CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

7. Amstelkwartier derde fase West_Toelichting.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 15 december 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan Amstelkwartier derde fase West (ZD2021-014767)43.011 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

Het gaat hierbij bijvoorbeeld om oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verstoring door geluid, optische verstoring, etc.. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden en delen van het NNN bevinden zich op voldoende afstand van het plangebied om dergelijke effecten op voorhand uit te sluiten, met uitzondering van mogelijk effect van stikstofdepositie. Dit laatste is te bepalen middels een AERIUS-berekening. In april 2020 is door het bureau IDDS een AERIUS-berekening uitgevoerd. De rapportage is een bijlage bij dit bestemmingsplan (Stikstofonderzoek Amstelkwartier, 3e fase West, Amsterdam; IDDS; 0042611/BMO/rap1; d.d. 9 april 2020). Uit de rapportage is op te maken dat de depositie in Natura 2000 gebieden 0,00 mol/ha/jr en dat geen effecten zijn op beschermde natuurgebieden. Conclusie: Het aspect gebiedsbescherming vormt geen belemmering voor het uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Algehele conclusie Het aspect 'natuur' is geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

5.4

Schiphol - luchthavenindelingsbesluit

5.4.1

Kader

Het Luchthavenindelingbesluit Schiphol (hierna: LIB) is in november 2002 in werking getreden en aangepast in 2014. Het is een besluit op basis van de Luchtvaartwet. Het LIB regelt voor welk gebied rondom de luchthaven beperkingen gelden ten behoeve van de veiligheid en geluidsbelasting. Voor bepaalde gebieden rondom Schiphol is een 'beperkingengebied' aangewezen. Binnen dat gebied gelden beperkingen ten aanzien van maximale bouwhoogten, vogelaantrekkende functies en toegestane functies. Het LIB geeft regels voor het gebruik en de bestemming van de grond in deze gebieden. Op basis van het LIB kan de rijksoverheid beperkingen opleggen aan bouwinitiatieven in zones rondom de luchthaven Schiphol. Primaire doelen zijn: Voorkomen dat het gebruik van de grond en de bebouwing op en rond Schiphol een gevaar zou kunnen vormen voor de veiligheid van het luchtverkeer; beperken van het aantal nieuwe en bestaande door vliegtuiggeluid gehinderde bewoners en gebruikers.

Gemeente Amsterdam

blz. 84

5.4.2

Situatie plangebied

Het plangebied is gelegen binnen het beperkingengebied ten aanzien van maximale bouwhoogten. Op grond van het LIB geldt hier een maximum bouw toetshoogte van 138 tot 146 meter en radar toetshoogte van 57 tot 59 meter, gemeten vanaf het peil van Schiphol (-4,0 meter NAP). Het bestemmingsplan ziet toe op nieuwbouw van maximaal 30 meter ten opzichte van omliggend maaiveld. De maaiveldhoogte bedraagt hier circa NAP + 0,6 m. 5.4.3

Conclusie

Het bestemmingsplan maakt geen bouwhoogtes mogelijk die de maximum hoogtes vanuit het LIB overschrijden. Het Luchthavenindelingsbesluit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

bestemmingsplan_Amstelk wartier derde fase West (vastgesteld)

blz. 85

Hoofdstuk 6 6.1

Juridische toelichting

Algemeen

Het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels (zogenaamde planregels). De regels zijn gerelateerd aan de verbeelding, zodat kaart en regels ten alle tijden in onderlinge samenhang dienen te worden bezien en toegepast. Verbeelding De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. Op de verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien, en voor zover, deze in de regels daaraan wordt gegeven. Soms heeft een aanduiding juridisch gezien geen enkele betekenis en is uitsluitend op de verbeelding aangegeven ten behoeve van de leesbaarheid van de kaart (bijvoorbeeld topografische gegevens). De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers en overheid bindende deel van het bestemmingsplan. Regels De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De regels zijn onderverdeeld in meerdere hoofdstukken. Per hoofdstuk zullen de diverse bepalingen artikelsgewijs worden besproken.

Toelichting De toelichting heeft géén bindende werking; de toelichting maakt juridisch ook geen onderdeel uit van het bestemmingsplan, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het plan en ook bij de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. Door de grote flexibiliteit, of beter vrijheid in de regels, kan de rechtszekerheid van belanghebbenden in het gedrang komen. In de toelichting dienen derhalve duidelijk de beleidsintenties te worden aangegeven met betrekking tot het toekomstig grondgebruik. De toelichting heeft echter géén rechtstreeks burgers bindende werking. Van de verschillende bestemmingen wordt kort toegelicht van de gebruiks- en bouwmogelijkheden zijn.

6.2

Planvorm

Dit bestemmingsplan Het bestemmingsplan is ontwikkelgericht. Dit wil zeggen dat de huidige gebruiks- en bouwregels in dit deel van de gemeente worden vervangen door nieuwe bestemmingsplanregels om de nieuwbouw, nieuwe functies en de aanleg van voorzieningen voor een nieuw woon- en werkgebied mogelijk te maken. Voorafgaand aan het opstellen van het voorliggend bestemmingsplan zijn de stedenbouwkundige kaders bepaald waarbinnen de toekomstige ontwikkelingen in de vraag zich in ieder geval moeten afspelen. Dit betreft de nieuwe stedenbouwkundige hoofdstructuur die gebaseerd is op een verzameling van bestaande gebiedseigen kwaliteiten die op verschillende manieren in de ruimtelijke opbouw van het gebied een plek gaan krijgen. Deze kaders zijn vastgesteld in het stedenbouwkundig plan Amstelkwartier 3e fase (door de raad vastgesteld op 20 maart 2020). De kaders voor de stedenbouwkundige structuur, gebiedsindeling, functies, aantallen, maximale bouwhoogten, ontsluiting,

Gemeente Amsterdam

blz. 86

etc, zoals bepaald in het stedenbouwkundig plan, zijn voor zover ruimtelijk relevant, vertaald naar een in hoofdopzet globale verbeelding, met nadere detaillering voor het borgen van bepaalde ruimtelijk gerelateerde belangen. Aan de verbeelding zijn regels gekoppeld die de in het stedenbouwkundig plan gestelde kaders vastleggen en waarmee wordt gezorgd voor een goede middenweg tussen flexibiliteit voor gebruikers, gemeente en ontwikkelaar(s) enerzijds en voldoende rechtszekerheid voor omwonenden en andere belanghebbenden anderzijds. Planvorm en sturing De afgelopen jaren is de tendens voor gebiedsontwikkeling in Nederland meer en meer verschoven van aanbodgericht ontwikkelen naar vraaggericht ontwikkelen. Deze verandering in wijze van ontwikkelen vraagt om een planvorm met kaders waarbinnen veranderingen in marktvraag, gedurende de planhorizon van een bestemmingsplan (10 jaar) kunnen worden gefaciliteerd. Als bestemmingsplanopzet voor de herontwikkeling van het plangebied is daarom gekozen voor een relatief globaal eindplan zonder uitwerkingsverplichting. Dit om een geleidelijk verlopende gebiedsontwikkeling op gang te brengen.

Met het vaststellen van een relatief globaal eindplan wordt op voorhand het eindbeeld (welke functies zijn toegestaan in welke gebieden, wat is het maximum programma, waar komt de hoofdontsluiting, welke elementen dienen te worden behouden, etc.) alleen in grote lijnen vastgelegd en zal het uiteindelijke resultaat (exacte situering en grootte van een woning op een kavel, de exacte hoogte in meters, de exacte ligging van een weg, voet- of fietspad, etc.) mede bepaald gaan worden door het verloop van de marktvraag in de tijd. Sturing op het eindbeeld vindt daarbij niet alleen plaats via de regels van het bestemmingsplan, maar ook via het sturen bij uitgifte/tendering. Op basis van het stedenbouwkundig plan worden voor de bouwblokken zogeheten bouwenveloppen opgesteld. Deze worden via openbare tenders op de markt van ontwikkelaars en beleggers aangeboden. In die bouwenveloppen worden meer gedetailleerde bouwregels uitgewerkt. Bij het opstellen van deze bouwregels wordt onder meer aandacht besteed aan de uitstraling van de bouwblokken, maar ook de integrale uitwerking van duurzaamheidsaspecten zoals bijvoorbeeld zonnepanelen. De bouwenveloppen zijn van de voorwaarden voor gunning in aanbesteding.

Voorbeelden van gebouwontwerp gerelateerde aspecten waarop via de bouwenveloppen in meer detail wordt gestuurd dan via de regels van voorliggend globaal bestemmingsplan zijn: hoogte van de plint; hoogte vanaf waar balkons zijn toegestaan; diepte van balkons aan voorzijde en achterzijde; afstand tussen voorgevelrooilijn en inpandige parkeervoorzieningen; situering garagedeuren- of hekken ten opzichte van de voorgevelrooilijn situering voorgevels / inspringenen op bouwlagen / terugligging van bepaalde delen van bouwlagen ten opzichte van de voorgevel rooilijn; snedes / openingen tussen gebouwen / delen van gebouwen; voorwaarden bij het realiseren van halfverdiepte en geheel verdiepte parkeervoorzieningen / eisen aan ondergronds bouwen. Volledigheidshalve: ondergronds bouwen is voor andere functies dan parkeervoorzieningen is niet toegestaan. Dit volgt uit het toegestane gebruik dat per bouwlaag is geregeld. Ontwikkeling versus beheer Omdat de realisatie van het totale gebied meerdere jaren in beslag kan nemen en gebouwontwerpen in de fase van het opstellen van het bestemmingsplan nog niet zijn afgerond of zijn gemaakt, is het in beginsel wenselijk om, ter voorkoming van onnodige starheid, enige globaliteit in de bestemmingsregels op te nemen. In voorliggend bestemmingsplan is dit doorgevoerd met het intekenen van ruime bouwvlakken op de verbeelding.

Gebouwen dienen binnen bouwvlakken te worden gerealiseerd en er zijn maxima en minima toegekend aan de toegestane bouwhoogte in deze bouwvlakken. Nadat een gebouw eenmaal is gerealiseerd is de aanleiding als motivatie voor de globaliteit niet meer aan de orde en ligt bestemmingsplan_Amstelk wartier derde fase West (vastgesteld)

blz. 87

het in de rede om de dan gerealiseerd bebouwde situatie, net als elders in bestaand stedelijk gebied, meer conserverend te bestemmen. Daartoe is in de bouwregels een bepaling opgenomen die er op toeziet dat als een gebouw op grond van voorliggend bestemmingsplan eenmaal is gerealiseerd, de goot- en bouwhoogte en oppervlakte van het desbetreffende gebouw op het bouwperceel niet mag worden vergroot.

6.3

De bestemmingen

Waar de overige paragrafen van deze plantoelichting de achtergronden van het bestemmingsplan belichten, geeft deze paragraaf een toelichting op de planregeling, te weten de planregels en de verbeelding. Uitgelegd wordt wat de bedoeling en strekking is van de verschillende onderdelen van de regels en de verbeelding. Daartoe worden in deze paragraaf de regels per artikel toegelicht. Aangezien alle onderdelen van de (digitale) verbeelding verbonden zijn met één of meer regels, wordt daarbij ook de verbeelding toegelicht. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1: inleidende regels; met daarin definities en de wijze van meten en berekenen. Hoofdstuk 2: bestemmingsregels; die het hart van ieder bestemmingsplan vormen. Ze zijn opgebouwd uit een bestemmingsomschrijving, waarin een omschrijving wordt gegeven van de aan de grond toegekende functies. De hoofdfuncties worden als eerste genoemd. Verder kunnen in de bestemmingsomschrijving ook impliciet bij de bestemming behorende functies worden genoemd ("met de daarbij behorende"), bijvoorbeeld erf, paden, toegangswegen etc. Per bestemming worden bouwregels gegeven, waarin voor alle bouwwerk en de van toepassing zijnde bouwbepalingen worden geregeld. Waar nodig worden specifieke gebruiksregels gegeven. Daarin kunnen aanvullingen of afwijkingen van de algemene gebruiksregels worden gegeven.

Hoofdstuk 3: algemene regels; deze hebben betrekking op in beginsel alle voorafgaande regels. Hierbij gaat het onder meer om de anti-dubbeltelbepaling, algemene gebruiksregels, algemene bouwregels algemene afwijkingsbevoegdheid. Hoofdstuk 4: overgang- en slotregels. De regels in hoofdstuk 1 en de algemene regels in hoofdstuk 3 gelden voor het bestemmingsplan als geheel. Zij werken door in de diverse bestemmingen. Hoofdstuk 1 bevat een tweetal artikelen. In artikel 1 wordt een aantal in de regels en/of op de verbeelding voorkomende begrippen ter wille van de duidelijkheid en rechtszekerheid voorzien van een definitie. Artikel 2 geeft een uitleg van de wijze waarop de begrenzing van de verschillende bestemmingen, de bouwhoogte van bouwwerken en de oppervlakte van bouwwerken wordt gemeten. Hieronder volgt per opgenomen artikel een toelichting. Daar waar het betreffende artikel vanwege de erin opgenomen regeling dit vraagt zal uitgebreid worden ingegaan op die regeling. Voor de overige artikelen wordt volstaan met een meer beperkte uitleg. Artikel 1 Begrippen Artikel 1 geeft, in alfabetische volgorde, een omschrijving van een aantal begrippen dat in de regels wordt gebruikt. Hiermee wordt formeel vastgelegd wat wel en niet onder het betreffende begrip moet worden verstaan.

Dit artikel is dus primair bedoeld om begrippen duidelijk te begrenzen en niet om de gedachten achter de gebruikte termen uit te leggen. Daarvoor is juist deze toelichting bedoeld. In deze toelichting worden gehanteerde begrippen waar nodig uitgelegd. De gehanteerde omschrijving van de begrippen komt overeen met de wijze waarop deze in andere actuele Amsterdamse (grootstedelijke) bestemmingsplannen wordt omschreven.

Gemeente Amsterdam

blz. 88

Specifiek e regels aanvullend of afwijkend op algemene begripsbepalingen Om het stedenbouwkundig plan te kunnen vertalen naar juridische regels is het noodakelijk om voor een enkele bepaling een specifieke uitleg te geven in de regels zelf. In het desbetreffende begrip in artikel 1 staat dan de zinsnede 'tenzij in de regels anders is bepaald'. Dit geldt bijvoorbeeld voor het begrip 'peil' in samenhang met het begrip 'eerste bouwlaag'. De zinsnede 'tenzij in de regels' in de omschrijving van deze begrippen is bijvoorbeeld van toepassing op de regels in de bestemming Gemengd - 1 die zijn toebedeeld aan blok 9 van het stedenbouwkundig plan. Blok 9 ligt met één zijde aan een oplopend maaiveld, namelijk het talud van de toe/afrit van de brug over de Duivendrechtsvaart waardoor het peil van dat blok varieert. Ter verduidelijking van wat dan bijvoorbeeld als eerste bouwlaag moet worden aangemerkt, is dat voor blok 9 in de regels van de bestemming Gemengd - 1 uitgeschreven met verwijzing naar aanduidingen op de verbeelding. In dit geval betreft het de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1' en 'specifieke bouwaanduiding - 2'. Die aanduidingen hebben met dezelde achterliggende gedachte ook betekenis in de bouwregels van Gemengd -1 voor zover de minimale en maximale bouwhoogte van blok 9 betreft.

Met de 'specifieke bouwaanduiding - 2' is op de verbeelding de locatie aangegeven ten opzichte van waar de bouwhoogte wordt bepaald voor gebouwen van blok 9 die binnen het op de verbeelding aangegeven aanduidingsvlak liggen met de aanduiding 'specifieke bouwaanduidig - 1'. Artikel 2 Wijze van meten Met dit artikel wordt aangegeven op welke wijze moet worden beoordeeld in hoeverre een initiatief past binnen de minima en maxima die in de overige regels worden aangegeven. Artikel 3 t/m artikel 6: Gemengd-1 t/m Gemengd - 4 Hoofdopzet In het plan is onderscheid in een 4-tal gemengde bestemmingen, die zich enerzijds onderscheiden in ruimtelijk opzicht, onder meer de ligging, en anderzijds in het gebruik dat is toegestaan volgens de bestemmingsomschrijving: Gemengd - 1: blok 9 en blok 10 van het stedenbouwkundig plan. Blokken / bouwvelden met een zijde aan de Amstelstroomlaan en met grote verscheidenheid in functiemenging. Gemengd - 2: blok 13 en 14 van het stedenbouwkundig plan. Blokken / bouwvelden met grote verscheidenheid in functiemenging. Gemengd - 3: blok 12 van het stedenbouwkundig plan. Blok / bouwveld waar de functiemenging school en wonen betreft. Gemengd - 4: 'special blok 11' van het stedenbouwkundig plan. Hier is functiemenging in ruime mate toegestaan in die zin dat niet-woonfuncties ook op andere bouwlagen zijn toegestaan dan alleen op de begane grond.

In beginsel is binnen alle gemengde bestemmingen het gebruik van de gebouwen voor woonruimte en maatschappelijke dienstverlening toegestaan. Bepaalde vormen van dit gebruik is op bepaalde locaties evenwel uitgesloten om redenen van externe veiligheid en luchtkwaliteit. Dit wordt hierna nog nader toegelicht. Daarnaast zijn algemene functies toegestaan die de bestemmingen ondersteunen, zoals parkeervoorzieningen en nutsvoorzieningen (elektriciteit, telecommunicatie, water en voorzieningen voor warmtelevering zoals aardgas, stadsverwarming of warmte/koude systemen). Overig gebruik dat volgens de bestemmingsomschrijving van de te onderscheiden bestemmingen Gemengd -1, Gemengd - 2, Gemengd -3 en Gemengd - 4 is toegestaan verschilt per bestemming. Op de verbeelding zijn de maximaal toegestane bouwhoogten weergegeven. Dit geldt ook voor de bestemmingsplan_Amstelk wartier derde fase West (vastgesteld)

blz. 89

minimale bouwhoogte langs de Amstelstroomlaan. Op de verbeelding zijn ruime bouwvlakken weergegeven waarbinnen gebouwen zijn toegestaan. Deze vlakken mogen echter niet overal volledig bebouwd worden. In de regels is in elke bestemming bepaald dat horizontale gebouwdiepte van een gebouw in een bouwvlak niet meer mag zijn dan 17,5 meter. Op de verbeelding is met aanduidingen aangegeven als er in afwijking van die regel iets anders geldt. Het gaat dan bijvoorbeeld om de locaties waar bepaalde delen van een bouwvlak voor bepaalde bouwlagen geheel bebouwd mogen worden (zie ook paragraaf 2.2.2 onder 'Rooilijnen - horizontale gebouwdiepten'). Dit betreft onder meer: specifieke bouwaanduiding - 3: beoogde supermarktlocatie in blok 10 van het stedenbouwkundig plan. specifieke bouwaanduiding - 4: beoogde schoollocatie in blok 13 van het stedenbouwkundig plan. specifieke bouwaanduiding - 5: beoogde supermarktlocatie in blok 14 van het stedenbouwkundig plan. specifieke bouwaanduiding - 6: beoogde schoollocatie in blok 12 van het stedenbouwkundig plan. pecifieke bouwaanduiding - 7: verplichting tot nader akoestisch onderzoek in verband met de Amstelstroomlaan. Samenhang tussen regels / verwijzing naar algemene regels De omvang van het toegestane gebruik is geregeld in de algemene gebruiksregels.

Daarvoor wordt in de specifieke gebruiksregels van de te onderscheiden bestemmingen Gemengd-1, Gemengd-2, Gemengd-3 en Gemengd-4 verwezen naar de algemene gebruiksregels in artikel 14. De minimale en maximale parkeernormering is met een dynamische beleidsverwijzing geregeld in de algemene bouwregels. Dit omdat de parkeernormering wordt gehanteerd bij omgevingsvergunningsprocedures voor de activiteit 'bouwen'. Daarvoor wordt in de specifieke gebruiksregels van de te onderscheiden bestemmingen verwezen naar de algemene bouwregels in artikel 13. Specifiek e gebruiksbepalingen in de bestemmingen Gemengd - 1 t/m Gemengd - 4: In de bestemmingsomschrijving van de bestemmingen Gemengd 1 t/m Gemengd - 4 is aangeven welk gebruik is toegestaan, maar bijvoorbeeld niet in welke mate, op welke bouwlaag en waar. Dat is geregeld in de specifieke gebruiksregels van de desbetreffende bestemmingen. Dit, al dan niet met verwijzing naar aanduidingen op de verbeelding of met verwijzing naar de algemene regels in hoofdstuk 3 van de regels (parkeren, programma). Aanduidingen zijn gebruikt om aan te geven waar bepaalde functies wel of juist niet zijn toegestaan, bijvoorbeeld om redenen van externe veiligheid of luchtkwaliteit.

Zo is met de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - 3' het deel van de gronden aangeduid van de bestemming Gemengd - 3 dat binnen 80 meter van een gasleiding ligt en waar om die reden geen maatschappelijke dienstverlening of woonfuncties zijn toegestaan die specifiek bedoeld zijn voor minder zelfredzame personen (zie ook paragraaf 4.5 en paragraaf 4.4.2 onder 'Omgevingssituatie - aan te houden afstanden'). Volledigheidshalve: voor de bestemmingen Gemengd - 1 en Gemengd - 4 is dat voor de desbetreffende vormen van maatschappelijke dienstverlening en woonruimte geregeld in de specifieke gebruiksregels zonder verwijzing naar een aanduiding op de verbeelding omdat de gronden met de bestemming Gemengd - 1 en Gemengd - 4 geheel binnen de 80 meter zone van de gasleiding liggen. Andere aanduidingen op de verbeelding zijn opgenomen vanuit de opzet van het stedenbouwkundig plan over waar welk gebruik waar is beoogd. Dit betreft aanduidingen waar in de regels is bepaald of een bepaald gebruik expliciet wel of juist niet is toegestaan op bepaalde bouwlagen, op bepaalde delen van gronden met een bepaalde bestemming. Volledigheidshalve: als een bepaling voor alle gronden van de desbetreffende bestemming geldt is doorgaans geen aanduiding op de verbeelding nodig, maar staat het enkel in de regels.

Dit geldt bijvoorbeeld voor bepaald gebruik van 'special blok 11' die de bestemming Gemengd - 4 heeft gekregen.

Gemeente Amsterdam

blz. 90

Op de verbeelding staan onder meer de volgende functie / gebruik / specifiek gebruik gerelateerde aanduidingen waar in de specifieke gebruiksregels van de desbetreffende bestemmingen dus betekenis aan is gegeven: bedrijf (b): Deze aanduiding is gebruikt indien op delen van gronden van de desbetreffende bestemming Gemengd - 1 het gebruik 'bedrijf' en het gebruik 'broedplaats' is toegestaan op een in de regels bepaalde bouwlaag. detailhandel (dh) met daarbij de aanduidingen 'specifieke vorm van gemengd - 1' (svg-1) en 'specifieke vorm van gemengd - 2' (svg-2): deze aanduidingen zijn gebruikt indien op gronden met de desbeffende bestemming Gemengd-1, Gemengd-2 en Gemengd-4 het gebruik 'detailhandel' is toegestaan op een in de regels bepaalde bouwlaag. Hierin is een nadere detaillering aangebracht met de aanduiding 'specifiek vorm van gemengd - 1'. Op die locatie is alleen laden en lossen toegestaan ten dienste van de gebruiksfunctie detailhandel. Het winkelgedeelte van de detailhandel is daar dus niet toegestaan. Met de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - 2' is aangegeven waar geen supermarkt is toegestaan. Uitzondering op die gronden zijn toegangen tot een achterliggende supermarkt. Die zijn daar wel toegestaan.

dienstverlening (dv): Deze aanduiding is gebruikt indien op delen van gronden van de desbetreffende bestemming Gemengd - 1 en Gemengd - 2 het gebruik 'consumentverzorgende en zakelijke dienstverlening ' is toegestaan op een in de regels bepaalde bouwlaag. horeca (h): Deze aanduiding is gebruikt indien op delen van gronden van de desbetreffende bestemming Gemengd - 1 en Gemengd - 2 het gebruik 'horeca' is toegestaan op een in de regels bepaalde bouwlaag. Volledigheidshalve: het toegestane type horeca (café, restaurant) is voor die locaties geregeld in de regels. kantoor (k): Deze aanduiding is gebruikt indien op delen van gronden van de desbetreffende bestemming Gemengd - 1 het gebruik 'kantoor' is toegestaan op een in de regels bepaalde bouwlaag. wonen (w): Deze aanduiding is gebruikt indien op delen van gronden van de desbetreffende bestemming Gemengd - 1 en Gemengd - 2 géén woningen zijn toegestaan op in de regels bepaalde bouwlagen. sport (s): Deze aanduiding is gebruikt indien op delen van gronden van de desbetreffende bestemming Gemengd - 2 en Gemengd - 3 sportvoorzieningen. Dit betreft de beoogde schoollocaties waarvan de mogelijke gymzalen ook gebruikt mogen worden voor sport dat niet samenhangt met het schoolgebruik (sportverenigingen). Maatschappelijke dienstverlening Maatschappelijke dienstverlening betreft meerdere te onderscheiden functies.

In de begripsbepalingen is maatschappelijke dienstverlening als volgt gedefinieerd: Het verlenen van publieksgerichte diensten op het gebied van overheids-, educatieve voorzieningen, kinderopvang, welzijnsvoorzieningen, (para-)medische, sociaal medische, levensbeschouwelijke, sociaal-culturele voorzieningen, waaronder niet wordt verstaan fitness en sportscholen. In paragraaf 2.3.4 van deze toelichting is het beoogde programma maatschappelijke dienstverlening aangegeven. In het te realiseren programma wordt onderscheid gemaakt in de volgende maatschappelijke dienstverlenende gebruiksfuncties: 'Alles-in-1 basisscholen' met gymzalen. Dit betreft combinaties van basisschool, kinderopvang, naschoolse opvang en gymzalen behorende bij de basisscholen. Dit alles valt onder de in de begripsomschrijving van maatschappelijke dienstverlening aangegeven 'educatieve voorzieningen en kinderopvang'. De gymzalen mogen ook gebruikt worden door sportverenigingen. Dergelijk gebruik voldoet niet aan de begripsomschrijving van maatschappelijke doeleinden. Omdat dat gebruik wel beoogd is, hebben de locaties waar de basisscholen met gymzalen zijn beoogd op de verbeelding de aanduiding 'sport (s)' gekregen. In de regels is daarvoor bepaald dat ter plaatse van die aanduiding ook sportvoorzieningen zijn toegestaan.

Omdat de woningen aan de binnenzijde van bouwblokken bij de binnentuinen een geluidsluwe gevel bestemmingsplan_Amstelk wartier derde fase West (vastgesteld)

blz. 91

hebben is naar aanleiding van het advies van het TAVGA opgenomen dat in de bouwblokken geen buitenspeelterreinen zijn toegestaan. Dit om een te hoge geluidswaarde als gevolg van stemgeluid te voorkomen. De speelvoorzieningen worden aangelegd aan de buitenzijde in de bestemming Verkeer, waar dit stemgeluid ook zonder specifieke voorzieningen verwacht kan worden. Buurtkamer. Dit betreft multifunctionele ontmoetingsruimten wat valt onder de in de begripsomschrijving van maatschappelijke dienstverlening aangegeven 'welzijnsvoorzieningen, (para-)medische, sociaal medische, levensbeschouwelijke, sociaal-culturele voorzieningen'. Gezondheidscentrum. Dit valt onder de in de begripsomschrijving van maatschappelijke dienstverlening aangegeven '(para-)medische, sociaal medische, levensbeschouwelijke, sociaal-culturele voorzieningen'. Praktijkruimte jeugdhulpverlening. Dit betreft flexwerkplekken t.b.v. jeugdhulpverlening wat valt onder de in de begripsomschrijving van maatschappelijke dienstverlening aangegeven '(para-)medische, sociaal medische, levensbeschouwelijke, sociaal-culturele voorzieningen'. Gecombineerde behandel/woonlocatie jeugd voor het opvangen en begeleiding van jongeren.

Gecombineerde behandel/woonlocatie jeugd is, mits daadwerkelijk sprake is van een dagelijkse combinatie van aanwezigheid van behandelaren/begeleiders en jongeren die er wonen, aan te merken als 'Het verlenen van publieksgerichte diensten op het gebied van(para-)medische, sociaal medische, levensbeschouwelijke, sociaal-culturele voorzieningen en voldoet daarmee in dat specifieke geval aan het begrip 'maatschappelijke dienstverlening' van het bestemmingsplan. Indien de jongeren op de locatie wonen zonder dat daar permante begeleiding aanwezig is, dan betreft het gebruik van de locatie niet 'maatschappelijk', maar 'wonen'. In dit laatste geval gaat het dus om het gebruik 'benutten van woonruimte' en dan valt het gebruik dus ook onder de m2 bvo die in de algemene gebruiksregels als maximum is toegestaan voor wat betreft 'het benutten van woonruimte'. Opvanglocatie voor 24-uursopvang voor o.a. dak- en thuislozen en mensen met persoonlijke problemen, inclusief gemeenschappelijke ruimte, kantoorruimte voor personeel en werkplekken voor ambulante en maatschappelijke hulpverleners. Dit valt onder de in de begripsomschrijving van maatschappelijke dienstverlening aangegeven '(para-)medische, sociaal medische, levensbeschouwelijke, sociaal-culturele voorzieningen'.

Vanuit door de praktijkervaring ingegeven wens om voor grotere ontwikkelgebieden in beginsel niet alles tot in detail voor de komende 10 jaar vast te leggen omdat veel nu nog niet bekend is en de ervaring leert dat maatschappelijke en economische omstandigheden gedurende een bestemmingsplanperiode van 10 jaar veranderen, is de insteek voor de juridische bestemmingsplanregels (voor eenieder bindend): 'zo globaal mogelijk, maar gedetailleerd waar nodig'. De gemeente is zelf eigenaar van de grond en tendert / besteedt aan via het privaatrecht met behulp van bouwenveloppen onder andere wat waar mag komen. Privaatrechtelijk stuurt de gemeente dus op het programma in de ontwikkelfase. Daarom ligt aan de opzet van wijze van bestemmen van de maatschappelijke voorzieningen de volgende overwegingen ten grondslag: Eerste insteek voor het toedelen van functies aan locaties is de inhoud van het stedenbouwkundig plan zoals dat is vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 11 maart 2020. Daarbij is de overweging om op zoveel mogelijk locaties maatschappelijke dienstverlening toe te staan omdat die een algemeen belang dienen die doorgaans niet door de markt (projectontwikkelaars en beleggers) worden gerealiseerd. Er is daarom gekozen om maatschappelijke dienstverlening in alle bestemmingen toe te staan. Hierbij zijn wel enkele nadere specificaties aangebracht in de regels: 1.

De locaties van de 2 basisscholen liggen vast, namelijk in blok 12 en 13 van het stedenbouwkundig plan. Behoudens het wonen op de verdiepingen en het gebruik van de gymzalen door sportverenigingen zijn daar geen andere niet-maatschappelijke functies toegestaan. 2. Het Amsterdamse Externe Veiligheidsbeleid ziet er op toe dat binnen 80 meter van de hoge druk aardgasleiding geen 'functies die specifiek bestemd zijn voor minder zelfredzamen' mogen Gemeente Amsterdam

blz. 92

komen. In de bestemmingsregels is daar rekening mee gehouden. 3. Het Amsterdamse beleid voor Luchtkwaliteit ziet er op toe dat binnen 300 meter van rijkswegen geen 'hindergevoelige functies' mogen komen. In de bestemmingsregels is daar rekening mee gehouden. Cultuur en ontspanning In het beoogde programma is ook ruimte opgenomen voor de realisatie en vestiging van culturele voorzieningen. Onder culturele voorzieningen wordt ingevolge begripsbepaling het volgende verstaan in dit bestemmingsplan: Musea, (muziek)theaters, expositieruimten en naar de aard daarmee gelijk te stellen voorzieningen. Het gebruik van gronden voor culturele voorzieningen is opgenomen in de bestemmingsomschrijving van de bestemming Gemengd - 4. Deze bestemming is toegekend aan blok 11 van het stedenbouwkundig plan. Detailhandel In het bestemmingsplan wordt rekening gehouden met twee supermarkten en diverse voorzieningen. Bij deze functies kan een ondergeschikt afhaalpunt een meerwaarde hebben voor bewoners en bedrijven in het plangebied. Daarbij is wel van belang dat een dergelijk afhaalpunt een ondergeschikt karakter blijft houden ten opzichte van de hoofdfunctie. Vanwege de logistieke gevolgen en verkeersveiligheid in de (woon)straten is een functie die alleen of hoofdzakelijk als afhaalpunt functioneert niet wenselijk.

Een dergelijke bedrijfsmatige/logistieke functie is meer op zijn plaats op een bedrijventerrein. Ook de openbare ruimte wordt ingericht voor een woon/werkgebied, niet functies met een grote verkeersaantrekkende werking. Geluidluwe gevels In navolging van het Amsterdamse geluidbeleid is in de regels bepaald dat woningen waarvoor een hogere waarde is vastgesteld, voorzien dienen te worden van een geluidluwe gevel. Omdat bouwblokken gefaseerd gerealiseerd gaan worden is een flexibiliteitsbepaling opgenomen voor de tijdelijke fase waarin een deel van een blok is gerealiseerd, maar een ander geluidafschermend deel nog niet. Deze tijdelijke fase mag maximaal 18 maanden duren. Op het moment dat de flexibiliteitsbepaling wordt toegepast moet objectief duidelijk zijn dat de afschermende bebouwing gerealiseerd gaat worden en in welke vorm. Dat kan middels een privaatrechtelijke overeenkomst waarbij vaststaat wanneer de bebouwing wordt opgericht hetzij een ingediende aanvraag omgevingsvergunning voor het oprichten van de afschermende bebouwing. Bij toepassing van de flexibiliteitsbepaling moet tevens een hogere waarde op de gevel worden vastgesteld. Verplichting tot nader geluidsonderzoek (specifieke bouwaanduiding - 7) Voor de bebouwing langs de Amstelstroomlaan geldt de verplichting voor nader akoestisch onderzoek. Dit is vastgelegd door middel van de specifieke bouwaanduiding - 7.

De Amstelstrroomlaan is een 30 km/u weg, maar wel een weg met een hoge verkeersintensiteit. Om te voorkomen dat de geluidswaarden in de woningen langs de Amstelstroomlaan te hoog worden is een verplichting tot nader onderzoek opgenomen, zodat eventueel maatregelen voorgeschreven kunnen worden om de binnenwaarde te beschermen. Groene binnentuinen Aan de binnenzijde van de bouwblokken staan privacy en een 'groene binnenwereld' centraal. Dit niet alleen vanwege de ruimtelijke uitstraling en het daarmee samenhangende woon- en leefklimaat (relatief drukker aan de buitenzijde van de bouwblokken en relatief rustiger aan de binnenzijde van bouwblokken), maar onder meer ook vanwege bijkomende positief effect op aspecten als biodiversiteit, bestemmingsplan_Amstelk wartier derde fase West (vastgesteld)

blz. 93

waterberging, klimaat ('hittestress'). . Uitgangspunt voor het kunnen verkrijgen van een 'groene binnenwereld' is: zo min mogelijk bebouwing in de binnentuin. Daarvoor wordt in de regels voor de gesloten bouwblokken waar volgens het stedenbouwkundig plan geen supermarkt of school is toegestaan (blok 9 en blok 12a) bepaald dat op gronden die op grotere afstand van de voorgevel liggen dan 17,5 m geen vergunningvrije bouwwerken zijn toegestaan. Dit door die specifieke gronden niet als 'erf' aan te merken in de zin van artikel 1 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht. de aanwezigheid van groene daken op binnenterreinen. Omdat volgens het stedenbouwkundig plan een deel van de bouwvelden geheel of gedeeltelijk bebouwd mogen worden is zonder het treffen van specifieke maatregelen niet overal sprake van een 'groene binnenwereld'. Dit betreft onder andere de locaties van de twee supermarkten (blok 10 en 14) en de locaties van de twee scholen (blok 12b en blok 13). In aansluiting op het uitgangspunt voor het kunnen verkrijgen van een 'groene binnenwereld' wordt daarom als voorwaarde / voorwaardelijke verplichting gesteld dat het dak van de supermarkten en op het dak van de met afwijking toegestane gebouwde parkeervoorzieningen op grotere afstand dan 17,5 m van de voorgevel moet worden ingericht en in stand moet worden gelaten als groen dak.

Dit is een dak met een dakbedekking waarop een plantaardige laag is aangebracht, dat wil zeggen een laag die hoofdzakelijk bestaat uit levende planten zoals onder andere grassen, struiken en bomen. Dit betreft de locaties die op de verbeelding zijn aangeduid met de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 3' en specifieke bouwaanduiding - 5'. Woonruimte in de bestemmingen Gemengd - 1 t/m Gemengd - 4: (On)zelfstandige woonruimte, verkamering (kamerverhuur) en bed & breakfast Regelgeving / regulering op het gebied van wonen betreft verschillende instrumenten. Een van de instrumenten is een Amsterdamse vergunningstelsel voor 'kamersgewijze verhuur' en 'bed&breakfast' op basis van de gemeentelijke Huisvestingsverordening. Een ander instrument is het bestemmingsplan. Het navolgende is de toelichting op de gekozen wijze van bestemmen voor wat betreft het gebruik van woningen voor kamerverhuur en bed&breakfast in voorliggend bestemmingsplan. Dit op basis van de op het moment van voorliggend bestemmingsplan geldende regelgeving (momentopname): Met ingang van 1 januari 2020 geldt de Huisvestingsverordening 2020. Hierin zijn regels opgenomen over de samenstelling van de woonruimte voorraad. Onderscheid bestaat tussen zelfstandige woonruimte, onzelfstandige woonruimte en bedrijfsmatig gebruik van een deel van de woonruimte, bijvoorbeeld ten behoeve van bed & breakfast.

Sturen op de samenstelling van de woonruimte voorraad is primair van belang omdat het woningaanbod dient aan te sluiten op de vraag en behoefte van huishoudens van verschillende samenstellingen aan woonruimte. Tussen de wijze van bewoning en/of het gebruik van te onderscheiden typen woonruimte bestaan verschillen. Bewoning door een gezinshuishouden is bijvoorbeeld anders dan het gebruik van een woonruimte met een gemeenschappelijke ruimte, die voor het overige verkamerd wordt verhuurd aan een aantal eenpersoonshuishoudens. De verschillende typen bewoning hebben naar hun aard een meer of minder intense ruimtelijke uitstraling. Voor het gedeeltelijk gebruik van woonruimte ten behoeve van bed & breakfast geldt dat dit meer effect op de omgeving heeft dan bewoning zonder dit nevengebruik. Wanneer de rechthebbende een bestaande zelfstandige woonruimte verkamerd wil verhuren (ook wel omzetting genoemd), of in de woonruimte een bed & breakfast wil exploiteren, dan is op grond van de Huisvestingsverordening 2020 een omzettingsvergunning nodig voor verkamering respectievelijk onttrekkingsvergunning ten behoeve van bed & breakfast nodig.

Wanneer verlening van de gevraagde vergunning, die een wijziging in de woonruimtevoorraad teweeg brengt, naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders leidt tot een aantasting van de leefbaarheid ter plaatse, bijvoorbeeld omdat de concentratie van verkamerde woningen ter plaatse te groot wordt geoordeeld, kan de op grond van de Huisvestingsverordening benodigde vergunning om die reden worden geweigerd. Datzelfde kan Gemeente Amsterdam

blz. 94

zich voordoen bij een concentratie van bed & breakfast exploitatie. Met ingang van 1 april 2020 geldt op grond van de Huisvestingsverordening 2020 voor omzetting en onttrekking ten behoeve van bed & breakfast een quotumstelsel. Dit betekent dat er verdeeld over 99 wijken in de stad is vastgesteld hoeveel omzettingsvergunningen voor kamergewijze verhuur alsmede hoeveel onttrekkingsvergunningen ten behoeve van bed & breakfast er maximaal kunnen worden verleend. Bij het bepalen van die quota is de aanvaardbaarheid voor het woon- en leefklimaat betrokken. In geval van omzetting (verkamering / kamerverhuur) zijn naast het maximale aantal te verlenen vergunningen in het Huisvestingsbeleid (zoals dat geldt op moment van opstellen van voorliggend bestemmingsplan) stringente regels vastgelegd die toezien op een nadere spreiding van verkamerde verhuur binnen buurten en wijken, en te grote concentraties binnen een buurt of wijk worden voorkomen. Ook geldt de eis dat een kamer niet door meer dan één volwassene mag worden bewoond. Het samenstel van voorwaarden vormen een nadere borging van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

De afdeling Verkeer en Openbare ruimte van de gemeente heeft voor het opstellen van het beleid beoordeeld dat bij deze regeling geen sprake zal zijn van zodanige toename van de parkeerdruk of behoefte aan fietsparkeerplekken dat dit vanuit ruimtelijk oogpunt niet aanvaardbaar zou zijn. Het exploiteren van een bed & breakfast, waarvoor een onttrekkingsvergunning noodzakelijk is, kan overlast, drukte, afvalproblematiek en lokale overheersing van toeristenwinkels binnen het winkelaanbod met zich meebrengen. Omwonenden van een bed & breakfast worden het hele jaar door geconfronteerd met arriverende en vertrekkende gasten (rolkoffers) en mogelijk overlast van toeristen in hun directe woonomgeving vanwege een ander dag-nachtritme. Met de wijkquota is nadrukkelijk ook een ruimtelijke sturing beoogd over de 99 wijken in de stad en niet alleen de bescherming van de woningvoorraad. De onttrekkingsvergunningen ten behoeve van bed & breakfast zullen voor maximaal acht jaar worden afgegeven. De wijkquota zorgen ervoor dat de extra druk die van omzetting van een zelfstandige naar meerdere onzelfstandige woonruimten (verkamering) alsmede gebruik van woonruimte ten behoeve van bed & breakfast uitgaat op het woon- en leefklimaat niet onevenredig zal zijn.

Aldus beschermt het in de huisvestingsregels vastgelegde afwegingskader voor omzetting en onttrekking ten behoeve van bed & breakfast het belang van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voldoende. Een nadere ruimtelijke afweging voegt hieraan niets toe. De regels over woonruimte voorraad als vastgelegd in de Huisvestingsverordening 2020 hebben betrekking op de bestaande woonruimte voorraad. Voorliggend bestemmingsplan maakt nieuwbouw van woningen mogelijk. De Huisvestingsverordening 2020 heeft geen directe betrekking op nieuwe woningen waarmee de bestaande woonruimte wordt uitgebreid. Dat pas aan de orde als de nieuw te bouwen woningen gerealiseerd zijn en het daarna dus bestaande woningen zijn. Wanneer in geval van nieuwbouw of transformatie direct voor kamerverhuur wordt opgericht of woonruimte wordt vergund en gerealiseerd met het oog op exploitatie als bed & breakfast, is dit toegestaan zonder omzettingsrespectievelijk onttrekkingsvergunning ten behoeve van bed & breakfast. In dat geval worden de ontwikkelingen niet in mindering gebracht op de op basis van de Huisvestingsverordening vastgelegde wijkquota. Hierdoor neemt de grip op de samenstelling van de woonruimte voorraad en sturing op leefbaarheid af. Door in de regels van het bestemmingsplan dat nieuwe woningen mogelijk maakt alleen de zelfstandige woonruimte als rechtstreeks recht toe te staan, wordt dit tegengegaan.

Hiervoor is in voorliggend bestemmingsplan gekozen. Realiseren van onzelfstandige woonruimte en woonruimte met faciliteiten voor bed & breakfast zijn geen directe rechten in voorliggend bestemmingsplan. Wel zijn er afwijkingsbevoegdheden opgenomen. De binnenplanse afwijkingsbevoegdheid kan echter niet worden gebruikt gelijktijdig met een omgevingsvergunning om een woongebouw op te richten of een gebouw te transformeren naar woonruimte. Dat volgt uit de voorwaarde voor de afwijkingsbevoegdheid dat de vergunningen slechts worden verleend indien de daarvoor benodigde vergunning op grond van de bestemmingsplan_Amstelk wartier derde fase West (vastgesteld)

blz. 95

Huisvestingswet en/of verordening is verleend. Dit impliceert immers dat een dergelijke vergunning is vereist. Die vergunning is niet vereist, wanneer reeds eerder de juridisch-planologische toestemming voor een andere gebruik van de woning dan als zelfstandige woonruimte bestond. De binnenplanse afwijkingsbevoegdheid kan daarom uitsluitend worden ingezet nadat eerst een zelfstandige woonruimte is opgericht. Na oprichting behoort de woonruimte tot de bestaande voorraad. Wanneer daarna de wens bestaat deze verkamerd te verhuren of een bed & breakfast te gaan exploiteren, is vervolgens een vergunning op grond van de Huisvestingwet en/of -verordening nodig. Deze omzettings- of ontrekkingsvergunning op grond van de Huisvestingsverordening wordt verleend als aan de voorwaarden daarvoor wordt voldaan, waaronder een toets aan het beschikbare quotum. De ontwikkeling wordt op het quotum in mindering gebracht. Het woon- en leefklimaat is als hierboven uiteengezet in dit afwegingskader voldoende geborgd. De omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan voor onzelfstandige woonruimte of bed & breakfast kan daarom volgen op de omzettingsvergunning voor kamerverhuur of onttrekkingsvergunning ten behoeve van bed & breakfast.

De binnenplanse afwijkingsbevoegdheid voorziet er tevens in dat de afwijkvergunning en de onttrekkingsvergunning voor bed & breakfast voor wat betreft de geldigheidsduur worden gelijkgeschakeld. De situatie kan voordoen dat een aanvraag omgevingsvergunning wordt ingediend waarbij toestemming wordt gevraagd om direct bij oprichting of direct bij omzetting onzelfstandige woonruimten, of bed & breakfastfaciliteiten te realiseren. Als gezegd is dan geen vergunning op grond van de Huisvestingswetof verordening benodigd en kan als gevolg daarvan de binnenplanse afwijkingsbevoegdheid niet worden gebruikt. Dan kan wel buitenplans vergunning worden verleend. Wel is het noodzakelijk om het al dan niet verlenen van de gevraagde (buitenplanse) afwijkvergunning in het kader van de toets aan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat af te stemmen op de overige ontwikkeling van verkamering respectievelijk bed & breakfast in de betreffende buurt of wijk. Short stay Het gebruik van woningen ten behoeve van short stay is niet toegestaan. Short stay is het tijdelijk gebruik van een woonruimte ten behoeve van 'kort wonen'. Het tijdelijke gebruik betreft een periode van minimaal zeven nachten en maximaal zes maanden, en is geen wonen in de gewone betekenis van het woord. Dit was tot 2016 een methode om in Amsterdam expats te faciliteren. Het beleid hieromtrent was ingezet vanuit Huisvestingsregels.

Tot aan vastgelegde maxima in buurten kon een onttrekkingsvergunning voor tien jaar worden verleend ten behoeve van short staygebruik. Short stay wordt niet meer gezien als wenselijke vorm van gebruik van woonruimte. In het bestemmingsplan zijn er dan ook geen regels over short stay opgenomen.

Artikel 7 Verkeer Openbaar gebied heeft de bestemming Verkeer gekregen. Dit betreft gronden bedoeld voor gemotoriseerd verkeer, langzaam verkeer, nutsvoorzieningen ten behoeve van algemeen gebruik met de daarvoor benodigde infrastructurele, verkeerskundige en waterstaatbouwkundige voorzieningen, zoals parkeergelegenheid, pleinen, groenvoorzieningen en water. Gebouwen zijn op gronden met de bestemming Verkeer niet toegestaan. Uitzondering hierop zijn de gebouwdelen van gebouwen op aangrenzende bestemmingen die boven de gronden met een verkeersbestemming uit steken (balkons, erkers, etc.). Voor deze uitstekende gebouwdelen zijn in hoofdstuk 3 van de regels algemene regels opgenomen. Een andere uitzondering is de met tijdelijke omgevingsvergunning toegestane trafostation ten behoeve van de E-Harbour (Zie hierna onder 'Artikel 10 Water'). Voor de E-Harbour is in 2017 een tijdelijke

Gemeente Amsterdam

blz. 96

omgevingsvergunning verleend voor een tijdelijk trafostation op de kop van de insteekhaven voor de duur van 5 jaar. De tijdelijke transformator bevindt zich op gronden die de bestemming Verkeer hebben gekregen. Binnen de bestemming Verkeer is dit tijdelijke trafostation specifiek bestemd in aansluiting op de tijdelijke vergunning (5 jaar). Deze voorziening ten behoeve van één bestaande functie valt niet onder de algemene nutsvoorzieningen. Er is een specifieke (tijdelijke) regeling opgenomen waarmee dit gebruik langer kan worden toegestaan. Dit in aansluiting op de gemaakte afspraken ten tijde van de omgevingsvergunningverlening over verplaatsing van het trafostation bij ontwikkeling van Amstelkwartier 3e fase. Bij het besluit van de tijdelijke omgevingsvergunning van de transformator is destijds meegewogen dat deze dient te worden verplaatst naar een inpandige ruimte van de nieuwbouw in Amstelkwartier 3e fase. Daarvoor is in voorliggend bestemmingsplan voor de gronden met de bestemming Gemengd-2 en Gemengd-3 mede bepaald het gebruik van gronden en gebouwen ten dienste van een trafostation voor de jachthaven is toegestaan. Verplaatsing is daarmee in planologisch juridisch opzicht mogelijk.

Artikel 8 Water De insteekhaven heeft de bestemming Water gekregen. In de bestemmingsomschrijving en op de verbeelding is onder meer het gebruik van een deel van wateren als stallingsjachthaven specifiek opgenomen. Dit in aansluiting op de verleende omgevingsvergunning voor deze E-Harbour (zie paragraaf 1.4 onder 'Ad 4. Omgevingsvergunningen jachthaven'). Het toegestane gebruik en de locatie van de ligplaatsen en drijfsteigers e.d. van de jachthaven is daarbij wat omschrijving betreft en wat ligging van het aanduidingsvlak betreft afgestemd op de omgevingsvergunning en de afwegingen die daar destijds voor zijn gemaakt. Onderdeel van die afwegingen was het toestaan van een toegangsloopbrug voor verbinding van de drijfsteigers met de wal. De locatie van de toegangsloopbrug is voor de duur van 10 jaar tijdelijk vergund. Hierbij is destijds de overweging gemaakt dat de situatie van de definitieve entree in overleg met de gemeente wordt bepaald. In voorliggend bestemmingsplan is de toegangsbrug bij recht toegestaan in de bestemming Water en niet alleen specifiek in het aanduidingsvlak waarmee de locatie van de ligplaatsen en drijvende steigers van de jachthaven is aangeduid op de verbeelding. Verplaatsing is daarmee in planologisch juridisch opzicht mogelijk.

Artikel 9 Leiding - Gas (dubbelbestemming) Het Besluit externe veiligheid buisleiding (Bevb) stelt algemene regels voor de inhoud van bestemmingsplannen. Zo is het verplicht om in bestemmingsplannen de ligging van buisleidingen weer te geven. De ligging van de bestaande gasleiding is met de bij de leiding behorende belemmeringenstrook op de verbeelding weergegeven met de dubbelbestemming Leiding - Gas. Deze dubbelbestemming legt beperkingen op aan de overige bestemmingen. De dubbelbestemming is primair ten opzichte van de overigens geldende bestemmingen. Conform het Bevb geldt een geclausuleerd bouwverbod voor secundaire bestemmingen binnen de belemmeringstrook van de leiding (in dit geval de breedte van het vlak van de dubbelbestemming). Er is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen voor het bouwen op deze gronden. Hierbij worden veiligheidsaspecten meegewogen. Verder is voor de gronden met de dubbelbestemming een omgevingsvergunning verplicht gesteld voor de uitvoering van de werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden, die de buisleiding kunnen beschadigen. Binnen de bestemming Leiding-Gas is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen, waarmee de leiding onder voorwaarden geheel of gedeeltelijk kan worden gewijzigd en/of verwijderd. Artikel 10 Dubbelbestemming Waarde - Archeologie

bestemmingsplan_Amstelk wartier derde fase West (vastgesteld)

blz. 97

Het plangebied betreft onder meer de insteekhaven. In het bestemmingsplan Bedrijventerrein Overamstel is aan het zuidelijk deel van de insteekhaven de dubbelbestemming Waarde - Archeologie toegekend. Deze bestemming wordt overgenomen in voorliggend bestemmingsplan (zie ook paragraaf 1.4). Artikel 11 Waterstraat - Waterkering (dubbelbestemming) In het plangebied ligt langs de Duivendrechtsevaart en de insteekhaven van de Duivendrechtsevaart een waterkering. De waterkering is een verholen waterkering met de status van een directe secundaire waterkering. In dit bestemmingsplan is er voor gekozen om in aansluiting op bestemmingsplannen elders in de gemeente, de ligging van de beschermingszones van de waterkering op de verbeelding weer te geven met de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering'. Op en in deze gronden mogen werkzaamheden worden uitgevoerd en mag worden gebouwd als dat is toegestaan op grond van de keur van de waterbeheerder. De keur van de waterbeheerder vormt derhalve het toetsingskader voor watervergunningen voor het uitvoeren van bepaalde (bouw)werkzaamheden in en op deze gronden. Artikel 12 Antidubbeltelregel Deze bepaling vormt evenals de overgangsbepaling een van de "standaardregels" die het Bro als verplicht op te nemen bepaling in een bestemmingsplan voorschrijft en komt dus geheel overeen met de tekst uit het Bro.

Het moet verhinderen dat bouwpercelen, die slechts voor een bepaald deel mogen worden bebouwd, later alsnog kunnen worden volgebouwd. Nadat een eerste bouwwerk is gerealiseerd, moet deze bepaling voorkomen dat het overgebleven open terrein opnieuw als het totale bouwperceel kan worden beschouwd. Artikel 13 Algemene bouwregels In dit artikel zijn voor het parkeren algemeen geldende regels opgenomen die er op toe zien dat bij het verlenen van omgevingsvergunningen voor het bouwen, het actuele parkeerbeleid in acht wordt genomen. Daarnaast is vastgelegd dat bij de realisatie van kelders tot 300 m2 of 4,0 meter diep er voldaan moet worden aan het recenteljk vastgestelde beleid ten aanzien grondwaterneutraal bouwen. Voor kelders groter dan 300 m2 of dieper dan 4,0 meter moet door middel van geohydrologisch onderzoek worden aangetoond dat er geen sprake is van een onaanvaardbare aantasting van de gronwaterstand of grondwaterstromen. Voorts maakt dit artikel bepaalde, kleine overschrijdingen van bestemmingsvlakgrenzen en bebouwingsregels mogelijk zonder een afwijkingsprocedure. In het verleden waren voor zulke geringe overschrijdingen wel (toen nog ontheffings)procedures nodig. Maar in de praktijk bleken de in dit artikel opgesomde overschrijdingen altijd een ontheffing te krijgen. Daarom zijn ze in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakt "bij wijze van recht".

Dat komt de helderheid vooraf ten goede en kan de proceduredruk verminderen. Artikel 14 Algemene gebruiksregels In dit artikel is een aantal algemeen geldende regels opgenomen. In voorliggend bestemmingsplan zijn algemene gebruiksregels opgenomen voor de maxima van het programma. In de specifieke gebruiksregels van de te onderscheiden bestemmingen wordt hiernaar verwezen. Tevens is in dit artikel, in aanvulling op het algemene gebruiksverbod in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), benadrukt wat als strijdig gebruik binnen de bestemmingen wordt beschouwd. Artikel 15 Algemene afwijkingsregels

Gemeente Amsterdam

blz. 98

Met deze regel kan het bevoegd gezag afwijken van onderdelen van de bestemmingsbepalingen, mocht dat in die bepalingen zelf niet geregeld zijn. Bedoeld worden onder meer bepalingen over specifieke doeleinden zoals antennes, liftopbouwen en overschrijding van bouw- of bestemmingsgrenzen. Ook wordt rekening gehouden met de noodzakelijke infrastructuur die nodig is voor de energietransitie en het gasloos bouwen. Er is een centrale voorziening nodig in het plangebied. Daarvoor is een ruimte gereserveerd met een maximaal oppervlakte van 230 m2, zowel boven als ondergronds, en een hoogte van 4,5 meter om de bouwblokken van warmte te voorzien. Bij het bepalen van de maximale bouwhoogte blijven technische installaties op het dak buiten beschouwing. De voorziening kan over meerdere bouwlagen worden verdeeld. In dat geval geldt het maximum van 230 m2 voor elke bouwlaag. In de bouwblokken kan voorzien worden in een permanente centrale voorziening. Totdat deze gerealiseerd is, kan met deze afwijkingsbepaling een alternatieve voorziening in het plangebied worden gebouwd. De overschrijdingen gaan in dit geval verder dan eerder in de 'Algemene bouwregels' en maken een afwegingsmoment noodzakelijk. Een afwijkingsbesluit kan echter nooit zover gaan dat de bestemming wordt veranderd.

Artikel 16 Overgangsrecht In dit artikel zijn overgangsregels opgenomen, die evenals de anti-dubbeltelregel behoren tot de standaardregels uit het Bro. Artikel 17 Slotregel De slotregel ten slotte geeft de officiële benaming van dit bestemmingsplan weer alsmede de datum van vaststelling door de gemeenteraad.

bestemmingsplan_Amstelk wartier derde fase West (vastgesteld)

blz. 99

Hoofdstuk 7 7.1

Economische uitvoerbaarheid

Kostenverhaal

Ingevolge artikel 6.12 Wro besluit de gemeenteraad, of wordt afgezien van het opstellen van een exploitatieplan. In dit geval wordt afgezien van het opstellen van een exploitatieplan omdat de gemeente Amsterdam volledig eigenaar is van de gronden waarop het bestemmingsplan van toepassing is. Het kostenverhaal, zoals bedoeld in de Wro, is verzekerd via het erfpachtstelsel. In het plangebied wordt dus voldaan aan de vereiste van "reeds anderszins verzekerd" zijn. Het toepassen van het erfpachtstelsel ten behoeve van kostenverhaal past goed binnen de Wro omdat die wet het uitgangspunt van het privaatrechtelijke spoor voorop stelt. Erfpacht is immers een privaatrechtelijk instrument waarbij de gemeente als eigenaar bepaalt tegen welke vergoeding haar gronden in gebruik mogen worden genomen door derden. Naar zijn aard biedt dit systeem de gemeente de mogelijkheid om kosten die de gemeente maakt ten behoeve van de grondexploitatie van gronden te verhalen op derden die gebruik maken van die gronden. Opgemerkt zij nog dat de gemeente telkens eigenaar is en blijft van die gronden. Kostenverhaal met behulp van erfpacht past daarom binnen het wettelijk voorzien systeem voor het verhaal van de kosten van de grondexploitatie. De gemeente ontvangt immers een vergoeding voor het gebruik van de gronden. Uit deze vergoeding kunnen de kosten van de grondexploitatie worden bekostigd.

Het is daarom niet noodzakelijk een exploitatieplan vast te stellen.

7.2

Financiële uitvoerbaarheid

Voor de realisatie van de plannen voor het voorliggend plangebied zijn een tweetal grondexploitaties opgesteld. De grondexploitatie Amstelkwartier 3e fase (plannummer 57990) betreft de kosten en opbrengsten van de inrichting van 6,7 hectare met circa 800 woningen en circa 24.000 m2 BVO niet-woon functies. Het saldo van de geraamde kosten en opbrengsten is positief. De grondexploitatie Brug Amstelkwartier 3e fase - Kauwgomballenkwartier betreft de kosten en opbrengsten van de realisatie van een nieuwe langzaam verkeersbrug (plannummer 57991). De geraamde opbrengsten bestaan voor 50% uit een bijdrage uit de grondexploitatie Amstelkwartier 3e fase. De andere 50% wordt bijgedragen de grondexploitatie van het Kauwgomballenkwartier. Het saldo van die exploitatie is neutraal. Op 11 maart 2019 heeft de gemeenteraad het investeringsbesluit voor de plannen vastgesteld. Geconcludeerd wordt dan ook dat de plannen financieel uitvoerbaar zijn.

Gemeente Amsterdam

blz. 100

bestemmingsplan_Amstelk wartier derde fase West (vastgesteld)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10878284/1