CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

5. OD NZKG Meerjarenbegroting 2027-2030.pdf

RAAD 2 juli 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Geen zienswijze indienen op de financiële stukken van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (VN2026-007055)23.304 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

+

Meerjarenbegroting 2027-2030

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied

Meerjarenbegroting 2027-2030

Maart 2026

Ebbehout 31 1507 EA Zaandam

www.ODNZKG.nl

Pagina 2 van 59

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied

Inhoud 1.

Inleiding............................................................................................................................................4

2.

Ontwikkelingen ................................................................................................................................. 7

2.1 Speerpunten ......................................................................................................................................................... 7 2.2 Ontwikkeling omzet ........................................................................................................................................... 10 2.

Programmabegroting 2027............................................................................................................... 12

3.1 Producten ........................................................................................................................................................... 12 3.2 Capaciteit ........................................................................................................................................................... 13 3.3 Programma Bouw ............................................................................................................................................... 14 3.4 Programma Bodem ............................................................................................................................................ 16 2.5

Programma Milieu & Seveso ......................................................................................................................... 20

3.6 Tata Steel ........................................................................................................................................................... 23 3.7 Programma Randvoorwaardelijk ......................................................................................................................... 25 3.8 Programma Bedrijfsvoering ................................................................................................................................ 27 3.

Financiële begroting ........................................................................................................................ 31

4.1 Resultaatmodel .................................................................................................................................................. 31 4.2 Toelichting bij de meerjarenbegroting en financiële positie ................................................................................ 32 4.3 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ......................................................................................................... 33 4.4 Onderhoud kapitaalgoederen............................................................................................................................. 41 4.5 Financiering........................................................................................................................................................ 41 4.6 Bedrijfsvoering ................................................................................................................................................... 42 4.

Bijlagen .......................................................................................................................................... 44

5.1 Resultaatmodel per programma en taakveld de baten en lasten ......................................................................... 44 5.2 Uitvoeringsovereenkomsten per deelnemer ....................................................................................................... 45 5.3 Kosten per uur, Capaciteit in uren en FTE’s ......................................................................................................... 47 5.4 Meerjarig overzicht van de risico’s ...................................................................................................................... 48 5.5 Overzicht rente, afschrijvingen, EMU-saldo en Vennootschapsbelasting ............................................................ 49 5.6 Geprognotiseerde balans ................................................................................................................................... 51 5.7 Verklaring kengetallen ........................................................................................................................................ 53 5.8 Financiële ontwikkelingen .................................................................................................................................. 54 Pagina 3 van 59

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied

1. Inleiding De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied staat voor een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving. Onze kernwaarden ‘onafhankelijk en deskundig’ helpen ons deze missie uit te voeren in een dynamisch werkgebied met veel verschillende en soms tegenstrijdige belangen. De OD NZKG verleent vergunningen, houdt toezicht, handhaaft waar nodig en adviseert haar opdrachtgevers. We weten wat er speelt in ons werkgebied. We vertalen beleidsmatige opgaven van gemeenten en provincies naar de praktijk van de bedrijven, en voeden vice versa de beleidsmakers met onze ervaring in de uitvoeringspraktijk. Koers Handvat voor de koers van de Omgevingsdienst is de bestuurlijk vastgestelde regionale Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024–2027, waarbij de doelen van de Omgevingswet als vertrekpunt dienen. Bij keuzes en opgavegerichte prioritering in de uitvoering ligt daarom de focus op klimaat, duurzaamheid, milieugerelateerde gezondheid en de thema’s water en bodem, met nadruk op onderwerpen waar inzet de grootste impact heeft op de leefomgeving. In de komende jaren wordt de huidige U&H-strategie geëvalueerd en geactualiseerd als voorbereiding op de volgende periode 2028–2031.

De resultaten hiervan vormen tevens de basis voor de ontwikkeling van een regionaal meerjarig uitvoeringsprogramma voor deze periode, waarmee de strategie concreet vertaald wordt naar een uniforme, opgavegerichte aanpak die de koppeling legt met de uitvoeringsovereenkomsten. Uitbreiding van taken en stabilisatie van capaciteit Door voortdurende veranderingen in landelijke en Europese regelgeving en nieuwe wetgeving zoals bijvoorbeeld financiële zekerheidstelling, breiden onze wettelijke basistaken zich verder uit, terwijl de financiering vanuit het Rijk richting lokale overheden beperkt blijft. Daarom ligt onze focus op het zorgvuldig uitvoeren van de wettelijke basistaken, en overleggen we samen met onze opdrachtgevers over de ruimte voor de plustaken. De uitbreiding van onze taken, door voorgenoemde veranderende wetgeving, zorgde er voor dat extra capaciteit nodig was. Het aantal medewerkers in vaste dienst groeide van 591 naar 623. Naar de toekomst toe verwachten we geen grote groeispurten meer, zoals we die de afgelopen jaren hebben gezien. Versterking VTH-stelsel In het in september 2024 afgesloten landelijke Interbestuurlijke Programma Versterking VTH-stelsel (IBP-VTH) werd in nauwe samenwerking met alle omgevingsdiensten in Nederland gewerkt aan structurele verbeteringen van de werking van het VTH-stelsel.

Implementatie van producten als resultaat van het IBP-VTH zal de komende jaren voortduren. In januari 2026 is het verbindingsteam Samenwerkingsafspraken Versterking VTH-stelsel met deelnemers als onder andere de VNG, IPO en Omgevingsdienst NL voor het eerst samengekomen. Dit zijn de partijen die de Samenwerkingsafspraken in januari 2026 hebben ondertekend. Het Verbindingsteam zet in op monitoren van de implementatie van de binnen het IBP-VTH opgeleverde producten, verbindt deze en stuurt zo nodig bij als de implementatie achterblijft. Wanneer ontwikkelingen als gevolg van verdere implementatie een financieel effect hebben op de Omgevingsdienst worden de opdrachtgevers hierover geïnformeerd. Net als IPO en VNG dat zullen doen. Samenwerking in Noord-Holland In 2025 is de lopende samenwerking tussen de vier Noord-Hollandse Omgevingsdiensten geëvalueerd en bestendigd in een geactualiseerde samenwerkingsagenda. Daarin is vastgelegd dat de samenwerking zich richt op aspecten uit het VTH-werk die specifiek gelden voor de regio Noord-Holland. De Omgevingsdiensten hebben als doel elkaar in de

Pagina 4 van 59

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied

uitvoering te versterken. Daarnaast worden ook processen uit de bedrijfsvoering naast elkaar gelegd om bijvoorbeeld inkooptrajecten af te stemmen. De samenwerkingsagenda is een logische voortzetting van de bestaande samenwerking. Daar waar landelijke ontwikkelingen zijn lopen de samenwerkingsverbanden via OmgevingsdienstNL. Tata Steel De maatschappelijke aandacht voor Tata Steel blijft. Strenger wordende normen en verouderende installaties leiden tot meer nalevingsproblemen en daarmee meer toezicht en handhaving, zo blijkt. Het bedrijf en de rijksoverheid zetten in op een schonere staalproductie (‘Groen Staal’) en vragen van de Omgevingsdienst om complexe advisering en vergunningverlening. Voor de Omgevingsdienst vertaalt deze toenemende vraag om inzet zich in een noodzakelijke groei van de capaciteit voor het Tata-programma. Zo wordt er meer aandacht gericht op meetdata die het bedrijf rapporteert en worden meer eigen metingen in opdracht gegeven en met de eigen meetdienst ook zelf uitgevoerd. Voor deze laatste wordt hard gewerkt in 2026 om de accreditatie te behalen, zodat de Omgevingsdienst nog meer regie heeft over actuele meetgegevens. Voor het verduurzamingsproject heeft Tata Steel een Milieueffectrapport (MER) ingediend bij de Omgevingsdienst en de provincie Noord-Holland.

De provincie, Omgevingsdienst en Rijkswaterstaat beoordelen of het MER compleet is en voldoende informatie bevat om het project verder te kunnen toetsen. De Omgevingsdienst kijkt daarbij vooral of alle milieueffecten goed en duidelijk zijn uitgewerkt, zodat later verantwoorde keuzes kunnen worden gemaakt over de benodigde vergunningen. Onlangs bleek het vergunningtraject vertraging op te lopen, omdat de aanvraag onvoldoende informatie bevat. Herijking financieringssystematiek In 2026 zal de huidige financieringsytematiek worden geactualiseerd. Deze herijking is gericht op vereenvoudiging, transparantiemeer uniformiteit en standaardisatie richting de opdrachtgevers. De Omgevingsdienst streeft naar een goede aansluiting op de actualiteit en de uitvoeringspraktijk onder de Omgevingswet en naar het blijvend borgen van een uniform uitvoeringsniveau binnen de regio. Eind 2026 neemt het Dagelijks Bestuur van de Omgevingsdienst een besluit over deze nieuwe opzet, zodat we 2027 de implementatie kunnen voorbereiden en in 2028 kunnen overstappen op de vernieuwde financieringssystematiek. Financiële uitdagingen In de kaderbrief 2027 e.v. heeft de Omgevingsdienst een aantal ontwikkelingen geschetst waarvoor extra financiering van de opdrachtgevers wordt gevraagd. De ontwikkelingen die OD NZKG per 2027 in het vooruitzicht heeft hebben betrekking op de uitvoering van basistaken.

Eveneens zijn er veranderingen van subsidiegelden aanstaande. Een aantal ontwikkelingen betreft alleen separate opdrachtgevers, maar andere ontwikkelingen vragen om financiering van alle opdrachtgevers. In de ambtelijke voorbereiding en bestuurlijke besluitvorming van de kaderbrief 2027 is aangegeven dat gezien de beschikbare middelen van onze opdrachtgevers, zij terughoudend zijn op de financiële intensiveringen zoals vermeld in de kaderbrief 2027. Daarom is in afwijking op de kaderbrief 2027, voor 2027 een herprioritering/ombuiging verwerkt in deze meerjarenbegroting zodat dit aansluit met de beschikbare budgetten van de opdrachtgevers. In totaal betreft het een herprioritering van € 3,2 mln. waarvan € 2,5 mln. betrekking heeft op de Provincie Noord Holland. De opdrachtgevers wordt gevraagd aanvullende middelen beschikbaar te stellen voor het uitvoeren van deze wettelijke basistaken en/ of aan te geven welke taken OD NZKG niet meer uitvoert in 2027. OD NZKG onderzoekt daarnaast welke mogelijkheden er zijn voor efficiency. Uitkomsten hiervan worden verwerkt in de definitieve UVO’s 2027. Pagina 5 van 59

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied

Tot slot We groeien naar een wendbare organisatie en we vernieuwen continu, sturen bij en agenderen waar nodig. In de indringende context van de grote druk op de beschikbare ruimte in combinatie met onder meer de klimaatopgave, de stikstofkwestie en de nodige issues op het gebied van externe veiligheid, bodem en bouw doet ons werk ertoe. Het vraagt om een dienst die deskundig en onafhankelijk haar werk kan doen in een in alle opzichten uitdagend werkveld. Dat is het werk waar we trots op zijn. Loes De Maat, Algemeen directeur Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied

Pagina 6 van 59

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied

2. Ontwikkelingen 2.1 Speerpunten De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG) staat voor een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving. OD NZKG verleent vergunningen, houdt toezicht, treedt handhavend op en geeft advies (VTH&A). In de uitvoering van deze taken draagt OD NZKG bij aan wettelijke en maatschappelijke opgaven en ambities uit de college- en coalitieakkoorden zoals de energietransitie, circulaire economie en klimaatadaptatie. De werkgebieden waar we actief zijn, zijn complex en vereisen innovatieve oplossingen en dialoog. Het gebruik van data en slimme technologieën stelt ons in staat risico’s beter te voorspellen en onze impact te vergroten. De nadruk ligt op vier inhoudelijke opgaven die cruciaal zijn voor het realiseren van een gezonde en duurzame leefomgeving. 1. 2. 3.

4.

Milieugerelateerde gezondheid: We richten ons op het verbeteren van de lucht-, water- en bodemkwaliteit en het verminderen van schadelijke emissies die de volksgezondheid bedreigen. Klimaat en duurzaamheid: We spelen een actieve rol in de versnelling van de energietransitie en bevorderen de circulaire economie, met nadruk op CO₂-reductie en duurzame energieprojecten. Transformatiegebieden: De herontwikkeling van verouderde industrieterreinen naar duurzame woon- en werkgebieden vraagt om een zorgvuldige afweging van milieukwaliteit en ruimtelijke ordening, waarbij we duurzame innovaties zoals circulair bouwen stimuleren. Water en Bodem: We werken aan de bescherming van water- en bodemkwaliteit, met speciale aandacht voor lozingen van zorgwekkende stoffen en klimaatadaptatie in ruimtelijke plannen.

Onze aanpak: versterking VTH&A-instrumentarium Om de genoemde opgaven effectief aan te pakken, zetten we drie speerpunten centraal bij het versterken van ons VTH&A-instrumentarium. Hierin werken we nauw samen met andere omgevingsdiensten en de landelijke initiatieven gericht op verder versterken VTH-stelsel (vervolg Interbestuurlijk Programma Versterking VTH). Onze speerpunten voor deze periode zijn: 1.

2.

3.

Opgavegerichte benadering: We zetten in op opgavegericht werken om maatschappelijke vraagstukken zoals klimaat, gezondheid en duurzaamheid samen met interne en externe partners aan te pakken, met focus op risicogestuurd toezicht en inhoudelijke advisering. We stemmen onze VTH&A-processen af op milieudoelen, zoals CO₂-reductie en energie-efficiëntie, en werken programmatisch voor meer samenhang en flexibiliteit in het behalen van deze doelen. Datagedreven werkwijze: We versterken onze datagestuurde werkwijze door slimme technologieën en data-analyse te benutten. Dit stelt ons in staat om risico’s vroegtijdig te identificeren en ons toezicht effectief te prioriteren. Innovatie in VTH&A-processen: We zetten in op innovatieve technologieën, zoals AI, drones en automatisering, om onze processen te versnellen, effectiever te maken en beter in te spelen op veranderingen in de omgeving.

Deze aanpak vraagt van de opdrachtgevers geen extra financiering.

Pagina 7 van 59

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied

Overige ontwikkelingen 2027 De ontwikkelingen die de OD NZKG per 2027 in het vooruitzicht heeft hebben betrekking op wetswijzigingen, maatschappelijke ontwikkelingen, ambities uit coalitieakkoorden, maar ook op interne bedrijfsvoering. Eveneens zijn er veranderingen van subsidiegelden aanstaande. De benodigde inzet op basistaken neemt vanaf 2027 toe. Wat de financiële impact hiervan is opgenomen in hoofdstuk 5 van deze meerjarenbegroting.

Veranderingen van subsidiegelden Energiebesparing Sinds 2023 heeft de Omgevingsdienst het toezicht op de energiebesparingsplicht geïntensiveerd. Dit omvat VTHwerk voor het Energielabel C bij kantoorgebouwen, het Gebouwautomatiserings- en controlesysteem (GACS), Laadpalen en de Rapportageverplichting werkgebonden personenmobiliteit (WPM). In 2025 en 2026 zet de Omgevingsdienst zich in op basis van het Provinciaal energiebesparingsakkoord, de SPUK THE gelden (Toezicht en Handhaving Energiebesparingsplicht) en de afspraken met opdrachtgevers meer inzet op energiebesparende maatregelen bij industrie en kantoorgebouwen. Door inzet op het Provinciaal energiebesparingsakkoord, waar alle Omgevingsdiensten binnen Noord-Holland bij betrokken zijn, wordt gestreefd naar een (regionaal) eenduidige inzet van het VTH-instrumentarium bij de naleving van wetgeving op het gebied van energiebesparende maatregelen. Dit akkoord loopt tot en met 2026. Op dit moment zijn de gemeenten en provincie Noord-Holland samen met de vier betrokken Noord-Hollandse Omgevingsdiensten in afstemming voor een mogelijk vervolg vanaf 2027. Medio 2026 komt daar meer uitsluitsel over. De SPUK THE wordt in 2027 met één jaar verlengd zodat het Rijk meer tijd heeft om de structurele bijdrage te implementeren.

Het is de bedoeling dat de huidige intensivering van het toezicht op energiebesparende maatregelen op hetzelfde niveau blijft.

Bedrijfsvoering Menselijk kapitaal In de achterliggende jaren heeft de OD NZKG succesvol ingezet op het werven van nieuw talent. In 2025 is de steile groei van de organisatie echter, volgens verwachting, afgevlakt en ook de komende jaren richten we op stabilisatie. De OD NZKG zet in op het ontwikkelen en systematisch borgen van (noodzakelijke en vaak verplichte) kennis, vaardigheden en competenties van medewerkers. We zorgen voor het onderhoud van vakdeskundigheid en investeren in data- en AI-geletterdheid, kwaliteitsmanagement en veiligheidsbewustzijn. Ook in onze samenwerking binnen de regio en in SEVESO-verband richten we op kennisdeling. Legesproces De OD NZKG werkt in 2025 en 2026 aan het verbeteren van het proces rondom leges. We nemen alle thema’s mee: bouw, milieu en bodem. Het huidige proces is complex door verschillen in verordeningen en werkafspraken en kent daardoor risico’s. Daarom harmoniseren we waar mogelijk de afspraken met opdrachtgevers. Ons doel is een robuust en toekomstbestendig proces met een uniforme systematiek en een verbetering in dienstverlening. Dit kan gevolgen hebben voor de benodigde capaciteit en gemaakte afspraken. Bij meer duidelijkheid gaan we in 2026 in gesprek met onze opdrachtgevers. Intensivering meetfunctionaliteit (provinciaal) In 2026 zal de OD NZKG ervaring op doen met het intensiveren van de meetfunctionaliteit.

In het eerste deel van 2026 staan de werkzaamheden in het teken van leren en meten ten behoeve van verdere accreditatie. De verwachting is dat de OD NZKG vanaf Q3 2026 geaccrediteerde metingen uit kan voeren die direct bijdragen als inzicht voor VTH-werkzaamheden. De verdere ontwikkeling van de meetfunctionaliteit zal eind 2026 worden besproken met de betreffende opdrachtgevers in voorbereiding op de Kaderbrief 2028. Pagina 8 van 59

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied

Wetswijzigingen Wet Kwaliteitsborging Bouw De eerste fase van de WKB, ‘nieuwbouw’ vallend onder gevolgklasse 1, is ingegaan op 1-1-2024. Het vervallen van deze bouwwerken heeft niet geleid tot afname van de werkzaamheden, omdat de Omgevingsdienst – in tegenstelling tot gemeenten – relatief weinig kleine bouwaanvragen behandelt. Deze eerste fase is vanuit het rijk geëvalueerd en heeft nog niet geleid tot een uitbreiding naar een andere gevolgklasse. De tweede fase is ‘verbouw’ vallend onder de gevolgklasse 1. De verwachting is dat deze tweede fase niet spoedig wordt ingevoerd waardoor in 2026 geen consequentie voor het werkaanbod is te verwachten. Eventuele consequenties bij ingang in 2027 kunnen binnen de flexibele schil worden opgevangen. Landelijk vuurwerkverbod Met het in werking treden van de Wet veilige jaarwisseling is er een landelijk verbod op het afsteken van vuurwerk door consumenten. Conform de APV kunnen vuurwerkverkooppunten bij de OD NZKG een vergunning aanvragen. Dit kader is ongewijzigd. De OD NZKG verwacht op korte termijn geen vermindering van vraag op dit gebied. Door het landelijk verbod wordt een toename van het aantal ‘vuurwerkshows’ verwacht wat VTH inzet van de OD NZKG zal vragen. Deze ontwikkeling monitoren we samen met de opdrachtgevers in het reguliere UVO-proces.

Kaderrichtlijn Water De Kaderrichtlijn Water (KRW) stelt dat EU-landen voor 2027 doelen moeten halen voor de chemische en ecologische waterkwaliteit van hun oppervlakte- en grondwater. Het doel: een aanzienlijke verbetering van de waterkwaliteit in heel Europa, essentieel voor zowel de natuur als de mens. De KRW zal vanaf 2027 en verder een complexe opgave voor het Noordzeekanaalgebied zijn. Vanaf 2027 zullen onderwerpen als een mogelijk drinkwatertekort een steeds prominenter vraagstuk vormen. Daarnaast ziet de OD NZKG in de toekomst eveneens haar adviesrol groeien richting opdrachtgevers. Deze vraag wordt in 2026 met opdrachtgevers verder verkend. Een actuele ontwikkeling is de toename van het aantal grondwateronttrekkingen door drinkwaterbedrijven om aan de vraag naar drinkwater te voldoen. Dit betekent voor de OD NZKG een toename van het aantal aanvragen. Dit betreffen vaak meerjarige trajecten die op dit moment in de vooroverlegfase zitten waar we zien dat Waternet en PWN actiever worden. De verwachting is dat de inzet op deze trajecten vanaf 2027 zal intensiveren. Deze inzet zullen we, in gesprek met opdrachtgevers, in het reguliere UVO-proces bespreken. Financiele Zekerheidsstelling Onder de Omgevingswet kan of moet het bevoegd gezag afval- en Seveso-bedrijven verplichten tot financiële zekerheidsstelling (FiZe).

Dit is ingegeven door de miljoenenbedragen die overheden na incidenten en bedrijfsbeëindiging hebben moeten uitgeven aan het herstellen van milieuschade, omdat de ervoor aansprakelijke bedrijven geen verhaal meer boden. Het instrument FiZe is complex en vereist naast VTH-expertises ook specifieke financieel-technische en civiel-juridische kennis. Daarom voeren de Seveso6-omgevingsdiensten, ondersteund door het IPO, gezamenlijk pilots uit. De OD NZKG heeft er een tiental in procedure. In 2025 is veel ervaring opgedaan en zijn stappen gezet naar toepassing van het instrument op alle ervoor in aanmerking komende bedrijven. Nieuw Wetboek van Strafvordering Op 1 januari 2029 zal het nieuwe Wetboek van Strafvordering (WvSv) in werking treden. In dit Wetboek worden regels voor opsporing en vervolging gemoderniseerd, met de bedoeling dat het strafrechtelijk handhaven op (vaak) complexe (milieu)overtredingen op basis van de Omgevingswet verbeterd en makkelijker wordt. Onderdeel hiervan zijn onder andere digitalisering van het strafrechtproces, verbetering van processen en duidelijkere regels voor de samenwerking met OM en Politie. Te verwachten valt dat, zoals ook voor de ketenpartners dat geldt, de wetwijziging impact heeft op de capaciteit van de organisatie. Dit zal niet alleen merkbaar zijn per 1 januari 2029, maar ook in de jaren voorafgaand vanwege voorbereidende werkzaamheden.

Pagina 9 van 59

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied

Tot 2024 was de capaciteit op Strafrecht beperkt inzetbaar door de invulling van dubbele functies op bestuurs- en strafrechtelijke handhaving. Met het aannemen en opleiden van fulltime strafrechtelijke onderzoekers (buitengewoon opsporingsambtenaren) in 2024 en 2025 is een basis gelegd voor het beter oppakken van handhavingsprocedures in het kader van Strafrecht. De doelstelling is om op basis van een meer uniforme toepassing van de landelijke handhavingsstrategie meer overtredingen op bouw, bodem en milieu strafrechtelijk te handhaven (punitief karakter). Dit is complementair aan de bestuursrechtelijke handhavingstrajecten (gericht op het ongedaan maken van de overtreding). Door beide vormen van handhaven te gebruiken, kan er een efficiënte instrumentenmix worden toegepast om het naleefgedrag van bedrijven te vergroten. De OD NZKG zal de ontwikkelingen op dit gebied in 2026 monitoren en de effecten op de benodigde capaciteit uitwerken voor de Kaderbrief 2028-2031. Toename meldingsbereidheid De afgelopen jaren is een sterke toename van overlastmeldingen zichtbaar. We zien een verbeterde meldinfrastructuur: digitale tools zijn gebruiksvriendelijker geworden, waardoor het melden laagdrempeliger is. Daarnaast weten bewoners elkaar beter te vinden en organiseren zij zich vaker rondom gedeelde zorgen, wat leidt tot een grotere meldingsbereidheid.

Het verwachtingen patroon van burgers rondom meldingen is eveneens in beweging. Burgers zijn mondiger en verwachten sneller respons op signalen. Dit versterkt het aantal meldingen, zeker wanneer handhavingscapaciteit beperkt is of toezicht als onvoldoende zichtbaar wordt ervaren. In dergelijke gevallen kunnen meldingen zich herhalen of escaleren. Daarbij zijn er enkele actuele dossiers die een forse toename van het aantal meldingen veroorzaken en kunnen er altijd nieuwe situaties ontstaan die voor overlast zorgen.

2.2 Ontwikkeling omzet De UVO 2026 vormt conform de kaderbrief de basis voor de omzet ontwikkeling 2027-2030. De totale omzet in 2027 is circa € 0,6M hoger dan in 2026. In uren daalt de begroting met 18.165 uren. Er is extra inzet nodig op basistaken zoals verdere uitbreiding op TATA, Keten toezicht (incl Milieu criminaliteit) en toename in het aantal meldingen. Hier tegenover staat de afbouw voor de Omgevingswet Extra en het aflopen van het Energiebesparing akkoord. Het volledig overzicht is opgenomen in bijlage 5.8. De omzet stijgt hiermee met € 1.826K. Deze overige baten dalen met € 1.288K, dit heeft te maken met het einde van SPUK THE (€ 862K), minder maatwerk projecten en een lagere onttrekking uit de reserve. Er dient een herprioritering plaats te vinden om qua groei binnen de meegekregen kaders van de opdrachtgevers te blijven. Vanwege de herprioritering is de omzet in 2027 € 3.171K lager. De inhoudelijke herprioritering dient nog plaats te vinden, voorafgaande aan het UVO proces 2027. Er wordt niet verwacht deze groei in 2028 alsnog te realiseren gezien de budgettaire kaders bij de opdrachtgevers. Bovenstaande posten zijn hieronder apart weergegeven als hogere of lagere baten: • •

• • • • •

Extra inzet basistaken: Indexatie conform kaderbrief:

€ 3,4M € 3,2M € 6,6M hogere baten Herprioritering: € 3,2M -/Afbouw Omgevingswet en Energiebesparingsakkoord € 1,6M -/SPUK gelden THE: € 0,9M -/Maatwerk projecten: € 0,3M -/Daling onttrekking reserve: € 0,2M -/Pagina 10 van 59

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied

€ 6,0M lagere baten Grafiek: Ontwikkeling omzet OD NZKG (in mln. euro), vanaf 2027 exclusief indexatie

Pagina 11 van 59

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied

2. Programmabegroting 2027 De programmabegroting 2027 en verder is opgesteld conform het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV). De programma’s binnen de OD NZKG komen overeen met de werkzaamheden, ingedeeld in werkvelden conform de uitvoeringsovereenkomsten. Per programma maken we inzichtelijk wat het aandeel in de omzet van de OD NZKG is, zie Tabel 1. Het programma bedrijfsvoering is een ondersteunend programma en is daarom niet opgenomen in onderstaande tabel. Tabel 1: Omzetverdeling naar programma’s (inclusief maatwerk) Programma's Uren 2026 Aandeel Uren 2027 Aandeel Bouw 125.970 18,0% 135.482 19,8% Bodem 71.924 10,2% 61.092 8,9% Milieu & Seveso 359.472 51,2% 405.289 59,3% Randvoorwaardelijk 144.374 20,6% 81.712 12,0% Totaal 701.740 100% 683.575 100% Inclusief maatwerkuren

3.1 Producten In de uitvoeringsovereenkomsten die zijn afgesloten met de opdrachtgevers is een verdeling in output- en regieproducten. Daarnaast kennen we een randvoorwaardelijk pakket waarin producten zoals procesondersteuning en taken van algemeen nut zijn opgenomen, bijvoorbeeld de Consignatiedienst. De werkzaamheden op het product procesondersteuning zijn grotendeels direct te relateren aan de inzet op de werkpakketten. Voor de overige randvoorwaardelijke producten wordt per opdrachtgever een verdeelsleutel vastgesteld op basis van de ureninzet per pakket en de afname binnen deze pakketten Tot invoering van de omgevingswet werden de outputproducten afgerekend op basis van een kengetal. Aangezien de intrede van de Omgevingswet een grote impact heeft op ons werk is in 2022 bestuurlijk vastgesteld om de kengetallen voor de outputproducten niet te evalueren onder het ‘oude stelsel’, maar eerst ervaring op te doen met het werken onder de Omgevingswet en daarmee de gevolgen voor de kengetallen te bepalen. In de jaren 2024 en 2025 zijn de outputproducten per programma afgerekend o.b.v. de laatst vastgestelde begroting , te weten de 6maands (fixed price). Afwijkingen van maximaal +5% en -5% van de begroting werden niet afgerekend, maar toegevoegd of onttrokken aan het weerstandsvermogen van OD NZKG. Deze regeling werd als zeer complex ervaren.

Daarom heeft het AB op 18 september 2025 besloten om de fixed price en 5% regeling vanwege complexiteit te schrappen. Output producten worden voor de jaren 2026 en 2027 voortaan, net zoals regie uren afgerekend op basis van daadwerkelijke uren. Vanaf 2028 wil OD NZKG gaan werken met een nieuwe financieringssystematiek.

Pagina 12 van 59

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied

Naast de inkomsten vanuit de uitvoeringsovereenkomsten heeft de OD NZKG overige inkomsten uit het maatwerk, dat bestaat uit werkzaamheden die gefinancierd worden uit subsidies (SPUK gelden) en op basis van offertes.

3.2 Capaciteit Vanuit de afspraken met opdrachtgevers wordt de ureninzet vertaald naar de mogelijke invulling door het eigen personeel en door inhuur. Voor 1 fte wordt 1.365 productieve uren gerekend. Vanuit de benodigde inzet zijn de kosten per programma weergegeven. Het streven is een flexibele schil van 10% met uitzondering voor Bouw waar een percentage van maximaal 33% voor geldt. De flexibele schil zorgt dat de OD NZKG wendbaar blijft. Dit is noodzakelijk om op de veranderende wetgeving en wijziging van de omvang van het takenpakket te kunnen anticiperen. Aandachtspunt hierbij is dat er een match moet zijn tussen de wijziging van taken en de flex-schil, zodat de nog benodigde kennis wel beschikbaar blijft. Naast de capaciteit zijn in de programma’s materiele kosten opgenomen.

Pagina 13 van 59

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied

3.3 Programma Bouw Baten: € 17,6M Het programma Bouw heeft als doelstelling bij te dragen aan de grote bouwopgaven in de regio en proactief gemeenten te ondersteunen. Daarbij meer aan de voorkant te adviseren én het verlenen van omgevingsvergunningen, behandelen van meldingen, toezicht en handhaving bouw- en sloop, waarbij milieu, bodem en bouw meer met elkaar verweven zijn.

Huidige en toekomstige opgaven De invloed van bijvoorbeeld stikstof of andere belemmerende zaken binnen de bouwwereld zorgen voor verminderde aanvragen. De verwachting is dat deze factoren ook de aankomende jaren nog invloed zullen hebben op het aantal aanvragen. De inzet van de Omgevingsdienst is onverminderd groot op complexe dossiers zoals datacenters in relatie tot de energietransitie en bij infrastructurele werken. De verwachting is dat vanaf 2027 dit verder zal toenemen, vanwege de bouw van nieuwe datacenters en de grote infrastructurele bouwopgave in het werkgebieden. De Omgevingsdienst ziet voor de aankomende jaren een ontwikkeling in duurzaam materiaal, zoals houtbouw, maar ook hergebruik van bouwmaterialen. Hierop ontwikkelen wij expertise en zijn bij uitstek in staat om het vergunningenproces hiervoor uit te voeren. Doorlopende werkzaamheden zijn het programma bruggen en kades van Amsterdam, het programma Hoog Frequent Spoor in Amsterdam, het programma Aanpak Wegtunnels Amsterdam en de Metrolijnen in Amsterdam en SAA A9 Amstelveen. Daarnaast is de Omgevingsdienst betrokken bij diverse langdurende projecten, zoals: -

Schiphol Zuidasdok Oostlijn Knooppunt Nieuwe meer Werkzaamheden IJtunnel

Pagina 14 van 59

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied

Ontwikkelingen 2027, capaciteit en lasten Ten aanzien van het risicogericht kwaliteitsniveau zijn grote stappen gezet. Constructieve veiligheid is formatief op orde en kan het afgesproken kwaliteitsniveau leveren.

Pagina 15 van 59

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied

3.4 Programma Bodem Baten: € 7,9M Het doel van het programma Bodem is de bescherming van de leefomgeving ten aanzien van de bodem. Concreet betekent dit dat de Omgevingsdienst toetst en erop toeziet of de uitvoering van werkzaamheden in of op de bodem plaatsvindt binnen de kaders van wet- en regelgeving voor bodembescherming. Hierbij hoort ook de toetsing en controle aan standaardvereisten zoals MBA Graven, MBA Toepassen, MBA Opslaan en MBA Saneren onder de Omgevingswet. Ook is uitgebreid overgangsrecht Wet bodembescherming van toepassing. Daarnaast adviseert de Omgevingsdienst bij het opstellen van bodembeleid en bodemkwaliteitskaarten en bij bestemmingsplanwijzigingen of vergunningverlening voor bouw- en milieuactiviteiten.

Huidige en toekomstige opgaven In het dynamische Noordzeekanaalgebied is sprake van veel activiteiten in (verontreinigde) bodem, zowel voor (nieuw)bouw/infrastructuur/funderingsherstel, vervanging en uitbreiden rioolstelsels als wel in het kader van energietransitie voor het aanleggen van nieuwe kabels, leidingen en warmtenetten. Ook is er toenemende aandacht voor Water en Bodem Sturend en zeer zorgwekkende stoffen (ZZS). Dit alles maakt dat er veel vraag is naar het VTHA-werk van de Omgevingsdienst op het onderwerp Bodem. Het leveren van kennis en expertise vanuit Bodem voor de Omgevingsverordening, de Omgevingsvisies en Omgevingsplannen van de opdrachtgevers zal ook de komende jaren veel aandacht vragen. De gemeenten Haarlemmermeer, Aalsmeer, Amstelveen, Diemen, Ouder-Amstel en Uithoorn zijn sinds 2024 bevoegd gezag voor de bodemtaken. De afgelopen jaren heeft laten zien dat steeds minder bodemtaken onder het overgangsrecht vallen en dus voor steeds meer bodemtaken onder het bevoegd gezag van de gemeenten vallen. Hiermee vindt er ook een verschuiving van budgetten plaats. De provincie is alleen nog bevoegd gezag voor bodemsituaties op overgangsrecht situaties, Seveso-locaties en grote grondwaterverontreinigingen. De gemeenten Amsterdam en Zaanstad waren zelf al bevoegd voor deze taken.

Ook is het basistakenpakket gewijzigd, waardoor reguleringstaken bodem bij de omgevingsdiensten zijn belegd. Deze worden nu ook voor Zaanstad uitgevoerd. De Omgevingswet vereist een integrale aanpak voor de inrichting en het beheer van de fysieke leefomgeving. Dat betekent dat de Omgevingsdienst nu intensiever samenwerkt met zijn opdrachtgevers in het verbinden van het beleid met de uitvoering. Dit heeft geleid tot grotere geïntegreerde, en daarmee complexere adviesvragen voor de uitwerking en uitvoering van de nieuwe omgevingsvisies, omgevingsplannen en omgevingsverordeningen en de monitoring/evaluatie van de beleidsrealisatie van onze deelnemers. Hierdoor is het volume van de adviestaken op

Pagina 16 van 59

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied

het gebied van bodem toegenomen en zal de aankomende jaren blijven toenemen. Afhankelijk van de ambities zal de adviesvraag per deelnemer fluctueren. Zoals in 2025 al geschetst, was er bij de warme overdracht van bodemtaken geen sprake van volledige beleidsneutraliteit. Bij de Provincie Noord-Holland blijft beleidsadvies van belang voor onder meer de resterende taken, als grondwaterkwaliteit (PFAS, ZZS), werkgroepen IPO, overgangsrecht Wbb en spoedlocaties. Voor de verdere aanpak van bodemverontreiniging en de verbreding hierin is een vervolgaanpak bodembeleid onder de Omgevingswet 2026-2031 opgesteld en vastgesteld in het Regio-Overleg Bodem OD NZKG. Elk jaar worden de meeste prioritaire onderwerpen uitgewerkt in beleidsvoorstellen, die door gemeenten in hun bodembeleidskader of als bodemregels in het Omgevingsplan worden opgenomen. Om nieuwe bodemverontreiniging zoveel mogelijk te voorkomen wordt, naast de gebruikelijke instrumenten van zorgplicht en bij ongewone voorvallen, ook voor het thema Bodem aangesloten bij de bestaande ZZS-aanpak (lucht en water) van de Omgevingsdienst. Ten slotte draagt de Omgevingsdienst bij aan de landelijke inventarisatie van de omvang van PFAS-bodemverontreiniging welke in 2030 gereed moet zijn.

Ontwikkelingen 2027, capaciteit en lasten Bodeminformatiesysteem, BRO en bodemdata Onder de Omgevingswet wordt het bodeminformatiesysteem NAZCA (BIS) op een andere manier gebruikt dan onder de Wet Bodembescherming. Hiervoor is een uitgebreide aanpassing nodig van het BIS waarvoor in 2021 een 'Visie BIS onder de OW' is opgesteld met als doel om de beschikbare informatie in het BIS te verbeteren zodat een locatiebeoordeling eenvoudiger tot stand kan komen (met een verwachtingenkaart). Sinds 1 juli 2025 is de basisregistratie ondergrond (BRO) uitgebreid met het domein milieukwaliteit. Ook voor de levering van betrouwbare bodeminformatie aan de BRO zijn verbeteringen in het BIS nodig. In 2024 is met externe projectfinanciering van onze opdrachtgevers fase 1A en 1B met succes afgerond en is tevens gewerkt aan het verbeteren van de kwaliteit van de bodemdata. Het project is uitgevoerd door een team invoerders die samen ruim 20% van alle locaties in het BIS doornamen. Daarbij is belangrijke informatie aangevuld en verbeterd, honderden contouren zijn ingetekend en aan ruim 6.600 onderzoeken is bodeminformatie (pdf) gekoppeld. De resultaten van fase 1B zijn in 2025 gedeeld en besproken. Aansluitend zijn afspraken gemaakt over het verder verbeteren van de bodemdata en is gestart met Fase 2, die loopt van 2025 t/m 2032.

Fase 2 richt zich op de nog niet in fase 1 behandelde locaties met de meeste kans op een afwijkende kwaliteit ten opzichte van de achtergrondkwaliteit. Daarnaast worden in het eerste deel van Fase 2 zoveel mogelijk bestaande onderzoeksgegevens verbeterd in het BIS om de levering aan de BRO mogelijk te maken. Eind 2026 wordt na het eerste deel van Fase 2 een evaluatie opgesteld met een voorstel voor het vervolg. Nieuwe onderzoeksgegevens worden op een uniforme wijze ingevoerd door hiervoor geïnstrueerde medewerkers van de Omgevingsdienst en controles worden maandelijks uitgevoerd om de kwaliteit van deze gegevens te borgen. Kwaliteitscontrole bodeminformatiesysteem Sinds 1 januari 2024 voert de Omgevingsdienst een maandelijkse kwaliteitscontrole uit op de bodemdata in het bodeminformatiesysteem Nazca (BIS). In samenhang met het inregelen van een kwaliteitscontrole is ook vanaf 1 januari 2024 met opdrachtgevers afgesproken dat bodemdata centraal door de Omgevingsdienst in het BIS wordt ingevoerd. De centrale invoer, de kwaliteitscontrole en het invoerprotocol zullen aankomende jaren in ontwikkeling blijven vanwege de implementatie van de wet basisregistratie ondergrond (BRO). Het streven van de kwaliteitscontrole blijft daarbij constant: bodemdata toepasbaar en herbruikbaar maken en houden.

Pagina 17 van 59

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied

Kennisinfrastructuur Bodem & Ondergrond De Omgevingsdienst heeft vanaf 2025 een beperkte doorstart gemaakt met het Regionaal Schakelpunt (RSP) gefinancierd vanuit de provincie Noord-Holland. De Omgevingsdienst organiseert hiervoor jaarlijks een Bodemberaad waarbij collega’s van provincie, gemeenten, waterschappen en omgevingsdiensten in Noord-Holland kennis uitwisselen. Verdere uitbreiding van dit kennisnetwerk vindt plaats vanuit diverse andere kennis-initiatieven: het KIS van OD.nl (vanuit IBP-VTH) en het KIS provincies (vanuit bodem convenant afspraken tussen koepels en Rijk). Bodemkwaliteitskaarten en bodemregels De Omgevingsdienst actualiseert elke vijf jaar de bodemkwaliteitskaarten van de gemeentelijke opdrachtgevers. Deze kaarten vormen de basis voor een milieuverklaring bodemkwaliteit, waardoor een bodemonderzoek in veel gevallen achterwege kan blijven. In 2027 zal de bodemkwaliteitskaart van Amsterdam worden geactualiseerd. Ook zal naar aanleiding van de nieuwe bodemkwaliteitskaart een voorstel worden opgesteld voor aan te passen bodemregels in het omgevingsplan. In 2027 zal de Omgevingsdienst ook andere voorstellen doen voor aanpassingen van de bodemregels in de omgevingsplannen van de gemeenten in onze regio. In 2026 worden beleidsvoorstellen uitgewerkt, die in sommige gevallen met bodemregels in het omgevingsplan moeten worden bekrachtigd.

Water en Bodem Sturend ‘Water en bodem zijn richtinggevend' is de lijn in de Ontwerpnota Ruimte van het Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Daarin staat hoe Nederland op de lange termijn moet worden ingericht. De provincie Noord-Holland actualiseert zijn Omgevingsvisie in 2026 en zijn Regionaal Waterprogramma in 2027, waar ook bodem in wordt meegenomen. De praktijk is dat de meeste thema’s in water en bodem sturend niet nieuw zijn. Er is al een uitgebreid wetgevingshuis met regels en gedragsadviezen aanwezig, waarbij taken sectoraal bij verschillende (decentrale) overheden zijn belegd. In de huidige werkwijzen worden de effecten op het bodem- en watersysteem echter nog onvoldoende meegenomen. Daarom is de Omgevingsdienst gestart met de verkenning van een nieuwe aanpak voor integrale advisering over de bodem bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Dit betreft het introduceren van systeemdenken over het natuurlijke bodem- en watersysteem waarbij verschillende thema’s met betrekking tot water, bodem en natuur integraal (en in samenhang) worden benaderd. In 2025 is hiervoor een eerste regionaal gidsmodel van het natuurlijk bodem- en watersysteem opgesteld en besproken in een workshop met alle opdrachtgevers. Gebiedsanalyses van de ondergrond worden ook opgesteld bij Omgevingsvisietrajecten van opdrachtgevers en NOVEX-aanpakken.

Door per gemeente een gebiedsanalyse van het bodem- en watersysteem in een kaartenatlas en kaartverhaal beschikbaar te hebben (op basis van ambities van opdrachtgevers in hun Omgevingsvisie), kan in het VTH-werk en advies een zogenaamd verbreed bodemadvies worden opgesteld. Gezonde bodem De Omgevingsdienst helpt Grond & Ontwikkeling (G&O) van de gemeente Amsterdam om bodemgezondheid binnen het ruimtelijk domein (G&O, R&D, V&OR, IB, GV en stadsdelen) een plek te geven aan de hand van een jaaractieplan. De Omgevingsdienst verwerkt data uit rapporten Bodemgezondheidsindex Amsterdam in de GISviewer. De bodemgezondheidsindex is een systeem om meetbare bodemkenmerken te verzamelen voor inzet bij ruimtelijke ordening, hergebruik van grond en verbeteren bodemgezondheid percelen. Mogelijk volgen meer opdrachtgevers. Bodemverontreiniging bij Tata Steel Uit bodemonderzoek (bestaand uit jaarlijkse grondwatermonitoringen en aanvullende onderzoeken) blijkt dat met name het grondwater ter plaatse van het Noordwestterrein licht tot sterk verontreinigd is met zware metalen zoals vanadium en dat de pH-waarde lokaal sterk verhoogd is. Deze geconstateerde verontreinigingen houden direct verband met bedrijfsactiviteit ‘verwerken en opslag van staalslakken’. De Omgevingsdienst heeft als taak tegenover Pagina 18 van 59

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied

veroorzakers van bodemverontreiniging handhavend op te treden. Dat kan alleen effectief zijn op het moment dat de bron van de verontreiniging beëindigd wordt en de vergunning dusdanig scherp is dat de bedrijfsactiviteiten met staalslakken zonder milieuschade uitgevoerd kunnen worden. Voor dit bodemaspect bij Tata Streel is een organisatiebreed projectteam opgericht dat deze opdracht integraal aanpakt. Regieteam ondergrond Amsterdam Vanaf 2023 is het Regieteam Ondergrond van de gemeente Amsterdam actief. Het belang van regie op de ondergrond neemt alleen maar toe: het wordt drukker door extra opgaven als de energietransitie en klimaatadaptatie, terwijl we nu al tegen grenzen aanlopen bij het beschikbaar houden van onze vitale ondergrondse netwerken. Onder leiding van de regisseur ondergrond ontwikkelt het Regieteam een werkend systeem voor beleid, regelgeving en kaders dat geïmplementeerd wordt in de gemeentelijke organisatie, in de bedrijfsprocessen en in het instrumentarium. Het Regieteam bestaat uit leden van diverse directies bij de Gemeente en van de Haven Amsterdam, Waternet en de Omgevingsdienst. Het Regieteam streeft naar structurele borging van regie op de ondergrond per 1 januari 2027 door het positioneren van deze rol bij Stadsregie (van directie V&OR). Naar verwachting wordt ook in 2027 inzet verwacht van de aangehaakte directies en ketenpartners.

Leeflaagonderzoek Amsterdam Eind jaren 80 heeft gemeente Amsterdam voor een alternatieve aanpak gekozen voor het zogenaamde multifunctioneel saneren (volledig schoon) van verontreinigde locaties. Voortaan werd gesaneerd door het aanleggen van een leeflaag waarbij restverontreiniging in de bodem achterbleef. In 2026 en 2027 helpt de Omgevingsdienst de afdeling G&O van de gemeente Amsterdam met het verzamelen van informatie over leeflagen uit de beginperiode van de aanleg. Hiervoor wordt onderzoek gedaan in tuinen van 25 locaties in de binnenstad om te bepalen of de dikte van de leeflagen nog voldoet, hoe de bodemgezondheid zich ontwikkeld heeft en of bewoners zich bewust zijn van het leven op een leeflaag. Naar verwachting zal het onderzoek medio 2027 worden afgerond.

Pagina 19 van 59

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied

2.5 Programma Milieu & Seveso Baten: € 55,8M Doel van het programma Milieu & Seveso is het waarborgen van een schoon, veilig, gezond & leefbaar en duurzaam Noordzeekanaalgebied. De Omgevingsdienst voert ook VTH-taken uit voor de meest risicovolle bedrijven in de provincies Noord-Holland, Utrecht en Flevoland. Deze bedrijven vallen onder de Seveso-Richtlijn en/of de Richtlijn Industriële Emissies (RIE-4).

Huidige en toekomstige opgaven In het Noordzeekanaalgebied vindt een steeds intensiever gebruik van de beschikbare ruimte plaats. Dit komt door een toename aan (complexe) bedrijvigheid, infrastructuurprojecten en nabijgelegen woningbouw. De Omgevingsdienst verricht daarom naast het VTH-werk ook steeds meer advieswerk. De doelstelling is om de VTH-werkzaamheden uit te voeren conform het uniforme uitvoeringsniveau voor alle opdrachtgevers (gelijk speelveld in het gehele verzorgingsgebied van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied) en een gelijk speelveld voor Seveso-bedrijven in Nederland. De vastgestelde Uitvoering en Handhavingstrategie OD NZKG 2025-2027 biedt hiervoor het strategisch kader. De strategie draagt bij aan een uniforme werkwijze in het werkgebied en geeft richting aan de uitvoering van de VTH-taken. Ontwikkeling expertisewerkzaamheden De Omgevingsdienst ziet dat de vraag naar integrale en strategische advisering verder toeneemt. Overheden verwachten niet alleen uitvoering van het basis VTH-werk, maar ook vroegtijdige betrokkenheid bij ruimtelijke keuzes en transitieopgaven. De adviesrol van omgevingsdiensten wordt daarmee steeds belangrijker naast de wettelijke taken. De invoering en verdere uitwerking van de Omgevingswet vraagt om actualisatie van omgevingsplannen, waaronder het verwerken van de zogenoemde bruidsschatregels.

De Omgevingsdienst brengt hierbij haar expertise in op het gebied van geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid, afval, energie, water en natuur (waaronder stikstof). Door deze kennis vroegtijdig in te zetten bij planvorming worden knelpunten tijdig gesignaleerd en kunnen plannen toekomstbestendig en juridisch robuust worden vormgegeven. De grote transities in het ruimtelijk domein – energietransitie, netverzwaring, circulaire economie en klimaatadaptatie – leiden tot complexere afwegingen. Verduurzaming van industrie en mobiliteit (zoals waterstof, batterijopslag en elektrificatie) biedt kansen voor CO₂-reductie, maar kan ook nieuwe risico’s met zich meebrengen voor veiligheid, gezondheid en leefomgeving. Dit vraagt om actuele kennis, multidisciplinaire samenwerking en zorgvuldige toepassing van beoordelingsruimte binnen vergunningverlening.

Pagina 20 van 59

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied

Specifieke aandacht gaat uit naar: • gezondheid in relatie tot luchtkwaliteit, geluid en waterkwaliteit; • zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) en minimalisatieverplichtingen; • cumulatie van milieueffecten in verdicht stedelijk gebied; • netcongestie en de ruimtelijke inpassing van energie-infrastructuur; • monitoring, data-gestuurd werken en verdere digitalisering van emissiegegevens. De Omgevingsdienst investeert in kennisontwikkeling en in het versterken van gespecialiseerde expertiseteams, o.a. op thema’s als ZZS, waterstof, windenergie, circulaire initiatieven en verzwaring van het elektriciteitsnet. Hiermee kan de dienst vroegtijdig bijdragen aan regionale samenwerkingen en strategische keuzes. Daarnaast wordt gewerkt aan een herkenbaar en toegankelijk loket voor strategische adviesvragen van opdrachtgevers. Het ontwikkelen van gezamenlijke kaders, het opleiden van omgevingsadviseurs en het versterken van de (landelijke) kennisinfrastructuur binnen het omgevingsdomein blijven prioriteit. Met deze inzet positioneert de Omgevingsdienst zich in 2027 nadrukkelijk als deskundige partner in zowel uitvoering als advisering, gericht op een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving.

Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) De aankomende jaren zal de inspanning van de Omgevingsdienst gericht zijn op het verkrijgen van meer inzicht in emissies van ZZS bij bedrijven richting lucht en water (indirecte lozingen). De wettelijke instrumenten hiervoor zijn voor de aangewezen Milieubelastende activiteiten (MBA) de informatieplicht en het vermijdings- en reductieprogramma (VRP). Ook voor de gemeentelijke vergunningplichtige bedrijven geldt deze verplichting. De Omgevingsdienst vraagt circa 50 bedrijven per jaar risicogericht uit. Daarnaast zal de Omgevingsdienst vanaf 2026 verder uitzoeken op welke manier we data vanuit de uitvraag zo goed mogelijk kunnen registreren. Door deze datagedreven werkwijze krijgt de Omgevingsdienst steeds meer inzicht in de relatie van ZZS-emissies tot milieu en leefomgeving. Dit krijgt de aankomende jaren blijvend aandacht, om steeds gerichter te sturen op de grootste resultaten voor een gezonde leefomgeving. In 2025 zijn alle gemeentelijke afvalbedrijven uitgevraagd. In 2026 zullen de bedrijven die nog niet hebben aangeleverd worden aangeschreven vanuit toezicht en vinden de meeste beoordelingen plaats.

Onzekere factoren bij de uitvraag zijn onder andere de inschatting van benodigde capaciteit, de aanwezigheid van capaciteit, de consequenties op de vergunningplicht onder de Omgevingswet (MBA), wijziging in stoffenlijst en de medewerking van de bedrijven bij het aanleveren van de juiste informatie. Eind 2026 wordt (geprioriteerd op impact) een nieuwe uitvraag gedaan naar ca. 50 bedrijven. In 2027 volgt dan weer het vervolgtraject op de input van deze 50 bedrijven. Sinds 2025 zijn bedrijven wettelijke verplicht hun emissies te registreren in een landelijke openbare database (https://www.e-mjv.nl/zzs). Doel van dit database is het verkrijgen van inzicht in welke ZZS in de leefomgeving terechtkomen. De Omgevingsdienst is in gesprek met de beheerder van de emissiedatabase (RIVM) over de toegankelijkheid van het systeem voor bedrijven en het optimaliseren van het invoersysteem om de kwaliteit te verbeteren zodat bedrijven het systeem ook daadwerkelijk correct invullen. Ondermijning en Ketentoezicht De visie op Ondermijning is begin 2025 vastgesteld. De Omgevingsdienst maakt een transformatie van vraaggestuurd naar data- en opgavegericht werken. In 2025 zijn de eerste gebiedsanalyses uitgevoerd en is ervaring opgedaan met het gebruiken van drones en e-noses bij ondermijningsacties. Contacten met de RIEC’s zijn aangehaald. In 2026 en verder volgt planmatige implementatie.

Pagina 21 van 59

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied

In de aanpak van milieuovertredingen en -criminaliteit maakt ketentoezicht inzichtelijk welke wegen product-/grond- of afvalstromen hebben doorlopen. Door dit verloop in samenhang te beschouwen, worden veelplegers en ondermijnende activiteiten zichtbaar. De aanpak van ketentoezicht bestaat uit een structurele uitvoering van bepaalde afvalstromen en gerichte pilots op nieuwe afvalstromen. Vanuit het IBP VTH is tevens een Handreiking ketentoezicht opgesteld als hulpmiddel voor een meer uniforme en programmatische aanpak van ketentoezicht met een landelijke en regionale borging. Deze handreiking zal als basis dienen voor de uitvoering van ketentoezicht. De Omgevingsdienst zet in op verdere ontwikkeling van de strafrechtelijke handhavingsinstrumenten in afstemming en in combinatie met bestuursrechtelijke handhaving. Seveso-samenwerking De Omgevingsdienst inspecteert de Seveso-bedrijven met regelmaat (meerdere keren per jaar) op naleving van de wetgeving. Dit gebeurt opgavegericht, waar dus de nadruk ligt op waar de maatschappelijke opgave het grootst is. Voor de Seveso-bedrijven is een intensieve samenwerkingsrelatie opgebouwd met de andere SevesoOmgevingsdiensten en inspectiepartners als Nederlandse Arbeidsinspectie en de Veiligheidsregio’s.

De Omgevingsdienst zet zich als één van de zes Seveso-omgevingsdiensten in, in afstemming met de provincies/IPO, uitvoering van de Meerjarenprogramma Seveso 2024-2027. Dit programma richt zich op de VTHuitvoering en de Seveso-inspecties bij de provinciale bedrijven. In de samenwerking borgen de Sevesoomgevingsdiensten uniformering van toezicht en handhaving en vergunningverlening en werken zij aan een gelijk kwaliteitsniveau door bijvoorbeeld gezamenlijk op te trekken bij opleidingsprogramma’s en het delen van ervaring. Ook de communicatie binnen de organisatie en naar buiten toe wordt afgestemd. De Seveso-omgevingsdiensten werken met het programma aan de totstandkoming van een excellente uitvoering van de VTH-taken bij Seveso- en RIE4-bedrijven en de ontwikkeling van een gezamenlijk landelijk speelveld. De samenwerking tussen de zes Omgevingsdiensten heeft als doel te werken alsof zij één dienst zijn. Meetdienst In 2025 is binnen de Omgevingsdienst een regionale meetdienst ingericht, die in 2026 wordt doorontwikkeld met het oog op toekomstige accreditatie. In 2026 staat de opbouw van een integraal kwaliteitsmanagementsysteem centraal, gericht op het borgen van methodische betrouwbaarheid en procesbeheersing. Parallel hieraan wordt geïnvesteerd in de versterking van kennis, vaardigheden en vakbekwaamheid van medewerkers.

Tijdens het accreditatieproces worden in 2026 door de meetdienst van de Omgevingsdienst indicatieve metingen uitgevoerd die worden gevalideerd op basis van de audits door en validatiemetingen met de geaccrediteerde commerciële bureaus en de geaccrediteerde meetdiensten van andere omgevingsdiensten. Hiermee wordt de meetdienst in positie gebracht om vanaf 2027 zelfstandig en geaccrediteerd metingen uit te voeren. Ontwikkelingen 2027, capaciteit en lasten De regio blijft onverminderd aantrekkelijk om te wonen en te werken met als gevolg een blijvende hoge druk op de beschikbare (milieu)ruimte. Het wordt steeds ingewikkelder om tegemoet te komen aan de vraag naar woningbouw, bedrijvigheid en infrastructurele voorzieningen. De Omgevingsdienst informeert haar opdrachtgevers tijdig over risicovolle situaties bij bedrijven en zullen ook actiever gaan inspelen op de behoefte die leeft in de samenleving en bij omwonenden. Beleidsmatige ontwikkelingen en veranderingen in wet- en regelgeving zorgen voor extra druk op de capaciteit. Denk bijvoorbeeld aan de Energietransitie, Milieueffectrapportages (MER) in het kader van de Omgevingswet, of Gezondheidseffectrapportages (GER), of de wens meer zelf te meten.

Pagina 22 van 59

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied

De hiervoor genoemde ontwikkelingen, thema’s en opgaven zullen zorgen voor een toenemende impact op het VTH-werk. Dit vraagt om meer inzet op het beïnvloeden van wet- en regelgeving en uitvoerbare beleidskaders. De capaciteit om vergunningen te actualiseren blijft onder druk staan door de toenemende hoeveelheid en complexiteit van aanvragen in combinatie met de beleidsambities. Deze druk zal komende jaren verder toenemen. De vertaling van de beleidsopgaven naar de uitvoering geeft onzekerheden over de capaciteit en lasten. Het ligt in de rede te verwachten dat de beleidsopgaven vragen om een hoger kwaliteitsniveau in de VTH-uitvoering, inclusief de daarvoor benodigde middelen. De materiële lasten bestaan voornamelijk uit de kosten voor de meetdienst. Hierbij rijst ook de vraag of de huidige materiële lasten, gezien de hierboven genoemde ontwikkelingen, voldoende zullen zijn om in de toekomst de lading te kunnen dekken.

3.6 Tata Steel Voor het VTH-werk bij Tata Steel is het Uitvoeringsprogramma Tata Steel 2025-2027 opgesteld. Hierin worden alle VTH-activiteiten in samenhang gebracht met de doelstellingen van het bevoegd gezag en de middelen zoals voorzien in de meerjarenbegroting 2025-2028. Een aantal speerpunten uit het uitvoeringsprogramma VTH Tata Steel dat loopt tot en met 2027. •

•

•

•

•

Vanaf 2025 zijn de meetinspanningen bij Tata Steel aanzienlijk geïntensiveerd en heeft de omgevingsdienst een eigen meetdienst opgericht minder afhankelijk te zijn van marktpartijen. De Omgevingsdienst heeft de taak om na te gaan of het staalbedrijf aan de emissiegrenswaarden voldoet. In combinatie met het achterblijvende naleefgedrag van het bedrijf en de toegenomen handhaving betekent dat meer controlemetingen. De meetgegevens kunnen ook leiden tot aanscherping van de vergunningen. Er is verscherpt toezicht op de kooksgasfabrieken. Inmiddels is het bedrijf aangezegd dat als het bedrijf de KGF2 niet in overeenstemming brengt met de wet- en regelgeving, we zullen overwegen de vergunning ervoor in te trekken. Het project HeraCless/Groen Staal fase 1 is op gang gekomen. Tata Steel heeft - met aanzienlijke vertraging ten opzichte van de eerder voorgenomen planning - concepten ingediend voor het benodigde milieueffectrapport (MER). Daarover is in 2025 het vooroverleg gestart. Deze verduurzamingsoperatie vraagt van de Omgevingsdienst forse inzet, onder meer op het gebied van vergunningverlening, advisering op het vlak van lucht, geluid en geur, etc. Het Rijk en het bedrijf spreken over staatssteun (de ‘maatwerkafspraken’) en een nog te ontwikkelen gezondheids-effectrapportage (GER). Daarbij wordt een beroep gedaan op de expertise van de Omgevingsdienst.

In 2026 werken we verder aan financiële zekerheidsstelling door het bedrijf. Dit is een instrument onder de Omgevingswet, bedoeld om te voorkomen dat de overheid de kosten moet dragen van onverhoopte milieuschade door bedrijfsactiviteiten. Het oppervlakte, de historie en de hoeveelheden potentieel schadelijke stoffen bij het bedrijf maken dit een complexe opgave.

Deze punten komen boven op de reguliere VTH-taken: het periodiek inspecteren van de installaties, het behandelen van vergunningaanvragen, het communiceren met de omwonenden en andere overheden, advisering.

Pagina 23 van 59

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied

Ontwikkelingen 2027, capaciteit en lasten Tata Steel bevindt zich momenteel in een omvangrijke transformatiefase; met steun van het Rijk en de provincie Noord-Holland bereidt het bedrijf een overgang naar verduurzaming van het fabricageproces voor. Oude installaties worden afgeschakeld, nieuwe komen in de plaats. De Omgevingsdienst heeft van de provincie Noord-Holland de opdracht gekregen om de vergunningverlening tijdens deze transitie te verzorgen. Voor de Omgevingsdienst is dit aanzienlijk extra werk, onder meer door: • Nieuwe (extra) vergunningsaanvragen voor de nieuwe installaties; • Idem, voor de afschakeling van de oude installaties; • Het toezicht op een ordentelijk afbouw van de oude installaties. De inzet van de Omgevingsdienst wordt bepaald door wettelijk voorgeschreven procedures. Het bedrijf heeft het recht een vergunningsaanvraag te doen, de Omgevingsdienst is verplicht deze te behandelen. Er is dus een beperkte beleidsmatige sturing op de werkvoorraad mogelijk, omdat deze het gevolg is van externe omstandigheden. In de jaren 2027 en verder houden we er rekening mee dat, om deze extra werkzaamheden te financieren, een extra budgettaire ruimte van ca 15% van het budget nodig zal zijn. Voor de jaren daarna is dat moeilijker te voorspellen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17132470/1