CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

6.a - Bijlageboek bij NvU Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland

RAAD 9 oktober 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het Ruimtelijk Kader Zeeburgereiland en de voorkeursoplossingen voor de infraprojecten Cruciale Mijl IJburglaan, Definitieve Tramstalling Zeeburgereiland en Verbinding Zeeburgereiland en beschikbaar stellen van voorbereidingskredieten VN2024-01148423.045 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

7.

Referenties

[1] Anoniem, Natuurverbinding Natuurboog Amsterdam zuidoost (ANV2). Provincie Noord-Holland, link: https://noord-holland-extern.terceraB85--HS-MEMO-22004776 / Vrijgegeven / Versie 6

10/15

MEMO

ro.nl/SiteData/8002/Publiek/BV00020/b_NL.IMRO.8002.POVPNH-VG01_540.pdf geraadpleegd 14-6-2022. [2] Anoniem, Overzichtskaart varianten Zeeburgereiland tramstalling. Gemeente Amsterdam, Documentnr 20220207_ZBE_Tramstalling_Overzichtskaart. [3] Anoniem, Omgevingsverordening NH2020. Provincie Noord-Holland, link: https://www.noordholland.nl/Onderwerpen/Ruimtelijke_inrichting/Projecten/Omgevingswet/Omgevings verordening geraadpleegd 9-6-2022. [4] Anoniem, Omgevingsregeling NH2020. Provincie Noord-Holland, link: https://www.noordholland.nl/Onderwerpen/Ruimtelijke_inrichting/Projecten/Omgevingswet/Omgevings verordening, geraadpleegd 9-6-2022. [5] Nationaal Georegister, Beschermde gebieden - Provincies (INSPIRE geharmoniseerd), link: https://nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search#/metadata/49ab8 bee-b467-486a-96ca-b950443c453a?tab=general, geraadpleegd 1-7-2022.

B85--HS-MEMO-22004776 / Vrijgegeven / Versie 6

11/15

MEMO

Bijlage 1 Relevante KES-eisen Deelproject

EisID KES0322

Eistitel

Eistekst

Toelichting

Corridor otter

Wens: In de corridor voor otters dient geen recreatie te worden toegestaan

Doelsoort otter is wens. Zeer gevoelig voor loslopende honden. Evt. kanovaart mogelijk wanneer aparte watergang wordt gecreëerd.

Tramstalling

KES0321

Corridor otter

Doelsoort otter is wens

Ruimte en Duurzaamh eid

Tramstalling

KES0320

Corridor otter

Wens: De corridor voor otters dient te bestaan uit een waterloop (niet of langzaam stromend) met een moeras/ruigte zone die geleidelijk overgaat in ruigte en struweel Wens: De corridor voor otters dient een minimale breedte te hebben van 50 meter en een maximale onderbreking van 50 meter.

Doelsoort otter is wens

Ruimte en Duurzaamh eid

Tramstalling

KES0319

Type oever

De oever dient voor de otter, ringslag, en meervleermuis een brede rietoever te zijn

Doelsoort otter is wens

Ruimte en Duurzaamh eid

Tramstalling

KES0318

Lichtvers toring

Lichtverstoring dient beperkt te worden langs vliegroutes

Voor de vleermuis

Ruimte en Duurzaamh eid

Tramstalling

KES0317

Landscha pseleme nten

Voor de vleermuis

Ruimte en Duurzaamh eid

Tramstalling

KES0316

Rustige locaties broeihop en

Voor de ringslang

Ruimte en Duurzaamh eid

Inrichtingseisen NNN Oost Gemeente Amsterdam

Tramstalling

KES0315

Zonmoge lijkheid

Voor de ringslang

Ruimte en Duurzaamh eid

Tramstalling

KES0314

Aaneeng esloten ecologisc he verbindin gszone

De oostelijke ecologische verbindingszone dient rechtlijnige landschapselementen te bevatten om langs te verplaatsen De oostelijke ecologische verbindingszone dient rustige locaties voor broeihopen nabij water te bevatten De oostelijke ecologische verbindingszone dient open ruimtes met zonmogelijkheid te bevatten De oostelijke ecologische verbindingszone dient een functionerend geheel te zijn zonder barrières

Topeis.

Ruimte en Duurzaamh eid

Inrichtingseisen NNN Oost Gemeente Amsterdam Inrichtingseisen NNN Oost Gemeente Amsterdam

Tramstalling

B85--HS-MEMO-22004776 / Vrijgegeven / Versie 6

Organisat ie Ruimte en Duurzaamh eid

Bron Handboek robuuste verbindingen: ecologische randvoorwaarden , 2001 Handboek robuuste verbindingen: ecologische randvoorwaarden , 2001 Handboek robuuste verbindingen: ecologische randvoorwaarden , 2001 Inrichtingseisen NNN Oost Gemeente Amsterdam Inrichtingseisen NNN Oost Gemeente Amsterdam Inrichtingseisen NNN Oost Gemeente Amsterdam

12/15

MEMO

Tramstalling

KES0313

Breedte oeverzon e

Oeverzones dienen flauwe zachte oevers te zijn variërend tussen 1:8 en 1:15

Minimale eis vanuit de waterspitsmuis, dit is een maatgevende doelsoort.

Ruimte en Duurzaamh eid

Tramstalling

KES0312

Corridor breedte

Minimale corridor breedte dient 25 meter te zijn

Irt de lengte van de corridor

Ruimte en Duurzaamh eid

Tramstalling

KES0311

Onderbre king corridors

Maximale onderbreking van water dient 30 meter te zijn tussen oever/eilanden

Minimale eis vanuit de waterspitsmuis, dit is een maatgevende doelsoort.

Ruimte en Duurzaamh eid

Tramstalling

KES0310

Inrichting corridors

Corridors dienen te bestaan uit zowel natte als droge inrichting

Tramstalling

KES0309

Ecologisc he verbindin gszone doelsoort en

Tramstalling

KES0307

Tramstalling Oostpunt

KES0306

Natuurin clusieve ontwikke ling Stadsnat uur waterzijd e Oostpunt

De oostelijke ecologische verbindingszone Zeeburgereiland dient geschikt te zijn voor de doelsoorten waterspitsmuis, ringslang, meervleermuis en rietvogel. Wens: otter Het Zeeburgereiland dient natuurinclusief ontwikkeld te worden.

Tramstalling

KES0305

Groene verbindin g oever

Tramstalling

KES0304

Groene verbindin g snelwegt alud

Aan de waterzijde rondom de Oostpunt dient een stadsnatuur verbinding te zijn, de doorloopt rondom de oostelijke afrit A10 tot de ring A10 De gehele oever rondom het Zeeburgereiland dient een groene verbinding te zijn, met uitzondering van de oever Zuiderzeeweg tussen de Amsterdamse Brug en het snelwegtalud oprit ring A10 in zuidelijke richting

Het snelwegtalud langs de ring A10 dient een groene verbinding te zijn.

B85--HS-MEMO-22004776 / Vrijgegeven / Versie 6

Ruimte en Duurzaamh eid De doelsoorten eisen een waterrijke omgeving. Doelsoort otter is wens

Groene verbindingen zijn langgerekte groenblauwe gebieden in de stad met een belangrijke verbindende functie. Groene verbindingen kunnen verschillende verschijningsvormen hebben: het kunnen parkachtige structuren zijn rondom buurten, groene omzomingen om gedenk-, tuin- of sportparken of groene bermen of taluds langs sporen en wegen. Groene verbindingen hebben vaak een belangrijke functie voor doorlopende vaar, wandel- en fietsverbindingen en zijn vaak breed genoeg voor andere recreatieve voorzieningen. Groene verbindingen zijn langgerekte groenblauwe gebieden in de stad met een belangrijke verbindende functie. Groene verbindingen kunnen verschillende verschijningsvormen hebben: het kunnen parkachtige

Ruimte en Duurzaamh eid

Inrichtingseisen NNN Oost Gemeente Amsterdam Inrichtingseisen NNN Oost Gemeente Amsterdam Inrichtingseisen NNN Oost Gemeente Amsterdam Inrichtingseisen NNN Oost Gemeente Amsterdam Inrichtingseisen NNN Oost Gemeente Amsterdam

Ruimte en Duurzaamh eid

Groenvisie p.28

Ruimte en Duurzaamh eid

Toetskaart Concept Beleidskader Hoofdgroenstruct uur

Ruimte en Duurzaamh eid

Concept Beleidskader Hoofdgroenstruct uur

Ruimte en Duurzaamh eid

Concept Beleidskader Hoofdgroenstruct uur

13/15

MEMO

Tramstalling

KES0303

Verbindi ng Diemersc heg Inpassing tramstalli ng

Tramstalling

KES0301

Tramstalling

KES0300

Tramstalling

KES0299

Tramstalling

KES0298

Ecologisc he structuur

Tramstalling

KES0297

Hoofdgro enstructu ur

Tramstalling

KES0296

NNN richtlijne n

Tramstalling Oostpunt

KES0206

Hoofdgro enstructu ur

Tramstalling Oostpunt

KES0206

Hoofdgro enstructu ur

Ecologisc he verbindin gszone oostoeve r Natura 2000

De verbinding met de Diemerscheg dient aantrekkelijk en veilig voor dieren te worden ingericht. Een tramstalling op de Oostpunt op het Zeeburgereiland dient te worden ingepast in de nog aan te leggen oostelijke ecologische verbindingszone Zeeburgereiland. Langs de oostoever, vanaf Diemerbos langs de oostzijde van ringweg A10, van het Zeeburgereiland dient een ecologische verbindingszone te komen Er dient rekening gehouden te worden met het Natura 2000-gebied Markermeer/IJmeer op circa 200 meter van Zeeburgereiland Het Zeeburgereiland dient ontwikkeld te worden volgens de gemeentelijke richtlijnen van de Ecologische structuur. Het Zeeburgereiland dient ontwikkeld te worden volgens de gemeentelijke richtlijnen van de Hoofdgroenstructuur. Het Zeeburgereiland dient ontwikkeld te worden volgens de provinciale richtlijnen van het Natuurnetwerk Nederland. Er dient ontwikkelruimte te worden geboden om kwantitatief en kwalitatief een goed functionerende hoofdgroenstructuur (NNN) te realiseren Er dient ontwikkelruimte te worden geboden om kwantitatief en kwalitatief een goed functionerende

B85--HS-MEMO-22004776 / Vrijgegeven / Versie 6

structuren zijn rondom buurten, groene omzomingen om gedenk-, tuin- of sportparken of groene bermen of taluds langs sporen en wegen. Groene verbindingen hebben vaak een belangrijke functie voor doorlopende vaar, wandel- en fietsverbindingen en zijn vaak breed genoeg voor andere recreatieve voorzieningen. Enkel relevant voor kruispunten met recreatieroutes

Het Zeeburgereiland is een onderdeel van de ecologische verbinding Gooi-Waterland.

Ruimte en Duurzaamh eid

Omgevingsvisie p.72

Ruimte en Duurzaamh eid

Inrichtingseisen NNN Oost Gemeente Amsterdam

Ruimte en Duurzaamh eid

Verbinding Zeeburgereiland Notitie Kansrijke Oplossingen

Ruimte en Duurzaamh eid

Verbinding Zeeburgereiland Notitie Kansrijke Oplossingen

Ruimte en Duurzaamh eid

Ecologische Visie

Ruimte en Duurzaamh eid

Het Zeeburgereiland is een ecologische schakel (NNN) tussen de gebieden Waterland en het Diemerpark / Diemerscheg. Natuur Netwerk Nederland (NNN)

Ruimte en Duurzaamh eid

Ruimte en Duurzaamh eid

20190115 Gespreksverslag met secretaris TAC

Natuur Netwerk Nederland (NNN)

Ruimte en Duurzaamh eid

Coalitieakkoord Gemeente Amsterdam

14/15

MEMO

Tramstalling Oostpunt

KES0206

Hoofdgro enstructu ur

hoofdgroenstructuur (NNN) te realiseren Er dient ontwikkelruimte te worden geboden om kwantitatief en kwalitatief een goed functionerende hoofdgroenstructuur (NNN) te realiseren

B85--HS-MEMO-22004776 / Vrijgegeven / Versie 6

Natuur Netwerk Nederland (NNN)

Ruimte en Duurzaamh eid

Hoofdgroenstruct uur in vorige coalitieakkoord

15/15

MEMO

AAN VAN TELEFOON KENMERK PROJECTNUMMER STATUS ONDERWERP DATUM

Projectteam tramstalling Zeeburgereiland Uil MJ den (Martin) 06 2021 1464 D80-MU-HS-MEMO-22004707 MN003921 vrijgegeven Tramstalling Oostpunt, geotechnisch aspecten 17 oktober 2022

Inleiding In 2020 is de bestaande tramstalling in Baaibuurt Oost uitgebreid en vernieuwd. Dit is een sober ingerichte voorziening met opstelplaatsen voor 32 tramstellen voor de IJtram, waarbij de voorzieningen een geplande levensduur hebben van 10 à 15 jaar. Op termijn zal deze stalling moeten worden vervangen door een toekomstvaste stalling, die past binnen de stedenbouwkundige ontwikkeling van het Zeeburgereiland. Daarbij moet de tramstalling voldoende opstelplaatsen, inclusief ondersteunende voorzieningen, bieden voor de IJtram en eventueel aanvullende trams van de nieuwe OV-verbinding. In PBI-fase 1 zijn in totaal 13 mogelijke locaties voor een tramstalling bekeken. De meeste daarvan zijn als niet haalbaar of niet realistisch beoordeeld. Locaties Baaibuurt-Oost en de Oostpunt zijn als onderzoeklocaties voor de definitieve tramstalling op Zeeburgereiland overgebleven. In deze memo komen een aantal bepalende geotechnische aspecten aan de orde voor de locatie Oostpunt. In onderstaande figuur 1 is het spoorontwerp van de tramstalling op Oostpunt weergegeven.

D80-MU-HS-MEMO-22004707 / vrijgegeven / Versie 1.0

1/9

MEMO

Figuur 1: Schets Spoorontwerp Oostpunt met begrenzing 150kV leidingstrook

Voor de locatie Oostpunt is de aanwezigheid van Tennet kabels een gegeven en uitgangspunt. In bovenstaande figuur is de grens van de kabelstrook gemarkeerd.

D80-MU-HS-MEMO-22004707 / vrijgegeven / Versie 1.0

2/9

MEMO

Aan de ligging van deze kabels zijn de volgende eisen gesteld:

In deze memo wordt allereerst een inventarisatie van de grondslag ter plaatse weergegeven. Daarna worden in het algemeen over de consequenties van eventueel ophoogwerk en worden enkele randvoorwaarden en maatregelen, met name gericht op de aanwezigheid van de Tennet-kabels aangegeven.

D80-MU-HS-MEMO-22004707 / vrijgegeven / Versie 1.0

3/9

MEMO

Inventarisatie grondslag ter hoogte van locatie Oostpunt Op basis van een aantal sonderingen (CPT000000013766, CPT00000080250, CPT00000080252) en boringen (B25G0276, B25G2990, B25G2997), verspreid uitgevoerd over de locatie van de Oostpunt, zie bijlage I, en II kan de bodemgesteldheid als volgt worden omschreven: De maaiveldhoogtes van dit uitgevoerde grondonderzoek varieert van NAP +2,0 tot -2,5 m. De sonderingen en boringen zijn genomen op meer of minder opgehoogd terrein. Vanaf maaiveld tot een niveau van NAP -4,0 tot -8,5 wordt een ophoogzandlaag aangetroffen, die daarmee sterk in dikte varieert. Onder het ophoogzand wordt achtereenvolgens een kleilaag en een veenlaag gevonden, tot het niveau van ca. NAP -6,0 m. Met name de veenlaag is als gevolg van het ophoogzand sterk samengedrukt. Onder de veenlaag bevindt zich wadzand, een sterk zandhoudende kleilaag, gevolgd door een (niet altijd aanwezige) dunne basisveenlaag tot een niveau van ca. NAP -12,0 à -12,5 m. Vanaf dit niveau van ca. NAP -12,0 à -12,5 m tot ca. NAP -14,5 m wordt de 1e zandlaag aangetroffen. Onder deze 1e zandlaag komen wisselend los gepakte zandlagen en sterk kleiige zandlagen voor tot het niveau van ca. NAP -17,75 à -18,5 m, het niveau waarop de 2e zandlaag wordt gevonden, een zandlaag met relatief hoge sondeerwaarden.

Dit zand kent sondeerwaarden van minimaal 20 à 25 MPa en komt voor tot een niveau van ca. NAP -25,0 à -26,0 m, van waar af de Eemkleilaag wordt aangetroffen tot op grotere diepte. Zie onderstaande figuur voor sondering CPT00000008025:

Figuur 2: sondeerbeeld Oostpunt

D80-MU-HS-MEMO-22004707 / vrijgegeven / Versie 1.0

4/9

MEMO

Op de site maps.amsterdam.nl is de ligging van de in Amsterdam aanwezige oergeul (de loop van de oude stroomgeul van het Oer-IJ) weergegeven, zie voor een uitsnede daaruit onderstaande figuur 3:

Figuur 3 Ligging: Oergeul bij Oostpunt

Uit deze informatie, maar ook uit de sonderingen van Dinoloket, te weten de sonderingen CPT00000031374, 31376 en 38088, is eenduidig af te leiden dat de voorziene spoor- en autoverbinding buiten de begrenzing van de oergeul ligt, daarmee is de aanwezigheid van de 1e zandlaag ter hoogte van de verbinding ook aangetoond. Verder is uit de beschikbare sonderingen ter hoogte van de A10 en IJburglaan af te leiden dat het zand (locaal) daar ter plaatse tot NAP -8,5 m kan zijn doorgezet.

D80-MU-HS-MEMO-22004707 / vrijgegeven / Versie 1.0

5/9

MEMO

Effecten ophoogwerk De grootte van de zettingen als gevolg van het bouwrijp maken van terreinen rond de Oostpunt wordt bepaald door de grootte van de (netto) ophoging, de bodemdiepte van het water, maar ook de plaatselijke bodemgesteldheid en de samendrukbaarheid van de aanwezige slappe lagen. De te verwachten zettingen zijn af te lezen uit diverse sonderingen, gemaakt in opgehoogde terreindelen. Het ophoogzand blijkt afhankelijk van de hoogte van de ophoging doorgezet tot NAP -4,0 à -8,0 m. Dit betekent bij een eindhoogte van het terrein van ca. NAP +2,0 m, dat er rekening moet worden gehouden met substantiële zettingen, van een aantal meters groot. Plaatselijk kunnen aan de randen van de ophogingen ook doorpersingen voorkomen. De afstand tot waar zettingen kunnen worden verwacht, dit mede als gevolg van de (nieuwe) belastingspreiding in de ondergrond, over de hoogte van het slappe lagen pakket tot ca. NAP -12,5 m, wordt ingeschat op 10 tot maximaal 20 m van de rand van een nieuwe ophoging. Voor de duur van het ophogen dient rekening te worden gehouden met een ophoogtijd en zettingstijd (de grondwerkperiode) van 1,5 tot 2,5 jaar. De benodigde tijd hiervoor, wordt bepaald door de lokaal voorkomende grondslag, maar ook door de zettingsmaatregelen, zoals toepassing van verticale drainage en extra overhoogtes en/of de toepassing van licht ophoogmateriaal.

Het restzettingscriterium van de Tennet-kabels is niet exact bekend, maar zal niet meer bedragen dan 0,30 m in 50 jaar. Dit betekent dat binnen de genoemde afstand van 10-20 m tot de kabels niet (met alleen zand) kan worden opgehoogd.

D80-MU-HS-MEMO-22004707 / vrijgegeven / Versie 1.0

6/9

MEMO

Maatregelen ten behoeve van aanwezige Tennet kabels Wanneer de afstand van de kabelligging ten opzichte van een eventueel grondwerk onvoldoende groot is (vooralsnog kleiner dan 20 m, precieze afstand nader te bepalen op basis van aanvullende geotechnische onderzoeken), zijn verscheidene maatregelen mogelijk: 

 

Het afschermen van de kabels door middel van een damwand tot aan de onderzijde van de samendrukbare lagen (dieper dan NAP -12,5 m), waardoor vervormingen van de kabels als gevolg van het ophoogwerk wordt voorkómen. Bij trillingsvrij inbrengen van de damwand, kan de afstand van de damwand tot de kabels beperkt blijven tot ca. 3 m Het overkluizen van de kabels, door een constructie op palen met een dek, met daaronder een vrije ruimte (conform de Tennet-eisen). De overkluizingsconstructie dient te worden gefundeerd op palen, die worden gefundeerd op de eerder genoemde 2e zandlaag, met een puntniveau van ca. NAP -20,0 m. Verwacht wordt dat dit in overleg met Tennet een trilllingsvrij paaltype zal moeten worden. Bij deze maatregel geldt een vereiste minimale afstand van ca. 2,5 à 3,0 m van de funderingspalen tot de TenneT-kabels In de verdere uitwerking kan ook toepassing van een licht ophoogmateriaal (EPS, Bims) een effectieve (deel-)maatregel zijn Toepassing van een brugconstructie naar de stalling, gefundeerd op palen. Ook bij deze maatregel geldt een vereiste minimale afstand van ca. 2,5 à 3,0 m van de brug (met funderingspalen) tot de TenneT-kabels.

Conclusie en advies De ligging van de 150kV kabels is zodanig, dat een ophoging (zonder afschermende damwand, of gebruikmakend van lichte ophoogmaterialen) vooralsnog geen optie is binnen een contour van 20 meter. Dat betekent dat een brug als toegang tussen de IJburglaan en de stalling binnen die contour de enige optie is. Buiten deze contour kan (geotechnisch gezien) een ophoging en landverbinding in het water worden overwogen. In elk geval zal een landverbinding ter hoogte van de aansluiting op de A10 en IJburglaan zettingen in de bestaande aardebanen van deze wegen ten gevolge hebben. Of deze zettingen toelaatbaar zijn voor de wegconstructies, zal middels aanvullend grondonderzoek en berekeningen moeten worden aangetoond. Mogelijk zullen er ter hoogte van de aansluiting lichte ophoogmaterialen of een afschermende damwandconstructie moeten worden toegepast. Uil MJ den (Martin) senior adviseur geotechniek Bijlage I: geïnventariseerd onderzoek BRO loket rond de locatie Bijlage II: beschouwd onderzoeksgebied grondonderzoek

D80-MU-HS-MEMO-22004707 / vrijgegeven / Versie 1.0

7/9

MEMO

Bijlage I: geïnventariseerd onderzoek BRO loket rond de locatie Alleen digitaal beschikbaar

D80-MU-HS-MEMO-22004707 / vrijgegeven / Versie 1.0

8/9

MEMO

Bijlage II: beschouwd onderzoeksgebied grondonderzoek

D80-MU-HS-MEMO-22004707 / vrijgegeven / Versie 1.0

9/9

RAPPORT

Omgevingsscan Tramstalling Zeeburgereiland

Planologische toets, vergunningen en water

Versie: 2.0 Status: Vrijgegeven Datum: 24-04-2024 Kenmerk: A30--HS-RAP-22004680

Autorisatieblad Omgevingsscan Tramstalling Zeeburgereiland Planologische toets, vergunningen en waterinundatierisico

Opgesteld door Gecontroleerd door Vrijgegeven door

Naam

Akkoord

Datum

Joris Wever Dirk Honderd Arnold van Driel

✓ ✓ ✓

23-04-2024 24-04-2024 24-04-2024

Versiehistorie Versie Naam

Datum

Korte toelichting

0.1 1.0

Concept Concept

8-7-2022 22-8-2022

1.1

Definitief

16-9-2022

2.0

Herzien

24-04-2024

Concept versie ter review Versie met doorgevoerde wijzigingen op basis van review gemeente Amsterdam toegestuurd op 21 juli 2022. Definitieve versie incl. toevoeging eigendomsrechten Herzien paragraaf Inundatierisico’s n.a.v. review Waternet

A30--HS-RAP-22004680 / Proj.nr. MN003921 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 24-04-2024

Inhoudsopgave

1.

Inleiding

1

2.

Planomschrijving

2

2.1 De projectlocatie

2

3.

2.1.1 Baaibuurt Oost 2.1.2 Oostpunt

2 2

2.2 Vier mogelijke varianten

2

2.2.1 Baaibuurt Oost 2.2.2 Oostpunt

2 3

2.3 Functionele voorzieningen

6

Planologische toets

7

3.1 Vigerende bestemmingsplannen

7

3.1.1 Bestemmingsplan Zeeburg - Schellingwoude 3.1.2 Bestemmingsplan Doebaai 3.1.3 Bestemmingsplan Zeeburgereiland RI-Oost 3.1.4 Bestemmingsplan IJburg 1e fase CS 3.1.5 Facetherziening Oostelijk Havengebied Zeeburg

7 8 9 10 12

3.2 Bestemmingsplan toets

12

3.2.1 Baaibuurt Oost 3.2.2 Oostpunt

12 13

3.3 Ruimtelijke procedure

14

3.3.1 Milieueffectrapportage (m.e.r.)

14

4.

Vergunningen

17

5.

Inundatierisico’s

18

5.1 Overstromingsgevaar en wateroverlast 5.2 Sub-variant 4A 5.3 Sub-variant 4B

18 20 21

Eigendomsrechten

22

6.1 Baaibuurt Oost 6.2 Oostpunt

22 23

Geraadpleegde bronnen

24

Bijlage 1 Vergunningeninventarisatie

25

Colofon

26

6.

A30--HS-RAP-22004680 / Proj.nr. MN003921 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 24-04-2024

1.

Inleiding

De komende jaren wordt het Zeeburgereiland verder ontwikkeld tot een gebied om te wonen, werken, studeren en recreëren. De groei van het aantal inwoners op IJburg en Zeeburgereiland zet de bereikbaarheid van het Zeeburgereiland en omringende gebieden op de oostflank van Amsterdam onder druk. Om deze gebieden nu en in de toekomst bereikbaar en leefbaar te houden is in het Mobiliteitsplan Zeeburgereiland en IJburg een integrale en samenhangende aanpak van de bereikbaarheid van dit gebied voorgesteld. Hierin staan maatregelen voor de periode 2018 tot 2043, die moeten leiden tot een goed werkend en robuust vervoerssysteem voor alle modaliteiten. Duurzame mobiliteit heeft daarbij prioriteit: openbaar vervoer, fiets, en smart mobility. Als één van de maatregelen voor een goed werkend openbaar vervoer-systeem is in het mobiliteitsplan de aanleg van een nieuwe, definitieve tramstalling voorzien. In 2020 is de bestaande tramstalling in Baaibuurt Oost uitgebreid en vernieuwd. Dit is een sober ingerichte voorziening met opstelplaatsen voor 32 tramstellen voor de IJtram, waarbij de voorzieningen een geplande levensduur hebben van 10 à 15 jaar. Op termijn zal deze stalling moeten worden vervangen door een toekomstvaste stalling, die past binnen de stedenbouwkundige ontwikkeling van het Zeeburgereiland.

Uit een inventarisatie van 13 mogelijke locaties voor een nieuwe tramstalling zijn na het Principebesluit Programma HOV Oostflank (2018) en het Principebesluit Cruciale Mijl (2019) vijf potentiële locaties overgebleven: 1. Flevopark; 2. Oor A10 (in de lus van de westelijke oprit naar de rijksweg); 3. Baaibuurt-Oost; 4. Oostpunt Zeeburgereiland; 5. Strandeiland (als dependance voor maximaal 12 trams ter aanvulling). De locaties Flevopark (stedenbouwkundig onwenselijk) en Oor A10 (te krap) zijn later alsnog afgevallen. Ook de locatie Strandeiland is niet geschikt, want deze locatie biedt onvoldoende ruimte voor een volwaardige stalling. Daarmee blijven de locaties Baaibuurt-Oost en Oostpunt als volwaardige mogelijkheden over (Gemeente Amsterdam, 2021). Voor de locaties Baaibuurt-Oost en Oostpunt zijn er in totaal vier varianten in beeld. Doel van voorliggende omgevingsscan is om deze vier varianten te toetsen op: - vigerende planologische situatie en mogelijk te doorlopen ruimtelijke procedures; - benodigde vergunningen voor het realiseren van de stalling; - overstromingsgevaar en wateroverlast vanuit de richtlijnen van het waterschap.

A30--HS-RAP-22004680 / Proj.nr. MN003921 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 24-04-2024

1/25

2.

Planomschrijving

2.1

De projectlocatie

2.1.1 Baaibuurt Oost Baaibuurt Oost betreft het driehoekige gebied gelegen tussen de IJburglaan, Zuider IJdijk en Zuiderzeeweg. In de bestaande situatie heeft het gebied een oppervlakte van ongeveer 68.000 m2. Parallel aan de IJburglaan (aan de noordkant van Baaibuurt Oost) is de huidige tramstalling gelegen in de open lucht. Deze stalling heeft een oppervlakte van ongeveer 16.500 m2.

Figuur 1. Twee beoogde locaties voor de nieuwe tramstalling (Gemeente Amsterdam, 2022).

2.1.2 Oostpunt Oostpunt is de oostelijke punt van Zeeburgereiland ten oosten van de A10, en ten noorden van IJburglaan. Het gebied heeft een oppervlakte van ongeveer 88.000 m2 aan land, en 58.000 m2 aan water. Het wordt gezien als de biotoop van Zeeburgereiland. Het gebied fungeert als belangrijke groene verbinding binnen de NNN-Zone (Natuur Netwerk Nederland). Het uitgangspunt is om het groene karakter centraal te stellen bij volgende ontwikkelingen in dit gebied.

2.2

Vier mogelijke varianten

2.2.1

Baaibuurt Oost

2.2.1.1 Variant 1: Uitbreiding huidige stalling Variant 1 (figuur 2) gaat uit van uitbreiding van de huidige stalling in de open lucht. De capaciteit wordt hiermee uitgebreid tot 38 trams voor de IJtram, met een ruimtelijke reservering voor 16 extra trams voor een eventuele nieuwe tramlijn. Daarnaast zal de stalling voorzien worden van een extra keerlus aan de oostzijde, een quickservice en een geluidsdichte schil. Door de uitbreiding van de stalling blijft er minder

A30--HS-RAP-22004680 / Proj.nr. MN003921 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 24-04-2024

2/25

ruimte over voor woningen. Naar schatting wordt deze ruimte op Baaibuurt Oost ingeperkt tot 10.000 m2. Wel is het doortrekken van de Bob Haarmslaan mogelijk. Langs dit verlengde stuk van de Bob Haarmslaan kunnen woningen ontwikkeld worden.

Figuur 2. Concept schets van variant 1: uitbreiding van de huidige tramstalling. Rood: tramstalling, geel: bebouwing, blauwe pijl: IJburglaan, rode pijl: Bob Haarmslaan (Gemeente Amsterdam, 2022).

2.2.1.2 Variant 2: Nieuwe inpandige stalling met overkapping, inclusief dakfuncties Variant 2 (figuur 3) betreft een inpandige tramstalling met overkapping, inclusief dakfuncties. Hierdoor wordt het mogelijk om functies op het dak te ontwikkelen, zoals woningen, parken en sportvelden. De stalling kan hierdoor landschappelijk ook beter geïntegreerd worden. Door de tramstalling dieper in de buurt te plaatsen, is het mogelijk om meerdere bouwblokken langs de IJburglaan te ontwikkelen.

Figuur 3. Concept schets van variant 2: uitbreiding van de huidige tramstalling met overkapping, inclusief dakfuncties. Rood: tramstalling, geel: bebouwing, blauwe pijl: IJburglaan, rode pijl: Bob Haarmslaan (Gemeente Amsterdam, 2022).

2.2.2

Oostpunt

2.2.2.1

Variant 3: Nieuwe stalling zonder overkapping, groeimodel voor overkapping inclusief dakfuncties Variant 3 (figuur 4) betreft de ontwikkeling van een tramstalling in de open lucht in de buurt Oostpunt. In een later stadium zou de stalling voorzien kunnen worden van een overkapping, waardoor

A30--HS-RAP-22004680 / Proj.nr. MN003921 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 24-04-2024

3/25

meervoudig ruimtegebruik mogelijk wordt gemaakt. De tramstalling op deze locatie heeft als voordeel dat Baaibuurt Oost hierdoor maximaal benut kan worden voor woningbouw. Variant 3 vertoont overlap met de NNN-zone (figuur 5). De bereikbaarheid van de tramstalling bij variant 3 wordt geregeld door middel van een brug (zie concept schets variant 4A in figuur 7, deze brug maakt ook deel uit van variant 3 alleen dan zonder de in het figuur geïllustreerde dakfuncties).

Figuur 4. Concept schets van variant 3: de nieuwe tramstalling zonder overkapping, groeimodel voor overkapping inclusief dakfuncties. Rood: tramstalling, blauwe pijl: IJburglaan (Gemeente Amsterdam, 2022).

Figuur 5. Luchtfoto van Zeeburgereiland met in het groen de NNN-zone, lopend langs de oever van Oostpunt.

A30--HS-RAP-22004680 / Proj.nr. MN003921 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 24-04-2024

4/25

2.2.2.2 Variant 4: Nieuwe stalling met overkapping, inclusief dakfuncties Variant 4 (figuur 6) betreft de ontwikkeling van een tramstalling in Oostpunt mét overkapping. Variant 4 heeft twee sub-varianten*. Bij sub-variant 4A (figuur 7, links) wordt de overkapping benut om een goederen hub, park en/of sportvelden te ontwikkelen. Net als bij variant 3 wordt de tramstalling ontsloten via een brug. De oever van de NNN-zone blijft hierdoor vrij van bebouwing, waardoor de NNN-zone een ongehinderde doorgang krijgt (Gemeente Amsterdam, 2021). Bij sub-variant 4B (figuur 7, rechts) wordt de overkapping benut om de tramstalling in te passen in het landschap, door de realisatie van een park of een groen dak. Bij deze sub-variant strekt de tramstalling zich uit over het water. Dit gaat ten koste van de oever van de NNN-zone. Hierdoor zijn aanvullende maatregelen opgenomen om de natuur zijn pad te laten vervolgen, bijvoorbeeld in de vorm van ecologische eilanden en een lange groene daktuin. Mogelijk zal deze variant gecombineerd worden met de ontwikkeling van een afvaloverslagpunt. Dit dient echter nog nader onderzocht te worden. *Update 2022-07-27: tijdens de review is uit geotechnisch onderzoek gebleken dat sub-variant 4B geen optie is in verband met de zettingen op het 150kv tracé van Tennet. Daarom is deze variant afgevallen.

Figuur 6. Concept schets van variant 4: de nieuwe tramstalling met overkapping, inclusief dakfuncties. Rood: tramstalling; geel: dakfuncties, goederen hub, park, sportvelden of groen dak; blauwe pijl: IJburglaan (Gemeente Amsterdam, 2022).

Figuur 7. Links concept schets variant 4A waarbij de tramstalling met de tramlijn aan de IJburglaan wordt verbonden via een brug. Op de overkapping worden een goederen hub, park, en meerdere sportvelden ontwikkeld. Rechts de (reeds afgevallen) concept schets van variant 4B waarbij de tramstalling wordt ontsloten via land, inclusief ecologische eilanden en lange groene daktuin (Gemeente Amsterdam, 2021).

A30--HS-RAP-22004680 / Proj.nr. MN003921 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 24-04-2024

5/25

2.3

Functionele voorzieningen

Onderstaand in het kort een lijst van functionele voorzieningen waar de tramstalling mee uitgerust dient te worden (Gemeente Amsterdam, 2021): • Wasstraat; • Zandvulinstallatie bij uitrijden; • Quickservicespoor, geen onderdeel van de stallingsruimte, biedt ruimte om defecte trams tijdelijk te stallen, zonder de exploitatie te hinderen. Daarnaast dient dit spoor voor klein onderhoud aan trams; • Rondrijden in stalling om vrij te kunnen kiezen in volgorde van wassen, stallen, zandvullen, quickservice en de in- of uitrijrichting; • Drie afzonderlijke 10kV voedingsruimte en gelijkrichterstation (in nabijheid of aan buitenzijde gebouw). De bovenstaande lijst dient als basis om te bepalen of de varianten, inclusief functionele voorzieningen, in strijd zijn met de regels in het bestemmingsplan. Hier wordt nader op ingegaan in paragraaf 3.2 over de bestemmingsplantoets.

A30--HS-RAP-22004680 / Proj.nr. MN003921 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 24-04-2024

6/25

3.

Planologische toets

Dit hoofdstuk omvat een planologische toets. Deze toets is uitgevoerd om te kunnen bepalen of het project vanuit planologisch oogpunt past op de beoogde locaties.

3.1

Vigerende bestemmingsplannen

In het projectgebied gelden de volgende vier bestemmingsplannen: 1. Bestemmingsplan Zeeburg – Schellingwoude (onherroepelijk 1984-05-24); 2. Bestemmingsplan Doebaai (onherroepelijk 2021-01-20); 3. Bestemmingsplan Zeeburgereiland RI-Oost (onherroepelijk 2010-03-02); 4. Bestemmingsplan IJburg 1e fase CS (onherroepelijk 2013-12-19). 3.1.1 Bestemmingsplan Zeeburg - Schellingwoude In zowel deelgebied Baaibuurt Oost als Oostpunt is sinds 1984 het bestemmingsplan ‘Zeeburg – Schellingwoude’ van toepassing (figuur 7). De deelgebieden in dit plan worden onderscheiden door de Zuiderzeeweg, A10 en IJburglaan. Baaibuurt Oost heeft in dit plan de bestemming ‘opslagterreinen’ bedoeld voor de door de Justitie in beslag genomen goederen, en Oostpunt ‘openbaar groen’ (noorden) en ‘horecabebouwing’ (zuiden).

Figuur 8. Uitsnede uit plankaart van bestemmingsplan Zeeburg - Schellingwoude. De gronden op Baaibuurt Oost zijn bestemd voor ‘opslagterreinen’ (rode vlak), en Oostpunt is bestemd voor ‘openbaar groen’ (groene vlak) en ‘horecabebouwing’ (bruine vlak). De blauwe stippellijn betreft Baaibuurt-Oost, de rode stippellijn betreft Oostpunt.

Enkelbestemming ‘opslagterreinen’ Het plangebied ter hoogte van de Baaibuurt Oost is bestemd voor doeleinden van openbaar nut en zijn aangewezen voor 'opslagterreinen (EE)'. De gronden mogen voor wat betreft bebouwing slechts worden gebruikt voor: • •

Het oprichten en in stand houden van gebouwen, welke naar hun aard slechts kunnen worden bestemd en ingericht als opslagruimten, met inbegrip van bijbehorende nevenruimten, waaronder ten hoogste twee dienstwoningen; Voor het oprichten en in stand houden van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor zover deze verband houden met de bestemming van deze gronden.

A30--HS-RAP-22004680 / Proj.nr. MN003921 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 24-04-2024

7/25

Met betrekking tot gebouwen geldt een maximale bouwhoogte van 12 meter en een maximum bebouwingspercentage van 15%. Enkelbestemming ‘openbaar groen’ Het bovenste gedeelte van het plangebied ter hoogte van de Oostpunt heeft de bestemming ‘openbaar groen’. Deze gronden zijn gereserveerd voor parken, plantsoenen en bermen met bijbehorende paden en waterlopen en mogen enkel voor deze doeleinden worden gebruikt. Enkelbestemming ‘horecabebouwing’ Het onderste gedeelte van het plangebied ter hoogte van de Oostpunt heeft de bestemming ‘horecabebouwing (DD)’. Deze gronden zijn gereserveerd voor het oprichten van een motel en/of restaurant. Met betrekking tot gebouwen geldt een maximale bouwhoogte van 10 meter en een maximum bebouwingspercentage van 35%. 3.1.2 Bestemmingsplan Doebaai In Baaibuurt Oost is door de gemeente Amsterdam samen met woningcorporatie De Key het tijdelijke woonproject Startblok Zeeburg gerealiseerd. 50% van de woningen is bestemd voor statushouders en 50% voor studenten en jongeren. Om een bijdrage te leveren aan de levendigheid en veiligheid is de gemeente voornemens om voorzieningen te creëren voor het woonproject. Dit project, genaamd ‘Doebaai’, omvat ruimten voor start-ups, meetings, horeca, werk- en studieplekken. Er wordt gestreefd naar een tijdelijke invulling voor de duur van maximaal 10 jaar met functies die de buurt verbindt.

Het bestemmingsplan ‘Doebaai’ (figuur 9) is opgesteld om te voorzien in een juridisch planologisch kader specifiek voor dit project. Het plan omvat enkelbestemmingen ‘water’ (inclusief functieaanduiding steiger), ‘gemengd’ (inclusief functieaanduiding gemengd uitgesloten bedoeld voor de instandhouding van taluds) en ‘verkeer’ (inclusief functieaanduiding parkeerterrein en water), en de dubbelbestemming ‘leiding-gas’.

Figuur 9. Locatie en plankaart van bestemmingsplan Doebaai. Op de plankaart in het blauw de bestemming ‘water’, in het oranje de bestemming ‘gemengd’, en in het grijs de bestemming ‘verkeer’. Het vlak met de stippen betreft een terrein met dubbelbestemming ‘leidinggas’. De blauwe stippellijn betreft Baaibuurt-Oost.

Enkelbestemming ‘gemengd’ De op de plankaart voor ‘gemengd’ aangewezen gronden zijn bestemd voor maatschappelijke dienstverlening (overheids-, sociale-, culturele-, medische-, onderwijs-, sport-, religieuze en vergelijkbare maatschappelijke voorzieningen, waaronder mede begrepen kinderopvangvoorzieningen,

A30--HS-RAP-22004680 / Proj.nr. MN003921 / Vrijgegeven / Versie 2.0 / 24-04-2024

8/25

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14587672/1