7. Buiksloterham 7e part herz_Toelichting.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan Buiksloterham 7e Part Herz
Vastgesteld
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid bestemmingsplan Buiksloterham 7e part herz
Colofon
Opdrachtgever Opdrachtnemer
Ruimte en Duurzaamheid
IMRO_idn
NL.IMRO.0363.N2002BPGST-VG01
Datum print
29 Maart 2022
Planstatus
vastgesteld
blz. 3
Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk1
5 Inleiding
7
Aanleiding Ligging en begrenzing van het plangebied Bevoegdheden Crisis- en herstelwet Leeswijzer
7 7 8 8 8
Plankader
11
Beschrijving van het plangebied
11
Het ruimtelijk kader
13
Ruimtelijk-functionele aspecten Programma
13 18
Milieu- en omgevingsfactoren
21
Algemeen
21
M.e.r. / (mer-beoordeling)splicht
23
5.1
Milieueffectrapportage
23
Hoofdstuk6
Verkeer en parkeren
25
Algemeen Conclusie
25 25
Geluid
27
Algemeen Beleid en regelgeving Resultaten onderzoeken Conclusie
27 27 29 32
Luchtkwaliteit
33
Algemeen Beleid en regelgeving Resultaten onderzoeken Conclusie
33 33 35 35
Bodem
37
Algemeen Beleid en regelgeving Resultaten onderzoeken Conclusie
37 37 38 39
Externe veiligheid
41
Algemeen Beleid en regelgeving Resultaten onderzoeken
41 41 44
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 Hoofdstuk2 2.1 Hoofdstuk3 3.1 3.2 Hoofdstuk4 4.1 Hoofdstuk5
6.1 6.2 Hoofdstuk7 7.1 7.2 7.3 7.4 Hoofdstuk8 8.1 8.2 8.3 8.4 Hoofdstuk9 9.1 9.2 9.3 9.4 Hoofdstuk10 10.1 10.2 10.3
Gemeente Amsterdam
blz. 4
10.4
Conclusie
44
Hoofdstuk11
Milieuhinder bedrijvigheid
45
11.1 11.2 11.3 11.4 11.5
Algemeen Toetsingskader Toegestane milieucategorie Resultaten onderzoeken Conclusie
45 45 46 46 46
Natuur
47
Algemeen Beleid en regelgeving Resultaten onderzoeken Conclusie
47 47 47 49
Water
51
Algemeen Beleid en regelgeving Watertoets Conclusie
51 51 54 56
Juridische planbeschrijving
57
Algemeen Planregels Artikelgewijze toelichting
57 57 57
Economische uitvoerbaarheid
61
Exploitatieplan
61
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
63
Overleg met betrokken overheden (art. 3.1.1. Bro) Ontwerp bestemmingsplan Participatie Bestemmingsplanprocedure
63 63 63 64
Hoofdstuk12 12.1 12.2 12.3 12.4 Hoofdstuk13 13.1 13.2 13.3 13.4 Hoofdstuk14 14.1 14.2 14.3 Hoofdstuk15 15.1 Hoofdstuk16 16.1 16.2 16.3 16.4
bestemmingsplan_Buiksloterham 7e part herz (vastgesteld)
blz. 5
Toelichting
Gemeente Amsterdam
blz. 6
bestemmingsplan_Buiksloterham 7e part herz (vastgesteld)
blz. 7
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Het bestemmingsplan Buiksloterham is op 16 december 2009 door de raad vastgesteld. Na de vaststelling zijn er enkele ontwikkelingen geweest die niet, of in onvoldoende mate, in het vigerende bestemmingsplan zijn geregeld. Om deze ontwikkelingen mogelijk te maken zijn de eerste t/m zesde partiële herziening van het bestemmingsplan opgesteld. Ten opzichte van de plannen voor de ontwikkeling van de Buikloterham uit 2006 en 2009 zijn de ontwikkelstrategie, het gemeentelijk beleid en de stedenbouwkundige uitgangspunten gewijzigd. De gemeenteraad heeft op 10 november 2020 de 'Herijking Invsteringsnota Buiksloterham' (verder: HIB) vastgesteld. Belangrijk voor de ontwikkelstrategie is dat voorlopig geen integrale herziening van het geldende planologisch juridisch kader wordt beoogd. Het vigerende bestemmingsplan, inclusief de partiële herzieningen, beschikt voorlopig nog over voldoende planologische ruimte en flexibiliteit om als sturend toetsingskader te dienen. Bij afwijkende initiatieven gaat de herijking van het investeringsbesluit als aanvullend toetsingskader dienen om richting te geven en te sturen op actuele beleidsdoelen en ambities. De eerste ervaringen met de kaders van dit investeringsbesluit zullen worden gebruikt om te zijner tijd een goed en gedragen nieuw bestemmings- of omgevingsplan op te stellen.
Er is dan ook meer kennis en ervaring beschikbaar over de inhoud en toepassingsmogelijkheden van de Omgevingswet. Voor het plandeel waar deze zevende partiële herziening betrekking op heeft (Papaverhoek) kan echter niet worden volstaan met deze werkwijze. De ontwikkeling van het plandeel Papaverhoek komt tot op heden niet goed op gang. Voor de Papaverhoek geldt dat niet kan worden gewacht op de integrale herziening van het bestemmingsplan Buiksloterham. Om de ontwikkelingen binnen het plandeel Papaverhoek te stimuleren is er in de HIB voor dit plandeel voorzien in een aangepaste programmamix en een hogere bebouwingsdichtheid. De ontwikkelstrategie voor de Papaverhoek is verder ontleend aan de winnende inzending van de architectuurprijsvraag Europan en is nu toe aan een juridisch planologische vertaling in de vorm van deze zevende partiële herziening van het bestemmingsplan Buiksloterham. De aangepaste programmamix, de hogere bebouwingsdichtheid en het aangepaste wegprofiel hebben onderlinge samenhang in de gehele Papaverhoek en lenen zich om die reden niet voor een 'Wabo afwijking' per ontwikkelplot. Door middel van deze zevende partiële herziening van bestemmingsplan Buiksloterham kunnen de verschillende percelen in onderlinge samenhang en versneld worden ontwikkeld.
1.2
Ligging en begrenzing van het plangebied
Het plangebied van deze 7e partiële herziening wordt globaal begrensd door: Aan de noordelijke en oostelijke kant wordt de grens gevormd door de Klaprozenweg. De westelijke grens is de zijtak van het Johan van Hasseltkanaal; het Buiksloterkanaal. De zuidgrens is het Johan van Hasseltkanaal.
Gemeente Amsterdam
blz. 8
1.3
Bevoegdheden
Het plangebied is gelegen binnen de grenzen van het stadsdeel Noord. Bij besluit van de gemeenteraad van 22 juni 2016 is Buiksloterham, waar het bestemmingsplangebied deel van uitmaakt, aangewezen als grootstedelijk gebied. Dit besluit heeft tot gevolg dat de voorbereiding van bestemmingsplannen door het college van B&W wordt uitgevoerd. Het dagelijks bestuur van stadsdeel Noord wordt betrokken bij de voorbereiding van het bestemmingsplan conform hetgeen is vastgelegd in de Verordening op het Lokaal Bestuur.
1.4
Crisis- en herstelwet
De Crisis- en herstelwet (Chw) is van toepassing op het onderhavige bestemmingsplan en op de bestemmingsplanprocedure. Dit, vanwege het feit dat er sprake is van een project met meer dan 11 woningen. Zie Crisis- en herstelwet (Chw), artikel 1.1, lid 1 jo Bijlage I, lid 3, sub 3.1 "ontwikkeling en verwezenlijking van werken en gebieden krachtens afdeling 3.1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) ten behoeve van de bouw van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied of de herstructurering van woon- en werkgebieden”. Het voordeel hiervan is dat de (beroeps-)procedures korter zijn onder vigeur van de Crisis- en herstelwet (Chw). Zo duurt de behandeling van een beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een half jaar in plaats van de normale termijn van een jaar. Het project Papaverhoek maakt tevens deel uit van de projecten in het kader van de 'Koers 2025' die zijn aangemeld als bestemmingsplan met verbrede reikwijdte in de 17e tranche van de Chw. Deze 17e tranche is met het Besluit van 25 januari 2019 in werking getreden (Staatsblad 53 d.d. 15 februari 2019). De projecten in het kader van Koers 2025 zijn opgenomen in artikel 7c, lid 17 van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet.
De bepalingen van artikel 7c zijn hierdoor op het bestemmingsplan “Papaverhoek” van toepassing, waardoor er een bestemmingsplan met een verbrede reikwijdte kan worden opgesteld. Hierdoor wordt het onder meer mogelijk om: In het bestemmingsplan regels op te nemen waarvan de uitleg bij de uitoefening van een bij die regels aan te geven bevoegdheid afhankelijk wordt gesteld van beleidsregels. Daarbij kan worden bepaald dat de beleidsregels worden vastgesteld door de raad of door burgemeester en wethouders; Kostenverhaal uit te stellen tot bij een omgevingsvergunning voor het bouwen; Af te wijken van geluidwetgeving om het akoestisch onderzoek beter af te stemmen op het detailniveau en de fase van voorbereiding van het bestemmingsplan; Het besluit hogere waarden deel uit te laten maken van het bestemmingsplan. Het bevoegd gezag mag deze experimenteerruimte benutten maar is daartoe niet gehouden.
1.5
Leeswijzer
Het bestemmingsplan bestaat uit regels, een verbeelding en gaat vergezeld van een toelichting. Op de verbeelding zijn de bestemmingen in het plangebied weergegeven. Deze bestemmingen zijn gerelateerd aan de in de regels opgenomen juridische regeling. De verbeelding en de regels vormen samen de bestemmingsplanregeling zoals deze door de gemeenteraad wordt vastgesteld. De toelichting geeft de achtergronden (relevant beleid, resultaten van uitgevoerde onderzoeken) bij de bestemmingsplanregeling. De toelichting van dit bestemmingsplan bestaat uit 16 hoofdstukken. Hier wordt in het kort de inhoud van deze hoofdstukken beschreven. Na dit eerste inleidende hoofdstuk volgt in hoofdstuk 2 een beschrijving van het plangebied. Er wordt onder andere ingegaan op de ontstaansgeschiedenis en de beschrijving van de bestaande functies. In hoofdstuk 3 volgt een beschrijving van het relevante ruimtelijk
bestemmingsplan_Buiksloterham 7e part herz (vastgesteld)
blz. 9
beleid afkomstig van het Rijk, de provincie, de regio en de gemeente. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het ruimtelijk kader, het te realiseren programma en de stedenbouwkundige kaders. In de hoofdstukken 5 tot en met 18 worden diverse omgevingsaspecten beschreven. In hoofdstuk 19 wordt uitgelegd op welke wijze dit is vertaald in juridische zin. In hoofdstuk 20 wordt ingegaan op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid (het overleg ex artikel van het 3.1.1 Bro). Tot slot zijn de relevante rapporten als bijlage bij de toelichting en de regels gevoegd.
Gemeente Amsterdam
blz. 10
bestemmingsplan_Buiksloterham 7e part herz (vastgesteld)
blz. 11
Hoofdstuk 2
Plankader
2.1
Beschrijving van het plangebied
2.1.1
Ruimtelijke en functionele opbouw
De Papaverhoek ligt aan de rand van de Buiksloterham en grenst direct aan Oud Noord. Door de ligging vormt het gebied een belangrijke schakel tussen de oude wijken en het “Nieuwe Noord”. Het gebied wordt gekenmerkt door veel verouderd en slecht onderhouden vastgoed van één tot twee lagen hoog waar voornamelijk bedrijven in gevestigd zijn. De Papaverhoek is opgebouwd uit de bestaande woningen, kantoorruimte, leegstaande kavels, de voormalige Papaverschool (schildersvakschool), (tijdelijke) horeca, een tijdelijk hotel op het water, een aantal (afhaal) maaltijdverzorgers, schietverenigingen, garagebedrijven en dans(sport)scholen. Er zijn ook enkele percelen die al grotendeels zijn uitontwikkeld met een mix van wonen en werken. Water is een belangrijk structurerend element in het projectgebied. Aan de zuidkant ligt het Johan van Hasseltkanaal, aan de westkant het Buiksloterkanaal en in het midden het Distelkanaal. Het terrein van 'Ceuvel Volharding' is een voormalige scheepswerf. Een verlaten en vervuild terrein in de havens van Buiksloterham. Hier is een tijdelijke invulling aan gegeven in de vorm van een broedplaats voor creatieve en sociale ondernemers.
Afbeelding 2.1 luchtfoto plandeel Papaverhoek
Gemeente Amsterdam
blz. 12
bestemmingsplan_Buiksloterham 7e part herz (vastgesteld)
blz. 13
Hoofdstuk 3
Het ruimtelijk kader
3.1
Ruimtelijk-functionele aspecten
3.1.1
Voorgeschiedenis
De Papaverhoek is gelegen in het projectgebied Buiksloterham. De Buiksloterham heeft een ontwikkeling doorgemaakt van industriegebied naar een bedrijventerrein en vanaf de jaren '90 tot aan heden transformeert het gebied naar een gemengd werkgebied. In het masterplan Noordelijke IJ-Oevers (2003) komt de Buiksloterham als potentiële verdichtingslocatie op de kaart. Op 20 december 2006 stelde de gemeenteraad het investeringsbesluit en Welstandsnota Buiksloterham vast. Inzet was een geleidelijke, organische en vooral duurzame herontwikkeling van dit oude bedrijventerrein in Amsterdam-Noord naar een gebied waar wonen en werken op verschillende schaalniveaus worden gemengd. Op 16 december 2009 (besluitnummer 276/881) heeft de gemeenteraad vervolgens het bestemmingsplan “Buiksloterham” vastgesteld om de gewenste ontwikkelingen naar een gemengde woonwerkwijk verder mogelijk te maken. Tegelijk met het bestemmingsplan is het Exploitatieplan Buiksloterham vastgesteld. Als gevolg van de economische crisis bleek al in 2010 een heroverweging van het Investeringsbesluit noodzakelijk. Dit resulteerde in het beleidsdocument Nieuw Buiksloterham 2010, waarbij het kantoorprogramma beleidsmatig werd geschrapt en de woningbouw werd gefaseerd, passend bij de sterk gedaalde vraag naar bouwlocaties in Amsterdam. De duurzaamheidsambities werden gehandhaafd.
Deze visie is bestuurlijk bekrachtigd via een wijziging in de uitgangspunten van de grondexploitatie Buiksloterham. Vanaf toen kwam Buiksloterham op de kaart als zelfbouwlocatie; dit werd een doorslaand succes. Er werd meegewerkt aan vele afwijkingsprocedures op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) op het bestemmingsplan uit 2009. Tegelijkertijd is er door de gemeente geïnvesteerd in straten, groen, saneringen, aanplempingen en nieuwe bruggen. Al deze nieuwe ontwikkelingen zouden bijna doen vergeten dat een substantieel deel van de bedrijven nog steeds functioneert en van grote betekenis is voor de stad. Daarom wordt Buiksloterham in 2017 op de kaart gezet als 'productieve wijk'. De crisis op de Amsterdamse woningmarkt is nu, anno 2021, ruim voorbij. Ondanks de Coronacrisis blijft de woningmarkt tot op heden stabiel. Buiksloterham is een van de veelbelovendste gebieden om tegemoet te komen aan de enorme vraag naar stedelijk wonen en werken. Marktpartijen manifesteren zich nadrukkelijk in het gebied en ontplooien veel initiatieven, die vaak verder gaan dan waarmee in het vigerende bestemmingsplan rekening is gehouden, onder meer qua aantal meters, de verhouding wonen-werken en parkeren.
Daar komt bij dat de gemeente Amsterdam in de loop der jaren beleidsmatig veel heeft bijgesteld en met onder meer 'Koers 2025' uit 2016 forsere stedelijke woningbouwambities heeft neergelegd. Buiksloterham is daarin als versnellings- en verdichtingslocaties aangemerkt. De laatste jaren worden initiatieven die op onderdelen afwijken van het bestemmingsplan, maar wel passen in geactualiseerde wensen en ambities, op maat bediend via Wabo-afwijkingsprocedures. Daarnaast zijn sinds 2009 vijf partiële herzieningen van het bestemmingsplan vastgesteld en is een zesde herziening tegelijk met deze herziening in voorbereiding. De beoogde ontwikkelingen in de Papaverhoek komen tot op heden niet goed op gang. Met voorliggende herziening van het bestemmingsplan wordt beoogd een samenhangende ontwikkeling op gang te
Gemeente Amsterdam
blz. 14
brengen die aansluit op het ontwikkeltempo van de andere deelgebieden binnen de Buiksloterham. 3.1.2
Europan prijsvraag
In 2016 is de Papaverhoek door de gemeente aangewezen als uitwerkingslocatie voor de Europan-prijsvraag. Bij Europan worden jonge (tot 40 jaar) architecten en andere ruimtelijke ontwerpers uitgedaagd om innovatieve oplossingen voor complexe, stedelijke vraagstukken te vinden. Het winnende ontwerp van de Europan prijsvraag richtte zich in eerste instantie op de kavels 28 en 29 maar is aanleiding geweest voor een verdergaande ontwikkeling waarop de gehele Papaverhoek wordt aangesloten. Hiermee moet worden voorkomen dat de overige kavels in de Papaverhoek achterblijven bij de ontwikkeling van kavels 28 en 29. De planregeling van het bestemmingsplan Buiksloterham uit 2009 biedt daarvoor te weinig aanknopingspunten. Om te voorkomen dat de rest Papaverhoek verder uit de pas loopt, is het nodig om ook op de overige kavels ruimte te bieden voor een integrale, samenhangende ontwikkeling. Deze ambitie heeft geleidt tot een herformulering van de stedenbouwkundige visie op dit specifieke deelgebied met andere dichtheden, betere doorstroming en doorwading van de hoek, een actueel beeld en begrenzing van de invloed van gevestigde bedrijven.
Afbeelding 3.1 visualisatie van het winnen de ontwerp van Europan 2016 (bron; Europan prijsvraag) Het plan voorziet in een verdichting met hoofdzakelijk toren-achtige volumes en verbreding van de straten Korte Papaverweg en Papaverhoek.
bestemmingsplan_Buiksloterham 7e part herz (vastgesteld)
blz. 15
3.1.3
Stedenbouwkundige visie (HIB)
Het plan voorziet in een compositie van volumes met een vanaf de Papaverweg aflopende hoogte en dichtheid. De maat en schaal van de Papaverweg wordt gebruikt om enerzijds aldaar hoge dichtheid te realiseren gecombineerd met anderzijds de kleine schaal en de verbinding met het verleden in een nieuw plan te laten terugkeren. Een en ander vertaalt zich in een floor space index (de omvang van de brutovloeroppervlakte in verhouding tot het grondoppervlak (hierna: FSI) die gemiddeld ongeveer 2,3 is, maar wat grotere verschillen laat zien per ontwikkeleenheid om de gewenste ruimtelijke opbouw te kunnen bewerkstelligen. De Papaverhoek krijgt een hoge dichtheid aan de Papaverweg/Klaprozenweg en wordt lager richting het Johan van Hasseltkanaal. Verdichting van de buurt Papaverhoek gaat samen met verbreding van de straten Korte Papaverweg en Papaverhoek. Het gebied verandert van een oud bedrijfsgebied met kleine stoepjes van 1,50m en een wegbreedte van 7m naar een woongebied en dat brengt ook een andere inrichting van de straat met zich mee gericht op veiligheid en leefbaarheid. Om die reden is verbreding noodzakelijk: Voldoende ruimte voor spelende kinderen op straat, fietsgebruik, profielen waar ook de gehandicapte in rolstoel zich veilig kan bewegen. Een duurzaam veilige en klimaatbestendige inrichting (bomen en groen, in relatie tot de ondergrondse infra).
Voor de wegverbreding zijn stroken grond van de aangrenzende eigendomspercelen noodzakelijk, die met het oog op realisatie een verkeersbestemming krijgen ten koste van de gemengde bestemming uit het bestemmingsplan Buiksloterham uit 2009. Om de betreffende eigenaren daarvoor te compenseren, wordt aan deze eigendomspercelen (bovenop de fsi verhoging die vanuit actueel ruimtelijk beleid in de HIB is toegekend) een extra fsi toegekend, die op de resterende percelen kan worden benut. Voor de eigenaren die op eigen initiatief tot herontwikkeling overgaan, waarbij de bouw zich concentreert op het resterende perceel met gemengde bestemming en de strook met verkeersbestemming vrijkomt voor realisatie van openbare verkeersruimte, kan deze compensatie direct worden benut. Voor de eigendomspercelen die niet zelf tot herontwikkeling komen, zal de gemeente mogelijk tot verwerving overgaan, waarbij de reeds verstrekte compensatie in fsi zal worden verrekend met de uit te keren vergoeding. De noordelijke oever van het van Hasseltkanaal wordt ingericht als autoluwe, stedelijke groenzone met verschillende rijen bomen en speelmogelijkheden. Ook een deel van het wateroppervlak wordt benut voor verontdieping, steigers en/of kleine eilanden in combinatie met een waterbiotoop. De Johan van Hasseltkade wordt een groene verblijfsruimte met een doorgaande recreatieve fietsroute.
De gemeente is initiatiefnemer van projecten voor de inrichting van de openbare ruimte, herinrichting van bestaande wegen en aanleg van nieuwe wegen. Voor deze projecten zal de gemeente de participatie moeten organiseren, waaronder de uitwerking groen/blauw/bodemprincipes in ontwerpen voor openbare ruimte langs het Johan van Hasseltkanaal. Het is vanwege de verkeerskundige situatie nodig om de Papaverweg ter hoogte van de kavels 28, 29 en 36 te verbreden. Door de verbreding wordt voldoende verkeersruimte gecreëerd ter plaatse van de aansluiting Papaverweg-Klaprozenweg. Onder de overkraging ontstaat verkeersruimte voor voetgangers.
Gemeente Amsterdam
blz. 16
Afbeelding 3.2 kavelnummers Papaverhoek Stedenbouwkundig zijn er geen bezwaren tegen een overkraging: De overkraging wordt ingezet aan de rand waar het buurtje Papaverhoek aansluit op de Papaverweg wat tevens het gebied is waar de Papaverweg verkeerskundig aansluit op de Klaprozenweg. Op deze wijze wordt zowel de buurt Papaverhoek als de aansluiting op de Klaprozenweg als plek ruimtelijk herkenbaar. In de HIB is een kaart van het plangebied Papaverhoek opgenomen waarop is te zien hoe het voorgenomen programma zich op hoofdlijnen verdeelt over de verschillende kavels. Vóór vaststelling van de HIB zijn er privaatrechtelijk afspraken gemaakt met de ontwikkelaar van kavel 28/29 waaraan de gemeente gebonden is. De privaatrechtelijke afspraken borgen dat in deze 7e herziening op kavel 28/29 dezelfde ontwikkelruimte wordt geboden als in het bestemmingsplan Buiksloterham uit 2009. Als gevolg hiervan wordt een hogere fsi van 3.5 in toegestaan ten opzichten van de fsi van 3.0 in de HIB.
bestemmingsplan_Buiksloterham 7e part herz (vastgesteld)
blz. 17
Afbeelding 3.3 uitsnede plangebied Papaverhoek uit HIB
Gemeente Amsterdam
blz. 18
3.2
Programma
Deze verkaveling zoals te zien op de kaart wordt zowel wat betreft de functies als de bouwmogelijkheden vertaald in de regels en verbeelding van dit bestemmingsplan. Hieronder wordt per programmaonderdeel een toelichting gegeven. 3.2.1
Wonen
Op enkele percelen binnen het plangebied zijn reeds woningen aanwezig. Binnen het plangebied is ruimte voor het realiseren van 264 nieuwe woningen. Uitgangspunt voor woningbouw geldt een segmentering van 40-40-20 (40% sociale huur, 40% middeldure huur en 20% vrije sector koop) waarbij het gemeentelijke beleid omtrent programmering wordt gevolgd. De hoeveelheid woningen is een afgeleide van het beschikbare oppervlak, de fsi, de te realiseren niet-woonfuncties en een gemiddelde woninggrootte van circa 70 m2 bvo. Op kavels waar maatschappelijke- en / of commerciële voorzieningen zijn bedacht op de eerste bouwlaag worden de woningen gerealiseerd vanaf de eerste bouwlaag. Op de kavels rond de Distelhaven is een programma bedacht dat alleen uit woningen bestaat. 3.2.2
Economie
Het programma economie bestaat uit een functiemix van productieve bedrijven, kantoren en horeca.
bestemmingsplan_Buiksloterham 7e part herz (vastgesteld)
blz. 19
3.2.2.1 Productieve bedrijven Het is de ambitie om ook in de Papaverhoek te zorgen voor een goede mix van wonen en werken. Het werken zal voor een deel bestaan uit productieve bedrijvigheid. Er is ruimte voor bestaande en nieuwe bedrijven die zich wat betreft milieucategorie goed kunnen verhouden tot de woon- en maatschappelijke functies in het gebied. De bedrijfsruimte wordt gebruikt voor de bedrijfsmatige uitoefening van industrie, ambacht, groothandel, opslag en/of transport. De hoofdfunctie van de bedrijven is bedrijfsruimte, aangevuld met maximaal 30% ondersteunend kantoor. In de inleidende regels van het bestemmingsplan (2.19) is de definitiebepaling opgenomen voor bedrijven: Inrichting voor de bedrijfsmatige activiteiten gericht op produceren, bewerken, herstellen, installeren, inzamelen, verhuur, opslag van goederen, groothandel, distributie van goederen, afhaalpunt voor internetverkoop en hiermee gelijk te stellen activiteiten met uitzondering van datacenters. In deze partiële herziening borgen de bouw- en gebruiksregels die betrekking hebben op maximale oppervlaktes, gebruiksmogelijkheden en regels voor verkeer en parkeren dat de bedrijvigheid grotendeels zal bestaan uit kleinschalige pruductiegerichte bedrijven zoals ook in de HIB beschreven.
Productieve bedrijvigheid wordt in principe op de begane grond gerealiseerd maar op de verdieping is uiteraard niet per definitie uitgesloten. Bedrijfsruimte op verdiepingen is mogelijk onder voorwaarde van overige spelregels ten aanzien van bedrijfsruimte zoals verdiepingshoogte, bruikbaarheid, indeelbaarheid plattegrond, belastbaar vermogen vloeren en laad- en losvoorziening. Een tussenvloer is toegestaan tot maximaal 30% van de oppervlakte van de bebouwde begane grond bij een plinthoogte van minimaal 6m en de oppervlakte van de tussenvloer wordt meegenomen in de FSI. Samengevat gaat het in de Papaverhoek om de volgende uitgangspunten: Hoogte begane grond 6,00 m; Hoog belastvermogen van vloeren; Voorzien van laad- en losdeuren (industriedeuren/overheaddeuren) Vele mengvormen, met kantoren, wonen, daktuin of anderszins in of op eenzelfde gebouw Enkele bedrijfsverzamelgebouwen 3.2.2.2 Kantoren Kantoren passen goed in hoog- en gemengd stedelijke gebieden en blijken daar ook toekomstbestendiger -dus duurzamer - dan kantoren in monofunctionele kantorenparken. Vanwege de beperkte openbaar vervoer-bereikbaarheid van Buiksloterham van wordt afgezien van grootschalige kantoorontwikkeling. Om dezelfde reden wordt een kleine korrel tot maximaal 5.000m2 bvo per bedrijfsverzamelgebouw (meervoudige kantoorlocatie) gehanteerd.
Gemeente Amsterdam
blz. 20
3.2.2.3 Horeca Horeca is op een aantal plekken binnen de Papaverhoek toegestaan, soms in combinatie met andere functies, zoals cultuur of werkplekken. Verder heeft horeca op fraaie plekken aan het water (zoals de Johan van Hasseltkade) een meerwaarde en is daar dus gewenst. Op andere plekken zal het gaan om maatwerk, waarbij eventuele overlast bij vergunningverlening een belangrijk afwegingscriterium wordt. Vanwege overlast is nachthoreca nergens zomaar mogelijk. Hiervoor geldt specifiek gemeentebreed beleid, waarop in Buiksloterham wordt aangesloten. Buiksloterham biedt geen plek aan grootschalige leisurevoorzieningen die grote verkeersstromen aantrekken. Dat geeft immers een te grote kans op overlast voor het wonen in het gebied. Het naastgelegen NDSM biedt voorlopig volop ruimte voor grootschalige, bovenwijkse cultuurvoorzieningen en evenementen. Kleinschaliger leisure kan in Buiksloterham echter juist bijdragen aan functiemenging en aan de doelstellingen van 'stad in balans'. 3.2.3
Maatschappelijk
Het programma voor maatschappelijke voorzieningen is afgestemd met de Dienst Onderwijs, Jeugd en Zorg van de gemeente Amsterdam. Er komen in het grensgebied tussen Volewijck en Buiksloterham bij Papaverhoek wordt een samenhangende clustering van voorzieningen beoogd: een gezondheidscentrum met ruimte voor wijkzorg en maatschappelijke dienstverlening in één gebouw. Daarbij komt ook ruimte voor ontmoeting in een Huis van de Wijk en mogelijk ruimte voor jeugd en jongeren. De haalbaarheid hiervan wordt onderzocht. Een dergelijke voorziening op deze locatie kan zowel de bestaande buurt als de nieuwe buurt dienen en verbindend werken tussen de buurten. De ligging ten opzichte van andere publieke voorzieningen langs het Mosveld en de Van der Pekstraat is ook goed. In het plangebied is rekening gehouden met een programma voor buurtgerichte kunst en cultuurvoorziening van 1.000 m2. Zorgwelzijnscluster Papaverhoek met programma in twee of drie gebouwen. Maatschappelijke voorziening
m2 bvo gebouw
Huis van de Wijk
500
Geclusterde zorgvoorziening met gezondheidscentrum voor eerstelijns zorg, 1.200 apotheek, e.v.t. fysio, wijkzorg en maatschappelijke dienstverlening (praktijkruimte) Jongeren/-jeugdvoorziening
200
Dagbesteding (meewerk)
500
Kunst en cultuur
1.000
Totaal
3.400
bestemmingsplan_Buiksloterham 7e part herz (vastgesteld)
blz. 21
Hoofdstuk 4 4.1
Milieu- en omgevingsfactoren
Algemeen
In het kader van het bestemmingsplan Buiksloterham (2009) zijn diverse (milieu)onderzoeken uitgevoerd naar de haalbaarheid van de realisatie van woningen in het gehele plangebied Buiksloterham. Er is onderzoek gedaan naar bodem, externe veiligheid, verkeer, lucht, geluid, geurhinder, flora en fauna. Deze onderzoeken zijn gebaseerd op de planologisch-juridische mogelijkheden zoals die in het bestemmingsplan Buiksloterham (2009) voor de kavels in voorliggende herziening reeds zijn voorzien. De kavels waar deze herziening betrekking op heeft, zijn in het bestemmingsplan Buiksloterham (2009) bestemd als Gemengd. In voorliggende herziening is deze bestemming grotendeels gehandhaafd met een meer specifieke regeling voor gebruiken en bouwen. De aanleiding van deze zevende herziening zoals beschreven in paragraaf 1.1 heeft tot gevolg dat diverse aspecten opnieuw zijn beschouwd. Deze zijn in de volgende paragrafen beschreven.
Gemeente Amsterdam
blz. 22
bestemmingsplan_Buiksloterham 7e part herz (vastgesteld)
blz. 23
Hoofdstuk 5 5.1
M.e.r. / (mer-beoordeling)splicht
Milieueffectrapportage
Het doel van een milieu effect rapportage (m.e.r.) is om vooraf de mogelijke milieueffecten van plannen en besluiten in beeld te brengen en deze een volwaardige rol te laten spelen bij de besluitvorming van plannen en besluiten. Wet- en regelgeving Het maken van een milieueffectrapport (MER) of m.e.r.-beoordeling is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. In het Besluit m.e.r. staat omschreven welke activiteiten MER-plichtig (C-lijst) dan wel m.e.r.-beoordelingsplichtig (D-lijst) zijn. Echter ook initiatieven die beneden de drempelwaarde van het Besluit m.e.r. blijven, dienen kritisch bekeken te worden of deze belangrijke nadelige milieueffecten kunnen hebben, de zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling (artikel 2, vijfde lid, onder b, van het Besluit m.e.r.). Indien dit het geval is dient hiervoor ook een MER of m.e.r-beoordeling te worden opgesteld. Als toetsingskader daarvoor gelden de selectiecriteria als bedoeld in bijlage III bij de EEG-richtlijn milieu-effectbeoordeling (M.e.r.-richtlijn (85/337/EG)). Daarbij wordt gekeken naar de kenmerken van de activiteit, de plaats ervan in relatie tot de omgeving, en naar de potentiële effecten.
Indien op basis van toetsing aan die criteria niet kan worden uitgesloten dat de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben, dient in ieder geval een m.e.r.-beoordeling met toepassing van de artikelen 7.16 tot en met 7.19 Wm te worden gedaan. Resultaten toetsing Deze 7e herziening maakt geen nieuw stedelijk ontwikkelingsproject, zoals genoemd in kolom 1 van categorie 11.2 van de D-lijst, mogelijk ten opzichte van het bestemmingsplan 'Buiksloterham' uit 2009. Ook is er geen sprake van een aangewezen activiteit waarvoor op grond van de C-lijst een m.e.r.-plicht geldt. Op basis daarvan geldt geen verplichting tot een m.e.r. procedure. Ook op grond van de toetsing conform artikel 2, vijfde lid, onder b, van het Besluit m.e.r. zijn er geen omstandigheden op grond waarvan een m.e.r. procedure aan de orde is. Hierbij wordt overwogen dat bij de opstelling van het bestemmingsplan 'Buiksloterham' een m.e.r.-procedure is gevoerd voor de herstructurering van Buiksloterham waarbij alle milieuaspecten zijn beschouwd en waarin de ontwikkelingen die binnen het plangebied van deze 7e herziening zijn voorzien, zijn beoordeeld. Het bestemmingsplan heeft betrekking op bestaand stedelijk gebied en er liggen geen kwetsbare gebieden in of in de nabijheid van het plangebied.
Daarnaast zijn er, zoals blijkt uit beschrijving van de in dit hoofdstuk weergegeven diverse relevante milieukaders (zoals geluid, externe veiligheid, luchtkwaliteit, bodem, flora en fauna) geen andere factoren aanwezig die aanleiding geven tot het opstellen van een MER. Conclusie Er bestaat geen plicht of aanleiding voor het volgen van een m.e.r. procedure.
Gemeente Amsterdam
blz. 24
bestemmingsplan_Buiksloterham 7e part herz (vastgesteld)
blz. 25
Hoofdstuk 6 6.1
Verkeer en parkeren
Algemeen
Buiksloterham wordt ontsloten vanaf de Klaprozenweg door, de Ridderspoorweg, de Papaverweg en de Distelweg. De westelijke ontsluiting is in het bestemmingsplan 'Buiksloterham' (2009) als vierde gebiedsontsluitingsweg mogelijk gemaakt. In Buiksloterham komt een aantal andere wegen voor, waaronder de Grasweg en de Asterweg, die aansluiten op de Distelweg en de Papaverweg. Binnen het plangebied van deze herziening is een deel van de Papaverweg en de aansluiting op de Klaprozenweg gelegen. Er wordt nog gestudeerd op de komst van een Zaan-IJ-tram over de Klaprozenweg. Aangezien voorliggende herziening geen significante nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt ten opzichte van wat reeds op grond van het bestemmingsplan 'Buiksloterham' (2009) is toegestaan, ontstaan geen extra verkeersbewegingen en is geen nieuw verkeersonderzoek noodzakelijk. Ook voorziet deze herziening geen wijzigingen in de parkeersituatie: parkeren op eigen terrein zoals voorgeschreven in het bestemmingsplan 'Buiksloterham' (2009) blijft gehandhaafd. Deze herziening is getoetst aan het verkeersonderzoek Verkeersonderzoek Buiksloterham 2020 dat in het kader van de HIB is uitgevoerd om een beeld te krijgen van de actuele situatie én om aan te kunnen tonen dat voorliggende herziening geen extra bijdrage levert ten opzichte van het programma zoals vastgesteld in het bestemmingsplan 'Buiksloterham' (2009).
Resultaten toetsing Het programma waar voorliggende herziening in voorziet, is reeds mogelijk gemaakt in het bestemmingsplan 'Buiksloterham' (2009). Omdat het bij de voorliggende herziening niet om een significante programmawijziging gaat, wordt er gerekend met het planjaar 2030 waarbij wordt uitgegaan van een totale ontwikkeling van Buiksloterham. De onderzoeksresultaten laten zien dat het bouwprogramma Buiksloterham in 2030 in totaal circa 15.000 motorvoertuigen per etmaal (mvt/etm) genereert. De rapportage (Verkeersonderzoek Investeringsnota Buiksloterham 2020, V&OR, d.d. 1 september 2020) is als bijlage 2 bij deze toelichting gevoegd. De planvariant van deze partiële herziening laat geen extra toename zien van het aantal verkeersbewegingen dat op grond van de autonome ontwikkeling mag worden verwacht.
6.2
Conclusie
De aspecten verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor vaststelling en uitvoering van voorliggende partiële herziening.
Gemeente Amsterdam
blz. 26
bestemmingsplan_Buiksloterham 7e part herz (vastgesteld)
blz. 27
Hoofdstuk 7 7.1
Geluid
Algemeen
Een van de grondslagen voor de ruimtelijke afweging is de Wet geluidhinder (Wgh). De Wet geluidhinder bevat geluidnormen en richtlijnen met betrekking tot de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai, industrielawaai en luchtvaartlawaai. Op grond van de Wet geluidhinder gelden zones rond geluidbronnen met een grote geluiduitstraling, zoals (spoor)wegen en industrieterreinen. De belangrijkste bestaande geluidzones bevinden zich langs bestaande wegen en spoorwegen, rond grote bestaande industrieterreinen en rondom bestaande luchtvaartterreinen.
7.2
Beleid en regelgeving
7.2.1
Wet geluidhinder
Op 5 juli 2006 is de Wijzigingswet van de Wet geluidhinder aangenomen (Staatsblad 350, Wet van 5 juli 2006, houdende wijziging Wgh, modernisering instrumentarium geluidbeleid, eerste fase). De artikelen van de nieuwe wet zijn in werking getreden per 1 januari 2007. In de Wgh zijn geluidsnormen voor toelaatbare equivalente geluidsniveaus opgenomen. De geluidsnormen gelden voor woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen gelegen binnen de geluidszone van een (spoor)weg of industrieterrein. In de Wgh is aangegeven dat een akoestisch onderzoek moet worden verricht bij het voorbereiden van de vaststelling en/of herziening van een bestemmingsplan voor zover die geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden behorende tot een zone als bedoeld in de Wgh. Wanneer een nieuw (of gewijzigd) bestemmingsplan het mogelijk maakt geluidsgevoelige bebouwing in de geluidszone van een industrieterrein of (spoor)weg te realiseren, is een akoestisch onderzoek noodzakelijk naar de geluidsbelasting van een industrieterrein of spoor(weg) op geluidsgevoelige bebouwing. Indien de hoogste toelaatbare geluidsbelasting wordt overschreden, kan op grond van de Wgh een hogere waarde (ontheffing op de geluidsbelasting) worden verleend door het bevoegd gezag.
Voorwaarde is dat het toepassen van maatregelen gericht op het terugbrengen van de geluidsbelasting onvoldoende doeltreffend zijn, of overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard een rol spelen. Het toepassen van maatregelen dient in volgorde van prioriteit gericht te zijn op bronmaatregelen (geluiddempers, aanpassing wielen/spoor, aanpassing wegverharding en/of aangepaste rijsnelheden) en overdrachtsmaatregelen (geluidsschermen/geluidswallen). Wanneer sprake is van meerdere relevante geluidsbronnen, kan slechts een besluit hogere waarde worden vastgesteld voor zover de gecumuleerde geluidsbelasting niet leidt tot een onaanvaardbare geluidbelasting. Verder dient, in het geval van ontheffing op de geluidsbelasting, de binnenwaarde worden gewaarborgd door het eventueel toepassen van gevelmaatregelen. 7.2.2
Wet milieubeheer
Op bedrijven is de Wet milieubeheer (Wm) van toepassing, waarin ook het geluidsaspect wordt geregeld. De grotere bedrijven zijn vergunningplichtig krachtens de Wm, waarbij aan de vergunningvoorschriften ter voorkoming en beperking van geluidhinder kunnen worden verbonden. Voor bedrijven op gezoneerde industrieterreinen wordt daarbij een relatie gelegd met de grenswaarden uit de Wgh, zoals die voor het 'gemiddelde geluidsniveau' gelden op de zonegrens (50 dB(A)) of in geval voor geluidsgevoelige functies hogere waarden zijn vastgesteld (maximaal 55 dB(A)). Voor bedrijven op niet-gezoneerde industrieterreinen is de beoordelingssystematiek beschreven in de 'Handreiking
Gemeente Amsterdam
blz. 28
Industrielawaai en vergunningverlening' van het voormalige Ministerie van VROM, waarbij in het algemeen wordt uitgegaan van een grenswaarde van 50 dB(A) ter plaatse van geluidsgevoelige objecten. Daarnaast biedt het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer het bevoegd gezag de mogelijkheid voor een inrichting afwijkende grenswaarden vast te stellen. Het merendeel van de (kleinere) bedrijven is niet vergunningplichtig krachtens de Wm, maar daarop is het Besluit Algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit) van toepassing. In dit besluit zijn ook ten aanzien van geluid algemene regels geformuleerd, die in het algemeen neerkomen op een maximaal toegestane geluidsbelasting van 50 dB(A) ter plaatse van geluidsgevoelige objecten danwel op 50 meter afstand van de grens van de inrichting als er daarbinnen geen geluidsgevoelige objecten aanwezig zijn. 7.2.3
Indirecte hinder
Volgens de 'Handreiking Industrielawaai en Vergunningverlening' kunnen eisen worden gesteld aan het geluid ten gevolge van de indirecte hinder van de inrichting. Onder indirecte hinder wordt verstaan: de nadelige gevolgen voor het milieu veroorzaakt door activiteiten die, hoewel plaatsvindend buiten het terrein van de inrichting, aan de inrichting zijn toe te rekenen. Dit betreft in de praktijk met name het geluid door de transportbewegingen van (vracht)wagens. Dit dient beoordeeld te worden als wegverkeersgeluid als beschreven in de Wet geluidhinder. Hiervoor geldt een streefwaarde voor het equivalente geluidniveau LAeq van 50 dB(A). Een maximale ontheffing is – onder voorwaarden – mogelijk tot 65 dB(A), hetgeen in een maatwerkvoorschrift voor de betreffende inrichting kan worden vastgelegd. 7.2.4
Amsterdams geluidbeleid
Naast de wettelijke regelingen is door de gemeente Amsterdam geluidbeleid ontwikkeld voor het vaststellen van hogere waarden (2017). Op grond van de Wet geluidhinder is het mogelijk om voor nieuwe geluidgevoelige objecten een hogere waarde dan de voorkeursgrenswaarde vast te stellen. Voordat een hogere waarde wordt vastgesteld, moet eerst zijn onderzocht of maatregelen kunnen worden getroffen om een lagere geluidsbelasting te realiseren, waarbij de voorkeursvolgorde wordt gehanteerd: maatregelen aan de bron, overdrachtsmaatregelen en maatregelen bij de ontvanger. Uitgangspunt van het Amsterdams geluidbeleid is dat iedere woning een stille zijde heeft. Dit uitgangspunt geldt alleen voor een woonfunctie, niet voor andere functies. Aan de stille zijde worden bij voorkeur de slaapkamers gesitueerd zodat met open raam of deur geslapen kan worden. Woningen waarvoor hogere waarden worden vastgesteld, moeten in principe beschikken over een stille zijde. Een woning die moet worden uitgevoerd met een dove gevel, moet altijd zijn voorzien van een stille zijde (behoudens uitzonderlijke gevallen). Een hogere waarde kan niet altijd vermeden worden en zelfs een stille zijde is niet altijd mogelijk, maar wel blijft de bescherming van het woon- en leefklimaat van belang. Bij het ontwerpen van een bouwplan moet dat al worden meegenomen.
Als dat redelijkerwijs niet haalbaar is, is een goede motivatie van groot belang, des te meer naarmate de geluidbelasting hoger is. Het conceptbesluit hogere waarden is ter advisering voorgelegd aan het Technisch Ambtelijk Vooroverleg Geluid Amsterdam (TAVGA). Het positieve advies van het TAVGA is betrokken bij de besluitvorming en genoemd in het besluit. Wanneer een locatie door verschillende geluidbronnen wordt belast tot boven de voorkeursgrenswaarde, moet cumulatie van alle geluid in de beoordeling worden betrokken. Het bevoegd gezag kan slechts hogere waarde vaststellen als de gecumuleerde geluidbelastingen (na correctie volgens de Wgh) niet leiden tot een naar hun oordeel onaanvaardbare geluidbelasting. De wet geeft geen maximale waarde bij cumulatie van geluidbelastingen. Er treedt een onaanvaardbare geluidbelasting op als de gecumuleerde waarde meer dan 3 dB hoger is dan de hoogste van de maximaal toegestane ontheffingswaarden.
bestemmingsplan_Buiksloterham 7e part herz (vastgesteld)
blz. 29
Wanneer gemotiveerd kan worden dat het bij een enkele weg redelijkerwijs niet mogelijk is om maatregelen te treffen om de geluidbelasting te verlagen, is geringe overschrijding van de voorkeursgrenswaarde acceptabel en wordt geacht sprake te zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Deze verhoging bedraagt maximaal 3 dB naar analogie van de verhoging die wordt gehanteerd bij cumulatie van het geluid van meerdere bronnen. Vanzelfsprekend moet voor deze gevel ook een hogere waarde worden vastgesteld volgens wettelijke bepalingen en daarbij wordt in het besluit het ontbreken van de stille zijde gemotiveerd.
7.3
Resultaten onderzoeken
7.3.1
Wegverkeersgeluid
In de zin van de Wet geluidhinder is sprake van de nieuwbouw van woningen in stedelijk gebied langs bestaande, gezoneerde wegen. De voorkeursgrenswaarde voor de geluidbelasting op de gevels van de woningen bedraagt 48 dB voor iedere weg afzonderlijk. Op grond van artikel 83 lid 2 Wet geluidhinder bedraagt de maximale ontheffingswaarde 63 dB voor iedere weg afzonderlijk. Door LBP Sight is Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Uit het onderzoek blijkt het volgende: Klaprozenweg / Papaverweg / Mosplein: de geluidbelasting is maximaal 61 dB. De geluidbelasting voldoet niet aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De maximale ontheffingswaarde van 63 dB wordt niet overschreden. Kamperfoelieweg: de geluidbelasting is maximaal 50 dB. De geluidbelasting voldoet niet aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De maximale ontheffingswaarde van 63 dB wordt niet overschreden. Johan van Hasseltweg: de geluidbelasting is maximaal 52 dB. De geluidbelasting voldoet niet aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De maximale ontheffingswaarde van 63 dB wordt niet overschreden. Dove gevels zijn niet nodig. In alle gevels mogen ramen en deuren (te openen delen) worden aangebracht. Klaprozenweg / Papaverweg / Mosplein, Kamperfoelieweg en Johan van Hasseltweg: een hogere waarde moet worden vastgesteld door de gemeente Amsterdam. Daar zijn voorwaarden aan verbonden.
Er kan worden voldaan aan de (doelstelling van de) gemeentelijke indelingseisen. Bij de planuitwerking moet dat getoetst worden. Voor een aantal woningen is daarbij naar verwachting extra aandacht nodig.
Gemeente Amsterdam
blz. 30
Afbeelding 7.1 uitsnede uit akoestisch onderzoek De maximaal toelaatbare hogere waarde bedraagt voor stedelijke wegen 63 dB. De maximaal toegestane hogere waarde wordt op geen enkele locatie in het plangebied overschreden. Wanneer geluidbeperkende maatregelen niet of in onvoldoende mate kunnen worden gerealiseerd, biedt de Wet geluidhinder de mogelijkheid hogere waarden vast te stellen. Geluidbeperkende maatregelen als geluidreducerend wegdek of de plaatsing van een geluidscherm zijn onvoldoende doeltreffend respectievelijk stedenbouwkundig ongewenst. Het verlagen van de maximumsnelheid is verkeerskundig ongewenst en het verlagen van de intensiteit stuit op praktische bezwaren. Het voorstel is daarom om hogere waarden vast te stellen. De vast te stellen hogere waarde is circa 62 dB voor de Klaprozenweg / Papaverweg / Mosplein. Volgens de Wet geluidhinder zijn wegen die uitgevoerd zijn als wegen met een maximumsnelheid van 30 km/u niet gezoneerd. Geluidgevoelige objecten die langs een niet-gezoneerde weg liggen, hoeven niet in een akoestisch onderzoek betrokken te worden. Om inzicht te krijgen in de hoogte van de geluidbelasting van 30 km/u wegen is uit het oogpunt van een goede ruimtelijke onderbouwing de geluidbelasting wel bepaald.
bestemmingsplan_Buiksloterham 7e part herz (vastgesteld)
blz. 31
Volgens de Wet geluidhinder zijn wegen die uitgevoerd zijn als wegen met een maximumsnelheid van 30 km/u niet gezoneerd. Geluidgevoelige objecten die langs een niet-gezoneerde weg liggen, hoeven niet in een akoestisch onderzoek betrokken te worden. Om inzicht te krijgen in de hoogte van de geluidbelasting van 30 km/u wegen is uit het oogpunt van een goede ruimtelijke onderbouwing de geluidbelasting wel bepaald. In het Amsterdams geluidbeleid geldt als uitgangspunt dat een woning moet beschikken over een stille zijde wanneer er hogere waarden vastgesteld worden. Een stille zijde is een gevel met een geluidbelasting van maximaal de voorkeursgrenswaarde. Dit wordt meegenomen in de uitwerking van de bouwplannen. Aanvullend is in het geluidbeleid opgenomen dat, als het niet mogelijk is om maatregelen te treffen om de geluidbelasting te verlagen, met een geringe overschrijding van de voorkeurgrenswaarde (tot maximaal 3 dB) alsnog sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. 7.3.2
Industriegeluid
In de Wet geluidhinder is bepaald dat akoestisch onderzoek plaats moet vinden als nieuwe geluidgevoelige functies (zoals woningen) worden geprojecteerd binnen een geluidzone van geluidgezoneerde industrieterreinen. Daarnaast is in de huidige en toekomstige situatie sprake van inrichtingen binnen het plangebied die geluid produceren danwel indirect geluid veroorzaken.
Afbeelding 7.2 plandeel Papaverhoek binnen zone industrielawaai Johan van Hasseltkanaal West Het plangebied val volledig binnen de geluidzone van het gezoneerde industrieterrein J. van Hasseltkanaal. Deze geluidzone is niet de daadwerkelijke 50 dB(A) contour. Het betreft de geluidzone zoals deze gold voor het vaststellen van het bestemmingsplan Buiksloterham in 2009. De geluidzone is nooit aangepast, ook niet bij het verkleinen van het gezoneerde industrieterrein bij de 4de partiele herziening bestemmingsplan Buiksloterham in 2016. Door LBP Sight is Akoestisch onderzoek industrielawaai uitgevoerd. Uit het onderzoek volgt dat de geluidbelasting vanwege het gezoneerde industrieterrein J. van Hasseltkanaal geen beperkingen oplevert voor de ontwikkelingen binnen het plangebied. Geluidhinder bedrijven Binnen het plangebied en in de omgeving zijn verschillende bedrijven en functies die direct en/of indirect geluid produceren. In hoofdstuk 11 'Milieuhinder bedrijven' wordt hier nader op ingegaan.
Gemeente Amsterdam
blz. 32
7.4
Conclusie
In het plangebied is sprake van geluidsbelasting als gevolg van verschillende bronnen. Voor een gemengd stedelijk gebied als de Papaverhoek is een geluidsniveau van 55 dB(A) etmaalwaarde aanvaardbaar. Ten aanzien van wegverkeersgeluid geldt dat voor een aantal gevels hogere grenswaarden dienen te worden vastgesteld. Uit het onderzoek naar de invloed van gezoneerde industrieterreinen volgt dat de geluidbelasting vanwege het gezoneerde industrieterrein J. van Hasseltkanaal geen beperkingen oplevert voor de ontwikkelingen binnen het plangebied. Wel moet een hogere waardenprocedure worden doorlopen. In hoofdstuk 11 wordt nader ingegaan op geluidhinder van bedrijven binnen het plangebied. Het aspect geluid staat de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan niet in de weg.
bestemmingsplan_Buiksloterham 7e part herz (vastgesteld)
blz. 33
Hoofdstuk 8 8.1
Luchtkwaliteit
Algemeen
In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient bij het opstellen van een bestemmingsplan uit oogpunt van de bescherming van de volksgezondheid rekening te worden gehouden met luchtkwaliteit. Vanuit een oogpunt van goede ruimtelijke ordening kunnen belemmeringen bestaan om een project te realiseren op een locatie waar de luchtkwaliteit slecht is. Ook een verslechtering van de luchtkwaliteit op bestaande locaties kan bezwaarlijk zijn.
8.2
Beleid en regelgeving
8.2.1
Wet milieubeheer (Wet luchtkwaliteit)
Op 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking getreden. Ingevolge de wet is een specifiek op luchtkwaliteit betrekking hebbende titel 5.2 in de Wet milieubeheer opgenomen. De wet voorziet onder meer in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL), het begrip 'niet in betekenende mate' (nibm) en gebiedssaldering. Als aannemelijk is dat aan één of een combinatie van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen de luchtkwaliteitseisen geen belemmering voor het vaststellen van een bestemmingsplan: het bestemmingsplan niet leidt tot een feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarden voor stikstofoxide (NO2) of fijn stof (PM10); de luchtkwaliteit als gevolg van het bestemmingsplan (al dan niet per saldo) verbetert of ten minste gelijk blijft; het bestemmingsplan niet in betekenende mate bijdraagt aan de jaargemiddelde concentraties NO2 en PM10; het bestemmingsplan is opgenomen in het NSL. Voor luchtkwaliteit als gevolg van wegverkeer is NO2 (jaargemiddelde) in Amsterdam het meest maatgevend, aangezien deze stof door de invloed van het wegverkeer het snelst een overschrijding van de grenswaarde uit de wet veroorzaakt. Daarnaast zijn ook de concentraties van PM10 van belang. 8.2.2
Besluit gevoelige bestemmingen
Het Besluit gevoelige bestemmingen is in januari 2009 in werking getreden. Met deze Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) wordt beoogd de realisering van scholen en andere gevoelige bestemmingen in de nabijheid van drukke (snel)wegen tegen te gaan als op de locatie in kwestie sprake is van een (dreigende) overschrijding van de Europese normen voor luchtkwaliteit. Tot de gevoelige bestemmingen behoren: scholen (voor onderwijs aan minderjarigen), kinderopvang, bejaarden-, verzorgings- en verpleegtehuizen. Achtergrond hiervan is dat de AMvB is gericht op functies die specifiek bedoeld zijn voor groepen mensen die extra gevoelig zijn voor verontreinigende stoffen, zijnde kinderen, ouderen en zieken. Als een bestuursorgaan voornemens is een besluit te nemen over een gevoelige bestemming op een locatie binnen 300 meter vanaf de rand van rijkswegen (snelwegen en autowegen in beheer bij het rijk) of binnen 50 meter vanaf de rand van provinciale wegen (autowegen en overige wegen in beheer bij de provincie), dan moet het bestuursorgaan onderzoeken of op die locatie sprake is van een daadwerkelijke of een dreigende overschrijding van de grenswaarden. In geval van de Papaverhoek worden gevoelige functies in de vorm van woningen en maatschappelijke voorzieningen mogelijk gemaakt in het bestemmingsplan. Er zijn geen rijkswegen of provinciale wegen
Gemeente Amsterdam
blz. 34
aanwezig binnen een afstand van 300 meter respectievelijk 50 meter. Aan de bepalingen uit het Besluit gevoelige bestemmingen kan worden voldaan. 8.2.3
Actieplan luchtkwaliteit Amsterdam
In het Actieplan Luchtkwaliteit Amsterdam zijn diverse maatregelen opgenomen om de kwaliteit van de lucht te verbeteren door bestaande knelpunten ten aanzien van luchtkwaliteit op te lossen. Als Amsterdam zich verder wil ontwikkelen door het realiseren van nieuwe bouwprojecten, dan moet er voldoende (milieu)ruimte worden geschapen. Amsterdam houdt binnen het Actieplan vast aan het beleid met betrekking tot de compacte stad, verbetering van het stedelijk functioneren door een grotere concentratie van de functies wonen, werken en recreëren. Daarnaast houdt Amsterdam vast aan het concentratiebeleid ten aanzien van het Hoofdnet Auto. 8.2.4
Richtlijn gevoelige bestemmingen Amsterdam
Deze richtlijn, op 5 januari 2010 vastgesteld door het College van Burgemeester en Wethouders, is een uitwerking van een amendement dat de gemeenteraad op 1 maart 2006 heeft aangenomen bij de behandeling van het Actieplan Luchtkwaliteit Amsterdam. Het amendement houdt in dat “geen voorzieningen voor gevoelige groepen in nabijheid van plekken waar veel verkeer is” wordt vervangen door: “in het ruimtelijk ordeningsbeleid er meer rekening gehouden wordt dat voorzieningen voor gevoelige groepen niet in de directe nabijheid van grote verkeersaders worden geplaatst, of dat het beschermen van de volksgezondheid vormt een belangrijk uitgangspunt van het Nederlandse en Amsterdamse luchtkwaliteitsbeleid. De gemeente wil ook in relatie tot ruimtelijke planvorming in de omgeving van het eigen wegennet zorgvuldig met deze groepen omgaan er maatregelen worden getroffen om de gevoelige groepen beter te beschermen dan nu doorgaans het geval is” (Amendement C - Gemeenteblad afd. 1, nr. 148). Uitgangspunten zijn dat: 1. binnen de zone van 300 meter gemeten van de rand van een snelweg en 50 meter gemeten van de rand van een provinciale weg, geen gevoelige bestemmingen worden geprojecteerd; 2. bij stedelijke wegen met meer dan 10.000 mvt per etmaal binnen een afstand van 50 meter gemeten van de rand van de weg geen gevoelige bestemmingen in de eerste lijnsbebouwing worden geprojecteerd.
Voor Buiksloterham 7e partiële herziening is het tweede uitgangspunt – in verband met de toenemende verkeersintensiteit als gevolg van de woningbouwontwikkeling in heel Noord – van toepassing. Van de onder 1 en 2 genoemde uitgangspunten kan gemotiveerd worden afgeweken indien (bijzondere) omstandigheden en belangen hiertoe aanleiding geven. Indien men vanuit projecten gevoelige bestemmingen langs drukke wegen wil realiseren, dan is een advies van de GGD, afdeling Milieu en Gezondheid nodig. Daarbij is van belang dat de aan de luchtkwaliteit gerelateerde gezondheidsaspecten worden beschouwd in relatie tot alle overige spelende belangen. Voor de omschrijving van een gevoelige bestemming wordt aangesloten bij het (landelijke) Besluit gevoelige bestemmingen luchtkwaliteit, namelijk: gebouwen geheel of gedeeltelijk bestemd of in gebruik ten behoeve van basisonderwijs, voortgezet onderwijs of overig onderwijs aan minderjarige, kinderopvang, verzorgingstehuis, verpleegtehuis of bejaardentehuis. De richtlijn heeft, evenals bij het landelijke Besluit gevoelige bestemmingen alleen betrekking op nieuwe situaties en bij een uitbreiding van een bestaande gevoelige bestemming, indien de toename eenmalig ten hoogste 10% van het aantal daar reeds verblijvende personen bedraagt.
bestemmingsplan_Buiksloterham 7e part herz (vastgesteld)
blz. 35
8.3
Resultaten onderzoeken
Met de aanpassingen in het plangebied veranderen de verkeersstromen en zijn de emissies naar de lucht door de gewijzigde verkeersbewegingen van belang bij de toetsing van het plan aan de luchtkwaliteitseisen van de Wet milieubeheer. Er is voor de voorgenomen ontwikkelingen in de Buiksloterham onderzoek naar de effecten op de luchtkwaliteit uitgevoerd (Bijlage 5 Onderzoek luchtkwaliteit). Er is getoetst aan grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2), fijn stof (PM10) en zeer fijn stof (PM2,5). Uit het onderzoek volgt dat er wat betreft stikstofdioxide en (zeer) fijn stof op basis van artikel 5.16 lid 1 onder a van de Wet milieubeheer ten aanzien van de luchtkwaliteitseisen van de Wm geen knelpuntlocaties binnen het plangebied bestaan. Er worden in de plansituatie geen grenswaarden overschreden en de hoogst berekende waarden die uit dit absolute worst case scenario berekend worden liggen ruim onder de grenswaarden.
8.4
Conclusie
Op grond van de voorgenoemde bevindingen vormen de luchtkwaliteitseisen uit titel 5.2 Wet milieubeheer en bijbehorende uitvoeringsbesluiten alsmede de Amsterdamse Richtlijn gevoelige bestemmingen luchtkwaliteit geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling van het plangebied van deze 7e partiële herziening.
Gemeente Amsterdam
blz. 36
bestemmingsplan_Buiksloterham 7e part herz (vastgesteld)
blz. 37
Hoofdstuk 9 9.1
Bodem
Algemeen
Bij het toekennen van (gevoelige) bestemmingen aan gronden is het van belang om te weten wat de kwaliteit van de bodem is. In het kader van goede ruimtelijke ordening moet voorkomen worden dat gevoelige bestemmingen op verontreinigde gronden worden gerealiseerd. Ook op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de Bouwverordening is het verboden te bouwen op verontreinigde grond. Daarom moet voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan onderzoek worden gedaan naar de bodemkwaliteit in het plangebied. Bij een geconstateerde verontreiniging moet in verband met de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan tevens in kaart worden gebracht welke saneringsmaatregelen nodig zijn om het beoogde gebruik van de gronden te kunnen realiseren.
9.2
Beleid en regelgeving
9.2.1
Wet bodembescherming
De bescherming van de bodem wordt wettelijk o.a. geregeld in de Wet bodembescherming (Wbb). De Wbb is een zogenaamde raamwet, wat betekent dat de kaders worden aangegeven maar dat de uitwerking daarvan geregeld is in verschillende besluiten en circulaires (o.a. Besluit bodemkwaliteit, Besluit Uniforme Saneringen en Circulaire bodemsanering 2009). De Wbb stelt in het bijzonder regels ter voorkoming van bodemverontreiniging en sanering van ontstane verontreiniging. De Wbb heeft betrekking op landbodems; waterbodems vallen onder de Waterwet. In de Wbb maakt grondwater wel onderdeel uit van de bodem. De wet bestaat uit een tweetal regelingen: Een regeling voor de bescherming van de bodem, met daarin opgenomen de zorgplicht; Een regeling voor de aanpak van overige bodemverontreiniging op land. 9.2.2
Nota Bodembeheer
De gemeenteraad van Amsterdam heeft op 4 april 2012 de Nota Bodembeheer vastgesteld. In de nota worden normen voor bodemkwaliteit gewaarborgd volgens het stand-still principe binnen Amsterdam, het uitgangspunt waarbij de kwaliteit van de bodem binnen de gemeentegrenzen niet verslechtert. Bij de keuze van de lokale normen is rekening gehouden met het daadwerkelijke gebruik van de bodem, de gemiddelde gehalten in een gebied en mogelijke blootstelling aan verontreiniging. Onderdeel van de nota is de bodemkwaliteitskaart. Elke bodemkwaliteitszone op de kaart heeft een bepaalde kwaliteit, die consequenties heeft voor het toegestane grondverzet en de kwaliteit van de grond die er op mag worden aangebracht, afhankelijk van de bodemfunctie.
Gemeente Amsterdam
blz. 38
9.3
Resultaten onderzoeken
Door diverse onderzoeken is een goed beeld ontstaan van de bodemkwaliteit in Buiksloterham. Ongeveer tachtig procent van Buiksloterham is in meer of mindere mate verontreinigd met immobiele verontreinigingen waaronder metalen en asbest. Daarnaast zijn grote delen van Buiksloterham verontreinigd met mobiele stoffen. Deze verontreinigingen bestaan met name uit vluchtige gechloreerde organische verbindingen (VOCl) en minerale olie. De uit te voeren bodemsanering wordt bepaald door de functie van het perceel in het bestemmingsplan en de aard van de aanwezige verontreinigingen. Een overzicht van de resultaten van de uitgevoerde onderzoeken is opgenomen in het “Overzichtsrapport bodem Buiksloterham” (stadsdeel Amsterdam-Noord, d.d. 13 april 2008). Door het aanleggen van ondergrondse voorzieningen (zoals parkeergarages) en het verplicht afvoeren van zwaar vervuilde grond komt er zo'n 280.000 m3 vervuilde grond vrij. Voor een klein deel bestaat dit uit mobiele vervuiling (bijvoorbeeld olie), welke afgevoerd en verwerkt moet worden. Het grotere deel (185.000 m3) is lichter en sterke immobiele vervuiling (bijvoorbeeld zware metalen). De ambitie voor deze grond is een gesloten grondbalans: gronden die vrijkomen volledig inzetten binnen of in nabijheid van het gebied.
Grondwerk en bodemsaneringswerkzaamheden in Buiksloterham vallen onder de Wet Bodembescherming, Besluit Bodemkwaliteit en het Besluit Uniforme Saneringen. Voorafgaand aan de herinrichting of herontwikkeling van percelen wordt de bodem onderzocht op eventuele bodemverontreinigingen. Indien sprake is van 'een geval van ernstige bodemverontreiniging' volgens de Wet Bodembescherming zal worden beoordeeld of er onaanvaardbare risico's voor mens, ecosystemen en/of verspreiding zijn. Er wordt dan een saneringsplan opgesteld of er zal een melding worden gedaan in het kader van het Besluit Uniforme Saneringen (BUS-melding). Er worden saneringsmaatregelen en grondwerkzaamheden uitgewerkt om risico's weg te nemen. Mobiele verontreinigingen zoals olie zullen zoveel mogelijk worden weggenomen om verspreiding te voorkomen. Immobiele verontreinigingen, zoals zware metalen, zullen zoveel mogelijk worden herschikt binnen het plangebied, zonder toekomstige risico's. In eerste instantie vindt hergebruik plaats vanuit de 'gevalsdefinitie' uit de Wet Bodembescherming. Grondstromen die niet geschikt zijn voor hergebruik zullen worden afgevoerd naar een erkende verwerker of stortplaats. Via de “Aanvullingswet bodem” en het ”Aanvullingsbesluit bodem” zullen de regels voor grondwerk en bodemsanering in 2021 worden onderbracht in de Omgevingswet, waarmee de Wet Bodembescherming komt te vervallen.