CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

A - 03 Ruimtelijke Ordening (22) Bijlage 4 Zienswijzes ontwerpparaplubestemm

RAAD 10 mei 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het paraplubestemmingsplan Darkstores VN2023-00781422.250 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

2

verankerd in het gedrag van Amsterdammers als het op het kopen van producten aankomt. Al in 2012, ruim 10 jaar geleden, werd e-commerce in Nederland omarmd. De diensten van Bolcom, ah.nl of talloze andere online aanbieders van producten die (mede) thuis werden bezorgd waren direct populair. Enkele jaren later werd flitsbezorging van kant-en-klare maaltijden (Thuisbezorgd / Ubereats) door het grote publiek omarmd. Ook kleding, elektronica (Coolblue), alcohol, delicatessen worden in korte tijd thuisbezorgd. Er is nauwelijks een product te bedenken dat niet binnen korte tijd online besteld en thuisbezorgd wordt. Of dit nu voor de gemeente wenselijk is of niet, consumenten laten door hun aankoopgedrag zien online bestellen en thuisbezorgen als een toegevoegde waarde te beschouwen ten opzichte van alleen traditionele aankopen in de winkel. Flink begrijpt daarom de noodzaak van het voorbereidingsbesluit en het daarop volgende ontwerp niet. 11. Flink zal hierna uiteenzetten dat artikel 2.2 van het ontwerp, gelet op de verstrekkende gevolgen voor Flink (en andere flitsbezorgers), geen blijk geeft van een goede ruimtelijke ordening en in strijd is met het gelijkheidsbeginsel, met Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt (de Dienstenrichtlijn).

Het is onder meer onduidelijk waarom alleen flitsbezorging van dagelijkse goederen door Flink, Getir en Gorillas wordt verboden. Flitsbezorging van dagelijkse goederen door supermarktketens als Albert Heijn, Jumbo, Spar vanuit locaties met een detailhandelsbestemming blijft toegestaan (bijvoorbeeld Hobbemakade 57, Bilderdijkstraat 37H, Molukkenstraat 308, Scheldeplein 5, Stadhouderskade 101). De gemeente heeft niet onderbouwd waarom de activiteiten van Flink, Gorillas en Getir in ruimtelijk opzicht significant afwijken van dezelfde activiteiten van supermarkten die flitsbezorgen, waardoor het verbieden van de activiteiten gerechtvaardigd is. Ook is onduidelijk en niet of onvoldoende onderbouwd waarom de flitsbezorgactiviteiten van dagelijkse producten door Flink, Getir en Gorillas uit ruimtelijk perspectief significant afwijkt van dezelfde flitsbezorgactiviteiten van niet-dagelijkse producten door andere flitsbezorgaanbieders. Evenmin is onderbouwd hoe bezorging `binnen zeer korte termijn' ruimtelijk gezien significant afwijkt van `traditionele' bezorging. 12. Voorts is het ontwerp in strijd met het gelijkheidsbeginsel, het evenredigheidsbeginsel en met het rechtszekerheidsbeginsel. Daarom verzoekt Flink u artikel 2.2 in het plan te heroverwegen en de detailhandelsactiviteiten van Flink op voor detailhandel bestemde gronden toe te staan. 13.

Relevant wettelijk kader Art 3.4 lid 2 Awb: De voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van een besluit mogen niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen. Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt (de Dienstenrichtlijn). Artikel 9 Vergunningstelsels Lid I. De lidstaten stellen de toegang tot en de uitoefening van een dienstenactiviteit niet afhankelijk van een vergunningstelsel, tenzij aan de volgende voorwaarden is voldaan: a)

het vergunningstelsel heeft geen discriminerende werking jegens de betrokken dienstverrichter;

3

de behoefte aan een vergunningstelsel is gerechtvaardigd om een dwingende reden van algemeen b) belang; het nagestreefde doel kan niet door een minder beperkende maatregel worden bereikt, met name c) omdat een controle achteraf te laat zou komen om werkelijk doeltreffend te zijn."

Artikel 10 Vergunningsvoorwaarden lid 1. Vergunningstelsels zijn gebaseerd op criteria die beletten dat de bevoegde instanties hun beoordelingsbevoegdheid op willekeurige wijze uitoefenen." Lid 2: de in lid 1 bedoelde criteria zijn: niet-discriminatoir, gerechtvaardigd om een dwingende reden van algemeen belang, evenredig met die reden van algemeen belang, duidelijk en ondubbelzinnig, objectief, vooraf openbaar bekendgemaakt, transparant en toegankelijk

Artikel 13 Vergunningsprocedures Lid 2. De vergunningsprocedures en -formaliteiten mogen geen ontmoedigend effect hebben en de dienstverrichting niet onnodig bemoeilijken of vertragen. Zij zijn gemakkelijk toegankelijk en eventuele kosten voor de aanvragers in verband met hun aanvraag zijn redelijk en evenredig met de kosten van de vergunningsprocedures in kwestie en mogen de kosten van de procedures niet overschnjden.

Artikel 15 Aan evaluatie onderworpen eisen: De lidstaten onderzoeken of in hun rechtsstelsel de in lid 2 bedoelde eisen worden gesteld en Lid I. zien erop toe dat eventueel bestaande eisen verenigbaar zijn met de in lid 3 bedoelde voorwaarden. De lidstaten passen hun wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen aan om de eisen met die voorwaarden in overeenstemming te brengen. 2. De lidstaten onderzoeken of de toegang tot of de ultoefening van een dienstenactiviteit in hun rechtsstelsel afhankelijk wordt gesteld van de volgende niet-discriminerende eisen: kwantitatieve of territoriale beperkingen, met name in de vorm van beperkingen op basis van de a) bevolkingsomvang of een geografische minimumafstand tussen de dienstverrichters; h) een verplichting voor de dienstverrichter om in combinatie met zijn dienst andere specifieke diensten te verrichten.

3.

De lidstaten controleren of de in lid 2 bedoelde eisen aan de volgende voorwaarden voldoen:

discriminatieverbod: de eisen maken geen direct of indirect onderscheid naar nationaliteit of, voor a) vennootschappen, de plaats van hun statutaire zetel; b)

noodzakelijkheid: de eisen zijn gerechtvaardigd om een dwingende reden van algemeen belang;

evenredigheid: de eisen moeten geschikt zijn om het nagestreefde doel te bereiken; zij gaan niet c) verder dan nodig is om dat doel te bereiken en dat doel kan niet met andere, minder beperkende maatregelen worden bereikt.

Staat van Bedrijfsactiviteiten Een Staat van Bedrijfsactiviteiten is een lijst waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten, al naar gelang de te verwachten belasting voor het milieu, zijn ingedeeld in een aantal categorieen. Voor de indeling in de categorieen zijn de volgende ruimtelijk relevante milieuaspecten van belang: geluid; geur; stof; gevaar (met name brand- en explosiegevaar). Daarnaast kan de verkeersaantrekkende werking van een bednjf relevant zijn.

13. Rechtspraak

4

De onafhankelijke bezwaarschriftencommissie van de gemeente Gouda is, in een vergelijkbare procedure met een vergelijkbare detailhandel definitie, in afwijking van het standpunt van het college, tot de slotsom gekomen dat de activiteiten van Flink kwalificeren als detailhandel. De rechtbank Amsterdam (zie uitspraak van 6 oktober 2022 AMS 22 / 4217 GEMWT 373) heeft geoordeeld dat de activiteiten van Flink waarbij klanten producten ophalen of ter plaatse bestellen onder detailhandel vallen (zie uitspraak van 6 oktober 2022 AMS 22 / 4217 GEMWT 373). Ruimtelijke aspecten die een rol spelen bij deze detailhandelsactiviteiten zijn onder meer: de representativiteit van de locatie (Flink heeft dezelfde uitstraling als traditionele supermarkten) laden- en lossen/bevoorraden (1 maal dagelijks algemeen, 1 maal dagelijks bakkerij) veilige omgeving voor bezoekersstromen door een bedrijfsmatig gebruik van de openbare ruimte Winkelsluitingstijden zijn gereguleerd, Flink houdt zich daaraan (08.00h — 22.00h) Flink benadrukt dat de ruimtelijke gevolgen van haar toegestane detailhandelsactiviteiten aanvaardbaar zijn geacht door de gemeente, zoals tot uitdrukking gebracht in het bestemmingsplan.

Het ontwerp Artikel 1.3 Darkstore vorm van bedrijfsvoering die in hoofdzaak is gericht op de verkoop en bezorging binnen zeer korte termijn (flitsbezorging) van online aangeboden producten, overwegend dagelijkse goederen, vanuit een opslagruitnte, al dan niet met uitstalling ten verkoop, al dan niet met een afhaalloket of afhaalbalie en die al dan niet toegankelijk is voor winkelend publiek. Artikel 2.2 Verboden gebruik Voor alle in het plan betrokken gronden geldt dat deze niet mogen worden gebruikt als darkstore.

Standpunten van Flink Strijdigheid met het gelijkheidsbeginsel 14. Flitsbezorgers van dagelijkse producten Flink, Getir en Gorillas wordt verboden hun diensten uit to breiden, terwijl flitsbezorgers van dagelijkse producten als Albert Heijn en Jumbo en flitsbezorgers van niet-dagelijkse producten zoals maaltijden, delicatessen, alcohol en elektronica niet worden belemmerd. Flink begrijpt dat maatregelen passend zijn, voor zover een ruimtelijk afweging bier aanleiding toe geeft. In het ontwerp is onduidelijk of en waarom de ruimtelijke impact van de verschillende aanbieders van flitsbezorgdiensten significant verschilt. Onduidelijk is op welke gronden de gemeente onderbouwt dat vanuit ruimtelijk perspectief de uitstraling afwijkt van andere bedrijven die op dezelfde locaties gevestigd kunnen zijn. Op sommige locaties van Flink zijn immers bedrijven toegestaan en

5

aanvaardbaar geacht waarvan de activiteiten op de Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn ingedeeld in dezelfde categoric of zelfs een categorie hoger, terwijl Flink geen activiteiten verricht met zware machines of apparaten die veel geluid veroorzaken. De argumentatie van de gemeente dat flitsbezorging door supermarkten is toegestaan omdat deze pas in een later stadium bezorging hebben toegevoegd als activiteit en daarmee niet in overwegende mate bezorgen ten opzichte van Flink die vanaf het begin met de activiteit bezorging is begonnen waardoor in overwegende mate wordt bezorgd, snijdt volgens Flink geen bout doordat dit verschil geen ruimtelijk verschil vormt. Immers, locaties van Flink zijn, net als traditionele supermarkten toegankelijk voor klanten, bestellingen kunnen ter plekke worden gedaan en betaald, raamstickers zijn er niet meer, fietsen staan binnen, bezorgers wachten binnen, er wordt dagelijks slechts een keer geleverd door de leverancier en de bakker. Regelgeving die alleen betrekking heeft op aanbieders Flink, Getir en Gorillas en niet op flitsbezorgers van boodschappen Albert Heijn, Jumbo en Spar en flitsbezorgers van niet-dagelijkse producten(maaltijden, alcohol, delicatessen, elektronica) is dan ook disproportioneel.

De gemeente dient te onderbouwen wat ruimtelijk gezien onbevredigend is en kan daarop handhaven via de APV of (flits)bezorging opnemen op de Staat van Bedrijfsactiviteiten. Daarvoor is wijziging van het bestemmingsplan disproportioneel en onevenredig. Flink is van mening dat Naar bedrijfsactiviteiten niet wezenlijk verschillen van andere 15. genoemde detailhandelaren in levensmiddelen. Kenmerkend voor alle detailhandelaren in levensmiddelen, met inbegrip van flitsbezorgers zoals Flink, is dat zij producten te koop aanbieden. De wijze waarop zij dit doen en de wijze waarop de levering plaatsvindt, verschilt van detailhandelaar tot detailhandelaar en neemt niet weg dat het in wezen altijd gaat om de verkoop van producten aan consumenten en dus om detailhandel. Door het ontwerp belemmert de gemeente onterecht alleen Flink, Getir en Gorillas. Daarnaast zijn ook traditionele levensmiddelenwinkels als Albert Heijn en Jumbo 16. dicht bij de klanten gevestigd en bieden zij ook flitsbezorgdiensten aan vanuit locaties met een detailhandelsbestemming. Vestigingen als de Bilderdijkstraat 37 h van Albert Heijn liggen op een detailhandelsbestemming en bieden flitsbezorgdiensten aan. De bezorgers parkeren niet binnen, zoals Flink doet, maar op de openbare stoep.

Ook anderszins ziet Flink niet in waarom dergelijke traditionele levensmiddelenwinkeliers zich met de diensten in enig materieel ruimtelijk opzicht onderscheiden van Flink, Getir en Gorillas. De diensten van deze winkeliers vallen ook onder de in het ontwerp beschreven activiteiten. In antwoord op vragen van de gemeenteraad of de stad handhavend zal optreden tegen traditionele detailhandelaren die flitsbezorgingsdiensten aanbieden, antwoordde de wethouder dat traditionele detailhandelaren niet onder het ontwerp vallen. Er wordt geen uitleg gegeven. Flink benadrukt dat gelijke gevallen daarmee door de gemeente ongelijk worden behandeld. Het gelijkheidsbeginsel is een algemeen beginsel van behoorlijk bestuur en vereist dat 17. gelijke gevallen gelijk worden behandeld. Ongelijke behandeling van gelijke gevallen vereist een rechtvaardiging. Flink begrijpt dat flitsbezorgdiensten door flitsbezorgers (behalve Flink, Getir en 18. Gorillas) in beginsel ook na invoering van het ontwerp zullen worden toegestaan. Zoals gezegd verschilt flitsbezorging door Flink, Getir en Gorillas echter niet wezenlijk van dergelijke andere flitsbezorgers omdat het in wezen altijd gaat om het bedrijfsmatig te koop aanbieden van producten aan consumenten. De verkoop en levering van die producten vindt op dezelfde wijze plaats.

Het gaat veeleer om een ondergeschikte of aanvullende activiteit naast de hoofdactiviteit, namelijk het bedrijfsmatig te koop aanbieden van producten. Deze

6

hoofdactiviteit is bij elke detailhandelaar dezelfde. De in artikel 2.2 van het ontwerp opgenomen begrip darkstore heeft betrekking op die ondergeschikte of aanvullende activiteiten (de wijze waarop producten worden verkocht en geleverd) en leiden dus per saldo tot een onderscheid tussen bedrijven die in wezen dezelfde hoofdactiviteit verrichten. TerwijI een ruimtelijk argument voor dit onderscheid ontbreekt. 19. Uit de toelichting bij het ontwerp blijkt niet dat uw raad dit heeft onderkend. Voor zover de reden voor deze ongelijke behandeling van in wezen vergelijkbare gevallen zou liggen in het voornoemde voorkomen van een minder aantrekkelijk straatbeeld en het voorkomen van overlast of negatieve gevolgen, herhaalt Flink dat dit niet nader is onderbouwd met onderzoek en deze ongelijke behandeling derhalve niet kan rechtvaardigen. 20. Volgens de gemeente voldoen Flink, Getir en Gorillas niet aan de detailhandelsdefinitie doordat de bezorgactiviteiten de hoofdactiviteit vormen. De gemeente handhaaft op grond van deze afweging. Flink benadrukt dat de gemeente aanbieders van flitsbezorging ongelijk behandelt, nu de gemeente, behalve bij Flink, Getir en Gorillas, niet handhaaft bij alle andere flitsbezorgaanbieders. Hoewel het bekend is dat talloze aanbieders van maaltijden (pizza, sushi, fastfood etc) in overwegende mate goederen verkopen die bezorgd worden.

De gemeente handhaaft in deze gelijke gevallen niet. Daarom verzoekt Flink de gemeenteraad het ontwerp te herzien en geen enkele vorm van flitsbezorging te verbieden.

Strijdigheid met Europese Dienstenrichtlijn 21. Zoals het college zelf reeds vermeld in het ontwerp, is de Europese Dienstenrichtlijn van toepassing op flitsbezorging. Krachtens artikel 15 lid 3 Europese Dienstenrichtlijn gelden verschillende voorwaarden waaraan een eis en een territoriale beperking moeten voldoen. Een eis of beperking is alleen toegestaan indien deze niet-discriminerend, noodzakelijk en evenredig is. Flink meent dat aan deze voorwaarden niet is voldaan. Daartoe wijst zij op het volgende.

i. Non-discriminatie 22. Flink meent dat artikel 2.2 uit het ontwerp impliciet een discriminatoire verplichting met zich meebrengt. Alle flitsbezorgers, waaronder Flink en traditionele supermarkten, verrichten dezelfde diensten: het verkopen en leveren van producten aan de klant. Nederlandse flitsbezorgers als Albert Heijn en Jumbo hebben wortels in Nederland. Verkoop vond reeds plaats voor de introductie van internet en bestond daardoor hoofdzakelijk uit verkoop ter plaatse plaats evenals levering ter plaatse. Toen de flitsbezorgers Albert Heijn en Jumbo in een later stadium online verkoop en bezorging als diensten aanboden, vormden deze diensten natuurlijkerwijze een minderheidsaandeel van de bedrijfsvoering. Maar voor een bedrijf als Flink, met zetel in Duitsland, ligt de situatie anders. Indien een bedrijf als Flink, dat dagelijkse producten online wil verkopen en thuisbezorgen, de Amsterdamse markt zou willen betreden, dan loopt zij aan tegen artikel 2.2 uit het ontwerp, dat flitsbezorging alleen toestaat als het gericht is op hoofdzakelijk verkoop ter plaatse (in plaats van online) en levering ter plaatse (in plaats van bezorging).

Zonder historie in Amsterdam betekent deze verplichting om in combinatie met zijn dienst (online verkoop en bezorging) andere diensten te verrichten (verkoop en levering ter plaatse) voor buitenlandse bedrijven als Flink dat bij vestiging een ongerechtvaardigd indirect onderscheid wordt gemaakt tussen Nederlandse aanbieders van flitsbezorgdiensten (met historie) en aanbieders met een zetel in het buitenland. 7

Noodzakelijkheid ii. Een eis is alleen noodzakelijk als er een dwingende reden van algemeen belang is. 23. Flink meent dat de uitsluiting van flitsbezorgdiensten van dagelijkse goederen per saldo in het geheel niet noodzakelijk is. Voor zover in de toelichting bij het ontwerp wordt gesproken over het straatbeeld en overlast of gevolgen voor het woon- en leefklimaat, merkt Flink wederom op dat nergens uit de toelichting blijkt dat de gemeente hiernaar onderzoek heeft gedaan en een vergelijking heeft gemaakt met de overlast en gevolgen voor het straatbeeld van andere winkels. Evenmin is onderzoek gedaan naar het verschil in ruimtelijke impact tussen de verboden flitsbezorging van Flink, Gorillas en Getir en alle overige toegestane flitsbezorging. Uit de jurisprudentie van de Afdeling volgt dat een dergelijk onderzoek vereist is en dat algemene ervaringsregels of vermoedens onvoldoende zijn om een dwingende reden voor een eis of territoriale beperking als bedoeld in de Dienstenrichtlijn aanwezig te achten (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 19 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:4173). Flink betwist dan ook dat sprake is van een dwingende reden van algemeen belang die de bestemmingsregeling rechtvaardigt.

Uit de plankaart is op te maken dat de gemeente binnenstedelijke bedrijventerreinen heeft uitgesloten zoals: Wenkebachweg, Amstel, Schinkel, Veemarkt, Van Slingelandplein, Noord (Weesp), Bullewijk, Nijverheidslaan (Weesp). Flink betwist dat deze territoriale beperking noodzakelijk is. Bovendien heeft Flink recentelijk een vergunning toegewezen gekregen van de gemeente voor een locatie op een binnenstedelijk bedrijventerrein. Na uitvoerig onderzoek is de gemeente tot de conclusie gekomen dat geen sprake is van onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat en de gebruiksmogelijkheden van de openbare ruimte en de aangrenzende gronden. Volgens Flink heeft het college de noodzakelijkheid en evenredigheid van het 24. ontwerp niet onderbouwd met actuele onderzoeken en een analyse met specifieke gegevens. De Europese Dienstenrichtlijn schrijft voor dat het bevoegd gezag stellingen over de geschiktheid van de brancheringsregeling om het nagestreefde doel te bereiken moet onderbouwen met een specifiek daarop gericht onderzoek. Dat is niet gebeurd. Algemene ervaringsregels zijn niet voldoende, maar vormen joist de stellingen die voor het specifieke geval moeten worden onderbouwd met onderzoeksgegevens. De raad heeft niet redelijkerwijs kunnen concluderen dat de in het ontwerp opgenomen brancheringsregeling geschikt is om de leefbaarheid van stedelijk Amsterdam te behouden.

De stellingen van de gemeente betreffende de impact van flitsbezorging van dagelijkse goederen op aspecten als representativiteit, verkeerveiligheid, veilige verkeersstromen en milieuhinder zijn niet onderbouwd door uitkomsten van onderzoeken. Bovendien is niet onderbouwd waarom, ruimtelijk bezien, flitsbezorging van dagelijkse producten door bedrijven als Ubereats, Thuisbezorging en Albert Heijn significant afwijkt van de flitsbezorgactiviteiten van dienstverleners als Flink, Gorillas en Getir of aanbieders van maaltijden, elektronica, alcohol, bloemen, delicatessen enzovoorts die gebruik maken van flitsbezorging. Flink kan niet volgen, en meent dat de gemeente onvoldoende heeft onderbouwd, in 25. welke zin en mate haar flitsbezorgactiviteiten van dagelijkse producten ruimtelijk verschillen van de flitsbezorgactiviteiten van dagelijkse producten door bedrijven als Ubereats, Thuisbezorgd en Albert Heijn en flitsbezorgactiviteiten verzorgd door bedrijven als Ubereats en Thuisbezorgd voor andere producten dan dagelijkse producten (maaltijden, bloemen, electronica, delicatessen, alcohol).

8

26. Daarnaast merkt Flink op de gemeente uitgaat van onjuiste feiten. Flink hanteert geen doelstelling om de bestelling binnen 10 minuten te bezorgen. Indien een klant vlakbij een filiaal woont, zal een bestelling 10 minuten kunnen duren, maar afhankelijk van afstand van de klant tot het filiaal, aantal bestellingen en beschikbaarheid kan dit oplopen tot ca 30 a 40 minuten. Werknemers worden niet per bestelling betaald, maar hebben een vaste uren contract. Klanten zijn welkom in filialen van Flink. Flink hanteert openingstijden conform de Winkeltijdenwet. De fietsen van Flink staan sinds maart 202 inpandig geparkeerd, bezorgers blijven binnen tussen bestellingen door. Flitsbezorging leidt niet tot verkeersaantrekkende werking, juist omgekeerd tot minder verkeersaantrekking. De producten die de klant nu thuisbezorgd krijgt per elektrische fiets, was de klant in het geval van koop ter plaatse fysiek komen ophalen. Klanten die fysiek producten kopen leggen een groter beslag op de openbare ruimte (parkeren van fiets, auto of brommer in de openbare ruimte). Flink draagt bij aan het autoluw maken van de binnenstad door bestellingen te bezorgen met elektrische fietsen. Bovendien bundelt Flink bestellingen (tot 3 bestellingen per rit), waardoor de verkeersaantrekkende werking juist lager is dan bij fysieke verkoop.

De uitstraling van de filialen is gewijzigd en in lijn gebracht met traditionele supermarkten (gedeeltelijk gebruik van transparante folie). Wat betreft verkeersveiligheid verzorgt Flink trainingen voor bezorgers en ziet zij erop toe dat verkeersregels in acht worden genomen. De fietsen van de bezorgers voldoen aan regelgeving. Leveranciersbewegingen zijn drastisch teruggebracht naar dagelijks eenmaal algemeen en eenmaal bakker. Voorzover Flink bekend geldt bovenstaande eveneens voor Getir en Gorillas. In Amsterdam zijn sinds enkele jaren meer dan 50% van de nieuw verkochte fietsen elektrisch. 1 op de 3 Nederlanders heeft 1 of meer elektrische fietsen (4,9 miljoen totaal per februari 2022'. Drukte en verschillende snelheden op het fietspad die mogelijk leiden tot onveilige situaties kunnen Flink niet (alleen) worden toegerekend. Dit is een zaak van handhaving en wetgeving. 27. Flink betwist dat transportbewegingen van alleen koeriers van Flink, Getir en Gorillas ertoe leiden dat de leefbaarheid van bewoners en ondernemers onder druk komt te staan. Als vermeld, flitsbezorging van zowel dagelijkse als niet-dagelijkse producten vindt ruimschoots plaats (Albert Heijn, Ubereats en Thuisbezorgd om enkele te noemen).

De gemeente heeft niet of onvoldoende onderbouwd waarom de bezorgactiviteiten van Flink een dermate afwijkende impact hebben op de leefbaarheid dan de bezorgactiviteiten van andere flitsbezorgers waar het bestemmingsplan niet voor geldt (bijvoorbeeld Ubereats, Thuisbezorgd, Albert Heijn). 28. Als het standpunt van de gemeente gevolgd wordt dat darkstores opslagruimtes zijn (hetgeen Flink bestrijd, volgens Flink vallen haar activiteiten onder het detailhandel begrip), dan vraagt Flink zich of wat de gemeente ertoe brengt dat dit vanuit ruimtelijk perspectief onaanvaardbaar zou zijn voor buurtbewoners. De gemeente heeft niet onderbouwd waarom een opslagplaats significant meer hinder met zich meebrengt dan toegestane detailhandel activiteiten. 29. Bovendien heeft de gemeente voldoende alternatieven. Denk aan handhaving via de APV of door flitsbezorging als activiteit toe te voegen aan de Lijst van Bedrijfsactiviteiten. Flink meent dat het begrip darkstore onterecht alleen ziet op dagelijkse producten. Het is onduidelijk welke ruimtelijke afweging de gemeente ten grondslag heeft gelegd aan de beslissing om alleen flitsbezorging van dagelijkse producten te verbieden. Eveneens is onduidelijk welke ruimtelijke afweging de gemeente ten grondslag heeft gelegd aan de http://www.multiscope.nl/persberichten/markt-e-bikes-stijgt-tot-9-5-miljard-euro 9

beslissing om bezorging vanuit darkstores binnen zeer korte termijn te verbieden, maar bezorging vanuit darkstores buiten zeer korte termijn (zoals de gemeente als `regulier' omschrijft) niet. Niet is toegelicht waarom ruimtelijk bezien verschil bestaat tussen bedrijfsvoering met bezorging met een zeer korte termijn ten opzichte van bezorging met een reguliere termijn. Verschillen die een dermate ingrijpende regulatie rechtvaardigen, zijn er volgens Flink namelijk niet. De maatregelen zijn disproportioneel en onevenredig. Ten slotte geldt, dat wanneer alle overige vormen van flitsbezorging zijn toegestaan, 30. de noodzaak ontbreekt om alleen de flitsbezorging door Flink, Getir en Gorillas uit te sluiten. iii. Evenredigheid In lijn hiermee is Flink van mening dat de eis en de territoriale beperking die 31. voortvloeien uit artikel 2.2 van het ontwerp onevenredig zijn. In het kader van de evenredigheidstoets van de Europese Dienstenrichtlijn dient in de eerste plaats te worden bezien of de beoogde uitsluiting van flitsbezorgdiensten geschikt is om het nagestreefde doel te bereiken. Dit is echter niet het geval, althans niet door de gemeente onderbouwd. Aangezien de uitgesloten flitsbezorgdiensten een soortgelijke ruimtelijke uitstraling hebben als andere wel toegestane flitsbezorgdiensten en andere detailhandelsvormen.

Met de uitsluiting van bepaalde flitsbezorgdiensten is de gestelde overlast voor de omgeving — voor zover al aanwezig — dus niet verdwenen. Dit maakt de beoogde planregeling ongeschikt om het door de gemeente nagestreefde doel te bereiken. Het gegeven dat de gemeente wel andere vormen van flitsbezorgdiensten ongemoeid laat, brengt ook mee dat het nagestreefde doel niet coherent en systematisch wordt nagestreefd. Reeds hierom is de voorgestelde planregeling in strijd met de Europese Dienstenrichtlijn. In dit verband is van belang dat artikel 2.2 van het ontwerp ertoe leidt dat flitsbezorgdiensten per saldo niet meer in woon-, gemengde- en bedrijfsomgevingen en dus in de praktijk in stedelijk Amsterdam (behalve buitengebieden en enkele verafgelegen bedrijventerreinen) niet zouden zijn toegestaan. Daarmee gaat de beperking c.q. uitsluiting van flitsbezorgdiensten verder dan strikt noodzakelijk. Dit is onevenredig en disproportioneel en daarmee in strijd met de Europese Dienstenrichtlijn. In plaats van flitsbezorging van dagelijkse producten door Flink, Getir en Gorillas helemaal uit te bannen, zouden gemeenten via handhaving en een buurtregisseur eventuele overlast van bezorgers kunnen tegengaan. Zoals de gemeente op dit moment handhaaft bij flitsbezorgdiensten voor dagelijkse producten (Albert Heijn, Jumbo, Spar) en niet-dagelijkse producten die wel toegestaan zijn.

Daartoe kunnen gemeenten concrete afspraken maken met winkeliers, bijvoorbeeld over locaties waar geluidsoverlast kan worden geconstateerd of waar problemen worden ervaren met bezorgingen. Eventueel kunnen er afspraken worden gemaakt over venstertijden voor bezorging. Flink is uiteraard bereid om met uw gemeente te bespreken welke maatregelen in dit verband wenselijk zijn, die veel minder ingrijpend zijn dan het volledig uitsluiten van flitsbezorgdiensten. Flink merkt op dat uit de toelichting op het ontwerp geenszins blijkt dat de gemeente alternatieve en veel minder ingrijpende maatregelen heeft onderzocht. De gemeente zou ook flitsbezorgdiensten kunnen toevoegen aan de Staat van Bedrijfsactiviteiten. Ook herhaalt Flink hier dat de vermeende, niet onderzochte, gevolgen van flitsbezorgdiensten voor het straatbeeld en de woonomgeving, zonder deze vermeende gevolgen te vergelijken met de gevolgen voor het straatbeeld en het leefklimaat van andere winkels, een absoluut verbod op flitsbezorgdiensten voor dagelijkse producten niet rechtvaardigen. Flink wijst er voorts op, dat op de locaties waarop Flink haar activiteiten verricht, 32. activiteiten zijn toegestaan die vermeld staan op de Staat van Bedrijfsactiviteiten. Op deze

10

Staat van Bedrijfsactiviteiten staan activiteiten die ruimtelijk een grotere impact hebben dan de activiteiten van Flink. Denk bijvoorbeeld aan een groothandel in bout en bouwmaterialen, een groothandel in ijzer- en metaalwaren en verwarmingsapparatuur, een groothandel in machines en apparaten, exclusief machines voor de bouwnijverheid of goederenwegvervoerbedrijven (zonder schoonmaken tanks), verhuurbedrijven voor transportmiddelen, machines, werktuigen en roerende goederen n.e.g. De ruimtelijke impact van de activiteiten van flitsbezorging is lager dan de genoemde activiteiten. Voor de duidelijkheid: voorgenoemde activiteiten zijn door de gemeente op deze locaties als aanvaardbaar beoordeeld. Door ook de bedrijventerreinen en gemengde gebieden onder de territoriale beperking te laten vallen, gaan de maatregelen veel verder dan noodzakelijk. Getuige de aan Flink verleende vergunning om activiteiten te verrichten op een binnenstedelijke locatie. De De Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn jaren geleden geIntroduceerd, hetgeen betekent dat nieuwe bewoners op de hoogte zijn van de ruimtelijk toegestane activiteiten in hun buurt. Het verbod van artikel 2.2 van het ontwerp is daarom in strijd met artikel 5 lid 3 van de Europese Dienstenrichtlijn, en daarmee onverbindend. 32.

In artikel 15 lid 2 sub h van de Europese Dienstenrichtlijn is een verbod opgenomen voor een verplichting voor dienstverrichters om in combinatie met zijn dienst andere specifieke diensten te verrichten. Flink meent dat artikel 2.2. uit het ontwerp impliciet een discriminatoire verplichting met zich meebrengt voor Flink. Alle flitsbezorgers, waaronder Flink, Getir en Gorillas verrichten dezelfde diensten. Ze verkopen producten (ter plaatse en/of online) en ze leveren de producten aan de klant (ter plaatse en/of via bezorging). Bij flitsbezorgers die activiteiten gestart zijn voor de introductie van internet / e-commerce, en online verkoop en bezorging later als diensten hebben toegevoegd (bijvoorbeeld traditionele supermarkten of ter plaatse bereide maaltijden), vormen de toegevoegde diensten natuurlijkerwijze een minderheidsaandeel van de bedrijfsvoering. Lokale verkoop en ter plaatse levering van de producten vormde immers het meerderheidsaandeel. Voor Flink, Getir en Gorillas geldt de omgekeerde situatie. Gestart met de bedrijfsvoering tijdens COVID, bestond de bedrijfsvoering in meerderheid uit online aankopen en bezorging. Artikel 2.2. vormt daarom een ongeoorloofde verplichting voor laatstgenoemde bedrijven om in combinatie met online verkoop en bezorging andere specifieke diensten aan te bieden (ter plaatse verkoop en levering) en dat zelfs in 'hoofdzaak'.

Deze verplichting druist in tegen de bepalingen uit de Europese Dienstenrichtlijn en is daarmee onverbindend.

33. Om de hiervoor genoemde redenen meent Flink dat artikel 2.2 van het ontwerpbestemmingsplan ook in strijd is met het evenredigheidsbeginsel van artikel 3:4, tweede lid, van de Awb. De Afdeling heeft de contouren van dit algemene beginsel van behoorlijk bestuur kort geleden verduidelijkt (uitspraak van 2 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:285). Daarbij maakte de Afdeling duidelijk dat bij de beoordeling van het evenredigheidsbeginsel geschiktheid, noodzaak en proportionaliteit een rol spelen. Deze drie elementen zijn deels vergelijkbaar met de besproken voorwaarden uit de Europese Dienstenrichtlijn voor een beperking van het dienstenverkeer. Volgens de Afdeling wordt de intensiteit van de toetsing aan het evenredigheidsbeginsel onder meer bepaald door de aard en omvang van de beleidsruimte van het bestuursorgaan, de aard en het gewicht van de met het besluit te dienen doelen en de aard van de betrokken belangen en de mate waarin deze door het besluit worden geraakt. Naarmate deze belangen zwaarder wegen, de nadelige gevolgen van het besluit ernstiger zijn of het besluit meer inbreuk maakt op grondrechten, zal de toetsing volgens de Afdeling intensiever zijn.

11

Flink merkt op dat uw raad gehouden is het evenredigheidsbeginsel in acht te nemen. 34. Zoals hierboven geschetst zou het volledig verbieden van flitsbezorgdiensten voor dagelijkse producten door Flink, Getir en Gorillas uit (ten minste) woon- en gemengde gebieden van stedelijk Amsterdam zeer ingrijpende gevolgen hebben voor Flink. Haar bedrijfsvoering is gebaseerd op het hebben van vestigingen in het stedelijk gebied om klanten zo snel mogelijk te bedienen. Met de invoering van de regeling in artikel 2.2. van het ontwerp zou dit niet meer mogelijk zijn. Deze regeling zou derhalve rechtstreeks inbreuk maken op de vrijheid van ondernemerschap. Uit de toelichting blijkt niet dat u deze zeer ingrijpende gevolgen voor bedrijven als Flink voldoende heeft onderkend en meegewogen bij het opstellen van de regeling. Schending van het rechtszekerheidsbeginsel Mocht uw raad in bovenstaande argumenten geen aanleiding zien om de regeling in 35. artikel 2.2 van het ontwerp te heroverwegen, dan is Flink van mening dat deze regeling onwerkbaar is en daarmee in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel. In artikel 1.3 van het ontwerp is het begrip darkstore gedefinieerd als: 36.

vorm van bedrijfsvoering die in hoofdzaak is gericht op de verkoop en bezorging binnen zeer korte termijn (flitsbezorging) van online aangeboden producten, overwegend dagelijkse goederen, vanuit een opslagruimte, al dan niet met uitstalling ten verkoop, al dan niet met een afhaalloket of afhaalbalie en die al dan niet toegankelijk is voor winkelend publiek. Flink merkt op dat dit begrip dark store onvoldoende duidelijk is en in de praktijk tot vragen kan Leiden. Het is bijvoorbeeld onduidelijk wat bedoeld wordt met: een vorm van bedrijfsvoering die "in hoofdzaak" is gericht op de verkoop en bezorging. In de toelichting staat vermeld: Met de woorden 'in hoofdzaak' is bedoeld om aan te geven dot het vooral goat om online verkoop en snelle levering. Wat betekent in dat geval -vooral-? Hoe wordt dit bepaald? Dienen aanbieders van flitsbezorgdiensten dit inzichtelijk te maken? Wordt dit uitgedrukt in een percentage? Een percentage van de omzet? Hoe hoog is het percentage? Is dit een momentopname of over een periode? Flink voert een bedrijfsvoering die 'in hoofdzaak' bestaat uit bezorging. Door filialen van Flink onder het begrip darkstore te brengen en daarmee te verbieden, wordt Flink door de gemeente beperkt in haar ondernemerschap. De gemeente beperkt immers algemene vormen van bedrijfsvoering zoals verkoop (fysiek/online) of levering (ter plaatse/bezorging).

Dit druist in tegen de Europese Dienstenrichtlijn. Bovendien worden bedrijfsvoeringen door ondernemingen voortdurend aangepast aan veranderende marktomstandigheden, dat vormt immers de kern van ondernemerschap. Ter illustratie: tijdens Covid gelden andere marktomstandigheden anders dan wanneer er geen Covid heerst. Als ondernemer wil Flink daar vrij op kunnen inspelen. Door het ontwerp wordt zij belemmerd. "verkoop" vanuit een opslagruimte. Flink begrijpt uit de eerder gevoerde rechtszaak over de vraag of Flink's activiteiten onder detailhandel vallen, dat de gemeente als standpunt hanteert dat er geen sprake is van verkoop bij flitsbezorging, zodat alleen sprake is van verkoop bij verkoop ter plaatse (waardoor dus geen sprake zou zijn van detailhandel). Of is de gemeente nu van standpunt verandert, in die zin dat er wel sprake is van verkoop bij flitsbezorging en daarmee detailhandel? bezorging binnen "zeer korte termijn". De gemeente onderscheidt flitsbezorging van reguliere bezorging. Wat verstaat de gemeente onder reguliere bezorging? Waar blijkt dit uit? Hoe lang duurt reguliere bezorging? Is bezorging op dezelfde dag als de bestelling regulier of flitsbezorging? Wat vormt volgens de gemeente het ruimtelijke

12

verschil tussen producten die `binnen minuten' worden bezorgd met producten die na een paar uur worden bezorgd? "overwegend" dagelijkse goederen. Dit is onduidelijk voor Flink. Is dit een momentopname? Bedrijfsvoeringen worden door ondernemingen voortdurend aangepast aan veranderende marktomstandigheden, dat vormt immers de kern van ondernemerschap. Zoals het nu is opgeschreven, is het statisch. Dit vormt een beperking van vrij ondernemerschap, hetgeen indruist tegen de Europese Dienstenrichtlijn een "opslagruimte, al dan niet met uitstalling ten verkoop, al dan niet met een afhaalloket of afhaalbalie en die al dan niet toegankelijk is voor winkelend publiek". De locaties van Flink zijn toegankelijk voor winkelend publiek. Net als traditionele supermarkten. Voor Flink is het onduidelijk of dit betekent dat ook de winkels van supermarkten worden beschouwd als dark store, namelijk opslagruimte waar producten liggen en die toegankelijk is voor publiek? Zo niet, waarin drukt zich dan het ruimtelijk verschil uit? In de toelichting op het ontwerp staat vermeld: Essentieel daarbij is dat het moet gaan om een vorm van bedrijfsvoering die in hoofdzaak is gericht op flitsbezorging vanuit een opslagruimte. Flitsbezorging als zodanig is op velerlei gebieden al praktijk. Te denken valt aan de bezorging van op locatie bereide maaltijden.

Over die vorm van flitsbezorging gaat dit bestemmingsplan niet. Het gaat om de combinatie van flitsbezorging van online bestelde producten vanuit een darkstore.

Dit schept verdere onduidelijkheid. Eerst verklaart de gemeente dat essentieel is dat het moet gaan om een vorm van bedrijfsvoering die in hoofdzaak is gericht op flitsbezorging vanuit een opslagruimte. En dat flitsbezorging als zodanig al praktijk is op velerlei gebieden. In dit geval kan dus gedacht worden aan bijvoorbeeld flitsbezorgers van maaltijden. De fietsen van deze flitsbezorgers staan immers als ze niet worden ingezet voor bestellingen in een opslagruimte. Deze flitsbezorgers op velerlei gebieden lijken dus ook onder het begrip te worden geschaard. Direct daaropvolgend sluit de gemeente deze flitsbezorgers juist uit. Zonder uitleg of verklaring voor ruimtelijke verschillen. Dit is niet te volgen. Indien sprake is van een openstelling van een vestiging voor klanten, waarbij ook producten ter plaatse afgehaald dan wel online gekocht kunnen worden via bijvoorbeeld een tablet, zal moeten worden beoordeeld in hoeverre dit de hoofdactiviteit is dan wel een ondergeschikte activiteit van de darkstore. Dit kan beoordeeld worden aan de hand van bijvoorbeeld omzetcijfers, uitstraling en inrichting, presentatie, aantal transacties en personeelsbestand. Als de bedrijfsvoering te duiden is als darkstore dan is die activiteit leidend voor de uitleg van de begrippen. Bezorging van op locatie bereide maaltijden valt daarmee onder het begrip,

wanneer meer maaltijden bezorgd worden dan op locatie afgehaald? Welke criteria hanteert de gemeente om aan de hand van omzetcijfers te bepalen of de bedrijfsvoering als darkstore is te duiden? Hetzelfde geldt voor uitstraling en inrichting, presentatie, aantal transacties en personeelsbestand. En welke maatstaven gelden daarbij? Welk ruimtelijk verschil rechtvaardigt het onderscheid dat gemaakt wordt om alleen wanneer in `hoofdzaak' bezorging binnen zeer korte termijn' plaatsvindt, dit te verbieden, maar een bedrijfsvoering met een aanmerkelijke mate van bezorging binnen zeer korte termijn, niet? Waar ligt het omslagpunt? 37. Hoe moet Flink in het licht van de uitspraak van de rechtbank van Amsterdam van 6 oktober 2022 waarin is bepaald dat verkoop ter plaatse te scharen is onder detailhandel, het begrip "opslagruimte" opvatten wanneer klanten op locatie producten kopen? Als de detailhandelsruimte van Flink door de gemeente wordt beschouwd als opslagruimte, dan geldt dit ook voor detailhandelsruimte van traditionele supermarkten? Of geldt het voor alle flitsbezorgers alleen voor opslagruimte binnen de filialen, maar niet voor de ruimte waar klanten toegang tot hebben? Flink ziet hierin een bevestiging dat het online aanbieden van producten en het bezorgen van bestelde producten onderdelen van detailhandel zijn. Zij acht 13

het ontwerpbestemmingsplan op dit punt inherent tegenstrijdig, omdat het online aanbieden en bezorgen van bestelde producten in combinatie met flitsbezorging wordt verboden, maar niet bij flitsbezorging van dezelfde producten door traditionele levensmiddelendetaillisten. Bovenstaande bevestigt dat het op dit moment onduidelijk is hoe de beoogde 38. planregel in artikel 2.2 in de praktijk zal uitwerken. Het rechtszekerheidsbeginsel vereist echter dat bij de vaststelling van een bestemmingsplan geen onduidelijkheid bestaat over de inhoud en strekking van een bestemmingsplanregel. Afwegingskader Uit het Afwegingskader is voor Flink niet op te maken wanneer activiteiten op een 39. locatie strijd met het ontwerp oplevert. Er is een overvloed aan elementen opgenomen waaraan getoetst dient te worden, waarbij verlening afhankelijk is van evenzoveel ambtenaren, hetgeen grote onzekerheid oproept of een aanvraag voor een omgevingsvergunning verleend zal worden. Verschillende gespecialiseerde ambtenaren dienen positief advies uit te brengen, hetgeen blootlegt dat de regelgeving niet eenduidig en begrijpelijk is voor een gewone burger. Een voorbeeld uit de praktijk. Het is niet uit te leggen waarom de volgens het ontwerp 40. toegestane locatie Pieter Callandlaan 228B geen strijd oplevert met het ontwerp en Helmholzstraat 55A wel.

Boven de toegestane locatie wonen bewoners, terwijI boven de niettoegestane locatie juist geen bewoners boven of naast het pand wonen en is er geen ingang van de bewoners direct naast de locatie van Flink. Nee, tenzij.. Darkstores zijn niet vanzelfsprekend inpasbaar in een gemengd gebied. Dit, omdat hier ook gewoond wordt. Darkstores zijn hier slechts in een aantal situaties en onder een aantal voorwaarden ruimtelijk aanvaardbaar. Door de adviseurs van het bevoegd gezag moet worden aangetoond dat met de komst van een darkstore alsnog sprake kan zijn van een goede ruimtelijke ordening.

De vergunningsprocedure in het ontwerp in combinatie met het afwegingskader heeft 41. een ontmoedigend effect op Flink. Bovendien bemoeilijkt de vergunningprocedure de dienstverlening van Flink, nu in de praktijk alleen locaties die geografisch ver van klanten liggen in de ogen van de gemeente mogelijk voor vergunningverlening in aanmerking komen. Kosten van bezorging nemen daardoor significant toe, nu de afstanden groter worden. De dienstverlening van Flink en andere flitsbezorgers zoals Gorilla en Getir wordt door de vergunningprocedure onnodig vertraagt, nu nieuwe locaties in woongebieden en gemengde gebieden in de praktijk nauwelijks vergund zullen worden ("nee, tenzij"), terwijI geen vergunningsplicht wordt gesteld aan dienstverlening van andere (flits)bezorgers. Bovenstaande leidt tot strijdigheid met artikel 10 van de Richtlijn, nu de criteria de gemeente niet belet om de beoordelingsbevoegdheid op willekeurige wijze uit te oefenen. Eveneens leidt het tot strijd met artikel 13 van de Richtlijn, nu de vergunningsprocedures een ontmoedigend effect hebben en de dienstverlening onnodig bemoeilijken en vertragen.

42. In het afwegingskader staat vermeld: De opslaglocatie wordtgekenmerkt door afgeplakte ramen (darkstores), waarvan zoveel mogelijk ruimte benut wordt voor de opslag van de goederen. Dit betekent ook dat er veel koeriers aanwezig zijn die (in de openbare ruimte) wachten tot hun order gereed. Daarnaast is geconstateerd dat de openbare ruimte gebruikt wordt voor de stalling van fietsen en an- dere bedriffsmaterialen.

14

Zoals eerder vermeld, zijn deze constateringen onjuist. Er is een transparante folie gebruikt, zoals ook gebruikt wordt door reguliere supermarkten. Het is Flink onduidelijk wat de gemeente bedoelt met 'afgeplakte ramen (darkstores)' en in welke mate dit verschilt van raambekleding die gebruikt wordt door andere flitsbezorgers. Onze werknemers wachten tussen bestellingen door binnen. Ook fietsen worden binnen gestald. Er wordt dus geen openbare ruimte gebruikt. Anders dan bij andere flitsbezorgers zoals Albert Heijn, waar de flitsbezorgers bij het ophalen van een bestelling fietsen parkeren in de openbare ruimte. Verkeersveiligheid 43. Hoewel Flink erkent dat elektrische fietsen over het algemeen sneller rijden dan nietelektrische fietsen, is de overlast over het verschil in snelheid niet alleen aan Flink toe te rekenen. De elektrische fietsen van Flink overtreden geen snelheidslimieten. Bovendien zijn elektrische fietsen ongekend populair onder een groot deel van de bevolking. Niet alleen onder andere (maaltijd- en boodschappen)bezorgers. Al jaren groeit het aandeel elektrische fietsen ten opzichte van verkochte niet-elektrische fietsen. 1 op de 3 Nederlanders heeft 1 of meer elektrische fietsen (4,9 miljoen totaal per februari 2022) zie http://www.multiscope.nl/persberichten/markt-e-bikes-stijgt-tot-9-5-miljard-euro.

Naar schatting is 20% van de fietsen in Amsterdam inmiddels elektrisch. Flink biedt haar bezorgers trainingen aan over verkeersveiligheid. 10 minuten bezorgen is geen doel meer. Bezorgers worden betaald per uur, niet per levering. Milieuhinder 44. Het is onduidelijk waarom de gemeente meent dat de ruimtelijke impact van Flinkvestigingen onaanvaardbaar zou kunnen zijn vanwege milieuhinder in termen van geluid en Licht. En voor zover dit het geval zou zijn, is onvoldoende onderbouwd wat de effecten zouden zijn. Op de Staat van Bedrijfsactiviteiten staan de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten opgenomen die, al naar gelang de te verwachten belasting voor het milieu, zijn ingedeeld in een aantal categorieen. Voor de indeling in de categorieen zijn de volgende ruimtelijk relevante milieuaspecten van belang: geluid, geur, stof, gevaar en indien van toepassing de verkeer aantrekkende werking. Op de locaties waar Flink actief is zijn activiteiten toegestaan en aanvaardbaar bevonden door de gemeente die onder dezelfde categorie of een categorie hoger vallen. Ander dag- en nachtritme dan de directe omgeving 45. Volgens de gemeente lijkt het zwaartepunt van de activiteiten laat in de avond plaats te vinden. Het is Flink onduidelijk hoe de gemeente tot deze constatering is gekomen en waar deze op is gestoeld.

De zwaartepunten van de activiteiten van Flink liggen rond lunchtijd en de (voorbereiding) van de avondmaaltijd. In bredere zin liggen de zwaartepunten binnen de openingstijden van de winkel. Het is volgens Flink onduidelijk en onvoldoende onderbouwd waarom Flink een ander dag- en nachtritme heeft dan haar directe omgeving en, voor zover dit het geval is, welke effecten dit zou hebben. 46. Verkeersaantrekkende werking. Anders dan de gemeente veronderstelt, leidt het gebruik van flitsbezorging tot minder verkeersbewegingen dan reguliere detailhandel. De flitsbezorging maakt gebruik van elektrische fietsen zonder schadelijke uitstoot. Bestellingen worden gebundeld zodat ze in 1 rit kunnen worden afgeleverd. Dit voorkomt dat klanten met de auto naar de filialen komen (schadelijke uitstoot, mogelijke verkeersopstoppingen en beslag op parkeerplaatsen). Omdat het handelsvolume van Flink is toegenomen, werkt Flink met grotere leveranciers die minder vaak leveren. Het aantal bezorgmomenten door leveranciers is afgenomen. Volgens Flink is onduidelijk en onvoldoende onderbouwd

15

waarom de activiteiten van Flink een verkeersaantrekkende werking zouden hebben en, voor zover dit het geval is, welke effecten dit zou hebben. Verkeersveiligheid. Anders dan de gemeente veronderstelt, leidt de inzet van 47. flitsbezorging tot minder verkeersbewegingen dan reguliere detailhandel. Flitsbezorgers maken gebruik van bezorging met elektrische fietsen. Dit voorkomt dat klanten met de auto naar de vestigingen komen (potentieel verkeersgevaar). Voor laden en lossen, risico op verkeersovertredingen, is volgens Flink onduidelijk waarom de activiteiten van Flink vanuit ruimtelijk oogpunt tot een onaanvaardbaarder effect zouden leiden dan andere winkeliers. Dit is door de gemeente niet onderbouwd en ook niet wat de effecten van de activiteiten van Flink zouden zijn. Gebruik van de openbare ruimte. Flink heeft meerdere malen met de gemeente 48. gecommuniceerd dat fietsen sinds begin 2022 binnen worden gestald, anders dan in 2021. Hetzelfde geldt voor de bezorgers die binnen wachten tussen de bestellingen door. Fietsen noch koeriers nemen de openbare ruimte in beslag.

Volgens Flink is onduidelijk en onvoldoende onderbouwd waarom de laad- en los- en opslagactiviteiten van Flink vanuit ruimtelijk oogpunt tot een onaanvaardbare impact zouden leiden, aangezien Flink, net als alle andere winkels, wordt bevoorraad en voor zover dit het geval zou zijn, welke effecten dit zou hebben. Parkeerdruk door personeel. Volgens Flink is onduidelijk en onvoldoende 49. onderbouwd waarom het personeel van Flink vanuit ruimtelijk oogpunt een onaanvaardbaar effect zou veroorzaken. En voor zover dit het geval zou zijn, tot welke effecten dit zou leiden. Flink begrijpt niet waarom zij zou afwijken van andere commerciele bedrijven met een vergelijkbare bestemming. Personeel van Flink komt voornamelijk met de fiets of openbaar vervoer van en naar het werk. Klanten van Flink leggen geen beslag op de openbare ruimte, anders dan bij traditionele detaillisten. Gesloten uitstraling. Flink heeft meerdere malen met de gemeente gecommuniceerd 50. dat de gevels van de vestigingen een open en transparant karakter hebben. Voor de vestiging Van Limburg Stierumplein heeft Flink in samenwerking met omwonenden een ontwerpwedstrijd uitgeschreven voor de uitstraling van de gevel. Het winnende concept heeft een vrolijk karakter en creeert een verbinding tussen de vestiging van Flink en haar omgeving. Ook de ramen van de andere Amsterdamse vestigingen van Flink zijn niet dichtgemaakt.

De gevels hebben een open en uitnodigend karakter voor het winkelend publiek. Representativiteit. Volgens Flink is onduidelijk en onvoldoende onderbouwd waarom 51. de activiteiten van Flink in ruimtelijk opzicht tot een onaanvaardbare impact zouden leiden. En voor zover dit het geval zou zijn, tot welke impact dit zou leiden. Flink ziet niet in waarom zij zou afwijken van andere commerciele bedrijven met een vergelijkbare bestemming. Zichtbaarheid en geluidsoverlast. De koelunits van Flink staan binnen en voldoen aan 52. de geluidsnormen. Flink heeft geluidsmetingen laten verrichten waaruit blijkt dat haar vestigingen waar koelunits staan voldoen aan de geluidsnormen. Volgens Flink is onduidelijk en onvoldoende onderbouwd waarom de koelunits in het bijzonder en het geluid van de vestigingen in het algemeen vanuit ruimtelijk oogpunt een onaanvaardbare impact zouden veroorzaken. Flink volgt de voorschriften die de gemeente akkoord heeft bevonden. En voor

16

zover dit het geval zou zijn, tot welke effecten dit zou leiden. 53. Gemengd gebied. Volgens Flink is onduidelijk en onvoldoende gemotiveerd waarom de activiteiten van Flink in een gemengd gebied leiden tot de conclusie Nee, tenzij.... De gemeente heeft in gemengde gebieden verschillende bestemmingen toegekend, die in de visie van de gemeente aanvaardbaar zijn. Dit is vaak al geruime tijd het geval, zodat kopers en huurders van een mooning in een gemengd gebied zich hiervan bewust zijn. Deze locaties zijn bestemd voor "een verscheidenheid aan bedrijven, gericht op publieksaantrekkende functies en niet-publieksaantrekkende functies". Flink houdt rekening met de belangen van omwonenden (fietsen en bezorgers binnen) en representativiteit (transparante en uitnodigende uitstraling). Niet is gebleken dat de gemeente ook rekening houdt met de belangen van flitsbezorgers als Flink, Getir, Gorillas. Geen goede ruimtelijke ordening 54. Het is vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) dat de raad van een gemeente bij de vaststelling van een bestemmingsplan bestemmingen aanwijst en regels geeft die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk acht. Daarbij moet de raad alle betrokken belangen meewegen en afwegen.

De raad moet onderbouwen waarom een bepaald gebruik wel of niet is toegestaan en in relatie tot welk belang. Flink stelt vast dat uit de toelichting bij het ontwerp op geen enkele wijze blijkt van een afweging, laat staan een adequate afweging, van de betrokken belangen die een absoluut verbod op flitsbezorging voor alleen Flink, Getir en Gorillas rechtvaardigen. 55. Flink betoogt allereerst dat de in artikel 2.2 van het ontwerpbestemmingsplan voorgestelde regeling inhoudt dat flitsbezorgdiensten thans als detailhandel kunnen worden aangemerkt en derhalve zijn toegestaan op gronden met (onder meer) de bestemming detailhandel. 56. Deze passage bevestigt dat flitsbezorging momenteel wet als detailhandel wordt aangemerkt en dus planologisch is toegestaan. Flitsbezorgers als Flink hebben zich hierop gebaseerd en hebben dat terecht kunnen doen. Om die reden heeft Flink er ook voor gekozen om in Amsterdam, maar ook in andere gemeenten, vestigingen te openen om flitsbezorgdiensten aan te bieden. 57. Flink meent dat deze gerechtvaardigde verwachtingen een belangrijke rol spelen in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Ook het ondernemersklimaat is zo'n aspect.

Uit de jurisprudentie van de Afdeling volgt dat een goede ruimtelijke ordening de bescherming van een goed ondernemersklimaat omvat (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 20 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:106, en de uitspraak van 24 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1374). Dit betekent dat uw raad rekening moet houden met de gerechtvaardigde verwachtingen van burgers en bedrijven, zoals Flink, maar ook met het belang van een goed ondernemersklimaat. Dit zijn zwaarwegende belangen in het kader van de door uw raad te maken afweging. 58. Flink merkt op dat uit uw toelichting niet of onvoldoende blijkt welke andere zwaarwegende belangen de aanzienlijke inbreuk op de gerechtvaardigde verwachtingen van en het goede ondernemersklimaat voor flitsbezorgers als Flink, Getir en Gorillas zouden kunnen rechtvaardigen.

17

In de toelichting op het ontwerp wordt opgemerkt: Een van de kernpunten van het detailhandelsbeleid is de clustering van winkels in grotere en kleinere winkelcentra, omdat gebleken is dat clusters van winkels meer klanten aantrekken en een levendiger straatbeeld opleveren. Een in een winkel gevestigde bezorgdienst onderbreekt en verstoort het winkelcluster, maakt het straatbeeld minder aantrekkelijk (verkeersbewegingen van bezorgers, wachtende bezorgers met voertuigen op de stoep, geen etalages, geen klanten) en is bovendien een bedrijfsactiviteit die vaak niet in de omgeving past. Mensen wonen vaak boven winkels en extra verkeersbewegingen kunnen het woonklimaat aantasten." Hieruit begrijpt Flink dat de reden voor de in artikel 2.2 van het ontwerp opgenomen 59. regeling, die zoals gesteld per saldo neerkomt op een verbod op flitsbezorging, is gelegen in het tegengaan van een minder aantrekkelijk straatbeeld en het voorkomen van overbelasting of gevolgen voor de woonomgeving. Flink merkt op dat de uitstraling van de winkels een open en transparant karakter heeft. De ramen zijn transparant, buurtbewoners zijn zelfs door kunstenaars bij het ontwerp betrokken. Ook wordt niet onderbouwd in hoeverre de uitstraling van Flink-vestigingen afwijkt van die van andere supermarkten.

Flink merkt ook op dat dit in het geheel niet nader is onderbouwd met bijvoorbeeld onderzoeken naar het huidige straatbeeld en de huidige overlast van winkels in uw gemeente en de vermeende bijdrage van flitsbezorging daaraan. Het belang van het voorkomen van een minder aantrekkelijk straatbeeld en het belang van het voorkomen van overlast en gevolgen voor de leefomgeving lijken gebaseerd op aannames en gevoelens, zonder gedegen en onderbouwd onderzoek door deskundigen op dit gebied. Flink vindt het belangrijk om te benadrukken dat de gemeente geen gehoor heeft gegeven aan het verzoek van flitsbezorgers om klachten te delen. Dit leidde ertoe dat in de procedure bij de voorzieningenrechter in Amsterdam, die Gorilla's tegen de gemeente Amsterdam had aangespannen, onweersproken bleef dat 90 van de 98 klachten over het filiaal aan het Gerard Douplein afkomstig waren van dezelfde klager (woonachtig boven het filiaal) en betrekking hadden op geluidsoverlast binnen, en 3 klachten betrekking hadden op laden en lossen (wat, net als bij de andere winkels in de straat, onvermijdelijk is). Klachten over de snelheid van de bezorgers van Flink acht Flink niet ruimtelijk relevant. In de eerste plaats voldoet Flink aan de wetgeving. De elektrische fietsen zijn toegestaan op het fietspad. Ten tweede is ca 20% van het aantal fietsen in Amsterdam elektrisch.

Daarnaast zijn er veel fietsbezorgers op elektrische fietsen zoals Deliveroo, Foodora, UberEats, Thuisbezorgd, Tring Tring en vele anderen. De 200 dagelijkse bezorgers van Flink in Amsterdam maken dus een verwaarloosbaar deel uit van het totale aantal fietsers in Amsterdam. Flink is van mening dat een ingrijpende planologische regeling zoals voorgesteld in 60. artikel 2.2 van het ontwerp een dergelijk nader en gedegen onderzoek vereist. Dit betekent dat op zijn minst nader onderzoek moet worden verricht naar de vraag of flitsbezorgdiensten daadwerkelijk leiden tot een minder aantrekkelijk straatbeeld en tot meer overlast of negatieve gevolgen voor de woonomgeving in vergelijking met andere winkels, hetgeen Flink bestrijdt. Flink is van mening dat voornoemde planregel, gelet op de niet onderbouwde aannames in de toelichting over het straatbeeld en de overlast en gevolgen voor de leefomgeving enerzijds versus de gerechtvaardigde verwachtingen van Flink, het belang van een goed vestigingsklimaat en de zeer ingrijpende gevolgen van deze planregel voor de bedrijfsvoering van Flink anderzijds, niet getuigt van een goede ruimtelijke ordening. Afronding

18

61. Op grond van het bovenstaande verzoekt Flink u het ontwerp te heroverwegen en de door Flink uitgeoefende detailhandelsactiviteiten toe te staan op voor detailhandel bestemde gronden. Zij herhaalt hierbij tevens dat zij uiteraard bereid is tot overleg met uw gemeente. Flink zal haar standpunten graag nader mondeling toelichten en verzoekt u haar op de hoogte te houden van het verdere verloop van de procedure.

Met vriendelijke groet,

Robin Kiesler Managing Director Flink B.V.

19

E c mmerce NEDERLAND

Zeist, 14 februari 2023

Geachte heer Klaassen, Graag reageert E-commerce Nederland op het ontwerp 'Paraplubestemmingsplan `Darkstores en ruimtelijk afwegingskader 'Flitsbezorging vanuit een darkstore' van Gemeente Amsterdam. Dit bestemmingsplan heeft directe gevolgen voor onze huidige leden Flink, Getir en Gorillas en raakt mogelijk ook toekomstige ontwikkelingen van de e-commerce sector in Nederland. Over E-commerce E-commerce is een snel groeiende bedrijfstak die nog volop in beweging is. 74 procent van de Nederlanders koopt weleens online zijn of haar producten. Dat geldt voor non-food producten, zoals kleding, en ook voor dagelijkse producten zoals boodschappen. Werken bij een ecommerce bedrijf verschilt aanzienlijk van bijvoorbeeld de traditionele winkelretail. Werktijden, piekmomenten en arbeidsomstandigheden wijken door de aard van de bedrijven sterk af. Daarom is er E-Commerce Nederland, een eigen werkgeversvereniging met een eigen cao. Op de achtergrond wordt samengewerkt met Thuiswinkel.org, belangenvereniging voor webwinkels, en INretail (als omnichannel brancheorganisatie in de retail). Verbeteringen door de sector Onze leden Flink, Getir en Gorillas hebben na hun start in Nederland in 2021 feedback ontvangen van omwonenden en gemeenten, met name over hun impact op de omgeving De start-ups hebben deze feedback ter harte genomen en zich verbeterd.

Terwijl de bedrijven in 2021 vooral gericht waren op het opzetten van hun operatie, stellen Flink, Getir en Gorillas nu de kwaliteit van hun operatie voorop. Enkele belangrijke stappen: •

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12661607/1