6. Nota van Uitgangspunten Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland
Tekst van het document
Nota van Uitgangspunten
Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland PBI-fase 2 juli 2024 Auteur(s) Movares en Ingenieursbureau Gemeente Amsterdam
Opdrachtgever Verkeer en Openbare Ruimte Gemeente Amsterdam
Contactpersoon Edwin Meisner / Barbara Meltzer
Inhoudsopgave
Vooraf4 Samenvatting5 1
2
3
4
5
Introductie
8
1.1 Aanleiding studie 1.2 Noodzaak definitieve tramstalling 1.3 Probleemstelling 1.4 Doelstelling 1.5 Bestuursopdracht 1.6 Beschrijving projectgebied 1.7 Relevante kaders en beleidsstukken 1.8 Relatie met projecten in de omgeving 1.9 Leeswijzer
8 9 11 11 11 12 12 13 15
Trechteringsproces PBI-fase 1 en 2
16
2.1 Inventarisatie mogelijke locaties (PBI-fase 1) 2.2 Beoordeling overgebleven locaties (PBI-fase 2) 2.3 Conclusie
16 17 18
Participatie en communicatie
21
3.1 Proces participatie en communicatie 3.2 Aanpak participatie 3.3 Inspraak en bestuurlijke besluitvorming
21 21 24
Ontwerpverkenning
25
4.1 Aanpak ontwerpverkenning 4.2 Vier varianten op twee locaties 4.3 Eisen en wensen tramstalling 4.4 Indicatief spoorontwerp
25 25 29 31
Technische en ruimtelijke inpassing
38
5.1 Stedenbouwkundige en programmatische uitgangspunten 5.2 Studieresultaten locatie Baaibuurt Oost 5.3 Studieresultaten locatie Oostpunt
38 42 46
Nota van Uitgangspunten Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland
2
6
7
Financiën
57
6.1 Uitgangspunten per variant 6.2 Investeringskosten 6.3 Samenvatting 6.4 Financiële dekking
57 57 59 59
Afweging varianten
60
7.1 Werkwijze beoordeling 7.2 Beoordelingskader 7.3 Beoordeling varianten per thema
60 60 62
Conclusie en Voorkeursbesluit
69
8.1 Trechteringsproces van 13 naar 2 locaties 8.2 Beoordeling locaties Baaibuurt Oost en Oostpunt 8.3 Financiële haalbaarheid inpandige tramstalling 8.4 Conclusie
69 70 71 71
Vervolgproces
72
9.1 Planning 9.2 Risico’s 9.3 Vervolgacties
72 72 73
10 Referentielijst
75
11 Termenlijst
76
8
9
Bijlagen78 Bijlage 1 - Bijlageboek onderzoeksresultaten Bijlage 2 - Beoordelingskader Bijlage 3 - Notitie Strandeiland
Nota van Uitgangspunten Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland
79 80 81
3
Vooraf Voor u ligt de concept Nota van Uitgangspunten voorkeurslocatie definitieve Tramstalling Zeeburgereiland. Voor een prettige leeservaring staat hieronder een korte toelichting vooraf. Referentielijst In deze nota worden regelmatig (bestuurlijke) besluiten, beleidsdocumenten, onderzoeken genoemd, die belangrijk zijn voor de inhoud van deze nota. Een overzicht daarvan vindt u in hoofdstuk 10. Referentielijst. In de tekst wordt verwezen naar deze referentielijst met [ref. x]. PBI In deze nota worden de verschillende fases van het project Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland aangegeven met PBI-fase x. PBI staat voor Plan- en Besluitvormingsproces Infrastructuur. Dit is een Amsterdamse handleiding voor planvorming, besluitvorming over en realiseren van projecten die gaan over de infrastructuur. In hoofdstuk 9.1 Planning wordt uitgelegd wat zoal gedaan en besloten wordt in de verschillende PBI-fases van het project en wanneer een fase naar verwachting is afgerond. Plaberum Plaberum staat voor PLan- en BEsluitvormingsproces RUimtelijke Maatregelen. Dit is een Amsterdamse handleiding voor planvorming, besluitvorming over en realiseren van gebiedsontwikkeling. De verschillende fases waarin een project voor gebiedsontwikkeling zich bevindt, worden aangegeven met Plaberum-fase x. In deze nota wordt slechts een keer een Plaberum-fase genoemd.
Hierover is dus niet - zoals over PBI - een heel hoofdstuk geschreven. Termenlijst In deze nota staan verschillende specialistische termen. Uitleg van deze termen vindt u in hoofdstuk 11 Termenlijst.
Nota van Uitgangspunten Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland
4
Samenvatting
Opgave De komende jaren worden Zeeburgereiland en IJburg verder ontwikkeld tot een gebied om te wonen, werken, studeren en recreëren. De groei van het aantal inwoners en voorzieningen zet de bereikbaarheid van de Oostflank van Amsterdam onder druk. In het Mobiliteitsplan Zeeburgereiland en IJburg is een samenhangende aanpak van de bereikbaarheid voorgesteld om deze gebieden nu en in de toekomst bereikbaar en leefbaar te houden. Een van de maatregelen uit het mobiliteitsplan is de aanleg van een nieuwe, definitieve tramstalling. Deze moet de bestaande, tijdelijke tramstalling in Baaibuurt Oost gaan vervangen. De bestaande tramstalling is ongeveer 20 jaar geleden aangelegd als tijdelijke stalling voor tram 26 (‘de IJtram’). In 2020 is deze stalling uitgebreid, zodat tram 26 met gekoppelde trams kon gaan rijden. In de uitgebreide stalling is opstelruimte voor 32 trams (dat wil zeggen 16 gekoppelde trams). De bruikbaarheid van de stalling wordt in de praktijk beperkt door de langgerekte, smalle vorm en door het ontbreken van een oostelijke keerlus. De komende jaren wordt de route van tram 26 verlengd vanaf het huidige eindpunt op Haveneiland tot en met het nieuwe Strandeiland. Ook wil GVB het aantal ritten per uur uitbreiden van 8 naar maximaal 15 keer in beide richtingen (iedere 4 minuten) om zo te kunnen voldoen aan de groeiende vervoersvraag.
Door deze uitbreidingen zal de bestaande stalling rond 2034 te klein zijn om alle trams van tram 26 te kunnen stallen. Vanaf dat moment zijn namelijk minimaal 38 stallingsplekken nodig. Ook mist de bestaande stalling een aantal functies, zoals een spoor voor klein onderhoud (quick service), een uitwijkspoor en een rondrijdmogelijkheid om efficiënt te kunnen rangeren en om richting station Amsterdam Centraal uit te rijden. Verder is het mogelijk, dat in de toekomst een extra tramlijn naar Zeeburgereiland wordt gemaakt (door verlenging van tram 1 vanaf Muiderpoortstation of tram 3 vanaf Flevopark). Een deel van de trams van die extra tramlijn moet ook op Zeeburgereiland worden gestald. Om dit te zijner tijd mogelijk te maken, wordt in het ontwerp voor de definitieve stalling ruimte gereserveerd voor nog eens 16 trams. De stalling moet dus ruimte hebben voor maximaal 54 trams en wordt in eerste instantie ingericht met opstelplaatsen voor 38 trams. Een toekomstbestendige, definitieve tramstalling moet passen binnen de ambities van het Ruimtelijk Kader Zeeburgereiland: een hoogstedelijke, multifunctionele, samenhangende wijk met waar mogelijk meervoudig gebruik van de ruimte. Baaibuurt Oost wordt ontwikkeld tot een gebied om te wonen en werken. Een tweede ontsluiting van de buurt is dan nodig. Daarom moet de Bob Haarmslaan worden doorgetrokken naar het zuiden.
Vanwege de ambities voor Baaibuurt Oost en de bijbehorende randvoorwaarden is uitbreiding van de bestaande tramstalling niet mogelijk. De stalling vormt op die plek een te grote fysieke blokkade voor een goede ruimtelijke ontwikkeling. Daarom is sinds 2018 in een aantal stappen gezocht naar een locatie voor een definitieve tramstalling. De locatie van de definitieve tramstalling is – voor een goed functionerend, robuust en verkeersveilig vervoerssysteem – onlosmakelijk verbonden met de ligging van de trambaan op de IJburglaan. Zoeklocaties In PBI-fase 1 zijn 13 locaties bekeken als mogelijke locatie voor een definitieve tramstalling. De meeste daarvan zijn beoordeeld als niet haalbaar of niet realistisch. In het principebesluit voor de tramstalling (PBI-fase 1) zijn 4 locaties vastgelegd om nader te onderzoeken in PBI-fase 2: Baaibuurt Oost, Flevopark, Oor A10 en Strandeiland (de laatste als dependance voor maximaal
Nota van Uitgangspunten Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland
5
12 trams ter aanvulling). Na het principebesluit voor Cruciale Mijl IJburglaan (voorjaar 2019) is nog een locatie toegevoegd: Oostpunt Zeeburgereiland. In PBI-fase 2 zijn deze 5 locaties verder onderzocht, waarvan er inmiddels 3 zijn afgevallen. Locatie Flevopark is afgevallen, omdat deze slecht scoort op kosten, ruimtelijke inpasbaarheid en draagvlak. Ook is de bereikbaarheid van de locatie voorlopig niet gegarandeerd, omdat die afhankelijk is van een nieuwe tramverbinding via de Amsterdamsebrug. Die tramverbinding wordt niet verwacht voor 2040. Locatie Oor A10 - ruimte binnen de lus van de westelijke afrit van A10 - S114 - is afgevallen omdat binnen de lus te weinig ruimte is voor een definitieve tramstalling met voldoende opstelplaatsen. Tot slot is de dependance op Strandeiland afgevallen, omdat tram 26 dan vanuit 2 stallingen gebruikt zou worden. Dit is functioneel en financieel niet efficiënt en dus niet verstandig (een tweede stalling zou leiden tot extra kosten voor beheer en onderhoud). Locaties Baaibuurt Oost en de Oostpunt op Zeeburgereiland zijn overgebleven als verder te onderzoeken locaties. Uitwerking varianten Door bureauonderzoek en interviews met de betrokken stakeholders zijn beleidsuitgangspunten, wensen en eisen verzameld. Op basis hiervan zijn de volgende 4 varianten uitgewerkt: • Variant 1: Uitbreiding bestaande stalling Baaibuurt Oost.
• Variant 2: Nieuwe inpandige stalling Baaibuurt Oost. • Variant 3: Maaiveldstalling Oostpunt. • Variant 4: Inpandige stalling Oostpunt. Om inzicht te krijgen in de haalbaarheid, maakbaarheid en risico’s van een tramstalling op locatie Baaibuurt Oost en Oostpunt is aanvullend onderzoek gedaan naar de ruimtelijke en technische inpassing. Ook is getoetst of het constructief mogelijk is om het ontwerp uit te voeren. Tot slot zijn er 3D-afbeeldingen gemaakt om een eerste indruk te krijgen van de varianten. Over het spoorontwerp is intensief overlegd met GVB (toekomstig eigenaar en gebruiker van de tramstalling) en met Vervoerregio Amsterdam (opdrachtgever en medefinancier). Het spoorontwerp voldoet nog niet aan alle eisen en wordt daarom in de volgende PBI-fase verder verbeterd. Het huidige schetsontwerp is voldoende uitgewerkt om de locatiekeuze te kunnen maken. Op basis van de schetsontwerpen zijn globale kostenramingen gemaakt voor de 4 varianten. Hieruit blijkt, dat de investeringskosten – optelsom van bouwkosten, engineeringskosten en risicoreservering – variëren van ongeveer € 135 miljoen tot € 274 miljoen (exclusief BTW). De inpandige varianten vragen de grootste investeringen.
Voorkeurslocatie De vier varianten zijn door experts beoordeeld op diverse thema’s, onder andere de mogelijk heden voor woningbouw, de stedenbouwkundige ambitie van gemeente Amsterdam, de verwachte effecten van een tramstalling op de omgeving (waaronder geluid en trillingen), de functionaliteit van de tramstalling en de kosten. Vanuit ruimtelijk oogpunt blijkt Baaibuurt Oost minder aantrekkelijk als locatie voor de tramstalling. Deze buurt wordt op termijn ontwikkeld tot gemengde woon-werkwijk met een hoge bebouwingsdichtheid. Daarbij past geen tramstalling die zoveel ruimte inneemt en een blokkade in de buurt is. Ook is de kans groot op overlast voor bewoners groot (trillingen, geluid, visuele hinder) als gevolg van dagelijks gebruik van de tramstalling. De Oostpunt ligt op enige afstand van de bestaande en toekomstige woningbouw, waardoor geen conflict ontstaat met een hoogwaardig en rustig woonklimaat. Een tramstalling op de Oostpunt sluit aan bij de voorkeur om (een deel van) de trambaan te verleggen naar de noordkant van de IJburglaan (project Cruciale Mijl IJburglaan). Door de tramstalling naar de Oostpunt te verplaatsen, komt in Baaibuurt Oost ruimte vrij waar ongeveer 700 woningen gebouwd kunnen worden. Nadeel van de Oostpunt is, dat een brug nodig is om er te komen vanaf de IJburglaan. De kosten daarvoor zijn in de kostenramingen opgenomen.
Nota van Uitgangspunten Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland
6
De Oostpunt ligt vanuit ruimtelijk oogpunt het meest voor de hand als voorkeurslocatie voor de definitieve tramstalling. Ook uit financieel oogpunt gaat de voorkeur uit naar de Oostpunt. De investeringskosten zijn lager voor een maaiveldstalling op de Oostpunt (zonder meervoudig ruimtegebruik) dan voor een stalling in Baaibuurt Oost. Oorzaak: in Baaibuurt Oost is een geluiddichte gevel en dak noodzakelijk, omdat de stalling daar midden in een woonwijk ligt. De grondopbrengsten in Baaibuurt Oost zijn hoger zonder tramstalling, omdat dan extra woningen gebouwd kunnen worden. Meervoudig ruimtegebruik Tientallen projecten doen een beroep op de beschikbare ruimte op Zeeburgereiland (ruimteclaims). In het Ruimtelijk Kader Zeeburgereiland staat de ambitie om de schaarse ruimte goed te gebruiken. In Baaibuurt Oost kan het dak van de tramstalling gebruikt worden voor een openbaar park. Een tramstalling op de Oostpunt biedt ook kansen voor meervoudig ruimtegebruik, door bijvoorbeeld een park en een goederenhub op het dak te maken. De ligging van de Oostpunt is gunstig, aan het water en vlak bij de A10 en de IJburglaan. Wel zijn de investeringskosten voor een tramstalling in een gebouw met meervoudig ruimtegebruik ongeveer twee keer zo hoog als de kosten voor een maaiveldstalling (in de open lucht).
Financiële dekking Gemeente Amsterdam en Vervoerregio Amsterdam maakten al een principeafspraak over dekking van de investeringskosten voor de definitieve tramstalling. Ook het Rijk heeft een bijdrage toegezegd. Daarmee is zicht op financiële dekking voor een maaiveldstalling op de Oostpunt. De komende maanden worden verdere afspraken gemaakt voor een definitief dekkingsvoorstel. Ruimtelijke ambitie is een inpandige tramstalling, die geschikt is voor meervoudig gebruik. De extra kosten daarvoor moeten gefinancierd worden vanuit andere dekkingsbronnen. In PBI-fase 3 wordt onderzocht welke mogelijkheden er zijn voor medefinanciering vanuit de markt. Als blijkt dat een inpandige tramstalling (voorlopig) niet haalbaar is, dan kan een gefaseerde aanpak uitkomst bieden. In dat geval wordt eerst een stalling in de open lucht gebouwd, die later alsnog overbouwd kan worden tot een inpandige stalling.
Conclusie Een definitieve tramstalling voor lijn 26 kan het beste op de Oostpunt worden gerealiseerd. In verband met de geplande uitbreiding van tram 26 en de woningbouwplannen op Zeeburgereiland, moet de nieuwe tramstalling uiterlijk in 2032 operationeel zijn. In de stalling moet ruimte zijn voor het stallen van 38 trams, met de mogelijkheid dit later uit te breiden met opstelsporen voor nog eens 16 trams. De stedenbouwkundige ambitie is om de stalling onder te brengen in een gebouw, dat geschikt is voor meervoudig ruimtegebruik en dat een landschappelijke eenheid vormt met de rest van de Oostpunt. Momenteel is er echter alleen zicht op financiële dekking voor een tramstalling in de open lucht. De financiële haalbaarheid van een gebouw waarin de stalling kan worden opgenomen is op dit moment onzeker en is mede afhankelijk van financiering vanuit marktpartijen. Het komende jaar wordt de haalbaarheid van een dergelijk gebouw verder onderzocht als onderdeel van de stedenbouwkundige planvorming voor de Oostpunt. Mocht hieruit blijken dat er op korte termijn geen zicht komt op financiële dekking van een gebouw, dan zal de tramstalling in de open lucht moeten worden aangelegd. De keuze ‘bebouwd of onbebouwd’ moet uiterlijk in PBI-fase 3 worden gemaakt.
In theorie zou een stalling in de open lucht later alsnog overbouwd kunnen worden, maar in de praktijk lijkt dit geen wenselijke optie. De overbouwing van een tramstalling die in gebruik is, vraagt een complexe bouwfasering waardoor de bouwkosten fors zullen toenemen. Bovendien zal dit een ernstige inbreuk betekenen op de bedrijfsvoering van de stalling door het GVB, met mogelijk een jarenlange beperkte capaciteit van de stalling.
Nota van Uitgangspunten Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland
7
1
Introductie
1.1 Aanleiding studie De komende jaren wordt Zeeburgereiland verder ontwikkeld tot een gebied om te wonen, werken, studeren en recreëren. De Sportheldenbuurt is bijna klaar met ongeveer 2.500 woningen. De Sluisbuurt wordt een buurt met maximaal 5.640 woningen. Baaibuurten Oost en West zijn toekomstige woonbuurten aan de zuidkant van Zeeburgereiland. De groei van het aantal inwoners en voorzieningen op Zeeburgereiland en IJburg zet de bereikbaarheid van de Oostflank van Amsterdam onder druk. In het Mobiliteitsplan Zeeburger eiland en IJburg (2018) [ref. 1] is een samenhangende aanpak van de bereikbaarheid voorgesteld om deze gebieden nu en in de toekomst bereikbaar en leefbaar te houden. Hierin staan maat regelen voor de periode 2018 tot 2043, die moeten leiden tot een goed werkend en robuust vervoerssysteem voor alle modaliteiten (voetganger, fiets, OV, auto). Duurzame mobiliteit – voetganger, fiets, OV en deelvervoer – heeft daarbij prioriteit. Een van de maatregelen voor een goed werkend OV-systeem is de aanleg van een nieuwe, definitieve tramstalling. In 2020 is de sober ingerichte tramstalling in Baaibuurt Oost uitgebreid en vernieuwd (zie figuur 1). Deze stalling voor tram 26 (ook wel bekend als ‘de IJtram’) had eerst ruimte voor 24 geparkeerde trams en heeft nu opstelplaatsen voor 32 trams (dat wil zeggen 16 gekoppelde trams, per koppel ongeveer 61 meter lang).
Het opstelspoor is in de lengte verdubbeld en het spoor om de stalling in te rijden is verplaatst richting de A10. De voorziening heeft een geplande levensduur van 10 tot 15 jaar. Op termijn moet de stalling worden vervangen door een stalling die berekend is op de toekomstige (stedenbouwkundige) situatie op Zeeburgereiland. Gemeente Amsterdam maakt hiervoor op dit moment het Ruimtelijk Kader Zeeburgereiland, met daarin randvoorwaarden en een stedenbouwkundige visie. De tramstalling is onderdeel van het Ruimtelijk Kader.
Figuur 1. Bovenaanzicht van huidige tijdelijke tramstalling in Baaibuurt Oost (Bron: Cyclomedia).
Nota van Uitgangspunten Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland
8
Figuur 2. Schematisch bovenaanzicht van de huidige tijdelijke tramstalling in Baaibuurt Oost.
1.1.1 Voorafgaande besluitvorming Het college van burgemeester en wethouders (B en W) stemde in februari 2018 in met het Principebesluit Programma HOV Oostflank [ref. 2] (PBI-fase 1). De bouw van een definitieve tramstalling voor de toekomstige vloot van tram 26 en eventueel Verbinding Zeeburgereiland (voorheen HOV Amsterdamsebrug) kwam daarmee in de uitgangspuntenfase (PBI-fase 2). College van B en W stelde een voorbereidingsbudget ter beschikking om een variantenstudie te doen naar de beste locatie voor de nieuwe tramstalling.
1.2 Noodzaak definitieve tramstalling De volgende ontwikkelingen maken de komst van een definitieve tramstalling noodzakelijk: 1. Uitbreiding capaciteit a. Verlenging tram 26: om de bereikbaarheid van IJburg te verbeteren, wordt de route van tram 26 verlengd tot de Muidenbuurt op Strandeiland (2026) en daarna tot de Pampusbuurt (2034). Uit een studie van GVB (juni 2022) [ref. 3] blijkt, dat daarom meer stallingsruimte nodig is vanaf 2034. In de nieuwe tramstalling moeten dan 38 opstelplekken zijn. De nieuwe tramstalling zal vanaf 2032 gebruikt gaan worden. GVB en Vervoerregio Amsterdam zoeken naar een passende oplossing voor het stallen van trams in de tussenliggende periode (2026 2032). In paragraaf 4.3.2 wordt de GVB-studie uitgebreider behandeld en staat hoeveel stallingsplaatsen er per jaar bijkomen om uiteindelijk op het benodigde aantal uit te komen. b. Extra tramverbinding: een eventuele extra tramverbinding naar Zeeburgereiland - door verlenging van tram 1 vanaf Muiderpoortstation of tram 3 vanaf Flevopark - wordt op z’n vroegst verwacht in 2040. Dit legt voor de korte termijn dus geen druk op de aanleg van een nieuwe stalling. Daarom is een Uitvoeringsbesluit voor de verdere uitbreiding (definitieve inrichting van de ruimtereservering voor 16 trams) pas noodzakelijk na 2032.
Nota van Uitgangspunten Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland
9
c. Hogere frequentie tram 26: tram 26 reed in 2019 in de spits 15 keer per uur in beide richtingen. Sinds half 2020 rijdt GVB met gekoppelde trams. Omdat op die manier de capaciteit per tram verdubbelde, kon de frequentie omlaag. Tram 26 rijdt nu 8 keer per uur. Als gevolg van de gebiedsontwikkeling zal het aantal reizigers groeien. Om hen te kunnen vervoeren, zal de frequentie van tram 26 de komende jaren geleidelijk weer verhoogd worden tot maximaal 15 gekoppelde trams per uur. Hiervoor zijn extra trams nodig en dus ook extra opstelplaatsen in de tramstalling. 2. Verbeteren bruikbaarheid a. Extra voorzieningen: in de bestaande tramstalling is geen ruimte voor klein onderhoud. Het is wenselijk om een extra spoor toe te voegen om naar uit te wijken, waar klein onderhoud (quick service) kan plaatsvinden. Zo’n extra spoor/uitwijkmogelijkheid voorkomt, dat gestalde, defecte trams het rangeren en in-/uitrijden van andere trams belemmeren. Een andere noodzakelijke voorziening die nu nog ontbreekt, is een extra rondrijdmogelijkheid. b. Samenstelling tramstalling (vorm): door de langgerekte, smalle vorm van de bestaande tramstalling is de opstelcapaciteit in de praktijk minder dan 32 trams. Er liggen 4 opstelsporen naast elkaar, waarop in theorie plaats is voor 8 trams per spoor.
In de praktijk blokkeert een defecte tram regelmatig een van de sporen, waardoor nog maar drie sporen overblijven om maximaal 24 trams te stallen.
Figuur 3. Bestaande, tijdelijke tramstalling met wasstraat.
3. Gebiedsontwikkeling Baaibuurt Oost / ruimtelijke inpassing a. Baaibuurten, nieuwe woon-werkwijk: Amsterdam heeft een groot tekort aan woningen. Het gemeentebestuur heeft als doel gesteld om gemiddeld 7.500 woningen per jaar te bouwen. Daarom worden op termijn de Baaibuurten ontwikkeld tot een woon-werkwijk met een hoge bebouwingsdichtheid. De bestaande tramstalling en deze toekomstige woon-werkwijk is geen goede combinatie. Door een tramstalling midden in een woonbuurt te hebben, is de kans op overlast voor bewoners groot met als risico dat het gebruik van de tramstalling in de toekomst wordt ingeperkt. b. Ruimtelijke inpassing tramstalling: de ligging van de bestaande tramstalling in Baaibuurt Oost is vanuit stedenbouwkundig oogpunt zeer ongewenst. De langgerekte stalling werkt als een obstakel, waardoor het moeilijk/onmogelijk is om te zorgen voor een goede ruimtelijke inrichting en de buurten onderling niet (goed) op elkaar kunnen aansluiten. In het Ruimtelijk Kader Zeeburgereiland staat een aantal belangrijke uitgangspunten voor de verdere ontwikkeling van het gebied, onder andere: Bob Haarmslaan doortrekken naar de zuidrand van het Zeeburgereiland
Nota van Uitgangspunten Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland
10
en bebouwing van de hoekpunten van de kruising Zuiderzeeweg-IJburglaan. Met deze uitgangspunten kan de bestaande tramstalling in haar huidige vorm niet behouden blijven.
Figuur 4. Luchtfoto Baaibuurten met bestaande tramstalling aan de IJburglaan.
1.3 Probleemstelling De toelichting hierboven maakt duidelijk: • dat de bestaande, tijdelijke tramstalling de toekomstige groei van het aantal trams op IJburg en Zeeburgereiland (totaal 38 + 16) niet kan faciliteren op lange termijn. • dat de huidige locatie van de tramstalling woningbouwontwikkeling in Baaibuurt Oost hindert. • dat de huidige locatie van de tramstalling uit stedenbouwkundig oogpunt ongewenst is. • dat de bestaande tramstalling een aantal noodzakelijke voorzieningen mist, zoals ruimte voor klein onderhoud (quickservice), een uitwijkspoor en een rondrijdmogelijkheid om trams zo eenvoudig mogelijk te kunnen verplaatsen en ook richting station Amsterdam Centraal uit te kunnen rijden. Daarom is uitbreiding van de bestaande stalling of de bouw van een nieuwe stalling noodzakelijk.
1.4 Doelstelling Doelstelling van deze fase Doel van deze fase (PBI-fase 2) is te komen tot een afgewogen voorkeursvariant voor de locatie en voor het ontwerp van de nieuwe tramstalling, zodat de gemeenteraad op basis daarvan een voorkeursbesluit kan nemen. Bij de afweging moet gekeken worden naar de ambities vanuit de gebiedsontwikkeling, naar wat nodig is om de bereikbaarheid te verbeteren en naar de politieke en financiële haalbaarheid. Einddoel Met het voorkeursbesluit wordt een stap gezet richting het uiteindelijke projectdoel: het realiseren van een toekomstbestendige definitieve tramstalling, die past binnen de ruimtelijke ambities voor Zeeburgereiland: een hoogstedelijke, multifunctionele, samenhangende wijk met waar mogelijk meervoudig gebruik van de ruimte. Daarbij biedt de tramstalling voldoende opstelplaatsen - inclusief ondersteunende voorzieningen - voor tram 26 en een ruimtereservering voor trams van een eventuele toekomstige extra tramverbinding naar Zeeburgereiland.
1.5 Bestuursopdracht In 2005 is het ontwikkelingsplan Zeeburgereiland vastgesteld. Inmiddels is de startnotitie Ruimtelijk Kader Zeeburgereiland (2020). In het verlengde van deze startnotitie heeft het
Nota van Uitgangspunten Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland
11
college van B en W aangekondigd in een bestuursopdracht (september 2021) [ref. 4], dat het Ruimtelijk Kader Zeeburgereiland de opvolger wordt van het ontwikkelingsplan Zeeburgereiland (2005). De bestuursopdracht is bedoeld als aanscherping, om alle mobiliteitsopgaven in samen hang te bekijken en in combinatie met een hoogwaardige ruimtelijke ontwikkeling. Een nieuwe, definitieve tramstalling op Zeeburgereiland is een van de opgaven. Daarnaast geeft de bestuurs opdracht al enige inhoudelijke richting met uitdrukkelijke aandacht voor een gefaseerde aanpak – met oog op financiële haalbaarheid – en maatregelen op de kortere termijn.
1.6 Beschrijving projectgebied Het projectgebied, waarbinnen gezocht wordt naar de ideale locatie voor een nieuwe, definitieve tramstalling, is de Oostflank (Cruquius, Zeeburgereiland, IJburg, zie Figuur 5). Het aantal woningen in dit gebied is nu ongeveer 14.000, in 2025 ruim 17.000, in 2030 ongeveer 23.000 en in de eindfase van het project - rond 2040 - ongeveer 32.000.
Figuur 5. Projectgebied Oostflank Amsterdam.
1.7 Relevante kaders en beleidsstukken Hieronder wordt een aantal stukken kort toegelicht, die belangrijk zijn voor een nieuwe, definitieve tramstalling op Zeeburgereiland. Coalitieakkoord De politieke ambities voor mobiliteit en duurzaamheid zijn vastgelegd in het coalitieakkoord 2022 - 2026 [ref. 5]. Voetganger, fiets en OV krijgen voorrang ten opzichte van de auto. Hierdoor wordt Amsterdam een veiliger, leefbaarder, toegankelijke en inclusieve stad voor alle Amsterdammers. Omgevingsvisie Amsterdam 2050 Vanuit de omgevingswet maakt gemeente Amsterdam een omgevingsvisie. Een omgevingsvisie is een lange termijnvisie op de ruimtelijke ontwikkeling van de stad. Hierin staan onder andere voorkeurslocaties voor nieuwbouw of transformatie van woningen om aan de groeiende
Nota van Uitgangspunten Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland
12
woningbehoefte in Amsterdam tegemoet te komen. Het stadsbestuur kreeg de opdracht om jaarlijks nieuwe woningen te bouwen. Met de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 [ref. 6] laat gemeente Amsterdam zien, dat zij tot 2050 ruimte kan bieden aan zeker 150.000 woningen. Ook op Zeeburgereiland komen in de aankomende jaren duizenden nieuwe woningen. Deze ontwikkelingen vragen om verbetering van het OV. Mobiliteitsplan Zeeburgereiland en IJburg De Oostflank van Amsterdam groeit fors, van nu 30.000 inwoners naar straks – rond 2043 – ongeveer 75.000 inwoners plus diverse voorzieningen. Om te zorgen dat dit gebied goed bereikbaar blijft, moet de groei samengaan met een passende omvang en kwaliteit van het vervoerssysteem. Doel van het Mobiliteitsplan Zeeburgereiland en IJburg is dan ook het blijvend veiligstellen van de bereikbaarheid van Zeeburgereiland en IJburg. Centraal staat het maken van een goedwerkend en robuust vervoerssysteem voor alle modaliteiten (voetganger, fiets, OV, auto) én maatregelen die de automobiliteit kunnen beperken. Een van de maatregelen is de definitieve tramstalling voor tram 26. Andere maatregelen zijn onder andere de projecten Cruciale Mijl IJburglaan (automaatregelen voor verbeteren situatie voetganger, fiets, OV) en Verbinding Zeeburgereiland (OV, fiets).
Ruimtelijk Kader Zeeburgereiland Zeeburgereiland wordt verder ontwikkeld tot een wijk met een intensief en stedelijk karakter. Tegelijk met de woningbouwopgave wordt onderzocht welke verbeteringen van de bereikbaarheid mogelijk zijn. Ongeveer 70 projecten doen een beroep op de beschikbare ruimte (ruimteclaims). Denk hierbij aan een onderstation van TenneT/Liander, P+R parkeergarage, ecologische verbindingszone, afvaloverslag en tramstalling. Het hoofddoel is om een eiland te maken, waar veel mensen prettig kunnen wonen, werken en recreëren. Het Ruimtelijk Kader Zeeburgereiland wordt gemaakt om op basis daarvan een goede afweging te kunnen maken bij de invulling van al die ruimteclaims. De tramstalling is een van de grootste ruimteclaims op het eiland en is daarom een dominante factor bij de ontwikkeling van het Zeeburgereiland.
1.8 Relatie met projecten in de omgeving Cruciale Mijl Project Cruciale Mijl IJburglaan is een onderdeel van het Mobiliteitsplan Zeeburgereiland en IJburg. De maatregelen binnen dit project gaan over de IJburglaan vanaf Piet Heintunnel tot en met Steigereiland. In het Mobiliteitsplan Oost staat, dat verkeer de komende jaren steeds vaker zal vastlopen bij een aantal belangrijke kruispunten op dit deel van de IJburglaan, met als gevolg veel verkeersopstoppingen. Onderzocht wordt welke maatregelen nu genomen moeten worden om de doorstroming van voetganger, fiets, OV en auto op de IJburglaan te verbeteren. Een essentieel onderdeel van de oplossingsrichtingen waar in project Cruciale Mijl IJburglaan aan gedacht wordt, is de ligging van de trambaan. De locatie van de definitieve tramstalling moet aansluiten op de doorgaande trambaan op de IJburglaan en is – voor een goed functionerend, robuust en verkeersveilig vervoerssysteem – onlosmakelijk verbonden met de ligging van de trambaan ten opzichte van de IJburglaan. De trambaan kan aan de zuidkant van de IJburglaan blijven liggen of worden verplaatst naar de noordkant van de IJburglaan. In alle gevallen is de voorwaarde, dat de tramstalling bereikbaar is. De tram ten noorden van de IJburglaan heeft de voorkeur vanuit verkeerskundig oogpunt, omdat daarmee tram 26 de beide op- en afritten van de A10 niet meer kruist.
De Oostpunt is dan de meest logische locatie voor de nieuwe definitieve tramstalling in verband met bereikbaarheid en gebruik. Als de trambaan ten zuiden van de IJburglaan blijft liggen, is Baaibuurt Oost de meest logische locatie. Verbinding Zeeburgereiland Project Verbinding Zeeburgereiland [ref. 7] onderzoekt de alternatieven voor verbetering van fiets en OV via de Amsterdamsebrug als belangrijke verbinding van Zeeburgereiland met de
Nota van Uitgangspunten Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland
13
stadsdelen Oost en Centrum. Voor het OV betekent dit op korte termijn de inzet van meer bussen over de bestaande Amsterdamsebrug. Uit het vervoerswaarde-onderzoek blijkt dat verlengen van tram 1 vanaf Muiderpoortstation of tram 3 vanaf Flevopark meer reizigers zal trekken dan een nieuwe busverbinding. Daarom is zo’n verlenging een aantrekkelijker alternatief voor de steeds drukker wordende tram 26. De bestaande Amsterdamsebrug is echter niet sterk genoeg voor een tram. De brug is ook niet breed genoeg voor een vrijliggende trambaan naast het drukke autoverkeer. Voor een extra tramverbinding naar Zeeburgereiland is een nieuwe brug nodig, die geschikt is voor de tram. Dit vraagt een forse investering. Uit het vervoerswaardeonderzoek blijkt ook dat tram 26 – samen met de verschillende buslijnen – de verwachte groei van het aantal reizigers op IJburg en Zeeburgereiland tot na 2040 aankan. Daarom is een nieuwe trambrug naar verwachting pas aan de orde als rond 2040 de bestaande Amsterdamsebrug aan vervanging toe is. In de nieuwe tramstalling is dus in eerste instantie alleen ruimte nodig voor de trams van de verlengde tram 26 naar Strandeiland (38 trams). Pas bij een eventuele toekomstige tweede tramlijn naar Zeeburgereiland is meer stallingsruimte nodig.
Daarom volstaat tot die tijd een ruimtereservering; de reservering is voor de helft van het aantal trams dat nodig is voor de verlengde tramlijn (16 trams). Gebiedsontwikkeling Baaibuurt Oost en Oostpunt Baaibuurten Oost en West zijn toekomstige buurten aan de zuidkant van Zeeburgereiland. Net als de Sportheldenbuurt en de Sluisbuurt, worden de Baaibuurten ontwikkeld tot gemengde stedelijke woonbuurten met een hoge bebouwingsdichtheid. De precieze invulling van de Baaibuurten is nog niet bekend, de inrichting van de openbare ruimte zal worden afgestemd op de inrichting van de Sluisbuurt en de Bedrijvenstrook. De Baaibuurten zullen ook een groene, aantrekkelijk uitstraling krijgen met veel groenvoorzieningen in de straten, plantsoenen, water, daktuinen en groengevels. Omdat de Oostpunt buitendijks ligt, worden daar geen woningen gebouwd. Dit biedt de kans om daar een groene verblijfsplek te maken als tegenhanger van de hoogstedelijke ontwikkelingen aan de westkant van Zeeburgereiland. Op dit moment wordt onderzocht hoe het gebied maximaal als park ingericht kan worden. Samen met het Sluispark en het Baaipark, is dit dan de derde bijzondere plek aan de groene rand van het eiland. Een mooie kans om naast een recreatief karakter ook een waardevolle ecologische bijdrage te leveren.
TenneT-150kV-hoogspanningskabels met onderstation Op de Oostpunt liggen bestaande 150kV-hoogspanningskabels van TenneT in de grond. Nieuwe aansluitingen worden gemaakt voor de 150kV-kabels naar het nieuwe onderstation in de bedrijvenstrook. Zowel de bestaande als nieuwe kabels van TenneT moeten altijd bereikbaar te zijn vanaf het maaiveld (vanaf de grond). Boven de 150kV-kabels moet de ruimte tot een hoogte van tenminste 2,7 meter helemaal vrij zijn. NNN-verbindingszone Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen Ecologische Hoofdstructuur, is een landelijk samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen natuurgebieden. Deze structuur werd in 1990 door het Rijk op kaart getekend. Het doel hiervan is om natuurgebieden te verbinden. Planten en dieren krijgen daarmee meer kans zich te verspreiden en voort te planten. Dit helpt om de diversiteit aan soorten in stand te houden. De NNN-verbinding aan de oostkant van Zeeburgereiland wordt in twee fases ontwikkeld. De eerste fase ligt ten zuiden van de IJburglaan en is in voorbereiding. De tweede fase - ten noorden van de IJburglaan en rondom de Oostpunt - wordt vormgegeven in samenhang met de ontwikkeling van een visie voor de Oostpunt. Als blijkt dat de tramstalling naar de Oostpunt wordt verplaatst, dan wordt de tweede fase ontworpen in samenhang met de definitieve tramstalling.
De fysieke verbinding is op deze locatie nog niet aanwezig. De totale lengte van de natuurverbinding op de Oostpunt is ongeveer 350 meter en de totale oppervlakte is ongeveer 0,7 hectare (Figuur 6). De totale oppervlakte van het ‘NNN grote wateren’ is binnen het
Nota van Uitgangspunten Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland
14
deelgebied ongeveer 1,3 hectare (Figuur 7). Dit is een maximale indicatie, omdat voor het maken van de tramverbinding slechts een deel van het ingetekende deelgebied wordt gebruikt. De natuurverbinding is ook opgenomen in de hoofdgroenstructuur van de gemeente Amsterdam, waarvan de oeverzone onderdeel is als groene verbinding/stadsnatuurverbinding.
Figuur 6. Natuurverbinding, deze loopt langs de oostzijde van de Oostpunt.
Figuur 7. Overlap van NNN grote wateren met de Oostpunt (rode omlijning).
1.9 Leeswijzer • In hoofdstuk 1 staat het probleem beschreven, het proces tot nu toe, de beleidscontext en de relatie met andere projecten. • In hoofdstuk 2 worden de resultaten uitgelegd van de variantenstudies. Deze zijn uitgevoerd in PBI-fase 1 en 2. • In hoofdstuk 3 staat hoe bewoners, belanghebbenden en externe partijen betrokken zijn bij het planproces. • In hoofdstuk 4 worden de verschillende ontwerpvarianten voor de locaties Baaibuurt Oost en de Oostpunt verder onderzocht, twee varianten per locatie. • In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de technische en ruimtelijke inpassing van de varianten. • In hoofdstuk 6 worden de financiën behandeld, die horen bij de vier beschreven varianten. • In hoofdstuk 7 wordt – op basis van het beoordelingskader – een afweging gemaakt tussen de varianten. • In hoofdstuk 8 wordt de voorgestelde voorkeursvariant gepresenteerd. • In hoofdstuk 9 staan planning, risico’s en vervolgacties beschreven.
Nota van Uitgangspunten Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland
15
2
Trechteringsproces PBI-fase 1 en 2
2.1 Inventarisatie mogelijke locaties (PBI-fase 1) In PBI-fase 1 zijn 13 locaties bekeken als mogelijke locatie voor een definitieve tramstalling. De meeste daarvan zijn beoordeeld als niet haalbaar of niet realistisch op basis van de volgende criteria: • beperken van het aantal ‘lege kilometers’ door situering van de stalling in de nabijheid van het exploitatiespoor. • passend binnen woningbouwambities en mogelijkheden meervoudig ruimtegebruik. • passend in de bestaande verkeersstructuur (geen grootschalige kunstwerken nodig).
Figuur 8. Mogelijke locaties voor een definitieve tramstalling.
Uiteindelijk zijn in het PBI-fase 1 Principebesluit Programma HOV Oostflank de volgende locaties voor de tramstalling vastgelegd om te beoordelen in PBI-fase 2 (groene cirkels in Figuur 8): • 2: Baaibuurt Oost. • 7: Flevopark (waar nu het Flevoparkbad is). • 8: Oor A10 (in de westelijke lus van de afrit A10 S114). • 13: Strandeiland (als dependance voor maximaal 12 trams ter aanvulling). Na het principebesluit voor het project Cruciale Mijl IJburglaan (2019) is daaraan toegevoegd: • 6: Oostpunt Zeeburgereiland. Oostpunt Zeeburgereiland De bestaande locatie van de tramstalling hindert de woningbouwontwikkeling in Baaibuurt Oost. Een tramstalling midden in een woonbuurt is vanuit stedenbouwkundig oogpunt en vanwege
Nota van Uitgangspunten Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland
16
de kans op overlast voor de omgeving ongewenst. Verder zijn de locatie van de definitieve tramstalling en de keuzes voor het project Cruciale Mijl IJburglaan onlosmakelijk verbonden. Als tram 26 naar de noordkant van de IJburglaan wordt verplaatst, dan is het erg lastig om de locaties Baaibuurt Oost en Oor A10 bereikbaar te maken. De IJburglaan moet dan namelijk gekruist worden op erg drukke kruispunten bij de A10. Daarom is een nieuwe locatievariant voor een tramstalling toegevoegd en onderzocht op haalbaarheid: Oostpunt op Zeeburgereiland (ten oosten van de ring A10). Deze locatie is in oktober 2019 vastgelegd in de programma-update van het Mobiliteitsplan Zeeburgereiland en IJburg [ref. 8].
2.2 Beoordeling overgebleven locaties (PBI-fase 2) In PBI-fase 2 zijn de 5 overgebleven locaties (zie 2.1) teruggebracht tot 2 voorkeurslocaties. Hieronder wordt eerst toegelicht waarom locatie 7, 8 en 13 zijn afgevallen. Daarna worden de 2 overgebleven locaties beschreven. Na afweging volgt later in deze Nota van Uitgangspunten een voorkeurslocatie. Locatie 7: Flevopark (afgevallen in augustus 2019) Locatie Flevopark scoort slecht op kosten, ruimtelijke inpasbaarheid en draagvlak. De omvang van de tramstalling maakt inpassing van het bouwwerk op de locatie van het Flevoparkbad en in het bestaande park enorm lastig. Draagvlak bij de omgeving en bij het gemeentebestuur ontbreekt. Het Flevopark is onderdeel van de hoofdgroenstructuur, die hier al goed functioneert en na de komst van de tramstalling teruggebracht zou moeten worden naast of op de stalling. Verder is de bereikbaarheid van deze locatie afhankelijk van een nieuwe tramverbinding tussen Zeeburgereiland en Muiderpoortstation of Flevopark. Die tramverbinding wordt niet verwacht voor 2040 en dus is de bereikbaarheid van deze locatie voorlopig niet gegarandeerd. Wethouders Dijksma en Van Doorninck besloten daarom in augustus 2019 om deze locatievariant te laten vervallen.
Locatie 8: Oor A10 (niet inpasbaar) In de variantenverkenning (juni 2019) is onderzocht of een tramstalling voor 44 trams past in de westelijke lus van de afrit A10 S114 (Oor A10). Conclusie is dat dit niet past. Voor een tramstalling voor 44 trams, die voldoet aan de normen voor wissels en boogstralen (bocht/ ronding van de tramrails), is veel meer ruimte nodig dan in de westelijke lus aanwezig is. Uit nieuwe berekeningen blijkt, dat inmiddels behoefte is aan 38 trams voor tram 26, met een uitbreidingsmogelijkheid voor de nieuwe tramverbinding (reservering). (Zie [ref. 3], voor onderbouwing van veranderde capaciteitsbehoefte) Verder blijkt uit onderzoek naar de Cruciale Mijl IJburglaan dat de doorstroming op de kruising A10-S114 het beste kan worden verbeterd door de trambaan ten noorden van de IJburglaan te leggen. Oor A10 gebruiken als aanvulling op tramstalling in Baaibuurt Oost – voor ondersteunende voorzieningen zoals klein onderhoud, reinigen en zandvullen (zodat tram ook op een gladde trambaan goed kan remmen) – is niet wenselijk, omdat de toerit naar de A10 vaak zou moeten worden overgestoken om deze voorzieningen te kunnen gebruiken. Locatie 13: Strandeiland (geen volwaardige locatie) Strandeiland is onderdeel van IJburg. Op Strandeiland komt een nieuwe woonbuurt met ongeveer 8.000 nieuwe woningen.
Locatie Strandeiland staat niet op de variantenlijst als volwaardige locatie, wel als locatie voor een dependance voor maximaal 12 trams, in totaal dus twee stallingen van waaruit tram 26 gebruikt wordt. Dit is functioneel en financieel niet efficiënt (een tweede stalling leidt tot extra kosten voor beheer en onderhoud) en dus niet verstandig. Ook is een tramstalling op Strandeiland voor medewerkers slecht bereikbaar. Een volwaardige tramstalling voor 38 trams met uitbreidingsruimte voor 16 trams past niet binnen het stedenbouwkundig plan en de kwalitatieve, fijnmazige woonbuurt die Strandeiland moet worden. De kavels zijn te klein en
Nota van Uitgangspunten Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland
17
de ligging aan de buitenkant van Strandeiland heeft grote nadelen (lange rijafstanden met veel ‘lege kilometers’). Ook kan een tramstalling midden in een woongebied veel overlast geven. Al met al is de conclusie, dat een tramstalling op Strandeiland, als dependance van een grotere stalling op Zeeburgereiland, weinig zinvol en realistisch is. Zie bijlage 3 voor een uitgebreidere notitie over Strandeiland.
2.3 Conclusie Om bovengenoemde redenen zijn in deze Nota van Uitgangspunten voor de tramstalling de locaties Flevopark, Oor A10 en Strandeiland niet nader uitgewerkt als mogelijke varianten. De ruimtelijke reserveringen kunnen vervallen zodra een formeel PBI-2 besluit over de tramstalling is genomen. In deze nota blijven de locaties Baaibuurt Oost en Oostpunt over als te onderzoeken locaties.
Figuur 9. Twee overgebleven locaties voor de nieuwe tramstalling.
Baaibuurt Oost Baaibuurt Oost (Figuur 10) is een van de vijf deelgebieden op Zeeburgereiland. De buurt kenmerkt zich door zijn driehoekige vorm en ligt tussen de IJburglaan, Zuider IJdijk en Zuiderzeeweg. Baaibuurt Oost heeft in de bestaande situatie een oppervlakte van ongeveer 68.000 m2. Afhankelijk van de scenario’s voor de Cruciale Mijl IJburglaan en de locatie en positie van een definitieve tramstalling, varieert de oppervlakte van het plangebied van ongeveer 60.000 tot 90.000 m2. De bestaande tijdelijke tramstalling in Baaibuurt Oost ligt langs de IJburglaan en is niet overdekt. Deze stalling heeft een oppervlakte van ongeveer 16.500 m2.
Nota van Uitgangspunten Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland
18
Figuur 10. Bovenaanzicht Baaibuurt Oost, binnen blauwe omlijning wordt gezocht naar locatie voor definitieve tramstalling (Bron: Cyclomedia).
Oostpunt De Oostpunt heeft een oppervlakte van ongeveer 88.000 m2. Daarvan is het driehoekige deel (exclusief de baai en de berm naast de Enneüs Heermabrug) ongeveer 60.000 m2, waarvan het park en de NNN-zone ongeveer 30.000 m2 is beslag nemen. De andere 30.000 m2 is terrein, dat uitgegeven kan worden voor meervoudig ruimtegebruik, waarbij de tramstalling de basis vormt van de ontwikkeling. Behalve de NNN-zone nemen twee andere ontwikkelingen ook ruimte in beslag: • Rarro-zone ten oosten van A10 (Regeling Algemene Regels Ruimtelijke Ordening): een zone van 60 meter breed ten noorden van de IJburglaan langs de oostkant van de A10, bedoeld voor een eventuele toekomstige tweede Zeeburgertunnel. • op de Oostpunt liggen 150kV-hoogspanningskabels en is in de grond ruimte gereserveerd voor een toekomstige aansluiting naar het onderstation van TenneT. De ruimte voor de bestaande en toekomstige infrastructuur van TenneT heeft een oppervlakte van 20.000 m2. Parallel aan de locatiestudie voor de definitieve tramstalling, wordt gewerkt aan een visie voor de Oostpunt. Deze visie is onderdeel van het Ruimtelijk Kader Zeeburgereiland.
Nota van Uitgangspunten Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland
19
Figuur 11. Bovenaanzicht Oostpunt, binnen blauwe omlijning wordt gezocht naar locatie voor definitieve tramstalling (Bron: Cyclomedia).
Nota van Uitgangspunten Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland
20
3
Participatie en communicatie
3.1 Proces participatie en communicatie Het gemeentebestuur van Amsterdam vindt het belangrijk dat bewoners, belanghebbenden en andere (omgevings)partijen meedenken en meepraten over ontwikkelingen in de stad. In dit hoofdstuk wordt toegelicht op welke manier participatie en communicatie in deze fase van het project is vormgegeven en uitgevoerd. Belangrijk om te vermelden is, dat de ontwikkeling en aanleg van een tramstalling geen gebruikelijk, standaard werk is binnen de gemeente. Het vereist technische en specialistische kennis van spoortechniek en ruimtelijke inpassing. Dit is bepalend geweest voor de manier waarop belanghebbenden zijn betrokken bij het planproces. De uitgangspunten van het project en de afweging voor een voorkeurslocatie worden vast gelegd in een Nota van Uitgangspunten en deze wordt ter inspraak voorgelegd aan bewoners, belanghebbenden en andere geïnteresseerden. Na de inspraak worden de ontvangen reacties beantwoord in een Nota van Beantwoording en waar mogelijk en nodig verwerkt in de defini tieve Nota van Uitgangspunten. De uitgangspuntenfase eindigt met een voorkeursbesluit door de gemeenteraad.
3.2 Aanpak participatie De betrokken partijen bij de ontwikkeling van een definitieve tramstalling op Zeeburgereiland zijn grofweg te verdelen in de volgende groepen: • bewoners, belanghebbenden en andere (omgevings)partijen. • professionele partijen, met als belangrijkste onderverdeling: – shareholders (medeaandeelhouders). – interne stakeholders (interne afdelingen en directies van gemeente Amsterdam). – externe stakeholders (externe afdelingen en partijen). De manier waarop de groepen zijn betrokken bij deze fase in het planproces – variantenstudie voor bepalen van voorkeurslocatie – verschilt. Project Tramstalling Zeeburgereiland is niet los te zien van de ontwikkeling van het Ruimtelijk Kader Zeeburgereiland en project Cruciale Mijl IJburglaan. Daarom is de participatie en communicatie over deze projecten in nauwe samenhang verlopen en waar mogelijk gecombineerd. 3.2.1 Bewoners, belanghebbenden en andere (omgevings)partijen Het doel van de participatie en communicatie met bewoners, belanghebbenden en andere (omgevings)partijen is om belangen in beeld te krijgen rondom de opgave om een locatie te vinden voor een definitieve tramstalling en deze belangen mee te wegen bij de afwegingen.
Het resultaat van de participatie en communicatie is, dat bewoners geïnformeerd zijn over de (belangen)afweging bij de locatiekeuze voor een definitieve tramstalling en dat er voldoende acceptatie (of minimaal begrip) is voor het bestuurlijk besluit voor de voorkeurslocatie. Bewoners en belanghebbenden zijn geïnformeerd over de ontwikkeling van de tramstalling tijdens diverse bewonersbijeenkomsten (samen met de ontwikkeling van het Ruimtelijk Kader Zeeburgereiland en Cruciale Mijl IJburglaan). Opmerkingen en suggesties uit deze bijeenkomsten zijn betrokken bij de ontwikkeling en afweging van de verschillende varianten in deze nota. Vanaf 2020 hebben de volgende grote contactmomenten plaatsgevonden in nauwe samenwerking met het Ruimtelijk Kader Zeeburgereiland: • 24 februari 2020: bijeenkomst in Pakhuis de Zwijger.
Nota van Uitgangspunten Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland
21
• 1 juli 2020: bijeenkomst online. • voorjaar 2021: enquête online. • 18 maart 2021: bijeenkomst online, naar aanleiding van enquête. • 31 augustus 2021: bijeenkomst online. • 2 maart 2022: bijeenkomst in Cburg College. • 21 mei 2022: bijeenkomst IJburg op Strandlokaal IJburg. • 29 juni 2022: fietstour op Zeeburgereiland. Deze Nota van Uitgangspunten is ter inspraak voorgelegd aan de omgeving. Tijdens de inspraak periode kan iedereen reageren op de variantenstudie en voorkeurslocatie (zie paragraaf 3.3). Meet-up Zeeburgereiland Meet-up Zeeburgereiland is een periodieke bijeenkomst door en voor bewoners van Zeeburger eiland. Deze bijeenkomsten zijn openbaar - ook andere geïnteresseerden zijn welkom – en worden georganiseerd door stadsdeel Oost. Tijdens het planproces zijn de bijeenkomsten gebruikt om de buurt te informeren over de ontwikkeling van de tramstalling, om te luisteren wat er speelt bij bewoners en welke vragen/opmerkingen zij hebben. Bewonersbijeenkomsten Ruimtelijk Kader Zeeburgereiland, Cruciale Mijl IJburglaan en Tramstalling In deze bijeenkomsten zijn bewoners en belanghebbenden met kaartmateriaal geïnformeerd over de projecten en de voortgang. Ook is er in de zomer van 2022 een fietstocht georganiseerd, waarbij bewoners op de fiets zijn meegenomen langs diverse locaties op het eiland, waaronder de Oostpunt en Baaibuurt Oost.
Enquête Tijdens de Covid-pandemie is aan Amsterdammers gevraagd om via een (online) enquête mee te denken bij de ontwikkeling van Zeeburgereiland. De tramstalling was onderdeel van deze enquête. Ongeveer 2/3 van het aantal deelnemers gaf aan voorkeur te hebben voor een Baaibuurt Oost zonder tramstalling, waarbij de tramstalling naar de Oostpunt zou worden verplaatst. De voorkeur was een tramstalling op de Oostpunt met daarop een dak met een park. Inspraak Een belangrijk onderdeel van de uitgangspuntenfase is de inspraakperiode. Tijdens de inspraakperiode kunnen bewoners, belanghebbenden en andere (omgevings)partijen reageren op de concept plannen en voornemens (vastgelegd in de concept Nota van Uitgangspunten). De inspraakreacties worden waar mogelijk verwerkt in de definitieve Nota van Uitgangspunten. De manier waarop de inspraakreacties zijn verwerkt wordt toegelicht in de Nota van Beantwoording. Individuele overleggen Naast de brede bijeenkomsten hebben ook individuele gesprekken plaatsgevonden met bewoners, belanghebbenden en andere (omgevings)partijen. Deze overleggen zijn gebruikt om hen te informeren over de ontwikkeling van de tramstalling, te luisteren naar wat er speelt en welke vragen/opmerkingen er zijn.
3.2.2 Aandachtspunten vanuit de omgeving Tijdens de diverse communicatie- en participatiemomenten zijn de volgende reacties ontvangen van bewoners, belanghebbenden en andere (omgevings)partijen: • bewoners en geïnteresseerden tonen over het algemeen geen grote interesse in de tramstalling. • bewoners van de Sportheldenbuurt en Baaibuurten hebben geen grote zorgen en/of overlast van de huidige (tijdelijke) tramstalling. • bewoners van de Sportheldenbuurt willen de Bob Haarmslaan graag doortrekken. Dit zou de verbinding tussen beide buurten (Sportheldenbuurt en Baaibuurt Oost) bevorderen. Wanneer
Nota van Uitgangspunten Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland
22
de Bob Haarmslaan wordt doorgetrokken dan moet de tramstalling op de bestaande locatie worden aangepast. • er is grote weerstand tegen een tramstalling op de locatie van het Flevoparkbad. Inmiddels is besloten deze locatie af te laten vallen (zie paragraaf 2.2 voor onderbouwing). • bewoners en geïnteresseerden zien kansen voor een tramstalling in ‘oren’ van de A10 (een ‘oor’ is het gebiedje binnen de lus van een op-/afrit). Uit nader onderzoek is gebleken, dat dit ruimtelijk niet inpasbaar is (zie paragraaf 2.2 voor onderbouwing). • er is voorkeur voor de Oostpunt als locatie voor de definitieve tramstalling, liever dan in de Baaibuurten. • meerderheid van bewoners en geïnteresseerden hebben voorkeur voor een inpandige tramstalling, die geschikt is voor meervoudig ruimtegebruik (andere functies/voorzieningen boven op het dak van de stalling). Deze aandachtspunten zijn betrokken bij de ontwikkeling en afweging van de verschillende varianten in deze Nota van Uitgangspunten. In de volgende fase worden deze aandachtspunten betrokken bij de nadere uitwerking. 3.2.3 Professionele partijen Shareholders zijn medeaandeelhouder van de opgave, zij hebben een financieel aandeel in de oplossing. Dit zijn Vervoerregio Amsterdam en de directies Verkeer en Openbare Ruimte en Grond en Ontwikkeling van gemeente Amsterdam.
Onder interne stakeholders worden overige gemeentelijke directies verstaan, zoals het Ingenieursbureau en Ruimte en Duurzaamheid van gemeente Amsterdam en stadsdeel Oost. Het stadsdeel heeft ook een belangrijke adviesfunctie richting het college van B en W. Externe professionele stakeholders zijn overheidsinstanties en bedrijven, die kennis en expertise leveren, waarvan medewerking nodig is voor de totstandkoming van de oplossing, zoals Rijkswaterstaat, TenneT en GVB. Participatie en communicatie met de professionele stakeholders (raadpleging en hun advies inwinnen) moet leiden tot draagvlak bij deze groep voor een bestuurlijk besluit voor de voorkeursvariant. Ateliers Atelierbijeenkomsten zijn georganiseerd in PBI-fase 2 (2A en 2B), waar interne en externe professionele stakeholders inhoudelijk hebben meegedacht over de verschillende varianten voor de tramstalling en scenario’s voor Cruciale Mijl IJburglaan. Tijdens de atelierbijeenkomsten lag de nadruk op keuzes maken, de verschillende projecten verder integreren tot een aantal scenario’s en varianten en ontwikkelpaden en doorgroeimodellen bepalen.
Regiegroep Zeeburgereiland Regiegroep Zeeburgereiland is een tweewekelijks afstemmingsoverleg tussen de project managers van de grote infra-projecten op Zeeburgereiland (Cruciale Mijl IJburglaan, Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland en Verbinding Zeeburgereiland) en de projectmanagers van de gebiedsontwikkelingsprojecten. Op uitnodiging kunnen ook omgevingsmanagers deelnemen aan dit overleg. Begeleidingsgroep Voor het project is een begeleidingsgroep samengesteld, die eens per 8 weken bij elkaar komt. Deze groep geeft gevraagd en ongevraagd advies. Deelnemers zijn Vervoerregio Amsterdam, GVB-exploitatie, GVB Rail Infra Bedrijf, Rijkswaterstaat en vanuit de gemeente Ruimte en Duurzaamheid, Grond en Ontwikkeling en stadsdeel Oost. De begeleidingsgroep is het voorportaal naar het Opdrachtgeversoverleg.
Nota van Uitgangspunten Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland
23
Opdrachtgeversoverleg (OGO) Het Opdrachtgeversoverleg is het overleg tussen de drie financiers en de ambtelijke opdrachtgevers (Verkeer en Openbare Ruimte, Grond en Ontwikkeling en Vervoerregio Amsterdam). Het Opdrachtgeversoverleg is het voorportaal naar bestuurlijke besluitvorming. Thema-overleggen Tijdens thema-overleggen met diverse partijen zijn bepaalde onderwerpen inhoudelijk besproken, zoals het spoorontwerp, kabels en leidingen en ecologische verbindingszone. Ook werd kennis uitgewisseld over de ontwikkeling van tramstallingen elders in het land, onder andere met RET (Rotterdam) en HTM (Den Haag).
3.3 Inspraak en bestuurlijke besluitvorming Deze Nota van Uitgangspunten is ter inspraak voorgelegd aan de omgeving. Tijdens de inspraakperiode kan iedereen reageren op de variantenstudie en voorkeurslocatie. Waar mogelijk worden de inspraakreacties verwerkt in de definitieve Nota van Uitgangspunten. Ook wordt een Nota van Beantwoording geschreven. Hierin wordt toegelicht of inspraakreacties wel of niet zijn verwerkt in de definitieve Nota van Uitgangspunten en zo ja hoe. De plannen voor de tramstalling worden ter advies voorgelegd aan de stadsdeelcommissie en het dagelijks bestuur van stadsdeel Oost. Het dagelijks bestuur van stadsdeel Oost adviseert het college van B en W. Het college van B en W en uiteindelijk de gemeenteraad neemt het definitieve voorkeursbesluit (PBI-fase 2) met daarin de voorkeurslocatie voor de tramstalling. Aan de hand van de uitgangspunten wordt de tramstalling in de volgende fases van het project verder uitgewerkt tot een helder geformuleerde oplossing. De functionele en technische eisen worden definitief beschreven en er worden aanvullende onderzoeken gedaan. De ambtelijk opdrachtgever stelt het Programma van Eisen vast. Vervolgens neemt de gemeenteraad een uitvoerings- en kredietbesluit op basis van onder andere ontwerp, kostenraming (uitvoeringsen beheerkosten), beheerplan en risicoanalyse.
Nota van Uitgangspunten Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland
24
4
Ontwerpverkenning
In dit hoofdstuk staat de ontwerpverkenning centraal. Opgehaalde eisen en wensen van alle stakeholders zijn vertaald naar een indicatief spoorontwerp voor de verschillende varianten. Op basis van het spoorontwerp is per variant de benodigde constructie en fundering berekend en zijn 3D-afbeeldingen gemaakt. Uit de ontwerpverkenning blijkt of en in welke mate de varianten voldoen aan de eisen en wensen. Tijdens de beoordelingsbijeenkomst (01.11.2022) met stakeholders – onder andere GVB en Vervoerregio Amsterdam – bleek, dat de spoorontwerpen nog niet optimaal zijn. Zo moeten trams in de tramstalling een extra ronde rijden om zand te vullen. Dit is niet efficiënt en daarom niet acceptabel. Op beide locaties is ruimte om het spoorontwerp verder te verbeteren. Dit gebeurt in de volgende PBI-fase (PBI-fase 3, definitiefase).
4.1 Aanpak ontwerpverkenning Door bureauonderzoek en interviews zijn beleidsuitgangspunten, wensen en eisen verzameld. Deze zijn verwerkt in een klanteisenspecificatie (KES). De klanteisen zijn als uitgangspunt gebruikt voor het opstellen van de indicatieve spoorontwerpen (schetsontwerpen) voor de verschillende varianten. Met de methode van Verificatie en Validatie is bepaald of de ontwerpen voldoen aan de KES.
4.2 Vier varianten op twee locaties Locaties Baaibuurt Oost en Oostpunt zijn overgebleven als onderzoekslocaties voor een definitieve tramstalling. In het vervolg van deze Nota van Uitgangspunten wordt daarom alleen aandacht gegeven aan de ontwerpen, effecten en kosten van deze twee locaties. In totaal zijn 4 varianten onderzocht: • Variant 1: Uitbreiding bestaande stalling Baaibuurt Oost. • Variant 2: Nieuwe inpandige stalling Baaibuurt Oost. • Variant 3: Maaiveldstalling Oostpunt. • Variant 4: Inpandige stalling Oostpunt.
Nota van Uitgangspunten Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland
25
Variant 1: Uitbreiding bestaande stalling Baaibuurt Oost Variant 1 gaat uit van uitbreiding van de bestaande stalling met een ‘lichte geluidsdichte schil’ en een sedumdak vanwege de ligging midden in een woonwijk. In deze variant is geen mogelijkheid tot meervoudig ruimtegebruik. De capaciteit van de stalling wordt uitgebreid tot 38 trams voor tram 26, met een ruimtereservering voor 16 extra trams voor een eventuele nieuwe tramlijn en de mogelijkheid tot uitbreiding door dubbel ruimtegebruik. De tramstalling krijgt een extra rondrijmogelijkheid aan de oostkant en ruimte voor klein onderhoud (quick service). Door de uitbreiding van de stalling blijft minder ruimte over voor woningen. Naar schatting wordt ruimte voor woningen in Baaibuurt Oost ingeperkt tot 10.000 m2. Doortrekken van de Bob Haarmslaan is mogelijk.
Figuur 12. Schematisch bovenaanzicht variant 1.
Nota van Uitgangspunten Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland
26
Variant 2: Nieuwe inpandige stalling Baaibuurt Oost Variant 2 is een nieuwe inpandige tramstalling in Baaibuurt Oost met ruimte voor 38 trams (met mogelijkheid tot uitbreiding met 16 trams). In deze variant heeft de tramstalling een overkapping met dakfuncties, zoals bijvoorbeeld woningen, parken, sportvelden. Hierdoor kan de stalling beter in de omgeving ingepast worden. Door de tramstalling dieper in de buurt te plaatsen, is het mogelijk om een aantal bouwblokken langs de IJburglaan te ontwikkelen.