7. Zuidas-Verdi Noordzone IJsbaanpad_1_Toelichting.pdf
Tekst van het document
Een levendige woonwijk Het is de ambitie om van Zuidas een gemengd woongebied te maken voor jong en oud; een wijk met een grote verscheidenheid aan nieuwe, lichte woningen in een hoog stedelijke omgeving en met een moderne en kosmopolitische sfeer. Om de verblijfs- en woonkwaliteit in Zuidas te garanderen wordt blijvend ingezet op meer levendigheid en voldoende voorzieningen, zoals scholen, zorgfuncties en winkels. Verbonden door groen en water Een belangrijke voorwaarde voor een gezonde en leefbare Zuidas is de aanwezigheid van voldoende en kwalitatief hoogwaardig groen en water. Dat is niet alleen belangrijk vanwege recreatieve functies, maar ook om Zuidas bestendig te maken tegen extreme regenbuien en hoge temperaturen en een habitat te bieden aan flora en fauna. Daarom worden er plekken in het groen of bij het water aangelegd, worden bestaande plekken verbeterd en worden het groen en water beter met elkaar verbonden. De samenhangende structuur van groen en water wordt een belangrijke drager van de identiteit van het gebied. Kiezen voor fiets en OV Het aantal vervoerbewegingen neemt de komende jaren flink toe. De ambitie om de bereikbaarheid van Zuidas te behouden en tegelijkertijd een aantrekkelijk verblijfsgebied te vormen, dwingt tot het maken van expliciete keuzes. Fiets en openbaar vervoer krijgen meer ruimte als aantrekkelijke alternatieven voor het autogebruik.
Met een aantal reeds geplande (in het kader van Zuidasdok) en beoogde ingrepen (op lange termijn) wordt de OV-bereikbaarheid vergroot. Fietsen van en naar Zuidas en het stallen van fietsen wordt zo snel, goedkoop, veilig en gemakkelijk als mogelijk. De daklaan wordt onderzocht; een verhoogde fietsverbinding in een groene setting. Tot slot worden bestaande en voorziene infrastructuur slimmer en efficiënter benut. Het bedrijfsleven speelt hierbij een belangrijke rol.
bestemmingsplan_Zuidas-Verdi Noordzone IJsbaanpad (vastgesteld)
blz. 35
3.4.4
Woonbeleid
3.4.4.1 Huisvestingsverordening Verkamering en bed&break fast Met ingang van 1 januari 2020 geldt de Huisvestingsverordening 2020. Hierin zijn regels opgenomen over de samenstelling van de woonruimtevoorraad. Onderscheid bestaat tussen zelfstandige woonruimte, onzelfstandige woonruimte en bedrijfsmatig gebruik van een deel van de woonruimte, bijvoorbeeld ten behoeve van bed & breakfast. Sturen op de samenstelling van de woonruimtevoorraad is primair van belang omdat het woningaanbod dient aan te sluiten op de vraag en behoefte van huishoudens van verschillende samenstellingen aan woonruimte. Tussen de wijze van bewoning en/of het gebruik van te onderscheiden typen woonruimte bestaan verschillen. Bewoning door een gezinshuishouden is bijvoorbeeld anders dan het gebruik van een woonruimte met een gemeenschappelijke ruimte, die voor het overige verkamerd wordt verhuurd aan een aantal eenpersoonshuishoudens. De verschillende typen bewoning hebben naar hun aard een meer of minder intense ruimtelijke uitstraling. Voor het gedeeltelijk gebruik van woonruimte ten behoeve van bed & breakfast geldt dat dit meer effect op de omgeving heeft dan bewoning zonder dit nevengebruik.
Wanneer de rechthebbende een zelfstandige woonruimte verkamerd wil verhuren (ook wel omzetting genoemd), of in de woonruimte een bed & breakfast wil exploiteren, dan is op grond van de Huisvestingsverordening 2020 een omzettingsvergunning nodig voor verkamering respectievelijk onttrekkingsvergunning ten behoeve van bed & breakfast nodig. Wanneer verlening van de gevraagde vergunning, die een wijziging in de woonruimtevoorraad teweegbrengt, naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders leidt tot een aantasting van de leefbaarheid ter plaatse, bijvoorbeeld omdat de concentratie van verkamerde woningen ter plaatse te groot wordt geoordeeld, kan de op grond van de Huisvestingsverordening benodigde vergunning om die reden worden geweigerd. Datzelfde kan zich voordoen bij een concentratie van bed & breakfast exploitatie. Met ingang van 1 april 2020 gaat op grond van de Huisvestingsverordening 2020 voor omzetting en onttrekking ten behoeve van bed & breakfast een quotumstelsel gelden. Dit betekent dat er verdeeld over 99 wijken in de stad is vastgesteld hoeveel omzettingsvergunningen voor kamergewijze verhuur alsmede hoeveel onttrekkingsvergunningen ten behoeve van bed & breakfast er maximaal kunnen worden verleend. Bij het bepalen van die quota is de aanvaardbaarheid voor het woon- en leefklimaat betrokken.
In geval van omzetting (verkamering) zijn naast het maximale aantal te verlenen vergunningen in het Huisvestingsbeleid stringente regels vastgelegd die toezien op een nadere spreiding van verkamerde verhuur binnen buurten en wijken, en te grote concentraties binnen een buurt of wijk worden voorkomen. Ook geldt de eis dat een kamer niet door meer dan één volwassene mag worden bewoond. Het samenstel van voorwaarden vormen een nadere borging van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De afdeling Verkeer en Openbare ruimte van de gemeente heeft beoordeeld dat bij deze regeling geen sprake zal zijn van zodanige toename van de parkeerdruk of behoefte aan fietsparkeerplekken dat dit vanuit ruimtelijk oogpunt niet aanvaardbaar zou zijn. Het exploiteren van een bed & breakfast, waarvoor een onttrekkingsvergunning noodzakelijk is, kan overlast, drukte, afvalproblematiek en lokale overheersing van toeristenwinkels binnen het winkelaanbod met zich meebrengen. Omwonenden van een bed & breakfast worden het hele jaar door geconfronteerd met arriverende en vertrekkende gasten (rolkoffers) en mogelijk overlast van toeristen in hun directe woonomgeving vanwege een ander dag-nachtritme. Met de wijkquota is nadrukkelijk ook een ruimtelijke sturing beoogd over de 99 wijken in de stad en niet alleen de bescherming van de woningvoorraad.
De onttrekkingsvergunningen ten behoeve van bed & breakfast zullen voor maximaal acht jaar worden Gemeente Amsterdam
blz. 36
afgegeven. De wijkquota zorgen ervoor dat de extra druk die van omzetting van een zelfstandige naar meerdere onzelfstandige woonruimten (verkamering) alsmede gebruik van woonruimte ten behoeve van bed & breakfast uitgaat op het woon- en leefklimaat niet onevenredig zal zijn. Aldus beschermt het in de huisvestingsregels vastgelegde afwegingskader voor omzetting en onttrekking ten behoeve van bed & breakfast het belang van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voldoende. Een nadere ruimtelijke afweging voegt hieraan niets toe. De regels over woonruimtevoorraad als vastgelegd in de Huisvestingsverordening 2020 hebben betrekking op de bestaande woonruimtevoorraad. Wanneer in geval van nieuwbouw of transformatie direct voor kamerverhuur wordt opgericht of woonruimte wordt vergund en gerealiseerd met het oog op exploitatie als bed & breakfast, is dit toegestaan zonder omzettings- respectievelijk onttrekkingsvergunning ten behoeve van bed & breakfast. In dat geval worden de ontwikkelingen niet in mindering gebracht op de op basis van de Huisvestingsverordening vastgelegde wijkquota. Hierdoor neemt de grip op de samenstelling van de woonruimtevoorraad en sturing op leefbaarheid af. Door in de regels van het bestemmingsplan alleen de zelfstandige woonruimte als rechtstreeks recht toe te staan, wordt dit tegengegaan.
Realiseren van onzelfstandige woonruimte en woonruimte met faciliteiten voor bed & breakfast zijn geen directe rechten. De binnenplanse afwijkingsbevoegdheid kan niet worden gebruikt gelijktijdig met een omgevingsvergunning om een woongebouw op te richten of een gebouw te transformeren naar woonruimte. Dat volgt uit de voorwaarde dat de vergunningen slechts worden verleend indien de daarvoor benodigde vergunning op grond van de Huisvestingswet en/of verordening is verleend. Dit impliceert immers dat een dergelijke vergunning is vereist. Die vergunning is niet vereist, wanneer reeds eerder de juridisch-planologische toestemming voor een ander gebruik van de woning dan als zelfstandige woonruimte bestond. De binnenplanse afwijkingsbevoegdheid kan daarom uitsluitend worden ingezet nadat eerst een zelfstandige woonruimte is opgericht. Na oprichting behoort de woonruimte tot de bestaande voorraad. Wanneer de wens bestaat deze verkamerd te verhuren of een bed & breakfast te gaan exploiteren, is vervolgens een vergunning op grond van de Huisvestingwet en/of -verordening nodig. Deze vergunning wordt verleend als aan de voorwaarden daarvoor wordt voldaan, waaronder een toets aan het beschikbare quotum. De ontwikkeling wordt op het quotum in mindering gebracht. Het woon- en leefklimaat is als hierboven uiteengezet in dit afwegingskader voldoende geborgd.
De omgevingsvergunning voor afwijken kan daarom volgen op de omzettingsvergunning of onttrekkingsvergunning ten behoeve van bed & breakfast. De binnenplanse afwijkingsbevoegdheid voorziet er tevens is dat de afwijkvergunning en de onttrekkingsvergunning voor bed & breakfast voor wat betreft de geldigheidsduur worden gelijkgeschakeld. De situatie kan voordoen dat een aanvraag omgevingsvergunning wordt ingediend waarbij toestemming wordt gevraagd om direct bij oprichting of direct bij omzetting onzelfstandige woonruimten, of bed & breakfastfaciliteiten te realiseren. Als gezegd is dan geen vergunning op grond van de Huisvestingswetof verordening benodigd en kan als gevolg daarvan de binnenplanse afwijkingsbevoegdheid niet worden gebruikt. Dan kan wel buitenplans vergunning worden verleend. Wel is het noodzakelijk om het al dan niet verlenen van de gevraagde (buitenplanse) afwijkvergunning in het kader van de toets aan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat af te stemmen op de overige ontwikkeling van verkamering respectievelijk bed & breakfast in de betreffende buurt of wijk. Uitzondering onzelfstandige woningen direct mogelijk maken in een bestemmingsplan Er kan zich de situatie voordoen dat vanuit een specifieke gebiedsontwikkeling het realiseren van nieuwe gebouwen voor onzelfstandige woningen is gewenst.
In dat geval kan ten behoeve van die ontwikkeling een bestemmingsplan worden opgesteld, wat dan meteen ook kan worden opgenomen in
bestemmingsplan_Zuidas-Verdi Noordzone IJsbaanpad (vastgesteld)
blz. 37
dat plan. Welke regels daarvoor geschikt zijn is afhankelijk van de situatie. Gaat het om een of enkele concrete percelen, dan is het gewenst dat het plan zo concreet mogelijk wordt gemaakt: op dat perceel mogen dan uitsluitend onzelfstandige woningen worden gerealiseerd. Regels die bepalen dat ergens in een gebied een maximale oppervlakte of een maximaal aantal onzelfstandige woningen mag worden gerealiseerd is niet wenselijk. Met een dergelijke regeling neemt namelijk de grip op de samenstelling van de voorraad af. Om een andere regeling op te nemen dan degene die in deze instructie wordt voorgeschreven met het doel om direct in het bestemmingsplan onzelfstandige woningen te faciliteren, is afstemming nodig met Wonen, G&O en, voor zover van toepassing, het betrokken stadsdeelbestuur. Short stay Het gebruik van woningen ten behoeve van short stay is niet toegestaan. Short stay is het tijdelijk gebruiken van een woonruimte ten behoeve van 'kort wonen'. Het tijdelijke gebruik betreft een periode van minimaal zeven nachten en maximaal zes maanden, en is geen wonen in de gewone betekenis van het woord. Dit was tot 2016 een methode om in Amsterdam expats te faciliteren. Het beleid hieromtrent was ingezet vanuit Huisvestingsregels. Tot aan vastgelegde maxima in buurten kon een onttrekkingsvergunning voor tien jaar worden verleend ten behoeve van short staygebruik.
Short stay wordt niet meer gezien als wenselijke vorm van gebruik van woonruimte. In het bestemmingsplan zijn er dan ook geen regels over short stay opgenomen, anders dan dat het niet is toegestaan. Huisvestingsverordening 2024 Op 29 november heeft de gemeenteraad de Huisvestingsverordening 2024 vastgesteld. Ten opzichte van de Huisvestingsverordening 2020 vinden er een paar veranderingen plaats. Een paar veranderingen worden hierna genoemd. Allereerst wordt het maximale aantal B&B's per wijk verminderd. Ook tellen 18-23 jarigen voortaan mee bij een huishouden bij stadsvernieuwing. Jongerenvooraag wordt alleen toegepast op een deel van de vrijkomende woningen en voortaan gelden regels voor woning weigering ook voor maatschappelijke opvang en beschermd wonen. Kort gezegd is voorliggend bestemmingsplan in lijn met de veranderingen en daarmee de Huisvestingsverordening 2024. Een toekomstige aanvraag voor woningbouw dan wel een bijzondere vormen van wonen, wordt dan ook geacht in lijn te zijn met de Huisvestingsverordening. 3.4.4.2 Woonagenda 2025 Het bestemmingsplan maakt een bepaald woningbouwprogramma mogelijk maar bepaalt niet het type of grootte van de woningen. Dit volgt uit het stedelijk beleid. De gemeenteraad heeft op 19 juli 2017 de Woonagenda 2025 en op 20 december 2017 het stedelijk kader voor sociale en middensegment huurwoningen in particuliere plannen vastgesteld.
In de woonagenda is een woningbouwprogrammering voor Amsterdam opgenomen. Uitgangspunt bij woningbouw is 40% sociale huur, 40% middelduur en 20% dure huur en koop (40-40-20) en dat borging ervan primair privaatrechtelijk plaatsvindt. In deze 'Woonagenda: Voldoende, betaalbare en goede woningen' heeft de gemeente Amsterdam onderzocht wat ervoor nodig is om te zorgen dat Amsterdam een gezonde, dynamische, gemengde stad blijft waar ruimte is voor iedereen. De drie uitgangspunten zijn voldoende woningen, betaalbare woningen en goede woningen. 1. Om voldoende woningen te realiseren moeten woningvoorraad en woningbehoefte in 2025 beter op elkaar zijn aangesloten. Daarvoor is onder andere van belang dat jaarlijks minimaal 1.500 middeldure huurwoningen worden gebouwd en dat het stedelijke uitgangspunt van 40% gereguleerde huur, 40% middelduur (huur en koop) en 20% dure huur en koop wordt aangehouden. Gemeente Amsterdam
blz. 38
2. Voor betaalbare woningen moet de woonruimteverdeling worden herzien, moeten middeldure huurwoningen gerichter worden verhuurd aan middeninkomens en moet men in de huursector passend wonen. 3. Bij het uitgangspunt goede woningen staan woningkwaliteit, duurzaamheid en bewonersondersteuning centraal. Het aantal woningen met achterstallig onderhoud moet afnemen en woningen moeten gezonder, veiliger en comfortabeler zijn om in te wonen. Mogelijk wordt hiertoe een structureel Programma Woningkwaliteit in het leven geroepen. Corporaties en huurders moeten aanvullende duurzaamheidseisen afspreken voor nieuwbouw en duurzaamheidsprestaties afspreken voor bestaande woningen. Amsterdamse aanpak volkshuisvesting Het definitieve plan 'Amsterdamse aanpak volkshuisvesting' is 20 juli 2023 door de gemeenteraad vastgesteld. In het plan is onder meer opgenomen: Meer huizen voor de mensen die ze het meest nodig hebben: 1. Er moeten meer sociale woningen bij komen van corporaties. 2. Het middensegment moet groter worden en terecht komen bij de mensen met een middeninkomen. Woningen worden verduurzaamd, zodat ze klaar zijn voor de toekomst. Dit zal worden gedaan door op korte termijn energiecoaches in te zetten die bewoners suggesties geven om te besparen. Een zelfstandige woning is niet voor iedereen een optie in deze schaarse woningmarkt.
Naast het bouwen van meer woningen, wordt daarom gewerkt aan meer woonplekken. Meer doorstroming, zodat zoveel mogelijk mensen een passende woonplek krijgen. De gemeente wil mensen stimuleren een grote woning te verruilen voor een nieuwe passende woning. Dat wordt gedaan met verhuisregelingen en aantrekkelijk nieuw woningaanbod in de buurt voor ouderen en mensen die afhankelijk zijn van zorg aan huis. Omdat er de komende jaren te weinig woningen zijn, wordt gestopt met het maken van nieuwe voorrangsregelingen. De gemeente blijft goed kijken naar de regelingen als de eerste effecten van de nieuwe woonruimteverdeling duidelijk zijn. Alle (nieuwe) mogelijkheden om huurprijzen en het gebruik van woningen te reguleren worden gebruikt. Zo wil de gemeente betaalbare woonruimte behouden en toevoegen. Dit wordt bijvoorbeeld gedaan door meer te controleren op leegstand. Het uitgangspunt binnen Zuidas als geheel en voor projectgebied Verdi, is dat de 40-40-20 verhouding tussen gereguleerde huur, middelduur (huur en koop) en dure huur en koop op gebiedsniveau wordt toegepast, conform het Amsterdamse woonverdeling beleid. Dit betekent dat voor afzonderlijke projecten en buurten een andere verhouding mogelijk is waar dit soms wenselijk of noodzakelijk kan zijn.
De beoogde ontwikkeling van dit deelgebied, als onderdeel van het projectgebied Verdi, ziet op gemengde functies zoals woningen in verschillende segmenten en maatschappelijke voorzieningen. In het woningbouwprogramma van het voorliggende bestemmingsplan wordt uitvoering gegeven aan het in de visie geformuleerde beleid. Er wordt uitgegaan van ongeveer 250 woningen in een 30-40-30 verhouding waarbij de sociale huurwoningen worden gerealiseerd door een woningbouwcorporatie. Deze verdeling is eerder vastgelegd in de Investeringsnota voor Verdi deelplan 2 (vastgesteld 30 maart 2021). Hierin vindt een herijking plaats van de woonsegmentverdeling gezamenlijk voor Deelplan 1 en Deelplan 2 binnen Verdi. Woningbouwplan 2022-2028 Op 31 januari 2023 is het Woningbouwplan 2022-2028 vastgesteld door het college. Hierin zijn de voorgenomen ambities voor de woningbouw in Amsterdam aangescherpt en staat omschreven op welke wijze die ambities worden gestimuleerd en ondersteund. Het bestemmingsplan maakt in deze buurt de
bestemmingsplan_Zuidas-Verdi Noordzone IJsbaanpad (vastgesteld)
blz. 39
bouw van ca 250 woningen juridisch-planologisch mogelijk en draagt daarmee bij aan de uitgangspunten in de Woonagenda en de ambities in het Woningbouwplan. 3.4.5
Kantoorbeleid
3.4.5.1 Kantorenstrategie Amsterdam In 2011 werd met vaststelling van de kantorenstrategie beleid geformuleerd om de kantorenmarkt gezonder te maken en het totale aanbod van kantoorvloeroppervlak terug te dringen. Hierbij werd sterk ingezet op transformatie en herontwikkeling van leegstaande kantoren en het beperken van nieuwbouw. Deze inzet is succesvol gebleken met een daling van de leegstand van 18 % naar 12,8 % per 1 januari 2017. Sinds 2015 is de dynamiek op de kantorenmarkt weer sterk toegenomen en dit vroeg om een actualisering van de huidige strategie en onderzoek naar de doelmatigheid hiervan. De veranderingen op de kantorenmarkt, maar ook de banengroei en Brexit zijn aanleiding geweest om de in 2011 vastgestelde kantorenstrategie te actualiseren. Amsterdam als economische motor Amsterdam huisvest een aantal grote en bovengemiddeld snelgroeiende dienstensectoren waarin de Metropoolregio Amsterdam (MRA) een comparatief voordeel heeft ten opzichte van de rest van Nederland. De belangrijkste hiervan is de zakelijke en financiële dienstverlening. Ook de industrie IT- en softwaredienstverlening droeg relatief sterk bij aan de economische groei van Amsterdam. De werkgelegenheid nam in 2016 in de hele MRA toe met 2,3 %. De stijging is bijna geheel toe te schrijven aan Amsterdam. Op Zuidas groeide het aantal banen het snelst.
Amsterdam past in een mondiale trend waarbij internationaal georiënteerde kennisintensieve steden zoals Londen, Parijs en Stockholm een substantiële werkgelegenheidsgroei kennen en zich ontwikkelen als economische motoren voor de omliggende stedelijke regio. Deze trend heeft alles te maken met de opkomst van de kennis- en innovatie-economie. Amsterdam is een internationaal knooppunt, heeft twee universiteiten en diverse kennisinstellingen en kennisintensieve bedrijven. De stad zet zoveel mogelijk in op stedelijke ontwikkeling nabij multimodale knooppunten. Door op deze locaties in te zetten op groei wordt bijgedragen aan de duurzaamheidsdoelstellingen en zijn werkplekken in de toekomst sneller en beter bereikbaar voor inwoners van de regio en daarbuiten. De Zuidas ontwikkelt zich hierin steeds meer tot een gemengd woon- en werkgebied met voorzieningen. Uitvoeringsstrategie 3.0: Ruimte voor Werken in de MRA van Morgen: 2017-2030 en de 'Actualisatie light – Naar een Uitvoeringsstrategie Plabeka 3.1'. Om een gezonde kantorenmarkt te behouden en overmaat terug te dringen en te voorkomen wordt binnen de MRA samengewerkt door het Platform bedrijven en kantoren (Plabeka).
De programmatische afspraken die in het verleden voor het planaanbod kantoren zijn gemaakt met de Uitvoeringsstrategie Plabeka 2010-2040 zijn vervangen door een nieuwe Uitvoeringsstrategie Plabeka 3.0 en een actualisatie hierop Plabeka 3.1. Hiermee is een herijking gemaakt van de vorige strategie om zo goed mogelijk te kunnen blijven inspelen op de ruimtelijk-economische ontwikkelingen en de veranderde kwalitatieve en kwantitatieve ruimtevraag. Kwantitatieve raming De vraagramingen van de Kantorenstrategie 2011 en de Uitvoeringsstrategie 2011 zijn door de grote dynamiek achterhaald. Dit heeft geleid tot het rapport Vraagraming en vraagverdieping Metropool Regio Amsterdam (mei 2016). Op basis van dit rapport is de vraag naar nieuw kantoorvloeroppervlak in de Uitvoeringsstrategie geraamd op 515.000 m² tot 2050, waarvan 230.000 m² groei op formele kantoorlocaties van 2017 tot 2030 en 225.000 m² voor groei op formele kantoorlocaties van 2030 tot 250
Gemeente Amsterdam
blz. 40
en 60.000 m² voor groei elders binnen Amsterdam. Hierbij is nog geen rekening gehouden met de uitbreidingsvraag als gevolg van Brexit. Door de transformatie van kantoren naar andere functies, zoals wonen (die tot 2019 naar verwachting 250.000 m² bedraagt (opgenomen in het rapport Vraagraming en vraagverdieping Metropool Regio Amsterdam) en de grote vraag naar kantoren, onder andere als gevolg van de Brexit, zal de leegstand van 11,5 % dalen naar een frictieleegstand van 8 % in 2019. Frictieleegstand is de leegstand die ontstaat doordat vraag en aanbod in de tijd niet altijd direct op elkaar aansluit. Kwalitatieve raming: Juiste kantoor op de juiste plek. Uit voornoemd onderzoek blijkt dat er nog steeds behoefte is aan kantoren op locaties waar sprake is van functiemenging, die bovendien goed bereikbaar zijn. Dit betreft met name een kwalitatieve vraag. Behoefte aan kantoorruimte bestaat vooral bij bedrijven in ICT, communicatie en zakelijke dienstverlening, maar ook bij innovatieve kantoorconcepten op meer informele plekken in de stad. Op gewilde locaties, met name in het Centrum, de Arenapoort en Zuidas is de vraag naar kantoorruimte groot. Er is vooral behoefte aan een kwalitatieve sturing waarbij het uitgangspunt is: het juiste kantoor op de juiste plek. In Ruimte voor de Economie van Morgen (collegebesluit van 18 juli 2017) worden drie kantorenmilieus onderscheiden: 1.
Het internationale topmilieu: een hoogwaardig ingerichte, internationaal verbonden locatie, geschikt voor de vestiging van internationale kantoren, met in de omgeving een groot aanbod van stedelijke voorzieningen. Zuidas, stadsdeel Centrum en Stadsdeel Zuid zijn hier voorbeelden van. Kansen voor uitbreiding liggen hier voor Zuidas in de uitbreiding van het gebied en op de middellange termijn in de Schipholcorridor tussen Zuidas en Schiphol; 2. Innovatieve districten: stedelijke gebieden met een mix van wonen en werken van 50%-50% rond een kennisinstituut of trekker. Hier zoeken clusters van bedrijven verbinding en is ruimte voor ontwikkeling van start-ups en innovatieve bedrijfsconcepten. Voorbeelden hiervan zijn Kenniskwartier VU/Zuidas, Sciencepark, AMC e.a. 3. Multimodale knooppunten: knooppunten die door de aanwezige verkeersinfrastructuur zoals trein, tram, bus, metro, autowegen en fietspaden, uitstekend zijn verbonden met de stad en regio en luchthaven en daarmee uitermate geschikt zijn als werkgebied en concentratie voor (groot)schalige kantoren. Door transformatie en verdichting worden deze knooppunten meer gemengd met wonen en voorzieningen. Voorbeelden hiervan zijn Sloterdijk, Amstelstation en Zuidas. De geactualiseerde kantorenstrategie behelst onder meer: 1.
In de geactualiseerde kantorenstrategie stond onder meer dat de planvoorraad van destijds 970.000m² flexibel ingezet wordt op die locaties waar op korte termijn (tot en met 2020) nieuwe kantoren gewenst zijn. Dit zijn Zuidas, Arenapoort, Amstelstation, Lelylaan, Houthaven, Oostenburg en Noordelijke IJoever. Door het flexibel inzetten kan ook tegemoet worden gekomen aan (een deel van) de te verwachten vraag als gevolg van een Brexit. 2. Amsterdam gaat door met de transformatie van monofunctionele kantoorlocaties Amstel III, Riekerpolder en Sloterdijk naar aantrekkelijke, gemengde woon- en werkgebieden. 3. Amsterdam verkent waar vanaf 2020 nieuwe gemengde gebiedsontwikkeling mogelijk is. In de Geactualiseerde kantorenstratgie is opgenomen dat de leegstand van kantoren, door de vele geplande transformaties en herontwikkelingen in 2019 is gedaald naar de frictieleegstand van 8 %. Na 2020 wordt ingezet op nieuwe planvoorraad voor onder meer Schipholkerncorridor, uitbreiding van de Zuidas, met name aan de westkant ten noorden en zuiden van de A10. Bij alle grote gebiedsontwikkelingen zoals Sluisbuurt, CAN-gebied, Centrumeiland en K-buurt wordt een gemengd woon- werkmilieu gecreëerd met ruimte voor voorzieningen waaronder kantoren.
bestemmingsplan_Zuidas-Verdi Noordzone IJsbaanpad (vastgesteld)
blz. 41
3.4.5.2 Kantorenplan 2019-2026 Met het Kantorenplan 2019-2026 (vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders op 24 september 2019) wordt aangesloten op de kantorenstrategie 2017, de Economie van Morgen (de ruimtelijke economische visie van Amsterdam, 2017) en de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050 (2019). Ook loopt het kantorenplan 2019-2026 vooruit op de nieuwe omgevingsvisie van gemeente Amsterdam die momenteel wordt ontwikkeld. Het doel van het kantorenplan 2019-2026 is een uitgebalanceerde en toekomstbestendige kantorenmarkt waarin op korte en middellange termijn voldoende kwalitatieve woon-werkmilieus beschikbaar zijn voor de uitbreidingsvraag van 125.000 m² kantoor per jaar. Daarbij worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: Meer en sneller kantoren ontwikkelen om te voldoen aan de marktvraag; Toekomstbestendige kantoren: flexibel, efficiënt, bereikbaar en klimaatneutraal; Transformatie van monofunctionele kantoorlocaties met behoud van werk; Realiseren van gemengde woon-werkmilieus. Zuidas heeft zich de afgelopen jaren in economische hoog- en laagconjunctuur bewezen als robuuste vestigingslocatie voor grote en kleine, nationale en internationale bedrijven.
Conform de in 2016 door de gemeenteraad vastgestelde Visie Zuidas wordt ingezet op het creëren van een internationaal topmilieu met wonen, werken, voorzieningen en openbare ruimte van hoge kwaliteit. Kantoren, woningbouw én voorzieningen komen steeds meer in balans om het gewenste stedelijke milieu te creëren, waar ook (internationale) topbedrijven zich tot aangetrokken voelen. De Visie Zuidas en de daarin opgenomen de verdeling tussen wonen, werken en voorzieningen- is leidend bij de verdere ontwikkeling van het gebied. Begin 2020 (peildatum 1 januari 2020) staat er ruim 167.000 m² kantoor in aanbouw of verbouw. Met het internationale topmilieu blijft Zuidas met het centrum van Amsterdam de belangrijkste kantoorlocatie in Amsterdam. Het is ook een van de weinige plekken waar de gemeente door gronduitgifte nog kan sturen op het kantoorprogramma. De kantorenvoorraad in Zuidas is eind 2018 circa 850.000 m2, met daaraan toegevoegd de plancapaciteit conform de Visie Zuidas kan in totaal een kantorenvoorraad van 1,2 miljoen m2 worden gerealiseerd.
Tot 2024 wordt in Zuidas naar verwachting circa 274.000 m2 kantoorruimte opgeleverd. Een deel hiervan is reeds in aanbouw en reeds voorverhuurd. In de periode tussen 2024 en 2028 wordt naar verwachting ruim 170.000 m2 kantoorruimte toegevoegd. Om tegemoet te komen aan de toegenomen vraag naar kantoormeters is onderzocht waar op die plekken kantoorontwikkeling mogelijk en gewenst is. Dit met inachtneming van de volgende uitgangspunten: De Visie Zuidas - en de daarin opgenomen verdeling tussen wonen, werken en voorzieningen- is leidend bij de verdere ontwikkeling van het gebied. In een periode waarin de combinatie van de ontwikkeling in de flanken en de realisatie van Zuidasdok een grote impact heeft, wordt extra aandacht besteed aan de omgevingskwaliteit In oktober 2017 is besloten Verdi toe te voegen aan het grootstedelijk gebied Zuidas. Afhankelijk van de Gemeente Amsterdam
blz. 42
verdere uitwerking in het kader van de investeringsbesluiten behorende bij het deelgebied Verdi leidt dit tot een uitbreiding van kantoormeters van circa 80.000 m2 (grotendeels door transformatie en herontwikkeling). 3.4.5.3 Monitor Kantoren 2022 In de zomer van 2022 heeft Cushman & Wakefield in opdracht van Gemeente Amsterdam een onderzoek uitgevoerd naar de kantoorontwikkelingen in Amsterdam (Monitor Kantoren Amsterdam stand van zaken medio 2022). Op pagina 5-8 worden de belangrijkste conclusies uit dit onderzoek gedeeld. Deze monitor is opgesteld op basis van gegevens van medio 2022. Uit het rapport volgt dat door de nog steeds toenemende dynamiek de behoefte aan uitbreiding van de kantoorvoorraad nog steeds actueel is. Dit is ook nodig om nieuwe (grootschalige internationale) gebruikers de kans te geven zich op Zuidas te vestigen of om bestaande gebruikers uitbreidingsmogelijkheden te bieden. De behoefte aan kantoorruimte op Zuidas is nog actueel. Uit het rapport volgt dat de leegstand op Zuidas tussen de 3% en 6% is, wat onder de frictieleegstand van 6,5% is. Een behoorlijk deel van het voorziene kantoorvloeroppervlak (waaronder Kavel 1 van Noordzijde IJsbaanpad) moet nog gebouwd en opgeleverd worden, Het rapport geeft tevens aan dat de realisatie van woningen en voorzieningen de leefbaarheid en het multifunctionele karakter van het gebied versterkt.
De ontwikkeling van Verdi, deelgebied 1 sluit hier naadloos op aan. 3.4.5.4 Conclusie kantorenbeleid Het kantoorprogramma waar voorliggend bestemmingsplan op ziet, is opgenomen in de huidige voorraad en plancapaciteit. Het bestemmingsplan draagt bij aan en is geheel in lijn met de Kantorenstrategie en het Kantorenplan 2019-2026. 3.4.6
Detailhandelbeleid
3.4.6.1 Detailhandelsbeleid Amsterdam: 2018-2022: Sterke winkelgebieden in een groeiende stad Op 20 december 2017 heeft de gemeenteraad het nieuwe detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022 vastgesteld: Sterke winkelgebieden in een groeiende stad. Het beleid is een aanvulling op de meer algemene kaders van het regionale detailhandelsbeleid en het Amsterdams Ondernemersprogramma 2015-2018: Ruimte voor ondernemers. Amsterdam wil een aantrekkelijke stad zijn voor zowel bewoners, als bezoekers, als winkeliers en heeft twee hoofddoelstellingen: 1. Boodschappen dichtbij voor bewoners: met dit beleid wil Amsterdam in de eerste plaats dat bewoners op redelijke afstand van de woning (750 meter loopafstand) dagelijkse boodschappen kunnen doen. 2. Meerdere aantrekkelijke winkelgebieden, ook buiten de binnenstad: Amsterdam heeft als ambitie om meerdere aantrekkelijke winkelgebieden te hebben. Het betreft hier het echte 'winkelen' voor producten die niet elke dag worden gekocht. Voor de verschillende in het beleid te onderscheiden typen winkelgebieden gelden in heel Amsterdam algemene beleidsuitgangspunten. Een van de belangrijkste daarvan is dat het winkelaanbod in Amsterdam geclusterd wordt in winkelgebieden en dat nieuwe losse winkelvestigingen in beginsel zijn uitgesloten. Hieraan ligt een aantal redenen ten grondslag.
In de eerste plaats heeft clustering van winkels voordelen voor ondernemers én consumenten: alle benodigde boodschappen zijn vlakbij elkaar verkrijgbaar. In de tweede plaats profiteren ondernemers in winkelconcentraties van elkaars bezoekersstromen. Verder is het voor de overheid efficiënter en duurzamer om een concentratie van
bestemmingsplan_Zuidas-Verdi Noordzone IJsbaanpad (vastgesteld)
blz. 43
winkels te faciliteren met bijvoorbeeld laad- en losplekken voor bevoorrading, voorzieningen voor fietsen et cetera. Het clusteren van detailhandel, en daarmee efficiëntere bevoorrading, draagt indirect bij aan de ambities van Amsterdam voor een schonere luchtkwaliteit. Naast algemeen beleid wordt een specifieke koers gevolgd voor detailhandel in verschillende gebieden. 3.4.6.2 Amsterdams Ondernemers Programma 2019-2022 Een aanvulling op het detailhandelsbeleid is het Amsterdams Ondernemers Programma 2019-2020, wat door de gemeenteraad is vastgesteld. Daarin wordt gesteld dat ondernemers voor Amsterdam een belangrijke motor voor de economie vormen. Ruimte voor ondernemerschap is een belangrijke randvoorwaarde. Goede vestigingsvoorwaarden worden bepaald door diverse ruimtelijke- en omgevingsfactoren. Dit geldt ook voor de detailhandel. In het coalitieakkoord ‘Een nieuwe Lente, een nieuw geluid’ heeft het college de ambitie uitgesproken om de komende jaren de buurteconomie te versterken. Het Amsterdams Ondernemersprogramma omschrijft de maatregelen die de gemeente treft om de buurteconomie te versterken. Er zijn vier doelstellingen om dit te bereiken: Samenwerking van ondernemers in en met de buurt versterken.
Door het stimuleren en faciliteren van samenwerkingsvormen tussen ondernemers, zoals een bedrijveninvesteringszone (biz) en straatmanagement; Individueel ondernemerschap in buurten versterken. Waar nodig bieden we ondernemers ondersteuning bij het ondernemerschap, bijvoorbeeld door coaching of een start-up buddy; Bedrijfsmilieus in buurten versterken. We investeren in een passend aanbod van bedrijfsruimte en adviseren ondernemers over hun huurrechten; Economisch aanbod in buurten versterken. We verhogen samen met ondernemers en vastgoedeigenaren de kwaliteit van de winkelgebieden en zetten in op diversiteit van het winkelaanbod. We willen de markten samen met de marktondernemers aantrekkelijker maken voor bezoekers. We maken nieuw horecabeleid dat past bij de buurt. Ondernemers kunnen bij de start van hun bedrijf hulp krijgen in de vorm van advies, coaching of ondersteuning. Maar ook ondernemers die willen groeien of misschien in zwaar weer verkeren, kunnen ondersteuning krijgen. Hiervoor werken de gemeente Amsterdam, de Belastingdienst en de Kamer van Koophandel samen onder de noemer 'Ondernemersplein'. Er is speciale aandacht voor innovatieve startups.
Het Actieprogramma Startup Amsterdam beschrijft de gemeentelijke ambitie om van Amsterdam een leidende Europese startup-hub te maken; door de voorwaarden te scheppen die startups nodig hebben om te kunnen groeien: toegang tot kapitaal, talent en eerste klanten. In een omgeving met een startup mindset. De (beperkte) mogelijkheid tot het vestigen van detailhandel die voorliggend bestemmingsplan biedt is in lijn met bovenstaand beleid. 3.4.6.3 Amsterdams Ondernemers Programma 2019-2022 Een aanvulling op het detailhandelsbeleid is het Amsterdams Ondernemers Programma 2019-2020, wat door de gemeenteraad is vastgesteld. Daarin wordt gesteld dat ondernemers voor Amsterdam een belangrijke motor voor de economie vormen. Ruimte voor ondernemerschap is een belangrijke randvoorwaarde. Goede vestigingsvoorwaarden worden bepaald door diverse ruimtelijke- en omgevingsfactoren. Dit geldt ook voor de detailhandel. In het coalitieakkoord ‘Een nieuwe Lente, een nieuw geluid’ heeft het college de ambitie uitgesproken om de komende jaren de buurteconomie te versterken. Het Amsterdams Ondernemersprogramma
Gemeente Amsterdam
blz. 44
omschrijft de maatregelen die de gemeente treft om de buurteconomie te versterken. Er zijn vier doelstellingen om dit te bereiken: Samenwerking van ondernemers in en met de buurt versterken. Door het stimuleren en faciliteren van samenwerkingsvormen tussen ondernemers, zoals een bedrijveninvesteringszone (biz) en straatmanagement; Individueel ondernemerschap in buurten versterken. Waar nodig bieden we ondernemers ondersteuning bij het ondernemerschap, bijvoorbeeld door coaching of een start-up buddy; Bedrijfsmilieus in buurten versterken. We investeren in een passend aanbod van bedrijfsruimte en adviseren ondernemers over hun huurrechten; Economisch aanbod in buurten versterken. We verhogen samen met ondernemers en vastgoedeigenaren de kwaliteit van de winkelgebieden en zetten in op diversiteit van het winkelaanbod. We willen de markten samen met de marktondernemers aantrekkelijker maken voor bezoekers. We maken nieuw horecabeleid dat past bij de buurt. Ondernemers kunnen bij de start van hun bedrijf hulp krijgen in de vorm van advies, coaching of ondersteuning. Maar ook ondernemers die willen groeien of misschien in zwaar weer verkeren, kunnen ondersteuning krijgen. Hiervoor werken de gemeente Amsterdam, de Belastingdienst en de Kamer van Koophandel samen onder de noemer 'Ondernemersplein'. Er is speciale aandacht voor innovatieve startups.
Het Actieprogramma Startup Amsterdam beschrijft de gemeentelijke ambitie om van Amsterdam een leidende Europese startup-hub te maken; door de voorwaarden te scheppen die startups nodig hebben om te kunnen groeien: toegang tot kapitaal, talent en eerste klanten. In een omgeving met een startup mindset. De (beperkte) mogelijkheid tot het vestigen van detailhandel die voorliggend bestemmingsplan biedt is in lijn met bovenstaand beleid. 3.4.7
Nota Parkeernormen Auto 2017
Op 7 juni 2017 heeft de gemeenteraad de Nota Parkeernormen Auto vastgesteld. Het belangrijkste uitgangspunt van de Nota is dat bewoners en werknemers bij nieuwbouw geen parkeervergunning voor het parkeren op straat (meer) krijgen. Met het vaststellen van de Nota is het voorschrijven van minimumparkeernormen niet meer aan de orde. Voor wonen en kantoren worden wel maximumnormen aangegeven. Voor voorzieningen geeft de Nota aan dat maatwerk moet worden toegepast. De normen verschillen per gebiedstype (A, B, C) A-locaties kenmerken zich door een zeer goede bereikbaarheid per openbaarvervoer. Met name gebieden die dicht bij een intercitystation zijn gelegen worden als A-locatie aangemerkt. Zuidas wordt aangemerkt als A-locatie. Recent is ook het oostelijk deel van het nieuwe Zuidas-projectgebied Verdi aangewezen als A-locatie. De belangrijkste uitgangspunten voor nieuwe bestemmingsplannen met betrekking tot nieuwbouw op A-locaties zijn: voor kantoren geldt een parkeernorm van maximaal 1 parkeerplaats per 250 m² brutovloeroppervlakte; bij het vaststellen van parkeernormen voor voorzieningen vormen de actuele kencijfers van de CROW het uitgangspunt, gecombineerd met actuele Amsterdamse gegevens over de verkeersgeneratie van specifieke functies op de betreffende locatie.
Kortom: voor voorzieningen is maatwerk vereist; voor woningen geldt een parkeernorm van maximaal 1 parkeerplaats per woning, ongeacht de grootte; bestemmingsplan_Zuidas-Verdi Noordzone IJsbaanpad (vastgesteld)
blz. 45
voor bezoekers van woningen geldt in beginsel een parkeernorm van 0,1 parkeerplaats per woning, ongeacht de grootte. Mobiliteitsplan Het Mobiliteitsplan Zuidflank (Mobiliteitsplan) is in juli 2023 vastgesteld door zowel het college van burgemeester en wethouders van gemeente Amsterdam als het Dagelijks Bestuur van de Vervoerregio Amsterdam. Dit betekent dat beoogde ontwikkelingen binnen Zuidas (en de daarmee te verwachten verkeerseffecten) voortaan worden getoetst aan de vier pijlers die in het Mobiliteitsplan staan omschreven. Op deze manier wordt beoordeeld wat de effecten van op verkeer en parkeren zullen zijn, en welke effecten kunnen worden verminderd of zelfs verbeterd met de handvatten van het Mobiliteitsplan. Parkeerbeleid is een belangrijk instrument om te sturen op autogebruik. Het Mobiliteitsplan zet maximaal in op het reduceren van het autoparkeeroverschot dat in de huidige situatie op Zuidas aanwezig is. Door in principe geen parkeerplaatsen meer bij te bouwen bij nieuwe ontwikkelingen kan het overschot worden teruggebracht. Daarnaast wordt actief ingezet op het verminderen van autoparkeercapaciteit bij herontwikkelingen. In het bestemmingsplan wordt voor woonfuncties en voorzieningen niet zijnde kantoren (dynamisch) verwezen naar de parkeernormen die zijn opgenomen in de Nota Parkeernormen Auto en worden maximum normen opgenomen.
In Hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de vertaling van het parkeerbeleid en mobiliteitsbeleid naar dit plan. 3.4.8
Nota fiets- en scooterparkeren 2018
Op 19 maart 2018 heeft de gemeenteraad de Nota parkeernormen fiets en scooter vastgesteld. Bij nieuw te bouwen woningen is de verplichting om een (fietsen)berging te realiseren vastgelegd in het Bouwbesluit 2012. Met de gemeentelijke Nota wordt ruimte geboden voor het realiseren van een gemeenschappelijke berging, in plaats van een individuele berging per woning. Voor niet-woonfuncties gelden per functie specifieke normen. Deze zijn bepaald op basis van de kencijfers van het landelijke kennisinstituut CROW, aangepast voor de Amsterdamse situatie. De realisatie van fietsparkeervoorzieningen op eigen terrein bij niet-woonfuncties wordt voorgeschreven in een bestemmingsplan. Daarbij kan, zoals in voorliggend bestemmingsplan, worden verwezen naar de Nota. De Nota dient tevens ter onderbouwing van de normen die in het bestemmingsplan worden vastgelegd. In Hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de vertaling van het beleid naar dit plan. 3.4.9
Duurzaamheidsbeleid
3.4.9.1 Agenda Duurzaamheid In de Agenda Duurzaamheid (vastgesteld door de gemeenteraad op 11 maart 2015) zijn gebieden aangewezen waar de gemeente samenwerkt met ontwikkelaars, woningcorporaties en partijen als Alliander, AEB Amsterdam en Waternet om te investeren in duurzaamheid. De ambities van de Agenda Duurzaamheid hebben betrekking op duurzame energie, schone lucht, circulaire economie en een klimaatbestendige stad. Ook het verduurzamen van de gemeente zelf is een ambitie. De lucht in Amsterdam moet schoner en gezonder, met zo min mogelijk stikstofdioxide, fijnstof en roet. De percentages stikstofdioxide en roet moeten in 2025 35% respectievelijk 30% lager zijn dan in 2015. Het college wil dit bereiken door:
Gemeente Amsterdam
blz. 46
innovatie, onderzoek en circulaire bedrijvigheid te stimuleren; meer grondstoffen en materialen terug te winnen, met als subdoel: 65 % van huishoudelijk afval scheiden in 2020. Het realiseren van een circulaire economie met nieuwe vormen van productie, distributie en consumptie is een lange termijndoel. Daarnaast moet huishoudelijk afval meer worden gescheiden. Om die doelen te realiseren moet innovatie, onderzoek en circulaire bedrijvigheid worden gestimuleerd en moeten meer grondstoffen en materialen terug worden gewonnen. In hoofdstuk 16 van deze plantoelichting wordt nader ingegaan op hoe in dit bestemmingsplan wordt omgegaan met de aspecten duurzaamheid en klimaatadaptatie. 3.4.9.2 Actieplan Schone Lucht 2019 Het Actieplan Schone Lucht beschrijft op hoofdlijnen hoe de gemeente tot 2030 toewerkt naar schonere en gezondere lucht in de stad. In het Actieplan heeft het college de ambitie uitgesproken dat in 2030 overal in de gemeente alleen maar uitstootvrij verkeer rijdt.
Daarom heeft de gemeente de volgende mijlpalen verwoord: 2020: Realisatie (diesel)milieuzone binnen ring A10 personenauto's vanaf Euro4 en geografische uitbreiding milieuzones; 2022: ov-bussen en touringcars in het centrum zijn uitstootvrij (binnen s100 ten zuiden van het spoor); 2025: al het verkeer, waaronder ook taxi's, passagiersvaart, pleziervaart en GVB-veren, maar behalve personenauto's en motoren, is uitstootvrij binnen de ring A10 (voor brom- en snorfietsen geldt de hele bebouwde kom); 2030: al het verkeer binnen bebouwde kom is uitstootvrij. 3.4.9.3 Agenda Groen, Uitvoeringsagenda Mobiliteit, Agenda Duurzaamheid en Visie Openbare ruimte Deze drie agenda's zijn in 2015 vastgesteld en verwoorden gezamenlijk het antwoord op de vraag hoe vanuit de kwaliteit van de openbare ruimte en duurzaamheid de gemeente toekomstbestendig wil reageren op de groei van Amsterdam. De gemeente wil de stad aantrekkelijker maken door vergroening en tegelijk moet de stad bereikbaar blijven met een aantrekkelijke openbare ruimte om te verblijven, waarbij duurzaamheid hoog op de agenda staat. De Visie Openbare Ruimte is door de gemeenteraad van Amsterdam vastgesteld op 8 juni 2017. In de visie zijn uitgangspunten geformuleerd voor het inrichten en verbeteren van de openbare ruimte in de stad. Het voorliggende bestemmingsplan leidt niet tot grote aanpassingen in de openbare ruimte.
bestemmingsplan_Zuidas-Verdi Noordzone IJsbaanpad (vastgesteld)
blz. 47
3.4.10 Horecabeleid 3.4.10.1
Horecabeleid Zuid 2011
Op 21 december 2011 heeft de stadsdeelraad van Stadsdeel Zuid het Horecabeleid Zuid 2011 vastgesteld. Doelstelling van het horecabeleid is het verlevendigen en aantrekkelijker maken van het stadsdeel en het verruimen van mogelijkheden voor ondernemers, zonder dat het woon- en leefklimaatonder onevenredige druk komt te staan. Daarnaast wordt met het horecabeleid een bijdrage geleverd aan de ruimtelijk-economische doelstellingen om stadsstraten en -pleinen te ontwikkelen, vrijetijdsmilieus met elkaar te verbinden en het toerisme in het stadsdeel te stimuleren. Om een gericht horecabeleid te voeren, hanteert stadsdeel Zuid in nieuwe bestemmingsplannen een aantal horecacategorieën. Deze categorisering vindt zijn grondslag in ruimtelijk en sociaal relevanteaspecten als ruimtelijke uitstraling, verkeersaantrekkende werking, invloed op directe (woon)omgeving, geluid- en stank overlast en sociale veiligheid. 3.4.10.2
Stedelijk beleidsk ader horeca en terrassen
In maart 2022 tot en met oktober 2022 heeft het concept 'Stedelijk beleidskader horeca en terrassen' ter inzage gelegen. Dit beleid is nog niet door het college vastgesteld. De reden voor dit nieuwe beleid is als volgt. Elk stadsdeel heeft op dit moment eigen beleid voor horeca en terrassen. Daardoor gelden in gelijke gevallen niet altijd dezelfde regels. Het nieuwe Stedelijke beleidskader zorgt voor een nieuw beleidskader wat voor horeca en terrassen in de hele stad geldt. Het nieuwe Stedelijk beleidskader gaat uit van de volgende uitgangspunten: Vooraf beoordelen wat de impact is van horeca op de omgeving. De regels voor horeca en terrassen gelden voor de hele stad. Er is ruimte voor nieuwe trends en ontwikkelingen in de horeca. Ondernemers kunnen een betere afweging maken van kansen en knelpunten bij het starten van een nieuwe horecaonderneming of het aanpassen van bestaande horeca. Maatwerk leveren voor bewoners en ondernemers in het gebied. Meer sturing van de gemeente op waar welke horeca zich vestigt.
Gemeente Amsterdam
blz. 48
bestemmingsplan_Zuidas-Verdi Noordzone IJsbaanpad (vastgesteld)
blz. 49
Hoofdstuk 4 4.1
Het ruimtelijk kader
Ruimtelijk-functionele aspecten
Voor de ruimtelijke uitwerking van Verdi als geheel, is de Projectnota Verdi het startpunt. Aan de hand van de drie thema's (verbinden, verdichten en vergroenen) zijn de ambities en de gewenste ingrepen in het gebied in de Projectnota Verdi in kaart gebracht. De Investeringsnota voor Verdi Deelplan 1 is de eerste stedenbouwkundige uitwerking voor Deelplan 1 binnen het deelgebied Verdi. Het gaat in dit deel met name om transformatie van bestaand gebied met verschillende erfpachters en eigenaren. De ambitie van Amsterdam is om deze ontwikkelingen te faciliteren zodat het gebied onderdeel wordt van de groeiende stad. Door de (her)ontwikkeling van Noordzone IJsbaanpad kan een groter en meer divers programma aan het gebied toegevoegd worden. Programma Het maximale programma in het voorliggende bestemmingsplan bedraagt circa 46.000 m² bvo aan bovengronds programma, verdeeld over vier kavels. Dit betekent een toename van ongeveer 38.000 m2 bvo ten opzichte van de huidige bebouwing (8.500 m2 bvo). Het plangebied bestaat uit vier kavels: Van oost naar west de (nieuwbouw)kavels 1, 3, 2 en 4. Het beoogde programma en de (maximale) bouwhoogten zijn als volgt: Kavels 1-3 (de drie oostelijke kavels): circa 16.500 m2 bvo woningbouw (circa 185 woningen), maximaal 18.000 m2 bvo kantoren en 3.500 m2 bvo plintvoorzieningen, waaronder een kinderdagverblijf van ten minste 500 m2.
Verder worden in een ondergrondse parkeergarage maximaal 150 parkeerplekken mogelijk gemaakt. Kavel 4 (het meest westelijke kavel): op dit kavel is maximaal 9.000 m2 bvo aan bovengronds programma mogelijk, waarvan minimaal 4.000 m2 bvo voor woningbouw en maximaal 4.000 m2 bvo voor maatschappelijke voorzieningen. Dat betekent dat het programma ook volledig uit woningen kan bestaan. De maximum bouwhoogte van de vier gebouwen varieert van 9 tot 13 meter (voor basementen) en 38 tot 49 meter (voor de torens). Wonen Het plan biedt ruimte aan maximaal 21.500-25.500 m2 bvo woonprogramma voor circa 250 woningen. Kantoor Kantoorgebruik moet aansluiten op de Visie Zuidas en de daarin geformuleerde criteria. Doel is het creëren van een gezonde werkplek waar het welzijn van de werknemers voorop staat. Voor de ontwikkeling geldt de volgende eis: Maximaal 18.000 m2 bvo kantoorprogramma. Voorzieningen Op de begane grond van gebouwen (de plint) streven we op de meeste plekken naar een grote verscheidenheid aan voorzieningen. Het bieden van flexibiliteit is hierbij een vereiste. Van het totale programma is ca 7.000 m2 bvo voor voorzieningen bestemd. Het gaat ook om een of meerdere maatschappelijke voorziening(en) die naar eigen invulling aan te vullen zijn. Het minimum aan maatschappelijke programma dat gerealiseerd dient te worden is ca 2.500 m2.
Dit deel van het programma zal bestaan uit de volgende maatschappelijke functies:
Gemeente Amsterdam
blz. 50
Kinderdagverblijf met minimaal 500 m2 bvo en bijbehorende buitenruimte. Hierbij is de benodigde m2 buitenruimte afhankelijk van het aantal kindplaatsen; Minimaal 2.000 m2 aan maatschappelijke of cultureel programma in de middelste twee kavels; Programma ten behoeve van maatschappelijke dienstverlening van maximaal 4.000 m2 bvo in het meest westelijke kavel. Verder geldt voor horecavoorzieningen dat hiervoor tot maximaal 1.000 m2 bvo prorgramma beschikbaar is. Ook is ruimte voor maximaal 1 detailhandelvestiging (zoals een kleine buurtsupermarkt) tot 375 m2. Bouwvolumes Het concept voor de ontwikkeling van de kavels tussen de Na-druk-geluk-brug en de Amstelveenseweg bestaat uit vier gebouwvolumen die noord-zuid georiënteerd zijn gelijk aan de oriëntering van de hoogbouw volumes van het Sporthotel. In het plan is rekening gehouden dat elke toren, een meerlaagse (2-3) onderbouw kan hebben ten behoeve van de benodigde interne en externe voorzieningen voor de verschillende functies.
bestemmingsplan_Zuidas-Verdi Noordzone IJsbaanpad (vastgesteld)
blz. 51
Figuur 4.1: Impressies van de gebouwen aan het IJsbaanpad Plinten/onderbouw De hoofdentree('s) van de gebouwen zijn vanaf het IJsbaanpad en de Amstelveenseweg te bereiken. De actieve functies bevinden zich op de eerste en tweede bouwlagen (en in kavel 1 en 3 op de derde bouwlaag) in de gebouwen. Technische ruimten en installaties ten behoeve van energie- en nutsvoorzieningen zijn onderdeel van een gebouw. Ze vormen geen beperking voor het functioneren van de plint en vormen geen visuele Gemeente Amsterdam
blz. 52
belemmering in het straatbeeld. In de eerste en tweede bouwlaag van Kavel 4 bevindt zich de ruimte voor maatschappelijke voorzieningen. Het overige programma dat niet met maatschappelijke programma wordt ingevuld, kan worden ingevuld met woningen. Autoparkeren De parkeernormen uit de Nota Parkeernormen auto (8 juni 2017 met een vastgestelde wijziging op 29 november 2017) zijn van toepassing, met inachtneming van het maximum aantal parkeerplekken van 150 plekken. Het realiseren van parkeerplaatsen op maaiveld is niet toegestaan. De nieuwe parkeergarage onder de Kavels 1 en 3 met maximaal 150 parkeerplekken (waarvan 68 voor kantoor) ligt volledig ondergronds in één bouwlaag. Het uitgangspunt voor de ondergrondse parkeergarage is een doorrijhoogte van minimaal 2,2m netto (NEN 2443 2013 Parkeren en stallen van personenauto's op terreinen en in garages) aan te houden. Door verschil in de fasering is het toegestaan een tijdelijke in-/uitrit van de parkeergarage te realiseren. Fiets- en scooterparkeren Fiets- en scooterparkeren moet voldoen aan de nota Parkeernormen Fiets en Scooter, d.d. 19 maart 2018 en het Bouwbesluit 2012; Fietsen en scooters voor bewoners worden op eigen terrein, inpandig opgelost, bij voorkeur in de kelder; parkeren van fietsen en scooters voor kantoormedewerkers en hun bezoekers wordt op eigen terrein, inpandig opgelost.
Openbare ruimte en maaiveld De buitenruimte om de gebouwen op de vier kavels wordt uitgewerkt in een ontwerp van de openbare ruimte en groenplan (of landschapsplan). Ruimtelijk is er een mogelijkheid voor een ontsluitingsweg voor voetgangers van circa 2 meter breed rondom kavel 2, daar waar eigen grond grenst aan gemeentegrond. Deze mogelijkheid voor een ontsluitingsroute ten westen en noorden van kavel 2 is naar eigen wens van de grondeigenaar in te richten. De rest van de openbare ruimte is een onderdeel van de groen en voor iedereen toegankelijke openbare ruimte ten noorden van het IJsbaanpad. Deze ruimte is bedoeld voor een publiek toegankelijke doorsteek tussen de gebouwen die ook recreatief te gebruiken is. Er zijn in principe geen afsluitingen/afrasteringen of hekken in welke vorm dan ook toegestaan op de plot indien deze de vrije doorgang van het openbare groen belemmeren. Een uitzondering hierop is het deel groen bij de Stadiongracht, waar ten behoeve van de veiligheid en beperkte toegankelijkheid van de bij de gebouw behorende ontsluitingsweg een hek/schutting of groene afscheiding is toegestaan.
bestemmingsplan_Zuidas-Verdi Noordzone IJsbaanpad (vastgesteld)
blz. 53
Figuur 4.2: Inrichting van het maaiveld Kavels 1-3 De inrichting van het maaiveld zal in overleg met de gemeente gebeuren. Het maaiveld rondom de kavel (Kavel 4) in het meest westelijk deel van het plangebied zal grotendeels worden ingevuld ten behoeve van de buitenruimte voor de maatschappelijke voorzieningen en woningen die worden voorzien in het programma bij dit kavel. Afvalinzameling voor alle functies wordt inpandig opgelost: Opslag van afvalcontainers/afvalinzameling van kantoren vindt voor alle typen afval inpandig plaats. De inpandige locatie moet voldoende groot zijn voor het opstellen van alle benodigde containers en goed toegankelijk zijn voor het inzamelen en ophalen van het afval. Er wordt onderscheid gemaakt tussen het ophalen van huishoudelijk afval (wonen) en bedrijfsafval (kantoren en voorzieningen). Afvalinzameling van bedrijfsafval dient door de gebruikers zelf georganiseerd te worden. Ontsluiting Het IJsbaanpad is en blijft de ontsluiting voor de kavels aan de Noordzone van het IJsbaanpad. Om een goede ontsluiting van het IJsbaanpad te bewerkstelligen zijn er specifieke eisen gesteld aan de ontsluiting van de kavels: Het is zowel in de bouwfase als in de definitieve situatie mogelijk om één ondergrondse parkeergarage te maken die in twee richtingen een aansluiting krijgt op het IJsbaanpad.
Het zoekgebied voor de definitieve situatie is aangegeven in figuur 4.3. In de tijdelijke situatie dat Kavel 1 is gebouwd maar Kavel 3 nog niet, is het mogelijk om een tijdelijke ontsluiting naar de ondergrondse parkeergarage te realiseren via Kavel 1. De ontsluiting vindt plaats op maaiveld tussen Kavel 1 en Kavel 3 in. In de ontwerpfase en herprofilering van het gehele IJsbaanpad wordt in relatie tot de bereikbaarheid rekening gehouden met het voorrijden van schoolkinderen, plekken om te laden en lossen op maaiveld ten behoeve van alle kavels, kiss&ride, parkeren op straat en afvalinzameling. Bezorgdiensten, verhuizingen, e.d. voor het wonen, de kantoren en voorzieningen zullen gebruik moeten maken van de langsparkeerplekken. Laden en lossen vindt op het maaiveld plaats.
Gemeente Amsterdam
blz. 54
Figuur 4.3: Plattegrond met zoekgebied ingang parkeergarage Duurzaamheid (zie ook hoofdstuk 16) In Verdi ligt geen stadswarmte- en koudenetwerk. Er zal geen mogelijkheid zijn tot aansluiting op het gasnet. Hierom is voor Verdi een WKO Masterplan Verdi tot stand gekomen. Op grond van dit Masterplan worden bronnen en leidingen ten behoeve van wko (warmte koude opslag) gerealiseerd binnen de eigendomsgrenzen. In overleg met de gemeente wordt bepaald waar deze, op basis van het masterplan, ingepast kunnen worden. Duurzame energieopwekking is van belang om energieneutraal te kunnen bouwen. Op de Zuidas gaat het voornamelijk om het plaatsen van zonnepanelen. Het is van groot belang om het autogebruik in de stad terug te brengen. Goede alternatieven voor de auto, zoals de fiets en het openbaar vervoer, zijn cruciaal om de stad nu en in de toekomst bereikbaar, leefbaar en duurzaam te houden. Duurzame mobiliteitsoplossingen moeten daarom onderdeel zijn van de nieuwbouw. Denk hierbij aan (schone) autodeelconcepten en het stimuleren van (gedeeld) fietsgebruik.
Aanwezige (nuts)voorzieningen en leidingen in het plangebied Voor deze ontwikkeling moet er sowieso rekening gehouden worden met de volgende (ondergrondse) (nuts)voorzieningen en leidingen (zie figuur 4.4): (hoofd)drinkwaterleidingen onder het IJsbaanpad(waternet); Aanwezige gasleidingen en het gasreduceerstation op en rondom eigendomsgrond(Alliander); De sluis ten noorden van de kavels in het Zuideramstelkanaal;
bestemmingsplan_Zuidas-Verdi Noordzone IJsbaanpad (vastgesteld)
blz. 55
Figuur 4.4: weergave aanwezig ondergrondse en bovengrondse assets op het te ontwikkelen gebied. In Figuur 4.4. zijn de hoofddrinkwaterleidingen geprojecteerd in de toekomstige situatie. Er wordt op gewezen dat bij de aanvraag bouwen specifiek aandacht moet worden besteed aan de exacte ligging van de hoofddrinkwaterleidingen en adequaat moet worden gehandeld in relatie tot deze en andere ondergrondse nutsvoorzieningen en leidingen. Lees hierover meer in Hoofdstuk 12 van de plantoelichting bij dit bestemmingsplan.
4.2
Stedenbouwkundige aspecten
Deze paragraaf geeft in het kort de stedenbouwkundige principes weer die ten grondslag hebben gelegen aan voorliggend bestemmingsplan. In de Investeringsnota Verdi, deelgebied 1 is een uitgebreide stedenbouwkundige onderbouwing opgenomen. Noordzone IJsbaanpad Het uitgangspunt is dat de kavels van Noordzone IJsbaanpad een plint (onderbouw) van 2-3 bouwlagen (7,6 -13 meter) hoog krijgen. De begane grond van de onderbouw wordt gevormd door vaste rooilijnen. Daarbovenop staan van oost naar west volumes met een respectievelijke hoogte van 38, 49, 42, 20 en 39 meter hoog. Het IJsbaanpad ligt in het verlengde van de Fred. Roeskestraat en vormt de zuidelijke grens van het aan de andere kant van de Stadiongracht liggende plein van het Olympisch Stadion. Het recent gebouwde Olympic Hotel vormt het einde van de bebouwingstrook ten noorden van het IJsbaanpad. Het Olympic hotel bestaat uit een onderbouw met daarboven twee noord-zuid georiënteerde hoogbouwvolumen. Het concept voor de ontwikkeling van de kavels tussen de Na-druk-geluk-brug en de Amstelveenseweg bestaat uit vier gebouwvolumen die noord-zuid georiënteerd zijn en gelijk zijn aan de oriëntering van de hoogbouwvolumes van het Olympic Hotel. In het plan is er rekening mee gehouden dat elke toren, een meerlaagse (2-3) onderbouw kan hebben ten behoeve van de benodigde interne en externe voorzieningen voor de verschillende functies.
De torens vormen een stevige stedelijke wand richting het Olympisch Stadion, maar creëren door hun
Gemeente Amsterdam
blz. 56
vorm en oriëntatie ook een visuele verbinding met de ontwikkeling ten zuiden van het IJsbaanpad. De torens hebben een speels ritme in maat en hoogte die een relatie leggen met de bebouwing aan de noordzijde van de Fred. Roeskestraat en het Olympic Hotel ten westen van de kavel. Met de bebouwing aan de Noordzone van het IJsbaanpad wordt een verbinding gezocht met de Fred. Roeskestraat en een structuur die gewicht biedt aan het Olympisch Stadion. De pleinrand aan de zuidzijde van het Olympisch Stadion mist nu een goede afsluiting zoals deze wel heeft aan de andere zijden. Zo wordt het stadion aan de noordzijde begrensd door het Olympisch Kwartier, aan de oostzijde door bouwvolumen liggend aan de Amstelveenseweg en aan de westzijde door de stevige bomenrij. Door de visuele en ook fysieke verbinding te leggen met Verdi worden deze twee stukken stad met elkaar verbonden. De massa's aan de noordzijde van het IJsbaanpad worden forser, maar vormen geen aaneengesloten wand, waardoor het Olympisch Stadion vanaf het IJsbaanpad zichtbaar blijft. De meest oostelijke toren aan de Amstelveenseweg is een kantoortoren. De middelste twee torens bieden ruimte aan woningbouw met in de plint voorzieningen en kantoor. De meest westelijke toren naast het Olympic Hotel bevat ruimte voor maatschappelijke voorzieningen in de twee onderste bouwlagen, met daarboven woningen.