5. Hoogbouwbeleid Amsterdam (2023) v2.pdf
Tekst van het document
Hoogbouwbeleid Amsterdam (2023) Concept - mei 2023
Omgeving Amstelstation
Overamstel
Amstel Tower Hoogte: 103m Lagen: 32 BVO: 21.500m2 Afmetingen toren: 19m x 33m Diagonaal toren: 38m
HAUT Hoogte: 73m Lagen: 22 BVO: 14.500m2 Afmetingen toren: 17m x 26m Diagonaal toren: 31m
Houthavens
Inhoudsopgave
Buiksloterham
©Max Hart Nibbrig
Pontsteiger Hoogte: 90m Lagen: 27 BVO: 62.500m2 Afmetingen toren: 21m x 22m Diagonaal toren: 30m per poot
Voorbeelden van hoogbouw in Amsterdam
Stories Hoogte: 45m Lagen: 13 BVO: 5.100m2 Afmetingen toren: 33m x 16m Diagonaal toren: 37m
Voorwoord
4
1 Hoogbouw in Amsterdam
5
1.1 Aanleiding
5
1.2 Opbouw beleid/leeswijzer
6
1.3 Omgevingsvisie
6
1.7 Proces hoogbouwontwikkeling
11
Historisch perspectief
13
2 Stad
15
2.1 Onderleggers
15
Ruimtelijke systemen
18
Definities en begrippen
21
2.2 Vier regimes
23
2.3 Totaalkaart
32
3 Gebouw
35
3.1 Hoogbouw als monument
35
3.2 Vier principes op gebouwniveau
35
3.3 Alle vuistregels op een rij
44
3.4 Extra aandacht
46
3.5 Ander beleid dat van invloed is op het gebouwontwerp
46
Voorwoord
1 Hoogbouw in Amsterdam 1.1 Aanleiding Amsterdam groeit binnen haar bestaande grenzen. Het aantal inwoners en banen stijgt onverminderd en de vraag naar woningen, kantoor- en bedrijfsruimte blijft groot. We willen zoveel mogelijk mensen een plek bieden, maar tegelijkertijd willen we het groen rondom Amsterdam beschermen door daar niet te bouwen. Om voldoende ruimte te bieden
Dit hoogbouwbeleid maakt inzichtelijk waar hoogbouw is toegestaan en onder welke voorwaarden. Bovendien geeft het beleid handvatten voor de borging van de kwaliteit van hoogbouwinitiatieven op gebouwniveau. Er is een aantal redenen waarom de hoogbouwvisie, die in 2011 werd vastgesteld als onderdeel van de Structuurvisie Amsterdam 2040, moet worden geactualiseerd.
aan iedereen is Amsterdam aan het verdichten. Dat betekent in sommige gevallen dat de stad ook de hoogte in gaat. Hoogbouw in Amsterdam is zeker geen nieuw fenomeen. In de afgelopen tien jaar zijn al veel gebouwen van 60 meter en hoger gebouwd, onder andere aan de Zuidas, rond het Amstelstation, station Amsterdam Bijlmer-Arena en aan de IJ-oevers. En er zijn de in het oog springende gebouwen zoals het Pontsteiger gebouw en Nhow Amsterdam Rai. Er verrijzen hoogbouwclusters, waarmee op specifieke plekken hele hoge dichtheden gerealiseerd worden. Rondom de stations en in de centra van de stadsdelen dragen de clusters bij aan de meerkernige ontwikkeling van de stad, door de toevoeging van een gemengd programma en de markering van deze plekken. De vooroorlogse stad van Amsterdam is een relatief platte stad en we gaan zorgvuldig om met onze beschermde stadsgezichten, door daar geen hoogbouw toe te staan. Op veel andere plekken is hoogbouw een vanzelfsprekend onderdeel van de omgeving. Als je de stad vanaf de 30e verdieping overziet zijn de meest verre delen plotseling nabij. Vanaf station Noord zie je dat de Johan Cruijff-Arena en het World Fashion Centre bakens zijn van Amsterdam. Hoogbouwvisie Amsterdam uit 2011
Structuurvisie Amsterdam 2040 uit 2011
Hoogbouwontwikkeling heeft de afgelopen jaren een vlucht genomen en ook in de toekomst zal er vraag naar hoogbouw blijven. Ook is gebleken dat meer specifieke richtlijnen de planvorming met betrekking tot hoogbouw kunnen vergemakkelijken en meer duidelijkheid geeft aan iedereen die in de stad met de ontwikkeling van hoogbouw te maken heeft. De vraag over hoe we bijvoorbeeld met hoogbouw omgaan in relatie tot het metropolitane landschap (de scheggen, het IJ) is in 2011 slechts op hoofdlijnen geduid. Ook de stedenbouwkundige systematiek van de AUP-gebieden (Algemeen Uitbreidingsplan uit 1934) zijn nog onvoldoende in het hoogbouwbeleid beschreven, terwijl zich daar steeds vaker initiatieven voordoen. In dit hoogbouwbeleid wordt voorzien in het explicieter maken van wat wel en wat niet kan. Daarnaast is het hoogbouwbeleid geactualiseerd met bestuurlijke besluiten ten aanzien van (gebiedsontwikkelings)projecten waarin meer hoogbouw mogelijk is gemaakt en de verdichtingsopgave uit de Omgevingsvisie Amsterdam 2050. De principes uit de hoogbouwvisie 2011 blijven van kracht, namelijk het mogelijk maken van hoogbouw op plekken die met het OV goed bereikbaar zijn en aan de andere kant het beschermen van de beschermde stadsgezichten. In dit beleid wordt explicieter aangegeven ‘waar wel en waar niet’.
Deze uitwerking is nodig om aan de voorkant van het planproces, in de startfase van een stedenbouwkundig plan of hoogbouwproject, helder te zijn over wanneer hoogbouwinitiatieven kansrijk zijn. Ook wordt in dit beleid uitgebreid aandacht gegeven aan kwaliteitseisen op gebouwniveau. Deze kwaliteits eisen zijn cruciaal om goede hoge gebouwen te kunnen ontwikkelen, om beter op kwaliteit te kunnen sturen en kunnen bijdragen aan innovatieve oplossingen.
4Hoogbouwbeleid
Gemeente Amsterdam5
Nieuw in het hoogbouwbeleid tov de hoogbouwvisie (2011) • Concretere regels voor hoogbouw in relatie tot de scheggen en het IJ waarbij het doel is om de weidsheid van het landschap te behouden. • Uitgebreidere beschrijving van de stedenbouwkundige systematiek van gebieden, waaronder de AUP gebieden (Algemeen Uitbreidingsplan uit 1934) en de wijze waarop hoogbouw daar wel/niet ingepast kan worden • Een duidelijkere indeling in vier regimes met in ieder regime duidelijke regels zoals maximale bouwhoogten. Dit geeft, ten opzichte van de hoogbouwvisie, meer duidelijkheid en een totaaloverzicht van de (on)mogelijkheden voor hoogbouw in de hele stad. • Aanscherping regels in het UNESCO werelderfgoed. Geen hoogbouw in het UNESCO werelderfgoed. • Alle gebieden in Amsterdam waar al gebiedsontwikkeling plaats vindt, zijn nu opgenomen in het beleid. Bv Hamerkwartier, Zeeburgereiland, Amstel III en Haven-Stad. • Geen toetsing meer door hoogbouwcommissie en geen verplichte HER. De regels in het beleid zijn veel concreter en handzamer, zodat toetsing door een externe toetscommissie niet meer nodig is. Dit schept meer duidelijkheid vooraf en vergemakkelijkt de planvorming. • Nieuw onderdeel van het beleid: vuistregels op niveau van het gebouw om echt goede gebouwen te maken die lang mee gaan.
Omgevingsvisie Amsterdam 2050 uit 2021
Visiekaart
1. Inleiding 4 1.1 Omgevingswet 5 1.2 Omgevingsvisies Weesp en Amsterdam 5 1.3 Doelen van de Omgevingsvisie Weesp 7 1.4 Startnotitie en 14 kernwaarden 7 1.5 Vier kernopgaven 8 1.6 Totstandkoming Omgevingsvisie Weesp 10 1.7 De (on)voorspelbaarheid van de toekomst 11 1.7.1 COVID-19 11 1.7.2 Dertig jaar vooruit 11
1.2 Opbouw beleid/leeswijzer In hoofdstuk 1 wordt de verdichtingsopgave van Amsterdam en de rol die hoogbouw daarin kan hebben beschreven. Daarnaast wordt het proces toegelicht dat doorlopen wordt bij de ontwikkeling van hoogbouw. Ten slotte biedt het een overzicht van de manier waarop hoogbouw in de loop van de geschiedenis een plek kreeg in Amsterdam.
Inhoud
2. Visie 14 2.1 Verleden, heden, toekomst 14 2.1.1 Verleden 14 2.1.2 Heden 18 2.1.3 Toekomst: wat komt er op Weesp af? 20 2.2 Visie 22 3 Participatie, samenwerking en afstemming 28 3.1 Participatie 28 3.2 Regionale samenwerking en afstemming 31 3.2.1 Wijzigingen ten gevolge van de fusie 31 3.2.2 Regio Gooi en Vechtstreek 31 3.2.3 Verstedelijkingsstrategie MRA 34 3.3 Relatie met Nationale en Provinciale Omgevingsvisies 34 3.4 Afstemming met organisaties 35
Omgevingsvisie Weesp 2050 Eeuwenoud en Toekomstvast Oktober, 2021
De inhoud van deze visiekaart wordt verder toegelicht in paragraaf 2.2 en hoofdstuk 4
Omgevingsvisie Weesp 2050 uit 2021
Hoofdstuk 2 verdeelt de stad in gebieden waar de omgang met hoogbouw verschillend is, op basis van de ligging ten opzichte van OV-knooppunten en het stadslandschap en in relatie tot de ruimtelijke systemen. Er zijn vier regimes geformuleerd die hoogbouw op meer of mindere mate mogelijk maken: ‘Ja, gebieden geschikt voor hoogbouw’, ‘Soms, op specifieke plekken’, ‘In principe nee’ en ‘Nee’. Wat als hoogbouw wordt gezien wordt gerelateerd aan de bebouwing in de omgeving. In hoofdstuk 3 worden op het schaalniveau van het gebouw en het blok vier principes en daaraan gekoppelde vuistregels geformuleerd, die waarborgen dat hoogbouw een waardevolle bijdrage levert aan het leven op straat en de skyline. Ze zorgen ervoor dat het gebouw kwaliteit toevoegt aan de openbare ruimte, het gebouw op een mooie manier onderdeel uitmaakt van het stadsbeeld en dat het verblijfsklimaat in de openbare ruimte en op binnenterreinen aangenaam is. Hoogbouw, in de vorm van een toren, een schijf of een groot blok, heeft een aantal specifieke gebouweigenschappen, die anders zijn dan middelhoogbouw of laagbouw. De vuistregels worden dan ook gekoppeld aan gebouwen van een bepaalde hoogte.
1.3 Omgevingsvisie In de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 (8 juli 2021 vastgesteld) is een actualisatie van de Hoogbouwvisie Amsterdam (2011) aangekondigd. In de Omgevingsvisie zijn de belangrijkste uitgangspunten voor het hoogbouwbeleid, in lijn met de principes uit de hoogbouwvisie uit 2011, vastgelegd: 1. We spreken van hoogbouw bij gebouwen hoger dan 30 meter, binnen de bufferzone van het UNESCO gebied boven de 20 meter en in Weesp boven de 12 meter. 2. We werken aan gebouwen die bijdragen aan de kwaliteit van de openbare ruimte, het wonen en werken in het gebouw en aan gebouwen die lang mee gaan. 3. We willen flink verdichten op plekken met hoge dynamiek en ontwikkeldruk. Dit zijn locaties direct grenzend aan het centrum en rondom de grote ov-stations. Hoogbouw kan een geschikte gebouwvorm zijn om te verdichten. 6Hoogbouwbeleid
4. Rondom het IJ, een centrale open plek in de stad, wordt hoogbouw ingezet om het stadslandschap leesbaar te maken en het stadsbeeld vorm te geven. 5. We beschermen gebieden en landschappen van bijzondere waarde, in het bijzonder het Unesco-erfgoed. 6. Elke stedenbouwkundige opzet vraagt om een specifieke inpassing van hoogbouw. Om richting te geven aan het schaalniveau van het gebouw en de buurt worden in de Omgevingsvisie een aantal principes genoemd die houvast kunnen bieden: 7. Hoogbouw maakt op een mooie manier deel uit van het stadssilhouet. 8. Hoogbouw levert een bijdrage aan de kwaliteit van de openbare ruimte. 9. Er is een aangenaam verblijfsklimaat op het maaiveld rondom hoogbouw. 10. Het is fijn wonen en werken in hoogbouw. 11. Hoogbouw gaat lang mee. In de Omgevingsvisie Weesp (2021) staat dat in en rondom de historische binnenstad geen hoogbouw is toegestaan en geldt in eerste instantie een maximum van vijf bouwlagen, ‘al geven we binnen het beschermde stadsgezicht de voorkeur aan lagere compacte bebouwing aansluitend bij het historische karakter’. De bouwhoogte wordt hier daarom situationeel bepaald. Nader onderzoek moet uitwijzen wat hier het best past.
In de omgevingsvisie staat dat er voor zowel het stationsgebied als de subcentra kansen liggen om hoger te bouwen dan de maximum bouwhoogte van vijf bouwlagen, zolang de ruimtelijke ontwikkelingen zijn voorzien van een zorgvuldig ingepast stedenbouwkundig plan dat past binnen de bestaande beeld kwaliteit van Weesp. Ook staat er beschreven dat aan de stadsboulevard (G.J. Wiefferingdreef – C.J. van Houtenlaan – Prinses Irenelaan – Casparuslaan – Amstellandlaan – Hogeweyselaan tot aan de nieuwe ontsluitingsweg richting de A1, eventueel aangevuld met de Leeuwenveldseweg tot aan het station) eventueel in hogere dichtheid kan worden gebouwd, met hogere bouwhoogten die afwijken van de rest van Weesp.
Gemeente Amsterdam7
4 Beleidsagenda 4.1 Kernopgave I: Prettig en veilig wo 4.1.1 Demografie 4.1.2 Wonen / verdichting 4.1.3 Voorzieningen 4.1.4 Openbare ruimte 4.1.5 Veiligheid en gezondheid 4.1.6 Groen 4.2 Kernopgave II: Economisch vitaa en ondernemend 4.2.1 Economie: bedrijven, detail en horeca 4.2.2 Bereikbaarheid/mobiliteit 4.2.3 Recreatie/toerisme 4.3 Kernopgave III: Klimaatneutraal e klimaatbestendig 4.3.1 Energietransitie 4.3.2 Water 4.4 Kernopgave IV: Waardevolle leefomgeving en lokale identiteit 4.4.1 Landschap en cultuurhistor 4.4.2 Landschap, veenweide, agrarisch gebruik
1.4 Hoogbouw als vorm van verdichting Amsterdam groeit binnen haar grenzen. In de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 bieden we ruimte aan 150.000 woningen, 200.000 arbeidsplaatsen en bijbehorende maatschappelijke voorzieningen. Binnenstedelijke groei is een duurzame vorm van verstedelijking. Het maakt bewegingen te voet of per fiets mogelijk door nabijheid en er ontstaat voldoende draagvlak voor een robuust regionaal en stedelijk OV-systeem. Verdichting kan op verschillende manieren vorm krijgen. In elke vorm stelt Amsterdam eisen aan onderwerpen als betaalbaarheid, schoonheid, klimaatneutraal, goede woningen, een goede plint, enzovoorts. Hoogbouw kan op sommige plekken antwoord geven op die vragen. Hoogbouw is op plekken met hele hoge dichtheden een manier om kwalitatieve buurten te maken met voldoende ruimte voor groen en licht in de straten en tuinen. Sinds enkele jaren worden in Amsterdam dichtheden gerealiseerd die we eerder niet kenden. De Zuidas en het NDSM-terrein zijn daar voorbeelden van. Hoogbouw maakt vaak onderdeel uit van dit ‘nieuwe normaal’. We maken in Amsterdam de hoogste dichtheden mogelijk, en daarmee ook hoogbouw, op plekken die goed bereikbaar zijn met het OV. Bovendien biedt de weidsheid van het IJ ruimte voor hoge gebouwen. Hoogbouw wordt ingepast in de bestaande stedenbouwkundige structuur.
Daarnaast gaan we zorgvuldig om met de relatie tussen hoogbouw en de landschappen rondom en in de stad (IJmeer en Waterland, de scheggen en het IJ). De hoogbouw in de stad respecteert de beschermde stadsgezichten, waaronder het UNESCO-gebied.
1.5 Een breed palet aan woonmilieus Er wordt in Amsterdam op heel veel locaties aan verdichting gewerkt om ruimte te bieden aan al die mensen die plek zoeken en om tegelijkertijd het omliggende landschap open te houden en recht te doen aan de cultuurhistorische waarden van de verschillende beschermde stadsen dorpsgezichten. Die locaties worden op verschillende manieren vorm gegeven, afhankelijk van hun ligging in de stad en de eigenschappen van de directe omgeving. De nieuwe buurten
Weespersluis, vrijstaande villa’s
Amstelkwartier, stadswonen
Buiksloterham, zelfbouwkavels
Laan van Spartaan, appartementen met een hoogtebouw accent
8Hoogbouwbeleid
hebben zonder uitzondering hoge dichtheden om zo zorgvuldig om te gaan met de spaarzame ruimte die er is. Er zitten wel verschillen in de dichtheid, maar ook in de luwe buurten is de dichtheid hoger dan er in voorgaande jaren gerealiseerd is. Zo werkt Amsterdam aan een breed palet aan nieuwe buurten, die aansluiten op of een aan vulling vormen op bestaande buurten. Een hoogbouwmilieu is één van de nieuwe ingrediënten uit dat brede palet. De variatie aan buurten maakt dat de stad aantrekkelijk is voor allerlei verschillende mensen. Hoogbouw biedt door zijn schaal kansen voor het collectief organiseren van bijvoorbeeld voorzieningen en slimme afvalsystemen. Bovendien is het uitzicht dat hoogbouw biedt, dé unieke kwaliteit van deze manier van wonen.
1.6 Wat is hoogbouw? Wat precies onder hoogbouw gerekend kan worden is in iedere stad anders. Lange tijd was Amsterdam een redelijk ‘platte stad’ met in het historische centrum een bouwhoogte van gemiddeld 15 meter. Bij de stedelijke ontwikkeling van de laatste decennia is de gemiddelde bouwhoogte in de stad toegenomen naar 30 meter en in de laatste jaren komen er steeds meer hogere bouwwerken bij van 45, 60 meter en hoger. De bouwhoogtes aan het IJ en in Zuidoost illustreren dit. We spreken in dit beleid in een groot deel van de stad van hoogbouw bij hoogtes hoger dan 30 meter (gebouwen met circa 9 lagen zijn substantieel hoger dan de gemiddelde omgeving). In de meeste buurten binnen de Ring A10 en ten zuiden van het IJ en Weesp worden gebouwen hoger dan 1,25 keer de overwegende hoogte van de directe omgeving gedefinieerd als hoogbouw. Dit geldt ook voor alle beschermde stadsgezichten, waaronder het UNESCO-gebied. Het UNESCO gebied bestaat uit een bufferzone (de binnenstad binnen de Singelgracht) en de kernzone (de grachtengordel). Het hoogbouwbeleid heeft betrekking op gebouwen en niet op (andere) hoge bouwwerken. zoals windmolens, elektriciteitsmasten, kabelbanen, reuzenrad etc. Het hoogbouwbeleid gaat over gebouwen waar men kan verblijven.
Verschillende definities van wat hoogbouw is
Gemeente Amsterdam9
1.7 Proces hoogbouwontwikkeling Uitwerking in stedenbouwkundige plannen Bij alle hoogbouwontwikkelingen (solitairen, reeksen, ensembles en clusters) wordt in de stedenbouwkundige plannen in gebiedsontwikkelingen een uitwerking van het hoogbouwbeleid gemaakt door gebiedsspecifieke regels op te stellen ten aanzien van de locaties, de hoogtes en het aantal hoge gebouwen.
Aanzicht Noorder IJoever
Zuidoost gebied rondom Johan Cruijff Arena
Leidraad bij planvorming Het hoogbouwbeleid bestaat uit regels op gebiedsniveau en regels op gebouwniveau. De regels op gebiedsniveau zijn opgenomen in de vorm van vier regimes. Naast de uitgangspunten die per regime zijn geformuleerd gelden voor elk plan de volgende punten: • Hoogbouw houdt rekening met het UNESCO-gebied • Hoogbouw houdt rekening met de waarden van de beschermde stads- en dorpsgezichten en van het ‘Aandachtsgebied van de Wederopbouw’ • Hoogbouw moet passen in het ruimtelijke systeem Borging hoogbouwbeleid Een hoogbouwinitiatief is niet afhankelijk van een formele ‘toets’ door een hoogbouw commissie. Beoordeling van hoogbouwinitiatieven aan de hand van het Amsterdamse hoogbouwbeleid, gebeurt door de projectteams van de gemeente, aangevuld met expertise vanuit Monumenten en Archeologie in de gevallen waarbij de bescherming van erfgoed een rol speelt. Dit kan zijn binnen één van de teams gebiedsontwikkeling of door de gebiedsteams R&D van de stadsdelen. Bij het behandelen van een aanvraag omgevingsvergunning voor een hoog gebouw vindt uiteraard wel reguliere, formele beleidstoetsing plaats, waaronder aan dit hoogbouwbeleid.
In het geval van reguliere toetsing vindt advisering vaak plaats door de projectteams van de gemeente die aan de gebiedsontwikkelingen werken of in de stadsdelen, aangevuld met expertise vanuit Monumenten en Archeologie in de gevallen waarbij de bescherming van erfgoed een rol speelt.
Weesp
UNSESCO-gebied
Bestaande hoogbouw, 2023
De hoogbouw die op deze kaart is aangegeven is gebaseerd op een dataset met de bouwhoogtes van gerealiseerde gebouwen van de Gemeente Amsterdam. Geplande, maar nog niet gerealiseerde gebouwen zijn er niet in opgenomen. Ook kan het zijn dat de gegevens net een paar meter afwijken van de werkelijke gebouwhoogte, waardoor enkele gebouwen in de werkelijkheid net boven of onder de in de legenda opgenomen grenzen vallen. 10Hoogbouwbeleid
Gemeente Amsterdam11
De directie R&D, afdeling Strategie, team Stad, is beleidseigenaar. In onduidelijke of onvoorziene gevallen aangaande de ruimte die het beleid biedt, kan het begeleidingsteam altijd voor advies terecht bij de beleidseigenaar. Bij conflicterend beleid (vanuit verschillende domeinen), waarin een integrale afweging gemaakt moet worden kan om advies van het ambtelijke Expertiseteam Ruimtelijke Ordening worden gevraagd.
Gebouwprincipes en vuistregels Bij de bouwplanontwikkeling ligt de verantwoordelijkheid voor de invulling van de vier principes op gebouwniveau en toepassing van de vuistregels (ze worden beschreven op pagina 36 t/m 45) in eerste instantie voorbehouden bij de projectteams van de gemeente. Wanneer er wordt voorgesteld om af te wijken van de vuistregels, is de lijn om richtinggevend advies te vragen aan de SIRK (Subcommissie Integrale Ruimtelijke Kwaliteit, in de toekomst onderdeel van de Commissie Omgevingskwaliteit). Het projectteam kan ook altijd voor advies terecht bij de beleidseigenaar. Bewaking architectonische kwaliteit Bewaking van de architectonische kwaliteit is de verantwoordelijkheid van de supervisoren en de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit.
Historisch perspectief De eerste hoogbouw werd ontwikkeld in New York. Hoogbouw deed in Europa vanaf 1900 slechts heel mondjesmaat zijn intrede in Europa. Hoogbouw werd door Europese architecten direct gezien als een middel om stadsbeelden te creëren. Die benadering verschilde nogal van de hoogbouwpraktijk in de VS, waar vooral de grondprijzen en mogelijkheden van de bouwkavels de skyline en de individuele wolkenkrabbers bepaalden. Eigenlijk lag de wijze waarop Europese architecten hoogbouw benaderden direct in het verlengde van de 17e- en 18e-eeuwse stadsgezichten, waar kerktorens en oude verdedigingstorens met hun sierlijke bekroningen verspreid geplaatst over de stad een aantrekkelijke compositie vormden. Een mooi voorbeeld hiervan is de Wolkenkrabber van Staal aan het Victorieplein in de Rivierenbuurt. Amsterdam bleef toch lange tijd een stad van middelhoogbouw tot vier etages. Ook in de naoorlogse uitbreidingen, toch door vernieuwers in de stedenbouw en architectuur ontworpen, bleef hoogbouw een uitzondering. Er werden voornamelijk reeksen en ensembles ingezet om lange doorgaande straten en grote parkruimtes vorm te geven. Bij het ontwerp van de Bijlmermeer werd hoogbouw voor het eerst op grote schaal ingezet. In de naoorlogse periode verschenen de eerste hoge werkgebouwen in de stad: het kantoor van De Nederlandsche Bank, de toren Overhoeks, het World Fashion Center.
De maatschappelijke weerstand tegen hoge gebouwen in en nabij de historische binnenstad was direct groot. Aan de randen bleken echter wel mogelijkheden te zijn. Rondom verschillende spoorwegstations verrezen vanaf 1990 hoge gebouwen: bij het Amstelstation, Sloterdijk, Bijlmer/ArenA en Zuid. Hier en daar verrezen in dezelfde periode hogere woongebouwen. Solitaire torens of in clusters, veelal in de directe nabijheid van winkelcentra of een station. Langs de IJ-oevers werden in die tijd enkele hoge gebouwen gebruikt om de relatief lage gevelwanden in het Oostelijk Havengebied van accenten te voorzien. Ook hier bleef hoogbouw in eerste instantie een middel om het stadslandschap vorm te geven en te verbijzonderen. Amsterdam is in een periode beland waarin hoogbouw niet langer in de eerste plaats een stedenbouwkundig ontwerpmiddel is. Hoge gebouwen dienen voornamelijk als middel om dichtheid te creëren. Het is een ontwikkeling die vergelijkbaar is met andere Nederlandse en Europese steden. Hoogbouw verschijnt daarmee veelal in clusters. Amsterdam maakt kennis met een nieuw woonmilieu.
Hoogbouw als accenten in het stadsontwerp, tot circa 1940 Hoogbouw in repetitie ter begeleiding van lange lijnen, 1940 - 1960
Hoogbouw als objecten in het landschap, 1960 - 1980
Hoogbouwkantoren rondom knooppunten, 1980 - 2000
Hoogbouwbuurten op verdichtingslocaties 2000 - nu
12Hoogbouwbeleid
Gemeente Amsterdam13
2 Stad In dit hoofdstuk wordt beschreven waar hoogbouw wel/niet mogelijk wordt gemaakt en, zo ja, op welke manier dat dan kan. Zodat hoogbouw een kwalitatief en vanzelfsprekend onderdeel wordt van de stad. Er zijn op het schaalniveau van de stad verschillende regimes benoemd in relatie tot OV-knooppunten, het landschap rondom de stad en de stedenbouwkundige kenmerken van de verschillende gebieden. In de eerste paragraaf zijn een aantal ‘onderleggers’ beschreven, die het fundament zijn voor de (on)mogelijkheden van hoogbouw in Amsterdam.
2.1 Onderleggers Er zijn zes onderleggers benoemd op basis van bestaand beleid, het Amsterdamse landschap en de Amsterdamse stedenbouwkundige opbouw. Door deze onderleggers als uitgangspunt voor het hoogbouwbeleid te nemen, wordt het Amsterdam eigen beleid. Het past in de traditie van zorgvuldige inpassing van hoogbouw, reagerend op het (stads-)landschap en de morfologische eigenschappen van de stad. Er zijn twee onderleggers die richting geven aan waar en op welke manier hoogbouw mogelijk is. De andere vier onderleggers kunnen beperkingen stellen aan hoogbouw en hiermee dient rekening te worden gehouden, dan wel moeten deze in acht worden genomen, bij plannen voor hoogbouw.
Combinatie ruimtelijke systemen
Richtinggevend
Verdichtingsopgave
Luwe stadsbuurt
Pilotgebied grootschalige intensivering
Gemengde stadsbuurt
Afgestemde ontwikkeling Haven-Stad en de haven
Hoogstedelijke buurt
Kleinschalige ontwikkeling en transformatie
Binnenstad
Tuindorpen
De IJ-landen
Historische kernen
AUP en Post-AUP
Kantoren en bedrijventerreinen
De 19de eeuwse-ring
Woonerven en meanders
Transformatie gebied
Gordel ‘20-’40
Woongebieden na 1985
Hoogstedelijk centrum
Bron: Omgevingsvisie Amsterdam 2050
Bron: Omgevingsvisie Amsterdam 2050
Richtinggevend Ten eerste is de verdichtingsopgave uit de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 een belangrijke basis. Het geeft aan waar in de stad de grootste verdichtingsopgave ligt. Dat is rondom de toekomstige - OV-knooppunten en in een aantal buurten rondom het IJ. De dichtheid is hier zo hoog, dat hoogbouw op die plekken een geschikt middel is om buurten te maken met voldoende groen en licht in de straten en binnentuinen. Hier zal hoogbouw onderdeel uit gaan maken van de nieuwe buurten. Daarnaast geven de zogenaamde ruimtelijke systemen uit het welstandbeleid richting aan de manier waarop hoogbouw een plek kan krijgen. Het zijn de verschillende delen van de stad met een bepaalde stedenbouwkundige opbouw. Zo is de 19e -eeuwse Ring (opgebouwd uit een neutraal, continu grid en blokken bestaande uit kleinschalige percelen) een ander systeem dan de Gordel ’20 -‘40 (opgebouwd uit een hiërarchisch en monumentaal netwerk van openbare ruimte en blokken die als een geheel zijn vormgegeven en de openbare ruimte omlijsten). Omdat de stedenbouwkundige opbouw van deze systemen verschillend is, vragen ze om een verschillende inpassing van hoogbouw. Het gaat dan bijvoorbeeld om de hoogte, de onderlinge configuratie van hoge gebouwen en het motief om hoogbouw te realiseren. Zie het kader op pagina 18 t/m 20 voor een uitgebreide beschrijving van de systemen.
NB! Op sommige kaarten ontbreekt Weesp. Deze kaarten zijn gemaakt op het moment dat Weesp en Amsterdam nog niet waren gefuseerd.
14Hoogbouwbeleid
Gemeente Amsterdam15
Klein Dorregeest
507000
Castricum Middenbeemster DeWoude Hobrede
Oost-Graftdijk
Limmerkoog
Spijk erboor
1
2
3
4
506000
Starnmeer
Groot Dorregees t
0
Middelie
Stierop
5 Kilometer
Uitgeest
Axwijk
Verloren Einde Markenbinnen
Kwadijk
Halfweg
504000
504000
Noorddorp
505000
507000 506000 505000
DeRijp
West-Graftdijk
40 - 60 m NAP 60 - 80 m NAP 80 - 100 m NAP 100 - 146 m NAP 146 m NAP Hoger dan 146 m NAP
Krommeniedijk
West-Knollendam
Oostknollendam 503000
503000
Zuidoostbeemster Heemskerk Heemskerk erduin Jisp
Purmerend
501000
501000
Purmer
Beverw ijk
Beperkend Een aantal aspecten kunnen beperkingen vormen bij het toestaan van hoogbouw op een bepaalde plek of in een bepaald gebied. Hierna zullen de vier beperkende onderleggers besproken worden. Ten eerste geldt dat het Luchthavenindelingsbesluit (LIB) in acht moeten worden genomen bij de beoordeling of hoogbouw met de voorgenomen bouwhoogte is toegestaan op een locatie. Het LIB is een vastgesteld kader, bestaande uit maatgevende hoogtes voortkomend uit de aanvliegroutes en uit toetshoogtes in verband met de radars. Van de maatgevende hoogtes kan in uitermate uitzonderlijke gevallen worden afgeweken. In de praktijk vormen ze een plafond voor de toegestane bouwhoogtes. De toegestane hoogtes nemen af naarmate dichter in de omgeving van Schiphol wordt gebouwd. Om af te wijken van de toetshoogtes is per locatie een beoordeling en bindend advies van de LNVL noodzakelijk. De ervaring leert dat dit regelmatig resulteert in een positief advies. Dit hoogbouwbeleid staat op gebiedsniveau bepaalde hoogtes toe. Dit laat onverlet dat altijd beoordeeld dient te worden of beperkingen gelden vanuit het LIB. Dit kan er in gevallen toe leiden dat de voorgenomen hoogte niet gerealiseerd mag worden en lager gebouwd dient te worden.
Zedde
Purmerland
Purmer
499000
499000
Assendelft
Velsen-Noord
500000
Luchthavenindelingsbesluit (LIB): toetshoogte i.v.m. radar
500000
Luchthavenindelingsbesluit (LIB): maatgevende hoogtes
502000
502000
Neck
Wijdewormer
Wormer
Wormerveer
Krommenie
Wijk aan Zee
Zaandijk
Monnickendam
495000
Hofgees t Nauerna
Buitenhuizen
Watergang
Oostzaan
80 494000
496000
Zaandam
495000
496000
Driehuis
80
Santpoort-Noord
80
Velserbroek Westz aner-Ov ertoom
Broek In Waterland
Landsmeer
75
Zuiderwoude
80
75
90
75
Het Sc houw
493000
80 493000
498000
Overleek
Den Ilp Begraafplaats Duinhof
497000
497000
Katwoude
Ilpendam
Koog aan de Zaan
494000
498000
Zaanstad
Westz aan
Vrouwenverdriet
Velsen-Zuid
IJmuiden
IJmuiden aan Zee
Coentunnel Campus 70
80 Spaarndam-West Spaarndam
80
70
Holysloot 90
Ruigoord
65
65
65
45
70
45
40
40
55
30
40
35
480000 479000
65
70
75
80
478000
Beinsdorp
40
55
60 Halfweg
Knooppunt De Hoek
45
30
35
Aalsmeer
489000 85
90
65
70
Nigtevecht
75
80
Abcoude
Stokkelaarsbrug
85
90
60
60
Nederhorst den Berg
Calslagen
Vink enkade
55
60
Kudelstaart
471000
60
80
Leimuiden
Weteringbrug
470000
Kaag
469000
Botshol
60
70
65
Slootdijk
Achterbos
75
70
65
Kerk laan
90
65
Blokland
Bilderdam
Vreeland
Loeners loot
85
Waverveen 65
70
Groenlands ekade
65
75
Oude Wetering
80
Kromme Mijdrecht
65
Vriezekoop Vredeburg
Baambrugse Zuwe
Vink eveen
70 80
Nieuwe Wetering 80 Oude Kooi
70
Loenen aan de Vecht
75
70
Mijdrecht
70
75
Roelofarendsveen
De Hoef
Nieuwveen Rijnsaterwoude
Zevenhuizen
Oukoop
Demmerik 80
75
75
80
Rijpwetering
Wilnis
75
Noordeinde
Langeraar
Zeeverk ennerseiland
Nieuwerhoek
85
75
Zwanburgerpolder
468000
60
70
Vriezekoop
Huigsloot
Kager Eiland
Lakerpolder
90
75
65
60 Amstelhoek
471000
60
472000
55
65
Nieuwersluis Mijnden
90
80
Donkereind Nieuwer-Ter-Aa
Woudse Dijk
85
80
80 80
466000
Papenveer
85
Zevenhoven
466000
472000
Uithoor n
70
55
Sassenheim
85
55
De Kwakel
Burgerveen
Abbenes 75
467000
Baambrugge
55
50
55
470000
70 Roovers broek
Warmond
Overmeer 80
65
60 60
Voorhout
75
Gemaal
Nessersluis
50
50
De Engel
70
60 55
Vrouwentroos t
65
65
55
Waver
50
50
55
Nes aan de Ams tel
50
473000
474000
't Kabel 75
473000
50
45
45 45
Oud-Ade
Oud-Aa
90
100 tot 146 m NAP
90 90
Noordsebuurt
Broeckland Geer
Leiderdorp
0 tot 20 m NAP
463000
Breukelen
Noordse Dorp
Noorden
464000
90
Korteraar
Ofwegen
40 tot 80 m NAP
Ridderbuurt
Vrijhoeven
Slikkendam
Kortrijk
146 m NAP Spengen
Oud-Kamerik
463000
465000
40 tot 60 m NAP
Woubrugge
Hoogmade
Leiden
465000
90
-5 tot 0 m NAP
Ter Aar 464000
Voetangelbrug 50
50
45
45
Rijsenhout 50
70
Buitenkaag
Portengen
Nieuwkoop Kockengen 462000
Gnephoek
Groenendijk
Hoorn
80 tot 100 m NAP
Alphen aan den Rijn
Koudekerk aan den Rijn
Hoger dan 146 m NAP
Mijzijde
460000
Hazerswoude-Rijndijk
Maarssen
Gieltjesdorp
Teck op
Zuidhoek
Laag-Nieuwkoop
Bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0014329/2021-10-28
Friezenbuurt
Ockhuiz en
Lagebroek
Bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0014329/2021-10-28
461000
Aarlanderveen
460000
Zoeterwoude-Rijndijk
20 tot 40 m NAP
461000
80 tot 100 m NAP
462000
Achttienhoven
Nee, tenzij
Kanis
Zoeterwoude-Dorp
Zuidbuurt
459000
Gerv erskop
Zegveld
Themaat
Kamerik
Zwammerdam Bent
Houtdijk en
458000
459000
Scheg
Haarzuilens
Meije
Weipoort
458000
20 tot 40 m NAP
80
55
40
45
Den Ruygen Hoek 55 Lisserbroek
Faljeril
146 m NAP
75
467000
475000
Lisse
Kogjespolder
40 tot 80 m NAP
70
60
45
45
45
40
40
65
55
40 40
40 40
40 45
60
50
40
Westwijk
35
Aalsmeerderbrug
50
55
Ouderkerk aan de Amstel
35
35 35
35
35
40
45
60
50
65
Leimuiderbrug
0 tot 20 m NAP
45
40
35
50 55
Nieuw-Vennep
80
Compositiestad
40
35
45
35
Rozenburg
40
70 75
80
Driemond
Bullewijk
35
Oude Meer 30
30
Noordwijkerhout
100 tot 146 m NAP
35
30
30
30
65
477000
30
35
90
85
80 75
Weesp
Amstelveen 30
40 45
50
Bijlmermeer
60
55
50
45
40
35
30
Hoofddorp
Hillegom
476000
30
24.8 25
70
65
35
30
Schiphol-Centrum
30
35
40
45
50
F buurt
35
40
45
Schiphol-Oos t
55
D buurt
45
25
50
Zwaanshoek
60
50
482000
55
30 Schiphol-Noord
25 35
60
Duivendrec ht
481000
482000 481000
65
65
60
35
Oosteinde
Weerestein
Over-Diemen 70
50 Buitenveldert
45
30
40
70
Vogelenzang
De Z ilk
85
Rieteiland Oost
75
55
Zuidas 40
35
30
30
35 75
Diemen
45
35
30
30
45
Bennebroek
80
80
Riv ierenbuurt 60 40
35
30
30
Haveneiland (Oost) 90
50
35
Badhoevedorp
35
40 50
480000
484000 483000
35 35 35
40
55
Watergraafs meer
65
40
45
45
60
Cruquius
70
de Pijp
55
45
50 65
Haveneiland (West) IJburg
Oud-Zuid
40
479000
485000
55
70
De Glip
75
Oost
50
45
Slotervaart
40
80
Indische buurt 60
Osdorp
40
40 Lijnden 40
75
40 tot 60 m NAP
65
55
45 45
45
Vijfhuizen
90
Oud-Wes t
50
45
Boesingheliede
50
60
478000
486000
50 55
Schalk wijk
RI-Oost 85
65
Heemstede 80
Durgerdam
Zeeburgereiland
70
477000
Aerdenhout
Amsterdam
60 de Baarsjes
75
Oosterdokseiland
Jordaan 55
50
476000
487000
60
Bentveld
65
Slotermeer
50
488000
50
50
50
Schellingwoude
487000
60 55
Geuzenveld
Zwanenburg
80
486000
55
Nieuwebrug
Vogeldorp
70 Staatsliedenbuurt
484000
488000
60
65 55
-5 tot 0 m NAP
85
Sloterdijk
483000
70
75
Ransdorp
75
Dis teldorp
Spaarndammerbuurt
65
60 55
475000
489000
90
60
55
Halfweg
485000
60
60
65
55
80
80
Floradorp
70
60
Haarlemmerliede
469000
490000
65
Zandvoort
Zunderdorp
75
491000
70
65
Spaarnwoude
70 Penningsveer
Haarlem 75
490000
75
80
Overveen
't Nopeind
468000
491000
70 Bloemendaal
Bloemendaal aan Zee
492000
75
70
474000
492000
75
Vleuten
Rietveld
Ten tweede vragen de beschermde stadsgezichten om een zorgvuldige omgang met het stadsbeeld. Hier is hoogbouw niet toegestaan en hoogbouw die vanuit deze delen zichtbaar is wordt nauwkeurig ingepast. De ruimtelijke kwaliteit van het UNESCO-gebied wordt beschermd door het opnemen van een zone van 2 kilometer waarin bij uitzondering hogere bebouwing toegestaan kan worden en alleen indien dit vanuit het UNESCO-gebied geen schaalbreuk oplevert. In Nieuw-West zijn ‘de Westelijke Tuinsteden’ door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed aangemerkt als gebied van nationaal belang. De mogelijkheden en beperkingen in dit beleid geven invulling aan die status en borgen zodoende de kernkwaliteiten van dit gebied. Er wordt in dit beleid niet vooruit gelopen op eventuele nieuw aan te wijzen beschermde stads- en dorpsgezichten.
Putkop Hazerswoude-Dorp
Breudijk
457000
457000
Breeveld
Westeinde
Geestdorp
Voorweg 94000
95000
96000
97000
98000
99000
100000
101000
102000
103000
Rietveld
Loete 104000
105000
106000
107000
108000
109000
110000
111000
112000
113000
114000
115000
116000
117000
118000
119000
120000
121000
122000
123000
124000
125000
126000
127000
128000
129000
130000
131000
456000
Haanwijk Alendorp Harmelen Bronnen topografie: Kadaster, Nationaal Wegenbestand, Open Source Map
Gelderswoude
93000
132000
Beperkend
Hoofdgroenstructuur (HGS)
Hoofdgroenstructuur Weesp
Groene gebieden:
Groene verbindingen
Landschappen
Corridors
Parken
Linten
Ten slotte zijn er landschappelijke elementen die de mogelijkheden voor hoogbouw kunnen beperken: de scheggen als onderdeel van de groenstructuur en het IJ. Ze geven lucht aan de stad. Om de schaal en het gevoel van openheid van deze elementen te waarborgen, worden er zorgvuldige overgangen van het landschap naar de stad gemaakt.
Landschapsparken
Bron: Omgevingsvisie Amsterdam 2050
Bron: Omgevingsvisie Weesp 2050
Beschermde stadsgezichten
Landschappelijk element het IJ
Rijkswegen
Water
Scheg
Het IJ
Gemeentelijk beschermd dorpsgezicht
Gemeentelijk beschermd stadsgezicht
Rijkswegen
Water
Rijksbeschermd stads- en dorpsgezicht
Wederpobouwgebied van nationaal belang
Scheg
Het IJ
Bron: maps.amsterdam.nl 19 januari 2023 beschermd Gemeentelijk dorpsgezicht
Gemeentelijk beschermd stadsgezicht
Rijksbeschermd stads- en dorpsgezicht
Wederpobouwgebied van nationaal belang
Rijkswegen
Water
Scheg
Het IJ
NB! Op sommige kaarten ontbreekt Weesp. Deze kaarten zijn gemaakt op het moment Gemeentelijk beschermd Gemeentelijk beschermd dat Weesp en Amsterdam nog niet waren gefuseerd. stadsgezicht dorpsgezicht Rijksbeschermd stads- en dorpsgezicht
Wederpobouwgebied van nationaal belang
16Hoogbouwbeleid
Gemeente Amsterdam17
Ruimtelijke systemen Historische kernen, linten en fragmenten De historische kernen, linten en fragmenten kenmerken zich door individuele lage bebouwing (eengezinshuizen, boerderijen enz.) in diverse soorten en maten die langs structurerende landschappelijke elementen zoals dijken en polderwegen is gebouwd. Deze gebieden hebben daarom een structuur die bepaald wordt door de kenmerken van de oorspronkelijke landschappelijke ondergrond en context, die in de loop der eeuwen onderdeel zijn geworden van de stad. De bebouwing in historische kernen en linten heeft dus meestal een lineair karakter en staat overwegend in een al dan niet wisselende rooilijn. De oude dorpen hebben gemiddeld een net iets grotere schaal dan de linten en kennen een vorm van functiemenging. Hoogbouw komt niet voor, met uitzondering van een eventuele kerktoren.
19de eeuwse ring De 19de-eeuwse Ring rond de grachtengordel kenmerkt zich door een sterke samenhang tussen stedenbouwkundige structuur en een relatief dichte (woon)bebouwing. De stedenbouwkundige structuur bestaat hoofdzakelijk uit een raster van relatief smalle straten binnen een raamwerk van radiale doorgaande verbindingswegen. In deze ring zijn voor het eerst enkele openbare parken opgenomen en de woonstraten worden af en toe onderbroken door pleinen. De bebouwing bestaat vrijwel geheel uit middelhoge gestapelde woningbouw (drie tot vijf bouwlagen hoog) in gesloten bouwblokken. De verticaal geparcelleerde panden in deze bouwblokken zijn meestal in series van twee of meer ontworpen, soms zelfs als één architectonisch geheel. In de rijkere buurten staan vrijstaande woonhuizen en ensembles van herenhuizen. Dominant in de ring is echter de rol van de doorgaande rooilijn waarin woonbebouwing, scholen, kerken en bedrijfsgebouwen zonder onderscheid naast elkaar in de straatwand zijn opgenomen, die in uitwerking variëren van eenvoudig tot zeer rijk. Op een groot aantal plekken is de oorspronkelijke bebouwing tijdens de stadsvernieuwing vervangen door nieuwbouwcomplexen met soms een afwijkende opzet, waarbij de oorspronkelijke rooilijnen en bouwhoogten nagenoeg altijd gerespecteerd werden.
Hoogbouw komt niet of nauwelijks voor, met uitzondering van een enkele kerktoren en een beperkt aantal woontorens uit de stadsvernieuwingsperiode. ’20-’40 gordel De Gordel ’20-’40 beslaat de grote stedelijke uitbreiding die is gerealiseerd tussen de beide wereldoorlogen. De wijken liggen als een gordel om de 19de-eeuwse Ring. Deze uitbreiding kenmerkt zich door een sterk planmatige opzet, waarbij de te onderscheiden deelplannen in omvang variëren van
18Hoogbouwbeleid
enkele straten tot het Plan Zuid. Karakteristiek is de nauwe samenhang tussen monumentaliteit in de stedenbouwkundige hoofdopzet en de krachtige architectonische expressie van de straatwanden. De stedenbouwkundige structuur wordt bepaald door een sterke compositie van doorgaande bredere hoofdwegen en pleinruimtes die bepalend zijn voor de vorm en omvang van de aangrenzende gesloten bouwblokken die op hun beurt de achterliggende buurten met geknikte en/of gebogen woonstraten definiëren. Er is sprake van een krachtig spel van symmetrie en asymmetrie, verspringende rooilijnen, spiegelingen en (hoogte)accenten op hoeken. De bouwblokken bestaan uit één of meer architectuureenheden en vertonen een sterke afwisseling van drie tot vijf bouwlagen – ook binnen het bouwblok zelf - waarbij vier bouwlagen met een forse kap overheersen. Kenmerkend is dat de herkenbaarheid van de individuele woning ondergeschikt is gemaakt aan het ontwerp van de straatwand. Individuele en vrijstaande gebouwen zoals kerken, scholen en (voormalige) badhuizen worden gebruikt om het totaalbeeld te versterken. Hoogbouw komt hier voor het eerste op beperkte schaal voor, als compositorisch, ‘schilderachtig’ element: in de zichtas van hoofdassen, ter markering van kruispunten en de toegang tot woonstraten en buurten.
AUP-wijken De AUP-wijken zijn de woonwijken in de stadsdelen Nieuw-West, Buitenveldert en delen van Noord. Een aantal wijken in Weesp zijn ook gebouwd volgens deze stedenbouwkundige principes. De karakteristieke hoofdopzet van de AUP-wijken is het ingenieuze ruimtelijke weefsel van zwarte, blauwe en groene netwerken (verkeer, water, groen), en de min of meer autonoom daaraan gekoppelde bouwvelden (rood), dat treffend omschreven is als het ordeningsprincipe van de Schotse ruit. In deze wijken zijn voor het eerst de brede groen- en waterelementen geen restruimte, maar een belangrijk structurerend stedenbouwkundig element met een zelfstandige rol. Zo vormt de Sloterplas en het groen eromheen het hart van de Westelijke Tuinsteden. Kenmerkend is voorts de aaneenschakeling (‘doorkoppeling’) van in omvang variërende groene elementen. De bouwvelden kregen vervolgens elk een eigen invulling, woonmilieu en sfeer, hoofdzakelijk in laag- en middelhoogbouw, bestaande uit stroken, haken en hoven of een combinatie daarvan. Een bouwveld is in de regel opgebouwd uit één of meer verkavelingseenheden. Het bouwveld laat zodoende een ritmische compositie van maat en schaal zien.
Hoogbouw maakt deel uit van de grammatica van het oorspronkelijke AUP-ontwerp en komt op enkele zorgvuldig gekozen plekken in de tuinsteden voor als reeksen en/of ensembles in aparte bouwvelden of verkavelingseenheden die gekoppeld zijn aan de belangrijkere infrastructuur. Hoogbouw, bestaand uit torens of schijven, wordt gebruikt als een betekenisvol compositorisch middel. Zo wordt bijvoorbeeld de ruimtelijkheid van de Sloterplas geaccentueerd door de twee karakteristieke hoogbouwensembles aan beide koppen. Slechts een enkele keer komt hoogbouw als een solitair gebouw voor of als beëindiging van formele zichtlijnen. Post-AUP-wijken De opzet en bebouwing van de Post-AUP-wijken (de oorspronkelijke hoogbouwdelen van de Bijlmermeer, het Plan Van Gool, de Molenwijk en de flatcomplexen langs de Hoogeweyselaan in Weesp) uit de jaren zestig en zeventig markeert de overgang naar de grootschalige woonwijken waarin sprake is van een eenduidige bebouwingsstructuur bestaande uit nagenoeg identieke woongebouwen met eenzelfde hoogte in een parkachtige ruimte waarin de auto geweerd is. De aloude straat is opgeheven en de verschillende verkeersstromen zijn van elkaar gescheiden. De woongebouwen, alle uitgevoerd in industriële bouwsystemen, zijn gekoppeld aan al dan niet verhoogde autowegen en parkeren vindt plaats in aparte, grootschalige parkeervoorzieningen.
Met uitzondering van het Plan Van Gool (vijf bouwlagen) en Weesp (5 tot 8 bouwlagen) is in de Bijlmer en de Molenwijk sprake van uniforme galerijflats van 11 bouwlagen. De wijken hebben een zekere mate van ‘onbepaaldheid’ door de uniforme en ruime opzet waarbij één bouwvorm met dezelfde bouwhoogte en dezelfde architectuur gebruikt werd voor alle woningtypes. Soms zijn er een of meer hogere torens toegevoegd als stedenbouwkundig accent, bijvoorbeeld om de entree van de wijk te markeren (Plan Van Gool, Molenwijk) of als een reeks in een apart bouwveld (Bijlmermeer, Karspeldreef).
Gemeente Amsterdam19
Woonerven en Meanders Woonerven en meanders bestaat eigenlijk uit twee verschillende ruimtelijke systemen: de woonerven betreffen de compacte laagbouwbuurten in de Bijlmermeer en Gaasperdam en de meanders betreffen de woonwijken/buurten in middelhoogbouw, eveneens in de Bijlmermeer en Gaasperdam, maar die begonnen in de Banne Noord en Holendrecht-West. Nellestein is een verhaal apart, een tamelijk unieke uitzondering, en past beter bij de karakteristieken van het Post AUP. Voor beide geldt dat de stedenbouwkundige opzet uitgaat van autoluwe woonbuurten in één bouwhoogte, ontsloten door ringwegen en gekenmerkt door seriematige woningbouw. Winkelcentra, scholen en andere voorzieningen zijn in de regel gerealiseerd als in zichzelf gekeerde complexen op een centrale plek omgeven door parkeerplaatsen of groen. Bij de laagbouwbuurten (woonerven) is sprake van diverse verkavelingsmodellen, gevormd door korte samengestelde bouwblokken met hoofdzakelijk eengezinshuizen rond kleinere parkeervelden, de zogenaamde ‘parkeerkoffers’.
Kenmerkend voor de bebouwing van de meanders is het bewuste teruggrijpen op de ‘klassieke’ stedenbouwkundige schaal van de 19e eeuwse Ring en vooral de 20-40 Gordel: hoofdzakelijk 4 tot 5 laagse middelhoogbouw met portiekontsluiting, echter niet als stedelijke gesloten bouwblokken, maar als open ‘kronkelende’ meanders met aan een zijde ruime en collectieve groene hoven en aan de andere zijde parkeerhoven. Hoogbouw maakt geen onderdeel uit van de stedenbouwkundige grammatica. In het ruimtelijk systeem Woonerven en Meanders zijn ook enkele stadsvernieuwingsbuurten ondergebracht zoals de ‘Kop van Jut’, die in de directe stedelijke omgeving van de 19de-eeuwse Ring liggen. Deze buurten bestaan uit middelhoogbouw, maar wijken in structuur en architectuur sterk af van de omringende 19e eeuwse bebouwing. Woongebieden na 1985 Woongebieden na 1985 is een aanduiding voor wijken en buurten, die vaak als een ensemble zijn ontworpen met een eigen krachtige verkavelingsvorm (stroken, haken, rijen, hoven enz.) en een eigen architectuurtaal. De stedenbouwkundige opzet zoekt aansluiting op de context: het prestedelijk landschap met het daarbij behorende slotenpatroon, de bestaande historische bebouwingslinten of de vroegere functie van het gebied.
Veelal is sprake van een zorgvuldig geregisseerde openbare ruimte, duidelijke begrenzingen en eenduidige bouwhoogten (laagbouw of middelhoogbouw), met in een enkel geval ruimte voor een accent. De IJ-landen Het ruimtelijk systeem De IJ-landen bestaat uit het Verstedelijkt havengebied, IJburg en Zeeburgereiland (met uitzondering van de nieuwe Sluisbuurt). Het IJ is de verbindende factor. Deze woongebieden zijn ontstaan door het handhaven en transformeren van de havengerelateerde schiereilanden met kades en havenbekkens en in het vervolg daarvan de aanleg van nieuwe eilanden in het IJ-meer. De kades van het voormalige havengebied, waartoe onder meer KNSM-eiland, Java-eiland en Borneo en Sporenburg behoren, zijn in gebruik als openbare ruimte. Hierbij speelt het zicht op het water, dat hier de functie van het gebruikelijke kijkgroen overneemt, uiteraard een cruciale rol. Daardoor kon het oppervlak aan openbare ruimte beperkt blijven en kon in vrij hoge dicht heden gebouwd worden. Doordat dit bij elk schiereiland verschillend is uitgewerkt door specifieke, als totaalcompositie ontworpen stedenbouwkundige plannen met experimentele verkavelingen en architectonische interessante gebouwen van verschillende maat en schaal, kregen de afzonder lijke gebieden een heel eigen karakter. De bebouwing is meestal gerealiseerd in grotere architectuureenheden.
Het resultaat is een hoogstedelijke reeks nieuwe woon- en werkgebieden met een afwisselend karakter, waarin monumentale havengebouwen en ander relicten samen opgaan met grondgebonden woningen en gestapelde bouw. Hoogbouw komt voor als compositorische reeksen (Oostelijke Handelskade) of als grootschalige woongebouwen (de ‘meteorieten’ geïnitieerd door Adriaan Geuze). De opbouw van IJburg en het Zeeburgereiland kent een sterke compositorische hiërarchie, bestaande uit bouwvelden met verschillende typen (woon)bebouwing en bouwhoogten. Van tweelaagse vrijstaande woningen tot meerlaagse grootschalige appartementencomplexen.
20Hoogbouwbeleid
NB! Ruimtelijk systeem transformatiegebieden De kantoren- en bedrijventerreinen, die getransformeerd worden naar gemengde stedelijke buurten zijn in het Welstandsbeleid nog niet beschreven als ruimtelijk systeem. Er kunnen op basis van gerealiseerde projecten en plannen wel een aantal gedeelde stedenbouwkundige kenmerken benoemd worden. Veel van deze gebieden hebben ruimtelijke kwaliteit door hun ligging aan grote landschappelijke elementen zoals het IJ of het landschap rondom de stad. Ze worden vaak doorkruist door grootschalige infrastructuur. Het stedenbouwkundig weefsel bestaat meestal uit een gridstructuur met, voor Amsterdamse begrippen, grote bouwblokken. Door de eigendomsstructuur is de ontwikkeling kavelsgewijs en bestaan de nieuwe blokken uit verschillende zelfstandige gebouwen. De maat van die gebouwen is door de ruime blokmaat en de differentiatie van kavelmaten gevarieerd. Het grootste deel is relatief groot en hoger dan de in Amsterdam veel voorkomende 5-laagse bebouwing. Ook hoogbouw is onderdeel van het blok. De ontwikkeling komt gefaseerd tot stand. Op sommige plekken blijft bestaande bebouwing behouden. Van ‘compositiestedenbouw’ is hier geen sprake. Het leidt tot een gelaagd, gevarieerd en afwisselend stadsbeeld. De gebieden en bouwblokken zijn programmatisch gemengd.
Definities en begrippen Wat is hoogbouw? Hoogbouw is de bebouwing die substantieel hoger is dan de overwegende bouwhoogte van de directe omgeving. We spreken in een groot deel van de stad van hoogbouw bij gebouwen die hoger zijn dan 30 meter. In de meeste buurten binnen de Ring A10 en ten zuiden van het IJ en Weesp worden gebouwen hoger dan 1,25 keer de overwegende hoogte van de directe omgeving gedefinieerd als hoogbouw. Dit geldt ook voor alle beschermde stadsgezichten, waaronder het UNESCO-gebied. Het UNESCO gebied bestaat uit een bufferzone (de binnenstad binnen de Singelgracht) en de kernzone (de grachtengordel).
Gemeente Amsterdam21
Gebouw-/bloktypen Torens, gebouwen hoger dan crica 50 meter, staan in principe op een basement of in een blok, de hoogte daarvan sluit aan bij de overwegende hoogte van de omgeving. Een setback kan een geschikt middel zijn om een menselijke maat te introduceren of windhinder tegen te gaan, maar is niet verplicht. Een schijf en een meteoriet zijn breder dan hoog en hebben een maximumhoogte van circa 50 meter.
Als uitzondering, vooral op locaties die zich ‘losmaken’ van een doorlopend stedelijk weefsel van blokken en straten, kan een uitzonderlijke bouwvorm een passend gebouwtype zijn. Voorbeelden zijn de Pontsteiger als baken in het IJ en het Nhow naar de Rai in de bocht van de A10.
Onderlinge relatie van hoge gebouwen Een cluster is een onregelmatig geordende concentratie van hoge gebouwen en een verzameling van gebouwen, die verschillen in gebouwvorm, hoogte, materialisering en detaillering. In transformatiegebieden kan de clustering in de loop der tijd ontstaan.
Een ensemble of reeks is een aantal hoge gebouwen die in een samenhangend ontwerp van compositie, gebouwvorm, hoogte, materialisering en detaillering bij elkaar staan.
Een solitaire toren is een op zichzelf staand gebouw (wel op een basement of in een blok). NB! Het kan voorkomen dat meerdere solitairen die bij elkaar in de buurt staan en samen een compositie vormen.
Relatie met het stadslandschap De weidsheid en ‘lucht’ van het IJ, de Amstelscheg en de Amsterdamse Bosscheg bieden (het zijn open ruimtes, omlijst door stad), wordt gekoesterd door hoogbouw nooit als aaneengesloten wanden direct aan deze landschappelijke elementen te positioneren. Het vraagt om een gelaagde volume-opbouw vanaf deze grens, waarbij slechts incidenteel hoogbouw mogelijk is op plekken die daar aanleiding toe geven. Aan de Noordoever van het IJ ontstaat deze gelaagdheid deels doordat de dokken zorgen voor een verspringing van bouwvolumes.
2.2 Vier regimes De hiervoor beschreven onderleggers vormen de basis voor een viertal regimes met betrekking tot hoogbouw op de schaal van de stad. Ze laten zien welke gebieden geschikt zijn voor hoogbouw, en in welke mate, en waar het helemaal niet mogelijk is. De regimes, waar later nog meer in detail op wordt in gegaan staan hieronder. Voor reeds vastgestelde bestemmingsplannen en stedenbouwkundige plannen gelden de regels uit deze regimes niet. • 1. Ja, gebieden geschikt voor hoogbouw Hieronder vallen de transformatiegebieden rondom de OV-knooppunten (dus met duurzame mobiliteit ontsloten). Daarnaast wordt er gebruik gemaakt van de ruimte die het IJ biedt om, dicht bij het centrum, bij te dragen aan de groeiopgave van de stad. Hoogbouw kan in de gebieden die onder dit regime vallen worden ingezet als middel om te verdichten. Hoogbouw wordt hier mogelijk gemaakt, maar is niet verplicht. Ook andere stedenbouwkundige vormen kunnen op een goede manier invulling geven aan opgaven zoals verdichting, ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid, betaalbaarheid. De haven is als uitzonderlijk gebied opgenomen in dit regime. • 2. Soms, op specifieke plekken Onder dit regime vallen de grote naoorlogse uitbreidingesgebieden van de stad: Nieuw-West, Buitenveldert, Zuidoost en het deel van Noord ten noorden van de tuindorpen.
Passend bij de ruimtelijke systemen in deze gebieden is hoogbouw alleen mogelijk langs de lange doorgaande straten of in de stadsdeelcentra. Het zijn elementen die qua schaal passen bij de grotere schaal van hoogbouw. Binnenin de buurten is hoogbouw niet toegestaan. Alleen in de stadsdeelcentra draagt het substantieel bij aan de verdichtingsopgave. Langs de straten of de grote infrastructurele elementen werkt het vooral als stedenbouwkundige accentuering van een bijzondere functie of een bijzondere plek en ter oriëntatie. • 3. In principe nee In de 19e -eeuwse ring en de gordel ‘20-’40 wordt terughoudend met hoogbouw omgegaan wegens de bescheiden maat van de bestaande buurten. Hoogbouw wordt hier dan ook bij hoge uitzondering enkel ingezet als stedenbouwkundig accent. Ook op IJburg geldt dit regime. In het weidse landschap van het IJmeer en Waterland realiseren we een overwegend horizontaal stadssilhouet. Hoogbouw wordt bij uitzondering ingezet om accenten aan te brengen in het stadslandschap en zo belangrijke plekken mentaal dichterbij te brengen. • 4. Nee In de beschermde stadsgezichten is hoogbouw niet toegestaan.
Principetekeningen weidsheid IJ en landschap
22Hoogbouwbeleid
Gemeente Amsterdam23
1. Ja, gebieden geschikt voor hoogbouw Dit regime geldt voor Haven-Stad, Sloterdijk, Ringzone West, Schiphol-corridor, Zuidas, IJoevers, Amstelstad, station Noord en Science Park. Onder deze categorie vallen de gebieden die goed bereikbaar zijn met het OV en waar een (hoog-)stedelijke ontwikkeling kansrijk en gewenst is.
De hoogbouwclusters kunnen bijdragen aan de leesbaarheid van de stad op langere afstand. In de Ringzone komen de OV-knooppunten en de stadsstraten en –lanen op een vanzelfsprekende wijze bij elkaar en kunnen door hoogbouw geaccentueerd worden. In Amstelstad waarborgt de positie van de clusters dat het zicht vanuit de Amstelscheg niet volledig dichtloopt. Daarmee ontstaat een visuele relatie tussen de Amstelscheg en Zuidoost. Voor de IJ-oevers geldt, aangezien vergezichten over het IJ mogelijk zijn en het gebied middenin cultureel erfgoed ligt (het UNESCO werelderfgoed aan de zuidkant, de tuindorpen aan de noordkant), dat het van belang is het stadsbeeld op deze plekken heel precies vorm te geven. Op afgebakende plekken, daar waar de ‘knikken’ in het IJ zitten, worden aan de noordzijde van het IJ hoogbouw in clusters tot XL mogelijk gemaakt. De grenzen van deze clusters zijn precies aangegeven. Het IJ blijft een grote open ruimte in de stad. Een aantal punten van deze binnenstedelijke ruimte worden gemarkeerd door clusters aan de noordkant en solitaire hogere gebouwen aan de zuidkant. De Sluisbuurt markeert de overgang van stad naar landschap. Bij Haven-Stad markeren de toekomstige OV-knooppunten deze overgang. Ook hier is, buiten de clusters, hoogbouw met hoogte L (circa 70 meter) mogelijk, als onderdeel van het stedelijk weefsel.
Aan de zuidoever overheerst de pakhuishoogte van 30 meter het beeld met her en der hogere en stevige gebouwen als onderbreking. Het zijn de incidentele meteorieten, die fungeren als oriëntatiepunten en bijdragen aan de leesbaarheid van de stad. Het is een thema dat ook op IJburg wordt voortgezet met het Sluishuis en nieuwe bakens op Strandeiland en in Haven-Stad
XL
L
De weidsheid en ‘lucht’ van het IJ, de Amstelscheg en de Amsterdamse Bosscheg bieden (het zijn open ruimtes, omlijst door stad), wordt gekoesterd door hoogbouw nooit als aaneengesloten wanden direct aan deze landschappelijke elementen te positioneren. Het vraagt om een gelaagde volume-opbouw vanaf deze grens, waarbij slechts incidenteel hoogbouw mogelijk is op plekken die daar aanleiding toe geven. Aan de Noordoever van het IJ ontstaat deze gelaagdheid deels doordat de dokken zorgen voor een verspringing van bouwvolumes. Speciale aandacht in dit regime gaat uit naar een aantal gebieden binnen dit regime dat valt binnen de 2 kilometer zone rondom het Singelgrachtgebied. Binnen deze 2 kilometerzone mag nieuwe bebouwing dit historisch gelaagde stadsbeeld niet aantasten. Geen ‘visual impact’, dat wil zeggen geen veranderingen in aanzicht vanuit de diverse zichtlijnen in het werelderfgoedgebied. Concreet houdt dat in, dat zichtlijnen richting het IJ, zichtlijnen vanuit het UNESCOgebied over de Amstel, maar ook richting het stedelijk weefsel van de Jordaan en verder, grotendeels vrij moeten blijven en dat nieuwe bebouwing perspectivisch vanuit het UNESCOgebied gezien niet hoger mag lijken dan de gemiddelde bebouwing. Een Hoogbouweffectrapportage (HER) is een beproefde methode om deze impact te beoordelen.
Met name als een hoogbouwlocatie binnen de 2 kilometerzone valt, vraagt dit om uiterst zorgvuldige inpassing. De gemeente kan in voorkomende gevallen om een HER vragen.
We spreken hier van hoogbouw boven een hoogte van 30 meter. In deze gebieden kunnen op specifieke plekken clusters ontstaan. In de hoogbouwclusters kan tot hoogte XL worden gebouwd (de maximale hoogte die het LIB toestaat). De locaties van de clusters zijn in HavenStad, de Ringzone West, de Zuidas, het Amstelstation, het Science Park en in Zuidoost globaal aangegeven. De exacte grens wordt in de stedenbouwkundige plannen uitgewerkt. In deze gebieden is, buiten de clusters, ook ruimte voor hoogbouw met hoogte L (circa 70 meter), als onderdeel van het stedelijk weefsel. 24Hoogbouwbeleid
De haven is als een apart gebied aangemerkt. Het havengebied kenmerkt zich door de grote maat en schaal, overwegend industriële en bedrijfsmatige functies en beperkte sturing op de ruimtelijk kwaliteit of samenhang. Door de aard en functies (geen woonfuncties, weinig kantoren, hotels etc.) is hoogbouw slechts in beperkte mate aanwezig, maar door de grote schaal van het gebied zijn bedrijfsgebouwen soms hoger dan 30 meter, ook als ze overwegend horizontaal georiënteerd zijn. Daarnaast zien we nieuwe functies opkomen die in hoogbouw gerealiseerd kunnen worden, zoals datacenters. Bijvoorbeeld: Westpoint Data, met drie torens van 80 meter hoog. Doorgaans is de hoogte van de bebouwing het directe gevolg van functionaliteiteisen. Daarnaast is het havengebied een gebied waar vanuit de aard en functie veel utilitaire hoge bouwwerken staan, zoals masten, windmolens, kranen en schoorstenen, soms van tijdelijke aard. Deze objecten vallen niet onder het hoogbouwbeleid - dat zich richt op gebouwen - maar bepalen wel mede het karakter van het havengebied. In het havengebied is hoogbouw in principe toegestaan, met inachtneming van eventuele beperkingen vanuit het Luchthavenindelingsbesluit (LIB) dat mogelijk een maximum bouwhoogte stelt. Gemeente Amsterdam25
2. Soms, gebieden met hoogbouw op specifieke plekken. Dit regime geldt voor Nieuw-West, Buitenveldert, Zuidoost en het deel van Noord ten noorden van de tuindorpen.
elementen zoals dijklichamen. Het betekent ook dat hoogbouw ín de buurten niet mogelijk is. Hoogbouw wordt niet willekeurig aan deze ruimtelijke elementen gepositioneerd, maar enkel ter markering van een bijzondere plek in het gebied. Omdat er verschillende ruimtelijke systemen onder dit regime vallen (AUP-wijken, Post-AUP-wijken, Woonerven en Meanders en Woongebieden na 1985), vraagt hoogbouw per locatie om een andere inpassing, die aansluit bij dat systeem. We spreken hier van hoogbouw bij gebouwen van hoger dan 30 meter en hoogbouw is toegestaan tot een hoogte L van circa 70 meter. De hoogbouw wordt als solitair gebouw gepositioneerd of als reeks of ensemble en nooit monumentaal, in het midden van de as van een lange zichtlijn. In de winkelcentra zijn clusters van hoogbouw tot een hoogte van L, circa 70 meter, toegestaan. Met deze uitgangspunten geeft het regime ook invulling aan het gebied dat de status van Rijkswederopbouwgebied heeft.
L
Deze gebieden bestaan grotendeels uit woonbuurten met laagbouw en middelhoogbouw. In de originele situatie is beperkt hoogbouw aanwezig. Hoogbouw wordt in sommige gevallen ingezet om grote ruimtelijke structuren, zoals doorgaande straten of grote groene ruimtes te markeren. Hoogbouw is dan een compositorisch middel. Daarnaast zijn er hele buurten bestaande uit hoogbouwobjecten op groene velden. De al aanwezige hoogbouw bestaat uit reeksen of ensembles van schijven of torens en slechts zeer zelden als een solitair gebouw. Nieuwbouw, en dus ook hoogbouw, moet zich op een logische manier voegen in de stedenbouwkundige opbouw van deze gebieden. Daarmee wordt bedoeld dat hoogbouw gekoppeld moet worden aan ruimtelijke elementen die qua schaal passen bij de grotere schaal van hoogbouw. Dat zijn de lange doorgaande straten, de winkelcentra en -pleinen en de infrastructurele 26Hoogbouwbeleid