CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

5. TAM-Omgevingsplan H22M_Bijlagen bij de Toelichting

RAAD 2 juli 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het TAM-omgevingsplan H22M Sloterdijk 1 Zuid Blok 1 Zuid (VN2026-005680)26.277 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

figuur 6-3 Hoofd- en plusnet fiets

figuur 6-4 Hoofd- en plusnet voetganger

62

Milieueffectrapportage Haven-Stad

6.3.2

Autoverkeer

Huidige situatie In en rondom Haven-Stad liggen enkele drukke wegen. Dit betreft de A10 en de Westrandweg (A5), maar ook de Basisweg, Transformatorweg, Haarlemmerweg en de Cornelis Douwesweg. Op deze wegen is het dan ook vaak het drukst in de ochtend- en avondspits, zie figuur 6-5.

figuur 6-5 Snelheden op het drukste moment in de ochtendspits (links) en avondspits (recht) (Google, 2017)

In de figuur is de actuele snelheid in de ochtend- en avondspits weergegeven. Uiteraard ligt de snelheid op de lokale wegen lager (veelal een maximumsnelheid van 50 km/uur). Maar de oranje kleuren in de figuur op de Haarlemmerweg en Transformatorweg duiden ook op lichte vertragingen. Deze vertragingen komen vooral door de aanwezige verkeerslichten op deze wegen. In de spitsen, met name in de avondspits, is het erg druk op de A10. Dit leidt tot files en langere reistijden richting de Coentunnel en knooppunt Coenplein. Ook leidt dit tot problemen bij de open afritten van de A10 vanuit Amsterdam. Referentiesituatie Tussen de huidige situatie en de referentiesituatie (2030) groeit het verkeer sterk. Dit komt door de verdergaande groei van Amsterdam. Hoewel veel nieuwe Amsterdammers, zeker binnen de Ring A10 voor de fiets of het OV kiezen, neemt ook het autoverkeer toe, zie . Met name het verkeer rondom Sloterdijk groeit sterk, zie bijvoorbeeld de Transformatorweg. Dit komt onder andere door woningbouw (2.000 woningen) in Sloterdijk Centrum, dat in het vigerende bestemmingsplan al mogelijk is. Voor een aantal wegen geldt dat deze vooral gebruikt worden voor doorgaand verkeer. Dit is verkeer dat niet een herkomst of bestemming in Haven-Stad heeft.

Dit geldt met name voor de A10 en de diverse west-oost verbindingen in het zuidelijk deel van Haven-Stad: de Haarlemmerweg, Basisweg/Transformatorweg en in mindere mate de Nieuwe Hemweg. 63

Milieueffectrapportage Haven-Stad

Nr.

Straatnaam

Intensiteiten per etmaal

A B C D E

A10 - Coentunnel A10 - tussen S101 en S102 A10 - tussen S102 en S103 A5 - Westrandweg A10 - Landsmeer

167.500 95.200 114.000 57.700 136.000

1 Basisweg 2 Transformatorweg - west 3 Kabelweg 4 Contactweg 5 Transformatorweg - oost 6 Van Diemenstraat 7 Sloterdijkerweg 8 Nieuwe Hemweg - Oost 9 Nieuwe Hemweg - West 10 Radarweg 11 A200 12 Haarlemmerweg 13 Cornelis Douwesweg 14 Klaprozenweg figuur 6-6 Etmaalintensiteiten voor enkele relevante wegen in 2030 (Verkeersmodel Amsterdam)

23.300 18.300 2.700 6.900 19.400 18.600 7.300 10.400 2.200 2.600 21.500 23.600 10.800 11.200

In de referentiesituatie is berekend wat de doorstroming op de diverse wegen en kruisingen is. Voor de wegen wordt dit inzichtelijk gemaakt met de zogenaamde I/C-verhouding. Dit is de verhouding tussen de intensiteit en capaciteit. Als deze verhouding boven de 0,8 (of 80 procent) ligt dan is sprake van filevorming en boven de 0,9 (of 90 procent) van stilstaand verkeer. Deze I/Cverhouding is vooral relevant om de doorstroming op de hoofdwegen duidelijk te maken. Voor lokale wegen geeft de I/C-verhouding ook een goede inschatting van de doorstroming, al blijkt in de praktijk dat op lokale wegen de problemen met doorstroming vooral ontstaan bij kruisingen. Daarom is ook de doorstroming van het verkeer bij de kruisingen bekeken. Dit is door middel van de gemiddelde vertraging (in seconden) in beeld gebracht. In figuur 6-7 staan zowel de I/C-verhouding als de vertraging per kruising voor de avondspits. In het achtergrondrapport Mobiliteit zijn ook de resultaten voor de ochtendspits opgenomen. De conclusies hiervan komen overeen met de beschreven effecten van de avondspits. Uit de figuur blijkt dat met name rondom de Coentunnel en richting de A8 de doorstroming op de A10 onder druk staat. Door de toename van verkeer neemt ook de drukte bij de kruisingen in de spits toe.

De meeste kruisingen kunnen deze toename van verkeer aan, maar met name bij de op- en afritten naar de A10 (S01, S102 en S118) ontstaan vertragingen. Verder van de A10 af is met name de kruising Contactweg/Transformatorweg een beginnend aandachtspunt (niet al het verkeer zal op het drukste moment in de spits binnen één cyclustijd1 kunnen passeren). Tot slot is ook de kruising Archangelkade/Spaarndammerdijk (buiten het plangebied gelegen) een bekend aandachtspunt.

1 Dit is de periode waarin alle richtingen een keer groen hebben gekregen.

64

Milieueffectrapportage Haven-Stad

figuur 6-7 I/C-verhouden (>0,6) op wegen en vertraging bij de kruisingen (>20 seconden( in de avondspits)

6.3.3

Verkeersveiligheid

Amsterdam heeft een actieve aanpak voor het verbeteren van de verkeersveiligheid. Zo worden zogenaamde ‘black spots’, verkeersonveilige plaatsen, actief aangepakt. In het plangebied liggen geen black spots en is in de afgelopen vijf jaar geen dodelijk ongevallen geweest. In het plangebied zijn de grote kruisingen met verkeerslichten geregeld en zijn op diverse plaatsen vrijliggende fietspaden aanwezig. Deze elementen dragen bij aan een verkeersveilige situatie. Wel is het een druk gebied met veel kruisende verkeerstromen en diverse soorten verkeer. In figuur 6-8 zijn de ongevallen met letsel weergegeven. De aard van het letsel is niet bekend. Hieruit blijkt dat met name rond de Transformatorweg er veel ongevallen plaatsvinden. Bij circa de helft van deze ongevallen is een fietser betrokken. Dit komt naar verwachting door de paar ongeregelde kruisingen en de locaties waar het vrijliggende fietspad overgaat in een weg die ook voor auto’s toegankelijk is.

65

Milieueffectrapportage Haven-Stad

figuur 6-8 Ongevallen (gele labels) met letsel tussen 2010 en 2015 in het zuidelijk (links) en noordelijk deel (rechts)

6.3.4

OV en fiets

Gemiddeld leggen Nederlanders 50 procent van alle verplaatsingen met de auto af en slechts 6 procent met het openbaar vervoer. De overige verplaatsingen vinden fietsend (27 procent) en lopend (17 procent) plaats. In Amsterdam is dit beeld geheel anders. De meeste Amsterdammers wonen en werken in de buurt, waardoor het aandeel OV, fiets en lopen significant hoger is dan het landelijke gemiddelde. Deze verdeling tussen het aantal verplaatsingen per vervoerswijze heet de ‘modal split’. De modal split verschilt ook in Amsterdam sterk. Zo hebben gebieden die vlakbij de Ring of aan de rand van de stad liggen een groter aandeel verplaatsingen per auto. Ook op bedrijventerreinen is het aandeel autoverplaatsingen hoger, terwijl in de binnenstad dit percentage juist heel laag is.

PROCENTUELE VERDELING VERPLAATSINGEN (MODAL SPLIT) Auto

OV

HAVEN-STAD: HUIDIGE SITUATIE

AMSTERDAM CENTRUM

AMSTERDAM GEMIDDELD

NEDERLAND

Fiets & Voetganger

37

19

18

44

33

32

49

23

50

66

45

6

44

Milieueffectrapportage Haven-Stad

Factoren die sterk van invloed zijn op de modal split zijn dus: de aanwezige functie, nabijheid van OV en fietsvoorzieningen, ligging ten opzichte van het hoofdwegennet en ook belangrijk de geldende parkeernorm. Immers, als de mogelijkheid aanwezig is om de auto eenvoudig kwijt te kunnen, heeft dit invloed op de vervoerskeuze. In de huidige situatie is Haven-Stad een gebied waar veel industriële (haven)activiteit, kantoren en diverse andere functies aanwezig zijn. In de modal split is daarom een hoger aandeel autoverkeer aanwezig, dan gemiddeld voor Amsterdam geldt. Ook het onbetaald kunnen parkeren in een groot deel van Haven-Stad draagt bij aan dit hogere aandeel. Veel van de aanwezige bedrijven trekken werknemers en bezoekers aan, die op grotere afstand wonen. Ook zijn, behoudens het gebied rondom station Sloterdijk, weinig snelle OV-verbindingen en fietsverbindingen aanwezig. De metrolijn stopt bij station Isolatorweg en daardoor ontbreekt een snelle verbinding met het centrum. Hiervoor zijn wel diverse busroutes aanwezig, maar de frequentie en het vele aantal stops maken dit niet een snelle verbinding. Tot slot zijn wel veel fietspaden aanwezig, bijvoorbeeld langs de Transformatorweg, maar ontbreekt het aan duidelijke en comfortabele routes naar alle windrichtingen.

Voor OV en fiets (en daarmee ook de modal spit) is er geen significant onderscheid te maken tussen de huidige situatie en de referentiesituatie.

6.3.5

Conclusie

Het verkeersbeeld in en rondom Haven-Stad is dat het druk is op diverse wegen. Er staan nu en in de referentiesituatie in zowel de ochtend- als avondspits geregeld files. Er is nog wel restcapaciteit bij diverse kruisingen en wegen aanwezig, maar het is al een druk gebied. Dit komt ook doordat het zuidelijk deel van Haven-Stad tussen de A10 en het centrum ligt en hierdoor relatief veel doorgaand verkeer dat niet in Haven-Stad moet zijn, het gebied doorrijdt. Voor de interregionale verbindingen is station Sloterdijk een belangrijk OV-knooppunt. De bereikbaarheid met de trein is dan ook goed te noemen. De bereikbaarheid per fiets en gemeentelijk/regionaal OV is matig. Metrostation Isolatorweg is een eindhalte en mist de verbinding met het centrum. Ook is geen sprake van een fijnmazig fiets- en busnetwerk waardoor snelle en frequente verbindingen met het centrum en andere stadsdelen ontstaan. Hierdoor is voor veel mensen de auto nu nog het meest logische vervoersmiddel. Het noordelijk gedeelte van Haven-Stad heeft een eigen mobiliteitsbeeld. Hier is het significant minder druk op de diverse wegen. Hier is de invloed van de A8 wel weer groter. Deze rijksweg staat in de ochtend- en avondspits geregeld vast, waardoor regionaal verkeer vanuit de Zaanstreek/Hoorn van en naar de Noordelijke IJ-oever vertraging oploopt.

In dit gebied zijn geen specifieke fietsroutes en weinig (H)OV-verbindingen aanwezig. Geconcludeerd wordt dat de transformatie van Haven-Stad om ingrijpende keuzes vraagt, wil een groot deel van het programma gerealiseerd kunnen worden. Investeringen in OV (bijvoorbeeld een metroverbinding met het centrum), fiets en beperking van de groei van het autoverkeer zijn hierbij waarschijnlijk noodzakelijk. Daarnaast is het wenselijk te kijken naar de ontvlechting van het autoverkeer. Nu zijn diverse oost-west verbindingen aanwezig in het plangebied, waarbij de drukke Transformatorweg dwars door straks te ontwikkelen gebieden loopt. 67

Milieueffectrapportage Haven-Stad

6.4

Gezonde leefomgeving

6.4.1

Geluid

Haven-Stad ligt in een gebied waar veel geluid aanwezig is. De A10, het spoor, de metro, de gezoneerde industrieterreinen en de stedelijke wegen en individuele bedrijven. Bij geluid wordt in de wetgeving (Wet geluidhinder en Activiteitenbesluit) altijd per bron gekeken (wegverkeersgeluid, industriegeluid, spoorweggeluid en geluid van individuele inrichtingen) en gelden ook per bron andere normen. Dit is logisch, omdat het type geluid verschilt: elk kwartier een passerende trein levert een andere geluidsbeleving op dan een continue ‘brom’ door nabijgelegen industrie. Daarnaast is het van belang hoe deze bronnen cumulatief leiden tot een bepaalde geluidsbelasting. Eerst behandelen we de geluidbelasting per bron. Alle weergegeven geluidcontouren zijn op 25 meter hoogte. In het achtergrondrapport Geluid staan alle andere relevante hoogtes. Er is geen significant verschil in geluidbelasting tussen de huidige situatie en referentiesituatie, alleen als gevolg van de toename van verkeer neemt het wegverkeersgeluid licht toe. Industriegeluid In Haven-Stad liggen de gezoneerde industrieterreinen Westpoort en Cornelis Douwes. Onderdeel van het gezoneerde industrieterrein Westpoort zijn de deelgebieden Coen- en Vlothaven en Alfadriehoek. Het gezoneerde industrieterrein Cornelis Douwes omvat de deelgebieden Cornelis Douwes 0-1 en 2-3.

Tot 50 dB(A) mogen geluidgevoelige objecten gebouwd worden. Geluidsgevoelige objecten zijn bijvoorbeeld woningen, scholen en kinderdagverblijven. Kantoren en bedrijven kennen geen normering voor geluid. Tot 55 dB kan de gemeente middels het vaststellen van hogere waarden nog geluidgevoelige objecten toestaan, mits sprake is van één stille zijde. Boven de 55 dB(A) is dit niet meer toegestaan en zijn geluidgevoelige objecten alleen met dove gevels (waarbij de ramen niet open kunnen) toegestaan. Deze regels zijn conform het Amsterdams geluidbeleid. In een stedelijke omgeving als Amsterdam kan een hogere waarde niet altijd vermeden worden en is zelfs een stille zijde niet altijd mogelijk, maar wel blijft de bescherming van een akoestisch aanvaardbaar woon- en leefklimaat van belang. In figuur 6-9 zijn de geluidcontouren van deze gezoneerde industrieterreinen weergegeven. De 55 dB(A) contour ligt over heel Haven-Stad heen. Dit betekent dat woningbouw of andere geluidgevoelige objecten niet zonder meer mogelijk zijn. In de wetgeving bestaan hiervoor wel bijzondere uitzonderingen, zoals het toepassen van de Zeehavennorm en de Stad- en Milieubenadering, hierover volgt meer informatie in hoofdstuk 6.

De geluidscontouren in het zuidelijk deel van Haven-Stad worden grotendeels veroorzaakt door de aanwezige industrie in het deelgebied Coen- en Vlothaven, al is ook de invloed van bedrijven verderop op het gezoneerde industrieterrein Westpoort nog te merken.

68

Milieueffectrapportage Haven-Stad

figuur 6-9 Geluidscontouren van de gezoneerde industrieterreinen Westpoort en Cornelis Douwes

Individuele bedrijven en windturbines Bedrijven waarbij sprake is van een hoge geluidbelasting zijn over het algemeen gelegen op een gezoneerd industrieterrein. Echter, ook buiten die gezoneerde terreinen zijn bedrijven met een hogere geluidbelasting mogelijk (op basis van vergunde geluidruimte en/of Activiteitenbesluit). In de vigerende bestemmingsplannen zijn milieucategorieën opgenomen (zie paragraaf 6.4.3), die oplopen vanaf categorie 1 tot en met 5.3. Hoe hoger de milieucategorie, hoe meer milieubelasting (en dus ook geluid) een bedrijf mag produceren. In de huidige situatie/referentiesituatie zijn hogere milieucategorieën mogelijk, omdat er nog geen woningen aanwezig zijn. In figuur 6-10 zijn de bedrijven met een milieucategorie hoger dan 3.1 (30 meter afstand) tot aan milieucategorie 5.1 (300 meter) opgenomen. Veel van de bedrijven liggen op de gezoneerde industrieterreinen Westpoort en Cornelis Douwes. Vanaf milieucategorie 3.2 is menging met wonen lastig uitvoerbaar. Buiten de gezoneerde industrieterreinen gaat het dan om enkele bedrijven. Voor het Zaanstraat emplacement geldt een richtafstand van 500 meter op basis van de vergunde geluidruimte. Ook zijn de windturbines in en nabij het plangebied weergegeven. Deze liggen in huidige situatie op gezoneerd industrieterrein, maar worden individueel beoordeeld.

Voor windturbines is de maatgevende 47 dB Lden contour opgenomen. 69

Milieueffectrapportage Haven-Stad

figuur 6-10 Bedrijven met milieucategorie vanaf 3.1 en geluidscontouren windturbines

Spoorweg- en metrogeluid In Haven-Stad liggen enkele drukke spoorlijnen voor zowel personenvervoer als goederenvervoer. Dit goederenvervoer vindt plaats richting Westpoort en Haarlem. In figuur 6-11 staan de geluidcontouren van deze spoorlijnen. Er is geen noemenswaardig verschil tussen de geluidbelasting in de huidige situatie, referentiesituatie en de situatie als het Programma Hoogfrequent Spoor (PHS) gerealiseerd (zie paragraaf 5.2) is. De belangrijkste wijziging bij realisatie PHS is dat er twee intercity’s en twee sprinters meer richting Zaandam gaan rijden. Het te verwachten effect op de geluidsbelasting is niet relevant. De normering voor geluid bij spoorwegen is dat tot 55 dB geluidsgevoelige bestemmingen zonder meer mogelijk zijn. Tussen 55 dB en 68 dB mogen een hogere waarden verleend worden en boven de 68 dB zijn geluidsgevoelige bestemmingen niet zonder meer mogelijk. Uit figuur 6-11 blijkt dat voor een groot gedeelte van Haven-Stad hogere waarden noodzakelijk zijn als woningbouw of andere geluidgevoelige bestemmingen gerealiseerd worden en slechts een beperkt deel (direct langs de spoortracés) ernstige beperkingen oplegt. De aanwezige metrolijn in Haven-Stad loopt vanaf Centraal via Station Zuid en Station Sloterdijk naar de eindbestemming Isolatorweg. Deze 70

Milieueffectrapportage Haven-Stad

metrolijn ligt bovengronds en heeft een relatief beperkte impact op het totale gebied. De geluidcontouren boven de maximale ontheffingswaarde 63 dB liggen direct langs het tracé.

figuur 6-11 Spoorweggeluid (trein links en metro rechts)

Wegverkeersgeluid De dominante geluidbron voor wegverkeersgeluid is logischerwijs de A10. Ondanks de aanwezige geluidschermen reikt de 50 dB contour tot ver in het plangebied, zie figuur 6-12. Dit betekent dat vanwege de A10 voor een groot deel van het gebied hogere waarden benodigd zijn.

figuur 6-12 Wegverkeersgeluid

71

Milieueffectrapportage Haven-Stad

Rond de rijkswegen is een brede zone aanwezig waarbinnen zelfs de maximale ontheffingswaarde wordt overschreden. Hier is woningbouw zonder maatregelen niet direct mogelijk. Enkele drukke stedelijke wegen, zoals de Haarlemmerweg en de Transformatorweg hebben ook sterke invloed op de geluidbelasting. Scheepvaartgeluid De maatgevende geluidscontour vanwege scheepvaart op het IJ (50 dB(A)) reikt niet verder dan de vaargeul en vormt daarmee geen beperking voor het realiseren van geluidgevoelige objecten. Luchtvaartgeluid Rondom Schiphol gelden beperkingen voor woningbouw vanwege geluid. Dit beperkingengebied loopt op van een sloopzone vanwege geluid (zone 2) tot een afwegingsgebied voor geluid (zone 5). Haven-Stad ligt niet in deze gebieden. Haven-Stad ligt tussen de 48 en 58 Lden contour. Conclusie In Haven-Stad zijn vanwege industrie, rijkswegen en spoorwegen geluidbelastingen boven de voorkeursgrenswaarde aanwezig. De huidige gecumuleerde geluidsbelasting in het plangebied is daardoor aanzienlijk. Met name de geluidbelasting vanuit industrie vraagt om een creatieve en gebiedsgerichte aanpak om woningbouw mogelijk te maken. Hiervoor zijn keuzes nodig om de omgang met de geluidbelastingen op voorhand goed te regelen.

6.4.2

Luchtkwaliteit

Algemeen Vanuit Europese regelgeving gelden er normen voor de concentraties vervuilende stoffen in de lucht. In Nederland zijn twee stoffen het meest kritisch in relatie tot deze normen: stikstofdioxide (NO2) en (ultra) fijn stof (PM10 en PM2,5). De luchtkwaliteit langs wegen wordt deels bepaald door het verkeer dat erover rijdt, maar ook door de bijdrage van andere uitstootbronnen, zoals industrie, huishoudens en landbouw: de zogenaamde achtergrondconcentraties. Op sommige plaatsen is deze achtergrondconcentratie circa 70 – 80 procent van de totale concentratie. Dit is ook goed te zien in figuur 6-13, waar de opbouw van de concentratie zeer fijn stof (PM2,5) is weergegeven. Door Europa, het Rijk en de gemeente wordt veel geïnvesteerd om de luchtkwaliteit te verbeteren. Dit gebeurt onder andere door maatregelen voor schonere auto’s en minder uitstoot in de industrie en landbouw. Hierdoor dalen de concentraties fijn stof en stikstofdioxide de afgelopen jaren sterk. Dit is in de figuur goed te zien: de totale concentratie daalt sterk tussen 2015 en 2030. Uit de figuur blijkt ook dat het aandeel van auto’s (dit aandeel zit met name in het paarse vlak ‘straat’) van de totale concentratie (ultra) fijn stof beperkt is. Een grote toename van verkeer heeft dus slechts beperkt invloed op de hoogte van de concentratie fijn stof.

Bij stikstofdioxide is het aandeel autoverkeer op de totale concentratie veel groter (bij drukke wegen tot 30 procent) en daardoor zijn de concentraties stikstofdioxide hoger bij drukke wegen in de stad. 72

Milieueffectrapportage Haven-Stad

2015 2030 0

5 Natuurlijk

10

Buitenland

Nationaal

Stad

15 Straat

3

figuur 6-13 Opbouw concentratie PM2.5 (in µg/m )

Huidige situatie In Haven-Stad liggen alle concentraties in de huidige situatie onder de wettelijke waarden. Voor stikstofdioxide en fijn stof is deze norm 40 µg/m3, voor zeer fijn stof (PM2.5) is dit 25 µg/m3. In tabel 6-1 is per gebied een bandbreedte van de aanwezige concentraties (in µg/m3) in de huidige situatie getoond. De concentraties gelden voor een afstand van 10 meter vanaf de weg (tenzij bebouwing dichterbij staat). Op grotere afstand zijn de concentraties enkele microgrammen lager. Dit is ook goed te zien in figuur 6-14. In deze figuur is ook de piek van fijn stof als gevolg van de industrie op de Coen- en Vlothaven te zien. tabel 6-1 Concentraties stikstofdioxide, fijn stof en zeer fijn stof in de huidige situatie en referentiesituatie

Locatie

NO2

PM10

PM2,5

Rondom Sloterdijk Noordelijke IJ-oever Coen- en Vlothaven Minervahaven

25-28 23-27 25-31 24-36

21-22 19-22 22-24 21-24

11-12 11-12 12 12

figuur 6-14 Concentraties fijn stof en stikstofdioxide in de huidige situatie

Referentiesituatie (2030) In figuur 6-15 en figuur 6-16 zijn de concentraties stikstofdioxide en fijn stof (ultra fijn stof is in het achtergrondrapport opgenomen, hier zijn ook geen aandachtspunten geconstateerd). Uit de figuren blijkt een sterke daling van de concentraties tussen de huidige situatie en referentiesituatie. Bij stikstofdioxide loopt deze afname op tot 10 microgram per kubieke meter.

73

Milieueffectrapportage Haven-Stad

figuur 6-15 Concentratie stikstofdioxide (NO2) in de referentiesituatie op diverse rekenpunten

figuur 6-16 Concentratie fijn stof (PM10) in de referentiesituatie op diverse rekenpunten

74

Milieueffectrapportage Haven-Stad

Voor fijn stof (PM10) liggen de concentraties ruim onder de grenswaarden (bij wettelijke toetspunten2), maar is wel een duidelijke piek te zien rondom de Coen- en Vlothaven. Hier liggen de concentraties dan ook het hoogst (rond de 31 microgram in de huidige situatie en rond de 29 microgram in de referentiesituatie). Deze toename heeft vooral de maken met de toename die voorspeld is voor fijn stof tussen 2015 en 2020 rondom grote industrieën, na 2020 is weer sprake van een afname. Voor PM2,5 zijn de concentraties ruim lager dan de grenswaarde en blijven deze stabiel tussen de huidige situatie en de referentiesituatie. De fracties fijn stof die rondom de Coen- en Vlothaven in de lucht aanwezig zijn, hebben een grotere korrelgrootte dan dit zeer fijn stof. Conclusie Voor luchtkwaliteit zijn er geen specifieke aandachtspunten of keuzes die gemaakt moeten worden.

6.4.3

Milieuzonering

Milieuzonering betekent dat er voldoende ruimte moet bestaan tussen milieubelastende activiteiten en gevoelige functies, waarbij de afstand tussen beide milieuzonering genoemd wordt. Doel hierbij is dat er bij ontwikkelingen afgewogen kan worden of de ontwikkelingen gerealiseerd kunnen worden met een voldoende leefkwaliteit. Elk bedrijf valt in een bepaalde milieucategorie. Dit loopt vanaf 1 tot en met 6. Een categorie 1 bedrijf heeft geen enkele (mogelijke) impact op de omgeving, terwijl onder categorie 6 bedrijven vallen, zoals grote energieopwekkers, die een belangrijke impact op de omgeving hebben. In bestemmingsplannen wordt geregeld tot welke categorie bedrijven op een bepaalde plaats zijn toegestaan. Deze milieuzonering is indicatief en hier kan gemotiveerd van afgeweken worden. tabel 6-2 Milieucategorieën en bijbehorende hinderafstand vanuit de VNG-brochure bedrijven en milieuzonering

Milieucategorie

Maximale hinderafstand in gemengd gebied (voor geluid, stof, geur en veiligheid)

1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6

0 meter 10 meter 30 meter 50 meter 100 meter 200 meter 300 meter 500 meter 700 meter 1.000 meter

Milieuzonering is wederkerig. Dat wil zeggen dat bedrijven en andere milieubelastende activiteiten rekening moeten houden met gevoelige bestemmingen, maar ook dat bij de planning 2

In de figuur zijn rekenpunten opgenomen, ook relatief bij de weg waar geen bebouwing staat. Wettelijke toetsing vindt plaats bij toetspunten bij gevoelige functies. De resultaten zijn dan ook ‘worst case’.

75

Milieueffectrapportage Haven-Stad

van gevoelige bestemmingen rekening gehouden moet worden met belastende activiteiten. In en rond Haven-Stad zijn diverse bedrijven aanwezig, die een milieucirkel hebben. Binnen dergelijke milieucirkels mogen niet zonder meer woningen gebouwd worden. Dit is enerzijds ter bescherming van de bedrijfsvoering van die bedrijven, maar ook vanuit gezondheidsoogpunt voor de bewoners van de beoogde woningen. In Figuur 6-17 is de milieuzonering van de vigerende bestemmingsplannen opgenomen. Voor de meeste gebieden in Haven-Stad geldt een maximale milieucategorie. Op de Coen- en Vlothaven is dat bijvoorbeeld categorie 5.1 en een groot deel van de Minervahaven categorie 3.1. Tot milieucategorie 3.1 is menging met wonen voor geluid is onder voorwaarden mogelijk. Deze voorwaarden zijn onder andere: voor gevaar, stof en geur geldt mag maximaal categorie 2, de activiteiten vinden niet ‘s nachts plaats, de activiteiten zijn hoofdzakelijk inpandig. In Sloterdijk I gelden diverse maatbestemmingen voor bedrijven met een categorie 3.2 en 4.1.

Figuur 6-17 Milieuzonering conform de vigerende bestemmingsplannen

Conclusie In Haven-Stad hebben vrijwel alle gebieden milieucategorieën waarbij woningbouw niet zonder meer mengbaar is. Dit geldt zeker voor de gebieden waar de milieucategorie hoger is dan 4.1. Voor de omgang met milieuzonering dienen keuzes gemaakt te worden om woningbouw mogelijk 76

Milieueffectrapportage Haven-Stad

te maken, maar bestaande bedrijven buiten een bepaald te transformeren deelgebied niet onevenredig in hun bedrijfsvoering worden aangetast.

6.4.4

Geur

Voor het thema geur geldt dat er geen verschil is tussen de huidige situatie en de referentiesituatie. Er is geen aanleiding bekend waardoor de geursituatie verandert. Cumulatieve geurbelasting Het beleid in Nederland en de provincie Noord-Holland (Amsterdam heeft geen geurbeleid) ten aanzien van geur is erop gericht om nieuwe hinder te voorkomen. Uitgangspunt is dat een nieuwe woonlocatie op zodanige afstand wordt gepland van stankbronnen dat geen of hooguit een acceptabele mate van hinder te verwachten is. Het is een bevoegdheid van het lokale gezag om vast te stellen welk niveau van geurhinder in een bepaalde situatie nog acceptabel is. Meer dan 90 procent van de geurbelasting op het plangebied wordt veroorzaakt door de volgende bedrijven: Cargill/Bunge Sojafabrieken, ICL Fertilizers en de cacao bedrijven uit de Zaanstreek. De eerste twee genoemde zijn verantwoordelijk voor ruim 70 procent van de geurbelasting. Op basis van de vigerende vergunningen van de bestaande bedrijven is de verwachting dat de geurbelasting op het plangebied niet of nauwelijks zal wijzigen. In figuur 6-18 is de cumulatieve geurcontour van de geurrelevante bedrijven weergegeven.

figuur 6-18 Cumulatieve geurcontouren bedrijven

77

Milieueffectrapportage Haven-Stad

Uit de figuur blijkt dat de 3 OUe/m3 over de Coen- en Vlothaven en een deel van de Minervahaven ligt. De 2 OUe/m3 ligt verder en valt deels over Alfadriehoek, de hele Minervahaven en een deel van Cornelis Douwes. Vanuit beleid gelden formeel geen beperkingen binnen deze contouren, echter de geurinvloed dichterbij de Coen- en Vlothaven neemt sterk toe en kan tot hinder leiden. Voor diverse woningbouwplannen (Sloterdijk, Brediuslocatie en Houthavens) is geanalyseerd of sprake is van een acceptabel geurniveau. Voor de Houthavens en Brediuslocatie geldt dat maximaal circa 30 procent geurgehinderden kunnen voorkomen. Bij Sloterdijk is dit circa 11 procent; dit komt door de grotere afstand tot deze bedrijven. In al deze gevallen is een dergelijk hinderpercentage (zie het kader voor meer duiding hiervan) geaccepteerd. Odourunits en percentielwaarden 3

De geuremissie wordt uitgedrukt in Europese odour units per kubieke meter (OUE/m ). Eén Europese odour unit per kubieke meter is de concentratie geurstoffen die door iemand van een geurpanel in een laboratorium met 3

zekerheid kan worden geroken. De geurbelasting is uitgedrukt in percentielwaarden. Bijvoorbeeld 1 OUE/m als 983

percentiel. Dit betekent dat de uurgemiddelde geurconcentratie van 1 OUE/m gedurende 98 procent van het jaar niet wordt overschreden (2 procent van het jaar is de bron dus wel waarneembaar en kan hinder ervaren worden).

Individuele bedrijven Naast de bedrijven waar in de milieuvergunning specifieke eisen omtrent geur staan (en ook opgenomen zijn in de cumulatieve geurcontour) zijn er nog 21 bedrijven die vanwege geur een milieucategorie van 3.1 of hoger hebben. Het Amsterdamse beleid gaat uit van menging tot en met milieucategorie 2 (voor geluid tot 3.1 onder voorwaarden) dus de bedrijven met een lagere milieucategorie zijn hier niet opgenomen, omdat verondersteld wordt deze geen hinder op nabijgelegen woningen of andere bestemmingen veroorzaken, zie tabel 6-3 en figuur 6-19. tabel 6-3 Bedrijven zonder geurcontour maar wel een milieucategorie 3.1 of hoger hebben vanwege hinderafstand geur

Nr.

Naam

Adres

1 2 3 4 6 7 8 9 10 11 13 14 15 16 17 18 19 20 21

Bek en Verburg Scheepsafval Bek en Verburg Bijenkorf Patisserie Braspenning Damen Shiprepair Diaki Swiet Moffo Eggerding Industrial Minerals FEBO productie snacks Gary’s Home baked Muffins Holtkamp patisserie ISPA Plastics Jaffa Bakkerij Jansen, A. B.V. Maja Stuwadoors RNB Autoschade T&M Kunststoffen B.V. Union Milieu Van Gansewinkel Van Vliet

Coenhavenweg 22 Westerhoofd 12 Magneetstraat 3 Tt. Melissaweg 10 Tt. Vasumweg 131 Printerstraat 12-14 Coenhavenweg 22 Processorstraat 21 Tt Vasumweg 260 Elektronstraat 13 Kabelweg 28 Contactweg 28-30 Papierweg 5 Pier Azie 10 Contactweg 26B Magneetstraat 5 Processorstraat 3 Nieuwe Hemweg 10 Toetsenbordweg 3

Indicatieve hinderafstand 100 meter 200 meter 50 meter 30 meter 50 meter 30 meter 30 meter 30 meter 30 meter 30 meter 100 meter 50 meter 100 meter 30 meter 30 meter 100 meter 30 meter 100 meter 30 meter

78

Ligging in deelgebied

Contour buiten het eigen deelgebied

Coen- en Vlothaven Coen- en Vlothaven Sloterdijk I Zuid Cornelis Douwes 2-3 Cornelis Douwes 2-3 Cornelis Douwes 2-3 Coen- en Vlothaven Cornelis Douwes 0-1 Cornelis Douwes 0-1 Sloterdijk I Noord Sloterdijk I Zuid Sloterdijk I Zuid Coen- en Vlothaven Coen- en Vlothaven Coen- en Vlothaven Sloterdijk I Zuid Cornelis Douwes 0-1 Minervahaven Cornelis Douwes 0-1

Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee

Milieueffectrapportage Haven-Stad

figuur 6-19 Indicatieve geurcirkels voor individuele bedrijven

Conclusie Alle relevante bedrijven, die op basis van de richtafstand uit de VNG-brochure geurhinder kunnen veroorzaken hebben geen contouren over andere deelgebieden. Dit betekent dat de contouren alleen relevant zijn als het betreffende deelgebied getransformeerd wordt. Met spelregels voor woningbouw kan een aangenaam woon- en leefklimaat worden gegarandeerd. Alleen in Minervahaven-Noord is woningbouw niet zonder aanvullende regels en compensatie mogelijk.

6.4.5

Grof stof

Voor het thema (grof) stof is er geen verschil tussen de huidige situatie en de referentiesituatie. Stofdeeltjes groter dan 10 micrometer vallen onder de noemer ‘grof stof’. Voor grof stof is geen wetgeving of beleid vastgesteld voor ruimtelijke ontwikkelingen en stof. In het Activiteitenbesluit gelden voor bedrijven wel regels voor bijvoorbeeld de stuifgevoeligheid. Voorbeelden van stuifgevoelige stoffen zijn cement, grond, roestig schroot en kunstmest. In en rond het plangebied

79

Milieueffectrapportage Haven-Stad

zijn 13 bedrijven aanwezig, die een op basis van de VNG-brochure een milieucontour groter dan 30 meter hebben (milieucategorie 3.1 of hoger) voor stof, zie tabel 6-4 en figuur 6-20. tabel 6-4 Individuele bedrijven, die een milieucategorie 3.2 of hoger hebben, vanwege hinderafstand stof

Nr.

Naam

Adres

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15

Bek en Verburg Scheepsafval Braspenning Damen Shiprepair Eggerding Industrial Minerals Holland Repair Service ICL Fertilizers ISPA Plastics Jansen BV Maja Stuwadoors Mebin Betoncentrale T&M Kunststoffen BV Van Gansewinkel Van Vliet Cargill/Bunge Soja BV Scrap terminals

Coenhavenweg 22 Tt. Melissaweg 10 Tt. Vasumweg 131 Coenhavenweg 22 Vlothavenweg 16 Fosfaatweg 48 Kabelweg 5 Papierweg 5 Pier Azië 10 Toetsenbordweg 61 Magneetstraat 5 Nieuwe Hemweg 10 Toetsenbordweg 3 Coenhaven 1 Vlothavenweg 1

Indicatieve hinderafstand 100 meter 30 meter 50 meter 500 meter 30 meter 200 meter 30 meter 100 meter 500 meter 50 meter 30 meter 100 meter 500 meter 30 meter 100 meter

figuur 6-20 Indicatieve stofcontouren voor individuele bedrijven

80

Ligging in deelgebied

Contour buiten het eigen deelgebied

Coen- en Vlothaven Cornelis Douwes 2-3 Cornelis Douwes 2-3 Coen- en Vlothaven Coen- en Vlothaven Coen- en Vlothaven Sloterdijk I Zuid Coen- en Vlothaven Coen- en Vlothaven Cornelis Douwes 0-1 Sloterdijk I Zuid Minervahaven Cornelis Douwes 0-1 Coen- en Vlothaven Coen- en Vlothaven

Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee

Milieueffectrapportage Haven-Stad

Conclusie Uit tabel 6-4 blijkt dat alle bedrijven, die op basis van de richtafstand uit de VNG-brochure (zie ook paragraaf 6.4.3) stofhinder kunnen veroorzaken, geen contouren over andere deelgebieden hebben. Dit betekent dat de bedrijven alleen relevant zijn als het betreffende deelgebied getransformeerd wordt. Daarnaast geldt dat veel van deze bedrijven in de praktijk een veel kleinere milieucontour hebben dan op basis van de VNG-brochure mogelijk is.

6.4.6 Externe veiligheid Voor het thema externe veiligheid geldt dat er geen verschil is tussen de huidige situatie en de referentiesituatie. Er is geen aanleiding bekend waardoor de situatie verandert. Externe veiligheid gaat over de risico’s voor de omgeving als gevolg van de opslag en/of transport van gevaarlijke stoffen, zoals bijvoorbeeld LPG en toxische gassen en vloeistoffen. Voor bedrijven die gevaarlijke stoffen opslaan en rondom de infrastructuur waardoor of waarover gevaarlijke stoffen getransporteerd worden, gelden risicoafstanden. Dit is het plaatsgebonden risico (PR), waarbij de wet aangeeft dat er geen gevoelige bestemmingen (zogenaamde kwetsbare objecten, zoals woningen, grote kantoren, etc.) binnen de 10-6/jaar contour zijn toegestaan. Ook geldt een invloedsgebied waarbinnen bij een ongeval nog dodelijke slachtoffers kunnen vallen. Binnen dit invloedsgebied zijn gevoelige bestemmingen mogelijk, maar gelden wel richtlijnen om het zo veilig mogelijk te maken, bijvoorbeeld door zelfredzaamheid, goede vluchtroutes, tweezijdige bereikbaarheid voor nood- en hulpdiensten en/of voldoende bluswater. Aanwezige bedrijven met een risicocontour In en nabij Haven-Stad bevinden zich diverse bedrijven die externe veiligheidsrisico’s met zich meebrengen, dit betreffen voornamelijk LPG-tankstations, BRZO-bedrijven en overige Bevibedrijven.

De PR 10-6/jaar contour verschilt per inrichting of windturbine, zie figuur 6-21. Ook de aanwezige windturbines hebben een externe veiligheidscontour. Voor zover bekend bevinden zich in het plangebied geen vuurwerkopslagen of –verkooppunten. Westpoort, ten westen van Haven-Stad is een gebied bestemd voor havengebonden bedrijvigheid waar veel activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden. In heel Westpoort is de vestiging van nieuwe (bedrijfs)woningen uitgesloten in de Gebiedsvisie externe veiligheid Westpoort. Indien het bestuur dit toch mogelijk wil maken, zal de visie hierop moeten worden aangepast. Ondergrondse transportroutes In het plangebied zijn diverse ondergrondse transportroutes aanwezig. Dit betreft hoge druk aardgasleidingen. De leidingen hebben een PR 10-6/jaar contour die op de leiding zelf liggen. Daardoor is alleen het invloedsgebied relevant voor de ruimtelijke ontwikkelingen. De aanwezige leidingen en de bijbehorende invloedsgebieden staan in figuur 6-21. Wachtplaatsen en bunkerschepen De veiligheidscontouren voor wachtplaatsen en bunkerschepen bevinden zich grotendeels op het water en buiten het plangebied (op niet te bebouwen gebied), zie figuur 6-21. Daarmee zijn deze veiligheidscontouren geen belemmering voor de transformatie van Haven-Stad. 81

Milieueffectrapportage Haven-Stad

-6

figuur 6-21 Overzichtskaart inrichtingen en buisleidingen met een risicocontour (PR 10 en invloedsgebied)

Transportroutes voor gevaarlijke stoffen Over het spoor, het Noordzeekanaal, de snelwegen en enkele stedelijke wegen worden gevaarlijke stoffen getransporteerd. Voor deze transportroutes geldt dat de contouren voor PR 10-6 op de transportroute liggen en dus geen belemmeringen met zich meebrengen. Wel zijn rondom deze hoofdtransportroutes invloedsgebieden aanwezig. In figuur 6-22 zijn deze transportroutes met de invloedsgebieden weergegeven. 82

Milieueffectrapportage Haven-Stad

figuur 6-22 Overzichtskaart transportroutes

Tot slot ligt Haven-Stad niet binnen het afwegingsgebied externe veiligheid conform het Luchthavenindelingbesluit (LIB) Schiphol waarbinnen aandacht moet worden besteed aan de risico’s van een vliegtuigongeval. Wel gelden op grond van het LIB maximale bouwhoogtes vanwege de maatgevende toetshoogte en de toetshoogte in verband met het functioneren van radarapparatuur (zie paragraaf 6.5.4). Conclusie Externe veiligheid is een thema dat bij de transformatie van Haven-Stad in vrijwel elke ontwikkeling een plek moet krijgen. Dit komt vooral door de invloedsgebieden die over een groot deel van Haven-Stad liggen. Hiervoor is het wenselijk duidelijke spelregels op te stellen.

83

Milieueffectrapportage Haven-Stad

6.4.7

Gezondheid

Gezondheid is een breed begrip. Het gaat over voeding, bewegen, schone lucht, stress, etc. Al deze elementen hebben een ruimtelijke component. De omgeving moet uitnodigen tot ‘gezond gedrag’, zoals lopen, spelen en ontspannen. Het Amsterdamse gezondheidsbeleid gaat ook uit van deze brede benadering. Een exponent daarvan is de ‘Bewegende Stad’ met als een van de eerste producten ‘de beweeglogica’ waarin ruimtelijk invulling gegeven wordt aan een gezonde leefomgeving. In Haven-Stad nodigt vooral het Westerpark uit tot ontspanning en spelen. Het grootste deel van het gebied is sterk versteend en bevat geen kleine parkjes of recreatieplaatsen (behoudens de sportvelden). Concentraties luchtkwaliteit en geluidbelasting als maat voor gezondheid Naast een uitnodigende en gezonde omgeving hebben ook diverse milieuaspecten invloed op de gezondheid van mensen. Luchtkwaliteit in de vorm van (ultra) fijn stof, hoge geluidbelastingen en een wat onbekende factor magneetvelden. Voor luchtkwaliteit en geluid worden in sommige studies zogenaamde GES (Gezondheid Effect Screening) scores toegekend. Deze GES-scores gaan verder dan de milieunormen. Zo ligt de norm voor fijn stof (PM10) op 40 microgram, maar zijn gezondheidseffecten voor fijn stof eigenlijk altijd aanwezig (zie ook figuur 6-23).

figuur 6-23 GES-scores aan indicatie voor de gezondheidssituatie voor luchtkwaliteit en geluid

Voor luchtkwaliteit liggen de concentraties gemiddeld tussen de 20 en 30. Dit betekent een GESscore van 3 die als matig gekwalificeerd kan worden. Dit is overigens gelijk aan een groot deel van Amsterdam. Voor geluid verschilt de geluidbelasting sterk, maar gemiddeld is sprake van een GES-klasse rond de 5 met uitschieters naar 6. Dit is een zeer matig/onvoldoende score, maar ook hier overeenkomstig met het gemiddelde beeld in Amsterdam.

84

Milieueffectrapportage Haven-Stad

Richtlijn gevoelige bestemmingen luchtkwaliteit Amsterdam In Amsterdam mogen langs drukke wegen geen nieuwe voorzieningen worden gerealiseerd voor ouderen of mensen met een kwetsbare gezondheid en voor onderwijs of opvang voor minderjarigen. Concreet betekent dit, dat geen nieuwe gevoelige bestemmingen mogen worden gerealiseerd langs (zie figuur 6-24):  Snelwegen: aan weerszijden een zone van 300 meter.  Provinciale wegen: aan weerszijden een zone van 50 meter.  Stedelijke wegen > 10.000 motorvoertuigen per etmaal: aan weerszijden een zone van 50 meter (alleen voor eerstelijnsbebouwing.

figuur 6-24 Wegen in en rondom Haven-Stad die onder de richtlijn gevoelige bestemmingen vallen

Uit figuur 6-24 blijkt dat de A10, A5 (Westrandweg), Haarlemmerweg, Transformatorweg, Nieuwe Hemweg en Cornelis Douwesweg onder deze richtlijn vallen. Van deze richtlijn kan gemotiveerd worden afgeweken als (bijzondere) omstandigheden en belangen hiertoe aanleiding geven. Indien

85

Milieueffectrapportage Haven-Stad

men binnen een ruimtelijk project toch gevoelige bestemmingen langs een drukke weg wil realiseren, dan moet dit beargumenteerd worden en een toetsing laten uitvoeren door de GGD. Elektromagnetische velden Stroomdraden van een hoogspanningslijn of –kabel veroorzaken een elektrisch veld. Als er stroom door de draden loopt, is ook sprake van een magnetisch veld. Dit gaat dan vaak ook extreem lage frequenties. Er is nog veel onzekerheid en onduidelijkheid over de exacte effecten van hoogspanningskabels, maar uit voorzorg wordt een afstand aangehouden tot deze magneetvelden van hoogspanningslijnen (bovengronds) en –kabels (ondergronds). Het gaat hierbij wel om de zware kabels van 380 kiloVolt. De GGD Amsterdam hanteert als uitgangspunt te streven naar een situatie waarbij kinderen tot 15 jaar niet langdurig verblijven in een magnetisch veld boven 0,4 microTesla (µT), onafhankelijk van de bron van het veld (hoogspanningslijnen, maar ook transformatorhuisjes of andere stroomverdeelstations). In het plangebied zijn in de huidige situatie en/of referentiesituatie geen hoogspanningslijnen of grote verdeelstations aanwezig. Hittestress In steden met veel verhard oppervlakte, weinig bomen en water kan de temperatuur enkele graden hoger zijn dan buiten de stad. Zeker op zomerse dagen met temperaturen boven de 25 graden kan dit tot gezondheidsproblemen leiden: dit heet hittestress.

In figuur 6-25 is dit principe weergegeven (bron: Environmental Protection Agency, 2011).

figuur 6-25 Grotere hitte boven stedelijke gebieden

TU Delft heeft een kaart van Amsterdam gemaakt tijdens een warme dag in 2015. Daarbij hielden de onderzoekers rekening met bebouwing, begroeiing en andere factoren die de warmte beïnvloeden. De kleuren geven de afwijking weer ten opzichte van de temperatuur die het KNMI vaststelde. Dat was die dag 29 graden. In de stad wordt het aanzienlijk warmer dan op de plekken waar het KNMI de temperatuur meet, zie figuur 6-26.

86

Milieueffectrapportage Haven-Stad

In Haven-Stad is vooral rond Sloterdijk Centrum en Sloterdijk I een significant hogere temperatuur aanwezig en dus een grotere kans op hittestress. In dit gebied zijn weinig bomen, waterpartijen of groene bekleding van gebouwen die dit beperken. Ook in het havengebied is dit het geval. Het voordeel is wel dat hier het water nabij is en een verkoelend effect heeft op de direct omgeving. De plekken in Haven-Stad waar nu weinig hittestress voorkomt, is het Westerpak en rondom de begraafplaats St. Barbara.

figuur 6-26 Temperatuurverschil in Amsterdam op een dag met 29° C

Conclusie Haven-Stad moet de stad van de toekomst worden. Een plaats die uitnodigt om te bewegen, gezonde voeding stimuleert en met een zo schoon mogelijke lucht. Daarnaast dient aandacht te zijn voor de aanwezige geluidbelastingen, die invloed kunnen uitoefenen op de gezondheidssituatie. De omgang met het thema gezondheid vraagt om ambitieuze keuzes voordat goede spelregels opgesteld kunnen worden.

6.4.8 Trillingen Trillingen kunnen op veel verschillende manieren ontstaan. Door de mens en ook door de natuur. Natuurlijke oorzaken zijn een storm die een gebouw laat trillen, of, in het meest heftige geval een aardbeving. Trillingen kunnen ook ontstaan door bepaalde industrie, langs het spoor of langs wegen waar vrachtverkeer op een bepaalde ondergrond (zoals klinkers) rijdt. In Haven-Stad zijn geen wegen waarlangs trillinghinder optreedt. Voor de diverse grote industrieën is het toelaatbare trillingsniveau geregeld in de vergunning. In Haven-Stad en omgeving zijn geen bedrijven bekend, waar dit tot aandachtspunten voor de omgeving leidt. 87

Milieueffectrapportage Haven-Stad

Trillingen langs het spoor ontstaan als een trein over de rails rijdt. Dan zorgt de wrijving van de wielen op de rails voor de trilling. Die worden via de grond doorgegeven, zie figuur 6-27. Ook kan de beweging van treinen op het spoor zorgen voor (laagfrequente) trillingen in de bodem. Dit is vooral het geval bij goederentreinen. In de huidige situatie zijn geen klachten van bestaande gebruikers langs het spoor bekend. Dit wordt ook in de referentiesituatie niet verwacht.

figuur 6-27 Ontstaan van mogelijke trillingshinder nabij het spoor (bron: ProRail, 2017)

Conclusie Voor dit thema kan middels een voorzorgmaatregel een zone van 50 meter rondom het spoor worden opgenomen. Hierbinnen moet dan naar mogelijke trillinghinder voor nieuwe gevoelige functies (zoals wonen) worden gekeken.

6.4.9 Lichthinder In stedelijke gebieden is veel licht aanwezig. Dit licht komt van industrie, woningen, sportvelden, straatverlichting en auto’s. In de avond en zeker in de nachtperiode kan te veel licht slaapverstorend werken. Ook in Haven-Stad zijn diverse lichtbronnen aanwezig. Voor de diverse wegen en de A10 geldt dat deze verlichting vooral storend kan zijn voor bestemmingen die hier vlakbij liggen. Voor de aanwezige sportvelden geldt dat deze onder het Activiteitenbesluit vallen en er afspraken zijn over het tijdstip waarop de lichtmasten uit moeten gaan (meestal voor 23.00 uur ’s avonds). Nu wonen daar nog geen mensen in de buurt en is er dus ook geen hinder. Een bijzondere bron van licht is het industrieterrein Westpoort. Hier is niet veel openbare verlichting in het gebied. Er lopen relatief weinig wegen, maar de wegen zijn wel erg breed en ruim opgezet en ook integraal verlicht, inclusief fietspaden en parallelwegen. De gemiddelde sterkte van de lampen is hier ook relatief hoog, rond de 100 watt per lamp.

88

Milieueffectrapportage Haven-Stad

Op Westpoort zijn bovendien veel grote bedrijven aanwezig waarvan een groot deel van het terrein verlicht is. Er is relatief weinig bebouwing, waardoor de uitstraling naar de omgeving groter is. Het aandeel verlicht grondgebied ligt daardoor duidelijk hoger dan bijvoorbeeld in de binnenstad, waar een groot deel van de ruimte ingenomen wordt door gebouwen. Het relatief grote oppervlak verlicht grondgebied samen met de openheid zorgt ervoor dat veel licht ongestoord de hemel kan bereiken. De conclusie is, dat de combinatie van een groot verlicht oppervlak en de openheid van het terrein zowel het directe licht van de armaturen als het indirecte licht de hemel kan bereiken en de hemel relatief sterk doet oplichten. Er is als het ware een ‘lichtwaas’ boven het gebied waar te nemen.

figuur 6-28 Lichtverontreinigingskaart (KEMA, 2010) met contouren hemelhelderheden in mcd/m

2

Uit een onderzoek van KEMA (2010) voor geheel Amsterdam is ook Westpoort en in het bijzonder de Coen- en Vlothaven bekeken. De hemelhelderheid (een waarde om de mate van lichtuitstraling te bepalen) is bij de Coen- en Vlothaven maximaal 6,4 millicandela (mcd) per m2 en bij de Noordelijke IJ-oever maximaal 6,7 (in de oostzijde). Ter vergelijking de natuurlijke hemelhelderheid bedraagt circa 0,2 mcd/m2 en de hemelhelderheid van het centrum is maximaal 8,3 mcd/m2. Conclusie In Haven-Stad zorgen de havenactiviteiten in de ’s nachtperiode voor enige lichthinder. Dit geldt vooral voor gebieden die direct aan de haven gelegen zijn. Met duidelijke spelregels is nieuwe lichthinder te voorkomen en kan woningbouw ingepast worden. Het voorkomen van lichthinder 89

Milieueffectrapportage Haven-Stad

hoeft niet noodzakelijkerwijs te leiden tot een beperking of verzwaring van de lasten van bedrijven. Het situeren van de (slaapkamer)ramen van de lichtbron af of andere maatregelen in de gebouwen zijn bijvoorbeeld ook goed mogelijk. Dit is maatwerk dat per ruimtelijk plan beschouwd zal worden.

6.4.10 Slagschaduw Slagschaduw is de (bewegende) schaduw die een windturbine geeft gedurende de dag. Indien de slagschaduw van een windturbine op bijvoorbeeld het raam van een huis of een kantoor valt, wordt deze vaak als hinderlijk ervaren. Bij de bouw van een windturbine nabij woningen of bouw van woningen nabij een windturbine(park) dient dan ook goed rekening gehouden te worden met de slagschaduw. In figuur 6-29 staan de slagschaduwcontouren van bestaande en toekomstige windturbines nabij Haven-Stad. Als normering geldt dat niet meer dan 17 dagen per jaar gedurende meer dan 20 minuten slagschaduw mag optreden. Dit resulteert in een contour die uitgaat van 5 uur en 40 minuten.

figuur 6-29 Contouren slagschaduw windturbines

90

Milieueffectrapportage Haven-Stad

6.5

Duurzame inrichting

Voor de meeste aspecten die vallen onder het hoofdthema ‘Duurzame inrichting’ zijn geen relevante verschillen tussen de huidige situatie en referentiesituatie. Waar dit wel het geval is, wordt dit specifiek benoemd.

6.5.1

Bodem

Bodemopbouw De bodem in Amsterdam en met name Haven-Stad is opgebouwd uit opgebracht zand (tot circa -5 meter NAP) en klei en veen tot ongeveer -15 meter NAP. Oudere rivierzanden zijn pas te vinden op ruim -60 tot -65 meter NAP in het plangebied. Binnen het plangebied zijn delen van de Oergeul IJ en het glaciale bekken van Amsterdam gelegen, zie figuur 6-30. De vulling van de Oergeul IJ bestaat uit slappe, samendrukbare kleilagen. De bekkens zijn gevormd tijdens de voorlaatste ijstijd. Het ijs erodeerde de bodem tot een maximale diepte van ruim 120 meter, welke depressie later opgevuld werd met sedimenten, het zogenaamde glaciale bekken van Amsterdam.

figuur 6-30 Ligging Oergeul IJ en glaciaal bekken

91

Milieueffectrapportage Haven-Stad

Bodemkwaliteit In de Wet milieubeheer staat dat bestaande bedrijventerreinen bij het beëindigen van de bedrijfssituatie weer teruggebracht moeten worden in de oorspronkelijke staat. Vaak is dit een moeilijke opgave, omdat de beginsituatie niet goed vastgelegd of niet bekend was. Als er duidelijk sprake is van een verontreiniging met een risico die is toe te wijzen aan bedrijfsactiviteiten dan moet dat risico bij bedrijfsbeëindiging worden weggenomen. De Wet bodembescherming geeft een duidelijk kader voor de overige verontreinigingen. Hierin is aangegeven dat het risico moet worden weggenomen ook in het kader van een toekomstige ontwikkeling. In het vooronderzoek zijn de bij de gemeente bekende verontreinigingen en saneringen in beeld gebracht. Het achtergrondrapport beschrijft dus alleen de bekende verontreinigingen en saneringen. Uit het vooronderzoek (zie achtergrondrapport Bodem) komt naar voren dat binnen het plangebied diverse sterke verontreinigingen aanwezig zijn, waarvan een aantal reeds is gesaneerd. Per deelgebied is beschreven in hoeverre deze verontreinigingen gesaneerd zijn. Sloterdijk-Westerpark e.o. Ter plaatse van de Westergasfabriek is er sprake van een grootschalige verontreiniging, waarvan de bovengrond reeds is gesaneerd, maar de overige restverontreinigingen onder nazorg vallen.

Ter plaatse van het spooremplacement Zaanstraat zijn meerdere verontreinigingen aanwezig, die ook aanwezig zijn tot op grotere diepte. Ter plaatse van de Sloterdijk I zijn enkele kleinere (rest)verontreinigingen aanwezig met minerale olieproducten. Binnen het deelgebied is in enkele gebouwen asbest toegepast en daarom moeten delen ook als asbestverdacht worden aangemerkt. Slechts op beperkte schaal heeft onderzoek naar asbest in de bodem plaatsgevonden. Havengebied Binnen het Havengebied is er sprake van een grootschalige verontreiniging ter plaatse van de Fosfaatweg. Deze verontreiniging valt onder nazorg. Aan de Archangelkade zijn ook diverse verontreinigingen aanwezig die in de afgelopen jaren grotendeels gesaneerd zijn, maar waar in de ondergrond nog restverontreinigingen aanwezig zijn. In de gebouwen in het Havengebied is veel asbest toegepast en daarom moet dit deelgebied ook als asbestverdacht worden aangemerkt. Er heeft maar op beperkte schaal onderzoek naar asbest in de bodem plaatsgevonden. Noordelijke IJ-oever Het deel van de Noorder IJ-polder langs het Noordzeekanaal is van 1930-1940 gebruikt voor de berging van baggerspecie (voormalige baggerbergplaats). De bij de gemeente bekende verontreinigingen ter plaatse van het Mebin terrein, de Backupstraat, de Disketteweg, de noordstrook van deelgebied Cornelis Douwesterrein 2 zijn reeds gesaneerd.

De spots ter plaatse van de Backupstraat en de Disketteweg zijn middels ontgraven gesaneerd en de immobiele verontreinigingen ter plaatse van de overige terreindelen zijn deels afgegraven en is er een schone leeflaagconstructie aangebracht. Alleen binnen het deelgebied van Damen Shiprepair Amsterdam, ter plaatse van Cornelis Douwesterrein deelgebied 2 zuid, is nog sprake van een grootschalige sterke verontreiniging,

92

Milieueffectrapportage Haven-Stad

redelijk aan de oppervlakte gelegen. Gezien de (voormalige) scheepsbouwactiviteiten ter plaatse van Damen Shiprepair Amsterdam moet deze locatie ook als asbestverdacht worden aangemerkt. Puinbergplaatsen en dempingen De gemeente heeft in de jaren zestig en zeventig van de twintigste eeuw puinbergplaatsen aangelegd. De ‘gecontroleerde’ puinbergingen bestaan uit puinmateriaal dat vrij kwam bij de sloop van bijvoorbeeld boerderijen. Binnen het onderzoeksgebied bevinden zich de puinbergplaatsen Transformatorweg , Sloterdijk I, Noorder IJ-polder en Icova (nr. 28). Ter plaatse van het huidige Coenplein ligt de berging “Onrust”. Dempingen Aan weerszijden van het Afgesloten IJ zijn havengedeelten gedempt, te weten het Cornelis Douweskanaal, Havenkom F van de Coenhaven en het Houtveemkanaal. De tunnelelementen van de Coentunnel zijn gebouwd in een speciaal gegraven dok. In de jaren negentig van de twintigste eeuw is het Coentunneldok gedempt met categorie 1-grond. Niet gesprongen explosieven Het plangebied is onderzocht op niet gesprongen explosieven (blindgangers uit de Tweede Wereldoorlog). Uit de studie is naar voren gekomen dat Haven-Stad geen verdacht gebied is. Conclusie In het plangebied kunnen diverse verontreinigingen aanwezig zijn. Afhankelijk van de te realiseren functie is hiervoor sanering noodzakelijk.

Daarnaast brengt bouwen ter plaatse van de Oergeul en bij puinbergplaatsingen extra aandacht voor de bouwmethode met zich mee. Om hier rekening mee te houden zijn goede randvoorwaarden en spelregels nodig.

6.5.2

Archeologie

In 2017 heeft de gemeente een cultuurhistorische verkenning uitgevoerd. Voor archeologie heeft dit geresulteerd in een archeologische waarderingskaart voor Haven-Stad, zie figuur 6-31. Sloterdijk - Westerpark e.o. In Sloterdijk - Westerpark hebben delen in de bovenste lagen archeologische verwachtingen, waaronder de gronden ter plaatse van de volkstuinparken ten zuiden van de spoorlijn, de buurtboerderij en omliggende gronden aan de Spaarndammerdijk en de agrarische gronden in het zuidoosten van het deelgebied. In de onderste lagen van andere gronden in Sloterdijk Westerpark kunnen ook archeologische resten worden aangetroffen. Deze gronden zijn aangeduid met een archeologische verwachtingswaarde, waarbij onderzoek nodig is indien bodemingrepen plaatsvinden groter dan 10.000 m2 en dieper dan 3,5 meter beneden NAP. Havengebied De bodem van het Noordzeekanaal en de aangrenzende insteekhavens zijn in de negentiende en twintigste eeuw tot gemiddeld 10 meter beneden NAP uitgegraven om ruimte te bieden voor moderne vrachtschepen. Bodemlagen met een maritiem-archeologische verwachting zijn hier niet meer aanwezig. Op de locaties van de havenbekkens worden in de bovenste lagen geen 93

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17132512/2