CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

5. Zienswijze Founding Fathers Pride Amsterdam

Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit 11 juli 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Bespreken van het uitvoeringsbeleidPride en bijbehorende nota vanbeantwoordingNr. VN2024-00860313.319 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Inspraakreactie Pride Beleidskader 2022, gepubliceerd 7 juli 2022 Stedelijk Evenementenbureau, Gemeente Amsterdam, 17 augustus 2022. Geachte burgemeester van Amsterdam, Hierbij reageer ik namens de drie grondleggers, de Founding Fathers van Pride Amsterdam, de stichting GBA en in mijn hoedanigheid als ambassadeur en lid van de Kunst & Cultuurcommissie Pride Amsterdam en als potentiële aanvrager Pride Amsterdam 2023 – 2026 op het aangepast Pride beleidskader 2022. Het beleidskader ligt t/m 18 augustus 2022 ter inzage, deze inspraak reactie is derhalve tijdig ingediend. Voorop staat dat we een goed Pride beleid met het oog op het belang van de Pride van harte ondersteunen. We missen echter in het concept op meerdere onderdelen een afgewogen, gelijkwaardig en evenwichtige belangenafweging van de verschillende stakeholders bij Pride Amsterdam, kortweg PA. Het concept gemeentelijk beleid lijkt op meerdere punten een ongewenst en deels onrechtmatig onderscheid te maken in eisen en voorwaarden die exclusief gesteld worden aan organisatoren van de PA, eisen en voorwaarden die niet gesteld zijn aan de organisatoren van de overige Amsterdamse evenementen. Oneigenlijke verschillen dienen vermeden te worden. Wij vinden dat onder meer op basis van het gelijkheids- en rechtvaardigheidsbeginsel gelijkwaardige evenementen op eenzelfde gelijkwaardige wijze dienen te worden behandeld.

We denken dat het huidige concept beleid een wig kan duwen tussen de verschillende deelgroepen van de Regenboog community en dat de gemeente hierin onzorgvuldig heeft gehandeld. Er is inmiddels zelfs al schade aangebracht in de solidariteit tussen de verschillende deelgroepen en ook is er imagoschade ontstaan richting de sponsoren van het evenement. Verder loopt de organisatie van Pride 2023 ernstige vertraging op, de organisatie van Pride 2023 kan niet worden opgestart omdat de organisator niet bekend is. Tussen begin augustus en minimaal 1 december 2022, bijna een half jaar stil, kan de organisatie Pride 2023 niet worden opgestart, omdat de organisator niet bekend is, simpelweg omdat de gemeente de opzet van een nieuw beleidskader een jaar te laat is opgestart. Vanwege deze traagheid zijdens de gemeente loopt ook het Bid voor Worldpride 2026 ernstig gevaar, simpelweg omdat op het moment van het indienen van de Bid, november 2022, de nieuwe organisator niet bekend is bij de centrale organisatie van Wordpride. Hoe kan de internationale jury van Worldpride 2026 een inschatting maken van de organisator wanneer deze niet bekend is. De gemeente mag zich dit aantrekken. Nadere bestudering en analyse van het concept beleid laat zien dat het concept beleid onvoldragen is en de nodige aanpassingen behoeft:

-

1

Pride Amsterdam is een burger initiatief en het intellectueel eigendom van derden, de gemeente dient dit eigendomsrecht te respecteren; Onderdelen beleid zijn in strijd met gelijkheidsbeginsel en rechtszekerheidsbeginsel; Onderdelen beleidskeuzes zijn in strijd met evenredigheidsbeginsel; In beleid lijkt verbod op détournement de pouvoir onvoldoende verzekerd Gemeente heeft in april 2022 een onvoldragen niet-representatief onderzoek breed verspreid, waardoor schade is ontstaan, hetgeen voorkomen had moet worden. Concrete motivering van beleidsvoornemens die ten grondslag zijn gelegd, ontbreekt; Beleidskeuze is in strijd met het geldende evenementenbeleid van Amsterdam;

-

Het belang van het huidige evenement is voor Amsterdam dusdanig zwaarwegend dat het in de huidige vorm voor de stad behouden dient te blijven, hetgeen in het beleid moet worden vastgelegd.

Wij lichten dit hierna toe. Op 7 juli 2022 heeft de gemeente Amsterdam openbaar gemaakt het ‘Aangepast Pride Beleidskader’ omdat het oude ‘Beleidskader van 2011 en verder’ aan vernieuwing toe is. Op 20 april 2022 heeft de gemeente al een eerste concept van het aangepaste Beleidskader openbaar gemaakt. Op 25 april 2022 heeft ondergetekende een inhoudelijke reactie geschreven op de eerste versie van het concept aangepast Pride beleid, zoals deze is gepubliceerd op 20 april 2022. Na een zorgvuldige bestudering van het ‘Aangepast Pride Beleidskader’ d.d. 7 juli blijkt overduidelijk dat de gemeente Amsterdam geen enkel inhoudelijk argument uit de reactie van ondergetekende heeft meegenomen laat staan overgenomen (bedoeld wordt de uitgebreide reactie van 25 april 2022 van Siep de Haan). De gemeente heeft zich beperkt tot het versturen van een ontvangstbevestiging van de uitvoerige reactie van ondergetekende. De ontvangstbevestiging is verzonden op 26 april 2022. Voor het overige heeft de gemeente inhoudelijk niets gedaan met de inhoudelijke reactie, geen terugkoppeling, nota van beantwoording, geen afspraak. Door de gemeente is geen enkel argument meegenomen in het definitieve beleidsplan. Wat is burgerparticipatie waard wanneer dit alles terzijde wordt gelegd. Participatie is een belangrijke vorm van actief meedenken.

Participatie behoort ook iets op te leveren, zeker wanneer deze reactie afkomstig is van een ervaren organisator, die tien jaar lang de gehele Pride heeft georganiseerd met ieder jaar honderdduizenden bezoekers. De gemeentelijke ombudsman concludeert jaar na jaar dat de gemeente Amsterdam structureel ernstige gebreken vertoont inzake van de burgerparticipatie van Amsterdammers. De rol van de gemeente beperkt zich te vaak tot ‘zenden’ en informeren. Zeer zelden wordt de inbreng van de Amsterdammers de facto meegenomen in beleidsplannen En toch doet ondergetekende hierbij nogmaals een nieuwe poging om een zienswijze aan te leveren in de vorm van verbeter-kritiek. Het schrijven van een zienswijze is een noodzakelijke voorwaarde voor het opstarten van een juridische procedure. En dat is een belangrijke reden voor het schrijven van deze zienswijze, niet omdat we verwachten dat de gemeente zich alsnog iets gelegen zal laten liggen aan deze vorm van burgerparticipatie. Wat wel duidelijk is dat veel absoluut verkeerd gegaan in dit dossier. In de bijlage van deze zienswijze is een korte terugblik op de onhandige en zelfs schadelijke werkwijze van de gemeente Amsterdam, waardoor de solidariteit binnen de regenbooggemeenschap en de rol van de potentiële sponsors nodeloos lijken beschadigd.

Door de handelswijze is ook schade ontstaan aan de intellectuele en auteursrechtelijke eigendommen van derden, zijnde het format van de Pride Amsterdam (kortweg PA). Het merk PA loopt aantoonbare imagoschade op wanneer de werkwijze van de overheid leidt tot verdeeldheid, daar waar deze niet is en wig lijkt te duwen tussen de diverse stakeholders van de Pride. De ervaring leert inmiddels dat aantal sponsoren af gaat haken en niet langer gemotiveerd lijkt deel te nemen aan de PA, na jaren van negatieve framing.

2

Samenvatting van de belangrijkste bezwaren Bescherming van (auteursrechtelijke intellectuele) eigendommen. Geen belemmering van het vrije handelsverkeer. Pride Amsterdam is een burgerinitiatief, ontstaan vanuit de LHB+ gemeenschap en het LHBT+ bedrijfsleven, opgestart in 1995, met de eerste succesvolle editie van Pride Amsterdam in augustus 1996. Binnen drie jaar stond Pride Amsterdam, kortweg de PA, in de Top3 van de grote Amsterdamse evenementen, naast Uitmarkt en Koningsdag (in 1996 nog Koninginnedag). Inmiddels is de 25e editie van de inclusieve en emancipatoire botenparade succesvol en veilig georganiseerd op 6 augustus 2022. Met een half miljoen bezoekers (hetero en lhbt+), waarbij 92% van de bezoekers Pride Amsterdam als waardevol en belangrijk emancipatie evenement beoordeeld. Zij waarderen de PA en botenparade met het rapportcijfer 8½. Het evenement PA is een auteursrechtelijk eigendom van derden en derhalve niet het eigendom van de gemeente Amsterdam. Het woordmerk ‘Amsterdam Pride’ is in 1996 vastgelegd bij het Benelux Merkenbureau en ook ‘het format’ van het totale PA evenement inclusief de unieke botenparade is auteurrechtelijk vastgelegd bij de belastingdienst.

Al op pagina 3, laatste alinea, van het ‘Beleidskader Pride’ staat dat de gemeente Amsterdam zich met de inhoud van de Pride wil en zal gaan bemoeien, terwijl een terughoudende rol van de gemeente gewenst en verwacht mag worden. De gemeente dient zich terughoudend op te stellen in geval van intellectuele eigendommen van derden. Ook in geval van een evenement, behoort de overheid de bescherming van de intellectuele eigendommen te garanderen. De inhoud van het evenement PA wijzigen, zoals de gemeente kennelijk van plan lijkt te zijn, betekent een inbreuk op de intellectuele eigendommen van derden. De gemeente hindert op deze wijze op ontoelaatbare wijze het vrije gebruik van eigendommen. De overheid behoort op dit punt geen onderscheid te maken tussen verschillende evenementen die door particulieren zijn opgezet, bedacht en auteursrechtelijk zijn vastgelegd. Op basis van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, het rechtszekerheidsbeginsel, het beginsel van fair play en het vertrouwensbeginsel dient het nieuwe beleid aan te sluiten bij de eerdere handelswijze en verwachtingen van de gemeentelijke overheid t.a.v. de PA. Nieuw beleid dient op grond van rechtszekerheidsbeginsel niet belemmerend en tegenstrijdig te zijn met eerdere handelingen, zoals het vigerende beleid rond PA van de afgelopen 27 jaar.

Eigendomsrechten dienen door de gemeente Amsterdam te worden gerespecteerd. Besluiten en overeenkomsten moeten te allen tijde passen bij verwachtingen en mogen niet in strijd zijn met vroegere handelingen. Het rechtszekerheidsbeginsel beschermt de rechtspositie van een belanghebbende. Op grond van het rechtszekerheidsbeginsel hebben burgers en rechtspersonen dezelfde rechten en behoren zij een gelijke behandeling te krijgen in gelijke gevallen. Op grond van het evenredigheidsbeginsel behoren de gevolgen van overheidsbesluiten zo min mogelijk negatieve gevolgen te hebben. De overheid dient hierbij proportionaliteit en helderheid te verschaffen.

3

Onrechtmatig onderscheid maken in het proces van vergunningverlening. Gelijke behandeling in het publieke domein ligt ten grondslag aan de rechtstaat. Onrechtmatig onderscheid in de behandeling van vergunningaanvragen van verschillende evenementen moet worden voorkomen. Uit het beleidskader blijkt dat de aanvragers van de PA een geheel ander vergunningtraject moeten doorlopen dan andere Amsterdamse evenementen. Bij de PA wordt de aanvrager gedwongen eerst een meerjarige subsidieaanvraag bij de gemeente te doen, alvorens een evenementenvergunning aan te kunnen vragen. De subsidieaanvraag geldt bij PA als een eerste noodzakelijke stap en voorwaarde om vervolgens pas de aanvraag voor een evenementen-vergunning te kunnen doen. Indien de subsidieaanvraag niet succesvol verloopt, is de kans op een evenementenvergunning voor PA kansloos. De procedure waarbij eerst het traject van een succesvolle subsidie-aanvraag moet worden doorlopen lijkt voor de Pride Amsterdam een extra stap, die aan andere organisatoren van Amsterdamse evenementen niet wordt opgelegd. Deze stap is derhalve extra belastend en een ongewenste en onvoordelige gang van zaken voor aanvragers van de evenementenvergunning PA. Aanvragers van de vergunning voor de PA verkeren hierdoor in een ongunstiger positie ten op zichtte van de aanvragers van andere Amsterdamse evenementen.

Gelijke behandeling inzake gunning in de publieke domein behoort ten grondslag te liggen aan het beleidskader. Bij andere Amsterdamse evenementen is geen sprake van een verplichte koppeling met een voorgeschreven stappenplan, waarbij eerst een verplichte subsidie aangevraagd dient te worden, waarna de aanvrager pas in tweede instantie de evenementen vergunning kan aanvragen. Gemeente Amsterdam wekt met deze nieuwe handelswijze in het beleidskader, dus eerst de aanvrager verplichten tot een subsidieaanvraag en dan pas de evenementenvergunning, de indruk een onrechtmatig onderscheid te maken tussen het aanvrager van de PA en de aanvrager van andere gelijkwaardige Amsterdamse evenementen. Waar andere evenementen een vergunningaanvraag kunnen doen, los van een mogelijke subsidieaanvraag, moet alleen de organisator van de PA primair een ‘meerjarige subsidie-aanvraag’ doen om vervolgens secundair een vergunningaanvraag te doen. Stel dat een aanvrager/organisator van de PA in het geheel geen subsidie wil aanvragen voor het evenement. Is dan een aanvraag voor een evenementenvergunning ook niet meer mogelijk? Waarom wordt een organisator/aanvrager gedwongen eerst een subsidie aan te vragen. Wat is hiervan de noodzaak? Ook laat de gemeente onduidelijkheid bestaan over de hoogte van de subsidie? Er wordt geen enkele indicatie gegeven van de hoogte van de subsidie.

Gaat het om een geringe subsidie van paar duizend euro of gaat het om een substantiële subsidie van enkele tonnen per jaar? Op grond van het rechtszekerheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel dient de wijze van behandeling van vergunningaanvragen van diverse evenementen gelijkwaardig te zijn. Ook de motivering van deze belangrijke koerswijziging ontbreekt. Waarom eerst de verplichte subsidieaanvraag en vervolgens pas de aanvraag evenementenvergunning? De gemeente dient haar besluiten begrijpelijk en deugdelijk en volledig te motiveren. Op dit punt ontbreekt ten onrechte een motivering op basis van het motiveringsbeginsel van de Awb.

Maak geen onderscheid tussen gelijkwaardige vergunningaanvragers en organisaties. Behandel elke aanvrager/organisatie gelijk. Wanneer deze eis niet geldt voor andere organisaties dan ook niet bij Pride Amsterdam. 4

Détournement de pouvoir. Vergunningverlening op andere manier inzetten dan waarvoor deze is bedoeld. In de reguliere vergunningverlening van Amsterdamse evenementen, is de aanvraag van een subsidie een keuze van de aanvrager. Het bestuursorgaan legt in het nieuwe beleidskader de aanvrager van de Pride Amsterdam de verplichting op om een subsidie-aanvraag te doen. Het bestuursorgaan stelt simpelweg: zonder subsidieverzoek geen evenementenvergunning voor de PA. Dit lijkt in hoge mate onrechtmatig en in strijd met het rechtvaardigheidsbeginstel. Andere organisatoren van de Amsterdamse evenementen krijgen deze verplichting niet opgelegd. De reguliere gang van zaken bij het organiseren van een evenement is dat de organisator start met het aanvragen van de evenementenvergunning en vervolgens kan de aanvrager er voor kiezen om een subsidie bij het bestuursorgaan aan te vragen. Lang niet iedere organisator vraagt subsidies aan bij het bestuursorgaan, omdat velen niet afhankelijk willen zijn van overheidssubsidies. In het concept Beleidskader draait het bestuursorgaan de volgorde om: de organisator van Pride Amsterdam moet, als enige Amsterdamse organisator, eerst het subsidietraject succesvol doorlopen. Pas na het succesvol doorlopen van de subsidie-procedure, mag de aanvrager PA de evenementenvergunning bij het bestuursorgaan aanvragen.

Een dergelijke omdraaiing, eerst de verplichting om een subsidie aan te moeten vragen en pas in tweede instantie de vergunning aanvragen, heeft voor de organisator van PA grote nadelige gevolgen Het gaat hier om een onrechtmatige en ongelijke behandeling van aanvragers van Amsterdamse evenementen. Een nadeel van de omdraaiing, eerst subsidie en dan pas vergunning aanvragen, is dat een aanvrager ten allen tijde gedwongen wordt om een subsidie aan te vragen bij het bestuursorgaan, ook als zij dat niet wil. Sommige organisatoren vragen liever bij het bedrijfsleven sponsoring aan in plaats van subsidies bij het bestuursorgaan. Het nieuwe beleidskader betekent derhalve een ongewenste inperking van de keuzevrijheid van toekomstige organisatoren PA, het aanvragen van een subsidie is niet langer een keuze, maar een verplichting . Op pagina 3 van het beleidskader staat dat het evenement Pride Amsterdam niet langer (meerjarig) wordt vergund, maar meerjarig een subsidie wordt toegekend aan een geschikte organisator. De nieuwe werkwijze lijkt met name bedoeld om zijdens de gemeente meer invloed te verkrijgen op de inhoud van het PA evenement. De regels rondom de reguliere vergunningverlening worden voor de PA willens en wetens omgebogen, van primair meerjarige vergunningverlening, naar primair subsidieverlening.

Wanneer de eerste stap van subsidieverlening niet succesvol is afgerond, kan vervolgens de tweede stap, het aanvragen van de evenementenvergunning niet worden opgestart. Met andere woorden wanneer de eerste stap, de aanvraag van subsidieverlening niet succesvol is afgerond, kan eenvoudig weg de evenementenvergunning niet worden verkregen noch opgesteld. Inzet van het bestuursorgaan is meer invloed op de inhoud van de PA. Het vergunningproces wordt door bestuursorgaan zodanig ingekleed met als doel dat zij meer invloed heeft op de inhoud van de PA. Alleen bij het verstrekken van subsidies kan de gemeente eisen en voorwaarden stellen aan de inhoud van het evenement. De gemeente kan deze invloed op de inhoud van de PA niet uitoefenen via de reguliere vergunningverlening. Invloed op de inhoud van het evenement PA kan door bestuursorgaan alleen geregeld worden via de subsidieverlening. Invloed uitoefenen op inhoud lijkt de enige reden dat de gemeente de volgorde bij de gunning PA heeft omgedraaid: eerst moet de organisator van de PA een succesvol subsidietraject hebben doorlopen. Pas daarna kan diezelfde aanvrager stap 2 maken, namelijk de aanvraag van de gewenste evenementenvergunning. 5

De gemeente probeert via het omgekeerde vergunningtraject, eerst subsidie aanvragen en daarna pas de vergunning aanvragen, invloed te verkrijgen op de inhoud. Het bestuursorgaan gebruikt de bevoegdheid tot het nemen van een besluit, in dit onderhavige geval het besluit inzake het vergunnen, voor een ander doel dan waarvoor die bevoegdheid is verleend. Dit lijkt strijdig met het verbod van détournement de pouvoir, artikel 3.3 van Awb. Het proces van vergunningverlening wordt in het voorgestelde beleidskader door gemeente zodanig gewijzigd en aangepast met als enige doel om een grotere invloed op de inhoud van de PA te verkrijgen. Dit lijkt strijdig met het verbod van détournement de pouvoir, artikel 3.3 van Awb. De belangen van de organisator worden hierdoor geschaad en is in strijd met Evenredigheidsbeginsel, artikel 3.2 Awb. Verzoek aan het bestuursorgaan om de gunning-procedures van alle Amsterdamse evenementen op eenzelfde gelijkwaardige wijze te behandelen. Eerst de aanvraag van de vergunning afronden en pas daarna de aanvrager de keuze te bieden een subsidie aan te vragen. Ten tweede: De ingrijpende inhoudelijke bemoeienis vanuit het bestuursorgaan beperkt de vrijheid van de organisator van het burgerinitiatief Pride Amsterdam. Het bestuursorgaan probeert invloed te verkrijgen op de inhoud van PA terwijl dat bij andere evenementen aan de organisatoren wordt overgelaten.

Ook hierin schuilt een oneigenlijke en ongelijke behandeling van aanvragers. De omdraaiing, eerst subsidie en dan pas de vergunning aanvragen, heeft voor de organisator van PA grote gevolgen. De aanvrager van PA is met het nieuwe beleidskader gedwongen om subsidie aan te vragen bij de overheid, of zij deze subsidie nu gewenst acht of niet. Veel organisatoren van evenementen willen juist niet afhankelijk zijn van de overheid. Zij vragen bij voorkeur sponsoring aan bij het bedrijfsleven. Een ander nadeel van de omdraaiing, eerst subsidie en dan pas vergunning aanvragen, is dat de uitkomst van het mogelijk toekennen van de subsidie bij het bestuursorgaan ongewis is, terwijl diezelfde organisator bij het bedrijfsleven wellicht wel tot een succesvolle sponsoring kan verkrijgen. Het nieuwe beleidskader betekent derhalve een ongewenste inperking van de keuzevrijheid van toekomstige organisatoren PA, het aanvragen van een subsidie is niet langer een keuze, maar een verplichting. Ongewenste en ongelijke behandeling van aanvragers van vergunningen van Amsterdamse evenementen. De handelswijze, eerst een subsidieaanvraag en dan pas de vergunningaanvraag, bij alleen het evenement Pride Amsterdam, lijkt louter bedoeld om de gemeente invloed te garanderen op de inhoud van het evenement PA.

De gemeente zet het vehikel van de meerjarige subsidieregeling in om zo aanzienlijk meer inhoudelijke invloed te verkrijgen op de inrichting en de inhoud van de PA, terwijl de gemeente zich in eerste instantie dient te focussen op de aanvraag van de(meerjarige) vergunningverlening voor Pride Amsterdam. In de reguliere vergunningverlening van alle overige Amsterdamse evenementen, is de aanvraag van een subsidie een keuze van de aanvrager en zeker geen verplichting en ook niet de eerste drempel om een succesvolle vergunningaanvraag te kunnen doen. Dit is ongewenste en ongelijke behandeling van de aanvrager van de vergunning voor Pride Amsterdam ten opzichte van de vergunning aanvragen van alle overige Amsterdamse evenementen. Dit besluit zijdens het bestuursorgaan is in strijd met de zorgvuldigheidsvereisten en het evenredigheidsbeginsel, artikel 3.2 en 3.3 van de Awb.

6

Bemoeienis met inhoud van het evenement PA zijdens gemeente Amsterdam. Op pagina 3 van het concept beleidskader staat al direct dat de gemeente zich wil bemoeien met de inhoud van PA. Ook hierin maakt gemeente onrechtmatig onderscheid. De gemeente bemoeit zich niet inhoudelijk met andere Amsterdamse evenementen, zoals evenementen als ‘Amsterdam Verlicht’, het ‘Jordaanfestival’ of het ‘Bloemencorso’. Vergunningverlening heeft primair te maken met zaken als openbare orde en veiligheid. De vergunningverlening dient als doel om te zorgen voor een ordentelijk en veilig verloop van het evenement. De vergunningverlening gaat niet over de inhoud, uitstraling of doelstellingen van een evenement. De gemeente zet het vehikel van de meerjarige subsidieregeling in om zo inhoudelijke invloed te verkrijgen op de inrichting en de inhoud van de PA, terwijl de gemeente zich in eerste instantie dient te focussen op de aanvragen van (meerjarige) vergunningverlening voor Pride Amsterdam. De stap van subsisideverlening dient niet een eerste drempel te zijn, om een succesvolle vergunningaanvraag te kunnen doen. Dit is ongelijke behandeling van de aanvraag PA ten opzichte van de vergunning aanvragen van overige Amsterdamse evenementen. In de eerste plaats dient de ongelijke behandeling van organisatoren van gelijkwaardige evenementen ten allen tijde te worden voorkomen.

De gemeente behoort bij de PA geen andere procedure van vergunningverlening op te zetten, ten opzichte van de vele honderden andere Amsterdamse evenementen. Met deze inspraakreactie cq zienswijze willen we de gemeente Amsterdam verzoeken om de gunning procedures rond evenementen op dezelfde gelijkwaardige wijze te behandelen. Mocht dit verzoek niet worden overgenomen dan willen deze kwestie voorleggen aan de onafhankelijke rechtbank.

7

Gelijkheidsbeginsel in geding t.a.v samenwerkingspartners. Ook op andere punten legt de gemeente specifiek aan de aanvrager/organisator van de PA andere voorwaarden en eisen op, die zij bij overige organisatoren Amsterdamse evenementen achterwege laat. Bijvoorbeeld dat de organisator van de PA vooraf contact moet leggen met vertegenwoordigers van ‘alle groepen jeugd, ouderen, transgemeenschap, asielzoekers en vluchtelingen’. Alleen al vanwege praktische overwegingen kan een organisator onmogelijk contact leggen met ‘alle groepen jeugd, ouderen, transgemeenschap, asielzoekers en vluchtelingen’. Hier lijkt sprake van oneigenlijk en wellicht zelfs onrechtmatig onderscheid. Maak geen onderscheid tussen gelijkwaardige organisaties/aanvragers. Behandel elke organisatie gelijk. Wanneer deze eis niet geldt voor andere organisaties dan ook niet bij Pride Amsterdam.

Gelijkheidsbeginsel in geding t.a.v. beperkingen in omgang met sponsors. In het beleidskader staat de volgende opmerkingen: “Van de organisator wordt verwacht dat hij zich inspant om commerciële uitingen op de officiële boten die meevaren met de botenparade en op het evenemententerrein zoveel mogelijk te beperken, zodat de inhoudelijke boodschappen en doelstellingen van PA duidelijk zichtbaar zijn. Waar van toepassing wordt de organisator gevraagd te onderbouwen waarom eventuele commerciële uitingen van toegevoegde waarde zijn, of noodzakelijk zijn voor de organisatie van de PA.“ Realiseert de gemeente Amsterdam zich voldoende dat ieder evenement sponsoren nodig heeft? De PA wordt voor 90 procent gefinancierd vanuit de sponsoren, terwijl de gemeente slechts 10% bijdraagt aan de totale kosten van dit belangrijke evenement. Het is heel gebruikelijk en normaal dat een sponsor vraagt om een tegenprestatie in de vorm van zichtbaarheid. Die zichtbare sponsoruitingen zijn overal bij ieder evenement, niet alleen bij de PA, maar ook bij voetbalwedstrijden,Carnaval, het Concertgebouw en bij ieder ander evenement in Nederland, ook in de stad Amsterdam.

Verzoek aan bestuursorgaan: Maak geen onderscheid tussen gelijkwaardige aanvragers/organisaties op het punt van zichtbaarheid sponsoruitingen. Behandel elke aanvrager/organisatie gelijk. Wanneer deze eis niet geldt voor andere organisaties dan ook niet bij Pride Amsterdam.

Wie mag meedoen en wie vallen tijdelijk buiten de groep? Ongewenste rangorde tussen diverse groepen van de LHBT+ gemeenschap. De gemeente legt nog andere voorwaarden op aan de (nieuwe) organisator PA, voorwaarden die zij niet oplegt aan andere organisatoren van andere Amsterdamse evenementen. De nieuwe organisator wordt verplicht om vooral aandacht te besteden aan transpersonen en lhbtpersonen met een bi-culturele achtergrond. De gemeentelijke overheid heeft in deze complexe materie twee groepen hoog op de agenda geplaatst en lijkt hiermee de ideologische druk op te voeren. De feitelijke rol van de overheid is het faciliteren van de emancipatie van alle minderheden. Het is primair de taak van de overheid om alle minderheden vanuit een achtergestelde positie een volwaardige plek in de samenleving te garanderen. Juist in de gehele LHBT+ gemeenschap is nog ernstig veel sprake van discriminatie en onveiligheid. Hand in hand lopen in de openbare ruimte is iets wat de meeste lhbt-personen niet meer durven. De scheldpartijen en andere bedreigingen zijn een te groot risico. De overheid behoort deze kennis te erkennen en vervolgens te bestrijden. 8

Gemeente is jaar te laat gestart met ontwikkelen beleidkader 2023 In de periode tot 1 november 2022 kunnen nieuwe kandidaten voor Pride 2023 zich aanmelden. Pas na 1 december 2022, of bij vertraging respectievelijk 1 januari 2023, is er duidelijkheid wie de organisator 2023 gaat worden en pas op z’n vroegst, vanaf 1 december 2022 kan de (nieuwe) organisator Pride 2023 de vergunningaanvraag voor Pride 2023 indienen. De gemeente Amsterdam is veel te laat gestart met het ontwikkelen,opzetten en bekendmaken van nieuwe beleidskader. De gemeente brengt vanwege deze trage behandeling nieuw beleid een goede en veilige organisatie van Pride 2023 nodeloos in ernstig gevaar. De organisatie van PA 2023 ligt tussen augustus en december 2022 een half jaar stil. De voorbereidingen van Pride 2023 kunnen het komende half jaar niet worden opgestart De gemeente brengt vanwege de te late en trage start en handelswijze rond het opzetten van het nieuwe Beleidskader, de vergunningverlening en de organisatie van Pride 2023 op voorhand ernstige schade toe. Ook een mogelijk nieuwe organisator van PA 2023 loopt minimaal een half jaar vertraging op om Pride 2023 te organiseren. Opstarten vergunningtraject Pride 2023. Het opstarten van vergunningtraject van het grootstedelijke evenement Pride 2023 behoort direct vanaf augustus 2022 te kunnen beginnen, en niet pas na een half jaar vertraging.

De grote bedrijven bepalen hun sponsoruitgaven ruim voor de start van Pride 2023, en niet pas een half jaar voor aanvang van Pride 2023. De huidige organisator bungelt meer dan een half jaar. Zij zijn gedwongen om tussentijds de huur van het kantoor op te zeggen en het personeel te ontslaan. De gemeente Amsterdam is veel te laat begonnen met het opzetten en opstarten van het nieuwe Beleidskader. De organisatie van Pride 2023 loopt door deze trage handelswijze zijdens gemeente meer dan een half jaar ernstige vertraging op. De (nieuwe) organisator van Pride 2023 kan een half jaar lang niet starten met het werven van sponsoring, geen kantoor huren, geen personeel aannemen, noch de organisatie Pride 2023 opstarten.

Dringend verzoek aan de burgemeester om het nieuwe beleidskader Pride Amsterdam niet in te laten gaan met ingang van Pride 2023, maar voor Pride 2024.

Bid voor World Pride ernstig in gevaar. De huidige organisator van PA brengt een Bid uit voor organisatie van de World Pride 2026. Dit Bid moet voor november 2022 zijn ingeleverd bij de centrale organisatie van World Pride, waarna er een afweging kan worden gemaakt tussen Orlando en Amsterdam, de twee kandidaat-steden voor de World Pride. Omdat in Amsterdam, de organisator van de edities Pride 2023 t/m 2026 niet bekend is op het moment van indienen van de Bid, is de onderhandelingspositie van PA ernstig verslechterd. De centrale organisatie Worldpride moet het Bid-boek beoordelen van een organisator die misschien helemaal de organisator niet is. Ook hier het ernstige verwijt aan de gemeente Amsterdam, dat zij veel te laat is gestart met het opzetten van nieuwe beleidskader.

9

Niet representatieve Klankbordgroep. Afgelopen jaar heeft de gemeente een niet representatieve “klankbordgroep” samengesteld met voornamelijk vertegenwoordigers van splintergroeperingen om zo de Amsterdam Pride te evalueren en adviezen uit te brengen voor de toekomst. Het betreft hier een niet representatieve “klankbordgroep”, geheel anders dan de naam suggereert. Opvallend genoeg hebben in deze klankbordgroep onder meer de huidige organisatoren van PA en de botenparade niet dan wel zeer beperkt mee kunnen praten. De huidige organisatoren zijn van groot belang bij deelname aan een KBG, zij immers organiseren de Pride op uiterst succesvolle wijze al sinds 2014. Het bedrijfsleven als belangrijkste financier van PA en ook de bezoekers mochten ook al niet meepraten in de KBG. En ook wij ,als founders en organisatoren van de eerste tien Prides, zijn niet gevraagd als lid van de KBG. Vreemd of doelbewust buiten gesloten? De KBG is vrij snel na de start uiteen gevallen in vier subgroepen vanwege de oplopende interne meningsverschillen en turbulentie, aldus de gemeente. Of onder deze omstandigheden sprake kan zijn van een ’onafhankelijk onderzoek’ is dan zeer de vraag*.

Vervolgens heeft de gemeente in april 2022 het onvoldragen, niet-representatieve onderzoek van de in vier subgroepen uiteen gevallen ‘klankbordgroep’ breeduit verspreid onder alle (hetero) media en de raadsleden, zonder hierbij te wachten op de uitkomsten van het grote en wetenschappelijk wel voldragen onderzoek van juli 2022. Door het onzorgvuldige handelen zijdens gemeente is in de media ten onrechte een totaal vertekend beeld ontstaan, alsof alle KBG-splintergroeperingen, de mainstream LHBT en de bezoekers eenzelfde mening hadden over successen van de botenparade, succes van Pride Amsterdam en de rol van de sponsoren. De schade aan het evenement en aan de rol van de sponsoren is hierdoor groot en had door meer zorgvuldigheid voorkomen kunnen worden.

o o

“Uitkomst gesprekken klankbordgroep (bijlage 1 bij het beleidsvoornemen ,verspreid in april 2022)” “Pride Amsterdam Onderzoek” (bijlage 2 bij het beleidsvoornemen,verspreid in juli 2022)”

In het manifest van de Pride Walk, 30 juli 2022, ondertekend door deel van de splintergroeperingen aangesloten bij KBG, wordt opgeroepen stelling te nemen tegen de politieke partijen VvD, CDA en D66. Verder wordt geprotesteerd tegen commerciële bedrijven, met name ING en Amazon worden benoemd. Verder wordt een politiek gekleurde stelling genomen in het conflict Israel Palestina, is er onvrede over hetero-normatief gedrag, Kolonialisme, Black Live Matters en wordt de nodige kritiek geleverd op het optreden van onder meer de Nederlandse politie. De Pride Walk lijkt te worden gekaapt door linkse lhbt-activisten, aldus de Telegraaf, 2 augustus 2022. Vervolgens is na de Pride door een deel van de KBG een demonisering van de directeur van PA gestart. Dit alles draagt niet bij aan een harmonieuze samenwerking. We hopen de brokstukken weer te kunnen lijmen. *Journalisten wijzen ons erop dat de rol van de gemeente opvallend is in het vergroten van het verhaal van de queer-activisten in de KBG.

10

Zienswijze van het Beleidskader, gepubliceerd 7 juli 2022 Behandeling op chronologische volgorde per paragraaf 4. Doel gemeente Amsterdam Pagina 5, paragraaf 4. Doel gemeente Amsterdam. “Pride is van, voor en door lhbt+ gemeenschap.’’, schrijft de gemeente in haar concept nota Pride beleid. De omschrijving van de gemeente is onvolledig en incorrect. Hoe slecht kent de gemeente het meest bekende evenement van Amsterdam? PA is een particulier burger-initiatief en de botenparade is uniek en wereldberoemd. De Pride is het belangrijkste emancipatie evenement van Nederland. Pride Amsterdam is veel meer dan ‘van voor, en door regenboog gemeenschap’. Bij Pride Amsterdam zijn veel meer stakeholders betrokken en noodzakelijk voor het grote succes en het welslagen van doelen als inclusie en diversiteit. We noemen een paar stakeholders: de honderdduizenden bezoekers, de mainstreaum hetero’s die lhbt+ minded zijn. Andere belangrijke stakeholders zijn de 80 boten met de vele honderden deelnemers (ook hier de ontmoeting tussen he en lhbt+), het ondersteunende bedrijfsleven en de sponsoren.

De deelnemende artiesten (ook hier een mix van hetero en lhbt+), de kunstinstellingen en kunstenaars (hetero en lhbt+), de auteurs, de acteurs, de sporters en de sportfaciliteiten (hetero en lhbt+) , de filmdistributeurs, de horeca (ook hier een mix van hetero en lhbt+), de vertegenwoordigers van de diverse religies (ook hier alle gezindten en zowel hetero en lhbt+). We kunnen de doelstellingen van emancipatie en solidariteit niet alleen binnen de regenboog community realiseren. De brede ontmoeting tussen alle groepen, lhbt+ en hetero is het wezenlijke kenmerk van de Pride Amsterdam, en dat is het al vanaf de allereerste editie. De ontmoeting heeft altijd bestaan. Een kleine incrowd botenparade met vijf boten van gemarginaliseerde splintergroepjes is geen emancipatie, maar preken voor eigen parochie. In het beleidsstuk wordt, ten onrechte, voortdurend de suggestie gewekt dat de splintergroeperingen niet of niet voldoende deelnemen aan de PA. Niets is minder waar, een groot deel van de leden van de KBG doet al jaren mee aan de PA. Ook geeft de huidige organisatie veel tijd en aandacht aan transgender groeperingen en groepen van kleur. Er zijn al sinds 2014 diverse werkgroepen actief binnen de stichting PA met vertegenwoordigers uit groepen van onder meer jongeren,vrouwen, ouderen, religie, mensen van kleur, transgenders en fetish.

Het structureel en eenzijdige benoemen van de vermeende tekortkomingen van de organisator is een vorm van demoniseren van de huidige organisatie, hetgeen niet alleen onjuist is maar ook schadelijk voor de solidariteit. De gemeente sponsort weliswaar 10% van de kosten maar stuurt de organisatie vervolgens voor hetzelfde bedrag facturen. Een volwaardige Pride is zeker niet te organiseren met de minimale subsidie vanuit gemeente. De gemeente moet zich schamen voor het uitdragen van het eenzijdige +beeld dat telkenmale wordt gepresenteerd over de vermeende rol van sponsoren. Feit is dat het overgrote deel van de financiering van PA is afkomstig vanuit sponsoring door bondgenoten, de bedrijven. Zonder bedrijfsleven is de PA niet mogelijk. Intellectuele eigendommen. De gemeente behoort zorgvuldiger om te gaan met de eigendommen van derden en zich niet te bemoeien met de inhoudelijke kant van de organisatie en invulling van de PA. Het format en het woordmerk van Pride Amsterdam is het intellectuele eigendom van derden en is vanaf het begin in 1996 al direct vastgelegd bij het Benelux Merkenbureau en de belastingdienst.

11

5. Het beleidskader Pagina 7. Paragraaf 5 Waarom beschrijft de gemeente het PA als “één van de meest complexe en risicovolle evenementen”? De Pride wordt al 25 jaar op dezelfde wijze georganiseerd. Wat is er nog complex aan een evenement dat al 25 jaar op dezelfde wijze wordt georganiseerd. De huidige organisatie is al bijna tien jaar zeer ervaren. Het gebrek aan ervaring is vooral te wijten aan de steeds wisselende ambtenaren die het evenement moeten begeleiden. De gemeente schrijft dat het PA ‘risicovol is. Er zijn geen opvallende risico’s. Waarom deze negatieve framing? Vergeleken met vele andere evenementen van deze omvang is de Pride Amsterdam al 25 jaren geen risico evenement, zoals andere ‘festiviteiten’ dat wel vaak kunnen zijn, zoals rond de viering van de spaarzame overwinningen van AJAX. Of het supportersgeweld in Amsterdam voor, tijdens en na afloop van internationale voetbalwedstrijden.

Ons voorstel: Onderschrijf dat het publiek bij de PA al 25 jaren zeer verdraagzaam, respectvol, vredelievend en volgzaam is. De onderdelen van de PA zijn de afgelopen 9 jaar perfect voorbereid en georganiseerd.

5.1 Samenwerken met de Alliantie ‘Zichtbaarheid en Pride’. Pagina 8, Paragraaf 5.1 De gemeente bemoeit zich op nog meer vlakken met de inhoud, ook hier ten onrechte. De gemeente schrijft: ‘De organiserende partij moet proberen alle groepen, zoals jeugd,ouderen, transgemeenschap, asielzoeker en vluchtelingen te betrekken bij de organisatie.’ Ten eerste de vraag: Stelt de gemeente dit soort eisen ook aan andere organisaties? Ten tweede: Heeft de gemeente lijsten van ‘alle groepen van jeugd, ouderen, trans, asielzoekers en vluchtelingen’? Ten derde: Gaat het om asielzoekers/vluchtelingen in Amsterdam of van geheel Nederland? Moeten de vluchtelingen uit COA instellingen worden benaderd? Waarom stelt de gemeente niet de eis dat ook contact moet worden gemaakt met alle andere groepen die behoren tot de LHBT-gemeenschap. Waarom hier een ongewenste vorm van onderscheid maken. Denkt de gemeente dat alleen de transgemeenschap nog problemen ervaart met discriminatie en dat de rest van de LHBT+ probleemloos en fluitend door het leven kan gaan? In dit deel van het beleidskader lijkt het gebrek aan elementaire kennis stuitend en wordt ten onrechte onderscheid gemaakt tussen de diverse groepen van de LHBT community. De gemeente schrijft: ‘De organisator moet een goede samenwerking hebben met de alliantie ‘Zichtbaarheid en Pride’.

Naast de alliantie ‘Zichtbaarheid en Pride’ zijn er nog zeker twee andere LHBT-gerelateerde allianties. Vraag: Waarom een eis van samenwerking met alleen de alliantie ‘Zichtbaarheid en Pride’? Is samenwerking met de overige allianties niet van belang? Vanwaar dit onderscheid? Wanneer is er sprake van een succesvolle samenwerking? Dat lijkt subjectief en dus onmeetbaar. Kan het bestuursorgaan een omschrijving geven van de criteria van ‘succesvolle samenwerking’? 12

Stelt de gemeente Amsterdam vergelijkbare inhoudelijke eisen van samenwerking met derden ook bij de vele andere organisatoren van de overige Amsterdamse evenementen? Zoals Koningsdag, Sinterklaas,Kwakoe Festival, Bloemencorso of Amsterdam Verlicht? Waarom wel deze eis bij LHBT gemeenschap en de Pride Amsterdam en niet bij overige organisaties? Waarom dit ongewenste onderscheid wel bij de PA en niet bij anderen? Dit onderscheid is in strijd met het gelijkheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel. De gemeente wekt op dit punt de indruk van een ongelijke behandeling tussen de Pride organisatie en de overige Amsterdamse organisaties.

Ons voorstel aan het bestuursorgaan: Toets vooraf de opgelegde eisen op haalbaarheid. Een organisator kan onmogelijk contact leggen met ‘alle groepen jeugd, ouderen, transgemeenschap, asielzoekers en vluchtelingen’. Vanwege praktische overwegingen kan onmogelijk contact worden gelegd met ‘alle groepen jeugd, ouderen, transgemeenschap, asielzoekers en vluchtelingen’ Verstrek de organisator PA een minimaal lijstje met vertegenwoordigers waarmee contact kan worden gemaakt. Maak geen onderscheid tussen gelijkwaardige organisaties. Behandel elke organisatie gelijk. Wanneer deze eis niet geldt voor andere organisaties dan ook niet bij Pride Amsterdam. Hier lijkt sprake van oneigenlijk en wellicht zelfs onrechtmatig onderscheid.

13

5.1 Feesten in de stad Pagina 8 en 9, Paragraaf 5.1.

De eindtijd voor alle evenementen in de openbare ruimte wordt gesteld op 00.00 uur. Dus voor alle buiten evenementen geldt dat op vrijdag en zaterdag de eindtijd is vastgesteld op 24 uur, inclusief uitlooptijd. Jarenlang heeft de politie en de afdeling Openbare Orde & Veiligheid van de gemeente gewezen op de voordelen van gespreide eindtijden. Op basis van bewezen succesvol crowd-management heeft politie en OOV gewezen op een gespreide uitloop van het bezoekerspubliek. Dus een geleidelijke overgang, met een eindtijd van 24 uur voor de versterkte muziek gevolgd met een extra uur uitlooptijd zonder muziek. Al jaren is dit de succesformule bij een geleidelijke afbouw van grotere publieksevenementen.

Ons voorstel eindtijden met uitloop. Botenparade. Eindtijd van de botenparade wordt met 1 uur vervroegd tot 17 uur, wat betekent dat er minder boten mee kunnen varen. Vijf belangrijke commerciële boten minder is al snel 3 ton minder aan inkomsten. Door wie wordt dit verlies gecompenseerd?

Ons voorstel handhaaf de huidige eindtijd van 18.00 uur Amstelveld. De gemeente is voorstander van ‘de gewenste ontmoeting’ tussen de LHBT gemeenschap en de Amsterdammers. Eén van de plekken van de gewenste ontmoeting is het jaarlijkse feest op het Amstelveld. In het hart van de botenparade wordt al sinds 2003 een goed georganiseerd feest gehouden waar jonge hetero bezoekers en de lhbt-gemeenschap elkaar kunnen ontmoeten. Een plek waar powerspeeches worden gehouden en het publiek wordt geïnformeerd over het belang van de Pride. In het beleidskader stelt de gemeente de evenementenlocatie Amstelveld niet langer beschikbaar voor de Pride. Op basis van het gelijkheidsbeginsel is hier sprake van een ontoelaatbare inperking en disproportioneel ingrijpen in een privaat evenement. Welke argumenten heeft de gemeente om deze, al meer dan 15 jaar succesvolle locatie, nu opeens te verbieden, terwijl andere soortgelijke locaties wel vergund worden. Overlast kan het criterium niet zijn, omdat volgens de gemeente iedere locatie voor overlast zorgt. Zijn de bewoners van het Amstelveld belangrijker dan bewoners elders? Is hier sprake van klassenjustitie vraagt men zich af in de NRC van 5 augustus jl. Het Amstelveld is een van de grotere pleinen van Amsterdam en een uitstekend geschikte locatie voor eenmalige en kortdurende evenementen.

Een klein maar actief groepje van bewoners probeert al tientallen jaren het Amstelveld ten onrechte voor exclusief eigen gebruik te claimen. De gemeente hoort hierin niet mee te gaan. In het evenementenbeleid van 2018, onder burgemeester Van der Laan, is het Amstelveld juist wel aangewezen als een geschikte evenementenlocatie. Hier lijkt sprake te zijn van willekeur in besluitvorming zijdens de gemeente. Hoe kan dezelfde locatie het ene jaar wel een geschikte locatie zijn voor Pride evenementen en het volgende jaar is hetzelfde plein met hetzelfde feest opeens weer niet geschikt als locatie. 14

De gemeente draagt in het beleidskader ten onrechte geen enkele onderbouwing aan waarom het Amstelveld, als enige plein, in 2022 opeens niet meer geschikt is, terwijl het al 15 jaar heel geschikt is gebleken. Waarom het ene ruime plein wel en het andere niet geschikt achten voor evenementen. Secundair, de organisator van het jaarlijkse evenement op het Amstelveld dient te worden gecompenseerd voor het verlies aan inkomsten en willekeur in besluitvorming en beleid zijdens gemeente. Willekeurige en eenzijdige besluiten zijdens gemeente kunnen niet worden toegerekend aan ‘ondernemersrisico’. Verder dient de gemeente, indien zij volhardt in dit onlogische besluit, een gelijkwaardige locatie, bijvoorbeeld De Noordermarkt, beschikbaar te stellen. Een andere werkbaar alternatief voor dit feest zou kunnen zijn, wisselende locaties aanbieden, dus om het jaar wisselen tussen de locaties Amstelveld en Noordermarkt.

Ons voorstel handhaaf de locatie Amstelveld. Geen onderscheid tussen vergelijkbare locaties.

15

5.1 Botenparade. Pagina 9, paragraaf 5.1 De Botenparade wordt belangrijk gevonden als emancipatoir evenement door een grote meerderheid van bezoekers, Amsterdammers en LHBT- personen. Uit de grootschalige publieksenquête van R2 Research blijkt dat zowel het grootste gedeelte van de mainstream LHBT gemeenschap (diegenen zonder een subsidieafhankelijke relatie met de gemeente), Amsterdammers en de overige bezoekers van de Pride, groot voorstander zijn van het belang en de voortzetting van de huidige botenparade. Deze mening staat haaks op de eenzijdige rapportage vanuit de relatief kleine groep van splintergroeperingen van de ‘Klankbordgroep’. De meningen binnen ‘de KBG’ van splintergroepen blijken in belangrijke mate niet overeen te stemmen met de uitkomsten van de representatieve steekproef van R2Research. ‘De Klankbordgroep’ is niet representatief voor de mainstream LHBT-ers De naam Klankbordgroep lijkt door gemeente verkeerd gekozen. De samenstelling lijkt eenzijdig en bestaat voornamelijk uit kleine veelal linkse splintergroeperingen. De ‘Klankbord-groep’ zoals deze is samengesteld door de gemeente lijkt geen representatieve vertegenwoordiging van de mainstream LHBT-community. De naam ‘KBG’ suggereert ten onrechte dat het hier gaat om een representatieve groep.

Daar komt nog bij dat de huidige KBG van meet af aan in vier verschillende subgroepen uiteen is gevallen, vanwege onoverbrugbare meningsverschillen en onderlinge ‘turbulentie’(deze informatie is afkomstig van het Stedelijk Evenementenbureau,april 2022). Kort samengevat: de op zich al niet representatieve en kleine KBG van splintergroeperingen is kort na de oprichting nog eens verder opgesplitst in vier nog kleinere niet representatieve subgroepen. De meningen binnen ‘de KBG’ van splintergroepen blijken in belangrijke mate niet overeen te stemmen met de uitkomsten van de representatieve steekproef van R2Research. De cijfers van R2Research zijn door bestuursorgaan pas heel laat bekend gemaakt, pas sinds 7 juli 22, terwijl het R2Research onderzoek al veel eerder af was. Het onvoldragen tussenrapportje van de KBG is echter wel breeduit verspreid door gemeente, al v anaf 20 april 2022. De mainstream LHBT+ is in grote meerderheid voorstander van de huidige Pride en botenparade. Het brede onderzoek van R2Research toont overduidelijk aan dat de KBG geen representatieve vertegenwoordiging vormt vanuit de mainstream LHBT gemeenschap, noch van de Amsterdammers noch van de overige bezoekers.

De KBG vormt ook geen representatieve afspiegeling van de sponsoren, de 80 verschillende deelnemers van de botenparade, de 100 duizenden bezoekers van de botenparade, de media en haar gebruikers, de 100-den deel-organisatoren van de Pride, noch van de eigenaren van het format van de botenparade/Pride. De gemeente laat zich eenzijdig informeren door een groep bestaande uit voornamelijk kleinere splintergroeperingen met een subsidieafhankelijke relatie met diezelfde gemeente. Belangrijke stakeholders zijn ten onrechte buitengesloten. De grote vraag blijft, zoekt de gemeente ‘verbinding en ontmoeting’ met ook de grote groepen van stakeholders van de PA of heeft gemeente een eigen politieke agenda? Vanwaar de grote selectieve aandacht van de gemeente voor ‘de opgesplitste KGB’? Is hier sprake van een politieke keuze, bijvoorbeeld voor een keuze van het verminderen van het aantal evenementen in het centrum van de stad of staat ze open in dit dossier?

Voorstel: Publiceer pas wanneer alle representatieve onderzoek binnen is. 16

Commerciële boten. In het beleidskader staat de volgende opmerkingen: “Van de organisator wordt verwacht dat hij zich inspant om commerciële uitingen op de officiële boten die meevaren met de botenparade en op het evenemententerrein zoveel mogelijk te beperken, zodat de inhoudelijke boodschappen en doelstellingen van PA duidelijk zichtbaar zijn. Waar van toepassing wordt de organisator gevraagd te onderbouwen waarom eventuele commerciële uitingen van toegevoegde waarde zijn, of noodzakelijk zijn voor de organisatie van de PA.“ De PA wordt voor 90 procent gefinancierd vanuit de sponsoren, de gemeente draagt slechts 10% bij aan de kosten van dit belangrijke evenement. Realiseert de gemeente Amsterdam zich voldoende dat ieder evenement sponsoren nodig heeft? Iedere sponsor vraagt een tegenprestatie in de vorm van zichtbaarheid. Die zichtbare sponsoruitingen zijn er niet alleen bij de PA maar bij ieder ander evenement in Nederland ook altijd zichtbaar. Ook in de stad Amsterdam. Zelfs in de Stopera,het Concertgebouw en rond de voetbalvelden overal zijn zichtbare sponsoruitingen heel normaal.

Waarom draagt de gemeente niet de boodschap uit over de noodzaak van sponsoring vanuit het bedrijfsleven? Het verhaal van de steun en solidariteit vanuit het bedrijfsleven? Waarom zijdens de gemeente meegaan in het louter negatieve framen van ‘commercie’, een mening die vooral wordt verkondigd in een groot deel van de KBG. Nog belangrijker is de vraag: Waarom maakt de gemeente opnieuw een uitzondering voor de PA? Waarom moet alleen de PA de sponsoruitingen terugdringen? Waarom opnieuw dit onderscheid gemaakt bij de PA? Het lijkt een trend te worden om alleen de PA met aanvullende eisen te overladen, eisen die niet voor andere organisaties lijken te gelden? Waarom worden niet alle organisaties van evenementen op gelijke wijze behandeld door gemeente? Dit is een ontoelaatbare vorm van onderscheid maken tussen gelijkwaardige organisaties. En het brengt het voortbestaan van een volledige PA nodeloos in gevaar.

Ons voorstel: Geef sponsors de ruimte om te sponsoren en maak op dit punt geen onderscheid tussen gelijkwaardige organisaties.

17

5.2 Governance Pagina 11 en 14. Paragraaf 5.2 en paragraaf 6.4. Klachtencommissie. Oprichten van de klachtencommissie en oprichten van de evaluatiegroep De gemeente stelt in paragraaf 5.2 voor dat de (neuwe) organisator bij aanvang alvast beschikt over een cluster aan bestuurders, een onafhankelijke groep van toezichthouders en een werkorganisatie. Ook moet er een onafhankelijke klachtencommissie en een onafhankelijke Evaluatiegroep worden opgezet. De kluwen aan bureaucratie uiteenlopend van monitoring, check en re-check, balance & controll belemmert de praktische organisatie van een kortdurend evenement als de Pride Amsterdam. De organisatie van de Pride dreigt met een dergelijke ‘bureaucratische cluster’ te verworden tot een log instituut met een disproportionele aandacht voor checks & balances, monitoring en een vinkjescultuur, terwijl het bij een kortdurend event als de Pride juist moet gaan om laagdrempelig georganiseerde activiteiten waarin emancipatie en diversiteit de belangrijkste rol hebben. De gemeente stelt de organisator van de PA een bestuursmodel voor wat normaliter van toepassing is bij grote overheidsinstellingen en multinationals. Een organisatiestructuur dat niet passend is bij een particuliere stichting met een eenmalig en kortdurend evenement ,van een dikke week lengte.

Er zijn voldoende voorbeelden voor handen van onwerkbare organisaties die bezwijken onder een bureaucratisch romplomp. We noemen hier als voorbeelden het basisonderwijs, de zorg en politie. Allemaal overheidsinstellingen die kostbare werktijd verliezen vanwege nodeloze bureaucratie, waarbij regel op regel wordt gestapeld. De Pride is een eenmalige organisatie van iets meer dan een week, waarom moet dat bureaucratisch zijn opgetuigd als een multinational? De gemeente stelt in paragraaf 6.4 ook nog voor dat de nieuw op te zetten ´Evaluatiegroep´ jaarlijks moet beoordelen of de Pride ´transparant, veilig en ordentelijk´ is verlopen. Ook moet de Evaluatiegroep beoordelen of alle LHBT+ groepen hebben mee kunnen doen. Is dit alles niet het geval dan kan dreigt de meerjaren subsidie en ook de vergunning tussentijds te worden ingetrokken. De Amsterdam Pride is als evenement gestart vanuit een burgerinitiatief. Ook de stichting Pride Amsterdam is ontstaan als een burgerinitiatief. De gemeente behoort zich inhoudelijk niet te bemoeien met organisatie model van een private rechtspersoon. Gelijkheidsbeginsel is in geding.

Stelt de gemeente Amsterdam vergelijkbare inhoudelijke eisen van ‘bureaucratische clusters van governance’ ook bij de overige organisaties van Amsterdamse evenementen? Zoals Koningsdag, Sinterklaas,Kwakoe Festival, Bloemencorso of Amsterdam Verlicht? Waarom deze eis wel gesteld bij de organisatie van Pride Amsterdam en niet bij overige organisaties? Dit onderscheid is in strijd met het gelijkheidsbeginsel en lijkt de facto op een vorm van ongeoorloofd onderscheid maken tussen gelijkwaardige organisaties.

Ons voorstel: Praktisch en overzichtelijk organisatiemodel voor PA. Toepassing van het gelijkheidsbeginsel, waarbij overheid geen onderscheid maakt aan opgelegde pakketten met eisen, die voor sommige organisaties wel gelden en voor andere weer niet. Behandel elke organisatie gelijk. Zorg dat de bureaucratie van een kort durend event niet de overhand krijgt. Zorg dat de focus blijft op de praktische organisatie. 18

Gestelde eisen aan de organisator Paragraaf 5.2 pagina 10 De gemeente geeft in deze paragraaf onder meer de volgende omschrijving: “Er is sprake van een betrouwbare en creatieve en ter zake kundige organisatie’. Het betreft hier subjectieve begrippen. De gemeente moet aangeven wat wordt verstaan onder ´betrouwbaar, creatief en ter zake kundig.´ Wanneer ben je als organisatie voldoende betrouwbaar, creatief en ter zake kundig= Verder schrijft het bestuursorgaan in deze paragraaf nog dat ´Pride Amsterdam moet er zijn voor alle groepen van de lhbtiq+ gemeenschap´. Hoe moet deze opmerking worden gelezen. Veel te ruim geformuleerd. Wat wordt hier bedoeld, alle lhbtiq+ organisaties in Amsterdam, in Nederland? Heeft het bestuursorgaan een lijst van alle lhbt+ groepen? D e gemeente doet er goed aan subjectieve voorwaarden nauwkeuriger te omschrijven. Ook is het noodzakelijk dat bestuursorgaan realiseerbare tips geeft. Je kunt eenvoudigweg niet alle lhbt/organisaties van Nederland bereiken.

Deugdelijk financieel beleid Paragraaf 5.2. pagina 10 De organisator moet in staat zijn een ‘degelijk financieel beleid’ te voeren. Ook hier ontbreekt een definitie. Een financieel gezond beleid toon je niet aan met het opstellen van een begroting. Iedereen kan een op het oog valide en gezonde begroting opstellen. Stel hier als voorwaarde dat de organisator de gezonde financiële ervaring moet aantonen met feitelijke bewijzen van eerdere gezonde financiële exploitaties van evenementen met een vergelijkbare omvang.

5.2 Gestelde eisen aan de organisator (vervolg). Pagina 10,11 en 15, paragraaf 5.2 In het beleidskader lezen we `Alle LHBT organisaties zullen concurrerende subsidie aanvragen gaan doen bij de organisator van PA. Is dit serieus de bedoeling van het bestuursorgaan? Moet vervolgens ook iedere aanvraag vanuit de LHBT-gemeenschap daadwerkelijk door de PA organisator worden gehonoreerd? Dit lijkt een onmogelijke eis. Is het budget van de organisator van de PA voldoende toereiken om alle potentiële aanvragen positief te beantwoorden ? Wordt deze eis ook aan gelijksoortige andere organisatoren gesteld? Het lijkt ons van niet. Het rechtvaaridheids, evenredigheids- en gelijkheidsbeginsel lijkt hier in geding. Gemeente is subsidie verstrekker. Pagina10, 11 en 15 hebben alle betrekking op subsidie verlening door de (nieuwe) organisator van de PA aan alle LHBT groepen. De gemeente schrijft op pagina 10: “De organisator maakt inzichtelijk hoe eventuele sponsorgelden en partnerships worden ingezet en ook ten goede komen aan de kleinere deelnemende groepen.” Ook schrijft de gemeente op pagina 10: “Tijdens PA moet er ruimte zijn voor alle groepen van de LHBTIQ+ gemeenschap om onderdeel te zijn van het PA evenement.

De organiserende partij moet alle groepen, inclusief de kleinere en gemarginaliseerde groepen, betrekken bij de organisatie en ze de mogelijkheid bieden om deel te nemen aan de uitvoering van het evenement en/of de 19

mogelijkheid bieden om delen van het programma voor hun rekening te nemen. De (nieuwe) organisator wordt gevraagd hier actief op te sturen en jaarlijks te rapporteren hoe hieraan uitvoering is gegeven.” De gemeente schrijft op pagina 15: “Het voor alle partijen in de LHBTiq+ gemeenschap mogelijk is geweest om onderdeel te zijn van PA door het betrekken van die partijen in de organisatie en uitvoering van het evenement.” De gemeente zal de subsidieverlening concentreren bij één organisator. De vierjaarlijkse subsdieverlening van de PA wordt in zijn geheel wordt uitgekeerd aan de hoofdorganisator van de Pride. Kunnen naast de PA-organisator alle overige LHBT+ groeperingen en organisaties geen eigen subsidies aanvragen bij de gemeente? Voor deel-activiteiten van de PA. De gemeente creëert een onmogelijke situatie. De overige LHBT-organisaties zitten in een ongewenste afhankelijkheidsrelatie tot de nieuwe organisator. De taak van subsidie verlener behoort exclusief bij de gemeente te liggen. De gemeente wekt met dit beleid de indruk van het afschuiven van haar taken, wat zeker zal leiden tot grote onvrede bij vele kleinere organisaties . De gemeente stelt de organisator feitelijk verplicht subsidies uit te delen aan alle onderliggende LHBT groepen. Praktisch gezien onmogelijk.

De facto schuift de gemeente in het aangepaste Beleidskader een groot deel van haar verantwoordelijkheid af. De gemeente hoort de onafhankelijke rol van het wel of niet toewijzen van subsidies voor haar rekening te blijven nemen en dit niet over te laten aan een particuliere rechtspersoon, zijnde de hoofdorganisator van de PA. Nog los van het feit dat niet iedere denkbare LHBT organisatie met een slecht doordacht plan, het recht geven om een subsidie op te eisen bij de (nieuwe) organisator PA. Wijst de organisator PA de subsidieaanvraag af dan is er een probleem ontstaan tussen de onderlinge LHBT organisaties. Vervolgens komt de afgewezen organisatie in de Evaluatiegroep, die vervolgens kan besluiten de meerjarige subsidie in te trekken. Dit soort scenario’s moet te allen tijde worden voorkomen door de (nieuwe) organisator niet in de rol van subsdieverstrekker te duwen, zoals bestuursorgaan nu doet .

Ons voorstel verstrek als bestuursorgaan subsidies aan de kleinere lhbt+ organisaties en maak van de (nieuwe) organisator PA geen subsidieverstrekker. Hier is het evenredigheidsbeginsel in geding. Maak geen onderscheid tussen gelijkwaardige organisaties.

20

5.3 Meerdere subsidie-aanvragen in relatie tot het 60 punten systeem. Pagina 11.Paragraaf 5.3 De gemeente zal per periode van vier jaar één subsidie-aanvraag honoreren behorend bij de PA. De gemeente stelt een puntensysteem voor bij de subsidiecriteria, zonder dit onderdeel te concretiseren. In het aangepast Beleidskader wordt slechts gesproken over een minimaal vereist aantal punten, de zogenaamde drempelwaarde van minimaal 60 punten, die nodig is om in aanmerking te komen voor de subsidie. Nergens in het beleidskader wordt door gemeente een onderverdeling van de punten gegeven. Aanvullende informatie en uitleg is een absolute voorwaarde om het beleidskader goed te kunnen beoordelen en om straks de juiste subsidie-aanvraag te kunnen doen*. Dringend verzoek aan het bestuursorgaan om aanvullende Informatie te geven over de vereiste aantallen punten per criterium. Alleen op die manier is door de potentiële organisator te beoordelen welke onderdelen bij subsidieverlening belangrijk zijn. Deze vraag is door ondergetekende al eerder gesteld in mijn reactie van 25 april jl. *Tijdens de Klankbordgroep van 11 juli 2022 kreeg één van de queer activisten ambtelijke hulp aangeboden bij het schrijven van de subsidie-aanvraag. Gezien de onbekendheid met de 60-punten vereisten hebben alle aanvragers deze hulp hard nodig. Gelijke monniken, gelijke kappen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14361914/1