8. Rapport programma windenergie amsterdam.pdf
Tekst van het document
• de omgeving mee kan denken over (in ieder geval): – impact op de fysieke leefomgeving; – aandachtspunten ten aanzien van natuur en biodiversiteit; – ruimtelijk-landschappelijke aandachtspunten; – financiële participatie. • er samenhang is tussen de aanpak voor procesparticipatie en financiële participatie. Voor aanvragen die niet passen in het vigerende omgevingsplan, legt de initiatiefnemer in de vergun ningsfase en in het verdere verloop van een windproject verantwoording af over het participatieproces. Na het opstellen van het participatieplan legt de initiatiefnemer periodiek verantwoording af aan de gemeente over de voortgang en de resultaten van het participatieproces. De initiatiefnemer geeft inzicht in de uitvoering van het plan, wat de reacties uit de omgeving zijn en wat daarmee is gedaan. De gemeente/provincie zorgt voor formele inspraak Naast de afspraken/activiteiten uit het participatieplan, waar de initiatiefnemer verantwoordelijk voor is, zijn er ook wettelijke momenten van inspraak waar de gemeente of provincie voor verantwoordelijk is. Het gaat hierbij over het ter inzage leggen van voorgenomen besluiten, bijvoor beeld voor het verlenen van een vergunning, en het publi ceren van (voorgenomen) besluiten in het gemeenteblad.
4.6 Wat zijn de richtlijnen voor financiële participatie? Met financiële participatie en lokaal eigendom bedoelen we de mogelijkheden voor de omgeving om mee te profiteren van een windproject. Naast procesparticipatie, zoals beschreven in de vorige paragraaf, kan financiële participatie helpen om de acceptatie6, en daarmee de slagingskans, van een windproject te vergroten. In deze paragraaf beschrijven we wat we onder finan ciële participatie en lokaal eigendom verstaan en welke richtlijnen we hanteren bij nieuwe windprojecten. Het is belangrijk op te merken dat financiële participatie niet 6 We kiezen hier bewust voor de term ‘acceptatie’. Acceptatie gaat om bereidheid van individuen of groepen om iets te aanvaarden en ermee in te stemmen, zelfs als ze het er mogelijk niet volledig mee eens zijn. Het kan betekenen dat mensen de beslissing of verandering tolereren of zich erbij neerleggen zonder er actief tegen te zijn. ´Draagvlak´ gaat verder dan acceptatie en betreft de mate van ondersteuning, goedkeuring en betrokkenheid van individuen of groepen bij een bepaalde beslissing of verandering.
64
als resultaatsverplichting kan worden afgedwongen (als een onderdeel van het vergunningsproces). Een potenti ële initiatiefnemer dient bij het indienen van de plannen voor het windenergieproject een plan/visie voor financi ële participatie te overleggen, maar er is geen dwingen de eis is dat dit ook als zodanig wordt uitgevoerd. In de ontwerpfase wordt pas duidelijk hoe en in hoeverre fi nanciële participatie vorm kan krijgen. Wel zijn er moge lijkheden om uitgangspunten van financiële participatie vast te leggen bij gronduitgifte, of zelfs initiatiefnemers hierop uit te dagen bij een tenderprocedure. Wanneer de gemeente zelf grondeigenaar is, hebben we daar meer invloed op, en zijn de richtlijnen uit deze paragraaf uitgangspunt voor de verdere planuitwerking.
Wat wil het college bereiken? Het college vindt financiële participatie heel belangrijk. We zien ook dat bewoners er veel waarde aan hechten en dat coöperaties heel actief zijn in de stad. Tegelijker tijd hangt het met veel samen: bijvoorbeeld de financi ële haalbaarheid van een project, hoe mensen kunnen profiteren en zeggenschap hebben, maar ook risico’s voor deelnemers. Veel is afhankelijk van de uitwerking van het project, en het is daarom niet verstandig om heel concreet voor te schrijven hoe financiële participatie vormgegeven moet worden. Waar we daar invloed op hebben zullen we plannen toetsen aan de doelen die we met financiële participatie willen bereiken. De gemeente vindt het rechtvaardig dat • bewoners en ondernemers die te maken krijgen met een windturbine in hun leefomgeving financieel van het windproject voordeel kunnen krijgen; • zij zeggenschap kunnen krijgen over het wind project; • het project financieel bijdraagt aan andere doelen in de omgeving waar de effecten van de windturbines merk baar zijn, zoals het verbeteren van de openbare ruimte, tegengaan van energiearmoede, vergroten van de werk gelegenheid of het versterken van de sociale cohesie.
Vormen van financiële participatie Onder financiële participatie verstaan we alle mogelijk heden voor de omgeving om financieel van een windproject mee te profiteren (figuur 10: vormen van financiële participatie). Bijvoorbeeld in de vorm lokaal eigendom, als een lokale coöperatie het project ont wikkelt, of als een initiatiefnemer obligaties of aandelen beschikbaar stelt aan de brede gemeenschap. Financiële participatie kan ook in de vorm van een financiële bijdrage aan een omgevingsfonds.
Programma Windenergie Amsterdam 2030
Fina rege nciël ling e Aand en e
om n nd ijve e ig om /n bedr
obli len gat en ies
Fin a
Lo k
aa 100% le lok Med ale ebe eig wo e n
Pr
oc
es p
ie
Vormen van participatie
gsevin n mg linge
ie at
iële particip nc
O e ming, reg emoetvkeorgoeding & g Te sen nd fo
nd rs e e
a r tici p
at
Figuur 10: Vormen van financiële participatie (bron: EnergieSamen).
Welke vorm past bij een windproject, hangt af van de omgeving van het project. Zie tekstkader ‘Welke vorm van financiële participatie past bij het windproject?’.
Streven naar 100% lokaal eigendom In het Nederlandse Klimaatakkoord is afgesproken dat we ernaar streven dat windturbines voor 50% in eigendom komen van inwoners en bedrijven. De gemeente Amsterdam legt de lat hoger, omdat zij denkt dat dat op bepaalde plekken haalbaar is, en streeft ernaar dat windprojecten in de stad 100% in lokaal eigendom zijn. De gemeente volgt de definities uit de landelijke Monitor Financiële Participatie van het ministerie van Economische Zaken & Klimaat7. Samengevat kwalificeert de gemeente Amsterdam initiatieven als lokaal eigendom als: • er sprake is van economisch en juridisch eigendom of aandeelhouderschap én; • het project in eigendom is van – lokale bewonerscollectieven en partners, waarbij uitgangspunt is dat iedereen uit de lokale omge ving, inclusief de omwonenden, de kans moet hebben gehad om deel te nemen in het project. – lokale publieke organisatie of bedrijf met 100% publieke aandeelhouders. – lokale bedrijven: eigendom van lokale onder nemers, agrariërs, maatschappelijke instellingen met een lokale vestiging (vaak op eigen terrein).
7
Wat de ‘lokale’ omgeving van een windproject is, is afhankelijk van de uitwerking op projectniveau. Daarbij kan gedacht worden aan geografische ringen rond de projectlocatie. Afhankelijk van de kenmerken van het project en zijn omgeving, zijn deze gerelateerd aan bijvoorbeeld de postcoderoos, afstanden in relatie tot verwachte (milieu)effecten, of een combinatie van beide.
Welke rol hebben lokale coöperaties? De aankomende Energiewet voorziet in een nieuwe juridische entiteit: de energiegemeenschap. Dit is een organisatievorm die ten behoeve van haar leden, vennoten of aandeelhouders activiteiten op de energiemarkt verricht en als hoofddoel heeft het bieden van milieuvoordelen of economische of sociale voordelen aan haar leden, vennoten of aandeelhouders of aan de plaatselijke gebieden waar ze werkzaam is. In de Amsterdamse visie op het ontwikkelen van windprojecten, spelen organisatievormen met de kenmerken van deze energiegemeenschappen een centrale rol. Waar we daar invloed op hebben, stellen we deze kenmerken centraal bij het gunnen van een windenergieproject. Zo dragen we maximaal bij aan de eerder genoemde doelen. Een effectieve methode om een energiegemeenschap vorm te geven is via een coöperatie of samenwerking van coöperaties. Voor andere kenmerken van een energie gemeenschap, zie tekstkader: Kenmerken van een ener giegemeenschap bij Amsterdamse windprojecten.
D efinitie lokaal eigendom en monitoring | Regionale Energiestrategie (regionale-energiestrategie.nl)
65
Programma Windenergie Amsterdam 2030
Omgevingsfonds Het college schrijft voor dat de initiatiefnemers van windenergieprojecten jaarlijks bijdragen aan een omgevingsfonds, zoals voorgesteld door de Nederlandse Wind Energie Associatie (NWEA). De hoogte van deze bijdrage wordt bepaald op basis van een richtbedrag van 0,4 tot 0,5 euro per Megawattuur (MWh) opgewekte energie, zoals gespecificeerd in de gedragscode van de NWEA. Het geld dat wordt verzameld in dit omgevingsfonds wordt vervolgens bestemd voor de omgeving waarin het windenergieproject zich bevindt. Initiatiefnemer biedt de lokale omgeving de gelegenheid om te beslissen over hoe deze middelen uit het fonds worden besteed. De initiatiefnemer stelt in de verkenningsfase een plan op voor financiële participatie waarin zij aangeeft op welke wijze er binnen het project invulling gegeven wordt aan financiële participatie, in lijn met de ambitie en doelen van de gemeente. Het plan wordt als bijlage toegevoegd aan het participatieplan dat de initiatief nemer – tevens in de verkenningsfase – opstelt. De initiatiefnemer stelt in de verkenningsfase een plan op voor financiële participatie waarin zij aangeeft op welke wijze daar binnen het project invulling aan gegeven wordt. In lijn met de ambitie en doelen verwacht de gemeente van een initiatiefnemer dat zij zich maximaal inzet om de lokale omgeving te laten delen in de lusten van een windproject.
Daarnaast zet de initiatiefnemer zich actief in voor de samenwerking met bewoners, ondernemers en andere belanghebbenden in de omgeving van een windproject. De initiatiefnemer beschrijft in het plan in ieder geval: • welke definitie gehanteerd wordt voor de lokale gemeenschap; • hoe de initiatiefnemer lokaal eigendom vormgeeft, en welke andere instrumenten van financiële participatie worden ingezet; • de hoogte van de jaarlijkse bijdrage aan een omgevingsfonds. De hoogte komt minimaal overeen met het richtbedrag dat genoemd staat in de gedragscode van de NWEA; • wat de samenhang is tussen lokaal eigendom en de andere onderdelen van het project, waaronder de business case, procesparticipatie, besluitvorming en communicatie; • hoe de mogelijkheden voor lokaal eigendom in samenspraak met de omgeving worden bepaald en uitgevoerd.
66
Kenmerken van een energiegemeenschap bij Amsterdamse windprojecten Kenmerken van een energiegemeenschap in de Amsterdamse context: • Leden van de gemeenschap zijn zowel klant als eigenaar – dus ook beheerders – van de energie gemeenschap; • De gemeenschap is een niet-commerciële markt speler, maar mag wel geld verdienen ten behoeve van de gemeenschap; • De energiegemeenschap is primair actief in de gemeente Amsterdam; • De gemeenschap is gericht op het bieden van milieu-, economische of sociale gemeenschaps voordelen aan haar leden en/of het lokale gebied waarin ze actief is; • De gemeenschap is een juridische entiteit, waarbij de leden de rechtsvorm bepalen. • Een effectieve methode om een energiegemeen schap vorm te geven is via een coöperatie of samenwerking van coöperaties, ingericht volgens de principes van een steward-owned organisatie; • Deelname aan de gemeenschap is vrijwillig en open, waarmee zij zich onderscheidt van andere gemeenschapsvormen zoals bepaalde publiekeprivate partnerschappen; • Energiegemeenschappen kunnen naast opwek van windenergie ook andere activiteiten uit voeren: opwekking, distributie, levering, opslag van duurzame energie; • De energiegemeenschap zal ernaar streven de opgewekte energie aan haar leden te leveren tegen een stabiele, lage prijs voor 10 tot 15 jaar.
Het plan wordt als bijlage toegevoegd aan het participa tieplan dat de initiatiefnemer – tevens in de verkennings fase – opstelt. Het plan wordt bestuurlijk goedgekeurd voordat de ontwerp-vergunning ter inzage wordt gelegd.
4.7 Wat zijn de richtlijnen voor communicatie? Zorgvuldige communicatie door de initiatiefnemer, gemeente of provincie en vergunningverlener is essentieel in alle fasen van een windturbineproject. Omwonenden, ondernemers en andere stakeholders moeten tijdig worden geïnformeerd over het proces, de besluitvorming en de mogelijke impact van wind
Programma Windenergie Amsterdam 2030
turbines op de omgeving. Daarnaast is goede en gerichte communicatie nodig om zo veel mogelijk belanghebbenden te wijzen op en te betrekken bij de verschillende mogelijkheden om te participeren. Communicatie over windturbines moet gericht zijn op de specifieke behoeftes van bewoners, ondernemers en andere stakeholders in het betreffende gebied. In deze paragraaf beschrijven we welke communicatie minimaal plaats moet vinden en wie waarvoor verantwoordelijk is.
Rolverdeling De gemeente adviseert en ondersteunt initiatieven als het gaat om het bereiken van verschillende groepen bewoners en/of ondernemers. Als de gemeente bevoegd gezag is voor het te nemen besluit, is het college verantwoordelijk voor de kennisgeving van het ontwerp-besluit en de communicatie. De OD NZKG voert deze taken in die gevallen namens de gemeente uit. Ook mag van de communicatieadviseurs van de gemeente worden verwacht dat zij doorlopend communiceren over de verschillende windinitiatieven binnen de gemeente Amsterdam in de verschillende fasen van ontwikkeling. Omdat we als gemeente overzicht hebben over alle initiatieven zullen we de verschillende communicatie-uitingen van initiatieven stroomlijnen en coördineren en kansen voor samen werking op het gebied van communicatie signaleren. De communicatieadviseurs van de gemeente zijn belangrijke sparringpartners en adviseurs voor de communicatieprofessionals van de bij een windproject betrokken partijen. Omdat de ambtenaren/communi catieadviseurs binnen de stadsdelen goed op de hoogte zijn van doelgroepen en eventuele gevoeligheden in bepaalde wijken, zullen zij adviseren over en actief bijdragen aan het bereiken van deze groepen.
Ook als de provincie bevoegd gezag is, is de OD NZKG verantwoordelijk voor de communicatie rond de vergunningprocedure zoals de ter visielegging van de ontwerp-vergunning met de bijbehorende onderzoeken. OD NZKG is in dit geval de trekker/leidend in de communicatie. Van de initiatiefnemer wordt verwacht dat zij, in afstemming met gemeente en stadsdeel, in de ontwerp fase van het windproject een communicatieplan opstelt. In het communicatieplan wordt allereerst ingegaan op rol/taakverdeling en samenwerking met stadsdeel, gemeente Amsterdam, OD NZKG, provincie en buur
Welke vorm van financiële participatie past bij het windproject? De gemeente heeft onderzoek laten doen naar financiële participatie bij windprojecten in Amsterdam (Onderzoek en advies financiële participatie Amsterdamse wind & zon’, Rebel Group, 2023, bijlage 3). In dit rapport worden verschillende vormen van financiële participatie onderzocht en worden passende participatievormen (‘instrumenten’) beschreven. Welke vorm van finan ciële participatie passend is, verschilt per situatie en is afhankelijk van diverse factoren, zoals lokale gemeenschap, businesscase of grondeigendom. Ligt het project in landelijk of stedelijk gebied? Van wie is de grond? Is er veel of weinig financiële draagkracht bij omwonenden? Of zijn er vooral bedrijven in de buurt? In de haven, waar de lokale gemeenschap met name uit bedrijven bestaat, is de situatie wezenlijk anders dan in de aangewezen gebieden in Zuidoost. Wonen er in de omgeving van een beoogd windproject relatief veel mensen met een kleine portemonnee, dan heeft financiële participatie middels een eigen investering in het project weinig kans van slagen. Men heeft immers niet veel te besteden en kan de financiële risico’s die bij de investering komen kijken moeilijk dragen. Een afdracht aan de omgeving is in dat geval kansrijker. Op deze manier profiteren omwonenden van het project zonder financieel risico te lopen.
Hierbij kan ook nog worden gekozen om omwonenden zeggenschap te geven over de bestedingen. Maar ook als de businesscase ‘krap’ is en er weinig financiële ruimte is, zijn er minder middelen beschikbaar voor financiële participatie.
gemeenten. Er staan afspraken in met deze partijen over communicatie in de verschillende fasen van het project. In het communicatieplan staat tevens beschreven op welke wijze de initiatiefnemer op een actieve, open en transparante wijze gaat communiceren over de voortgang van- en de participatie rond het project. Onderdeel daarvan is een duidelijke en toegankelijke website met informatie over het windproject en bijbehorende stukken, zoals het participatieplan, verslagen van bijeenkomsten en uitgevoerde onder zoeken. Overige aspecten die thuishoren in het communicatieplan zijn:
67
Programma Windenergie Amsterdam 2030
• De regelmatige verspreiding van informatie via bewonersbrieven, nieuwsbrieven, het organiseren van lokale informatiebijeenkomsten, social-media en andere middelen en kanalen, om op die manier een groot gedeelte van omwonenden en belang hebbende te bereiken. • Een beschrijving van de wijze waarop bewoners en andere belanghebbenden in en rond het zoekgebied bewust gemaakt gaan worden van het belang en de mogelijkheden om te participeren (volgens het participatieplan), zoals deelname aan een omgevings beraad, informatiebijeenkomsten, inspraak en mogelijkheden tot financiële participatie.
68
Programma Windenergie Amsterdam 2030
Bijlagen 1. Bijlage 1: Het plan-MER 1.1 De notitie reikwijdte en detailniveau van het plan-MER 1.2 De samenvatting van het plan-MER 1.3 Het plan-MER (hoofddocument) 1.4 De technische bijlage van het plan-MER 2. Bijlage 2: Uitkomsten van participatie 2.1 Nota van beantwoording adviezen en zienswijzen NRD 2.2 Advies SARA op PWA en concept plan-MER + reactie gemeente (januari 2024) 2.3 Nota van beantwoording PWA en plan-MER, met daarin: – Beantwoording zienswijzen – Advies en aanbevelingen van de Commissie mer met beantwoording – Adviezen stadsdelen met beantwoording – Nota van wijzigingen 3 Bijlage 3: Onderzoek en advies financiële participatie Amsterdamse wind & zon’, Rebel Group, 2023 4 Bijlage 4: Sociale aspecten zoekgebieden Programma Windenergie Amsterdam 2030, Antea Group, 2023
Colofon Programma Windenergie Amsterdam 2030 Vastgesteld door het college van B&W op xx-xx-xxxx Bestuurlijk opdrachtgever Wethouder Dirk de Jager (Duurzaamheid) Ambtelijk opdrachtgever Directie Ruimte en Duurzaamheid, Gemeente Amsterdam Teksten Ruimte en Duurzaamheid, Team wind Foto’s Fotobank gemeente Amsterdam Vormgeving Vorm de Stad
69