7a. Zuidas-Verdi Noordzone IJsbaanpad_1_Bijlagen bij de Toelichting.pdf
Tekst van het document
Omschrijving Wegverkeerslawaai Lden Spoorweglawaai Lden # slaapgestoorden wegverkeerslawaai # slaapgestoorden spoorweglawaai % geluidsluwe gevels % gevels met hogere waarde % dove gevels
Waternet Noord 64 dB
Waternet Zuid
Meerpac
61 dB
61 dB
58 dB 36
57 dB 50
56 dB 75
7
14
22
6 40
9 75
6 87
54
16
7
Voor Infinity en Zuiderhof zijn de geluidbelastingen niet in beeld gebracht. De vergelijking valt hier wel goed te maken met Waternet Noord en Zuid en Meerparc. Het wegverkeerlawaai blijft zelfs met extra afschermende maatregelen aan de A10 een problematisch gegeven. Het aandeel dove gevels bij Waternet Noord daalt van 63% naar 54%, een beperkte afname. Bij Waternet Zuid is de afname aanmerkelijk groter: van 43% naar 16%. Ook bij Meerparc neemt dit van 24% dove gevels bij optie 4 en 20% bij optie 5 af tot 7% dove gevels bij optie 6. Ook neemt het aantal gehinderden als gevolg van spoorweglawaai in beperkte mate af. De overige uitkomsten zijn nagenoeg gelijk.
6.1.3
Effectbeoordeling Wegverkeer- en spoorweglawaai De mogelijkheden om de A10 af te schermen moet niet onderschat worden. Het akoestisch klimaat is zonder enige afschermende maatregelen veelal niet ideaal voor bewoning, zeker niet dicht langs de A10. Programma-alternatief 1 voorziet niet in de maximaal mogelijke bebouwing. Daardoor is het mogelijk dat niet alle bebouwing die voor een afschermende werking en daardoor een stiller geluidklimaat daarachter gerealiseerd wordt. Dit betekent dat er niet het meest ideale akoestische klimaat wordt gerealiseerd. Hierdoor scoren varianten 1A en 1B negatief (-). Programma-alternatief 2 gaat wel uit van het maximaal ontwikkelen van alle bouwvlakken, inclusief de gebouwen met een mogelijk afschermende werking. Hierdoor verbetert het akoestisch klimaat achter deze gebouwen wel en neemt het aandeel benodigde dove gevels en gevels waar
Blad 57 van 128
Milieueffectrapport Verdi Zuidas - Amsterdam projectnummer 433729 2 september 2019 Gemeente Amsterdam - Zuidas
een hogere waarde voor moet worden aangevraagd af. Varianten 2A en 2B scoren hierom minder negatief dan varianten 1A en 1B, namelijk licht negatief (0/-). Luchtvaartlawaai Met de autonome groei van Schiphol wordt het aannemelijk dat er een toename wordt gezien in het aantal vluchten, zowel overdag als gedurende de nacht. Dit betekent dat de geluidhinder als gevolg van Schiphol zal toenemen. Woningbouw is echter toegestaan in Verdi en zal door het treffen van bouwkundige maatregelen geen negatief effect ondervinden van het luchtvaartlawaai. Hierdoor wordt luchtvaartlawaai neutraal (0) beoordeeld. Industrielawaai Verdi grenst deels aan de Schinkel. Aan de overzijde van de Schinkel ligt het bedrijventerrein Schinkelhaven dat een gezoneerd industrieterrein is met bijbehorende contouren. Aan de rand van deze contouren wordt een maximale geluidbelasting als gevolg van het industrieterrein van 50 dB(A) gehanteerd. Daarbuiten is een hogere geluidbelasting niet toegestaan. Verdi heeft echter zelf geen invloed op deze contouren. Omdat Verdi geen hinder van het industrieterrein heeft en ook geen invloed daarop heeft, en de geluidcontour niet redelijkerwijs zal worden uitgebreid, scoren alle beschouwde varianten neutraal (0) hierop.
Slaapverstoring Op basis van de hiervoor gepresenteerde cijfers met betrekking tot slaapverstoring, valt op dat bij de realistische programma-omvangen (varianten 1A en 1B) er wel slaapgestoorden bij komen, maar dat dit in absolute aantallen beperkt is. Ook tussen de gepresenteerde stedenbouwkundige opties is geen verschil te duiden in het aantal slaapgestoorden. Bij de grotere programmavarianten (2A en 2B) neemt wel per stedenbouwkundige optie het aantal slaapgestoorden af ten opzichte van het aantal slaapgestoorden in de situaties zonder extra geluidbeperkende maatregelen. Hierdoor scoren de varianten 1A en 1B neutraal (0) en de varianten 2A en 2B licht positief (0/+). Deze score is vooral in relatie tot de varianten relevant, want opgemerkt moet worden dat er hoe dan ook een lichte toename in het aantal slaapgestoorden is. Tabel 6.10: Effectbeoordeling geluid.
Milieuaspect Geluid
6.1.4
Criterium Wegverkeer- en spoorweglawaai Luchtvaartlawaai Industrielawaai Slaapverstoring
1A
1B
2A
2B
-
-
0/-
0/-
0 0 0
0 0 0
0 0 0/+
0 0 0/+
Mitigatie/compensatie De autonome groei van verkeer en luchtvaart betekent dat er ook na 2030, richting 2040, mogelijk een toename van geluid is. Om de geluidbelasting op de nieuwe woningen te verlagen of beperkt te houden, zijn er diverse mitigerende maatregelen mogelijk. Deze worden hieronder kort toegelicht. Geluidschermen Hoewel geluidschermen zeer effectief kunnen zijn om de geluidbelasting terug te dringen, is het in binnenstedelijk gebied zeer moeilijk en onwenselijk om dergelijke schermen in te plaatsen, onder
Blad 58 van 128
Milieueffectrapport Verdi Zuidas - Amsterdam projectnummer 433729 2 september 2019 Gemeente Amsterdam - Zuidas
andere vanwege openbare orde- en stedenbouwkundige aspecten. Dergelijke maatregelen worden dan ook niet aanbevolen. Stil asfalt Om de geluidbelasting bij de bron aan te pakken, wordt vaak geluidreducerend asfalt toegepast. In het plangebied is dit echter lastig te realiseren. Dit komt door de diverse kruisingen waar sprake is van zogenaamd ‘wringend’ verkeer. Dit betekent dat er veel optrekkende en afremmende bewegingen zijn en de snelheid over het algemeen laag is. Hier is geluidreducerend asfalt veel minder effectief en daarmee niet kosteneffectief. Geluidluwe plekken realiseren De realisatie van nieuwe gebouwen heeft een groot effect op de geluidbelasting in een specifiek deelgebied. Zo zorgt de stedenbouwkundige vormgeving voor meer geluidsluwe plekken dan in de referentiesituatie. Door hier bij de realisatie expliciet aandacht voor te vragen, bijvoorbeeld door dit als aandachtspunt mee te geven bij de architectonische uitwerking, kunnen meer van dergelijke plekken ontstaan. Voorkomen/beperken geluidsweerkaatsing van gebouwen In bebouwde gebieden kan door het toepassen van geluidsabsorberende materialen een sterke weerkaatsing van het geluid voorkomen worden. Door een gevel waar dit van toepassing op kan zijn uit te voeren met dempend materiaal, of niet te vlak of schuin hellen naar boven toe, wordt het geluid respectievelijk gedempt, verstrooid of naar boven weerkaatst.
\Fasering In de situatie dat afschermde bebouwing nog niet is gerealiseerd, zal de geluidbelasting op de dan nog eerstelijnsbebouwing hoger zijn dan gewenst. Het vastleggen van een gefaseerde realisatie van de gebouwen die een afschermde werking hebben kan daarom als optimaliserende maatregel worden toegepast. Groenstructuren als effectief middel om geluid te verstrooien Bomen en beplanting kunnen windsnelheden reduceren en op die manier de geluidoverlast op afstand door de wind helpen voorkomen. Ook zorgen bomen en beplanting voor een lichte verstrooiing van het geluid.
6.1.5
Optimalisatie geluid In deze paragraaf worden enkele optimalisatiemogelijkheden nader onderzocht. Ook hier is het akoestisch onderzoek nader op ingegaan. Er wordt een effectbeoordeling gedaan om inzichtelijk te maken in hoeverre de optimalisatie een bijdrage aan het plan kan leveren. De financiële haalbaarheid van deze optimalisatiemogelijkheden wordt echter niet aangehaald aangezien daar geen definitieve uitspraken over gedaan kunnen worden. Het gaat in dezen om de maatregelen zoals in de tabel hieronder beschreven. Aspect Geluid
Optimalisatiemogelijkheid Stapeling sportfaciliteiten
Stapeling sportfaciliteiten Een mogelijkheid om het geluidklimaat te verbeteren is het stapelen van Sporthallen Zuid. Dit betekent dat er een extra geluidafschermende functie wordt toegevoegd waardoor het
Blad 59 van 128
Milieueffectrapport Verdi Zuidas - Amsterdam projectnummer 433729 2 september 2019 Gemeente Amsterdam - Zuidas
geluidklimaat achter het gebouw verbetert. De figuur hieronder laat de gebundelde sportfaciliteiten in de hoek linksonder zien. Hier is te zien dat het geluidniveau tegen de zuidgevel langs de A10 van de faciliteit tussen de 70-75 dB ligt, maar dat de geluidbelasting erachter drastisch minder is: tussen de 50-55 dB en op sommige punten zelfs daar nog onder.
Figuur 6.7: Geluidbelasting op de gevel gestapelde sportfaciliteit.
Beoordeling stapeling sportfaciliteit In de tabel hieronder is te zien hoe de stapeling van de sportfaciliteiten scoort ten opzichte van het planvoornemen van Verdi. De scores zijn van toepassing op zowel de varianten 1A en 1B, als op 2A en 2B en dus niet onderscheidend. Het effect is positief (+). Tabel 6.11: Effectbeoordeling optimaliserende maatregelen.
Optimalisatie Geluid
Criterium Stapeling sportfaciliteiten
Blad 60 van 128
Score +
Milieueffectrapport Verdi Zuidas - Amsterdam projectnummer 433729 2 september 2019 Gemeente Amsterdam - Zuidas
6.2
Luchtkwaliteit In deze paragraaf worden de effecten van de transformatie op de luchtkwaliteit in beeld gebracht. Ten grondslag hieraan ligt het luchtkwaliteitonderzoek dat uitgevoerd is door Royal Haskoning DHV.3
6.2.1
Beoordelingskader De luchtkwaliteit in Nederland staat onder spanning. De gemeente Amsterdam is voornemens de grootste hoeveelheden luchtvervuiling tegen te gaan door ervoor te zorgen dat de vervuilende stoffen drastisch verminderen. In dit MER wordt bekeken welke concentratie stikstofdioxide en fijnstof er als gevolg van het voornemen extra wordt uitgestoten en wat de milieueffecten hierdoor zijn. Tabel 6.12: Beoordelingscriteria luchtkwaliteit.
Milieuaspect Luchtkwaliteit
Criterium Concentratie fijnstof en stikstofdioxide
Methodiek Kwantitatief
Ten grondslag aan de toetsing en handhaving van een bepaalde luchtkwaliteit, ligt de Wet milieubeheer (Wm). In de Wet milieubeheer zijn grenswaarden gesteld voor zeven stoffen en richtwaarden voor vijf stoffen met betrekking tot de concentraties in de buitenlucht. In Nederland zijn NO2 en PM10 het meest kritisch. Daarnaast is per 1 januari 2015 ook voor zeer fijn stof (PM 2,5) een jaargemiddelde grenswaarde van kracht. In het algemeen geldt dat bij voldoen aan de normen voor deze stoffen, een overschrijding van de normen voor de overige stoffen redelijkerwijs kan worden uitgesloten. Deze grenswaarden vertegenwoordigen het niveau waaronder geen onacceptabele gezondheidseffecten of onaanvaardbare nadelige milieueffecten optreden als gevolg van de heersende concentraties aan luchtverontreiniging. Naast de wettelijk vastgelegde grenswaarden, zijn er ook streefwaarden vanuit de World Health Organization (WHO). De normen voor de stoffen NO2, PM10 en PM2,5 zijn opgenomen in de tabel hieronder. Tabel 6.13: Normen luchtverontreinigende stoffen.
Stof NO2 PM10 PM10
Norm Jaargemiddeld Jaargemiddeld Etmaalgrenswaarde
PM2,5
Jaargemiddeld
Grenswaarde 40 μg/m3 40 μg/m3 Maximaal 35 maal per jaar meer dan 50 μg/m3 25 μg/m3
WHO Streefwaarde 20 μg/m3 10 μg/m3
De transformatie van Verdi bevindt zich binnen 300 meter van een Rijksweg (A10). Binnen deze grens geldt er een onderzoeksplicht voor de realisatie van gevoelige bestemmingen, zoals onderwijsinstellingen, zorghuizen en kinderopvangen. Het doel is om de realisatie van deze gevoelige bestemmingen zoveel mogelijk te beperken in de nabijheid van een drukke weg. Nabij een drukke weg is de luchtkwaliteit immers aanzienlijk lager dan buiten deze grens van 300 meter. Een zoeklocatie voor dergelijke gevoelige objecten ligt nabij het IJsbaanpad in het noordelijke kwadrant. 3 Luchtkwaliteitonderzoek deelgebied Verdi, d.d. 7 juni 2019.
Blad 61 van 128
Milieueffectrapport Verdi Zuidas - Amsterdam projectnummer 433729 2 september 2019 Gemeente Amsterdam - Zuidas
6.2.2
Effectbeschrijving Op basis van de verkeersgeneratiecijfers zijn de twee programma-alternatieven doorgerekend. De berekende toename van het verkeer in Verdi is immers leidend voor het luchtkwaliteitonderzoek. Er is in het onderzoek een onderscheid gemaakt tussen de concentraties maatgevende stoffen in de huidige situatie, de referentiesituatie 2030, en voor de twee programma-alternatieven. Er wordt een totale bandbreedte weergegeven – de minimale concentratie en de piekconcentratie. De uitkomsten worden in de paragrafen hieronder uiteengezet. Zie voor het thema ‘stikstofdepositie’ paragraaf 6.7.2. Stikstofdioxide (NO2) In de tabel hieronder zijn de uitkomsten voor NO2 opgenomen. Tabel 6.14: Concentratie NO2.
Stof
Huidig
Referentie
NO2 μg/m3
25,6 – 37,6
11,9 – 24,3
Alternatief 1 t.o.v. referentie: + 0,5
Alternatief 2: t.o.v. referentie + 1,0
Wat opvalt is dat, ondanks de toename van verkeer in Verdi, de concentratie NO2 drastisch afneemt in de referentiesituatie ten opzichte van de huidige situatie. De belangrijkste oorzaak hiervoor is een verbeterde achtergrondconcentratie in algemene zin: auto’s worden schoner en zuiniger, en er gelden strengere emissienormen. Een ander bijkomend voordeel is dat een deel van de A10-Zuid ondertunneld is in 2030: de grootste concentraties NO2 zijn in de referentiesituatie namelijk te vinden aan de tunnelmonden en deze liggen op ruime afstand (500 meter) van Verdi. Vervolgens laat de tabel zien wat de maximale bijdrage van de twee programma-alternatieven is: maximaal 0,5 en 1,0 μg/m3 in respectievelijk het eerste en het tweede alternatief. De grootste toename wordt voorzien nabij het Burgerweeshuispad. Hier neemt het verkeer ook aanzienlijk toe (zie tabel 5.2) als gevolg van de verdichtingsopgave in het noordoostelijke kwadrant. De toename is met maximaal 1,0 μg/m3 overigens beperkt. De totale concentraties blijven in alle gevallen onder de jaargemiddelde grenswaarde van 40 μg/m3 en ook is er geen sprake van een overschrijding van de uurgemiddelde grenswaarde. Fijnstof (PM10) In de tabel hieronder zijn de uitkomsten voor PM10 opgenomen. Tabel 6.15: Concentratie PM10.
Stof
Huidig
Referentie
PM10 μg/m3
19,0 – 21,8
15,7 – 20,3
Alternatief 1 t.o.v. referentie: + 0,2
Alternatief 2: t.o.v. referentie + 0,4
Ondanks de toename van het verkeer in Verdi, neemt de maximale concentratie tussen de huidige situatie en de plansituatie in 2030 af. De maximale concentratie ligt in de huidige situatie op de Amstelveenseweg aan de rand van het plangebied, en in de toekomstige situatie wordt de maximale concentratie bij de tunnelmond van het Zuidasdok voorzien die op 500 meter ten oosten van het plangebied ligt. Dit is tevens de plek waar de WHO-norm van PM10 wordt overschreden (20,3 μg/m3). In het plangebied blijft de concentratie PM10 onder de WHO-norm.
Blad 62 van 128
Milieueffectrapport Verdi Zuidas - Amsterdam projectnummer 433729 2 september 2019 Gemeente Amsterdam - Zuidas
Vervolgens laat de tabel zien wat de maximale bijdrage van de twee programma-alternatieven is: maximaal 0,2 en 0,4 μg/m3 in respectievelijk het eerste en het tweede alternatief. De grootste toename wordt ook voor PM10 voorzien nabij het Burgerweeshuispad. Hier neemt het verkeer ook aanzienlijk toe (zie tabel 5.2) als gevolg van de verdichtingsopgave in het noordoostelijke kwadrant. De toename is met maximaal 0,4 μg/m3 overigens beperkt te noemen. De totale concentraties blijven in alle gevallen onder de jaargemiddelde grenswaarde van 40 μg/m3 en ook is er geen sprake van een overschrijding van de etmaalgemiddelde norm. Zeer fijnstof (PM2,5) In de tabel hieronder de uitkomsten voor PM2,5. Tabel 6.16: Concentratie PM2,5.
Stof
Huidig
Referentie
PM2,5 μg/m3
11,2 – 12,9
8,6 – 10,2
Alternatief 1 t.o.v. referentie: + 0,0
Alternatief 2: t.o.v. referentie + 0,1
Ondanks de toename van het verkeer in Verdi, neemt de maximale concentratie tussen de huidige situatie en de plansituatie in 2030 af. De maximale concentratie ligt in de huidige situatie op de Amstelveenseweg aan de rand van het plangebied, en in de toekomstige situatie wordt de maximale concentratie bij de tunnelmond van het Zuidasdok voorzien. De maximale bijdrage van het plan op PM2,5 is 0,0 of 0,1 μg/m3 afhankelijk van het programma-alternatief. Dit is een zeer beperkte bijdrage. De streefwaarde van de WHO wordt in de plansituatie op meerdere plekken overschreden. Echter, de luchtkwaliteit voldoet binnen het plangebied, inclusief de locaties waar de gevoelige bestemmingen zijn voorzien (langs het IJsbaanpad), aan de concentraties PM2,5 met maximaal 9,0 μg/m3 aan de WHO-waarde. De totale concentratie blijft in alle gevallen onder de jaargemiddelde grenswaarde van 25 μg/m3.
6.2.3
Effectbeoordeling Vooraf is gesteld dat de effecten beoordeeld worden voor vier varianten, zoals deze gedefinieerd zijn in paragraaf 4.2. De lichte toename van luchtverontreiniging heeft een directe relatie met de toename van het verkeer. Per programma-alternatief verschilt deze verkeerstoename, maar niet per variant. Dus de effecten van 1A zijn gelijk aan 1B, zoals de effecten van 2A gelijk zijn aan 2B. Ook is er sprake van een algehele tendens van een verbetering van de luchtkwaliteit als gevolg van de verbetering van de achtergrondconcentratie richting het jaar 2040. Er is een afname van de luchtverontreiniging berekend ten opzicht van de huidige situatie. Deze afname is niet het resultaat van de transformatie van Verdi, maar is het gevolg van een maatschappelijke trend. De transformatie van Verdi laat wel een beperkte toename van luchtverontreiniging op de maatgevende stoffen zien. Dit ligt tussen de 0,5 en 1,0 μg/m3 voor NO2, tussen de 0,2 en 0,4 μg/m3 voor PM10, en tussen de 0,0 en 0,1 voor PM2,5. Ondanks deze toename, blijven de waarden wel onder de juridisch bindende waarden en wordt incidenteel lokaal de WHOstreefwaarde overschreden.
Gezien dit beperkte effect, wordt de luchtkwaliteit als gevolg van de transformatie van Verdi neutraal (0) beoordeeld voor de realistische varianten (1A en 1B) en lichtnegatief (0/-) voor de varianten met het maximale programma-alternatief (2A en 2B).
Blad 63 van 128
Milieueffectrapport Verdi Zuidas - Amsterdam projectnummer 433729 2 september 2019 Gemeente Amsterdam - Zuidas
Tabel 6.17: Effectbeoordeling luchtkwaliteit.
Milieuaspect Luchtkwaliteit
6.2.4
Criterium Concentratie fijnstof en stikstofdioxide
1A
1B 0
2A 0
2B 0/-
0/-
Mitigatie/compensatie Er wordt ter plaatse van de gebieden waar grenswaarden van toepassing zijn voldaan aan wettelijke grenswaarden vanuit de Wet milieubeheer. Er is dus geen juridische aanleiding om mitigerende en/of compenserende maatregelen te treffen voor het milieuaspect luchtkwaliteit. De precieze situering van de bebouwing kan echter een effect hebben op de luchtkwaliteit. Ook kunnen er aan het gebouw zelf maatregelen getroffen worden om eventuele negatieve effecten te beperken, zoals het aanbrengen van luchtfilters.
Blad 64 van 128
Milieueffectrapport Verdi Zuidas - Amsterdam projectnummer 433729 2 september 2019 Gemeente Amsterdam - Zuidas
6.3
Gezondheid
6.3.1
Beoordelingskader Het thema ‘gezondheid’ omvat de aspecten, die de fysieke gezondheid van mensen in het gebied en omgeving bepaalt en/of bevordert. Het gaat daarbij om gezondheidsbescherming (concentraties luchtverontreinigende stoffen en de hoogte van geluid door wegverkeer en industrie), maar ook over de mogelijkheden en maatregelen die gebruikers in het gebied bevorderen (zelf) te bewegen in het gebied. Ten grondslag hieraan ligt gezondheidsbeleid van de gemeente Amsterdam en enkele adviezen van de GGD 4. In dit MER wordt er op de onderstaande criteria getoetst. Tabel 6.18: Beoordelingscriteria gezondheid.
Milieuaspect Gezondheid
Criterium Gezondheidsbescherming Gezondheidsbevordering
Methodiek Kwalitatief Kwalitatief
Gezondheidsbescherming heeft te maken met de externe werking van fenomenen buiten bewoners en gebruikers om. Zij kunnen hier zelf niet actief op aansturen. Het gaat hierbij om zaken als geluidhinder (zie paragraaf 6.1) en luchtverontreiniging (zie paragraaf 6.2). Andere belangrijke thema’s die onder gezondheidsbescherming vallen zijn hittestress, stralingshinder en lichthinder. Onderdelen waar bewoners en gebruikers wel zelf een invloed op kunnen uitoefenen (veelal te relateren aan lifestyle) vallen onder de gezondheidsbevordering. Hierbij gaat het om mogelijkheden tot beweging, mate van roken en faciliteiten die een ongezonde lifestyle promoten (zoals slijterijen, snackbars, e.d.). Tabel 6.19: Nadere beoordelingscriteria gezondheid.
Milieuaspect Gezondheidsbescherming
Gezondheidsbevordering
6.3.2
Criterium Hittestress Stralingshinder Lichthinder Sport en bewegen Lifestyle
Methodiek Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief
Effectbeschrijving Gezondheidsbescherming Hittestress Het klimaat verandert en de temperatuur neemt wereldwijd toe. Vooral in de steden, waar luchtverontreiniging en de stenige omgeving veel warmte vasthouden, is dit verschijnsel goed waar te nemen. In stedelijke milieus treedt hierom in toenemende mate hittestress op. Hittestress heeft een negatieve impact op de gezondheid. Vooral jonge kinderen, ouderen en (huis)dieren hebben op hete dagen moeite om in een dergelijk hitte-eiland verkoeling te vinden. De figuur hieronder toont het plangebied van Verdi en de potentiële locaties waar hittestress op kan treden en hoe de temperatuur daar verschilt van de feitelijke temperatuur. Wat opvalt is dat de Nieuwe Meer een verkoelende werking op het gebied heeft. Met name het zuidwestelijke kwadrant profiteert
4 Advies GGD voor Verdibuurt, d.d. 30 april 2019.
Blad 65 van 128
Milieueffectrapport Verdi Zuidas - Amsterdam projectnummer 433729 2 september 2019 Gemeente Amsterdam - Zuidas
hiervan. Het oostelijk deel van het plangebied is beduidend warmer: hier ligt immers de Amstelveenseweg en er staan kantoorgebouwen en andere functies. Figuur 6.8: Hittestresskaart van Verdi.
Een verdere verdichting van Verdi betekent in principe dat warmte minder goed kan ontsnappen op hete dagen en de hittestress verder toeneemt. Het is noodzakelijk hier vooraf rekenschap aan te geven en maatregelen te treffen om dit te voorkomen. Doordat in de realistische varianten al is opgenomen dat de verdichting vergroend dient te worden, houdt de bebouwing niet zoveel hitte vast als dat het in de huidige situatie doet. Groen heeft immers een verkoelend effect, evenals de aanwezigheid van (open) water. Stralingshinder Elektromagnetische straling wordt geregeld in verband gebracht met gezondheidsklachten. Het RIVM heeft hier geen sluitend antwoord en verklaring voor, maar stipt dit wel aan als aandachtspunt voor ontwikkelingen in de nabijheid van deze stralingsbronnen. Hier worden twee typen kunstmatige bronnen van elektromagnetische velden benoemd: als bijproduct van het opwekken, transporteren en gebruiken van elektriciteit, zoals een hoog- of middenspanningskabel; of als informatieverzender, zoals telefoon- en communicatiemasten. De gezondheidseffecten hangen af van de sterkte van de elektromagnetische stralen. Ook hier zijn regels voor opgesteld. Voor Verdi zijn er geen relevante stralingsbronnen aanwezig. Wel zijn er, zoals te zien op de figuur hieronder, enkele zendmasten (GSM en UMTS) aanwezig. Deze hebben echter geen bewezen negatieve impact op de volksgezondheid.
Figuur 6.9: GSM- en UMTS-masten in Verdi.
Blad 66 van 128
Milieueffectrapport Verdi Zuidas - Amsterdam projectnummer 433729 2 september 2019 Gemeente Amsterdam - Zuidas
Lichthinder Nachtelijke verlichting maakt het mogelijk dat mensen langer actief kunnen zijn, denk aan sporten of uitgaan. Daarnaast draagt het bij aan het gevoel van verkeersveiligheid en sociale veiligheid. Ook de economie draait in de nachtelijke uren verder door verlichting, zoals transport, kassen en reclame. Maar nachtelijke verlichting heeft ook een keerzijde. Doordat er veel constante nachtelijke verlichting aanwezig is, met name in een stad waar veel activiteiten continu zijn, zijn veel gebieden (indirect) constant verlicht. Slaap en donkerte is een essentieel onderdeel van het biologische ritme van mens en dier. Wanneer er constant teveel licht aanwezig is, heeft het lichaam moeite in de rust- en slaapstand te geraken. Dit heeft een negatief effect op de slaapperiode die benodigd is om volledig uit te rusten. Wanneer er sprake is van ongemak als gevolg van overbelichting, spreekt men van lichthinder. In bestaande stedelijke gebieden is er op veel plekken constant verlichting. Dit komt doordat snelwegen constant verlicht worden, er is straatverlichting langs straten en fietsroutes, bedrijven hebben de verlichting aanstaan om criminaliteit te weren, kassen hebben constante verlichting om de gewassen sneller te laten groeien.
Lichthinder kan in kaart gebracht worden door iets te zeggen over de hemelhelderheid uitgedrukt in mcd/m² en het aantal zichtbare sterren onder een hoek van 45 graden vanaf een specifieke locatie5. Voor een donker buitengebied (zoals de Veluwe of het Waddengebied) geldt dat de hemelhelderheid niet meer 0,2 mcd/m² bedraagt – hoe lager, hoe beter dus. Zoals te zien op de figuur hieronder is dat voor Verdi 6,5 tot 7,0 mcd/m², ongeveer één van de hoogste waarden voor Amsterdam. Redenen hiervoor zijn de aanwezigheid van de sportvelden, de Zuidas en de infrastructuurbundel.
Figuur 6.10: Hemelhelderheid uitgedrukt in mcd/m². Plangebied in het rood. 5 Lichtvervuiling boven Amsterdam, KEMA, d.d. 2011.
Blad 67 van 128
Milieueffectrapport Verdi Zuidas - Amsterdam projectnummer 433729 2 september 2019 Gemeente Amsterdam - Zuidas
De andere maatstaaf is het aantal zichtbare sterren aan de hemel. Voor een buitengebied (zoals de Veluwe of het Waddengebied) geldt dat er onder een hoek van 45 graden ongeveer 1.200 zichtbare sterren aan de hemel staan, en bij vrij zicht tot de horizon zelfs 4.500. In Amsterdam is vrij zicht tot de horizon nagenoeg nergens aanwezig. Onder een hoek van 45 graden zijn er dan zo zeventig sterren zichtbaar in Verdi. Ook hierbij geldt dat dit komt door de aanwezigheid van sportvelden, bebouwing en de infrastructuurbundel. De figuur hieronder toont het aantal zichtbare sterren in Verdi en de rest van Amsterdam.
Figuur 6.11: Aantal zichtbare sterren. Plangebied in het rood.
Het plan voorziet niet in het wegnemen van de lichtbronnen. Bovendien zijn de meest prominente lichtbronnen – de sportvelden en de infrastructuurbundel – een gegeven bij de transformatie van Verdi. Het verschil tussen de varianten zit in dat bij programma-alternatief 1 er minder potentieel lichtgehinderden zijn, terwijl er programma-alternatief 2 juist meer zijn. Gezondheidsbevordering Sport en bewegen Sporten en bewegingsactiviteiten zijn belangrijke gezondheidsbevorderende bezigheden. Voor Verdi geldt dat sporten en bewegen centraal in het gebied staan. In de huidige situatie bevinden zich er al vele sportfaciliteiten. In de noordelijke kwadranten van Verdi bevinden zich het Frans Ottenstadion, Sporthallen Zuid, tennisvelden, een atletiekbaan en de voetbalvelden van ASV
Blad 68 van 128
Milieueffectrapport Verdi Zuidas - Amsterdam projectnummer 433729 2 september 2019 Gemeente Amsterdam - Zuidas
Arsenal. In de zuidelijke kwadranten ligt de focus op watersporten. Dit zijn echter sociale sportactiviteiten waarbij men doorgaans een lidmaatschap nodig heeft om gebruik te kunnen maken van deze faciliteiten. In de Structuurvisie 2040 en in het geformuleerde beleid van De Bewegende Stad wordt een aanzet gegeven voor het realiseren van een sociaal inclusieve sportas: een route dwars door Verdi heen, parallel aan de museumtramlijn, waar men kan hardlopen, een rondje wandelen, fietsen, en dergelijke. Maar ook het realiseren van voldoende speelvoorzieningen voor kinderen en ruim baan voor fietser en voetganger zijn hierbij van belang. In de huidige situatie is deze sociaal inclusieve sportas in beperkte mate aanwezig (men kan reeds hardlopen, fietsen wandelen en er zijn urban sport op de sportas). Het is de bedoeling dat deze route verbeterd wordt. Bij de realistische varianten 1A en 2A geldt dat de ontwikkeling van de sportas een randvoorwaarde is voor de transformatie van Verdi. De as ligt er al, deze behoeft enkel heringericht te worden om het aantrekkelijk te maken voor sporters om daar hun rondes te lopen of fietsen. De route loopt parallel aan de museumtramlijn en gaat over dezelfde route als het fietspad tussen het Haarlemmermeerstation enerzijds en Amstelveen anderzijds.
De route is wel verlicht, maar door het gebrek aan verkeersstromen kan de route momenteel als sociaal onveilig worden aangemerkt. Het planvoornemen voorziet in het verbeteren en optimaliseren van deze route. Bij de maximale varianten 2A en 2B wordt niet alleen de sportas ontwikkeld, maar ook wordt er ingezet op de verbetering van het gehele ‘rondje Nieuwe Meer’. Dit is een sportroute waarbij de route een groot deel door de Nieuwe Meer loopt. Hiervoor zijn enkele aanpassingen in het natuurgebied nodig, zoals bruggetjes en efficiëntere routes. Het opwaarderen van dit rondje betekent ook dat er een goede sportverbinding komt tussen het Olympisch Stadion in de stad en de Bosbaan (roeibaan) in het Amsterdamse Bos. Hiernaast wordt ingezet op het toevoegen van urban sports, sporttoestellen en speelaanleidingen in de openbare ruimte. Ten slotte wordt bij de maximale varianten ingezet op het verbeteren en het leveren van een kwaliteitsimpuls aan de ecologische waarden en routes, om zo de sportroutes aantrekkelijker en veiliger te maken. Lifestyle De levensstijl van mensen is een thema waar men in principe zelf de verantwoording voor draagt. Dit beslaat voor een groot deel een persoonlijk vlak waar de gemeente niet op wil (en vaak niet kan) ingrijpen, maar wel over kan voorlichten.
Voorlichting is vooral relevant voor jongeren en jongvolwassenen, omdat zij nog eenvoudiger gedragsaanpassingen kunnen doorgaan. Voor de lifestyle-paragraaf wordt gebruik gemaakt van het advies van de GGD, en er wordt ingegaan op voeding, roken en genotsmiddelen. Voeding en bewegen hebben een directe relatie met elkaar. Onvoldoende gezond eten en onvoldoende beweging zorgt voor overgewicht. Om overgewicht te bestrijden heeft de gemeente in samenwerking met de GGD het programma Amsterdamse Aanpak Gezond Gewicht (AAGG) ingesteld. Er zijn enkele (ruimtelijke) ingrepen mogelijk die gezond gewicht stimuleren en het consumeren van ongezond voedsel beperken. Gezond gewicht wordt uiteraard gestimuleerd door bewegen en sport aantrekkelijk te maken: voldoende fiets- en wandelroutes, sportfaciliteiten in de buurt en speeltoestellen voor kinderen. Om overgewicht bij de kern aan te pakken, wordt er gepleit voor het verbieden van reclame-uitingen geënt op kinderen, en een verbod van ongezonde voedingsmiddelen op en rondom scholen. Er kan bijvoorbeeld actief worden ingezet op het weerhouden van snackbarvestigingen nabij scholen. Andere maatregelen om gezond te
Blad 69 van 128
Milieueffectrapport Verdi Zuidas - Amsterdam projectnummer 433729 2 september 2019 Gemeente Amsterdam - Zuidas
bevorderen zijn het plaatsen van voldoende watertappunten, en het realiseren van voldoende sociale moestuinen en andere community gardens. Roken is een blijvende veroorzaker van ziekten. De afgelopen decennia is hard gewerkt om werkplekken en semi-openbare plekken volledig rookvrij te krijgen. Langzaamaan begint ook de tendens te ontstaan dat men de openbare ruimte rookvrij wil krijgen. Zo zijn gemeenten in Nederland (bijv. Groningen, Rotterdam en Utrecht) aan het experimenteren met het rookvrij maken van de openbare ruimte rondom scholen en ziekenhuizen. Het Amsterdams Tabaksontmoedingingsbeleid streeft hier ook naar. Concreet voor Verdi betekent dit dat actief ingezet moet worden op het rookvrij maken van speelplaatsen, schoolpleinen, sportvelden en andere gebieden waar veel mensen op de been zijn. Ook het stoken van hout voor houtkachels zou men kunnen verbieden. Bij toeristen staat Amsterdam bekend om de relatief eenvoudige wijze van het verkrijgen van genotsmiddelen, zoals softdrugs en alcohol. In Verdi zijn momenteel geen slijterijen of coffeeshops aanwezig waar deze genotsmiddelen vrij te verkrijgen zijn. Om de consumptie en verkoop van genotsmiddelen te beperken, zou er actief gestuurd kunnen worden op het weren van coffeeshops in Verdi. Een slijterij is lastiger te weren, daar alcohol ook vrijelijk te verkrijgen is in de supermarkt.
6.3.3
Effectbeoordeling In deze paragraaf worden de effecten van het planvoornemen beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie. Aangezien ‘gezondheid’ uit twee thema’s bestaat (bescherming en bevordering) worden deze ook separaat gescoord. Gezondheidsbescherming Hittestress In het zuidwestelijke kwadrant van Verdi is geen sprake van overlast als gevolg van hittestress. Dit deel van het plangebied profiteert van de aanwezigheid van de Nieuwe Meer. Richting de binnenstad neemt de temperatuur echter toe. Met de realistische varianten (1A en 2A) wordt al geborgd dat de beoogde verdichting en reeds bestaande bebouwing door ontwikkeling vergroend wordt. Hiermee wordt getracht de toenemende hitte als gevolg van verstening tegen te gaan. Omdat de situatie verbetert ten opzichte van de referentiesituatie, scoort hittestress voor de realistische varianten als positief (+). In de maximale varianten (1B en 2B) is ook opgenomen dat bepaalde (langzaam verkeer) routes en onderdelen van Verdi verder worden vergroend. Dit heeft – bovenop de vergroening van de verdichting – een extra positief effect op hittestress in Verdi. De maximale varianten scoren hierdoor beide zeer positief (++).
Stralingshinder Aangezien er voor stralingshinder in de huidige en referentiesituatie geen relevant risico aanwezig is en deze ook niet zal toenemen door het planvoornemen, scoort stralingshinder op alle varianten neutraal (0). Lichthinder Op basis van hemelhelderheid en het aantal zichtbare sterren is vastgesteld dat de omgeving van Verdi continue zeer verlicht is. Dit resulteert mogelijk in lichtgehinderden. Bij programma-
Blad 70 van 128
Milieueffectrapport Verdi Zuidas - Amsterdam projectnummer 433729 2 september 2019 Gemeente Amsterdam - Zuidas
alternatieven 1 leidt dit tot minder lichtgehinderden dan bij programma-alternatieven 2. Dit resulteert in respectievelijk een licht-negatieve (0/-) en een negatieve score (-). Hieraan verwant is ook het effect van lichthinder op de omgeving als gevolg van de transformatie. Een groter woningbouwprogramma betekent meer huizen en dus meer verlichting. Dit heeft ook een impact op ecologische soorten, zoals vleermuizen. Ook hier geldt dat een kleiner programma (varianten 1A en 1B) een licht-negatief effect heeft, en een groter programma (varianten 2A en 2B) een negatief effect. Tabel 6.20: Beoordelingscriteria gezondheidsbescherming.
Milieuaspect Gezondheidsbescherming
Criterium Hittestress Stralingshinder Lichthinder
1A
1B + 0 0/-
2A ++ 0 0/-
2B + 0 -
++ 0 -
Gezondheidsbevordering Sport en bewegen Sport en bewegen wordt een centraal onderdeel van Verdi Zuidas door de aanleg van de sociale inclusieve sportas. Deze as loopt parallel aan de museumtramlijn en moet een groene, hoogwaardige sportroute door Verdi worden. In de realistische varianten waar verbinden en vergroenen minimaal worden opgepakt (1A en 2A) is de sportas wel als randvoorwaardelijke ontwikkeling meegenomen, inclusief het behoud van bestaande groene routes die een dergelijke sportas interessant en aantrekkelijk maken. Hierdoor scoren varianten 1A en 2A positief (+). Varianten 1B en 2B hebben echter de aanvullende maatregel dat het sportieve ‘rondje Nieuwe Meer’ verder wordt uitgewerkt en als zodanig herkenbaar wordt gemaakt. Ook wordt de aantrekkelijkheid en veiligheid van de routes hier verbeterd ten opzichte van varianten 1A en 2A. Hierom scoren varianten 1B en 2B met de extra maatregelen zeer positief (++). Lifestyle De levensstijl van mensen is moeilijk te beïnvloeden, aangezien men de vrijheid heeft zelf keuzes te maken over hoe ze willen leven. Desondanks kan de gemeente actief inzetten op bepaalde zaken om de toegankelijkheid van bepaalde ongezonde voeding, roken en genotsmiddelen te beperken. Door voorzieningen als snackbars, slijterijen en tabaksverkooppunten uit de buurt van scholen en ziekenhuizen te houden, kan men in een gezonder leefklimaat leven.
Ook door het weren van coffeeshops en slijterijen in het gebied, wordt de toegankelijkheid van genotsmiddelen beperkt tot een minimum. Door de actieve houding van de gemeente hierin en het beleid dat al is opgesteld om hier richting aan te geven, scoren alle varianten (zowel realistisch als maximaal) licht-positief op lifestyle (0/+). Tabel 6.21: Beoordelingscriteria gezondheidsbevordering.
Milieuaspect Gezondheidsbevordering
6.3.4
Criterium Sport en bewegen Lifestyle
1A
1B + 0/+
2A ++ 0/+
2B + 0/+
++ 0/+
Mitigatie/compensatie Door het advies van de GGD en het bestaande beleid te volgen, wordt er actief invulling gegeven aan een gezonde leefomgeving. Er zijn verder geen mitigerende of compenserende maatregelen nodig om dit te bewerkstelligen. Op basis van monitoring kan wel in de gaten gehouden worden of de gezondheidssituatie verbeterd of verslechterd.
Blad 71 van 128
Milieueffectrapport Verdi Zuidas - Amsterdam projectnummer 433729 2 september 2019 Gemeente Amsterdam - Zuidas
6.4
Externe veiligheid In deze paragraaf worden de effecten op externe veiligheid in beeld gebracht. Het onderzoek naar de externe veiligheid voor Verdi Zuidas is uitgevoerd door Aviv6.
6.4.1
Beoordelingskader Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op inrichtingen (bedrijven) of transportroutes. Op beide categorieën is verschillende wet- en regelgeving van toepassing. In het uitgevoerde onderzoek wordt er kwantitatief bekeken of er externe veiligheidsrisico’s optreden als gevolg van het voornemen. Tabel 6.22: Beoordelingscriteria externe veiligheid.
Milieuaspect Externe veiligheid
Criterium Externe veiligheidsrisico’s
Methodiek Kwantitatief
Voor inrichtingen is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) het relevante beleidskader, voor buisleidingen is dit het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het beleid voor transportmodaliteiten staat in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Binnen het beleidskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Hieronder zijn beide begrippen verder uitgewerkt. Plaatsgebonden Risico (PR) Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats aanwezig is. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 106 /jaar-contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen nieuwe kwetsbare objecten aanwezig zijn of geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10 -6/jaarcontour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang.
Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Het GR kan niet ‘op de kaart’ worden weergegeven, maar wordt weergegeven in een grafiek waar de kans (f) afgezet wordt tegen het aantal slachtoffers (N): de fNcurve.
6 Externe veiligheid – A10-Zuid Verdi`, d.d. 19 juni 2019.
Blad 72 van 128
Milieueffectrapport Verdi Zuidas - Amsterdam projectnummer 433729 2 september 2019 Gemeente Amsterdam - Zuidas
6.4.2
Effectbeschrijving Nabij het plangebied van Verdi zijn enkele risicobronnen aanwezig. Het gaat ten eerste om twee routes waarvoor transport van gevaarlijke goederen wordt toegestaan, namelijk de A4 en Ring A10 (West en Zuid). Deze routes zijn in de huidige situatie onderdeel van het basisnet. Ten tweede ligt er een aardgasleiding die door de Nieuwe Meer loopt en het plangebied doorkruist in het zuidwestelijke deel. En, tenslotte, is er een gasdrukregelstation ten noorden van het IJsbaanpad. Figuur 6.12 hieronder toont de aanwezige risicobronnen.
Figuur 6.12: Risicobronnen in en nabij Verdi.
Blad 73 van 128
Milieueffectrapport Verdi Zuidas - Amsterdam projectnummer 433729 2 september 2019 Gemeente Amsterdam - Zuidas
Transportroutes De relevante transportroutes zijn de A4 en Ring A10 (West en Zuid). Deze worden als onderdeel van het basisnet aangeduid als N6 (A4), N13 (Ring West) en N12 (Ring Zuid). De meest relevante wegroute is N12, deze kruist immers Verdi in het hart van het plangebied. In bijlage 1 van de regeling Basisnet zijn veiligheidsafstanden vastgelegd die het plaatsgebonden risico moeten verantwoorden. Voor wegroute N12 (Ring A10 Zuid) is de afstand ‘0’ opgenomen, waardoor het plaatsgebonden risico geen belemmering vormt voor Verdi. Het groepsrisico daarentegen speelt wel een rol. Indien er in de huidige situatie woningen zouden worden toegevoegd, neemt de kans op een hoger aantal slachtoffers bij een calamiteit met gevaarlijk transport toe. De oriëntatiewaarde zou in de huidige situatie met woningen ruim 18 maal worden overschreden. Dit is een zeer negatief milieueffect. Echter, in de referentiesituatie wordt Zuidasdok als autonome ontwikkelingen meegenomen. Deze ondertunneling van de A10 Zuid (ter hoogte van station Amsterdam-Zuid) heeft als gevolg dat gevaarlijk transport geweerd wordt van wegroute N12. Na realisatie van Zuidasdok neemt het groepsrisico af tot slechts 0,017 maal de oriëntatiewaarde.
Figuur 6.13: fN-curve wegroute N12 in de huidige situatie.
Plasbrandaandachtsgebied Het plasbrandaandachtsgebied (PAG) is een gebied van 30 meter vanaf de rand van de buitenste rijstrook waarbinnen rekening gehouden moet worden met de effecten van een plasbrand. Voor de huidige bebouwing gelden geen aanvullende maatregelen ten aanzien van het PAG. Voor nieuwe bebouwing wel: hiervoor gelden aanvullen bouwvoorschriften. Op figuur 6.14 hieronder is te zien dat de toekomstige bouwvlakken tegen het plasbrandaandachtsgebied aan liggen, met uitzondering van bouwvlak 12 die er deels in valt. Hiervoor moet dus een aanvullend bouwvoorschrift worden opgenomen om woningbouw mogelijk te maken. Hiervan is sprake bij de realistische varianten 1A en 2A. Bij de maximale varianten 2A en 2B ligt er een aanvullend bouwvlak ook deels in het plasbrandaandachtsgebied. Ook hiervoor geldt echter dat dit eenvoudig in te passen is door maatregelen hiertegen op de nemen in een aanvullend bouwvoorschrift.
Blad 74 van 128
Milieueffectrapport Verdi Zuidas - Amsterdam projectnummer 433729 2 september 2019 Gemeente Amsterdam - Zuidas
Figuur 6.14: Plasbrandaandachtsgebied van de A10 Zuid.
Trillinghinder Trillingen kunnen op veel verschillende manieren ontstaan, door de mens en ook door de natuur (storm of aardbeving). Trillingen kunnen ook ontstaan door bepaalde industrie, langs het spoor of langs wegen waar vrachtverkeer op een bepaalde ondergrond (zoals klinkers) rijdt. Trillingen langs het spoor ontstaan als een trein over de rails rijdt. Dan zorgt de wrijving van de wielen op de rails voor de trilling. Die worden via de grond doorgegeven, zie de onderstaande figuur. Ook kan de beweging van treinen op het spoor zorgen voor (laagfrequente) trillingen in de bodem.
Figuur 6.15: Ontstaan van mogelijke trillinghinder nabij het spoor (bron: ProRail, 2017).
Blad 75 van 128
Milieueffectrapport Verdi Zuidas - Amsterdam projectnummer 433729 2 september 2019 Gemeente Amsterdam - Zuidas
Wanneer een gebouw in trilling wordt gebracht vanwege passerend treinverkeer kan er sprake zijn van hinder voor personen in het gebouw. In de richtlijn van de Stichting Bouw Research wordt in deel B: ‘Hinder voor personen in gebouwen’ ingegaan op de toetsing van trillingsniveaus ter voorkoming van hinder. Nabij spoorlijnen is binnen een afstand van tot circa 100 meter (afhankelijk van bodemopbouw, type treinverkeer, etc.) mogelijk sprake van het optreden van trillinghinder. Door de Stichting Bouw Research is een meet- en beoordelingsrichtlijn7 opgesteld voor hinder van personen in gebouwen door trillingen. Deze richtlijn is vanwege afwezigheid van een normstelling in Nederland, in de afgelopen jaren veel gebruikt om te toetsen of er een mogelijke kans op trillinghinder in een woning ontstaat. Bij onderzoek naar trillinghinder dient te worden getoetst aan de geldende streefwaarden voor Vper van 0,1 mm/s voor woningen en 0,15 mm/s voor kantoren. Indien hieraan niet voldaan kan worden is trillinghinder te verwachten. Als randvoorwaarde bij transformatie en ontwikkelingen tot 100 meter van het spoor moet de ontwikkelaar aantonen dat er geen sprake zal zijn van trillinghinder. Hoogspanning Binnen het plangebied liggen twee 150kV hoogspanningskabels. Deze liggen nagenoeg parallel aan de aardgasleiding zoals weergegeven in figuur 6.12, in het zuidwestelijke kwadrant.
Er worden hier geen ingrepen verwacht die een risico voor de hoogspanningskabels vormen. Wel dient er rekening met de bereikbaarheid van de kabels te worden gehouden bij eventuele calamiteiten. Dit wordt in verdere planvorming als randvoorwaarde meegenomen.
6.4.3
Effectbeoordeling In de huidige situatie liggen er enkele externe veiligheidsrisico’s binnen Verdi. Vooral de aanwezigheid van de transportroutes over de A10 is hierbij van belang. Echter, zonder het planvoornemen verbetert de veiligheidssituatie al doordat de A10 ondertunneld wordt en hierdoor de gevaarlijke transportroutes verlegd worden. Verder is er een aardgasleiding en twee 150kV hoogspanningskabels aanwezig in het zuidwesten van het plangebied, maar hier is geen verdere verdichting voorzien waardoor er geen effect optreedt. Het plasbrandaandachtsgebied heeft mogelijk een effect op enkele nieuw te realiseren gebouwen langs de A10 Zuid. Echter, door bouwvoorschriften op te nemen kan een mogelijk negatief milieueffect neutraal gehouden worden. Ook wordt de bewijslast van mogelijke trillinghinder tot 100 meter van het spoortalud bij de ontwikkelaar gelegd. Hier worden geen negatieve milieueffecten verwacht. De score voor mogelijke externe veiligheidsrisico’s is dus voor alle varianten neutraal (0). Tabel 6.23: Effectbeoordeling externe veiligheid.
Milieuaspect Externe veiligheid
6.4.4
Criterium Externe veiligheidsrisico’s
1A
1B 0
2A 0
2B 0
0
Mitigatie/compensatie Behoudens de aanvullende bouwvoorschriften om woningbouw mogelijk te maken binnen het plasbrandaandachtsgebied en het randvoorwaardelijke onderzoek naar trillinghinder tot 100 meter van het spoor, zijn er geen mitigerend maatregelen of compensatiemogelijkheden op te nemen voor het milieuaspect externe veiligheid. 7 https://www.infomil.nl/onderwerpen/ruimte/omgevingsthema/trillingen/
Blad 76 van 128
Milieueffectrapport Verdi Zuidas - Amsterdam projectnummer 433729 2 september 2019 Gemeente Amsterdam - Zuidas
6.5
Bodem In het kader van het MER is in opdracht van de gemeente Amsterdam door Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied een bureaustudie uitgevoerd naar de bodemkwaliteit van Verdi Zuidas. 8
6.5.1
Beoordelingskader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Voor een nieuw geval van bodemverontreiniging geldt, in tegenstelling tot oude gevallen (voor 1987), dat niet functiegericht maar in beginsel volledig moet worden gesaneerd. Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur te worden gerealiseerd op bodem die geschikt is voor het beoogde gebruik. In dit MER wordt getoetst op de onderstaande criteria. Tabel 6.24: Beoordelingscriteria bodem.
Milieuaspect Bodem
Criterium Gevolgen voor bodemkwaliteit
Methodiek Kwalitatief
Op basis van het uitgevoerde archiefonderzoek kan een uitspraak gedaan worden over de bodemgesteldheid in de referentiesituatie. Bodem is in principe een statisch gegeven: bij geen ontwikkelingen zal een eventuele verontreiniging in de bodem aanwezig blijven. Ter beoordeling van het milieuaspect bodem wordt in hier in het MER een beoordeling gedaan over de bodemkwaliteit. Wanneer er ontwikkeld wordt moet aangevoerde grond van betere kwaliteit zijn dan de grond die wordt afgevoerd.
6.5.2
Effectbeschrijving De bodemkwaliteitskaart op figuur 6.16 toont de bodemkwaliteit van afzonderlijke gedeelten van het plangebied. Te zien is dat de noordoostelijke kwadrant in ‘zone 1’ valt. Hiervan wordt verondersteld dat de bodem geen vervuiling kent. Nagenoeg het hele zuidelijke deel van het plangebied valt onder ‘zone 3’. Hiervoor geldt dat de boven- en ondergrond een matige verontreiniging kent. Deze vervuiling is afkomstig van de voormalige stortplaatsen die zich hier bevonden. Als gevolg hiervan zijn vervuilende stoffen in de bodem aangetroffen. In het geval van het uitblijven van ontwikkelingen blijven deze stoffen in de bodem aanwezig. ‘Zone 5’ ligt nabij een vroeger defensieterrein. Hier is een hoge concentratie van asbest in de bodem gevonden. In dit gebied is sprake van een sterke bodemverontreiniging. Tevens zijn hier immobiele verontreinigende stoffen zoals arseen, lood, koper, zink en PAK in de bodem 8
Archiefonderzoek Amstelveenseweg deelgebied Verdi (Zuidas West), d.d. 30 maart 2018.
Blad 77 van 128
Milieueffectrapport Verdi Zuidas - Amsterdam projectnummer 433729 2 september 2019 Gemeente Amsterdam - Zuidas
aangetroffen. Als gevolg hiervan zijn vervuilende stoffen in de bodem aangetroffen. In het geval van het uitblijven van ontwikkelingen blijven deze stoffen in de bodem aanwezig. Enkele locaties zijn daarentegen ook vervuild met mobiele stoffen, zoals minerale olie afkomstig uit vroeger gebruikte ondergrondse brandstof- en olietanks.
Figuur 6.16: Bodemkwaliteitskaart. Hoe hoger de zone, hoe groter de vervuiling.
Bij veel (her)ontwikkelingsopgaven wordt in het kader van duurzame circulariteit het doel gesteld om zoveel mogelijk materialen te hergebruiken van binnen het gebied. Voor bodem zou de grondbalans idealiter 0 zijn. In het geval van grondbalans = 0 wordt er enkel grond gebruikt uit Verdi zelf. Echter, gezien de vervuilde gronden in het gebied, kan dit doel niet bereikt worden. Bij sloop en nieuwbouw geldt de verplichting dat vervuilde grond wordt gesaneerd en wordt verwerkt
Blad 78 van 128
Milieueffectrapport Verdi Zuidas - Amsterdam projectnummer 433729 2 september 2019 Gemeente Amsterdam - Zuidas
door een erkend verwerker. Als aanvulling op deze gesaneerde gronden, moet nieuwe grond aangevoerd worden. Hierdoor verbetert wel de bodemkwaliteit, maar is er geen positief effect op de grondbalans.
6.5.3
Effectbeoordeling De bodemkwaliteit is op enkele plekken in prima staat, maar op het overgrote deel van Verdi is de bodemkwaliteit matig tot slecht. Dit reikt van matige vervuilingen tot sterke vervuilingen. Een voordeel van het transformeren en herontwikkelingen van een gebied als Verdi, is dat ontwikkelaars de verplichting hebben vervuilde gronden te saneren, te verwerken, en nieuwe schone grond te gebruiken bij de ontwikkelingen. Hierdoor verbetert de bodemkwaliteit dus evident: voor het realistische programma positief (+) en voor het maximale programma nog positiever. N.B.: Recent heeft een nieuwe ontwerp-Nota Bodembeheer ter inzage gelegen. Naar verwachting wordt deze oktober 2019 ter vaststelling aan het bestuur voorgelegd. Op basis van actuele inzichten zijn de zoneaanduidingen plaatselijk gewijzigd. Inhoudelijk is dit voor de eindconclusie van dit thema niet onderscheidend. Tabel 6.25: Effectbeoordeling bodem.
Milieuaspect Bodemkwaliteit
6.5.4
Criterium Gevolgen voor bodemkwaliteit
1A
1B +
2A +
2B ++
++
Mitigatie/compensatie Er zijn geen relevante mitigerende maatregelen of compensatie voor het milieuaspect bodem op te nemen.
Blad 79 van 128
Milieueffectrapport Verdi Zuidas - Amsterdam projectnummer 433729 2 september 2019 Gemeente Amsterdam - Zuidas
6.6
Water In deze paragraaf worden de effecten van de transformatie op het milieuaspect water in beeld gebracht. Ten grondslag aan de effectbeschrijving en de effectbeoordeling ligt het wateronderzoek dat uitgevoerd is door Royal Haskoning DHV. 9
6.6.1
Beoordelingskader Het plangebied valt binnen twee beheersgebieden: het deel ten noorden van IJsbaanpad wordt beheerst door het waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV), het deel ten zuiden van het IJsbaanpad wordt beheerst door Hoogheemraadschap Rijnland. Waternet voert de waterbeheertaken uit namens beide waterschappen. Waternet voert nautisch beheer uit in de Amsterdamse binnenwateren en het water tot de beheergrens. Rijnland beheert de water van de Nieuwe Meer en het jachthavengebied. Onder de beoordelingscriteria waterstructuur, grondwater en waterkwaliteit wordt nader ingegaan op hoe het planvoornemen bijdraagt aan deze waterthema’s. Amsterdam Rainproof heeft als lange termijn perspectief de stad in 2050 regenbestendig te laten zijn. In het Programmaplan Amsterdam Rainproof is hiervoor een aanpak uitgewerkt. Het hoofddoel van Amsterdam Rainproof is om de stad Amsterdam regenbestendiger te maken. Het perspectief is dat de stad zodanig is ingericht dat enerzijds hemelwater nuttig wordt gebruikt voor een aantrekkelijke en leefbare stad en anderzijds schade, wateroverlast of negatieve invloeden op de volksgezondheid door (zeer) hevige regen wordt tegengaan of beperkt. Het gaat daarbij zowel om de regenbestendige inrichting van de publieke als de private ruimte(n), die vooral tot stand is gekomen door het toepassen van kleinschalige, fijnmazige oplossingen.
Onder het beoordelingscriterium klimaatadaptatie wordt nader ingegaan op het voornemen in relatie tot klimaatverandering. Tabel 6.26: Beoordelingscriteria water.
Thema Water
Criterium Waterstructuur Grondwater Waterkwaliteit Klimaatadaptatie
Methodiek Kwalitatief
Allereerst wordt een beschrijving van de referentiesituatie gegeven, waarna er inzicht wordt gegeven in de (mogelijke) effecten op het water en welke maatregelen er getroffen kunnen worden om dit te optimaliseren.
6.6.2
Effectbeschrijving Waterstructuur De structuur van het water is overzichtelijk. Het plangebied grens aan de Nieuwe Meer dat direct aansluit op de Schinkel die door de stad Amsterdam voert. Verder kent het zuidelijk deel van het plan zogeheten waterarmen, smalle stroken water afgewisseld met stroken land. Verdi Zuidas kent twee waterpeilen die gescheiden worden door de sluis in de Schinkel. Ten noorden van de sluis is het waterpeil gelijk aan de stadsboezem, te weten NAP -0,40 m. Ten zuiden van de sluis, dus de 9 Quickscan water MER-gebied Verdi, d.d. 11 februari 2019.
Blad 80 van 128
Milieueffectrapport Verdi Zuidas - Amsterdam projectnummer 433729 2 september 2019 Gemeente Amsterdam - Zuidas
Nieuwe Meer en de wateren bij de jachthavens van Verdi, kent een zomerpeil van NAP -0,61 m en een winterpeil van NAP 0,64 m. Er liggen in het zuidelijk deel van Verdi twee inlaatduikers die primair het doel hebben het water bij het VU Medisch Centrum op peil te houden of door te spoelen. De figuur hieronder toont de bestaande wateren aan.
Figuur 6.17: Bestaande wateren. (Donkerblauw = de Nieuwe Meer; lichtblauw = overige wateren; omcirkeld = inlaatduikers.)
Om het gebied vervolgens veilig en droog te houden, liggen er ook enkele waterkeringen (dijken) in het plangebied, zoals te zien in de figuur hieronder. Het gaat hierbij om het waterkerende dijklichaam (1) die loopt langs de westoever van De Nieuwe Meer en dan via de sluis in de Schinkel naar de Stadionkade loopt. Ook ligt er een verholen waterkering (2) in de Amstelveenseweg. Het verbindende stuk tussen deze twee keringen is een half-verholen watering (3).
Figuur 6.18: Waterkering bij Verdi.
Blad 81 van 128
Milieueffectrapport Verdi Zuidas - Amsterdam projectnummer 433729 2 september 2019 Gemeente Amsterdam - Zuidas
Bij de transformatie van Verdi worden geen van de bestaande waterstructuren of waterkeringen aangepast. Hierdoor blijft de referentiesituatie gelijk aan beide programma-alternatieven. Grondwater Het onderzoek laat zien dat er een relatief hoge grondwaterstand in Verdi is. Tussen maaiveld en grondwaterstand zit gemiddeld tussen de 1,0 en 2,0 m. De grondwaterstroming loopt vanuit het watervoerende pakket uit Amsterdam richting het zuidwesten naar de Nieuwe Meer. In de figuur hieronder is op enkele meetpunten te zien hoe het grondwater staat ten opzichte van het maaiveld.
Figuur 6.19: Grondwaterstand in en om Verdi.
De hoge grondwaterstanden hebben een direct effect op de mogelijkheid voor het aanplanten en laten doorgroeien van bomen. De noodzakelijke groeiruimte voor bomen wordt vanwege deze hoge grondwaterstand beperkt. De precieze effecten en de relatie tussen het grondwater en het effect op bomen wordt in paragraaf 6.7 nader toegelicht. Waterkwaliteit Voor de kwaliteit van het water is met name gekeken naar de doelstellingen die opgenomen zijn in de Kader Richtlijn Water (KRW). Dit is een Europese richtlijn ten behoeve van het verbeteren van de chemische waterkwaliteit. Voor alle ontwikkelingen bij wateren die opgenomen zijn in de KRW geldt dat deze geen negatieve impact op de waterkwaliteit mogen hebben. Indien de waterkwaliteit verbeterd kan worden, geniet dat uiteraard de voorkeur. In de figuur hieronder is
Blad 82 van 128
Milieueffectrapport Verdi Zuidas - Amsterdam projectnummer 433729 2 september 2019 Gemeente Amsterdam - Zuidas
te zien hoe de waterkwaliteit de afgelopen jaren verbeterd is en welk doel er geprognosticeerd wordt voor 2021 en 2027.
Figuur 6.20: Waterkwaliteit door de jaren heen.
Uit bovenstaand figuur blijkt echter dat de waterkwaliteit rondom Verdi de afgelopen jaren verbeterd is, maar ook nog verder verbeterd kan worden. Zo zijn er bij de jachthavens wateren die niet kunnen circuleren waardoor in de hete zomermaanden blauwalg ontstaat. Ook is er sprake van jachthaven-gebonden olielozingen op het water, wat de kwaliteit ook niet ten goede komt. De activiteiten rondom Verdi Zuidas mogen geenszins een negatieve impact hebben op de hierboven gestelde verbeterdoelen voor de waterkwaliteit. Klimaatadaptatie Het klimaat verandert. Een waterrijke stad als Amsterdam moet goed inspelen op deze klimaatverandering. Het risico op overstromingen, dijkdoorbraken en extreme regenbuien neemt toe. Gelijktijdig zullen ook langere perioden van droogte en hitte het stedelijke leefklimaat aantasten en de grondwaterstand doen verlagen. Amsterdam probeert aan de hand van het rainproof-beleid op een adequate wijze om te gaan met de klimaatverandering. Met het beleid wordt gepoogd de stad waterbestendig te maken en op een duurzame manier om te gaan met overtollig regenwater, zoals het bufferen ervan en te gebruiken in tijden van droogte. Ook staat in dit beleid dat het gemeentelijke rioleringsstelsel 60 mm hemelwater moet kunnen verwerken zonder dat er schade optreedt aan infrastructuur en gebouwen.
De eigenaar van een perceel is in principe zelf verantwoordelijk voor de verwerking van het hemelwater op het eigen terrein. De Zuidas (waar Verdi onderdeel van uitmaakt) heeft hoge ambities voor het klimaatbestendig inrichten van dit stadsdeel: nieuwe kavels worden enkel waterneutraal uitgegeven, betekenend dat aantoonbaar moet zijn dat er op het perceel 60 mm neerslag opgevangen kan worden en vertraagd kan worden afgevoerd. Verdi Zuidas transformeert zich de komende jaren naar een gemengde wijk. Bij deze transformatie is het van belang dat klimaatadaptieve maatregelen per ontwikkeling worden meegenomen. Wanneer er namelijk geen maatregelen tegen klimaat-
Blad 83 van 128
Milieueffectrapport Verdi Zuidas - Amsterdam projectnummer 433729 2 september 2019 Gemeente Amsterdam - Zuidas
verandering worden getroffen, bestaat de kans dat het gebied een lage grondwaterstand krijgt wat funest is voor bomen en planten, en mogelijk treedt er ook paalrot op. Om goed om te kunnen gaan met de klimaatadaptatie zijn er enkele mogelijkheden die hieraan bijdragen. Hierbij gaat het om het zoveel mogelijk vasthouden van regenwater in waterpleinen, groene daken en gevels, open en waterdoorlatende bestrating, regentonnen, vijvers, wadi’s. Hiermee wordt het water vertraagd afgevoerd. Ook wordt het water hiermee vastgehouden om het in droge seizoenen in de grond kwijt te kunnen om zo een lage grondwaterstand en het daaraan gekoppelde paalrot te beperken.