CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

7. Nota inspraak Huisvestingsverordening_T.pdf

RAAD 12 december 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de Wijzigingsverordening Huisvestingsverordening Amsterdam 2025 (VN2024-016516)32.077 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

De vergunningplicht voor woningdelen, die geldt vanaf het moment dat met drie huishoudens een woning wordt gedeeld, zou dan niet meer handhaafbaar zijn. Het college vindt de suggestie om de wettelijke verplichte delen van het huis die moeten worden gedeeld, keuken, badkamer en huiskamer etc., terug te brengen naar bijvoorbeeld alleen het trappenhuis, de hal en bijvoorbeeld de was­ machine een interessante gedachte en zal deze verder laten onderzoeken. Het college is bekend met de beperking van het huurrecht voor hospitaverhuurders en heeft dit onder de aandacht van het Rijk gebracht.

3.3.14 W  et betaalbare huur zal woningdelen doen afnemen Drie insprekers vragen de gemeente om een standpunt inzake de nieuwe Wet betaalbare huur. Zij bepleiten dat de nieuwe wetgeving zal betekenen dat zij en anderen minder woningen zullen willen verkameren, omdat zij minder huur mogen vragen per kamer. Verhuurders zullen hun appartementen aan twee personen gaan verhuren in plaats van aan drie. Dit kost woonplekken. Advies

Inspraakreacties Huisvestingsverordening Amsterdam 2025 | November 2024

43

van de insprekers: ga naar Den Haag en laat zien wat de gevolgen zijn voor de Amsterdamse woningmarkt en pleit voor andere regelgeving.

3.3.16 Laat vluchtelingen een woning delen

Reactie college

Reactie college

Amsterdam hanteert zelf sinds 1 april 2020 de voorwaarde van het individuele huurcontract bij de omzettingsvergunning voor kamerverhuur. Op deze wijze probeert de gemeente de betaalbaarheid van kamers te bevorderen. Het college begrijpt dat het voor een deel van de particuliere verhuurders door de Wet betaalbare huur lastiger wordt om een deel van hun bezit rendabel te verhuren. De betaalbaarheid van woonruimte vindt het college echter een groot goed. Kamerhuren van € 700, € 800, € 900 of meer vindt het college onacceptabel. Dat op deze wijze winst wordt gemaakt over de ruggen van studenten, starters en jonge mensen wil het college blijven bestrijden, ook als dit in de praktijk betekent dat dit, mogelijk tijdelijk, leidt tot minder woonplekken in de stad.

De gemeente probeert vluchtelingen en statushouders op verschillende manieren te huisvesten. Het is niet verplicht om met het eigen gezin je woning met andere huishoudens te delen.

3.3.15 Pandquotum niet streng genoeg Er blijft niets over van de bescherming van de leefbaarheid op pandniveau tegen een overmaat aan verkamering binnen panden met slechts twee of drie woningen, wanneer de gemeente omzettingsvergunningen blijft afgeven tot zelfs 50% van zulke panden, terwijl het pandquotum uitgaat van “maximaal 25 procent van het aantal woningen, in een pand, of in een rij aaneengesloten eengezinswoningen”. Schrap artikel 3.3.7 lid c uit de Huisvestingsverordening, dat zegt dat bij minder dan vier woningen per pand er maximaal sprake kan zijn van één omgezette woonruimte.

Laat vluchtelingen maar een woning delen. Gezinnen moeten niet woningdelen.

3.3.17 V  oorstellen alleen gericht op huisvesten studenten Het lijkt of deze voorstellen vooral gericht zijn op het huisvesten van studenten. Het aandeel gezinnen in de stad loopt al sterk terug en met zulke maatregelen wordt het voor hen nog minder aantrekkelijk.

Reactie college Woningdelen is niet alleen gericht op het huis­ vesten van studenten. Ook andere groepen, vaak startende woningzoekenden, kunnen door het delen van een woning een woonplek vinden in Amsterdam. Het college heeft daarbij ook oog voor gezinnen. Juist om te voorkomen dat te veel woningen worden verkamerd, heeft het college het wijkquotum in gesteld. Per wijk mag een maximaal aantal grote woningen worden verkamerd, zodat de rest van de woningvoorraad beschikbaar blijft voor gezinnen. De behoefte aan woonplekken in de stad is echter dermate groot dat het college heeft voorgesteld voor woningdelen met drie huishoudens extra plekken per wijk beschikbaar te stellen. Per wijk kunnen hierdoor 55 woningen extra worden verkamerd, boven op het reguliere wijkquotum.

Reactie college Het klopt dat volgens de huidige regels meer dan 25% van het aantal woningen in een pand mag worden verkamerd in panden met minder dan vier woningen. In theorie zou daarmee in een straat met afwisselend panden met 1, 2 of 3 woningen in elk pand een woning mogen worden verkamerd. In de praktijk komt deze situatie zelden voor. De gemeente wilde niet alle panden met minder dan vier woningen uitsluiten van de mogelijkheid tot verkamering. Deze regel is daarom in 2020 opgenomen in de Huisvestingsverordening. Hiermee is het voor huiseigenaren van woningen in panden met minder dan vier woningen ook mogelijk om woningen te verkameren. De algemene regels van het wijk- en pandquotum gelden daarnaast nog steeds. Hiermee worden negatieve effecten op de leefbaarheid als gevolg van een overmaat aan verkamering tegengegaan.

Nota van beantwoording

3.3.18 M  eer aandacht voor kopen huis met meerdere huishoudens Graag meer aandacht voor het kopen van een huis met meerdere huishoudens, zodat mensen meer in groepsverband kunnen wonen. Bijvoorbeeld grote grachtenpanden.

Reactie college Het bewonen van een woning door meerdere huishoudens, die niet samen een gemeen­ schappelijk huishouden vormen, kan in voorkomende gevallen een manier zijn om woonruimte te kunnen vinden in Amsterdam. Het college ziet dit als woningdelen, omdat de bewoners geen gemeenschappelijk duurzaam huishouden vormen. Er moet wel aan de regels voor woningdelen worden voldaan.

Inspraakreacties Huisvestingsverordening Amsterdam 2025 | November 2024

44

3.3.19 Inspraakreactie 11 kritiekpunten Een inspreker heeft een inspraakreactie gestuurd met elf kritiekpunten. Kort samengevat draagt deze inspreker het volgende aan: 1. Het inspraakvoorstel zou misleidend zijn, omdat met het plusquotum niet maximaal 2.000 woningen kunnen worden verkamerd, maar ruim 6.000; 2. Geen rechtvaardiging in het voorstel om meer reguliere woningen op te offeren aan kamergewijze verhuur; 3. Het voorstel is contraproductief: met dit voorstel kunnen in totaal bijna 20.000 woningen worden verkamerd. Tegenover de daaraan verbonden afbraak van de leefbaarheid staat niks. Het levert woonplekken op, maar dit zijn geen woningen; 4. Quotumoverschrijdingen huidige wijkquotum verdisconteren met het plusquotum; 5. Geen reden om aan te nemen dat er geen leefbaarheidseffecten zijn als gevolg van het voorstel. Niet onderbouwd waarom dit aanvaardbaar zou zijn; 6. Huisbewaring niet doen voor kamerbewoners; 7. Toeristische verhuur niet uitbreiden naar kamerbewoners; 8. Relatie met omgevingsplan verhuld of miskend: in veel omgevingsplannen mag een woning slechts door één huishouden worden bewoond; 9. Toezicht en handhaving schieten nu reeds tekort; 10. Inwoning en hospitaverhuur zijn niet gedefinieerd: of omschrijvingen staan haaks op elkaar; 11. Vrijstelling voor woningonttrekking niet goed gedefinieerd.

De inspreker stelt voor het plusquotum in te trekken en de Nadere Regels bij de Huisvestings­ verordening Amsterdam 2024 ongewijzigd te laten. Ook de voorstellen voor verruiming van de regels voor inwoning moeten worden ingetrokken, evenals de verruiming voor huisbewaring door kamerbewoners. Neem goede definities op in de Huisvestingsverordening van inwoning, hospita­ verhuur, kortdurend verblijf en huisbewaring.

Reactie college Het college dankt de inspreker voor de reactie. Het college zal puntsgewijs ingaan op de afzonderlijke kritiekpunten. 1. De inspreker heeft gelijk dat het om maximaal 6.044 woningen gaat die extra kunnen worden omgezet, boven op het bestaande wijkquotum. Per wijk kunnen met het plusquotum gemiddeld 55 woningen extra worden omgezet. In de communicatie had duidelijker kunnen worden

Nota van beantwoording

aangegeven dat het hierbij gaat om woningen en dat waar plekken worden genoemd het feitelijk om woningen gaat. In de raadsbrief d.d. 28-5-2024 (VN2024-008574) over de wijzigingsvoorstellen Huisvestingsverordening 2024 per 1 januari 2025 wordt overigens wel aangegeven dat het om gemiddeld 55 vergunningen extra per wijk gaat, die kunnen worden afgegeven. 2. Het college is van mening dat de behoefte aan woonplekken en woonruimte in de stad zodanig groot is, dat dit de invoering van het plusquotum rechtvaardigt, ook waar dit in wijken waar het wijkquotum nu reeds vol is ten koste gaat van het aantal grote woningen en waar dit in dat geval mogelijk een negatief effect heeft op de leefbaarheid. Woningdelen door drie personen heeft geen grotere gevolgen voor de leefbaarheid, dan wanneer de woning zou worden bewoond door een klein gezin. Om die reden zijn er in de Huisvestingsverordening Amsterdam 2024 ook op dit moment geen geluidseisen gesteld aan verkameringen voor drie personen. 3. De stelling dat met dit voorstel bijna 20.000 woningen kunnen worden verkamerd en dat hier niets tegenover staat betwist het college. Op dit moment zijn er nog ruim 7.000 plekken in het wijkquotum. Met het plusquotum komen er ruim 6.000 bij. Het gaat dus niet om 20.000 woningen, maar om ongeveer 13.100 woningen die met dit voorstel nog kunnen worden verkamerd.

Daarnaast levert dit voorstel wel degelijk iets op. Hiermee kunnen minimaal 39.000 woningzoekenden een woonplek krijgen. Woningzoekenden die anders individueel gehuisvest zouden moeten worden. Met het realiseren van woonplekken levert het college een bijdrage om de grootste woningnood te verminderen. Daarnaast bouwt Amsterdam jaarlijks duizenden woningen. De gemeente doet haar uiterste best de woningnood te bedwingen en moet daarbij de belangen van allen die huisvesting zoeken en/of (nodig) hebben tegen elkaar afwegen. 4. Het niet verdisconteren van de huidige overschrijdingen van het plusquotum in de 18 wijken die nu reeds vol zijn, zou de meeste ruimte opleveren voor nieuwe woonplekken. Tegelijkertijd realiseert het college zich dat juist in de wijken die nu al vol zijn de leefbaarheid in het gedrang kan komen door het plusquotum. Uit het onderzoek Wonen in Amsterdam 2023 (WIA2023) blijkt dat er tien wijken zijn, waar het wijkquotum nu vol is, die minder goed scoren op het gebied van leefbaarheid. Meer dan 25% van de geënquêteerden ervaart overlast door

Inspraakreacties Huisvestingsverordening Amsterdam 2025 | November 2024

45

kamerverhuur. Het college stelt voor in die wijken het plusquotum te verrekenen met de huidige overschrijding van het wijkquotum. In reeds volle wijken waar minder overlast door kamerverhuur wordt ervaren, wordt dit niet gedaan en wordt het plusquotum in zijn geheel toegevoegd. 5. Het college is zich ervan bewust dat met het voorstel voor het plusquotum en de verruiming van de regels voor inwoning de leefbaarheid mogelijk in het gedrang kan komen. De behoefte aan woonplekken en woonruimte in de stad is echter zo groot dat het college de verruiming van de regels te rechtvaardigen vindt. Bij inwoning is altijd sprake van een hoofbewoner/huurder. Hierdoor zullen de gevolgen voor de leefbaarheid meevallen, schat het college in. Woningdelen door drie personen heeft geen grotere gevolgen voor de leefbaarheid, dan wanneer de woning zou worden bewoond door een klein gezin. Om die reden zijn er in de Huisvestingsverordening Amsterdam 2024 ook op dit moment geen geluidseisen gesteld aan verkameringen voor drie personen. 6. Het is de bedoeling geweest van het college om korte huisbewaring ook toe te staan in kamers, omdat ook kamers die tijdelijk leegstaan beter benut kunnen worden. In het voorstel volgt dit niet alleen uit de definitie van huisbewaring in artikel 1 sub j, maar ook uit de voorwaarden voor huisbewaring zelf.

Er wordt in de voorwaarden geen onderscheid gemaakt tussen zelfstandige woonruimte en onzelfstandige woonruimte. Verder blijven andere vormen van toeristische verhuur, zoals vakantieverhuur en het exploiteren van een B&B, niet mogelijk in onzelfstandige woonruimten. 7. Zie het antwoord bij punt 6. 8. Zie de reactie van het college bij 3.3.20. 9. Het college is van mening dat de handhaving op het woningdeel-/inwoningsbeleid op dit moment voldoende is. 10. Het begrip inwoning is naar mening van het college op dit moment voldoende duidelijk gedefinieerd in de Huisvestingsverordening en in het voorliggende voorstel. 11. Kort verblijf in het kader van vakantiewoningruil en korte huisbewaring zijn beide vormen van kort verblijf in een woning, maar zijn aan andere voorwaarden verbonden in artikel 3.1.2 en artikel 3.7.3a. Het college vindt het niet nodig om een definitie op te nemen van kort verblijf in het kader van vakantiewoningruil omdat uit het voorgestelde vierde lid van artikel 3.1.2 voldoende blijkt wat hieronder moet worden verstaan.

Nota van beantwoording

3.3.20 I nspraak Stichting Betaalbare Woonstad Amsterdam De stichting Betaalbare Woonstad (BWA) richt zich in haar reactie vooral op inwoning, mogelijke overbewoning hierdoor en op overlast als gevolg daarvan. Ze vinden het noodzakelijk aan de versoepeling van de regels objectieve criteria te koppelen. Ze vragen zich af welk probleem de gemeente probeert op te lossen. Nu al kan 25% van de woningen in een huizenblok worden verkamerd, is woningvorming mogelijk en kan onder voorwaarden ook een B&B worden gerund. Misbruik ligt op de loer, waarbij BWA met name bang is dat reeds kleine woningen nu alsnog door meerdere huishoudens bewoond kunnen worden zonder vergunning, met alle gevolgen voor de leefbaarheid van dien. Dergelijke overbewoning is ongewenst en overlast gevend. BWA suggereert extra eisen te stellen, zoals dat er bij inwoning door een gezin minimaal 15m2 verblijfsruimte is per bewoner en bij inwoning door twee gezinnen dat de woning minimaal 100m2 groot is. In beperkte gevallen zou een vergunning alsnog verplicht moeten worden gesteld, inclusief een leefbaarheidstoets voor de buurt. BWA stelt dat het omgevingsplan in veel gevallen maar een huishouden per woning toestaat en dat met dit voorstel het omgevingsplan wordt omzeilt. BWA maakt zich daarnaast zorgen over de hand­ having.

Mensen die misbruik willen maken van de regels zouden gemakkelijk kunnen beweren dat zij familie zijn of mantelzorg verlenen, terwijl de bewijslast bij de gemeente ligt. Ze pleiten ervoor om de bewijslast bij verhuurder en/of hoofd­ huurder te leggen. Bij onvoldoende bewijs zou dit moeten worden gezien als woonfraude. Inwoning zonder vergunning zou alleen mogelijk moeten zijn indien geen van de betrokken in het verleden woonfraude heeft gepleegd. Ze doen de suggestie om in het beleid zoveel mogelijk ongewenste situaties expliciet te benoemen en voor voldoende middelen te zorgen voor de handhaving. Ten slotte doen zij de suggestie om de handhaving rondom de Huisvestingsverordening, de Wet goed verhuurderschap en de Wet betaalbare huur integraal in te richten. BWA wil hier graag over meedenken.

Reactie college Het college waardeert de inbreng van BWA. Twee van de hoofddoelen van de Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting zijn het realiseren van meer woonplekken in de stad en zorgen voor meer betaalbare woonruimte. Hiermee wil de gemeente de gevolgen van de wooncrisis aanpakken en waar mogelijk keren. Om die reden stelt het college voor

Inspraakreacties Huisvestingsverordening Amsterdam 2025 | November 2024

46

de regels voor inwoning en woningdelen te versoepelen. Het college is zich ervan bewust dat dit kan schuren met het doel om tegelijkertijd voldoende grote woningen in de voorraad te behouden en waar mogelijk de doorstroming te bevorderen. Ook ziet het college dat de leef­ baarheid hiermee mogelijk in het gedrang kan komen. De behoefte aan woonplekken en woonruimte in de stad is echter zo groot dat het college de verruiming van de regels voor inwoning en de invoering van het plusquotum te recht­ vaardigen vindt. Woningdelen door drie personen heeft geen grotere gevolgen voor de leefbaarheid, dan wanneer de woning zou worden bewoond door een klein gezin. Om die reden zijn er in de Huisvestingsverordening Amsterdam 2024 ook op dit moment geen geluidseisen gesteld aan verkameringen voor drie personen. In het Omgevingsplan worden eisen gesteld aan de beschikbare woonruimte per bewoner. Dit maakt geen onderdeel uit van de Huisvestings­ verordening. Als vuistregel kan worden uitgegaan van minimaal 12m2 per bewoner. Hier vallen ook gedeelde voorzieningen onder (keuken, badkamer, huiskamer, etc.).

Wat betreft de opmerking dat het Omgevingsplan vaak maar één huishouden per woning toestaat en deze voorstellen dit omzeilen, merkt het college op dat in 2021 een beleidsregel is vastgesteld, dat waar een omzettingsvergunning is afgegeven ook een afwijking van het Omgevingsplan kan worden goedgekeurd, juist omdat met de omzettings­ vergunning ook een toets aan de leefbaarheid wordt gedaan. In het geval van hospitaverhuur werkt het college om die reden aan een nieuw Omgevingsplan, waarbij meerdere huishoudens per woning worden toegestaan wanneer sprake is van hospitaverhuur. Het college begrijpt de zorgen van BWA over de handhaving. Tegelijkertijd is het college van mening dat het voor nu voldoende instrumenten heeft om handhaving mogelijk te maken bij illegale inwoning in geval van familierelaties of mantelzorg. De trend in recente gerechtelijke uitspraken is dat de gemeente wordt geacht meer en zwaardere bewijzen te verzamelen, voordat een bestuurlijke boete of andere sanctie kan worden opgelegd. Daarbij deelt de gemeente het uitgangspunt dat iemand niet mee hoeft te werken aan de eigen veroordeling en dat het dus aan de gemeente is en blijft om bewijzen te verzamelen. Ook bewezen woonfraude in het verleden mag, niet direct, aanleiding zijn om in het heden een vergunning te weigeren. Het is niet mogelijk om zoveel mogelijk

Nota van beantwoording

ongewenste situaties op te nemen in de regel­ geving. Deze zou daarmee onuitvoerbaar worden. Het college wil juist zo min mogelijk en zo algemeen mogelijk geldende regels om het beleid duidelijk te houden en minder bureaucratisch. De handhaving met betrekking tot de Huisvestings­ verordening, de Wet goed verhuurderschap en de Wet betaalbare huur is reeds integraal ingericht.

3.4 Verplaatsen woonboten in verband met kadeherstel Vanwege ouderhoud en herstel van bruggen en kademuren zullen de komende tientallen jaren vele woonboten tijdelijk moeten worden verplaatst. In sommige van deze woonboten is een B&B gevestigd. Het voorstel is om bij de verplaatsing van de woonboot met een B&B deze niet te toetsen aan het wijkquotum. De B&B kan dan tijdelijk op de andere plek worden voortgezet. In totaal zijn er vier reacties binnengekomen, waarvan drie van organisaties. De organisaties die gereageerd hebben zijn de FAH, Wooncafé 020 en Amsterdam Gastvrij. De overige binnengekomen reactie is afkomstig van een individuele burger. Amsterdam Gastvrij en de individuele inspreker verwelkomen het voorstel. De FAH en Wooncafé 020 hebben niet inhoudelijk op het voorstel gereageerd. Wel hebben zij vragen gesteld over onder meer de duur van de verplaatsing. De inspraakreacties zijn voor het college geen reden om het voorstel te wijzigen.

3.4.1 V  rijstelling quotum bij gedwongen verhuizing van woonboten Amsterdam Gastvrij en een individuele inspreker verwelkomen dit voorstel. Daarnaast ziet de FAH in de tekst graag toegevoegd tijdelijke verplaatsing en de duur van deze verplaatsing. Wooncafe 020 vraagt of de woonboten met een B&B functie weer op hun oude plek terugkomen of dat ze permanent verplaatst worden. Bij permanente verplaatsing zou wel moeten worden gekeken naar de concentratie B&B op woonboten en eventueel worden gekeken naar verspreiding van de B&B activiteiten op woonboten met als uitgangspunt de leefbaarheid in de wijk.

Reactie college Het college dankt insprekers voor de positieve reacties. Het college benadrukt dat het voor­ gestelde artikel in de Huisvestingverordening ziet op tijdelijke verplaatsingen. Daarbij is met de woonbooteigenaar afgesproken dat de woonboot

Inspraakreacties Huisvestingsverordening Amsterdam 2025 | November 2024

47

na de werkzaamheden terugkeert naar de oude locatie. Het college verwijst daarbij ook naar het op 1 maart 2022 vastgestelde Protocol tijdelijke verplaatsing woonboten (Woonboten: tijdelijk verhuizen bij vernieuwen kade - Gemeente Amsterdam). Omdat de duur van de verplaatsing van de woonboten per locatie kan verschillen en tevens niet van te voren met zekerheid vast te stellen, is het niet mogelijk om in de Huisvestings­ verordening een termijn aan de tijdelijke verplaatsing te verbinden. Ook bij definitieve woonboot­ verplaatsingen worden met de eigenaren afspraken gemaakt. Omdat de aanleiding en de bijzonderheden van definitieve woonbootverplaatsingen per situatie verschillend zijn, zoekt het college in die gevallen naar een passende oplossing.

worden. De inspreker vraagt al jaren om het een en ander aan te passen.

Reactie college In de Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting is opgenomen dat we het splitsingsbeleid willen actualiseren, herzien, en beter handhaven om de kwaliteit van te splitsen woningen te waarborgen. We zijn ons bewust van de verbeterpunten die al langer door toetsers worden aangedragen en zullen deze meenemen in de herziening van het beleid. We streven ernaar om de nieuwe regels per 1 januari 2026 in te laten gaan, maar we realiseren ons dat dit een ambitieuze planning is, en het is nog onzeker of deze datum haalbaar is.

3.5.3 Positief over alle voorstellen

3.5 Overige zienswijzen woonruimtevoorraad Naast de inspraakreacties over de voorstellen zijn er ook inspraakreacties binnengekomen over de woonruimtevoorraad die niet direct zien op de wijzigingsvoorstellen in de verordening. Het gaat onder andere om inspraakreacties die betrekking hebben op handhaving bij vakantieverhuur, de financiële gevolgen bij hospitaverhuur, het pand­ quotum bij woningdelen, de Wet betaalbare huur en het splitsingsbeleid. Het college gaat hieronder op elke reactie in.

Acht insprekers zeggen de voorstellen van het college prima te vinden. Een inspreker zegt voor alle voorstellen te zijn die de woningnood in Amsterdam verlichten. Iedere maatregel om leegstand te voorkomen moet gebruikt worden.

Reactie college Het college dankt de insprekers voor de positieve reacties op de voorstellen.

3.5.4 Minder regels Een inspreker zegt dat de gemeente niet te veel regels moet opleggen.

Reactie college 3.5.1 Zelfbewoning in plaats van pied à terre Een inspreker vraagt hoe het zit met de zelf­ bewoningsplicht in Amsterdam in relatie tot woningen van mensen die in het buitenland wonen, waardoor de woning de helft van het jaar leegstaat.

Reactie college Sinds april 2022 geldt de opkoopbescherming in Amsterdam voor goedkope en middeldure koop­woningen. Deze mogen na aankoop niet verhuurd worden. De eigenaar is echter niet verplicht er zelf in te wonen. Als het gaat om een woning die niet valt onder de opkoopbescherming, mag deze wel verhuurd worden. Een vrije sector woning mag als tweede woning gebruikt worden als de gebruiker buiten Amsterdam woont. Vanaf 2026 wil het college het aantal tweede woningen terugdringen door strengere regels in te voeren.

3.5.2 Splitsingsbeleid Een inspreker zegt de eventuele wijzigingen bij het onderwerp kadastraal splitsen te missen. De inspreker zegt het jammer te vinden dat dit onderwerp niet is meegenomen, omdat hierin volgens de inspreker een hoop in verbetert kan

Nota van beantwoording

Het college is het met de inspreker eens dat de gemeente geen onnodige regels aan haar inwoners moet opleggen. Het college is van mening dat er geen regels moeten worden gemaakt waar dat niet noodzakelijk is. Met de huidige voorstellen die het college voorstelt worden naar mening van het college geen onnodige regels opgelegd. Het college is van mening dat de voorstellen noodzakelijk zijn om de woningnood in Amsterdam te verlichten.

3.5.5 Meer woningen bij bouwen Een inspreker zegt dat de voorstellen nutteloos zijn en dat de gemeente veel meer woningen moet gaan bouwen.

Reactie college Hoewel het college het eens is met de inspreker dat ook bijgebouwd zal moeten worden, is het college van mening dat de voorstellen ook noodzakelijk zijn om de woningnood in Amsterdam tegen te gaan. Het college zet op verschillende facetten in om de woningnood in de stad tegen te gaan.

Inspraakreacties Huisvestingsverordening Amsterdam 2025 | November 2024

48

3.5.6 Aanhouden tweede woning bij samenwonen Een inspreker geeft aan dat het mogelijk moet zijn om een tweede woning aan te houden, bijvoorbeeld als iemand gaat samenwonen. De motivering hierbij is dat als met name een vrouw gaat samenwonen en haar originele woning moet opgeven de kans dat ze later weer kan instromen op de woningmarkt sterk is verminderd. Dat maakt scheiden moeilijker en afhankelijker. Daarnaast zou het juist verstandig zijn een tweede woning te hebben voor familie­ leden, studerende kinderen of vrienden.

Reactie college Deze reactie lijkt niet te gaan over een tweede woning die de gemeente bedoeld. De gemeente verstaat onder een tweede woning het hebben van een woning in een andere stad dan waar de eigenaar zijn of haar hoofdverblijf heeft. De persoon staat dan ook niet op de tweede woning ingeschreven. De persoon kan dan in een andere stad, bijvoorbeeld in verband met werk, een andere woning hebben. Waar het in deze reactie om gaat is het wel of niet opgeven van een eigen woning in dezelfde stad als iemand gaat samenwonen. Dat verstaan wij niet onder een

Nota van beantwoording

tweede woning. In geval iemand gaat (proef) samenwonen is het mogelijk om de eigen woning tijdelijk aan iemand anders in gebruik te geven. Dat is mogelijk via het aanvragen van huisbewaring. Dat mag voor maximaal één jaar. Binnen dat jaar is iemand vrij om naar de eigen woning terug te keren. Daarvoor moeten dan wel zelf goede afspraken worden gemaakt met de huisbewaarder. Hierbij gelden de voorwaarden voor huisbewaring.

3.5.7 Handhaving bij illegale verhuur Een inspreker vraagt wanneer de gemeente de regels handhaaft aangezien deze voorbeelden om zich heen ziet van illegale verhuur van woningen. Diegene geeft aan dat de VvE er niks aan doet vanwege belangenverstrengeling.

Reactie college Het college pakt illegale onderhuur en malafide verhuurders aan met onder andere boetes die hoog kunnen uitvallen. Daarbij is het belangrijk dat overtredingen zichtbaar worden. Dit kan door bij overlast of een vermoeden van illegale verhuur van een woning een melding te maken via de website van de gemeente Amsterdam.

Inspraakreacties Huisvestingsverordening Amsterdam 2025 | November 2024

49

Bijlage 1 - O  verzicht inspraakreacties 9482-2951 0757-0015 3075-6765 7364-1091 2376-0399 3008-3541 0256-3565 1972-0952 5998-3959 2188-8680 3003-3592 0338-1858 4394-9064 5616-4803 3316-5882 7931-1619 1654-0326 2431-9258 4632-2539 5828-7618 0753-3283 7192-4861 1401-4303 4442-6787 0596-9719 1230-2292 3889-4545 1136-2991 0590-7566 8036-7826 2116-5413 9111-5310 8709-1048 3415-2325 6813-5177 4662-0232 5826-5983 9921-9030 0059-5401 3058-2980 9552-5828 5099-6791 2946-0671 2478-9465 9866-8662 7557-1968

Nota van beantwoording

0804-5291 8966-2592 6823-9514 0354-5071 2417-4490 9691-2923 3957-0213 5583-9308 1127-7325 6999-5709 4222-5797 6078-8959 4630-0788 9081-4014 6971-3354 5253-6322 9976-4545 8931-7682 5360-0728 5433-1153 9889-0022 4972-9708 4940-3556 8778-0905 1808-2965 2625-6196 6500-1314 2064-1008 9205-7226 7985-2976 4938-5556 8116-0051 7251-4586 8341-2471 6531-5043 8178-1803 2199-1672 1750-2978 6441-2368 0848-3286 8469-3170 0084-4126 3401-3479 0165-8094 5615-9093 2310-7380

0308-1158 3275-3839 4991-7644 6859-4152 5742-4278 3160-6705 7557-2424 2225-2790 5422-0387 8571-8656 0009-9708 6536-1085 5980-3638 6645-9240 4114-9935 9363-0387 9451-4188 3848-2231 1650-2507 3824-6592 9508-8228 0492-3784 6189-5906 5856-8657 4089-9826 3522-9843 6696-0127 0766-9716 5074-5168 7572-6462 8138-4525 8379-5511 4239-4363 4679-8262 0085-5602 0917-2753 2601-6152 9914-3008 1311-0546 1849-4197 1042-9570 6512-0906 6144-0002 5971-6847 7740-1667 0672-8693

1835-8256 7403-6960 1327-7350 2064-1964 8635-7091 2009-5958 7911-0662 1430-0187 2813-7617 3408-7985 1625-4340 3802-9563 9538-3303 5337-2473 2873-6143 3820-8550 5417-5595 3521-4704 2433-6348 7578-0105 4593-6390 3490-0534 6229-0610 1551-4037 0626-6972 7074-0874 2538-7205 2459-7350 4233-5419 4088-7846 2356-9984 3428-7444 5173-9773 8426-4621 7030-3022 2877-2582 7758-8513 6155-1742 1881-9977 2523-5735 7222-1224 0173-2619 7465-7220 8631-7725 7345-9909 4712-1533

4614-4486 4408-8588 6134-4936 6209-4923 0711-5153 4337-8768 7447-2014 1584-3811 8852-6381 7420-9371 0762-2233 9388-4746 4273-3705 1100-0809 2918-1823 5489-1891 6063-6558 7416-6371 4462-8233 8356-3956 5612-8810 7729-1958 2133-8627 7120-7663 9923-7955 3091-2624 5123-8924 2537-7257 2740-1445 7199-9718 9912-2514 8237-6925 8962-5394 1082-9522 5556-6223 1552-7290 1349-3119 0457-5565 5292-2698 5943-2220 6849-6615 6064-7375 8523-5060 2482-8769 8520-3193 1256-1538

Inspraakreacties Huisvestingsverordening Amsterdam 2025 | November 2024

50

Colofon

ONT2024255

Uitgave van: Gemeente Amsterdam, directie Wonen Ontwerp: Ontwerpwerk Datum uitgave: November 2024

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14938062/1