8-jaarsevaluatie AMS Institute.docx
Tekst van het document
Amsterdam Institute for Advanced Metropolitan Solutions (AMS Institute)
Beoordeling jaar 8
Definitief rapport Datum: 15 juni 2022
Inhoud
1. Introduction .............................................................................. 2 1.1. Scope and context of this review ............................................ 2 1.2. The evaluation committee ..................................................... 2 1.3. Evaluation procedure ............................................................ 3 1.4. Facultative Living lab tour & kick off session ............................ 4 2. Institutional framework of AMS Institute ....................................... 5 2.1. History ................................................................................ 5 2.2. Ambition and vision .............................................................. 6 2.3. AMS Institute mission ........................................................... 6 2.4. Main activities ..................................................................... 6 2.4.1. Education ..................................................................... 7 2.4.2. Research & innovation .................................................... 7 2.4.3. Entrepreneurship & collaborations .................................... 8 2.5. Organisational structure andstaff ........................................... 8 2.6. Finances ............................................................................. 9 3.
Assessment AMS Institute ...........................................................11 3.1. AMS Institute as an experiment ..............................................11 3.2. Terms of Reference ..............................................................11 3.3. Evaluation ..........................................................................12 3.3.1. Compact evaluation of progress and results since the midterm review ....................................................................................12 3.3.2. General remarks on progress and results .........................15 4. Conclusions and recommendations ...............................................17 4.1. Conclusions 17 4.2. Recommendations 19 4.2.1. Recommendations for the municipality of Amsterdam .........19 4.2.2. Recommendations for Wageningen UR/ TU Delft ................20 4.2.3.
Recommendations for AMS Institute .................................20 Bijlage 1: committee Members .........................................................22 Bijlage 2: Programme of the Site Visit ...............................................25 Bijlage 3: List of documentation received ...........................................26 Bijlage 4: Board members and Team of Directors ...............................27 Bijlage 5: Code of conduct (signed) ..................................................28 Bijlage 6: Abbreviations ..................................................................29 Bijlage 7: Aanbeveling aan AMS door de tussentijdse beoordelingscommissie
1
... 30
2
1.
Inleiding
1.1.
Scope en context van deze beoordeling
Deze evaluatie jaar 8 heeft betrekking op het in 2014 opgerichte Amsterdam Institute for Advanced Metropolitan Solutions (AMS Institute), met als drie belangrijkste activiteitengebieden a) onderwijs, b) onderzoek & innovatie en c) ondernemerschap & samenwerkingen. Deze evaluatie is uitgevoerd in opdracht van de gemeente Amsterdam en de oprichters van het AMS Institute (de TU Delft en Wageningen UR), als onderdeel van de verplichting die is opgenomen in de definitieve overeenkomst. Deze evaluatie jaar 8 heeft als doel: 1. Een compacte evaluatie uit te voeren van de prestaties van het AMS Institute na de tussentijdse beoordeling, met het rapport van de tussentijdse beoordelingscommissie als uitgangspunt, en 2. Deskundig strategisch advies te leveren voor de strategie van het AMS Institute voor 2024-2034. Er is een deels internationale evaluatiecommissie van deskundigen opgericht (zie bijlage 1) die is verzocht om een compacte evaluatie uit te voeren van het AMS Institute en zijn programma’s en om aanbevelingen te doen voor de strategie voor 2024-2034.
Het AMS Institute heeft vijf documenten ingediend in het kader van het voorbereidende werk van de commissie: - het tussentijdse beoordelingsrapport; - een korte reflectie op jaar 5 – jaar 8 (de jaren na de voorgaande evaluatie); - een diapresentatie met onderwerpen voor discussie vooruitblikkend op 2024-2034; - een diapresentatie met de resultaten van een internationale benchmark gebaseerd op interviews met vier vergelijkbare instituten; - het meerjarenplan 2020-2024. Daarnaast ontving de commissie het programma van het bezoek op locatie (zie bijlage 2) en notities over twee interviews gehouden door de voorzitter en secretaris van de commissie voorafgaand aan het bezoek op locatie. Daarnaast is er aanvullende documentatie digitaal beschikbaar gesteld, waaronder informatie over onderzoeksprojecten, jaarverslagen en kwartaalverslagen. Bijlage 3 geeft een overzicht van de aangeleverde documentatie. In het kader van de evaluatie jaar 8 is er een bezoek op locatie dat een hele dag duurde afgelegd, dat de avond ervoor werd voorafgegaan door een presentatie door de directeuren van het AMS Institute, gevolgd door gesprekken met het directieteam en het bestuur van AMS (zie bijlage 4 voor het directieteam en de bestuursleden van AMS).
Het formele programma voor 12 mei omvatte interviews met alumni, masterstudenten MADE, programmaontwikkelaars, directeuren, onderzoekers, MIT, partners en een delegatie van de gemeente Amsterdam. In het programma voor 11 mei was ook een rondleiding door het living lab op het Marineterrein in Amsterdam opgenomen. Voorafgaand aan het bezoek op locatie zijn twee interviews gehouden: een met Ger Baron, CTO van de gemeente Amsterdam, en een met Louise Fresco, bestuursvoorzitter van Wageningen UR en Tim van der Hagen, collegevoorzitter en rector magnificus van de TU Delft. Er werd ook een informele sessie met het volledige directieteam van het AMS Institute gehouden, waarvan geen officiële registratie is gemaakt.
3
1.2.
De evaluatiecommissie
Naam
Functie(s)
Expertisegebiede n
Victor van der Chijs (voorzitter)
Huidig: Voorzitter Deltalinqs
Relaties met het bedrijfsleven, duurzaamheid, digitalisering, internationale handel, innovatie, architectuur, publiek-private samenwerkingen, creatieve sectoren
President BOM (Brabantse Ontwikkelings Maatschappij) Voorzitter Cito Lid Raad van Toezicht PortBase Voorheen: Voorzitter 4TU.Federatie President ECIU (European Consortium of Innovative Universities) Voorzitter College van Bestuur Universiteit Twente Opmerking: Victor van der Chijs was in 2019 voorzitter van de tussentijdse beoordelingscommissie. Matthias Ruth
Huidig: Pro-Vice-Chancellor for Research, University of York Voorheen: Vice-President for Research and Innovation, University of Alberta (Canada) Hoogleraar Civil and Environmental Engineering & directeur van de School of Public Policy and Urban Affairs, Northeastern University (Boston) Directeur en oprichter van het Resilient Cities Laboratory van die universiteit. Roy F. Weston hoogleraar in Natural Economics aan de University of Maryland en beleidsadviseur duurzaamheid van de Chancellor van de University of Maryland
Pieter Litjens
Huidig: Directeur-bestuurder van CROW (Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek)
Wetenschap Wetenschapsbeleid & management Internationaal perspectief Dynamische modellering van het gebruik van natuurlijke bronnen, industriële en infrastructurele systeemanalyse, milieueconomie en beleid Politiek Organisatie Overheid Mobiliteit Circulariteit Ngo’s
Voorheen: Burgemeester van de gemeente Aalsmeer In 2012 verkozen tot lid van de Tweede Kamer Wethouder van Amsterdam (portefeuille verkeer en vervoer, metro, gemeentelijk vastgoed, bedrijfsvoering, personeel & organisatie en stadsdeel Zuidoost) Verschillende functies bij VNO-NCW (een vereniging van ondernemers waarbij 155 brancheorganisaties en 500 ondernemingsleden van kleine en middelgrote bedrijven zijn aangesloten) Iduna Vollinga
Huidig: Cluster i-lead Ruimte & Economie Digitalisering, innovatie en informatie, gemeente Amsterdam Voorheen: Diverse leidinggevende functies bij telecombedrijven, waaronder TMobile, Ziggo en KPN.
Product- & propositiemanagement Telecom Technische bedrijfskunde Digitalisering Overheid Industrie
De commissie combineerde verschillende expertisegebieden met betrekking tot ‘smart’ stadsontwikkeling binnen een mondiaal perspectief: organisatieontwikkeling, innovatie, ondernemerschap, infrastructuur, politiek, beleidsvorming en governance. Van elk lid is een korte biografie opgenomen in bijlage 1. De commissie werd ondersteund door Daphne den Hollander (Gewoon Puur) en Ebru Isgüzarer-Önder (AMS Institute). Beiden waren ook betrokken bij de tussentijdse evaluatie in 2019. Voorafgaand aan het bezoek op locatie hebben alle commissieleden een gedragscode ondertekend (bijlage 5), waarin zij verklaarden dat hun beoordeling vrij van vooroordelen en onafhankelijk van persoonlijke belangen zouden zijn, en dat zij geen persoonlijke, beroepsmatige of bestuurlijke betrokkenheid hadden bij het AMS Institute of zijn onderzoeksprogramma’s. Er is geconcludeerd dat de commissie geen belangenverstrengelingen had.
4
1.3.
Evaluatieprocedure
De commissie is als volgt te werk gegaan: de beoordeling is gebaseerd op de jaren na de tussentijdse beoordeling, zoals vastgelegd in het door het AMS Institute opgestelde reflectiedocument en de overige aangeleverde documentatie. Deze werden aangevuld met een groot aantal interviews, gehouden tijdens het bezoek op locatie op 12 mei. Bij de beoordeling is rekening gehouden met het relatief korte bestaan van AMS (acht jaar), met oog voor potentiële toekomstige activiteiten en impact. Het AMS Institute is een samenwerking tussen de gemeente Amsterdam en drie zeer gerenommeerde universiteiten met een lange staat van dienst: MIT, de TU Delft en Wageningen UR. De commissie was zich ervan bewust dat het AMS Institute niet de bedoeling heeft om reeds bestaande kennisinstituten te kopiëren. De expliciete focus van het AMS Institute is tweeledig: topwetenschap in combinatie met de ontwikkeling van concrete oplossingen en het creëren van reële impact met Amsterdam als partner en ‘living lab’. Daarnaast had de commissie oog voor de interdisciplinaire aard van de onderwijs- en wetenschapsportefeuille binnen dit vakgebied in opkomst op het snijvlak van techniek, technologie, design, IT, databeheer, (landschaps-)architectuur, stadsplanning en sociale wetenschappen, evenals de uitdagingen die daarmee gepaard gaan.
De commissie kwam overeen om een positieve, interactieve dialoog met de geïnterviewden aan te gaan, met als doel in de loop van de dag zoveel mogelijk informatie te verzamelen. De dag had niet als doel om de door AMS uitgevoerde projecten onder de loep te nemen, maar om een compacte evaluatie van het tussentijds functioneren van AMS Institute uit te voeren vanuit het perspectief van (de bevindingen van) het tussentijdse beoordelingsrapport, en daarnaast deskundig strategisch advies te verstrekken voor de strategie voor 2024-2034 van het AMS Institute. Vanwege de op handen zijnde verlenging van de overeenkomst voor de jaren 2024-2034 heeft het AMS Institute veel belang bij concrete aanbevelingen voor toekomstige strategische richtingen en manieren om de impact op te schalen. Na voltooiing van de interviews heeft de commissie de voorlopige bevindingen en observaties besproken en vervolgens gepresenteerd aan het directieteam en de bestuursvoorzitter van AMS. Op 20 mei 2022 is de eerste versie van het eindrapport naar de commissie verstuurd voor feedback. Het is daarnaast door het AMS Institute gecheckt op feitelijke onjuistheden. Op 15 juni 2022 is de definitieve versie ter goedkeuring verzonden aan de voorzitter van de commissie. Na goedkeuring is het eindrapport verzonden aan de voorzitter van het bestuur van het AMS Institute en aan de algemeen directeur.
1.4.
Facultatieve rondleiding Living Lab & kick-offsessie
Een rondleiding door het Living Lab op het Marineterrein maakte op 11 mei 2022 deel uit van het middagprogramma. Leendert Verhoef , programmaleider living labs van AMS, presenteerde een inleiding op de methodologie van het Living Lab, die kenmerkend is voor de werkwijze van het AMS Institute. De praktische benadering van het AMS Institute is een onderscheidende factor. Het heeft momenteel verschillende living labs verspreid door Amsterdam opgezet om experimenten en onderzoek te doen, waaronder in het Bajeskwartier en stadsdeel Zuidoost. Het living lab op het Marineterrein biedt plek aan zo’n 30 experimenten en bevindt zich letterlijk in de ‘achtertuin’ van het gebouw waarin het AMS Institute is gevestigd. Het Marineterrein is een unieke faciliteit, die lange tijd niet toegankelijk was doordat deze in gebruik was door de krijgsmacht. Het bevindt zich tegenover het NEMO Science Museum, aan de overkant van het water, midden in het centrum van de stad. Omdat water van groot belang is voor experimenten met de Roboat en andere projecten van AMS, is de locatie tegenover het Scheepvaartmuseum ideaal.
De afgelopen drie jaar heeft het Marineterrein zich daarnaast ontwikkeld tot een bijzonder levendige locatie voor bezoekers, mkb-bedrijven, studenten en onderzoekers voor experimenten, laboratoriumwerk of een scriptie (bijvoorbeeld over de vraag waar gestolen fietsen naartoe gaan, waarvoor 80 fietsen zijn opgeslagen). Daarnaast is het een geschikte locatie voor conferenties, vergaderingen, delegaties, etc. De commissie heeft een korte boottocht met de Roboat gemaakt. Momenteel zijn er twee prototypes in gebruik, een voor afvalverzameling en een voor passagiersvervoer. De Roboat is een autonome boot die gebruik maakt van sensortechnologie, kunstmatige intelligentie en machine learning om zijn weg te vinden. Na het vijf jaar durende Roboat-onderzoeksprogramma bevindt Roboat zich nu in de fase waarin wordt gestreefd naar een spin-off, waarvoor een investering van € 7 miljoen wordt gezocht om in 2030 ongeveer 100 systemen te hebben opgezet en 30 werknemers te hebben. Projectleider Ynse Deinema vertelde dat er
5
groeiende belangstelling voor Roboat is in steden uit de hele wereld die verkeersopstoppingen willen verminderen. Coen Bergman van de gemeente Amsterdam en Thijs Turel van het AMS Institute presenteerden het Responsible Sensing Lab. Zij lieten de commissie de apparatuur zien (camera’s, sensoren en dergelijke) die zij momenteel aan het ontwikkelen zijn (en die geavanceerder is dan wat er momenteel op de markt verkrijgbaar is). Het Responsible Sensing Lab is zeer interessant voor de gemeente Amsterdam, zowel nationaal als internationaal. De camera’s en sensoren functioneren als controlesystemen voor het sturen van mensenmassa's en het veilig houden van de stad, met inachtneming van ethische kwesties en bewustzijnsaspecten (zoals de interactie tussen de camera’s en het publiek). Na de rondleiding door het living lab werd er een kick-offsessie gehouden met de gehele commissie (waaraan één lid online deelnam) en drie leden van het bestuur van AMS, die begon met een welkomstwoord door algemeen directeur Kenneth Heijns. Hij gaf een kort overzicht van de huidige status van het instituut. Heijns liet gestage cijfermatige groei zien (aantallen studenten, onderzoekers, community’s, startups, samenwerkingen), naast gezonde groei wat betreft maatschappelijke impact.
Zijn conclusie was dat de grootste uitdaging voor de toekomst opschalen is, en dan niet noodzakelijkerwijze kwantitatief, maar vooral qua resultaten en impact. Hij wees er op dat het totale volume aan projecten niet in het financieel jaarverslag van het AMS Institute is opgenomen, maar terugkomt in de kwartaalverslagen en het jaarverslag van het instituut. Er vond een gesprek plaats tussen de commissie, het bestuur van AMS en het directieteam over de beoordeling van het rendement van de investeringen van AMS. Dit rendement wordt niet (uitsluitend) in financiële termen uitgedrukt, maar er wordt ook gekeken naar de impact van de zorgvuldig geselecteerde voorstellen, netwerken, teams en studenten. Bij de impact wordt niet alleen het maatschappelijk opzicht in overweging genomen, maar ook het wetenschappelijk opzicht voor Wageningen UR / de TU Delft. Na Kenneth Heijns’ introductie presenteerde wetenschappelijk directeur Eveline van Leeuwen een overzicht van de brede onderzoeksportefeuille van het AMS Institute, die gebaseerd is op zes onderling samenhangende thema’s met betrekking tot de ‘uitdagingen’ van de gemeente Amsterdam. Ze benadrukte het belang van de impactgebieden die het AMS Institute kon genereren en dat de onderzoeksresultaten veel breder konden worden ingezet.
Ze legde uit dat – na de tussentijdse beoordeling – het AMS Institute is begonnen met het ontwikkelen en opzetten van grootschaligere programma’s. Stedelijke uitdagingen kunnen niet op monodisciplinaire wijze worden aangepakt. Om de stad echt te begrijpen is een groot aantal disciplines nodig. Complexe stedelijke uitgagingen zijn integraal en politiek van aard. Het AMS Institute brengt de academische wereld en ‘het echte leven’ bijeen. Tussen het AMS Institute en de gemeente vindt een wederzijds leerproces plaats.
2.
Institutioneel kader van het AMS Institute
2.1.
Geschiedenis
Oprichting Tussen december 2011 en september 2012 vonden er gesprekken plaats tussen de gemeente Amsterdam en de Boston Consultancy Group (BCG). Deze gesprekken leidden tot de identificatie van vier hoofddoelstellingen voor een nieuw instituut, dat zich zou richten op het aantrekken van talent naar Amsterdam, het creëren van werkgelegenheid en de ontwikkeling van op technologie gebaseerde oplossingen op grootstedelijke schaal voor de grote uitdagingen waarvoor de gemeente zich gesteld zag, zoals afvalbeheer, mobiliteit, voedselvoorziening en ruimtelijke ordening. De vier hoofddoelstellingen voor dit nog op te richten instituut waren destijds: Het stimuleren van economische bedrijvigheid, bijvoorbeeld door spin-offs van onderzoeksprojecten te creëren; Het aantrekken van talent naar Amsterdamse regio’s, waaronder studenten en onderzoekers; Het ontwikkelen en exporteren van op technologie gebaseerde oplossingen op grootstedelijke schaal; Het aantrekken van aanvullende R&D-financiering naar Nederland en de metropoolregio Amsterdam. In april 2013 werd de ontwerpwedstrijd voor een instituut voor toegepaste technologie in Amsterdam gelanceerd. Tussen april 2013 en september 2013, werden de eerste en tweede ronde van de ontwerpwedstrijd door een jury gehouden.
Het 'bidbook' van het consortium van de TU Delft, Wageningen UR, MIT en ondersteunende partners was naar het oordeel van de jury de overtuigende winnaar. Daarop
6
sloten op 30 januari 2014 Wageningen UR, de TU Delft en de gemeente Amsterdam de definitieve overeenkomst. Tussen 2014 en 2018 evolueerde het AMS Institute en bereikte het verschillende mijlpalen, waaronder: o Realisatie van het masterprogramma “Metropolitan Analysis, Design and Engineering” (MADE), waarvan de eerste groep studenten in 2017-2018 van start ging (18 studenten) en de tweede in 2018- 2019 met 39 studenten; o De ontwikkeling van twee Massive Open Online Courses (MOOC’s), getiteld: “Sustainable Metropolitan Development” (eerste MOOC, in 2017 gevolgd door 14.000 studenten) en “Cocreating Sustainable Cities” (tweede MOOC); o Het organiseren van summer schools, waaronder: De PhD-summer school ‘Smart Solutions for the Urban Metropole’ (20 deelnemers, 2016); de summer school ‘Making the Metropolis’ (70 promovendi en jonge professionals uit 29 landen, 2017); ‘Re-learning public Space’ (40 deelnemers, 2018); ‘Integrated Mobility Challenges in Future Metropolitan Areas’ (50 deelnemers, 2018); en de PhD-summer school ‘Interpretive Policy, Analysis, Conflict and Sustainable Futures (2018); o De ontwikkeling van een onderzoeks- en valorisatieportefeuille gericht op zes stedelijke uitdagingen. Deze zijn ‘Smart Urban Mobility’, ‘Urban Energy’, ‘Climate Resilient Cities’, ‘Metropolitan Food Systems’, ‘Urban Data and Intelligence’ en ‘Circularity in Urban Regions’.
o Eigen gebouwen en faciliteiten op het Marineterrein: kantoren, vergaderruimtes, collegezalen, expositieruimte, een ‘garage’ en een living lab in en om het gebouw. In juni 2019 kwam een tussentijdse evaluatiecommissie tot de conclusie dat het AMS Institute zijn beloftes had waargemaakt en voorzag het instituut van aanbevelingen voor de komende jaren (zie bijlage 6). Tussen 2019 en 2022 ontwikkelde het AMS Institute zich verder en bereikte het verdere mijlpalen, waaronder: een gestage groei van het aantal MADE-studenten (gemiddeld 60 per jaar), onderzoeksprojecten en programma’s; het realiseren van meerdere living labs door heel Amsterdam, waarvan een in de achtertuin van het AMS Institute op het Marineterrein, waar momenteel ongeveer 30 experimenten plaatsvinden; het opzetten van meerdere initiatieven ter stimulering van ondernemerschap en de valorisatie van kennis; het oprichten van een community aan onderzoekers en community’s van praktijkbeoefenaars; de oprichting van de AMS Academy for Professional Education, waar winter- en summerschools met stedelijke living labs worden gehouden en op maat gemaakte modules voor het programma voor bruggen en kademuren; de oprichting van een alumninetwerk voor studenten in 2019 en de studentenvereniging MADE IT in 2018; de oprichting van de “Makerspace” als functionele, gastvrije en open ruimte waarin iedereen uit de AMS-community ideeën
kan ontwikkelen en prototypes kan uitbouwen tot iets praktisch en/of tastbaars (incl. 3D-printer, lasercutter en ander gereedschap).
2.2.
Ambitie en visie
De ambitie van het AMS Institute is om steden op grootstedelijke schaal opnieuw uit te vinden. Samen met de gemeente Amsterdam, de TU Delft, Wageningen UR, MIT en zijn publieke en private partners streeft het AMS Institute ernaar om een unieke positie in te nemen, namelijk om met behulp van techniek en design bij te dragen aan de oplossing van urgente grootstedelijke kwesties en daarbij koppelingen te leggen tussen wetenschap en maatschappelijke uitdagingen. In het strategiedocument 2020-2024 wordt de visie van het AMS Institute als volgt beschreven: “In 2024 zal het AMS Institute wereldwijd een solide koploperspositie innemen op het gebied van grootstedelijke oplossingen en bekend staan om zijn impact, zijn talenten en alumni, vernieuwende samenwerkingen en voortdurende innovatie door topwetenschap te koppelen aan maatschappelijke uitdagingen. Op basis van een heldere, gerichte benadering gaat het AMS Institute stedelijke uitdagingen aan én daagt het tegelijk de stad uit.”
7
Toezegging voor de lange termijn In de definitieve overeenkomst tussen de gemeente Amsterdam en de oprichters van het AMS Institute (Wageningen UR en de TU Delft) is het volgende bepaald: “9.1 Het is de gezamenlijke ambitie van de partijen om AMS uit te bouwen tot een onafhankelijk instituut dat voor ten minste 30 jaar na dato dezes duurzaam zal zijn. Behoudens de resultaten van de beoordelingen in jaar 5 en jaar 8 genoemd in artikel 11.1d verbinden de partijen zich tot het ontwikkelen van een hernieuwd institutioneel langetermijnplan voor de periode van tien jaar volgend op de eerste periode van tien jaar.” Deze toezegging werd nog eens bekrachtigd tijdens een recent gesprek tussen de voorzitters van Wageningen UR en de TU Delft en de burgemeester van Amsterdam, Femke Halsema, op 28 januari 2022.
8
2.3.
Missie AMS Institute
Zoals veel steden over de hele wereld streeft Amsterdam ernaar een duurzame, veerkrachtige en rechtvaardige stad te zijn. Om deze ambitie te realiseren, zullen de meest urgente stedelijke uitdagingen moeten worden aangepakt. De voornaamste missie van het AMS Institute is om te stad ‘opnieuw uit te vinden’. Het AMS Institute speelt een cruciale rol bij het ontwerpen van schaalbare oplossingen, met nadruk op zes stedelijke domeinen: mobiliteit, energie, circulariteit, voedsel, klimaat en digitalisering. Het AMS Institute doet dit door middel van drie hoofdactiviteiten: onderwijs, onderzoek & valorisatie, en ondernemerschap & samenwerkingen. Daarnaast creëert het AMS Institute synergie tussen onderwijs, onderzoek & innovatie en activiteiten om ondernemerschap te stimuleren. Het versterken van samenwerkingen tussen deskundigen met verschillende interdisciplinaire achtergronden leidt tot kruisbestuiving tussen innovatieve ideeën. Daarnaast schept het AMS Institute een omgeving waarin verbindingen worden gelegd tussen kennisinstituten, particuliere organisaties en de overheid. Met zijn doelgerichte benadering van samenwerkingen genereert het AMS Institute maatschappelijke impact. Daarmee levert het AMS Institute een bijdrage aan het opnieuw uitvinden van de stad, waarmee Amsterdam veerkrachtig en rechtvaardig wordt voor zowel de huidige als toekomstige generaties.
2.4.
Hoofdactiviteiten
De organisatie is opgezet rondom drie onderling met elkaar verweven groepen activiteiten: 1. 2. 3.
Onderwijs Onderzoek & innovatie Ondernemerschap & samenwerkingen
2.4.1.
Onderwijs
De masteropleiding MADE (‘Metropolitan Analysis, Design & Engineering’) viert dit jaar haar eerste lustrum. MADE ging in het academisch jaar 2017-2018 van start met 18 deelnemende studenten, en heeft tussen 2017 en 2021 in totaal 75 afgestudeerden ‘afgeleverd’ (in 2021 studeerden er maar liefst 34 personen af). Momenteel zijn er 58 eerstejaars studenten ingeschreven. Studenten zijn daarnaast actief betrokken bij acht van de vijftien teams van AMS Start-up Booster. In 2021 werd er een nieuw record gevestigd, met 25 ‘living lab’-casussen in het kader van de masteropleiding MADE. Metropolitan Challenges
Data 1
Data 2
Metropol. Innovators
12 studiepu studiepunten nten Entrepr. Thinking 3 3 studiep unten
6
3 studiepunten Entrepr. Skills
3 studiep studiepunten unten
Living Lab 24 studiepunten Samenwerken binnen een transdisciplinair team om oplossingen op grootstedelijke schaal te creëren in het living lab in Amsterdam
Metropolitan Solutions
Verschillende keuzevakken bij WUR/TUD
Prof. Profile
18 studiepunten Scriptie studiepunten
12 studiepu nten 30
Het opzetten van een theoretisch kader, geavanceerde analysemethodes en het toelichten van conceptuele benaderingen
6 studiepunten
Figuur: de twee jaar durende masteropleiding MADE
Tijdens de masteropleiding MADE worden de studenten in contact gebracht met de multidisciplinaire groep onderzoekers die in Amsterdam aan praktijkcasussen werken, naast stakeholders binnen het netwerk van het AMS Institute. Deze contacten en de opgedane (levens-)ervaring levert een nieuw type professional op, de ‘urban engineer’: iemand die klaar is om de uitdagingen in de steden van vandaag en morgen op interdisciplinaire wijze aan te pakken. Daarnaast hebben masterstudenten MADE verschillende extra’s aangeboden gekregen. De eerste extra is een cursus datavisualisatie van vier weken. Coördinator Jess Wreyford vertelde dat er dit jaar twee korte
9
modules zijn gegeven, elk goed voor 3 ECTS-studiepunten. Het vak was gericht op actieve inbreng van de studenten en bood inzicht in de mogelijkheden die datavisualisatie biedt. Het staat op de planning om deze cursus volgend jaar op te nemen in het standaardprogramma. De tweede extra is specifieke steun aan ondernemende studenten, die goede ideeën hebben die vragen om meer verfijning, feedback, netwerken, toegang tot partners, financiering en dergelijke. Gedurende een periode van drie maanden kunnen studenten beschikken over persoonlijke training, workshops, begeleiding, toegang tot het netwerk van het AMS Institute en dergelijke om hun idee verder te ontwikkelen. U leest hier meer over in paragraaf 2.4.3. Het AMS Institute heeft tevens de AMS Academy opgezet: via de Academy ontwikkelt het AMS Institute nieuwe concepten voor onderwijs en training voor professionals. Elk jaar organiseert de Academy de winter school ‘Urban Living Lab’: een week vol inspirerende colleges, teamopdrachten, korte oefeningen en een toolbox vol praktische hulpmiddelen die professionals in hun eigen praktijk kunnen gebruiken. Daarnaast bleef het AMS Institute in de periode 2019-2022 Massive Open Online Courses (MOOC’s) aanbieden. Deze twee cursussen hebben sinds het begin in totaal 76.587 deelnemers getrokken, waarvan ruim 11.000 in 2021.
De AMS Academy is nog jong, maar trekt professionals uit het veld en onderzoekers van over de hele wereld aan.
1.1.2.
Onderzoek & innovatie
De onderzoeksportefeuille van het AMS Institute is opgezet rondom zes stedelijke uitdagingen en de integratie van die thema’s om een innovatieve, duurzame en rechtvaardige stad te creëren. Elke uitdaging wordt aangepakt door samenwerkende onderzoeksteams, gesteund door programmaontwikkelaars, en hebben hoofdonderzoekers (zogeheten 'principal investigators') afkomstig van de academische hoofdpartners van het AMS Institute, evenals onderzoekers en studenten, om diep inzicht in steden te krijgen en daar oplossingen voor te ontwikkelen. De zes kerndomeinen zijn: ‘Smart Urban Mobility’, ‘Energy’, ‘Climate Resilient Cities’, ‘Metropolitan Food Systems’, ‘Responsible Urban Digitization’ en ‘Circularity in Urban Regions’. De totale onderzoeksportefeuille omvat momenteel 160 projecten. In 2021 zijn 21 projecten gefinancierd ter waarde van in totaal € 22,9 miljoen. Er zijn naar schatting continu 100 tot 150 onderzoeksmedewerkers actief binnen de portefeuille met onderzoeks- en innovatieprojecten van het AMS Institute. In 2019 zijn naar aanleiding van een aanbeveling van de tussentijdse beoordelingscommissie meer onderzoekers in dienst van Wageningen UR en de TU Delft aangesteld. Het AMS Institute heeft een onderzoekerscommunity opgezet om ideeën en resultaten te kunnen uitwisselen en gezamenlijke projecten te kunnen uitvoeren.
De onderzoekers worden verzocht om drie dagen per week aan het AMS Institute en/of in Amsterdam aanwezig te zijn, wat de levendigheid en zichtbaarheid van het AMS Institute heeft vergroot. Daarnaast wordt deze community zeer gewaardeerd door zijn leden.
1.1.3.
Ondernemerschap & samenwerkingen
Het AMS Institute maakt zich sterk om de volgende generatie ambitieuze ondernemers te helpen bij het realiseren van hun ideeën voor duurzame stedelijke omgevingen. Tijdens de eerste vijf jaar waarin het AMS Institute actief was, zijn de volgende activiteiten geïnitieerd om de innovatiepropositie van het AMS Institute samen met partners te verkennen en te ontwikkelen: - AMS Climate Launch Pad - Amsterdam City Challenge Het AMS Institute is begonnen zijn activiteiten uit te breiden toen de eerste studenten van de MADEmasteropleiding in 2019 afstudeerden: het AMS Startup Booster-programma ging toen van start. Dit is een pre-incubatorprogramma bedoeld om ondernemers, waaronder MADE-studenten, te helpen hun ideeën te realiseren. Eind 2021 had het AMS Institute ruim 20 startups begeleid op hun pad naar commercieel succes. Het AMS Institute zag hoe deze startups hun klanten identificeerden en ontwikkelden, en hoe zij pitches hielden voor grote aantallen toeschouwers en hun eerste klanten wonnen. Sommige startups ontvingen financiering en namen werknemers in dienst. Dit programma wordt gecoördineerd door Ioannis Iionnidis, geboren in Griekenland, die MADE-student aan het AMS Institute is geweest en student-assistent van Marije Wassenaar was toen het boosterprogramma in 2019 werd ontwikkeld en gelanceerd. Arnout Sabbe, eveneens MADE-alumnus, presenteerde het
10
succesverhaal van geoFluxus aan de commissie. Hij is de CEO van geoFluxus, dat binnen slechts twee jaar negen werknemers in dienst nam en actief is in meerdere steden in Europa (en daarbuiten) met de implementatie van een systeem voor het in kaart brengen van afvalstromen dat door geoFluxus is uitgevonden en ontwikkeld. Het AMS Institute is ook partner van EIT Urban Mobility, dat positieve veranderingen op het gebied van mobiliteit wil versnellen om stedelijke ruimtes leefbaarder te maken. Een van de activiteiten hiervan is het stimuleren van nieuwe ondernemingen door middel van het EIT Urban Mobility Accelerator-programma. In 2021 zijn er tien teams ontstaan vanuit de EIT Urban Mobility Accelerator en drie teams vanuit Climate Launchpad (in 2019 en 2020). Eind 2021 waren er in totaal 28 aan het AMS Institute gelieerde startups actief, waarvan 15 teams zijn gevormd tijdens de twee edities van AMS Startup Booster die in 2021 zijn gehouden. Samenwerkingen Onderzoekers, studenten en medewerkers van AMS werken in nauwe samenwerking met zowel publieke als private partners én burgers. Onderzoeker Maeva Dang beschreef voor de commissie haar werk op het gebied van het verzamelen van warmte van gebouwen voor gebruik in of tussen (omringende) gebouwen.
Momenteel voert ze onderzoek uit op de Dam, in samenwerking met twee lokale buurtgroepen voor overleg, input en het uitwisselen van ervaringen. “Samenwerken met burgers is geweldig, omdat we daarmee een hoop bewustwording creëren over waar wij mee bezig zijn”, vertelde ze de commissie. Een andere onderzoeker merkte tijdens het interview op dat met name de toegang tot zo’n groot en divers netwerk een van de ‘unique selling points’ van het AMS Institute is.
2.5.
Organisatiestructuur en medewerkers
Het AMS Institute is juridisch geregistreerd als een stichting naar Nederlands recht, zonder permanent onderzoekspersoneel op de loonlijst. Onderzoekspersoneel wordt beschikbaar gesteld door Wageningen UR en de TU Delft. MIT neemt deel aan onderzoeksprojecten, stelt (onderwijs-)expertise beschikbaar en biedt toegang tot data. Het vaste personeel van het AMS Institute is (veelal) niet-wetenschappelijk. Daaronder vallen echter ook de programmaontwikkelaars, die gezien de aard van hun werk de grens tussen niet-wetenschappelijk en wetenschappelijk personeel overschrijden. Wetenschappelijk medewerkers (PI’s, onderzoekers en postdocs) brengen enige tijd door op het AMS Institute (en zijn normaal gesproken in dienst bij hun eigen instelling). Hoeveel tijd zij doorbrengen op het AMS Institute is afhankelijk van verschillende factoren, waaronder het aantal projecten waarbij een wetenschappelijk medewerkers is betrokken en aan welke instellingen studenten (of promovendi) zijn verbonden. Van de onderzoekers wordt echter verwacht dat zij het grootste deel van hun werkweek op het AMS Institute spenderen. Docenten en begeleiders van de masteropleiding MADE zijn ook regelmatig op het AMS Institute werkzaam, afhankelijk van hun college- of begeleidingsprogramma. Tijdens de coronaperiode werkten de meeste mensen thuis.
Het AMS Institute wordt geleid door drie directeuren: een algemeen directeur, een wetenschappelijk directeur en een directeur innovatie. Daarnaast zijn er teams voor onderzoek en valorisatie, de masteropleiding MADE en onderwijs aan professionals, living labs, urban data, kantoor en facilitair, communicatie en finance. Het AMS Institute heeft een bestuur bestaande uit vier leden, twee van elke oprichtende instelling (zie bijlage 4). De wetenschappelijke adviescommissie (SAC, Scientific Advisory Committee) is de afgelopen drie jaar inactief geweest. In totaal heeft AMS 47 personen op de loonlijst staan, samen goed voor 36 fte’s, inclusief stagiairs (mei 2022). Merk op dat niet alle medewerkers zijn opgenomen in het ‘out of pocket’-budget van het AMS Institute. Dit geldt met name voor de onderzoekers, de leden van het MADE-opleidingsteam en alle projectteamleden. Het diagram hieronder geeft de samenstelling weer van het personeel dat verbonden is aan het AMS Institute.
11
ONDERSTEUNEND Communicatie, finance en project-
ONDERZOEK EN INNOVATIE
administratie, HR, kantoor, facilitair, IT, juridisch.
2.6.
Financiën
Het AMS Institute ontvangt financiering uit verschillende bronnen: Kernfinanciering van de gemeente Amsterdam, tot € 50 miljoen voor de periode van tien jaar; Overeenkomstig de definitieve overeenkomst dragen de TU Delft en Wageningen UR elk een bedrag tot € 20 miljoen in natura bij aan het AMS Institute tijdens de eerste periode van tien jaar, waarvan de helft is bestemd voor de onderwijsportefeuille; de andere helft gaat naar de portefeuille onderzoek & innovatie; Daarnaast hebben de TU Delft en Wageningen UR voor een periode van vier jaar middelen toegewezen voor onderzoekers. In 2020 zijn tien onderzoekers van de TU Delft en vier onderzoekers van Wageningen UR aan het AMS Institute van start gegaan; De bijdrage in natura van MIT omvat hoofdonderzoekers, onderzoekers, expertise en/of software; expertise over verschillende onderwijsvormen en bestaande onderwijscontent; en het ontvangen van uitwisselingsstudenten en gastonderzoekers; Projectfinanciering vanuit competitieve financieringsprogramma’s, zoals die van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), de Nationale Wetenschapsagenda (NWA), RVO, TKI, EFRO, de Europese onderzoeksraad (European Research Council, ERC) en andere programma’s in het kader van Horizon 2020 (H2020); directe bijdragen (in natura) aan het AMS Institute door externe organisaties; Projectfinanciering door particuliere organisaties
en overheidsinstanties, waaronder de gemeente Amsterdam, op afzonderlijke contractbasis.
Meerjarenbegroting (uit: meerjarenstrategie AMS Institute 2020-2024).
12
Winst- en verliesrekening Stichting AMS Institute (bedragen " 1.000)
BATEN
Verlengingskosten subsidies tot Begroting 2021 Begroting 2022 Begroting 2023 Begroting 2024 5.988 5.246 5.107 2.382
Prognose 2020
Subsidie gemeente Alternatieve financiering Overige Totaal
5.409 0 462
0
0
1.050
1.600
459 2.000
3.104 2.000
5.871
7.038
6.846
7.566
7.487
Salarissen & lonen Kosten van subsidies toegekend onder overeenkomst Kosten van subsidies toegekend buiten overeenkomst Investeringsprogramma (excl. portefeuille) Overige
2.532
2.952 2.298
3.002 2.056
1.178
0 470 1.318
0 470 1.318
3.052 2.267 459 470 1.318
3.102 1.827 1.240 0 1.318
Totaal
5.871
7.038
6.846
7.566
7.487
2027
2.988
LASTEN
2.161 0 0
NETTO INKOMSTEN Cumulatief beroep op subsidie van gemeente
0 28.289
0
0
34.277
39.523
0 44.630
2.988
0 47.012
50.000
Uitsplitsing jaarbegroting (2022): € 73 miljoen
€ 0,5 miljoen € 0,8 miljoen
€ 0,9 miljoen
Projectsubsidies | Projecten @AMS I Overige Gebouw Personeel 2022
Informatie over belangrijke cijfers (toegekende projecten, totale waarde, aantal lopende projecten, geaccumuleerde onderzoeksportefeuille) voor de jaren 2019, 2020 en 2021 is beschikbaar in de jaarverslagen.
13
3.
Beoordeling AMS Institute
3.1.
AMS Institute als experiment
Het AMS Institute is een experimentele onderneming die onderwijs, fundamenteel onderzoek, de toepassing van onderzoeksresultaten en het creëren van innovatieve maatschappelijk oplossingen én commercieel levensvatbare spin-offs binnen één overkoepelend kader combineert. Het is nog een relatief jong instituut, dat begin 2014 formeel is opgericht. Ten opzichte van vergelijkbare instituten in de rest van de wereld (zie de internationale benchmark 2022 voor meer informatie), beschrijft het AMS Institute zich als ‘adolescent’. Het AMS Institute is gevestigd in Amsterdam, een gemeente met een hoge dichtheid aan kennisinstituten met een lange geschiedenis en staat van dienst, waaronder de Universiteit van Amsterdam (opgericht in 1632; 41.000 studenten en 6.000 werknemers), de Vrije Universiteit (opgericht in 1880; 30.000 studenten en 5.500 werknemers) en de Hogeschool van Amsterdam (opgericht in 1993; 48.700 studenten en 4.200 werknemers), naast een aantal kleinere hogescholen en privé-instellingen. Dat betekent dat het AMS Institute een eigen niche moest creëren en unieke waarde moest toevoegen bij al zijn activiteiten, aangezien de gemeente al de beschikking had over een brede kennisbasis, zowel publiek als particulier. De ligging in Amsterdam maakt het mogelijk het experiment ‘steden opnieuw uitvinden’ op de best mogelijke locatie uit te voeren.
De stad kent een levendige, internationale burgergemeenschap en wordt geconfronteerd met grote, complexe uitdagingen, zoals instortende kademuren en bruggen. Er werken ongeveer 16.000 mensen bij de gemeente. Dit jaar viert de stad haar 750-jarig bestaan, hetgeen af te zien is aan het grote aantal monumentale gebouwen en bouwwerken, dat extra uitdagingen oplevert, bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid. Amsterdam is misschien wel een ideale plek om als ‘living lab’ te functioneren. De oplossingen die het AMS Institute Amsterdam te bieden heeft, zouden ook in andere steden kunnen worden toegepast.
3.2.
Mandaat
Deze evaluatie jaar 8 vindt plaats in het kader van de verplichtingen volgens de definitieve overeenkomst tussen de gemeente Amsterdam, de TU Delft en Wageningen UR. Na de uitgebreide tussentijds evaluatie in jaar 5 voorziet de definitieve overeenkomst in een evaluatie van het AMS Institute in jaar 8. Uit de definitieve overeenkomst: Het is de gezamenlijke ambitie van de oprichtende partijen om het AMS Institute uit te bouwen tot een onafhankelijk instituut dat voor ten minste 30 jaar na de datum van oprichting zal blijven opereren. Behoudens de resultaten van de beoordelingen in jaar 5 en jaar 8 genoemd in artikel 11.1d van de definitieve overeenkomst verbinden de partijen zich tot het ontwikkelen van een hernieuwd institutioneel langetermijnplan voor de periode van tien jaar volgend op de eerste periode van tien jaar. Voor beide evaluaties beoordeelt een onafhankelijke commissie het gehele instituut op inhoud, bedrijfsvoering, financiën* en de voortgang ten opzicht van de ambities, en geeft advies over punten ter verbetering en de strategische richting van het AMS Institute. Dit wordt gevolgd door een interne bespreking door het AMS Institute en een bespreking met de gemeente over de strategie en toekomst van het AMS Institute. * NB Dit is slechts een perifere beoordeling geweest, hoofdzakelijk gebaseerd op gesprekken/interviews.
De commissie heeft wel gekeken naar de (financiële) details van AMS. De evaluatie jaar 8 heeft twee doelen: a. Een compacte evaluatie uitvoeren van de prestaties van het AMS Institute na de tussentijdse beoordeling, vanuit het perspectief van het rapport van de tussentijdse beoordelingscommissie b. Deskundig strategisch advies leveren over de strategie van het AMS Institute voor 2024-2034. De criteria voor de eindevaluatiecommissie zijn als volgt: - vier leden, evenwicht tussen mannen en vrouwen. - relevante expertise op het gebied van de kerndomeinen, zoals stedelijke energievoorziening, circulariteit, digitalisering, klimaatbestendigheid, mobiliteit en voedsel. - combinatie van bedrijfsleven, overheid, wetenschap, ngo. - expliciete en strategische representatie van de gemeente Amsterdam en de MRA. - internationaal perspectief.
14
De commissie voldeed aan de genoemde criteria en de evaluatie jaar 8 is tussen 22 april 2022 en 1 juli 2022 uitgevoerd, inclusief interviews, discussies, een rondleiding door het living lab, informele en formele sessies met de drie directeuren en het bestuur van AMS, plus een beoordeling van documentatie en een bezoek op locatie.
3.3.
Evaluatie
3.3.1. Compacte evaluatie van de voortgang en resultaten sinds de tussentijdse beoordeling Bij het beoordelen van de voortgang en resultaten sinds de tussentijdse beoordeling kwam de commissie tot het oordeel dat AMS ‘de belofte had waargemaakt’ en de afgelopen jaren significante ontwikkelingen had laten zien. In dit hoofdstuk gaan we kort in op de wijze waarop de commissie deze voortgang aan de hand van de voornaamste pijlers heeft beoordeeld. In het vierde hoofdstuk wordt een samenvatting gegeven van de conclusies en aanbevelingen voor de toekomstige strategische richting voor de gemeente, de oprichtende instellingen en het AMS Institute. Living lab als werkwijze Stedelijke living labs zijn over de hele wereld in zwang geraakt. De term verwijdt naar een breed scala aan lokale, experimentele projecten op participatiebasis. Het doel is om innovatieve stedelijke oplossingen te ontwikkelen, uit te proberen en te testen in de praktijk. Als onderdeel van het facultatieve programma op 11 mei werd er een rondleiding gegeven door het living lab op het Marineterrein. In de academische wereld is het is steeds populairder geworden om experimenten uit te voeren in living labs, maar veel organisaties weten nog niet hoe ze hier profijt van kunnen trekken. De commissie beoordeelde de prestaties van het AMS Institute op dit gebied als toonaangevend.
De commissie waarschuwde het AMS Institute echter ook voor het risico op verwarring met hogescholen en adviseert om duidelijk te regelen en te communiceren dat de living labs van AMS een middel zijn, en geen doel, en dat de experimenten zijn gebaseerd op wetenschappelijke onderzoeken en normen. De afgelopen jaren heeft het AMS Institute door heel Amsterdam verschillende living labs opgezet om te experimenteren en onderzoek te doen in nauwe samenwerking met een community van praktijkbeoefenaars.
In het living lab op het Marineterrein alleen al worden zo’n 30 verschillende experimenten uitgevoerd. Clusters vormen zich op natuurlijke wijze. Living labs zijn een proeftuin voor diepgravend onderzoek, maar tegelijkertijd geldt ook voor Amsterdam dat ‘life goes on’: men wil de stad ontwikkelen en transformeren om toekomstbestendig te zijn, maar tegelijkertijd heeft men te maken met de dagelijkse problematiek. De living lab-methodologie geeft een goed inzicht in een effectieve omgang met deze tegenstrijdige ritmes. Het Marineterrein is een uniek ‘verborgen pareltje’, omdat het lange tijd niet toegankelijk was voor het
15
publiek. Het bevindt zich pal in het centrum van de stad. Omdat het aan de overkant van het water tegenover het Scheepvaartmuseum ligt, is het een ideale locatie voor experimenten met Roboat en andere projecten waarvoor een wateroppervlak nodig is. Het living lab bevindt zich letterlijk in de ‘achtertuin’ van het gebouw van het AMS Institute en laat zich daardoor uitstekend presenteren aan bezoekers uit heel de wereld. De commissie komt tot het algehele oordeel dat het Marineterrein voor het AMS Institute een echt pluspunt is, dat moet worden behouden. Aangezien het terrein pas is opengesteld voor externe stakeholders, heeft het zowel bestaande als nieuwe bewoners/gebruikers veel te bieden. Het living lab van het AMS Institute laat het werk van het instituut tot leven komen in een rijke context. De community van het AMS Institute zorgt voor een levendige sfeer, die de aantrekkelijkheid van het Marineterrein nog verder vergroot. Onderwijs De masteropleiding MADE viert dit jaar zijn eerste lustrum. De opleiding ging in 2017 van start met 18 studenten en heeft nu gemiddeld 60 studenten per jaar. Hoewel de opleiding MADE lastig online te vinden is (men wordt doorverwezen naar de website van Wageningen UR, wat met name voor buitenlandse studenten verwarrend is), trekt deze precies het goede aantal studenten aan om intensieve begeleiding en supervisie te kunnen bieden.
Daarnaast viel het de commissie op dat MADE een bepaald type student aantrekt: betrokken, proactief, geïnteresseerd in een interdisciplinaire benadering en toekomstgericht. Zulke studenten willen bijdragen aan duurzame oplossingen voor de toekomst en een betekenisvolle bijdrage leveren aan de samenleving. De masteropleiding MADE lijkt een ‘werk in uitvoering’. Arjen Zegwaard, de directeur onderwijs, beschreef de opleiding als ‘open en in wording’. Hier vindt een dans plaats tussen studenten en de stad. Beide ontwikkelen zich, groeien en veranderen. Ze beïnvloeden elkaar. De belangrijkste vraag voor het AMS Institute is: hoe kunnen wij onze studenten het beste helpen hun weg te vinden? Het instituut heeft een tweede masteropleiding overwogen, maar concludeerde dat daarmee het bestaande profiel zou verwateren. De huidige masteropleiding biedt volop ruimte aan keuzes op maat (de studenten kiezen hun keuzevakken aan de TU Delft en Wageningen UR in hun eerste jaar) en de opleiding behandelt al een veelheid aan onderwerpen. Via de netwerken van Wageningen UR en de TU Delft kan het AMS Institute beschikken over deskundigen uit een breed spectrum aan vakgebieden. Gaia, een eerstejaarsstudent uit Azië, vertelde: “Het is echt uniek dat er zoveel onderwerpen zijn waar je mee in aanraking kunt komen. Je hebt toegang tot zoveel kennis en middelen.
Als je je maar proactief en betrokken opstelt, zal iedereen je steunen: wetenschappers, programmaontwikkelaars, medewerkers. Ik heb me over de hele wereld voor masteropleidingen ingeschreven, maar ik ben blij dat ik op het AMS Institute terecht ben gekomen.” De studenten lijken het erg prettig te vinden deel uit te maken van een community van wetenschappers, stakeholders en professionals. Buiten MADE wordt er aan het AMS Institute veel georganiseerd, zoals hackathons, wetenschappelijke congressen en andere evenementen. Dat zijn waardevolle extracurriculaire activiteiten voor MADE-studenten. Daarnaast is het AMS Institute begonnen een cursus datavisualisatie van vier weken aan te bieden, die een goede introductie vormt op verschillende IT-softwareprogramma’s. Daarnaast worden studenten zich hierdoor meer bewust van datgene wat zij produceren, zowel inhoudelijk als wat boodschap betreft. Tijdens de interviews die zij met alumni en studenten hield, beschouwde de commissie de volgende uitspraken als zeer inspirerend en positief: - Tijdens de living lab-periode (zes maanden in het tweede jaar van MADE) heb ik een netwerk aan stakeholders kunnen opbouwen en veel geleerd over teamwork, fondsenwerving en samenwerken met professionals. Ik beschouw het als mijn eerste werkervaring (Marijke Rommelse, eerste cohort studenten).
- De opleiding MADE wordt echt aangedreven door de studenten: je kunt alles doen, maar je moet wel proactief zijn. AMS steunt je bij alles en er was een sterk gevoel van saamhorigheid. Ik heb nog steeds contact met mijn medestudenten (Maartje, cohort 2019-2020). - Promovendus Nikolaus Houben uit Oostenrijk werd door een commissielid gevraagd of de masteropleiding MADE “een brug of een verstoring binnen zijn opleiding” was. Hij antwoordde dat het een brug was. Hij was al afgestudeerd in de civiele techniek, maar had het gevoel dat zijn opleiding niet genoeg op de toekomst was gericht. Hij wilde actiever worden op het gebied van duurzaamheid, en tijdens zijn tijd aan het AMS Institute verschoof zijn aandacht naar energie; op dit laatste gebied doet hij nu onderzoek als promovendus. Het AMS Institute heeft in het buitenland een uitstekende reputatie en vertegenwoordigt de oprichtende instellingen (Wageningen UR, TU Delft en MIT), voegde hij daaraan toe. Na de gesprekken met de alumni was de commissie geïnteresseerd in meer informatie over waar alumni
16
van het AMS Institute een baan vinden. Een analyse van de 75 afgestudeerde MADE-studenten leverde de volgende resultaten op: -38 voormalige studenten werken in Amsterdam; - 7 werken in Den Haag; - 6 wonen in het buitenland; - over 5 is niets bekend - en de rest (19) werkt verspreid over heel Nederland. Dat betekent dat iets meer dan 50% tot nu toe in Amsterdam is gebleven. Onderzoek en innovatie AMS beschouwt het onderzoek dat wordt uitgevoerd als van excellente kwaliteit. Het AMS Institute voert zelf geen (peer-reviewed) evaluatie uit. De betrokken hoofdonderzoekers, met name die afkomstig van de wetenschappelijke kernpartners (TUD/Wageningen UR/MIT), hebben een excellente staat van dienst binnen hun vakgebied en zijn allen nauw verbonden aan hun eigen instelling, waar formele onderzoeksevaluaties worden gehouden waarbij hun werk aan het AMS Institute wordt meegenomen. Daarnaast worden er steeds meer projecten gesubsidieerd door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), wat gezien het strenge selectieproces een teken is van excellente kwaliteit.
Het AMS Institute hanteert nog andere criteria voor de selectie van projecten: 1) Wordt er een stedelijke uitdaging aangepakt? 2) Wat is de potentiële impact voor de stad? Verder wordt er gestreefd naar synergie met andere projecten en het voorkomen van overlapping én wordt er beoordeeld hoe eerder onderzoek een vervolg kan krijgen binnen het streven naar continuïteit. Het AMS Institute biedt ook steun bij het schrijven van onderzoeksvoorstellen. Ondanks de nadruk op valorisatie en de implementatie van ontwikkelde kennis – die sterker is dan bij traditionele universiteiten – mag het AMS Institute niet worden verward met een hogeschool. De commissie vindt het belangrijk dat zowel het AMS Institute zelf als de oprichtende instellingen de sterke kanten van het AMS Institute om hun eigen kwaliteiten op waarde schatten. De afgelopen jaren heeft het AMS Institute een grote stap gezet door een community van onderzoekers op te zetten.
Na de aanbeveling van de tussentijdse beoordelingscommissie om meer lokaal onderzoek aan het AMS Institute te laten plaatsvinden, en de aanbeveling om studenten en onderzoekers als ‘ambassadeurs’ van AMS te laten fungeren, besloot zowel Wageningen UR als de TU Delft om extra onderzoeksaanstellingen voor het AMS Insitute te financieren (waarvan uitgaand van 1 fte minimaal drie dagen per week moeten worden gespendeerd aan het AMS Institute en/of in Amsterdam). De onderzoekerscommunity bestaat nu uit 20 à 25 personen die elke twee weken bijeenkomen om de voortgang van projecten te bespreken en op zoek te gaan naar synergie. Onlangs hebben zij drie projecten gevonden waar ze gezamenlijk aan kunnen werken. De interactie met studenten, programmaontwikkelaars, medewerkers en externe stakeholders geeft hen echt het gevoel bij een community te horen. Meerdere geïnterviewden gaven aan het ecosysteem als heel bijzonder en ondersteunend te ervaren. Dat riep bij de commissieleden de vraag op in welke mate het AMS Institute de aantallen zou moeten opschalen. Aan de ene kant is maximale impact wenselijk, maar daar staat tegenover dat het AMS Institute zijn maximale potentieel mogelijk al bijna heeft bereikt. Het aantal medewerkers en hoofdonderzoekers dat richting en begeleiding kan geven wordt beperkt door het aantal lopende projecten.
Het AMS Institute hecht oprecht veel waarde aan zijn studenten en is van mening dat er momenteel een goede balans is tussen het aantal studenten en het aantal medewerkers. De commissie merkte op dat de gemeenschapszin en de nadruk op begeleiding van studenten zeer sterke kanten van het instituut zijn, die moeten worden behouden en gestimuleerd. Programmaontwikkeling Ongeveer acht fte’s (tien personen) werken aan programmaontwikkeling, en nog eens tien personen werken in andere functies (bijv. projectmanagement, living labs) die eveneens een bijdrage leveren aan de programmaontwikkeling. Binnen de zes kerndomeinen zijn programmaontwikkelaars met een scala aan achtergronden op het gebied van wetenschap, consultancy, management en architectuur bezig met het managen van lopende projecten, het initiëren van nieuwe projecten en het creëren van synergie daartussen. Ze hanteren een methodologie voor het vinden van de juiste mensen en stakeholders om hun ideeën om te zetten in impact voor de stad. De taak van een programmaontwikkelaar is bijzonder uitdagend: zij laveren en functioneren tussen de wetenschappers, de stad en de particuliere sector. Alle betrokkenen hebben hun eigen doel, hun eigen belangen, ritme en manier van communiceren. Een
17
programmaontwikkelaar krijgt te maken met politiek en uiteenlopende tijdsbestekken en dient verwachtingen op elkaar af te stemmen. De commissie vroeg wat voor strategieën de programmaontwikkelaars gebruiken om de overlap tussen de diverse belangen te maximaliseren. Thijs Turel antwoordde dat het een kwestie was van het ecosysteem zodanig managen dat iedereen weet waar ze mee bezig zijn en waar ze naartoe werken. Joke voegde daaraan toe dat je grenzen kunt overbruggen als je relaties opbouwt op basis van vertrouwen. Het is belangrijk om met verschillende doelgroepen op verschillende manieren te communiceren, als het ware als een vertaler. Eén commissielid vroeg of het er daadwerkelijk om ging om opleidingen verder te ontwikkelen, of dat de taak is volbracht zodra een project wordt afgerond. De programmaontwikkelaars proberen “de kennis levend te houden”. Nieuwe projecten kunnen voortbouwen op bestaande kennis, terwijl het AMS Institute tegelijk bijdraagt aan een bredere kennisbasis voor beleidsvorming. Er werd eveneens benadrukt dat programmaontwikkelaars bijdragen aan aanbestedingsprocedures, wat de gemeente naar eigen zeggen zeer nuttig vindt. Het AMS Institute heeft een nieuwe manier ontwikkeld om met traditionele hulpmiddelen in een landschap te werken.
Het lijkt erop dat op het AMS Institute het traditionele onderscheid tussen ondersteunend en wetenschappelijk personeel vervaagt en uiteindelijk niet zo belangrijk is. De programmaontwikkelaars leveren een bijdrage door processen te faciliteren én via hun banden met de gemeente, maar ook door inhoudelijke bijdragen te leveren. De commissie was al met al erg onder de indruk van hun vermogen om van rol te wisselen, naast de reikwijdte en diepgang van het werk dat de programmaontwikkelaars doen. Ondernemerschap In 2019 kwam de tussentijdse evaluatiecommissie tot de conclusie dat de meeste onderzoekers en studenten niet gefocust waren op ondernemerschap. Daar kwam nog bij dat – omdat de meeste projecten van het AMS Institute gericht zijn op het algemeen belang – de time-to-market mogelijk langer is dan bij innovatie die puur op de particuliere sector is gericht. Sinds de tussentijdse beoordeling in 2019 is er op dit gebied op het AMS Institute significante voortgang geboekt. Het aantal actieve startups groeit snel, zoals in onderstaande figuur hieronder is te zien. 30
Figuur: aantal actieve startups
Met een zeer beperkte capaciteit begeleidt en assisteert het AMS Institute studenten en onderzoekers bij verschillende programma’s om ideeën verder te brengen. Het bestaande Climate Launch Pad en het EIT Urban Mobility Accelerator-programma zijn inmiddels uitgebreid met het AMS Startup Boosterprogramma, dat in 2018 voor het eerst werd georganiseerd. De AMS Startup Booster is een programma voor de ontwikkeling en validering van commerciële ideeën dat door het AMS Institute wordt georganiseerd en bedoeld is om aankomende ondernemers te helpen hun geesteskinderen om te zetten in een onderneming. Het programma wordt twee maal per jaar aangeboden en staat open voor iedereen binnen MADE. Van de ondernemers wordt verwacht dat zij een startup op het gebied van stedelijke technologie opzetten die erop gericht is impact te genereren. De Startup Booster duurt drie maanden en werkt het meest effectief als alle teams zich volledig inzetten. Vandaar dat tijdens de genoemde periode
18
voor elke deelnemer een minimumvereiste van zestien uur per week deelname geldt. Studenten en onderzoekers krijgen coaching, masterclasses en workshops, doorlopende begeleiding door deskundigen uit het bedrijfsleven, promotie & zichtbaarheid, toegang tot een 'makerspace', een eigen kantoor/werkruimte en beschikking over een groot ecosysteem met wetenschappers, gemeentefunctionarissen en zowel particuliere organisaties als overheidsinstanties. Daarnaast worden ze gesteund bij de fondsenwerving en het in contact komen met YES!Delft, Startup in Residence (Amsterdam) en andere incubatorprogramma’s. Het AMS Startup Booster-programma heeft al enkele veelbelovende startups opgeleverd. De commissie was onder de indruk van de verhalen van City Analytics en geoFluxus. geoFluxus is een voorbeeld van een spin-off van het AMS Institute. Het bedrijf heeft een tool ontwikkeld voor het in kaart brengen van afvalstromen, zodat inzichtelijk wordt hoe materialen zich door de stad verplaatsen. De gemeente Amsterdam was bijzonder geïnteresseerd. geoFluxus gebruikt algoritmes om dertien datasets te analyseren. Het is een platform dat de gemeente bruikbare informatie verschaft over waar afval wordt geproduceerd. De startup is oorspronkelijk begonnen met slechts twee personen, maar heeft twee jaar later negen mensen in dienst en is actief in verschillende Europese steden.
City Analytics begon in Delft als een onderzoeksprogramma van zes jaar, maar kwam pas echt tot bloei aan het AMS Institute. Het is een systeem voor ‘crowd monitoring’, waarbij sensoren zijn geïntegreerd met open data en analyse van sociale media. Dat is met name interessant voor de evenementensector. Binnen twee jaar aan het AMS Institute werd City Analytics gevraagd om pilots uit te voeren in Barcelona en Milaan. Volgens de CEO, met wie de commissie sprak, is de steun vanuit het AMS Institute bijzonder nuttig geweest. De AMS Startup Booster heeft geholpen in de eerste vier maanden waarin de startup actief was een marktrijp product te creëren. Dankzij de ontvangen financiering was het makkelijker om een rechtspersoon op te zetten. En, niet geheel onbelangrijk: het AMS Institute had een netwerk beschikbaar gesteld voor het geval er vragen naar boven kwamen.