CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

7. Zuidas-Verdi Noordzone IJsbaanpad_1_Toelichting.pdf

RAAD 17 juli 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan Zuidas-Verdi Noordzone IJsbaanpad (VN2024-007042)33.262 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan Zuidas-Verdi Noordzone IJsbaanpad

Vastgesteld

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid bestemmingsplan Zuidas-Verdi Noordzone IJsbaanpad

Colofon

Opdrachtgever Opdrachtnemer

Ruimte en Duurzaamheid

IMRO_idn

NL.IMRO.0363.K2303BPGST-VG01

Datum print

31 Mei 2024

Planstatus

vastgesteld

blz. 3

Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1

7 Inleiding

9

Algemeen Doelstelling Bevoegdheden Crisis- en herstelwet Leeswijzer

9 11 11 12 12

Plankader

13

Ligging en begrenzing van het plangebied Geldend planologisch kader Beschrijving van het plangebied Geschiedenis van het plangebied

13 13 17 20

Beleidskader

23

Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

23 24 28 30

Het ruimtelijk kader

49

Ruimtelijk-functionele aspecten Stedenbouwkundige aspecten

49 55

Milieueffectrapportage

59

5.1 5.2 5.3 5.4

Algemeen MER Verdi Advies Commissie mer Conclusie

59 59 61 62

Hoofdstuk 6

Verkeer en parkeren

65

Algemeen Verkeer: Mobiliteitsplan Zuidflank Duurzaam Bereikbaar Openbaar vervoer Langzaam verkeer Conclusie

65 65 80 81 84

Geluid

85

Algemeen Regelgeving Beleid Resultaten onderzoeken Regeling in bestemmingsplan Conclusie

85 85 88 88 92 93

Luchtkwaliteit

95

Algemeen

95

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 2.4 Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4 Hoofdstuk 4 4.1 4.2 Hoofdstuk 5

6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 Hoofdstuk 7 7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6 Hoofdstuk 8 8.1

Gemeente Amsterdam

blz. 4

8.2 8.3 8.4 8.5

Regelgeving Beleid Resultaten onderzoeken Conclusie

95 97 98 98

Externe veiligheid

101

Algemeen Regelgeving Beleid Resultaten onderzoeken Verantwoording Conclusie

101 101 104 105 106 109

Milieuzonering

111

Algemeen Geluid en de VNG Brochure Stemgeluid onderwijs en horeca Sporthallen Zuid Gasdrukmeet- en regelstation Noordzone IJsbaanpad Olympisch Stadion Conclusie

111 112 113 114 114 115 126

Bodem

127

Algemeen Regelgeving Uitgangspunten en onderzoek bodem Conclusie

127 128 131 132

Water

133

Algemeen Regelgeving Beleid Watertoets Conclusie

133 134 137 140 149

Hoofdstuk 13

Natuur en Landschap

151

13.1 13.2 13.3 13.4

Algemeen Toetsingskader Resultaten onderzoeken Conclusie

151 151 152 157

Hoogbouwaspecten

159

14.1 14.2 14.3 14.4

Bezonning Windhinder Luchthavenindelingbesluit Schiphol Inkijk

159 164 169 171

Hoofdstuk 15

Cultuurhistorie en archeologie

173

Algemeen Regelgeving Resultaten onderzoeken Conclusie

173 173 176 177

Hoofdstuk 9 9.1 9.2 9.3 9.4 9.5 9.6 Hoofdstuk 10 10.1 10.2 10.3 10.4 10.5 10.6 10.7 Hoofdstuk 11 11.1 11.2 11.3 11.4 Hoofdstuk 12 12.1 12.2 12.3 12.4 12.5

Hoofdstuk 14

15.1 15.2 15.3 15.4

bestemmingsplan_Zuidas-Verdi Noordzone IJsbaanpad (vastgesteld)

blz. 5

Hoofdstuk 16

Duurzaamheid

179

Algemeen Toetsingskader Duurzaamheid in Zuidas Doorwerking planvorming

179 179 180 181

Juridische planbeschrijving

185

Algemeen Planvorm Milieuhinderlijke functies: Staat van Inrichtingen Regels over geluid Regels over wonen Artikelgewijze toelichting

185 185 185 185 188 189

Hoofdstuk 18

Economische uitvoerbaarheid

203

Hoofdstuk 19

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

205

Artikel 3.1.1. Bro - overleg Maatschappelijk overleg Stakeholders Participatie

205 207 208 209

16.1 16.2 16.3 16.4 Hoofdstuk 17 17.1 17.2 17.3 17.4 17.5 17.6

19.1 19.2 19.3 19.4

Gemeente Amsterdam

blz. 6

bestemmingsplan_Zuidas-Verdi Noordzone IJsbaanpad (vastgesteld)

blz. 7

Toelichting

Gemeente Amsterdam

blz. 8

bestemmingsplan_Zuidas-Verdi Noordzone IJsbaanpad (vastgesteld)

blz. 9

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Algemeen

Zoals ook aangegeven in de door het Rijk opgestelde Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en de gemeentelijke omgevingsvisie, ontwikkelt Zuidas zich tot een internationale toplocatie voor wonen en werken in de Metropoolregio Amsterdam. De uitstekende bereikbaarheid, de kwalitatief hoogwaardige omgeving en de economische aantrekkingskracht van Amsterdam vormen de grondslagen voor een succesvolle ontwikkeling. Een ontwikkeling waarmee Amsterdam en Nederland de internationale concurrentie aankunnen. Sinds de vaststelling van het Masterplan Zuidas door de gemeenteraad in 1998, wordt de ontwikkelingsstrategie voor Zuidas uitgewerkt in verschillende deelprojecten. Eén van deze deelprojecten is het project Verdi. Voor de uitbreiding van Zuidas met het projectgebied Verdi heeft het college van burgemeester en wethouders op 14 november 2017 ingestemd met Principebesluit Verdi, en daarmee met de verdere uitwerking van de ruimtelijke mogelijkheden in het gebied. Voor heel deelgebied Verdi is vervolgens een Projectnota Verdi opgesteld en vastgesteld door het college (Bijlage 2 bij het bestemmingsplan). Parallel aan de Projectnota Verdi, is de Investeringsnota voor Verdi Deelplan 1 opgesteld en vastgesteld door de gemeenteraad op 19 september 2019 (Bijlage 3 bij het bestemmingsplan).

Hierin worden concrete keuzes gemaakt voor de transformatie van Verdi tot een gemengd werk-woongebied. Deelplan 1 omvat de kavels van Infinity, Tripolis, Noordzone IJsbaanpad en de openbare ruimte rondom het Burgerweeshuis (zie rode plangrens in figuur 1). Deze besluiten geven de kaders en ambities van de gemeenteraad weer voor de ontwikkeling van Verdi en vormen ook de basis voor dit bestemmingsplan.

Gemeente Amsterdam

blz. 10

Figuur 1: Plangrens Verdi totaal (blauw) en Verdi Deelplan 1 (rood) Noordzijde IJsbaanpad Onderdeel van Verdi Deelplan 1 is het deelgebied Noordzone IJsbaanpad. Dit deelgebied bestaat grofweg uit vier kavels en is gelegen direct ten zuiden van het Olympisch Stadion. Van oost naar west voorziet het plangebied in de (nieuwbouw)kavels 1, 3, 2 en 4. De gronden zijn volledig in eigendom van derden. In november 2021 is in samenspraak met de eigenaar van de gronden binnen het plangebied het

bestemmingsplan_Zuidas-Verdi Noordzone IJsbaanpad (vastgesteld)

blz. 11

Stedenbouwkundig Toetsingskader Noordzone IJsbaanpad (hierna: het Stedenbouwkundig Toetsingskader) opgesteld. Het Toetsingskader betreft een verdere uitwerking van de Investeringsnota waarin de stedenbouwkundige en programmatische randvoorwaarden voor de ontwikkeling van Kavels 1-3 zijn opgenomen. Kavel 4 is niet betrokken in het Toetsingskader. Hiervoor wordt een apart stedenbouwkundig kader opgesteld door de gemeente. Het voorliggende bestemmingsplan ziet op de sloop van de drie bestaande bedrijfs-/kantoorgebouwen (8.500 m2) in het plangebied Noordzone IJsbaanpad en de ontwikkeling van vier nieuwe kavels met kantoren (maximaal 18.000 m2), woningen (ca 21.000 m2), maatschappelijke dienstverlening en overige (plint)voorzieningen (ca 7.000 m2) met een totaalprogramma van ca 46.000 m2. Gelet op de inwerkingtreding van de Omgevingswet (op 1 januari 2024) is dit ontwerpbestemmingsplan ruim voor die datum ter inzage gelegd. Dit betekent dat het recht dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing is op dit bestemmingsplan.

1.2

Doelstelling

De ambities die zijn aangegeven in de Projectnota Verdi (juli 2019), het Investeringsbesluit voor deelgebied 1 van projectgebied Verdi (september 2019) en die verder zijn uitgewerkt in het Stedenbouwkundig Toetsingskader (2021) vergen een actualisatie van de juridisch-planologische regeling voor dit deelgebied. Hiermee kan uitvoering worden gegeven aan de ambities uit voornoemde besluiten: Vergroenen, verdichten en verbinden. Voorliggend bestemmingsplan beoogt hierin te voorzien voor het deel van de gronden die zijn gelegen ten noorden van het IJsbaanpad. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het juridisch-planologisch kader voor de herontwikkeling van de gronden ten noorden van het IJsbaanpad tot een nieuw gemengd woon- en werkgebied. Hiermee worden bestemmingen als wonen (ca. 250 woningen), kantoor, maatschappelijke voorzieningen (waaronder een kinderdagverblijf) en andere plintvoorzieningen zoals horeca mogelijk gemaakt. Ook worden een ondergrondse parkeergarage, openbaar groen en een voetgangersbrug over de Stadiongracht mogelijk gemaakt. Het bestemmingsplan heeft tot doel om te dienen als actueel toetsingskader om omgevingsvergunningen voor bouwen te verlenen.

1.3

Bevoegdheden

Het plangebied is gelegen binnen de grenzen van het stadsdeel Zuid. Bij besluiten van de gemeenteraad van 1997, 29 oktober 2003, 13 juli 2011 en 18 februari 2014, is Zuidas, waar het bestemmingsplangebied deel van uitmaakt, aangewezen als grootstedelijk project. Hierbij is besloten dat de bevoegdheden op grond van de Wet ruimtelijke ordening, zoals het vaststellen van bestemmingsplannen, bij de centrale stad liggen. Op 12 juni 2013 heeft de gemeenteraad besloten tot intrekking van de Verordening op de stadsdelen en tot vaststelling van de Verordening op de bestuurscommissies 2013. Deze verordening is op 19 maart 2014 (gewijzigd) in werking getreden. Directe aanleiding voor de wijziging was de wijziging van de Gemeentewet en enige andere wetten in verband met het afschaffen van de bevoegdheid van gemeentebesturen om deelgemeenten in te stellen (Wet afschaffing deelgemeenten). Op 21 maart 2018 is de Verordening op het lokaal bestuur in werking getreden. Met deze verordening is een nieuwe stap gezet in de ontwikkeling van het bestuurlijk stelsel. Het besluit is mede gebaseerd op de evaluatie van het in 2014 ingevoerde bestuurlijke stelsel door een onafhankelijke evaluatiecommissie onder leiding van de professor A.F.M. Brenninkmeijer. Amsterdam houdt nadrukkelijk vast aan lokaal bestuur naast het centrale gemeentebestuur.

Het stelsel is daarbij tot de kern teruggebracht in die zin dat er in elk van de zeven stadsdelen twee lokale onderdelen zijn ingesteld: een bestuurscommissie die Gemeente Amsterdam

blz. 12

wordt benoemd door het college van burgemeester en wethouders en die de taken en de bevoegdheden uitoefent die voorheen aan de algemene besturen van de stadsdelen waren toegekend en een stadsdeelcommissie die direct wordt gekozen en bestaat uit twee tot vier gebiedscommissies per stadsdeel. Deze stadsdeelcommissies geven zwaarwegende adviezen aan het dagelijks bestuur van het stadsdeel over zaken die spelen binnen hun stadsdeel. De bevoegdheid tot het vaststellen van bestemmingsplannen in het (groot)stedelijk gebied Zuidas blijft onveranderd bij de Gemeenteraad.

1.4

Crisis- en herstelwet

Met ingang van 14 april 2011 is in de Crisis- en herstelwet het project Amsterdam Zuidas aangewezen in bijlage II (bijlage Aa, nummer 3). Daarnaast maakt dit bestemmingsplan een gebiedsontwikkeling mogelijk als bedoeld in punt 3.1 van Bijlage I bij de Crisis- en herstelwet. Als gevolg daarvan is afdeling 2 van hoofdstuk 1 van de Crisis- en herstelwet van toepassing. Dit brengt onder meer met zich mee dat bij een eventueel beroep alle beroepsgronden in het beroepschrift dienen te worden opgenomen en deze na afloop van de beroepstermijn niet meer kunnen worden aangevuld. Verder verloopt de behandeling van het beroep versneld.

1.5

Leeswijzer

De verbeelding en de planregels vormen samen de juridisch bindende bestemmingsplanregeling zoals deze door de gemeenteraad wordt vastgesteld. Op de verbeelding zijn de bestemmingen in het plangebied weergegeven. Deze bestemmingen zijn gerelateerd aan de in de regels opgenomen juridische regeling. De toelichting geeft de achtergronden (relevant beleid, resultaten van onderzoeken) bij de bestemmingsplanregeling. De toelichting is niet juridisch bindend. In de hoofdstukken 2 en 3 wordt het algemene kader van voorliggend bestemmingsplan weergegeven. In hoofdstuk 4 wordt een beschrijving gegeven van het ruimtelijk en stedenbouwkundig kader. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de wijze waarop met de milieueffectrapportage-procedure is rekening gehouden. In hoofdstuk 6 tot en met 16 worden de achtergronden bij de bestemmingsplanregeling beschreven. In hoofdstuk 17 wordt uitgelegd op welke wijze dit is vertaald in juridische zin. In hoofdstuk 18 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en in hoofdstuk 19 op de maatschappelijke uitvoerbaarheid. In dat laatste hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de uitkomsten van het overleg met de instanties, genoemd in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).

Daarnaast wordt, overeenkomstig artikel 3.1.6, eerste lid, onder e, van het Bro, een beschrijving gegeven van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken.

bestemmingsplan_Zuidas-Verdi Noordzone IJsbaanpad (vastgesteld)

blz. 13

Hoofdstuk 2 2.1

Plankader

Ligging en begrenzing van het plangebied

HHet plangebied maakt onderdeel uit van het gebied dat bestuurlijk is aangewezen als grootstedelijk projectgebied Zuidas. De ontwikkelingen vinden plaats binnen het bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing. Het plangebied wordt begrensd door de Stadiongracht aan de noordzijde, de Amstelveenseweg aan de oostzijde, het IJsbaanpad aan de zuidzijde en de Na-Druk-Geluk-Brug en het IJsbaanpad aan de westzijde.

Figuur 2.1: Ligging plangebied (deelplan 1) Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de plangrens zoals deze op de verbeelding is aangegeven.

2.2

Geldend planologisch kader

In het plangebied gelden meerdere bestemmingsplannen. Hierna wordt in het kort het vigerende planologisch kader toegelicht. 2.2.1

Olympisch Stadion e.o.

In het plangebied geldt op dit moment het bestemmingsplan 'Olympisch Stadion e.o.', dat door de gemeenteraad op 21 januari 2015 is vastgesteld. Dit bestemmingsplan legt min of meer de bestaande situatie vast, met dien verstande dat wijziging van functies in enige mate mogelijk is. Daarvoor golden verschillende verouderde bestemmingsplannen. Met het bestemmingsplan ‘Olympisch Stadion e.o.’ werd een actueel toetsingskader voor ruimtelijke en functionele ontwikkelingen gewaarborgd. Het plangebied Olympisch Stadion e.o. maakt onderdeel uit van een gebied dat te kenmerken is als een overgangsgebied tussen het stedelijk wonen in het (noord)oosten naar een steeds meer niet-woonomgeving in het (zuid)westen. De mix van functies leidt tot een onderverdeling in 6

Gemeente Amsterdam

blz. 14

deelgebieden met ieder eigen ruimtelijke karakteristieken en eigen functies: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Woningen en penitentiaire inrichting Schinkelbuurt; Tramremise en bedrijven Karperweg/-straat; Noordelijke Schinkeleilanden; Sportcluster; Olympisch Kwartier Zuid; Citroëngebouwen.

Figuur 2.2: De zes deelgebieden binnen bestemmingsplan ‘Olympisch Stadion e.o.’, bron: ruimtelijk eplannen.nl Elk deelgebied kent een eigen functioneel karakter. Het plangebied van voorliggend bestemmingsplan bevindt zich binnen deelgebied 5: Olympisch Kwartier Zuid. In dit gebied komt een verscheidenheid aan gebouwen voor, veelal grootschalig met een kantoor- en/of maatschappelijke functie. De gebouwen zijn verschillend in vorm, situering en volume. Aan de noordzijde van het IJsbaanpad kent de bebouwing een meer planmatige opzet dan aan de zuidzijde van het pad, met een gelijke rooilijn en afnemende bouwhoogte vanaf de Amstelveenseweg. Het Olympisch Kwartier Zuid is op dit moment voornamelijk een kantorenlocatie en een gebied met maatschappelijke instanties. De nadruk ligt - met name ten zuiden van het IJsbaanpad - in dit gebied op instanties voor gespecialiseerde jeugdzorg, zoals de Van Detschool en een kantoor van jeugdzorg. Binnen het plangebied bevinden zich de iconische Tripolis gebouwen, in het Tripolis-Park met als

bestemmingsplan_Zuidas-Verdi Noordzone IJsbaanpad (vastgesteld)

blz. 15

toevoeging ‘Het Venster’. Dit is een nieuw rechthoekig gebouw, dat twee van de torens als het ware overbrugt. Het Venster staat parallel aan de A10 en is bedacht als een gebouw dat ruimte biedt aan een mix van start-ups, scale-ups en grote bedrijven.

Figuur 2.3: Globale ligging deelgebied 5, bron: ruimtelijkeplannen.nl Binnen het bestemmingsplan ‘Olympisch Stadion e.o.’ zijn de gronden voorzien van de bestemmingen ‘Gemengd - 3’, ‘Groen’, ‘Verkeer’, ‘Water’ en ‘Bedrijf - Nutsvoorziening’. Er gelden ook dubbelbestemmingen ‘Waterstaat-Waterkering’ en ‘Archeologie – Waarde – 1’.

Gemeente Amsterdam

blz. 16

Figuur 2.4: Uitsnede bestemmingsplan ‘Olympisch Stadion e.o,’ bron: ruimtelijkeplannen.nl Hierna worden uitsluitend de bestemmingen ‘Gemengd-3’, ‘Groen’ en ‘Bedrijf-Nutsvoorziening’ kort toegelicht. Gemengd - 3 De panden in het plangebied die volledig in gebruik zijn als kantoor, zijn bestemd als 'Gemengd-3 (kantoorgebied)'. Naast kantoren is op alle lagen maatschappelijke dienstverlening toegestaan. Binnen deze bestemming mag alleen worden gebouwd binnen het bouwvlak (voor 100%) en bouwwerken, geen gebouwen zijnde mogen niet hoger zijn dan 1 meter in het voorerfgebied en 2 meter in het achtererfgebied. Er geldt binnen de bouwvlakken een maximumbouwhoogte voor gebouwen variërend tussen 9-19.5 meter. Bij deze bestemming geldt eveneens de eis dat bij (sloop-) nieuwbouw parkeren op eigen terrein opgelost moet worden. Hier kan vervolgens bij bepaalde omstandigheden van afgeweken worden. Groen Hier zijn onder andere groenvoorzieningen, bermen en beplanting, paden, kunstwerken, waterlopen en waterpartijen, parken, plantsoenen, speeltoestellen, speelterrein, met de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Binnen de bouwregels worden bouwwerken, geen gebouwen zijnde mogelijk gemaakt tot maximaal 12 meter hoog. Deze bouwmogelijkheid is bedoeld voor lichtmasten, zendmasten, sirenemasten en andere bouwwerken die daarmee vergelijkbaar zijn.

Bedrijf-Nutsvoorziening De voor 'Bedrijf - Nutsvoorziening' aangewezen gronden zijn bestemd voor nutsvoorzieningen. Binnen het plangebied zijn de met deze bestemming aangewezen gronden in gebruik door een gasreduceerstation. Een ander gebruik van panden en objecten dan nutsvoorzieningen wordt niet toegestaan. bestemmingsplan_Zuidas-Verdi Noordzone IJsbaanpad (vastgesteld)

blz. 17

2.2.2

Grondwaterneutrale kelders

Het paraplubestemmingsplan ‘Grondwaterneutrale Kelders’ is door de gemeenteraad vastgesteld op 7 oktober 2021. Het parapluplan is een vertaling van het Afwegingskader Grondwaterneutrale Kelders Amsterdam in een juridisch planologisch kader. Het doel van het paraplubestemmingsplan is om te zorgen dat alle kelderbouwaanvragen in Amsterdam moeten voldoen aan de eis van grondwaterneutraliteit. Het doel van het Afwegingskader Grondwaterneutrale Kelders Amsterdam is het voorkomen van negatieve effecten van (cumulatieve) aanleg van kelders op de stand en de stroom van het grondwater. Alleen een kelder die grondwaterneutraal kan worden aangelegd komt voor vergunningverlening in aanmerking. De (algemene) regels uit het Afwegingskader hebben primair betrekking op kelders met één bouwlaag, een oppervlakte van maximaal 300 m² en een diepte van maximaal 4 meter onder het grondoppervlak (maaiveld) gerekend aan de straatkant. Ten aanzien van de kelders die groter zijn dan 300 m² en/of dieper dan 4 meter wordt in het Afwegingskader bepaald dat medewerking alleen mogelijk is indien aan de hand van een geohydrologisch rapport wordt aangetoond dat de aanleg grondwaterneutraal zal plaatsvinden. 2.2.3

Darkstores

Het paraplubestemmingsplan ‘Darkstores’ is door de gemeenteraad vastgesteld op 10 mei 2023. Aanleiding voor het opstellen van het paraplubestemmingsplan is de opkomst van zogenaamde flitsbezorging vanuit darkstores sinds medio 2021 in Amsterdam en de daarmee samenhangende specifieke bedrijfsvoering. Die is in hoofdzaak gericht op de verkoop en levering van online aangeboden producten, overwegend dagelijkse goederen, welke vanuit een darkstore binnen zeer korte termijn worden bezorgd. De vestiging van een flitsbezorgdienst vanuit een darkstore kan een grote impact hebben op het woon- en leefklimaat in de directe omgeving. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang om af te kunnen wegen waar darkstores zich kunnen vestigen, zodat er aan de vraag voldaan kan worden, maar ook het goede woonen leefklimaat in de stad gegarandeerd blijft. Met dit paraplubestemmingsplan is de vrije vestiging van darkstores niet mogelijk. Flitsbezorgbedrijven kunnen een aanvraag omgevingsvergunning indienen en het college verzoeken om (binnenplans) van het bestemmingsplan af te wijken om een darkstore mogelijk te maken.

2.3

Beschrijving van het plangebied

Verdi ligt in het westelijk deel van Zuidas. Verdi is de plek waar de stad en het landschap elkaar ontmoeten. Het gebied ligt tussen Oud Zuid, Buitenveldert, de deelgebieden Kenniskwartier en Fred Roeske van Zuidas, de Schinkel en de Nieuwe Meer in. Het gebied verbindt deze delen van de stad en het landschap als schakel met elkaar. De Amstelveenseweg is daarin een belangrijke noord-zuid verbinding. Verdi heeft potentie en door woningen te realiseren in het gebied, krijgt het een meer open karakter en kan het uitgroeien tot een divers en levendig onderdeel van de stad.

Gemeente Amsterdam

blz. 18

Figuur 2.5: Deelplan 1 noord en zuid (blauw) en de verschillende ontwikk ellocaties (rood).

bestemmingsplan_Zuidas-Verdi Noordzone IJsbaanpad (vastgesteld)

blz. 19

Het plangebied van voorliggend bestemmingsplan ligt binnen het noordelijk deel van Deelplan 1 en wordt begrensd door de Stadiongracht aan de noordzijde, de Amstelveenseweg aan de oostzijde, het IJsbaanpad aan de zuidzijde en de Na-Druk-Geluk-Brug en het IJsbaanpad aan de westzijde.

Figuur 2.6: Plangebied Noordzijde IJsbaanpad (blauwe omlijning) Aan de noordzijde van het IJsbaanpad staan de gebouwen georiënteerd naar de straat, al hebben ze weinig relatie met de straat. Dit komt door de deels opgetilde begane gronden en het weelderige groen tussen de gebouwen en het voetpad. De gebouwen zijn opgeleverd in de jaren-90 en hebben één architectuur, wat de gebouwen met elkaar verbindt. Het beeld van de niet bebouwde ruimte aan de noordzijde van het IJsbaanpad wordt gedomineerd door geparkeerde auto's. Daarnaast is destijds geen stedenbouwkundige relatie gelegd met het ten noorden gelegen monumentale Olympisch Stadion.

Figuur 2.7: Aanblik huidige bebouwing vanaf het IJsbaanpad Het meeste groen rondom het IJsbaanpad ligt buiten het openbaar gebied, waardoor het een afschermende werking heeft tussen de gebouwen en de straat. De groeiomstandigheden van de bomen (moseiken) in het straatprofiel zijn niet optimaal doordat deze ingeklemd staan in de bestrating en weinig ondergrondse groeiruimte hebben (doorwortelbare grond). De inrichting van de straat doet denken aan een 50km/u straat in plaats van een 30 km/u straat. Gemeente Amsterdam

blz. 20

In de huidige situatie bevinden zich drie (kantoor)gebouwen langs de noordzone van het IJsbaanpad met diverse bouwhoogten tot ca 17 meter en met een totaal volume van ca 8.500 m2. Er bevinden zich bovengronds en ondergronds ca 188 parkeerplaatsen. De gebouwen worden door verschillende bedrijven gebruikt zoals een fysiotherapeut, een kinderdagverblijf en diversen kleine bedrijven en kantoren.

2.4

Geschiedenis van het plangebied

De Schinkel en het oostelijk deel van het Nieuwe Meer hebben waarschijnlijk hun oorsprong in een hoog opgegroeide veenrug die voorafgaand aan de ontginningen dwars door het Hollandse veengebied liep. Op de top van de veenrug, waar de ontginningsblokken vanuit verschillende richtingen bij elkaar kwamen werd een scheidingssloot gegraven.Via het Haarlemmermeer (voorheen Oude Meer) leidde het water naar steden als Leiden en Gouda, wat aannemelijk maakt dat het al vroeg gebruikt werd voor de scheepvaart. Het deel tussen de Schinkel en het IJ werd in 1413 verbreed en verdiept tot de huidige Kostverlorenvaart, waardoor Amsterdam een betere aansluiting kreeg op deze scheepvaartverbinding. De Schinkel en het Nieuwe Meer vormden dan ook een druk kruispunt van kleine vrachtschepen die heen en weer voeren tussen Amsterdam en de steden in het zuiden. Tot het midden van de 20ste eeuw behield de Buitenvelderse Polder een landelijk karakter. De enige bebouwing bestond uit laat 19de-eeuwse boerderijen langs de Amstelveenseweg, die overwegend buiten het plangebied waren gelegen. De nabijheid van de stad werd merkbaar met met de aanleg van de trambaan tussen Amsterdam en Bovenkerk in 1912-1918, gevolgd door de Ringspoorbaan in de jaren 1920-30, Na annexatie van het zuidelijk deel van de gemeente Nieuwer-Amstel in 1921 was voor Amsterdam de weg vrij voor grootschalige stadsuitbreiding.

In de jaren vijftig werd de aanwezige bebouwing gesloopt en werd het land bouwrijp gemaakt door het opspuiten van enkele meters zand. De hoofdstructuur en het wegenstelsel van het plangebied biedt weinig samenhang. Dit is ontstaan doordat zonder visie op het geheel en de relatie met het omliggende gebied voor de verschillende functies afzonderlijke toegangswegen zijn aangelegd. Hierdoor ontbreekt voor de bezoeker het overzicht. Sinds de jaren zeventig is de nu aanwezige bebouwing in verschillende perioden gerealiseerd.

bestemmingsplan_Zuidas-Verdi Noordzone IJsbaanpad (vastgesteld)

blz. 21

Figuur 2.8: plangebied in circa 1570.

Gemeente Amsterdam

blz. 22

bestemmingsplan_Zuidas-Verdi Noordzone IJsbaanpad (vastgesteld)

blz. 23

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

Op 15 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. Met de NOVI wil het Rijk een langetermijnvisie geven op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Het betreft hier een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving, groot en veelzijdig en vaak met elkaar verweven. Het is een nationale visie die zelfbindend is voor het Rijk. De aanpak van de NOVI gaat uit van de nationale belangen die in de leefomgeving aan de orde zijn, inclusief de opgaven die daaruit zijn afgeleid. Waar op deze opgaven een geïntegreerde aanpak noodzakelijk is, geeft de NOVI richting. Op andere onderwerpen wordt naar sectoraal beleid verwezen. De NOVI is continu aanpasbaar. Waar de opgaven vragen om een geïntegreerde benadering, komen deze samen in vier prioriteiten. Op deze prioriteiten worden beleidskeuzes gemaakt. De vier prioriteiten zijn: I. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; II. Duurzaam economisch groeipotentieel; III. Sterke en gezonde steden en regio's; IV. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om de beleidskeuzes op een heldere en voorspelbare manier te maken, hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes, die helpen bij het afwegen en prioriteren van de verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3.

Afwentelen wordt voorkomen. De uitvoering van de NOVI vraagt om nieuwe manieren van samenwerken met blijvende brede maatschappelijke betrokkenheid en inzet van overheden. Hierbij worden vier uitgangspunten gehanteerd: 1. 2. 3. 4.

We werken als één overheid, samen met de samenleving; We stellen de opgave(n) centraal; We werken gebiedsgericht; We werken permanent en adaptief aan de opgaven.

Door de ontwikkelingen die in voorliggend bestemmingsplan Zuidas-Verdi Noordzijde IJsbaanpad (hierna: 'voorliggend bestemmingsplan') mogelijk worden gemaakt, worden geen nationale belangen geraakt. Er is geen strijd met de Nationale Omgevingsvisie. 3.1.2 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn bepalingen opgenomen ter bescherming van nationale belangen, zoals de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, de uitoefening van defensietaken en bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam. Het plangebied is een binnenstedelijke locatie waarbij de in het Barro aangegeven Rijksbelangen niet in het geding zijn.

Gemeente Amsterdam

blz. 24

3.1.3

Structuurvisie Zuidasdok

Op 9 juli 2012 is de Rijksstructuurvisie Zuidasdok vastgesteld. Zuidasdok zorgt ervoor dat de bereikbaarheid van de noordelijke Randstad verbetert en Zuidas een stevige impuls krijgt om zich verder te ontwikkelen als internationale toplocatie en hoogwaardig stedelijk gebied. De doorstroming van de A10 wordt verbeterd door de uitbreiding van de capaciteit van de A10 tussen de knooppunten De Nieuwe Meer en Amstel. Tegelijkertijd wordt het doorgaande verkeer en het bestemmingsverkeer van elkaar gescheiden. Door een verbeterde doorstroming op de A10 Zuid ontstaat een robuust autonetwerk in de noordelijke Randstad. Ter hoogte van het centrumgebied van Zuidas wordt de A10 ondergronds aangelegd, waardoor de milieukwaliteit in de flanken van Zuidas (de gebieden ten noorden en zuiden van de infrastructuurbundel A10/spoor) verbetert en de barrièrewerking wordt verminderd. Het huidige station Amsterdam Zuid wordt aangepast tot een kwalitatief hoogwaardige ov-terminal, waar de Noord/Zuidlijn, trams en bussen in geïntegreerd zijn. Niet alleen vanuit de stad en regio is Zuidas goed bereikbaar, door aanlanding van de Hanzelijn en de hogesnelheidstreinen is een groot deel van Nederland beter aangesloten op Zuidas en Amsterdam. Het plangebied van voorliggend bestemmingsplan ligt op ca 275-300 meter afstand van de ligging en werkzaamheden van Zuidasdok en de plangrens van het Tracébesluit.

Voorliggend bestemmingsplan raakt de ontwikkeling en uitvoering van Zuidasdok niet.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie NH 2050

De Omgevingsvisie NH2050 is op 19 november 2018 vastgesteld door Provinciale Staten van Noord-Holland. Deze vervangt de Structuurvisie Noord-Holland 2040, het Provinciaal Verkeers- en Vervoerplan, het Provinciaal Milieubeleidsplan 2015-2018 en de Agenda Groen. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is een voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. Tegelijkertijd is duurzame economische ontwikkeling een voorwaarde voor het kunnen investeren in een prettige leefomgeving. De hoofdambitie is opgedeeld in de volgende aspecten met bijbehorende ambities: Leefomgeving Klimaatverandering: een klimaat bestendig en waterrobuust Noord-Holland. Stad, land en infrastructuur worden klimaatbestendig en waterrobuust ingericht. Gezondheid en veiligheid: het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Biodiversiteit en natuur: de biodiversiteit in Noord-Holland vergroten, ook omdat daarmee andere ambities/doelen kunnen worden bereikt. Gebruik van de leefomgeving Economische transitie: een duurzame economie met innovatie als belangrijke motor. De provincie biedt ruimte aan ontwikkeling van circulaire economie, duurzame landbouw, energietransitie en

bestemmingsplan_Zuidas-Verdi Noordzone IJsbaanpad (vastgesteld)

blz. 25

experimenten. Wonen en werken: woon- en werklocaties dienen beter met elkaar in overeenstemming te zijn. Woningbouw wordt vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends. Mobiliteit: inwoners en bedrijven van Noord-Holland kunnen zichzelf of producten effectief, veilig en efficiënt verplaatsen. Landschap: het benoemen, behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en de cultuurhistorie. Energietransitie De ambitie van de Provincie is dat Noord-Holland als samenleving in 2050 volledig klimaatneutraal en gebaseerd is op hernieuwbare energie. Daarnaast wordt er met de Omgevingsvisie NH2050 geprobeerd om een richting uit te zetten om houvast te bieden naar de onzekere toekomst.

Daarvoor wordt een aantal bewegingen naar de toekomst toe benoemd: Noord-Holland in beweging: Op weg naar een economisch duurzame toekomst Dynamisch schiereiland: Benutten van een unieke ligging Metropool in ontwikkeling: Vergroten agglomeratiekracht door het ontwikkelen van een samenhangend internationaal concurrerend metropolitaan systeem Sterke kernen, sterke regio's: Sterke kernen houden regio's vitaal Nieuwe energie: Economische kansen benutten van energietransitie Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving: vergroten van biodiversiteit en ontwikkelen van een economisch duurzame agrifoodsector Er wordt in de Omgevingsvisie NH2050 uitgegaan van het principe 'lokaal wat kan, regionaal wat moet'. Hierbij wordt gelet op de diversiteit aan regio's en wordt ruimte geboden aan maatwerk en ruimte om vorm te kunnen geven aan een wendbare samenleving. De provincie wil balans tussen economische groei en leefbaarheid. Dit betekent dat in heel Noord-Holland een basiskwaliteit van de leefomgeving wordt gegarandeerd. De provincie ontwikkelt zoveel mogelijk natuurinclusief en met behoud van (karakteristieke) landschappen, clustert ruimtelijke economische ontwikkelingen rond infrastructuur en houdt rekening met de ondergrond. In de visie wordt voor het stedelijk gebied uitgegaan van zoveel mogelijk binnenstedelijk realiseren en concentreren van wonen en werken.

Om de groei van het verkeer in de metropool in goede banen te leiden moet worden geïnvesteerd in alle verkeersnetwerken, het regionaal OV, fietsnetwerk en auto, waarbij de grotere behoefte aan ruimte voor regionaal verkeer boven interregionaal en doorgaand verkeer wordt gefaciliteerd. Versterken van het landschap als onderdeel van het metropolitaan systeem. Bedrijvigheid in de metropool kan zich blijven ontwikkelen binnen de beschikbare milieuruimte, waarbij op een beperkt aantal plekken nieuwe woningbouw te maken kan krijgen met een grotere mate van geluidhinder, binnen de wettelijke grenzen. Voorliggend bestemmingsplan is in lijn met de ambities uit de Provinciale Omgevingsvisie.

Gemeente Amsterdam

blz. 26

3.2.2

Omgevingsverordening NH 2020

Op donderdag 22 oktober 2020 hebben Provinciale Staten de Omgevingsverordening NH2020 vastgesteld. De Omgevingsverordening NH2020 geldt vanaf 17 november 2020 en vervangt alle bestaande provinciale verordeningen die betrekking hebben op de leefomgeving, zoals de Provinciale Ruimtelijke Verordening, de Provinciale Milieuverordening, de Waterverordening en de Wegenverordening. Het plangebied ligt in stedelijk gebied en er zijn op grond van de Omgevingsverordening NH2020 geen beschermingsregimes van toepassing. Ook ligt het plangebied niet in de LIB 5-contour. Regionale afspraken nieuwe stedelijke ontwikkelingen (artikel 6.3) Wel is artikel 6.3 van de Omgevingsverordening NH2020 van toepassing. Op grond van dat artikel moeten nieuwe stedelijke ontwikkelingen regionaal worden afgestemd. De manier waarop de regionale afstemming moet plaatsvinden is verder uitgewerkt in de artikelen 2.12 (woningbouw), artikel 2.13 (bedrijven en kantoorlocaties) en artikel 2.15 (overige stedelijke voorzieningen) van de Omgevingsregeling. Het bestemmingsplan maakt hoofdzakelijk de ontwikkeling van woningen en extra kantoorruimte mogelijk in een omvang die kan worden aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Ook wordt in relatief beperkte omvang voorzien in extra (maatschappelijke) voorzieningen, detailhandel en horeca.

Voor de onderbouwing dat de ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt in overeenstemming zijn met de regionale afspraken, wordt verwezen naar de paragrafen 3.3.3 (kantoorlocaties), 3.3.4 (woningbouw) en 3.3.5 (detailhandel). Voor wat betreft de toegestane horecafuncties wordt opgemerkt dat het grotendeels gaat om ondergeschikte horeca die relatief beperkt in omvang en vooral buurtgericht is. Verder ligt het plangebied binnen een grootstedelijk gebied. In dit kader heeft er bij de voorbereiding van dit bestemmingsplan afstemming plaatsgevonden met de Vervoersregio, de brandweer en de provincie Noord-Holland. Daarmee is voldaan aan het vereiste van regionale afstemming. Klimaatadaptatie (artikel 6.62) Daarnaast is artikel 6.62 van de Omgevingsverordening NH2020 van toepassing. Op grond van dat artikel bevat de toelichting van een ruimtelijk plan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt een beschrijving van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de risico's van klimaatverandering. In de beschrijving wordt in ieder geval betrokken het risico op: wateroverlast, overstroming, hitte en droogte. Daarbij wordt aangegeven welke maatregelen en voorzieningen worden getroffen om de hiervoor genoemde risico's te voorkomen of te beperken en welke afweging daarbij is gemaakt.

De beschrijving wordt opgesteld na overleg met in ieder geval het waterschap in wiens beheergebied de ontwikkeling plaatsvindt. Verwezen wordt naar de hoofdstukken 12 (water) en 16 (duurzaamheid), waarin verder wordt ingegaan op aspecten die verband houden met klimaatadaptatie. Voorliggend bestemmingsplan is in overeenstemming met het provinciale ruimtelijke beleid.

bestemmingsplan_Zuidas-Verdi Noordzone IJsbaanpad (vastgesteld)

blz. 27

3.2.3

Omgevingsverordening NH 2022

De Omgevingsverordening NH2022 is op 11 januari 2022 vastgesteld door de Provinciale Staten van de provincie Noord-Holland. Inmiddels heeft de provincie een eerste herziening van de Omgevingsverordening vastgesteld op datum 8 november 2022 en heeft er een tweede herziening ter inzage (van 22 juni tot en met 3 augustus 2023) gelegen. Bij de eerste herziening is de Omgevingsverordening aangevuld met nieuw beleid en regels omtrent bijvoorbeeld datacenters en waterschaarste. De Omgevingsverordening NH2022 is gekoppeld aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet en is daarom op 1 januari 2024 in werking getreden. In de Omgevingsverordening NH2022 zijn een aantal specifieke onderwerpen toegevoegd op het terrein van natuur en milieu en de Regionale Energie strategieën 1.0 (RES’en 1.0). De RES’en 1.0 zijn leidend voor wind op land. Ook is uitvoering gegeven aan moties en toezeggingen die voortkwamen uit de behandeling van de Omgevingsverordening NH2020 in Provinciale Staten. Er is sprake geweest van een beleidsarme omzetting naar de systematiek en terminologie van de Omgevingswet. Voorliggend bestemmingsplan is ook in overeenstemming met dit provinciale ruimtelijke regels en beleid. 3.2.4

Woonagenda provincie Noord-Holland 2020-2025

Op 31 maart 2020 is de Woonagenda provincie Noord-Holland 2020-2025 (De Woonagenda) vastgesteld door Provinciale Staten van Noord-Holland. De Woonagenda is de uitvoeringsagenda van het woonbeleid van de provincie Noord-Holland voor de komende vijf jaar. De Woonagenda volgt uit en past binnen de randvoorwaarden van het provinciaal ruimtelijk beleid, zoals beschreven in de provinciale Omgevingsvisie NH2050 en het coalitieakkoord ‘Duurzaam doorpakken’. Vanuit het provinciaal én regionaal belang dat de woningmarkt goed functioneert en het wonen optimaal bijdraagt aan het versterken van de kwaliteiten van Noord-Holland, maakt deze agenda de inzet en bijdrage van de provincie daaraan concreet. De Woonagenda bestaat uit drie delen die samen de uitvoeringsagenda voor de komende vijf jaar bevat: Actieagenda 2020-2025; De ambitie, doelstelling, rol en ruimtelijke uitgangspunten. De actiepunten die uit deze drie onderdelen volgen, zijn: a. b. c. d. e. f. g. h.

Maatwerkafspraken in regionale woonakkoorden; We bieden kennis, meedenkkracht en hulp; Versnellen woningbouwproductie; Samenwerking stimuleren; Verduurzaming wonen; Meer flexibiliteit in de woningmarkt; Stimuleren circulair bouwen; Leveren van informatie en monitoring.

De beoogde ontwikkeling zal dan ook bijdragen aan het actiepunt c: versnellen woningbouwproductie. Het realiseren van woningbouw past binnen de Woonagenda provincie Noord-Holland 2020-2025.

Gemeente Amsterdam

blz. 28

3.2.5

Detailhandelsbeleid Noord-Holland 2015-2020

De provinciale missie is het versterken van de detailhandelstructuur in Noord-Holland. Gemeenten, bedrijfsleven en de provincie moeten er samen voor zorgen dat de detailhandelsstructuur in Noord-Holland sterk blijft. Dat betekent: keuzes maken. Op locaties waar mogelijkheden zijn moet ruimte worden gegeven aan nieuwe initiatieven. Op andere locaties is er geen ruimte voor nieuwe winkelmeters. Hiermee wordt een aantrekkelijke winkelstructuur behouden voor de inwoners van Noord-Holland en de bezoekers aan onze provincie. In het kader van de missie staan drie hoofddoelstellingen centraal: I. Een detailhandelstructuur die uitgaat van duurzaam ruimtegebruik; II. Een detailhandelstructuur die bijdraagt aan een vitale regionale economie; III. Een detailhandelstructuur die bijdraagt aan een aantrekkelijke woon- en leefomgeving. De hoofddoelstellingen zijn uitgewerkt in zes beleidsdoelen: 1. 2. 3. 4.

Prioriteit geven aan hoofdwinkelgebieden; Voorkomen van extra leegstand; Internet-afhaalpunten bij voorkeur situeren in bestaande winkelcentra; Een vitale, dynamische en concurrerende detailhandelstructuur, waarbij ruimte wordt geven aan kwaliteit; 5. Primaire detailhandel (levensmiddelen) is bereikbaar op een aanvaardbare afstand; 6. Detailhandel draagt bij aan aantrekkelijke binnensteden. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in de mogelijkheid om kleinschalige detailhandel te vestigen, waarmee met name (toekomstige) bewoners in de directe omgeving worden bediend. Het gaat in totaal om maximaal 375 m2 bruto vloeroppervlak (1 vestiging van maximaal 375 m2). Daarmee is dit plan in lijn met het provinciale detailhandelsbeleid.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1

Vervoerregio Amsterdam

De Vervoerregio Amsterdam is een samenwerkingsverband van vijftien gemeenten sinds 2017. De Vervoerregio werkt onder meer aan verbetering van de bereikbaarheid, de leefbaarheid en de economische ontwikkeling en heeft in dat kader een aantal beleidsnota's opgesteld, waarvan in dit kader vooral het Plabeka (zie paragraaf 3.3.3) relevant 3.3.2

Metropoolregio Amsterdam

De Metropoolregio Amsterdam (MRA) is het informele samenwerkingsverband van lokale en provinciale overheden in de noordvleugel van de Randstad. Belangrijk kenmerk van de metropoolsamenwerking vormt het feit dat dit gebeurt op vrijwillige basis. De democratische legitimatie van besluiten vindt plaats in de Staten en gemeenteraden van de aangesloten gemeenten en provincies. Het versterken van de concurrentiepositie, nationaal en internationaal, vormt de rode draad binnen de metropoolsamenwerking. Om in de Europese top mee te kunnen blijven spelen, is de gezamenlijke ambitie gericht op het creëren van een hoogwaardig, veilig en duurzaam leef- en woonmilieu voor bedrijven, bewoners en bezoekers, nu en straks. Door in te zetten op compacte, hoogwaardige en bereikbare steden die omringd worden door recreatief groen moet het vestigingsklimaat aantrekkelijk blijven.

bestemmingsplan_Zuidas-Verdi Noordzone IJsbaanpad (vastgesteld)

blz. 29

Rond de beleidsvelden verkeer en vervoer, economie, verstedelijking, landschap en duurzaamheid zijn drie regionale bestuurlijke overlegorganen geformeerd. De samenwerking in metropoolverband levert de regio bovendien structureel meer kracht en zeggenschap op richting het Rijk. 3.3.3

Plabeka

Op 23 juni 2017 heeft het Platform Economie de Uitvoeringsstrategie 3.0 vastgesteld: 'Ruimte voor werken in de Metropoolregio van morgen: 2017-2030'. Hoofddoel in de Uitvoeringsstrategie is voldoende en kwalitatief passend aanbod van werklocaties in de Metropoolregio Amsterdam, om bij te dragen aan het versterken van de (inter)nationale concurrentiepositie en het verbeteren van het regionale vestigingsklimaat. In deze Uitvoeringsstrategie zijn bestuurlijke afspraken gemaakt over Een adaptieve strategie: de nieuwe uitvoeringsstrategie is minder kwantitatief dichtgetimmerd. Als het gevolg van de laatste crisis wordt er meer rekening gehouden met onvoorspelbaarheid en onzekerheid. De afspraken moeten dus wendbaar en flexibel zijn. De marktvraag en kwaliteit van het vestigingsklimaat zijn leidend in de strategie. Programmering: de planvoorraden van zowel bedrijventerreinen als kantoren moeten worden bewaakt om overaanbod te beperken en te voorkomen. Voor Amsterdam wordt versneld bijgeschakeld als (inter)nationale kansen daarom vragen. Voor alle deelregio's wordt in aanvulling op de kantorenvraag naar formele locaties extra ruimte geboden voor kantoorontwikkeling in informele milieus. Transformatie: Zowel voor kantoren als voor bedrijventerreinen zijn de transformatieambities hoog. Als gevolg daarvan wordt een uitplaatsingsvraag verwacht, met name vanuit Amsterdam.

Herstructurering: de herstructurering van bedrijventerreinen blijkt een belangrijk aandachtspunt. Tot 2030 beschikt de MRA over 0,9 miljoen m² hard planaanbod op kantoorlocaties, waarvan bijna de helft op internationale vestigingslocaties als Zuidas. De vraag concentreert zich met name op aantrekkelijke, multimodaal bereikbare plekken met een hoog voorzieningenniveau. In Amsterdam is de voorraad in dit segment krap. In 2019 is een lichte actualisatie uitgevoerd, 'Actualisatie light – Naar een Uitvoeringsstrategie Plabeka 3.1'. Deze Uitvoeringsstrategie Plabeka 3.1 vormt het geactualiseerde afsprakenkader voor de MRA. Aanleiding voor deze actualisatie was: Marktontwikkelingen: regionale groeiverschillen, transformatie en dreigende krapte op de kantorenmarkt. De monitor Plabeka, de Economische Verkenning MRA en andere bronnen laten trends en ontwikkelingen zien die afwijken van de aannames die aan Plabeka 3.0 en de achterliggende MRA Vraagraming (Ecorys, 2016) ten grondslag lagen. Zo vallen regionale verschillen in banengroei en BRP-groei groter uit dan geraamd. De MRA groeit harder dan Nederland als geheel en binnen de MRA concentreert de groei zich sterk in Amsterdam. De kantorentransformatie verloopt veel sneller dan in Plabeka 3.0 voorzien. De kantorenleegstand loopt door transformatie snel terug. Vooral in Amsterdam en omgeving dreigt krapte op de kantorenmarkt te ontstaan.

Binnen de kantorenmarkt groeit de vraag naar informele milieus in de stad sterk, terwijl deze vraag binnen Plabeka onvoldoende in beeld is (informele kantoormilieus zijn geen onderdeel van vraagraming). Enkele beleidsopgaven kwamen in het huidige afsprakenkader niet of onvoldoende terug. In de actualisering (2019) zijn diverse bestuurlijke afspraken opgenomen om als MRA een antwoord te bieden op de dynamische marktontwikkelingen, toenemende ruimtedruk, groeiende onzekerheden in de economie en nieuwe opgaven die op de regio afkomen. De mogelijkheden voor kantoren in dit plan Gemeente Amsterdam

blz. 30

sluiten naadloos aan bij de geconstateerde behoeften; Wonen en werken op een multimodaal bereikbare locatie. Dat geldt voor Zuidas als geheel en ook voor Verdi. 3.3.4

Mobiliteitsplan Zuidas Flanken

Het Mobiliteitsplan Zuidflank (Mobiliteitsplan) is in juli 2023 vastgesteld door zowel het college van burgemeester en wethouders van gemeente Amsterdam als het Dagelijks Bestuur van de Vervoerregio Amsterdam. Dit betekent dat beoogde ontwikkelingen binnen Zuidas (en de daarmee te verwachten verkeerseffecten) voortaan worden getoetst aan de vier pijlers die in het Mobiliteitsplan staan omschreven. Op deze manier wordt beoordeeld wat de effecten van verkeer en parkeren zullen zijn op Zuidas, en welke effecten kunnen worden verminderd of zelfs verbeterd met de pijlers van het Mobiliteitsplan. 1. Herinrichten van de openbare ruimte om meer ruimte voor verblijven te realiseren en alternatieven voor de auto te verbeteren 2. Doelgroepenbenadering: niet-fysieke gedragsmaatregelen waarin we samen met het bedrijfsleven en onderwijsinstellingen werknemers en studenten stimuleren om buiten de spits te reizen en dat met de fiets, te voet of met het OV te doen 3. Sturen op parkeerruimte voor auto's 4. Aandacht voor de gevolgen type programma op mobiliteit en leefbaarheid De beoogde ontwikkeling van Verdi – Noordzone IJsbaanpad voldoet aan de uitgangspunten van het Mobiliteitsplan. Een uitgebreide toelichting staat in hoofdstuk 6 van deze plantoelichting. 3.3.5

Regionale OV-Visie 2010-2030 van de Stadsregio

De OV-Visie 2010-2030 is samen met gemeenten van de Stadsregio Amsterdam (thans Vervoerregio Amsterdam), aangrenzende overheden, maatschappelijke organisaties (reizigersverenigingen) en vervoerbedrijven ontwikkeld en op 24 juni 2008 vastgesteld door de Regioraad. Het aanleggen van grootschalige infrastructuur vraagt een lange voorbereidingstijd. Daarom is een visie nodig voor de langere termijn. Op basis van de visie wordt ook een investeringsstrategie gemaakt. Met de visie kunnen juiste en toekomstbestendige keuzes worden gemaakt in de aanleg of aanpassingen van het OV-netwerk in de regio.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Omgevingsvisie Amsterdam 2050 Ruimte voor overmorgen

Op 8 juli 2021 is de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 vastgesteld door de gemeenteraad. Deze vervangt de Structuurvisie Amsterdam 2040 en is een wettelijk verplicht instrument van de nieuwe Omgevingswet. Hierop zijn twee uitzonderingen: de Hoofdgroenstructuur en het hoogbouwbeleid, die integraal opgenomen waren in de structuurvisie. Deze blijven van kracht tot vervangend beleid is vastgesteld. De visie is gebaseerd op 5 strategische keuzes. 1. Meerkernige ontwikkeling: Amsterdam is uit balans met één centrum waar alles op gericht is. Een van de hoofddoelen van de visie is een stad en regio te worden met meer stedelijke kernen. Deze ingreep in de structuur van de stad is mogelijk door bedrijventerreinen te ontwikkelen tot bruisende stadsbuurten. 2. Groeien binnen grenzen: Amsterdam streeft naar minimaal 150.000 woningen erbij voor 250.000 nieuwe inwoners in 2050, plus 200.000 nieuwe arbeidsplaatsen. Deze groei mag alleen plaatsvinden binnen de huidige stadsgrenzen. Op die manier wordt de kwaliteit van bestaande buurten versterkt,

bestemmingsplan_Zuidas-Verdi Noordzone IJsbaanpad (vastgesteld)

blz. 31

kunnen overal woningen en bedrijfsgebouwen worden verduurzaamd en blijven de kwetsbare landschappen open. Dit kan door bedrijventerreinen om te bouwen tot gebieden waar zowel gewoond als gewerkt wordt. Daarnaast is er ruimte voor groei in de naoorlogse wijken van Nieuw-West, Zuidoost en Noord, waar op een slimme manier verdicht kan worden. Een goede woonkwaliteit, met leefbare straten en pleinen en veel plek voor ontmoeting, staat hierbij voorop. Hoogbouw (gebouwen hoger dan 70 meter) concentreert zich rond grotere stations als Bijlmer ArenA, Amstel, Zuid en Sloterdijk en langs het IJ. De stad wordt ingericht op hergebruik van materialen en grondstoffen en op een andere, meer zelfvoorzienende energieopwekking zoals stadsverwarming en zonne- en windenergie. 3. Duurzaam en gezond bewegen: Om ruimte te houden voor groen, spelen en verblijven en voor de fietser en voetganger, moet de auto een stap terug doen. Door verdichting wordt draagvlak gecreëerd voor OV in de hele stad en komen voorzieningen op loop- en fietsafstand. Buurten worden verbonden door een netwerk van veilige fietsroutes en openbaar vervoer. 4. Rigoureus vergroenen: Verdichting wordt gecombineerd met vergroening van de stad. Daarbij is meer en vooral beter groen het doel, door minder verharding en meer groen aan en op gebouwen.

Een ander belangrijk doel is tegengaan van hittestress en vergroten van het waterbergend vermogen van de stad. 5. Samen stadmaken: De omgevingsvisie combineert ruimtelijke inrichting met doelen op groen, wonen, werken, duurzaamheid, leefomgeving. Het stadsbestuur gaat sturen op hoofdlijnen. De principiële keuze daarbij is dat de regels zo worden dat naast de klassieke partijen als ontwikkelaars en woningcorporaties, Amsterdammers ook zelf aan de slag kunnen. De bestemmingsplanlocatie is aangewezen als hoogstedelijke buurt, zoals hieronder op een uitsnede van de Visiekaart Amsterdam 2050 is getoond.

Figuur 3.1: Uitsnede Visiek aart Amsterdam 2050 ter hoogte van projectlocatie (rode cirkel) Amsterdam is straks een meerkernige stad, opgebouwd uit buurten met een eigen karakter. Maar deze stedelijke kernen en buurten zijn dankzij een netwerk van doorgaande stadsstraten en stadslanen onderdeel van de stad als geheel. Als onderdeel van de meerkernige ontwikkeling wordt op verschillende plekken ingezet op versterking van de betekenis van die plek voor de hele stad. Er is hier iets te vinden voor mensen uit de directe omgeving, mensen uit het gebied, de stad als geheel en soms ook daarbuiten. Het zijn plekken waar mensen willen zijn, elkaar ontmoeten, ondernemen. Waar

Gemeente Amsterdam

blz. 32

werkgelegenheid zich deels concentreert. Het zijn winkel- en uitgaansgebieden, stadsparken en pleinen, waar je kunst en cultuur vindt, waar gesport wordt, en waar onderwijs, onderzoek en zorg te vinden zijn. Op veel van de plekken wordt ook gewoond en gewerkt. De vergroting van de betekenis van deze plekken draagt bij aan de ontwikkeling van alle stadsdelen in de stad tot eigenstandige gebieden. Daarmee werken we aan een evenwichtige ontwikkeling van de hele stad binnen de regio. Diverse gebieden, waaronder Zuidas, hebben de potentie (door de goede bereikbaarheid, het reeds aanwezige voorzieningenaanbod of de landschappelijke kwaliteit) om tot stedelijke plek uit te groeien. Soms zijn ze al van grote betekenis voor de stad (zoals de Amsterdamse Poort en Zuidas) en gaat het om de uitbreiding van die betekenis. Deze plekken komen in principe als eerste in aanmerking als een locatie voor een grootstedelijke voorziening wordt gezocht. Het zijn plekken die voor zowel mensen uit de directe omgeving, als uit de stad als geheel en de regio het bezoeken waard zijn. Je kunt er bijvoorbeeld sporten, naar een museum, buiten afspreken, een opleiding volgen en boodschappen doen. Ze hebben of een sterk stedelijk karakter of ontlenen hun kwaliteit aan hun landschappelijke ligging.

Kantoorontwikkeling en andere grootschalige functies passen op de multimodale knopen zoals Zuidas, Amstelstation, ArenApoort, Sloterdijk en Centraal Station. Concentraties van werken en publiekstrekkende voorzieningen in Amsterdam krijgen vooral een plek in stationskwartieren bij deze belangrijke stations. Banen en voorzieningen zijn daarmee voor mensen vanuit de rest van de metropoolregio en Nederland uitstekend bereikbaar met openbaar vervoer. Goede bereikbaarheid vormt de sleutel tot de ontwikkeling van dit hoogstedelijke gebied. Met de realisatie van Zuidasdok zal station Zuid uitgroeien tot het belangrijkste (overstap)station van het noordelijk deel van de Randstad voor trein, metro, bus en tram. Het is dan een van de grootste stations van Nederland en de belangrijkste internationale toegangspoort van buitenlandse treinen. De internationale bereikbaarheid van deze locatie maakt dat Zuidas een belangrijke rol heeft in de veelzijdige economie van Amsterdam. Zuidas groeit kortom door als hét centrum voor internationaal zakendoen en als integraal onderdeel van het stedelijk weefsel, een bestemming voor alle Amsterdammers. In de omgeving van het station wordt de openbare ruimte hierop ingericht door ruimte te maken voor het verbeteren van bus- en tramverkeer en voor fietsers en voetgangers. Het Zuidas Dokpark ten slotte wordt een nieuwe, centrale, groene plek in het gebied.

Het verbinden van Zuidas met de omliggende wijken is een belangrijke opgave, zowel ruimtelijk als programmatisch. De barrièrewerking van de aanwezige infrastructuur dient verminderd te worden. Het deels ondergronds brengen van de A10 (Zuidasdok) zal Plan Zuid en Buitenveldert beter met elkaar verbinden. Dit maakt het mogelijk om de Beethovenstraat en Parnassusweg-Buitenveldertselaan in te richten tot levendige stadsstraten met (veel) meer ruimte voor groen, lopen en fietsen. Twee van de belangrijkste elementen op de stadsdeelkaart van Zuid zijn dan ook: Stationskwartieren Zuid en RAI: stevige verdichting, ruimte voor wonen, werken en (grootstedelijke en internationale) voorzieningen, bijvoorbeeld in relatie met het kenniskwartier van de VU. Op straat veel ruimte voor bus- en tramverkeer, fietsers, voetgangers en verblijfskwaliteit. Versterken noord-zuid en oost-west gerichte routes, die de Zuidas intern verbinden en verknopen met de omliggende buurten. Voorliggend bestemmingsplan dat ruimte biedt voor woningen, kantoren en voorzieningen, is dan ook in overeenstemming met de Omgevingsvisie 2050.

bestemmingsplan_Zuidas-Verdi Noordzone IJsbaanpad (vastgesteld)

blz. 33

3.4.2

Hoogbouw in Amsterdam

Binnen het instrumentarium van de Structuurvisie Amsterdam 2040 (en de Nota Hoogbouw in Amsterdam, vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders op 10 mei 2011) zijn de uitgangspunten voor hoogbouw in Amsterdam genoteerd. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen gebieden waar hoogbouw wordt gestimuleerd en gebieden waar hoogbouw zeer terughoudend wordt toegepast. Onder hoogbouw wordt verstaan: gebouwen vanaf 30 meter hoogte of tweemaal de hoogte in hun directe omgeving. Met bouwhoogten van 9 – 20 meter in onderbouw en 38 - 49 meter in hoogbouw maakt het voorliggende bestemmingsplan hoogbouw mogelijk. In juni 2023 en juli 2023 heeft het concept 'Hoogbouwbeleid 2023' ter inzage gelegen. Dit beleid is nog niet vastgesteld. Nieuw in het beleid zijn principes en vuistregels over het gebouw zelf. Daarmee zorgt de gemeente dat er kwalitatief goede gebouwen worden gemaakt die lang mee gaan. Een hoog gebouw heeft meer impact op de stad dan de meeste andere bebouwing. Daarom is het doel hoogbouw die over langere tijd goed bruikbaar en past in de omgeving. Zo wordt bijvoorbeeld bij hoge gebouwen gekeken of het gebouw bijdraagt aan een prettige beleving op straat. De gemeente stimuleert daarnaast dat gebouwen zo worden gebouwd dat er later aanpassingen mogelijk zijn, zoals het samenvoegen van kleinere woningen tot grotere woningen.

Aan de hand van een hoogbouweffectrapportage (HER), waarin de effecten van het hoogbouwplan op het stedelijke landschap in beeld zijn gebracht, wordt beoordeeld of een hoogbouwplan verantwoord is. In bepaalde gevallen is het opstellen van een HER verplicht. Dat doet zich voor in situaties waarin terughoudendheid met hoogbouw wordt beoogd. Zuidas en daarmee ook onderhavig plangebied, is als locatie aangewezen waar hoogbouw wordt gestimuleerd. In het kader van de voorafgaande planvorming en het voorliggend bestemmingsplan is onderzoek gedaan naar een aantal hoogbouwgerelateerde onderwerpen zoals bezonning, windhinder, straalpaden en het Luchthavenindelingbesluit Schiphol (Lib). In hoofdstuk 14 van deze plantoelichting wordt inhoudelijk ingegaan op de conclusies uit dit onderzoek en op de stedenbouwkundige inpassing in, en effecten op de omgeving. In het voorliggend bestemmingsplan wordt het college de mogelijkheid gegeven om bij concrete bouwplannen, hoger dan 30 meter, nader onderzoek te vragen ten aanzien van de hoogbouweffecten. Op grond van de uitkomsten van een dergelijk onderzoek kunnen nadere eisen worden gesteld ter beperking van eventuele hinder. 3.4.3

Visie Zuidas 2016

De gemeenteraad heeft op 5 oktober 2016 de Visie Zuidas 2016 vastgesteld. In de Visie Zuidas wordt beschreven hoe, waar en waarom er ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden. Zuidas is in korte tijd uitgegroeid tot een uniek deel van Amsterdam met internationale allure, maar wordt ook steeds meer tot een levendige stadswijk. Zuidas staat aan de vooravond van de grootste bouwoperatie uit de geschiedenis van het gebied. Er komen duizenden nieuwe woningen en bewoners bij. Daarnaast reizen steeds meer mensen via station Amsterdam Zuid van en naar Amsterdam. Het wordt, kortom, op alle mogelijke manieren drukker in Zuidas met een mix van bewoners, studenten, werknemers, reizigers, congresbezoekers en toeristen. Het behouden en versterken van kwaliteit van wonen en werken in Zuidas, gecombineerd met de aanleg van Zuidasdok, is de belangrijkste uitdaging voor de komende periode. De Visie Zuidas 2016 benoemt daarbij de volgende thema's:

Gemeente Amsterdam

blz. 34

Zuidas in uitvoering De visie staat in het teken van het voortzetten en versterken van het succes van Zuidas in een periode met veel bouwactiviteiten. Het is onvermijdelijk dat bewoners en bezoekers last gaan ondervinden van bouw- en funderingswerkzaamheden, omleidingen en bouwverkeer, maar de overlast mag niet overheersen. Alle reden om juist nu extra aandacht te schenken aan hoe we de kwaliteit van het gebied hoog kunnen houden en waar mogelijk kunnen verbeteren. Door zorgvuldige gebiedsregie en goede communicatie wordt geborgd dat Zuidas ook tijdens de bouw leefbaar en bereikbaar blijft. Internationaal en ambitieus De kracht van Zuidas wordt onder andere bepaald door de goede bereikbaarheid, zowel vanuit de stad als vanuit de regio, en dankzij de nabijheid van Schiphol. Daar bovenop maakt de aanwezigheid van gekwalificeerde werknemers en kennisinstellingen van Zuidas een gewilde locatie voor internationaal opererende topbedrijven. Het succes en de kracht van Zuidas als internationale toplocatie wordt met deze visie verder uitgebouwd en versterkt. Het internationale karakter wordt op straat voelbaar en zichtbaar, door hoogwaardige voorzieningen, hotels, kunst en cultuur. Het 'Kenniskwartier', een menging van universitaire- en stedelijke voorzieningen, bedrijven en wonen, zal een belangrijke plek krijgen in de internationale en ambitieuze Zuidas.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14382253/1