CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

5. Zienswijze Founding Fathers Pride Amsterdam

Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit 11 juli 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Bespreken van het uitvoeringsbeleidPride en bijbehorende nota vanbeantwoordingNr. VN2024-00860313.319 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Twee gelijkwaarde aanvragers. Paragraaf 5.3, pagina 11, stap 4. Inhoudelijke beoordeling. Discriminatie is een groot probleem van de gehele lhbt+ gemeenschap. Statistische gegevens geven niet altijd een helder beeld van de ernst van de situatie. Van de transgemeenschap heeft 70% last van discriminatie en onveiligheid, dat is een schrikbarend hoog percentage en natuurlijk moet de gemeente daar iets mee doen. Van de mainstream lhb+ heeft 45% last van discriminatie, ook dat is een erg hoog percentage. De mainstream LHB+ gemeenschap bestaat in Nederland uit minimaal een miljoen personen. De transgemeeschap is in absolute aantalen aanzienlijk kleiner dan de mainstream regenbooggroepen. Van de mainstream LHB+ gemeenschap heeft 45% last van discriminatie en onveiligheid, in absolute getallen gaat het om minimaal 450 duizend mensen die te maken hebben met onveilige situaties en discriminatie. Een schrikbaren hoog aantal waar het bestuursorgaan niet aan voorbij kan gaan. Dit hoge aantal gediscrimineerde personen vraagt ook bescherming van het bestuursorgaaan. De gemeente wekt de indruk de problematiek van de grote groep lhb gemeenschap relatief minder aandacht te willen geven. Dat lijkt ons geen goede zaak. Veel jonge LHB+ worden dagelijks gediscrimineerd en het merendeel van de jongeren, met of zonder kleur, durven op middelbare scholen nauwelijks uit de kast te komen.

Het overgrote deel van de pubers durft zich nog steeds niet te outen tijdens hun verblijf op de middelbare school. Daarnaast blijkt ook het merendeel van de witte cis gay mannen en witte cis lesbo vrouwen in de openbare ruimte niet meer hand in hand durven lopen. Ook voor hen moet er aandacht zijn. De gemeente maakt ten onrechte onderscheid tussen de verschillende groepen binnen de grote LHBTIQ- gemeenschap. De transgender en de biculturele groepen worden specifiek uitgelicht, zonder de ernst van discriminatie van de overige groepen te benoemen. Wij denken dat dit niet goed is.

21

Onze bezwaren bij deze stap zijn meerledig. Stelt de gemeente dit soort eisen ook aan andere organisaties? Transpersonen werken immers ook bij de overheid, de NS, het winkelpersoneel, het onderwijs en in de zorg. Krijgen deze organisaties dezelfde eisen opgelegd als de organisator van PA? Ten tweede. Hoe kan de nieuwe organisator in praktische zin succesvol voldoen aan de eis “contact leggen met alle trans- en biculturele groepen’? Heeft de gemeente lijsten van ‘alle groepen van de transgemeenshap en de biculturele groepen? Geldt dit criterium bij stap 4 voor alle Nederlandse of juist alleen de Amsterdamse groepen? Moeten deze groepen specifiek benaderd worden door de organisator? Voornaamste bezwaar is dat de gemeente onderscheid maakt in de letters van de LHBT gemeenschap. In absolute aantallen is het probleem heel anders dan bij procentuele verschillen. De overheid moet zich hier rekenschap van geven. Om Lhbt jongeren met een biculturele achtergrond te bereiken moeten er veel meer structurele oplossingen bedacht worden dan eisen te stellen aan de organisatie van een kortdurend evenement, zoals de Pride Amsterdam.

Hoe kun je als bestuursorgaan van een organisator verwachten dat de problemen worden opgelost in een week durend evenement? In dit deel van het beleidskader wordt een gebrek aan elementaire en realistische kennis bij bestuursorgaan zichtbaar, waardoor ten onrechte onderscheid gemaakt wordt tussen de diverse groepen van de LHBT. Zorg dat alle groepen aandacht krijgen.

Ons voorstel: De organisator PA behoort aandacht te kunnen geven aan alle vertegenwoordigers van de LHBT+ gemeenschap. Discriminatie en onveiligheid is nog aan de orde van de dag bij alle LHBT+.

22

Proces van subsidie, vergunning en evaluatie, Pagina 13, paragraaf 6 Tussentijdse intrekking van de subsidieverstrekking gekoppeld aan de vergunning In deze paragraaf lezen we over een tussentijdse beëindiging van de subsidieverlening in geval van een negatieve evaluatie. *In het nieuwe beleidskader wordt gesproken over een tussentijdse intrekking van de vierjaarlijkse subsidieregeling aan de organisator, hetgeen automatisch inhoudt dat de vergunning voor het komende niet meer aan diezelfde organisator kan worden vergund. * Ieder jaar kan er sprake zijn van een mogelijk tussentijdse intrekking van de vierjaarlijkse subsidie. Dit is een te zwaar middel en geeft voor de organisatie en haar sponsors disproportioneel veel onzekerheid. Op het punt van de vierjaarlijkse subsidieverlening,gekoppeld aan de vergunning, behoort de gemeente de organisator veel meer zekerheid geven. Het kan niet zo zijn dat een organisator ieder jaar maanden lang moet wachten op het oordeel van de ‘Evaluatie-groep’. *Het is voor een organisator belangrijk om te weten op welk moment de Evalutiegroep tot een oordeel moet komen? Hoeveel tijd krijgt de Evaluatiegroep om een oordeel te vellen? * De Evaluatiegroep kan in ieder geval pas nadat het evenement is geweest een mening formuleren over het afgelopen evenement. Vervolgens zal de gemeente het oordeel van de Evaluatiegroep moeten wegen.

Het proces van opstellen en afstemmen van een oordeel kan zo maar 1,2 of 3 maanden duren. In het nieuwe beleidskader wordt ten onrechte geen termijn gegeven waarop de Evaluatiegroep het oordeel af moet hebben. Hierover moet zijdens de gemeente heldere duidelijkheid komen in het Beleidskader. *In beroep gaan tegen het oordeel van de Evaluatiegroep? Nergens heeft de gemeente in het nieuwe beleid aangegeven of de organisator in beroep kan gaan tegen het mogelijk negatieve oordeel van de Evaluatiegroep. En of dit beroep een opschortende waarde heeft. Ook hierover moet de gemeente duidelijkheid geven in Beleidskader. *Samengevat. Beperk de tijd die het evalueren in beslag neemt tot maximaal 1 maand na de Pride. De organisator kan ander niet starten met het voorbereiden van de Pride van het jaar daarop. Ook kan de organisator in deze periode van ‘evalueren’ de nieuwe aanvragen voor sponsoring bij bedrijfsleven niet opstarten. Dit leidt tot veel onduidelijkheid en brengt een veilige organisatie van het evenement van het volgende jaar in gevaar.

Verzoek aan bestuursorgaan: Verbindt aan de opdracht aan de Evaluatiegroep, een korte reactietijd van maximaal 1 maand ingaand direct na afloop van de Pride. Zorg voor beroepsprocedure in geval van een negatieve uitkomst door de evaluatiegroep.

23

Meerjarig toekennen subsidie voor organisatie Pride vanaf 2023 Pagina 13, paragraaf 6.1 Koerswijziging. De gemeente heeft in het ´Beleidskader Pride 2023´ een opvallende wijziging aangebracht van ‘de intentie van 3 jaar vergunnen’ (concept Beleidskader 20 april 2022) naar het verstrekken van een ‘meerjarige subsidieregeling’ door het Evenementenfonds (versie Beleidskader 7 juli 2022) * In het vroegere beleidskader met de titel ‘Beleidskader Pride 2011 en verder’ spreekt het College de intentie uit van het driejarig vergunnen van de Pride aan 1 organisator. In het eerste concept beleidstuk Pride 2023 d.d. 20 april 2022 herhaalt de gemeente deze opzet ‘tot meerjarig vergunnen’ aan 1 organisator, in dit geval voor de termijn van vier jaar*. Om dit mogelijk te maken is een wijziging van de APV nodig, die in september 2022 wordt verwacht, schrijven de betrokken ambtenaren van het Stedelijk Evenementenbureau nog. In het tweede concept beleidsstuk Pride 2023 d.d. 7 juli is er geen sprake meer van ‘meerjarig vergunnen’ maar van een ‘meerjarige subsidieregeling’ voor de organisator. De organisator krijgt in het nieuwe Beleidskader Pride 2023 alleen nog ‘de intentie van een vierjarige subsidie’**. Ook staat er nog bij dat de subsidie afhankelijk is van de uitkomsten van de jaarlijkse Evaluatiegroep, de subsidie kan op grond van een slechte evaluatie ook tussentijds worden ingetrokken.

En daarmee is ook de vergunning voor het dan volgende jaar onzeker geworden. Verder staat er in nieuwe Beleidskader Pride 2023 dat de organisator ieder jaar de vergunning van dat Pride-jaar alsnog moet aanvragen. Er zijn geen voordelen voor de organisator noch van de organisatie van de PA met deze drastische koerswijziging. De drastische aanpassing van het Beleidskader van ‘de intentie van 3 jaar vergunnen’ naar een ‘meerjarige subsidieregeling’ is een belangrijke wijziging in het nadeel van de organisator. In het nieuwe Beleidskader Pride 2023 is er geen zekerheid van een vierjarige subsidie en geen zekerheid van een vierjarige gunning. Hoe kun je als organisator meerjarige sponsorafspraken maken wanneer de overheid zoveel onzekerheden inbouwt in het meerjarig vergunnen. Dat is onmogelijk. De zekerheid voor organisatoren van de gunning van het jaar volgend op de laatste Pride is met dit nieuwe Beleidskader 2023 feitelijk verslechterd t.o.v. Beleidkader 2011 en verder. De gemeente past een enorme koerswijziging toe die niet in het belang is van het welslagen van de Pride Amsterdam noch in het belang van de organisatoren van de Pride. Dit onderdeel van het beleidskader is in strijd met het evenredigheidsbeginsel, artikel 3.4, Awb *Pagina 13, laatste alinea schrijft het bestuursorgaan onder meer.

Na het zommerreces van 2022 moet de subsidieregeling van et Evenementenfond nog worden aangepast, onder meer op het punt van meerjarige subsidies. Op dit moment,medio augustus 2022, is ons nog onduidelijk of de aanpassing van de subsidieregeling daadwerkelijk is gelukt. **de vier jaar termijn is met name vanuit praktische overwegingen, vanwege de Worldpride in 2026. We zijn van mening dat het voorgestelde Pride beleid een onrechtmatig onderscheid maakt tussen de behandeling van de aanvraag van Pride Amsterdam en de overige aanvragers van Amsterdamse 24

evenementen en dat er sprake is van een omdraaiing van de volgorde, eerst subsidie-aanvraag en vervolgens de behandeling van de aanvraag vergunning in strijd is met het verbod op détournemont de pouvoir. Voor een verdere toelichting van onze bezwaren op dit belangrijke punt van het omdraaien van de vergunningstappen door de procedure rond gunning verplicht op te starten met eerst de aanvraag van ‘de meerjarige subsidie’ en vervolgens pas het in behandeling nemen van de daadwerkelijke aanvraag van de evenementen vergunning, verwijzen we naar de samenvatting van deze zienswijze, de pagina 3 tot en met pagina 7.

Ons voorstel: Start de vergunning-procedure met de aanvraag van de vierjarige evenementenvergunning en start pas vervolgens, naar vrije keuze van de aanvrager, dus indien gewenst door de organisator, de aanvraag van de meerjarige subsidie.

25

Meerjarig toekennen subsidie voor organisatie Pride vanaf 2023. De gemeente is te laat gestart en brengt organisatie 2023 nodeloos in gevaar Pagina 13, paragraaf 6.1 Opstarten vergunningtraject Pride 2023. De gemeente Amsterdam is absoluut te laat begonnen met het opstarten van het nieuwe Beleidskader. De organisatie van Pride 2023 loopt meer dan een half jaar ernstige vertraging op vanwege de late start van de gemeente Amsterdam. De (nieuwe) organisator van Pride 2023 kan een half jaar lang niet starten met het werven van sponsoring, geen kantoor huren, geen personeel aannemen, noch de organisatie Pride 2023 zelf opstarten. De gemeente brengt vanwege de late en trage handelswijze rond opzetten nieuwe Beleidskader, de vergunningverlening en de organisatie van Pride 2023 op voorhand ernstige schade toe. In de periode tot 1 november 2022 kunnen nieuwe kandidaten voor Pride 2023 zich aanmelden. Pas na 1 december 2022, of bij vertraging respectievelijk 1 januari 2023, is er duidelijkheid wie de organisator 2023 gaat worden. Pas op z’n vroegst, vanaf 1 december 2022 kan de (nieuwe) organisator Pride 2023 de vergunningaanvraag voor Pride 2023 indienen**. Tot 1 november mogen aanvragen Pride Amsterdam in gediend worden. Deze moeten dan worden beoordeeld door bestuursorgaan.

In geval van meerdere aanvragen moet er nog een overleg worden gevoerd om te komen tot een mogelijke samenwerking (stap 3, pagina 11). Vervolgens moet in de maand november 2022 het Evenementenfonds en daarna het College van B & W nog een besluit nemen over welke organisator de meerjarige subsidie krijgt toegekend. De ervaring leert dat dit een wel zeer ambitieuze en korte beslistermijn is. Op z ’n vroegst op 1 december 2022 kan na het toekennen van de meerjarige subsidie-aanvraag pas de feitelijke evenementen -vergunningaanvraag worden behandeld en beoordeeld door alle gemeentelijke diensten. Pagina 13, laatste alinea. Ook moet na het zomerreces van 2022 de subsidieregeling van het Evenementenfonds nog worden aangepast, onder meer op het punt van meerjarige subsidies. Op dit punt is nu nog onduidelijk of de aanpassing van de subsidieregeling tijdig is gelukt. De organisator moet dus na 1 december sowieso nogmaals een periode wachten, na eerst de afhandeling van de meerjarige subsidieaanvraag, is vervolgens het wachten vervolgens op de afhandeling van de evenementenvergunning voor Pride 2023. Jarenlange ervaring met vergunningverstrekking leert ons dat alleen al dit onderdeel nog zeker een half jaar in beslag neemt.

Met een vergunning is het evenement nog steeds niet Dit betekent dat een nieuwe organisator voor 1 december 2022, sowieso helemaal niet beschikt over de evenementen vergunning van 2023, het vergunningentraject kan dan pas worden opgestart ***. De organisator moet eerst wachten op de behandeltijd meerjarige subsidieverlening en daarna kan pas de aanvraag evenementenvergunning 2023 worden behandeld. de 2023. De nieuwe organisator moet in de eerste maanden van 2023 eerst nog de vergunningaanvraag 2023 in orde maken en kan derhalve pas na 1 december starten om bedrijven te benaderen om sponsoren aan te vragen voor Pride 2023. 26

Sponsoren van grote bedrijven hebben een jaar voor het evenement al het sponsorbudget vastgesteld. Een sponsor wil een jaar vooraf weten welke organisator de Pride organiseert en of de vergunningen rond zijn. Uit alle exploitatieoverzichten van Pride Amsterdam blijkt dat juist de grote bedrijven het Pride Amsterdam grotendeels financieren en mogelijk maken. Van het totale ontwikkelbudget voor Pride Amsterdam dragen de bedrijven meer dan 90% van alle kosten en de gemeente slechts 10%. De nieuwe organisator van Pride 2023 resteert dus slechts een paar maanden tijd om dit complexe en grootstedelijke evenement van 2023 praktisch te organiseren. En dit gebrek aan organisatietijd voor Pride 2023 wreekt zich des te meer wanneer het een nieuwe organisator is die nog nooit een Pride heeft georganiseerd. Kortom de gemeente ruimt voor Pride 2023 te weinig tijd in voor de (nieuwe) organisator. Hoe lost de gemeente dit probleem op? Extra subsidies voor 2023? Veel beter is het om nieuwe Pride beleid van toepassing te verklaren voor Pride 2024. Dringend verzoek aan de gemeente Amsterdam om het nieuwe beleidskader Pride Amsterdam in te laten gaan voor Pride 2024 en niet voor Pride 2023. De gemeente Amsterdam is veel te laat gestart met het bekendmaken van nieuw beleidskader. De gemeente brengt een goede en veilige organisatie van Pride 2023 nodeloos in ernstig gevaar.

De gemeente brengt vanwege de te late en trage handelswijze rond opzetten nieuwe Beleidskader, de vergunningverlening en de organisatie van Pride 2023 op voorhand ernstige schade toe.

***De gemeente schrijft dat door het opstellen van het nieuwe beleid er pas op 1 december 2022 duidelijkheid kan zijn wie de nieuw verkozen organisator zal zijn. In de concept plannen nieuw Beleidskader, bekend gemaakt medio april 2022, geeft de gemeente al op voorhand aan, dat de bekendmaking van de nieuwe organisator ook een maand later pas bekend zal zijn, 1 januari 2023. Kan de gemeente met redenen omkleed aangeven wat is er tussen april en 7 juli is veranderd dat deze extra maand van de beslistermijn en het selectieproces over de nieuwe organisator opeens niet meer nodig is? ****Foute tekstuele verwijzing in paragraaf 6.1 op pagina 13, laatste alinea. Er wordt door bestuursorgaan verwezen naar paragrafen 6.1 en 6.2, dit moet zijn de paragrafen 5.1 en 5.2.

27

Meerjarig toekennen subsidie voor organisatie Pride 2027 en verder Pagina 14, paragraaf 6.2 De aanvraagtermijn organisatoren en de beslistermijnen van het bestuursorgaan. In het beleidskader worden diverse aanvraag- en beslistermijnen genoemd. We noemen er een paar. De gemeente schrijft dat de aanvragers vanaf 2027 een andere termijn voorgelegd krijgen, namelijk het indienen van de plannen moet voor 1 juli 2027 en de uiteindelijke toekenning zal dan plaatsvinden voor 1 oktober 2027. Voor het jaar 2027 zijn er alvast drie maanden uitgetrokken voor de beslistermijn van het bestuursorgaan, het beoordelen en vergelijken van de diverse aanvragen. Uit het beleidskader blijkt dat voor Pride 2023, de beslistermijn door de gemeente slechts 1 maand bedraagt, en wel van 1 november tot 1 december 2022. Een maand is uitgetrokken voor de beslistermijn, het beoordelen, afwegen van de verschillende aanvragen. Kan de gemeente deze twee verschillende termijnen verklaren? Feitelijk heeft de gemeente nu drie verschillende termijnen genoemd: de beslistermijn van 1 maand wordt genoemd in het Beleidskader dd 7 juli 2022. De termijn van 2 maanden beslistijd wordt genoemd in het concept beleidskader van 20 april 2022. En de beslistermijn van 3 maanden gaat gelden vanaf 2027, beleidskader 7 juli 2022. Er is geen touw aan vast te knopen.

Welke termijn is werkbaar? Weet de gemeente op voorhand zelf niet hoeveel beslistermijn er nodig is? Uit ervaring van ondergetekende blijkt dat de gemeente altijd veel meer tijd nodig heeft om de uiteindelijke afweging goed onderbouwd te maken. Bovendien kunnen afgewezen partijen een rechtsgang overwegen, waardoor het vergunningproces nog verder vertraagd wordt. Vanwege de mogelijke rechtsgang van afgewezen aanvragen/organisatoren moet de gemeente juist in de beslistermijn zorgvuldig alle verschillende belangen van de verschillende aanvragen opvragen, afwegen, hetgeen een tijdrovend proces is.

28

Jaarlijks proces van evaluatie. *Het beleidskader stelt dat er een klachtencommissie moet komen naast evaluatiegroep. *Klachtencommissie moet door organisatie zelf worden opgezet. *De Evaluatiegroep, de facto klachtencommissie 2, wordt door de gemeente opgezet. *De gemeente eist dat inde evaluatiegroep alleen vertegenwoordigers van de LHBT groepen zitting mogen hebben. Paragraaf 6.4, pagina 14 en 15 De gemeente haalt ten onrechte de begrippen en de rollen van de nog op te zetten evaluatiegroep en klachtencommissie door elkaar. Deze vermenging van functies is ongewenst. Op de voorgestelde wijze ontstaat onduidelijkheid, juridische problemen, belangenverstrengeling en een onnodige overlap tussen de nog in te stellen commissies. In het beleidskader staat dat de gemeente en de organisator de Evaluatiegroep samenstellen. De gemeente bemoeit zich op voorhand met de wijze van samenstellen van de Evaluatiegroep. Zo stelt de gemeente al direct de voorwaarde dat de in te stellen Evaluatiegroep alleen kan bestaan uit vertegenwoordigers van de LHBT gemeenschap. Waarom wordt door bestuursorgaan niet uitgelegd. Verder stelt het bestuursorgaan op voorhand al eisen aan de termijn van deelname en ook stelt de gemeente op voorhand eisen aan de wijze van samenstelling en vervanging. Stuk voor stuk voorbeelden van een inhoudelijke inmenging die ver buiten de reikwijdte van de gemeente gaan.

De gemeente moet afstand houden tot het inhoudelijke deel van het evenement. Vervolgens stelt de gemeente nog allerlei eisen aan de criteria van toetsing door evaluatiegroep: (ook hier een ongewenste inhoudelijke inmenging zijdens gemeente). 1. Het evenement moet veilig en ordelijk en feestelijk zijn verlopen 2. Er met sprake zijn van een betrouwbare, transparante en ter zake kundige organisatie. 3. Het moet voor alle partijen van de lhbt+gemeenschap mogelijk zijn geweest onderdeel te zijn van PA 4. Er moet een goede verstandhouding tussen betrokken partijen zijn, te weten de organisatie, lhbt+ community, deelnemende lhbt+ organisaties en gemeente en adviserende diensten 5. De sponsor-inkomsten moeten ook ten goede zijn gekomen aan kleinere deelnemende organisaties. Bij bovenstaand lijstje voorwaarden geven we alvast de volgende opmerkingen en verbeterkritiek: Ad. 1. Een ‘veilig en ordelijk verloop’ lijkt een oordeel dat in eerste instantie door professionals, zoals de gemeentelijke diensten, GGD, politie en OOV moeten worden geveld. Echter deze gemeentelijke professionals maken geen deel uit van de Evaluatiegroep. Dit roept ook de vraag op of er nog een tweede evaluatie ronde komt met juist alleen de gemeentelijke diensten? Ad.1.

Criterium ‘feestelijk’, wanneer is een evenement voldoende ‘feestelijk’ verlopen? Kan het bestuursorgaan in het beleidskader een definitie geven van ‘een voldoende feestelijk evenement’. Wie beoordeelt en weegt dit soort subjectieve oordelen? Daar komt bij, dat sommige LHBT groepen juist niks ‘feestelijks’ willen tijdens Pride. Hoe gaat gemeente hier mee om? 29

Ad2. Ook hier gaat het om het wegen van subjectieve oordelen. Ook hier moet gemeente de gehanteerde begrippen feitelijk omschrijven. Wat zijn de minimale vereisten/voorwaarden om als organisator te voldoen aan de eis ‘voldoende transparant’? Wanneer is de organisator ‘voldoende transparant, betrouwbaar en kundig’? Hierover bestaan legio interpretatieverschillen. Ad3. Is er een lijst van ‘alle lhbt-groepen’ die mee moeten kunnen doen? Betreft het hier alleen alle Amsterdamse lhbt groepen? Of ook alle nationale lhbt-groepen? Deze voorwaarde stellen getuigt van weinig realiteitszin. Het lijkt zo geformuleerd een onpraktische eis aan de organisator. Bij de botenparade is bijvoorbeeld een maximum gesteld aan het aantal deelnemende boten. Verder lijkt ook hier het gelijkheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel hier in geding. Wordt deze eis ook aan bloemencorso gesteld? “U dient alle bloembollen kwekers in Nederland bij uw evenement te betrekken.” Ad 3 vervolg. Wie hebben zitting in de Evaluatiegroep. Kunnen ook degenen zitting hebben in de Evaluatiegroep, die zelf subsidie van de organisator (stichting PA) hebben ontvangen? Of degenen die juist geen subsidie hebben gekregen, terwijl ze dit wel hebben aangevraagd bij de organisator. Kunnen ook afgewezen subsidie-aanvragers zitting hebben in de Evaluatiegroep? Of betreft het hier dan slagers die hun eigen vlees keuren? Ad4.

Ook hier gaat het om onduidelijke subjectieve oordelen. Ook hier moet de gemeente de subjectieve begrippen nader feitelijk omschrijven. Wat zijn de minimale voorwaarden aan de organisator om te voldoen aan de vereisten van ‘een goede verstandhouding’? Ad5. Ook hier geldt de vraag: Is er een lijst van ‘alle lhbt-groepen’ aan wie sponsorinkomsten ten goede moeten kunnen komen? Betreft het hier alleen de Amsterdamse lhbt groepen? Of ook alle nationale lhbt-groepen. Tot welk bedrag moet de organisator de externe Lhbt-groepen sponsoren? Of is er geen maximum gesteld, moet iedere aanvraag ingewilligd worden. Dit lijkt op deze wijze geformuleerd een onmogelijke eis. Gelijkheidsbeginsel en Evenredigheidsbeginsel is hier in geding. Wordt deze eis ook aan bloemencorso gesteld? “U als organisator bloemencorso alle bloembollen kwekers in Nederland in aanmerking te laten komen voor de aan u toegekende sponsorinkomsten.” Samenvattend Wat de gemeente feitelijk voorstelt is dat de nieuw in te stellen Evaluatiegroep, waarover de gemeente inhoudelijke zeggenschap wil behouden, de taken uitvoert van een klachtencommissie. Er zijn in dat geval bij de organisatie van de PA feitelijk twee klachtencommissies actief: een klachtencommissie ingesteld door de organisator en een tweede klachtencommissie/evaluatiegroep die is ingesteld door de gemeente. Dit lijkt een onpraktische en ongewenste situatie.

Ook op dit punt lijkt sprake van een ongeoorloofde bemoeienis zijdens de gemeente. De gemeente wekt hier de indruk op een handige wijze te regelen dat zij invloed heeft op de uitkomsten van de tweede klachtencommissie met de naam van ‘evaluatiegroep’. In het voorstel van de gemeente opereert de evaluatiegroep de facto als een klachtencommissie. De klachtencommissie is een taak van de organisatie zelf, aldus de gemeente. Derhalve kan deze tweede evaluatiegroep/klachtencommissie niet worden opgezet conform de vereisten in het voorstel van de gemeente Wij zijn om meerdere redenen sowieso geen voorstander van een evaluatiegroep cq klachtencommissie. Met name niet omdat het bestuursorgaan een sanctiebeleid koppelt aan de rapportages en uitkomsten van de evaluatiegroep. 30

Houdt de organisatie PA zich, naar het oordeel van de evaluatiegroep, niet of deels niet, aan afspraken, dan volgen er sancties in de sfeer van intrekken van (een deel) van de subsidies, dan wel (een deel) van de gunning.

Naast bovenstaande redenen zijn we om andere redenen tegenstander van het plan voor de evaluatiegroep / klachtencommissie: Belangenverstrengeling. Wij zijn geen voorstanders van een aparte evaluatiecommissie bestaande uit (onder meer) vertegenwoordigers van de gemarginaliseerde groeperingen die zelf subsidies hebben aangevraagd bij de organisatie. Dit is een klassiek voorbeeld van belangenverstrengeling en dubbele petten. De slager keurt zijn eigen vlees. (Gemarginaliseerde) Organisaties die zelf subsidies aanvragen bij de organisator, bijvoorbeeld bij Stichting Amsterdam Pride, behoren natuurlijk geen zitting te nemen in de evaluatiegroep. Organisaties die zelf een aanvraag doen voor een sponsoring hebben bij de organisatie zijn per definitie ‘belanghebbend’ en kunnen derhalve niet over zichzelf gaan evalueren. Belangenverstrengeling dient te worden voorkomen. Organisaties die afgewezen zijn voor sponsoring en die vervolgens zitting hebben in de evaluatiecommissie. Dat is vragen om problemen en veroorzaakt nog meer nodeloze commotie tussen de vele LHBT+ deel gemeenschappen (die in feitelijk ook concurrenten zijn van elkaar).

De situatie wordt vervolgens al helemaal diffuus en ongewenst wanneer het de gemeente zelf is die de evaluatiecommissie gaat samenstellen, een gemeente die de splintergroepen zelf ook subsidieert en ook nog eens alle macht heeft bij het verstrekken van zowel de eigen subsidie aan de organisator en de gunning aan organisator. Een andere reden om tegen een evaluatiecommissie/klachtencommissie die uitsluitend zou bestaan uit leden van de LHBT gemeenschap dan wel van de gemarginaliseerde leden van de KBG is dat deze veel te eenzijdig is samengesteld. Het dient een representatieve afspiegeling te zijn van alle belangrijkste stakeholders van de Pride, ondermeer de organisatie, allies als bedrijven, onderzoekers, juristen, de 80 bootdeelnemers, de 100 duizenden bezoekers etc. We zijn tegenstander van het opzetten van een Evaluatiegroep, zoals deze is voorgesteld in het Beleidskader. Mocht er onverhoopt toch een evaluatiegroep komen, waar wij dus op basis van bovenstaande redenen absoluut op tegen zijn, dan moet de commissie niet bestaan uit belanghebbenden. Iedere vorm van belangenverstrengeling dient te worden vermeden. Een Evaluatiegroep dient in dat geval door organisator zelf te worden samengesteld en te bestaan uit een recht evenredige vertegenwoordiging van de belangrijkste stakeholders, waarbij grote spelers meer vertegenwoordigers afvaardigen dan de kleinere splinterspelers:

31

de mainstream LHBT, zonder subsidieafhankelijke relatie met gemeente en organisatie.

De organisatoren van Pride Amsterdam, diverse werkgroepen,

De eigenaren van het format botenparade/Pride

De sponsoren

De 80 bootdeelnemers

De 100 duizenden bezoekers van PA

De media die het publiek informeren

Overige groepen, zoals onafhankelijke experts als economen en juristen

Bescherming van private eigendommen. De Handelswet beschermt de naam waaronder een onderneming of format wordt gedreven. De Amsterdam Pride een burgerinitiatief die is opgestart in 1995 en voor het eerst is georganiseerd in 1996. Het format van de Pride en de botenparade is vastgelegd bij de belastingdienst en het woordmerk van zowel de botenparade als van de Amsterdam Pride zijn sinds 1996 vastgelegd bij het Benelux Merkenbureau. De gemeente en de politiek behoren zorgvuldig om te gaan met de intellectuele eigendommen van derden.

Afsluitend: In de hoop dat deze inspraakreactie/zienswijze een aanvulling mag zijn op het voorgestelde beleidskader voor Pride Amsterdam, versie 7 juli 2022, onderteken ik deze brief, Vriendelijk en hartelijke groet, Siep de Haan.

32

Siep de Haan is sinds 2014 ambassadeur van Pride Amsterdam

Siep de Haan is lid van de Kunst & Cultuur Commissie van stichting Pride Amsterdam.

Siep de Haan heeft onder meer deelgenomen aan de laatste KBG bijeenkomsten van 4 april en 11 juli 2022 en heeft meerdere online gesprekken gevoerd over de hoofdlijnen Pride met Judith Brunsting, Jasper Karman en Mirjam Vollenbroek van respectievelijk het Stedelijk Evenementenbureau en de afdeling Diversiteit/wethouder Groot Wassink.

Siep de Haan, één van de Founding Fathers en grondleggers van Amsterdam Pride inclusief de unieke botenparade, heeft in 2014 uit handen van Burgemeester Van der Laan, namens het College van B & W, de Andreas Penning ontvangen vanwege dit initiatief en jarenlange maatschappelijke relevante werk voor de Pride en de LHBT gemeenschap in het algemeen.

Siep de Haan is bestuurslid van stichting Gay Business Amsterdam, potentieel aanvrager Pride 2023-2026.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14361914/1