand van de aanbevelingen uit het onderzoek dat wordt aangekondigd in paragraaf 7 van het beleidskader. Dit onderzoek zal worden gekoppeld aan de leeromgeving waar aan wordt gerefereerd in de beantwoording van vraag 4 in deze nota van beantwoording. Uit deze leeromgeving zullen ook belangrijke lessen worden getrokken die van waarde zijn voor het onderzoek. Conclusie Dit advies leidt tot de volgende aanpassing in het beleidskader. De zin: “Als met het realiseren van de initiatieven de sociale cohesie en leefbaarheid in de wijken van Amsterdam groeit.” Onder punt 5 in
paragraaf 7 zal worden vervangen door de zin “Als we de sociale bijvangst van initiatieven in de buurten inzichtelijk kunnen maken.” Tijdens de consulatie ronde is er een planning toegevoegd aan paragraaf 7 Onderzoek en evaluatie 23. Volgen van de werkwijze buurtrechten DB West stelt voor om een bestuurlijke stuurgroep in te richten die de GMT Manager, de gebiedsmanager democratisering en de stadsdeeldirecteur ondersteunt bij het bewaken van de kwaliteit van de werkwijze (punt 7 van hoofdstuk 6). Deze bestuurlijke stuurgroep volgt het al dan niet aangaan van initiatieven voor buurtrechten, beoordeelt of de besluiten en uitvoering in lijn zijn met de doelen en bedoeling van het beleidskader buurtrechten en kan zo nodig bijsturen. Reactie college De werking van het beleidskader en de werkwijze zal worden gevolgd via een onderzoek zoals staat aangekondigd in paragraaf 7 van het beleidskader. Het college geeft de voorkeur aan onderzoek en evaluatie door en externe en onafhankelijke partij. Om deze reden is het college geen voorstander van het instellen van een extra stuurgroep bovenop het bestaande model van de werkwijze. Conclusie Dit advies leidt niet tot een wijziging in het beleidskader. 24. Risico’s DB West vraagt aandacht voor het in kaart brengen van risico’s m.b.t. de rechtspositie van belanghebbenden.
In het bijzonder worden kwetsbare werknemers met een beschermde status genoemd. SDC West ziet in risico in discontinuïteit van initiatieven de gebruik maken van buurtrechten. De SDC adviseert om bij zowel incidentele als structurele initiatieven vooraf capaciteit beschikbaar te stellen om het initiatief tot een goed einde te brengen als de initiatiefnemer zich halverwege de realisatie terugtrekt. SDC West ziet een risico in de marktwerking van het uitdaagrecht. Zij adviseren een gelijk speelveld te vormen van aanbesteding of offerterondes: voorkeursrecht voor initiatiefnemers helder verwoorden zonder risico op ongelijke behandeling andere inschrijvers. Reactie college Aan het beleidskader is met adviezen vanuit de consultatieronde in de organisatie onder paragraaf 3 Samenwerking met maatschappelijk initiatief en de rol van de gemeente een stuk toegevoegd over risico’s en beheersing. Over het risico van verdringing is het volgende in het kader opgenomen. Het vraagstuk van verdringing speelt op bij taken die de gemeente zelf uitvoert en bij de uitvoering van taken door derden die arbeidsplaatsen bieden via laagdrempelige werkvoorziening (Pantar, MAS/Zone 3). In de praktijk komt dit niet vaak voor. Er zijn voorbeelden van initiatieven die blijven samenwerken met de organisaties die de laagdrempelige werkvoorziening bieden waardoor deze medewerkers hun baan behouden.
Ook bij andere gemeenten zijn er geen voorbeelden van medewerkers die hun baan kwijt zijn geraakt door overname van taken door initiatieven. Initiatieven zijn maatschappelijk ingesteld en willen voorkomen dat er door hun toedoen ergens werkloosheid wordt gecreëerd. Dit is waarom integrale samenwerking met initiatieven belangrijk is. Zo kunnen we dergelijke vraagstukken bespreekbaar maken en samen oplossingen vinden. Continuïteit is een vraagstuk dat speelt bij onze partners die wij gewoon zijn opdrachten te verlenen en bij maatschappelijke initiatieven. De ervaring in Amsterdam en andere steden met maatschappelijk initiatieven leidt niet tot de conclusie dat dit vaker gebeurt bij maatschappelijke initiatieven. Door
goede samenwerking met onze partners en maatschappelijke initiatieven is dit tijdig te voorzien en is dit op te vangen door andere partners tijdig in te schakelen en de taken over te dragen. Door deze goede samenwerking is het niet nodig vooraf capaciteit in te stellen. In het beleidskader wordt op meerdere plekken beschreven dat we ons houden aan de bestaande kaders. Dit geldt ook voor subsidiëring, inkoop en aanbesteding waardoor het huidige speelveld gelijk blijft. Het voorkeursrecht is tijdens de consultatieronde uit het kader gehaald. Conclusie Dit advies leidt niet tot een wijziging in het beleidskader. Met adviezen vanuit de consultatieronde zijn hiervoor al aanpassingen gemaakt in het beleidskader. 25. Voorkomen uitbreiding bureaucratie De SDC West vraagt zich af of buurtrechten een noodzakelijk democratisch instrument is en verwacht dat initiatieven die gebruik kunnen maken van buurtrechten binnen bestaande regelingen kunnen worden opgevangen. In plaats van het opzetten van het Bureau Integraal Maatschappelijk Initiatief pleiten zij ervoor om de bestaande regelingen aan te passen zodat deze maatschappelijk initiatieven daar terecht kunnen. Onderzoek of bestaande instrumenten aangepast moeten worden aan de nieuwe buurtrechten om onnodig extra bureaucratie te voorkomen.
Sluit een convenant tussen stadsdelen en college zodat bij een complex initiatief, dat meerdere portefeuilles en domeinen raakt, de meest passende ambtelijke begeleidingscapaciteit wordt vrijgespeeld op die plek en dat niveau waar dat het meest effectief is. SDC Zuidoost ziet graag vermindering van de bureaucratische rompslomp. Het beleidskader buurtrechten is opgezet omdat maatschappelijke initiatieven niet terecht kunnen in bestaande regelingen. De dilemma’s voor dergelijke initiatieven zijn al in beeld gebracht tijdens het programma Ruimte voor Initiatief, waarbij diverse analyses op casusniveau zijn gemaakt. Dit heeft te maken met de integraliteit van dergelijke initiatieven. Ze raken meerdere beleidsterreinen terwijl de bestaande regelingen vaak gericht zijn op een enkel beleidsterrein. Ook de bestaande instrumenten binnen democratisering bieden daar geen oplossing voor. Met de inzet van buurtbudgetten krijgen bewoners de gelegenheid om initiatieven in te dienen. Buurtbudgetten ondersteunen doorgaans eenmalige initiatieven. Initiatiefnemers die gebruik maken van buurtrechten hebben duurzame plannen. Er is ook een onderscheid met maatschappelijke initiatieven die gebruik maken van de subsidieregeling Integraal Maatschappelijk Initiatief.
Deze maatschappelijke initiatieven nemen geen specifieke taak over van de overheid, maar dragen in algemene zin bij aan meerdere maatschappelijke thema’s in de stad zoals armoede, duurzaamheid, groen in de stad en werkgelegenheid. Bij buurtrechten doen bewoners een bod. Ze willen taken overnemen van de gemeente, een pand gebruiken voor een maatschappelijke functie of een andere inrichting van een straat, plein of park. Daarin voorziet nog geen enkel gemeentelijk kader. De meest passende ambtelijke begeleidingscapaciteit wordt geregeld in de werkwijze buurtrechten. Het college ziet geen reden om daarnaast nog een apart convenant af te sluiten tussen stadsdeel en college om de juiste capaciteit te regelen. In de beantwoording van vraag 1 in deze Nota van beantwoording wordt uitgelegd hoe het beleidskader en de werkwijze buurtrechten de bureaucratie juist verminderen.
Conclusie Dit advies leidt niet tot een wijziging in het beleidskader. 26. Democratische legitimatie van de verstrekte middelen en accommodaties De VVD binnen de SDC West laat weten dat een subsidieregeling een specifiek beleidsdoel dient op grond van een achterliggende beleidstheorie. Als een initiatief hier geen aanspraak op kan maken, dient de subsidievertrekking niet ‘buiten de kaders om’ te gebeuren maar opnieuw te worden voorgelegd aan de gemeenteraad. Reactie college Op meerdere plekken in het kader wordt beschreven dat bij afwijking van bestaande regels besluitvorming zal worden voorgelegd aan de raad. Conclusie Dit advies leidt niet tot een wijziging in het beleidskader. 27. Belangen van derden De VVD binnen de SDC West hecht er belang aan dat bewoners ervan verzekerd zijn dat de gemeente de publieke taken die (wettelijk) aan de gemeente zijn toebedeeld op het afgesproken niveau worden uitgevoerd. Reactie college In de werkwijze buurtrechten is opgenomen dat plannen van bewoners die een buurtrecht indienen worden getoetst aan bestaande kaders. Indien een buurtrecht wordt aangegaan worden er verdere afspraken gemaakt met het initiatief over onder anderen kwaliteitscriteria. Dit wordt vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst. Conclusie Dit advies leidt niet tot een wijziging in het beleidskader 28.
Termijnen ondersteuning van een initiatief De VVD binnen de SDC West wil graag duidelijkheid in het kader over wat de maximale termijnen zijn waar een initiatief op kan rekenen en adviseert hiermee rekening te houden bij het verstrekken van de benodigde subsidie of het inkoopproces. Reactie college In het kader staat beschreven dat de bestaande kaders geldig blijven. Voor wat betreft subsidiering en inkoop houden wij ons daarom ook aan gestelde voorwaarden in beschikkingen en overeenkomsten. Conclusie Dit advies leidt niet tot een wijziging in het beleidskader. 29. Samenhang met bestuurlijk stelsel Het DB Zuid adviseert buurtrechten uit te voeren in samenhang met de voorgenomen besluiten op het gebied van bestuurlijk stelsel en participatie. Reactie College Binnen het bestuurlijk stelsel heeft het stadsdeel als taak maatschappelijk initiatief, inspraak en participatie mee vorm te geven en daar hoort ook de samenwerking binnen buurtrechten bij.
Conclusie Dit advies leidt niet tot een wijziging in het beleidskader. 30. Uitdaagrecht SD Zuidoost pleit voor vrijmaken van budget in het Sociaal Domein Reactie college In paragraaf 5 van het beleidskader buurtrechten. De mogelijkheden die de gemeente initiatiefnemers geeft wordt uitleg gegeven over de financiële mogelijkheden en beperkingen binnen buurtrechten. Daaronder staat de volgende actie geformuleerd. Actie: evaluatie mogelijkheden in budgetten, subsidie en aanbesteding Amsterdam werkt samen met Rotterdam, Utrecht, Tilburg en Groningen aan een benchmark van de taken waarop de gemeenten het meest worden uitgedaagd. Dit om richtlijnen op te stellen die gemeenten kunnen helpen tarieven en budgetten beter te kunnen bepalen. Ook zijn er landelijk diverse oplossingen te vinden voor het vraagstuk van subsidiëring, inkoop en aanbesteding. Voor de gemeente Amsterdam zullen de verschillende bestaande oplossingen op een rij worden gezet en met een advies ter besluitvorming worden voorgelegd aan het college. Het voorstel van Zuidoost zal worden meegenomen in de hierboven aangekondigde evaluatie Conclusie Dit advies leidt niet tot een wijziging in het beleidskader. Wel zal het voorstel van Zuidoost worden meegenomen in de aangekondigde evaluatie. 31.
Erkenning buurtplatforms Reactie college De afgelopen maanden is met de betrokken organisatie van Kracht van Mokum en ontwikkelbuurten platform verkend op welke manieren een buurtplatform recht mogelijk vorm kan krijgen. Buurtrechten kennen een lange traditie en bestaan uit de 6 genoemde rechten in het kader. Buurtrechten zit aan de eigenaarschapskant van de democratie omdat het gaat om initiatief vanuit bewoners. Het buurtplatformrecht kan gaan over veel meer. Dit is breder dan buurtrechten en raakt verschillende democratische instrumenten. Het simpelweg vastleggen van een buurtplatformrecht binnen buurtrechten zou niet het juiste middel zijn. Conclusie Dit advies leidt niet tot een wijziging in het beleidskader. Wel zal verder uitvoering worden gegeven aan de motie 1254' Grooten, Biemond, N.T. Bakker, Boomsma, Taimounti, Veldhuyzen inzake buurtplatformrecht. 32. Indienen bezwaar SDC Zuidoost ziet graag dat bezwaar mogelijkheden procesmatig worden ingebouwd. Reactie College: De mogelijkheden daartoe bestaan al. Tegen elk besluit van een bestuursorgaan kan bezwaar worden ingediend.
Conclusie Dit advies leidt niet tot een wijziging in het beleidskader. 33. Recht op zelfgekozen ondersteuning Het college van Weesp vraagt zich af of de gemeentelijke aanbestedingsregels bij inhuur van toepassing zijn bij het recht op zelf gekozen ondersteuning. Reactie college Bij het recht op zelf gekozen ondersteuning hebben initiatiefnemers 2 mogelijkheden: Ze maken gebruik van de expertise van de gemeente. Dus er wordt bijvoorbeeld een jurist gevraagd om mee te denken, iemand van Afval en grondstoffen of WPI die speciale expertise hebben op afval of werkgelegenheid. Dit gebeurt nu ook al veel bij initiatieven Ze maken gebruik van externe expertise. Een voorbeeld is de samenwerking met het ROC als initiatieven opleiding bieden binnen leerwerktrajecten. Of ze maken afspraken met MAS Zone 3 of Pantar als ze een leermeester in willen schakelen. Ook zullen initiatieven vanuit hun eigen budget misschien een administratief expert in willen schakelen. Vaak komen de bedragen bij het inhuren van expertise door maatschappelijk initiatieven niet boven de aanbestedingsgrens. Een initiatief dat externe expertise inhuurt en hiervoor subsidie krijgt van de gemeente, is niet gehouden aan de gemeentelijke regels voor inhuur. Conclusie Dit advies leidt niet tot een wijziging in het beleidskader.