5. Geactualiseerd stedenbouwkundig plan .pdf
Tekst van het document
46.680 47.086 406
voorbeeld verdeling programma niet-wonen: o.a. bedrijvigheid, horeca, IKC, tramloods en maatschappelijke voorzieningen sociale huur middensegment en vrije sector 28
Bouwdiepte Afhankelijk van de bouwdiepte zoals die mogelijk wordt gemaakt volgens het bestemmingsplan, kan men er van uitgaan dat de woningen zo efficient mogelijk zullen worden ingepast, en zo mogelijk de maximale bouwdiepte benutten. De bouwdiepte voor de woningen verschilt binnen het plan tussen de 9m en 14m. De plint heeft op sommige plekken een bouwdiepte van 16m. Als men naar het in te passen programma kijkt, zijn er verschillende woninggroottes die moeten worden ingepast: van kleine woningen van rond de 40m2 GB0 (53m2 BVO), tot grote koopwoningen van meer dan 125m2 BVO. Op onderstaande afbeelding is te zien wat de maximale bouwdiepte is.
11m 10m
12m 10m
14m
12m 12m
14m
11m
14m 12m*
afb. maximale bouwdiepte
*6e bouwlaag max 9m diep
29
14m
PROGRAMMA BLOK 1 bedrijvigheid, wonen middensegment + vrije sector
programma Havenstraatterrein
567 m2
1.092 m2
m2 bvo blok 1
blok 2
1.018m2 hoger gelegen verdieping(en)
681 m2
1.018m2
blok 3
1.092 m2
blok 4
begane grond
aantal bouwlagen
niet‐wonen
OERplint noord OERplint oost bouwbok noord bouwbok oost bouwblok zuidwest totaal blok 1
681 1092 567 1092 1018
OERplint noord ‐ wonen school bouwblok noord bouwblok zuidoost bouwblok zuidwest totaal blok 2
579 1104 473 549 569
OERplint noord OERplint noord ‐ wonen OERplint zuidwest 1.092 m2 bouwbok noord bouwbok oost bouwblok zuidoost bouwblok zuid 681 m2 bouwblok zuidwest totaal blok 3
727 727 792 1.018m2 1223 397 205 307 792
1 2 1 6 7 5 5 5
tramloods bedrijvigheid op de loods bouwblok noord bouwblok oost boublok zuid totaal blok 4
1250 1250 410 222 182
1 1 7 6 5
TOTAAL
30
1 1 5 5 6
wonen 681 1092
1773 2 4 6 6 6
4416 530 4946
niet‐w + wonen
2833 5462 6111 14406
16179
1157 2839 2606 3273 9875
14821
727 1195 792
1520 1250 1250
2500 10739
7338 2780 1027 1536 3962 17839
19359
2868 1187 911 4966 47086
7466 57826
oerplint
doorsnede A-A’
oerplint
doorsnede B-B’ 31
PROGRAMMA BLOK 2 Integraal Kind Centrum, wonen sociaal programma Havenstraatterrein m2 bvo blok 1
OERplint noord OERplint oost bouwbok noord bouwbok oost programmabouwblok Havenstraatterrein zuidwest totaal blok 1
473 m2
569 m2
1104 m2
blok blok 1 2
549 m2
blok blok 2 3
hoger gelegen verdieping(en) 48m 579 m2
1104 m2
23m
blok 3
blok 4
1.630 m2 569 m2
530 m2
begane grond
opp plein: 1.630 m2 - spelen kdv (afsluitbaar) - spelen school - fietsparkeren
TOTAAL blok 4
aantal bouwlagen 681 1092 567 1092 1018
m2 bvo
niet‐wonen 1 1 5 5 6
aantal bouwlagen
niet‐wonen
OERplint OERplint noord noord ‐ wonen OERplint oost school bouwbok noord bouwblok noord bouwbok bouwblokoost zuidoost bouwblok zuidwest zuidwest bouwblok totaal blok 1 totaal blok 2
681 579 1092 1104 567 473 1092 549 1018 569
1 2 1 4 5 6 5 6 6 6
OERplint OERplint noord noord ‐ wonen school OERplint noord ‐ wonen bouwblok noord OERplint zuidwest bouwblok zuidoost bouwbok noord bouwblok zuidwest bouwbok oost totaal blok 2 bouwblok zuidoost
579 727 1104 727 473 792 549 1223 569 397
2 1 4 2 6 1 6 6 6 7
bouwblok zuid OERplint noord bouwblok zuidwest OERplint noord totaal blok 3 ‐ wonen OERplint zuidwest bouwbok tramloodsnoord bouwbok oostop de loods bedrijvigheid bouwblok zuidoost noord bouwblok zuid oost bouwblok zuidwest boublok zuid totaal blok 3 4 tramloods bedrijvigheid op de loods bouwblok noord bouwblok oost boublok zuid totaal blok 4
TOTAAL
32
205 307 727 792 727 792 1223 1250 397 1250 205 410 307 222 792 182
5 5 1 5 2 1 6 1 7 1 5 7 5 6 5
1250 1250 410 222 182
1 1 7 6 5
wonen 681 1092
1773 681 1092 4416 530 1773 4946 727 4416 792 530 4946 727 1520 792 1250 1250
1520 2500 10739 1250 1250
2500 10739
wonen
niet‐w + wonen
2833 5462 6111 14406
16179 niet‐w + wonen
1157 2833 2839 5462 2606 6111 3273 14406 9875
16179 14821
1157 1195 2839 2606 7338 3273 2780 9875 1027
14821
1536 3962 1195 17839
19359
7338 2780 1027 2868 1536 1187 3962 911 17839 4966 47086
19359 7466 57826
2868 1187 911 4966 47086
7466 57826
uitgangspunten IKC: • • • •
Kinderdagverblijf en school 2 apart te beheren gebouwen, maar wel met elkaar verbonden Lokalen zoveel mogelijk gesitueerd aan het schoolplein Alle lokalen moeten ramen open kunnen doen Geen dove gevel gebouw IKC
Kinderdagverblijf: • Opp 530 m2 bvo over 1 bouwlaag • Plein afsluitbaar en aangrenzend aan het schoolplein SCHOOL: • Twee gymzalen, samen te voegen tot 1 grote zaal, op bovenste verdieping gebouw • Lokalen over 3 bouwlagen verdeeld (onderbouw doorsnede C-C’
2 gymzalen luw en groen binnenterrein woningen woningen
kdv
school + ev extra maatsch. functies
fietspp 33
• •
middenbouw - bovenbouw) Schoolplein >1.200 m2 netto om te spelen Fietsparkeren 200m2
WONEN: • Luw en groen binnenterrein (=stille zijde) • 9.875 m2 bvo voor wonen (ongeveer 105 woningen) • Geen woningen op beganr grond aan schoolplein Het kinderdagverblijf en de woningen liggen versprongen boven elkaar. Zo wordt optimaal gebruik gemaakt van de ruimte: enerzijds ontstaat meer ruimte voor het schoolplein op het maaiveld (het plein van het kdv is deels overdekt waardoor het een beschut karakter krijgt) en anderzijds wordt de afstand tussen de woningen aan het binnenterrein vergroot, wat zorgt voor meer licht, ruimtelijkheid en daardoor ook meer woonkwaliteit.
blok 1
OERplint noord OERplint oost bouwbok noord bouwbok oost bouwblok zuidwest totaal blok 1
PROGRAMMA BLOK 3 bedrijvigheid, wonen sociaal, middensegment en vrije sector blok 2
OERplint noord ‐ wonen school bouwblok noord bouwblok zuidoost programma Havenstraatterrein bouwblok zuidwest totaal blok 2 blok 1 blok 3
1223 m2 397m2 792 m2
307m2
blok 2
205m2 blok 4
hoger gelegen verdieping(en) blok 3 TOTAAL
727 m2
727 m2
397m2 792 m2
307m2
205m2 blok 4
807 m2 begane grond
OERplint noord OERplint noord OERplint oost OERplint noord ‐ wonen bouwbok noord OERplint zuidwest bouwbok oost bouwbok noord bouwblok zuidwest bouwbok oost totaal blok 1 bouwblok zuidoost bouwblok zuid OERplint noord ‐ wonen bouwblok zuidwest school totaal blok 3 bouwblok noord bouwblok zuidoost tramloods bouwblok zuidwest bedrijvigheid op de loods totaal bloknoord 2 bouwblok
bouwblok oost OERplint noord boublok zuid OERplint noord totaal blok 4 ‐ wonen OERplint zuidwest bouwbok noord bouwbok oost bouwblok zuidoost bouwblok zuid bouwblok zuidwest totaal blok 3
tramloods bedrijvigheid op de loods bouwblok noord bouwblok oost boublok zuid totaal blok 4
TOTAAL
34
681 1092 567 1092 1018
1 1 5 5 6
681 1092
2833 5462 6111 14406
1773 579 1104 473 549 569
m2 bvo
2 4 6 6 6 aantal bouwlagen
681 727 1092 727 567 792 1092 1223 1018 397 205 307 579 792 1104 473 549 1250 569 1250
1 1 1 2 5 1 5 6 6 7 5 5 2 5 4 6 6 1 6 1
410 222 727 182 727 792 1223 397 205 307 792
7 6 1 5 2 1 6 7 5 5 5
1250 1250 410 222 182
1 1 7 6 5
1157
4416 530 niet‐wonen
4946 681 727 1092 792 1773
4416 1520 530 1250 1250 4946 727 2500 792 10739
1520 1250 1250
2500 10739
16179
wonen
2839 2606 3273 9875
1195 2833 5462 7338 6111 2780 14406 1027 1536 1157 3962 17839 2839 2606 3273 9875 2868
14821 niet‐w + wonen
16179
19359
14821
1187 911 1195 4966 47086 7338 2780 1027 1536 3962 17839
19359
2868 1187 911 4966 47086
7466 57826
7466 57826
doorsnede D-D’
doorsnede E-E’
35
bouwblok zuidwest totaal blok 2
569
blok blok 1 4
410 m2 222 m2 1250 m2
182m2
TOTAAL blok 2
hoger gelegen verdieping(en) blok 3
410 m2 222 m2 1250 m2
182m2 blok 4
begane grond
727 727 792 1223 397 205 307 792
m2 bvo
1 2 1 6 7 5 5 5 aantal bouwlagen
681 1250 1092 1250 567 410 1092 222 1018 182
1 1 1 1 5 7 5 6 6 5
OERplint noord ‐ wonen school bouwblok noord bouwblok zuidoost bouwblok zuidwest totaal blok 2
579 1104 473 549 569
2 4 6 6 6
OERplint noord OERplint noord ‐ wonen OERplint zuidwest bouwbok noord bouwbok oost bouwblok zuidoost bouwblok zuid bouwblok zuidwest totaal blok 3
727 727 792 1223 397 205 307 792
1 2 1 6 7 5 5 5
tramloods bedrijvigheid op de loods bouwblok noord bouwblok oost boublok zuid totaal blok 4
1250 1250 410 222 182
1 1 7 6 5
36
14821
727 1195 792
niet‐wonen
OERplint tramloodsnoord OERplint oostop de loods bedrijvigheid bouwbok bouwbloknoord noord bouwbok bouwblokoost oost bouwblok zuidwest boublok zuid totaal blok 1 4
TOTAAL
3273 9875
4946
blok 3 OERplint noord PROGRAMMA BLOK 4 OERplint noord ‐ wonen tramloods, bedrijvigheid, wonen middensegment + vrije sector OERplint zuidwest bouwbok noord bouwbok oost bouwblok zuidoost bouwblok zuid programmabouwblok Havenstraatterrein zuidwest totaal blok 3
6
1520 681 1250 1092 1250
1773 2500 10739 4416 530 4946
wonen
7338 2780 1027 1536 3962 17839
2833 2868 5462 1187 6111 911 14406 4966 47086 1157 2839 2606 3273 9875
19359 niet‐w + wonen
16179 7466 57826
14821
727 1195 792
1520 1250 1250
2500 10739
7338 2780 1027 1536 3962 17839
19359
2868 1187 911 4966 47086
7466 57826
De tramloods heeft een oppervlak van 1.250 m2. Het bouwkavel heeft een oppervlak van 1.310m2 om een ruime toegang te maken tot het dak van de loods waar bedrijvigheid op kan worden geplaatst. Het maximale oppervlak aan bedrijvigheid is 1.250 m2 die op verschillende manieren kan worden ingepast, om zoveel mogelijk vrijheid te geven aan de ontwerper. De tramloods is maximaal 7 meter hoog en daar bovenop kan bebouwing komen van 7 meter hoogte (totale hoogte is max. 14m). Dit kunnen hoge volumes zijn (afhankelijk van de functie) van 1 bouwlaag of lagere volumes van max 2 bouwlagen. Indien (deels) in twee bouwlagen wordt gebouwd blijft een deel van het dak van de loods onbebouwd. Het onbebouwde deel wordt ingericht als een groen dak.
doorsnede F-F’
referentie daktuin op loods
doorsnede G-G’ 37
GROEN Groen Het groen vergroot de aantrekkelijkheid van het toekomstige leefmilieu. Enerzijds is er een goede verankering op groenstructuur van de stad (de route naar het Amsterdamse Bos), anderzijds is het ingezet ten behoeve van de geleding van het plangebied en de directe woonomgeving.
op uitkijkt. Een deel van de woningen op de begane grond heeft zelfs zone van 2 meter voor de woning grenzend aan de openbare ruimte, de flexibele zone. Dit vergroot de kwaliteit van de woning, maar levert ook een positieve bijdrage aan een aantrekkelijk en levendig straatbeeld.
Stedelijk groen. Het Park Schinkeleilanden wordt zo ver mogelijk doorgetrokken langs de aantrekkelijke en zonnige oevers van de Stadiongracht. Door het grote raakvlak tussen bebouwing en park heeft een substantieel deel van de woningen zicht op het park. De kop van het park wordt gevormd door een plein ter hoogte van de nieuwe brug over de Stadiongracht. Dit plein is een belangrijk schakelpunt tussen de verschillende omliggende buurten, zowel binnen als buiten het plangebied. Groene geleding plangebied. Binnen het plangebied speelt groen een belangrijke rol om het langgerekte plangebied te geleden. De groene kop rondom het Haarlemmermeerstation (inclusief waardevolle bomen) is een beeldbepalend entreegebied. Maar het groene autovrije hof tussen de bouwblokken en het schoolplein zijn minstens zo belangrijk voor een aantrekkelijk leefklimaat. Direct zichtbaar of toegankelijk groen speelt een belangrijke rol bij de kwaliteit van de woonomgeving. Daarom is een groot deel van de woningen gesitueerd rondom deze groene plekken die direct bereikbaar zijn vanuit de woning. Collectief groen. Een groot deel van de woningen is gegroepeerd rondom rustige collectieve binnenhoven. Op de daken van de ondergrondse parkeergarages is genoeg ruimte voor collectieve binnentuinen waar men met terras of balkon 38
ONTSLUITING EN PARKEREN Museumtramlijn Belangrijke criteria voor de inpassing van de Museumtramlijn zijn de toegevoegde waarde voor de toekomstige identiteit van het Havenstraatterrein, maar ook de functionaliteit van de exploitatie van de Museumtram. Identiteit Het Haarlemmermeerstation is de enige logische plek voor de eindhalte van de Museumtramlijn. Hier wordt een halte gerealiseerd waar de passagiers kunnen op- en afstappen. Samen met het Haarlemmermeerstation, de naastgelegen villa en de monumentale bomen ontstaat hier een plantsoen met sporen en bebouwing die het verhaal vertellen over het bijzondere verleden van deze plek.
mogelijk om woningen op de loods te realiseren. Het is wel mogelijk om bedrijvigheid op de loods te realiseren. Hier wordt de ruimte voor geboden. Het spoor kruist op verschillende plekken het fiets-, voetgangers-, of autoverkeer. Omdat het spoor onder de wetgeving “bijzonder spoor” valt, moeten hier extra veiligheidsmaatregelen worden getroffen. Echter zal de frequentie waarmee de trams door de buurt zullen rijden beperkt blijven.
In het plantsoen bij de villa wordt het wachtershuisje geplaatst in het verlengde van de zichtlijn van het spoor door de Karperweg. Het spoor naar het Park Schinkeleilanden gaat dwars door de nieuwe buurt (karperweg). Dit versterkt de identiteit van het trein- en tramverleden. Functionaliteit. Rondom de tuin van de villa ligt een keerlus. Hierdoor is het mogelijk voor de trams om te keren en richting de loods te rijden. De loods bevindt zich in blok 4, aan de zuidkant van het plangebied, waar de trams gestald worden en waar onderhoud aan de stellen kan worden gepleegd.
legenda spoorgerelateerde gebouwen
Deze loods is een vrijstaand volume. Vanwege de trillingen en het geluid wat er geproduceerd wordt, is het niet
tramrails met kruising autoweg
39
Fietsnetwerk Het Haarlemmermeerstation is van oudsher een knooppunt in het stedelijk openbaar vervoer. Daardor is het Havenstraatterrein goed bereikbaar met de tram, stads- en streekbussen. Stations voor metro en trein liggen op fietsafstand, en de automobilist wordt bediend met de uitvalroute via de Amstelveenseweg naar de opritten van de A10. Daarnaast is het Haarlemmermeercircuit ook een belangrijke schakel in het Amsterdamse fietsnetwerk. Door de recente aanleg van het fietspad naar het Amsterdamse Bos, via het Havenstraatterrein en het Park Schinkeleilanden, is het belang van dit fietsknooppunt verder toegenomen.
brug wordt het schiereiland verknoopt met de directe omgeving en ontstaat er een directe doorsteek naar het Olympisch Stadion en het Stadionplein. Fietsroute Karperweg en Havenstraat. De fietsverbinding tussen het Park Schinkeleilanden en het Haarlemmermeercircuit loopt, afhankelijk van waar men het Haarlemmermeercircuit wenst te benaderen, via de Havenstraat of Karperweg. Omdat deze straten binnen de 30 km-zone vallen rijden de fietsers op straat.
Aanhaking op het fietsnetwerk is essentieel voor de verankering van het Havenstraatterrein in de stad. Dit gebeurt op drie manieren: Plusnet Fiets. Vanaf het Park Schinkeleilanden wordt de plusnet fietsroute doorgetrokken door het Havenstraatterrein om vervolgens aan te takken op het Haarlemmermeercircuit of de fietsroute langs de Schinkel. Helaas wordt de rechtstreekse route langs de Schinkel onderbroken door de tramremise van de GVB die aan het water ligt. De fietser zal via de Havenstraat met een boog om de remise heen rijden om vervolgens de route langs de Schinkel te vervolgen. Wellicht dat in de toekomst een optimalere en rechtstreekse verbinding kan worden gelegd langs het water. Brug Stadiongracht. Essentieel voor de ontwikkeling van het Havenstraatterrein is de nieuwe brug tussen het Olympisch kwartier en het Havenstraatterrein. Deze komt op de plek in het verlengde van de Rheastraat, met zicht op de Marathontoren van het Olympisch Stadion. Met deze
legenda Plusnet fiets overige fietsverbindingen
40
raat
De auto’s kunnen het gebied bereiken vanaf het Haarlemmermeercircuit via de Havenstraat of de Karperweg. De ontsluiting bestaat uit een korte lus in twee richtingen Havenstraat - straatje tussen blok 1 en 2 - Karperweg. Daarnaast ligt er een grotere lus in één richting die vanaf de Havenstraat tegen de klok in een verbinding maakt tussen blok 3 en 4 met de Karperweg. De Karperweg. De zuidkant van het plangebied en de bestaande bedrijven worden ontsloten via de Karperweg. De bestaande bedrijven aan de zuidzijde hebben allemaal een goede autoontsluiting nodig. De straat krijgt een aangepast profiel, afgestemd op 30 km/uur met een beperkt aantal (langs)parkeerplaatsen voor bezoekers. Vooral het beperken van de parkeerplaatsen op straat leidt tot een autoluw straatbeeld. De verlengde Havenstraat. Aan de noordkant van het plangebied komt een nieuwe straat die alle parkeergarages van de aanliggende woningbouw en bedrijfsruimten ontsluit. Deze straat heeft ook (langs)parkeerplaatsen voor bezoekers. Het plein. Het plein bij de nieuwe brug over de Stadiongracht is autovrij. Het plein is alleen toegankelijk voor laad- en losverkeer.
Parkeren Het amsterdams beleid is gericht op een autoluwe stad in de toekomst. Daardoor zijn de parkeernormen voor nieuwbouw erg laag. Alle parkeerplaatsen voor de bewoners en de bedrijven zullen op eigen terrein moeten worden opgelost, in de vorm van (half) verdiepte parkeergarages onder de bouwblokken. Op straat is enkel plek voor bezoekersparkeren. Hierbij wordt de minimale norm van 0,1 pp/woning aangehouden.
’ at
tra ns
e av
‘ de
H de ng
le
r Ve
er
rp Ka
In samenwerking met V&OR is een tabel opgesteld waaruit blijkt welke parkeernormen er voor de verschillende functies op het Havenstraatterrein van toepassing zijn. De tabel geeft een indicatie van de bandbreedtes van de hoeveelheid parkeerplekken die nodig zullen zijn in het plangebied. Uiteindelijk zal er maatwerk plaatsvinden binnen deze bandbreedtes (deze is bijgevoegd in de bijlage). Uit deze tabel blijkt dat het realistisch is om met de volgende aantallen rekening te houden: - parkeren auto’s op eigen terrein voor woningen en bedrijven tezamen: 175 - aantal autoparkeerplekken in de openbare ruimte: 50 - aantal fietspp op eigen terrein: 1.570 - aantal fietspp op straat: 125 - aantal scooterpp op eigen terrein: 65 - aantal scooterpp op straat: 0 Uit de berekening van het maximaal beschikbare oppervlak voor een parkeergarage blijkt dat er plek is voor ongeveer 394 autoparkeerplaatsen verdeeld over de vier bouwblokken. Een ruime overmaat op de waarschijnlijk 175 benodigde parkeerplaatsen. De parkeergarages kunnen geheel verdiept of half verdiept gerealiseerd worden. Indien een garage halfverdiept gebouwd wordt gebeurt dit op minimaal 5m 41
Amstelveenseweg
Auto ontsluiting Voor de bereikbaarheid is gekeken naar een prettig evenwicht tussen enerzijds de bereikbaarheid van woningen en bedrijvigheid en anderzijds een rustig autoluw leefmilieu.
enst Hav
g we
P
P P P
beschikbare ruimte voor P-garage: blok 1: 3.904m2 / 30* = 130 pp blok 2: 2.294m2 / 30* = 76 pp blok 3: 4.348m2 / 30* = 145 pp blok 4: 1.302m2 / 30* = 43 pp totaal: 394 pp (vuistregel: 30 m2 per parkeerplaats)
Entree Entree min 4 meter
min 4 meter
- Alle woningen/ bedrijfsruimten op de begane grond hebben een eigen voordeur aan de max 17 meter afstand van de voorgevel (zie onderstaande afbeelding). straat/ plantsoen half-verdiepte garage kandeook in combinatie - AlleEen woningen/ bedrijfsruimten vanaf 1e bouwlaag hebbenmet een het (gezamelijke) entree blok 4 aan fietsparkeren de straat geraliseerd worden. Fietsparkeren in een
blok 3
blok 2
blok 1
geheel verdiepte garage is onwenselijk vanwege een te 17 meter grootmax hoogteverschil.
min. 4 meter min. 4 meter
36pp
80pp
Geldt voor blok 1 t/m4
69pp 37pp
+
93pp
5m
max 17 meter max 17 meter
plint min 4 meter plint min 4 meter
152pp
Halfverdiept parkeren Halfverdiept parkeren Minimaal 55meter achter rooilijn -- minimaal meter achter rooilijn - Entree binnen bouwblok, achter rooilijn 5m -- entree binnen bouwblok, Rechtstand op eigen terrein achter rooilijn - rechtstand op eigen terrein - auto- en fietsparkeren mogelijk
146pp
Geldt voor blok 1 t/m4 116pp
Verdiept parkeren - Entree binnen bouwblok, achter rooilijn - Rechstand op eigen terrein
Verdiept parkeren - entree binnen bouwblok, achter rooilijn - rechtstand op eigen terrein - alleen autoparkeren mogelijk
136pp
11 42
aantallenstudie in te passen autoparkeerplaatsen
1.570 pp 1.570 pp
fietsen parkeren in een hoog-laag systeem 80% h.o.h. van 40 cm (gewone fietsen) 15% h.o.h. van 50 cm (fietsen met bredere banden en/of kratjes) 5% h.o.h. van 1,0m (bakfietsen) hoofdgangpad = 3,0m zijpaden zijn 2,1m En een aanname 2,0m diepte voor een fiets.
Het fietsparkeren op eigen terrein vindt plaats conform de parkeernota in stallingen die worden gerealiseerd in de plint van de bouwblokken of half-verdiept in een garage. Bij fietsparkeren in de plint is het van belang dat er geen dooie gevels ontstaan. De plinten zijn juist levendig met woon- of bedrijfsfuncties aan de straatkant. Het fietsparkeren neemt hier maar een klein deel van in beslag en ligt bij voorkeur naar achteren. Fietsparkeren in de openbare ruimte gebeurt op speciaal aangegeven zones in het trottoir.
350m
Om uit te rekenen hoeveel ruimte 1570 fietsparkeerplekken in beslag neemt zijn de volgende uitgangspunten meegenomen in de berekening:
hellingbanen en toegangen nog niet meegenomen. Deze berekening geeft een globale indicatie van de benodigde ruimte voor fietsparkeren. Hiervoor zijn geen vastgestelde normen binnen de gemeente.
studie A: indeling: hoofdpad met de 15% en 5% afwijkende maten daarlangs, aan het hoofdpad zijpaden met rekken voor de 80% normale fietsen. benodigd oppervlak = 2.640m2 aantal fietsen = 1.570 gemiddeld opp per fiets = 1,7 m2
12m studie A
studie B: indeling: alles aan weerszijde van het hoofdpad. benodigd oppervlak = 2.450m2 aantal fiesten = 1.570 gemiddeld opp per fiets = 1,6 m2 Hierbij is de ruimte die nodig is voor de eventuele
220m
fietsparkeren Fietselstallingen moeten makkelijk toegankelijk zijn om optimaal benut te worden. Een te steile helling, een te zware deur of te krappe bochten kunnen ervoor zorgen dat een fiestenstalling niet goed gebruikt wordt, waardoor men de fiets elders neerzet, zoals op straat. De richtlijnen hiervoor zijn opgenomen in de nota parkeernormen Fiets en Scooter.
referentiebeeld fietssysteem hoog-laag
43
7m studie B
OPENBARE RUIMTE (aangepaste) tekst uit Investeringsnota
De openbare ruimte vormt het robuuste casco voor de toekomstige ontwikkeling van het Havenstraatterrein. Basis voor de structuur van de openbare ruimte is een goede verankering met de omgeving, een heldere ontsluitingsstructuur en een beleefbare cultuurhistorie. De grenzen van de openbare ruimte vormen vervolgens het raamwerk voor de 4 tussengelegen ontwikkelvelden. De museumtramlijn is een belangrijke smaakmaker die in een groot gedeelte van het plangebied waarneembaar wordt. De sfeer van de openbare ruimte De straten, pleinen en kades zijn open en toegankelijk, maar hebben ook een beetje een ‘ruw’ karakter, aansluitend bij de afwisselende architectuur. De lange lijnen van de twee oost/west lopende straten geven structuur aan het gebied. Deze straten zijn verkeersluw, omdat het Havenstraatterrein geen doorlopende autoroutes heeft. De Verlengde Havenstraat maakt deel uit van een belangrijke fietsroute (plusnet fiets) tussen de stad en het Amsterdamse Bos. Het gebied kenmerkt zich als een binnenstedelijk gebied, vergelijkbaar met de Schinkelbuurt en de Pijp. Door de centrale ligging in de stad, de ruime aanwezigheid van (streek)bus, metro en tram, en de goede fietsbereikbaarheid, is het gebied aantrekkelijk voor mensen die geen eigen auto nodig hebben. Voor de bewoners die wel een auto hebben zijn er op verschillende plekken in de buurt gezamenlijke parkeergarages gebouwd.
In een wijk als deze bevinden zich veel (bak)fietsen. Die staan veelal geparkeerd in de strook privé buitenruimte aan de gevel, of op straat, maar ook in de parkeergarage. In de openbare ruimte komen parkeerplaatsen voor bezoekers. De zuidwesthoek van het gebied wordt gekenmerkt door
het rustige, groene karakter van de Schinkeleilanden, het Amsterdamse Bos en de Nieuwe Meer. De groene uitloper van het park komt uit op een stedelijk pleintje in de wijk, waar een nieuwe voet/fietsbrug over de Stadiongracht contact maakt met het Olympisch Kwartier Noord. Het pleintje is een gezellige ontmoetingsplek. Niet alleen voor bewoners van het Havenstraatterrein, maar ook voor bootjes die hier afmeren, fietsers die even afstappen en andere bezoekers. De mogelijkheid bestaat om op het plein een kiosk te plaatsen waar men bij een hapje en drankje kan genieten van de middag- en avondzon. Verkeer en parkeren in de openbare ruimte Het Havenstraatterrein wordt na de herontwikkeling een verblijfsgebied. De Museumtramlijn krijgt een prominente plek in het plangebied. Deze wordt ingepast in de Karperweg en krijgt een perron achter het Haarlemmermeerstation. De keeroplossing van de Museumtramlijn wordt opgelost rondom de villa, waarmee de bijzondere rijtuigen van de Museumtramlijn ook zichtbaar worden voor passanten aan de voorzijde van het Haarlemmermeerstation. Voor een goede ontsluiting van het Havenstraatterrein krijgt het gebied een dubbele ontsluiting: via de Verlengde Havenstraat op het Haarlemmermeercircuit en via de Karperweg op de Amstelveenseweg. Uitgangspunten die zijn meegenomen in het ontwerp (VO) voor verkeer en parkeren in de openbare ruimte: 1.
Alle straten worden ingericht op een maximumsnelheid van 30 km/uur. 2. Langs alle straten komen voor bezoekers (openbare) langsparkeerplaatsen. Hiervoor geldt een parkeernorm van 0,1 parkeerplaats per woning. 3. Er komt een helder onderscheid tussen trottoirs en rijbanen. 44
4. Fietsers delen de rijbaan met het overige verkeer; er komen geen vrijliggende fietspaden. 5. De Museumtramlijn wordt ingepast in het ontwerp van de Karperweg. 6. Het keren van de Museumtramlijn wordt opgelost via een lus rondom de villa. 7. Het gebied krijgt een dubbele ontsluiting: via de Verlengde Havenstraat op het Haarlemmermeercircuit en via de Karperweg op de Amstelveenseweg. 8. Inrichtingsprincipes Karperweg: • De Karperweg wordt opnieuw aangelegd, met een trambaan in een groenstrook tussen het trottoir en de rijbaan. • De ambulances van Ambulance Amsterdam moeten ongehinderd kunnen uitrukken, zonder oponthoud tussen hun garage en de kruising met de Amstelveenseweg. 9. Inrichtingsprincipes Verlengde Havenstraat: • Deze nieuwe straat vormt, samen met de bestaande Havenstraat, een verbinding met het Haarlemmermeercircuit. • De straat wordt een comfortabele verbinding voor fietsers op de route Amsterdamse Bos – Vondelpark binnenstad. 10. Inrichtingsprincipes oostelijke verbindingsstraat: Vlak na de entree van het Havenstraatterrein worden de Karperweg en de Verlengde Havenstraat met elkaar verbonden via de oostelijke verbindingsstraat (straatje tussen blok 1 en 2). 12.
Inrichtingsprincipes westelijke verbindingsstraat: Aan het zuidwestelijke uiteinde van het plangebied worden de Karperweg en de Verlengde Havenstraat met elkaar verbonden via de westelijke verbindingsstraat (straatje tussen blok 3 en 4).
45
Verblijfsruimten Naast de structuurbepalende infrastructuur wordt de openbare ruimte van het plangebied gekenmerkt door vier bijzondere verblijfsplekken: de kop van het plangebied rond het Haarlemmermeerstation met villa, het pleintje aan de Stadiongracht, de groene uitloper van het Park Schinkeleilanden en een groen autovrij hof tussen blok 2 en 3. Uitgangspunten die zijn meegenomen in het ontwerp (VO) voor verblijfsruimten: 1. Het nieuwe plantsoen rondom de villa naast het Haarlemmermeerstation: • Het plantsoen wordt, indien de villa niet meer bewoond wordt, openbaar toegankelijk en krijgt een open inrichting. • De grote monumentaal- en behoudenswaardige bomen worden gehandhaafd. • Direct achter het monumentale stationsgebouw komt de vernieuwde opstapplaats voor de Museumtramlijn, met aangrenzend een ruim zonnig terras voor de horeca in het Haarlemmermeerstation. 2. Het buurtpleintje aan de Stadiongracht: • Het buurtpleintje wordt een bijzondere plek op het Havenstraatterrein. Op deze aantrekkelijke zonnige plek is het Havenstraatterrein strategisch verbonden met zijn omgeving. Vanaf het plein kunnen bezoekers in één oogopslag alle smaakmakers in de omgeving ervaren: de Marathontoren van het Olympisch Stadion, de Stadiongracht, Park Schinkeleilanden en de Museumtramlijn.
De Museumtramlijn en fietsroute naar het Park Schinkeleilanden passeren het plein, de kade van de Stadiongracht wordt toegankelijk, en de nieuwe fiets/voetbrug legt een directe verbinding het Olympisch Kwartier Noord. • Het plein loopt af naar het water, zodat mensen aan het water kunnen zitten of een bootje kunnen
aanleggen. • Op het plein komt ruimte voor kleinschalige horeca, een terrasje en incidenteel een buurtevenement. • De bebouwing aan de noordoostzijde van het plein vraagt bijzondere aandacht. Hier krijgt een bestaand bedrijfsgebouw, door de sloop van een belendend pand, een zichtbare zijgevel. Het bedrijfsgebouw valt buiten het plangebied, maar de zichtbare zijgevel moet wel zo worden getransformeerd dat een aantrekkelijke begrenzing van het plein ontstaat. 3. De groene uitloper van Park Schinkeleilanden: • Het groen van het Park Schinkeleilanden wordt doorgetrokken langs de Stadiongracht tot aan het buurtplein. • Om de Stadiongracht optimaal te kunnen beleven worden de oevers vrijgehouden van bebouwing. • De inrichting van de groene zone wordt afgestemd op de inrichting van het Park Schinkeleilanden; een gevarieerde inrichting met natuurlijke elementen, spelelementen en zitplekken. • In deze zone komt de aansluiting op het reeds bestaande museumspoor op de Schinkeleilanden en het fietspad naar het Amsterdamse Bos. 4. Het groene verbindingshof tussen de Havenstraat en de Karperweg: Dit hof wordt autovrij en krijgt een rustig, intiem karakter, dat vooral bedoeld is voor direct omwonenden. Deze ontmoetingsplek wordt ingericht met groen en speelvoorzieningen voor kleine kinderen.
Basisprincipes inrichting openbare ruimte De openbare ruimte wordt ingericht op basis van de ‘Puccini-methode’. Hierin is aangegeven welk materialenpallet kan worden gebruikt. Het inpassen van bomen in het gebied bepaalt voor een groot gedeelte de sfeer van de openbare ruimte; het is daarom van groot belang dat door het gehele plangebied bomen worden 46
ingepast. Uitgangspunten die zijn meegenomen in het ontwerp (VO) voor basisprincipes inrichting openbare ruimte: 1. Voor het Havenstraatterrein gelden de principes van de 19e eeuwse ring uit de stedelijke Puccini-methode. De rijbanen worden bestraat met gebakken klinkers, op de stoepen liggen over het algemeen betonnen 30x30 tegels. 2. Het buurtplein onderscheidt zich qua inrichting: hier worden gebakken klinkers toegepast. 3. Voor de monumentaalwaardige en/of behoudenswaardige bomen wordt onderzocht of zij in de openbare ruimte zijn in te passen. 4. Langs alle straten komen ‘voorzieningenstroken’, waarin openbare parkeerplaatsen, containers voor ondergrondse afvalinzameling en bomen worden ingepast. De nieuwe bomen dragen bij aan een rustige groene sfeer in het gebied en verbinden de sfeer van het Park Schinkeleilanden met de sfeer van het plantsoen rond de villa. De openbare ruimte in het Havenstraatterrein voldoet aan de Puccini-standaard, maar wordt verbijzonderd met specials. Dan gaat het met name om het hergebruik van materialen zoals spoorrails en indien mogelijk bielzen. Ook klinkers en ander materiaal (meubilair) wordt hergebruikt en versterkt zo het bijzondere karakter van dit gebied. In het klimaatbestendig maken van de stad liggen in de openbare ruimte grote kansen. Daarom wordt de openbare ruimte zo groen mogelijk ingericht.
Dit is ten eerste rainproof, maar biedt ook een verbetering van de leefomgeving van dieren en mensen. In de duurzaamheidparagraaf wordt nader uitleg gegeven over deze ambities (zie volgende hoofdstuk).
DUURZAAMHEID Mark Koelman - duurzaamheidsadviseur
Duurzaamheidsplan Havenstraatterrein 1. Introductie Amsterdam wil een duurzame stad zijn, voor nu én voor de generaties na ons. Een groene, gezonde, en welvarende stad voor iedereen die hier woont, werkt of op bezoek komt. De stadsbrede aanpak van de gemeente Amsterdam staat beschreven in de Routekaart Klimaat Neutraal. Deze aanpak moet leiden tot het verduurzamen van de gebouwde omgeving in Amsterdam. De stad moet energiezuinig en klimaatneutraal groeien. Het Havenstraatterrein is als transformatiegebied bij uitstek geschikt om bij te dragen aan de duurzaamheidsambities van Amsterdam vanwege de ligging in dicht bebouwd gebied, tussen twee watergangen en dicht bij verschillende stadsparken. In 2015 is met de Agenda Duurzaamheid vastgelegd dat in alle tenders die de gemeente Amsterdam op de markt zet voor minimaal 30% op duurzaamheid wordt geselecteerd. Duurzame gebiedstonwikkeling kan op vele manieren worden ingezet. Zo zijn er verschillende duurzaamheidsmaatregelen toe te passen per blok of kan er gekozen worden voor een meer algemene aanpak over het hele transformatiegebied. Hierbij is een integrale aanpak essentieel. Duurzaamheid, duurzame installaties, architectonische kwaliteit en esthetiek van een gebouw zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Het doel is dat de verschillende duurzaamheidsonderwerpen integraal onderdeel zijn van het ontwerp van het gebouw en vanaf het begin van het ontwerpproces zijn meegenomen. De gebiedsgerichte aanpak is afhankelijk van het gewenste aantal ontwikkelaars. Dit duurzaamheidsplan vormt een plan voor de gehele gebiedsontwikkeling van het Havenstraatterrein, zowel voor de openbare ruimte als voor de toekomstige gebouwen. In de onderstaande paragrafen worden eerst verschillende duurzaamheidsonderwerpen toegelicht met enkele voorbeelden en gekeken naar mogelijke kansen voor het Havenstraatterrein. Aan het eind worden de drempelwaarden en grootste kansen in de vorm van eisen en ambities voor het Havenstraatterrein uiteengezet.
2. Duurzaamheidsonderwerpen 2.1. Duurzame energie De gemeente Amsterdam heeft als doel om de CO2-uitstoot met 55% terug te dringen in 2030 en met 95% in 2050. Daarnaast streeft de stad naar 100% gebruik van duurzame energie in 2050. Deze doelen zijn uitgewerkt in de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050. Voor nieuwbouw betekent dit dat er bij tenders ingezet wordt op zeer goed geïsoleerde, en het liefst energieleverende gebouwen, die ook optimaal profiteren van de zon, zodat dit vanzelf al zorgt voor een prettig woonklimaat. Onderstaande eisen gelden hiervoor1:
Nieuwbouw moet voldoen aan de BENG-eisen Vanaf 1 januari 2021 wordt de energieprestatie van nieuwbouw bepaald aan de hand van de nieuwe BENG-normering (Bijna Energie Neutrale Gebouwen) conform de NTA 8800. In plaats van één EPC-norm worden bij de BENG normen gesteld aan: de energiebehoefte (BENG 1), het primair fossiel energieverbruik (BENG 2) en het aandeel van hernieuwbare energie (BENG 3). Aandachtspunt is dat deze hernieuwbare energie op het eigen perceel opgewekt moet worden.
Duurzaamheidsplan Havenstraatterrein De gemeente Amsterdam heeft als doel om de CO2-uitstoot met 55% terug te dringen in 2030 en met 95% in 2050. Daarnaast streeft de stad naar 100% gebruik van duurzame energie in 2050. Deze doelen zijn 1. Introductie uitgewerkt in de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050. Voor nieuwbouw betekent dit dat er bij tenders ingezet wordt op zeer goed geïsoleerde, en het liefst energieleverende gebouwen, die ook Amsterdam wil een duurzame zijn,ditvoor nu énalvoor generaties na ons. Een groene, gezonde, en optimaal profiteren van de zon,stad zodat vanzelf zorgtdevoor een prettig woonklimaat. Onderstaande 1 welvarende stad voor iedereen die hier woont, werkt of op bezoek komt. De stadsbrede aanpak van de eisen gelden hiervoor : gemeente Amsterdam staat beschreven in de Routekaart Klimaat Neutraal. Deze aanpak moet leiden tot het verduurzamen devoldoen gebouwde omgeving in Amsterdam. De stad moet energiezuinig en Nieuwbouwvan moet aan de BENG-eisen klimaatneutraal Het Havenstraatterrein is als transformatiegebied bij uitstek bij de te Vanaf 1 groeien. januari 2021 wordt de energieprestatie van nieuwbouw bepaald aangeschikt de handom van nieuwe BENG-normering (Bijna Energie Neutrale Gebouwen) NTA 8800.
In plaats van dragen aan de duurzaamheidsambities van Amsterdam vanwege deconform ligging de in dicht bebouwd gebied, één EPC-norm worden bij de normen stadsparken. gesteld aan: de energiebehoefte (BENG 1), het primair tussen twee watergangen en dicht bijBENG verschillende fossiel energieverbruik (BENG 2) en het aandeel van hernieuwbare energie (BENG 3). dat deze hernieuwbare op het eigen opgewekt moet worden. In 2015 isAandachtspunt met de AgendaisDuurzaamheid vastgelegdenergie dat in alle tenders dieperceel de gemeente Amsterdam op de Inschrijvende partijen uitgedaagd zo goed mogelijk te gebiedstonwikkeling scoren op alle drie kan de markt zet voor minimaal 30% opworden duurzaamheid wordtom geselecteerd. Duurzame onderdelen van de BENG. Dit is dan ook een selectiecriteria op duurzaamheid. op vele manieren worden ingezet. Zo zijn er verschillende duurzaamheidsmaatregelen toe te passen per Nieuwbouw voldoen aanmeer de TO juli grenswaarde blokof kan er gekozenmoet worden voor een algemene aanpak over het hele transformatiegebied. Hierbij TOjuli staat vooressentieel. Temperatuur Overschrijding (in) juli en is een indicator waarmee per oriëntatie is een integrale aanpak Duurzaamheid, duurzame installaties, architectonische kwaliteit en van het gebouw inzicht wordt gegeven in het risico op oververhitting.
De grenswaarde per 1 1esthetiek van een gebouw zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het doel is dat de verschillende In principe geldt dat bij het geheel of gedeeltelijk vernieuwen, veranderen of vergroten van een gebouw de januari 2021 is: 1,20. duurzaamheidsonderwerpen onderdeel het ontwerp van het gebouw vanaf het begin nieuwbouweisen voor de BENGintegraal (en andere normen) zijn van van toepassing zijn. Echter, gelet op deen vele het Aardgasvrije nieuwbouw van ontwerpproces zijn meegenomen. gebiedsgerichte aanpak afhankelijk hetmet gewenste mogelijkheden bij functiewijzigingen raden wijDe de ontwikkelende partijen aaniscontact op te van nemen de Conformover ‘Amsterdam Aardgasvrij’ en deaan Wet (Voortgang energietransitie) is bij nieuwbouw aantal ontwikkelaars. omgevingsdienst de eisen die gesteld worden deVET voorgenomen verbouwing. geen gasaansluiting meer toegestaan. Dit duurzaamheidsplan vormt een plan voor de gehele gebiedsontwikkeling van het Havenstraatterrein, In hetvoor beeldkwaliteitsplan van als hetvoor Havenstraatterrein zowel de openbare ruimte de toekomstige gebouwen. In de onderstaande paragrafen worden eerst verschillende duurzaamheidsonderwerpen toegelicht met enkele voorbeelden en gekeken verschillende dakvormen voorgesteld. Zowel naar mogelijke kansen voor het zijn Havenstraatterrein.
het eind worden de drempelwaarden en grootste schuine als platte daken zeer geschiktAan voor kansen in de vorm vaniseisen en ambities het Havenstraatterrein uiteengezet. zonnepanelen. Hierbij het belangrijk datvoor de schuine daken op een dusdanige manier worden gepositioneerd zodat de 2. Duurzaamheidsonderwerpen zonnepanelen ook optimaal gebruikt kunnen worden voor energieopwekking. 2.1. Duurzame energie Verder is het essentieel dat bij het ontwerp van alle De gemeente Amsterdam heeft als doel om de CO2-uitstoot met 55% terug te dringen in 2030 en met 95% bebouwing op het Havenstraatterrein gehouden in 2050. Daarnaast streeft de stad naarrekening 100% gebruik van duurzame energie in 2050. Deze doelen zijn wordt met inhet zonlicht.Klimaatneutraal In het ontwerp2050. Voor nieuwbouw betekent dit dat er bij uitgewerkt de binnenvallende Routekaart Amsterdam bepalen ingezet vooral de oriëntatie, de goed indeling van een woning, hetenergieleverende raamoppervlak degebouwen, zonbijdragedie of ook het tenders wordt op zeer geïsoleerde, en het en liefst gebruik van passieve zonne-energie. Een slim ontwerp met voldoende zonwerende maatregelen optimaal profiteren van de zon, zodat dit vanzelf al zorgt voor een prettig woonklimaat. Onderstaande eisen gelden hiervoor1oververhitting : voorkomt bovendien in de zomer.
Nieuwbouw moet voldoen aan deinBENG-eisen Voorkeursoptie energiesysteem tender Vanaf 1 januari 2021 wordt de energieprestatie van nieuwbouw de verschillende hand van de Bij de ontwikkeling van Havenstraatterrein kan een keuze gemaaktbepaald wordenaan tussen nieuwe BENG-normering (Bijna Energie Neutrale Gebouwen) conform de NTA 8800. energiesystemen. Op basis van de Motie 1404.17 en ander Amsterdams beleidInisplaats voorvan de één EPC-normvan worden bij de BENG normen gesteld aan: de energiebehoefte 1), het primair ontwikkeling het Havenstraatterrein door het Energietransitie team van(BENG IB onderzocht welke fossiel energieverbruik (BENG 2) en het aandeel van hernieuwbare energie (BENG 3). collectieve laagtemperatuursystemen passend en realiseerbaar zijn (d.d. 16-10-2020). Uit deze Aandachtspunt is dat deze hernieuwbare energie op het eigen perceel opgewekt moet worden. inventarisatie komt een warmte-koudeopslag (WKO) in combinatie met thermische energie uit Inschrijvende partijen worden uitgedaagd om zo goed mogelijk te scoren op alle drie de oppervlaktewater (TEO) voor regeneratie als voorkeursoptie naar boven, waarbij Waternet onderdelen van de BENG. Dit is dan ook een selectiecriteria op duurzaamheid. mogelijk het TEO regeneratiesysteem beheert en exploiteert.
Deze voorkeursoptie zal worden opgenomen in de tender en in collectief verband worden georganiseerd door de ontwikkelaar zelf of samen met Waternet. Dit is een mooie kans voor het Havenstraatterrein omdat op deze wijze 1 In principe geldt dat bij het geheel of gedeeltelijk vernieuwen, veranderen of vergroten van een gebouw de optimaal gebruik wordt gemaakt van de directe omgeving om het gebied van duurzame energie nieuwbouweisen voor de BENG (en andere normen) van toepassing zijn. Echter, gelet op de vele te voorzien. mogelijkheden bij functiewijzigingen raden wij de ontwikkelende partijen aan contact op te nemen met de omgevingsdienst over de eisen die gesteld worden aan de voorgenomen verbouwing.
47
2.2. Circulair bouwen en materialen
Bij de ontwikkeling van het Havenstraatterrein is er een duidelijke ambitie voor circulair bouwen. Een grote
voorkomt bovendien oververhitting in de zomer.
Voorkeursoptie energiesysteem in tender Bij de ontwikkeling van Havenstraatterrein kan een keuze gemaakt worden tussen verschillende energiesystemen. Op basis van de Motie 1404.17 en ander Amsterdams beleid is voor de ontwikkeling van het Havenstraatterrein door het Energietransitie team van IB onderzocht welke collectieve laagtemperatuursystemen passend en realiseerbaar zijn (d.d. 16-10-2020). Uit deze inventarisatie komt een warmte-koudeopslag (WKO) in combinatie met thermische energie uit oppervlaktewater (TEO) voor regeneratie als voorkeursoptie naar boven, waarbij Waternet mogelijk het TEO regeneratiesysteem beheert en exploiteert. Deze voorkeursoptie zal worden opgenomen in de tender en in collectief verband worden georganiseerd door de ontwikkelaar zelf of samen met Waternet. Dit is een mooie kans voor het Havenstraatterrein omdat op deze wijze optimaal gebruik wordt gemaakt van de directe omgeving om het gebied van duurzame energie te voorzien.
2.2. Circulair bouwen en materialen Bij de ontwikkeling van het Havenstraatterrein is er een duidelijke ambitie voor circulair bouwen. Een grote nieuwbouw opgave zoals het Havenstraatterrein biedt uitgelezen kansen om in te zetten op de realisatie van woningen met een lange levensduur en een minimale milieu impact en daarmee de circulaire doelstellingen van Amsterdam. Amsterdam wil in 2030 50% minder nieuwe grondstoffen gebruiken en in 2050 volledig circulair zijn. Adaptief en demontabel bouwen en het gebruik van klimaatneutrale, biobased, en hernieuwbare materialen levert een bijdrage aan het behalen van deze doelstellingen. Circulair bouwen bestaat hier uit twee onderdelen: flexibel ontwerp en materiaalgebruik. Voor de toekomstige bebouwing is een slim ontwerp belangrijk voor een langere levensduur. Een van de algemene aspecten van slim ontwerpen is een modulaire en flexibele aanpak, waardoor gebouwen kunnen worden aangepast op nieuwe gebruikers en andere toepassingen. Voor de gebouwplinten op het Havenstraatterrein wordt om deze reden uitgegaan van een verhoogde bruto verdiepingshoogte van 4 meter, zoals opgenomen in het bestemmingsplan en het stedenbouwkundig plan, zodat uitwisselbaarheid van functies in de toekomst mogelijk blijft.
Bij circulair bouwen worden de gebouwen zo ontworpen dat de materialen een zo lang mogelijke levensduur krijgen door middel van hergebruik of herbestemming. Het hergebruik van materialen voor een transformatiegebied is vaak een uitgangspunt. Partijen worden uitgedaagd om de milieu-impact van de toe te passen materialen bij de bouw en gedurende de gehele levenscyclus van gebouwen tot een minimum te beperken. Daarbij gaat het niet alleen om de initiële bouw, maar ook de impact van onderhoud, vervangingen en eventueel de sloop en verdere verwerking van de materialen aan het einde van hun levensduur. Door een grondstoffenpaspoort toe te passen kan het gebruik van duurzame materialen worden gestimuleerd en de transparantie worden vergroot. De onderstaande eis met betrekking tot materiaalgebruik is (landelijk) vastgesteld:
Een minimale MPG-score van ≤ 0,82 De wettelijk verplichte MilieuPrestatie Gebouwen (MPG) geeft aan wat de milieubelasting is van de materialen die in een gebouw worden toegepast. Het gaat hierbij om nieuwe kantoorgebouwen (groter dan 100 m²) en om nieuwbouwwoningen. Hoe lager de MPG, hoe duurzamer het materiaalgebruik is. Marktpartijen worden daarom ook uitgedaagd om tot een zo laag mogelijke MPG-berekening te komen waarbij 0,8 of beter het uitgangspunt is.
In geval er wordt gekozen voor het gebruik van hout, wordt er alleen hout toegepast met een FSCkeurmerk of een vergelijkbare kwaliteit. In het beeldkwaliteitsplan van het Havenstraatterrein komen veel verschillende materialen aan bod. De ontwikkeling aan het Havenstraatterrein kan gebruik maken van de laatste kennis over houtbouw. Het is een robuuste manier van bouwen die goed past in het beeldkwaliteitsplan, waar de focus ligt op stoere, duurzame materialen zoals deze. Materialen als staal en
meter, zoals opgenomen in het bestemmingsplan en het stedenbouwkundig plan, zodat uitwisselbaarheid Een in minimale MPG-score vanblijft. ≤ 0,82 van functies de toekomst mogelijk De wettelijk verplichte MilieuPrestatie Gebouwen (MPG) geeft aan wat de milieubelasting is van de bouwen materialen die de in gebouwen een gebouw worden toegepast. Het gaateenhierbij ommogelijke nieuwe Bij circulair worden zo ontworpen dat de materialen zo lang kantoorgebouwen (groter dan 100 m²) en om nieuwbouwwoningen. Hoe lager de MPG, hoe levensduur krijgen door middel van hergebruik of herbestemming. Het hergebruik van materialen voor duurzamer het materiaalgebruik is. Marktpartijen ook uitgedaagd om tot eenvan zo een transformatiegebied is vaak een uitgangspunt. Partijenworden wordendaarom uitgedaagd om de milieu-impact mogelijke MPG-berekening komen waarbijde0,8gehele of beter het uitgangspunt is. de toe telaag passen materialen bij de bouwteen gedurende levenscyclus van gebouwen tot een minimum te beperken. Daarbij gaat het niet alleen om de initiële bouw, maar ook de impact van In geval er wordt gekozenenvoor het gebruik vanenhout, wordt er alleenvan hout eeneinde FSConderhoud, vervangingen eventueel de sloop verdere verwerking de toegepast materialenmet aan het keurmerk of een vergelijkbare kwaliteit. In het beeldkwaliteitsplan van het Havenstraatterrein veel van hun levensduur.
Door een grondstoffenpaspoort toe te passen kan het gebruik vankomen duurzame verschillendeworden materialen aan bod. De aan hetworden Havenstraatterrein kanonderstaande gebruik makeneis vanmet de materialen gestimuleerd enontwikkeling de transparantie vergroot. De laatste kennis over houtbouw.is (landelijk) Het is een robuuste manier van bouwen die goed past in het betrekking tot materiaalgebruik vastgesteld: beeldkwaliteitsplan, waar de focus ligt op stoere, duurzame materialen zoals deze. Materialen als staal en beton minder duurzaam en zouden mindere mate toegepast moeten worden. Verontreiniging van 2 zijn Een minimale MPG-score van ≤in 0,8 het hemelwater door bouwmaterialen moet worden voorkomen door gebruik te makenis van De wettelijk verplichte MilieuPrestatie Gebouwen (MPG) geeft aangeen wat de milieubelasting van uitlogende materialenHet zoalsgaat koper,hierbij lood enom zink.nieuwe de materialen die in een gebouw worden toegepast. kantoorgebouwen (groter dan 100 m²) en om nieuwbouwwoningen. Hoe lager de MPG, hoe Voor de worden openbare ruimteook opuitgedaagd het Havenstraatterrein is duurzamer het materiaalgebruik is. Marktpartijen daarom om tot een zo het materialen gebruik volgens Puccini het laag mogelijke MPG-berekening te komen waarbij 0,8 of beter het uitgangspunt is. uitgangspunt. Verder kan waar mogelijk ingezet op het weglaten verstening.
Dit FSCkan In geval er wordt gekozen voor het gebruik vanworden hout, wordt er alleen hout van toegepast met een bijvoorbeeld door hethet toevoegen van vegetatie of water keurmerk of een vergelijkbare kwaliteit. In het beeldkwaliteitsplan van Havenstraatterrein komen veel in combinatie met waterdoorlatende verschillende materialen aan bod. De ontwikkelingofaan het Havenstraatterrein kan gebruikstenen. maken van de laatste kennis over houtbouw. Het is een robuuste manier van bouwen die goed past in het beeldkwaliteitsplan, waar de focus ligt op stoere, duurzame materialen zoals deze. Materialen als staal en 2.3. beton zijnKlimaatadaptatie minder duurzaam en zouden in mindere mate toegepast moeten worden. Verontreiniging van het hemelwater door bouwmaterialen moet worden voorkomen door geen gebruik te maken van Klimaatadaptatie omvat onderwerpen als rainproof, hitte en droogte. Door klimaatverandering zal het uitlogende materialen zoals koper, lood en zink. vaker warm en droog zijn terwijl korte maar zware buien druk uitoefenen op de bestaande riolering. Deze ontwikkelingen vragen ook om een bijdrage op particulier terrein. Voor de openbare ruimte op het Havenstraatterrein is het materialen gebruik volgens Puccini het Bij het ontwerpen van gebouwen moet het vasthouden en vertragen van hemelwater worden uitgangspunt.
Verder kan waar mogelijk ingezet meegenomen zoals beschreven in de Amsterdamse Hemelwaterverordening3. worden op het weglaten van verstening. Dit kan bijvoorbeeld door het toevoegen van vegetatie of water Hemelwaterverordening: of in combinatie met waterdoorlatende stenen. 2 De MPG-eis wordt landelijk via het Bouwbesluit verscherpt van 1,0 naar 0,8. Deze aangescherpte eis wordt Een hemelwaterberging: naar1. verwachting begin 2021 vastgesteld. 3 a. heeft tenlagminste capaciteit 60 liter m2 bebouwd oppervlak; in dit of een Deze verordening tot 31 een maart 2020 ter van inspraak. Deper uitkomst wordt opgenomen 2 2.3.b.Klimaatadaptatie vervolgdocument. loost maximaal 1 liter per m bebouwd oppervlak per uur op een openbaar riool; en c. is na 60 uur leeg. Klimaatadaptatie omvat onderwerpen als rainproof, hitte en droogte. Door klimaatverandering zal het 2. Een hemelwaterberging met hergebruiksysteem: a. heeft ten minste een capaciteit van 90 liter perdruk m2 bebouwd oppervlak; vaker warm en droog zijn terwijl korte maar zware buien uitoefenen op de bestaande riolering. Deze b. loost vragen maximaal litereen perbijdrage m2 bebouwd oppervlak per uur op een openbaar riool; ontwikkelingen ook1om op particulier terrein. c. is na 60 uur voor ten minste 30% leeg; en leegt het restant op basis van het gebruik van het hergebruiksysteem. Bij het d.
ontwerpen van gebouwen moet het vasthouden en vertragen van hemelwater worden 3. het vereiste uit het eerste 3. Voor een waterberging centraal besturingssysteem geldt alleen meegenomen zoals beschrevenmet in deeen Amsterdamse Hemelwaterverordening lid, onder a. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op een vergunningsvrij bouwwerk met een groen dak. 2 Het wordt geborgen hemelwater wordt in de ondergrond Als dat niet of eis maar deels De 5. MPG-eis landelijk via het Bouwbesluit verscherpt van 1,0geïnfiltreerd. naar 0,8. Deze aangescherpte wordt mogelijkbegin is, kan2021 in het openbare riool worden geloosd. naar verwachting vastgesteld. 3 6. verordening Het hemelwater na toepassing van het eerste, tweede of derde lid nietinkan Deze lag tot dat 31 maart 2020 ter inspraak. De uitkomst wordt opgenomen ditworden of een geborgen, kan worden geloosd in het openbare riool of op de openbare ruimte. vervolgdocument.
48 Op het platform Amsterdam Rainproof (www. rainproof.nl) wordt dit nader toegelicht en ter inspiratie
1. Een hemelwaterberging: a. heeft ten minste een capaciteit van 60 liter per m2 bebouwd oppervlak; b. loost maximaal 1 liter per m2 bebouwd oppervlak per uur op een openbaar riool; en c. is na 60 uur leeg. 2. Een hemelwaterberging met hergebruiksysteem: a. heeft ten minste een capaciteit van 90 liter per m2 bebouwd oppervlak; b. loost maximaal 1 liter per m2 bebouwd oppervlak per uur op een openbaar riool; c. is na 60 uur voor ten minste 30% leeg; en d. leegt het restant op basis van het gebruik van het hergebruiksysteem. 3. Voor een waterberging met een centraal besturingssysteem geldt alleen het vereiste uit het eerste lid, onder a. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op een vergunningsvrij bouwwerk met een groen dak. 5. Het geborgen hemelwater wordt in de ondergrond geïnfiltreerd. Als dat niet of maar deels mogelijk is, kan in het openbare riool worden geloosd. 6. Het hemelwater dat na toepassing van het eerste, tweede of derde lid niet kan worden geborgen, kan worden geloosd in het openbare riool of op de openbare ruimte.
Groen draagt in belangrijke mate bij aan de leefbaarheid en het klimaatbestendig maken van het Havenstraatterrein. Het is daarom verplicht om op enige wijze op de kavel of in het gebouw voor veel, intensief en hoogwaardig groen toe te passen. Dit betekent dat het groen aantrekkelijk moet zijn, moet bijdragen aan de biodiversiteit en bruikbaar moet zijn.
Op het platform Amsterdam Rainproof (www. rainproof.nl) wordt dit nader toegelicht en ter inspiratie verscheidene voorbeelden aangereikt. Een verscheidenheid van oplossingen is hierbij mogelijk (dak, gevel, waterzuilen, waterkelders), waarbij een combinatie met andere opgaven voor de hand ligt (koeling gebouw, benutting hemelwater voor bevloeiing van groenvoorzieningen of toiletspoeling). Ontwikkelaars dienen de waterberging op kavelniveau aan te tonen met een berekening.
Bij het definitief ontwerp van het Havenstraatterrein moet een groenplan aangeleverd worden waarin (in ieder geval) is uitgewerkt op welke wijze, met welk doel en met welke (diverse) beplanting groen wordt gerealiseerd op de kavel. Dit kan in de vorm van binnenterreinen, gevels en daken. Niet alleen de flora is van belang maar ook de fauna. De ontwikkelende partij licht in het plan toe hoe omgegaan wordt met natuurinclusief bouwen. Om mee te kunnen doen bij een tender moet de ontwikkelende partij minimaal voldoen aan de volgende eis:
Het gebied Havenstraatterrein wordt gekenmerkt als een aandachtlocatie voor hittestress. Om het gebied hittebestendig in te richten is het belangrijk dat er verstening plaatsvindt, er voldoende koele plekken in het gebied te vinden en toegankelijk zijn (> 200 m2), op redelijke afstand van woningen (< 300 meter) en met voldoende schaduw op belangrijke looproutes naar essentiële functies (> 40%) of naar deze koele plekken toe (> 30%). Door het toevoegen van bomen in de openbare ruimte worden droogte en hitte beide tegengegaan. Het situeren van bomen knelt vaak met andere zaken zoals ondergrondse infrastructuur. Voor het Havenstraatterrein wordt daarom gekeken naar kabelprofielen die in de onderste grondwaterstand liggen. Op deze manier wordt voldoende afstand gecreëerd om bomen te plaatsen in de straten van de ontwikkeling.
Minimale natuurinclusiviteits-score van minimaal 30 punten Natuurinclusief bouwen wordt als onderdeel van de Groenvisie in het najaar van 2020 vastgesteld. Het puntensysteem wordt gezien als uitvoering van de Groenvisie4. De totstandkoming van deze punten is gebaseerd op een aantal verschillende thema’s die belangrijk zijn voor een toekomstbestendige, biodiverse, duurzame en kwalitatieve leefomgeving van mens en dier. Een bovengrens van het aantal te behalen punten en maatregelen bestaat niet. Hoe meer hoe beter, geldt ook voor het Havenstraatterrein.
De ingepaste natuurmaatregelen moeten aansluiten op de omgeving van het Havenstraatterrein en zowel de biodiversiteit in als de klimaatbestendigheid van het Havenstraatterrein helpen te verhogen. Het terrein moet niet alleen voor mensen zijn ontworpen maar ook planten en dieren moeten de mogelijkheid krijgen er op/aan/in te leven. Het Amsterdamse handboek ‘Natuurinclusief bouwen en ontwerpen’ van Blokker en Timmermans (2018) kan als inspiratiebron dienen.
De binnentuinen op het Havenstraatterrein hebben een belangrijke functie in het tegengaan van hittestress. De inrichting van een binnentuin met hoogwaardig kwalitatief vegetatie draagt ook bij aan de mate van regenbestendigheid van de kavel.
Zoals eerder vermeld worden er verschillende dakvormen in het beeldkwaliteitsplan voorgesteld. Wat betreft duurzaamheid kan hier op verschillende manier gebruik van worden gemaakt. Platte daken zijn per definitie geschikt voor vegetatie ter bevordering van biodiversiteit, het opvangen van water en het verlengen van de technische levensduur van een dak, inclusief het opwekken van energie.
2.4. Natuurinclusief bouwen en groen openbare ruimte Een van de duurzaamheidsdoelen van de gemeente Amsterdam is het versterken van de biodiversiteit in de stad. Natuurinclusief bouwen en groen toevoegen aan de openbare ruimte dragen beide bij aan leefbare stad voor dier en mens. Het Havenstraatterrein ligt tussen twee watergangen, de Schinkel en de Stadiongracht, en aan het Schinkel Eilandenpark. Met deze ligging kan het Havenstraatterrein als een natuurverbinding bijdragen door het ontwikkelen van groen op kavels, gevels en daken.
Voor de openbare ruimte bestaat de Amsterdamse groennorm. Het transformeren van de openbare ruimte is een kans om veel en innovatieve manieren van groen toe te passen. Dit is niet iets wat in een tenderdocument opgenomen kan worden maar wat in het ontwerp van de openbare ruimte concreet zal moeten worden. Wel worden ontwikkelende partijen aangemoedigd de ecosysteemgroennorm deels op kavelniveau op te lossen. In lijn met de Amsterdamse referentienorm voor maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen kan dit tot maximaal 25%.
49
2.5. Duurzame mobiliteit Voor het halen van de ambitie om vanaf 2030 alleen nog uitstootvrije mobiliteit toe te staan moeten
definitie geschikt voor vegetatie ter bevordering van biodiversiteit, het opvangen van water en het verlengen van de technische levensduur van eenGroen dak, inclusief hetbelangrijke opwekkenmate van energie. draagt in bij aan de leefbaarheid
economie. Samen met de gemeente willen ze zorgen dat de schoolgebouwen bij renovaties en nieuwbouw in ieder geval voldoen aan de klimaatnormen.
en het klimaatbestendig maken van het Voor de openbare ruimte bestaat de Amsterdamse groennorm. Het van de Havenstraatterrein. Het transformeren is daarom verplicht omopenbare op enige ruimte is een kans om veel en innovatieve manieren vandegroen tehet passen. Dit voor is niet ietsintensief wat in een wijze op kaveltoe of in gebouw veel, en tenderdocument opgenomen kan worden maarhoogwaardig wat in het ontwerp van de openbare ruimte concreet zal groen toe te passen. Dit betekent dat het moeten worden. Wel worden ontwikkelende partijen de ecosysteemgroennorm groenaangemoedigd aantrekkelijk moet zijn, moet bijdragendeels aan op de kavelniveau op te lossen. In lijn met de biodiversiteit Amsterdamseenreferentienorm voor maatschappelijke bruikbaar moet zijn. voorzieningen, groen en spelen kan dit tot maximaal 25%.
4. Conclusie Voor het uiteindelijke tenderdocument van het Havenstraatterrein moeten een aantal afwegingen worden gemaakt met betrekking tot duurzaamheid. Gezien het beeldkwaliteitsplan, de mogelijkheden voor het Havenstraatterrein en vigerend beleid op duurzaamheid kunnen de volgende kansen worden benoemd die in de tender in de onderstaande vorm kunnen worden opgenomen:
Bij het definitief ontwerp van het Havenstraatterrein moet een groenplan aangeleverd worden waarin (in ieder geval) is uitgewerkt op welke wijze, met welk doel en met Voor halen beplanting van de ambitie vanaf 2030 alleen uitstootvrije mobiliteit staan moeten welkehet (diverse) groenom wordt gerealiseerd opnog de kavel. Dit kan in de vormtoe van te binnenterreinen, duurzame vormen vanalleen mobiliteit worden gestimuleerd. In de hetfauna. bouwbesluit is sinds 10 partij maartlicht 2020 gevels en daken. Niet de flora is van belang maar ook De ontwikkelende in het onderstaande opgenomen metmet betrekking tot laadpalen bij parkeerplaatsen op de kavels zelf.tender moet plan toe hoe omgegaan wordt natuurinclusief bouwen. Om mee te kunnen doen bij een de ontwikkelende partij minimaal voldoen aan de volgende eis: