8-jaarsevaluatie AMS Institute.docx
Tekst van het document
3.3.2.
3.3.2. Algemene opmerkingen over voortgang en resultaten
De definitieve overeenkomst De commissie komt tot de algemene conclusie dat het AMS Institute goed op weg is om te voldoen aan de criteria, mijlpalen en doelstellingen zoals vastgelegd in de definitieve overeenkomst. In vergelijking met 2019 bevindt het instituut zich in een significant betere positie, dankzij het feit dat er sterke relaties op basis van vertrouwen zijn opgebouwd. Daarnaast is er een schat aan ervaring opgedaan via de onderwijsen onderzoeksportefeuille die het AMS Institute in de loop der jaren heeft ontwikkeld. Het netwerk rondom het AMS Institute is aanzienlijk gegroeid en het wordt steeds zichtbaarder dat het AMS Institute impact creëert in de gemeente Amsterdam. Het AMS Institute wordt door de oprichtende instellingen zeer gewaardeerd, evenals door andere partners en stakeholders in de metropoolregio Amsterdam. Bij de tussentijdse beoordeling adviseerde de commissie om opnieuw te onderhandelen over de multipliervoorwaarde in de overeenkomst. Doordat het AMS Institute zichzelf afmeet aan excellente wetenschap en de toepassing van resultaten, is de multiplier-voorwaarde geen goed middel om het brede spectrum aan prestaties op zinvolle wijze te meten. Daarnaast is er het (theoretische) bezwaar dat er projecten zouden kunnen worden geselecteerd op multipliereffect die verder niet voldoen aan de ambities van het instituut (of die zelfs ondermijnen).
De commissie is zich echter bewust van de administratieve en politieke complexiteiten die komen kijken bij een poging de overeenkomst in deze fase te wijzigen. Daarom heeft de commissie voor de resterende looptijd van de overeenkomst geen specifieke aanbevelingen met betrekking tot de definitieve overeenkomst. De drie oprichtende instellingen (de TU Delft, Wageningen UR en MIT) hebben een solide reputatie en DNA ingebracht waarop het onderzoek van AMS voortbouwt. Deze instellingen hebben elk complementaire vaardigheden te bieden, wat mogelijkheden schept voor de unieke oplossingen die het AMS Institute wil leveren. Het AMS Institute fungeert voor zijn oprichters als een katalysator voor de stad. Het AMS Institute staat inmiddels bekend om zijn unieke positie en zijn vermogen om wetenschappelijke kennis om te zetten in praktische oplossingen waarvan Amsterdam als stad profiteert. Beoordeling door de omgeving Tijdens bijeenkomsten en interviews met de oprichters (Wageningen UR/TU Delft/MIT), partners en externe stakeholders vroeg de commissie of zij het AMS Institute als een succes beschouwden. Wageningen UR en de TU Delft waren beide uitdrukkelijk van mening dat het AMS Institute voor hen een
19
overtuigend succes is. Volgens Ron Mazier (bestuursvoorzitter Wageningen UR) wordt het AMS Institute in vergelijking met andere samenwerkingsverbanden als zeer succesvol beschouwd. Men was in het bijzonder te spreken over het samenwerkingsmodel voor het genereren van impact, de samenwerking met de gemeente Amsterdam en de manier van werken met living labs, die innovatief is en onverwachte resultaten oplevert. Tijdens de interviews met partners hoorde de commissie van Sacha Stolp (gemeente Amsterdam) dat de stad “innovatie ontvangt” van het AMS Institute. “AMS helpt nieuwe normen te stellen voor mijn aanbestedingsprocedures; met de normale procedures krijg ik ouwe koek”, merkte ze op. Ard van de Kreeke (Growy) voegde daaraan toe dat de locatie van AMS in Amsterdam een sleutel tot het succes is: het is geen kwestie van er geld tegenaan gooien, maar van visie en uitvoering. Volgens Ard, die een succesvolle verticale boerderij in de stad runt die is gebaseerd op onderzoek van het AMS Institute, zit een vruchtbare uitvoering hem in een combinatie van studenten, professionals en community’s. Het AMS Institute is misschien nog niet heel bekend, maar het heeft wel al veel bijgedragen aan het uitbreiden van zijn onderneming. Fabio Duarte van MIT merkte op dat het AMS Institute het bereik van MIT vergroot en connecties maakt met de TU Delft en Wageningen UR.
Het AMS Institute wordt beschouwd als een springplank voor banden met andere universiteiten en de gemeente. Daarnaast is het niet gebonden aan één universiteit en kan het op zoek gaan naar kennis en middelen. Dat is een groot voordeel. Het was de commissie een genoegen om te zien dat de eerste cirkel aan partners, oprichters en externe stakeholders alle zeer enthousiast zijn over het werk van het AMS Institute. Internationale benchmark Het AMS Institute heeft 38 grootstedelijke onderzoeks- en onderwijsinstellingen over de hele wereld geanalyseerd. Tien daarvan sluiten het beste aan op het profiel van het AMS Institute, en met vier daarvan zijn interviews gehouden: - New York University CUSP - Urban Tech Hub, Cornell Tech - Future Cities Lab Singapore - LSE Cities De stedelijke technologiehub is vrij recent opgericht, in 2019, terwijl de andere drie instellingen al voor de oprichting van het AMS Institute bestonden. Tijdens de interviews werden de activiteiten op het gebied van onderwijs (aan professionals), doelgericht onderzoek en ondernemerschap besproken. Men kwam tot de conclusie dat, in vergelijking met de vier gerenommeerde benchmarkinstellingen, het AMS Institute een sterke positie inneemt binnen de drie gebieden waarop het actief is (onderwijs; onderzoek en innovatie; ondernemerschap en samenwerking). Alleen het onderwijs aan professionals lijkt achter te lopen.
Ten tweede komt het AMS Institute wat betreft professionaliteit, opzet en reflectie volwassener over dan het zelf denkt. Ten slotte heeft alleen het AMS Institute zijn (eigen) ecosysteem gecreëerd, met zijn eigen stedelijke context, waarbij gebruik wordt gemaakt van de bij de oprichters aanwezige kennis, en zijn eigen locatie, gebouw, identiteit en merk. De resultaten van de benchmark deden de commissie veel genoegen en zij concludeerde dat het AMS Institute inderdaad een unieke positie inneemt, waarmee het een aandachtspunt blijft om dat zo te houden. Bestuur en management De commissie merkte op dat het AMS Institute een bescheiden organisatie is wat betreft nietwetenschappelijk medewerkers, en dat er weinig hiërarchie is. Gezien het brede spectrum aan activiteiten in nauwe samenwerking met partners en stakeholders wordt de ‘kritieke massa’ als relatief klein beschouwd. Aan de ene kant blijken daaruit de kracht en kwaliteit van de medewerkers, aan de andere kant is dat mogelijk een risico met betrekking tot opschaling. De commissie concludeerde dat het instituut in zijn huidige vorm managen al een forse taak is. Ten tweede wordt het AMS Institute regelmatig gevraagd om deel te nemen aan netwerken. Amsterdam heeft een groot aantal netwerken om gebruik van te maken, en toch viel het op dat er nog veel onbenut potentieel in Amsterdam zelf te vinden was.
Naast de intensieve begeleiding die het AMS Institute zijn studenten en onderzoekers biedt, was de commissie onder de indruk van de manier waarop de teams de grote hoeveelheid aan uiteenlopende aspecten (studenten, netwerken, activiteiten) weten te managen. Het is begrijpelijk dat (nog) niet alle items op de agenda ten uitvoer zijn gebracht. Al met al was de commissie onder de indruk van hoeveel er de afgelopen drie jaar was bereikt op alle drie de activiteitengebieden. De commissie kreeg sterk de indruk dat het leidinggevende team samenhangend en robuust is en een breed spectrum aan vaardigheden en persoonlijkheden omvat. De teamleden lijken goed samen te werken en hun werk leek – evenals hun manier van leidinggeven – te worden gewaardeerd door de mensen met wie de commissie sprak.
20
4.
Conclusies en aanbevelingen
4.1.
Conclusies
Al met al komt de commissie tot de conclusie dat het AMS Institute de beloftes heeft waargemaakt met betrekking tot de geboekte voortgang sinds de tussentijdse evaluatie in juni 2019. Het AMS Institute vult een lacune op het gebied van wetenschap en toegepaste techniek in Amsterdam, en voegt daarmee duidelijk waarde toe aan de bestaande kennisinfrastructuur van de metropoolregio Amsterdam. Het AMS Institute heeft een goed verhaal met betrekking tot de kennis, ervaring, deskundigheid en netwerken die het tot zijn beschikking heeft. Het AMS Institute ontwikkelt zich volgens de planning. Er is groei zichtbaar in de (stijgende) aantallen studenten, projecten en samenwerkingen, die onderzoeksresultaten opleveren en spin-off creëren. Het AMS Institute ligt goed op koers om zichzelf te vestigen als gerespecteerd instituut met een geheel eigen karakter. Uit de internationale benchmark met vier instituten over de hele wereld die zich bezighouden met vergelijkbare activiteiten op het gebied van onderwijs, onderzoek en ondernemerschap met stedelijke uitdagingen blijkt dat het AMS Institute op alle drie die gebieden een sterke positie inneemt. Daarnaast is het AMS Institute al een stuk volgroeider dan het zelf verklaart te zijn.
Het AMS Institute is er daadwerkelijk in geslaagd zijn (eigen) ecosysteem te creëren, met zijn eigen stedelijke context, waarbij gebruik wordt gemaakt van de bij de oprichters aanwezige kennis, en zijn eigen omgeving, gebouw, identiteit en merk. De onderzoekerscommunity levert een aanzienlijke bijdrage aan dit ecosysteem. Daarnaast is de commissie ervan overtuigd dat het AMS Institute de oprichtende instellingen (TU Delft/Wageningen UR/MIT) en de gemeente Amsterdam veel te bieden heeft. De living lab-methodologie die het hart van de identiteit van het AMS Institute vormt, is een werkwijze die waardevolle inzichten oplevert over het vertalen van excellent onderzoek naar een contextrijke praktijksetting. Terwijl de stad zich ontwikkelt, leveren onderzoeksresultaten een bijdrage aan nieuw beleid, nieuwe aanbestedingsprocedures en innovatieve praktijken met het oog op de toekomst. Zo werd bijvoorbeeld de relatie tussen de stad en de studenten beschreven als “een dans”, waarin beide partners zich konden ontwikkelen, groeien, reageren en veranderen. Het AMS Institute vormt een symbiose tussen een stad met een lange geschiedenis en duidelijk herkenbare identiteit en (sterke) oprichters met een indrukwekkende staat van dienst. De commissie merkte op dat de relatie met de oprichters in zekere mate eenrichtingsverkeer is.
Onder de mensen van Wageningen UR en de TU Delft is AMS (nog) niet voldoende of breed genoeg bekend. Hoewel beide colleges van bestuur het AMS Institute op prijs stellen en als een zeer succesvol experiment beschouwen, is deze organisatie nog niet voldoende te onderscheiden, zichtbaar en vindbaar via kanalen van Wageningen UR, de TU Delft en MIT (zoals webpagina’s en sociale media). De werkwijze met living labs kan voor de oprichters zowel interessante kennis als ervaring opleveren. Daar staat tegenover dat het AMS Institute beter gebruik zou kunnen maken van de sterke identiteit en reputatie van de oprichtende instellingen. Door sommige externe stakeholders wordt het AMS Institute beschouwd als een interessante link met Wageningen UR en/of TU Delft en – hoewel in mindere mate – mogelijk ook met het MIT. De relatie met de gemeente Amsterdam is niet eenduidig; de commissie heeft binnen deze relatie gemengde signalen opgevangen. Allereerst is de relatie voor een groot deel gebaseerd op projecten, en de commissie is van mening dat het moment is aangebroken om die relatie verder te professionaliseren. Daarnaast heeft de commissie geobserveerd dat het AMS Institute onvoldoende bekend is bij medewerkers van de gemeente Amsterdam. De politieke context waarin het AMS Institute bij een samenwerking met de stad functioneert, vertraagt en belemmert soms de activiteiten van AMS.
Verwachtingsmanagement is een belangrijk onderdeel van het takenpakket van de programmamanagers, niet alleen ten opzichte van de gemeente Amsterdam, maar ook ten opzichte van particuliere partners, de oprichters en het grote publiek. Het viel de commissie op dat het AMS Institute in staat is om mensen aan te trekken met een passie voor wat zij doen. Of het nu om de studenten gaat, de onderzoekers, de niet-wetenschappelijk medewerkers of het aanbod aan projecten en programma’s – het AMS Institute laat in al deze aspecten een oprecht geloof in zijn activiteiten zien. Dat is een ‘unique selling point’; één commissielid noemde het AMS Institute zelfs een ‘boetiekhotel’. Het Marineterrein wordt vaak genoemd als een sterk punt, en de commissie onderschrijft dat. Het gebied is nog in ontwikkeling en zou een innovatiehub voor onderzoek en experimenten (door verschillende
21
kennisinstituten) in een praktijksetting kunnen worden. Momenteel biedt het living lab op het Marineterrein ruimte aan ongeveer 30 experimenten van het AMS Institute, waarbij – uiteraard – soms synergie plaatsvindt. De levendige, internationale en progressieve stad Amsterdam vormt een positieve basis voor het living lab. Veel van de onderzoeksresultaten kunnen ook in andere grootstedelijke gebieden worden toegepast. Over de hele wereld kampen steden met vergelijkbare problemen en het AMS Institute wordt steeds vaker door internationale delegaties benaderd om ervaringen uit te wisselen. De masteropleiding MADE is sterk gericht op eigen inbreng en motivatie van de studenten, wat door de commissie als positief werd beschouwd. Voor studenten ligt hun studietraject bij aankomst geheel open. Het aanbod aan onderwerpen en vakgebieden is breed: stedelijke uitdagingen worden binnen zes kerndomeinen aangepakt. De commissie merkt op dat dit de studenten een aantrekkelijke opleiding oplevert, vol gelegenheden om in het eerste jaar een idee te krijgen van welke vaardigheden zij willen ontwikkelen. Denk daarbij aan de publieke route, de particuliere route, de thematische focus (energie, voedsel, mobiliteit of iets anders), meer technisch of meer visueel, et cetera. Een student die aan het AMS Institute wil floreren, moet proactief en gepassioneerd zijn.
Tegelijkertijd kan deze bijzonder open opzet een risico vormen voor de marketing van de masteropleiding MADE. Doordat de opleiding zo sterk op maat gemaakt is, is het onderwijs zeer arbeidsintensief wat betreft begeleiding en supervisie. De medewerkers van het AMS Institute werden beschreven als zeer behulpzaam en een steun voor studenten. De commissie merkte op dat de studenten het brede spectrum aan disciplinaire achtergronden in hun groepen zeer op prijs stelden. Er is sprake van een sterk groepsgevoel, een duidelijke AMS Instituteidentiteit en een hechte community. Alle geïnterviewden wezen erop dat deze gemeenschapsgeest veel steun biedt en waardevolle netwerken voor de toekomst oplevert. Om deze ontwikkeling nog verder te steunen, heeft het AMS Institute de afgelopen drie jaar een studentenvereniging, een alumnivereniging en een onderzoekerscommunity opgezet. Dat gebeurde tijdens een periode waarin veel mensen thuis werkten en online colleges volgden als gevolg van de coronasituatie. De commissie beoordeelde de hechte gemeenschapszin als een sterke pijler en een echt ‘selling point’ van het AMS Institute. De masteropleiding MADE wordt door de commissie beschouwd als een bruikbare brug tussen traditionele disciplines (en instellingen) en een goede voorbereiding om de maatschappelijke uitdagingen van de toekomst aan te gaan.
Het living lab-project in het tweede jaar (en de stageperiode) levert waardevolle ervaring op in een professionele setting. De studenten hechtten veel waarde aan de omgang met de diverse groep stakeholders en beschouwen het living lab-project vaak als hun eerste werkervaring. MADEstudenten worden beschreven als proactief en breed georiënteerd, met de ambitie om een bijdrage te leveren aan de samenleving. Ze hebben veelal uitstekende communicatieve vaardigheden en kunnen de ‘vertaalslag’ maken tussen verschillende werelden. Wat concept en begeleiding betreft heeft de omvang van de masteropleiding MADE ongeveer het maximum bereikt. De commissie concludeerde dat het AMS Institute zich moet blijven richten op de kwaliteit van de opleiding. De begeleiding, netwerken en middelen die het AMS Institute zijn studenten kan bieden zijn van zeer grote waarde. Studenten en medewerkers vormen een hechte en sterke community. Meer studenten toelaten en onderdelen van de opleiding standaardiseren zou het risico met zich meebrengen dat daardoor essentiële aspecten verloren gaan. Binnen het opkomende vakgebied urban engineering kan het AMS Institute worden beschouwd als toonaangevende instelling. Het heeft een onderscheidend profiel, met name als het gaat om de ambitie om onderzoek, onderwijs en valorisatie te integreren. De zes interdisciplinaire thema’s zullen nog jarenlang relevant blijven.
Het AMS Institute is momenteel bezig met de ontwikkeling van grotere programma’s, wat meer impact, meer synergie en meer duurzaamheid mogelijk maakt. Ook met een beperkt aantal niet-wetenschappelijk medewerkers is het AMS Institute succesvol in het buiten de grenzen van het project brengen van onderzoeksresultaten. Dat levert sterke, langdurige relaties met partners op. Wat ondernemerschap betreft heeft het instituut methodes ingebed om dat integraal te stimuleren. Naast de (juridische en financiële) kennis die bij de TU Delft en Wageningen UR beschikbaar is, heeft het AMS Institute laten zien in staat te zijn eigen instrumenten te ontwikkelen en een nichemarkt in Amsterdam in te vullen en tegelijk verbanden te leggen met andere, reeds bestaande incubatorprogramma’s en initiatieven. Wat de groeistrategie betreft komt de commissie tot de conclusie dat groei van het instituut niet als een doel op zich moet worden beschouwd. De huidige omvang is aantrekkelijk voor studenten en partners én stelt het AMS Institute in staat ernaar te blijven streven een academische topinstelling te zijn voor een
22
relatief klein publiek. Hoewel de commissie begrip heeft voor het verlangen de resultaten van het AMS Institute te ‘internationaliseren’ (d.w.z. impact voorbij lokale en regionale grenzen te realiseren), concludeert de commissie dat de regio Amsterdam als living lab zo onderscheidend is dat deze moet worden gekoesterd. De commissie onderschrijft het uitgangspunt van het AMS Institute om potentiële internationale samenwerkingen of opschaling altijd te beschouwen vanuit het perspectief van de inbedding van het instituut in het ecosysteem van Amsterdam en de functie daarvan als living lab.
4.2.
Aanbevelingen
4.2.1.
Aanbevelingen voor de gemeente Amsterdam
De commissie beveelt aan om de ontwikkeling van een algemene kaderovereenkomst met het AMS Institute na te streven, teneinde de samenwerking verder te professionaliseren en naar een hoger niveau dan projectniveau te tillen. Deze kaderovereenkomst moet de doelstellingen, werkwijzen en verwachtingsniveaus van de partners duidelijk beschrijven. De commissie adviseert om een meer gestandaardiseerde, efficiëntere aanpak te hanteren en thema’s of projecten te vermijden waarbij dat niet mogelijk is. Voor de nieuwe periode van tien jaar (2024-2034) wordt aanbevolen om de definitieve overeenkomst expliciet te formulieren op basis van impact in plaats van output. Definieer welke maatschappelijke impact relevant en belangrijk is voor de stad, formuleer indicatoren om die impact te beschrijven en te kunnen monitoren. In de overeenkomst moeten KPI’s worden vermeden die voor traditionele wetenschappelijke instellingen worden gebruikt, omdat de onderscheidende rol van het AMS Institute binnen het bestaande kennislandschap hierdoor verwatert. Aanbevolen wordt verder om begrotingen voor onderwijs aan gemeentemedewerkers door het AMS op te stellen binnen een breed spectrum aan gemeentelijke afdelingen.
Breng in kaart hoe onderzoek van het AMS Institute een bijdrage kan leveren aan beleidsvorming, verbetering van aanbestedingsprocedures, de implementatie van nieuwe technologieën en agendering voor de lange(re) termijn. Creëer samen met het AMS Institute een portefeuille aan korte modules die relevant zijn voor wat hierboven wordt omschreven, zodat huidige medewerkers nieuwe kennis, technologieën en methodes opdoen om samen te werken met partners. Het CTO Office is een vertrouwde en waardevolle partner van het AMS Institute, die toegang biedt tot de gemeente als groter geheel. Het is een goede katalysator voor samenwerking met verschillende afdelingen. De commissie adviseert echter wel dat het AMS Institute onafhankelijker van het CTO Office gaat opereren bij samenwerking met verschillende afdelingen. Daarnaast dient het AMS Institute zoveel mogelijk van de politiek worden afgeschermd, zodat het zich kan richten op zijn kernmissie en activiteiten. De samenwerking moet inhoudelijk georiënteerd zijn en minder ‘afhankelijk’ van het CTO Office worden. De stad Amsterdam maakt deel uit van een groot aantal netwerken en is specifieke samenwerkingsverbanden met andere steden aangegaan. Deze samenwerkingsverbanden bieden het AMS Institute mogelijkheden om aansluiting te zoeken bij andere universiteiten of instituten die zich richten op grootstedelijke kwesties in die steden.
Datzelfde geldt voor de TU Delft en Wageningen UR: zij vormen netwerken met een breed scala aan universiteiten in steden die relevant zijn. Daarnaast kunnen deze netwerken nieuwe mogelijkheden scheppen voor het AMS Institute, bijvoorbeeld om het ondernemerschap te versterken. Het Marineterrein is een heel sterk punt als living lab in de achtertuin van het AMS Institute. Voor het AMS Institute zal het cruciaal zijn om daar de komende periode van tien jaar te kunnen blijven en voort te bouwen op infrastructuur die de afgelopen jaren is gecreëerd als het AMS voorbeeldige prestaties wil blijven leveren. De commissie adviseert de gemeente Amsterdam om te overwegen dit gebied als innovatiehub voor onderwijs, experimenten, onderzoek en ontwikkeling aan te wijzen. Het AMS Institute is opgericht vanuit een ambitie voor de lange termijn. Het AMS Institute is derhalve geen projectenmachine, maar een echt samenwerkingsverband. De commissie heeft meerdere keren besproken wat het betekent om deel uit te maken van een samenwerkingsverband. Een samenwerkingsverband is een verbintenis voor de lange termijn, en om soepel te functioneren moet deze door de partners worden beschouwd als een relatie. Dat vraagt om communicatie, verwachtingsmanagement, betrokkenheid en toewijding. Met betrekking tot de volgende overeenkomst
23
voor tien jaar adviseert de commissie alle partijen om de governance niet opnieuw ter tafel te brengen en door te gaan op de ingeslagen weg, de kern (verder) te versterken en daarin te (blijven) excelleren. Ten slotte wordt aanbevolen om de financiering door de gemeente te verschuiven in de richting van vraaggestuurde programmering. De gemeenschappelijke ambitie die door de burgemeester van Amsterdam en de collegevoorzitters van de TU Delft en Wageningen UR tijdens hun recente vergadering in januari 2022 is geformuleerd, is om € 4 miljoen per jaar toe te kennen voor gezamenlijke programmering. Daarnaast is het voor het AMS Institute essentieel om een voortrekkersrol te spelen op het gebied van innovatie en thema’s te stimuleren die nog nieuw zijn, zoals verticale landbouw. Een budget van € 1 miljoen per jaar voor de cofinanciering van onverwachte gebieden stelt het AMS Institute in staat om deze voortrekkersrol te blijven vervullen met betrekking tot belangrijke grootstedelijke kwesties.
4.2.2.
Aanbevelingen voor Wageningen UR / TU Delft
Aangezien het AMS Institute nog niet volgroeid is en zich nu in zijn adolescentie bevindt, benadrukt de commissie dat het essentieel is dat de oprichters hun steun aan de verdere ontwikkeling van het AMS Institute voortzetten. Zorg ervoor dat er voldoende kritieke massa is die verder reikt dan projectniveau, zodat het AMS Institute zich kan blijven ontwikkelen tot een gerenommeerd en gerespecteerd instituut. Het AMS Institute vormt voor de TU Delft en Wageningen UR een praktische basis in Amsterdam. Binnen die kennisintensieve omgeving met gevestigde universiteiten en andere instellingen heeft het AMS Institute voor zichzelf en voor zijn oprichters een nichepositie gecreëerd. Dat schept volop mogelijkheden voor Wageningen UR en TU Delft. De commissie wijst erop dat Wageningen UR en TU Delft ervoor moeten waken hun eigen concurrentie te creëren, met name wat betreft medewerkers, onderzoeksfinanciering en dergelijke. Het AMS Institute is (nog) niet voldoende bekend onder de mensen van Wageningen UR en TU Delft. De commissie adviseert om de unieke toegevoegde waarde van het instituut zichtbaarder te maken onder deze groepen. Daarnaast biedt de werkwijze die in Amsterdam wordt gehanteerd interessante inzichten en ervaringen voor Wageningen UR en de TU Delft met betrekking tot het overbruggen van de kloof tussen excellente wetenschap en onderzoek met maatschappelijke impact.
In dat opzicht kan de relatie tweedimensionaler gemaakt worden. De oprichters zijn de motor achter het AMS Institute. Het AMS Institute heeft zichzelf als merk op de kaart gezet, maar kan ook worden gepresenteerd als onderdeel van Wageningen UR resp. TU Delft wanneer dat waarde toevoegt. De commissie adviseert om – samen met het AMS Institute – af te wegen hoe die branding het meest effectief kan worden uitgevoerd, zodat deze voordeel creëert voor zowel het AMS Institute als de oprichters. De unieke en waardevolle nichepositie van het AMS Institute in Amsterdam, niet te verwarren met die van een hogeschool, moet mogelijk ook in de marketing worden meegenomen. Wageningen UR en TU Delft zijn gevestigde instellingen met een sterk DNA en reeds lang bestaande netwerken. De commissie adviseert om deze netwerken beter te gebruiken om bekendheid te geven aan onderzoek van het AMS Institute en de spin-off daarvan. En tot slot is het voor het AMS Institute belangrijk om verzekerd te zijn van stabiele overheidsfinanciering om het instituut te kunnen runnen (€ 4 miljoen per jaar), waarbij de eerste verantwoordelijkheid ligt bij de TU Delft en Wageningen UR.
4.2.3.
Aanbevelingen voor het AMS Institute
Hoewel het AMS Institute al actief betrokken is bij netwerken en bezig is zijn eigen netwerk te creëren, is het toch de moeite waard om andere, reeds bestaande stedelijke systemen te verkennen die nog niet worden benut. Denk daarbij bijvoorbeeld aan Amsterdam Science Park, Schiphol en de Zuidas. Het Marineterrein als achtertuin is een groot voordeel. De commissie beveelt aan om te onderhandelen over een nieuwe overeenkomst, zodat het instituut daar de komende periode van tien jaar zeker zal kunnen blijven. Daarnaast wordt het AMS Institute aanbevolen om actief deel te nemen aan discussies over de ontwikkeling van het Marineterrein en toekomstige bewoners/gebruikers. Ook verdient het aanbeveling dat het AMS Institute deelneemt aan discussies over de mogelijke toewijzing van het gebied als innovatiehub.
24
Schat je waarde op waarde. Daarom wordt aanbevolen om een duidelijk verhaal te creëren waaruit blijkt dat het AMS Institute wetenschappelijke onderzoeksresultaten van excellente kwaliteit produceert. Momenteel zijn er geen aanvullende procedures voorhanden om projecten te selecteren op basis van hun uitmuntendheid. Maak expliciet zichtbaar dat het AMS Institute uitsluitend wetenschappelijk onderzoek van topniveau doet, aangevuld met criteria voor de potentiële maatschappelijke waarde en spin-off. Het AMS Institute mag niet worden verward met een hogeschool. Het AMS Institute is opgericht door gevestigde instellingen met een sterke identiteit. Externe stakeholders beschouwen het AMS Institute als een aantrekkelijke verbinding met en toegangspoort tot die universiteiten. Daarnaast heeft het AMS Institute ervaring opgedaan met kennisoverdracht die interessant is voor andere kennisinstituten. De commissie adviseert dat het AMS Institute voortbouwt op deze fundering en andere kennisinstituten uitnodigt voor samenwerkingen op projectbasis. De commissie beveelt het AMS Institute aan om niet te veel tijd te steken in ‘internationaal’ proberen te zijn. Aanbevolen wordt om dat over te laten aan Wageningen UR en de TU Delft.
Het ‘unique selling point’ van het AMS Institute is dat het Amsterdam als living lab gebruikt en praktische ervaring opdoet met onderzoek in een contextrijke setting. Deze ervaring kan vervolgens in grootstedelijke gebieden over de hele wereld worden toegepast. De ondernemerschapsprogramma’s van het AMS Institute leveren resultaten op en moeten worden voortgezet, en mogelijk zelfs versterkt. De commissie adviseert het AMS Institute om de mogelijkheden te onderzoeken om de banden met de incubatorprogramma’s van de oprichters te versterken en gebruik te maken van de (juridische/ financiële) kennis en netwerken waarover de TU Delft en Wageningen UR reeds beschikken. Er zijn volop mogelijkheden om modules als ‘voorproefje’ voor een leven lang leren aan te bieden, te beginnen met medewerkers van de gemeente Amsterdam. Het AMS Institute zou in zijn netwerk op zoek kunnen gaan naar vergelijkbare instituten die modules voor onderwijs aan professionals aanbieden, en deze modules aanpassen aan de Amsterdamse context. De commissie beveelt aan om samen met de gemeente de behoefte van de gemeente met betrekking tot de verwerving van nieuwe kennis en vaardigheden met het oog op de ontwikkeling van de stad te inventariseren, met name met betrekking tot de duurzaamheidsdoelstellingen. De masteropleiding MADE trekt een bepaald type student aan.
Die studenten zijn, evenals de onderzoekers, echte ambassadeurs voor het AMS Institute. Ter versterking daarvan wordt aanbevolen om ook oudere studenten aan te trekken, met enige jaren werkervaring. Daarnaast is het wenselijk om studenten aan te trekken die ook Stanford, MIT of andere gerenommeerde universiteiten (zouden) hebben overwogen. In plaats van de omvang van de opleiding MADE te vergroten, moet de nadruk liggen op het in stand houden en verder verbeteren van de kwaliteit. Dit wordt ook aangegeven door de studenten van het instituut. De huidige, tijdelijke groep onderzoekers vormt een belangrijke kern van het lokale Amsterdamse ecosysteem waarbinnen het AMS Institute functioneert. Zij vormen daarnaast een brug naar de onderzoeksgroepen van de TU Delft en Wageningen UR, waar zij formeel in dienst zijn. Deze kern vormt een essentieel onderdeel van het succes van het AMS Institute en creëert een stimulerende wetenschappelijke omgeving die van groot belang is voor de MADE-studenten en moet worden gekoesterd. Het AMS Institute is opgericht vanuit een ambitie voor de lange termijn. Het AMS Institute is geen projectenmachine, maar een daadwerkelijke samenwerking. De commissie heeft regelmatig besproken wat het betekent om deel uit te maken van een samenwerking.
Een samenwerking is een verbintenis voor de lange termijn en om te functioneren moet deze door de partners worden beschouwd als een relatie. Dat vraagt om communicatie, verwachtingsmanagement, betrokkenheid en toewijding. Met betrekking tot de volgende overeenkomst voor tien jaar adviseert de commissie alle partijen om de governance niet opnieuw ter tafel te brengen en door te gaan op de ingeslagen weg, de kern (verder) te versterken en daarin te (blijven) excelleren.
25
23
Bijlage 1: Commissieleden
Van links naar rechts: Victor van der Chijs, Daphne den Hollander (secretaris), Pieter Litjens, Matthias Ruth en Iduna Vollinga
Victor van der Chijs (voorzitter) Victor van der Chijs is voorzitter van Deltalinqs sinds januari 2021. Deltalinqs is een organisatie die zich richt op het verbeteren van het concurrentievermogen van de mainport Rotterdam en het industriegebied daar, met speciale aandacht voor de economische en maatschappelijke transitie. Daarnaast is hij president-commissaris van de BOM (Brabantse Ontwikkelings Maatschappij), voorzitter van Cito (toetsing en beoordeling) en lid van de raad van toezicht van ingenieursbureau Deerns. Hij is tevens lid van het bestuur van VNO-NCW. Van der Chijs heeft een brede professionele achtergrond. Voor zijn aanstelling bij Deltalinqs was hij acht jaar voorzitter van het Collage van Bestuur van de Universiteit Twente. Daarnaast bekleedde hij diverse andere functies, waaronder voorzitter van de 4TU.Federatie (de federatie van de vier technische universiteiten in Nederland) en president van het ECIU (European Consortium of Innovative Universities). Daarvoor heeft hij het Rotterdamse architectenbureau OMA van architect Rem Koolhaas ontwikkeld
24
tot een internationale speler en was hij de voorzitter van de Nederlandse economische topsector Creatieve Industrie. Hij bekleedde verschillende leidinggevende functies bij de Schiphol Group (waaronder op het gebied van handel, strategie en publieke zaken) en begon zijn internationale loopbaan bij ING. In Rotterdam was Van der Chijs voorheen lid van de raad van toezicht van de RET en de economische adviesraad.
Pieter Litjens (lid) Litjens is sinds 15 januari 2019 directeur-bestuurder van CROW. CROW (oorspronkelijk een acroniem voor ‘Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek’) is een Nederlandse stichting die zichzelf positioneert als kennisinstituut voor infrastructuur, de openbare ruimte, verkeer en vervoer, en arbeid en veiligheid. CROW werkt samen met externe professionals uit verschillende vakgebieden in werkgroepen die samen aanbevelingen en richtlijnen opstellen voor, bijvoorbeeld, het ontwerp en de dimensionering van verkeersinfrastructuur. Litjens is afgestudeerd in de politicologie (hij behaalde zijn master aan de Universiteit van Amsterdam in 1996). Sindsdien heeft hij een uitgebreide (professionele) staat van dienst in Amsterdam opgebouwd. Zo begon bij als politiek assistent van de wethouder van economische zaken en werkgelegenheid bij de gemeente Amsterdam. Na drie jaar te hebben gewerkt als staflid van het secretariaat van de Raad van Bestuur van VNO-NCW en als algemeen secretaris jong management bij VNO-NCW, keerde hij in 2002 terug als dagelijks bestuurder financiën, economische zaken, sport en recreatie, beheer en milieu en personeel en organisatie van het stadsdeel Amsterdam-Zuidoost. Tevens was hij vicevoorzitter van het dagelijks bestuur van het stadsdeel Amsterdam Zuidoost.
Daarna was hij van augustus 2007 tot september 2012 burgemeester van de gemeente Aalsmeer. Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2012 werd hij gekozen als lid van de Kamer. Op 18 juni 2014 werd hij benoemd tot wethouder van Amsterdam (portefeuille verkeer en vervoer, metro, gemeentelijk vastgoed, bedrijfsvoering, personeel & organisatie en stadsdeel Zuidoost); in verband hiermee legde hij zijn functie als Kamerlid neer. Als wethouder hield Litjens zich bezig met de portefeuilles Personeel en Organisatie, Verkeer en Vervoer (Noord/Zuidlijn, Luchthaven Schiphol), Gemeentelijk Vastgoed, Inkoop en het stadsdeel Amsterdam-Zuidoost. Eind 2018 droeg hij het stokje over aan Sharon Dijksma.
Matthias Ruth (lid) Matthias Ruth is Pro-Vice-Chancellor for Research aan de University of York in York (Verenigd Koninkrijk). Hij voltooide een mastersopleiding in de economie aan de Universität Heidelberg in Duitsland en promoveerde in de geografie aan de University of Illinois, waar hij eveneens techniek en biologie studeerde. Ruth werkte bijna tien jaar aan de Boston University en ruim tien jaar aan de University of Maryland, waar hij Roy F. Weston hoogleraar Natural Economics en beleidsadviseur duurzaamheid van de Chancellor was. Na zijn loopbaan in Maryland werkte hij aan de Northeastern University, in Boston (VS), waar hij hoogleraar Civil and Environmental Engineering was, evenals directeur van de School of Public Policy and Urban Affairs en oprichter-directeur van de Resilient Cities Laboratory van die universiteit. Ruth arriveerde bij de University of York na eerst Vice-President for Research en vervolgens VicePresident for Research and Innovation te zijn geweest aan de University of Alberta, een van Canada’s vijf beste, op onderzoek gerichte universiteiten. Daar had hij de leiding over een onderzoeksbudget van ruim £ 300 miljoen per jaar en een administratieve staf bestaande uit meer dan 220 personen verspreid over de centrale onderzoeks- en innovatieactiviteiten van de universiteit.
Zijn onderzoek is vooral gericht op de dynamische modellering van het gebruik van natuurlijke bronnen, analyse van industriële en infrastructurele systemen en milieueconomie en -beleid. Bij zijn theoretische werk maakt hij uitgebreid gebruik van concepten afkomstig uit de techniek, economie en ecologie, terwijl hij voor zijn toegepaste onderzoek methodes voor non-lineaire dynamische modellering en adaptief en anticiperend management hanteert. De toepassing van zijn werk bestrijkt het gehele spectrum van lokale en regionale tot nationale en wereldwijde milieukwesties, naast de investerings- en beleidsmogelijkheden die deze bieden.
25
Iduna Vollinga (lid) Iduna Vollinga werkt sinds 2019 bij de gemeente Amsterdam en werd begin 2022 aangesteld als cluster ilead Ruimte & Economie. Daar is zij een strategisch partner voor lijnmanagers bij kwesties die te maken hebben met digitalisering en transformatie. Daarvoor heeft ze verschillende leidinggevende functies bekleed binnen telecomorganisaties zoals T-Mobile, Ziggo en KPN, voornamelijk op het gebied van product- en propositiemanagement. Iduna heeft een achtergrond in Technische Bedrijfskunde (Eindhoven), aangevuld met Organisatiewetenschappen (Tilburg University).
26
Bijlage 2: Programma van het bezoek op locatie Woensdag 11 mei Tijd
Programma
Locatie
15:00 16:30
Bezoek aan living labs in Amsterdam
Roboat, Marineterrein
16:30 17:00
Vertrek naar Monet Hotel
Binnenkomst AMS Institute
AMS Today
Boardroom Monet Garden Hotel
Victor van der Chijs, Matthias Ruth, Tijs Roelofs, Daphne den Hollander, Kenneth Heijns, Eveline van Leeuwen, Dick van Gameren, Ron Mazier, Paul Althuis, Iduna Vollinga (online), Pieter Litjens, Ebru Isguzarer-Onder
Diner
Restaurant Monet Garden Hotel
Victor van der Chijs, Matthias Ruth, Tijs Roelofs, Daphne den Hollander, Kenneth Heijns, Eveline van Leeuwen, Dick van Gameren, Ron Mazier, Paul Althuis, Pieter Litjens, Ebru Isguzarer-Onder
17:00 18:00
18:00 20:00
Deelnemers Victor van der Chijs, Matthias Ruth, Daphne den Hollander, Kenneth Heijns, Ynse Deinema, Leendert Verhoef, Tijs Roelofs, Ebru IsguzarerOnder
Donderdag 12 mei Tijd 08:30 09:00
-
09:00 09:20
-
09:20 10:00
-
10:00 10:30
-
10:30 11:00
-
11:00 11:10
-
11:10 11:40
-
11:40 12:10
Programma Welkomst, koffie, commissietijd
Locatie Buenos Aires, begane grond
Deelnemers
Introductie & alumni
Buenos Aires, begane grond
commissie (5), Marijke Rommelse, Maartje en Nikolaus Houben
Masteropleiding MADE
Kantine 1e verdieping
commissie (5), Arjen Zegwaard en Gayathri Angou
Ondernemerschap
AMS Booster-ruimte, 3 verdieping
commissie (5), Ioannis Ioannidis, Matt Bearden en Arnoud Sabbe
Onderzoek en innovatie: onderzoeksfellowship
Barcelona, 2e verdieping
commissie (5), Eveline van Leeuwen, Mart-Jan Hemel, Maeva Dang, Mariet Sauerwein, Lucas van der Zee
Pauze Onderzoek en innovatie: programmaontwikkelin g Internationale perspectieven
12:10 13:25
-
13:25 13:45
-
13:45 15:15
-
15:15 16:15
-
16:15 16:30 16:30 17:30
-
17:30 18:00
-
18:00 19:30
-
-
Alleen commissieleden (5)
commissie (5) Barcelona, 2e verdieping
commissie (5), Stephan van Dijk, Thijs Turel, Joke Dufourmont, Maike Simmes en Alexander Laarman
Barcelona, 2e verdieping
commissie (5), Ebru Isguzarer-Onder, Kenneth Heijns, Stephan van Dijk, Eveline van Leeuwen
Lunch met partners
Buenos Aires, begane grond
commissie (5), Ard van de Kreeke (Growy), Sacha Stolp (bruggen en kademuren) en Bert Verveld (AHK)
MIT
Buenos Aires, begane grond
commissie (5), Fabio Duarte (MIT, online)
Thema: “De volgende Buenos Aires, begane 10 jaar” grond
commissie (5), Kenneth Heijns, Stephan van Dijk, Eveline van Leeuwen
Buenos Aires, begane grond
commissie (5) en Annemarije Kooistra (K&B), Jeroen Grooten (R&D) en Lizann Tjon (mobiliteit)
Gemeente Amsterdam Pauze commissietijd
alleen commissieleden (5) Buenos Aires, begane grond
alleen commissieleden (5)
Korte presentatie door Buenos Aires, begane commissie over grond evaluatieresultaat
commissie (5) en Kenneth Heijns, Stephan van Dijk, Eveline van Leeuwen en Ebru IsguzarerOnder
Diner
alleen commissieleden (5)
Barcelona, 2e verdieping
27
Bijlage 3: Lijst met ontvangen documentatie Documenten verstuurd aan de commissieleden (elektronisch op 22 april 2022; op papier op 25 april 2022) - het tussentijdse beoordelingsrapport; - een korte reflectie jaar 5 – jaar 8 (de jaren voorgaand aan de vorige evaluatie); - een diapresentatie met een aantal onderwerpen voor discussie vooruitblikkend op 2024-2034; - een diapresentatie met de resultaten van een internationale benchmark gebaseerd op interviews met vier ‘soortgelijke’ instituten in Europa en daarbuiten; - het meerjarenplan 2020-2024; - programma bezoek op locatie (11-12 mei 2022)
Toegang tot een bestand op Dropbox voor uitgebreidere informatie (facultatief) - Informatie over MADE, rapporten expertteam, rapport datavisualisatie - Kwartaalverslagen sinds 2019 - Jaarverslagen 2019 & 2020. Het jaarverslag 2021 was gereed op 12 mei en als pdf-bestand aan de commissieleden gestuurd - Documentatie gemeenteraad - Onderzoek & innovatie: een selectie projecten - Programma Future-proof Assets - Winter school Urban Living Lab - AMS Start-up Booster - Ambitiedocument Marineterrein - Impactonderzoek AMS - Presentatie CustUNize 2022 Documenten verstuurd na het bezoek op locatie - Jaarverslag 2021 - Urban Living Lab: a Living lab way of working - Overzicht huidige functies 75 AMS-alumni
28
Bijlage 4: Bestuursleden en het directieteam Bestuur AMS Institute R. Mazier - voorzitter, Wageningen University of Technology H.P.S. Althuis - lid, TU Delft J.G.A.J. van der Vorst - lid, Wageningen UR D.E. van Gameren - lid, TU Delft
Directieteam AMS Institute K. Heijns - algemeen directeur E. van Leeuwen - wetenschappelijk directeur (en hoogleraar Urbane Economie aan Wageningen UR) S. van Dijk - directeur innovatie
29
Bijlage 5: Gedragscode (ondertekend)
Deze gedragscode is van toepassing op de eindevaluatie van het AMS Institute die zal plaatsvinden op 12 mei 2022 in Amsterdam.
Naam lid evaluatiecommissie: ________________________________________________
Onderschrijving van de gedragscode Ik verklaar bij dezen: -
geen directe band of verbintenis met het AMS Institute* te hebben; alle informatie die aan mij wordt verstrekt met uiterste vertrouwelijkheid te zullen behandelen; niet met de pers of andere externe bronnen te spreken over deze eindevaluatie; geen direct belang te hebben bij de resultaten van de eindevaluatie.
* Dit kan zijn: samenwerking met een onderzoeker (of onderzoekers) van AMS; betrokkenheid bij de financiering van projecten of programma’s; werknemer of onderaannemer zijn van het AMS Institute; als consultant werken voor het AMS Institute; overige
Ondertekend op 12 mei 2022 te Amsterdam
5.
Bijlage 6: Lijst met afkortingen
(MSc) MADE Wageningen UR
Master of Science in Metropolitan Analysis, Design and Engineering Wageningen University and Research
TU Delft AMS Institute MOOC NWO CROW
Technische Universiteit Delft Amsterdam Institute for Advanced Metropolitan Solutions Massive Open Online Course Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek Midden- en kleinbedrijf Fulltime-equivalent Hogeschool van Amsterdam Universiteit van Amsterdam Vrije Universiteit Universiteit Twente Federatie van Technische Universiteiten European Consortium of Innovative Universities European Institute of Innovation & Technology Kennis-en-innovatiecommunity Chief Technology Officer
mkb fte AUAS UvA VU UT 4TU ECIU EIT KIC CTO
30
MIT
Massachusetts Institute of Technology
6. Bijlage 7: Aanbevelingen aan AMS door de tussentijdse beoordelingscommissie (2019) Algemene aanbevelingen Wees waakzaam met betrekking tot de toename van bureaucratisering Onderhandel opnieuw over de voorwaarden in de overeenkomst: aantal medewerkers, procedures, organisatie. Zorg voor meer zichtbaarheid; creëer meer identiteit in plaats van te leunen op de schouders van de moederorganisaties. Nu is het moment voor de volgende fase (volwassenheid). Voer een benchmarkanalyse uit ten opzichte van ‘soortgelijke’ instituten in de hele wereld om van hun ontwikkeling te leren. Er is meer capaciteit nodig om de verdere groei van AMS te steunen. Aanbevelingen met betrekking tot het stimuleren van ondernemerschap Stem de verwachtingen aan de kant van zowel de gemeente als het AMS Institute met betrekking tot ondernemerschap op elkaar af. Breng het Amsterdamse ecosysteem met betrekking tot het stimuleren van ondernemerschap in kaart en definieer de toegevoegde waarde binnen dat ecosysteem. Ontwikkel specifieke instrumenten voor het bevorderen van ondernemerschap op basis van het aldus in kaart gebrachte ecosysteem. Stel (nieuwe) doelen met betrekking tot ondernemerschap en houd rekening met het feit dat valorisatie voor de openbare ruimte lastig is en vraagt om specifieke instrumenten en investeringen.
Bouw sterke relaties op met lokale instanties (accelerators, incubators en investeerders) om de ‘ondernemersgeest’ te vergroten (in plaats van de eigen capaciteit en expertise op dit gebied te ontwikkelen). Voor zakelijke ontwikkeling kunnen ervaren spelers worden gevonden. Yes!Delft en Innovation Exchange Amsterdam (IXA) hebben een goede reputatie op dit gebied. Aanbevelingen met betrekking tot de strategische richting Formuleer een samenhangend verhaal voor het instituut en leg daarbij de nadruk op de toegevoegde waarde voor alle (potentiële) stakeholders. Hiermee wordt tegelijk onderhandelingsruimte gecreëerd met betrekking tot de voorwaarden en condities in de definitieve overeenkomst. Werk aan verwachtingsmanagement: wat kan er in tien jaar worden waargemaakt (pas de verwachtingen van zowel de gemeente als van AMS aan en stem deze op elkaar af). Definieer de positie binnen het spectrum van fundamenteel onderzoek – pre-competitieve samenwerking met betrekking tot het ecosysteem van Amsterdam (met veel kleine bedrijven) – en ontwikkel (algemene) IP-inclusieve regelingen. Streef naar meer focus en samenhang binnen de zes onderzoeksthema’s en ontwikkel een portefeuille met kleine en meerdere grotere projecten.
Focus op het feitelijk articuleren van grootstedelijke uitdagingen en vraagbundeling in samenwerking met Amsterdam om onderzoek en innovatie mogelijk te maken dat in lijn is met de missie. Het AMS Institute zou kunnen overwegen om naast Roboat een of twee grotere programma’s te ontwikkelen voor meer flagship-programma’s ter verbreding van het spectrum en meer zichtbaarheid en potentieel voor het instituut. Aanbevelingen met betrekking tot onderzoek & onderwijs
31
Overweeg om een PD-ENG-opleiding te ontwikkelen, aangezien die de kloof zou kunnen overbruggen tussen op de korte termijn gericht onderzoek en het langetermijnonderzoek verricht door promovendi. Hiermee zouden ook het onderzoek en het onderwijs intern groeien. Dit zal niet alleen extra inkomen genereren, maar ook de betrokkenheid en interesse van grote bedrijven intensiveren. Gebruik de studenten als activa: talenten zijn jullie sterren, en toegang tot studenten wordt erg gewaardeerd; onderzoekers ('Fellows') zijn de echte ambassadeurs van AMS voor de ontwikkeling en realisatie van het living lab-concept: koester ze dus.
32